Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

4.1.4 Sociale contacten, 2012/2014

Wekelijks

burencontact

Wekelijks

vriendencontact

Wekelijks

familiecontact

0 10 20 30 40 50 60 70 80 90

%

Boven lage-inkomensgrens

Laag inkomen

Langdurig laag inkomen

Bron: CBS, Sociale samenhang en Welzijn.

De (langdurig) lage en de hogere inkomens onderscheiden zich nauwelijks in

het geven van hulp aan anderen. Van de mensen die meer te besteden hebben,

geeft 34 procent minstens een keer per maand hulp, tegenover 31 procent in de

beide lagere inkomensgroepen. Bij de 45- tot 65-jarigen zijn de verschillen iets

groter: 39 tegen 32 procent in de lage-inkomensgroep. Iets meer uitgesproken

zijn de verschillen bij de inzet als vrijwilliger. Onder de lage inkomensgroep is

dit aandeel 8 procentpunt en onder de groep met een langdurig laag inkomen

5 procentpunt lager dan onder hogere inkomens. Het verschil tussen de groep

met een laag inkomen en de groep met een hoger inkomen geldt zowel voor

jongeren, middelbare leeftijdsgroepen, als ouderen. Verreweg de grootste

verschillen worden aangetroffen bij verenigingsactiviteiten. Van de groep met een

(langdurig) laag inkomen is zo’n 40 procent actief in het verenigingsleven, van

hogere inkomensgroep 60 procent. Dit beeld geldt ook binnen de onderscheiden

leeftijdsgroepen.

De groep met een (langdurig) laag inkomen is ook minder politiek actief. Zo’n

70 procent heeft gestemd voor de Tweede Kamerverkiezingen (85 procent van de

hogere inkomens) en 37 procent doet mee aan politieke acties, tegen 45 procent

van de groep met een hoger inkomen.

62 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines