Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

voor personen met een langdurig laag inkomen waren in 2013 met 3 procent de

percentages daderschap hoger dan in het laagste inkomenskwintiel (2,5 procent).

Bij personen met een inkomen boven de lage-inkomensgrens was dat 0,7 procent.

4.2.2 Verdachten van misdrijven, 2013

%

5,0

4,5

4,0

3,5

3,0

2,5

2,0

1,5

1,0

0,5

0,0

2006 2007 2008 2009

2010

2011

2012

2013

Boven lage-inkomensgrens

Bron: CBS, Politiestatistiek.

Laag inkomen

Langdurig laag inkomen

De politie onderscheidt verschillende typen misdrijven. De meest voorkomende

misdrijven zijn gewelds- en vermogensmisdrijven en vernielingen en delicten

tegen de openbare orde en gezag. Onder personen met een (langdurig) laag

inkomen is het aandeel dat verdacht wordt zich schuldig te hebben gemaakt

aan deze misdrijven dan ook het grootst. Daarbij staan vermogensdelicten

– inbraak en diefstal – bovenaan. Krap 1,5 procent van de verdachten van deze

delicten moest rondkomen met een laag inkomen of langdurig laag inkomen.

Op de tweede plek staan de geweldsdelicten. Het aandeel verdachten van deze

misdrijven bedroeg bijna 1 procent bij zowel de groep met een laag inkomen als

de groep met een langdurig laag inkomen. Het aandeel dat verdacht wordt van

vernielingen en verstoringen van de openbare orde was met 0,5 procent voor

beide inkomensgroepen het laagst.

68 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines