Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

volgden 16,5 duizend jongeren een Halt-traject. Van de jongeren met een laag

inkomen kwam in dat jaar 1,9 procent in aanmerking voor een Halt-straf. Onder de

jongeren uit een huishouden met een langdurig laag inkomen was dat 2 procent.

Van de jongeren uit huishoudens met een inkomen boven de lage-inkomensgrens

werd in 2013 1 procent naar Halt verwezen.

Halt-straf

Alternatief voor justitiële vervolging door het Openbaar Ministerie. Justitie biedt

daarvoor jongeren van 12 tot 18 jaar die wegens een licht strafbaar feit door

politie of leerplichtambtenaren naar Halt zijn verwezen een leertraject aan.

Deze jongeren krijgen concrete leeropdrachten en coaching via gesprekken met

de jongere zelf, de ouders en eventueel slachtoffer aan wie de jongere excuses

moet aanbieden en diens schade vergoeden.

Slachtoffers eveneens oververtegenwoordigd in

lage-inkomensgroep

In 2014 was 23 procent van de lage-inkomensgroep slachtoffer van een of

meer delicten. Dat is vergelijkbaar met het aandeel slachtoffers in het laagste

inkomenskwintiel (25 procent). De aanscherping van het inkomenscriterium gaat

dus niet gepaard met een toename van het slachtofferschap. Bij het daderschap is

dat juist wel het geval. Bij uitsplitsing naar type delict blijkt dat vermogensdelicten

het meest voorkomen en dat meer slachtoffers daarvan – 17 procent – een

laag of langdurig laag inkomen hebben en 12 procent een inkomen boven de

lage-inkomensgrens. Verfijnen we de vermogensdelicten verder naar inbraak,

fietsdiefstal, diefstal van andere voertuigen, diefstal uit de auto, zakkenrollerij of

beroving, dan geldt dat personen met een (langdurig) laag inkomen daar telkens

vaker slachtoffer van zijn. Alleen het slachtofferschap van autodiefstal verschilt niet

tussen de inkomensgroepen.

Slachtofferschap van vandalisme komt nagenoeg overal even vaak voor en

schommelt rond de 7 procent. Er zijn op dit gebied nauwelijks verschillen tussen

de inkomensgroepen. Dat geldt vooral voor vernielingen aan auto, scooter of fiets.

Slachtofferschap van geweldsdelicten – mishandeling, bedreiging en seksuele

delicten – komt het minst vaak voor. Wel zijn lagere inkomens naar verhouding

vaker slachtoffer van geweld (4 tegen 2 procent voor de hogere inkomens). De

cijfers voor de verschillende vormen van slachtofferschap zijn vrijwel gelijk voor

personen met een laag en langdurig laag inkomen.

72 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines