Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Samenvatting

In Armoede en sociale uitsluiting 2015 wordt de bevolking van Nederland in

kaart gebracht die in welvaart en sociaal opzicht achtergebleven is bij de rest.

Vragen die daarbij aan de orde komen, zijn onder meer:

— Hoe heeft de omvang van de groep met een laag inkomen zich vanaf 2000

ontwikkeld?

— Welke bevolkingsgroepen lopen het meeste risico op armoede?

— Hoeveel personen stromen er jaarlijks in en uit de armoede?

— In welke mate doen mensen met kans op armoede mee in de maatschappij en

in hoeverre hebben ze vertrouwen in hun medemens en in de samenleving?

— Zijn personen in de lage-inkomensgroep vaker betrokken bij misdrijven of zijn

ze juist vaker slachtoffer van criminaliteit?

— In hoeverre verschillen de lagere van de hogere inkomens in gezondheid,

leefstijl, zorgkosten, woonsituatie, bestedingspatroon en het maken van

schulden?

— Hoe zijn de lage inkomens verdeeld over de regio’s en in hoeverre is er sprake

van segregatie binnen gemeenten?

— Is het aandeel mensen met risico op armoede of sociale uitsluiting hoger of

lager dan in andere EU-landen?

In Nederland is armoede geen kwestie van fysiek overleven. Iedereen heeft

in beginsel een dak boven zijn hoofd, hoeft geen honger te lijden, kan zich

deugdelijk kleden en heeft toegang tot medische zorg en onderwijs. Armoede,

of beter gezegd inkomensarmoede is gedefinieerd als het hebben van

onvoldoende inkomen om een bepaald consumptieniveau te realiseren dat in

Nederland als minimaal noodzakelijk wordt geacht. Hierbij kunnen verschillende

inkomensafbakeningen gehanteerd worden. In Armoede en sociale uitsluiting 2015

is voornamelijk gebruik gemaakt van de lage-inkomensgrens van CBS. Omdat

de inzichten van wat armoede precies inhoudt, subjectief zijn, spreekt CBS niet

van arme huishoudens maar van huishoudens met een laag inkomen of van

huishoudens met kans op armoede.

De lage-inkomensgrens weerspiegelt een vast koopkrachtbedrag in de tijd en

wordt jaarlijks alleen aangepast voor de prijsontwikkeling. De grens is afgeleid

van het bijstandsniveau voor een alleenstaande in 1979, toen dit in koopkracht

het hoogst was. In 2014 lag de grens voor een alleenstaande op 1 020 euro

per maand. In deze publicatie worden kort ook enkele andere armoedegrenzen

besproken, waaronder de Europese armoedegrens. Deze is gebruikt voor een

internationale vergelijking van armoede of sociale uitsluiting.

Samenvatting 7

More magazines by this user
Similar magazines