JONGE SPECIALIST

mcamedbib

2cYGj60

de JONGE

º

3

SPECIALIST

Jaargang 3 - september 2016

Hét magazine voor medisch specialisten in opleiding

Themanummer: De patiënt centraal | Uroloog Van Balken zet zich in voor laaggeletterden in de

zorg | De voordelen van samen beslissen met de patiënt | KNO-arts Markus Oei over patiëntgerichte

informatie | Reportage: arts op een festival | Ziekenhuisartsen: op naar een ziekenhuis zonder anios? |

Waarom kiezen patiënten voor een behandeling in het buitenland? | Geestverruimende kunst


seminar ‘de

financiële jungle

voor de startende

medisch specialist’

Uw bestaan als arts in opleiding zit er bijna op. Gaat

u daarna als jonge klare werken in het vrije beroep?

Kiest u voor een baan in loondienst in een algemeen

of academisch ziekenhuis? De keuze is aan u.

Om u bij deze belangrijke keuze te helpen, verzorgt

Sibbing & Wateler c.s. op 19 november 2016 in Burgers’

Zoo te Arnhem het seminar ‘De financiële jungle voor

de startende medisch specialist’. Belangrijke financiële

en juridische aspecten komen deze ochtend aan bod.

Uw gezin is op deze dag van harte welkom voor een

bezoek aan Burgers’ Zoo.

eerstvolgende

seminar:

19 november 2016

schrijf u nu in!

Kijk op www.sibbing.nl voor een inschrijfformulier

en meer informatie over het seminar.

praktijkvestiging

financiële planning

telefoon: (0318) 544 044 - www.sibbing.nl

assurantiën


• colofon •

• voorwoord •

Redactie

Berber Piet, hoofdredacteur

Tanca Minderhoud, hoofdredacteur

Hanneke Verheijde

Daniël Dresden

Davy Sudiono

Susanne Korsse

Eva Stortelder

Ilona Dekkers

Annelies Berden

Wouter Blox

Eindredactie

Liza Leijenhorst, Prescripts

voorwoord

llustratie

Ilona Dekkers

Vormgeving

Marjanne van Bentum, studio Parvenu

Verantwoording coverbeeld

Zoektocht, Ludek Tikovsky

Kunstproject Heelmeesters (zie pagina 6,7)

Redactieadres

Postbus 20057, 3502 LB Utrecht

info@dejongespecialist.nl

Centraal Bestuur De Jonge Specialist

Marjolein Kremers

Thomas Schok

Richard Schol

Nurah Hammoud

Jesse Habets

Ben Tomlow

Alexej Kuiper

Fleur van den Heijkant

Edin Hajder

Paul de Laat

Davy Sudiono

Adreswijzigingen

Adreswijzigingen kunnen worden doorgegeven aan

De Jonge Specialist.

Uitgever

De Jonge Specialist

Drukwerk

Centrum Drukwerk, Maartensdijk

Basisontwerp

IJzersterk, Rotterdam

Adverteren

Neem hiervoor contact op met De Jonge Specialist:

info@dejongespecialist.nl

Magazine De Jonge Specialist

De Jonge Specialist is hét magazine voor medisch

specialisten in opleiding. Het tijdschrift wordt vier

keer per jaar uitgegeven door De Jonge Specialist.

Oplage 3.000, ISSN: 2352-3670 Jaargang 3

© 2016 DJS. Alle rechten voorbehouden. Artikelen

geven de mening weer van auteurs en niet

noodzakelijkerwijs van De Jonge Specialist. Niets uit

dit magazine mag openbaar worden gemaakt door

middel van druk, microfilm of welke wijze dan ook,

zonder toestemming van de uitgever.

De patiënt centraal?

Met trots presenteren wij jullie het septembernummer

van De Jonge Specialist.

In deze editie aandacht voor diegenen die

het middelpunt van ons werkende leven

vormen: de patiënten. De patiënt heet

tegenwoordig centraal te staan in de zorg,

maar plaatsen wij hem of haar ook werkelijk

centraal?

Medische vakantie

De overheid dicht de patiënt wel een

centrale rol toe als kritische consument die

weloverwogen verzekeraar, ziekenhuis en

behandeling kiest. Sommige patiënten zijn

zelfs zo goed georiënteerd dat zij besluiten

wachtlijsten of richtlijnen te omzeilen

door een behandeling in het buitenland

te kiezen. Maar realiseren deze mensen

zich wel voldoende wat de voor- en

nadelen van zo’n ‘medische vakantie’ zijn

en weten zij hoe de nazorg is geregeld?

Patiënten krijgen tegenwoordig steeds

vaker rechtstreeks inzage in hun dossier en

testresultaten, opdat ze hun eigen medisch

traject intensief kunnen volgen en richting

kunnen geven. Een mooi ideaal, maar

met als ongunstig neveneffect een hoop

bezorgde patiënten die er in het ergste

geval via Google achter komen dat hun

licht afwijkende labuitslag toch echt wel op

kanker kan wijzen.

Onbevooroordeeld

Kortom, niet iedereen is uitgerust voor

deze rol van actieve zorgconsument. Een

deel van de patiënten is gewend doktersadvies

nauwgezet op te volgen zonder in

hun ogen onbeleefde vragen te stellen.

Laaggeletterden, anderstaligen en de

psychisch uitgedaagden van onze maatschappij

hebben het al moeilijk genoeg

met de basale zaken van de ziekenhuiszorg,

zoals hun afsprakenschema en het

innemen van de juiste medicijnen. Samen

beslissen (of voor de anglofielen onder

ons: shared decision making), lijkt voor

hen een brug te ver. Maar ligt dit aan hen,

of is onze zorg niet adequaat ingericht

om hen een actievere rol te laten spelen?

Ziekenhuiszorg lijkt toch opvallend vaak

georganiseerd te zijn rond logistieke

processen in plaats van rond de patiënt.

Als artsen, ook als aios, kunnen we de

verantwoordelijkheid echter niet bij de

organisatie leggen. Als de patiënt écht

centraal gesteld wordt, leidt dit tot betere,

veiligere zorg. En dit begint bij elke zorgmedewerker

die zich onbevooroordeeld

probeert te verplaatsen in de patiënt.

Berber Piet, hoofdredacteur De Jonge

Specialist en aios longgeneeskunde


4 • inhoudsopgave •

8, 9, 10

Interview

Laaggeletterdheid

in de zorg

14, 15

Reportage

Arts op

een festival

17

Geneeskunst

20 dagen high

Vacature redactielid en fotograaf voor De Jonge

Specialist magazine

Heb je het gevoel dat jouw schrijfkunsten niet goed tot hun recht komen bij ontslagbrieven? Zijn

OK-verslagen jouw kans om een epos te schrijven? Dan ben jij misschien wel op zoek naar ons! Het

redactieteam van De Jonge Specialist magazine is namelijk op zoek naar een enthousiaste schrijver, die

meer uit zijn talent wil halen.

Ben je niet zo van het schrijven, maar

meer van de foto’s? Een beeld zegt

meer dan duizend woorden, daarom

zoeken we ook een fotografietalent

voor ons magazine.

Stuur je CV en motivatie op naar

info@dejongespecialist.nl

De Jonge Specialist - september 2016


• inhoudsopgave •

5

Oogopslag 6, 7

Interview Michael van Balken 8, 9, 10

Column: Clash of Clans 11

22, 23, 24

Opleiding

Wat kost een aios?

Samen beslissen 12, 13

Reportage: Hard gaan 14, 15

Ziekenhuisarts: vriend of vijand? 16, 17, 18

Geestverruimende kunst 19

Medisch toerisme 20, 21

Wat kost een aios? 22, 23, 24

Een klacht. Wat nu? 25

Rubrieken legenda

Oogopslag

Opleiding

Bekentenissen van een jonge klare 26

Column: nachtblind 27

Toekomst & Innovatie

In consult

Gezondheid

Beroepsbelangen

Buitenland

Vrije tijd

Geneeskunst


6 • oogopslag •

OOGOPSLAG

KORT NIEUWS EN FEITJES

Kunstproject Heelmeesters

Het prachtige beeld van Ludek Tikovsky dat de cover van dit magazine siert, maakt deel

uit van ‘kunstproject Heelmeesters’. Zestien kunstenaars zijn in gesprek gegaan met

zestien zorgprofessionals (Heelmeesters) en hebben een kunstwerk gemaakt waarin de

visie van de Heelmeester centraal staat. “In een tijd waarin zowel cultuur als gezondheidszorg

onder druk staan, is dit project positief en inspirerend”, zegt kunstenaar en

organisator Claudia de Vos, die op basis van een gesprek met neuroloog Roderik Blom

een geurkunstwerk maakte.

De kunstwerken zijn t/m 29 januari 2017 op verschillende locaties te bewonderen.

Kijk voor meer info op de Facebookpagina: DeKunstvanhetOndernemen

Fotocredits: Adam, de som der delen, Claudia de Vos

Kennismaken met de nieuwe bestuursleden

Dagmar Zeef, aios kindergeneeskunde

Binnen het bestuur van De Jonge Specialist (DJS) ben ik actief

binnen de portefeuille opleiding. Aan alle kanten wordt er

getrokken aan de opleidingen tot medisch specialist, maar met

welk doel? Hoe kunnen we waarborgen dat de opleidingen

inhoudelijk sterk blijven terwijl we ook willen moderniseren?

Vanuit DJS ben ik lid van de CGS (College geneeskundige

specialismen). Hierdoor hebben we als aios invloed op de regels

die worden gesteld voor de opleidingen en de erkenning van

opleidingen. Middels mijn functie bij DJS wil ik me inzetten voor

het goede opleidingsklimaat dat we als aios nodig hebben.

Wouter Blox, aios longgeneeskunde

Het is mijn taak om De Jonge Specialist (DJS) het podium te

geven dat het verdient. Dat doe ik door middel van social media,

de nieuwsbrief, ons magazine en de website. Zo houd ik jullie

steeds op de hoogte van alle activiteiten, ideeën en standpunten

van DJS. Natuurlijk zoek ik daarbij steeds naar nieuwe mogelijkheden

om onze boodschap beter over te brengen. Verder

houd ik me bezig met alle projecten die DJS samen met andere

partijen opzet rondom het thema eHealth, een interessant onderwerp

waar we allemaal meer mee te maken krijgen.

De Jonge Specialist - september 2016


• oogopslag •

7

zIeKJE

Afgelopen donderdag was het weer zover

op mijn spreekuur: een nieuwe patiënt die

zonder afmelding niet op zijn afspraak verschijnt.

Vreemd, want hij wordt verdacht

van longkanker en hij is wel keurig voor

zijn CT-scan daags ervoor verschenen. Ik

lees de verwijsbrief van de huisarts na; de

voorgeschiedenis vermeldt dat patiënt

analfabeet is. Dat verklaart een hoop! Gelukkig

is de uitslag van de CT-scan goed

en had ik dit eerder die ochtend al aan de

huisarts doorgegeven. Ik bel de patiënt

op om dan maar telefonisch de uitslag

te vertellen. Hij is verbaasd dat ik bel,

hij was die ochtend natuurlijk al bij zijn

huisarts geweest voor de uitslag van de

scan! Ik sluit het consult af en loop langs

de poli-assistentes om door te geven dat

patiënt niet ingepland hoeft te worden

voor een nieuwe afspraak, iets wat via

epic anders geheid automatisch gebeurt.

De assistentes bedanken me voor de terugkoppeling:

een “no-show” brief en de

nieuwe schriftelijke afspraak lagen al klaar

om opgestuurd te worden…

Berber Piet, aios longgeneeskunde

Genomineerden Opleidingsprijs

Tal van opleiders uit het hele land van diverse specialismes zijn de afgelopen

maanden door hun aios genomineerd voor de Opleidingsprijs 2016. De jury, o.a.

bestaande uit eerdere winnaars van de Opleidingsprijs, heeft vervolgens de moeilijke

taak volbracht om hieruit drie finalisten te kiezen.

Op 28 oktober 2016 wordt tijdens de AIOS Upgrade de Opleidingsprijs uitgereikt door

dr. Watske Smit, de winnaar van 2015. Het thema van de AIOS upgrade is dit jaar ‘thinking

forward’. Daarom zijn wij op zoek naar de opleider die vooruit kan kijken, die de

aios helpt om zich klaar te maken voor de toekomst maar die ook een leidende draad

is in de opleiding. De opleider die innovatie en veranderingen in het zeer wisselende

zorglandschap ondersteunt en onderstreept.

Wie wordt de opleider van 2016? Breng jouw stem uit tijdens de AIOS Upgrade!

De genomineerden zijn:

• Dr. Frank Stam, Internist, Noordwest Ziekenhuisgroep lokatie Alkmaar

• Prof. Dr. Jan M.M. van Lith, Gynaecoloog, Leids Universitair Medisch Centrum

• Prof. Dr. Stefaan J. Bergé, Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurg, Radboud

Universitair Medisch Centrum


8 • gezondheid •

Aap, noot, nier

Streven naar begrijpelijke

informatievoorziening voor

laaggeletterden

Uroloog Michael van Balken vraagt met zijn project “Aap-noot-nier” aandacht voor laaggeletterde patiënten.

Een slecht zichtbare populatie, terwijl het naar schatting maar liefst 1,3 tot 2,5 miljoen mensen

in Nederland betreft. Als aios en jonge klaren komen we ze zeker tegen in de spreekkamer en

op de afdeling. Hoe herkennen we deze mensen onder onze patiënten? En hoe kunnen we het beste

omgaan met laaggeletterdheid?

Auteurs

• Eva Stortelder, aios chirurgie

• Berber Piet, aios longgeneeskunde

Laaggeletterdheid

Laaggeletterden zijn mensen die de taal

dermate slecht beheersen dat zij grote

moeite hebben met het lezen, begrijpen

en toepassen van informatie. Het betreft

vaker autochtonen dan allochtonen: 65%

van de laaggeletterden is geboren en

getogen in Nederland. Een groot deel

van de laaggeletterden heeft een middelbaar

opleidingsniveau en weet goed

te functioneren in het werkende leven.

Patiëntenfolders, bijsluiters van medicijnen

en zelfs hun afsprakenkaart voor het

ziekenhuis kunnen desalniettemin totaal

ontoegankelijk, onduidelijk en verwarrend

voor hen zijn. Hierdoor komt medische

informatie niet of onjuist over, met alle

gezondheidsrisico’s en overbodige zorgkosten

van dien. Reden voor Michael van

Balken om met dit probleem aan de slag

te gaan. Wij zochten hem op in het Rijnstate

Ziekenhuis en spraken met hem over

zijn ‘kruistocht’ (ja, #urologieisoveral).

In zijn spreekkamer valt meteen het

certificaat op van de Ipsen oncologische

urologieprijs die hij kortgeleden heeft

gewonnen. Deze prijs wordt elk jaar

uitgereikt aan een innovatief project dat

de patiëntenzorg binnen de urologische

oncologie meetbaar verbetert. Van Balken

en zijn team hebben hem verdiend met

een beeldfolder waarin het traject van

een cystoscopische verwijdering van een

blaastumor wordt uitgelegd. Als het aan

hem ligt, zullen er nog veel folders en

zelfs animatiefilmpjes volgen. Zijn enthousiasme

over het onderwerp is aanstekelijk.

Hoe is het allemaal begonnen?

Ik was al langer bezig medische informatie

in begrijpelijke taal aan patiënten

aan te bieden. Ik ben begonnen met het

opnemen van korte filmpjes, waarin ik in

duidelijke, eenvoudige taal verschillende

onderwerpen behandel. Bijvoorbeeld

door uit te leggen wat een uroloog doet

De Jonge Specialist - september 2016


• gezondheid •

9

5 Verdere plan

Blaastumor

Bla

1 Kijkonderzoek

1 Kijk

Een dokter onderzoekt de tumor in het laboratorium. Dit duurt ongeveer 10 dagen.

5 Verdere plan

De uroloog heeft in uw blaas gekeken. Daar zag hij een tumor.

2 Voorbereiding operatie

De uroloog zal de tumor weghalen

met een operatie.

U krijgt een afspraak bij de anesthesist

(slaapdokter) om de verdoving te bespreken.

AapNootNier © Vis | Schlatmann | Van Balken

De uroloog praat met u over de uitslag. Wat moet er gebeuren? U krijgt misschien

een kijkonderzoek, een operatie of medicijnen.

Fotocredits: schatmann/ van Balken

De urolo

2 Voo

De urolo

met een

of hoe een nier werkt. Ook schreef ik

blogs, gaf presentaties en twitterde over

het onderwerp om het meer bekendheid

te geven. In januari 2015 kwam

Florine Schlatmann als anios urologie bij

ons werken. Zij bleek ook na te denken

over mogelijkheden om de informatieoverdracht

naar patiënten met minder

taalvaardigheid te verbeteren. Wij wilden

voorlichtingsmateriaal op een voor iedereen

begrijpelijke wijze aanbieden. Het

toeval wil dat één van de huisgenoten uit

haar assistententijd, Jana Vis, illustratrice

is. Samen met haar kwamen we op het

idee van een beeldfolder, gemodelleerd

naar de veiligheidskaarten in het vliegtuig.

Het credo is veel plaatjes en weinig tekst.

Hoe groot is het probleem van

laaggeletterdheid nu eigenlijk?

Heel groot. In Nederland gaat het om

naar schatting 2,5 miljoen mensen: 1,3 miljoen

tussen de zestien en vijfenzestig jaar

en 1,2 miljoen boven de vijfenzestig. Dit

betekent dat één op de negen ‘jongeren’

en één op de vier ouderen gebrekkige

taalvaardigheden heeft. Analfabeten zijn

Laaggeletterde ouderen hebben een

anderhalf keer zo hoog sterfterisico

onderdeel van deze groep. Wij hebben

dit op onze eigen polikliniek onderzocht

en vonden inderdaad dat ongeveer elf

procent van onze patiënten laaggeletterd

is. Er zijn wel grote regionale verschillen,

voor steden als Amsterdam, Rotterdam en

Den Haag ligt het percentage met ruim

zestien procent een stuk hoger.

Dat zijn grote aantallen. Hoe

komt het dat wij dan toch zo

weinig laaggeletterdheid zien in

het ziekenhuis?

Veel mensen schamen zich voor hun

beperking. Zij zijn vaak al hun hele leven

lang gewend deze te verhullen. Mensen

verzinnen allerlei smoesjes en uitvluchten,

of compenseren een en ander door

een bijzonder goed geheugen. Let wel,

laaggeletterden zijn meestal absoluut niet

dom. Zij hebben vaak een lager opleidingsniveau,

maar drie procent heeft

havo/vwo afgerond en nog eens vijf


10 • gezondheid •

procent heeft zelfs hbo/WO niveau! Als jij

je hier als zorgverlener van bewust bent,

voorkom je ergernis en kun je laaggeletterdheid

gaan herkennen. Bekende

signalen zijn het niet of op het verkeerde

tijdstip of op de verkeerde plaats voor een

afspraak verschijnen, het niet opvolgen

van instructies voor een onderzoek of

behandeling en het incorrect gebruik

van medicatie. Probeer het probleem

bespreekbaar te maken. Je kunt bijvoorbeeld

de volgende vraag stellen: “Veel

mensen vinden het moeilijk om informatie

uit voorlichtingsfolders of bijsluiters

goed te begrijpen. Heeft u daar wel eens

moeite mee?”.

Waarom moeten wij daar als

artsen aandacht aan schenken?

Omdat laaggeletterdheid nadelige

gevolgen voor de gezondheid heeft.

Uit onderzoek blijkt dat laaggeletterde

Nederlandse ouderen na correctie voor

andere risicofactoren een anderhalf keer

zo hoog sterfterisico hebben. Gebrek

aan kennis van preventie en herkennen

van ziekte spelen hierin al een rol voordat

mensen zich bij een arts presenteren. Een

Amerikaanse studie liet dat jaren geleden

al zien: laaggeletterden presenteerden

zich met verder gevorderde stadia van

prostaatkanker dan mensen met betere

taalvaardigheden. Bovendien staat het

voor diverse ziektebeelden vast dat bij

gelijke diagnose in gelijk stadium de

laaggeletterde een slechtere uitkomst

heeft, met meer kans op complicaties. In

Zweden toonde men wetenschappelijk

.

Volg Michael van Balken of

zijn project op twitter via:

@mrvanbalken

@aap_noot_nier

aan dat de kans op oncologische complicaties

veertig procent hoger ligt als er

sprake is van laaggeletterdheid. Hoewel

de volksgezondheid en de kwaliteit van

de zorg uiteraard voorop staan, is een

ander argument dat laaggeletterdheid de

Nederlandse samenleving naar schatting

127 miljoen euro per jaar aan extra artsenbezoeken

en ziekenhuisopnames kost.

En denk ook aan kosten door ‘no shows’

op spreekuren en uitval van operaties

doordat patiënten afspraken en voorbereidingen

niet goed begrepen hebben.

Wat is jullie plan van aanpak?

We merken dat er landelijk steeds meer

aandacht komt voor het probleem. In

diverse ziekenhuizen, van Groningen tot

Maastricht, worden er initiatieven genomen

bij verschillende disciplines. Ook

het ministerie van VWS is geïnteresseerd

in het onderwerp en heeft toegezegd

verbetering van de informatievoorziening

aan laaggeletterden te willen steunen.

Binnen de urologie is het onze opzet om

tien beeldfolders en tien animatiefilmpjes

te ontwikkelen. Met het geld van de

Een beeldfolder ter

Ipsen prijs kunnen we de productie van de

beeldfolders betalen. Dezelfde plaatjes

kunnen meermaals worden ingezet, ten

behoeve van herkenbaarheid maar ook om

de kosten te drukken. Het zou het mooist

zijn als de beeldfolders landelijk verspreid

kunnen worden over de ziekenhuizen. Er

is alvast goedkeuring van de Nederlandse

Vereniging voor Urologie, daar zijn we erg

blij mee. De folders worden op leesbaarheid

gecontroleerd door Stichting Lezen &

Schrijven. Deze stichting heeft laaggeletterden

panels die na een taalcoach het

materiaal beoordelen. Het streven is een

begrijpelijk aanbod aan informatie, zonder

dat de lezers zich kinderlijk bejegend

voelen door de folder. Deze valkuil kan

zich nog altijd voordoen in de spreekkamer,

waar het confronterend kan zijn voor

patiënten om de beeldfolder uitgereikt te

krijgen. Daarom geven wij aan alle patiënten

beide folders: zowel de ‘ouderwetse’

tekst- als de beeldfolder.

Wat betreft de animatiefilmpjes is het

een uitdaging hoe je hier zoveel mogelijk

mensen mee kunt bereiken. Voor veel laaggeletterden

is gebruik van internet lastig,

door hun beperkte digitale vaardigheden.

We kunnen de films ook in de wachtkamer

vertonen op een scherm of op een I-pad

aanbieden. Een andere mogelijkheid is

een link naar een animatiefilm of beeldfolder

via What’s app naar de smartphone

van de patiënt toe te sturen.

Tot slot, wat zou uw advies zijn

voor de lezers van Magazine De

Jonge Specialist?

Zoals gezegd; wees je bewust van het

(grote!) probleem van laaggeletterdheid in

de Nederlandse spreekkamers. Raak niet

geïrriteerd, maar vraag er juist actief naar

en zorg voor een veilige en toegankelijke

manier van informatievoorziening voor je

patiënten. Als we met elkaar de bewustwording

van het probleem vergroten, is er

al een grote eerste slag geslagen.

informatievoorziening, gemodelleerd

naar de veiligheidskaarten in het vliegtuig

De Jonge Specialist - september 2016


• column •

column

Markus Oei, KNO-arts

en health innovator

Clash of clans

Het lijkt een belangrijke discussie. Online

inzage door de patiënt in zijn eigen status.

Goed idee, slecht idee. Welles, nietes.

Persoonlijk vind ik het een non-issue.

Natuurlijk gaat dat gebeuren en natuurlijk

gaat dat voor veel vragen en onrust

zorgen .Case closed. Kunnen we het nu

weer over de essentie hebben? De échte

hamvraag is: welke behoefte heeft de patiënt

en hoe vervullen wij die?

Er is namelijk een strijd gaande. Voor

de traditionele clan is geneeskunde het

territorium van de dokters en wetenschappers.

Ziekten moeten gestructureerd

en evidence based aangepakt worden.

Wearables, Big data en andere ‘revoluties’,

zullen net als antibiotica, endoscopie

en radiologie door ons opgenomen

worden in de normale geneeskunde. En

patiënten vinden eigen regie toch vaak

te moeilijk of zelfs ongewenst, zo is de

gedachte. Terechte argumenten. Medisch

gezien doen we het prima, maar we laten

ook grote steken vallen. Patiënten worden

matig geïnformeerd en krijgen daarmee

weinig grip op hun ziekte. Daarom gaat

het merendeel naar Dr. Google rondom

het consult.

De andere partij, de innovatieclan, waar

veel niet-dokters in zitten, heeft ook een

punt. De maatschappelijke omwenteling

door computers en internet zal ook de

medische branche niet voorbij gaan. Het

kennismonopolie van dokters is verdwenen

en daarmee een stuk autoriteit en

legitimiteit. Medische kennis is voor iedereen

beschikbaar en het aantal patiënten

dat daarmee goed om kan gaan, groeit.

Je kunt als dokter niet meer tegen een

medische richtlijn ingaan die voor patiënten

in enkele muisklikken beschikbaar is.

En met zijn toenemende kennis wil de patiënt

(terecht) meer uitleg en zeggenschap

over de persoonlijke behandeling.

Er is dus een territoriumstrijd gaande. Als

aios en jonge specialist is het zaak om niet

in een loopgraaf terecht te komen, maar

de verbinding te zoeken. We kunnen het

territorium groter maken en delen, met als

resultaat een individuele behandeling met

de beste wetenschappelijke onderbouwing.

Samen beslissen met de patiënt is

een groeiende maatschappelijke trend en

het logische vervolg op evidence based

medicine. Hiermee keren we terug naar

onze roots. Geneeskunde draait immers

om de individuele patiënt en de menselijke

maat, niet de ziekte. Elke patiënt heeft

zijn eigen begripsniveau, sociale situatie

en voorkeuren. Die staan niet in protocollen,

dat is mensenwerk. En daarin kunnen

wij onze toegevoegde waarde bewijzen.

Personalized medicine in optima forma.

Om terug te komen op online inzage; dat

is slechts een middel. De behoefte van

de patiënt is grip en begrip omtrent zijn

ziekte en behandeling. De innovatieclan

denkt dat dat gebeurt door online inzage,

maar die is meestal verwarrend en de context

ontbreekt. Bovendien is de acceptatie

door patiënten

minimaal, ook omdat elke

zorgverlener zijn eigen portaal

heeft. Patiëntgerichte, herhaalbare

informatie is veel belangrijker. En dat lukt

je niet met de traditionele mondelinge uitleg

in een consult, want de helft is daarna

verdwenen. Begrijpelijke, relevante, deelbare

informatie zorgt voor begrip. Video

en ehealth tools kunnen enorm helpen.

Voor, in en na het consult, in het portal en

in patiënt zijn mailbox. Als de behoefte

van grip en begrip vervuld is, zullen waarschijnlijk

maar enkele patiënten de moeite

nemen om te lezen wat wij opgeschreven

hebben in hun medische status.

Dan pas kun je samen beslissen. Want

keuze zonder begrip is geen keuze,

maar een pseudo-keuze. En begrijpelijke

informatie kunnen we beter samen maken.

Allemaal dezelfde protocollen, folders,

tools en video’s maken is tijdsverspilling.

Het internet is er om te delen. Dat is de

norm.

Medische kennis is niet meer ons monopolie

of onze toegevoegde waarde.

Patiënten behandelen wel. Want ziektes

behandel je met een protocol, maar

patiënten behandel je met een persoonlijk

plan, gebaseerd op je ervaring en

expertise en passend bij hun situatie. Bij

een dokter die een patiënt als medemens

behandelt, kom je terug. Zo houdt de

moderne medisch specialist ook in de

toekomst zijn waarde.


12 • toekomst en innovatie •

De afgelopen jaren staat Shared Decision Making oftewel ‘Samen

Beslissen’ regelmatig in de belangstelling. Er worden steeds meer

instrumenten en keuzehulpen ontwikkeld om het samen beslissen

te ondersteunen. Welke mogelijkheden zijn er op dit moment en

waarom is Samen Beslissen zo belangrijk?

Is samen beslissen

Samen Beslissen heeft voordelen voor

zowel de specialist, de patiënt, als de

zorg in het algemeen. Patiënten krijgen

de zorg die het beste bij hun persoonlijke

situatie past. Door samen te kiezen

wordt de patiënt actief betrokken in

de besluitvorming, waarbij aandacht is

voor zowel het medisch-inhoudelijke, de

psycho-sociale aspecten als de context

van de patiënt. Zo kan er bijvoorbeeld

samen besloten worden om te wachten

met orale glucoseverlagende middelen

en te starten met leefstijlverbetering als

een patiënt hiervoor gemotiveerd is. Soms

kan iemand thuis absoluut niet gemist

worden in verband met mantelzorg. Dan

kan samen besloten worden de operatie

zo mogelijk uit te stellen tot een voor de

patiënt geschikter moment. In een eerder

nummer (DJS-2015-4) is hier ook al aandacht

aan besteed.

Het belang

Samen Beslissen leidt tot meer tevredenheid

bij patiënten en de kwaliteit van

zorg is erbij gebaat. Patiënten houden

zich beter aan behandelvoorschriften als

ze samen met de specialist een besluit

nemen. Dit blijkt onder meer uit campagnes

op het gebied van Samen Beslissen

in het Verenigd Koninkrijk en Australië:

‘Ask 3 Questions’ en ‘Ask.Share.Know’. Uit

internationaal onderzoek komt naar voren

dat 63% van de patiënten samen wil beslissen.

Tevens toonde een peiling van de

Patiëntenfederatie in Nederland uit 2014

aan dat 70% van de deelnemers altijd en

28% soms samen wil beslissen.

Samen Beslissen is ook een speerpunt in

het overheidsbeleid. Minister Schippers

van VWS heeft 2015/2016 uitgeroepen

tot het ‘Jaar van de Transparantie’. Zij wil

patiëntenparticipatie stimuleren door de

informatie aan patiënten over de kwaliteit

en de kosten van de zorg te verbeteren.

Elke patiënt moet kunnen meebeslissen

over zijn behandeling.

Invloeden

Samen Beslissen vraagt bij zowel arts als

patiënt om een gedragsverandering in

de spreekkamer, maar ook in de voorbereiding

en na afloop van het gesprek.

Waarschijnlijk weten veel patiënten niet

dat ze samen met de specialist over hun

behandeling kunnen beslissen, laat staan

dat ze weten welke keuzes ze hebben.

Is die kennis er wel, dan is dit niet altijd

voldoende om tijdens het gesprek tot een

weloverwogen beslissing te komen. Bij

patiënten zijn bijvoorbeeld stress, angst

tijdens het gesprek en ontzag voor de

specialist een belemmering om informatie

goed op te nemen. Veel informatie

die een specialist wel geeft tijdens het

gesprek, dringt eenvoudigweg niet goed

door. Patiënten vertrouwen er bovendien

Veel patiënten weten niet dat ze samen

met hun specialist over de behandeling

kunnen beslissen

niet altijd op dat ze een waardevolle bijdrage

kunnen leveren aan het gesprek.

Tijd om een beslissing te nemen is een

cruciale factor: informatie moet kunnen

bezinken. Mensen die niet meteen om

een beslissing gevraagd worden, zijn achteraf

vaak tevredener over hun besluit. Dit

verhoogt ook de motivatie voor Samen

Beslissen. Ook omgevingsfactoren spelen

een rol, bijvoorbeeld: nodigt de inrichting

van de spreekkamer uit, hoe zit de specialist

tegenover jou. Is de wachtkamer vol of

maakt de specialist een gejaagde indruk?

Het zijn factoren die er aan kunnen bijdragen

dat patiënten minder geneigd zijn om

initiatief te nemen tot Samen Beslissen.

Ook de vaardigheden van medisch specialisten

om opties helder uit te leggen en

het gesprek te voeren, hebben invloed

op het proces. Begrijpen patiënten de

medische informatie en hoe zorg je er als

arts voor dat een patiënt relevante informatie

inbrengt voor de keuze? Hoe ga je

om met onzekere uitkomsten en risico’s

van de behandeling in het gesprek met

een patiënt? Of de wens voor aanvullend

onderzoek dat medisch gezien niet altijd

noodzakelijk is?

De Jonge Specialist - september 2016


• toekomst en innovatie •

13

Auteurs

Ingrid Herraets, aios neurologie en Commissielid Verstandig Kiezen, DJS

Yvonne Groenen, aios interne geneeskunde en Commissielid Verstandig Kiezen, DJS

Lieke Verheijen, aios anesthesiologie en Commissielid Verstandig Kiezen, DJS

Mirjam Siregar, senior communicatieadviseur Federatie Medisch Specialisten

al jouw nieuwe standaard?

Betrouwbare informatie

Een belangrijke voorwaarde om samen te

kunnen beslissen is betrouwbare, actuele

en begrijpelijke informatie over aandoeningen.

Samen met het Nederlands

Huisartsen Genootschap (NHG) werken

de Federatie Medisch Specialisten en de

Patiëntenfederatie aan patiëntgerichte

informatie over 30 veelvoorkomende

aandoeningen in de tweedelijnszorg. De

tweedelijns patiënten informatie wordt

aangeboden via www.thuisarts.nl: een

bekende en betrouwbare bron. De eerste

beschrijvingen zijn in juni 2016 verschenen:

Melanoom (Huidkanker), Perifeer

arterieel vaatlijden (Etalagebenen),

Cataract (Staar), Heupfractuur (Gebroken

heup) en Diabetes Mellitus. De teksten

zijn gebaseerd op medisch wetenschappelijke

richtlijnen. Ook worden richtlijnen

steeds vaker voorzien van korte beschrijvingen

in een voor een patiënt

begrijpelijke taal. In totaal worden 300

medisch- specialistische richtlijnen voorzien

van deze korte beschrijvingen. Deze

zijn dan via www.richtlijnendatabase.nl

te raadplegen.

Verstandige keuzes

Verstandige Keuzes zijn evidence based

aanbevelingen over onderzoek- en behandelmogelijkheden

die het beste passen

in een individuele situatie. Inspiratiebron

hiervoor is de succesvolle ‘Choosing

Wisely’ campagne vanuit de Verenigde

Staten en Canada. Een voorbeeld van

een Verstandige Keuze is om pas over

te gaan tot knievervanging wanneer de

conservatieve behandelmogelijkheden,

zoals fysiotherapie, tot onvoldoende resultaat

hebben geleid. Inmiddels hebben

veertien wetenschappelijke verenigingen

Verstandige Keuzes gepubliceerd

over de meest voorkomende medische

problemen. De verstandige keuzes zijn

te vinden bij de betreffende wetenschappelijke

verenigingen en via www.

demedischspecialist.nl/onderwerp/

verstandige-keuzes.

In het verlengde van de verstandige

keuzes ontwikkelen de Federatie Medisch

Specialisten en de Patiëntenfederatie

zogenoemde Consultkaarten, analoog

aan de Amerikaanse Option Grids (www.

optiongrids.org). Consultkaarten zijn

beknopte keuzehulpen die direct inzicht

geven in de opties bij een specifieke

aandoening en de meest belangrijke

vragen van patiënten daarbij. Inmiddels

zijn er 24 in de maak en worden de eerste

8 consultkaarten dit najaar verwacht.

Drie goede vragen

In 2015 stelden de Patiëntenfederatie

en de Federatie Medisch Specialisten

‘de 3 goede vragen’ op: Wat zijn mijn

mogelijkheden, wat zijn daarvan de vooren

nadelen en wat betekent dat voor

mij persoonlijk? Deze vragen zijn er om

patiënten te helpen het gesprek over de

beste behandeling aan te gaan met de

arts. In het Radboud UMC heeft een pilotonderzoek

plaatsgevonden om deze drie

vragen te testen. Hieruit bleek dat patiënten

en artsen enthousiast zijn over de

methode. Deze aanpak wordt nu landelijk

uitgerold. Meer informatie hierover is te

vinden op www.3goedevragen.nl.

Campagne

Ondanks alle kennis, onderzoek en

instrumenten om Samen Beslissen te

ondersteunen, blijkt het in de praktijk

nog lastig voor arts en patiënt om samen

de dialoog aan te gaan. Om de aandacht

voor Samen Beslissen bij medisch

specialisten én patiënten nog verder te

vergroten en te stimuleren starten de

Patiëntenfederatie en de Federatie

Medisch Specialisten op 4 oktober

een campagne Samen Beslissen. Deze

campagne zal vooral zichtbaar zijn in en

rondom de spreekkamer in de

ziekenhuizen.


14 • vrije tijd •

Hard gaan

Een dag als hulpverlener op een festival

Auteur Tanca Minderhoud, aios interne geneeskunde

“Mag ik een paracetamol?” Ze kijkt me aan met verwijde pupillen

en kauwt verwoed op haar kauwgum. Deze zaterdag ben ik te

gast bij de hulpverleners van Event Medical Service op een groot

dansfeest. De een heeft een pleister nodig, de ander haalt hulp

voor een vriend(in) die echt ‘te hard’ gaat.

De dag begint met een briefing, waarin wordt uitgelegd wie

wat doet, welke posten er allemaal zijn en hoe je contact houdt.

Ook worden de nieuwste ontwikkelingen op de drugsmarkt

besproken: “Niet veel nieuws onder de zon. Let wel op de

ontwikkelingen rondom 4-FMP, ook wel 4-FA genoemd. Dit staat

bekend als XTC light en is gewoon verkrijgbaar in de smartshop.

Helaas zijn er de laatste tijd meldingen binnengekomen van

hersenbloedingen bij gebruik van dit middel. Wees hier dus alert

op, vooral bij bijvoorbeeld klachten van heftige hoofdpijn”.

Pleisters en paracetamol

Er is vandaag een groot team aan het werk van zo’n vijftig mensen.

Er zijn zes uitrukteams (per team twee hulpverleners) die

actief zijn in de zes zones in het gebied. Die worden opgeroepen

als iemand onwel is geworden op het terrein. Bij de EHBO-post

is de basistent, waar de meeste patiënten zelf binnenlopen, dan

wel binnengebracht worden via de uitrukteams. Achter de basistent

staat een container met vier brancards waar intensievere

zorg verleend kan worden – de zogeheten ALS Medical Unit.

Naast EHBO’ers zijn er (ambulance-)verpleegkundigen en artsen

aan het werk.

Ik ga eerst aan de slag in de basistent, waar in principe iedereen

die nog op een stoel kan zitten, gezien wordt. Grote aantallen

bezoekers komen hier vragen om een pleister, een paracetamol

en allerlei andere zaken. Ik verwijder een teek op het been van

een festivalbezoeker, geef advies bij een zere enkel, en onderzoek

een veertiger met pijn in zijn onderbuik.

Draaiende ogen

Na een paar rustige uren in de middag begint rond etenstijd het

aantal patiënten toe te nemen. Er komen steeds meer bezoekers

binnen met klachten rondom middelen. Een enkeling kan amper

op zijn benen staan. Veel mensen gebruiken XTC, anderen

combinaties van bijvoorbeeld GHB met een upper. Zelf zie ik

een Frans meisje dat voor het eerst XTC gebruikt heeft. Ze zit

ongeveer anderhalf uur met strakke kaken en draaiende ogen op

een stoeltje voordat ze eindelijk wat bijtrekt. Tussendoor geeft

ze me knuffels en vertelt ze me dat ze me vreselijk lief vindt en

très gentil. Ik moet haar meermalen uitleggen dat ze niet teveel

water mag drinken, omdat ze risico loopt op een gevaarlijke

waterintoxicatie. Dat valt nog niet mee in het Frans.

Als ze echt niet meer kunnen

lopen worden ze met de quad

van het terrein gehaald

De Jonge Specialist - september 2016


• vrije tijd •

15

Evenementengeneeskunde

Er zijn diverse organisaties die zich bezighouden met medische

hulpverlening bij evenementen. Dit varieert van marathons en

andere sportevenementen tot grote dansfeesten. Afhankelijk van het

evenement is specifieke kennis nodig – bij marathons heb je kennis

nodig over klachten bij extreme inspanning, terwijl bij dansfeesten

kennis over genotsmiddelen onontbeerlijk is. Er is ook overlap, zo

kan in beide settings hyperthermie voorkomen net als hyponatriëmie

door overmatige waterinname. Een mooie gelegenheid dus om

kennis te verbreden!

Mengintoxicaties

Het valt me mee hoeveel mensen in de ALS unit behandeld

moeten worden. De meesten trekken na een uurtje op een stoel

voldoende bij om weer het terrein op te kunnen. Naarmate de

avond vordert, liggen er wel steeds twee of drie patiënten op de

brancards in de ALS unit hun roes uit te slapen. Het valt me op

dat het vooral jonge mannen zijn die binnenkomen met ernstige

klachten. De hele tijd dat ik bij de ALS unit sta zie ik eigenlijk

maar één vrouw in de container, en die komt voor buikklachten.

Sommige patiënten in de container zijn buiten bewustzijn

aangetroffen op het festival terrein en via de uitrukteams binnen

gebracht. Als ze echt niet meer kunnen lopen worden ze met

de quad op een brancard van het terrein gehaald. Een EMV

van drie tref ik meer dan een keer aan die avond, en als je dat

koppelt aan een flesje doorzichtige vloeistof (GHB) in de zak is

de diagnose vaak wel rond. De patiënten in de container leggen

we aan de monitor om continu ritme en bloeddruk te controleren,

tot ze na een tijdje (en met forse aansporing) weer wakker

worden. Bijna altijd blijkt er sprake van mengintoxicaties, het is

zeer gebruikelijk om uppers en downers te combineren. Er komt

een jongen binnen met status na een epileptisch insult. Een van

de ambulanceverpleegkundigen met meer dan tien jaar ervaring

vertelt dat dat met enige regelmaat voorkomt ten gevolge van

alle middelen. Ook hier geldt: ‘Eén insult is geen insult, maar bij

recidief adviseren we ze om naar de huisarts te gaan’.

Hoewel de meeste patiënten na een tijdje goed bijtrekken zien

we deze avond ook nog een drugs-geïnduceerde psychose. Een

andere patiënt met hoofdpijn en hypertensie na 4-FMP wordt ingestuurd

naar een SEH, vanwege de eerder genoemde alertheid

op hersenbloedingen.

.

Gemoedelijke sfeer

Ik loop nog even mee met een van de uitrukteams. De sfeer is

gemoedelijk, de bezoekers spreken ons vaak aan, en we worden

meestal bedankt voor onze hulp. Vooral de mensen onder invloed

van XTC zijn knuffelig en lief. Een uitzondering hierop zijn

de mensen die ontwaken na GHB. Die worden weleens onaangenaam

wakker en zijn dan driftig. De vorige avond was er op

de EHBO-post op de camping iemand erg agressief geweest na

GHB. Vandaag stuurde hij een doos met chocolade naar de post

om zich te verontschuldigen.

Om elf uur is het feest afgelopen. Er komen in korte tijd nog vier

flink geïntoxiceerde mannen de container binnen. Het kan nog

wel even duren voordat die wakker worden, en na het ontwaken

moeten ze ook nog dertig minuten op een stoeltje geobserveerd

worden. Bij één patiënt zijn geen vrienden meegekomen, en als

we eindelijk de iPhone gedeblokkeerd hebben en een vriend

bereiken, zegt hij dat hij al onderweg is naar huis. Gelukkig komt

ook deze festivalganger uiteindelijk weer veilig thuis.

Al met al zijn er die dag naar schatting zo’n veertig mensen in de

container behandeld en meer dan driehonderd mensen in de basistent.

Eigenlijk valt het me erg mee hoeveel mensen behandeld

zijn als je het vergelijkt met het bezoekersaantal (> 40.000). Het is

boeiend om de ‘achterkant’ van zo’n festival te zien, de omvang

en professionaliteit van de hulpverlening maken indruk.

Ben je zelf geïnteresseerd om kennis te maken

met evenementengeneeskunde? Bekijk de

website op www.ems.nl

De afgebeelde mensen komen niet voor in het verhaal.


16 • beroepsbelangen •

Leidt de komst van

ziekenhuisartsen tot een

ziekenhuis zonder anios?

De ziekenhuisarts:

vriend of vijand?

Auteur Susanne Korsse, aios maag-darm-leverziekten

De nieuwe functie van ziekenhuisarts, generalist

in het ziekenhuis, moet zorgen voor continuïteit

van de zorg voor de oudere patiënt met multimorbiditeit.

Een mooi ideaal dat zich langzaam

uitkristalliseert. Maar waar positioneert deze

ziekenhuisarts zich? En wat betekent dit voor

de positie van arts-assistenten? Paetrick Netten,

voorzitter van het Concilium Ziekenhuisgeneeskunde

en Paul Doop, voorzitter van de raad van

bestuur van het Medisch Centrum Haaglanden-

Bronovo, lichten één en ander toe.

Generalist tussen specialisten

“Wij zoeken bruggenbouwers, teamspelers en pioniers”, zo staat

te lezen op de website van de Vereniging voor Ziekenhuisgeneeskunde

(VvZG). Sinds september 2012 kan gekozen worden

voor deze vervolgopleiding en in juli 2014 erkende het College

Geneeskundige Specialismen (CGS) officieel de opleiding. De

behoefte aan ziekenhuisartsen is volgens de VvZG ontstaan door

de toename van het aantal patiënten, meestal ouderen, met

multimorbiditeit. Een ziekenhuisarts kan als generalist algemene

basiszorg leveren te midden van specialisten. De opleiding duurt

drie jaar en de eerste ziekenhuisartsen zijn inmiddels klaar; één

werkt in het VUmc, één in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis

en twee in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch. “De

reacties zijn tot op heden tevreden, zowel van verpleegkundi-

gen als specialisten en ook vanuit de eerste lijn”, zegt Paetrick

Netten, die naast voorzitter van het Concilium Ziekenhuisgeneeskunde

als internist in het Jeroen Bosch Ziekenhuis werkt. Ook

in het Medisch Centrum Haaglanden-Bronovo (MCH-Bronovo)

te Den Haag, waar de eerste ziekenhuisartsen in september

2016 hun opleiding afronden, is men positief. “Ziekenhuisartsen

in opleiding worden tot nu toe gewaardeerd”, zegt Paul

Doop, voorzitter van de raad van bestuur van het MCH-Bronovo.

“Meerdere disciplines vragen nu om een ziekenhuisarts op de

afdeling.”

Ziekenhuis zonder anios

Het Haagse ziekenhuis heeft een duidelijke visie: de klinische

zorg in het ziekenhuis moet in de toekomst gaan draaien op

ziekenhuisartsen, ook tijdens de diensturen. En dat leidt tot

vragen. Want wat betekent een ziekenhuis zonder anios voor de

positie van de anios en de functie van het anios-schap als opstap

naar een medisch-specialistische opleiding? De Jonge Specialist

sprak hier in 2013 al haar zorgen over uit. Het bestuur vreest voor

uitholling van de kweekvijver voor medisch specialisten. Netten

vindt dit een rare opvatting. “Anios moeten zich in de kijker

spelen met vakinhoudelijke taken, bijvoorbeeld op de polikliniek

of de OK, in plaats van zich bezig te houden met basiszorg op

de verpleegafdeling.” Zowel Netten als Doop zijn van mening

dat het mijden van anios op de verpleegafdeling de kwaliteit

van de zorg ten goede komt. “Door de ogen van de patiënt

De Jonge Specialist - september 2016


• beroepsbelangen •

17

zijn wij er van overtuigd dat de ziekenhuisarts kan bijdragen

aan continuïteit van zorg”, zegt Doop. “Anios zijn vaak jonge,

onervaren artsen die snel rouleren. Ziekenhuisartsen zijn een

vast aanspreekpunt voor zowel patiënten als verpleegkundigen.

De brede blik en kennis leidt tot minder consulten van andere

specialisten. Dat brengt rust op de afdeling.”

Vertrouwen

Maar leidt zo’n extra arts niet ook tot verwarring over de

eindverantwoordelijkheid voor de patiënt? Deze eindverantwoordelijkheid

is nog een heet hangijzer. Netten: “Er is altijd

een hoofdbehandelaar voor het hoofdprobleem. Dat moet ook

vastgelegd worden. Bijkomende problemen kan de ziekenhuisarts

afhandelen. Dat evenwicht tussen verantwoordelijkheden

tussen de ziekenhuisarts en de specialist moet zich nog uitkristalliseren.”

Hiervoor is wederzijds vertrouwen tussen de medisch

specialist en de ziekenhuisarts van groot belang. Doop geeft

aan dat dit in het MCH-Bronovo nog moet groeien. “Medisch

specialisten selecteren nu zelf hun anios, waardoor er een

vertrouwensband is. Straks komen ziekenhuisartsen in plaats

van de anios en zij werken dan op een afdeling voor meerdere

opdrachtgevers. Bovendien handelen ze ook zelfstandig. Het

vertrouwen van medisch specialisten in de ziekenhuisarts die

“Ziekenhuisartsen zijn

een vast aanspreekpunt

voor zowel patiënten als

verpleegkundigen”

niet ‘eigen’ is, is nu nog niet in de breedte aanwezig maar wel

groeiende.”

Financiering

Hoe de ziekenhuisartsen zich uiteindelijk gaan formeren in ziekenhuizen

en hoe ze gefinancierd gaan worden is nog allerminst

duidelijk. In het Jeroen Bosch Ziekenhuis is er een tijdelijke

constructie waarbij de directie de ziekenhuisartsen betaalt maar

de artsen in dienst zijn van de coöperatie medisch specialisten.

De hoop is dat het MSB in de toekomst de financiering over zal

nemen. “Met de komst van de ziekenhuisarts is de verwachting

dat door herverdeling van taken de medisch specialist zich meer

op zijn eigen werk kan richten. De opbrengst die dit genereert


18 • beroepsbelangen •

Casper Huijben is sinds maart 2015 in

opleiding tot ziekenhuisarts in het Catharina

Ziekenhuis in Eindhoven. Hij licht zijn keuze

toe: “Deze functie is precies waar ik naar op

zoek was. Tijdens mijn studie had ik geen

duidelijke voorkeur voor een bepaald vak, ik

wilde breed blijven werken. Maar het vak van

huisarts trok me niet, dat is voor mij te veel

sociale geneeskunde. Toen er een officiële

opleiding tot ziekenhuisarts startte, heb

ik mijn kans gegrepen.” Casper blijkt een

pionier waar de opleiding naar op zoek is.

“Het opleidingsplan is een goed doordacht

concept met een fraaie opzet. Het staat nog

in de kinderschoenen en we kunnen er als

opleidingsassistenten vorm aan geven. Dat

vind ik leuk; ik zit ook in het landelijk bestuur

van de vereniging voor ziekenhuisartsen.”

Hij krijgt te maken met believers en non-believers

voor de functie van ziekenhuisarts. En

de weerstand vanuit onder andere De Jonge

Specialist had hij wel verwacht. “Dat hoort

ook een beetje bij zo’n nieuwe functie,” legt

hij uit. “Er zullen altijd aios en anios zijn voor

een bepaald specialisme, om ervaring op

te doen en het vak te leren. Het voordeel is

juist dat ze zich door de komst van de ziekenhuisarts

kunnen richten op vakinhoudelijke taken en zich niet bezig hoeven te houden met basiszorg op de verpleegafdeling. De zorg

wordt steeds specialistischer en de brede basiszorg in het ziekenhuis wordt uit het oog verloren. Daardoor wordt een gat gecreëerd voor

de ziekenhuisarts. Ik hoop dat we kunnen laten zien dat we daardoor juist een aanvulling zijn en geen banenpikkers.”

zal hopelijk de kosten voor de ziekenhuisarts vereffenen. Maar

onafhankelijk onderzoek dat nu loopt moet die kostenbesparing

nog gaan uitwijzen”, legt Netten uit. Als het aan de raad van

bestuur van het MCH-Bronovo ligt, zullen de ziekenhuisartsen

als vakgroep in loondienst van het ziekenhuis gaan werken en lid

worden van de medische staf. Financiering zal dan deels door

het ziekenhuis en deels door de vrijgevestigde medisch specialisten

gebeuren. “Maar de Vereniging Medische Staf heeft zich

daar nog niet over uitgesproken”, maakt Doop duidelijk. Ook

Netten geeft aan dat specialisten nog terughoudend zijn over

de financiering van ziekenhuisartsen. “Hoewel alle wetenschappelijke

verenigingen bij de introductie van de ziekenhuisarts de

meerwaarde zagen en erkenning van de opleiding steunden.”

Arts versus kwaliteitsfunctionaris

Duidelijk is wel dat de ziekenhuisarts er in de eerste plaats is

voor patiëntenzorg op de afdeling en ook diensten draait. De

opleiding besteedt veel aandacht aan kwaliteit, patiëntveiligheid

en projectmanagement. Ziekenhuisartsen ronden hun opleiding

af met een ‘meesterstuk’, waarbij de aankomend ziekenhuisarts

een verandering op het gebied van kwaliteit of patiëntveiligheid

in het eigen ziekenhuis implementeert. “Maar de ziekenhuisarts

is geen kwaliteitsfunctionaris,” legt Netten uit. “Hij kan een

pioniersrol spelen en zich richten op verbetering van processen

op de afdeling. Maar hij staat in de eerste plaats aan het bed

Leidt zo’n extra arts niet

tot verwarring over de

eindverantwoordelijkheid

voor de patiënt?

van de patiënt.” In het MCH-Bronovo is het evenwicht tussen

patiëntenzorg en kwaliteit en veiligheid binnen de werkzaamheden

van de ziekenhuisartsen nog wel eens zoek. “Ziekenhuisarts

is geen bureaufunctie,” zegt ook Doop. “Er is wel wat wrijving

tussen wat wij als ziekenhuis willen en wat men wil vanuit de

opleiding, namelijk aandacht voor proceskwaliteit. Maar ziekenhuisartsen

zijn er voor de zorg, vind ik. Ze moeten rouleren over

afdelingen en diensten draaien. Zo kunnen ze een geïntegreerd

onderdeel van het ziekenhuis vormen en continuïteit van zorg

bieden.” “Maar”, nuanceert Doop, “je moet ziekenhuisartsen

ook niet heilig verklaren. Ze lossen echt niet alle problemen van

het ziekenhuis op.”

De Jonge Specialist - september 2016


• genees.kunst • 19

Geestverruimende kunst

Auteur Davy Sudiono, aios radiologie

Het gebruik van drugs bij kunstenaars is

veel onder de loep genomen. Zo verschijnen

er regelmatig tentoonstellingen over

de invloed van drugs in onze kunsthistorie.

Kunsthistoricus Ten Bregge schreef in

2004 een proefschrift genaamd ‘Drugs in

de kunst. Van opium tot LSD. 1798-1968’.

Met name in de 19e eeuw en begin 20e

eeuw hebben drugs een grote invloed gehad.

Zowel op individuele werken als op

de ontwikkeling van stromingen binnen

de kunst. Zo werden in de 19e eeuw met

name de kalmerende middelen opium en

hasjiesj gebruikt en werden de

‘psychedelics’ zoals LSD pas later in de

20e eeuw uitgevonden. Illustratief is dat

het surrealisme juist in die laatste tijd een

stroming werd. Niet voor niets spreken we

over geestverruimende middelen.

20 Day Binge

Brian Pollett a.k.a. Pixell-Pusha, is een

hedendaagse kunstenaar in de moderne

digitale kunst. Ook hij vroeg zich af wat

de invloed van drugs op kunst is. Dit heeft

tot zijn 20-daagse project geleid ’20 Day

Binge’, waarin hij in twintig dagen twintig

verschillende psychedelische drugs

gebruikte en daarbij zijn gevoelens op

digitaal canvas schilderde. Op zijn blog

beschreef hij de gevoelens en sensaties

die hij bij het werk ervoer. Ook heeft hij

bij een aantal van zijn werken een video

geplaatst die laat zien hoe hij zijn werk tot

stand brengt in Photoshop. Een mentaal

en fysiek zwaar project, met de nodige

risico’s, maar absoluut een knap stukje

werk. Uiteraard geldt vanwege gezondheidseffecten

en juridische aspecten:don’t

try this at home!

Op de website www.psybry.net

vind je zijn werk, blogs en video’s.

Hier kun je ook zijn werk op print

aanschaffen.


20 • buitenland •

Medische

het

Op de SEH gebeurt het regelmatig

dat patiënten zich

melden met complicaties van

behandelingen uit het buitenland.

Waarom gaan patiënten er

toe over om zich daar te laten

behandelen? En welke behandelingen

worden het vaakst in het

buitenland gedaan?

Auteurs

• Tanca Minderhoud, aios interne

geneeskunde

• Daniël Dresden, medisch journalist

Informatietekort

Hoeveel Nederlanders gebruik maken

van zorg in het buitenland wordt niet

bijgehouden. De Volkskrant vraagt het

op 4 augustus dit jaar aan de IGZ. “Wij

constateren dat het gebeurt”, zegt een

woordvoerder, “maar het valt buiten

onze taak om er toezicht op te houden”.

Medisch toerisme zou vooral populair zijn

op het gebied van tandheelkundige zorg,

cosmetische chirurgie, vruchtbaarheidsbehandelingen

en electieve chirurgie (OECD

2010) maar meer recente cijfers hierover

ontbreken. Ook zijn er geen cijfers uit

Nederland beschikbaar.

De redenen waarom patiënten uitwijken

naar het buitenland zijn divers. In 2010 is

een review verschenen die spreekt over

drie belangrijke motivaties om naar het

buitenland uit te wijken voor behandelingen.

De eerste is de beschikbaarheid van

procedures die (nog) niet mogelijk zijn in

het land van herkomst, bijvoorbeeld omdat

ze illegaal zijn of omdat de medische

expertise in het eigen land ontbreekt.

Een andere belangrijke motivator is het

kostenaspect. Vooral in landen waar veel

mensen onverzekerd zijn (zoals voorheen

de VS), kan het aantrekkelijk zijn om een

electieve ingreep tegen een veel lager

tarief in het buitenland te ondergaan.

Als laatste wordt ook nog de reis zelf

genoemd. Doordat het veel gemakkelijker

is geworden om vliegreizen te maken

en visa aan te vragen, kan dat ook de

doorslag geven om de behandeling in

het buitenland te ondergaan. In sommige

landen worden aantrekkelijke pakketten

aangeboden waarbij de vlucht, accommodatie,

ingreep en nazorg allemaal

geregeld worden, en dan ook nog vaak

tegen een aantrekkelijk tarief.

De Jonge Specialist - september 2016


• buitenland •

21

Wat drijft de patiënt?

behandelingen in

buitenland

Patiënten

perspectief

Wat motiveert mensen om hun

heil in het buitenland te zoeken?

De Jonge Specialist sprak

met een patiënt die ervoor koos

om een vruchtbaarheidsbehandeling

in het buitenland te

ondergaan.

Hoe begint jouw verhaal?

Op redelijk jonge leeftijd, ik was toen 28,

wilden mijn man en ik graag kinderen.

Toen dit niet lukte na geruime tijd bleken

er twee problemen te zijn. Ten eerste

was de spermaproductie onvoldoende

en daarnaast was er een onregelmatige

eisprong. In eerste instantie begonnen

we met hormoontherapie. Toen dit na zes

maanden niet gewerkt had, gingen we

door met IUI (intra uteriene inseminatie).

Maar bij de derde IUI-poging belde het

ziekenhuis op dat we niet meer hoefden

te komen, omdat het sperma-aantal zo

laag was dat de kans op bevruchting nihil

was. Dat sperma-aantal was niet een plotselinge

dip, het was eigenlijk altijd al zo

laag geweest. Ik vond het vreemd dat we

eerst met al die andere methoden waren

gestart, terwijl de kwaliteit van het sperma

steeds al zo slecht was.

De volgende stap in het traject was

om met ICSI te beginnen, maar helaas

mislukte de eerste poging. Er konden wel

veel embryo’s ingevroren worden, maar

bij de volgende terugplaatsing bleek een

groot deel van deze cryo’s niet goed te

ontdooien. Op dat moment waren we al

vier jaar verder. Vanwege de lage kwaliteit

van de ingevroren embryo’s vroegen we

ons af of het niet mogelijk was om bij een

volgende poging twee verse embryo’s

terug te plaatsen. Dat zou de kans op een

zwangerschap namelijk vergroten (van

ongeveer 25 naar 40 procent per poging).

Omdat ik jonger dan 35 jaar was en het

pas de tweede poging betrof, vonden

de artsen dat onverantwoord. Aan de

ene kant begrijp ik goed dat tweelingzwangerschappen

complicaties kunnen

veroorzaken en daarmee ook maatschappelijke

kosten met zich mee kunnen

brengen. Aan de andere kant hadden wij

ooit de hoop op meerdere kinderen.

Het plaatsen van slechts één embryo was

op dat moment formeel nog geen landelijk

beleid, maar in de praktijk plaatsten

alle Nederlandse ziekenhuizen bij een

tweede ICSI-poging bij jonge vrouwen

maar één embryo terug.

Waarom koos je voor

behandeling in Turkije?

De belangrijkste motivatie was dat daar

mogelijkheden waren om twee embryo’s

terug te plaatsen, waardoor er meer kans

was op een zwangerschap. Ook waren

Het was best een

stap om naar

Turkije uit te wijken

ze flexibel met de planning en deden ze

bijvoorbeeld ook in het weekend follikelmetingen

of puncties als dat zo uitkwam.

Bijkomend voordeel was dat we in Turkije

de behandeling binnen een vakantie van

2-3 weken konden doen, waardoor we de

behandeling niet hoefden te combineren

met werk.

Waren er ook nadelen aan de

behandeling daar?

Het nadeel is dat je toch in het buitenland

zit als er een complicatie optreedt. Gelukkig

heeft dat bij mij niet tot problemen

geleid. Er zijn natuurlijk ook kosten aan

verbonden, maar de verzekeraar keert een

equivalent bedrag uit ten opzichte van de

Nederlandse behandeling. De behandeling

was daar overigens wel wat duurder

dan in Nederland. Verder heb je nog kosten

die voor eigen rekening komen, zoals

de reiskosten en bijvoorbeeld kosten voor

een tolk.

Had je geen moeite om te

vertrouwen op behandeling in

een ander land?

Het was best een stap om naar Turkije

uit te wijken. Ik wist niet zo goed hoe de

medische zorg op dit terrein was. Daarom

heb ik navraag gedaan naar de accreditaties

van dat ziekenhuis. Een van de

accreditaties was dezelfde die het AMC

op dat moment probeerde te bemachtigen.

De hoofd behandelend arts stond

goed bekend en had een aantal artikelen

over IVF gepubliceerd.

Hoe is het afgelopen?

De eerste ICSI-poging in Turkije mislukte

helaas. Maar de ervaringen met

het ziekenhuis waren positief. Daarom

hebben we besloten nog een ICSI poging

te doen in Turkije. Die is gelukt. Op dat

moment was het zo’n vijf jaar nadat we

waren begonnen om te proberen zwanger

te worden. Toen onze oudste zoon 1,5

jaar was, zijn we nog een keer naar Turkije

gegaan. Ik heb weer twee embryo’s teruggeplaatst

gekregen. Er gebeurde waar de

artsen in Nederland voor waarschuwden.

Het was een tweeling. Gelukkig is de

zwangerschap helemaal goed gegaan

zonder complicaties. Nu hebben we drie

gezonde kinderen.

Hoe reageerden de Nederlandse

artsen?

Gelukkig heel erg fijn. Bij de eerste poging

in Turkije moest onze arts nog een

briefje schrijven voor de verzekering. Ze

zei toen dat ze onze keuze goed begreep

en wenste ons veel succes. Ook bij de

tweelingzwangerschap zijn er nooit onprettige

reacties geweest.


22 • opleiding •

Auteurs

Commissie Financieel, werkgroep Toekomst en Innovatie, de Jonge Specialist

met behulp van de juristen van het Kennis- en Dienstverleningscentrum van

de Federatie Medisch Specialisten en de LAD.

Aimee Kok, aios orthopedie

Laura Kienhorst, aios dermatologie

Merel Hellemons, aios longziekten

Paul de Laat, aios kindergeneeskunde, bestuurslid De Jonge Specialist

Yara Backes, arts-onderzoeker maag- darm- en leverziekten

Wat kost een aios?

Na je dure geneeskunde studie begint je opleiding tot specialist. Een prijzige aangelegenheid; het is

niet voor niets dat het ministerie de opleidingsduur wil verkorten. Je hoort wel eens dat je als aios

een ton per jaar zou kosten. Maar waar is dat eigenlijk op gebaseerd en wie betaalt dit dan? En hoe

wordt dit gefinancierd? In dit artikel proberen we op deze vragen een antwoord te geven.

Beschikbaarheidsbijdrage

Ziekenhuizen krijgen van de overheid subsidie om aios op te

leiden in de vorm van een beschikbaarheidsbijdrage. Dit is

geregeld in de Wet marktordening gezondheidszorg en wordt

uitgevoerd door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ziekenhuizen

moeten jaarlijks voor 1 oktober bij de NZa indienen hoeveel

opleidingsplaatsen zij voor het daaropvolgende kalenderjaar

hebben, hetgeen weer gebaseerd is op de verdeling die in het

BOLS (Bestuurlijk Overleg Lichtvoetige Structuur) plaatsvindt

(lees hier in onze vorige editie meer over). De NZa beoordeelt de

aanvraag en kan dan een beschikbaarheidsbijdrage per aantal

op te leiden aios aan het ziekenhuis toekennen. De hoogte van

de beschikbaarheidsbijdrage wordt jaarlijks door de minister

van VWS vastgesteld en de daadwerkelijke uitkering van de

beschikbaarheidsbijdrage wordt door het Zorginstituut Nederland

gedaan. Het ziekenhuis krijgt gedurende het jaar steeds

een deel van de totale beschikbaarheidsbijdrage als voorschot.

Na afloop van het kalenderjaar wordt de definitieve beschikbaarheidsbijdrage

aan de hand van een accountantsverklaring

vastgesteld.

Subsidie per aios

Het ziekenhuis krijgt gedurende het jaar steeds een deel van de

totale beschikbaarheidsbijdrage als voorschot. Na afloop van

het kalenderjaar wordt de definitieve beschikbaarheidsbijdrage

aan de hand van een accountantsverklaring vastgesteld. Hierbij

wordt onder andere rekening gehouden met het feit dat niet

alle aios op 1 januari met hun opleiding zijn begonnen en dat

sommige aios binnen dat jaar van ziekenhuis zijn gewisseld. In

2015 was de beschikbaarheidsbijdrage voor een academisch

ziekenhuis 129.500 euro per aios. Voor een perifeer ziekenhuis

varieert de hoogte van de beschikbaarheidsbijdrage van 127.700

euro tot 152.300 euro. Dit is afhankelijk van het aantal aios per

perifeer ziekenhuis: hoe groter dit aantal, hoe lager de beschikbaarheidsbijdrage

per aios 1 . Bij een groter aantal aios wordt

ervan uitgegaan dat de opleidingskosten per aios lager zijn door

schaalvergroting; overheadkosten kunnen immers over meer aios

worden verdeeld. Met de beschikbaarheidsbijdrage is het dus

duidelijk hoeveel subsidie een ziekenhuis per aios krijgt. Echter,

dit zegt nog niets over de kosten van de opleiding tot medisch

specialist.

Kosten opleiding

Tussen 2009 en 2012 is er in opdracht van de Samenwerkende

Topklinische Ziekenhuizen (STZ) een onderzoek uitgevoerd dat

probeerde inzichtelijk te krijgen wat de opleiding kost in verschillende

ziekenhuizen voor verschillende specialismen 2 . Hieruit

bleek dat de kosten bestaan uit een vast deel van ongeveer

1 NZa, Vergoedingsbijdragen vaststelling Beschikbaar

heidsbijdrage (Medische) Vervolgopleidingen 2016

2 Kostprijsonderzoek Opleiding tot Medisch specialist

- De resultaten en inzichten van de onderzoeken 2009 –

2012 gebundeld

De Jonge Specialist - september 2016


• opleiding •

23

100.000 euro voor salaris, overhead en verplichte cursussen en

een variabel deel. Dit variabele deel bestaat onder andere uit

kosten voor de tijd die een medisch specialist kwijt is aan onderwijs

geven en specialisme-afhankelijke kosten, zoals vertraging

op de OK voor een snijdend specialisme. Er zijn ook opbrengsten,

door zelfstandig poliklinisch werk en door werk dat de aios

doet in plaats van een betaalde anios. Er is een duidelijk verschil

in de variabele kosten tussen een aios in een snijdend (72.000€),

ondersteunend (48.000€) en beschouwend specialisme (5.000€),

onder andere door het gebruik van dure ruimten (bijvoorbeeld

een OK of interventiekamer). Gemiddeld genomen is de beschikbaarheidsbijdrage

dekkend voor deze kosten. Het onderzoek

geeft nog geen informatie over of er bijvoorbeeld een verschil

bestaat tussen ouderejaars- en jongerejaars aios. De kosten

variëren ook binnen een specialisme per ziekenhuis en regio als

gevolg van bijvoorbeeld lokaal onderwijs.

Hebben aios zeggenschap?

De beschikbaarheidsbijdrage is een subsidie die aan het

ziekenhuis wordt toegekend en het is dan ook geen persoonsgebonden

subsidie, wat inhoudt dat het geld niet van jou is.

De aios kan strikt juridisch gezien dus niet zijn eigen opleiding

indelen met dit geld. Er is derhalve nog geen sprake van een

‘rugzakmodel’ waarbij het geld de aios volgt. Dit model is wel

wat De Jonge Specialist voor ogen heeft. Het is toch mogelijk

van cluster te veranderen, indien hier toestemming voor is van

beide opleiders. Het ontvangende ziekenhuis zal dan voor één

aios meer beschikbaarheidsbijdrage krijgen en het zendende

ziekenhuis voor één aios minder. Om te stimuleren dat aios zelf

meer verantwoordelijkheid krijgen over hun opleiding, is het

project ‘de Opleidingsetalage’ gestart. Op de website www.

opleidingsetalage.nl kunnen aios stages bekijken, overzichtelijk

gesorteerd per opleidingstype, stageduur en onderwijsinstelling.

De site biedt de aios de mogelijkheid om de verschillende

stages te vergelijken. Het is echter nog steeds zo dat de opleider

akkoord moet gaan met de invulling van de opleiding en dat gezamenlijk

moet worden besloten of een stage elders mogelijk is.

Conclusie

Samengevat weten we dat hoeveel de opleiding tot medisch

specialist kost, afhangt van veel factoren en verschilt per specialisme,

opleidingsjaar, hoeveelheid aios en regio. Hierdoor zijn

de precieze kosten en opbrengsten van de individuele opleiding

van een aios niet geheel duidelijk, maar lijkt het dat de beschikbaarheidsbijdrage

in het algemeen dekkend is voor de totale

kosten van de opleidingen van alle aios binnen een ziekenhuis.


24 • opleiding •

Van theorie naar praktijk

In de praktijk ontvangt het ziekenhuis waar een

aios wordt opgeleid per jaar een vastgesteld

bedrag van de NZa. Maar wat als een aios voor een

differentiatiestage wordt gedetacheerd naar een

ander ziekenhuis, met zwangerschapsverlof gaat,

switcht naar een andere opleiding of deze voortijdig

beëindigt?

Detachering: Bij een detachering is een aios gedurende

vastgestelde tijd werkzaam in een ander

ziekenhuis dan zijn eigen kliniek. Het salaris wordt

echter nog steeds betaald vanuit de eigen kliniek.

Het ziekenhuis waar de aios gedetacheerd is, dient

deze kosten te vergoeden en ontvangt hiervoor

een rekening van de eigen kliniek. De NZa betaalt

afhankelijk van de duur van de detachering een

evenredig deel van de beschikbaarheidsbijdrage

aan het detacheringsziekenhuis. De registratie van

het opleidingsschema bij de RGS is hierbij leidend.

Als de detachering voor 1 oktober in het voorgaande

jaar is goedgekeurd, is er al een voorschot

aan het ziekenhuis betaald. Zo niet, dan volgt in

de huidige regeling verrekening in het daaropvolgende

jaar.

Switch opleidingskliniek: In geval van een

wijziging van opleidingskliniek zal de beschikbaarheidsbijdrage

door de NZa op basis van het

gewijzigde RGS schema worden betaald aan het

nieuwe opleidingsziekenhuis, analoog aan de situatie

bij detachering.

Beëindiging opleiding: Ongeacht de reden van

uitval komt de beschikbaarheidsbijdrage voor

de opleidingsplek te vervallen, tenzij de uitval al

gebeurt in het eerste jaar van de opleiding. Dit

heeft dus tot gevolg dat er geen vervangende aios

kan worden gefinancierd als een aios de opleiding

voortijdig beëindigt, tenzij dit gebeurt in het eerste

jaar.

Zwangerschapsverlof: Tijdens zwangerschapsverlof

wordt de subsidie uit het opleidingsfonds

tijdelijk onderbroken, zoals het verlof bij de RGS is

geregistreerd. Het betaalde verlof wordt gefinancierd

vanuit uitkeringsorganisatie UWV: deze

organisatie vergoedt (een groot deel van) de salariskosten

aan het opleidingsziekenhuis. Het salaris

wordt door het ziekenhuis voor 100% doorbetaald

gedurende zwangerschaps- en bevallingsverlof.

Meer lezen? Op de volgende sites is veel informatie te vinden:

• http://www.dejongespecialist.nl/: lees meer over de financiering van de opleiding op onze eigen site

• http://www.opleidingsetalage.nl/: een database van de opleidingsmogelijkheden per instelling en per specialisme

• https://www.nza.nl/zorgonderwerpen/dossiers/medische-vervolgopleidingen/: op de site van de Nederlandse

Zorgautoriteit wordt de beschikbaarheidsbijdrage uitgebreid toegelicht

• http://www.specialistenopleidingopmaat.nl/: informatie over het afstemmen van de duur van de opleiding op de

individuele aios

• https://www.stz.nl/: Rapport Berenschot, waarin de kostprijs van de opleiding is onderzocht:

“Kostprijsonderzoek Opleiding tot Medisch specialist - De resultaten en inzichten van de onderzoeken 2009 – 2012 gebundeld”

De Jonge Specialist - september 2016


• in consult •

25

Een klacht. Wat nu?

Auteurs

Fleur van den Heijkant, bestuurslid DJS

mr. Dino Jongsma en mr. Saskia Otters, juristen van KDC

Casus:

Aios L., derdejaars interne geneeskunde, heeft een brief gekregen van de klachtencommissie van zijn ziekenhuis. Eén van zijn patiënten

is ontevreden over de behandeling op de afdeling waar L. zaalarts is. Klacht van patiënt is dat hij te weinig uitleg heeft gekregen over

zijn aandoening. De patiënt heeft een uitgebreide brief naar de klachtencommissie gestuurd en zegt een tuchtzaak te willen beginnen.

Aios L. heeft nooit eerder met een klacht te maken gehad. Hij is erg geschrokken en denkt dat het meer om een communicatiefout gaat

dan om een medische misser. Om meer informatie te verkrijgen hoe te handelen, belt hij het KDC met de volgende vragen:

Ben je als aios zelf eindverantwoordelijk voor

patiënten of is dit altijd een superviserende

medisch specialist? Of het ziekenhuis?

De aios heeft een leer-arbeidsovereenkomst afgesloten met

een ziekenhuis. Hierin wordt de aios opgeleid door zijn opleider

en verricht hij aios-werkzaamheden binnen het ziekenhuis

waarvoor hij werkt. De aios volgt het opleidingsschema zoals dit

is afgeleid van het opleidingsplan van zijn wetenschappelijke

vereniging. Hij moet zich verder houden aan het Kaderbesluit

CCMS waarin de rechten en plichten van de aios en zijn opleider

beschreven staan. Hierin is opgenomen dat de aios zich moet

houden aan de modelinstructie voor aios, waarin staat dat de

aios, mits bekwaam, bevoegd is tot het verrichten van handelingen

op het gebied van de individuele gezondheidszorg. Als

zodanig heeft hij eigen verantwoordelijkheid. De aios is hierbij

verplicht de overeengekomen werkzaamheden naar zijn beste

vermogen te verrichten en zich daarbij te gedragen naar de door

de werkgever of opleider gegeven aanwijzingen. Niet alleen de

opleider, maar alle (medisch) specialisten die betrokken zijn bij

de zorgverlening waaraan de aios deelneemt, zijn verantwoordelijk

voor de supervisie bij de zorgverlening. Wanneer de opleider

overtuigd is van de bekwaamheid van de arts in opleiding, kan

de supervisie in de eindfase van de opleiding meer op afstand

plaatsvinden. Hierdoor neemt de verantwoordelijkheid van

de aios toe naarmate de opleiding vordert. In dit geval zal L.

zich dan ook zelf moeten verantwoorden waarbij zijn opleider

eindverantwoordelijk blijft. De aios is verplicht bij twijfel over zijn

eigen bekwaamheid te overleggen met de opleider. De opleider

is verplicht adequaat te reageren op een dergelijk verzoek.

Wat gebeurt er als de klachtencommissie de

klacht gegrond verklaart?

Het zal zo zijn dat een klacht in eerste instantie zal worden

ingediend bij een klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Is

die er niet, of heeft dat niet geleid tot een bevredigend resultaat,

dan staat de weg naar de klachtencommissie open. Nadat

alle partijen (dus de aios én de patiënt) al dan niet schriftelijk

zijn gehoord, zal de klachtencommissie de klacht gegrond of

ongegrond verklaren. Indien de klacht gegrond wordt verklaard,

zal dat worden medegedeeld aan de opleider, gegeven diens

verantwoordelijkheid jegens de aios. Hij is immers samen met de

vakgroep verantwoordelijk voor de kwaliteit van die aios. Indien

daartoe aanleiding bestaat zal ook de directie van de instelling

op de hoogte kunnen worden gebracht.

Met ingang van 1 januari 2017 moeten alle zorginstellingen

voldoen aan de nieuwe klachtenregeling op grond van de

Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen in de Zorg. Daarin wordt

aangegeven dat iedere instelling een klachtenfunctionaris moet

hebben, dit in tegenstelling tot de huidige situatie. De patiënt

kan zich tot deze klachtenfunctionaris wenden als hij een klacht

wil indienen over een gedraging jegens hem in het kader van de

zorgverlening. De klachtenfunctionaris heeft een bemiddelende

rol en de behandeling van de klacht is gericht op het bereiken

van een voor alle partijen bevredigende oplossing. Mocht dat

niet lukken dan staat de weg naar een geschilleninstantie open,

maar kan de patiënt ook een rechtszaak aanspannen. Het verschil

zit met name in de hoogte van een eventuele schadeclaim

en in de kosten van het proces. De klachtencommissie heeft in

deze nieuwe regeling geen rol gekregen. Bestaande klachtencommissies

kunnen wel worden gehandhaafd.

Wat is het verschil tussen een civiele en een

tuchtrechtzaak?

Een civiele zaak vindt plaats bij de burgerlijke rechter en draait

om de zaak wie er aansprakelijk is en of er schadevergoeding

verschuldigd is. Het tuchtrecht heeft een heel ander doel:

namelijk om de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bewaken.

De tuchtrechter kan – anders dan de klachtencommissie

- maatregelen treffen tegen een individuele beroepsbeoefenaar.

Een tuchtcollege bestaat uit juristen en lid-beroepsgenoten. De

tuchtrechter toetst aan de hand van twee normen genoemd in

de Wet BIG. De eerste norm behelst het handelen of nalaten

in strijd met de zorg die een ingeschrevene in het BIG-register

dient te betrachten ten opzichte van zijn patiënt of ten opzichte

van degene die in nood verkeert. De tweede norm behelst elk

ander handelen of nalaten in strijd met de goede uitoefening

van de individuele gezondheidszorg.


26

• jonge klare •

Ben je of ken je een jonge

klare die (anoniem) wil

vertellen over haar/ zijn

eerste ervaringen:

mail ons dan:

info@dejongespecialist.nl

Bekentenissen

van een

jonge klare

We spreken af na werktijd op een terras in de stad, niet ver van

het academisch ziekenhuis. De jonge klare vindt het leuk om mee

te werken aan dit interview en heeft al nagedacht over wat ze met

ons wil delen.

Auteur Annelies Berden, aios interne geneeskunde

Waar moest je het meest aan wennen

toen je net klaar was?

“Als aios beweeg je je in een veilige

opleidingsomgeving. Je voelt je verantwoordelijk

voor je werk, maar draagt geen

eindverantwoordelijkheid. Als jonge klare

verandert dat, dat was even schakelen. Zo

moest ik een procedure bij een instabiele

patiënt superviseren. Als aios dacht ik

regelmatig ‘wat jammer dat ik het niet

zelf mag doen’. Als jonge klare vind ik

het soms moeilijk om ingrepen aan de

aios over te laten. Ik weeg af of de aios

de procedure zelfstandig kan uitvoeren of

nog niet. Als ik iets niet uit handen durf

te geven, vraag ik me af of dat is omdat

ik dat spannend vind, of omdat de aios te

onervaren is. In mijn eerste week als ‘baas’

gaf ik het na enige twijfel uit handen en

toen ontstond een complicatie. Op zo’n

moment realiseer je je hoe lastig het is

verantwoordelijk te zijn voor situaties waarover

je niet altijd controle hebt.

Wanneer je als jonge klare iets met iemand

wilt overleggen is dat anders dan tijdens

je opleidingstijd. Als aios kun je laagdrempelig

sparren met je supervisor en het is

duidelijk wie dat is. Als jonge klare moet je

je schroom opzij zetten en bij een collega

aankloppen. Ik merkte dat ik een drempel

opwierp om dit te doen. Dit bleek

onnodig, aangezien ook ervaren collega’s

regelmatig met elkaar overleggen.”

Waar had je tijdens je opleiding meer

over willen weten?

“Over de do’s en don’ts tijdens het solliciteren

naar een baan als specialist. Ik

weet nog dat ik niet wist hoe ik dat precies

moest aanpakken. Het was anders dan de

sollicitatie voor de opleiding. Nu moest

ik de sollicitatiebrief richten aan collega’s

die feitelijk op hetzelfde niveau werken. In

deze brief moest ik aangeven wat ik zou

toevoegen aan het team van specialisten.

Tijdens een sollicitatiegesprek werd

gevraagd hoe ik een zorgpad zou organiseren

als ik hiervoor de middelen kreeg.

Een logische vraag, maar ik realiseerde

mij dat je over dit soort vragen tijdens je

opleiding niet nadenkt.

Ik vroeg me destijds ook af welke manier

van solliciteren in deze fase gangbaar

was. Moest ik bellen, mailen of een brief

schrijven? Normaliter bespreek je veel met

mede-aios, maar dat waren nu concurrenten.

Voor mij werkte het om te mailen met

de vraag wanneer ik kon bellen. Hierdoor

overviel ik mensen niet tijdens andere

werkzaamheden en kon ik concrete afspraken

maken. Nu ik staflid ben, neem ik de

tijd om aios hierover te adviseren. ”

Waarvan word je het meest enthousiast?

“Wat me het meest enthousiast maakt, is

ook datgene waar ik het meest mijn weg

in moest vinden. Als specialist in een academisch

ziekenhuis is het belangrijk dat

je je eigen niche creëert en daar krijg je

veel vrijheid in. Soms krijg je bijvoorbeeld

de mogelijkheid een onderzoekslijn op

te zetten. Dat is uitdagend, maar daar is

creativiteit voor nodig. Ik merkte dat ik na

jarenlang binnen de welomschreven structuur

van de opleiding te hebben gewerkt,

moest zoeken hoe ik mijn creativiteit kon

aanspreken.

Het opleiden van aios vind ik ook erg

leuk. Het gaat nu om langdurigere en

intensievere begeleiding vergeleken met

bijvoorbeeld de begeleiding van co-assistenten.

Je ziet er dus ook meer resultaat

van terug. Het geeft mij energie als ik aios

zie groeien in het uitvoeren van procedures

door mijn aanwijzingen.”

De Jonge Specialist - september 2016


• column •

27

column

Eva Stortelder, aios chirurgie

Nachtblind

Midden in de nacht, het is de vijfde dienst

in een rij van zeven, gaat het spoedsein

af. De tijd dat ik een halve meter van het

bed in de piketkamer opveerde bij een

nachtelijke telefoontje, begeleid door de

paniekgedachte “als ik maar niet hoef

te reanimeren”, is gelukkig voorbij. Toch

blijft het vervelend. Omdat je niet weet

wat er komt. Omdat je van jouw specialisme

de enige in het ziekenhuis bent en

mogelijk de afweging moet gaan maken

om versterking uit bed te bellen. Maar

vooral omdat het half vier in de ochtend is

en je je gaar en moe voelt.

Het is de SEH. Tien minuten geleden ben

ik daar nog langsgelopen tijdens ‘het laatste

rondje’ en toen hadden ze niks voor

me (ik ken trouwens betere laatste rondes

uit wat wel een ander tijdperk lijkt, lang

leve het studeren). Maar dat kan natuurlijk

op zo’n afdeling. Daarbij heb ik een zwak

voor deze SEH-arts.

“Ja?”

“Ja, sorry dat ik je nu weer bel”, begint ze,

“maar er is nog een traumapatiënt binnen

gekomen. Hij heeft zich verstapt aan de

kade in de stad en nu staat z’n onderbeen

scheef. Ik wil hem laten slapen als we de

breuk zetten, maar dan heb ik graag een

handje extra.”

“Tuurlijk, ik kom eraan.”

De meneer in kwestie is niet een beschonken

brokkenpiloot zoals je op dat tijdstip

verwacht, maar een keurig geklede man

van middelbare leeftijd. Hij ligt op een

brancard in de gipskamer van de Spoedeisende

Hulp en heeft net een infuus

gekregen, waar zo een lichte narcose in

zal worden gespoten. Voor iemand met

zo’n gedeformeerd onderbeen ligt hij er

opvallend kalm bij. Aan hem vragen hoe

hij ten val kwam, of uitleggen wat we gaan

doen lukt niet goed, want hij spreekt de

taal niet. Er is niemand bij hem die zou

kunnen tolken.

Ik probeer het toch, want wat moet je

anders.

“Uw been is lelijk gebroken meneer, dat

moeten we wel gaan opereren”.

“Opereren, nu?” stamelt de man in

gebroken Nederlands. “Ja moet wel

geopereerd worden”, zeg ik nogmaals, nu

meer gedecideerd. De man kijkt verschrikt

naar de spuit met narcose.

“We gaan u niet nu al opereren hoor”,

zegt de SEH-arts geruststellend.

“Oh, gelukkig” glimlacht de man opgelucht.

Dan pas begrijp ik het misverstand en

geneer ik me. Hoe kon die man nu weten

dat we alleen narcose geven om het been

te zetten en in te gipsen? Hoe kon hij

weten dat we op de Eerste Hulp geen

operaties doen, dat deze kamer is om

gips aan te leggen? Ik had al zoveel aannames

gedaan dat ik vergeten was goed

in te schatten hoe de situatie op deze patiënt

over zou komen. Verontschuldigend

glimlach ik naar hem terug. Dan gaat hij

onder narcose.

Wat kan de wereld bedreigend zijn als je

de taal niet spreekt of de mensen om je

heen niet goed begrijpt, bedenk ik me

later. En wat een vertrouwen gaf deze

man eigenlijk, door zijn been letterlijk in

onze handen te leggen zonder precies te

begrijpen wat we er mee van plan waren.

Geconfronteerd met mijn eigen misvatting

loop ik door de donkere gangen

terug naar de dienstkamer. Het is een

soort blinde vlek eigenlijk, denk ik, waarbij

je aannames doet voor patiënten met betrekking

tot hun voorkennis. Maar wellicht

kwam het ook gewoon door het tijdstip

dat ik er niet zo alert op was, troost ik

mezelf. Misschien ben ik soms een beetje

nachtblind.


De Jonge Specialist

presenteert:

THINKING

FORWARD

Een congres over

persoonlijk leiderschap

Vrijdag 28 oktober 2016

09:00 uur – 17:30 uur

IJsseldelta Center

Stadionplein 20, Zwolle

Een inspirerend congres over wat het

betekent om ‘in the lead’ te zijn. In je

dagelijkse leven, in je werk als aios en als de

volgende generatie medisch specialisten.

STEL JE EIGEN

PROGRAMMA SAMEN:

Kies uit maar liefst 16 workshops over

verschillende aspecten van leiderschap,

de ins en outs van je opleiding, voeding,

mindfulness, financieren en onderhandelen

in de zorg

Nomineer je opleider via

dejongespecialist.nl/opleidingsprijs

Ontdek waar je talenten liggen, hoe je die

het beste kunt benutten en waar het

allemaal om draait binnen de organisatie van

de gezondheidszorg.

EN NATUURLIJK OOK:

Een aansprekend plenair programma

met sprekers van binnen en buiten de

gezondheidszorg

Test je eigen persoonlijkheid- en

leiderschapsstijl

Uitreiking Opleidingsprijs 2016

Meld je nu aan via www.dejongespecialist.nl/aiosupgrade

Deelname is gratis voor leden van De Jonge Specialist.

More magazines by this user
Similar magazines