4sprookjesChristelStef

codigomerlin

Gans de nacht waren er meer en meer sterren bijgekomen maar 's morgens,

toen de zon normaal moest verschijnen aan de horizon, was het donker

gebleven.

“Hoe lang is ze nu al onderweg?”, vroeg Gomar. Merlijn keek naar de

enorme zandloper die naast hem stond.

“Ze heeft nog twee minuten”, antwoordde hij.

Gomar telde in stilte af.

“Tien,

cm

negen,

acht,

zeven,

zes,

vijf...”

Langzaam begon de zon licht te geven.

Langzaam begonnen de mensen elkaar weer te zien, begon het warmer te

worden.

Iedereen lachte, zong, riep, omhelsde elkaar. Iedereen was gelukkig. Of

toch bijna iedereen...

De twaalf mensen, tovenaars en feeën die haar geholpen hadden huilden

toen ze beseften dat Leonora haar vleugels verdwenen waren.

“En nu?”, vroeg Rufus.

“Nu valt ze naar beneden. Niemand kan haar redden.”

Mooiweertje was helemaal boven op de kerktoren gaan staan.

“Ik zie haar niet!” riep ze. “Als ik haar niet zie, kan ik niets doen.”

Fons luisterde met zijn grote oren maar door het lawaai van de feestende

mensen kon hij niets horen.

“Stilte”, riep Merlijn. “Iedereen stil.”

Met zijn handen achter zijn grote oren probeerde Fons te horen waar ze

was.

Leonora had alles gedaan wat ze kon om op tijd bij de zon te geraken.

Toen ze er bijna was had ze gevoeld hoe haar vleugels langzaam kleiner en

kleiner werden. Met haar laatste krachten had ze de fakkel in de richting

van de zon gegooid.

Haar vleugels waren nu verdwenen en ze voelde hoe ze begon te vallen.

In paniek schreeuwde ze het uit.

Similar magazines