4sprookjesChristelStef

codigomerlin

Leonora valt.

“Ik denk dat ik iemand heb horen gillen”, zei Fons.

“Ik zie haar, denk ik”, zei Mooiweertje.

Met haar armen uitgestrekt keek ze in de richting van de vallende Leonora.

Het leek wel of het meisje niet meer zo snel viel. De kerktoren daverde van

alle toverkrachten.

cm

“Zweef Leonora! Zweef!”, riep ze.

Gans het dorp daverde nu. Iedereen zag hoe Leonora trager en trager viel.

“Ze valt nog altijd te snel!” schreeuwde Rufus terwijl hij in de richting van

Leonora liep. “Ik vang haar wel op.”

Terwijl Rufus zo snel hij kon in de richting van de vallende Leonora liep

lette niemand op de jongeman op zijn witte paard die ook haar richting uit

kwam gereden.

Al jaren droomde hij er van om de prinses van zijn dromen te ontmoeten.

Door de duisternis de regen en de kou had hij het kasteel niet gevonden. Nu

de zon weer scheen zag hij het voor hem staan, boven op de berg. Zijn

prachtige witte paard, zijn mooie kleren en de zak met goudstukken die aan

zijn zadel hing zouden bij haar ouders zeker wel indruk maken. “Ik ben hier

nog maar en de zon begint al te schijnen”, zei hij.

Een echte prins op zijn witte paard, wie zou daar niet van dromen.

“Ze valt nog altijd te snel!”, riep Mooiweertje.

“Merlijn doe toch iets...”

“Alleen een kus van liefde kan haar redden”, zei hij terwijl hij met zijn

toverstaf zwaaide. “Van echte liefde bedoel ik.”

Rufus voelde hoe het zweet over zijn rug liep. “Bijna”, zei hij. “Bijna.”

Hij zag hoe Leonora dichter en dichter bij de aarde kwam.

Met zijn laastste krachten sprong hij naar voor.

Leonora viel in zijn armen.

Zachtjes legde hij haar op de grond.

Het leek of ze niet ademde.

“Oh Leonora”, zei hij. “Laat mij niet in de steek.” Tranen liepen over zijn

gezicht.

Similar magazines