Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

figuur 42: met deze

figuur 42: met deze stelling “anno 2016 is de student langer op de campus dan in 2006” zijn (veel) meer respondenten het eens dan oneens - gemiddelde score van 3,8 op basis van antwoordopties van 1 “helemaal niet eens” tot 5 “helemaal mee eens” Uit figuur 42 blijkt dat de meeste universiteiten ervaren dat studenten langer (meer uren per week) op de campus zijn dan tien jaar geleden, wat ook aangeeft dat de virtuele campus de fysieke campus niet vervangen heeft. Scenariovariabele: onzekerheid in type onderzoek en de gevraagde labs De ervaring van de afgelopen tien jaar is bij vele universiteiten dat de labs snel hun functionaliteit verliezen door de kortere looptijd van onderzoeksprojecten, wat weer veroorzaakt wordt door grotere afhankelijkheid van tweede- en derdegeldstroomfinanciering. Maar het omgekeerde gebeurt ook: door een grote investering in het verleden in specialistische labs - een onderzoeksgroepen met die expertise - blijven bij die onderzoeksthema’s. Deze zogenaamde “padafhankelijkheid” is een bekend fenomeen in campusmanagement (en vastgoedmanagement): “first we shape buildings, then they shape us”. Dit alles heeft te maken met de lange technische levensduur van gebouwen ten opzichte van de relatief korte cycli in onderwijscurricula, onderzoeksprojecten en organisatiestructuren. Een organisatie verandert vaker van structuur - samenvoegen of splitsen faculteiten - dan de gebouwenvoorraad kan bijhouden. figuur 43: de meningen zijn verdeeld over deze stelling: ja, onderzoek is veranderlijk, maar de “padafhankelijkheid” (het bestaande bepaalt de toekomst) zorgt ook voor een contante in het type onderzoeksthema’s De reacties in de discussie over onderzoeksruimte en laboratoria bevatte alle voorgenoemde elementen. Een extra dimensie was de vraag of er meer respondenten “mee eens” hadden gestemd, als er 10 jaar in plaats van 5 jaar had gestaan in de stelling. Dit werd door een aantal respondenten beaamd: we weten nog niet welke onderzoekslabs we over 10 jaar nodig hebben en bij voorkeur hebben nieuwe onderzoekslabs minstens een levensduur van 30 jaar. Dit laatste geeft aan dat de inrichting en installaties vaker een kortere vervangingscyclus hebben en dit zijn hoge vervangingsinvesteringen. Als reactie geven ook veel respondenten dat hun laatste investeringen van de afgelopen vijf jaar in flexibele laboratoria waren, die gedeeld kunnen worden door diverse onderzoeksgroepen. In hoofdstuk 3 zijn daarvan een aantal recente projectvoorbeelden te vinden. 102 Campus NL Investeren in de toekomst

Rekening houden met grote veiligheidsrisico’s Rekening houden met het onverwachte: deze paradox is een belangrijke basis van scenarioplanning. Het brainstormen over sterk negatieve of positieve ontwikkelingen kan helpen om beter te anticiperen op extreme toekomsten met campusstrategieën. Deze zogenoemde “doorkruisende” ontwikkelingen die leiden tot reputatieschade van de universiteit of die de veiligheidseisen op de campus sterk kunnen verscherpen, zijn risico’s die weliswaar een (zeer) kleine kans maar (zeer) grote impact kunnen hebben. In interviews zijn rampscenario’s geschetst als gebouwen die deels instorten of moeten worden gesloten door andere veiligheids- of gezondsheidsrisico’s op de campus. De lasten daarvan zijn enorm, zowel materieel als immaterieel in reputatieschade. Met één incident op een Nederlandse campus - zoals een brand of een terreurdreiging - kunnen alle Nederlandse universiteiten hun veiligheidseisen (moeten) verscherpen. Onzekerheid vraagt om flexibiliteit in gebouwen, organisatie en campusplannen De flexibiliseringsstrategie als antwoord op onzekerheden is een standaardstrategie in scenarioplanning en ook een gangbare strategie op de hedendaagse Nederlandse campus, zoals zal blijken in hoofdstuk 3. Bij flexibiliteit wordt vaak gedacht aan flexibele gebouwen, maar flexibele organisaties zijn veel belangrijker in het vinden van een (kosten)efficiënte en effectieve match tussen de beschikbare ruimte en de gevraagde ruimte op de NL campus. Ook NL campusplannen zijn (al lang) geen Masterplannen met een langetermijn-eindbeeld, maar strategieën die regelmatig worden getoetst op een nieuwe realiteit. Met die flexibele houding bereiden de NL universiteiten zich voor op een toekomst met vele onzekerheden. 2.10 Conclusies stap 2 samengevat 2.1 Studentenaantallen lastig voorspelbaar: hoewel universiteiten aangeven dat het inschatten van de studenteninstroom altijd al met veel onzekerheden gepaard ging, is de hedendaagse populatie - met een groot aandeel internationale studenten - nog onvoorspelbaarder. In beginsel wordt een stijgend aantal studenten verwacht. Terecht wordt wel aangegeven dat bij een stijgend aantal aanmeldingen kan worden geselecteerd (onder andere door een numerus fixus), waarmee de instroom stuurbaar wordt. Echter, de ontwikkeling van campussen in de andere delen van de wereld - ook door Nederlandse universiteiten die daar filialen openen - kan deze trend keren. Dit maakt het nog belangrijker om rekening te houden met zowel stijgende als dalende studentenaantallen, en ook op dit laatste te anticiperen met mogelijke maatregelen. 2.2 Vraag naar onderwijsruimte per student: universiteiten geven aan dat het onderwijsconcept (aantal contacturen, groepsgrootte, groepswerk versus zelfstudie) de meeste invloed heeft op de hoeveelheid gevraagde onderwijsruimte per student. Alle universiteiten geven aan dat er meer vraag is naar studieplekken en dat de student anno 2016 meer tijd op de campus besteed dan tien jaar terug. De grote aantallen studenten kunnen er echter ook voor zorgen dat onderwijs efficiënter kan worden gepland en ruimte - ook door ruimere openingstijden - beter kan worden bezet en benut. Of het aantal m2 per student toeneemt of afneemt, hangt ook af van hoe de ruimtevraag wordt ingepast. Dit is afhankelijk van strategische keuzes die worden besproken in hoofdstuk 3. De vraag naar onderwijsruimte per student is dus voor een belangrijk deel stuurbaar door de universiteit. Campus NL Investeren in de toekomst 103

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
RDM Campus Magazine #01
MERELBEKE - Campus Merelbeke - Universiteit Gent
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
RDM Campus Magazine #03
Dairy Campus waar staan we nu?
2010 - Tilburg University
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
Het professoraat anno 2016
5004224 MODULAIR 4 - Open Universiteit Nederland
Strategisch Plan 2020 - Technische Universiteit Eindhoven
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 - Open Universiteit Nederland
5004202 MODULAIR 2 - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Jaarverslag 2011 - Technische Universiteit Eindhoven
dies natalis - Open Universiteit Nederland
dewerker uffeur - Universiteit Gent
Jaargang 5, 1987, nr. 1 - Gewina
jaarverslag en jaarrekening 2015 stichting avans
Onderwijskundig Leiderschap - DSpace at Open Universiteit
dulair m - Open Universiteit Nederland