Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

Model A - TRADITIONEEL -

Model A - TRADITIONEEL - positieve en negatieve associaties en lessen voor Campus NL In de universitaire context kan de term “traditioneel” zeker als positief gezien worden, omdat prestaties uit het verleden deel zijn van de universitaire identiteit en academische rituelen worden gekoesterd: de toga’s tijdens academische plechtigheden, een “wall of fame” voor topprestaties en prijswinnaars. Tijdens de interviews bleek wel dat “traditioneel” ook soms minder positief werd opgevat - en zelfs negatief - omdat de term impliceert dat bij een traditionele universiteit de tijd heeft stilgestaan. Dit wordt soms versterkt door het feit dat de universiteit - en campusmanagers - nog de rekening betalen voor de gebouwde erfenis uit het verleden. Er is echter ook een besef dat diezelfde academische erfenis een emotionele waarde heeft voor de (voormalige) gebruikers, zoals gebouwen uit de jaren 60 en 70 waaraan ze goede herinneringen ontlenen, ondanks functionele en technische veroudering. Maar opvallend is dat volgens campusmanagers ook de nieuwe gebruikers - internationale studenten en wetenschappers - veel waarde hechten aan fysieke uitingen van het verleden: de monumenten in de binnensteden en industrieel erfgoed met een rijke historie. Als alternatieve term voor “traditioneel” werd in interviews ook “klassiek” geopperd: een mooi synoniem. Belangrijke negatieve associatie van campusmanagers bij model A is de territorialiteit: de toewijzing op individueel niveau van ruimte. Het cellenkantoor, de collegezaal die alleen door faculteit X mag worden gebruikt en bibliotheken per afdeling zijn kostbare ruimteconcepten. Niet alleen kosten ze geld, ze kosten ook m2 en energie. De ervaring is tegelijkertijd dat ruimten ook vaker leegstaan in een tijd waarin de medewerker steeds mobieler is geworden, steeds vaker thuiswerkt en in projectteams werkt buiten de eigen afdeling, faculteit of zelfs universiteit. De medewerker heeft steeds meer verschillende werkplekken, maar wil toch nog steeds ook de eigen werkplek. Ditzelfde geldt voor eigen restaurants en eigen bibliotheken per universiteit. Hoeveel eigen voorzieningen een individu, afdeling of faculteit ter beschikking krijgt, is voor alle universiteiten een afweging tussen kosten en waarde, en daarmee een belangrijke strategische keuze. Associaties model A in beeld, kenmerken en citaten uit interviews koesteren academische rituelen “Veel persoonlijke opslag die ruimte inneemt” Privileges voor bepaalde groepen Faculty club “members only” gesloten cultuur cellenkantoor toegangspoortjes “Leegstand” (door territorialiteit) Territorium betekent ook “emotioneel verbonden” University college “Wall of fame voor topprestaties of prijswinnaars” Thuisbasis met identiteit faculteiten 114 Campus NL Investeren in de toekomst

doelen positieve associaties model A + Eigenheid, unieke kwaliteiten + Behoud tradities + Exclusiviteit, clubgevoel: “members only” + Community feeling: academische familie + Kleinschaligheid + Eigen (monumentale) gebouwen + Reputatie positieve waarde voor universiteit gekoppeld aan campusvariabelen behoud academisch erfgoed dat bijdraagt aan reputatie universiteit negatieve associaties model A - Ouderwets - Gesloten deuren - Exclusief ruimtegebruik door enkele individuen - Lage flexibiliteit door territorialiteit - Inefficiënt ruimtegebruik, veel leegstand - Traditioneel onderwijs negatieve waarde voor universiteit gekoppeld aan campusvariabelen minder interactie en kennisuitwisseling door beperkte beweging van gebruikers gebruik m 2 euro’s meer thuisgevoel en clubgevoel op groepsniveau: afdeling of faculteit meer tolerantie voor dysfunctionaliteit gebouwen door emotionele binding gebruikers campus vertegenwoordigt strategische waarde door emotionele waarde voor gebruikers: vervangingsinvesteringen in gelijkwaardig kwaliteitsniveau zijn hoog lagere bezetting en benutting, leegstand van voorzieningen, minder flexibiliteit bij onderhoud of calamiteiten grotere footprint nodig, groter beslag op schaarse en kapitaalintensieve middelen hogere exploitatiekosten van de campus door grotere footprint in m 2 , hoger energieverbruik en meer mutaties bij veranderende eisen of interne verhuizingen University College als “model A 2.0”: behoud het goede van de universiteit uit het verleden Het gebouw Anna van Bueren van de Universiteit Leiden is gelegen naast het Centraal Station van Den Haag en is de locatie voor het Leiden University College. Anna van Bueren, opgeleverd in 2013, is een gebouw waarin zowel studiegerelateerde functies zijn gehuisvest als woningen voor de studenten. De eerste drie verdiepingen van het gebouw zijn gereserveerd voor de studiefaciliteiten, waaronder 15 lokalen voor kleinschalig onderwijs, een auditorium, zelfstudieruimte en een grand café. Kantoorruimte voor de academische en ondersteunende staf is gelegen op de vierde verdieping, waar ook een dakterras te vinden is. De overige verdiepingen bestaan uit studio’s voor de studenten variërend van 27 tot 41 m2, met gedeelde ruimtes en faciliteiten. EI-7 Anna van Bueren Uit interviews bleek dat veel universiteiten de positieve kant van model A koesteren, maar worstelen met de negatieve aspecten. Campusmanagers zijn het eens dat model A ook niet moet verdwijnen, sterker nog recente campusprojecten laten zien dat model A weer aan populariteit wint. In de volgende paragraaf zijn een aantal recente voorbeelden te vinden, maar één concept kan al meer dan tien jaar worden beschouwd als een 21ste-eeuwse invulling van model A: het “univercity college”. Selectie, exclusiviteit en kleinschaligheid worden beschouwd als positieve kenmerken. University colleges in Utrecht, Maastricht en Middelburg (ook UU) worden bovendien gehuisvest in erfgoed om die tradities te versterken. Belangrijk is wel - ook benadrukt in diverse interviews - dat model A soms alleen voor universiteit en niet voor de campus kan gelden, en andersom. Een universiteit met een traditioneel model kan in nieuwe gebouwen gehuisvest zijn, niet per se in monumenten of ander erfgoed. Dit laatste is goed nieuws voor campusmanagers: de huidige voorraad kan op verschillende manieren andere typen universiteiten huisvesten. Een academisch monument bijvoorbeeld kan territoriaal gebruikt worden door een model A universiteit, flexibel gedeeld worden door een model B universiteit en verkocht worden aan een studentenhuisvester door een model C universiteit. In dit laatste geval kan de universiteit alsnog nut ondervinden van dit erfgoed dat voorheen in bezit was. Geconcludeerd kan worden dat model A wordt gekoesterd om de eigen voorzieningen - zoals individuele werkplekken, bibliotheken en restaurants per faculteit - de (relatieve) kleinschaligheid en de unieke academische historie, maar gevreesd om de inhoudelijke verkokering, de relatief grote footprint (in m2 en energieverbruik) en de hoge kosten. De uitdaging is om een goede balans te vinden tussen het behoud van de waarde van model A en het reduceren van kosten en energielasten. Campus NL Investeren in de toekomst 115

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
RDM Campus Magazine #01
RDM Campus Magazine #03
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
MERELBEKE - Campus Merelbeke - Universiteit Gent
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
Dairy Campus waar staan we nu?
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
2010 - Tilburg University
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
dies natalis - Open Universiteit Nederland
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
Het professoraat anno 2016
5004224 MODULAIR 4 - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
5004202 MODULAIR 2 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Strategisch Plan 2020 - Technische Universiteit Eindhoven
Jaarverslag 2011 - Technische Universiteit Eindhoven
december 2010 - Nuffic Transfer
dewerker uffeur - Universiteit Gent
Jaargang 5, 1987, nr. 1 - Gewina
Modulair Special - Open Universiteit Nederland