Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

3.3 Strategische keuzes

3.3 Strategische keuzes samengevat Hieronder zijn de bevindingen vanuit de universitaire campusstrategieën en de database van 65 (recente) campusprojecten samengevat in een aantal conclusies. algemene uitgangspunten campusstrategieën (brug tussen stap 2-3) 3.1 Dynamiek vraagt om flexibiliteit: de geschetste onzekerheden in de vraag naar faciliteiten dwingen de universiteit tot flexibiliseren, bijvoorbeeld door niet te specifiek bouwen, voor meerdere gebruikersgroepen en door verruiming van openingstijden. 3.2 Rekening houden met krimp: door geschetste onzekerheden in de vraag naar faciliteiten moeten universiteiten in hun campusplannen zowel rekening houden met sterke groei als met krimp. Groei is op te vangen door bijbouwen of intensiever ruimtegebruik. Bij krimp zijn de strategische keuzes veel beperkter: onderverhuren of verkopen is doorgaans niet eenvoudig door de specificiteit van de gebouwen (omvang, locatie en functie), transformeren of slopen zijn campusbeslissingen die tijd en geld kosten. Zelfs als een krimpscenario veel minder realistisch is, is het rekening houden met krimp - om voorgenoemde risico’s - een belangrijk uitgangspunt voor een campusstrategie. modellen ABC als denkkader 3.3 Drie extreme modellen als denkkader: de hedendaagse universiteit is een combinatie van waardevolle tradities uit het verleden (model A), flexibele samenwerking in netwerken (model B) en een virtuele werkomgeving (model C). Alle modellen hebben voordelen die gekoesterd worden en nadelen die zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. 3.4 Conclusie traditioneel model A - dit model wordt gekoesterd om de eigen voorzieningen - zoals individuele werkplekken, bibliotheken en restaurants per faculteit - de (relatieve) kleinschaligheid en de unieke academische historie, maar gevreesd om de inhoudelijke verkokering, de relatief grote footprint (in m2 en energieverbruik) en de hoge kosten. De uitdaging is om een goede balans te vinden tussen het behoud van de waarde van model A en het reduceren van kosten en energielasten. 3.5 Conclusie netwerkmodel B - dit model wordt gekoesterd om de interdisciplinaire samenwerking en menging van doelgroepen. Voorzieningen worden vaker gedeeld en intensiever gebruikt, ook in de tijd. De betere benutting en bezetting reduceert het m2 gebruik per student en medewerker en laat meer financiële ruimte voor kwaliteit van voorzieningen of het primaire proces. Het model kan wel leiden tot anonimiteit en gebrek aan thuisgevoel of groepsbinding, als veel standaardisering wordt toegepast en de eigenheid verdwijnt, wat invloed kan hebben op de loyaliteit en prestaties van individuen en aantrekkingskracht van de universiteit. 3.6 Conclusie virtueel model C - dit model wordt gekoesterd om de tijd- en plaatsonafhankelijkheid van werken en leren, maakt daarbij dankbaar gebruik van de ICT mogelijkheden en doet de grenzen van de campus sterk vervagen. De flexibiliteit en vrijheid om op afstand te leren, thuis te werken of op de mooiste, beste passende werkplek die stad, land of de wereld biedt, kan het ruimtegebruik op de campus (en daarmee de kosten) aanzienlijk reduceren, maar wel met het risico dat de universiteitsgemeenschap geen gemeenschap meer is, maar bestaat uit alleen individuen. De prijs daarvan kan hoger zijn dan de kostenbesparing op de campus. 138 Campus NL Investeren in de toekomst

3.7 Campusstrategieën 1995-2010: van traditioneel (A) via netwerk (B) naar meer virtueel (C) was de globale tendens in de eerste vijftien jaar na de eigendomsoverdracht. Onder druk van de krappere budgetten en ambitieuze duurzaamheidsdoelen werd steeds meer ingezet op het delen van kostbare en energie-intensieve voorzieningen en centraal geroosterd. Ook werd thuiswerken steeds meer gestimuleerd, naarmate de ICT faciliteiten beter werden. 3.8 Campusstrategieën 2010-2020: de hedendaagse universiteit is minder virtueel (C) dan voorspeld en streeft (weer) meer naar een campus community (B) en een academische thuisbasis (A). Met de toenemende mobiliteit wordt het bij elkaar houden van de academische community een steeds grotere uitdaging en anno 2016 zetten de meeste universiteiten bewust in op het werken op de campus. 3.9 Alle NL universiteiten zetten in op een combinatie van ABC, waarbij geprobeerd wordt om de voordelen van de modellen te combineren en de nadelen van elk van deze modellen te beperken. Dit wordt geïllustreerd in de recente projecten, waarvan afgelopen 15 jaar een database is opgebouwd. 3.10 Tien thema’s in campusstrategieën: uit de 65 campusprojecten die afgelopen tien jaar via onderzoek in woord, cijfers en beeld geïnventariseerd zijn en de campusvisies, huisvestingsplannen en investeringsprogramma’s zijn tien thema’s van NL campusmanagement te onderscheiden: thema 1. thema 2. thema 3. thema 4. thema 5. thema 6. thema 7. thema 8. thema 9. thema 10. Heroverwegen van de (eigen) academische werkplek Creëren van een flexibele leeromgeving met meer studieplekken Vervangen van sterk verouderde faculteitsgebouwen Investeren in state-of-the-art laboratoria Verrijken campus met niet-academische functies Geven van nieuw leven aan oude gebouwen, inclusief monumenten Verruimen openingstijden (avonden, weekends, summer schools) Benutten verkeersruimte - binnen en buiten - voor verblijfsfuncties Inzetten “smart tools” voor meer grip op ruimtegebruik en zelfsturing gebruikers Verduurzamen campus met technologie en met duurzamer gedrag gebruikers Alle thema’s kunnen projectoverstijgend zijn en campusbreed worden geïmplementeerd. Omdat dit vooral geldt voor de laatste vier thema’s zijn, zijn de projecten uit de database gesorteerd naar de eerste zes thema’s, die op afzonderlijke gebouwen betrekking kunnen hebben. Vanzelfsprekend kan een campusproject ook tot meer dan één thema behoren. De indeling in projectthema’s is bedoeld om campustrends te identificeren en cijfermatig te onderbouwen. Conclusies over projecten op de campus, gesorteerd naar thema 3.11 Thema 1 - de veranderende academische werkplek: bijna alle universiteiten heroverwegen de traditionele individuele academische werkplek in bepaalde mate. Niet alleen omdat het personeelsbestand met de vele deeltijders en tijdelijke aanstellingen steeds dynamischer is - en moeilijker te meten - maar ook omdat kennisuitwisseling en interactie tussen verschillende doelgroepen vaak beperkt wordt door een “gesloten deuren cultuur” en eigen archieven op de eigen kamer. Het cellenkantoor heeft bovendien een relatief grote footprint, lage bezetting en hoge exploitatiekosten per m2, ook omdat bij personeelsmutaties veel intern verhuisd en geschoven moet worden met afdelingen, secties en individuen. 3.12 Thema 1 - kosten en baten nieuwe werkplekconcepten afwegen: de transitie naar een flexibeler werkomgeving en meer gedeeld archief is bij vrijwel alle NL universiteiten Campus NL Investeren in de toekomst 139

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
Dairy Campus waar staan we nu?
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
dies natalis - Open Universiteit Nederland
Vizier_vooruit._4_toekomstscenario_s_voor_Nederlandse_universiteiten.
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Masterplan Toekomst Wiskunde - Platform Wiskunde Nederland
Honours in the Global World, Searching for Excellence Reflecties ...
De Pewex-shops - archief van Veto
Modulair 3 - Open Universiteit Nederland
E-schrift - veertiende uitgave februari 2012 - OpenU
• Docenten maken het verschil • Krachtenbundeling voor een leven ...
OI_1_05.pdf - Open Universiteit Nederland
Masters faculteit Wetenschappen - DMBR - Universiteit Gent
Modulair 9 - Open Universiteit Nederland
Kennis in Kaart 2008 - SSO
Modulair 5 (jaargang 23, 8 februari 2008) - Open Universiteit ...
Modulair 1 (jaargang 27, 9 september 2011) - Open Universiteit ...
Modulair Special - Open Universiteit Nederland
Ervaringen met weblectures - Open Universiteit Nederland