Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

Koopmans in 1999 gaf aan

Koopmans in 1999 gaf aan dat er een tekort aan eigen vermogen was van 1,6 miljard guldens en dat dit kon worden aangepakt door een structurele toevoeging aan het budget van 80 miljoen guldens (5% van fl. 1,6 miljard), zodat instellingen zouden worden gecompenseerd voor de extra rentelast bij leningen, zonder het berekende tekort te wijzigen. Sinds 2002 heeft OCW daarvoor in een aantal stappen structureel 40 miljoen euro aan het macro-budget van het wetenschappelijk onderwijs (wo) toegevoegd. 1.3 Professionalisering campusmanagement 1995-2015: ondanks de uitgangspositie met een verouderde campus en onvoldoende middelen is het besef, dat de campus een belangrijk strategisch middel is, in de afgelopen twintig jaar enorm gegroeid. Dit is wellicht ook te danken aan het feit dat zichtbaar werd dat niet investeren in de universitaire huisvesting een bedreiging kan zijn voor de universiteitsdoelen: bijvoorbeeld de verslechtering van kansen op onderzoeksfunding door verouderde labs of weinig inspirerende studie- en werkomgeving. 1.4 Veranderende functie van de campus 1995-2015: ambities voor de campus varieerden afgelopen decennia van het voorzien in een veilige en gezonde werkplek tot het creëren van inspirerende, representatieve gebouwen. In de laatste tien jaar werd de functie van ontmoetingsplaats steeds belangrijker gevonden, zowel door de gebruikers als door de bestuurders, in de ambitie om de steeds diversere ‘campus community’ een thuis te bieden. Het voorzien in de sociale behoefte werd steeds belangrijker, ook ter ondersteuning van onderwijs- als onderzoeksbeleid 1.5 Publiek-private samenwerking 1995-2015: de campus werd steeds belangrijker voor andere partijen dan de universiteit zelf, niet alleen werden samenwerkingen steeds zichtbaarder met het openstellen van de campus voor gerelateerde onderzoeksinstituten en start-ups, maar ook werd de positie in de stad steeds belangrijker voor het bereiken van publieke doelen: demografisch (aantrekken en vasthouden jong talent), sociaal-economisch (voor de werkgelegenheid) en sociaal-cultureel (het draagvlak van stedelijke voorzieningen). Ook de maatschappelijke functie werd sterker, bijvoorbeeld bij de opvang van asielzoekers en als proeftuin voor innovatie (“living lab”). 1.6 Campusontwikkeling 1995-2015: de omvang van de campus in m2 is afgelopen tien jaar nagenoeg gelijk gebleven (-1%) - rond de 4,4 miljoen m2 bruto vloeroppervlak (bvo) - ondanks de forse groei in het aantal studenten (+22%). Grote wijzigingen in vloeroppervlak bij individuele instellingen hadden vaak te maken met fusies of juist afsplitsingen van academisch ziekenhuis en/of medische faculteit. 1.7 Locatie van de campus 1995-2015: de meeste universiteiten in Nederland combineren een bezit in of dichtbij de historische binnenstad met een uitbreidingslocatie uit de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. In de jaren 50 en 60namen de studentenaantallen sterk toe en werden de universiteiten gedwongen tot het verplaatsen van hun onderwijs en onderzoek naar de rand van de studentenstad. Anno 2016 heeft de stad de oorspronkelijke uitbreidingslocatie bereikt en kiezen sommigen voor intensivering van bestaand gebied en anderen voor verdere uitbreiding. 1.8 Conditie van de campus anno 2016: afgelopen tien jaar is het achterstallig onderhoud aanzienlijk teruggedrongen, ook door vervangingsinvesteringen. De technische staat van Campus NL is verbeterd, hoewel de verschillen tussen universiteiten wel groot zijn. Anno 2016 is 49% van de campus in (zeer) goede staat - dit was in 2006 36% (van ongeveer hetzelfde totaaloppervlak). Echter, de technische levensduur die voorheen werd bepaald door de vervangingsbehoefte van casco en afbouw (in afschrijvingsrichtlijnen van de rijksoverheid respectievelijk 60 en 30 jaar), wordt steeds meer verkort door de kortere levensduur van installaties en inbouw (allebei 15 jaar). Dit betekent dat de investerings- en onderhoudsbehoefte ook na 2016 hoog zal blijven. 1.9 Functionele staat van de campus anno 2016: los van de technische veroudering wordt door alle universiteiten geconstateerd dat de campus - zelfs bij een (zeer) goede technische staat - ook functioneel verouderd is. Veel gebouwen voldoen niet meer aan de eisen van vandaag. Sterker nog: gebouwen verouderen functioneel steeds sneller, omdat de eisen aan installaties en inrichting sneller veranderen. Strengere regelgeving, hogere eisen aan energieprestaties, verzekeringseisen, nieuwe onderwijsvormen of specifieke typen onderzoek, hogere (comfort)eisen van gebruikers, de consequenties van vereiste ICT voorzieningen zijn voorbeelden van trends die de functionele eisen (sterk) beïnvloeden. 12 Campus NL Investeren in de toekomst

1.10 Universiteiten moeten steeds meer rekening houden met een kortere functionele levensduur: bij de ervaring van de Nederlandse campusmanagers dat de campus steeds sneller functioneel veroudert, hoort een realistische aanname van de termijn waarna met vervanging rekening moet worden gehouden. 1.11 Ruimtegebruik efficiënter anno 2016: de forse toename van het aantal studenten in de afgelopen tien jaar (+22%) en een groter, maar vooral veel dynamischer personeelsbestand (+5%) in combinatie met het nagenoeg gelijk gebleven bruto vloeroppervlak van Campus NL, geven blijk van een efficiënt(er) ruimtegebruik op de campus in 2016. Bijbouwen gaat gepaard met sloop, transformatie, gedeeld gebruik, verhuur of verkoop aan externen, waaronder andere universiteiten. 1.12 Ruimtegebruik veel flexibeler anno 2016: efficiënter ruimtegebruik op de hedendaagse campus is ook te danken aan het beter benutten van gangen, hallen en trappenhuizen - de zogenaamde horizontale verkeersruimte - voor informeel overleg of zelfstudie. Ook de buitenruimte wordt dankzij de beschikbaarheid van plaatsonafhankelijke ICT middelen - smartphones, laptops, draadloos netwerk buiten de gebouwen - veel beter benut, wat de flexibiliteit van de gebruikers sterk heeft vergroot en daarmee de flexibiliteit van de campus. 1.13 Ruimtegebruik voor onderwijs anno 2016: traditioneel wordt onderwijs geprogrammeerd in onderwijszalen, wat nog steeds 15% van het nuttige campusoppervlak uitmaakt. In ruime zin nemen de onderwijsactiviteiten anno 2016 meer dan het dubbele oppervlak in beslag - meer dan 30% - dan via het ruimtetype “onderwijs(zalen)” in de administraties wordt geregistreerd. Uit de interviews blijkt dat onderwijsruimte anno 2016 volgens alle Nederlandse universiteiten veel ruimer moet worden opgevat: ook de bibliotheken fungeren als zelfstudieplek voor studenten en restaurants buiten lunchtijden als overlegplek voor groepswerk. Master-studenten delen daarnaast steeds vaker kantoorruimte, werkplaatsen en/of laboratoria met onderzoeksgroepen. Dat is nog exclusief het gebruik van eerder genoemde horizontale verkeersruimte (gangen, hallen, trappenhuizen) en buitenruimte voor onderwijsactiviteiten. 1.14 Ruimtegebruik voor onderwijs-, onderzoeks- en ondersteunende activiteiten is op Campus NL anno 2016 ongeveer gelijk verdeeld - 33%, 35% en 32% - op basis van enerzijds de cijfers uit de ruimteadministraties en anderzijds de interpretaties van ruimtegebruik-ontwikkelingen die in interviews met campusmanagers geschetst werden. 1.15 Studententevredenheid anno 2016: steeds vaker is de campus expliciet onderdeel van tevredenheidenquêtes onder studenten. Hoewel dit pas sinds kort is - en er daarom geen lange termijn vergelijkingen kunnen worden gemaakt - lijkt uit NSE enquêtes en interviews bij universiteiten op te maken dat de student de huisvesting en faciliteiten niet alleen hoger beoordeeld, maar ook belangrijker is gaan vinden. Studenten geven expliciet aan dat de kwaliteit van voorzieningen en de sfeer op de campus - en in de studentenstad - onderscheidend kunnen zijn bij de selectie van een universiteit. Universiteiten zijn dit zich ook steeds meer bewust. 1.16 Ruimtegebruik kantoren voor staf anno 2016: per medewerker is er anno 2016 16,9 m2 nuttig oppervlak (NO) kantoorruimte beschikbaar - in vergelijking met 2006 is dat 3,4% gedaald. Per fte is dat 20,2 m2 NO. Een flexibele werkomgeving levert tot nu toe nog geen grote ruimtebesparing op, maar biedt wel de mogelijkheid om de steeds dynamischer ‘campus community’ flexibel te huisvesten. Vooral in de tijd zijn de vele mutaties (interne verhuizingen) een kostenpost. Dit terwijl de universiteiten aangeven dat het precies inschatten van hun personeelsaantallen één van de moeilijkste opgaven is van campusmanagement. Sommige universiteiten geven aan dat ze maar liefst 20-25% meer personen huisvesten dan uit personeelsadministraties blijkt. Hoewel dit het campusmanagement niet eenvoudiger maakt, wordt dit door de universiteit ook gekoesterd als bewijs voor een netwerkorganisatie die gastvrijheid biedt aan vele doelgroepen, zoals tijdelijke buitenlandse professoren, gastonderzoekers en prominente politici met een 0-fte aanstelling. 1.17 Ruimtegebruik voor onderzoek anno 2016: hoewel steeds meer onderzoek “desk research” is en alleen een (al of niet flexibele) computerwerkplek behoeft, is de behoefte aan laboratoria nog steeds groot. De campus als “living lab” of proeftuin voor innovatie bevordert als universitaire ambitie zelfs een fysieke en zichtbare testomgeving op de campus. De meeste universiteiten geven aan dat de kantoorwerkplek de laboratorium-werkplek niet vervangt: in beide moet nog steeds worden voorzien. Wel is duidelijk dat een medewerker niet op allebei de werkplekken tegelijk kan zijn en dat de lagere bezetting van beide plekken Campus NL Investeren in de toekomst 13

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
Dairy Campus waar staan we nu?
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
Honours in the Global World, Searching for Excellence Reflecties ...
dies natalis - Open Universiteit Nederland
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
Vizier_vooruit._4_toekomstscenario_s_voor_Nederlandse_universiteiten.
Robbert Dijkgraaf & Ad Verbrugge over waardevol onderzoek
Onderwijskundig Leiderschap - DSpace at Open Universiteit
dulair m - Open Universiteit Nederland
Zo begint u goed voorbereid - Open Universiteit Nederland
Modulair 3 - Open Universiteit Nederland
Modulair 5 - Open Universiteit Nederland
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Modulair 2 - Open Universiteit Nederland
Modulair 2 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Authentieke toetsing - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
BATAVIA ACADEMICA - Gewina
Jaarverslag 2008 - Protestantse Theologische Universiteit
OnderwijsInnovatie - Jacob van Kokswijk