Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

naar hogescholen door De

naar hogescholen door De Vries (2007) bleek dat het tijdelijk uitstellen van onderhoud mogelijk is zonder negatieve consequenties, maar alleen als de onderhoudsstaat van de huidige campus goed genoeg is. Bij een hogeschool met een slechte onderhoudsstaat bleken de kosten te dalen, maar de relatieve kosten toe te nemen omdat het aantal studenten aanzienlijk daalde en daarmee de inkomsten. Ook zou dit in kosten kunnen worden uitgedrukt of in een verwachtingswaarde: het product van de kans dat een risico tot bedrijfsschade leidt en de kosten die daarmee gemoeid zijn. figuur 61: de impact van “niets doen” op de universiteitsdoelstellingen Calamiteiten door uitgesteld achterstallig onderhoud kunnen door veel universiteiten in geld worden uitgedrukt: de kosten van het evacueren van een faculteit en - vooral - het productiviteitsverlies. De aanwezigheid van asbest is een voorbeeld van een calamiteit dat op veel campussen speelt. De vergelijking met het “niet investeren in een draadloos netwerk” of de beveiliging daarvan, laat zich vaak gemakkelijker becijferen. De relatief lage kosten van deze variant moeten worden afgewogen tegen de (grote) bedrijfsrisico’s van productiviteitsverlies of zelfs veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Een kostenbesparing van tonnen op huisvesting kan een kostenverhoging van (tientallen) miljoenen tot gevolg hebben. strategische keuze (I) voor de huisvestingsopgave: aanpak achterstallig onderhoud Alle universiteiten hebben de afgelopen jaren in een bepaald tempo achterstallig onderhoud aangepakt. Op Campus NL niveau is er - zoals in hoofdstuk 1 geschetst - nog steeds een substantieel aantal m2 in (zeer) slechte technische staat: maar liefst 15%. Eenzelfde volume is in matige toestand. Met de aanpak van deze m2 in (zeer) slechte technische conditie is bij benadering 1,5 miljard gemoeid. Dit is gebaseerd op het aantal m2 bvo (“zeer slecht” en “slecht”) vermenigvuldigd met een actueel, gemiddeld investeringsniveau van ongeveer 2300 € per m2 bvo. zie bijlage “Huisvestingsopgave in rekenvarianten” voor nadere toelichting. Voor het aanpakken van de voorraad in conditie “matig” staat eenzelfde bedrag, samen ongeveer 3 miljard. figuur 62: de impact van de aanpak van achterstallig onderhoud op de universiteitsdoelen De strategische keuze is niet “of” achterstallig onderhoud wordt aangepakt, maar in welk tempo. De snelheid waarmee het achterstallig onderhoud wordt aangepakt geeft - impliciet - de mate aan waarin de universiteit accepteert dat een deel van de universitaire gebruikers nog korte of lange tijd in sterk verouderde gebouwen gehuisvest is. Vanzelfsprekend geldt: hoe sneller achterstallig onderhoud wordt aangepakt, hoe hoger de jaarlasten. Maar er geldt ook: hoe sneller, hoe kleiner de bedrijfsrisico’s (door disfunctioneren faciliteiten) en hoe tevredener en beter gefaciliteerd de gebruikers zijn. Dit is een van de belangrijkste afwegingen voor universiteiten. In figuur 62 is te zien dat het inlopen van achterstallig onderhoud de huisvestingskosten verhoogt (ten opzichte van “niets doen”) en dat aannemelijk is dat dit een positieve impact heeft op de CO2 footprint, omdat gebouwen in slechte conditie met (zeer) hoge energielasten in deze variant doorgaans worden vervangen door energiezuinige(re) gebouwen. Ook verlaagt de aanpak van achterstallig onderhoud de bedrijfsrisico’s (veiligheid, gezondheid, productiviteitsverlies door slecht binnenklimaat), worden onderwijs- en onderzoeksactiviteiten beter gefaciliteerd en verhoogt dit de gebruikerstevredenheid. Voor de huisvestingsopgave wordt ervan uitgegaan dat die gebouwen (of gebouwdelen) van de voorraad worden vervangen die technisch rijp voor sloop zijn (“zeer slechte conditie”), waar veroudering onomkeerbaar is (delen in “slechte conditie”) en waar de 152 Campus NL Investeren in de toekomst

functievervulling van bouw- en installatiedelen incidenteel in gevaar is (delen in “matige conditie”). De hierbij gehanteerde uitgangspunten zijn: • “zeer slecht” moet zo snel als mogelijk worden aangepakt, binnen een tijdsbestek van drie jaar, • “slecht” volgt op korte termijn, van drie tot tien jaar. Over de noodzaak tot het aanpakken van deze twee categorieën lijkt de nodige consensus te bestaan. Wat vooral ter discussie zal komen te staan is of ook de categorie “matig” - dus de gebouwen waarvan anno 2016 geconstateerd wordt dat de functievervulling van bouw- en installatiedelen incidenteel in gevaar is - ook tot de opgave in de komende 10 jaar moeten worden gerekend. Bij voortschrijdend verval kan worden verwacht dat na deze periode, waarin de twee mindere categorieën zijn aangepakt, de categorie “matig” ook aan vervanging toe is. Evengoed valt te beargumenteren dat dit verval bij afdoende planmatig onderhoud niet noodzakelijk is. Wat nu redelijk tot uitstekend is, kan met een deugdelijk onderhoudsbudget op peil worden gehouden. ‘Sneller’ aanpakken van achterstallig onderhoud is een capaciteitsvraagstuk: zijn er zoveel middelen in de universitaire begrotingen in de komende tien jaar vrij te maken om het achterstallig onderhoud te kunnen inlopen? Dit is een vraag die elke universiteit alleen binnen de eigen financiële kaders kan beantwoorden. strategische keuze (II) voor de huisvestingsopgave: de ruimtebehoefte figuur 63: de impact van een afname van de ruimtebehoefte (en meer organisatorische flexibiliteit) - oftewel de impact van een “krimpscenario” op de universiteitsdoelen De aanpak van achterstallig onderhoud geeft wel een bouwopgave door vervanging, maar nog geen verandering in de totale voorraad m2. In dit kader is het belangrijk te herhalen dat de totale voorraad in afgelopen jaren nagenoeg gelijk is gebleven met een (sterk) groeiend aantal te huisvesten studenten. Gezien de ambities van universiteiten om de student langer en met meer ruimte op campus te faciliteren zijn is het enerzijds mogelijk dat er extra onderwijsruimte nodig is of anderzijds dat de flexibiliseringslag verder wordt doorgezet, waardoor bestaande ruimte intensiever gebruikt kan worden door meerdere doelgroepen - voor zowel onderwijs als onderzoek - wat zelfs tot een gelijkblijvende of dalende ruimtebehoefte kan leiden. Gezien de relatief gelijkblijvende personeelspopulatie en de tendens om uit te gaan van minder m2 per medewerker in nieuwe projecten, lijkt de mogelijke groei van de ruimtebehoefte niet uit kantoren te bestaan. Wel kan er een groei zijn van specifieke ruimten. Het is omwille van de toegenomen dynamiek en de lastig voorspelbare studentenaantallen (zie hoofdstuk 2) interessant om een krimpscenario te verkennen - zie ook figuur 63. Krimp gaat uit van zowel een daling van studenten als meer organisatorische flexibiliteit (meer bereidheid van de universitaire populatie om zich te schikken naar de schaarse, beschikbare middelen) en het meer delen van voorzieningen, wat samenwerking kan stimuleren. Dit draagt ook positief bij aan duurzaamheidsdoelen, omdat de footprint zowel in m2 als in CO2 emissie lager wordt. Dit betekent niet per se lagere huisvestingskosten, omdat intensiever gebruik de kosten per m2 (inrichting, schoonmaak, onderhoud, energie) kan doen toenemen. Een cultuurverandering kan vaak met schaarse middelen beter worden bereikt dan met teveel m2. Een werknemer is niet snel bereid teveel m2 in te leveren als deze niet eenvoudig kunnen worden aangewend voor andere doelen of zelfs worden Campus NL Investeren in de toekomst 153

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
RDM Campus Magazine #01
RDM Campus Magazine #03
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
Dairy Campus waar staan we nu?
MERELBEKE - Campus Merelbeke - Universiteit Gent
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
2010 - Tilburg University
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
dies natalis - Open Universiteit Nederland
Het professoraat anno 2016
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
5004224 MODULAIR 4 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
5004202 MODULAIR 2 - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Strategisch Plan 2020 - Technische Universiteit Eindhoven
Jaarverslag 2011 - Technische Universiteit Eindhoven
Masterplan Toekomst Wiskunde - Platform Wiskunde Nederland
dewerker uffeur - Universiteit Gent
Jaargang 5, 1987, nr. 1 - Gewina
De Pewex-shops - archief van Veto
jaarverslag en jaarrekening 2015 stichting avans