Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

onderverhuurd, verkocht

onderverhuurd, verkocht of gesloopt. Zoals in eerdere hoofdstukken al benadrukt, zijn universiteitsgebouwen minder courant vanwege hun specificiteit in omvang, functie en locatie. Dit is reden te meer om direct gehoor te geven aan een eventuele extra ruimtebehoefte te heroverwegen. Het vergroten van het oppervlak blijft namelijk nog decennialang de huisvestingslasten bepalen, terwijl het niet makkelijk (en meestal niet zonder extra kosten) kan worden gereduceerd. Het tijdelijk bijhuren van voorzieningen, wanneer de ruimtebehoefte tijdelijk groter is, kan financieel gunstiger zijn en deze ruimte kan ook makkelijker weer worden teruggegeven. De meeste universiteiten blijken zich daarvan al bewust, wat uit campusstrategieën blijkt en in interviews beaamd wordt. strategische keuze (III) voor de huisvestingsopgave: nieuwbouw versus transformatie De volgende strategische keuze gaat om de vraag of de vervangingsopgave bij de aanpak van achterstallig onderhoud (strategische keuze I) - en eventueel extra oppervlak (strategische keuze II) - in nieuwbouw of bestaand erfgoed wordt geaccommodeerd. Het onderhouden van erfgoed wordt deels gezien als een maatschappelijke taak, waar geen extra vergoeding tegenover staat. Daarentegen heeft de waardering voor monumentale gebouwen zeker een positieve invloed op het gebruik: het draagt bij aan het imago van de universiteit en gebruikers ontlenen er emotionele waarde aan. Investeringsniveaus voor renovatie en transformatie zijn gemiddeld op basis van de projectendatabase (zie hoofdstuk 3) lager dan het investeringsniveau van nieuwbouw. Er zijn ook uitzonderingen daarop, zeker bij de transformatie van monumenten. Gezien de diversiteit van de gebouwen op Campus NL zijn er moeilijk generieke aannames te doen voor de verschillen in exploitatielasten van nieuwbouw en bestaande gebouwen (die vernieuwd zijn). Vanzelfsprekend zijn gebouwen in (zeer) slechte staat wel aanzienlijk duurder in exploitatielasten. figuur 64: het effect van relatief meer renovatie/transformatie dan nieuwbouw op de universiteitsdoelen Of de verhouding nieuwbouw / bestaande bouw een positief of negatief effect heeft op gebruikerstevredenheid is moeilijk eenduidig aan te geven. Onderzoek van De Vries (2007) bij hogescholen liet destijds al zien dat gebruikers niet per se tevredener zijn met nieuwbouw, na een verhuizing uit een gebouw met technische en functionele problemen. Dit heeft te maken met het feit dat met de verhuizing naar nieuwbouw ook de verwachtingen (sterk) stijgen. Daarnaast werd ook in diverse interviews bevestigd: hoe groter de emotionele waarde van gebruikers voor een gebouw, hoe meer functionele problemen een gebruiker accepteert en hoe meer hij gehecht is aan het behoud van dit gebouw. Vanzelfsprekend is dit vaker het geval bij monumenten, waarvan de Nederlandse universiteiten er veel in bezit hebben (zowel cultuur erfgoed als industrieel erfgoed, zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten. Indien men ervoor kiest meer bestaande gebouwen te renoveren en in de voorraad te behouden is het streven naar efficiëntie in ruimtegebruik moeilijker. Functies zijn namelijk lastiger in te passen in gerenoveerde gebouwen en monumenten. De “business case” is over het algemeen gunstiger als het ruimtegebruik kan worden geïntensiveerd. Dan is er grotere kans dat de relatief hoge exploitatiekosten van monumenten (ook door hoge energielasten en schoonmaakkosten) worden “terugverdiend” met hogere baten per m2 (productiviteit). 154 Campus NL Investeren in de toekomst

strategische keuzes (IV) voor de huisvestingsopgave: functionaliteit en kwaliteitsniveau De laatste strategische keuze betreft de keuze voor meer functionaliteit en een hoger kwaliteitsniveau als reactie op de hogere eisen die door wetgeving en stakeholders aan huisvesting gesteld worden en daardoor extra kosten met zich meebrengen. In interviews is veelal aangegeven dat de gemiddelde m2 op de campus het afgelopen decennium door strengere gezondheids- en veiligheidseisen, maar ook door steeds hogere ICT eisen en comforteisen van gebruikers, veel duurder is geworden. Dit wordt veroorzaakt doordat er enerzijds hogere investeringen nodig zijn en anderzijds de functionele levensduur korter. Binnen 15 jaar moet doorgaans al opnieuw geïnvesteerd worden, omdat veiligheidseisen aangescherpt worden, onderzoek van aard verandert of de gebruiker hogere eisen stelt aan inrichting en ICT voorzieningen. Uit campusstrategieën blijkt dat universiteiten deze kostenverhogende ontwikkelingen steeds vaker oplossen met flexibele voorzieningen en een beleid om binnen en buiten de universiteit ruimte te delen. Voor laboratoria betekent dit steeds vaker dat ze tussen universiteiten gedeeld worden, of met andere organisaties, zoals (academische) ziekenhuizen, onderzoeksinstituten of andere bedrijven. Als de universiteit er niet voor kiest om meer te delen, kan de ontwikkeling die de eisen verhoogt de huisvestingskosten sterk verhogen. Dit effect is soms verborgen, omdat afschrijvingstermijnen niet overeenkomen met de omloopsnelheid van investeringen. Dit kan een reden zijn om de afschrijvingstermijnen van dergelijke investeringen te herzien. figuur 65: het mogelijke effect van hogere kwaliteit op universiteitsdoelstellingen In figuur 65 is te zien dat deze relatief huisvestingskostenverhogende keuze wel een positief effect heeft op een (groot) aantal belangrijke universiteitsdoelen: het stimuleren van innovatie (door te investeren in state-of-the-art labs), het ondersteunen van het imago en verhogen van de verblijfskwaliteit en het goed ondersteunen van gebruikersactiviteiten. Dit zijn allemaal doelstellingen waar ook opbrengsten tegenover kunnen staan: investeringen in laboratoria zijn belangrijk voor het binnenhalen van financiering voor onderzoeksthema’s, investeringen in studiewerkplekken op de campus verhogen de studierendementen en de gebruikerstevredenheid. Deze baten kunnen in geld worden uitgedrukt en daarmee worden vergeleken met de extra huisvestingslasten. Het maken van “business cases” bij investeringsprojecten is daarmee nog belangrijker geworden in campusmanagement: wellicht worden hogere huisvestingslasten wel ruimschoots terugverdiend in het primaire proces en levert een investering van miljoenen baten in de tientallen miljoenen. Dit is de kern van de strategische keuzes over de huisvestingsopgave: ze dienen op universiteitsniveau - met bestuurders, controller, gebruikers en beheerders - worden afgewogen. Het bepalen van de huisvestingsopgave is door de grote impact op vele universiteitsdoelstellingen een verantwoordelijkheid van de hele universiteit. Campus NL Investeren in de toekomst 155

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
RDM Campus Magazine #01
RDM Campus Magazine #03
Dairy Campus waar staan we nu?
voorstel - VSNU
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
1HTiucE
Strategisch plan 2016-2020
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
2010 - Tilburg University
Jaargang / Année 7, 2001, nr. 2 - Gewina
Diepenbeek - Open Universiteit Nederland
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
De Pewex-shops - archief van Veto
Het Hoogste Goed - Kennisbank Leven Lang Leren
Zo begint u goed voorbereid - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Nederlands (1,93 Mb) - VLIR-UOS
Intellectuele normen en waarden - George van Hal
nieuwste nummer - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 (jaargang 27, 13 juli 2012) - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM | JAARVERSLAG 2009
Modulair 5 - Open Universiteit Nederland
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
dulair m - Open Universiteit Nederland