Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

een reden is om in beide

een reden is om in beide omgevingen meer ruimte te gaan delen. Anno 2016 wordt op campus NL nog steeds 11,5% van de m2 (NO) als laboratorium bestemd, met grote verschillen per universiteit: van 0,2% (Rotterdam, Tilburg) tot 17,8% (technische universiteiten). 1.18 Labs belangrijk voor binding academici anno 2016: net als bij studenten de beschikbaarheid van een inspirerende leeromgeving met voldoende studieplekken steeds belangrijker worden geacht, worden state-of-the-art onderzoeksfaciliteiten gebruikt om talentvolle academici of onderzoeksgroepen aan te trekken en te binden. In interviews wordt aangegeven dat de beschikbaarheid van goede laboratoria niet alleen van belang is voor het aantrekken van (externe) onderzoeksfunding, maar ook voor het behouden van talent voor de universiteit. 1.19 Ontwikkeling huisvestingskosten 1995-2015: gemiddeld besteedt de Universiteit NL anno 2015 11,4% van haar kosten aan Campus NL (huisvestingskosten in de jaarverslagen), maar per universiteit verschilt dit sterk: een bandbreedte van 5,4 tot 15,2%. Dit heeft enerzijds te maken met de verschillen in het aandeel laboratoria en de leeftijdsopbouw van de campus (veel of weinig monumentaal erfgoed en het aandeel gebouwen uit de jaren 60 en 70) en anderzijds met de keuze van de universiteit om herinvesteren (door middelentekort noodgedwongen) uit te stellen of vanaf 1995 al in gang te zetten. Door het uitstel van investeren leek de campus vaak “goedkoop”, terwijl de noodzakelijke hoge lasten feitelijk naar de toekomst werden geschoven. Voor een aantal universiteiten is dit anno 2016 nog steeds de situatie. 1.20 Hogere kapitaallasten anno 2016: in tegenstelling tot gebouwen in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw (en voor die tijd) - waarbij casco en afbouw het grootste aandeel hadden in gebouwinvesteringen - worden investeringen in hedendaagse gebouwen veel meer bepaald door installaties en inbouw. Bij laboratoria wordt dit het meest zichtbaar. Als daarbij wordt opgeteld dat deze hoge investeringen de kortste technische en functionele levensduur hebben, dan verklaart dit waarom kapitaallasten ten gevolge van huisvestingsinvesteringen steeds hoger (zullen) worden. 1.21 Exploitatielasten anno 2016: naast onderhoudslasten zijn energielasten een steeds belangrijkere kostenpost waarop gestuurd wordt. Een duurzame campus met een laag energieverbruik en efficiënt ruimtegebruik is bij veel universiteiten een expliciete strategie, nadat in 2008 een convenant is gesloten om de ‘ecologische footprint’ met 30% te reduceren in 2020 (de zogenaamde MJA3). Bij vervangingsinvesteringen zijn deze duurzaamheidsambities in toenemende mate een expliciet doel, ook omdat studenten en medewerkers steeds kritischer zijn op middelenverspilling. Dat maakt het draagvlak voor ‘meer delen’ (potentieel) groter. 1.22 Waardering van de campus anno 2016: het bepalen van de marktwaarde bleek afgelopen decennia heel complex, niet alleen door de specifieke functie, maar ook door de grootte van de gebouwen die voor weinig andere organisaties passend of geschikt zijn. Andere waardebegrippen bleken nuttiger voor de taken van de campusmanager, zoals de vervangingswaarde waarvoor informatie over actuele campusprojecten nodig is. Om die reden is met de Nederlandse universiteiten afgelopen tien jaar een database opgebouwd met recente projecten die als referenties kunnen dienen. De laatste conclusies worden verder uitgewerkt - en explicieter onderbouwd met projecten - in hoofdstuk 3, waar de strategische keuzes van universiteiten worden belicht. Campus NL anno 2016 – sterkten en zwakten In 2016 hebben de Nederlandse campusmanagers voor het faciliteren van onderwijs, onderzoek en kennisvalorisatie ongeveer 4,4 miljoen m2 bruto vloeroppervlak te beheren. Hun grondbezit op strategische locaties en hun cultureel en industrieel erfgoed worden beschouwd als sterke punten, ondanks de relatief hoge onderhoudskosten van dit academisch erfgoed. De technische staat van de campus wordt gezien als de belangrijkste zwakte: een aanzienlijk percentage van de gebouwen dateert uit de jaren vijftig, zestig en zeventig, heeft hoge onderhoudskosten en energielasten en vereist renovatie of vervanging. De huisvestingsopgave om in de toekomst dienstbaar te blijven aan de primaire taken van de universiteit is een strategische, financiële, functionele en duurzame uitdaging voor campusmanagers die vele partijen binnen en buiten de universiteit raakt. 14 Campus NL Investeren in de toekomst

Zowel de flexibiliteit tussen ruimtetypen en de relatief hoge dichtheid van de Nederlandse campus zijn mogelijkheden om meer ruimte te delen op de campus - met interne en externe partners. Echter, de verschillen in werkcultuur tussen gebruikersgroepen op de campus kunnen gedeeld ruimtegebruik verhinderen. De historisch sterke verbinding tussen de stad en de universiteit geeft hernieuwde mogelijkheden, nu veel Nederlandse steden om de campus heen zijn gegroeid en voorheen perifere universiteitscampussen opeens kansen hebben om met de stad te integreren. Sommige universiteiten hebben nog steeds een binnenstadscampus, bijdragend aan het toekomstmodel van de zogenoemde ‘univer-city’, de stadsuniversiteit of universiteitsstad. De grotendeels plaatsonafhankelijke kenniseconomie lijkt juist gevoelig te zijn voor een hoge verblijfskwaliteit. Stap 2: trends en ontwikkelingen rond campus NL samengevat 2.1 Studentenaantallen lastig voorspelbaar: hoewel universiteiten aangeven dat het inschatten van de studenteninstroom altijd al met veel onzekerheden gepaard ging, is de hedendaagse populatie - met een groot aandeel internationale studenten - nog onvoorspelbaarder. In beginsel wordt een stijgend aantal studenten verwacht. Universiteiten die te maken krijgen met een onverwachte hoeveelheid aanmeldingen zijn soms genoodzaakt om een (tijdelijke) “capaciteitsfixus” in te stellen (bovengrens aan instroom). Echter, de ontwikkeling van campussen in de andere delen van de wereld - ook door Nederlandse universiteiten die daar filialen openen - kan deze trend keren. Dit maakt het nog belangrijker om rekening te houden met zowel stijgende als dalende studentenaantallen, en ook op dit laatste te anticiperen met mogelijke maatregelen. 2.2 Vraag naar onderwijsruimte per student: universiteiten geven aan dat het onderwijsconcept (aantal contacturen, groepsgrootte, groepswerk versus zelfstudie) de meeste invloed heeft op de hoeveelheid gevraagde onderwijsruimte per student. Alle universiteiten geven aan dat er meer vraag is naar studieplekken en dat de student anno 2016 meer tijd op de campus besteed dan tien jaar terug. De grote aantallen studenten kunnen er echter ook voor zorgen dat onderwijs efficiënter kan worden gepland en ruimte - ook door ruimere openingstijden - beter kan worden bezet en benut. Of het aantal m2 per student toeneemt of afneemt, hangt ook af van hoe de ruimtevraag wordt ingepast (bijvoorbeeld of de groepsgrootte nog past in de beschikbare lesruimte). De vraag naar onderwijsruimte per student is wel voor een belangrijk deel stuurbaar door de universiteit. 2.3 Meer uren op de campus: hoewel digitalisering studenten in staat stelt buiten de campus te studeren, geven de universiteiten aan dat de student juist vaker op de campus is en wil zijn dan tien jaar terug. Ook eisen studenten steeds ruimere openingstijden om in staat te worden gesteld om te studeren. Strengere selectie, studievoortgangseisen (BSA), de afschaffing van de basisbeurs en hogere collegegelden of kosten van de studie zetten de student onder druk. Die student stelt op zijn beurt weer hoge eisen aan kwaliteit en beschikbaarheid van voorzieningen. Ontwikkelingen die een virtuele campus mogelijk maken, hebben niet geleid tot minder vraag naar fysieke ruimte. 2.4 Onderzoek niet (meer) op lange termijn te plannen: universiteiten geven aan dat de veranderde systemen voor onderzoeksfunding - snel veranderende thema’s, kortere termijnen, meer aanvragen in internationale netwerken, met flexibel en tijdelijk personeel - de vraag naar onderzoeksruimte ook minder voorspelbaar maken. Tegelijkertijd zorgt (de keuze voor en investering in) de aanwezigheid van unieke labs er ook voor dat bepaald onderzoek voor langere tijd aan een universiteit is verbonden: het (schaarse) aanbod genereert in zekere mate de vraag. Dit laatste is wel een uitzondering in vergelijking met de grote hoeveelheid onderzoeken die veel plaatsonafhankelijker zijn of - inmiddels - op een kantoorwerkplek kunnen worden uitgevoerd. 2.5 Hogere eisen aan (en kosten van) onderzoeksfaciliteiten: zowel de strengere gezondheids- en veiligheidseisen als de concurrentie om de beste onderzoekers binnen te halen, hebben niet alleen de kwaliteitseisen die gesteld worden aan onderzoeksfaciliteiten verhoogd, maar ook de kosten per m2. 2.6 Steeds dynamischer personeelsbestand vraagt om flexibelere huisvesting: vooral het toegenomen aantal tijdelijke medewerkers - voor onderzoekprojecten met kortere looptijd - en het aantal deeltijders vraagt om een werkomgeving die zich makkelijk aanpast aan veranderingen, ook door de vele gastonderzoekers, gasthoogleraren en eigen staf die mobieler is geworden door aanstellingen aan meerdere universiteiten. Campus NL Investeren in de toekomst 15

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Dairy Campus waar staan we nu?
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
Vizier_vooruit._4_toekomstscenario_s_voor_Nederlandse_universiteiten.
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Masterplan Toekomst Wiskunde - Platform Wiskunde Nederland
De Pewex-shops - archief van Veto
Modulair 3 - Open Universiteit Nederland
E-schrift - veertiende uitgave februari 2012 - OpenU
• Docenten maken het verschil • Krachtenbundeling voor een leven ...
Masters faculteit Wetenschappen - DMBR - Universiteit Gent
OI_1_05.pdf - Open Universiteit Nederland
Modulair 9 - Open Universiteit Nederland
Kennis in Kaart 2008 - SSO
Jaarverslag 2010 - Protestantse Theologische Universiteit
OnderwijsInnovatie - Jacob van Kokswijk
KHLEUVEN KORT - Katholieke Hogeschool Leuven
5004224 MODULAIR 4 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
5004202 MODULAIR 2 - Open Universiteit Nederland