Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

Huisvestingsopgave in

Huisvestingsopgave in rekenvoorbeelden In deze bijlage wordt het rekenmodel dat tijdens het onderzoeksproces is gehanteerd voor het maken van gevoeligheidsanalyses nader toegelicht, aan de hand van een aantal voorbeeld-varianten. Vanwege het grote aantal aannames zijn de absolute bedragen slechts indicatief binnen de context van die aannames en slechts bedoeld om het relatieve effect van een combinatie van beleidsmaatregelen te verkennen. Aannames bij vier strategische keuzes Hieronder volgt per strategische keuze een toelichting waarom welke aannames zijn gebruikt bij het maken van de voorbeeldberekeningen. toelichting bij strategische keuze / variabele (I): aanpak achterstallig onderhoud De grondslag voor de huisvestingsopgave is de bestaande voorraad. De (technische) conditie bepaalt voor een belangrijk deel de kosten voor de toekomst. In tabel 5 zijn de condities van Campus NL in m2 en % van de voorraad uit hoofdstuk 1 herhaald. Met name het oppervlak in zeer slechte conditie (152.000 m2 BVO), slechte conditie (538.000 m2 BVO) en matige conditie (667.000 m2 BVO) zijn onderdeel van de huisvestingsopgave. conditiescore indicaties conditiescore Campus NL % 1. Uitstekend Incidenteel geringe gebreken 924.000 21% 2. Goed Incidenteel beginnende veroudering 1.232.000 28% 3. Redelijk Plaatselijk zichtbare veroudering. 924.000 21% Functievervulling van bouw- en installatiedelen niet in gevaar 4. Matig Functievervulling van bouw- en installatiedelen incidenteel in gevaar 667.000 15% 5. Slecht De veroudering is onomkeerbaar 538.000 12% 6. Zeer slecht Technisch rijp voor sloop 152.000 3% totaal (m2 in BVO) 4.400.000 100% tabel 5: conditiescores Campus NL anno 2016 in % en m2, te gebruiken voor rekenvarianten (bron: hoofdstuk 1) Een belangrijke strategische keuze is de snelheid waarmee het achterstallig onderhoud wordt aangepakt en daarmee - impliciet - de mate waarin de universiteit accepteert dat een deel van de universitaire gebruikers nog korte of lange tijd in sterk verouderde gebouwen gehuisvest is. Vanzelfsprekend geldt: hoe sneller achterstallig onderhoud wordt aangepakt, hoe hoger de jaarlasten. Maar er geldt ook: hoe sneller, hoe kleiner de bedrijfsrisico’s (door disfunctioneren faciliteiten of asbestproblemen) en hoe tevredener en beter gefaciliteerd de gebruikers. Dit is een van de belangrijkste afwegingen voor universiteiten. toelichting bij strategische keuze / variabele (II): de ruimtebehoefte De strategische keuzes met betrekking tot de ruimtebehoefte heeft een grote impact op het rekenmodel. Belangrijke onderdelen van de ruimtebehoefte zijn de kantoren voor de medewerkers en onderwijszalen (exclusief bibliotheek en bijvoorbeeld vergaderruimte die ook voor onderwijsdoelen wordt gebruikt). Voor het bepalen van de toekomstige ruimtebehoefte is het van belang strategische keuzes te maken over het aantal m2 kantoor per fte en het aantal m2 onderwijszalen per student (NB dit is slechts een deel van de voor onderwijs gebruikte ruimte). In tabel 6 zijn deze keuzes gekoppeld aan principekeuzes voor de campusmodellen A (traditioneel), B (netwerk) en (C) virtueel, die verschillen in de mate waarin ze territorium toewijzen aan individuen of specifieke groepen (A) of inzetten op het delen van ruimte (B) of zelfs stimuleren van thuiswerken (C). 172 Campus NL Investeren in de toekomst

model model A campusthema traditioneel 1. academische werkplek eigen kamer individueel territorium vergaderzalen per afdeling 12 - 20 m2 NO / fte model B netwerk gedeeld, activiteitgerelateerd werkplekconcept 7 - 12 m2 NO / fte model C virtueel buiten de campus: thuis, in cafés, gehuurd bij andere universiteiten 0 - 7 m2 NO / fte 2. flexibele leeromgeving studieplekken op eigen faculteit - dichtbij de docenten en professoren 3 - 6 m2 NO / student studieplekken centraal - in nieuwe flexibele onderwijsgebouwen 1 - 3 NO / student studieplekken buiten de campus, bijvoorbeeld in stadsbibliotheek, thuis 0 m2 NO / student tabel 6: strategische keuzes voor ruimtebehoefte (in m2 per gebruiker), gekoppeld aan drie campusmodellen ABC - deze tabel is een uitsnede uit tabel 4 in hoofdstuk 3. Gezien het feit dat op voorraadniveau het ruimtebeslag van kantoren gemiddeld ongeveer 20 m2 NO per fte bedraagt (zie hoofdstuk 1), leidt een keuze voor model B of C in nieuwe projecten tot een extra efficiencyslag en niet tot groei. De strategische keuze voor model A leidt alleen bij groei van het aantal fte tot een groei in ruimtegebruik. Daarnaast is op voorraadniveau het ruimtegebruik van onderwijszalen gemiddeld ruim 2 m2 NO per student (zie hoofdstuk 1), een keuze voor model A (>3 m2 NO per student) voor nieuwe projecten leidt dan automatisch tot een extra ruimtebehoefte van (minstens) 1% voor de onderwijsruimte. Ook de keuze voor model B kan tot extra ruimtebehoefte leiden. Gezien de grote kans op stijgende studentenaantallen zal ook die ontwikkeling meer ruimte vragen. Maar de lastig voorspelbare studentenaantallen (zie hoofdstuk 2) dwingen universiteiten om scenario’s te verkennen voor zowel groei als krimp. toelichting bij strategische keuze / variabele (III): Nieuwbouw versus transformatie Het feit dat er reeds een aanzienlijke bestaande voorraad universiteitsgebouwen is, gaat de keuze nieuwbouw versus transformatie alleen over de toevoegingen en aanpassingen aan de voorraad. Deze strategische keuzes voor een verhouding tussen nieuwbouw en transformatie heeft invloed op zowel investeringskosten en onderhoudskosten. Voor het bepalen van de rekenwaarden is de database met recente projecten gebruikt (zie figuur 69 voor de bandbreedte in investeringsniveaus). figuur 69: investeringskosten per m2 van universitaire gebouwen voor nieuwbouw (◊) en renovatie (□), op basis van de projectendatabase (zie hoofdstuk / stap 3) “Spreiding laat zien dat de investeringskosten van zowel nieuwbouw als renovatie een grote bandbreedte hebben: renovatie heeft ook vaak hogere investeringskosten dan nieuwbouw” Tijdens het onderzoek zijn nieuwe projecten die universiteiten aan hun voorraad hebben toegevoegd geanalyseerd (zie hoofdstuk / stap 3) - zie figuur 69 voor de bandbreedte in investeringsniveaus van zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. De bandbreedte is zeer groot, zeker als nieuwbouw en renovatie bij elkaar worden genomen. Dit kengetal kan worden gebruikt om op voorraadniveau een indicatie van kosten te geven. Het is Campus NL Investeren in de toekomst 173

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
RDM Campus Magazine #01
RDM Campus Magazine #03
Dairy Campus waar staan we nu?
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
MERELBEKE - Campus Merelbeke - Universiteit Gent
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
Masterplan Toekomst Wiskunde - Platform Wiskunde Nederland
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
De Pewex-shops - archief van Veto
Het professoraat anno 2016
Modulair 3 - Open Universiteit Nederland
Masters faculteit Wetenschappen - DMBR - Universiteit Gent
OI_1_05.pdf - Open Universiteit Nederland
E-schrift - veertiende uitgave februari 2012 - OpenU
Modulair 9 - Open Universiteit Nederland
Kennis in Kaart 2008 - SSO
Jaarverslag 2010 - Protestantse Theologische Universiteit
2011 - Tilburg University
OnderwijsInnovatie - Jacob van Kokswijk
KHLEUVEN KORT - Katholieke Hogeschool Leuven
voorstel - VSNU
2010 - Tilburg University
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
dies natalis - Open Universiteit Nederland