Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

echter nauwelijks

echter nauwelijks toereikend om op het niveau van een individueel gebouw een uitspraak te kunnen doen, omdat tussen de bandbreedte van de goedkoopste en duurste nieuwbouw een factor 66 (van 71 tot 4.679 €/ m2) zit. Deze kosten zijn in de appendices (“definities”) ook vergeleken met andere kengetallen. Op basis van deze gebouwinformatie is de mediaan voor de investeringskosten 2.286 €/m2 BVO (prijspeil 2015). Hoe alle projectkosten zijn uitgedrukt in prijspeil 2015 en welke index hierbij gebruikt is, is te vinden in de appendices. De exploitatielasten worden gedefinieerd als de kosten die nodig zijn voor het in stand houden van de prestaties van de bestaande en nieuwe voorraad. Exploitatiekosten zijn inclusief onderhoud, energie en schoonmaken en beheer. Voor deze exploitatiekosten wordt het gemiddelde uit de gebouwendatabase gebruikt: 55 €/m2 BVO per jaar. In tabel 7 staat de mediaan voor deze kosten voor zowel renovatie bestaand als nieuwbouw weergegeven. Ook is een extra waarde toegevoegd voor het deel van de campus dat in (zeer) slechte technische conditie is, omdat dit kostenverhogend werkt: 69 €/m2 BVO per jaar. Investeringskosten Exploitatielasten toevoegingen en vervanging (nieuwbouw) 2300 €/m2 BVO 55 €/m2 BVO per jaar Verhoogde kwaliteit 2300 €/m2 BVO + 10% 55 €/m2 BVO per jaar + 5% bestaande campus (transformatie/renovatie) 1500 €/m2 BVO 55 €/m2 BVO per jaar m2 in (zeer) slechte conditie 69 €/m2 BVO per jaar tabel 7: gehanteerde rekenwaarden voor investerings- en exploitatiekosten in de huisvestingsopgave, op basis waarvan in de appendices voorbeeldberekeningen worden gemaakt toelichting bij strategische keuze / variabele (IV): Functionaliteit en kwaliteitsniveau huisvesting Het gaat bij het kwaliteitsniveau nadrukkelijk niet (alleen) om hogere gebruikerseisen, maar ook om hogere technische en functionele kwaliteitseisen voor bijvoorbeeld laboratoria. Beide worden vertaald in hogere investeringskosten per m2, op basis van referenties uit de projectendatabase (zie hoofdstuk stap 3) - zie figuur 69 voor de bandbreedte in investeringsniveaus. Voor de variant “verhoogde kwaliteit” (bijvoorbeeld meer labs) wordt gerekend met een verhoging van de nieuwbouwprijs met 10% en de exploitatiekosten met 5% berekend. Per universiteit kunnen deze aannames sterk verschillen, afhankelijk van de aard van de toevoeging (specifieke laboratoria) of de monumentale status van het bestaande gebouw dat moet worden gerenoveerd. varianten voor de huisvestingsopgave op basis van variabelen I, II, III en IV Op basis van deze vier strategische keuzes hebben in combinatie geleid tot de uitwerking van de volgende (investerings)varianten van de huisvestingsopgave. Variabele I: Aanpak achterstallig onderhoud • I-a: de stap-voor-stap aanpak - eerst m2 “zeer slecht”, dan m2 “slecht” en daarna m2 “matig” • I-b: de versnelde aanpak - gedeeltelijk gelijktijdige aanpak van m2 “(zeer) slecht” en “matig” De huisvestingsopgave van campus NL wordt deels bepaald door de technische veroudering van de bestaande voorraad. Als eerste wordt daarom de basisvariant campus2035 berekend, op basis van strategische keuze I-a (“stap-voor-stap aanpak achterstallig onderhoud”). Vervolgens wordt ten opzichte van deze variant een aantal alternatieven onder de loep genomen. Variabele II: De toename of afname van de ruimtebehoefte, als gevolg van een groeiend of dalend aantal campusgebruikers en/of de strategische keuze over de mate waarin onderwijsruimte, laboratoria, kantoorruimte en overige ruimte wordt gedeeld 174 Campus NL Investeren in de toekomst

• II-a: 1% groei • II-b: 2% groei • II-c: 1% krimp In variant II-a wordt ervan uitgegaan dat de mogelijke uitbreiding/toevoeging van het universitair vastgoed aan de voorraad gemiddeld niet veel zal afwijken van het landelijk gemiddelde van rond 1% per jaar. Ook het percentage dat is vernieuwd in de periode 2006-2015 bedraagt 12-14%, dus circa 1%. Bekeken vanuit de totale voorraad is er nauwelijks capaciteit in de bouwproductie om hier een relatief groter aandeel uit te halen. Toch is er - al of niet theoretisch - een scenario van 2% groei berekend, gezien de forse groei van de studentenaantallen. Een scenario met meer groei - bijvoorbeeld 5% - bleek buitensporig en is verder niet opgenomen. Variabele III: De verhouding nieuwbouw - transformatie (ook voor monumenten) • III-a: meer nieuwbouw dan transformatie, met bijbehorende consequenties voor investeringsniveau • III-b: meer transformatie dan nieuwbouw, met bijbehorende consequenties voor investeringsniveau Variabele IV: De functionaliteits- en kwaliteitseisen aan de huisvesting • IV-a: basiskwaliteit, conform ARBO eisen / gezondheids- en veiligheidseisen • IV-b: hogere kwaliteit, met extra investeringen voor specifieke functies als laboratoria of het creëren inspirerende ontmoetingsplaats die intensief wordt gebruikt door interne en externe gebruikers Voorbeeldberekeningen op basis van strategische keuzes In deze paragraaf (van deze appendix) wordt de huisvestingsopgave uitgedrukt in de benodigde investeringsopgave voor campus NL tot 2035. Deze investeringsopgave wordt ook steeds vertaald naar de jaarlijkse huisvestingslasten, inclusief kapitaallasten ten gevolge van investeringen. Dat betekent dat in de hier behandelde modellen de investeringen afzonderlijk worden benoemd naast afschrijvingen. basisvariant start met variabele I: Aanpak achterstallig onderhoud De basisvariant 2035 voor de investeringsopgave wordt bepaald op basis van de inventarisatie van de voorraad en de conditie van die voorraad. Dit is een theoretische opgave, omdat hierbij aannames zijn gedaan omtrent de mate waarin gebouwen met een slechte conditie moeten worden vervangen en het tempo waarin dit wordt gedaan. Elke universiteit staat voor deze opgave, maar neemt deze keuzes op basis van het eigen universiteitsbeleid, waarbij het heel goed mogelijk is dat er andere aannames gelden. Desondanks geeft de theoretische opgave wel een indruk van de totale omvang. Daarnaast maakt het inzichtelijk dat de impact van de voorgelegde keuzes groot is. Voor de basisvariant campus2035 wordt er vanuit gegaan dat die delen van de voorraad worden vervangen die technisch rijp voor sloop zijn (delen in “zeer slechte conditie”), waar veroudering onomkeerbaar is (delen in “slechte conditie”) en waar de functievervulling van bouw- en installatiedelen incidenteel in gevaar is (delen in “matige conditie”). De hierbij gehanteerde uitgangspunten zijn: • “zeer slecht” moet zo snel als mogelijk worden aangepakt, binnen een tijdsbestek van drie jaar, • “slecht” volgt op korte termijn, van drie tot tien jaar. Over de noodzaak tot het aanpakken van deze twee categorieën lijkt de nodige consensus te bestaan. Wat vooral ter discussie zal komen te staan is of ook de categorie “matig” - dus de gebouwen waarvan anno 2016 geconstateerd wordt dat de functievervulling van bouw- en installatiedelen incidenteel in gevaar is - ook tot de opgave moeten worden gerekend. Bij voortschrijdend verval kan worden verwacht dat na de periode van 10 jaar, waarin de twee mindere categorieën zijn aangepakt, de categorie “matig” ook aan vervanging toe is. Hier wordt in de basisvariant mee gerekend. Evengoed valt te beargumenteren dat dit verval bij afdoende planmatig onderhoud niet noodzakelijk is. Wat nu redelijk tot uitstekend is, kan met een deugdelijk onderhoudsbudget op peil worden gehouden. De eerder afgeleide € 55/m2 veronderstelt ook een dergelijk planmatig onderhoud. Campus NL Investeren in de toekomst 175

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
Dairy Campus waar staan we nu?
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
dies natalis - Open Universiteit Nederland
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
Vizier_vooruit._4_toekomstscenario_s_voor_Nederlandse_universiteiten.
Honours in the Global World, Searching for Excellence Reflecties ...
5004224 MODULAIR 4 - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 - Open Universiteit Nederland
Strategisch Plan 2020 - Technische Universiteit Eindhoven
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
5004202 MODULAIR 2 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Jaarverslag 2011 - Technische Universiteit Eindhoven
Modulair 5 (jaargang 23, 8 februari 2008) - Open Universiteit ...
Modulair Special - Open Universiteit Nederland
Symposium Onderwijs: een Kunst! Van onderzoek naar ... - NVMO
Ervaringen met weblectures - Open Universiteit Nederland