Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

Het besparen van de

Het besparen van de mutatiekosten door interne verhuizingen is hierbij ook een factor - universiteiten met een flexibeler werkomgeving hebben dit reeds ervaren. 2.7 Academische kantooromgeving minder goed bezet: meer (internationale) mobiliteit, deeltijdaanstellingen en meer tijdelijk personeel voor onderzoekprojecten met kortere looptijd maken het faciliteren van werknemers met een traditionele eigen werkplek ingewikkelder, temeer omdat de bezetting daarvan - eveneens door voorgenoemde trends - afneemt. Dit vraagt om een werkomgeving die zich makkelijk aanpast aan veranderingen, ook om het toegenomen aantal gastonderzoekers en gasthoogleraren een tijdelijke werkplek te bieden. Het is echter een (gevoelige) strategische keuze om de eigen kantoorwerkplek van medewerkers ter discussie te stellen. 2.8 Meer bereidheid tot duurzaam gebruik: tegelijkertijd is de nieuwe generatie studenten en academici zich meer bewust van de schaarste van middelen - energie, ruimte en geld - en meer bereid te delen, als dit duurzaamheidsdoelen dient, minder zorgen geeft en/of financiële voordelen heeft. 2.9 Veel onzekerheden vragen om flexibiliteit: opgeteld schetsen alle trends een lastig voorspelbare toekomst op vele fronten: de consequenties van verschillende toekomstbeelden lopen ver uiteen. Sterk anticiperen op een bepaald toekomstbeeld kan (grote) risico’s met zich meebrengen - zoals teveel (geïnvesteerd hebben in) ruimte van de “verkeerde” functie, grootte of kwaliteit - als toch een ander toekomstbeeld realiteit wordt. 2.10 Geen Masterplan met een eindbeeld, maar plannen voor verandering: hoe verleidelijk het in planningsprocessen ook is om naar een eindbeeld toe te werken, de realiteit zal afdwingen om bij campusplanning altijd met verandering rekening te houden. Dit betekent dat oplossingsrichtingen kunnen worden geformuleerd, maar dat de daadwerkelijke projecten in de tijd steeds aangepast worden aan de nieuwe omstandigheden. De meeste universiteiten zijn zich hiervan bewust. Dit laatste is een belangrijk uitgangspunt voor het volgende hoofdstuk waarin de campusmodellen en strategische keuzes voor de toekomst worden toegelicht. Stap 3: strategische keuzes en lessen uit projecten samengevat Hieronder zijn de bevindingen vanuit de universitaire campusstrategieën en de database van 65 (recente) campusprojecten samengevat in een aantal conclusies. algemene uitgangspunten campusstrategieën 3.1 Dynamiek vraagt om flexibiliteit: de geschetste onzekerheden in de vraag naar faciliteiten dwingen de universiteit tot flexibiliseren, bijvoorbeeld door niet te specifiek bouwen, voor meerdere gebruikersgroepen en door verruiming van openingstijden. 3.2 Rekening houden met krimp: door geschetste onzekerheden in de vraag naar faciliteiten moeten universiteiten in hun campusplannen zowel rekening houden met sterke groei als met krimp. Groei is op te vangen door bijbouwen of intensiever ruimtegebruik. Bij krimp zijn de strategische keuzes veel beperkter: onderverhuren of verkopen is doorgaans niet eenvoudig door de specificiteit van de gebouwen (omvang, locatie en functie), transformeren of slopen zijn campusbeslissingen die tijd en geld kosten. Zelfs als een krimpscenario veel minder realistisch is, is het rekening houden met krimp - om voorgenoemde risico’s - een belangrijk uitgangspunt voor een campusstrategie. drie campusmodellen (ABC) als denkkader 3.3 Drie extreme modellen als denkkader: de hedendaagse universiteit is een combinatie van waardevolle tradities uit het verleden (model A “traditioneel”), flexibele samenwerking in netwerken (model B “netwerk”) en een virtuele werkomgeving (model C “virtueel”). Alle modellen hebben voordelen die gekoesterd worden en nadelen die zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. 3.4 Conclusie traditioneel model A - dit model wordt gekoesterd om de eigen voorzieningen - zoals individuele werkplekken, bibliotheken en restaurants per faculteit - de (relatieve) kleinschaligheid en de 16 Campus NL Investeren in de toekomst

unieke academische historie, maar gevreesd om de inhoudelijke verkokering, de relatief grote footprint (in m2 en energieverbruik) en de hoge kosten. De uitdaging is om een goede balans te vinden tussen het behoud van de waarde van model A en het reduceren van kosten en energielasten. 3.5 Conclusie netwerkmodel B - dit model wordt gekoesterd om de interdisciplinaire samenwerking en menging van doelgroepen. Voorzieningen worden vaker gedeeld en intensiever gebruikt, ook in de tijd. De betere benutting en bezetting reduceert het m2 gebruik per student en medewerker en laat meer financiële ruimte voor kwaliteit van voorzieningen of het primaire proces. Het model kan wel leiden tot anonimiteit en gebrek aan thuisgevoel of groepsbinding, als veel standaardisering wordt toegepast en de eigenheid verdwijnt, wat invloed kan hebben op de loyaliteit en prestaties van individuen en aantrekkingskracht van de universiteit. 3.6 Conclusie virtueel model C - dit model wordt gekoesterd om de tijd- en plaatsonafhankelijkheid van werken en leren, maakt daarbij dankbaar gebruik van de ICT mogelijkheden en doet de grenzen van de campus sterk vervagen. De flexibiliteit en vrijheid om op afstand te leren, thuis te werken of op de mooiste, beste passende werkplek die stad, land of de wereld biedt, kan het ruimtegebruik op de campus (en daarmee de kosten) aanzienlijk reduceren, maar wel met het risico dat de universiteitsgemeenschap geen gemeenschap meer is, maar bestaat uit alleen individuen. De prijs daarvan kan hoger zijn dan de kostenbesparing op de campus. 3.7 Campusstrategieën 1995-2010: van traditioneel (A) via netwerk (B) naar meer virtueel (C) was de globale tendens in de eerste vijftien jaar na de eigendomsoverdracht. Onder druk van de krappere budgetten en ambitieuze duurzaamheidsdoelen werd steeds meer ingezet op het delen van kostbare en energieintensieve voorzieningen en centraal geroosterd. Ook werd thuiswerken steeds meer gestimuleerd, naarmate de ICT faciliteiten beter werden. 3.8 Campusstrategieën 2010-2020: de hedendaagse universiteit is minder virtueel (C) dan voorspeld en streeft (weer) meer naar een campus community (B) en een academische thuisbasis (A). Met de toenemende mobiliteit wordt het bij elkaar houden van de academische community een steeds grotere uitdaging en anno 2016 zetten de meeste universiteiten bewust in op het werken op de campus. 3.9 Alle NL universiteiten zetten in op een combinatie van ABC, waarbij geprobeerd wordt om de voordelen van de modellen te combineren en de nadelen van elk van deze modellen te beperken. Dit wordt geïllustreerd in de recente projecten, waarvan afgelopen 15 jaar een database is opgebouwd. 3.10 Tien thema’s in campusstrategieën: uit de 65 campusprojecten die afgelopen tien jaar via onderzoek in woord, cijfers en beeld geïnventariseerd zijn en de campusvisies, huisvestingsplannen en investeringsprogramma’s zijn tien thema’s van NL campusmanagement te onderscheiden: 1 2 3 4 5 6 24/7 thema 1. thema 2. thema 3. thema 4. thema 5. thema 6. thema 7. thema 8. thema 9. thema 10. Heroverwegen van de (eigen) academische werkplek Creëren van een flexibele leeromgeving met meer studieplekken Vervangen van sterk verouderde faculteitsgebouwen Investeren in state-of-the-art laboratoria Verrijken campus met niet-academische functies Geven van nieuw leven aan oude gebouwen, inclusief monumenten Verruimen openingstijden (avonden, weekends, summer schools) Benutten verkeersruimte - binnen en buiten - voor verblijfsfuncties Inzetten “smart tools” voor meer grip op ruimtegebruik en zelfsturing gebruikers Verduurzamen campus met technologie en met duurzamer gedrag gebruikers 7 8 9 10 thema’s Alle thema’s kunnen projectoverstijgend zijn en campusbreed worden geïmplementeerd. Omdat dit vooral geldt voor de laatste vier thema’s zijn, zijn de projecten uit de database gesorteerd naar de eerste zes thema’s, die op afzonderlijke gebouwen betrekking kunnen hebben. Vanzelfsprekend kan een campusproject ook tot meer dan één thema behoren. De indeling in projectthema’s is bedoeld om campustrends te identificeren en cijfermatig te onderbouwen. Campus NL Investeren in de toekomst 17

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
dies natalis - Open Universiteit Nederland
Dairy Campus waar staan we nu?
Ervaringen met weblectures - Open Universiteit Nederland
5708369 Modulair 1.qxd - Open Universiteit Nederland
Modulair 1 (jaargang 27, 9 september 2011) - Open Universiteit ...
Modulair 5 (jaargang 23, 8 februari 2008) - Open Universiteit ...
Onderwijs en Innovatie - Open Universiteit Nederland
Symposium Onderwijs: een Kunst! Van onderzoek naar ... - NVMO
Modulair 2 - Open Universiteit Nederland
Modulair Special - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 - Open Universiteit Nederland
Modulair 3 - Open Universiteit Nederland
jaarverslag 2010 - Universiteit Twente
Strategienota 2013-2016 - Universiteit Utrecht
Jaarverslag 2012 KHLeuven - Katholieke Hogeschool Leuven
Jaarverslag 2009 - Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Jaarverslag 2011.pdf - Saxion Hogescholen
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
Honours in the Global World, Searching for Excellence Reflecties ...