Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

Conclusies over

Conclusies over projecten op de campus, gesorteerd naar thema 3.11 Thema 1 - de veranderende academische werkplek: bijna alle universiteiten heroverwegen de traditionele individuele academische werkplek in bepaalde mate. Niet alleen omdat het personeelsbestand steeds dynamischer is - en moeilijker te meten - maar ook omdat kennisuitwisseling en interactie tussen verschillende doelgroepen vaak beperkt wordt door een “gesloten deuren cultuur” en archieven op de eigen kamer. Het cellenkantoor heeft bovendien een relatief grote footprint, lage bezetting en hoge exploitatiekosten per m2, ook omdat bij personeelsmutaties veel intern verhuisd en geschoven moet worden met afdelingen, secties en individuen. 3.12 Thema 1 - kosten en baten nieuwe werkplekconcepten afwegen: de transitie naar een flexibeler werkomgeving en meer gedeeld archief is bij vrijwel alle Nederlandse universiteiten een gevoelig onderwerp, omdat academici sterk hechten aan individueel territorium. Met territorium toewijzen worden voorzieningen vaak voor onbepaalde tijd toegewezen, ongeacht (lage) bezettings- en benuttingscijfers en de kosten van deze voorzieningen. Pilotprojecten bij diverse universiteiten laten zien dat een meer activiteitsgerelateerd werkplekconcept op den duur (energie)efficiënter is - 7 tot 12 m2 nuttig oppervlak (no) per fte - dan de traditionele eigen werkplek met 12 tot 20 m2 no per fte. Vanzelfsprekend moeten de kosten en baten worden afgewogen op universiteitsniveau: een grotere footprint betekent ook dat medewerkers op meer afstand van elkaar werken en dat er meer middelen van onderwijs en onderzoek aan werkplekkosten moeten worden gespendeerd. Tegelijkertijd is de tevredenheid en productiviteit van medewerkers ermee gemoeid, wat ook baten zijn die in de vergelijking moeten worden meegenomen. Het zichtbaar en bewust maken van de (financiële) consequenties van werkplekalternatieven vergemakkelijkt de discussie binnen de universiteit. 3.13 Thema 2 - de flexibele leeromgeving met studieplekken: bijna alle universiteiten geven aan dat de vraag naar studieplekken bijna niet bij te houden is met het aanbod. Hier treedt soms ook het probleem op dat de perceptie onder studenten is dat alles overvol is, terwijl er nog genoeg studieplekken op de campus beschikbaar zijn. Dit ruimtebeheerprobleem kan goed opgelost worden door betere, interactievere informatievoorziening. Onderwijsvoorzieningen worden dan ook steeds vaker centraal gepland en flexibel geroosterd. Het is belangrijk om hiervoor ook “smart tools” te gebruiken (zie ander campusthema) om goed te bewaken dat plekken niet alleen gereserveerd worden in plaats van gebruikt. Centraal roosteren bespaart bovendien m2: voor centrale voorzieningen wordt vaker 1-3 m2 NO per student gebruikt, voor decentrale vaker vaker 3-6 m2 NO per student. 3.14 Thema 3 - nieuwe faculteitsgebouwen 2000-2015: van oudsher behoren faculteitsgebouwen tot de grootste gebouwen van Nederland. Met een omvang van tienduizenden m2 bruto vloeroppervlak - en vaak meer dan 40.000 m2 - zijn alleen rijksgebouwen van ministeries in Den Haag en hoofdkantoren van multinationals vergelijkbaar groot. Van recente nieuwbouwprojecten spannen het T-gebouw (EUR-2) en het Huygensgebouw (RU-2) met beide ongeveer 50.000 m2 en vooral het FNWI gebouw (UvA-2) met 70.000 m2 de kroon, maar die projecten zijn al wat ouder. Door de groei van Nederlandse universiteiten - en de sterke groei van bètafaculteiten - zijn ook recentere, nieuwe faculteitsgebouwen groot: faculteiten willen in die massa “eigen thuisbases” hebben, omdat de “campus community” te groot wordt om nog als één familie te voelen. 3.15 Thema 3 - (zeer) grote gebouwen zijn incourant en daarom strategisch eigendom: ongeacht de specifieke functiemix en de locatie op de campus zijn grote faculteitsgebouwen alleen al om hun omvang relatief incourant, mochten universiteiten deze gebouwen willen (onder)verhuren of verkopen. Niet veel andere organisaties hebben een dergelijk omvangrijke ruimtebehoefte en alleen (onder)verhuur aan meerdere gebruikers of transformatie naar bijvoorbeeld woningen zijn alternatieven die vaak extra investeringen vragen. Dit betekent dat deze faculteitsgebouwen op de lange termijn tot het strategisch eigendom (moeten) behoren. 3.16 Thema 4 - steeds meer draagvlak voor delen van state-of-the art laboratoria: gezien de relatief (zeer) hoge investeringskosten en exploitatielasten (onderhoud, energie & water, schoonmaak) is het van belang dat de kosten per m2 worden “terugverdiend” met voldoende baten per m2. Die kunnen het makkelijkst worden verhoogd door de bezetting en benutting van de laboratoria te verbeteren. Dit kan door gezamenlijk gebruik, wat steeds vaker gebeurt op de campus. Voorheen was er meer weerstand van 18 Campus NL Investeren in de toekomst

wetenschappers tegen het delen - of langere afstanden afleggen tot - hun labs, maar het sneuvelen van diverse labprojecten op kostengronden heeft onderzoekers bewust gemaakt van de afweging: het is vaak “kiezen tussen delen of niets”. 3.17 Thema 5 - verrijken campus met niet-academische universiteitsfuncties: alle universiteiten hebben afgelopen twintig jaar het mono-functionele karakter van de universiteitscampus veranderd in een multifunctioneler, stedelijk gebied. Het toevoegen - of toelaten - van woonfuncties, sport- en winkelvoorzieningen, horeca en meer gerelateerde bedrijven heeft ook de leefbaarheid van de campus buiten openingstijden bevorderd. Redenen om derden toe te laten op de campus zijn gekoppeld aan de primaire taken van de universiteit: beter onderwijs en onderzoek en meer gelegenheid tot kennisvalorisatie. Het verhuren, verkopen of ter beschikking stellen van gebouwen of grond leidt zelden tot grote (financiële) opbrengsten, maar draagt bij aan betere samenwerking en meer kennisuitwisseling met partners in onderwijs en onderzoek en andere doelgroepen. De beslissing om bijvoorbeeld start-ups te faciliteren op de campus betaalt zich terug in innovatie en niet in de huur die zij (kunnen) betalen. Dit is een belangrijk uitgangspunt in de meeste campusplannen: het rendement van investeringen voor het primaire proces. 3.18 Thema 6 - nieuw leven voor oude gebouwen: sinds de overdracht van de gebouwen in 1995 zijn universiteiten zich bewust van de kosten en baten van hun erfgoed: van de hoge energielasten en onderhoudskosten tot de emotionele waarde die de gebruikers eraan toekennen. De belangrijkste campusopgave betreft de herinvestering in het bestaande, omdat verkopen of verhuren door de incourante specificiteit geen grootschalig alternatief is. Slopen is vaak controversieel door de academische historie die ermee gemoeid is of de monumentenstatus. Projecten laten zien dat NL universiteiten hun erfgoed koesteren, maar er ook (financieel) mee worstelen. 3.19 Thema 6 - verantwoordelijkheid tot het behoud van monumenten: op vele campussen en in vele universiteitssteden wordt druk uitgeoefend om monumenten in bezit te houden of de eigendomspositie in binnensteden te behouden. Uit campusplannen blijkt dat universiteiten hun verantwoordelijkheid nemen om cultureel en industrieel erfgoed te beschermen of zelfs aan te kopen (zoals in Utrecht, Delft en Maastricht in de afgelopen tien jaar), maar dat dit wel veel hogere kosten met zich meebrengt dan (nieuwbouw)alternatieven. Deze functie van universiteiten om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen - en daarvoor een hogere prijs te betalen - is onderbelicht en verdient meer (publieke) aandacht en middelen. Temeer omdat dergelijke monumenten vaak weinig ander potentiële eigenaren en betalende gebruikers hebben en universiteiten met hun eeuwenoude bestaan en een duurzame toekomst kunnen geven aan betekenisvolle gebouwen in historische steden. 3.20 Thema 6 - monumenten anders gebruikt in model A, B of C: academisch erfgoed kan territoriaal gebruikt worden door een traditionele universiteit (model A), flexibel gedeeld worden door een netwerkuniversiteit (model B) en verkocht worden aan bijvoorbeeld een studentenhuisvester door een virtuele universiteit (model C). In dit laatste geval kan de universiteit alsnog nut ondervinden van dit erfgoed dat voorheen in bezit was. 3.21 Thema 7 - verruiming openingstijden: een campusbreed thema op de meeste NL universiteiten is het verruimen van de openingstijden voor zelfstudie en het beter benutten van de ruimte tijdens onderwijsluwe periodes (summer schools, congressen etc.). Dit uit zich in meer avondgebruik (vooral voor zelfstudie) en weekendopenstelling van faculteitsgebouwen en specifieke labs, zeer ruime openingstijden (vaak ook ‘s nachts in examenperiodes) van centrale voorzieningen zoals bibliotheek en studieplekken. Voor de virtuele kant van de universiteit betekent dit de beschikbaarheid van vele colleges en studiemateriaal online en alle benodigde applicaties op de thuiswerkplek. Daarnaast biedt de studentenstad diverse “third places” (werkplekken naast de thuiswerkplek en de werkplek op de universiteit) en toegankelijkheid van het universiteitsnetwerk (via Eduroam) op steeds meer publieke plaatsen, zoals stations en stadsparken. 3.22 Thema 8 - benutten verkeersruimte voor verblijfsfuncties en als etalage: afgelopen decennium is steeds beter gebruik gemaakt voor de “tussenruimte” op de campus: gangen, vides, atria, trappenhuizen en buitenruimte. Redenen hiervoor waren de (sterk) stijgende studentenaantallen, de ICT ontwikkelingen die plaatsonafhankelijk werken mogelijk maakte en de ambitie om interactie tussen doelgroepen te bevorderen en in de (semi-)publieke ruimte meer te laten zien waar de universiteit voor staat. Niet alleen werd verkeersruimte steeds nuttiger gebruikt voor informeel overleg en ontmoeten, ook werden Campus NL Investeren in de toekomst 19

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
Dairy Campus waar staan we nu?
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
5004224 MODULAIR 4 - Open Universiteit Nederland
Strategisch Plan 2020 - Technische Universiteit Eindhoven
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 - Open Universiteit Nederland
5004202 MODULAIR 2 - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Jaarverslag 2011 - Technische Universiteit Eindhoven
Jaargang 5, 1987, nr. 1 - Gewina
Gelijke onderwijskansen voor allochtonen Dag van het ... - UHasselt
jaarverslag en jaarrekening 2015 stichting avans
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
dies natalis - Open Universiteit Nederland
Honours in the Global World, Searching for Excellence Reflecties ...
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
Vizier_vooruit._4_toekomstscenario_s_voor_Nederlandse_universiteiten.