Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

figuur 16:

figuur 16: conditiescores van de campus-m2 in 2006 en 2015 – de % hebben betrekking op een campus van ongeveer gelijke omvang (4,4 mln m2) – de campus is sinds 2006 in conditie sterk verbeterd Bovenstaande grafieken geven de conditiescores van Campus NL weer in 2006 en 2015. Als eerste valt te constateren dat er aanzienlijk meer volume voldoet aan de kwalificatie ‘uitstekend’ en ‘goed’ (van 36% in 2006 en 49% in 2015), terwijl in deze periode de bestaande voorraad 10 jaar ouder is geworden, simpelweg door het verstrijken van de tijd. Er valt dan ook niet direct uit af te leiden dat van de 4,8% die in 2006 technisch rijp voor de sloop was – met de conditie “zeer slecht” – 1,3% daadwerkelijk gesloopt is. Er kan meer zijn onttrokken aan de voorraad, terwijl er tegelijkertijd – door tien jaar extra veroudering – een deel is teruggevallen in die allerlaagste categorie “zeer slecht”. Wel is duidelijk dat ook het percentage “slecht” plus “zeer slecht” afgelopen decennium is afgenomen van ongeveer 18% naar 15,5%. Op grond van de conditie kan worden geconcludeerd dat, afhankelijk van de urgentie en de mogelijkheden, op dit moment 150.000 m2 (zeer slechte conditie) rijp is voor de sloop, bij 540.000 m2 (slecht) het onomkeerbaar die kant op gaat en bij 670.000 m2 (matig) moet worden ingegrepen om de functievervulling in stand te houden. De feitelijke investeringsbehoefte wordt echter vooral bepaald door veranderingen in vraag naar wijzigende functies en volumes. Waar oplossingen daarvoor gevonden kunnen worden in combinatie met het slopen van de ‘zeer slechte’ gebouwen, heeft dat de voorkeur. Wel moet ook rekening gehouden met asbestproblematiek, die de kosten (sterk) kan verhogen. Op de meeste campussen is dit een belangrijk thema. De conditiemeting is wel indicatief voor de opgave, maar slechts een beperkt deel van die opgave. Interessant is ook wat de campusverantwoordelijken zelf denken – zie figuur 15 met de reacties op een stelling hierover bij de inputbijeenkomst van 3 juni 2016. De reacties zijn wisselend, ook doordat sommige universiteiten een relatief sterk verouderde erfenis hebben en andere niet. Dit in combinatie met het feit dat een aantal universiteiten de middelen (eigen vermogen) had om het achterstallig onderhoud aan te pakken en andere niet. figuur 17: wisselende reacties (3 juni 2016) op de stelling dat de investeringsagenda meer wordt bepaald door de erfenis uit het verleden dan de keuzes voor de toekomst 48 Campus NL Investeren in de toekomst

figuur 18: aandeel in kosten van verschillende gebouwdelen (bron: Turner): installaties (machinery) en inbouw (infill) hebben een groter aandeel in kosten gekregen, terwijl hun functionele levensduur is verkort (15 jaar) – NB hedendaagse gevels (envelopes) bevatten ook steeds meer installaties De hedendaagse conditiescore van Campus NL geeft als totaalbeeld dus een weerslag van een goede ontwikkeling van de technische conditie. Maar per universiteit zijn de verschillen aanzienlijk, wat gedeeltelijk ook de wisselende reacties op de stelling in figuur 15 verklaart. De categorie ‘goed’ kent een bandbreedte van 7% tot 52%, de categorie ‘zeer slecht’ loopt van 0% tot 12%. Dit laatste wordt bepaald door de fase waarin de verschillende universiteiten zich bevinden met betrekking tot de opwaardering van de voorraad. Sommige universiteiten hebben hun financiële reserves ingezet en hebben reeds een behoorlijke inhaalslag gemaakt, waar andere universiteiten nog grotendeels de slag moeten maken, en daar ook hun reserves nog niet op hebben aangesproken. Geconcludeerd kan worden dat afgelopen tien jaar het achterstallig onderhoud aanzienlijk is teruggedrongen. De technische staat is verbeterd: anno 2016 is 70% van de campus in (zeer) goede of redelijke staat – dit was in 2006 59% van ongeveer hetzelfde totaaloppervlak. Echter, de technische levensduur die voorheen werd bepaald door de vervangingsbehoefte van casco en afbouw (in afschrijvingsrichtlijnen van de rijksoverheid respectievelijk 60 en 30 jaar), wordt steeds meer verkort door de kortere levensduur van installaties en inbouw (allebei 15 jaar). Dit betekent dat de investerings- en onderhoudsbehoefte ook na 2016 hoog zal blijven. Gebouwen verouderen (functioneel) dus sneller. Daarnaast zijn de snel verouderende gebouwdelen ook relatief grote kostenposten in de investeringskosten (zie figuur 16): inbouw en installaties. Dit betekent dat de investerings- en onderhoudsbehoefte ook na 2016 hoog zal blijven. Los van de technische veroudering constateren alle universiteiten dat de campus – dus zelfs bij een (zeer) goede technische staat – ook functioneel verouderd is. Veel gebouwen voldoen niet meer aan de eisen van vandaag. Sterker nog: gebouwen verouderen ook functioneel steeds sneller, omdat de eisen aan installaties en inrichting sneller veranderen. Strengere regelgeving, hogere eisen aan energieprestaties, verzekeringseisen, nieuwe onderwijsvormen of specifieke typen onderzoek, hogere (comfort)eisen van gebruikers, de consequenties van vereiste ICT-voorzieningen zijn voorbeelden van trends die de functionele eisen (sterk) beïnvloeden. De volgende paragraaf zal het (veranderde) ruimtegebruik behandelen als reactie op de veranderde gebruikersaantallen en gebruikseisen. 1.4 Campus NL in gebruik Het ruimtegebruik anno 2016 is efficiënter dan in 2006. Dit is onder andere te wijten aan de forse toename van het aantal studenten in de afgelopen tien jaar (+22%) en een iets groter, maar vooral veel dynamischer personeelsbestand (+5% in aantallen medewerkers) in combinatie met het nagenoeg gelijk gebleven bruto vloeroppervlak. Deze cijfers worden in deze paragraaf nader toegelicht. accommoderen van (forse) groei in studentenaantallen In interviews geven vrijwel alle universiteiten aan dat het accommoderen van (forse) groei hun agenda de afgelopen tien jaar bepaald heeft. Dit is te zien in de grafiek met de studentenaantallen in figuur 19. Tegelijkertijd is in dezelfde grafiek met referentieramingen tot 2030 te zien dat de instroom - volgens dat scenario - niet zo steil Campus NL Investeren in de toekomst 49

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
dies natalis - Open Universiteit Nederland
Dairy Campus waar staan we nu?
Ervaringen met weblectures - Open Universiteit Nederland
5708369 Modulair 1.qxd - Open Universiteit Nederland
Modulair 1 (jaargang 27, 9 september 2011) - Open Universiteit ...
Modulair 5 (jaargang 23, 8 februari 2008) - Open Universiteit ...
Onderwijs en Innovatie - Open Universiteit Nederland
Symposium Onderwijs: een Kunst! Van onderzoek naar ... - NVMO
Modulair 2 - Open Universiteit Nederland
Modulair Special - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 - Open Universiteit Nederland
Modulair 3 - Open Universiteit Nederland
jaarverslag 2010 - Universiteit Twente
Strategienota 2013-2016 - Universiteit Utrecht
Jaarverslag 2011.pdf - Saxion Hogescholen
Jaarverslag 2009 - Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Jaarverslag 2012 KHLeuven - Katholieke Hogeschool Leuven
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
Honours in the Global World, Searching for Excellence Reflecties ...