Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

en niet aan onderzoek.

en niet aan onderzoek. Daarom is op basis van de interviews met de universiteiten een indeling gemaakt die gebaseerd is op verschuivingen in het ruimtegebruik anno 2016. Deze verdeling is indicatief en kan per universiteit sterk verschillen. In figuur 23 zijn de ruimtetypes uit tabel 3 gekoppeld aan activiteiten “onderwijs”, “onderzoek” en “ondersteunend”. figuur 23: (kolom links) ruimtetypen als % van het totaal nuttig oppervlak (NO) - zoals geregistreerd in ruimteadministraties (codes A-N) - en (3 kolommen rechts) indicatie van ruimtegebruik, aannames op basis van interviews, onderverdeeld naar onderwijs-, onderzoeks- en ondersteunende activiteiten: grofweg drie gelijke delen van Campus NL Over de ruimtetypen op de campus en het ruimtegebruik voor onderwijs-, onderzoeksen ondersteunende activiteiten zijn - zie figuur 23 - een aantal conclusies te trekken: • 100% betreft het totaal nuttig oppervlak (NO) van Campus NL, ongeveer 2,5 miljoen m2 • het grootste deel van het NO is ruimtetype “kantoor” (E-codes) met 33%, gevolgd door specifieke ruimten zoals laboratoria en werkplaatsen (I-codes) met 21% en onderwijszalen (H-codes) met 15% • elke ruimteverdeling zal vragen oproepen, maar de geïnterviewde zijn het eens dat onderwijsactiviteiten niet alleen in onderwijszalen plaatsvinden, maar ook in (delen van) laboratoria, werkplaatsen, vergaderzalen, restaurants en bibliotheken. Dit wordt ook door ander (benchmark)onderzoek bevestigd (Colliers 2015), in samenspraak met de Nederlandse universiteiten. • op basis van Campus NL interviews is een indicatieve verdeling gemaakt voor het gebruik van bepaalde ruimtetypen voor bepaalde activiteiten: op basis van een aantal aannames (waarover hieronder meer toelichting) activiteiten voor onderwijs, onderzoek en ondersteuning grofweg drie gelijke delen, in de figuur respectievelijk 33%, 35% en 32%. • sanitaire ruimte (A) en stalling (B) omvatten respectievelijk 3% en 4% van het NO en worden als ondersteunend beschouwd; opslag (C) van 9% is eveneens alleen als “ondersteunend” beschouwd. Daarentegen is specifieke opslag (D) van 2% bij “onderzoek” opgeteld, omdat met name specifieke chemische opslag en koel-/ vriescellen direct aan “onderzoek” kunnen worden gekoppeld. • kantoorruimte (E) wordt deels door wetenschappelijk personeel (WP) voor onderzoek gebruikt - maar ook voor het begeleiden van studenten - en deels door ondersteunend en beheerspersoneel (OBP); ook Master- en PhD-studenten gebruiken in toenemende mate kantoorruimte; op basis van de verhouding anno 2016 van WP/OBP is een schatting gemaakt van de ruimteverdeling. • ondersteunende ruimte (F) zoals vergaderruimten (F1: 4%) en bibliotheken (F2: 4%) worden respectievelijk toegerekend aan onderwijs en onderzoek. Alternatief is dat de vergaderruimte ook over de ondersteunende activiteiten worden verdeeld (2% voor WP en 2% voor OBP). 56 Campus NL Investeren in de toekomst

• restauratieve voorzieningen (G) van 4% worden deels toegerekend aan onderwijs en onderzoek, omdat steeds meer (informeel) vergaderd wordt in espressobars en studenten hun groepswerk vaak verrichten in restaurants buiten lunch- en dinertijden. • onderwijszalen (H) worden ook gebruikt voor congressen en afdelingsbijeenkomsten, maar dit is vanwege de relatief kleine schaal hier niet zichtbaar gemaakt; • specifieke ruimten (I) zoals laboratoria en werkplaatsen zijn over onderwijs en onderzoek verdeeld, ook vanwege de nauwe verwevenheid van onderzoek van Master- en PhD-studenten en medewerkers WP; • sinds 2006 zijn de percentages ruimtetypes van het NO weinig gewijzigd; de totale voorraad is zo groot dat verschuivingen in projecten niet snel een voorraadwijziging laten zien - de voorraad kan worden vergeleken met een “containerschip” dat bij koersverandering (lees: een ander huisvestingsbeleid) pas na een aantal ingrepen daadwerkelijk van koers verandert. Uiteindelijk is het aan de universiteiten om hun ruimtefuncties op basis van hun eigen realiteit toe te wijzen aan bepaalde functies. Smart tools die ruimtegebruik door studenten, WP en/of OBP “tracken” bestaan al en kunnen daarbij dienstbaar zijn (Valks et al. 2016). Dit kan behulpzaam zijn in een situatie waarin universiteiten meer grip willen krijgen op daadwerkelijk ruimtegebruik in relatie tot de prestatie die op dit oppervlak geleverd wordt. Dergelijke ervaringsinformatie is belangrijk bij het maken van “business cases” voor nieuwe projecten: wat kost een activiteit (in m2, personeel en geld) en wat levert het op? (funding van onderwijs en onderzoek) ruimtegebruik: m2 onderwijszalen per student Omdat per studie of universiteit niet altijd te bepalen is welk deel van andere ruimtetypen ook wordt gebruikt voor onderwijs, wordt ruimtegebruik voor onderwijs toch vaak alleen uitgedrukt in de zogenaamde H-codes - die de onderwijszalen omvatten - ook om de vergelijkbaarheid van de campussen te vergemakkelijken. De grafiek in figuur 24 is daar ook op gebaseerd. In die figuur is te zien dat de m2 onderwijszalen per student in de afgelopen tien jaar is toegenomen van ongeveer 1,9 m2 naar 2,1 m2 per student; dat is ruim 10% meer. Dit is opmerkelijk gezien het feit dat het totale NO in diezelfde periode is afgenomen met 6% en de studentenaantallen juist met 22% zijn toegenomen. Er is dus aanzienlijk meer ruimte expliciet voor onderwijs bestemd, wat strookt met de ambitie van universiteiten om de student meer op de campus te faciliteren (zie hoofdstuk 3). figuur 24: van 2006 tot 2015 is het NO onderwijszalen per student met 11% toegenomen; universiteiten hebben hun studenten relatief meer ruimte op de campus gegeven, zelfs in een periode met forse groei in de instroom Aantal m2 NO onderwijszalen (H-codes) per student Max 5,2 Max 4,2 2,1 1,9 Min 1,4 Min 1,3 Campus NL Investeren in de toekomst 57

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Dairy Campus waar staan we nu?
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
Honours in the Global World, Searching for Excellence Reflecties ...
Robbert Dijkgraaf & Ad Verbrugge over waardevol onderzoek
Onderwijskundig Leiderschap - DSpace at Open Universiteit
Modulair 2 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 2 - Open Universiteit Nederland
Authentieke toetsing - Open Universiteit Nederland
Zo begint u goed voorbereid - Open Universiteit Nederland
Modulair 3 - Open Universiteit Nederland
Modulair 5 - Open Universiteit Nederland
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
dulair m - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
Jaarverslag 2008 - Protestantse Theologische Universiteit
BATAVIA ACADEMICA - Gewina
OnderwijsInnovatie - Jacob van Kokswijk
KHLEUVEN KORT - Katholieke Hogeschool Leuven
Klik hier voor de hele notitie Prestatieafspraken - Stenden Hogeschool
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
Vizier_vooruit._4_toekomstscenario_s_voor_Nederlandse_universiteiten.
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland