Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

Max 31,7 20,6 Aantal m2

Max 31,7 20,6 Aantal m2 NO kantoor per FTE Max 27,5 20,2 figuur 29: van 2006 tot 2015 is het NO kantoorruimte per FTE staf licht afgenomen Min 14,8 Min 15,7 (20,3 versus 20,2 m2 per fte). Dit betekent dat deze technische universiteiten afgelopen tien jaar veel aandacht hebben besteed aan het efficiënter gebruik van het academisch kantoor. ruimtegebruik voor onderzoek en laboratoria Hoewel steeds meer onderzoek “desk research” is en alleen een (al of niet flexibele) computerwerkplek behoeft, is de behoefte aan laboratoria nog steeds groot. De campus als “living lab” of proeftuin voor innovatie bevordert als universitaire ambitie zelfs een fysieke en zichtbare testomgeving op de campus. De meeste universiteiten geven aan dat de kantoorwerkplek de laboratorium-werkplek niet vervangt: in beide moet nog steeds worden voorzien. Wel is duidelijk dat een medewerker niet op allebei de werkplekken tegelijk kan zijn en dat de lagere bezetting van beide plekken een reden is om in beide omgevingen meer ruimte te gaan delen. De bereidheid tot delen - en het al of niet stimuleren daarvan als strategische keuze - is onderwerp van hoofdstuk 3. Anno 2016 wordt op campus NL nog steeds 11,5% van de m2 (NO) als laboratorium bestemd, met grote verschillen per universiteit: van 0,2% (Rotterdam, Tilburg) tot 17,8% (Delft, Eindhoven en Twente). Net als bij studenten de beschikbaarheid van een inspirerende leeromgeving met voldoende studieplekken steeds belangrijker worden geacht, worden state-of-theart onderzoeksfaciliteiten gebruikt om talentvolle academici of onderzoeksgroepen aan te trekken en te binden. In interviews wordt aangegeven dat de beschikbaarheid van goede laboratoria niet alleen van belang is voor het aantrekken van (externe) onderzoeksfunding, maar ook voor het behouden van talent voor de universiteit. Tijdens de inputbijeenkomst van 3 juni werd dit naar aanleiding van een stelling - zie figuur 30 - beaamd door de aanwezigen. figuur 30: onderzoeksfacilteiten zijn belangrijk voor het aantrekken en vasthouden van talentvolle wetenschappers 60 Campus NL Investeren in de toekomst

1.5 Huisvestingskosten Gemiddeld besteedt de Universiteit NL anno 2015 11,4% van haar kosten - huisvestingskosten in de jaarverslagen - aan Campus NL. Per universiteit verschilt dit sterk: 5,4-15,2%. Dit heeft enerzijds te maken met de verschillen in leeftijdsopbouw van de campus (veel of weinig monumentaal erfgoed en het aandeel gebouwen uit de jaren 60 en 70), het aandeel laboratoria en anderzijds met de keuze van de universiteit om herinvesteren (door middelentekort noodgedwongen) uit te stellen of vanaf 1995 al in gang te zetten. Door het uitstel van investeren leek de campus vaak “goedkoop”, terwijl de noodzakelijke hoge lasten feitelijk naar de toekomst werden geschoven. Voor een aantal universiteiten is dit anno 2016 nog steeds de situatie. Alvorens in de figuur 32 en figuur 31 de ontwikkelingen in vier verschillende jaren te zien zijn (2010, 2012, 2014 en 2015), wordt eerst de aanpak om huisvestingslasten te definiëren en zo vergelijkbaar mogelijk te meten toegelicht. definitie en inventarisatie huisvestingslasten Tijdens het Campus NL onderzoek is in CFA-verband - het ambtelijk overleg tussen financieel directeuren van de universiteiten - een definitie van “huisvestingslasten” vastgesteld. De component ‘huisvestingslasten’ zoals in de jaarverslagen opgenomen, omvat bijvoorbeeld de kosten voor huur en gas, water en licht, maar bijvoorbeeld geen afschrijvingen. Uitgangspunt was een definitie die zoveel mogelijk de lasten omvat die aan huisvesting kunnen worden toegeschreven. Tegelijkertijd werd gezocht naar een uniforme definitie, die ook rekening houdt met de verschillende ‘financiële systemen’ van de universiteiten en die de cijfers van universiteiten vergelijkbaar houdt. Aan CFA-leden is vervolgens gevraagd om de gegevens voor vier jaren in te vullen. In de zoektocht naar een definitie bleek ook dat universiteiten verschillend omgaan met lasten die kunnen worden toegeschreven aan de medische faculteit. Bij sommige universiteiten zitten deze lasten niet in de resultatenrekening van de universiteit, bij andere universiteiten is dit (deels) wel het geval. huisvestingslasten in de jaren 2010, 2012, 2014 en 2015 figuur 31: huisvestingslasten en waardebegrippen in miljoenen euro’s (op basis van enkelvoudige jaarrekeningen 2010, 2012, 2014, 2015) - de ouderdomsindex is een ratio die de boekwaarde relateert aan de verkrijgingsprijs Campus NL Investeren in de toekomst 61

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
dies natalis - Open Universiteit Nederland
Dairy Campus waar staan we nu?
Ervaringen met weblectures - Open Universiteit Nederland
5708369 Modulair 1.qxd - Open Universiteit Nederland
Modulair 1 (jaargang 27, 9 september 2011) - Open Universiteit ...
Modulair 5 (jaargang 23, 8 februari 2008) - Open Universiteit ...
Onderwijs en Innovatie - Open Universiteit Nederland
Symposium Onderwijs: een Kunst! Van onderzoek naar ... - NVMO
Modulair 2 - Open Universiteit Nederland
Modulair Special - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 - Open Universiteit Nederland
Modulair 3 - Open Universiteit Nederland
jaarverslag 2010 - Universiteit Twente
Strategienota 2013-2016 - Universiteit Utrecht
Jaarverslag 2012 KHLeuven - Katholieke Hogeschool Leuven
Jaarverslag 2009 - Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Jaarverslag 2011.pdf - Saxion Hogescholen
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
Honours in the Global World, Searching for Excellence Reflecties ...