Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

Vanzelfsprekend is de

Vanzelfsprekend is de vergelijkbaarheid van de ‘huisvestingslasten’ tussen universiteiten ook afhankelijk van het hanteren van een uniform definitiekader. Afgelopen decennium hebben de campus- en huisvestingsdirecteuren veel energie gestoken in het benchmarken en hanteren van uniforme rubriceringen hiervoor. De cijfers uit de jaarverslagen worden ook gebruikt door bijvoorbeeld de Inspectie en DUO. opmerkingen over de huisvestingslasten Het percentage huisvestingslasten strookt met de bevindingen van de Onderwijsinspectie: op sectorniveau iets meer dan 11%. We zien dat het percentage huisvestingslasten vrijwel constant is, wat gezien de forse stijging van de studentenaantallen (+22%) in diezelfde periode ook een teken is van kostenefficiency. Gezien de toename van het aantal studenten lijkt het logisch dat er meer faciliteiten moeten komen of dat de faciliteiten die er al waren intensiever gebruikt worden. Dat zou een stijging van de lasten legitimeren, wat ook geldt voor de hoeveelheid achterstallig onderhoud die er nog steeds is. Meer over de strategische keuzes daarvoor en hun invloed op de huisvestingsopgave voor de komende decennia, is te vinden in hoofdstuk 4. figuur 32: huisvestingskosten als percentage van de totale lasten in de afgelopen 10 jaar (4 meetpunten, geïnventariseerd voor Campus NL onderzoek), cijfers op basis van vorige figuur In het percentage huisvestingslasten zit wel een aanzienlijke spreiding: in 2015 van 8,6% tot 15,2%. Universiteiten met een combinatie van veel laboratoria en een relatief oude voorraad - wat zowel te maken heeft met de hoeveelheid beta-opleidingen, maar ook met de leeftijd van de universiteit - besteden meer dan het gemiddelde. Relatief jonge universiteiten en universiteiten met weinig specifieke ruimte - al of niet in combinatie - besteden aan huisvestingskosten een percentage van de totale lasten dat lager is dan het gemiddelde. Overige opmerkingen bij de data in figuur 32 en figuur 31: • met betrekking tot “afschrijvingen”: tegenstelling tot gebouwen in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw (en voor die tijd) - waarbij casco en afbouw het grootste aandeel hadden in gebouwinvesteringen - worden investeringen in hedendaagse gebouwen veel meer bepaald door installaties en inbouw. Bij laboratoria wordt dit het meest zichtbaar. Als daarbij wordt opgeteld dat deze hoge investeringen de kortste technische en functionele levensduur hebben, dan verklaart dit waarom kapitaallasten ten gevolge van huisvestingsinvesteringen steeds hoger (zullen) worden • De ouderdomsindex - zie figuur 31 - is een ratio die de boekwaarde relateert aan de verkrijgingsprijs. huisvestingslasten in relatie tot veranderde overheidsfinanciën Voor herinvesteringen in huisvesting moeten universiteiten vaak “sparen”. Het eigen vermogen en de liquide middelen - het ‘spaargeld’ - neemt daarmee toe, maar dit is ook nodig om de noodzakelijke investeringen in de (nabije) toekomst te kunnen blijven 62 Campus NL Investeren in de toekomst

financieren. Sommige universiteiten lijken de afgelopen jaren ‘winst’ te hebben gemaakt, eigenlijk juist doordat ze relatief oude gebouwen hebben waarop ze ook relatief weinig afschreven. Relatief lage afschrijvingen zorgen voor een relatief hoog resultaat. Deze ‘winst’ is gereserveerd, juist om de noodzakelijke investeringen in huisvesting te kunnen financieren. Het is dan ook een reële toekomstverwachting (op basis van de continuïteitsparagrafen) dat de financiële positie voor de komende jaren aanzienlijk minder riant wordt. De Inspectie komt overigens tot een soortgelijke conclusie in haar onderzoek naar de financiële positie van universiteiten. Er zijn in dit kader nog twee andere belangrijke ontwikkelingen te noemen: de afname van de vermogenspositie van universiteiten en het toenemend relatief belang van de middelen uit de tweede en derde geldstroom. De solvabiliteit van universiteiten is sinds 1998 gedaald van 63% naar 49%. De solvabiliteit is de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen en is een indicator van het vermogen om op lange termijn aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Door vreemd vermogen aan te trekken (te lenen) kunnen financieringslasten van investeringen in de tijd worden geëgaliseerd. Wanneer de rentebaten structureel worden overschreden door de rentelasten en de instellingen in de rijksbijdrage geen rentecomponent ontvangen, gaat dit ten koste van onderwijs en onderzoek. Daarnaast zijn de onzekere tweede en derde geldstroom steeds belangrijker geworden ten opzichte van de eerste geldstroom. Niet alleen omdat de tweede geldstroom geen bijdrage voor huisvesting bevat, maar vooral omdat toekenningen uit deze geldstromen relatief onzeker zijn. Universiteiten zijn hierdoor voor hun financiering afhankelijker geworden van relatief onzekere middelen. Dit heeft natuurlijk ook gevolgen voor de mogelijkheid en de bereidheid om langetermijninvesteringen te doen. Hoofdstuk 2 beschrijft meer achtergronden over dit onderwerp en hoofdstuk 3 geeft aan hoe universiteiten hierop anticiperen in hun huisvestingsplannen. waardebegrippen Het bepalen van de marktwaarde bleek afgelopen decennia heel complex, niet alleen door de specifieke functie, maar ook door de grootte van de gebouwen die voor weinig andere organisaties passend of geschikt zijn. Andere waardebegrippen bleken nuttiger voor de taken van de campusmanager, zoals de vervangingswaarde, waarvoor informatie over actuele campusprojecten nodig is. Om die reden is met de Nederlandse universiteiten afgelopen tien jaar een database opgebouwd met recente projecten die als referenties kunnen dienen. De WOZ als waardebegrip levert meer en meer problemen op voor vastgoedbeheer. Ook de Rijksoverheid wordt hier mee geconfronteerd. Wat is de waarde van een gevangenis? Uit de recente ervaringen met transformatie blijkt dat niet de historische nieuwwaarde hier relevant is, maar de waarde van een vervangende functie, waarbij die waarde kan worden gemaximaliseerd op het moment dat dicht bij de oorspronkelijke functie kan worden gebleven. Waarde wordt bij hergebruik bepaalt door de toekomst en niet door het verleden. Bij gevangenissen gaan in ieder geval de extra investeringen t.b.v. veiligheid (afscherming van de buitenwereld) verloren op het moment dat de vervangende functie daar geen behoefte aan heeft. Ook de onderwijsgebouwen zijn dermate specifiek dat daarmee de historische nieuwwaarde niet terug komt bij transformatie. Courante ontwerpen hebben wel een positieve bijdrage, maar in het verleden is dit geen ontwerpeis geweest. Daarnaast zorgt ook de locatie voor reductie van de marktwaarde. Waar voor de universitaire functie concentratie wenselijk is, wordt dit een negatief aspect voor hergebruik. Het is tenminste een beperking in het vinden van nieuwe gebruikers voor oude gebouwen, en daarmee een reductie op die marktwaarde. Campus NL Investeren in de toekomst 63

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Dairy Campus waar staan we nu?
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Vizier_vooruit._4_toekomstscenario_s_voor_Nederlandse_universiteiten.
Masterplan Toekomst Wiskunde - Platform Wiskunde Nederland
De Pewex-shops - archief van Veto
Modulair 3 - Open Universiteit Nederland
E-schrift - veertiende uitgave februari 2012 - OpenU
Masters faculteit Wetenschappen - DMBR - Universiteit Gent
OI_1_05.pdf - Open Universiteit Nederland
• Docenten maken het verschil • Krachtenbundeling voor een leven ...
Modulair 9 - Open Universiteit Nederland
Kennis in Kaart 2008 - SSO
Jaarverslag 2010 - Protestantse Theologische Universiteit
5004224 MODULAIR 4 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
5004202 MODULAIR 2 - Open Universiteit Nederland