Views
1 year ago

Campus NL

Campus%20NL%20digital%20version%20(for%20websites)

1.10 Universiteiten

1.10 Universiteiten moeten steeds meer rekening houden met een kortere functionele levensduur: bij de ervaring van de Nederlandse campusmanagers dat de campus steeds sneller functioneel veroudert, hoort een realistische aanname van de termijn waarna met vervanging rekening moet worden gehouden. 1.11 Ruimtegebruik efficiënter anno 2016: de forse toename van het aantal studenten in de afgelopen tien jaar (+22%) en een iets groter, maar vooral veel dynamischer personeelsbestand (+5%) in combinatie met het nagenoeg gelijk gebleven bruto campusoppervlak, geven blijk van een efficiënt(er) ruimtegebruik op de campus 2016. 1.12 Ruimtegebruik veel flexibeler anno 2016: efficiënter ruimtegebruik op de hedendaagse campus is ook te danken aan het beter benutten van gangen, hallen en trappenhuizen - de zogenaamde horizontale verkeersruimte - voor informele overleg of zelfstudie. Ook de buitenruimte wordt dankzij de beschikbaarheid van plaatsonafhankelijke ICT middelen - smartphones, laptops, draadloos netwerk buiten de gebouwen - veel beter benut, wat de flexibiliteit van de gebruikers sterk heeft vergroot en daarmee de flexibiliteit van de campus. 1.13 Ruimtegebruik voor onderwijs anno 2016: traditioneel wordt onderwijs geprogrammeerd in onderwijszalen, wat nog steeds 15% van het nuttige campusoppervlak uitmaakt. In ruime zin nemen de onderwijsactiviteiten anno 2016 meer dan het dubbele oppervlak in beslag - meer dan 30% - dan via het ruimtetype “onderwijs(zalen)” dat in administraties wordt geregistreerd. Uit de interviews blijkt dat onderwijsruimte anno 2016 volgens alle Nederlandse universiteiten veel ruimer moet worden opgevat: ook de bibliotheken fungeren als zelfstudieplek voor studenten en restaurants buiten lunchtijden als overlegplek voor groepswerk. Master-studenten delen daarnaast steeds vaker kantoorruimte, werkplaatsen en/of laboratoria met onderzoeksgroepen. Dat is nog exclusief het gebruik van eerder genoemde horizontale verkeersruimte (gangen, hallen, trappenhuizen) en buitenruimte voor onderwijsactiviteiten. 1.14 Ruimtegebruik voor onderwijs-, onderzoeks- en ondersteunende activiteiten is op Campus NL anno 2016 ongeveer gelijk verdeeld - 33%, 35% en 32% - op basis van enerzijds de cijfers uit de ruimteadministraties en anderzijds de interpretaties van ruimtegebruik-ontwikkelingen die in interviews met campusmanagers geschetst werden. 1.15 Studententevredenheid anno 2016: steeds vaker is de campus expliciet onderdeel van tevredenheidenquêtes onder studenten. Hoewel dit pas relatief kort is - en er daarom geen lange termijn vergelijkingen kunnen worden gemaakt - lijkt uit NSE enquêtes en interviews bij universiteiten op te maken dat de student de huisvesting en faciliteiten niet alleen hoger beoordeeld, maar ook belangrijker is gaan vinden. Studenten geven expliciet aan dat de kwaliteit van voorzieningen en de sfeer op de campus - en in de studentenstad - onderscheidend kunnen zijn bij de selectie van een universiteit. Universiteiten zijn dit zich ook steeds meer bewust. 1.16 Ruimtegebruik kantoren voor staf anno 2016: per medewerker is er anno 2016 16,9 m2 nuttig oppervlak (NO) kantoorruimte beschikbaar - in vergelijking met 2006 is dat 3,4% gedaald. Per fte is dat 20,2 m2 NO. Een flexibele werkomgeving levert tot nu toe nog geen grote ruimtebesparing, maar biedt wel de mogelijkheid om de steeds dynamischer ‘campus community’ flexibel te huisvesten. Vooral in de tijd zijn de vele mutaties (interne verhuizingen) een kostenpost. Dit terwijl de universiteiten aangeven dat het precies inschatten van hun personeelsaantallen een van de moeilijkste opgaven is van campusmanagement. Sommige universiteiten geven aan dat ze maar liefst 20-25% meer personen huisvesten dan uit personeelsadministraties blijkt. Hoewel dit het campusmanagement niet 66 Campus NL Investeren in de toekomst

eenvoudiger maakt, wordt dit door de universiteit ook gekoesterd als bewijs voor een netwerkorganisatie die gastvrijheid biedt aan vele doelgroepen, zoals tijdelijke buitenlandse professoren, gastonderzoekers en prominente politici met een 0-fte aanstelling. 1.17 Ruimtegebruik voor onderzoek anno 2016: hoewel steeds meer onderzoek “desk research” is en alleen een (al of niet flexibele) computerwerkplek behoeft, is de behoefte aan laboratoria nog steeds groot. De campus als “living lab” of proeftuin voor innovatie bevordert als universitaire ambitie zelfs een fysieke en zichtbare testomgeving op de campus. De meeste universiteiten geven aan dat de kantoorwerkplek de laboratorium-werkplek niet vervangt: in beide moet nog steeds worden voorzien. Wel is duidelijk dat een medewerker niet op allebei de werkplekken tegelijk kan zijn en dat de lagere bezetting van beide plekken een reden is om in beide omgevingen meer ruimte te gaan delen. De bereidheid tot delen - en het al of niet stimuleren daarvan als strategische keuze - is onderwerp van hoofdstuk 3. Anno 2016 wordt op campus NL nog steeds 11,5% van de m2 (NO) als laboratorium bestemd, met grote verschillen per universiteit: van 0,2% (Rotterdam, Tilburg) tot 17,8% (technische universiteiten). 1.18 Labs belangrijk voor binding academici anno 2016: net als bij studenten de beschikbaarheid van een inspirerende leeromgeving met voldoende studieplekken steeds belangrijker worden geacht, worden state-of-the-art onderzoeksfaciliteiten gebruikt om talentvolle academici of onderzoeksgroepen aan te trekken en te binden. In interviews wordt aangegeven dat de beschikbaarheid van goede laboratoria niet alleen van belang is voor het aantrekken van (externe) onderzoeksfunding, maar ook voor het behouden van talent voor de universiteit. 1.19 Ontwikkeling huisvestingskosten 1995-2015: gemiddeld besteedt de Universiteit NL anno 2015 11,4% van haar kosten aan Campus NL (huisvestingskosten in de jaarverslagen), maar per universiteit verschilt dit sterk: een bandbreedte van 5,4 tot 15,2%. Dit heeft enerzijds te maken met de verschillen in het aandeel laboratoria en de leeftijdsopbouw van de campus (veel of weinig monumentaal erfgoed en het aandeel gebouwen uit de jaren 60 en 70) en anderzijds met de keuze van de universiteit om herinvesteren (door middelentekort noodgedwongen) uit te stellen of vanaf 1995 al in gang te zetten. Door het uitstel van investeren leek de campus vaak “goedkoop”, terwijl de noodzakelijke hoge lasten feitelijk naar de toekomst werden geschoven. Voor een aantal universiteiten is dit anno 2016 nog steeds de situatie. 1.20 Hogere kapitaallasten anno 2016: in tegenstelling tot gebouwen in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw (en voor die tijd) - waarbij casco en afbouw het grootste aandeel hadden in gebouwinvesteringen - worden investeringen in hedendaagse gebouwen veel meer bepaald door installaties en inbouw. Bij laboratoria wordt dit het meest zichtbaar. Als daarbij wordt opgeteld dat deze hoge investeringen de kortste technische en functionele levensduur hebben, dan verklaart dit waarom kapitaallasten ten gevolge van huisvestingsinvesteringen steeds hoger (zullen) worden. 1.21 Exploitatielasten anno 2016: naast onderhoudslasten zijn energielasten een steeds belangrijkere kostenpost waarop gestuurd wordt. Een duurzame campus met een laag energieverbruik en efficiënt ruimtegebruik is bij veel universiteiten een expliciete strategie, nadat in 2008 een convenant is gesloten om de ‘ecologische footprint’ met 30% te reduceren in 2020 (de zogenaamde MJA3). Bij vervangingsinvesteringen zijn deze duurzaamheidsambities in toenemende mate een expliciet doel, ook omdat studenten en medewerkers steeds kritischer zijn op middelenverspilling. Dat maakt het draagvlak voor ‘meer delen’ (potentieel) groter. Campus NL Investeren in de toekomst 67

De campus als publiek domein - Rooilijn
CAMPUS DIEPENBEEK, Fuif-proof! - UHasselt
Dairy Campus waar staan we nu?
Modulair 4 - Open Universiteit Nederland
Campus Winschoten Voorwoord - Dollard College
infratecture jaarplan 2012 - RDM Campus
5004224 MODULAIR 4 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 6 - Open Universiteit Nederland
5004202 MODULAIR 2 - Open Universiteit Nederland
Strategisch Plan 2020 - Technische Universiteit Eindhoven
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Modulair 8 - Open Universiteit Nederland
OnderwijsInnovatie - Open Universiteit Nederland
Jaarverslag 2011 - Technische Universiteit Eindhoven
Europa en het hoger onderwijs - Ander Europa
Jaargang 5, 1987, nr. 1 - Gewina
Gelijke onderwijskansen voor allochtonen Dag van het ... - UHasselt
jaarverslag en jaarrekening 2015 stichting avans
Instellingsplan 2013 - 2016 - Technische Universiteit Eindhoven
voorstel - VSNU
Honours in the Global World, Searching for Excellence Reflecties ...
Vizier_vooruit._4_toekomstscenario_s_voor_Nederlandse_universiteiten.
Masterplan Toekomst Wiskunde - Platform Wiskunde Nederland