Dossier 40 jaar

cavaria

1


COLOFON

Verantwoordelijke uitgever: Yves Aerts

Hoofdredactie: Dennis De Roover,

Leen De Wispelaere

Eindredactie: Leen De Wispelaere, Elisa Schanzer,

Mark Querton, Thierry Hanan Scheers

Vormgeving: Virginie Soetaert

Administratie: Nicole De Neve

Advertentiewerving: Olivier Deschodt

Werkten verder mee aan dit dossier: Bart Hellinck,

Chris Lambrechts, Cristina Vanlook, Patrick Reyntiens

en Paul Borghs

Cover: Virginie Soetaert

Fotografen: Sophie Nuytten, Andy Huysmans,

Image by Mira Photography

Bureau: Kammerstraat 22 – 9000 Gent – 09 223 69 29

zizo@cavaria.be – www.zizo-online.be

Gratis verkrijgbaar via verschillende afhaalpunten

(www.zizo-online.be)

DEZE BIJLAGE WERD GEREALISEERD IN HET KADER VAN DE

EXPO 'HOEKSTENEN, FUNDAMENTEN VOOR EEN STERKE

VLAAMSE HOLEBI- EN TRANSGENDERBEWEGING' TER ERE

VAN 40 JAAR ÇAVARIA EN WERD TOT STAND GEBRACHT

DOOR ZIZO.

INHOUD

INSPIRERENDE GESCHIEDENIS 4

Çavaria bestaat 40 jaar! Die verjaardag wordt heel

2017 gevierd. ZiZo blikt alvast terug op de rijke

geschiedenis van de Vlaamse holebi- en transgenderbeweging.

We vonden foto’s die de verbeelding prikkelen

en inspireren voor de toekomst.

TIEN SLEUTELMOMENTEN 8

Veertig jaar strijd voor gelijke rechten: dat verliep niet zonder

slag of stoot. Toch waren rechtszaken, mediarelletjes of

confrontaties vaak de motor achter verandering. ZiZo zet

tien sleutelmomenten op een rijtje.

INTERNATIONALE INVLOEDEN 13

Waar haalde de Belgische LGBT-beweging de mosterd?

Zeker is dat een aantal buitenlandse initiatieven inspirerend

werkten.

WAS HET NU 40, 42 OF 45 JAAR? 16

Çavaria bestaat veertig jaar: een mooi en rond getal dat

terugleidt naar het officiële oprichtingsjaar 1977. Toch zijn

er redenen om aan te nemen dat de organisatie 42, of misschien

zelfs 45 jaar bestaat.

HIV: EMANCIPEREN UIT NOODZAAK 18

Voor de holebibeweging bleek hiv zowel een tijdelijke rem

als een hefboom voor de emancipatiestrijd. Vandaag staan

de aidsorganisaties en de holebibeweging schouder aan

schouder.

CARLA WALSCHAP 20

Met ‘De eskimo en de roos’ schreef Carla Walschap zowat

de eerste lesbische roman in Vlaanderen. A trip down

memory lane.

DE TRANSGENDER(R)EVOLUTIE 22

“Ik heb soms het gevoel dat ik een proefkonijn ben geweest,”

zegt Son Snelders, die in 1975 het autobiografische

‘Dagboek van een transseksueel’ schreef.

OVER GENERATIES HEEN 26

ZiZo sprak met vijf holebi’s die allen tot een verschillende

generatie behoren. Zijn zij bezorgd over de toekomst?

Welke dromen koesteren zij nog? Merken zij bepaalde

trends op? Hoe ervaren ze de heteronorm? Maar vooral,

wat vinden ze van elkaar?

OOST, WEST, LGBT-HUIS BEST 32

Zizo-magazine sprak met de mensen die aan de

wieg stonden van Het Roze Huis in Antwerpen en

Het Regenbooghuis in Brussel.

TWINTIG JAAR AAN DE LIJN 34

Het engagement van één van de Holebifoonvrijwilligers is

bijna even oud als de Holebifoon zelf. De ideale gesprekspartner

voor een terugblik dus.

MINDERHEDEN BINNEN DE MINDERHEID 36

Holebi’s met een etnisch-culturele minderheidspositie

organiseren zichzelf al bijna twintig jaar. Een kritische

terugblik met Merhaba-projectcoördinatrice Klaartje Van

Kerckem.

BONDGENOTEN VAN HET EERSTE UUR 38

Zonder de inzet van tal van medestanders, stond de

LGBT-beweging niet waar ze vandaag staat.

BREUKLIJNEN IN DE LGBT-BEWEGING 42

Breuklijnen en spanningen binnen de LGBT-beweging zijn

van alle tijden. Een overzicht.

LIJST VAN VLAAMSE 45

HOLEBI- EN TRANSGENDERVERENIGINGEN

2


este lezer

In 2017 bestaat Çavaria, de Vlaamse holebi- en transgenderkoepel, 40 jaar. Çavaria ondersteunt en stimuleert

andere verenigingen die opkomen voor een brede kijk op seksuele oriëntatie, genderexpressie en genderidentiteit.

In onze samenleving zijn zulke organisaties van groot belang. Cultuur, attitude, overtuiging,

etnische achtergrond en seksuele geaardheid. Juist deze woorden zorgen voor diversiteit. En dat maakt de

maatschappij veel prettiger en aangenamer.

Ook ik, Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, wil er alles aan doen om de gelijkwaardigheid

en gelijkheid te bevorderen en ongelijkheden te voorkomen. Al vanaf 2003 kan je in België huwen met

iemand van hetzelfde geslacht. Alle rechten en plichten gelden als bij een huwelijk tussen mensen van een

verschillend geslacht. Geweldig toch? Maar. Nog altijd is het moeilijk voor sommigen om liefde tussen twee

mensen te aanvaarden.

Ik wens çavaria een dikke proficiat met de 40 jaren die de vereniging achter de rug heeft. Het is boeiend dat

çavaria ons via de tentoonstelling niet alleen naar het verleden terugbrengt, maar ook naar het heden kijkt

en vooruitblikt naar de toekomst. Tijdens de tentoonstelling zal u zien wat de fundamenten waren die het

succes mogelijk hebben gemaakt. Daarnaast zal er ook uitgelegd worden wat de hoekstenen zijn die alles

staande houden en die we dus niet uit het oog mogen verliezen.

Kortom, tijdens de tentoonstelling krijgt u alles te zien wat çavaria sterk maakt. Bijwonen is de boodschap!

Niet vergeten: de beweging zou geen slagkracht hebben zonder iedereen die kiest om zichzelf te aanvaarden

zoals hij, zij of die is. En zonder wie kiest om achter zijn, haar of hun dierbaren te blijven staan. Of zonder

wie kiest om zich te informeren in plaats van te veroordelen.

Veel plezier tijdens de tentoonstelling!

Sven Gatz

Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel

3


Inspirerende geschiedenis

40 jaar strijden voor holebi’s en transgenders

In 2017 bestaat çavaria 40 jaar! Die verjaardag wordt heel het jaar gevierd. ZiZo nam een duik

in de archieven. Daar vonden we foto’s die de verbeelding prikkelen en inspireren voor de toekomst.

Tekst: Dennis De Roover

EERSTE VERENIGINGEN

Suzan Daniel richtte in 1953 het

CCB (Centre Culturel Belge/

Cultuurcentrum België) op, de

eerste vereniging voor homo’s en

lesbiennes in België. Op de foto

zien we Suzan Daniel spreken op

een congres van het Internationaal

Comité voor Seksuele

Rechtsgelijkheid (ICSE, een voorloper van ILGA) in

1953 in Amsterdam. Daniels bezoek aan dat congres

inspireerde haar om het CCB op te richten.

In de jaren zestig ontstaat de eerste Vlaamse homovereniging:

het CCL-COC. De eerste homoverenigingen

in België voerden niet meteen publiekelijk actie voor

maatschappelijke aanvaarding. Zelfaanvaarding op zich

bleek voor velen al een grote opgave.

In 1971 werd het G.O.C. (Gespreks-en Onthaalcentrum)

opgericht. In de jaren zeventig zou dit tot een

belangrijk centrum uitgroeien. Naast de uitvalsbasis in

Dambruggestraat in Antwerpen, ontstonden ook in

andere provincies afdelingen. Bijvoorbeeld het G.O.C.

Limburg, waarvan je hier foto’s ziet. Toch slaagde G.O.C.

niet in de ambitie om uit te groeien tot een koepelvereniging.

KIEM VAN ACTIVISME

In 1965 werd in het Belgische Parlement het artikel

372bis goedgekeurd. Dat artikel maakte homoseksuele

contacten onder de 18 jaar strafbaar. Voor hetero’s bleef

de grens voor seksuele contacten op 16 jaar. Het was

een wetswijziging die homo’s en lesbiennes zou binden

in hun strijd voor gelijke rechten.

In 1973 kwamen homo’s en lesbiennes voor het eerst als

groep op straat in België, tijdens een abortusbetoging

in Gent.

In 1977 werd de Federatie Werkgroepen Homofilie

(FWH), de voorloper van çavaria, opgericht. De organisatie

ontstond uit fusies van verscheidene homogroepen

en kreeg subsidies van Rika De Backer (CVP,

vandaag CD&V).

Niet alle verenigingen maakten deel uit van de FWH. Zo

was er de ‘links-feministische’ groep De Rooie Vlinder

die voor een confronterende koers ging en de aanpak

van FWH te voorzichtig vond. In 1978 organiseerde De

Rooie Vlinder in Gent de eerste homodag, waarvan de

activiteiten nog binnenskamers plaatsvonden. In 1979

vond in Antwerpen de tweede homodag plaats, waarbij

ook een betoging in de straten hoorde. In 1985 werd

artikel 372bis afgeschaft.

4


dossier 40 jaar çavaria

ZICHTBAARHEID

De strijd voor holebi- en transgenderrechten hing vaak

samen met de nood aan zichtbaarheid. Zowel de media,

de coming-out van Bekende Vlamingen en de holebien

transgenderbeweging speelden hierin een rol.

Op 1 december 1966 zond de jonge openbare omroep

BRT voor het eerst een programma uit dat volledig rond

homoseksualiteit draaide en ook travestie kort belichtte:

‘Diagnose van het Anders-Zijn’.

AIDS / HIV

Midden jaren tachtig begon het hiv-virus zich te

verspreiden over Europa. Veel mensen kregen aids. Er

waren nog geen aidsremmers. Besmet raken betekende

vaak kort daarop sterven. Er werd gesproken over ‘een

homoziekte’ of ‘de homopest’. In 1985 werd de Aidstelefoon

gestart.

In de jaren tachtig treuzelde de overheid met de start

van aidspreventie. Het FWH deelde informatiefolders

aan de eigen doelgroep uit en gaf persconferenties.

Contacten tussen de FWH, het Instituut voor Tropische

Geneeskunde en enkele artsen leidden in 1985 tot de

oprichting van een aparte organisatie: de Stichting Aids

Gezondheidszorg. Dokter Peter Piot werd de eerste

voorzitter van de stichting. Op het einde van de jaren

tachtig begon een ‘AIDS-bus’ rond te rijden door Vlaanderen

om de bevolking te sensibiliseren.

In de jaren negentig raakte de overheid actiever betrokken

bij de aidspreventie. In 1994 startte de befaamde

‘Zet ‘m op’-campagne. De campagne stapte af van

eerdere communicatiestrategieën die vooral angst voor

de ziekte wilden opwekken. Seks werd ontdaan van zijn

negatieve bijklank. De campagne koppelde sexappeal

en humor aan het promoten van condoomgebruik.

In 2001 lanceerde de Vlaamse overheid een beruchte

campagne rond veilig vrijen. De campagne wilde jongeren

bereiken met de schuttingtaal van pubers. Vooral

‘Bla bla bla en dan pas boem boem boem’ was een slogan

die jaren bleef hangen.

Vandaag is er een interfederaal plan tegen aids en hiv.

Sensoa voert nog regelmatig preventiecampagnes die

specifiek gericht zijn op mannen die seks hebben met

mannen.

In december 1970 deed zanger Will Ferdy als eerste bekende

persoon in Vlaanderen zijn coming-out, op radio

én televisie. De openlijk homoseksuele artiest ondervond

daarvan een tijd de weerslag. Concertorganisatoren

programmeerden hem niet meer. Zijn publiek bleef

hem echter trouw en hij bouwde een rijke zangcarrière

uit. In 2015 gaf çavaria Will Ferdy de prestigieuze Çavaria

Lifetime Achievement Award voor zijn ‘pionierscomingout’.

In de loop van de jaren tachtig geraakte het homoactivisme

in een impasse. Er was interne verdeeldheid binnen

het FWH, de voorloper van çavaria. De verspreiding

van aids in Europa en de economische crisis hadden

hun weerslag op de persoonlijke levens van holebi’s en

transgenders in België.

Eind jaren tachtig krabbelde de beweging overeind.

Aangezien discriminatie ten opzichte van homoseksualiteit

nog niet op de politieke agenda stond, werd dit een

van de belangrijkste werkpunten van de FWH. Op 5 mei

1990 vond de eerste Roze Zaterdag plaats in Antwerpen.

Vanaf 1996 vindt deze manifestatie onafgebroken plaats

in Brussel.

Steeds meer bekende holebi’s kwamen uit voor hun

seksuele oriëntatie: Tom Lanoye, Kurt Van Eeghem,

Alexandra Potvin, Yasmine, Dré Steemans alias Felice

Damiano, Koen Crucke, Tom De Cock, Sven Pichal,

Nathalie Delporte, Wim De Vilder, Daniella Somers … en

uiteindelijk zelfs Bart Kaëll, Luc Appermont en Johan

Verstreken.

FWH publiceerde in 1993 de eerste editie van het

tijdschrift ZiZo. Het blad ontstond uit de Homo- en

Lesbiennekrant van de FWH en de Janet, een krant die

in de schoot van de linkse holebivereniging Het Roze

Aktiefront (RAF) was ontstaan en gaandeweg een onafhankelijkere

koers van het RAF voer.

5


GAAT EN VERENIGT U!

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig ontstond een

gunstig klimaat voor een bloeiend verenigingsleven in

Vlaanderen. Homo’s en lesbiennes waren zichtbaarder

geworden en de professionalisering van de beweging

leverde appreciatie door de overheid op.

De FWH bedacht het woord ‘holebi’. De term dook op

in 1992 toen de koepel voor het eerst een holebiprijs

uitreikte voor de meest verdienstelijke homo, lesbienne

of biseksueel van het jaar.

In de jaren tachtig ontstaan in de grote Vlaamse steden

enkele homojongerenverenigingen. Vanaf 1994

beginnen zij samen te werken voor de organisatie van

jongerentrefdagen. De eerste trefdag vond plaats in

Blankenberge. De organisatie van dergelijke meerdaagse

activiteiten leidde tot structureel overleg tussen de

holebi-jongerenverenigingen en het ontstaan van Wel

Jong Niet Hetero. In 1997 neemt die organisatie haar

eerste betaalde werkkracht in dienst.

Na de verenigingen in de grote steden ontstaan er ook

aftakkingen of nieuwe groeperingen in kleinere regio’s

zoals Herentals, Ieper, Hoogstraten en Geraardsbergen.

Er werd nagedacht over vaste plekken in de stad waar

de verenigingen konden samenkomen, ‘roze huizen’. Zo

groepeerden Gentse holebi-verenigingen zich begin

jaren negentig in het samenwerkingsverband G.H.L.B.

met als doel een ‘roze huis’ op te richten. Ze krijgen van

het stadsbestuur het gebouw op de hoek van de Kammerstraat

en de Belfortstraat in erfpacht. Op vrijdag 24

maart 2000 huldigt toenmalig burgemeester Frank Beke

(SP, vandaag sp.a) het gebouw in.

In 1994 riep Denis Bouwen na een geslaagde Roze Zaterdag

op zijn beurt in Antwerpen enkele enthousiastelingen

bijeen. Het resulteert in 1995 in de oprichting van

vzw Het Roze Huis. Op 23-24 september 2000 openen

Het Roze Huis en Café Den Draak feestelijk de deuren.

Holebihuis Vlaams-Brabant in Leuven, Regenbooghuis

Limburg in Hasselt en REBUS in Oostende vierden hun

opening respectievelijk in 2009, 2012 en 2014.

In de nillies evolueerde de holebibeweging naar een

holebi- en transgenderbeweging. In 2005 werd de

doelgroep transgenders expliciet opgenomen in de

statuten van wat toen nog de Holebifederatie heette. In

2009 werd de missie van de organisatie uitgebreid met

het thema gender, naast het reeds bestaande thema

seksuele oriëntatie. Het besef groeide dat niet enkel de

seksuele oriëntatie maar ook de genderrol holebi›s in

een maatschappelijk kwetsbare positie brengt. Bovendien

wilde men transgenders een volwaardige plaats in

de beweging geven. In 2010 werd de Holebifederatie

omgedoopt tot ‘çavaria’.

6


dossier 40 jaar çavaria

MEER WETEN OVER DE

GESCHIEDENIS VAN DE

LGBT-BEWEGING?

www.holebipioniers.be

www.fondssuzandaniel.be

GROTE OVERWINNINGEN

Decennia activisme en de opleving van de beweging

in de jaren negentig, effenden het pad voor de grote

doorbraak in de zichtbaarheid én bespreekbaarheid van

holebiseksualiteit en transgenderisme in de Vlaamse en

Belgische samenleving.

In 1996 tekenden schrijver Tom Lanoye en René Los

onder grote persaandacht een samenlevingscontract.

Ze grepen die kans om aan te klagen dat deze regeling

een ‘lege doos’ was.

Bij de federale verkiezingen van 1999 werd het Belgische

politieke landschap door elkaar geschud. CVP leed

grote verliezen. Er kwam een paarsgroene regering

onder leiding van Guy Verhofstadt die oren had naar

de eisen van de holebibeweging. In 2001 zwichtte ook

de CVP na intensief lobbywerk. Het homohuwelijk belandde

in het partijprogramma van de Vlaamse christendemocraten

die zich dat jaar omdoopten tot CD&V. Op

30 januari 2003 keurde het Parlement met een ruime

meerderheid de openstelling van het burgerlijk huwelijk

goed. Datzelfde jaar werd een wetswijziging doorgevoerd

waardoor discriminatie op basis van onder andere

geslacht en seksuele geaardheid strafbaar werd.

Onder de Regering-Verhofstadt II kregen holebi’s de

mogelijkheid om kinderen te adopteren. De wet die dat

mogelijk maakte trad in 2006 in werking.

In de beginjaren van het nieuwe millennium kwam voor

het eerst het transgenderthema sterk op de politieke

agenda. Een wet van 10 mei 2007 regelde de geslachtsverandering

van transseksuele personen, zij het onder

strenge voorwaarden.

In 2011 trad Elio Di Rupo aan als premier. Hij werd de

eerste mannelijke premier ter wereld die al uit de kast

was als homo tijdens zijn aantreden als regeringsleider.

Het werd een item in de internationale media, niet in

België. De Belgische bevolking en media lagen niet wakker

van de seksuele oriëntatie van de premier. Er vloeide

vooral veel inkt over Di Rupo’s gebrekkige Nederlands.

Zijn regering werd geconfronteerd met de homofobe

moord op Ihsane Jarfi. Er kwam een interfederaal actieplan

tegen homofoob en transfoob geweld, waarbij de

verscheidene bestuursniveaus en regeringen in België

betrokken werden.

De Vlaamse holebi- en transgenderbeweging bestaat

intussen 40 jaar. Onze LGBT-wetgeving is op Europees

niveau behoorlijk progressief, maar is de houding van

de Vlamingen tegenover holebi’s en transgenders

even sterk geëvolueerd in positieve zin? Wanneer zullen

holebi’s en transgenders niet langer als kwetsbare

groep in de welzijnsstatistieken opduiken? Hoe zal de

emancipatiestrijd internationaal verder verlopen? Het

zijn vragen die çavaria alert houden en motiveert om

blijvende vooruitgang na te streven. De geschiedenis

van de toekomst wordt immers elke dag geschreven.

7


Veertig jaar strijd

voor gelijke rechten

TIEN SLEUTELMOMENTEN

Tekst: Paul Borghs

IS HOMOSEKS ONTUCHT?

VRIJEN VANAF 16? HET MAG VOORTAAN!

8

Twee politie-inspecteurs vielen in maart 1984 binnen in

de Brusselse Macho-sauna. Eén van hen gluurde door

een nauwe spleet van een relaxatiecabine en ‘betrapte’

twee vrijende mannen. De inval nam snel ongeziene

proporties aan. De eigenaars van de sauna, Michel

Vincineau en Rudiger Haenen, werden beticht van het

uitbaten van een huis van ontucht. Ze werden gedurende

enkele weken in de gevangenis opgesloten en de

sauna werd gesloten.

In 1985 kwam de Macho-zaak voor de correctionele

rechtbank en die sprak de uitbaters vrij. Maar enkele

maanden later werden ze toch nog veroordeeld door

het Brusselse hof van beroep. Het hof oordeelde dat

homoseksualiteit een ontregeling van de seksualiteit

vormde en het bestaan van twee verschillende

geslachten miskende. “Als men deze doelstelling verlaat

en homoseksualiteit veralgemeent, kan dit leiden tot het

uitsterven van het menselijk ras”, stond in het arrest.

De uitspraak kon niet slechter vallen.

In het midden van de jaren tachtig heerste er volop

aidspaniek in België en in Vlaanderen kreeg het

extreemrechtse en holebi- en transfobe Vlaams Blok

steeds meer gehoor. De uitspraak was dan ook koren op

de molen van de moraalridders die de emancipatie van

holebi’s opnieuw de kop wilden indrukken. Uiteindelijk

werd het arrest verbroken door het Hof van Cassatie

en Haenen en Vincineau werden in 1987 vrijgesproken

door het Luikse hof van beroep. Seks tussen twee

volwassen mannen in de privésfeer was volgens het hof

dan toch geen ontucht. Bij de rechtstreeks betrokkenen

had de Macho-zaak een diepe indruk nagelaten.

In de jaren zestig was de verleidingstheorie populair in

wetenschappelijke kringen. Volgens die theorie werden

jongeren verleid door oudere homoseksuele mannen

en op die manier ‘bekeerd’ tot homoseksualiteit. De

verleidingstheorie leidde in 1965 tot de invoering van

artikel 372bis in het Belgische strafwetboek. Dat artikel

legde de leeftijdsgrens voor seksuele contacten tussen

personen van hetzelfde geslacht op achttien jaar. Voor

heteroseksuelen bleef een leeftijdsgrens van zestien

jaar van kracht. Eén van de bekendste slachtoffers van

372bis was televisie- en radiopresentator Kurt Van

Eeghem. Hij werd begin jaren tachtig veroordeeld op

grond van 372bis.

Voor de homo- en lesbiennebeweging werd 372bis het

belangrijkste strijdpunt, ook al liepen de strategieën

om het discriminerende artikel te bekampen uiteen. De

traditionele groepen, zoals de Federatie Werkgroepen

Homofilie, wilden de zaak binnenskamers oplossen via

lobbywerk. De radicale groepen, zoals de Rooie Vlinder,

kwamen met spandoeken op straat en eisten de onmiddellijke

afschaffing van 372bis. Het zou nog tot 1985

duren vooraleer 372bis daadwerkelijk werd afgeschaft.

Het had een feestelijk moment moeten worden voor de

homo- en lesbiennebeweging. Maar in het midden van

de jaren tachtig was het één en al crisis in de beweging.

De afschaffing van 372bis werd een feestje in mineur.


dossier 40 jaar çavaria

TOM LANOYE EN RENÉ LOS WONEN OFFICIEEL SAMEN

HALT AAN DISCRIMINATIE!

Nadat de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit in

de tweede helft van de jaren negentig gestart was met

een Meldpunt Discriminatie, stroomden de meldingen

binnen. Een lesbisch meisje werd weggepest op school.

Een homoseksuele man mocht in het ziekenhuis niet bij

het lichaam van zijn overleden partner. Een dansschool

weigerde een lesbisch koppel. Een homoseksuele jongen

werd naar een duiveluitdrijving gestuurd.

De meldingen maakten duidelijk dat er, naast de antiracismewet

die in 1981 was ingevoerd, nood was aan een

algemene antidiscriminatiewet. Het eerste wetsvoorstel

werd in 1985 ingediend door Luc Van den Bossche

van de SP. De antidiscriminatiewet werd de nieuwe

prioritaire eis van de beweging, maar de politieke wil

ontbrak volledig.

In 1996 leek voor het eerst een doorbraak mogelijk toen

de CVP haar steun toezegde aan de antidiscriminatiewet.

Maar meteen werd de partij publiekelijk aangevallen,

onder meer door Alexandra Colen van het Vlaams

Blok. Ook Mark Van de Voorde (Kerk en Leven) en

Frans Verleyen (Knack) roerden zich in het debat en

schreven een vernietigend editoriaal. Het gevolg was

dat de CVP haar steun voor een antidiscriminatiewet

introk.

In 1999 verdween de CVP uit de regering en vormden

de liberalen, socialisten en groenen een paars-groene

coalitie onder leiding van Guy Verhofstadt. In het

regeerakkoord werd beloofd dat werk zou gemaakt worden

van een algemene antidiscriminatiewet. Uiteindelijk

werd in 2003 een algemene antidiscriminatiewet van

kracht die bescherming bood tegen discriminaties op

grond van onder meer seksuele geaardheid.

De aidsepidemie maakte duidelijk dat er dringend nood

was aan meer juridische bescherming voor partners

van hetzelfde geslacht. In de jaren tachtig en de eerste

helft van de jaren negentig was het niet uitzonderlijk dat

homo’s geconfronteerd werden met de dood van hun –

vaak nog jonge – partner. Omdat homoseksuele partners

juridisch vreemden waren voor elkaar, betaalde de langstlevende

torenhoge successierechten. Het gebeurde ook

dat de familie jarenlang niets van zich liet horen en plots

opdook na een overlijden om de erfenis op te eisen.

Toen in 1989 een geregistreerd partnerschap werd

ingevoerd in Denemarken, werd aangetoond dat een

volwaardige partnerschapsregeling voor holebiparen

mogelijk was. Ook in België begon de holebibeweging

vanaf het begin van de jaren negentig te ijveren

voor een wettelijk statuut voor partners van hetzelfde

geslacht. Guy Swennen van de SP diende in 1993 als

eerste een wetsvoorstel in voor een instapregeling voor

samenwonenden. Om druk te zetten op de federale

wetgever, kondigde de Stad Antwerpen in 1995 aan dat

een gemeentelijk register zou worden geopend voor de

registratie van samenlevingscontracten. De eerste registraties

vonden al plaats op 20 januari 1996. De bekende

schrijver Tom Lanoye en zijn partner René Los lieten op

die dag hun samenlevingscontract officieel registreren

en dat trok uiteraard heel wat persaandacht.

De gemeentelijke registratie was vanuit juridisch oogpunt

grotendeels symbolisch, maar ze had maatschappelijk

gezien wel een enorme impact. Het grote publiek

raakte vertrouwd met het feit dat holebi’s duurzame

relaties hadden. Er kwam een maatschappelijk draagvlak

en dat maakte dat de politici niet meer om het thema

heen konden. Een en ander leidde in 1998 tot het invoeren

van de wet op de wettelijke samenwoning. Maar

die wet – door de beweging ‘een dode mus’ genoemd

– vormde nog geen antwoord op de vraag van de

beweging om een volwaardige partnerschapsregeling

uit te werken.

9


PRISCILLA WIL NIET SCHEIDEN

De Antwerpse dokwerker Ronny liet in 1997 een

geslachtsaanpassende ingreep uitvoeren. Voortaan ging

Ronny door het leven als Priscilla. Ronny was in 1974

gehuwd met Jeanine. Nadat de medische behandeling

achter de rug was trok Priscilla naar de rechtbank

om een wijziging van de officiële geslachtsregistratie

te verkrijgen. Dat gebeurde toen nog via een rechterlijke

beslissing. Maar in eerste aanleg ging de rechter

niet akkoord met de officiële geslachtswijziging want

daardoor zou een huwelijk van twee vrouwen ontstaan.

Dat werd in strijd geacht met de openbare orde. Ook

het Antwerpse hof van beroep weigerde in 1999 om de

officiële geslachtswijziging toe te staan. Priscilla moest

eerst uit de echt scheiden en pas daarna kon ze zich

officieel laten registreren als vrouw. Maar het echtpaar

wilde gehuwd blijven en Priscilla en Jeanine zagen een

dergelijke ‘gedwongen’ echtscheiding helemaal niet

zitten.

Doordat Priscilla officieel als man geregistreerd bleef,

kreeg het echtpaar regelmatig met problematische

situaties te maken, bijvoorbeeld bij verplaatsingen naar

het buitenland. Priscilla en Jeanine trokken naar de pers.

De persaandacht leverde meer begrip op voor transseksuele

personen. De zaak-Priscilla maakte duidelijk dat

de openstelling van het huwelijk niet alleen belangrijk

was voor holebi’s. De situatie van Priscilla kon uiteindelijk

geregulariseerd worden na de openstelling van het

huwelijk in 2003.

HUWELIJK MET HINDERNISSEN

België was, na Nederland, het tweede land ter wereld

dat het huwelijk openstelde voor partners van hetzelfde

geslacht. Officieel kon in België gehuwd worden vanaf

16 juni 2003. De holebibeweging heeft er lang en

intens voor gestreden. De paars-groene coalitie onder

leiding van Guy Verhofstadt zette vanaf 1999 volop in

op ethische thema’s en forceerde een doorbraak. In het

begin was niet duidelijk of gekozen zou worden voor

het geregistreerd partnerschap of – zoals gevraagd door

de beweging – voor het huwelijk. Uiteindelijk kwam het

huwelijk uit de bus, maar het proces dat leidde tot de

openstelling daarvan verliep erg moeizaam.

In de coalitie waren de Franstalige liberalen het thema

niet echt genegen. De Raad van State stak stokken in de

wielen en adviseerde dat het huwelijk bedoeld was om

kinderen op te voeden. De regering kwam in tijdsnood

en trok op het laatste nippertje haar wetsontwerp in. De

zaak kwam in handen van de Senaat. Toch lukte het om

in januari 2003 de openstelling van het huwelijk goedgekeurd

te krijgen. Dat gebeurde zelfs met een ruime

meerderheid. Al even opmerkelijk was dat de openstelling

van het huwelijk vanuit de oppositie werd gesteund

door een groot aantal leden van de CD&V.

10


dossier 40 jaar çavaria

VAN ADOPTIE TOT AUTOMATISCH OUDERSCHAP

DE STRIJD VAN TRANSGENDERS

Eind jaren zeventig werd in het Verenigd Koninkrijk de

eerste proefbuisbaby geboren. De nieuwe voortplantingstechnieken

openden perspectieven voor lesbische

vrouwen met een kinderwens. Vanaf de jaren tachtig

kwamen in België lesbische vrouwen in aanmerking

voor medisch begeleide voortplanting. Op juridisch

vlak was er toen nog niets geregeld. De meemoeder

was juridisch een vreemde voor het kind en er moest

een voogdijregeling uitgewerkt worden. De beweging

begon vanaf de jaren negentig te ijveren voor een wettelijke

regeling voor holebi-ouders.

Verschillende politici kwamen met voorstellen rond sociaal

ouderschap, maar de beweging wilde verder gaan

en pleitte voor een volwaardige afstammingsregeling.

Uiteindelijk groeide er een politieke consensus rond de

openstelling van de adoptie. In 2006 werden de gezamenlijke

adoptie en de co-ouderadoptie mogelijk in België

voor partners van hetzelfde geslacht. De definitieve

goedkeuring daarvan was een dubbeltje op zijn kant. In

de Senaat was er zelfs maar één stem op overschot.

Voor het eerst werden vanuit conservatief-katholieke

kringen tegenbetogingen georganiseerd. Ook Roger

Pauly van de Gezinsbond wierp zich in de strijd en verkondigde

dat een kind moest opgroeien met een vader

en een moeder ‘zoals dat normaal was’. De tegenkanting

zorgde ervoor dat de CD&V haar toegezegde steun voor

de openstelling van de adoptie introk.

Na een tijdje bleek dat de adoptie door de meemoeder

omslachtig was en voor onzekerheid zorgde. Daarom

ging de beweging ijveren voor een automatische ouderschapsregeling.

Die regeling kwam er. Vanaf 1 januari

2015 wordt een gehuwde meemoeder automatisch

de tweede juridische ouder en een niet-gehuwde

meemoeder kan het kind van haar partner erkennen. De

nieuwe wet werd goedgekeurd door alle partijen met

uitzondering van het Vlaams Belang.

De strijd van transgender personen voor gelijke rechten

verliep in België heel wat trager en moeizamer dan de

strijd van holebi’s. Het was dikwijls het werk van individuen.

In België werd vanaf 1969 aanvaard dat artsen

geslachtsaanpassende ingrepen mogen uitvoeren. Dat

gebeurde nadat de transvrouw Jean-Marie Wijnen

in 1967 overleden was na een dergelijke ingreep. De

behandelende artsen werden door het parket aangeklaagd

voor het opzettelijk toebrengen van slagen en

verwondingen met de dood tot gevolg. Maar de Brusselse

Correctionele Rechtbank oordeelde in 1969 dat de

ingreep medisch noodzakelijk en dus geoorloofd was.

De artsen werden vrijgesproken.

Een ander probleem was de wijziging van de officiële

geslachtsregistratie. De rechtbanken oordeelden

aanvankelijk dat dat onmogelijk was. Daniel Van

Oosterwijck, een Belgische transman, trok daarom naar

de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens

en die meende dat er een inbreuk was op de mensenrechten.

Maar omdat de interne rechtsmiddelen niet

uitgeput waren, kwam er geen definitieve veroordeling

op Europees niveau. Uiteindelijk verkreeg Daniel Van

Oosterwijck in 1986, na meer dan tien jaar procederen,

toch een wijziging van zijn officiële geslachtsregistratie

via een Belgische rechtbank.

Pas onder de paarse regering van Guy Verhofstadt

kwam er enige politieke aandacht voor de situatie van

transgender personen. In 2007 werd in het federale

parlement een wet betreffende transseksualiteit goedgekeurd.

Daardoor hoefden transseksuele personen niet

meer naar de rechtbank, maar konden ze terecht bij de

ambtenaar van de burgerlijke stand voor een wijziging

van hun officiële geslachtsregistratie. Eén van de

voorwaarden was dat de betrokkene niet meer in staat

mocht zijn om overeenkomstig het vroegere geslacht

kinderen te verwekken. Daardoor werd de wet al van bij

de totstandkoming fel bekritiseerd vanuit de transgenderbeweging.

De sterilisatievoorwaarde staat nog

steeds in de wet, maar de huidige regering beloofde

dat er een nieuwe wet komt waarin die voorwaarde

geschrapt zal worden.

11


VERMOORD OM WIE JE BENT

BESMETTELIJKE ONZIN

De Angelsaksische term hate crimes raakte in de jaren

negentig ook in België bekend na de moord in de

Verenigde Staten op Teena Brandon en Matthew Shepard.

De ene werd vermoord omdat hij transman was,

de andere omdat hij homo was. Helemaal ingeburgerd

raakte de term in 2012 toen twee homoseksuele mannen

werden vermoord in België enkel en alleen omwille

van hun seksuele geaardheid.

Op 22 april 2012 verdween de tweeëndertigjarige

Ihsane Jarfi nadat hij aan een homobar in een wagen

was gestapt. Zijn zwaar toegetakelde lichaam werd op

1 mei 2012 teruggevonden in de buurt van Luik. Enkele

maanden later, op 25 juli 2012, werd de eenenzestigjarige

Jacques Kotnik omgebracht met zes hamerslagen

in een park in Luik. Zowel de moordenaars van Jarfi als

de moordenaar van Kotnik werden zwaar gestraft en

in beide gevallen werd homofobie als verzwarende

omstandigheid weerhouden.

In de periode voor de moord op Jarfi en Kotnik werd

al geregeld bericht in de pers over geweldplegingen

tegenover holebi’s en transgenders. Na de moord op

Jarfi was de maat echt vol en de beweging eiste een actieplan.

De regering-Di Rupo had in het regeerakkoord

beloofd om geweld tegen holebi’s en transgenders

krachtdadig aan te pakken. Eén en ander kwam in een

stroomversnelling na de moord op Jarfi en begin 2013

werden twee actieplannen voorgesteld. Er werd ook

gesleuteld aan de wetgeving over haatmisdrijven. Voor

bepaalde misdrijven kwam er een verplichte – in plaats

van facultatieve – strafverzwaring. Ten slotte werden

maatregelen uitgewerkt om de aangiftebereidheid te

vergroten en de vervolging van haatmisdrijven aan te

scherpen.

Weinigen in de beweging hadden ooit al gehoord van

het woord ‘immanent’, tot André-Mutien Léonard

het gebruikte in verband met de aidsepidemie. “Ik zie

in deze epidemie dus geen straf, hoogstens een soort

immanente gerechtigheid, een beetje zoals we op het

ecologische vlak soms de rekening gepresenteerd krijgen

voor wat we het milieu aandoen”, schreef de aartsbisschop

in een boek dat in 2010 uitkwam. Léonard, die

eerder al verschillende homo- en transfobe uitspraken

had gedaan, kreeg bakken kritiek over zich heen. Begin

2011 gaf çavaria hem de Homofobieprijs en de koepel

lanceerde de campagne ‘Onzin is besmettelijk’.

Een rechtszaak tegen Léonard bleek niet mogelijk. In

België wordt de vrije meningsuiting erg goed beschermd

en ook uitspraken die schokken, verontrusten

of kwetsen zijn toegelaten. Wat niet meer kan, is

anderen actief oproepen tot haat, geweld of discriminatie,

maar anderen ‘aanzetten tot’ had Léonard nu ook

weer niet gedaan. Bovendien moeten niet-racistische

persmisdrijven in België worden beoordeeld door een

Hof van Assisen en in de praktijk wordt dat niet meer

samengeroepen voor persmisdrijven. Dat is trouwens

de reden waarom ook niet opgetreden kan worden, op

basis van de wetgeving rond haatboodschappen, tegen

boeken zoals De Weg van de Moslim, waarin wordt

aanbevolen om homo’s van hoge gebouwen te gooien.

Ongetwijfeld wordt de strijd tegen haatmisdrijven en

de omgang met haatboodschappen één van de grote

uitdagingen voor de holebi- en transgenderbeweging.

12


dossier 40 jaar çavaria

Internationale invloeden

op de Belgische LGBT-beweging

In internationaal

opzicht is dit uniek:

een vrouw als pionier

Welke gebeurtenissen en

personen uit het buitenland

hebben hun weerslag gehad op

de LGBT-beweging in België? In

hoeverre werd het homoactivisme

in België geïnspireerd door

internationale ontwikkelingen?

Waarschijnlijk denken we meteen

aan de Stonewall-rellen of

het homohuwelijk in Nederland.

Maar er is veel meer. ZiZo zet het

op een rijtje.

Tekst: Thierry Hanan Scheers

Terwijl homobewegingen in onze buurlanden

al sinds eind negentiende en begin

twintigste eeuw actief waren, kwamen ze

in België pas op gang in de jaren vijftig van

vorige eeuw. In ons Belgenland vonden we

toen geen discriminerende bepalingen in

de strafwetgeving. Er was dus niet meteen

een politieke reden om een organisatie op

te starten. Er was natuurlijk wel het taboe

op homoseksualiteit en het leven als niethetero

was zeker niet eenvoudig, maar er

was geen verbod op homoseksualiteit en

de leeftijdsgrens om seks te mogen hebben

was nog dezelfde voor homo’s als voor

hetero’s.

Maar sommigen wisten goed wat er elders

aan het gebeuren was, onder wie Georges

Eekhoud (1854-1927), een Belgische,

Franstalige schrijver. Eekhoud is opmerkelijk

omdat hij een van de eerste auteurs

in het westen was die openlijk en positief

over homoseksualiteit schreef. Deze

Franstalige Antwerpenaar had onder meer

contacten met Oscar Wilde (1854-1900)

en de Duitse arts Magnus Hirschfeld

(1868-1935). Kort na de veroordeling van

Oscar Wilde voor sodomie in Engeland, was

er in Vlaanderen tevens een proces tegen

Eekhoud omwille van zijn homoroman

‘Escal Vigor’. Hij werd voor het assisenhof

gedaagd wegens inbreuken op de wet

inzake persdelicten, maar werd vrijgesproken.

Magnus Hirschfeld was naast arts ook

schrijver en seksuoloog en een vroege

voorvechter van de emancipatie van

homoseksuelen. Hij richtte in dat verband

in 1897 het Wissenschaftlich-humanitäre

Komitee op. Het comité zette zich onder

meer in voor hervorming van de beruchte

Paragraaf 175 van de Duitse strafwet, die

sinds 1871 seks tussen mannen verbood.

13


14

EERSTE BEWEGING

Eind 1953 lag een lesbische vrouw, onder

het pseudoniem Suzan Daniel (1918-2007),

aan de basis van de eerste Belgische homoen

lesbiennegroep. In internationaal opzicht

is het uniek dat de eerste vereniging in

België een vrouw als pionier had, waar dit in

andere landen altijd mannen waren. Suzan

was op bezoek geweest bij onze noorderburen,

waar ze in Amsterdam deelnam aan het

ICSE-congres (International Committee

for Sexual Equality), de voorloper van het

huidige ILGA. Op congressen van het ICSE

werden altijd internationaal gereputeerde

wetenschappers uitgenodigd om te spreken

over de homothematiek. Lichtjes van haar

stoel geblazen door de positieve ingesteldheid

van de wetenschappers, besloot ze een

holebigroepering naar het model van het

COC (Nederlandse Cultuur- en Ontspanningscentrum)

op te richten in België. “Ik

zag er dat hetero’s ons kwamen verdedigen,

professoren die zegden dat we mensen

waren gelijk een ander. In een tijd dat je

eigenlijk nog een pestlijder was, deed dat

goed”, verklaarde ze achteraf. Zo ontstond

in België dus het Cultuurcentrum België

(CCB). De naam verwees bewust niet naar

het holebithema, om de maatschappij niet

te choqueren.

STONEWALL

We verplaatsen ons even naar de VS. Ten

gevolge van de ontruiming van homobar

The Stonewall Inn in, door de New Yorkse

politie in juni 1969, ontstonden er rellen. Het

bezoekende publiek besloot terug te vechten.

Voor de eerste maal in de geschiedenis

boden homo’s, lesbiennes en travestieten

in groten getale weerstand tegen de vernederingen

van de politie. Deze rellen zouden

bekend worden als de Stonewall-rellen.

Bij de organisatie van holebidemonstraties

werd later wereldwijd naar deze rellen

verwezen. De invloed ervan op de Belgische

LGBT-beweging is eerder beperkt. In België,

en bij uitbreiding in Europa, was toen al heel

wat gaande en organiseerden verschillende

groepen zich reeds. In België wist toen

nauwelijks iemand wat er aan de hand was

in New York. Het is eerder de mythe die

veel later invloed kreeg op de Vlaamse en

Belgische LGBT-beweging.

NORMALITEIT

De Belgische homo- en lesbiennebeweging

werd vooral beïnvloed door wat zich

afspeelde in Nederland en Frankrijk. Begin

jaren zeventig publiceerde het FHAR (Front

Homosexuel d’Action Révolutionnaire)

uit Parijs het Rapport tegen de normaliteit.

Het rapport kantte zich tegen de

heteroseksuele norm en tegen de mannelijke

machocultuur. De mannelijkheidswaan

moest in vraag worden gesteld en het

‘verschil’ met hetero’s zag men als iets positiefs.

Door mensen op straat te choqueren

brachten de leden van het FHAR hun boodschap

over. Hun seksuele diversiteit toonden

ze uitbundig aan de gewone burger door

geschminkt en verkleed op straat te komen.

Zij waren van oordeel dat de toenmalige

homo- en lesbienneverenigingen veel te

braaf waren.

Het revolutionaire gedachtegoed sloeg snel

over naar Luik en Brussel, wat resulteerde in

de oprichting van MHAR (Mouvement Homosexuel

d’ Action Révolutionnaire) en

De Rode Hond in Gent. Deze organisaties

meenden dat de hele zaak ‘militant, radicaal

en politiek’ aangepakt diende te worden.

Andere LGBT-organisaties werden terechtgewezen

omdat hun activiteiten te braaf

zouden zijn en tot schijntolerantie zouden

leiden. De Rode Hond verdween echter al

snel terug van het toneel.

ZOMERKAMP

In 1976 ontstond in Vlaanderen De Rooie


dossier 40 jaar çavaria

Andere LGBTorganisaties

werden

door De Rode Hond

terechtgewezen omdat

hun activiteiten

te braaf zouden zijn

en tot schijntolerantie

zouden leiden

Vlinder. Met hun linkse gedachtegoed

vonden haar leden geen plaatsje binnen

de toenmalige homo- en lesbiennebeweging

en met hun homoseksualiteit konden

zij binnen de linkse beweging evenmin

terecht. Zij gingen verder op het elan van De

Rode Hond en werden tevens geïnspireerd

door FHAR en bij uitbreiding door Mario

Mieli (1952-1983), de leidende figuur van

Italiaanse homobeweging F.U.O.R.I!. Mieli’s

gedachtegoed was vergelijkbaar met dat

van FHAR.

In 1977 ging De Rooie Vlinder op zomerkamp

in Frankrijk samen met De Rooie

Flikkers uit Nederland. De Rooie Flikkers

wilden geen vrouwen imiteren, maar wel

het mannelijkheidsideaal tegengaan.

Aanhangers gingen op pumps lopen, jurken

dragen en de nagels lakken. Volgens Guido

Totté, een van de oprichters van De Rooie

Vlinder, waren de workshops op het zomerkamp

ontzettend verrijkend. Er werden

contacten gelegd met groepen uit Zweden

en Vrijstad Christiana, een zelfverklaarde

semionafhankelijke enclave in de Deense

hoofdstad Kopenhagen. Uiteindelijk was het

ook De Rooie Vlinder die op 18 maart 1978

in Gent de eerste Homodag organiseerde,

de voorloper van The Belgian Pride. Op 5

mei 1979 volgde in Antwerpen de tweede

Homodag, met voor het eerst een optocht

door de straten van de stad. Pas bij de derde

Homodag, op 28 juni 1980 in Brussel, werd

de link gemaakt met de Stonewall-rellen.

AIDS

In 1981 barstte de aidscrisis los. De ziekte

dook voor het eerst op in de Verenigde

Staten en werd in verband gebracht met

homoseksuele mannen, omdat de eerste

slachtoffers vielen onder seksueel actieve

homomannen. Deze negatieve en sensationele

berichten bereikten al snel West-Europa.

Voor de medische wereld was het snel duidelijk

dat aids geen homoziekte was en dat ook

hetero’s besmet konden geraken.

Aids had een enorme invloed op jongeren,

omdat zij reeds op jonge leeftijd werden

geconfronteerd met de dood, en met de soms

schrijnende gevolgen van het ontbreken van

een partnerschapsregeling. Holebi’s moesten

hun bezittingen kunnen beschermen bij het

overlijden van hun partner en in verscheidene

landen ontstonden dan ook partnerschapsregelingen.

Later volgde de openstelling van het

burgerlijk huwelijk, eerst in Nederland (2001)

en vervolgens in België (2003).

ANDERE INVLOEDEN

Ook de invloed van buitenlandse kunst

(literatuur, film, mode, theater, fotografie, …)

en populaire cultuur, waaronder popmuziek,

mag niet worden onderschat. Dat geldt ook

voor de herontdekking van vroegere vormen,

zoals het werk van baron Wilhelm von

Gloeden (1856-1931), een Duits fotograaf

die voornamelijk op Sicilië (naakt)fotografie

beoefende. Vroeger werden zijn fotoboeken

met mannelijk naakt ‘onder de toonbank’

verkocht, maar ten gevolge van de holebiemancipatie

zijn de kunstalbums nu overal

vrij te koop.

Ook de invloed van de Russisch-Oostenrijkse

balletdanser en choreograaf Rudolf

Chametovitsj Noerejev (1938-1993) mag

niet worden onderschat. Hij wordt gezien

als de grootste danser van zijn tijd. Noerejev

overleed aan de gevolgen van aids, net

als Freddie Mercury. Die werd vooral na

zijn dood een icoon. Pas 24 uur voor zijn

overlijden liet hij weten aids te hebben.

Over Village People wordt vaak lacherig

gedaan, maar in 1977 waren het artiesten

die openlijk homo waren én dat gebruikten

als gimmick. Hun naam was trouwens een

rechtstreekse verwijzing naar ‘the Village’, de

homowijk in New York.

David Bowie gebruikte dan weer zijn

biseksualiteit om zijn alter ego’s nog

meer kleur te geven dan ze al hadden. En

Madonna zou Madonna niet zijn als ze niet

tegen de schenen kon schoppen van de

normativiteit. Tijdens de Blond Ambition

Tour was Madonna omringd door alleen

maar homodansers en één trieste hetero

die zich uitgesloten voelde. Ze liet heel de

toer filmen, vooral achter de schermen,

en liet in een truth or dare-spelletje twee

dansers tongen. Dat beeld werd prominent

uitgespeeld in de langspeelfilm Truth Or

Dare: in bed with Madonna. Volgens haar

broer gewoon om te choqueren, want in de

prille jaren negentig was het ongebruikelijk

homoseksualiteit zo te ‘promoten’.

Lady Gaga is natuurlijk bi, en maakte daar

nooit een geheim van. En dichter bij huis

hebben we natuurlijk André van Duin die

hier ook veel op het scherm kwam. Begin dit

jaar kreeg hij nog een award in Nederland

omwille van het naturel waarmee hij al meer

dan veertig jaar homoseksuelen vertegenwoordigt.

In de moderne popcultuur heb je

natuurlijk nog Ricky Martin en Mika: twee

artiesten die uit de kast kwamen en daar

niét voor werden afgestraft.

En heden ten dage heb je Troye Sivan,

Years & Years en Sam Smith: artiesten die

out en proud waren voor ze bekend werden

en vanuit een duidelijk holebistandpunt

de wereld bekijken. Ten slotte betekenen

alle artiesten, kunstenaars en doodgewone

stervelingen die out zijn overal ter wereld

iets voor de gemeenschap : gewoon door

out te zijn.

Madonna

Lady Gaga

Years & Years

Sam Smith

15


Was het nu 40,

42 of 45 jaar?

Het verhaal achter de wieg van de FWH

Dit jaar viert çavaria haar veertigste

verjaardag. Maar klopt dat

eigenlijk wel? Ja én nee, afhankelijk

van wat in rekening wordt

gebracht. Want het is niet ver

zoeken naar argumenten om dat

getal bij te stellen tot 42 of zelfs

45 jaar.

Tekst: Bart Hellinck

Na de oprichting van de eerste emancipatorische

homo- en lesbiennevereniging van

het land, eind 1953, bleef de holebibeweging

anderhalf decennium lang beperkt tot

slechts enkele groepen: één in Brussel en

later twee in Antwerpen. Maar de naoorlogse

maatschappij was in de golden sixties

aan het veranderen onder invloed van

onder meer de aanhoudende economische

groei, een stijging van het scholingsniveau,

een geleidelijke overgang naar een grotere

individualisering, een toenemende ontkerkelijking…In

die context kende de beweging

op het eind van de jaren zestig een eerste

stroomversnelling, namelijk met het ontstaan

van verschillende nieuwe initiatieven.

STROOMVERSNELLING

16

De structurele uitbouw

van FWH ging gepaard

met een toename van de

interne spanningen

Eerst was er het Gesprekscentrum in Antwerpen.

Rond 1969-1970 volgden nieuwe

groepen in Brugge, Leuven, Gent, Mechelen,

Hasselt, Kortrijk… waarvan een aantal echter

al snel weer verdween en niet het minst door

een gebrek aan medewerking en inzet van

homo’s en lesbiennes zelf, die nog al te zeer

gevangen zaten in de eigen problematiek

en bang waren als homoseksueel gekend te

worden. In elk geval kruidden de specifieke

plaatselijke situatie en de aan- of afwezigheid

van ‘voorgangers’ al deze nieuwe initiatieven,

bijvoorbeeld inzake de verhouding tussen

werken ‘naar binnen’ en werken ‘naar buiten’.

De groepen wilden enerzijds ‘homofielen’

(volgens de terminologie van toen) uit hun

isolement halen om samen de problemen in

verband met homofilie, bij zichzelf en bij anderen,

te bespreken. Anderzijds wenste men

echter ook de contacten met de buitenwereld

(de welzijnssector, de media, de Kerk,

de politiek…) uit te bouwen en informatie

te verspreiden, onder meer via tientallen

voorlichtingsvergaderingen. En vooral met

betrekking tot dat externe luik werd al snel

duidelijk dat meer samenwerking tussen

de diverse groepen noodzakelijk was om

de maatschappelijke positie van homo’s en


dossier 40 jaar çavaria

lesbiennes echt te verbeteren. Persoonlijke

tegenstellingen en ambities, maar ook

onderling wantrouwen en meningsverschillen

over de manier waarop moest worden

gewerkt, bemoeilijkten evenwel die evolutie.

INFOMA

In het voorjaar van 1970 was er al een

eerste overleg met afgevaardigden van vijf

groepen. Anderhalf jaar later volgde een

poging om op nationaal (Belgisch) niveau

een samenwerkingsverband op poten te

zetten. Maar om allerlei redenen leverde dat

weinig concrete resultaten op. Op Vlaams

vlak lukte het in 1972 wel, met als naam

Infoma, een samentrekking van ‘informatie’

en ‘maatschappij’. Het aanvankelijke doel

was dan ook de coördinatie van de verschillende

acties op het gebied van voorlichting,

inclusief de werking naar de politiek en de

media.

Eén van de eerste verwezenlijkingen was

de gezamenlijke brochure ‘Hetzelfde maar

anders’. En de verschillende nieuwsbrieven

versmolten, eerst tot het gestencilde Infoma-Nieuws,

vervolgens tot het gedrukte

Infoma, dat zich niet langer beperkte tot het

opnemen van de nieuwtjes uit de groepen,

maar waarin voortaan ook uitgebreidere

artikels, persuittreksels, boekbesprekingen…

verschenen.

VZW

Naast de activiteiten van de verschillende

centra ontwikkelde zich dus geleidelijk

een bovenlokale structuur voor plannen

en projecten die het actieterrein van de

afzonderlijke groepen overstegen. Met het

oog op een toekomstige subsidiëring en het

aanwerven van personeel lanceerde bezieler

Jackie Boeykens in 1975 het idee het losse

samenwerkingsverband om te vormen tot

een vzw. Dit werd echter niet door iedereen

op gejuich onthaald, en vooral niet door

het Antwerpse Gespreks- en Onthaalcentrum

(GOC), toen de sterkst uitgebouwde

vereniging, die onder meer vreesde voor

de autonomie van de lokale centra. Toch

stemde uiteindelijk iedereen in met het plan

voor een pluralistisch coördinatieorgaan – de

term ‘koepel’ was immers uit den boze – met

als doelstelling “de integratie en ontplooiing

van de zich homofiel voelende en/of gedragende

mens in de maatschappij”. In december

1975 volgde de officiële oprichting van

de vzw Infoma, waarbij meteen een tiental

verenigingen aansloten, waaronder de eerste

autonome Vlaamse lesbiennegroep Sappho.

TWEE KOEPELS

Infoma verenigde echter niet alle Vlaamse

groepen, want tezelfdertijd was ook een

andere, christelijk geïnspireerde koepel

ontstaan. Boegbeeld priester Wilfried

Lammens had eind jaren zestig, via een

oud-leerling, het homomilieu leren kennen,

waarna hij snel besliste een pastorale werking

voor homo’s uit te bouwen, vanuit de

gedachte: “Wij zijn mede Gods Kerk”. Tegen

de instructies van zijn bisschop in, verhuisde

hij naar Antwerpen om er als priester-arbeider

aan de slag te gaan. In het toen nog veel

kerkelijkere Vlaanderen wilde hij de vele gelovige

homo’s en lesbiennes binnen de Kerk

houden, maar hen tevens strijdbaar maken

om deze van binnenuit te veranderen.

Eerst hielp hij mee het GOC Antwerpen op

te richten, om vervolgens toch zijn eigen

weg te gaan met zijn Pastorale Werkgroep

Homofilie (PWH). Vanuit een christelijke

inspiratie zou die groep sterk maatschappijgericht

werken. De aanwezigheid van

een priester zorgde er trouwens voor dat

nogal wat deuren zich openden die anders

gesloten waren gebleven. Bijvoorbeeld bij

het sociocultureel werk, dat in belangrijke

mate tot de christelijke zuil behoorde, en bij

katholieke media. Die publiciteit bezorgde

de PWH onvermijdelijk problemen met de

kerkelijke hiërarchie, zodat finaal de naam

diende te worden veranderd in Dienstenen

Informatiecentrum Sjaloom.

Na een wat moeilijkere periode werd in 1975

beslist de activiteiten te decentraliseren, en

dus het ontstaan van kernen – niet noodzakelijk

met een pastorale werking – in andere

provincies te stimuleren. Dat resulteerde op

het eind van dat jaar in de oprichting van de

Federatie van Vlaamse Sjaloomgroepen

(FVS). Tien maanden later volgde de erkenning,

en dus ook de subsidiëring, als een

nationale organisatie voor volksontwikkeling.

NAAR EEN FUSIE

Infoma aasde echter op hetzelfde, en dat

vond de overheid toch van het goede te

veel. Bovendien plande zij op termijn een

herziening van de subsidiëringspolitiek:

voortaan zou nog slechts één erkende koepelorganisatie

worden betoelaagd. Gedwongen

door die omstandigheden, en in het

teken van het pluralisme, werden fusiegesprekken

aangeknoopt tussen Infoma en de

FVS. Misverstanden en historisch gegroeid

wantrouwen dienden te worden overwonnen.

Met als resultaat de samensmelting,

begin 1977, dus exact veertig jaar geleden,

tot de pluralistische Federatie Werkgroepen

Homofilie (FWH). In de praktijk kwam

de fusie echter neer op een opslorping. Zo

werd bijvoorbeeld de oude vzw-structuur

van Infoma behouden, terwijl die van FVS

werd ontbonden. Slechts enkele maanden

na de versmelting van de beide tijdschriften

Infoma en Duiding+ werd teruggegrepen

naar eerstgenoemde naam.

De subsidies stelden de nieuwe koepel

sowieso in staat personeel in dienst te

nemen. De daaropvolgende, relatief snelle

structurele uitbouw van FWH, in combinatie

met de druk vanwege de linkse actiegroep

Rooie Vlinder (1976-1981), zou echter gepaard

gaan met een toename van de interne

spanningen: tussen mannen en vrouwen,

gelovigen en vrijzinnigen, vrijwilligers en

professionelen, koepel en centra, enzovoort.

Die evolutie zou midden jaren tachtig mee

resulteren in het bijna-verdwijnen van

FWH… Uiteindelijk kwam de koepel er toch

weer bovenop. En intussen mag çavaria

dus al veertig kaarsjes uitblazen. Of zijn het

er, gezien het verhaal hierboven, toch meer?

Want de vzw-structuur gaat terug tot die van

Infoma, opgericht eind 1975. Bovendien was

FWH de facto in belangrijke mate eigenlijk

gewoon een andere naam voor Infoma. En

dat samenwerkingsverband ontstond in

1972. 45 jaar geleden dus…

17


VRIJE TRIBUNE |

HIV: EMANCIPEREN UIT

NOODZAAK

Tekst: Chris Lambrechts en Patrick Reyntiens

Mensen met hiv bleven niet

wachten tot politici hen

acceptabel genoeg vonden om

hen te ontvangen

18

Aids zorgde in de jaren tachtig

voor een sense of urgency binnen

het homomilieu. Zoals bij

vele crisissen, maakte de ziekte

tegelijkertijd veel energie los.

Uiteindelijk bleek hiv zowel een

tijdelijke rem als een hefboom

voor de emancipatiestrijd van

holebi’s. In het begin stonden

hiv-organisaties en de LGBT-beweging

tegenover elkaar. Maar

vervolgens leerden ze ook van

elkaar. Vandaag staan ze schouder

aan schouder. Dat is een

goede zaak, want ook op dit vlak

is de strijd nog niet gestreden.

In Vlaanderen ontstonden in de tweede

helft van de jaren tachtig een aantal initiatieven

die een antwoord wilden bieden op de

aidscrisis. Hoewel zowat elke aidsorganisatie

in de eerste plaats door homomannen was

opgericht, struikelden we over onze eigen

voeten in onze haast om duidelijk te maken

dat we er waren voor iedereen, want hiv was

geen homoziekte! Toen de gevreesde explosie

van besmettingen onder de algemene

bevolking uitbleef, werd het geweer van

schouder gewisseld. Hiv is geen homoziekte,

maar in West-Europa is het hoe dan

ook een belangrijke aangelegenheid voor

homomannen. Voortaan noemden we een

kat een kat en anale seks, welja, anale seks.

We spraken duidelijke taal en vertrokken van

de feiten.

GELIJK OF ONGELIJK

Het duurde even vooraleer de aidsorganisaties

en de holebibeweging op dezelfde lijn

zaten. Want hiv bracht de jonge holebibeweging

in een oncomfortabele positie, net

op het ogenblik dat ze haar uiterste best

deed om haar soms wat ‘marginale’ imago

af te schudden. Onderzoek sprak misschien

een aantal clichés tegen, maar bevestigde

andere. Holebi’s zijn ongeveer even

tevreden of ontevreden over hun relaties en

seksualiteitsbeleving als heteroseksuelen.

Maar relaties tussen mannen zijn doorgaans

minder exclusief dan relaties tussen mannen

en vrouwen. Sommige homomannen hebben

een bijzonder groot aantal anonieme

partners. De holebibeweging zocht zichzelf

een weg uit het moeras van onderlinge

verdeeldheid en werkte aan een respectabel

imago. Daarbij werden vooral de gelijkenissen

tussen hetero- en homoseksuele

mensen en relaties onderstreept.

In het begin werden hiv en aids door velen

dan ook op een goede armlengte afstand

gehouden, uit angst voor het stigma dat

ermee gepaard ging. Net omdat de beweging

zich afzette tegen de clichés, was er

bovendien een grote kloof gegroeid tussen

de beweging en de commerciële horecazaken

die zich op homomannen richtten.

Begin jaren negentig kwam dan de klik: de

diversiteit waarmee de beweging zo lang

worstelde, was (en is) geen probleem meer.

Het was (en is) een pluspunt. Uit de grote

diversiteit, de ‘varia’ in çavaria, werd kracht

geput om meer te kunnen wegen op de

politieke besluitvorming.

NOODZAKELIJKE MONDIGHEID

Hiv en aids hebben ontegensprekelijk

invloed gehad op de samenleving. Het

terrein waarop de aidscrisis in het Westen

de grootste blijvende verandering heeft

teweeggebracht, is ongetwijfeld dat van de

patiëntenrechten. Hiv trof geen hulpeloze

bejaarden, maar jonge mensen die door een

afschuwelijke ziekte brutaal werden overvallen,

op het meest actieve moment van hun

leven. Mensen met hiv namen geen genoegen

met halfslachtige antwoorden van hun

arts of schouderophalen uit medische hoek.

Ze informeerden zich grondig, gingen in debat

en eisten inspraak. Ze dwongen politici

kleur te bekennen en brachten farmaceutische

multinationals ertoe medicatie sneller

en goedkoper op de markt te brengen.

Bij gebrek aan adequate psychologische

ondersteuning werd ook het buddysysteem

ontwikkeld. Voortaan stonden lot- en bondgenoten

zieke mensen met hiv bij in een

innovatieve aanpak van zelfzorg. Het wordt

nog steeds toegepast in de geestelijke

gezondheidszorg in Vlaanderen. Niet ‘over

ons’, maar ‘mét ons’ werd de slogan. Met de

officiële erkenning van de Positieve Raad

als een adviesorgaan voor het hiv-plan,

heeft federaal minister van Volksgezondheid

Maggie De Block (Open Vld) dit uitgangspunt

recent nog eens bevestigd.

WEDERZIJDSE BEÏNVLOEDING

De strijd tegen aids was ook een uitgesproken

politieke strijd, zowel voor als achter

de schermen. Mensen met hiv bleven niet

wachten tot politici hen acceptabel genoeg


dossier 40 jaar çavaria

vonden om hen te ontvangen. Ze dwongen

een onderhoud af op het scherp van de

snee. Desnoods zetten ze zestig houten kruisen

voor het kabinet van een minister om

een gesprek te eisen.

De aidscrisis stelde een aantal mistoestanden

op scherp en droeg bij aan het elan

van de holebibeweging in haar strijd voor

gelijke rechten. Toen een vriend van ons

aan hiv overleed, haalde zijn familie het

huis waar hij met zijn partner woonde leeg,

omdat de partner geen aankoopbewijzen

kon voorleggen. Sommige homomannen

hadden moeite om toegang te krijgen tot

het sterfbed van hun partner, omdat ze niet

samenwoonden. Het sterkte vele activisten

in hun weigering om genoegen te nemen

met wat tolerantie hier en daar.

Op haar beurt heeft de holebibeweging

invloed uitgeoefend op de aidsorganisaties.

Sensoa kreeg steun voor de eis om na vijfentwintig

jaar ook in België een hiv-plan uit

te werken. Op onze beurt putten we inspiratie

uit de holebibeweging. We werden getroffen

door de creativiteit en de openheid

waarmee jongerengroepen nieuwe plekken

en manieren zochten om holebi-jongeren

bij elkaar te brengen. We zagen het belang

van een lokale verankering en we waren

onder de indruk van het inclusieve karakter

van de beweging, met veel aandacht voor

diversiteit in genderbeleving.

TOEKOMSTIGE UITDAGINGEN

Op één punt blijven we ter plaatse trappelen.

Rolmodellen zijn ook voor mensen

met hiv belangrijk, maar ze blijven zeldzaam.

In 2017 kennen we nog steeds even weinig

mensen als in 1987 die aan anderen vertellen

dat ze hiv hebben. Het is, net als toen,

voor velen een semipubliek geheim, dat

ze slechts met enkele goede vrienden of

familieleden delen. Op andere momenten

geeft de angst om ‘ontdekt’ te worden veel

en vaak onnodige stress. Stigma, maar ook

‘geïnternaliseerde serofobie’ liggen aan de

basis hiervan.

Nochtans zijn de tijden wel degelijk veranderd.

In België zijn de meeste mensen met

hiv die weten dat ze besmet zijn, niet langer

besmettelijk, als gevolg van de steeds doeltreffendere

medicatie. De draagwijdte hiervan

lijkt zeer moeilijk door te dringen. Dit

gegeven gaat dan ook in tegen de intuïtie:

op het ogenblik dat je van iemand te horen

krijgt dat hij of zij hiv heeft, is de kans groot

dat die persoon niet meer besmettelijk is.

We moeten elkaar goed bewust maken van

deze nieuwe realiteit én blijven luisteren

naar het verhaal van mensen met hiv.

Medicatie maakt mensen niet minder

kwetsbaar of eenzaam. Bovendien heeft

hiv hetzelfde slechte karakter als de meeste

chronische ziektes en heeft een besmetting

nog steeds ernstige consequenties. Op

latere leeftijd zijn mensen met hiv vatbaarder

voor ouderdomsziektes zoals diabetes,

kankers of hart- en vaatziekten. Het is dus

een slechte zaak dat condooms steeds meer

in de schuif blijven liggen.

Al deze boodschappen met elkaar verzoenen,

is een grote uitdaging. Een andere

gemeenschappelijke uitdaging, is om te

blijven wijzen op het belang van internationale

samenwerking en ondersteuning. In

grote delen van de wereld zijn het gebrek

aan bescherming van LGBT-rechten of de

slechte toegang tot hiv-medicatie soms letterlijk

een kwestie van leven of dood.

EENDRACHT MAAKT MACHT

De afgelopen dertig jaar hebben hiv-organisaties

en de holebi- en transgender beweging

elkaar op cruciale momenten kritisch

bevraagd over de uitdagingen van hiv en

aids. Tegelijk hebben we ook veel samengewerkt

en elkaar gesteund en geïnspireerd.

We vinden het prettig om nu schouder aan

schouder te staan met de LGBT-beweging,

al is het maar vanuit het besef dat respect

en rechten nooit voor de eeuwigheid zijn

verworven. Een maatschappelijk klimaat kan

opwarmen of afkoelen. Maar samen staan

we hoe dan ook sterker. Niet zonder een

vleugje eigenbelang, wensen we de holebien

transgender beweging dan ook een

gezonde toekomst!

Chris Lambrechts en Patrick Reyntiens zijn

beiden dertig jaar actief rond hiv.

19


Getekend:

Carla Walschap

De eerste lesbische roman in Vlaanderen

20


dossier 40 jaar çavaria

In haar buitenverblijf, ergens

diep verscholen in de zonnige

Kempen, sprak ik Carla Walschap.

Het lijkt wel of ze lachend door

het leven gaat. Natuurlijk kwam

haar vader Gerard Walschap ter

sprake, maar we hadden het

vooral over haar boek ‘De eskimo

en de roos’ uit 1963. Het moet

zowat de eerste lesbische roman

geweest zijn in Vlaanderen.

Tekst: Thierry Hanan Scheers

Foto: Sophie Nuytten

Het verhaal in ‘De eskimo en de roos’ gaat

over Claire, die ondanks haar zelfstandigheid

en haar vijfentwintig jaar onervaren is op

het gebied van de liefde. Het gaat ook over

de tien jaar oudere Madeleine, een mooie

Griekse die met haar man geen normaal

huwelijksleven heeft en ook niet wil hebben.

Beide vrouwen ontmoeten elkaar en worden

verliefd, ondanks de aanvankelijke schroom

van Claire voor lichamelijke intimiteit. Over

dit geheel spant Carla Walschap een net,

waarin ze de lezer van het begin tot het einde

gevangen weet te houden. ‘De eskimo en de

roos’ is een tedere vertelling die nergens te

vrijmoedig wordt.

Carla: “‘De eskimo en de roos’ moet de eerste

Vlaamse lesbische roman zijn geweest. Ik heb

er veel succes mee gehad in de lesbische

wereld: ik kreeg veel brieven en reacties. Maar

ook de gewone pers was heel gunstig. Ze

waren opgelucht dat het niet ‘te erg’ was, dat

het niet ‘pornografisch’ was. Ze vonden het

thema delicaat en fijn benaderd. Ze waren zo

blij dat het… netjes was. Het laatste hoofdstuk

heb ik schreiend geschreven.”

In 1963 was het toch niet zo eenvoudig

om zo’n boek uit te brengen? Was het

makkelijk om een uitgever te vinden?

Carla: “Voor mij natuurlijk wel, ik leefde half

in de uitgeverswereld. Bovendien kon ik

erop rekenen dat een uitgever graag iets

kreeg van een Walschap. De voornaam was

minder belangrijk. Ik was bij twee uitgevers

geweest en beiden wilden ze het boek

publiceren. De tweede zei bij het weggaan:

‘En mocht je Marieke Peeters heten, dan zou

ik het ook uitgeven.’ Ik dacht: ‘Dat is de man

die mijn boek mag publiceren!’”

“Ik had het manuscript door mijn vader laten

lezen en die gaf geen kritiek. Hij vond het

een goed boek, maar wilde dit niet zo meteen

zeggen als hevige hetero. (lacht) Hij zei

dat ik het boek misschien eens moest laten

lezen door Marnix Gijsen, die volgens hem

een veel fijngevoeligere man was dan hijzelf.

Marnix was een hele goede vriend van onze

familie. Ik zei ‘Oom Bert’ tegen hem. Ik heb

hem mijn boek gegeven en hij zei meteen:

‘Natuurlijk moet je dat uitgeven’. Twee of

drie taalfouten had hij nog gevonden. Maar

voor de rest is er helemaal niets aan dat

boek veranderd.”

“Ik heb mij eigenlijk niet goed gerealiseerd

wat ik riskeerde. Pas achteraf bedacht ik dat

ik chance heb gehad. Want onder journalisten

zijn er een paar die ‘Walschap’ niet

goed gezind zijn en dan denken: ‘Dat is onze

kans, we zullen Walschap eens goed kraken.’

(lacht) Zeker met zo’n thema. Maar dat is

niet gebeurd. Ik geloof niet dat er ooit een

ongunstige kritiek is geweest.”

“Lang ben ik de enige gebleven in Vlaanderen.

Nadien verschenen er weleens

pornografische lesbische boeken. Ooit kreeg

ik zo’n boek in mijn handen. Dat is afschuwelijk,

het enige boek dat ik ooit weggegooid

heb. Dun, maar vreselijk. Geschreven

door een hetero die zijn lusten verwoordt in

lesbische porno.”

Je was ook lerares. Hoe werd je op

school bejegend nadat je zo’n boek had

geschreven?

Carla: “In de school is er nooit negatief

gesproken. Soms kwam er na een lezing

weleens iemand van mijn vrienden of kennissen

van school fluisteren dat ze mijn boek

goed vonden. ‘Jij ben dus ook van de club,’

dacht ik dan. (lacht) Eigenlijk was het niet

echt taboe. Het was rijksonderwijs. Op een

katholieke school was dat toentertijd misschien

anders geweest. Maar ik kan mij niet

voorstellen dat het bij het rijksonderwijs een

probleem zou geweest zijn. Wij leerkrachten

kwamen niet uit de catacomben, hé. (lacht)

En natuurlijk liep ik er ook niet mee te koop.”

“Als lesbo heb ik ook nooit problemen

gehad. Ik denk dat de fout van veel homo’s

en lesbo’s was dat ze zich te zeer afficheerden.

Dat ze zich als reactie tegen de hetero’s

op een hele speciale manier kleedden. Nu

valt dat niet meer op: iedereen is speciaal

gekleed, iedereen heeft wel een speciale

coiffure. Ze prikkelden de mensen toen te

veel. Maar uiteindelijk moet je gewoon zijn

wie je bent en je goesting doen. Dan val je

het minste op en dan stoor je ook niemand.”

“Dikwijls wordt er gevraagd of het feit dat ik

de dochter van Gerard Walschap ben, het

me moeilijker of gemakkelijker maakt. Vroeger

was dat misschien gemakkelijker: een

bekende naam opende automatisch enkele

deuren. Maar die tijd is voorbij. De mensen

kennen Gerard Walschap niet meer.”

In hoeverre was je boek geïnspireerd op

je eigen leven? Was het een stuk autobiografisch?

Carla: “Het is op niets uit mijn leven geïnspireerd:

puur uit mijn duim gezogen. Maar

ik ben er wel geweldig in opgegaan. Ik heb

dat verhaal in veel stukken geschreven,

waarvan vele in de wachtzaal van de tandarts.

En zoals ik al zei, het laatste hoofdstuk

heb ik jankend op een nat blad geschreven.

Ik denk niet dat er nu nog iemand is die met

de hand schrijft. In de beginperiode van de

typemachine kon ik absoluut niet werken

met zo’n toestel. Met de komst van de computer

zag je dan ineens de voordelen voor

het verbeteren. Vroeger zat je te krabbelen

en te schrappen en stukken ertussenin te

plakken. Kleine letters kon je uiteindelijk

zelf niet meer lezen. Nu heb je meteen een

mooi overzicht.”

Heeft dat niet het nadeel dat je dingen

definitief verwijdert, die vroeger wel nog

ergens bewaard bleven?

Carla: “Neen, want die zijn niet goed. Mijn

vader zei rond zijn tachtigste dat hij zijn

boeken vroeger in één ruk had geschreven.

Praktisch geen doorhalingen, zei hij. Later ben

ik eens in zijn manuscripten gaan kijken, die

mijn moeder bewaarde. Niet doorgehaald!?

(lacht) Maar ik denk dat ook hij niet wilde dat

de doorgestreepte dingen bleven bestaan.

Als je het zelf ooit niet goed vond, moet het

weg. Ik weet niet of het je ooit is overkomen

dat mensen liefdesbrieven van jezelf onder

je neus duwen? Dat is niet plezant. Hoe is het

mogelijk dat ik ooit zoiets heb geschreven?

(lacht) Hoe melig! Die worden vaak in een

opwelling geschreven. Dat is hetzelfde als die

doorhalingen.” (lacht harder)

Je hebt de brieven van je vader samengebundeld

in drie dikke volumes. Zullen

er ooit, misschien over vijftig jaar, brieven

opduiken van jou?

Carla: “Dat weet ik niet. (lacht) Maar niemand

gaat daar zijn Latijn in steken. Twee mensen

hebben wel al mijn brieven terugbezorgd.

Ik schreef nogal lange brieven. Nu zijn het

e-mails, maar het zijn ook lange. En soms

verdwijnen ze al voordat ik ze verzonden heb

doordat ik op een verkeerde knop duw. (lacht)

Wat komen we dan over vijftig jaar te weten

over jou dat we nog niet weten?

Carla: “Namen van anderen waar ik over

schreef misschien? Maar over mijzelf niets

speciaals. Er is niets waarvan ik denk: ‘Al

een geluk dat dat niet bekend is geraakt.’

En mocht het zo zijn, dan zou ik het nu niet

zeggen.” (lacht uitbundig)

21


het is onwezenlijk

Son Snelders over de transgender(r)evolutie

22

‘Ik heb soms het gevoel dat ik

een proefkonijn ben geweest,”

zegt Son Snelders. Al in 1975

schreef Snelders ‘Dagboek van

een transseksueel’, het autobiografische

relaas van zijn eenzame

strijd tegen het verkeerde

lichaam. Vier decennia jaar later

blikt hij terug.

Tekst: Cristina Vanlook

Foto: Image by Mira Photography

Je hebt enige tijd geleden een boek uitgebracht,

‘Dagboek van een transseksueel’.

Waarom schreef je destijds dit boek?

Son Snelders: “Al sinds mijn vijftiende voelde

ik de drang om een biografie te schrijven. Ik

had al veel meegemaakt. Mijn thuissituatie

was niet bijzonder aangenaam. Ik groeide

op met een agressieve, alcoholverslaafde

vader en een moeder die vaak toegetakeld

in bed lag. Toen ik ongeveer drie jaar oud

was, besefte ik dat er iets niet klopte. Dat

besef kwam zo vroeg omdat ik er niet tegen

kon dat men mij behandelde als een meisje.

En men zelfs 'zij' tegen mij zei in plaats van

'hij' Ik werd daar gek van, ik leed eronder. Ik

zag mezelf niet als een meisje dat anders

was, maar gewoon als een jongen. Toen ik

een keer mijn neefje naakt zag, schrok ik zo

erg dat hij een penis had, maar meer nog

was ik jaloers dat ik er geen had.”

Beschrijf je in ‘Dagboek van een transseksueel’

ook de zoektocht naar je identiteit

in deze jonge kindertijd?

Son: “Jazeker. Het boek is in 1975 geschreven

en gaat over mijn leven tot mijn zevenentwintigste

levensjaar. Voor iemand van

mijn huidige leeftijd bestrijkt dit eigenlijk

maar een korte periode (lacht). Het boek is

niet erg dik. De eerste veertig pagina’s zijn

een voorwoord van professor Steven de

Batselier (1932-2007). Daarna gaat het over

mijn kindertijd. Zo vertel ik dat ik ‘typisch’

jongensgedrag vertoonde en dat meisjes in

mijn ogen zwakke wezens waren.”

Waarom waren meisjes zwakke wezens

in jouw ogen?

Son: “Dat kwam vooral door Hollywoodfilms.

De vrouw was in die films altijd een arm

wezen in nood, dat zichzelf in moeilijkheden

bracht en dat dan door een man gered

moest worden.”

In Hollywoodfilms kunnen vrouwen nu

ook sterke figuren zijn. Vind je die verandering

belangrijk?

Son: “Ja, toch wel. Ik hou niet van hokjesdenken,

maar films zijn toch een referentiekader.

Ze geven ons een bepaald, stereotiep beeld.

Als kind speelde ik deze films allemaal na

in de tuin, maar dan wel de mannenrollen.

Gelukkig worden vrouwen niet meer

geportretteerd als hulpeloze wezens die niet

zonder man kunnen.”

Kan je schetsen waar ‘Dagboek van een

transseksueel’ verder over gaat?

Son: “Over mijn leven in het pensionaat.

Toen begon het voor mij wel heel zwaar te

worden. Ik zat weer tussen allemaal meiden.

Ik werd verliefd en dergelijke. Kortom, alles

wat een jonge knaap kan meemaken. Daarna

ben ik naar een kindertehuis gestuurd bij

nonnen met losse handjes. Het boek vertelt

hoe ik in al deze momenten steeds meer

besefte dat ik anders was. Ook mijn operatie,

die ik in Amsterdam heb laten uitvoeren,

wordt in het boek beschreven.”

Schreef je ‘Dagboek van een transseksueel’

met een bepaald doel voor ogen

en heb je het gevoel dat je dat doel hebt

bereikt?

Son: “Mijn doel was transseksualiteit een

gezicht te geven en bespreekbaar te maken.

En ja, er is sindsdien veel ten goede veranderd.

Als kind vergat ik soms mijn eigen

uiterlijk. Ik gedroeg me als een jongen, maar

vergat dat mensen een meisje zagen. Ik wist

helemaal niet wat er met me aan de hand

was. Op een keer zong ik in de tuin ‘Ich liebe

dich’ van Rudolf Schock voor mijn buurvrouw.

Eén van de buren zei: ‘Jij wordt later

nog zangeres.’ Ik wou antwoorden ‘zanger!’,

maar ik durfde niet. Iets hield me tegen. Ik

was bang dat ze mij niet zouden geloven.”

Doordat er maatschappelijk heel wat

veranderd is, zouden mensen je nu misschien

wel geloven. Wat doet dat bij jou?

Son: “Het is onwezenlijk. Ik denk dat het

vooral minder eenzaam maakt.”

Zijn er bepaalde momenten geweest

in je leven waarop het anders-zijn nog

lastiger was dan anders?

Son: “Op een dag ben ik een herenwinkel

binnengestapt en begon ik herenkledij te

dragen. De reacties op straat waren pijnlijk.

Uitlachen, nawijzen, dingen naar me roepen.

Ik werd geconfronteerd met veel pestgedrag.

Op een bepaald moment kon ik het

echt niet meer aan en heb ik geprobeerd

zelfmoord te plegen.”

Zijn er ook intieme momenten geweest

waarop het anders-zijn voor jou lastig

was?

Son: “Ikzelf was er zeker van dat ik een

jongen was, maar met het ouder worden

begon mijn lichaam te veranderen. Ik begon

te menstrueren en kreeg borsten. Dat was

schrikken, een dramatisch moment. Alsof

mijn lichaam mij verraden had. Ik denk dat

iedere trans dit moment meemaakt.”

Had je toen het gevoel: ‘Dit klopt niet’?

Son: “Ja, en ik stond er helemaal alleen voor.

Ik kende het woord ‘transseksualiteit’ niet

eens. Mensen zeiden ‘mevrouw’ tegen me

en ik haatte mijn lichaam en gezicht. Het

klopte inderdaad niet. De haat was zo groot

dat ik mijn gezicht begon te verminken.”

Denk je dat het nu anders is voor transgenders?

Son: “Ja. De persoonlijke zoektocht zal

nog dezelfde zijn en de mentaliteit van de

samenleving zal nog grondig bijgeschaafd

moeten worden, maar er kan nu tenminste

over gesproken worden.”

In ‘Dagboek van een transseksueel’

schreef professor Steven de Batselier het

voorwoord. Was het toentertijd belangrijk

om een medisch expert aan je boek

te linken om een breder publiek te bereiken?

Of was er een andere reden om hem

erbij te betrekken?


dossier 40 jaar çavaria

Son: “Het was via Steven dat ik het boek kon

uitgeven. Geen enkele uitgever was geïnteresseerd

in het boek omdat transseksualiteit

niet bekend was en niemand het zou kopen.

Steven heeft ervoor gezorgd dat het boek

toch kon gepubliceerd worden.”

Zette Steven de Batselier zich ook nadrukkelijk

in voor transgenders?

Son: “Niet expliciet. Steven wist eerst ook

niet wat er met mij aan de hand was. Hij was

zelf aan het zoeken want hij had hier ook

geen ervaring mee. Stevens geloof in de

mens was sterk en hij verdroeg geen maatschappelijk

onrecht. Hij kon me overhalen

om te komen spreken in de aula van Leuven

voor de studenten Rechten en Criminologie

die voor het eerst hoorden over transgenders.

De reacties waren positief. Hij heeft mij

zelfs ooit een catalogus gegeven voor de

aankoop van een kunstpenis. Steven was

iemand die altijd wou helpen.”

Hoe reageerden mensen toentertijd op

je boek? Zijn er reacties bijgebleven?

Son: “Ik heb één reactie gekregen en die was

net wat ik nodig had. Een koppel uit Brabant

heeft mij een brief geschreven. Ze waren

diep geraakt door mijn boek en schreven

dat hun deur altijd openstond. Ik zat op dat

moment heel diep, en die mensen hebben

eigenlijk mijn leven gered. Niets is toevallig,

ik moest die mensen ontmoeten. Het was

meer waard dan duizenden reacties.”

Waren er reacties van familie?

Son: “Mijn vader heeft waarschijnlijk nog

nooit een boek gelezen. Mijn moeder keek

even naar de achterflap van het boek en

begon onmiddellijk te huilen.”

Wat was je gevoel na de publicatie van

het boek?

Son: “Dat ik geen komedie meer moest

spelen.”

23


Komt er nog een boek of project van jou

in de toekomst?

Son: “Ik hoop dit najaar mijn tweede boek

uit te brengen. Mijn eerste boek gaat maar

tot mijn zevenentwintigste. In de volgende

veertig jaar is er nog veel gebeurd, vooral in

mijn dertigste levensjaar. Toen begon voor

mij een lange, spirituele weg. Ik was bezeten

van het idee om te veranderen. Ik zat zwaar

aan de drank en wilde de drankduivel

bezweren. Mijn tweede boek zal gaan over

mijn liefdesleven en kunstenaarsbestaan,

maar voornamelijk over mijn proces van

verandering, zowel mentaal als lichamelijk.

Verder hoop ik ooit met çavaria te kunnen

samenwerken aan een kunstproject over

schoonheid en de mensen die daar volgens

de maatschappij niet aan voldoen. Met

schilderijen van transgenders en anderen.”

Ik heb processen tegen de

staat aangespannen om mijn

geslacht op mijn identiteitskaart

te laten veranderen

Toen je op zoek ging naar je identiteit,

zocht je dan informatie ? Was die er

überhaupt in Vlaanderen?

Son: “Een kennis had iets opgevangen over

geslachtsoperaties in Casablanca. Ik ben

naar huis gerend en heb onmiddellijk een

brief geschreven. Het gekke is dat ik een

week later al een brief terugkreeg, met als

boodschap dat ik meteen mocht komen,

zij het met een half miljoen Belgische frank.

Dat was alles. Zonder verdere uitleg. Ik vertrouwde

het uiteraard niet. Er was in Vlaanderen

nul komma nul informatie. Ik kon dus

ook niet méér te weten komen. Ik heb wel

een brief geschreven naar de ombudsvrouw

van een tijdschrift. Zij hielp vrouwen met

een probleem. Ik vroeg haar naar adressen

van dokters, want ik had gehoord over het

bestaan van testosteronpillen en dat werd

voor mij een obsessie.”

Hoe kwam je dan aan die informatie over

hormonentabletten?

Son: “Ook van een kennis gehoord. Ik sprak

of deelde mijn gevoelens met niemand,

maar ik zag er wel heel mannelijk uit. Ik denk

dat dit aanleiding gaf om er met mij over te

spreken. Op die manier kwam ik dus dingen

te weten.”

24

Heb je van die ombudsvrouw een antwoord

ontvangen?

Son: “Ja en ik heb die adressen gekregen.

De eerste dokter trok heel grote ogen en

zei dat hij van mij geen man kon maken,

dat dit onmogelijk was. Die dokter zag mij

als een gestoorde lesbienne en probeerde

mij duidelijk te maken dat twee vrouwen

samen heel gelukkig konden zijn. Maar dat

was niet wie ik was. Het andere adres was


dossier 40 jaar çavaria

van een psychiater die dit nog nooit had

meegemaakt. Hij wou mij ‘genezen’. Hij had

een dure, lange behandeling die echt zou

helpen. Ik heb vriendelijk bedankt, want dit

was niet wat ik wou. Ik wou mij niet minder

man voelen. Ik wou uiterlijk zijn wie ik was,

een man. De derde dokter was ook een psychiater.

Hij wou mijn chromosomen nakijken

en mij lichamelijk helemaal laten testen. Hij

stuurde mij naar een gynaecoloog. Dit was

gruwelijk voor mij, zeker toen hij zei dat ik

een normale vrouw was. Ik was terug bij af.

Maar ik gaf niet op.”

Wat heb je dan gedaan?

Son: “Ik heb een brief geschreven naar de

koning. Zover ging het, zo gedreven was ik.

Ik schreef dat ik testosteroninjecties wou.

Daarna kreeg ik een brief van een maatschappelijk

assistent uit Brussel, die later ook

bij mij thuis is gekomen. Ze dachten eerst

dat ik een hermafrodiet was en ik liet hen

dat denken, want daardoor was er een dokter

in Brussel bereid om mij die injecties te

geven. Maar de injecties gingen uiteindelijk

via mijn psychiater, die er nog steeds van

overtuigd was dat ik lesbienne was. Daarom

gaf hij mij zo’n lage dosissen dat er niets

veranderde.”

Was er iemand met wie je dit kon delen?

Son: “Neen, ik was alleen. Ik had nog niet

veel vrienden, noch een partner, omdat ik

nog niet van mezelf kon houden. Ik had het

dan wel aan mijn moeder verteld, maar zij

snapte het niet en ‘s nachts hoorde ik haar

huilen in bed. Mijn vader zei twee woorden:

‘Stom rund’.”

Hebben bepaalde mensen je geïnspireerd?

Heb je rolmodellen gehad voor je

expressie?

Son: “Er waren nog geen rolmodellen. Er

was nog niets over het thema bekend en ik

was er echt van overtuigd dat ik de enige

was. Ik kon niet vergelijken.”

Zijn de begrippen veranderd? Werd er

toen ook al gesproken over ‘transgender’?

Son: “Neen, ‘transgender’ is helemaal nieuw

voor mij. Ik moet hier zelf nog erg aan

wennen. De eerste keer dat ik het woord

‘transseksueel’ hoorde, was ook best laat:

toen ik het boek van dokter de Vaal in mijn

handen had, ‘Dilemma van de transseksuele

mens’.”

Toen je de term ‘transseksueel’ leerde

kennen, wat voelde je dan?

Son: “Ik had nog niemand anders ontmoet,

dus ik dacht nog altijd dat ik alleen was.

Maar ik kon er wel een naam op plakken.

Toen pas wist ik: dat ben ik dus, een transseksueel.”

Als je je eigen identiteit nu zou omschrijven,

hoe zou dat dan klinken?

Son: “Ik ben een man, maar vooral een

mens. Ik ben kunstenaar en spiritueel.”

Tegenwoordig zijn er verenigingen die

zich inzetten voor transgenders...

Son Snelders: “Ik heb dit allemaal zeer laat

ontdekt. Toen ik begon aan mijn transitie,

was dit er nog niet. Je was vroeger werkelijk

alleen.”

Was je betrokken bij zo’n vereniging?

Son: “Betrokken niet, wel ben ik een paar

keer naar een vereniging gegaan. In West -

Vlaanderen was er een heel klein groepje.

Dat was voor mij de eerste keer dat ik met

andere transgenders in contact kwam.

Iedereen was erg onzeker en onmondig.

Ook hier wist niemand de weg, noch waar je

hulp kon vinden.”

Was er vroeger druk op transgenders om

medische ingrepen te laten uitvoeren?

Son: “Ik heb vooral druk vanuit mezelf

gevoeld, niet zozeer van buitenaf. Het is zo

dat, zodra ik een baard begon te krijgen,

het uitlachen en de pesterijen ook stopten.

Nu schrik ik dat er transgenders zijn die de

operatie niet willen ondergaan. Toen ik dat

hoorde, vond ik dat raar. Dat je zover kan

komen dat je denkt dat het eigenlijk niet

nodig is. Ik ben daar eigenlijk blij om, dat het

aan het veranderen is.”

Wat zijn volgens jou zaken die het leven

van transgenders aangenamer hebben

gemaakt?

Son: “De beschikbaarheid aan informatie.

Dat is overweldigend. Voor elke stap die

een transgender zet, bestaat er nu een

vereniging of een praatgroep. Er is nu ook

veel hulp. Ik stond er moederziel alleen

voor. Ik heb zelfs processen tegen de staat

aangespannen om mijn geslacht op mijn

identiteitskaart te laten veranderen. Nu kan

dat makkelijker. Ook de operatie is erop

vooruitgegaan.”

Ervaar je deze veranderingen als

positief?

Son: “Jazeker, ik heb soms het gevoel dat ik

een proefkonijn ben geweest. Een tijd terug

kwam een transgendervriend op bezoek. Hij

had een metaidoioplastiek laten uitvoeren.

Dat was prachtig werk. Ikzelf heb sinds mijn

borstamputatie nog vrouwelijke tepels, vandaag

zorgen ze voor mannelijke tepels. Dit

soort veranderingen vind ik zeker positief.”

Is de samenleving nu ook positiever?

Son: “Positiever, ja. Maar de mentaliteit moet

toch nog sterk veranderen. Het verschil tussen

toen en nu is wel enorm, maar dat het

ooit helemaal zal veranderen, geloof ik niet.”

Zou je de evolutie van transgenders in

de maatschappij in drie woorden kunnen

schetsen?

Son: “Het eerste woord is ‘openbaar’.

Transgenders kruipen steeds meer uit hun

schulp. Dan ‘media’: via tv, boeken, artikels,

enzovoort, is er de laatste twintig jaar meer

belangstelling gekomen voor dit fenomeen.

En ten derde: ‘politici’. Sommige politici

kregen ook belangstelling voor het lot van

transgenders, onder meer Guy Verhofstadt.

Is er iets waar mensen die zoeken naar

hun identiteit niet zonder kunnen?

Son: “Een vriendenkring. Via al de groepen

waar ik naartoe ging, begon ik een

vriendenkring op te bouwen van mensen

die allemaal op zoek zijn naar hetzelfde. Ik

kende niet zo veel transgenders, maar wel

veel homo’s en lesbiennes.”

Wat zou je meegeven aan mensen die

nog op zoek zijn naar hun identiteit?

Son: “Leer eerst van jezelf te houden om

je eigenwaarde en je persoonlijkheid te

vergroten. Wanneer je zelfrespect hebt, zal

je iemand vinden die respect heeft voor

jou en van je zal houden, welk geslacht je

ook hebt. Liefde komt wanneer je er klaar

voor bent. En blijf van de alcohol. Drank en

relaties gaan niet samen. Vergeet ook niet:

je grootste verweer is je trots. Wees trots op

jezelf, dan kan je niet vernederd worden en

dwing je eerbied af.”

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan

terecht op de zelfmoordlijn, op het gratis

noodnummer 1813 of op

zelfmoord1813.be.

25


GENERATIES

HUN ERVARING, HOOP

EN DROMEN

“Het is aan de jongeren

om de toekomst van de

maatschappij te bepalen”

- Maggy

26

Maggy (68 jaar)


dossier 40 jaar çavaria

ZiZo had een heleboel vragen

voor holebi’s die tot verschillende

generaties behoren. Zijn

zij bezorgd over de toekomst en

welke dromen koesteren zij nog?

Merken zij bepaalde trends op

en wat vinden zij hiervan? Hoe

belangrijk is hun eigen seksuele

oriëntatie? Wat vinden ze van

de media? Moet iedereen hip

en jong blijven? En hoe ervaren

ze de heteronorm? Maar vooral,

wat vinden ze van elkaar? ZiZo

zocht en vond vijf holebi’s die

hierover heel open in gesprek

wilden gaan.

Tekst: Thierry Hanan Scheers

Foto's: Andy Huysmans

PIDDA (18 JAAR)

"Ik ben ervan

overtuigd dat

sociale media

ertoe bijdragen

dat jongeren nu

vroeger uit de

kast komen" - Pidda

“Als je spreekt over holebi’s denkt men

vaak alleen aan lesbiennes en homo’s. Bi’s

worden heel moeilijk geaccepteerd en al

de andere seksuele geaardheden verdwijnen

helemaal in het niets. Een fetisj is nog

het moeilijkste om over te praten.”

“Zelf zat ik nooit in de kast. Toch zwijg

ik over mijn seksuele geaardheid tegen

bepaalde mensen. Ik hoop dat er een dag

komt dat het niet meer zo hoeft te zijn.

Als er iemand naar mijn partner vraagt die

op dat moment een vrouw is, dan zou ik

gewoon moeten kunnen praten over mijn

vrouw.”

“Toen ik vijftien was, kwam ik te weten

dat ik misschien niet zo hetero was als

ik daarvoor had gedacht. Sociale media

hielpen mij enorm om dit te ontdekken.

Lang dacht ik dat hetero zijn de norm was.

Op een gegeven moment las ik op internet

over holebi’s en hun ervaringen. Pas dan

kwam ik te weten hoe het is om homo,

lesbische, bi, pan …te zijn en wist ik in welk

hokje ik paste. Ik ben ervan overtuigd dat

sociale media ertoe bijdragen dat jongeren

nu vroeger uit de kast komen. Ook meer

bekende personen komen uit de kast. Het

helpt dat jongeren het gevoel krijgen dat

ze zichzelf mogen zijn.”

“Op school kan je niet altijd helemaal jezelf

zijn. Ik ben er zeker van dat niet iedereen in

mijn klas weet dat ik biseksueel ben. Het is

ook niet iets dat je van de daken schreeuwt.

(lacht) Tegenover hetero’s heb je als holebi

sneller de neiging om er niet over te praten.”

“Ik besef goed dat andere generaties

heel wat meer hebben meegemaakt dan

mijn generatie en dat het misschien wel

een stuk moeilijker was om uit de kast te

komen. Ik denk onder andere aan mensen

die vroeger al mee opstapten in de pride

en opkwamen voor de rechten die wij ondertussen

hebben verworven en normaal

vinden. Af en toe lees ik eens: ‘Jullie hebben

het veel gemakkelijker.’ Uiteindelijk

zullen er altijd mensen zijn die denken dat

de jeugd het gemakkelijk heeft en dat wij

alles krijgen aangeboden op een zilveren

schaaltje. Er zijn uiteraard ook ouderen die

zeggen: ‘Ik ben trots op jou, dat jij op die

leeftijd dat al durft terwijl ik dat niet kon.’”

“Ondertussen accepteert men al meer

dat je als jongen wat meer belang hecht

aan je uiterlijk en je kleding, en dat je als

meisje daar wat minder aan mag denken.

Over dat stukje heteronorm maak ik mij al

minder zorgen. We hebben echter nog een

lange weg te gaan. Van mij mag iedereen

zich kleden zoals ze willen. Als iemand zich

comfortabel voelt in bepaalde kleding dan

is dat voor mij oké. In Mechelen zie ik vaak

een oud vrouwtje met heel kleurrijke kleren.

Iets wat de meesten eerder als jeugdig

zien. Telkens als ik haar zie, denk ik echter:

‘Wauw, wat een toffe oma!’”

“Als mensen vragen of ik een jongen op

het oog heb, is het soms nog moeilijk om

te zeggen dat ik een vrouw op het oog

heb. Hetero’s zien voor mij nog vaak een

toekomst met een man en kindjes. Het is

zelfs nog moeilijk om gewoon als jongen

en meisje bevriend te zijn. Dan wordt al

vaak de vraag gesteld wanneer we in het

huwelijksbootje gaan stappen. Er zijn nog

altijd verwachtingen over wat hoort voor

een vrouw en wat hoort voor een man.

In een lesbische relatie wordt nog steeds

gevraagd wie de man is. Er is geen man!

(lacht) En bij homo’s wie is de vrouw. Gewoon

lachwekkend! (lacht nog harder)”

JANA (31 JAAR)

“We gaan deze

strijd wel winnen.

Maar het is een

werk van lange

adem” - Jana

“We gaan in de goede richting. De tijdgeest

evolueert mee met onze idealen.

Het is positief dat steeds meer mensen

kunnen zijn wie ze zijn en dat er meer

openheid en tolerantie is. Tegelijk zijn er

op wereldvlak nog héél veel uitdagingen

en moeten we op onze hoede zijn dat

onze verworvenheden niet teruggeschroefd

worden. We gaan deze strijd wel

winnen. Daar ben ik bijna van overtuigd.

Maar het is een werk van lange adem.”

“Ik ben nogal fan van alles wat tegen de

gangbare patriarchale, heteronormatieve

systemen ingaat. Non-binariteit, panseksualiteit,

holebiseksualiteit, polyamory …

Iedereen mag zich van mij ook kleden hoe

hij wil. Kledingvoorschriften zijn belachelijk.

Mensen van zeventig mogen van mij

dragen wat ze willen, evenals mensen

van achttien. Iedereen moet kunnen

zijn wie hij is. Een deel van de holebi- en

transgendergemeenschap lijkt me redelijk

progressief, is open over kleding en gaat

daar los mee om. We zijn misschien net

iets extraverter en doorbreken vaker de

norm. Meisjes kleden zich vaak jongensachtiger

en jongens gaan vaak vrouwelijker

gekleed. Een goede zaak. Ook al voel ik

druk van de norm, ik probeer er niet naar

te leven. Redelijk bewust. Ik draag kleren

waar ik mij comfortabel in voel.”

“Sociale media en apps maken een verschil

met de vorige generaties. Afspreken

27


“Na al die jaren vind ik het nog steeds

belangrijk dat er rolmodellen zijn” - Erwin

28

lijkt me toch veel gemakkelijker geworden,

althans voor mensen in steden. Pakweg

vijftig jaar geleden was je echt nog

‘the only gay in the village’. Nu is dat bijna

niet meer voor te stellen als je in een stad

woont. Hoewel, als je naar de streek kijkt

waar ik afkomstig van ben, Diksmuide,

daar ben je vandaag nog altijd ‘the only

gay in the village’.”

“De oudere generatie leefde echt wel in

andere tijden. Ik besef dat de meesten het

moeilijker hebben gehad dan ikzelf. De

ouderen die momenteel in de beweging

nog steeds een prominente rol opnemen,

daar kijk ik naar op. Ik heb respect voor de

oudere generaties. Het is chique wat die gedaan

hebben en blijven doen. Soms heb ik

de indruk dat ze bang zijn dat de opvolging

niet verzekerd is, omdat jongeren denken

dat alles in orde is, de strijd gestreden is

en er niets meer moet gebeuren, terwijl

er echt nog wel nood is aan opvolging en

aan jonge mensen die opstaan en op de

barricades willen staan. Maar natuurlijk kan

ik niet in hun plaats spreken.”

“Ik droom ervan dat iedereen zijn seksualiteit

en genderidentiteit kan beleven

zonder dat ze daar ook maar één vorm van

commentaar op krijgen, in alle vrijheid,

tolerantie en wederzijds respect. Dat er op

school niet meteen wordt van uitgegaan

dat je een moeder en een vader hebt. Dat

de norm niet meer hetero is, en dat er

ruimte komt voor een meer open geest

en diversiteit in gezins- en samenlevingsvormen.

Dit moet evident zijn. Ik wil niet

in elk gesprek uit de kast moeten komen

omdat er verondersteld wordt dat mijn

partner een man is. Heteronormativiteit,

daar word ik echt zot van. Maar het zit

jammer genoeg nog overal. Leuk zou zijn

als in de kleuterschool een meisje kan

zeggen ‘Ik wil astronaut worden’ en een

jongen ‘Ik wil danseres worden’. Je ziet nog

zoveel families waar jongens in blauw en

meisjes in roze worden gestopt. Meisjes

krijgen nagellak. Jongens een stoere T-

shirt met de afbeelding van een monster.

Ik wil niet dat mijn kinderen zo groot worden.

Als ik een dochtertje heb, moet die

een salopette en stoere schoenen kunnen

dragen. Als het een jongetje is, moet die

zich in Mega Mindy kunnen verkleden.”

ERWIN (47 JAAR)

“Ik voel me bevoorrecht dat ik in dit deel

van de wereld ben geboren en dat het

achteraf gezien toch allemaal vrij gladjes is

gegaan. Ik kan een rustig leven leiden zoals

ik het wil. Geen moment heb ik het idee

dat ik weer terug in de kast moet kruipen.

Totaal niet. Mijn seksualiteit is totaal

geïntegreerd in mijn leven. Dat is natuurlijk

voor een deel mijn eigen werk, maar toch

ook grotendeels van andere mensen die

hielpen en ervoor zorgden dat de juiste

setting er was waar ik terecht kon.”

“Homoseksualiteit zal nooit een evidentie

worden. Het is geaccepteerd en er wordt

niet meer moeilijk over gedaan. In de

Scandinavische landen, Nederland en

België waar al behoorlijk wat rechten zijn

opgebouwd, kunnen die volgens mij niet

meer teruggedraaid worden. Dat hebben

we met zijn allen wel bereikt, maar het

vergt constant onderhoud. Als ik later in

een bejaardentehuis terecht kom, heb ik

er helemaal geen zin in om op mijn homoseksualiteit

aangesproken te worden. Me

daarover echt zorgen maken, doe ik niet,

want ik ben daar vrij duidelijk in. Het is te

nemen of te laten.”

“Nu zijn holebi’s niet meer zo’n issue. Dat

was vroeger anders. Op mijn negentiende

ging ik heel serieus naar mijn ouders en

zei hen dat ik iets had te vertellen. Dat was

allemaal heel emotioneel. Wanneer ik nu

jongeren zie, lijkt dat allemaal veel makkelijker.

Ik heb het idee dat ze steeds minder

lang in de kast blijven. De aandacht die

holebi’s krijgen in de media heeft ervoor

gezorgd dat het meer is genormaliseerd.

Maar holebi’s mogen nog zichtbaarder

in de media komen. Mijn generatie zie ik

minder verschijnen. Campagnes zijn fel

gericht op jongeren, ongeacht de vergrijzing.

In deze levensfase zitten inmiddels

ook veel homoseksuele mannen, lesbische

vrouwen en transgenders. Als je beelden

ziet over pensioen of kapitaalopbouw dan

toont men meestal een gelukkige man

met grijze haren met een even gelukkige

vrouw met grijze haren. Dit mag ook eens

een beeld zijn van twee mannen die net

iets ouder zijn dan ik.”

“Ik zou het doodzonde vinden als onze

subcultuur verdwijnt. Eigenlijk zou dat

het maximum zijn wat we kunnen halen

aan emancipatie en integratie. Je hebt

de subcultuur dan niet meer nodig en

je hoeft geen coming-out meer te doen,

maar daarvoor vind ik de subcultuur veel

te leuk en te aantrekkelijk. Toen ik een

pak jonger was, deed ik er ook aan mee.

Nu zie ik mijzelf niet meer in een gaydisco

staan, alhoewel. (lacht) Als ze daar goede

muziek draaien, zou ik het nog wel een

keer doen. Er zijn zoveel andere interesses

en die hoeven niet per se in de scene

te gebeuren.”

“Is mijn homoseksualiteit een belangrijk

deel van mijn identiteit? Neen, het is er

gewoon. Het is een kenmerk van me,

maar zo heb ik er nog veel meer. Ik kan

het mij ook niet anders meer voorstellen.

Het is een deel waar ik heel open

over ben. Soms denk ik: oh ja, er kunnen

mensen zijn die zich afvragen hoe het nu

met mij zit. (lacht enorm) Terwijl ik ervan

uitga dat het er niet toe doet.”

“Het zou mooi zijn als je geen coming-out

meer hoeft te doen en dat homoseksualiteit

gewoon geaccepteerd is. Dat je vader

en moeder gewoon reageren ‘En dan?’

Je komt gewoon thuis met een leuke

vriend of vriendin en het maakt verder

niet uit. Het summum is natuurlijk dat er

geen organisatie meer nodig zou zijn om

homoseksualiteit te laten accepteren of

acceptabel te maken.”

“Na al die jaren vind ik het nog steeds belangrijk

dat er rolmodellen zijn. Zoals Tim

Cook, de CEO van Apple. In de meeste

sporten, onder andere in het voetbal,

mag je niet eens spreken over homoseksualiteit

en daar zullen er ook wel zitten.”


dossier 40 jaar çavaria

Erwin (47 jaar)

29


Pidda (18 jaar)

“Hetero’s zien voor mij nog

vaak een toekomst met een

man en kindjes”

- Pidda

WILLEM (54 JAAR)

“Mijn ouders

zullen dat altijd

wel geweten

hebben, mijn

moeder zeker”

- Willem

“Ik heb het gevoel dat ik me als holebi niet

echt zorgen moet maken. En ik denk dat

ik hetzelfde zou gezegd hebben twintig

of dertig jaar geleden. Ik ervoer nooit

problemen of iets negatiefs en ik verwacht

ook niet dat ik problemen krijg in de

toekomst. Persoonlijk ken ik ook geen

mensen die problemen hadden. Mocht ik

holebi’s gekend hebben die wel problemen

hadden, had ik daar misschien anders

over gedacht.”

“Ik heb nooit met een bordje rondgelopen

dat ik homo ben. Vaak heb ik de indruk

dat sommige hetero’s dat verwachten.

Waarom moeten holebi’s dat zo per se

benoemen? We moeten precies op een

podium gaan staan en zeggen: ‘Ik ben

homo’, terwijl hetero’s zich nooit moeten

outen. Ik heb de behoefte niet om dat te

vermelden. Men zou er gewoon moeten

vanuit gaan dat iemand ook homo kan

zijn.”

30

“Jongeren moeten zich vast en zeker niet

verstoppen. In België zou je normaal heel

open moeten kunnen zijn, omdat er veel

wettelijk is geregeld. Hoe er over homoseksualiteit

wordt gedacht, is ook anders

dan dertig jaar geleden. Mensen moeten

kunnen zijn wie ze zijn. En zich niet anders

voordoen. Waarom zou homoseksualiteit

een probleem zijn? Als je het verborgen

houdt, blijft het altijd een probleem. De

jeugd mag er zelfs nog sneller open over

zijn. Zo wordt homoseksualiteit in onze

maatschappij nog gemakkelijker aanvaard.

Homoseksualiteit mag niet in een hoekje

blijven zitten. Iedereen moet daar een

beetje aan meehelpen zodat homoseksualiteit

algemeen aanvaard zou worden.

De maatschappij moet evolueren zodat

er geen behoefte meer is om te zeggen

dat je homoseksueel bent, zodat de vraag


dossier 40 jaar çavaria

of je homo bent niet meer gesteld moet

worden. Je moet je leven leiden zoals je

zelf wilt.”

“Mijn seksuele oriëntatie is alleen maar

belangrijk in functie van een relatie. Na

een tijd vond ik het allemaal zo vanzelfsprekend.

Op een bepaald moment had

ik besloten dat een relatie voor mij niet

belangrijk is. Het was belangrijker om met

vrienden op stap te gaan. Ik leefde in mijn

leven, bij wijze van spreken op mijn eentje,

maar wel met veel vrienden.”

“Ik ben niet bezig met dating via apps.

Daar heb ik totaal geen ervaring mee.

Af en toe probeerde ik dat, maar al die

keren dat er dan online contacten werden

gelegd, draaide het telkens alleen rond

seks. Dat was niet mijn bedoeling. Misschien

gaat de jeugd daar anders mee om.

Die moderne apps maken het voor velen

vooral gemakkelijker om sekservaringen

op te doen. Vroeger moest je elkaar al echt

gezien hebben. Je moest ergens naartoe

rijden en op zoek gaan in bepaalde bars

of discotheken die bekend stonden als

ontmoetingsplaats voor homo’s. Zelf

heb ik altijd gezegd dat ik niet naar zo’n

speciale bar wou gaan. Ook al omdat mijn

vrienden, die bijna allemaal hetero zijn, die

zaken niet bezochten. Dus wat zou ik daar

gaan doen? Want ik wou mijn vrienden

vooral rond mij en had geen behoefte aan

een relatie.”

“Eens de twintig gepasseerd, had ik geen

behoefte meer om mijn seksualiteit te delen.

Het kwam ook nooit ter sprake, omdat

ik alleen was. En ik was ook niet op zoek.

Op een gegeven moment zei ik toch tegen

iemand dat ik homo was. Hij vroeg zich af

of ik homo was, omdat ik nooit een relatie

had. Dat vond ik best negatief, omdat hij

ervan uitging dat ik homo was omdat ik

geen relatie had. Nadien heb ik het tegen

anderen verteld. Thuis is het nooit ter

sprake gekomen door de gezondheid

van mijn ouders. Ze zullen dat altijd wel

geweten hebben, mijn moeder zeker. Ik

wou niet dat ze zich hier druk over zouden

maken. Ik liet het liever voor wat het was.”

MAGGY (68 JAAR)

“Onze solidariteit

is essentieel”

- Maggy

“Als ik zie dat nog heel wat holebi’s en

transgenders een of meerdere zelfdodingspogingen

achter de rug hebben, dan

ben ik ten zeerste bezorgd. Wij hebben

wettelijk heel wat rechten verworven,

maar dat wil niet zeggen dat er een

einde is gekomen aan discriminatie. Zelfs

integendeel. Ik vind dat het er zeker niet

op verbetert. Het holebihuwelijk en de

adoptie van kinderen is zeker wel een

belangrijke vooruitgang.”

“Mijn dochter en haar vriendin hebben

samen twee kindjes. Toen ik aan mijn kleindochter

van vier jaar vroeg waarover haar juf

in de klas vertelde, antwoordde ze dat de juf

praatte over mama’s en papa’s. Ik vroeg haar

‘En jij vertelt dan toch ook over mamsje?’ Zo

noemt ze haar meemoeder. ‘Neen’, zei ze. ‘Ze

verstaan daar toch niets van.’ Als een kind

van vier jaar zoiets zegt, wil dit zeggen dat ze

zo jong al de heteronorm ervaart op school.”

“Ik kom uit een periode dat homo of

lesbienne zijn nog een groot taboe was.

Men mocht er niet voor uitkomen. Er werd

nooit over gesproken. Automatisch dacht

je als opgroeiend meisje aan trouwen

en kinderen krijgen. Ik ben achttien jaar

getrouwd geweest. Al die tijd verdrong

ik mijn seksuele geaardheid om ‘aan de

normale norm te voldoen’ en om kinderen

te kunnen krijgen. Ik dacht eerst dat ik bi

was, maar weet nu wel beter. (lacht)”

“Ik vind het goed dat men holebi-jongeren

naar voor schuift in de media, maar men

mag de ‘ouderen’ niet vergeten.”

“Ik ken een 80-jarige homo. Zijn jongere

partner is overleden. Hij moet nu naar een

verzorgingstehuis en zegt tegen mij: ‘Ik ga

een vrouw moeten zoeken die mijn homozijn

aanvaardt, want relaties tussen twee

mannen worden er zeker niet aanvaard.’ Hij

zal misschien de foto van zijn overleden

vriend op zijn kastje zetten, maar hij zal

zeggen dat het zijn neef of zijn broer is.”

“De meeste mensen van mijn leeftijd

werken wel met internet. De ene zal al

handiger zijn dan de andere. Voor velen van

de oudste holebi’s en transgenders is internet

echter ontoegankelijk. Dat is spijtig,

want ouderen geraken zo dikwijls volledig

geïsoleerd. Velen onder hen hebben geen

kinderen en hun familie heeft dikwijls de

banden met hen verbroken. Op mijn leeftijd

is het al niet gemakkelijk om nog een

sociaal netwerk uit te bouwen. Je moet dat

doen wanneer je jonger bent. Als je ouder

bent, is het dikwijls te laat om er nog aan te

beginnen. Daarom moeten wij onze oudere

lotgenoten helpen.”

“Tegenover de jongere generatie holebi’s

sta ik zeker heel positief. Ik zie veel actieve

jongeren en heb de indruk dat er zelfs

een heropleving van jongerenbewegingen

komt. Dat is positief. Het is niet mijn

generatie die opnieuw gaat beginnen. Wij

willen wel meepraten over een heleboel

dingen, maar het is aan de jongeren om de

toekomst van de maatschappij te bepalen.

Ik werk zelf actief samen met heel wat

jongeren en zo leer ik veel verfrissende

ideeën en de kijk van jongeren op het leven

kennen.”

“Ik droom ervan dat mijn kleinkinderen totaal

vrij kunnen spreken over hun mama en

hun mamsje, en over hun oma en haar partner.

Dat is nu niet het geval. Er moet veel

meer geld gaan naar de opleiding en bijscholing

van het onderwijzend personeel.

Zodanig dat ze weten hoe ze de diversiteit

in de maatschappij kunnen aanpakken.

Met diversiteit bedoel ik niet alleen mensen

met een migratieachtergrond, maar ook

het samenleven met homo’s, lesbiennes,

bi’s en transgenders. Natuurlijk denk ik aan

alle LGBT’s in de wereld die zware straffen

en zelfs de doodstraf riskeren als ze zichzelf

outen of ‘betrapt’ worden. Onze solidariteit

is essentieel.”

“Ik zou het doodzonde vinden als

onze subcultuur verdwijnt"- Erwin

31


Oost, West,

LGBT-huis best

Vandaag heeft zowat elke provincie

een lokaal LGBT-huis. Dat

was ooit anders. Zizo-magazine

blikt terug met twee mensen die

mee aan de wieg stonden van

‘Het Roze Huis’ in Antwerpen en

‘Het Regenbooghuis’ in Brussel.

Tekst en foto's: Elisa Schanzer

Ons basisidee was: er zijn een heleboel

groepen in Antwerpen, maar ze kennen

elkaar niet

32

Denis Bouwen is een van de stichters van

Het Roze Huis in Antwerpen. Samen met

zijn vriend Ludwig en een heleboel andere

vrijwilligers bouwden ze Het Roze

Huis uit tot wat het vandaag is.

“Een heleboel mensen hebben pionierswerk

geleverd om Het Roze Huis in Antwerpen

te doen slagen. Zoiets realiseer je niet met

één of twee personen”, vertelt Denis Bouwen.

“We begonnen eraan zonder dat de

term ‘Het Roze Huis’ werd gebruikt. In 1994

had je in Antwerpen nog de Roze Zaterdag,

de voorloper van Pride.be: ik zat toen

in de werkgroep Pers. Ik reed toen op Roze

Zaterdag mee in een koets en zei tegen mijn

vriend Ludwig dat het toch geweldig zou

zijn als holebi’s en hun verenigingen veel

zichtbaarder zouden zijn en als ze elkaar

het hele jaar door konden ontmoeten en

meer dingen samen doen. Niet lang na die

Roze Zaterdag nodigde ik een stuk of acht

mensen bij mij thuis uit en concludeerden

we dat het een goed idee zou zijn om een

sociocultureel huis op poten te zetten. We

zijn toen met een initiatiefgroep gestart en

begonnen enquêtes af te nemen op holebifuiven

in Antwerpen. Uit de enquêteresultaten

bleek dat veel holebi’s zo’n gemeenschappelijk

huis zeker zagen zitten.”

“In juni 1995 stichtten we de vzw Het Roze

Huis. Met die vzw lobbyden we bij politici,

sensibiliseerden we en organiseerden we

fuiven om geld in te zamelen, het idee uit te

dragen en het levend te houden. Dat was

een moeizame strijd. In 1998 of 1999 zag mijn

vriend in de wijk Zurenborg het cafépand

Den Draak te koop staan. Ik was toen nog

voorzitter van de vzw en stuurde meteen een

fax naar de Antwerpse schepen van Sociale

Zaken Marc Wellens (CD&V) met de vraag

om ons project te realiseren. Wellens kon

klaarspelen dat de stad Antwerpen het huis

kocht, en zo konden we voort. Met plaatselijke

maar ook, en vooral, internationale

vrijwilligers, een architect en professionelen

hebben we dat pand samen gerenoveerd.”

“Het basisidee achter ons project was dat er

een heleboel verenigingen in Antwerpen

bestonden, maar dat ze elkaar niet goed

kenden en niet zo schitterend samenwerkten.

Wij waren ervan overtuigd dat er veel

meer uit te halen was. In de jaren negentig

had je wel een soort van informele structuur

die het ‘Antwerps Overleg' heette. Dat

waren een aantal verenigingen die af en

toe rond de tafel zaten en die over fuiven

en dergelijke discussieerden. Het was niet

gemakkelijk om de verenigingen bij ons te

doen aansluiten. Sommige waren enthousiast,

andere veel minder. Maar toen Het Roze

Huis in 2000 openging, zijn veel verenigingen

het huis beginnen te bezoeken,

gebruiken en waarderen. Ondertussen zijn

er zowat dertig verenigingen aangesloten

bij wat nu ‘Het Roze Huis – çavaria

Antwerpen’ heet.”

“We vonden ook inspiratie in het buitenland.

Toen Het Roze Huis nog een initiatiefgroep

was, smeedden we banden met Villa Lila,

dat al langer bestond en de voorloper was

van het huidige roze huis in Nijmegen. Die

mensen kwamen naar Antwerpen om ons

uit te leggen hoe zij hun project hadden

gerealiseerd. Zelf bezochten we diverse

holebicentra tijdens onze reizen: Wenen,

Rome, Keulen, Bologna, … Ik ben zelfs ooit

het Lesbian and Gay Community Center

in New York binnengestapt.”

“Tussen 1994 en nu was er zeker een evolutie.

Tegenwoordig heeft Het Roze Huis ook

beroepskrachten, terwijl we in de beginjaren

uitsluitend op vrijwilligers steunden.

Maar ik vind dat Het Roze Huis vooral de

vrijwilligers nodig heeft. De ondersteuning

van betaalde krachten is noodzakelijk en

belangrijk, maar de ziel van een project

komt in belangrijke mate van de vrijwilligers

die uit overtuiging, uit passie of uit

idealisme meedoen.”


dossier 40 jaar çavaria

Zonder de Franstaligen was het niet

gelukt, want we waren veel te klein

gesticht. We zochten zes maanden naar een

geschikt huis, totdat we ons huidige pand

vonden dat eigendom is van de stad Brussel.

Tijdens de onderhandelingsfase over het

huurcontract, was een van de voorwaarden

van de stad dat we moesten samenwerken

met de Franstalige groepen in Brussel.”

geleden hadden we hier de witte, Vlaamse

homo. Vandaag hebben we een heel divers,

gekleurd publiek. Dat is fantastisch. De

verscheidenheid aan groepen en de open

deur maken dat allerlei groepen hier durven

binnenkomen en zich hier durven te installeren.

Dat is een enorme rijkdom!”

Hilde De Greef stond mee aan de wieg

van het Regenbooghuis Brussel. Hilde

was meer dan tien jaar vrijwilligster en

heeft een aantal jaren als bestuurslid

meegedraaid. Ze maakte zelfs de allereerste

vergadering mee voordat het huis

werd opgericht.

“De dag waarop we de Franstaligen om

medewerking vroegen was heel tof. Als

groepering waren we heel enthousiast en

hadden we ons huis al, en zij waren ook heel

enthousiast om mee te werken. We vonden

al snel drie of vier groepen die met ons mee

wilden doen. Het waren heel dynamische

mensen die vlot met ons samenwerkten,

dus dat ging prima. Het is een enorme

meerwaarde dat we toen met de Franstaligen

zijn gaan samenwerken. Ik ben blij dat

de stad ons dat een beetje verplicht heeft.

Zonder de Franstaligen was het niet gelukt,

want we waren veel te klein.”

“De komst van Het Regenbooghuis had

een grote invloed op de holebigemeenschap,

omdat iedereen elkaar leerde kennen.

Voorheen zat iedereen op zijn kleine

eilandje en kenden we elkaar niet. Brussel is

nochtans niet groot, en toch wisten we niet

wie waarmee bezig was. Via dat huis kom je

elkaar tegen, leer je elkaar kennen, en dat is

de grootste rijkdom. We zijn destijds gestart

met zo’n tien groepen, vandaag zijn het er

ongeveer vijfenveertig. Je merkt pas de rijkdom

en de diversiteit van die vijfenveertig

groepen wanneer je allemaal samen onder

één dak zit.”

Hilde: “Ik was al van bij het begin betrokken

bij het Regenbooghuis. Het idee kwam

vanuit twee of drie groepen die in 2000 of

2001 alle Nederlandstalige holebigroepen

in Brussel contacteerden. Zo kwam de

vraag ook bij Artemis terecht, een lesbische

boekenwinkel waar ik vrijwilligster was. Via

Artemis ben ik naar de eerste vergadering

van het Regenbooghuis gegaan, en ben ik

ook gebleven.”

“Voor onze zoektocht naar een huis hebben

we het Holebi Overleg Brussel (HOB)

“In het begin wilden we een huis oprichten

om samen iets te bereiken, omdat je dat als

kleine groep moeilijk kan. Vergeet niet dat

we in 2001 op politiek vlak nog niet zo ver

stonden als nu. Er was toen nog niets bereikt

op gebied van het homohuwelijk, adoptie,

… We wilden dus ook politiek gewicht

hebben. Ondertussen zijn er heel wat

doelstellingen bijgekomen. De noden van

vijftien jaar geleden zijn compleet anders

dan vandaag. Weinigen hebben in 2001 bijvoorbeeld

gedacht aan de opvang van holebivluchtelingen

of hun noden. Vijftien jaar

“Vroeger waren onze activiteiten enkel

naar de holebigemeenschap gericht, dat is

vandaag niet meer het geval. Nu betrekken

we iedereen erbij: de hele buurt en iedereen

die maar geïnteresseerd is. Het is niet meer

‘wij in het huis’: het is ‘wij naar buiten’ of ‘de

anderen naar binnen’. Vandaag zijn we een

open huis geworden, en dat is veel beter.”

33


Twintig jaar

aan de lijn

bij de Holebifoon

Gender

Gezondheid

Ontdekking

Welzijn

Relaties

Gezin &

ouderschap

Discriminatie

Asiel

De Holebifoon bestaat al tweeëntwintig

jaar, waarvan jij er ondertussen twintig

vrijwilliger bent. Zijn er dingen veranderd

sinds jij begon?

“Jazeker. Het eerste dat bij mij opkomt is

dat, toen wij eraan begonnen, we nog met

papier werkten. Ik spreek nog van het precomputertijdperk.

Vooral wanneer mensen

vroegen om informatie over een café of

iets dergelijks, werkten we met afgedrukte

spreadsheets. Er waren drie categorieën in

alfabetische volgorde: de naam van de zaak,

de provincie en nog een derde die ik me

niet meer herinner. Dus wanneer iemand

naar een café zocht in Antwerpen of Gent,

konden we het voor hen opzoeken. We

hadden daar plastieken kaftjes voor en zaten

de hele tijd te bladeren. Ik heb de computer

nog weten komen.”

34

Mijn vrijwilligerswerk is een

substantieel deel uit mijn leven

waarover ik moet zwijgen

ZiZo-Magazine sprak met een vrijwilliger die zich al twintig jaar inzet

voor de Holebifoon, al bijna even lang als de Holebifoon bestaat.

Hij vertelde ons wat meer over de geschiedenis, de werking en zijn

eigen ervaringen aan de telefoon.

Tekst: Elisa Schanzer

Met hoeveel waren jullie toen?

“Voordat ik begon, waren er zo’n vijf vrijwilligers.

De organisatie zat toen in grote

vrijwilligersnood. Toen ik begon, in 1997,

waren we met een stuk of vijftien. Ik denk

dat we nu met een twintigtal mensen zijn.

Maar het is anders, omdat we nu de mails,

de telefoons én de chat hebben. Toen ik

begon hadden we enkel de telefoon. Nu zijn

er twee groepen vrijwilligers: degenen die

zich vooral bezighouden met de telefoons

en de mails en degenen die zich vooral

bezighouden met de chat. Zelf hou ik me

voornamelijk bezig met de telefoon.”

Dus de chat is ook opgekomen de

afgelopen jaren…

“Dat moet rond 2007 of 2008 geweest zijn.

En terwijl ik het vertel, schrik ik ervan hoelang

dat al geleden is. Eerst kwam de e-mail

erbij en later de chat. Wij zijn voor de chat te

rade gegaan bij de Zelfmoordlijn, die daar al

vroeger mee begonnen was.”


dossier 40 jaar çavaria

het natuurlijk enkel van de mensen die

bellen, maar ik heb de indruk dat het aantal

mensen dat met zichzelf worstelt nog

steeds heel hoog is. En het zijn niet alleen

jongeren. Ook mensen vanaf dertig jaar die

al een bepaalde weg zijn ingeslagen in hun

leven, ontdekken soms dat ze toch anders

georiënteerd zijn.”

“Ik zou durven te zeggen dat de leeftijdscategorie

van bellers een stuk gestegen is

en dat jongeren sneller via de chat of mail

binnenkomen. Er zijn heel veel tieners die

mailen, bijvoorbeeld omdat ze iemand

op school leuk vinden maar er niets over

durven te zeggen. De worsteling of de angst

om daar iets mee te doen, is er nog altijd. “

Je mag tegen niemand vertellen dat je

bij de Holebifoon werkt. Lukt het altijd

om te zwijgen?

“Het is zeer moeilijk. Ik ben al twintig jaar

vrijwilliger, dat is lang. Bovendien maakt

het een substantieel deel uit van je leven

waarover je moet zwijgen. Die permanenties

doorkruisen mijn sociaal leven met mijn

familie en vrienden ook. Maar zelfs tegen

mijn eigen vriend heb ik niet met zoveel

woorden gezegd dat ik bij de Holebifoon

werk. Hij is geen dwaas, als hij a en b kan

optellen zal hij dat wel weten. Hij weet dat ik

permanentie doe bij den telefoon, en verder

dan dat gaat het niet.”

“Ik kreeg ooit een oproep van een dame

die wilde praten over haar man. Zij meende

mijn stem te herkennen en probeerde te

ontfutselen vanwaar ik ben, om zo te kunnen

afleiden of ze me al dan niet kent. Dat is

een van de dingen die we niet mogen doen.

Dus ik heb het aan die dame overgelaten

en haar gezegd dat zij moest beslissen of

ze zich veilig genoeg voelde om met mij

verder te praten. De anonimiteit werkt langs

beide kanten: de beller is anoniem, maar wij

zijn ook anoniem.”

“Ik snap dat we niet mogen zeggen dat

we bij de Holebifoon werken: we willen

potentiële bellers niet afschrikken als ze

weten dat ze eventueel een bekende aan

de lijn kunnen krijgen. Ik besef dat we

veel verlangen, door van onze huidige en

toekomstige vrijwilligers te vragen om te

zwijgen. Maar het is nodig! Ik hoop dat mijn

collega-vrijwilligers er even strikt en hard in

kunnen zijn als ik.”

Zijn de vragen anders dan twintig jaar

geleden? Er zijn bijvoorbeeld datingsites

opgekomen…

“Ik heb soms het gevoel dat er nu meer

vragen binnenkomen dan vroeger over hoe

je een date moet zoeken. En als je het hebt

over datingsites, dan zou ik het willen doortrekken

naar het internet in het algemeen.”

“Vroeger belden mensen zowel voor opvang

als voor informatie. Op vrijdagavond kreeg

ik telefoontjes om te vragen waar er een

fuif was. Dat zijn vragen die nu niet meer

binnenkomen, want dat kunnen mensen

ondertussen allemaal zelf opzoeken. Waar

je een holebi- en transgendervriendelijke

dokter of advocaat vindt, is een praktische

informatieve vraag, die sneller binnenkomt

via mail. Als mensen nu bellen, is het bijna

altijd in het kader van opvang of hulpverlening.

Dat is wel een grote verandering.”

Is er een verandering qua mentaliteit?

“Ik ben geneigd om daar spontaan ‘neen’ op

te zeggen. Als het gaat over het taboegehalte

van holebiseksualiteit, dan denk ik

dat het nog altijd even erg is. We weten

Is de holebi- en transgenderbeweging

nog nodig?

“Vanuit mijn werk aan de Holebifoon zou ik

zeker ‘ja’ zeggen. De Holebifoon heeft al met

financiële problemen te kampen gehad,

waardoor het risico bestond dat we zouden

verdwijnen. Dat was vooral in de beginjaren

zo, en dan zeven jaar geleden nogmaals. Elke

keer vroeg ik me af waar de mensen die ons

bellen dán naartoe moeten? Tele-Onthaal

bestaat ook, maar er komen ook mensen bij

ons terecht die door Tele-Onthaal zijn doorgestuurd

omdat ze daar minder expertise

hebben met sommige onderwerpen.”

“Er is tijdens mijn twintig jaar bij de Holebifoon

maatschappelijk heel wat gerealiseerd.

De twee grote mijlpalen waaraan ik meteen

denk zijn de antidiscriminatiewet en het

homohuwelijk. Maar ik zou zeggen dat

de maatschappij en sommige individuen

nog niet mee zijn. Dus de beweging is nog

nodig, al is het maar om de vinger aan de

pols te houden. Want ik kan me voorstellen

dat als çavaria er nu mee zou stoppen, we

een negatieve evolutie kunnen doormaken.

We zijn nog niet geëmancipeerd genoeg

om als holebigemeenschap zonder koepel

te bestaan.”

Op zoek naar een luisterend oor of informatie?

Wil je meer weten over (veilig) vrijen?

Maakte je discriminatie mee omwille van

je seksuele oriëntatie, genderidentiteit of

genderexpressie? Of ligt er iets anders op

je lever? Je kan de Holebifoon bereiken op

het gratis nummer 0800 99 533 of via chat

op www.holebifoon.be, van 18.30 uur tot

21.30 uur op maandag, woensdag en

donderdag. Je kan altijd mailen naar

vragen@holebifoon.be.

Wil je zelf het vrijwilligersteam van de

Holebifoon versterken? Mail dan naar

coordinatoren@holebifoon.be voor meer

info.

35


Minderheden

binnen de

minderheid

Het discours van ‘out, loud and proud’

maakt identificatie moeilijk voor een deel

van ons publiek

36

Holebi’s en transgenders met

een etnisch-culturele minderheidspositie

organiseren zich

ondertussen al bijna twintig jaar.

Tijd voor een kritische terugblik

met Klaartje Van Kerckem,

projectcoördinatrice van

Merhaba.

Tekst: Leen De Wispelaere

Holebi’s en transgenders met een etnischculturele

minderheidspositie vormen een

zeer diverse groep. Een comfortabele plaats

vinden binnen de ‘mainstream’-LGBT-beweging

is voor hen ook allesbehalve evident.

De drempels blijven hoog, de verwachtingen

uiteenlopend. Toch is Klaartje Van

Kerckem, projectcoördinatrice van Merhaba,

voorzichtig positief: “Er is bij veel mensen in

de sector goodwill om bij te leren.”

Merhaba werd opgericht in 2002. Was er

al eerder al sprake van een zelforganisatie

van LGBT’s met een etnisch-culturele

minderheidspositie ?

Klaartje: “Ja, eerder bestond KelmaBel al. Ik

beschouw 1999 dus eerder als het jaar van

de ‘opstart’ van de werking, het jaar waarin

een groepje mensen vond dat er nood was

aan iets als Merhaba en zich organiseerde. In

het begin was het, veel meer dan nu, een zelforganisatie

van een groep mensen die niet

vonden wat ze zochten in de mainstream-

LGBT-gemeenschap of die zich daar uitgesloten

voelden. Ze hadden nood aan samenzijn

onder gelijken en een context waarin ze zich

op alle vlakken aanvaard voelden.”

Er zijn meerdere organisaties die werken

rond LGBT’s met een etnisch-culturele

minderheidspositie. Waar positioneert

Merhaba zich in dat landschap ?

Klaartje: “Wij zijn een mix van een zelforganisatie

en een beweging, maar geen

koepel. We zijn wel de enige organisatie die

structurele subsidies krijgt en dus personeel

kan tewerkstellen. En in termen van onze

doelgroep, zou ik zeggen dat Merhaba

meer mensen verenigt die hier geboren

zijn, terwijl organisaties als Omnya en

Why Me? expliciet gericht zijn op mensen

die zelf gemigreerd zijn of asiel aanvragen.

Mensen met een etnisch-culturele

minderheidsstatus ‘vertegenwoordigen’

binnen de LGBT-beweging is dan ook geen

sinecure: de contexten en achtergronden

zijn bijzonder divers. Om een voorbeeld te

geven: mensen die gemigreerd zijn, hebben

meestal veel minder familienetwerken of

gemeenschapsnetwerken rond zich dan

het publiek van Merhaba. Sensibilisering

van het netwerk en de omgeving is nu net

één van onze aandachtspunten. Wij werken

overigens ook nog niet zo lang rond het

transthema en de meerderheid van de mensen

die bij ons onthaal aanklopt is ‘LGB’.”


dossier 40 jaar çavaria

En waar positioneert Merhaba zich binnen

de brede LGBT-beweging ?

Klaartje: “Wij worden heel vaak gezien als

‘de LGBT-vereniging voor etnisch-culturele

minderheden’, terwijl we veel meer zijn dan

dat. Wij zien onszelf als een organisatie die

werkt vanuit intersectionaliteit: het idee dat

individuen in een samenleving discriminatie

of onderdrukking ondervinden op grond

van een veelvoud van factoren. Zo werken

we bijvoorbeeld ook rond armoede, gender

of verblijfsstatus.”

“Veel organisaties in de LGBT-beweging zijn

ook categoriaal: ‘voor holebi’s en transgenders’.

Wij zien het als een deel van onze missie

om die organisaties te sensibiliseren over

inclusiviteit, zodat ook zij meer aandacht

hebben voor de minderheden binnen de

minderheid. Zonder daarom te verwachten

dat zij ‘zoals ons’ worden. Dat kan ook niet,

een mainstreamorganisatie kan onmogelijk

voor alle doelgroepen evenveel aandacht

hebben. Maar via sensibilisering trachten

we er wel voor te zorgen dat onze doelgroep

zich óók aanvaard voelt binnen een

mainstream-LGBT-beweging.”

Welke eigenschappen van de ‘mainstream’-beweging

werken dat gevoel van

uitsluiting in de hand?

Klaartje: “Merhaba is ontstaan vanuit de

ervaring met onder meer racisme of islamofobie

- impliciet of flagrant. Mensen kregen

bijvoorbeeld opmerkingen in de trant van:

‘Doe niet zo hypocriet en kom uit de kast’,

of ‘Je bent nu achttien, kom eens uit de kast

thuis.’ Ik denk dat dat in privécontexten nog

steeds gebeurt, maar ik heb wel de indruk

dat dat binnen LGBT-organisaties minder

en minder het geval is, dat er meer begrip is

voor iemands etnisch-culturele context en

wat die context met zich meebrengt voor

de beleving van je seksuele identiteit. Een

tweede voorbeeld is het exotisme, de ‘etnische

fetisj’: mensen in het uitgaansmileu die

zaken zeggen als: ‘Ik val op bruine jongens,

wil je met mij daten?’”

De maintream-LGBT-organisaties hebben

dus een iets inclusievere blik dan

voorheen. Waar is er nog ruimte voor

verbetering?

Klaartje: “Het bewustzijn rond drempels

kan zeker nog groeien. Wij zitten voor dit

interview in Casa Rosa. Op vrijdag is er

hier markt en lopen hier bijvoorbeeld veel

Turkse vrouwen rond. Voor een Turkse

holebi is de mogelijkheid om gezien te

worden door een vriendin van de familie

een reden om hier niet binnen te stappen.

Mensen van onze doelgroep willen

dikwijls niet geasso-cieerd worden met een

bepaalde plek, onder meer omwille van de

sociale controle.”

“Ook in bepaalde vormen van communicatie

of actievoeren herkennen mensen van

onze doelgroep zich soms moeilijk. Denk

maar aan de Pride. Sommigen zeggen: ‘Ik

ben trots op wie ik ben en wil dat uitdragen’

– denk bijvoorbeeld aan Abdellah

Bijat (23), de eerste ereheer van Mister Gay

Belgium 2016. Hij heeft er geen problemen

mee om zich bloot te geven, letterlijk en

figuurlijk. Maar andere vrijwilligers zeggen:

‘Vanuit mijn opvoeding loop ik niet te koop

met mijn geaardheid.’ Heel veel beeldvorming

en discours binnen de mainstream-

LGBT-beweging zijn gericht op ‘out, loud

and proud’ – en vanuit de geschiedenis is

dat ook normaal. Maar het maakt identificatie

moeilijk voor een deel van ons publiek,

dat vaak veel meer nood heeft aan comingin

dan aan coming-out. Hetzelfde geldt voor

de aanpak van Sensoa: ten gevolge van de

seksuele revolutie is de communicatie vaak

in your face, gericht op het wegnemen van

taboes. Maar voor veel van onze mensen is

dat niet behapbaar.”

“Een laatste voorbeeld is een afbeelding die

naar voren werd geschoven voor het Queer

Arts Festival. Het was een beeld van een

man (maar dat zag je niet) in een boerka,

met daar in het Arabisch ‘queer’ boven. Ik

schrok enorm. Het beeld was afkomstig

van een fotograaf wiens werk zou worden

tentoongesteld op het festival. In zo’n

context is dat natuurlijk minder choquerend

dan wanneer het op een affiche en zonder

context over heel Antwerpen zou verspreid

worden. Ik voelde een enorme controverse

aankomen.”

Was er begrip voor jullie standpunt ?

Klaartje: “Ja, want uiteindelijk is het beeld

niet gekozen. Maar iemand merkte wel op:

‘het uitlokken van debat is toch net goed’?

Ik heb begrip voor die opmerking, maar

wij verkiezen een andere aanpak in onze

sensibiliseringscampagnes: trager, zonder

te choqueren. Wij streven naar dialoog,

niet naar confrontatie of polarisering. We

trachten wij-zij-denken te vermijden en

proberen herkenning op gang te brengen:

wat hebben we gemeenschappelijk?”

Zou je zeggen dat er op die (kleine)

twintig jaar een evolutie ten goede heeft

plaatsgevonden binnen de LGBT-beweging,

vanuit het perspectief van ‘minderheden

binnen een minderheid’?

Klaartje: “Er is nu in elk geval oor naar onze

boodschap en ik denk dat ook binnen

çavaria het bewustzijn bestaat dat we niet

allemaal hetzelfde verhaal hebben, dat

bijvoorbeeld niet iedereen een coming-out

kan doen. De geesten zijn zeker gerijpt en

er is veel goodwill. De organisatie van het

congres ‘Pride and privilege’ (op 16 mei

2016, red.) toont bijvoorbeeld aan dat er

bereidheid is om na te denken over de ‘witheid’

van de beweging, over meervoudige

discriminatie en over intersectionaliteit. In

de praktijk wordt het echter nog niet altijd

even sterk vertaald.”

Hoe merk je dat?

Klaartje: “Soms gaat het nog iets te veel

om ‘opsmuk’, niet over fundamentele of

beleidsmatige kwesties. Ik vergelijk het met

wat ik deze ochtend op Radio 1 hoorde

over de Internationale Vrouwendag: in

plaats van de vrouwen te verwennen met

een wellness in Spa, zouden we het beter

hebben over de loonkloof en over structurele

ongelijkheden.”

“Een ander, concreter voorbeeld: de

Algemene Vergadering van çavaria in 2016.

Mensen van Why Me?, een lidvereniging,

zijn vaak het Nederlands niet machtig. Zij

konden niet volgen. De vergadering kan niet

volledig in een andere taal verlopen natuurlijk,

maar een fluistertolkende medewerker

was een oplossing geweest. Anderzijds is

het wel goed dat er bij inschrijvingen aandacht

is voor bijvoorbeeld rolstoelgebruikers,

slechtzienden of slechthorenden. Of

dat er op events ‘no photo’-stickers worden

gebruikt voor mensen die niet geout willen

worden.”

37


Gay-straight alliance

Bondgenoten van het eerste uur

Paula Semers

milde houding

kwam haar op

bedreigingen te

staan, en de BRT

op scheldkanonnades

van kijkers

Stills uit: '40 jaar çavaria'

Meer dan een halve eeuw van

zelforganisatie en politieke strijd

heeft de LGBT-beweging geen

windeieren gelegd. Bovendien

stond ze er niet alleen voor. Vele

bondgenoten en medestanders

droegen hun steentje bij. En ze

werden door de jaren heen talrijker.

Te talrijk om op te noemen.

Tekst: Leen De Wispelaere

De strijd voor gelijke rechten van de holebien

transgenderbeweging is zonder meer

een succes te noemen. In die strijd werd al

van bij aanvang de hand uitgestoken naar

de buitenwereld. Er werd gezocht naar

bondgenoten die het LGBT-thema genegen

waren en daar ook in tempore suspecto publiek

ruchtbaarheid aan wilden of durfden te

geven. Zonder de inzet van veel medestanders

uit academische, politieke, religieuze

of mediatieke hoek was de wind, die de

LGBT-boot sinds de eeuwwisseling krachtig

in de zeilen heeft, wellicht nooit zo krachtig

geweest. ZiZo zet die medestanders van het

eerste uur (jaren zestig-jaren negentig) op

een onvermijdelijk onvolledig lijstje.

DE JAREN ZESTIG EN ZEVENTIG

Wie ‘jaren zestig’ zegt kan niet om de seksuele

bevrijdingsstrijd heen die dat decennium

meer dan andere kenmerkte. Ook de prille

homo- en lesbiennebeweging kon in beperkte

mate meesurfen op die golf. Holebi’s

hadden baat bij de iets grotere openheid die

in massamedia aan de dag werd gelegd ten

aanzien van het thema homoseksualiteit, zij

het niet zonder slag of stoot.

Baanbrekend was ‘Penelope’, een populair

vrouwenprogramma waarin omroepster

Paula Semer in december 1964 kleur

bekende. Ze stemde in met de milde

beschouwing van de Antwerpse arts Willy

Ballet, die pleitte voor “begrip voor mensen

in moeilijkheden”. Het kwam Semer op bedreigingen,

en de BRT op een scheldkanonnade

van kijkers te staan. Gelukkig was het

weekblad HUMO niet te beroerd om ook de

positieve lezersbrieven af te drukken.

HUMO liet wel vaker een progressieve

houding optekenen. In 1968 duidden de

HUMO-lezers naar goede gewoonte hun

‘Lul van het jaar’ aan in de persoon van de

socialistische Minister van Justitie en zedenmeester

Alfons Vranckx. In 1966 ontving

het blad dan weer smartelijke lezersbrieven

van homo’s en lesbiennes naar aanleiding

van alweer een andere mijlpaal in de massamedia:

het BRT-programma ‘Diagnose van

het Anders-Zijn’. De HUMO-journalist die

het programma recenseerde, maakte gewag

van “een hallucinerende stupiditeit van

zowat alles wat de mond des volks erover

Beelden: VRT archief

38

'Diagnose van het Anders-Zijn' - de stem des volks 'Diagnose van het Anders-Zijn' - Steven De Batselier, 1966


dossier 40 jaar çavaria

(homoseksualiteit, red.) wist te vertellen (…).

Het was ook voor de heterofiel grenzeloos

deprimerend.”

Die uitzending, die op 1 december 2016

vijftig jaar na datum opnieuw ter beschikking

werd gesteld (en nog steeds is) op

deredactie.be, was de eerste die integraal

aan het thema homoseksualiteit werd

gewijd. Opvallend was dat de gasten van

programmamaker Piet De Valkeneer

zich neutraal tot vrij positief uitlieten. Het

contrast met de vox populi-fragmenten

(“abnormaal”, “ziekelijke afwijking”, “onnatuurlijk”)

was groot. Zo sprak psycho-patholoog R.

Dellaert over “een variant van het mens-zijn”

en een “constitutioneel verschijnsel”: deel

van de menselijke constitutie dus. Andere

oordelen over de homoseksuele medemens

luidden: “slachtoffer van het vooroordeel” of

“mensen die recht hebben om te zijn wie ze

zijn in hun manier van liefhebben” (dominee

Klamer), “We weten allemaal dat homoseksualiteit

geen ziekte is.” (historicus en moraalwetenschapper

Jos Van Ussel) of “Dat

zijn mensen zijn zoals andere mensen” (pater

Gustave Callewaert). Die bijdrage kwam

pater Callewaert overigens duur te staan. Hij

werd bedankt voor bewezen diensten en tot

uittreden gedwongen.

Toch was het niet al kommer en kwel in de

kerkelijke regionen. Zo kunnen we kanunnik

Piet De Haene (“oom van”) vermelden, die

vanuit zijn christelijk engagement vond dat

hij zich moest inzetten voor de homoseksuelen

en een gesprekscentrum in Brugge

oprichtte (april 1969). In dezelfde maand

van hetzelfde jaar richtte priester Wilfried

Lammens de eerste eucharistieviering voor

gelovige homo’s in. De eucharistievieringen

zouden maandelijks plaatsvinden en het nodige

succes kennen. Lammens zou ook een

belangrijke rol spelen bij de totstandkoming

van de BRT-reportage ‘Zo Zijn’ (december

1970), die de geschiedenis zou ingaan als ‘de

coming-out van Will Ferdy’. Waarmee we

opnieuw bij de massamedia zijn aanbeland.

In de nasleep van ‘Diagnose van het Anderszijn’

begonnen ook andere media aandacht

te besteden aan het thema homoseksualiteit,

zoals de radio-uitzendingen van het

Humanistisch Verbond (1967) of de artikelenreeks

‘De homoseksueel, een vreemde

onder ons’ (1967) in De Nieuwe Gazet.

Die krant had zich in de vroege jaren zestig

trouwens ook al positief laten opmerken: zij

werd als enige bereid gevonden om aankondigingen

van de homo- en lesbiennevereniging

C.O.C. op te nemen, zij het in een

terminologie ‘voor de goede verstaander’.

Uit ‘Diagnose van het Anders-Zijn’ bleef nog

één belangrijke spreker onvermeld: de psycholoog

Steven De Batselier. Professor De

Batselier was de meest resolute academische

bondgenoot van de LGBT-beweging. Zijn

bijdrage aan het programma omvatte naast

een wetenschappelijke analyse (“geen specifieke

pathologie, slechts een variante van de

seksualiteit”) ook een vingerwijzing naar de

samenleving: “Het is opmerkenswaardig dat

veel homoseksuelen aanpassingsstoornissen

vertonen, niet omwille van hun homoseksualiteit,

maar wel omwille van de veroordelende

houding eigen aan onze cultuur.” De Batselier

zou tot een eind in de jaren zeventig een

belangrijke bondgenoot blijven. Getroffen

door de vele schrijnende persoonlijke

verhalen die hem ter ore kwamen, zou hij

talloze voordrachten verzorgen, de beweging

mee helpen organiseren en vele mensen

individueel bijstaan als therapeut.

Steven De Batselier was echter niet de enige

academicus die een vernieuwende visie op

seksualiteit voorstond. Aan de Rijksuniversiteit

Gent was de reeds vermelde Jos Van

Ussel een belangrijke medestander, alsook

zijn opvolger Bob Carlier. Carlier maakte

zich overigens niet alleen voor de homobeweging

verdienstelijk. Ook in de abortusbeweging

en de aidsbeweging was hij actief.

Fast forward. Halfweg de jaren zeventig

komt één en ander in een stroomversnelling

terecht voor de homo- en lesbiennebeweging.

Nog voordat de Nederlandse

holebibeweging hetzelfde ten deel zou

vallen, kreeg de beweging voor de eerste

keer overheidssubsidies voor haar werking,

ter waarde van 800.000 Belgische frank. De

beslissing was getekend: Rika De Backer,

Minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse

Zaken voor de toenmalige CVP. De Backer

stelde wel een voorwaarde: één koepel. Het

noopte de toenmalige koepels Infoma en

de Federatie van Vlaamse Sjaloomgroepen

tot een fusie. Op 26 maart 1977 ging de

verenigde koepel van start onder de naam

Federatie Werkgroepen Homofilie: çavaria

was geboren. Die ogenschijnlijke eensgezindheid

kon echter niet vermijden dat

de koepel in de jaren tachtig omwille van

interne meningsverschillen bijna ophield te

bestaan.

DE JAREN TACHTIG

De jaren tachtig waren om wel meerdere

redenen een decennium in mineur voor de

LGBT-beweging. De samenleving maakte

een forse ruk naar rechts en het Vlaams

Blok manifesteerde zich als rabiate tegenstander

van holebiseksualiteit. Bovendien

barstte de aidscrisis in volle hevigheid los.

De mysterieuze ziekte zaaide paniek en

verwoestte vele jonge levens. Desinformatie

over de overdraagbaarheid van de ziekte

(uit hetzelfde glas drinken, handen schudden,…)

bereikte het grote publiek via de

pers en toomde de maatschappelijke angst

bepaald niet in. Er moest iets gebeuren.

In Antwerpen werd een aidswerkgroep

opgericht, waarvan onder meer de reeds

vermelde Bob Carlier deel uitmaakte. Mee

aan tafel zat dokter Peter Piot van het Instituut

voor Tropische Geneeskunde, die

al heel vroeg de ernst van de situatie inzag

en van de strijd tegen aids zijn levenswerk

zou maken. In december 1994 werd Piot

directeur van UNAIDS, de afdeling van

de VN die acties in verband met hiv- en

aidspreventie coördineert.

Will Ferdy in 'Zo Zijn', 1970

De aidscrisis barst los in de jaren '80

39


Ook bij de overheden begon het te dagen

dat enige actie vereist was, al bleef die

aanvankelijk lauw. Roger de Wulf, Vlaams

Minister van Gezondheidsbeleid (SP) financierde

de eerste, degelijke informatiefolder

over der ziekte en in 1987 volgde de federale

Staatssecretaris voor Volksgezondheid

Wivina Demeester (CVP) met een tweede

folder en een sensibiliserende campagne

(‘Open je ogen voor aids ze sluit’). Ze kreeg

er veel kritiek voor uit conservatieve hoek.

De grote sprong vooruit zou pas in de jaren

negentig plaatsvinden, toen de socialistische

minister van tewerkstelling en Sociale

Aangelegenheden Leona Detiège (1992)

het budget aanzienlijk verhoogde en de ‘Zet

‘m op’-campagnes lanceerde. Van Mieke

Vogels, de groene minister van Welzijn,

Gezondheid en Gelijke Kansen (1999) zou

de ‘Veilig Genieten’- campagne bijblijven,

en vooral de slogan ‘Bla bla bla en dan pas

boem boem boem’. Maar terug naar de jaren

tachtig.

Van heel groot belang om een degelijk

aidsbeleid uit te bouwen, waren uiteraard

cijfermatige inzichten. Daartoe leverde John

Vincke, als socioloog verbonden aan de

Rijksuniversiteit Gent, een belangrijke bijdrage.

Hij onderzocht het seksueel gedrag van

homoseksuele mannen en vond verbanden

tussen bepaald gedrag en seropositiviteit.

Later zou hij, als eerste in Vlaanderen, grootschalig

onderzoek verrichten naar het leven

en welzijn van homoseksuele mannen, naar

zelfdoding bij holebi-jongeren en naar het

welbevinden van holebi’s in het algemeen

(Zzzzip). En zo waren er nog wel meer

academische bondgenoten aan te wijzen in

de jaren tachtig.

Het Universitair Ziekenhuis Gent zou vanaf

de tweede helft van de jaren tachtig beginnen

te bouwen aan de stevige reputatie die

het vandaag heeft op het vlak van behandeling

van transgenders (Het genderteam).

Inmiddels was men het er in wetenschappelijke

kringen immers min of meer over eens

dat het aanpassen van het lichaam aan de

geest (en niet omgekeerd) de beste manier

was om transgenders die dit wensten

tegemoet te komen. In de jaren tachtig zou

het UZ Gent van start gaan met geslachtsaanpassende

operaties, wat in België sinds

1969 wettelijk toegestaan was. Eén van de

bezielers van het genderteam was dokter

Griet Decuypere, die daarvoor in 2013 de

Lifetime Achievement Award ontving van

çavaria.

Ook de Vrije Universiteit Brussel liet zich in

positieve zin opmerken in de jaren tachtig.

Het Academisch Ziekenhuis van de universiteit

besloot in te gaan op het aangroeiende

aantal aanvragen van lesbische wensouders

tot medisch begeleide voortplanting. Om

op ethische bezwaren te anticiperen, startte

de universiteit meteen ook een onderzoek

op naar de psychologische impact van het

opgroeien met twee moeders. Het onderzoek

werd geleid door Anne Brewaeys en

leidde tot hoopgevende conclusies. Katrien

Vanfraussen zou het onderzoek verder

uitdiepen en er in 2002 op promoveren in

de psychologie. Maar hoe zat het ondertussen

op het politieke toneel?

Voor de politieke dijkbreuken zou het wachten

zijn op de late jaren negentig en vooral

2000, maar om de sombere jaren tachtig

met een hoopvolle noot af te sluiten, vermelden

we toch nog even het wetsvoorstel

dat de Vlaamse socialistische volksvertegenwoordiger

Luc Van den Bossche indiende

op 22 juni 1982 ter afschaffing van artikel

372bis. Dat artikel was in 1965 ingevoerd

in het Belgische strafwetboek en legde de

leeftijdsgrens voor homoseksuele contacten

op achttien jaar. Voor heteroseksuele

contacten bleef de leeftijdsgrens zestien

jaar. De Franstalige socialistische volksvertegenwoordiger

Ernest Glinne had in 1977

al eens een wetsvoorstel ingediend dat de

afschaffing van artikel 372bis beoogde, maar

zonder resultaat. Ook met het wetsvoorstel

van Van den Bossche zou het niet meteen

zo’n vaart lopen, maar na veel vijven, zessen,

commissies en (verworpen) amendementen

zou 372bis op 8 augustus 1985 dan uiteindelijk

toch geschrapt worden.

Luc Van den Bossche ging nog even door

op zijn élan. In mei 1985 diende hij een

wetsvoorstel in ‘tot bestraffing van discriminatie

op grond van geslacht, beleving van

seksuele en relationele voorkeur, burgerlijke

staat en gezinsomstandigheden’. Er werd

niets mee gedaan, maar de eerste steen

voor de antidiscriminatiewet was gelegd.

Van den Bossche diende nog een tweede

wetsontwerp in, in 1988, gevolgd door zijn

socialistische collega’s Renaat Landuyt en

Guy Swennen (1992), op hun beurt in 1996

gevolgd de vasthoudende Guy Swennen en

de christendemocraat Luc Willems (CVP).

Dat de christendemocraten in deze kwestie

hun positie leken bij te stellen, kwam hen op

een stroom van kritiek te staan uit conservatief-christelijke

hoek. De CVP trok haar steun

voor het wetsvoorstel in en het zou nog tot

2003 duren vooraleer zo’n algemene antidiscriminatiewet

van kracht werd in België.

DE JAREN NEGENTIG

Ondanks het weinig hoopgevende voorteken,

dat Zwarte Zondag aan het begin van

het decennium (1991) toch was, zouden de

jaren negentig een bloeiperiode worden

voor de holebibeweging. De meningsverschillen

uit de jaren tachtig zouden –

langzaam - plaatsmaken voor een grotere

eensgezindheid en de medestanders werden

talrijker. Er werden politieke succesjes

geboekt, zij het vooral met symboolwaarde.

Dat er een periode van meer openheid

aankwam, was ook in het medialandschap

voelbaar. Wie begin jaren negentig de jaren

des onderscheids bereikt had, heeft op

zondag wellicht De Lieve lust gehoord, het

40

372bis bleef bestaan tot in 1985

Veilig Genietencampagne van Mieke Vogels, 2001


dossier 40 jaar çavaria

grensverleggende programma over seks en

relaties dat Studio Brussel uitzond. Lieven

Vandenhaute en (aanvankelijk ook) Goedele

Liekens hanteerden een openhartige,

rechttoe rechtaanstijl. Het programma, dat

ongeveer het hele decennium geconsumeerd

kon worden, werd in de loop van de

tijd wel vriendelijk van de namiddag naar de

late uurtjes verschoven.

Er werd nog wel meer verschoven tijdens de

jaren negentig. Wetsvoorstellen bijvoorbeeld,

waarvan er vele uiteindelijk pas in de

jaren 2000 daadwerkelijk zouden worden

omgezet in wetgeving. Maar er was alvast

geen stilstand. Midden jaren negentig werd

Anne Van Asbroeck (SP) bijvoorbeeld

minister van Gelijke Kansen in de Vlaamse

regering. Haar aanpak was vernieuwend. Van

bij aanvang had ze holebi’s opgenomen als

doelgroep in haar beleid en ze zocht naar

een representatief orgaan dat haar daarbij

kon adviseren. De poging was achtenswaardig,

maar de holebibeweging bleek

nog te verdeeld op dat moment. Met het

aantreden van Mieke Vogels (Agalev) in 1999

zou het wel lukken.

Zoals hogerop al bleek, vormden de jaren

negentig inzake de antidiscriminatiewetging

vooral een symfonie van maten voor niets.

Ook met betrekking tot partnerschapsregelingen

bewoog er wel één en ander, maar

bleven de grote doorbraken uit. In juli 1993

diende Guy Swennen (SP) een wetsvoorstel

in dat een instapregeling voor samenwonenden

voorzag. Een tweede wetsvoorstel

wilde een samenlevingscontract mogelijk

maken en werd ondertekend door Mieke

Vogels (Agalev), Yvan Mayeur (PS), Henri

Simons (Ecolo) en Olivier Maingain (FDF).

De voorstellen werden verworpen, maar de

geest was uit de fles.

Enkele maanden later maakte Eddy

Boutmans, senator van Agalev, bekend

dat Antwerpen een nieuw initiatief zou

uitrollen: twee samenwonende partners van

hetzelfde geslacht zouden hun notarieel

samenlevingscontract kunnen laten

registreren in een gemeentelijk register.

De initiatiefneemster was Patsy Sörensen.

Andere steden zouden volgen. Het aantal

registraties bleef uiteindelijk beperkt, omdat

zij vooral symbolische waarde hadden, maar

de maatschappelijke impact ten gevolge

van de vele media-aandacht was groot.

Toch was het midden jaren negentig voor

de holebibeweging crystal clear dat de

toenmalige CVP niet van plan was een ernstige

partnerschapsregeling goed te keuren,

laat staan een huwelijk voor paren van gelijk

geslacht. Acties van de holebibeweging

volgden. Ondertussen probeerde Guy

Swennen (hij weer) wel één van de grootste

bestaande discriminaties voor samenwonenden

weg te werken: de zeer hoge

successierechten. Hij diende samen met

Sonja Becq (CVP) een voorstel van decreet

in tot verlaging van de successierechten, dat

begin 1998 van kracht werd.

Aan het einde van het decennium werd er

dan toch een wet gestemd die in een zekere

partnerschapsregeling voorzag: de wet

van 23 november 1998 tot invoering van

de wettelijke samenwoning. De holebibeweging

was allesbehalve onder de indruk

en sprak van “een dooie mus”, voornamelijk

omdat veel belangrijke kwesties (erfrecht,

afstamming, sociale zekerheid en fiscaliteit)

buiten beschouwing werden gelaten. Het

was duidelijk dat de beweging niet zou rusten

totdat er een volwaardige regeling werd

getroffen. En toen waren het verkiezingen.

EPILOOG

De christendemocraten verdwenen na veertig

jaar ononderbroken machtsdeelname

naar de oppositiebanken. Het momentum

was aangebroken. Onder de paars-groene

regering Verhofstadt-I (1999-2003) en de

paarse regering Verhofstadt-II (2003-2007)

zouden op acht jaar tijd bijna alle grote politieke

eisen (antidiscriminatiewet, huwelijk en

adoptie) van de holebibeweging gerealiseerd

worden. Ook de Wet op de Transseksualiteit

werd nog voor het einde van de

legislatuur in 2007 gestemd, de (achterhaalde)

wet die momenteel voor herziening ter

regeringstafel ligt. De medestanders werden

zeer talrijk, te talrijk om ze nog eer aan te

doen in een opsomming. Zij verdienen een

hoofdstuk op zich.

Midden jaren

negentig was het

voor de holebibeweging

crystal

clear dat de

toenmalige CVP

niet van plan was

een ernstige partnerschapsregeling

goed te

keuren.

41


Terug van nooit weggeweest

Breuklijnen in de holebi- en transgenderbeweging

Breuklijnen en de conflicten die

daaruit volgen zijn binnen de

holebi- en transgenderbeweging

echt van alle tijden. Een overzicht.

Tekst: Paul Borghs

Het begon al bij het prille begin in 1953, toen

Suzan Daniel startte met de eerste Belgische

vereniging voor homoseksuele mannen

en vrouwen. Amper een jaar later gooide ze

de handdoek in de ring. De mannen zochten

ontspanning en plezier, de vrouwen wilden

meer educatieve activiteiten. Beide visies

botsten met elkaar. Suzan Daniel ontbond

haar vereniging en wilde niets meer te

maken hebben met de beweging.

In de jaren zestig en zeventig waren er

openlijke conflicten tussen groepen voor

homoseksuelen die naar buiten wilden

treden en groepen die alles binnenskamers

wilden houden. Toen de militante groep

de Rooie Vlinder in 1978 bijvoorbeeld een

eerste Homodag organiseerde, distantieerde

de voorzitter van de Federatie Werkgroepen

Homofilie (FWH) zich publiekelijk van

het evenement. In het midden van de jaren

tachtig stuikte de belangrijkste Vlaamse koepelvereniging

FWH zelfs volledig in elkaar.

De interne spanningen waren niet meer te

tellen en het leek wel alsof iedereen ruzie

had met iedereen.

In de jaren negentig brak een periode van

meer eensgezindheid aan. Het overgrote

deel van de beweging kon zich scharen

achter thema’s zoals een antidiscriminatiewet

en een partnerschapsregeling. Maar

het plaatselijke Antwerpse GOC vond toch

dat het moest uitgroeien tot een tweede

Vlaamse koepel. Vanuit het GOC werden

allerlei inhoudsloze conflicten uitgelokt

met de FWH die enkel tot doel hadden

aan te tonen hoe belangrijk het was om

een alternatieve-vakbond-voor-holebi’s te

hebben. Het GOC werd in 2006 ontbonden

en de FWH, ondertussen omgedoopt tot

çavaria, groeide uit tot de holebi- en transgenderkoepel

van Vlaanderen.

Ook nu zijn er allerlei breuklijnen binnen de

beweging. In deze bijdrage worden er vijf

onder de loep genomen. De opsomming is

bedoeld als uitnodiging tot reflectie over een

aantal thema’s voor een beweging die zich

steeds opnieuw moet positioneren in een

alsmaar complexer wordende omgeving.

42

EEN FEEST

Voor wie al wat langer meegaat in de

beweging was het een wat vreemde ervaring

om Get Ready! te zien optreden op

Sparkle. In 1997 had ZiZo de jongens van

Get Ready! geout. Meteen belandde ZiZo in

een mediastorm. De leden van de jongensgroep

ontkenden dat ze homo waren en

lieten ZiZo door de rechtbank veroordelen

tot het betalen van een fikse geldboete. Get

Ready! had aangevoerd dat het nieuws dat

ze homoseksueel waren hun aantrekkingskracht

op hun (jong en vrouwelijk) publiek

aantastte en schadelijke economische

gevolgen had.

Twintig jaar na de outing – en een openlijke

homoseksuele premier en politiecommissaris

later – is de combinatie ‘holebi + bekend’

geen issue meer in Vlaanderen. Integendeel,

ze kan nu zelfs geld opbrengen. Uiteraard is

het niet nodig voor een tijdschrift om rancuneus

te blijven over gebeurtenissen van

twintig jaar geleden, maar enige duiding bij

het optreden op Sparkle was toch wel op

zijn plaats geweest.

Met evenementen als Sparkle, Pink Brand

of the Year Award en Mister Gay Belgium

lijkt de commercialisering steeds meer vat

te krijgen op de beweging. Maar vooralsnog

blijft de beweging sterk afhankelijk van

overheidsgeld. Dat maakt confrontaties met

de gevestigde machten minder evident. Een

eerste reflectie zou dan ook moeten gaan

over de rol van een middenveldorganisatie

en over haar onafhankelijkheid tegenover en

mogelijke instrumentalisering door overheid

en bedrijfsleven. Een beweging die enkel

nog geassocieerd zou worden met feestjes

en evenementen, en met bv’s en politici,

dreigt niet alleen de voeling met een groot

deel van haar achterban te verliezen maar

zal ook – wanneer het er echt op aankomt –

nog maar moeilijk kunnen bijten in de hand

die haar voedt.


dossier 40 jaar çavaria

Sinds de jaren negentig ging de beweging een

erg normaliserend - burgerlijk - discours voeren

NEGATIEVE MOTIVATIE

REGIONALISERING

Er was in België nooit sprake van een

unitaire beweging. Vrijwel van bij het begin

gingen de Nederlandstalige en Franstalige

verenigingen hun eigen weg. Eind jaren negentig

kwamen er allerlei federale thema’s

op de politieke agenda, zoals de antidiscriminatiewet

en de openstelling van het

huwelijk. Over die thema’s moest overlegd

worden over de taalgrenzen heen. Het

gemeenschappelijk eisenplatform, dat elk

jaar in de schoot van het unitaire Belgian

Lesbian and Gay Pride (BLGP) werd uitgewerkt,

zorgde ervoor dat een gemeenschappelijke

visie kon worden uitgedragen.

De grote federale thema’s zijn – op de

transgenderwetgeving na – gerealiseerd. Er

is minder nood aan federaal overleg. Franstalige

en Nederlandstalige verenigingen

groeien steeds meer uit elkaar. In Vlaanderen

lijkt de aandacht voor de jaarlijkse prideoptocht

stilaan te verschuiven van de Brusselse

naar de Antwerpse pride. Tegelijkertijd

met het terugplooien op de eigen regio is

er – via de werking van de roze huizen – ook

al een hele tijd een terugkeer naar de eigen

stad of omgeving. Dat kan leiden tot versnippering

van de krachten, overlappende

initiatieven en tegenstrijdige standpunten.

Vandaar dat de beweging ook zou moeten

reflecteren over de manier waarop er meer

samengewerkt kan worden.

Dat is zeker geen overbodige luxe in tijden

van afnemend activisme. Hoe samen de

strijd aangaan tegen holebi- en transfobie

in binnen- en buitenland? Wat als straks de

Franse protesten en initiatieven tegen le

mariage pour tous en la théorie du genre

overslaan naar (Franstalig) België? En hoe

moet België zich internationaal positioneren

in een geglobaliseerde wereld waar holebien

transgenderrechten nog lang geen

vanzelfsprekendheid zijn? Stuk voor stuk

zaken waarvoor een bovenlokale aanpak

aangewezen is.

Lange tijd werd de beweging gedomineerd

door mannen. De lesbische vrouwen

voelden zich niet welkom in de ‘mannelijke’

homobeweging. Ook in de feministische

beweging voelden ze zich niet echt thuis.

Ze begonnen in de jaren zeventig noodgedwongen

met aparte groepen. Een van

de grote verworvenheden van de jaren

negentig – overigens een verdienste van

de jongerengroepen – is de samenwerking

van homoseksuele mannen en lesbische

vrouwen in gemengde groepen. Vrij recent

kwam daar nog de samenwerking bij met

groepen voor transgenders. Aan de basis

daarvan lag het inzicht dat zowel holebi’s als

transgenders zich in een kwetsbare situatie

bevinden omdat ze niet beantwoorden

aan de gangbare genderopvattingen en de

conventies rond vrouwelijkheid en mannelijkheid

doorbreken.

Impliciet werd dus vertrokken van een negatieve

motivatie, namelijk de kwetsbaarheid

van holebi’s en transgenders voor geweld.

De focus verschoof voor een deel van de

seksuele oriëntatie die lange tijd centraal

stond naar het genderthema. Opnieuw is

reflectie mogelijk over hoe een en ander kan

omgebogen worden in een positief verhaal

waarin zowel de seksuele oriëntatie als

het genderthema hun volwaardige plaats

krijgen. Een reflectie die overigens best

verder mag gaan. Sinds de jaren negentig

ging de beweging een erg normaliserend –

burgerlijk – discours voeren: het holebipaar,

al dan niet met kinderen, werd als kloon van

het modale heteropaar richtinggevend. Niet

iedereen past in dat plaatje of wenst daarin

te passen. Heel wat holebi’s en transgenders

zijn overigens alleenstaand en worden

daardoor, bijvoorbeeld op fiscaal vlak, sterk

benadeeld. Het is dan ook enigszins jammer

dat Vlaanderen bijvoorbeeld geen queerbeweging

van betekenis heeft die het debat

over burgerlijkheid en seksualiteit kan aanzwengelen

en misschien zelfs verrassende

wendingen zou kunnen geven.

43


IDEOLOGISCH PLURALISME

De tijd is voorbij dat de beweging vooral

een linkse beweging was die voornamelijk

aansluiting vond bij linkse partijen. De

laatste grote wet voor holebi’s – over het

ouderschap van meemoeders – kreeg

bijvoorbeeld steun van alle partijen behalve

het Vlaams Belang. Dat rechtse partijen

nu ook holebi- en transgenderthema’s op

de agenda plaatsen, en gehoor vinden bij

holebi’s en transgenders, zorgt voor spanningen.

Zo was er bijvoorbeeld discussie

over de toetreding van een N-VA-groep voor

holebi’s en transgenders op de algemene

vergadering van çavaria en commotie over

de deelname van een N-VA-afvaardiging

aan de Pride.

Voor de beweging betekent een en ander

dat ze een ideologisch veel meer divers

publiek moet bedienen en dat maakt de

besluitvorming er niet eenvoudiger op.

Ook voor een pluralistische beweging is

het nu eenmaal gemakkelijker besturen

wanneer iedereen min of meer op dezelfde

golflengte zit. Steeds meer moeten

uiteenlopende visies samengebracht

worden. Opnieuw zou enige reflectie op

zijn plaats zijn. Welke gemeenschappelijke

thema’s kunnen holebi’s en transgenders

binden? Welke plaats hebben politiek

en ideologie binnen de beweging? Hoe

kan een democratische besluitvorming

gegarandeerd blijven?

WITTE MIDDENKLASSE

Aansluitend daarbij kan opgemerkt worden

dat de beweging vooral de witte – burgerlijke

– middenklasse vertegenwoordigt.

Maar dat is stilaan aan het veranderen en

dat is maar goed ook. Het brengt ons bij

de laatste uitdaging – en reflectie – waar de

beweging voor staat: de diverse en multiculturele

samenleving.

De Belgische samenleving is erg divers en

gekleurd geworden en dat zal niet meer veranderen.

Wellicht hebben een aantal holebi’s

en transgenders even moeten slikken toen

ze in de eerste aflevering van ‘De Klas’ een

zestienjarige leerling hoorden verklaren dat

god een man en een vrouw heeft gemaakt.

En geen man en man, en geen vrouw en

vrouw. De oude tolerantiegedachte duikt hier

en daar weer op. Holebi’s en transgenders

worden dan wel gedoogd, maar vooral toch

onder de voorwaarden die anderen bepalen.

Uiteraard bestaat er voor zestienjarigen weinig

grijs en veel zwart en wit, en accepteren

de leerlingen ook zonder meer dat niet

iedereen hetzelfde is. Maar anderzijds komt

het ideaalbeeld van het échte vivre ensemble

nu ook weer niet meteen dichterbij. Het

toont aan dat er steeds nieuwe generaties

zullen komen met andere opvattingen en visies

en dat de emancipatiestrijd van holebi’s

en transgenders nooit zal voltooid zijn.

Bij sommige holebi’s en transgenders leeft

het gevoel dat we op de terugweg zijn. Politieke

partijen gebruiken die onzekerheid en

komen met een wij-tegen-zij-verhaal omdat

ze menen dat het stemmen oplevert. Nog

anderen zoeken simpele antwoorden op

een vraagstuk dat in wezen heel complex

is. De beweging mag een belangrijk thema

zoals de diversiteit en het multiculturele niet

aan anderen overlaten. En een beweging

die zelf uit een aaneenschakeling van minderheden

bestaat, moet uiteraard solidair

zijn met andere minderheden. Maar ze mag

ook geen millimeter wijken van het principe

dat grond- of mensenrechten geen catalogus

zijn waaruit men zou kunnen kiezen

naargelang het goed uitkomt.

In deze bijdrage worden vooral vragen opgeworpen.

De antwoorden erop moeten van de beweging komen.

Die is er in het verleden meermaals in geslaagd

om breuklijnen te lijmen en fundamentele conflicten

te overwinnen. Rond deze thema’s zal ze daar ongetwijfeld

ook wel in slagen.

44


= Regenbooghuizen

dossier 40 jaar çavaria

BRUSSEL

Rainbowhouse vzw (RO-NO)

Brusselse koepelvereniging voor

LGBTQI's en hun sympathisanten

Kolenmarkt 42

1000 Brussel

info@rainbowhouse.be

T: 02 503 59 90

Basta!

holebi-jongerengroep tot 26 jaar

www.bastabrussel.be

BHS 40+

Culturele vereniging voor oudere

holebi's vanaf 40 jaar

bhs40plus@gmail.com

Brussels Gay Sports

Sportieve en culturele activiteiten

voor holebi's

www.bgs.org

Sacha Dilbeek

Holebiwerking voor Brussel en

Vlaams-Brabant

www.sacha-holebi.be

VLAAMS-BRABANT

Holebihuis Vlaams-Brabant

Diestsesteenweg 24

3010 Leuven

hallo@holebihuis.be

&of

Holebi-jongerengroep tot 30 jaar

www.enof.be

Aarschot.link Aarschot

Socio-culturele vereniging voor

30+'ers

www.aarschot.link

Break Out Leuven

Sportgroep voor mannen & sympathisanten

- badminton en volleybal

www.break-out.be

Cantarelli

SOGI-Mannenkoor

www.cantarelli.be

De Roze Ballon

Vereniging voor holebi's met een

verstandelijke beperking in Vlaams

Brabant

holebihuis.be/werkingen/derozeballon

Driekant

Homo's uit Leuven en omstreken

www.driekant.be

HALLElesbienne Halle-Buizingen

Groep voor lesbiennes

www.hallelesbienne.be

T: 0496 14 40 11

Holebifilmfestival Vlaams-

Brabant

Vereniging die jaarlijks het filmfestival

Vlaams-Brabant organiseert.

www.holebifilmfestival.be

Homo en Geloof Vlaams-

Brabant - Gerust Geweten

Gelovige holebi's Vlaams-Brabant

www.holebihuis.be/werkingen/

groep/gerust_geweten

T: 0479 82 55 72

Homo Toch Getrouwd

Praatgroep voor homemannen in

een heterorelatie

www.holebihuis.be/werkingen/

groep/hotog

T: 0486 75 13 95

Labyrint vzw

Leuvense vereniging voor holebitra's

www.labyrint-vzw.be

T: 0487 36 21 13

Jola

Onderdeel van Labyrint, richt zich

op jongere lesbiennes

www.facebook.com/jola.labyrint

Kaya60+

Onderdeel van Labyrint,

richt zich op oudere lesbiennes

www.labyrint-vzw.be/Kaya_60_

plus.html

Leonardo

Leonardo International LGBT

www.holebihuis.be/werkingen/

groep/

leonardo_international_lgbt

T: 016 60 12 63

Mixed Aarschot

Holebi-jongerengroep tot en met

30 j

www.mixedonline.be

OHO

Groep voor oudere homo's

www.holebihuis.be/werkingen/oho

1ste woensdag K.O. Kaffee

Sacha Dilbeek

Holebiwerking voor Brussel en

Vlaams-Brabant

www.sacha-holebi.be

Spot On

Amateurtoneelvereniging met

focus op holebithematiek

www.spotontoneel.be

Transgenderkring Vlaams-

Brabant

Vereniging voor transgenderpersonen

www.transgenderkring-vlaamsbrabant.be

Zensationeel

Toneelgroep met een roze knipoog

www.facebook.com/zensationeel

ANTWERPEN

Het Roze Huis -

çavaria Antwerpen vzw

Antwerps roze huis

Draakplaats 1

2018 Antwerpen

info@hetrozehuis.be

T: 03 288 00 84

Active Company vzw

Holebi-sportvereniging en -koor

www.activecompany.be

T: 0495 22 11 52

Antar vzw

Vereniging voor cultuur en

vrije tijd

antar.vzw@gmail.com

T: 0486 66 67 01

Antwerp Pride vzw

Jaarlijks evenement in

Antwerpen voor holebi's en

transgenders

www.antwerppride.be

Atthis vzw

Vereniging voor vrouwen die van

vrouwen houden

www.atthis.be

Boysproject

Organisatie voor mannelijke en

transgender sekswerkers/escorts

www.boysproject.be

T: 0475 75 30 63

De Flamingo's

Holebi-studentenclub tot 30 jaar

studentenclubdeflamingos.be

De Klaproos Westerlo

Praatgroep voor holebi's

klaprooskempen@msn.com

T: 0494 76 03 02

De Roze Wapper

Vereniging voor holebi's met een

verstandelijke beperking

hetrozehuis.be/node/517

Diversiteitsnetwerk Lokale

Politie Antwerpen

www.politieantwerpen.be

Dubbelzinnig

Praatgroep voor bi's

www.dubbel-zinnig.be

El Mismo Lier

holebigroep 26+

www.elmismo.be

T: 0468 17 92 79

Enig Verschil vzw

Antwerpse holebi-jongeren (tot 30j)

www.enigverschil.be

Gay Business Antwerp (GBA)

Belangengroep voor roze ondernemers

www.gaybusinessantwerp.be

T: 0477 40 24 20

GenderFlux

Vereniging voor transgenders

www.genderflux.org

Gewoon Doorgaan

Vereniging rond genderthematiek

www.gewoon-doorgaan.com

T: 0484 12 21 38

HijZijZo! Turnhout

Turnhoutse holebiwerking

www.hijzijzo.be

Holebi40plus

een initiatief voor holebi's ouder

dan 40

holebi40plus@gmail.com

T: 0492 71 57 08

Homo en Lesbienne Werking

Mechelen

Mechelse holebiwerking

www.hlwm.be

Jongensdromen

Vereniging voor transmannen

jongensdromen.strikingly.com

T: 0486 62 47 84

Pimpernel40plus

Vereniging voor lesbische 40-

plussers

www.pimpernel40plus.be

QT4M (Quality Time For Me)

QT4M is een vereninging voor

HoLeBi's

www.QT4M.be

T: 0486 97 46 35

Shouf Shouf

multiculturele holebi-organisatie

T: 0483 41 60 84

Stavazah

Recreatief voetbal voor holebi's,

transgenders en sympathisanten

stavazah.wordpress.com

VREAK holebitheater

Theaterwerkgroep

www.vreak.be

WAVVH

wandelgroep voor LBT-vrouwen

natuurwandelingen.wordpress.com

T: 0495 68 64 23

Werkgroep Homofilie Kempen

Turnhout

Turnhoutse holebiwerking

www.whk.be

T: 0486 88 22 36

WIJ

Een vereniging voor alle vrouwen

die van vrouwen houden.

www.wijdames.be

T: 0476 34 66 19

LIMBURG

Regenbooghuis Limburg vzw

Meldertstraat 38

3500 Hasselt

info@regenbooghuislimburg.be

Anders Gewoon

Voor transgenders en hun omgeving.

Iedereen is welkom.

www.anders-gewoon.be

T: 0486 13 46 90

BiHomLes Leopoldsburg

Vereniging voor holebi's in

Leopoldsburg en omstreken

bihomles@gmail.com

T: 0474 55 93 99

De Madam vzw

Vrouwen- en lesbocentrum

www.demadam.be

T: 011 25 22 94

ertussenin

Limburgse vereniging voor

biseksuelen

ertussenin.wordpress.com

HOLEBI- EN TRANSGENDERVERENIGINGEN

45


HOLEBI- EN TRANSGENDERVERENIGINGEN

Hij

Vereniging voor 30+ mannen

www.hijlimburg.be

Iconic Genk

drempelverlagend informatiepunt

voor jongeren en hun omgeving

www.facebook.com/

Infopuntcomingout

T: 0473 82 36 52

Inderdaad vzw

Voor en door holebi-jongeren in

Limburg tot 30j

www.inderdaad.be

Limburgs Actiecentrum voor

Holebi's (LACH vzw)

Limburgse holebiwerking

www.lachvzw.be

T: 0494 41 33 83

OGWA (Ook Genks Wel Anders)

www.facebook.com/OokGenks-

WelAnders

T: 089 65 42 44

Ouders Limburg

Vereniging voor ouders van holebi's

ouderslimburg.wordpress.com

Proud Projector Genk

Culturele vereniging voor holebi's

en hetero's

www.facebook.com/proudprojector

Roze Bink

Limburgse vereniging voor lgbt's

met een beperking

www.facebook.com/derozebink

T: 0471 62 69 54

SPELenT

Spelletjesvereniging voor iedereen

www.facebook.com/Spelent

T: 0474 69 15 10

True Colours Café

Voor holebi's met een andere

etniciteit

www.facebook.com/ahha1999

Zij!

Limburgse vereniging voor lesbische

en biseksuele vrouwen

www.facebook.com/ZijLimburg

OOST-VLAANDEREN

Casa Rosa vzw

Kammerstraat 22

9000 Gent

info@casarosa.be

T: 09 269 28 12

AA De Eerste

Anonieme Alcoholisten Groep voor

Holebi's

bit.ly/eerste_info

T: 0485 59 62 61

Acantha

Gentse LGBT-studentenclub

www.acantha.be

T: 0472 24 27 75

Auricula vzw

Holebisportgroep

www.auricula.be

T: 0472 72 10 04

De Roze Joker

praat - en ontmoetingsgroep voor

holebi's met een beperking

www.derozejoker.be

T: 09 261 57 50

derUIT! Sint-Niklaas

Holebi-jongerengroep tot 26 j

www.deruit.be

T: 0474 96 92 08

Famba

Lesbisch-feministische

sambaband

www.famba.be

T: 0473 76 71 89

FemiXX

Activiteiten- en ontmoetingsgroep

voor vrouwen

www.femixx.be

Gehuwd en toch Anders

Gehuwde holebi's in heterorelatie

Gent

www.geta.be

T: 0486 61 84 98

GenderExpress

Transgendervereniging in Gent

www.facebook.com/GenderExpress

Goed Gestemd

Vrouwenkoor

goedgestemd@hotmail.com

Holebi9100 Sint-Niklaas

holebigroep uit Sint-Niklaas

www.holebi9100.be

HoLeMee Eeklo

vereniging voor holebi´s van elke

leeftijd

www.facebook.com/

HoLeMee-707448162628207

Joen vzw

een advies, informatie- en doorverwijscentrum

voor jongeren

www.joen.be

Liever Spruitjes Aalst

Holebi-jongerengroep tot -30 jaar

www.lieverspruitjes.be

T: 0488 82 52 63

Mali Medo

Culturele evenementen voor

LGBTQ in Gent

www.facebook.com/

malimedogent

Ongehoordt De Pinte

Toneelgroep voor holebi's

www.ongehoordt.be

M: 0478 29 29 82

RoundAbout30

Gentse holebigroep voor jongeren

van 24 tot 34

www.roundabout30.be

SheSheBar

maandelijkse ontmoetingsplaats

voor vrouwen

www.sheshebar.be

Tiszo

Holebirechtenvereniging

info@tiszo.org

Toeterniettoe Ronse

LHBT-jongerenorganisatie tot 30

jaar

www.toeterniettoe.be

T: 055 58 01 55

Verkeerd Geparkeerd vzw

Holebi-jongerengroep tot 30 jaar

www.verkeerdgeparkeerd.be

Werkgroep Ouders Holebi's

Gent

Werkgroep voor ouders van

holebi's

www.wohg.be

T: 03 777 02 15

WEST-VLAANDEREN

REBUS

Regenbooghuis W-Vl

Torhoutsesteenweg 123

8400 Oostende

info@rebuswvl.be

T: 059 43 96 17

De Roze Maks

Vereniging voor mensen met een

(verstandelijke) beperking in West-

Vlaanderen

www.rozemaks.be

T: 0492 94 55 38

Gender Contact West-Vlaanderen

Brugge

Vereniging voor transgender personen

en eenieder met een gezonde

interesse

www.facebook.com/Gender.

Contact.WVL

T: 0470 02 94 01

Gender.aXept

praatavonden voor transgenderpersonenen

en hun omgeving

www.facebook.com/groups/

genderaXept

T: 0472 50 09 58

Go Out!

Vereniging voor holebi's en transgenders

van 25 tem 40 jaar

www.go-out.be

M: 0487 45 15 28

Jong & Holebi in Brugge vzw

Jongerenbeweging gespecialiseerd

in educatie over het zelfbeeld

www.j-h.be

LezBruges

Meetingpoint voor lesbiennes

en bi-vrouwen in het hartje van

Brugge

www.lezbruges.be

T: 0497 42 29 63

Liever Gelijk Kortrijk

Socio-culturele holebi-vereniging

voor West-Vlaanderen

www.lievergelijk.be

Quies

Groep voor en door jongvolwassen

homo's en bi's uit Noord West-

Vlaanderen (en daarbuiten)

sites.google.com/site/quieswvl

Stukje Anders (praatgroep)

Brugge

Groep voor lesbische vrouwen die

in een heterohuwelijk zitten of

zaten

www.stukje-anders.be

Think Different

Holebigroep West-Vlaanderen

www.thinkdiff.be

Trozelientje

Leesclub van boeken met een "roze

lijntje" voor lesbische, biseksuele

en transvrouwen

leesclubtrozelientje@outlook.be

LANDELIJK

't Kwadraat

Vereniging voor holebi-ouders

www.tkwadraat.be

Accenture BeLux LGBT network

Lokale tak van Accenture’s Global

LGBT netwerk

www.accenture.com

Belgian Business Association

Holebi's met een managementsfunctie

www.belgianbusinessassociation.be

Belgium Bears

Belgium Bears is dé bear-community

in België

www.belgiumbears.be

T: 0495 63 08 96

Berdache België

Vereniging voor ouders van jonge

en oudere/volwassen genderkinderen

www.berdache.be

BGMC Knalpijp

Holebi motorclub +500cc met

ritten in alle provincies.

www.bgmc-lgbt.be

CD&V-regenboognetwerk

Netwerk binnen CD&V dat werkt

rond holebi- en transgenderthema’s

www.cdenv.be

Folia - L-day

Organiseert de jaarlijkse L-day /

lesbiennedag

www.l-day.be

Groen LGBT netwerk

Holebi- en transgenderwerkgroep

van Groen

www.groen.be

T: 0485 03 55 66

46


dossier 40 jaar çavaria

Holebi-pastores

Werkgroep voor holebi-pastores

www.holebipastores.be

T: 0479 82 55 72

Lingam

Werkgroep rond levens- en relatievragen

www.lingam-workshops.be

Merhaba vzw

beweging voor holebi's en transgenders

uit ECM

www.merhaba.be

T: 0483 09 10 07

Mikpunt

Actiegroep tegen extreem-rechts

mikpunt175.skynetblogs.be

Mix Brussel

LGBT in PVDA-PTB

mix.pvda.be

Jaarlijkse prides in Brussel en

Antwerpen, activiteit op ManiFiesta

HULPLIJNEN

HOLEBIFOON

Anonieme hulpverlening

telefonisch, mail en chat

(ook melden discriminatie)

Tel 0800 99 533

vragen@holebifoon.be

www.holebifoon.be

MERHABAPHONE

Onthaal- en infolijn voor

LGBTQI* personen met

migratie-achtergrond

Tel 0487-55 69 38

onthaal@merhaba.be

www.merhaba.be

SENSOA POSITIEF

Ondersteuning bij leven met hiv

Franklin Rooseveltplaats 12

2060 Antwerpen

Tel 078-15 11 00

www.levenmethiv.be

Mr. Gay Belgium

Mister verkiezing voor homo's en

transmannen

www.mrgaybelgium.be

N-VA Holebinetwerk

Netwerk voor holebi's en transgenders

actief binnen de N-VA

www.n-va.be

Natuurlijk Holebi!

een vriendengroep voor holebi's

die houden van de natuur

users.skynet.be/natuurlijkholebi

OUT of the Blue

Werking van holebi's en transgenders

binnen Open Vld

www.openvld.be

T: 02 552 43 58

Planet Gender

Actiegroep rond gender

www.planetgender.com

T: 09 231 01 58

ZELFMOORDLIJN 1813

Anonieme telefonische

hulpverlening

Tel 1813

www.zelfmoord1813.be

TELE-ONTHAAL

Praten is de eerste stap.

Voor een gesprek bel 106, 24 uur

per dag het hele jaar door.

Chat via www.tele-onthaal.be

AWEL

Awel, luistert naar kinderen

en jongeren

Tel 102

brievenbus@awel.be

Chat via www.awel.be

TRANSGENDER INFOPUNT

De plek voor al je vragen over

het transgenderthema

(ook melden discriminatie)

Gratis tel: 0800 96 316

contact@transgenderinfo.be

Polyamory Belgium

Vereniging voor mensen geïnteresseerd

in ethische non-monogamie

www.facebook.com/polyamorybelgium

Rainbow Cops Belgium vzw

Vereniging van en voor holebi- en

transgendermedewerkers van de

geïntegreerde politie

www.rainbow-cops-belgium.be

Sensoa vzw

Vlaams expertisecentrum voor

seksuele gezondheid

www.sensoa.be

T: 03 238 68 68

Sex Positive Belgium

Activiteiten in consent, diversiteit

en exploratie voor een betere

wereld zonder veroordeling

www.meetup.com/

sex-positive-belgium

Trainbow Belgium

Vereniging voor LGBT's die werkzaam

zijn binnen de Belgische

spoorwegmaatschappijen

facebook.com/trainbowbelgium

Wel Jong Niet Hetero

Nationale jongerenvereniging voor

holebi's en transgenders

www.weljongniethetero.be

T: 09 335 41 87

Why Me

Vereniging voor holebi's en transgenders

uit Sub-Saharaans Afrika

www.why-me.be

T: 0493 98 09 62

WISH2.be (Werkgroep Internationale

Solidariteit Holebi's)

Werkgroep internationale solidariteit

met holebi's en transgenders

www.wish2.be

MELDPUNT DISCRIMINATIE

UNIA

Melden van discriminatie op basis

van seksuele oriëntatie

Koningsstraat 138, 1000 Brussel

Tel 0800-12 800

www.unia.be

INSTITUUT VOOR DE GELIJKHEID VAN

VROUWEN EN MANNEN

Melden van discriminatie van transgenderpersonen

Ernest Blerotstraat 1,

1070 Brussel

Tel 02-233 41 75

gelijkheid.manvrouw@igvm.belgie.be

www.igvm.fgov.be

GENDERKAMER VAN DE VLAAMSE OMBUDSDIENST

De genderkamer wil discriminatie op grond van geslacht

bestrijden en gelijke kansen bevorderen

www.vlaamseombudsdienst.be/ombs/nl/

gender/gender.html

www.facebook.com/ombudsvrouwgender

Tel 1700

HOLEBI- EN TRANSGENDERVERENIGINGEN

47


Je erfenis goed voor elkaar.

Neem een goed doel op in je testament.

Bouw mee aan een betere wereld

en laat je erfgenamen meer na.

Alle info in de gratis gids “Goed Geregeld Goed Gegeven” te bestellen op www.goedgeven.be

More magazines by this user
Similar magazines