kracht-van-het-compliment_Hoofdstuk 1

HJKamsteeg

Henk Jan Kamsteeg

De kracht van het compliment

Met positieve feedback naar grootse resultaten

Uitgeverij Business Contact Amsterdam/Antwerpen


Aan oom Henk, die mij misschien wel het mooiste compliment ooit gaf.


Voorwoord: Verse rijst en zoete broodjes

Vaderdag, warme broodjes dampend in een rieten mandje voor m’n neus. Mijn

drie kinderen hebben echt werk gemaakt van het ontbijt. Papa wordt vandaag

stevig verwend. Heerlijk die extra aandacht, ik geniet met volle teugen.

Waarom is daar eigenlijk een speciale dag voor in het leven geroepen? Het

moet toch de normaalste zaak van de wereld zijn om in de watten gelegd te

worden? Gezien de moeite die mijn vrouw en ik steken in de levens van de

kids lijkt een maandelijkse vader- of moederdag meer op zijn plaats.

Een enquête onder vijfduizend zorgprofessionals leert ons dat 55 procent van

hen vindt dat leidinggevenden te weinig waardering geven aan de werknemer

op de werkvloer. Eén op de zeven werknemers denkt erover om over te

stappen naar een baan in een andere sector vanwege een gebrek aan

waardering. Twintig procent krijgt zelfs helemaal geen bevestiging dat het

werk naar believen is gedaan.

Wie iets fout doet, hoort dat snel genoeg. Met complimenten is ‘men’ in het

algemeen veel minder scheutig: ‘Je doet toch gewoon je werk!’ Is kritiek dan

makkelijker te geven dan een compliment? Zijn we als volk aan het verzuren?

Het lijkt er tegenwoordig wel op. De media lijken steeds meer heil te zien

in negatief nieuws. Giftige jury’s steken de hoopvolle wannabe’s van

Nederland geen hart onder de riem maar walsen ze keihard plat. YouTubefilmpjes

met gênante of pijnlijke missers krijgen de meeste hits. Zuur heeft

marktwaarde, zuur is populair.

Maar zuur bijt. Zuur geeft zelden of nooit groei of een constructieve focus.

Recent heb ik me verdiept in het onderzoek van Masaru Emoto. Hij beweert

dat emoties een impact hebben op de vorming van waterkristallen. Hij is de

oorzaak achter honderden filmpjes waarin mensen weckpotten met gekookte

rijst verschillend bestickeren en bejegenen. Op de ene pot zet je liefdevolle

woorden en de andere scheld je stijf. Na een aantal weken blijkt de ‘pijnrijst’


te gaan schimmelen en de andere pot blijft vers.

Ik kreeg kippenvel bij een filmpje waarin een vader dit experiment met zijn

zoon doet. Aan het eind staan ze beiden vol verbazing te kijken naar de ernstig

verkleurde rijst in de ‘pijnpot’ en zegt de vader: ‘Luister jongen, op moleculair

niveau zijn wij identiek aan water. Cirkelende neuronen en protonen met een

beetje energie ertussen. Ziehier wat er gebeurt wanneer je andere kinderen

pest!’

Laten we met elkaar wat meer tegenwicht geven aan de verzuring van onze

wereld. Er moet meer ‘verse rijst’ komen tussen de mensen.

En hier komt het boek van Henk Jan Kamsteeg goed van pas. Het zou

verplichte kost moeten zijn voor alle beïnvloeders van Nederland.

Leidinggevenden, onderwijzers, ouders en politici. Velen op deze aardkloot

hebben zichtbaar coaching nodig op het gebied van positieve affirmatie.

Henk Jan is het gelukt om deze beïnvloeders een geloofwaardig en

inhoudelijk verhaal voor te schotelen dat glashelder duidelijk maakt waarom je

mensen moet complimenteren. Omdat ze dan groeien in plaats van verzuren.

Als het merendeel van de mensheid de kracht van het compliment leert snappen

en toepassen, zou de wereld er totaal anders uitzien. Tegen die tijd hebben we

misschien ‘De Nationale Klaagdag’. Lekker één keer per jaar therapeutisch

ontzuren. Gewoon om ons er nog eens aan te herinneren hoe het vroeger was.

Maar dan snel weer terug naar de complimentenstroom... én de twaalf

vaderdagen!

Remco Claassen, trainer, spreker, bestsellerauteur


Inleiding

Tijdens een training aan een groep militairen had een deelnemer voortdurend

praatjes. Bij elke gelegenheid maakte hij zijn collega’s belachelijk. Tijdens

een oefening in het geven van complimenten ging hij totaal onverwacht over de

rooie. Een paar van zijn collega’s hadden hem niet – zoals de opdracht was –

een compliment gegeven, maar trakteerden hem op een koekje van eigen deeg.

Boos stond hij op en riep verontwaardigd dat iedereen deze oefening serieus

moest nemen...

Toen in 2011 mijn boek Dienend leiderschap verscheen, kreeg ik veel leuke

reacties van lezers. Opvallend genoeg zorgde vooral het hoofdstuk over

complimenten voor veel herkenning. Want wat vinden we het vaak moeilijk om

iemand een compliment te geven en wat missen we het soms dat we zelf niet de

erkenning krijgen die we verdienen!

Ook in trainingen en lezingen waarin ik dit onderwerp behandel, roept het

vaak veel discussie op. Aan de ene kant zijn we vaak pas bereid om

complimenten te geven als onze medewerkers uitzonderlijk gepresteerd hebben

(‘als ze vervolgens maar niet om salarisverhoging beginnen te piepen’), aan de

andere kant beseffen we dat we diep vanbinnen allemaal smeken om

complimenten, zoals de boze reactie van de militair liet zien – dat geldt dus

zelfs voor degenen die met hun grote mond roepen dat ze het allemaal niet

nodig hebben. Zo hoopte ik zelf tijdens mijn studie dat studiegenoten mij

zouden waarderen omdat ik van de daken riep dat ik het niet belangrijk vond

wat anderen van mij dachten. ‘Lekker belangrijk’ was mijn lijfspreuk.

Inmiddels besef ik hoe belangrijk ik het vond om complimenten te krijgen.

In dit boek wil ik je meenemen in de zoektocht van hoofdpersoon Dennis naar

de kracht van het compliment. Als coach van een voetbalelftal en manager in

het bedrijfsleven wil hij het beste uit zijn mensen halen. Maar dat lukt hem niet

door anderen alleen op hun fouten te wijzen...


Henk Jan Kamsteeg

Najaar 2012

#krachtvancompliment


Hoofdstuk 1

‘Schiet die bal dan ook naar voren!’ Dennis liep rood aan. Zijn jongens

stonden met 1-0 achter en speelden als een natte krant. ‘Kijken! Naar voren!’

Hadden ze in de jaren dat hij hun voetbalcoach was dan helemaal niets

geleerd? Hoe moeilijk kon het zijn om de vrijstaande spits aan te spelen?

Sukkels!

De scheidsrechter floot voor de rust. Gelukkig, dacht Dennis, vijftien

minuten om stevig op zijn elftal in te praten om de spelers weer op de rit te

krijgen. Ze konden beter. Ze móésten beter!

In de kleedkamer ging Dennis helemaal los. Niets wat de elfjarige jongens

op het voetbalveld hadden laten zien, kon ermee door. Een enkeling had het lef

om tegen te stribbelen dat de tegenstander wel erg sterk was en dat hun keeper

onmogelijke ballen tegenhield. Dennis wuifde het weg en verloor zichzelf in

een tactische beschrijving van het spel waar zelfs de onnavolgbare Johan

Cruijff nog een puntje aan kon zuigen. Maar geen van de jongens hoorde hem

nog praten. Met gebogen schoudertjes waren ze de kleedkamer binnengelopen,

en met een geknakt zelfvertrouwen kwamen ze er weer uit. Zelf dachten ze nog

een kans te hebben, maar na de donderpreek van hun coach was er van die

hoop weinig meer over.

Terwijl Dennis in discussie was met de scheidsrechter, liepen de jongens het

veld weer op. Een voor een kregen ze een schouderklopje en enkele

bemoedigende woorden mee van Erwin, de vader van een van de jongens en

een trouwe bezoeker van de wedstrijden van zijn zoon. Ook vandaag had hij

weer vijf spelers naar deze uitwedstrijd gereden. Stilletjes had hij in de

deuropening van de kleedkamer naar de woorden van Dennis geluisterd. Beetje

bij beetje had hij de jongens in elkaar zien kruipen. Er moest toch een andere

manier zijn om het elftal weer op de been te krijgen. Erwin besloot om Dennis

die middag op zijn verbale geweld aan te spreken. Want, zo wist Erwin,

Dennis bedoelde het goed. Hij had echt het beste met het team voor. Zijn


aanpak deugde alleen niet.

In de tweede helft bleef er weinig van Dennis’ team heel. Met 4-1 verlies

stapten de jongens teleurgesteld van het veld – de fanatieke aanwijzingen van

Dennis ten spijt.

Op weg naar de kleedkamer zagen de meeste jongens Dennis niet staan. Wel

grepen een paar van hen de kans om even met Erwin over de wedstrijd te

praten. Zijn geruststellende woorden deden hen goed. Blijkbaar hadden ze niet

alles slecht gedaan en waren er wel degelijk positieve punten te noemen.

Na het douchen was het dringen wie van de jongens bij Erwin in de auto

mocht. Het gevecht leek een beetje langs Dennis heen te gaan.

‘Zullen we nog een biertje doen?’ Dennis sloeg Erwin vriendschappelijk op

zijn schouder. ‘Om het verlies te verwerken,’ voegde hij er lachend aan toe.

Deze kans liet Erwin niet aan zich voorbijgaan. Hopelijk bood dit een goede

gelegenheid om met Dennis over zijn manier van coachen te praten.

‘Ach, het zijn mooie jongens.’ Dennis nam een slok van zijn tweede biertje.

Tijdens zijn eerste biertje had hij in zijn analyse van de wedstrijd bewezen niet

te misstaan als analyticus bij Studio Voetbal. Streng doch rechtvaardig, zo

vond hij zelf.

‘Dat zijn het zeker,’ antwoordde Erwin. ‘Maar denk je dat zij weten dat je

zo over hen denkt?’

Dennis keek Erwin vragend aan. ‘Hoe bedoel je? Natuurlijk weten ze dat.

Ik train die gastjes al zes jaar! In weer en wind sta ik voor ze langs de lijn.

Nee, dat lijkt me duidelijk. Het zijn mijn maatjes.’

‘Ik geloof graag dat je hart voor die jongens hebt, Dennis. Ik zie dat je in ze

wilt investeren en alles voor ze over hebt. Mag ik je feedback geven op wat ik

zie gebeuren?’

Dennis nam een slok en knikte.

‘Wat ik zie, is een bevlogen trainer die alles uit zijn jongens wil halen.

Maar wat ik óók zie, is dat je door je enthousiasme soms juist het tegendeel

bereikt.’

Erwin stopte even om Dennis de kans te geven deze boodschap te laten

landen en te reageren. Dennis bleef zwijgen en keek zijn gesprekspartner

vragend aan. Erwin pakte een bierviltje en begon op de achterkant te schrijven.

Hij gaf het viltje aan Dennis, die het verbaasd voorlas:


Alles wat je aandacht geeft, groeit.

‘Wil je zeggen dat ik ze geen aandacht geef?’

‘Nee, ik zie dat je als doel hebt dat je jongens beter worden in hun spel.

Maar kijk nu eens naar de wedstrijd van vandaag. In de rust stonden we nog

met 1-0 achter, maar na de rust werden we echt afgedroogd. Het leek wel of de

jongens zenuwachtig waren geworden en bang om fouten te maken. Daardoor

stapelden de fouten zich alleen maar op. Begrijp me niet verkeerd, maar ik

denk dat de nadruk die je in de rust op hun fouten legde, hier mede de oorzaak

van was. Jij gaf alle aandacht aan de verkeerde ballen, waardoor het aantal

fouten groeide. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer je meer aandacht op de

positieve punten had gevestigd, de jongens een totaal andere tweede helft

hadden gespeeld.’

‘Maar had ik ze dan niet moeten wijzen op de dekkingsfouten? En op hun

constant verkeerde dieptepassjes?’

‘Natuurlijk wel. Maar het probleem is dat je daar bleef steken. Ik heb in de

eerste helft namelijk ook mooie dingen zien gebeuren. Daarmee hadden ze wel

degelijk kans gehad in de tweede helft. Maar nu waren de jongens zo gefocust

op hun fouten, dat ze als verlamd waren en alleen maar meer fouten maakten.

Dus: wat je aandacht geeft, groeit.’

Erwin nam een slok en keek of Dennis meer feedback aankon. Hij zag een

wat vertrokken gezicht.

‘Weet je, Dennis, jij bent echt niet de enige die in deze valkuil trapt. Ik deed

het vroeger ook zo. Ik was altijd negatief kritisch. Totdat iemand me daar eens

op wees en zei dat het prima is om kritisch te zijn, maar dan wel positief

kritisch. Dat heeft mij zo aan het denken gezet, dat ik ben gaan onderzoeken hoe

ik zo kritisch was geworden.’

‘En?’

‘Onderzoekers zijn erachter gekomen dat het menselijk brein vooral gericht

is op het negatieve. Ga maar na: waar gaat jouw aandacht naar uit als je

dochter thuiskomt met een rapport met daarop een vier, een paar zessen en

zevens en een negen?’

‘Ja, naar die vier natuurlijk.’

‘Dat bedoel ik. Zeventig procent van de ouders besteedt de meeste tijd en


aandacht aan die verrekte vier.’

‘Wat je aandacht geeft, groeit toch!’ lachte Dennis nu.

‘Natuurlijk moet je van die vier een vijf proberen te maken. Anders ga je

niet over. Maar zouden de talenten van je dochter liggen in het vak waar ze een

vier voor haalt? Je kunt beter aandacht schenken aan de zevens. Want als je

daar aandacht aan geeft, groeien ze ook en dan bevorder je haar talenten. Je

probeert van je aanvallers toch ook geen topverdedigers te maken of

andersom? Je benut in je elftal toch ook de kwaliteiten die de spelers al

hebben? Ik heb iemand eens horen zeggen dat je van je onvoldoendes

acceptabele onvoldoendes moet zien te maken en van je voldoendes

uitmuntende voldoendes. Met een vier ga je niet over. Met een vijf wel. Maar

door van de zesjes of zevens achten en negens te maken kun je uitblinken.’

‘Dat klinkt logisch, Erwin. Maar ik weet niet meteen wat ik hiermee kan. Ik

wil erover nadenken. Want je hebt gelijk dat ik echt het beste met de jongens

voorheb. Ik wil dat ze beter worden. Het laatste wat ik wil, is dat ze door mijn

coaching minder gaan presteren.’

‘Dat wist ik wel. Daarom wilde ik dit ook graag met je delen.’

De mannen hieven hun glas en proostten. ‘Op de jongens!’

Die avond plofte Dennis op de bank. Erwins woorden bleven hem

bezighouden. Was hij echt zo’n zeikerd? Zag hij alleen maar de fouten van zijn

jongens? Dennis dacht nog eens aan de wedstrijd die hij had gezien. Natuurlijk

zaten er wel degelijk goede momenten in. Maar hij had ze inderdaad niet

benoemd, zo realiseerde hij zich.

Op het moment dat Dennis de afstandsbediening van de tv wilde pakken,

kwam zijn vrouw de kamer in. Ze hield een grote, witte envelop in haar hand.

‘Er lag iets voor je op de mat. Pakketje.’

Nieuwsgierig scheurde Dennis de envelop open. Er zat een dvd’tje in. Op de

cover zat een geeltje geplakt, beschreven in een handschrift dat hij direct herkende

van het bierviltje van die middag:

Dennis,

Dank voor je inzet voor onze jongens! Hierbij een korte film. Dit naar

aanleiding van ons gesprek vanmiddag.


Veel kijkplezier,

Erwin

Nieuwsgierig keek Dennis naar de titel van de film: Butterfly Circus. ‘Pak jij

de chips, schat?’ Dennis stopte de dvd direct in de dvd-speler en ging ervoor

zitten.

Van het eten van chips kwam tijdens het kijken van de film weinig terecht.

Dennis en Natalie werden zo geraakt door wat ze zagen, dat ze geen hap door

hun keel kregen. Ze waren geschokt toen ze zagen dat Will, de hoofdpersoon uit

de film, in een freakshow van een rondreizend circus te kijk werd gezet omdat

hij geen armen en benen had. Een man die zelfs door God de rug was

toegekeerd, aldus de lachende circusdirecteur.

Het was aangrijpend om te zien hoe de directeur van een ander circus niet

de spot met Will dreef, maar hem juist leerde in zichzelf te geloven. Will was

geen foutje van de schepping, maar iemand met unieke mogelijkheden.

Toen de film was afgelopen, bleven Dennis en Natalie een paar minuten stil

zitten. Dit hakte erin.

Dennis was de eerste die iets zei. ‘Wat een verhaal, hè?’ Nadat ze een paar

minuten over de film hadden gepraat, zei hij: ‘Ik móét Erwin even bellen.’ Hij

liep naar de keuken, waar zijn mobiel lag, en zocht het nummer van Erwin op.

Erwin nam vrijwel direct op. ‘En?’

Dennis bedankte hem voor de dvd en vertelde dat de film indruk op hem

had gemaakt. ‘En ja, ik begrijp nu wat je me vanmiddag duidelijk probeerde te

maken. Eigenlijk schaam ik me een beetje. Niet dat ik de spot drijf met de

jongens uit ons team, maar wel dat ik geneigd ben de nadruk op hun fouten te

leggen. Nu besef ik dat ik hier niets mee bereik.’

‘Hoe zei de directeur van het Butterfly Circus het ook al weer?’

Er is niets inspirerends aan het tonen van

iemands imperfecties.


‘Ja, precies. Dat is eigenlijk ook wat jij vanmiddag tegen mij zei. Misschien

had het team inderdaad meer bereikt als ik tijdens de rust meer had gewezen op

hun positieve kanten en hun mogelijkheden.’

‘Weet je wat Will in de film belemmerde om zichzelf verder te

ontwikkelen?’

Dennis dacht even na.

Erwin vroeg door. ‘Weet je nog hoe hij zichzelf zag?’

‘Ja, als een loser. Een freak.’

‘Klopt, omdat hij heel zijn leven niets anders had gehoord. Als jij denkt dat

je niets kunt bereiken, zul je ook niets bereiken. Maar andersom werkt het ook

zo. Wanneer je ergens in gelooft, is de kans dat je het kunt ook groter. Of zoals

de circusdirecteur het tegen Will zei:

Besefte je maar dat uit as schoonheid kan

verrijzen.

Je hebt gezien wat dit nieuwe geloof met Will deed. Hij verruilde de

freakshow voor een heldenrol in het circus. Hij ontpopte zich van rups tot

mooie vlinder.’

‘En dat is precies wat mijn rol als trainer van de jongens is...’ mompelde

Dennis als antwoord. ‘Ja, de boodschap is binnengekomen, Erwin. Ik ga ermee

aan de slag.’

‘Als je het op prijs stelt, wil ik je wel helpen. Ik ken namelijk iemand die je

hier graag meer over zou vertellen.’

‘Stuur z’n gegevens maar door!’

De mannen wensten elkaar nog een goede avond en hingen op. Binnen een

minuut ontving Dennis een WhatsApp’je met het telefoonnummer van Ferdy

Hoekman en een bericht van Erwin. ‘Deze man móét je spreken. Doe hem de

groeten.’

‘Ferdy Hoekman,’ las Dennis zachtjes. Ergens kwam deze naam hem bekend

voor... Hij besloot hem de volgende dag te bellen.

More magazines by this user
Similar magazines