21.12.2017 Views

TSC Contact 136

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

nummer <strong>136</strong> | winter 2016<br />

<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

Lustrumsymposium 2016<br />

‘Van Begrijpen tot Ingrijpen’<br />

Postmortaal onderzoek<br />

van <strong>TSC</strong>-hersenen door<br />

Nederlandse Hersenbank<br />

Internationale <strong>TSC</strong> Research Conferentie Lissabon<br />

Patiëntenorganisaties uit alle<br />

windstreken: Nederland loopt<br />

mee in de kopgroep<br />

www.stsn.nl


in dit nummer<br />

4 Het <strong>TSC</strong> Symposium: een sfeerverslag<br />

6 35 jaar STSN ‘Van Begrijpen tot Ingrijpen’<br />

14 Daar zit muziek in…..<br />

15 Zorgen en zorgbehoeftes van jongvolwassenen met <strong>TSC</strong> en hun ouders<br />

18 'Ik kan het allemaal zelf’<br />

20 Je hersenen nalaten voor onderzoek: heeft u daar al eens over nagedacht?<br />

24 Bijeenkomst van ouders van pubers met <strong>TSC</strong><br />

25 Twee héél verschillende kinderen<br />

26 Gunstig effect van everolimus op reuscelastrocytoom (SEGA)<br />

28 STSN-lid in beeld: Claudia Brefeld<br />

30 <strong>TSC</strong> Research en <strong>TSC</strong>-patiëntenorganisaties uit alle windstreken<br />

32 Collecte Epilepsiefonds 2016: een impressie in foto's<br />

33 VSOP-Nieuwsbericht: nieuwe huisartsenbrochure beschikbaar<br />

34 Tip en truc hoek<br />

37 Vrijwilligersbijeenkomst 2016<br />

39 Bestuursmededelingen<br />

41 Sponsor de STSN<br />

42 Stichting Tubereuze Sclerosis Nederland<br />

colofon<br />

ISSN 1570 - 5145 | jaargang 34 | nummer <strong>136</strong><br />

Dagelijks bestuur STSN<br />

Jan-Paul Wagenaar, voorzitter<br />

Jannie Bom, secretaris<br />

Dave Tuijp, penningmeester<br />

Secretariaat STSN<br />

Jannie Bom<br />

Telefoon: 06-52824660<br />

Lange Voorhout 14,<br />

4371TB Koudekerke<br />

E-mail: secretariaat@stsn.nl<br />

Website: www.stsn.nl<br />

Redactie<br />

Francesco Dioguardi<br />

Corinne Kijl<br />

Yasmara Olyslag<br />

Jos Scheurink<br />

Yvonne Strikwerda<br />

Vormgeving<br />

Stichting MEO<br />

Adres <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

Vergulden Wagen 9,<br />

1111TD Diemen<br />

E-mail: redactie@stsn.nl<br />

<strong>TSC</strong> Expertisecentrum UMC Utrecht<br />

Polikliniek Erfelijke Aandoeningen<br />

(Interne Geneeskunde)<br />

Dr. M. Vergeer, internist-endocrinoloog<br />

J. Patist, verpleegkundig specialist<br />

Telefoon: 088-7553232<br />

<strong>TSC</strong> Expertisecentrum /Sylvia Toth Centrum<br />

UMC Utrecht hersencentrum<br />

Dr. F.E. Jansen, kinderneuroloog<br />

E-mail: STcentrum@umcutrecht.nl<br />

Telefoon: 088-7553898<br />

Klinische Genetica Erasmus MC, Rotterdam<br />

Dr. A. Kievit<br />

Telefoon: 010-4636915<br />

(maandag, dinsdag en donderdag)<br />

Multidisciplinaire <strong>TSC</strong> polikliniek voor<br />

kinderen Erasmus MC,<br />

Sophia Kinderziekenhuis, Rotterdam<br />

Dr. M.C.Y. de Wit, kinderneuroloog<br />

Drs. G.C.B. de Heus, kinderarts<br />

E-mail: tubereuzesclerose@erasmusmc.nl<br />

Telefoon: 010-7036341<br />

(polikliniek kinderneurologie)<br />

<strong>TSC</strong>-poli maandelijks op afspraak<br />

<strong>TSC</strong> Expertisecentrum Erasmus MC<br />

(18+poli) Rotterdam<br />

Dr. L. de Graaf-Herder, internist<br />

Dr. A. van Eeghen, arts voor<br />

verstandelijk gehandicapten (AVG)<br />

Email: tsc@erasmusmc.nl<br />

Telefoon: 010-7040115<br />

(polikliniek Inwendige Geneeskunde;<br />

vragen naar mw. Korpershoek)<br />

Expertiseteam <strong>TSC</strong> en Gedrag<br />

Marije Offringa, psycholoog<br />

Leonore Kuijpers, AVG<br />

Richard Slinger, casemanager<br />

Email: E<strong>TSC</strong>G@2davinci.com<br />

Bank<br />

Rekeningnummer:<br />

NL29RABO0118941127<br />

t.n.v. STSN<br />

2 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


20<br />

28<br />

4<br />

18<br />

24<br />

30<br />

Van de redactie<br />

Voor u ligt het winternummer, het laatste nummer van het lustrumjaar 2016. In de voorgaande nummers<br />

van dit jaar liepen we de geschiedenis van 35 jaar STSN nog eens met u door. Op 16 september vond in<br />

het Erasmus MC in Rotterdam het lustrumsymposium plaats. In dit nummer krijgt u een uitgebreid verslag<br />

van het symposium door de symposiumcommissie. Het werd inderdaad de interessante dag die we<br />

verwachtten. Wetenschappers die met hart en ziel werken aan hun onderzoek deden daarvan enthousiast<br />

verslag. Misschien is het verslag daarvan soms wat technisch voor de meesten van ons, maar zeker de<br />

moeite waard om eens doorheen te gaan, misschien in (12!) hapklare brokjes van steeds één lezing? Verder<br />

is er het tweede deel over postmortem onderzoek. Waarom is de Nederlandse Hersenbank geïnteresseerd<br />

in de hersenen van <strong>TSC</strong>-patiënten? Marleen Rademaker en Saskia Palmen, respectievelijk projectcoördinator<br />

en klinisch coördinator van het NHB-Psy project, legden mij dat uit in een interview over het belang van dit<br />

soort onderzoek. De zware kost wordt zoals u gewend bent afgewisseld door columns, persoonlijke verhalen,<br />

een verslag van een ouderbijeenkomst, en last but not least een verslag van Dave Tuijp van zijn reis naar<br />

Lissabon, waar hij de Internationale <strong>TSC</strong> Onderzoeksconferentie bezocht. Hij ontdekte dat we ons in Nederland<br />

in veel opzichten gelukkig mogen prijzen, iets dat ook wel eens gezegd mag worden. Maar dat is dan ook<br />

mede dankzij 35 jaar ploeteren en strijden van de STSN voor vooruitgang in wetenschap en zorg voor <strong>TSC</strong>patiënten.<br />

Volgend jaar is geen lustrumjaar maar een ‘gewoon’ jaar, waarin we 'gewoon' weer aan het werk<br />

gaan. Ik wens u een voorspoedig en succesvol 2017, waarin uw werk en het werk van de STSN hopelijk<br />

beloond mogen worden.<br />

Yvonne Strikwerda<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

3


Het <strong>TSC</strong> Symposium:<br />

een sfeerverslag<br />

Op 16 september werd ons <strong>TSC</strong> Symposium gehouden als mijlpaal in alweer een lustrumjaar. Aan meer dan honderd<br />

aanwezigen werd een aantal presentaties gegeven door verschillende experts uit het veld die zich bezig houden met <strong>TSC</strong> als<br />

ziekte of met de behandeling van patiënten. Elders in dit blad is het inhoudelijke verslag van deze presentaties te vinden.<br />

Dit verslag geeft een beeld van de activiteiten en gang van zaken om het Symposium heen.<br />

tekst Francesco Dioguardi foto's Yvonne Strikwerda<br />

De leden van de Symposiumcommissie hadden zich al vroeg<br />

in het Erasmus MC bij de Andries Queridozaal verzameld om<br />

alles voor te bereiden voor de komst van de gasten. Het<br />

belangrijkste daarbij was om de ontvangsttafel klaar te zetten<br />

met de badges en documentatie, maar vooral om de bewegwijzering<br />

op te hangen aangezien het Erasmus MC nogal<br />

groot is. Om geen gasten kwijt te raken heeft een drietal<br />

commissieleden zich als pratende wegwijzer op strategische<br />

punten opgesteld, wat inderdaad erg nuttig bleek. Sommige<br />

gasten waren wat later, waardoor het Symposium een<br />

kwartiertje later begon en de wegwijzers de eerste presentatie<br />

gemist hebben.<br />

Na het tweede deel van de presentaties volgde een uitstekende<br />

lunch en was er tijd voor de deelnemers om elkaar<br />

onderling te leren kennen en contacten te leggen. Naast de<br />

informatie in de presentaties is het leggen van onderlinge<br />

contacten tussen de verschillende <strong>TSC</strong>-groepen namelijk ook<br />

een van de doelen van deze bijeenkomst.<br />

De sprekers hielden zich echter keurig aan de tijd en liepen<br />

zelfs in, zodat de koffie op tijd geserveerd kon worden. Dit gaf<br />

de bezoekers ook de kans om de stand van STSN te bezoeken<br />

voor verdere informatie en documentatie.<br />

4 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


Dr. Mark Nellist houdt zich bezig met Medische Genetica aan<br />

het Erasmus MC, waarover hij voor de lunch een presentatie had<br />

gegeven. Zie daarvoor het wetenschappelijke verslag.<br />

Voor de commissieleden was dit ook de kans eens rond te<br />

vragen wat men zoal van de dag tot nu toe vond, met positieve<br />

reacties. Deze kwamen ook weer terug op de enquêteformulieren<br />

die aan het eind van de dag zijn ingeleverd, uiteraard<br />

samen met enige verbeterpunten. Het deed de commissieleden<br />

goed dat zowel de dag als geheel als de inhoudelijke<br />

presentaties erg goed zijn ontvangen.<br />

Na de lunch werd aangevangen met de uitreiking van de<br />

Bournevilleprijs. Dit had nog wat voeten in de aarde omdat<br />

de toekomstige winnaar in een discussie was en nog niet<br />

naar binnen wilde omdat het echte programma toch nog<br />

niet begon. Dit maakte het comité enigszins zenuwachtig,<br />

maar met wat zachte dwang zat hij toch op tijd binnen. Onze<br />

voorzitter Jan-Paul Wagenaar gaf een introductie waarom de<br />

winnaar voor deze prijs was gekozen, waarbij het langzaam<br />

duidelijk werd wie dit was. Toch was winnaar Mark Nellist<br />

duidelijk verrast toen zijn naam werd genoemd. Als laatste<br />

binnenkomer zat hij echter wel helemaal bovenaan en het<br />

duurde dus even voor Jan-Paul hem de hand kon schudden.<br />

Toen pas kon ook zijn vrouw de zaal binnen komen om<br />

aanwezig te zijn tijdens dit mooie moment.<br />

Nadat Mark de Bournevilleprijs, bestaande uit een penning en<br />

plaquette, in ontvangst had genomen en nog wat verbaasd<br />

een dankwoord had uitgesproken, ging het programma verder.<br />

Met tussendoor nog een koffiepauze werd de dag keurig op<br />

tijd afgesloten, met als laatste spreker Jan-Paul die een overzicht<br />

gaf van de hoogtepunten van de verschillende presentaties<br />

en concludeerde dat het Symposium zeker bijdraagt aan het<br />

verspreiden van kennis over <strong>TSC</strong>.<br />

Na nog een drankje werden de enquêtes ingeleverd en was<br />

het Symposium ten einde. Om de sprekers en vrijwilligers te<br />

bedanken voor hun inzet volgde een etentje, waarbij er voor<br />

oud-STSN-voorzitter en voorzitter van de Symposiumcommissie<br />

Hans Ploegmakers een verrassing volgde. Ook hij kreeg<br />

namelijk een Bournevillepenning uitgereikt voor zijn<br />

decennialange inzet voor STSN. Daar waar hij zelf in de<br />

Bournevillecommissie zat en mede Mark Nellist verraste,<br />

werd Hans nu zelf geëerd met een speciale penning en een<br />

oorkonde. Lees hierover ook in de Bestuursmededelingen van<br />

Jan-Paul Wagenaar.<br />

Enige weken later is de Symposiumcommissie nog een keer bij<br />

elkaar gekomen om dit project af te sluiten.<br />

De ervaringen zijn verwerkt in een draaiboek en samen met<br />

allerlei andere informatie opgeslagen, zodat de volgende<br />

commissie over zo’n vier jaar daar op voort kan bouwen voor<br />

het volgende Symposium tijdens het achtste STSN-lustrum. n<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

5


35 jaar STSN<br />

‘Van Begrijpen tot Ingrijpen’<br />

Verslag van het Lustrumsymposium op 16 september<br />

Op 16 september 2016 vond in het Erasmus MC in Rotterdam ter ere van het zevende lustrum van STSN een symposium<br />

plaats. Van vrijwel alle presentaties is een filmverslag gemaakt, dat te vinden is op de website van STSN www.stsn.nl<br />

Onderstaand verslag geeft een samenvatting van de presentaties.<br />

Voor een goed gevulde zaal in het Onderwijscentrum van het Erasmus MC nam als eerste Jan Paul Wagenaar, voorzitter<br />

van STSN, het woord. Hij heette het gehoor welkom, dat bestond uit onderzoekers, medische specialisten, artsen en<br />

vertegenwoordigers van belanghebbenden. Vervolgens ging het programma van start met een introductie op de eerste<br />

zeven presentaties door prof. dr. Ype Elgersma, die daarbij ook de vooraanstaande rol benadrukte die Nederlandse<br />

laboratoria spelen in het onderzoek naar <strong>TSC</strong>.<br />

tekst Sophie de Boer foto’s Yvonne Strikwerda<br />

De rol van mTOR remmers bij epilepsie<br />

en gedragsproblemen<br />

Dr. Marie-Claire de Wit, Kinderneuroloog,<br />

Expertisecentrum ENCORE, Erasmus MC – Sophia<br />

Kinderziekenhuis Rotterdam<br />

We weten dat mTOR remmer rapamycine effectief is bij AML en<br />

SEGA (tumoren in/op de nieren en in het hoofd). Rapamycine<br />

is bekend onder de namen sirolimus en everolimus. Everolimus<br />

is al in 2011 geregistreerd en wordt toegepast. Er zijn ook<br />

onderzoeken gedaan naar het effect van rapamycine op<br />

epilepsie en ontwikkelingsproblemen, maar die gaven geen<br />

overtuigende uitkomsten. Totdat de resultaten bekend werden<br />

van de zogenaamde EXIST-3 studie, die enkele maanden<br />

geleden beschikbaar kwamen. Dit is een studie met een groot<br />

aantal patiënten wereldwijd, kinderen en volwassenen.<br />

worden over het ideale begintijdstip, het doseringsschema en<br />

de bijwerkingen.<br />

Betere mogelijkheden tot behandeling<br />

van de epilepsie en resultaten van<br />

epilepsie chirurgie<br />

Dr. Floor Jansen, Kinderneuroloog, Universitair Medisch<br />

Centrum – Wilhelmina Kinderziekenhuis, Utrecht<br />

Er zijn vier mogelijke behandelingen van epilepsie, te<br />

weten het toedienen van anti-epileptica, het volgen van<br />

een ketogeen dieet, het stimuleren van de nervus vagus<br />

en epilepsiechirurgie. Dr. Jansen benadrukt het belang van<br />

het vroeg behandelen van epilepsie, zeker bij infantiele<br />

spasmen (syndroom van West). Dit blijkt onder andere uit het<br />

onderzoek van Cusmai et al uit 2012, zie hieronder.<br />

Everolimus werkt dus, ook bij epilepsie. De patiënten die<br />

meededen aan de studie hadden allen moeilijk behandelbare<br />

epilepsie. 40% van deze groep weet met everolimus een<br />

goede aanvalsreductie te bereiken. Geen wondermiddel voor<br />

iedereen, maar wel een ongelofelijk belangrijke aanvulling op<br />

de bestaande medicatie voor moeilijk behandelbare epilepsie.<br />

Is het zaak om zelfs al te gaan behandelen voordat de eerste<br />

aanval zich voordoet? Onderzoek hiernaar door Jozwiak et<br />

al, gepubliceerd in 2011, laat positieve resultaten zien van<br />

behandeling met anti-epileptica voordat een aanval zich<br />

voordoet. De onderzoeksgroep was klein (14), maar de<br />

resultaten waren positief.<br />

Voor de praktijk betekent dit het volgende. Er is een volledig<br />

nieuwe optie beschikbaar voor de behandeling van epilepsie.<br />

Everolimus is geen standaard epilepticum dat aanvallen remt,<br />

maar iets wat ingrijpt op de onderliggende oorzaken van de<br />

aanvallen bij de patiënt. Naar verwachting wordt everolimus<br />

voor epilepsie geregistreerd medio 2017. Het is een duur<br />

geneesmiddel met veel bijwerkingen en het vraagt frequente<br />

labcontroles. De komende tijd moet nog veel uitgezocht<br />

Een nieuwe optie voor behandeling is het toedienen van<br />

CBD, cannabidiol. Daar wordt op dit moment in Europa op<br />

verschillende plaatsen onderzoek naar gedaan. Ook in het<br />

UMCU en het Erasmus wordt een onderzoek voorbereid.<br />

Aan dit onderzoek kunnen patiënten deelnemen die ouder<br />

zijn dan 1 jaar en die meer dan 16 aanvallen hebben per<br />

8 weken. Met loting wordt bepaald of zij gedurende 18<br />

weken CBD toegediend krijgen of een placebo. Zij moeten<br />

6 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


in het begin elke twee weken naar het laboratorium voor<br />

controle. Binnen enkele maanden wordt toestemming<br />

verwacht van de medisch-ethische commissies en zou het<br />

onderzoek van start kunnen gaan. Over de effectiviteit van<br />

epilepsiechirurgie is het volgende bekend. Ongeveer 57%<br />

van de patiënten wordt aanvalsvrij. Bij patiënten met <strong>TSC</strong> is<br />

opereren dikwijls relatief moeilijk, omdat ze vaak meerdere<br />

typen aanvallen hebben en er dus op meerdere plekken in<br />

de hersenen epileptische activiteit is. Het is een lang traject<br />

naar chirurgie en zeker bij <strong>TSC</strong> zijn meerdere onderzoeken<br />

nodig. Om te kunnen bepalen waar precies in de hersenen<br />

geopereerd zou moeten worden, met name waar de grenzen<br />

van het te opereren gebied liggen, wordt een nieuwe<br />

strategie toegepast, de multistage chirurgie. Dit wordt in<br />

New York veel uitgevoerd, zie de studie van Weiner et al,<br />

2006. Met invasieve registratie voor en tijdens de operatie<br />

wordt vastgelegd of bij de eerste operatie het aangedane<br />

gebied in de hersenen afdoende verwijderd is. Zoniet dan<br />

wordt een tweede en/ of een derde keer geopereerd. Het<br />

onderzoek van Weiner betrof 25 <strong>TSC</strong> patiënten, van wie 67%<br />

na multistage chirurgie aanvalsvrij werden.<br />

De vraag is nog altijd waar precies de oorzaak van de<br />

epilepsie ligt: is het de tuber zelf, het centrum van de tuber,<br />

een deel van de tuber of de omgeving van de tuber?<br />

Die vraag is nog niet helemaal opgehelderd.<br />

Tenslotte presenteerde dr. Jansen de resultaten van<br />

epilepsiechirurgie in Nederland tussen 2000 en 2016 bij<br />

28 patiënten met een mediane debuutleeftijd (van aanvallen)<br />

van 13 maanden. Onderstaand staan de verdere kenmerken<br />

van de patiënten en de ingrepen vermeld.<br />

De resultaten van deze operaties zijn bemoedigend. 67%<br />

van de patiënten was bij 6 maanden aanvalsvrij, 58% was<br />

aanvalsvrij bij de laatste follow-up van 3 maanden tot 13 jaar.<br />

Nieuw is het benutten van HFO techniek ( High Frequency<br />

Oscillation) als marker voor het succes van epilepsiechirurgie<br />

( Fujiwara et al, 2016).<br />

Dr. Jansen besloot haar presentatie met de volgende conclusies:<br />

• epilepsie komt bij <strong>TSC</strong> vaak voor en vroege epilepsie heeft<br />

een grote impact<br />

• vroege behandeling is noodzakelijk<br />

• preventieve behandeling verbetert de uitkomst<br />

• epilepsiechirurgie is effectief bij 55-60% van de<br />

geselecteerde patiënten. Slechts 10 tot 15% van de<br />

verwezen patiënten komt in aanmerking<br />

• prechirurgische evaluatie is vereist bij elke patiënt<br />

Nier- en nierfunctieproblemen bij <strong>TSC</strong><br />

Dr. Bernard Zonnenberg, Internist/Oncoloog,<br />

Universitair Medisch Centrum Utrecht<br />

Bij mensen met <strong>TSC</strong> is de nierfunctie slechter dan bij mensen<br />

zonder <strong>TSC</strong>. Dit bekort de levensduur met gemiddeld 10 jaar.<br />

Waarom doen de nieren het zoveel slechter?<br />

Door verlies van heterozygotie van het <strong>TSC</strong>-gen ontstaan<br />

overal in de nier kleine afwijkingen, microangiomyolipomen<br />

(AMLs), die kunnen uitzaaien in de nier en lokaal de nierfunctie<br />

beinvloeden. Er zijn aanwijzingen dat de nier ook eerder<br />

veroudert. Er is meer eiwitverlies via de urine en daardoor een<br />

hogere bloeddruk. Bij verslechtering van de nierfunctie treedt<br />

eerder bloedarmoede op. Door de AMLs neemt de druk in de<br />

bloedvaten van de nier toe. AMLs groeien en blijven het hele<br />

leven door groeien. De gevolgen daarvan kunnen zijn: spontane<br />

arteriele bloedingen, chronische nierziekten, ‘goedaardige’<br />

uitzaaiing naar andere organen, lokale compressie, uitbreiding<br />

in vena cava en in het hart, verhoogde kans op niertumoren,<br />

trombose van de niervena en hoge bloeddruk.<br />

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden voor nierafwijkingen bij<br />

<strong>TSC</strong> patiënten?<br />

• toediening mTOR remmende medicatie<br />

• embolisatie of afsluiting toevoerende vaten<br />

• lokale behandeling door verhitting of bevriezing<br />

• chirurgische verwijdering<br />

Onderzoek naar de effecten van mTOR remmend medicijn<br />

(everolimus) laat zien dat de AMLs afnemen in grootte,<br />

dat na meer dan 4 jaar het volume fors afneemt, dat de<br />

werking doorgaat tijdens de behandeling en dat er weinig<br />

aanwijzingen zijn voor het ontstaan van resistentie. Als<br />

bijwerkingen van everolimus noemt dr. Zonnenberg:<br />

• kan chronische (virus) infecties doen opvlammen, met<br />

name hepatitis/tbc en dergelijke<br />

• kan infecties doen verergeren, met name luchtweginfecties<br />

• heeft effect op elektrolyten<br />

• eiwitverlies<br />

De bijwerkingen zijn op te lossen of verdwijnen op den duur<br />

vanzelf.<br />

Bijwerkingen van bevriezing zijn lokale pijn en schade aan<br />

vaten/zenuwen. Bevriezing wordt alleen bij beperkte lesies<br />

gebruikt.<br />

Bijwerkingen van embolisatie zijn: nierschade, hoge bloeddruk,<br />

post embolisatiesyndroom ( koorts na de embolisatie), pijn,<br />

acute respiratore stress syndroom (shocklong), cardiovasculaire<br />

events (beroerte of hartinfarct), abcesvorming.<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

7


Dit alles geeft aanleiding tot het maken van onderstaande<br />

afwegingen:<br />

- everolimus best onderzocht effectief belangrijke indicatoren<br />

nierpathologie<br />

- toxiciteit acceptabel; lijkt in de loop van de jaren verder af<br />

te nemen<br />

- kostbaar<br />

- vereist wel nauwkeurige controle<br />

- RFA/cryo alleen lokaal (niet bij veel rAML)<br />

- chirurgie geen goede data en verlies nierfunctie<br />

- embolisatie wordt wel als tweede keus gezien maar alleen<br />

bij bloedingen of wens patiënt (zwangerschap ed)<br />

Biomarkers van epilepsie bij patiënten<br />

met <strong>TSC</strong>: een Europese multistudie<br />

(EPISTOP)<br />

Prof. MD PhD Eleonora Aronica, bijzonder hoogleraar<br />

Pathologie van het zenuwstelsel, Academisch Medisch<br />

Centrum, Universiteit van Amsterdam<br />

EPISTOP is een lange termijn prospectieve studie om klinische<br />

en moleculaire biomarkers van epileptogenese in beeld te<br />

brengen bij patiënten met <strong>TSC</strong>. Er doen 16 ziekenhuizen<br />

en laboratoria uit Europa, USA en Australië aan mee. De<br />

studie loopt tot eind 2018. Er worden 101 kinderen, jonger<br />

dan 4 maanden, voor de studie onderzocht en gevolgd.<br />

Het primaire eindpunt van de studie is de identificatie<br />

van moleculaire en klinische biomarkers. Het secundaire<br />

eindpunt is de beoordeling van de werkzaamheid van de<br />

anti-epileptische behandeling, gestart na het optreden<br />

van epileptische aanvallen op EEG versus behandeling na<br />

het begin van de klinische aanvallen. Dus vroeg versus<br />

later behandelen. Epileptogenese heeft betrekking op hoe<br />

normale hersenen ‘epileptisch‘ worden. Het gaat daarbij<br />

zowel om de ontwikkeling van de aandoening als om de<br />

progressie. De interventies zijn farmacologisch. Doel is om<br />

een therapie te vinden die de aanvallen voorkomt en het<br />

ziekteproces verandert. <strong>TSC</strong> kan bestudeerd worden als<br />

model voor vroege aanvang van epileptische encefalopathie<br />

en gezien worden als een conditie waarbij de epileptische<br />

activiteit zelf bijdraagt aan progressieve functiestoornis.<br />

Dit leidt tot de hypothese dat de mTOR opregulatie (ten<br />

gevolge van de mutatie in <strong>TSC</strong>1 of <strong>TSC</strong>2) zelf, vanaf<br />

het begin, verantwoordelijk is voor zowel epilepsie als<br />

cognitieve afwijkingen. mTOR opregulatie leidt daarmee<br />

tot zowel structurele veranderingen (hersenlesies/tubers)<br />

als functionele veranderingen (verstandelijke beperking/<br />

autisme). Een zo vroeg mogelijke behandeling is van groot<br />

belang voor het voorkomen van epileptische encefalopathie<br />

en het verbeteren van de cognitieve ontwikkeling.<br />

EPISTOP is onderverdeeld in 8 werkpakketten. Werkpakket<br />

4 onderzoekt MRI biomarkers en wordt gecoordineerd door<br />

dr. Floor Jansen. Werkpakketten 3 en 5 hebben betrekking<br />

op moleculaire biomarkers. Hiervoor zijn D.J. Kwiatkowski en<br />

E. Aronica verantwoordelijk. Onderdelen zijn het aanleggen<br />

van een database voor hersenweefsel, het systematisch<br />

evalueren van subtypen van <strong>TSC</strong>-tubers, het systematisch<br />

evalueren van tubers en hun omgeving voor biomarkers<br />

van epileptogenese en targets voor therapie (ontsteking!),<br />

onderzoek naar expressie en functie van microRNAs.<br />

Het onderzoek naar <strong>TSC</strong>-tubers laat gebrek aan organisatie<br />

van de cellen in de tubers zien en het bijna ontbreken van<br />

myeline. Er is een relatie tussen verlies van myeline en<br />

activatie van mTOR. Daarnaast is duidelijk geworden dat<br />

er bij patiënten met <strong>TSC</strong> iets mis is met de maturatie van<br />

oligodendrocyten. Een andere lijn is het nader onderzoeken<br />

van de ontstekingsprocessen in het <strong>TSC</strong>-brein. Hierbij<br />

speelt microRNA een rol, kleine regulerende moleculen<br />

in de modulatie en controle van ontstekingsprocessen en<br />

ontwikkeling bij <strong>TSC</strong>. Voorlopige uitkomst is de vaststelling<br />

dat bij muizen de aanwezigheid van meer microRNA-<br />

146a Mimic een positief effect heeft op aanvalscontrole/<br />

progressie/cognitie. De eerste uitkomsten van EPISTOP<br />

worden eind 2018 verwacht. Meer informatie is te vinden op<br />

www.EPISTOP.eu<br />

Ontwikkelingen in de moleculaire<br />

diagnostiek van <strong>TSC</strong><br />

Dr. Mark Nellist, Medische genetica, Erasmus Medisch<br />

Centrum, Rotterdam<br />

DNA maakt rNA maakt eiwit. Bij <strong>TSC</strong> kunnen zich twee typen<br />

mutaties voordoen, die beiden functieverlies veroorzaken.<br />

Ten eerste de nonsense/frameshift/splice mutaties en ten<br />

tweede de missense/in frame mutaties. Een mutatie van het<br />

DNA is niet altijd een ziekteveroorzaker. De genetica van <strong>TSC</strong><br />

kan als volgt worden weergegeven:<br />

In 2/3 van de gevallen ontstaat <strong>TSC</strong> ten gevolge van een de<br />

novo mutatie, een spontane mutatie. Dat gebeurt ofwel in de<br />

zaadcellen ofwel in de embryonale fase. In dat laatste geval<br />

spreken we van Mosaicisme. Bij Mosaicisme is het voor een<br />

geneticus heel moeilijk om de mutatie te vinden.<br />

Bij <strong>TSC</strong>-patiënten is de tweede hit dikwijls de oorzaak van<br />

de beschadiging. Met de ‘two hit’ hypothese wordt het<br />

volgende bedoeld. De patiënt heeft een slechte kopie van<br />

het gen en een goede kopie. Dat is geen probleem, totdat<br />

een tweede hit optreedt ten gevolge van een mutatie. Dan<br />

zal de cel beschadigd worden. Onderzoek van DNA monsters<br />

8 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


(Genesis Database 1988-2014) heeft opgeleverd dat in meer<br />

dan 100 gevallen geen mutatie aangetoond kon worden,<br />

terwijl de patiënt wel degelijk <strong>TSC</strong> had. Met behulp van<br />

Next Generation Sequencing (NGS) en een nieuwe techniek,<br />

HaLoPlex, is het team van dr. Nellist er in geslaagd om het<br />

volgende resultaat te bereiken. 83 <strong>TSC</strong> families zijn onlangs<br />

getest. Het ging daarbij om families waar geen mutatie kon<br />

worden aangetoond. Dankzij de nieuwe techniek kon nu bij<br />

34 een <strong>TSC</strong>1- of <strong>TSC</strong>2-mutatie worden gevonden, bij 18 een<br />

Variant met onbekende klinische betekenis (VUS), bij 7 geen<br />

mutatie en bij 24 is het onderzoek nog gaande. Daarnaast<br />

zijn 5 SEGAs onderzocht. Daarvan bleken 4 de <strong>TSC</strong>1- of <strong>TSC</strong>2-<br />

mutatie te hebben en 1 de Variant met onbekende klinische<br />

betekenis (VUS). Plannen voor de toekomst zijn om de kosten<br />

van de succesvolle NGS te reduceren en de techniek verder te<br />

verfijnen. En tevens om functionele analyse toe te passen bij<br />

het interpreteren van genetische bevindingen. Een beter begrip<br />

en karakterisering van <strong>TSC</strong>-mutaties zal leiden tot belangrijke<br />

inzichten in de ziekte zelf.<br />

Onderzoek naar het proces van<br />

epileptogenese bij <strong>TSC</strong> en nieuwe<br />

anti-epileptica voor <strong>TSC</strong> door gebruik<br />

te maken van muismodellen<br />

Prof. Dr. Ype Elgersma, bijzonder hoogleraar<br />

Moleculaire Neurobiologie, wetenschappelijk directeur<br />

Expertisecentrum ENCORE, Erasmus MC, Rotterdam<br />

ENCORE is een overkoepelend expertisecentrum voor erfelijke<br />

zeldzame aandoeningen die een effect hebben op de<br />

neurocognitieve aspecten. Doel is de patiënt de best mogelijke<br />

klinische zorg te geven. ENCORE heeft een hele sterke link met<br />

fundamenteel onderzoek. Zo kunnen wellicht nieuwe medicijnen<br />

ontdekt worden en in versneld tempo bij de patiënt komen.<br />

Tevens kunnen nieuwe medicijnen eerst goed op muismodellen<br />

getest worden voordat ze richting kliniek gaan. Omgekeerd gaat<br />

er ook veel informatie van de kliniek naar het lab, bijvoorbeeld<br />

over de werkzaamheid van ant-epileptica. 50% van de kinderen<br />

met <strong>TSC</strong> heeft een vorm van autisme. Dat is dus een duidelijk<br />

verband tussen een genafwijking en autisme. Daarbij komt ook<br />

een verstandelijke handicap vaak voor. De vraag daarbij is of<br />

het autisme veroorzaakt wordt door de pathologie (de tubers<br />

in het brein) of misschien door de epilepsie. Om deze vraag te<br />

beantwoorden is de volgende studie van start gegaan.<br />

Allereerst is het brein onderzocht van muizen met <strong>TSC</strong>. Daarin<br />

bleken geen tubers of andere afwijkingen te vinden te zijn.<br />

Wel hadden de betreffende muizen problemen met leren en<br />

geheugen. Ook het sociale gedrag van de <strong>TSC</strong> muizen was<br />

afwijkend. Dit alles wees er op dat voor leerproblemen en<br />

autisme de genmutatie verantwoordelijk is en niet de tubers.<br />

De <strong>TSC</strong>-muizen hadden geen epilepsie. In de kliniek echter is<br />

epilepsie de grote voorspeller van de ontwikkeling van een<br />

kind. De vraag was waarom de muizen eigenlijk geen epilepsie<br />

hadden. Zouden dan toch de tubers de epilepsie veroorzaken?<br />

In tubers werd vaak gevonden dat daar een tweede hit, een<br />

somatische mutatie was opgetreden. Misschien zijn het dan<br />

juist de cellen die de tweede hit hebben gehad die de drivers<br />

zijn van de epilepsie. En niet alleen in de tubers, maar ook op<br />

andere plaatsen in de hersenen zijn cellen te vinden die een<br />

tweede hit hebben gehad, zo bleek uit postmortem onderzoek.<br />

De gedachte is nu dat er op meerdere plaatsen in het brein<br />

cellen met een tweede hit zijn die de epilepsie veroorzaken.<br />

Er is een studie gaande bij eeneiige tweelingen met <strong>TSC</strong><br />

wereldwijd om deze hypothese te onderzoeken. Bij muizen<br />

worden geen tweede hits gevonden, omdat muizen daarvoor<br />

te kort leven. In het lab zijn bij een muismodel beide <strong>TSC</strong>-genen<br />

verwijderd. Een dag of acht later ontstaat dan epileptische<br />

activiteit. Er is daarbij dus geen sprake van pathologie (tubers).<br />

Dat toont aan dat de mTOR pathway een hele belangrijke driver<br />

is voor epilepsie. Maar wat er precies in die acht dagen gebeurt<br />

en in welke stappen is daarmee nog niet bekend. Ook kunnen<br />

de bestaande anti-epileptica getest worden op deze muizen<br />

met epilepsie. Heel veel anti-epileptica bleken geen effect te<br />

hebben op de muizen, met uitzondering van Vigabatrine. De<br />

muizen hadden wel de heftigste variant van epilepsie. Ook<br />

rapamycine is getest. Het bleek zeer effectief tegen epilepsie.<br />

Voor het testen van <strong>TSC</strong>-medicatie is bovenstaand muismodel<br />

echter niet geschikt, omdat het niet de <strong>TSC</strong>-pathologie heeft,<br />

terwijl echte patiënten die wel hebben. Met behulp van<br />

nieuwe muismodellen met mTOR-afhankelijke epilepsie kan<br />

nu verder onderzoek gedaan worden naar mogelijke nieuwe<br />

anti-epileptica.<br />

'Systems medicine' van het mTOR<br />

en metabole netwerk bij <strong>TSC</strong><br />

Prof. Dr. Kathrin Thedieck, Universitair Medisch<br />

Centrum, Groningen<br />

Het mTOR eiwit heeft de eigenschap de anabole processen<br />

in de cel te bevorderen. Als alle biosynthetische processen<br />

in een cel worden bevorderd gaat de cel groeien. Dat is wat<br />

in een tumor gebeurt, en in een SEGA. Die groei vindt plaats<br />

via een heel aantal substraten. Diezelfde substraten echter<br />

zorgen ook voor negatieve feedback. Als mTOR geremd<br />

wordt, bijvoorbeeld door rapamycine, wordt de celgroei<br />

geremd, maar kunnen ook door die negatieve feedback<br />

een aantal secundaire effecten optreden. Die effecten<br />

kunnen bepalend zijn voor de mate waarin medicatie in<br />

een specifieke patiënt werkt of juist niet. Behalve de mTOR<br />

pathway is er ook een TGF-beta pathway. Deze laatste<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

9


eguleert groei, apoptose en EMT (cellen maken zich van<br />

elkaar los om tumoren te kunnen vormen of fibrose). <strong>TSC</strong>1<br />

blijkt ook de TGF-beta pathway te activeren. Deze rol van<br />

<strong>TSC</strong>1 is onafhankelijk van <strong>TSC</strong>2. Onderzoek van tubers en<br />

SEGAs van <strong>TSC</strong> patiënten lijkt bovenstaande hypotheses te<br />

bevestigen. Prof. Thedieck doet hiernaar verder onderzoek<br />

in samenwerking met prof. Aronica. Een ander onderzoek<br />

betreft het effect van <strong>TSC</strong>2-TGF-beta op neuro endocriene<br />

tumorcellen (NET). De vraag is of daar sprake is van hetzelfde<br />

proces als in de tubers en de SEGAs. Die vraag lijkt met<br />

ja te kunnen worden beantwoord. Rapamycine remt niet<br />

alleen mTOR, maar blijkt ook NET celgroei te remmen. Wat<br />

echter ook gebeurt, is dat de TGF-beta pathway wordt<br />

geactiveerd, vanwege de eerder genoemde negatieve<br />

feedback. Misschien is het dan dus beter om TGF-beta te<br />

remmen in plaats van mTOR. In een experiment bleek dat<br />

inderdaad beter te zijn. Maar ook aan TGF-beta remming<br />

kleeft een bezwaar. Het verhoogt de signalling van MEK-ERK<br />

(MAPK), een pathway die tumorgroei stimuleert. Om het<br />

nog verwarrender te maken blijkt TGF-beta in <strong>TSC</strong>2-deficiënte<br />

cellen juist MAPK signalling te remmen.<br />

Er is dus sprake van feedback en feedforward loops die met<br />

elkaar verweven zijn, van patiëntspecifiek gedrag (omdat<br />

het nogal verschil maakt waar de mutatie zit) en dat alles<br />

in een hoog dynamisch netwerk. Om deze complexiteit<br />

hanteerbaar te maken stelt prof. Thedieck voor dynamische<br />

computermodellen te ontwikkelen voor het voorspellen van<br />

de werking van medicatie. Hiervoor zijn projectvoorstellen<br />

ingediend om de eerste proofs of concept te ontwikkelen.<br />

De vraag die prof. Thedieck de komende tijd wil<br />

beantwoorden is: voorspelt de <strong>TSC</strong>1-/<strong>TSC</strong>2-status de respons<br />

op TFG-beta remmers? Ze roept partners op om haar te<br />

voorzien van patiëntenweefsels en –cellen en trial data.<br />

Met de presentatie van prof. Thedieck werd het ochtendprogramma<br />

afgesloten.<br />

Na de lunch nam Jan Paul Wagenaar het woord voor de<br />

uitreiking van de zesde Bourneville prijs aan dr. Mark Nellist,<br />

met de volgende woorden:<br />

“De winnaar van de Bourneville-prijs 2016 is al jaren een<br />

vaste waarde binnen een gerenommeerd onderzoeksteam<br />

en levert met passie en toewijding een grote en kwalitatieve<br />

bijdrage aan onderzoek op een ingewikkeld vakgebied. Hij<br />

heeft de kwaliteit om de voortschrijdende zoekrichting in<br />

kwalitatief uitstekende onderzoeksvoorstellen te vertalen<br />

en die te realiseren. Hij wordt nationaal en internationaal<br />

zeer gewaardeerd, is een goede samenwerker en is gul<br />

in het delen van kennis en materiaal. Door dit alles is hij<br />

in staat bruggen te slaan. Hij leverde een bijdrage aan de<br />

ontdekking van de <strong>TSC</strong>-genen (1993 en 1997) en was lid van<br />

het onderzoeksteam dat in 2001 de Bourneville-prijs ontving.<br />

Hij specialiseerde zich op een nieuw en in ontwikkelingzijnd<br />

vakgebied rond de producten van de genen, specifiek<br />

de <strong>TSC</strong>-eiwitten. In de speurtocht naar nog niet genetisch<br />

gediagnosticeerde <strong>TSC</strong>-patiënten ontwikkelde hij recent<br />

een nieuwe methodiek. Hij is altijd bereid zijn kennis op<br />

bijeenkomsten van STSN te presenteren. Maar het belang van<br />

zijn vakgebied voor <strong>TSC</strong>, zijn intense beleving van de materie<br />

en passie om de inhoud te delen maken duidelijk dat we<br />

de-juiste-man-op-de-juiste plaats hebben om een belangrijk<br />

deel van de <strong>TSC</strong>-geheimen te ontcijferen.”<br />

Na het dankwoord van Mark Nellist gaf Henriette<br />

Moll, klinisch directeur ENCORE, het startsein voor het<br />

middagprogramma.<br />

<strong>TSC</strong>-geassocieerde neuropsychiatrische<br />

aandoeningen: het gebruik van de<br />

TAND-lijst<br />

Prof. Dr. Anna Jansen, Kinderneuroloog, Universitair<br />

Ziekenhuis, Brussel<br />

In 2005 is door een groep <strong>TSC</strong> deskundigen onder leiding van<br />

Petrus de Vries een publicatie uitgebracht (Consensus clinical<br />

guidelines for the assessment of cognitive and behavioural<br />

problems in Tuberous Sclerosis) met klinische aanbevelingen<br />

voor het goed in kaart brengen van de cognitieve- en<br />

leefproblemen van mensen met <strong>TSC</strong>. Aanleiding hiervoor<br />

was de uitkomst van een Engels onderzoek dat aangaf dat<br />

90% van de mensen met <strong>TSC</strong> biopsychosociale moeilijkheden<br />

ervaart tijdens hun levensloop en dat minder dan 20% hiervan<br />

een evaluatie dan wel gepaste begeleiding krijgt. In 2012 is<br />

dit uitgewerkt in een voorstel om te komen tot een formele<br />

multidisciplinaire evaluatie van de patiënt bij diagnose,<br />

op scharniermomenten en op indicatie en tevens tot een<br />

jaarlijkse screening in een <strong>TSC</strong> poli. Om algemeen gebruik<br />

van de aanbevelingen te bevorderen is er voor gekozen om<br />

ze te kwalificeren als TAND, <strong>TSC</strong> Associated Neuropsychiatric<br />

Disorders. De volgende stap was het opstellen van een TAND<br />

checklist. Daarmee zou patiëntinformatie gestructureerd en<br />

geüniformeerd kunnen worden.<br />

De TAND checklist registreert (geobserveerd) gedrag,<br />

psychiatrische stoornissen, begaafdheid, academisch niveau/<br />

leren, neuropsychologische evaluatie en psychosociaal<br />

functioneren. De TAND checklist is in twee rondes<br />

internationaal gevalideerd. In de toekomst zal de vraag<br />

beantwoord moeten worden in welke mate de jaarlijkse<br />

10 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


screening met de TAND checklist bijdraagt aan het verbeteren<br />

van de begeleiding van patiënten. Daarnaast kan met<br />

behulp van ingevulde TAND checklists worden vastgesteld<br />

of er sprake is van clusters van problemen en kan gewerkt<br />

worden aan het ontwikkelen van een toolkit met adviezen<br />

voor verdere evaluatie of begeleiding. Met gedrag wordt<br />

gedrag in brede zin bedoeld, dus de observatie van de wijze<br />

waarop iemand zich presenteert. Gedrag wordt voorafgegaan<br />

door iets, een antecedent, en wordt gevolgd door iets:<br />

Antecedent-Behaviour-Consequence. <strong>TSC</strong> kan in de praktijk<br />

heel gevarieerd uitpakken. Mw. Jansen illustreert dit met<br />

twee casussen en presenteert vervolgens een overzicht van<br />

factoren voor gedragsproblemen bij <strong>TSC</strong>.<br />

Gedragsproblematiek bij kinderen<br />

met <strong>TSC</strong><br />

Drs. Leontine ten Hoopen, Kinder- en Jeugdpsychiater,<br />

Expertisecentrum ENCORE, Erasmus MC – Sophia<br />

Kinderziekenhuis, Rotterdam<br />

Bij het <strong>TSC</strong> Expertisecentrum in Rotterdam worden standaard<br />

cognitieve/psychiatrische evaluaties uitgevoerd op de<br />

scharnierleeftijden 2, 3, 7, 11 en 15 jaar, daarna op de<br />

18+ poli. De evaluaties vinden plaats aan de hand van een<br />

protocol. Op deze wijze zijn 123 onderzoeken uitgevoerd bij 76<br />

kinderen (sommige kinderen zijn meer dan eens onderzocht).<br />

De intelligentieverdeling bij kinderen met <strong>TSC</strong> is als volgt:<br />

ongeveer de helft ontwikkelt zich vrij aardig en komt iets<br />

onder het gemiddelde van de rest van de bevolking uit. En de<br />

andere helft heeft een hele grote ontwikkelingsachterstand.<br />

Bij de psychiatrische diagnoses komen autistische en<br />

autismespectrumstoornissen het meest voor, gevolgd door<br />

ADHD en leerproblemen. Ongeveer 2/3 van de kinderen krijgt<br />

een kinderpsychiatrische diagnose. Concluderend stelt mw.<br />

Ten Hoopen: De kenmerken van de groep kinderen van de <strong>TSC</strong><br />

poli in Rotterdam zijn in lijn met de literatuur. Gemiddeld IQ is<br />

70, en bij 50% van de kinderen


komen. Na een jaar Zorgprogramma is al naar voren<br />

gekomen dat kinderen met autisme meer problemen hebben<br />

met het verwerken van auditieve prikkels dan kinderen met<br />

autisme en epilepsie. Geprobeerd wordt om subtypes te<br />

onderscheiden bij prikkelgevoeligheid.<br />

Recent zijn de twee <strong>TSC</strong> Expertisecentra, in Rotterdam en Utrecht,<br />

erkend door de NFU (Nederlandse Federatie van Universitair<br />

De <strong>TSC</strong> Expertisecentra in Utrecht<br />

en Rotterdam<br />

Dr. Agnies van Eeghen, Arts voor Verstandelijk<br />

Gehandicapten (AVG), Expertisecentrum ENCORE<br />

Erasmus MC Rotterdam, De Hartekamp Groep,<br />

Haarlem<br />

Medische Centra) als expertisecentra. Doel is te komen tot één<br />

expertisecentrum op twee locaties, waardoor samenwerking<br />

in zorg en in wetenschap versterkt wordt. Op het Erasmus is<br />

sinds kort een 18+ poli van start gegaan. Kenmerkend voor<br />

de Expertisecentra is het multidisciplinair werken. Een van de<br />

speerpunten is de transitie-zorg, de zorg in de leeftijdsfase<br />

16 tot 23 jaar. De overgang van thuis wonen naar zelfstandig of<br />

begeleid, de overgang van school naar werk of dagbesteding, de<br />

overgang van kinderarts naar zorg voor volwassenen maakt dat<br />

in deze periode specifieke begeleiding nodig is.<br />

Problemen zijn er in die levensfase met de regievoering,<br />

de behoefte aan persoonlijke zorg en het gebrek aan<br />

overleg tussen artsen.<br />

Een onderdeel van de samenwerking tussen de twee<br />

Expertisecentra is de aanleg van een <strong>TSC</strong>-database. De<br />

volgende uitdagingen doen zich voor bij het intensiveren van<br />

de samenwerking:<br />

• kwetsbaarheid door beperkt aantal specialisten, interesses<br />

persoonsgebonden, niet discipline-breed gedragen<br />

• beperkt draagvlak volwassen specialismen door hoge<br />

kosten en beperkte groeimogelijkheden<br />

• beperkte betrokkenheid bij doelgroep verstandelijk<br />

beperkten in vele MCs<br />

• arts verstandelijk gehandicapten is nog geen DBC schrijver<br />

• in UMCs verschillende culturen t.a.v. neuropsychiatrische zorg<br />

Dr. Van Eeghen ziet echter vooruitgang en verwacht in de<br />

toekomst een steeds intensievere samenwerking.<br />

De erkenning van de (<strong>TSC</strong>)<br />

expertisecentra, vervolgacties en de<br />

Europese referentie Netwerken<br />

Dr. Wendy van Zelst-Stams, Klinische Genetica,<br />

Radboud Universitair Centrum, Nijmegen, Projectleider<br />

Expertisecentrum Zeldzame Aandoeningen<br />

in Nederland<br />

Dr. Van Zelst is projectleider voor expertisecentra zeldzame<br />

aandoeningen van de NFU. We spreken van een zeldzame<br />

aandoening als minder dan 1 op 2000 mensen er door<br />

aangedaan zijn. In Europa betreft dit 27 tot 36 miljoen<br />

personen. In Nederland is dat 1 miljoen. Er zijn 7000 - 8000<br />

zeldzame aandoeningen. Binnen Europa is een beweging<br />

op gang gekomen om gezamenlijk de kwaliteit van de zorg<br />

voor mensen met een zeldzame aandoening te verbeteren.<br />

De Europese Commissie heeft elke lidstaat opgedragen<br />

een Nationaal Plan op te stellen met dit doel. Onderdeel<br />

van deze plannen moest in ieder geval de oprichting zijn<br />

van expertisecentra die voldoen aan de EUCERD criteria en<br />

zo deel gaan uitmaken van European Reference Networks<br />

(ERN). In oktober 2013 is in Nederland het Nationaal<br />

Plan Zeldzame Ziekten verschenen. De aanbeveling in dat<br />

rapport om expertisecentra in kaart te brengen is uitgevoerd<br />

door de NFU. Ook heeft NFU de minister geadviseerd<br />

over erkenning van de expertisecentra. Daarvoor is een<br />

beoordelingsprocedure ontwikkeld.<br />

Eind 2016 zal duidelijk worden hoeveel ERN netwerken er zijn.<br />

Dit zal naar verwachting rond de 25 zijn aangezien ze thematisch<br />

en op een hoog niveau van clustering zijn gedacht. n<br />

12 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

13


Column<br />

Daar zit muziek in…..<br />

Leonore Kuijpers is AVG en werkt sinds 25 jaar binnen de VG-zorg. Zij is consulent<br />

bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) en lid van het Expertiseteam<br />

<strong>TSC</strong> en Gedrag.<br />

tekst Leonore Kuijpers<br />

Bij het zoeken naar een naam voor mij werden mijn ouders<br />

geïnspireerd door klassieke muziek: ‘Ouverture Leonore’ uit de<br />

opera ‘Fidelio’ van Ludwig von Beethoven.<br />

Ik ben opgegroeid met muziek, uiteenlopend van Curaçaose<br />

walsjes tot de Matthäus Passion van Bach. Als puber draaide ik<br />

sommige platen grijs. Vooral nummers in mineur hielpen me<br />

door de zwarte periode die puberteit heet, heen. Teksten van<br />

hits van jaren terug zing ik zo mee, terwijl ik andere dingen<br />

allang vergeten ben.<br />

Als ik thuis ben staat er altijd muziek op. De stijl is afhankelijk<br />

van mijn stemming of van waar ik mee bezig ben. Muziek<br />

intrigeert me. Waarom vind je iets mooi of vreselijk? Waarom<br />

krijgen sommige mensen kippenvel bij het luisteren naar<br />

muziek en anderen niet?<br />

Er wordt regelmatig onderzoek gedaan naar muziek en de<br />

invloed daarvan op de mens. Denk aan Oliver Sacks en Erik<br />

Scherder, die boeken hebben geschreven over het effect van<br />

muziek op de hersenen. Bij ons eigen onderzoek naar <strong>TSC</strong> en<br />

gedrag viel op dat veel jonge kinderen met <strong>TSC</strong> beter reageren<br />

als er gezongen wordt, dan wanneer er gesproken wordt. Toen<br />

wij ons handboek ‘<strong>TSC</strong> in de verschillende levensfasen’ gingen<br />

schrijven, hebben we ons dan ook verdiept in de achtergrond<br />

hiervan.<br />

Wat is eigenlijk het verschil tussen muziek en gewoon ‘geluid’?<br />

Muziek wordt gevormd in de hersenen. Voordat het daar<br />

terechtkomt is muziek geluid, trillingen die door het trommelvlies<br />

worden geregistreerd. Ons brein maakt daar muziek van.<br />

Mooi of lelijk is afhankelijk van welke delen van de hersenen<br />

daarbij geactiveerd worden. Over het kippenvel dat je wel<br />

of niet krijgt, lopen de meningen uiteen. Sommigen zeggen<br />

dat het komt door stoffen in de hersenen die vrijkomen bij<br />

een soort ‘kick’, anderen dat het een plotseling afgebroken<br />

angstreactie is of dat het een kwestie is van een avontuurlijke<br />

persoonlijkheid<br />

‘Thank you for the music’<br />

(ABBA)<br />

De reden dat kinderen beter kunnen communiceren via liedjes<br />

dan met gesproken taal, is duidelijker. Baby’s blijken een<br />

bijzondere interesse te hebben voor muziek. Als ze kijken<br />

naar een film waarin hun moeder zingt, vinden ze deze<br />

Leonore Kuijpers<br />

interessanter dan die waarin ze praat. Zuigelingen imiteren<br />

zelfs de intonatie van hun moedertaal. Zo huilen Franse baby<br />

‘omhoog’, als de intonatie van de Franse taal, en Duitse baby’s<br />

juist naar ‘beneden’. Tijdens het zingen spreek je woorden<br />

langzamer uit dan wanneer je praat. Hierdoor is er meer tijd<br />

om stil te staan bij de klanken waaruit een woord bestaat,<br />

waardoor woorden uit een liedje gemakkelijker blijven hangen<br />

in het geheugen. Het blijkt dat mensen met dementie waarbij<br />

het geheugen, de taal en praktische vaardigheden ernstig<br />

zijn aangetast, reageren op bekende melodieën en deze mee<br />

kunnen zingen, zelfs nadat de muziek wordt stopgezet.<br />

In veel landen is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar<br />

het effect van muziekles op scholen. Bij kinderen is al vaak<br />

bewezen dat muziek maken het IQ verhoogt. Jonge kinderen<br />

die muziekles krijgen, ontwikkelen een beter geheugen door<br />

de manier waarop hun hersenen informatie verwerken en<br />

opslaan. Uit EEG-onderzoeken is gebleken dat bij mensen die<br />

muziek maken de linker hersenhelft (spraak en intelligentie)<br />

en de rechter hersenhelft (gevoelstoestand) sterker met elkaar<br />

verbonden zijn dan bij niet-musicerende mensen.<br />

Soms wordt muziektherapie toegepast bij kinderen met<br />

autisme. Het voordeel is dat er geen uitleg, lichamelijk en<br />

oogcontact nodig zijn om interactie tussen kind entherapeut<br />

te laten ontstaan. Mensen met autisme begrijpen veel nonverbale<br />

signalen, zoals lichaamstaal of mimiek, niet vanzelf.<br />

Maar structuren in de muziek, zoals maat en ritme, lijken ze<br />

soms zelfs beter te herkennen dan mensen zonder autisme.<br />

Ze zijn ook goed in staat om te horen dat bepaalde tonen bij<br />

elkaar horen en andere niet. Door samen te spelen, te variëren<br />

in tempo,maat en ritme, te improviseren of te lachen om<br />

muzikale grapjes, kan een kind worden gestimuleerd in de<br />

interactie met zijn omgeving.<br />

Toch doet muziek niet altijd goed. Zo hebben mensen met <strong>TSC</strong><br />

vaak moeite met het verwerken van alle informatie die op<br />

hen afkomt. Doordat er teveel informatie binnen komt die niet<br />

gefilterd kan worden, kunnen ze overprikkeld raken. Dit kan<br />

bijvoorbeeld het geval zijn als er muziek aanstaat. ‘Muzikaal<br />

behang’ terwijl er ook andere activiteiten plaats vinden, kan zo<br />

ook juist spanning veroorzaken! Dus houd wel maat!! n<br />

14 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


Zorgen en zorgbehoeftes van<br />

jongvolwassenen met <strong>TSC</strong><br />

en hun ouders<br />

tekst Agnies van Eeghen<br />

Waar maken jongvolwassenen met <strong>TSC</strong> zich zorgen om en<br />

waar hebben ze behoefte aan? Dat was de vraag die in de<br />

afgelopen maanden aan patiënten en ouders gesteld werd.<br />

Volwassen worden is voor elke jongere een uitdaging, maar<br />

wanneer je daarnaast ook nog <strong>TSC</strong> hebt, geeft dit vaak extra<br />

zorgen. Gelijktijdig met het volwassen worden, vindt een overgang<br />

plaats van de behandelend kinderarts naar de volwassenafdeling.<br />

In de praktijk blijkt deze transitie weleens moeizaam<br />

te verlopen. Wanneer de overgang is gemaakt, staan ouders<br />

en jongvolwassenen voor de uitdaging opnieuw hun weg te<br />

vinden in een nieuwe zorgstructuur. Tegelijkertijd met deze<br />

transitie vragen zaken zoals werk, een geschikte woonsituatie<br />

en het ontwikkelen van zelfstandigheid hun aandacht.<br />

Kortom, er gebeurt veel in de leeftijd van 18-30 jaar. Om in<br />

deze leeftijdsfase de zorg zo goed mogelijk in te richten, is<br />

het Erasmus MC in samenwerking met het UMC Utrecht een<br />

onderzoek gestart. In twee focusgroepen en elf individuele<br />

interviews zijn in totaal zestien patiënten en twaalf ouders<br />

van patiënten gevraagd naar hun zorgen en zorgbehoeftes. De<br />

vragen die gesteld zijn, gingen onder andere over lichamelijke<br />

en psychische klachten, medicijnen, vriendschappen, wonen,<br />

toekomstplannen, werken en erfelijkheid.<br />

We willen u een overzicht geven van de onderwerpen die<br />

naar voren zijn gekomen in deze gesprekken. Dit betreft een<br />

beknopte samenvatting die mogelijk niet alle nuances en<br />

meningen zal bevatten die naar voren zijn gekomen in het<br />

onderzoek. De bevindingen zullen tevens worden gepubliceerd<br />

in een internationaal vakblad waardoor de kennis ook met<br />

andere landen gedeeld wordt.<br />

Lichamelijke klachten en medicijnen<br />

Epilepsie en nierproblemen geven zorgen voor zowel<br />

ouders als patiënten. Goed werkende medicatie vermindert<br />

deze onzekerheid, hoewel de bijwerkingen die optreden<br />

een nieuwe zorg zijn. Daarnaast zijn de uiterlijke fibromen<br />

vervelend. Deze leiden soms tot ongewenste opmerkingen<br />

van omstanders. Slaapproblemen zijn bij velen aanwezig.<br />

Daarnaast komt vermoeidheid veel voor, soms als gevolg van<br />

medicatie.<br />

“ Ja ik ben wel vaak moe, na een lange<br />

werkdag of zo merk ik dat wel. Dan<br />

denk ik ook van ja, ik ben wel sneller<br />

moe dan andere mensen.”<br />

Toekomst en erfelijkheid<br />

Voor patiënten is de toekomst onzeker. Lichamelijke klachten<br />

als epilepsie en tumorgroei zijn onvoorspelbaar. Daarnaast is<br />

het spannend om een liefdesrelatie te krijgen. Zou een vriend<br />

of vriendin <strong>TSC</strong> wel accepteren? Ouders vragen zich af, ‘kan<br />

mijn zoon of dochter deze relatie wel aan’? Een andere zorg is<br />

erfelijkheid, veel jongvolwassenen willen de ziekte niet doorgeven.<br />

Er wordt veel nagedacht over mogelijkheden om toch<br />

kinderen te kunnen krijgen, of over hoe je tot de beslissing<br />

kunt komen om af te zien van kinderen krijgen.<br />

“Ja de kans is best wel groot, 50 tot<br />

60% of zo. Dat heeft mij echt aan het<br />

denken gezet van ja weet je, dan maar<br />

niet, want dat wil je niet. Dat wil je<br />

het kind niet aandoen en je naaste ook<br />

niet, en jezelf niet.”<br />

Psychologie<br />

Jongvolwassenen zijn op zoek naar de invloed van <strong>TSC</strong> op hun<br />

leven; welke karaktereigenschappen zijn een gevolg van <strong>TSC</strong><br />

en hoe moet ik daar mee om gaan? Ook het accepteren van<br />

een leven met mogelijk beperkingen als gevolg van <strong>TSC</strong> is<br />

lastig. Ouders zijn op dit gebied vaak bezorgd over de gedragsproblematiek<br />

en somberheid van hun kinderen. Ook vanuit de<br />

patiënten zelf is piekeren een veel voorkomende klacht.<br />

“Ja daar heb ik ook last van. Piekeren<br />

doe ik heel veel. … Maar ja en<br />

somberheid dat ik het soms echt niet<br />

meer zie zitten.”<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

15


Vriendschappen, relaties en contacten<br />

Hoewel sommige patiënten sociaal sterk zijn, blijft het<br />

aangaan van vriendschappen een zorg. Veel jongvolwassenen<br />

hebben weinig vrienden, hoewel ze dit wel zouden willen.<br />

Ook praten over <strong>TSC</strong> is soms lastig, vaak weten alleen familieleden<br />

en intieme vrienden hier van af. De vraag hoe vrienden<br />

op <strong>TSC</strong> zullen reageren, zorgt voor onzekerheid. Zeker als dit<br />

het aangaan van liefdesrelaties betreft. Seksualiteit lijkt bij de<br />

ondervraagde groep weinig problemen op te leveren.<br />

“Nou ja soms voel ik me wel eens<br />

eenzaam. Omdat ik heel weinig<br />

vrienden heb. (…) Ja dat vind ik best<br />

lastig om dan af te spreken”. En heb<br />

je daar hulp bij, of zou je dat willen?<br />

“Ja ik weet het niet, ik twijfel soms<br />

daar wel eens over. Ik vind het echt<br />

heel lastig.”<br />

Zelfstandigheid en wonen<br />

Voor ouders geeft het proces van zelfstandig worden<br />

zorgen, bijvoorbeeld om een passende woongroep te<br />

vinden of om hun zoon of dochter (gedeeltelijk) los te laten.<br />

Jongvolwassenen met de mogelijkheden om zelfstandig te<br />

functioneren, verkennen hun capaciteiten en willen leren hun<br />

leven zelfstandig vorm te geven. Zaken die hierbij problemen<br />

op kunnen leveren zijn het regelen van financiën, het overzien<br />

van onverwachte situaties en het plannen en organiseren<br />

van een dag.<br />

“Maar ik ben continu met hen bezig<br />

van hoe ga je dit doen, hoe ga je dat<br />

doen. Tot in de kleinste stapjes. Op<br />

straat, verkeersveiligheid, hoe doe je<br />

dat op je werk, je mobieltje hè leer<br />

daar maar eens mee omgaan. En zo<br />

heel stapje voor stapje. Je begint het<br />

ook te durven, dat is wel leuk om te<br />

zien, maar ik ben letterlijke elke dag<br />

ermee bezig.”<br />

Studie, werk en dagbesteding<br />

Zowel in studie als in werk uit <strong>TSC</strong> zich in een behoefte aan<br />

extra uitleg, herhaling en voldoende tijd voor het uitvoeren<br />

van opdrachten. Werk vinden is niet altijd makkelijk. Voor<br />

sommige jongvolwassenen is de werkdruk van een baan snel<br />

te hoog en is ook solliciteren lastig. In het geval van dagbesteding<br />

zijn ouders op zoek naar een locatie waar hun kind niet<br />

overbelast wordt. Wanneer het functioneringsniveau tussen<br />

werk en dagbesteding in zit, geeft dit voor ouders en<br />

patiënten onzekerheid over wat een geschikte plaats is.<br />

“ Het is wel een beetje zoeken met<br />

werk. Ik merk wel dat ik niet echt<br />

stressbestendig ben, zeg maar. In<br />

deze tijd is dat best lastig, want ja.<br />

(…)Vooral in deze tijd wordt er wel<br />

veel van je gevraagd, want ja, het<br />

wordt allemaal tegenwoordig steeds<br />

minder personeel. En het enige wat je<br />

kan doen is je best doen.”<br />

Transitie en structuur van de zorg<br />

De ervaringen van transitie naar volwassenzorg zijn verschillend.<br />

Ouders missen na de transitie een regievoerend arts,<br />

zoals de kinderarts dat was. Er is behoefte aan een arts die<br />

het eerste aanspreekpunt is, aandacht heeft voor de patiënt<br />

in zijn geheel en persoonlijke zorg levert. Jongvolwassenen<br />

vinden het daarnaast fijn als een arts zijn menselijke kant<br />

laat zien en ook over het ‘normale’ leven kan praten in plaats<br />

van alleen een controle uitvoert voor de symptomen van<br />

<strong>TSC</strong>. Een arts moet kennis hebben van <strong>TSC</strong>, overleggen met<br />

andere specialisten en de patiënten meer informatie geven<br />

over het ziektebeeld dan dat nu gebeurt.<br />

“Soms zijn sommige artsen te<br />

zakelijk. Ik had bij [naam dokter]<br />

heel erg het gevoel van hij ziet mij<br />

als persoon. Ik vind als een arts dat<br />

toepast, dat je daar echt, dat je dan<br />

heel goed je werk doet.”<br />

16 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


Stress voor ouders<br />

Voor ouders geeft ook de administratie rondom de behoeften<br />

van hun zoon of dochter zorgen. Daarnaast maken ouders zich<br />

zorgen over de vraag of hun zoon of dochter weerbaarder kan<br />

worden. Ook blijft het lastig om de regie over hun zoon of<br />

dochter te gaan delen met een netwerk dat in deze levensfase<br />

sterk vergroot wordt.<br />

“Onze dochter is totaal niet weerbaar,<br />

ze is een kind, ze ziet er mooi uit.<br />

Maar jongens om haar heen hebben<br />

ook een verstandelijke beperking,<br />

maar die hebben misschien de<br />

remmingen niet, dus die snappen<br />

ook niet waar ze die grenzen moeten<br />

leggen. Dus dat is een grote zorg<br />

voor ons.”<br />

Pauline Both<br />

Medisch student AVG<br />

Door middel van de gesprekken in de afgelopen maanden,<br />

hebben wij een beeld gekregen van wat er leeft onder jongvolwassenen<br />

met <strong>TSC</strong> en hun ouders. Dit onderzoek wordt<br />

voortgezet met behulp van een vragenlijst waarmee hopelijk<br />

een groter aantal patiënten wordt bereikt. Hierbij zullen ook<br />

meer ouders van ernstiger aangedane patiënten deelnemen<br />

dan tot nu toe het geval is. Het onderzoeksresultaat zal hierdoor<br />

op de totale groep patiënten van toepassing zijn.<br />

We willen iedereen bedanken die tot nu toe heeft meegewerkt<br />

aan dit onderzoek. Met elkaar gaan we ons best doen<br />

om in alle levensfases goede zorg te kunnen bieden aan <strong>TSC</strong><br />

patiënten! n<br />

Agnies van Eeghen<br />

Joke Patist<br />

Verpleegkundig specialist<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

17


Lara<br />

‘Ik kan het allemaal zelf’<br />

Lara (11 jaar) is de dochter van Sandra en Marlon Visch. Haar zusje heet Tessa (7 jaar). Sandra schrijft driemaandelijks over<br />

de leuke en minder leuke aspecten van leven met een kind met <strong>TSC</strong>.<br />

tekst en foto’s Sandra Visch<br />

Ik wil niet<br />

Lara wil een heleboel dingen niet. Dat is al heel lang zo,<br />

maar het is wel naar een niveautje hoger gegaan. Want ze<br />

probeert ons nu regelmatig te overtuigen van hoe zij het<br />

wil. Toen ze weer niet naar school wilde op maandag (zoals<br />

elke maandag) kwam ze met een enthousiast verhaal dat ze<br />

thuis wilde schoonmaken en mij zou gaan helpen. Ze zat zo<br />

in haar verhaal dat ze, denk ik, zelf ging geloven dat het ging<br />

lukken. Maar helaas, ze moest echt naar school, en daar werd<br />

ze heel verdrietig van. Ze was duidelijk erg teleurgesteld en<br />

huilde dikke tranen. Daarna sloeg het verdriet om in boosheid.<br />

Gelukkig kon ik rustig blijven en uiteindelijk heb ik haar op<br />

school kunnen ‘afleveren’. Ik moest er wel een ‘niet helemaal<br />

correct’ argument voor gebruiken. Namelijk dat kindjes die<br />

niet naar school gaan ook geen kinderfeestje mogen vieren.<br />

Al ruim een week is ze kruisjes aan het zetten op de aftelkalender<br />

tot aan het kinderfeestje en ze praat er elke dag heel<br />

veel over. Dus dat overtuigde haar om mee te werken.<br />

Twee dagen later hebben we weer een “ik wil niet” riedeltje,<br />

als ze haar wekelijkse BSO-middag heeft. Gelukkig maakt<br />

ze daar niet elke week een drama van, maar regelmatig wil<br />

ze er niet heen: “Ik kan echt alleen thuis blijven, ik pak dan<br />

gewoon zelf de klei. En ik ga met de playmobil spelen. Ik<br />

kan het allemaal zelf en dan ga ik niet naar de BSO. Ik ga<br />

echt niet!” Een halve dag alleen thuis blijven is echt geen<br />

optie. Maar ik heb haar nu wel een paar keer op een ander<br />

moment een half uurtje alleen gelaten. Als ik Tessa naar<br />

turnen moet brengen heeft ze geen zin om mee te gaan.<br />

Ze vindt het fijn om even alleen thuis te blijven, dan kan ze<br />

lekker filmpjes blijven kijken, en ik denk dat ze zich dan ook<br />

‘groot’ voelt. Maar als ik nadenk over wat er mis kan gaan<br />

… Lara herhaalt iedere keer heel goed dat ze voor niemand<br />

open doet en ik heb daar best vertrouwen in. Ze doet nooit<br />

open, ook niet als ze het wel moet doen voor een van ons:<br />

“doe ik niet, heb ik geen zin in”. Ik kan een heleboel dingen<br />

bedenken die mis kunnen gaan als ze alleen thuis is. Maar<br />

haar even alleen laten hoort ook bij een stukje loslaten en<br />

Lara zelfstandiger later worden. Dat vind ik heel lastig, maar<br />

tot nu toe bewijst ze mij steeds dat ze het kan!<br />

Feestjes<br />

Lara krijgt deze keer twee kinderfeestjes! Ze is nogal star<br />

in wie er op haar feestje mogen komen: gewoon dezelfde<br />

meisjes als ieder jaar. Maar het lijkt me ook leuk voor haar<br />

om een feestje met kids van school te vieren. Daarom doen<br />

we dit jaar twee feestjes! Tot nu toe vierden we al haar<br />

feestjes thuis, vorig jaar hadden we thuis een geslaagd<br />

feestje met een dansjuf. Maar nu zijn beide feestjes buiten<br />

de deur. Op het eerste feestje komen twee meiden van haar<br />

oude school waar ze vier jaar terug op zat en haar buurmeisje.<br />

We gaan naar ‘De Schatkids’, een binnenspeelhal<br />

waar zusje Tessa vorig jaar haar feestje vierde: “Nu mag ik<br />

18 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


op de troon zitten en een cadeautje uit de kist pakken”. Dat<br />

stelt niet veel voor, maar zij kijkt er erg naar uit. Natuurlijk<br />

heeft ze ook al zin in de frietjes op het feestje. En ik hoop<br />

dat ze ook lekker gaat spelen daar met de meiden, ik heb er<br />

redelijk veel vertrouwen in.<br />

Op het andere feestje komen vijf kinderen van school:<br />

twee meisjes en drie jongens. We gaan bowlen en frietjes<br />

eten. Ze heeft vooral superveel zin in het eerste feestje,<br />

over het andere feestje heeft ze het helemaal niet. Het<br />

tweede feestje vind ik wel een stuk spannender, omdat ik<br />

de kinderen minder goed ken. Houden ze het bowlen vol<br />

(voor Lara is een uur eigenlijk te lang...) en hoe reageren de<br />

kinderen op alle indrukken. Een moeder gaf al aan dat haar<br />

dochter niet goed tegen de herrie op een bowlingbaan kan.<br />

Voor mijn gevoel kan het beide kanten op gaan. Het feestje<br />

kan gewoon leuk worden met vrolijke kids, die leuk bowlen<br />

en lekker eten. Maar het kan ook mislukken, met huilende<br />

kids, die niet willen bowlen, geen frietjes willen, enzovoorts.<br />

Ik ga uit van het eerste scenario, maar ik bereid me voor op<br />

het tweede!<br />

Niet goed voorbereid?<br />

We hadden onlangs twee zaterdagen achter elkaar dat<br />

Marlon en ik weg moesten. Eén keer brachten we de meiden<br />

naar mijn schoonmoeder om te logeren. Maar een week<br />

later weer uit logeren gaan vond ik geen goed plan. Lara<br />

komt vaak oververmoeid thuis van een logeeravontuur, en<br />

ze gaat op zaterdag naar de zorgboerderij en ze wordt dan<br />

om ongeveer half vijf thuis gebracht. Als ze weer zou gaan<br />

logeren kon ze niet naar de boerderij. Dus ik had een betere<br />

oplossing gevonden: mijn ouders kwamen oppassen bij ons.<br />

‘Ze leek het prima te vinden’<br />

Wij moesten rond drie uur weg, dus ik heb een paar keer<br />

uitgelegd aan Lara dat oma en opa er zouden zijn wanneer<br />

Lara thuis kwam. En dat oma en opa haar naar bed zouden<br />

brengen. Er kwam geen protest, ze leek het prima te vinden.<br />

Ik had echt verwacht dat het goed zou zijn. Maar dat was<br />

niet zo: Lara wilde niet dat oma haar brace omdeed en ook<br />

niet naar bed gebracht worden. Ze had een tijdje gehuild,<br />

maar toen ze besloten hadden haar op te houden tot wij<br />

thuis waren was het goed. Gelukkig kwamen we niet heel<br />

laat thuis. Ik was verbaasd dat het naar bed brengen niet gelukt<br />

was. Achteraf gezien was het misschien wel te verwachten: want<br />

ze passen nooit hier op. Bij oma thuis is het logisch dat oma haar<br />

naar bed brengt, maar thuis brengt mama haar naar bed.<br />

Het blijft lastig in te schatten wat wel en niet goed gaat bij<br />

Lara, soms verbaast ze ons enorm en reageert ze veel beter<br />

dan verwacht. En op momenten dat je ‘niets’ verwacht, kan<br />

het een drama worden.<br />

We gingen een tijdje geleden een weekend naar de Efteling,<br />

de eerste keer Efteling voor ze! Geweldig natuurlijk, want<br />

de meiden zijn gek op pretparken, maar Lara was boos dat<br />

we niet naar Center Parcs gingen. En een dag voor vertrek<br />

zei ze dat ze er echt niet heen wilde. Maar dat bleek flinke<br />

spanning vooraf: nu we er geweest zijn is ze Efteling-fan<br />

en vraagt ze steeds “Papa, wanneer gaan we weer in de<br />

Python?”. Hoe het hele weekend verliep … daar kan ik een<br />

column over vol schrijven, misschien een volgende keer<br />

meer daarover. n<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

19


Je hersenen nalaten voor<br />

onderzoek: heeft u daar<br />

al eens over nagedacht?<br />

Op verzoek van het Bestuur ging Yvonne Strikwerda op bezoek bij Professor Eleonora Aronica van de afdeling Pathologie<br />

van het AMC en bij Saskia Palmen en Marleen Rademaker van de Hersenbank om hen te interviewen over het belang van<br />

postmortaal onderzoek van de hersenen van patiënten met <strong>TSC</strong>.<br />

tekst Yvonne Strikwerda en Benjamin Tak foto’s Yvonne Strikwerda<br />

Het eerste deel van dit tweeluik, waarin ik verslag deed van mijn<br />

gesprek met Eleonora Aronica, verscheen in het vorige nummer<br />

van het <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>, nummer 135. In dit tweede deel vertel<br />

ik u over het gesprek dat wij, mijn jongste zoon Benjamin en<br />

ik, hadden met Saskia Palmen en Marleen Rademaker van de<br />

Hersenbank.<br />

Een paar dagen na het gesprek met Eleonora Aronica ga ik<br />

weer naar het AMC, dit keer in gezelschap van Benjamin, die<br />

psychobiologie (biologie van de hersenen) studeert en dit<br />

onderwerp dus ook razend interessant vindt. Bovendien is<br />

ons een rondleiding aangeboden na afloop van het gesprek,<br />

waarbij we van alles te zien zullen krijgen over de bewerking,<br />

de opslag en de verzending van het hersenweefsel dat<br />

door de Hersenbank bewaard en beheerd wordt, wat het<br />

allemaal nog interessanter maakt.<br />

De Hersenbank is gehuisvest in een gebouw dat zich op het<br />

AMC-terrein bevindt, maar maakt geen deel uit van het AMC.<br />

Het is een apart instituut. Vergelijk het met de ‘Bloedbank’, waar<br />

bloed bewaard wordt. Zo wordt bij de Hersenbank hersenweefsel<br />

bewaard voor het doen van wetenschappelijk onderzoek. Het<br />

instituut is opgericht in 1985 door professor Dick Swaab.<br />

In 1978 werd Professor Dick Swaab (1944) directeur<br />

van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek,<br />

tegenwoordig het Nederlands Herseninstituut. Vanwege<br />

zijn onderzoek naar de ziekte van Alzheimer besloot hij<br />

een ‘hersenbank’ te beginnen waarbij mensen zich bij<br />

leven als hersendonor kunnen registreren en waardoor<br />

hersenweefsel kan worden verzameld, gekarakteriseerd,<br />

bewaard en wereldwijd verspreid voor wetenschappelijke<br />

doeleinden. In 1985 ging de Nederlandse Hersenbank van<br />

start. Sinds 1990 verzamelt de NHB ook hersenweefsel<br />

van andere neurologische en ook van psychiatrische<br />

aandoeningen. Behalve bovengenoemd hersenweefsel is<br />

er ook weefsel nodig van gezonde personen,<br />

de zogenaamde ‘controles’.<br />

We worden vriendelijk ontvangen door Marleen Rademaker,<br />

die projectcoördinator is van het project NHB-Psy. Juist vanwege<br />

dit project is ons bezoek aan de Hersenbank van belang voor<br />

de STSN. Als ook Saskia Palmen gearriveerd is kunnen we van<br />

start. Saskia is klinisch coördinator van het NHB-Psy project. Zij is<br />

verantwoordelijk voor de werving van donoren.<br />

Saskia legt uit wat NHB-Psy, oftewel de Nederlandse Hersenbank<br />

voor Psychiatrie inhoudt. De Hersenbank was lange tijd gericht op<br />

neurologische aandoeningen zoals MS, Alzheimer, Parkinson, ALS<br />

en dergelijke. Op initiatief van Saskia Palmen en onder leiding<br />

van Inge Huitinga, de huidige directeur van de Hersenbank,werd<br />

het onderzoeksterrein uitgebreid naar psychiatrische aandoeningen.<br />

Dit vanuit de overtuiging dat psychiatrische aandoeningen<br />

hun basis vinden in de hersenen. Deze overtuiging is nog<br />

niet zo oud en binnen de psychiatrie denkt niet iedereen daar<br />

zo over. Zo is NHB-Psy ontstaan. Maar wat is nu het verband<br />

met <strong>TSC</strong>? Dat zit zo. Ongeveer een half jaar geleden benaderde<br />

Agnies van Eeghen, AVG (Arts voor Verstandelijk Gehandicapten)<br />

de Hersenbank. Zij is een bekende uit het Expertnetwerk van de<br />

STSN. Zij stelde voor het project uit te breiden met een aantal<br />

syndromen, waaronder <strong>TSC</strong>. De Hersenbank had daar interesse<br />

voor, want bij syndromen waarvan bekend is waar de fout(en)<br />

in de genen zich bevinden zoals <strong>TSC</strong>, kun je heel gericht onderzoek<br />

doen. Zo kan je het hebben van een <strong>TSC</strong>-mutatie zien als<br />

een risicofactor voor psychiatrische aandoeningen zoals ADHD<br />

en autisme, net zoals <strong>TSC</strong> een risicofactor is voor epilepsie en<br />

sommige tumoren. Hersendonatie door patiënten met <strong>TSC</strong>, kan<br />

ook onderzoek bevorderen naar de oorzaak van de hersenafwijkingen,<br />

epilepsie, leerproblemen en psychiatrische problemen die<br />

veel gezien worden bij <strong>TSC</strong>.<br />

Werving van donoren: er is nog een hoop<br />

werk te doen<br />

Saskia en Marleen leggen uit hoe ze te werk zijn gegaan. Eerst<br />

moesten er fondsen geworven worden. Het project kreeg een<br />

grote subsidie (denk in de orde van 3,5 miljoen euro) voor het<br />

opzetten van een donorprogramma voor mensen met een<br />

20 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


psychiatrische diagnose, binnen de bestaande infrastructuur<br />

van de NHB om hersenweefsel te verzamelen van overleden<br />

patiënten met psychiatrische hersenziekten, zoals schizofrenie,<br />

dwangstoornissen en depressie. Het is noodzakelijk om psychiatrische<br />

patiënten en familieleden te informeren en uit te nodigen<br />

om zich als hersendonor te registreren bij de Nederlandse<br />

Hersenbank. Omdat 90% van de Nederlanders de Hersenbank<br />

niet kent, is daar nog een hoop werk te doen. Na de fase van<br />

de fondsenwerving hebben ze vanaf oktober 2013 alle relevante<br />

patiëntenverenigingen binnen de psychiatrie benaderd.<br />

Saskia Palmen legt uit dat het onderzoek van het verkregen<br />

materiaal op celniveau gebeurt. Benjamin veert op nu het<br />

gesprek wat technischer en daarom voor hem interessant<br />

wordt. Er ontspint zich een nogal technische discussie tussen<br />

Saskia en Benjamin over de vraag ‘of je in dit soort onderzoek<br />

iets kunt met biomarkers’. Maar voor de trouwe lezers van het<br />

<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> is deze term toch niet helemaal onbekend. Ook het<br />

woord ‘pathways’ valt en ook dat komt regelmatig voorbij in dit<br />

blad. Na dit technische uitstapje wordt het voor mij ook weer<br />

begrijpelijk.<br />

De microscoop brengt het onderzoek verder<br />

Saskia legt uit dat psychiatrische ziektes niet terug te voeren<br />

zijn op één genafwijking. Wat wij voor het gemak met één<br />

woord aanduiden, bijvoorbeeld ‘depressie’, omvat eigenlijk<br />

allerlei verschillende aandoeningen. Ook bij ‘autisme’ bijvoorbeeld<br />

zijn vele genen betrokken, honderden zelfs! Het onderzoek<br />

focust daarom op bepaalde klachten en symptomen,<br />

zoals je terugtrekken uit sociaal contact, die bij verschillende<br />

ziektebeelden voorkomen. In combinatie met de technieken<br />

die de NHB gebruikt om het weefsel op celniveau te bestuderen<br />

onder de microscoop kan postmortem onderzoek zo<br />

bijdragen aan het vergroten van kennis over het ontstaan van<br />

psychiatrische aandoeningen en syndromen. Met als uiteindelijk<br />

doel de behandeling te verbeteren en daarmee de<br />

kwaliteit van leven van patiënten te verhogen.<br />

Vervolgens legt Saskia uit dat zowel MRI-onderzoek, als<br />

diermodellen als de genetica veel hebben opgeleverd<br />

maar ook hun beperkingen hebben en dat daarom aanvulling<br />

met postmortem onderzoek noodzakelijk is. Iets wat<br />

Eleonora Aronica in het vorige interview ook al benadrukte.<br />

MRI-onderzoek laat immers niet zien wat er op celniveau<br />

verandert. En de genetica is als wetenschap ook slechts<br />

beperkt toepasbaar als we meer willen weten over de genetica<br />

van hersencellen, want door de bloed-hersenbarrière bij<br />

de mens kunnen we de resultaten van genetisch onderzoek<br />

door middel van bloedafname niet zomaar vertalen naar wat<br />

er in de hersenen gebeurt. Ook onderzoek met behulp van<br />

muismodellen helpt ons niet voldoende vooruit. Je kunt in<br />

een muis immers psychiatrische symptomen zoals wanen<br />

moeilijk nabootsen.<br />

Trots op de Hersenbank<br />

Vervolgens geeft Saskia een aantal voorbeelden van de onderzoeksvragen<br />

die onderzoekers kunnen hebben, waarvoor zij het<br />

hersenweefsel gebruiken. Vanuit de verschillende wetenschappelijke<br />

disciplines, bijvoorbeeld genetica of psychiatrie worden<br />

verschillende onderzoeksvragen gesteld. Bij <strong>TSC</strong>-patiënten kan<br />

het bijvoorbeeld interessant zijn te bekijken of na het gebruik<br />

van Votubia de afweercellen in het brein, de zogenaamde<br />

microglia, tot rust komen.<br />

Saskia en Marleen vertellen niet zonder trots dat de Nederlandse<br />

Hersenbank over kwalitatief zeer goed materiaal beschikt, omdat<br />

in Nederland de uitname van het weefsel snel kan gebeuren<br />

door de korte afstanden. Er zit slechts twee tot acht uur tussen<br />

het moment van overlijden en de uitname van het hersenweefsel.<br />

Ook is al het papierwerk dan al geregeld, omdat de<br />

schriftelijke toestemming reeds bij leven gegeven is. Verder<br />

worden de uitnamen gedaan volgens een standaardprocedure<br />

door een vast team. Tot slot heeft de NHB veel (geanonimiseerde)<br />

klinische gegevens van de donoren. Dit is belangrijk<br />

omdat mensen met dezelfde aandoening toch heel verschillend<br />

kunnen zijn, daardoor wordt het mogelijk de overeenkomsten<br />

en verschillen goed in kaart te brengen. Omdat de NHB door<br />

deze werkwijze zo goed aangeschreven staat, wordt er ook door<br />

buitenlandse onderzoekers veel weefsel aangevraagd.<br />

Dr. Saskia Palmen<br />

(Kinder)psychiater UMC<br />

Utrecht Hersencentrum<br />

en klinisch coördinator<br />

NHB-Psy. Saskia is<br />

verantwoordelijk voor de<br />

donorwerving.<br />

Drs. Marleen Rademaker<br />

Project coördinator<br />

NHB-Psy. Marleen is<br />

verantwoordelijk voor de<br />

voortgang van het project<br />

en betrokken bij de<br />

donorwerving en PR.<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

21


De kast van professor Swaab<br />

Na dit interessante gesprek worden we overgedragen aan<br />

Michiel Kooreman, technisch coördinator. Hij coördineert<br />

alle verzendingen van materiaal. Hij is ook aanwezig bij<br />

de obducties en doet ook zelf nog laboratoriumwerk, zijn<br />

oorspronkelijke vak. Michiel is heel trots op het werk van de<br />

Hersenbank. Met veel enthousiasme laat hij ons zijn werkterrein<br />

zien. Eerst laat hij ons de ruimte zien waar medewerkers<br />

bezig zijn om materiaal te prepareren. Het materiaal, het<br />

hersenweefsel dus, wordt onder andere in paraffine (blokjes<br />

kaarsvet) opgeslagen, dat vervolgens in hele dunne plakjes<br />

gesneden kan worden. Het materiaal wordt ook ingekleurd<br />

waardoor de structuur goed zichtbaar wordt. De geprepareerde<br />

stukjes weefsel worden bewaard tussen glaasjes en<br />

die worden genummerd en in lades opgeslagen. Dit is een<br />

precisiewerkje: het materiaal moet altijd terug te vinden zijn.<br />

Als we verder door de gang lopen zien we een hele wand<br />

met kasten die allemaal materiaal bevatten van verschillende<br />

ziektebeelden. Eén kast gaat open om te zien hoe dat er uit<br />

ziet: en dit is niet zomaar een kast, maar de ‘kast van Prof.<br />

Swaab’. Als u goed kijkt ziet u op de foto de aanduidingen<br />

ALS, Down en PWS (Prader Willi Syndroom).<br />

De grijze massa is roze<br />

Vervolgens gaan we naar de<br />

kelder, naar de vriesruimte. Hier<br />

staat een groot vat met vloeibare<br />

stikstof (-80 graden!) en<br />

een hele batterij vrieskisten. Er<br />

wordt gewerkt met zogenaamd<br />

droogijs. Vreemd spul: als het<br />

smelt is er geen water en als je<br />

er op blaast komt er ‘rook’ af.<br />

We krijgen ook een stukje ingevroren<br />

hersenweefsel te zien,<br />

om precies te zijn een stukje van<br />

de ‘substantia nigra’, de zwarte<br />

kern, uit het middendeel van de<br />

hersenen, die er overigens<br />

niet zwart, maar roze uitziet<br />

(dit vanwege de aanwezige<br />

bloedvaten. De term<br />

‘grijze massa’ gaat dus niet<br />

op). Elke handeling moet<br />

hier met uiterste precisie<br />

gebeuren, voordat je het<br />

weet zit je vastgevroren.<br />

Dus de handschoenen<br />

gaan aan, omzichtig wordt<br />

een doosje uit de vrieskist<br />

gepakt, dat nadat wij de roze substantie bewonderd hebben,<br />

weer net zo omzichtig terug gaat in de vrieskist.<br />

Emmertjes muurverf<br />

Tot slot zien we nog een hok, meer kan ik er niet van<br />

maken, waarin stellingkasten staan met plastic emmertjes,<br />

een soort Gamma-muurverf emmertjes, met ‘restmateriaal’ in<br />

formaline (ruikt niet lekker) en dit ziet er enerzijds extreem<br />

prozaïsch uit, maar drukt anderzijds volmaakt uit hoe zuinig,<br />

ik zou bijna willen zeggen met hoeveel liefde, er met het<br />

materiaal wordt omgegaan: er gaat letterlijk geen snipper<br />

verloren, ook dat wat er overblijft wordt bewaard ‘voor<br />

het geval dat’, zoals Michiel het uitdrukt: voor het geval er<br />

toch ergens een onderzoeker zou zijn die nu net dáár iets<br />

mee kan. En dat is geen<br />

hersenspinsel, maar zoiets<br />

gebeurde laatst echt met<br />

een onderzoek naar MS.<br />

Het werk van Michiel is om<br />

contact te onderhouden<br />

met de onderzoekers en<br />

hen op de best mogelijke<br />

manier aan het materiaal<br />

te helpen dat ze nodig<br />

hebben voor hun onderzoek.<br />

En dat is voor hem<br />

net zo interessant als de<br />

technische kant van dit<br />

werk. Ons bezoek zit er<br />

op. We bedanken Michiel<br />

zeer voor zijn interessante<br />

en uitgebreide rondleiding,<br />

waardoor het hele<br />

verhaal echt voor ons is<br />

gaan ‘leven’, wat wel een<br />

grappig woord is in deze omgeving.<br />

22 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


Praktische vragen<br />

Vervolgens praten we over een aantal praktische zaken: Wat<br />

betekent het praktisch gezien als je donor wilt zijn? Iemand<br />

die zich wil registreren als donor moet 18 jaar of ouder zijn.<br />

Voor iemand met <strong>TSC</strong> die permanent wilsonbekwaam is<br />

mogen de wettelijke vertegenwoordigers beslissen. Zelfs als<br />

het kind nog geen 18 is mogen ouders na het overlijden ‘in<br />

de geest van het kind’ toch besluiten tot donatie over te gaan.<br />

De verklaring waarin iemand aangeeft donor te willen zijn moet<br />

ook mede ondertekend zijn door een naaste, zodat de NHB weet<br />

dat de beslissing om te doneren is besproken met iemand uit<br />

de directe omgeving van de donor. En als de nabestaanden<br />

na de dood toch moeite hebben met de donatie wordt de<br />

hersenobductie niet verricht. Als orgaandonor ben je niet<br />

automatisch hersendonor, hiervoor is een aparte registratie<br />

bij de NHB nodig. Als je van gedachten verandert, kun je de<br />

registratie als hersendonor altijd ongedaan maken. Ook wil<br />

de NHB heel graag hersendonaties krijgen van familieleden<br />

die de aandoening niet hebben. Zij zijn belangrijk omdat<br />

de patiënt met hen bepaalde genen en vaak ook deels de<br />

omgeving deelt. Hun hersenen vormen daardoor interessant<br />

vergelijkingsmateriaal.<br />

Dan zijn er de praktische dingen direct na het overlijden van de<br />

donor zoals het uitnemen van de hersenen na het overlijden:<br />

de NHB moet zo snel mogelijk gebeld worden (24 uur per dag<br />

bereikbaar). Het uitnemen van de hersenen kan tot maximaal<br />

12 uur na het overlijden plaatsvinden. In geval van euthanasie<br />

is het belangrijk om de NHB vooraf op de hoogte te stellen. De<br />

uitname gebeurt in het VU Medisch Centrum in Amsterdam, en<br />

na uiterlijk 24 uur is de overledene terug bij de nabestaanden. De<br />

NHB betaalt de kosten van het vervoer (middels rouwtransport)<br />

en de obductie. De kosten voor de uitvaart blijven voor eigen<br />

rekening. Wie meer informatie wil kan die vinden op de website<br />

van de Nederlandse Hersenbank: https://www.hersenbank.nl n<br />

Mocht het onderwerp voor u ook een beetje zijn gaan leven, kijkt u dan nog eens op de website van de NHB www.hersenbank.nl<br />

en voor het project NHB-Psy op www.nhb-psy.nl. Via de link ‘De NHB in de media’ op deze website zijn programma’s te zien naar<br />

aanleiding van de start van de publiekscampagne voor NHB-Psy in maart 2016. Een animatiefilmpje over hoe het doneren precies in zijn<br />

werk gaat vindt u op https://youtu.be/W4PCUvoZ-ww: erg overzichtelijk!<br />

Op https://www.youtube.com/watch?v=tIJ9YL2sRqY legt Saskia Palmen uit wat de Hersenbank voor Psychiatrie is en waarom dit<br />

onderzoek nodig is.<br />

Een ander interessant filmpje is te zien op http://gezondheid.eenvandaag.nl/tv-items/65713/gezocht_plakje_van_uw_brein<br />

Een interview met Michiel Kooreman vindt u op<br />

http://www.npo.nl/noorderlicht-radio/06-01-2009/VPRO_80994/POMS_VPRO_203655<br />

Michiel Kooreman<br />

Technisch coúrdinator van de NHB.<br />

Michiel is verantwoordelijk voor het<br />

beheer en de verzending van het<br />

materiaal.<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

23


Bijeenkomst van ouders van<br />

pubers met <strong>TSC</strong><br />

tekst en foto’s Corinne Kijl<br />

Sinds kort zijn we, naast de andere lotgenotencontacten*,<br />

van start gegaan met een nieuw type bijeenkomst. Voor de<br />

tweede keer vond de ‘bijeenkomst voor ouders met een puber<br />

met <strong>TSC</strong>’ plaats. De bijeenkomsten worden begeleid door Koos<br />

van den Bogaard en Corinne Kijl.<br />

Koos van den Bogaard heeft de ‘Rots en Water’- methode<br />

uitgelegd en liet ons vervolgens wat oefeningen doen die<br />

aansluiten bij deze methode. We hebben veel lol gehad, maar<br />

iedereen deed toch ook serieus mee, al lijken de foto’s iets<br />

anders te laten zien. Oordeelt u zelf…..<br />

Na binnenkomst vonden de deelnemers elkaar al gauw<br />

en waren snel verwikkeld in diepgaande gesprekken. Een<br />

goed begin. De kinderen zijn qua leeftijd, functionerings- en<br />

ontwikkelingsniveau verschillend, maar dat is geen probleem,<br />

het blijken toch allemaal pubers te zijn met veel overeenkomsten.<br />

Als we de ontwikkelingsfasen doornemen om<br />

te kijken of we er iets van onze kinderen in herkennen is<br />

het pubergedrag bij iedereen (nog steeds) onmiskenbaar<br />

aanwezig, maar ook kleuter- en schoolkind gedrag (6-12 jaar)<br />

wordt nog veel gezien. Ook de sociaal-emotionele ontwikkeling<br />

blijft een moeilijk punt.<br />

Ook hebben we het nog kort gehad over onderwerpen waar<br />

een aantal deelnemers van deze groep nu tegen aanloopt,<br />

zoals de overgang naar de WMO of de WLZ, regelgeving<br />

en erfrecht. Na de pauze hebben we nog fijne gesprekken<br />

gevoerd, waarin iedereen zijn verhaal kwijt kon. Zo was het<br />

weer een waardevolle, leerzame en gezellige middag.<br />

*er zijn ook bijeenkomsten ‘voor ouders van jonge<br />

kinderen met <strong>TSC</strong>’, en verder zijn er het ‘LBO- en MBO/<br />

HBO-lotgenotencontact’. n<br />

Koos van den Bogaard en Corinne Kijl<br />

24 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


Twee héél verschillende kinderen<br />

An Godrie (37) uit Turnhout is mama van Emiel (het rustig voortkabbelende lagere school kind) en Flor (een vechter met<br />

vele uitdagingen op zijn levensweg). Zij vertelt over het leven met en het opvoeden van een kind met <strong>TSC</strong>.<br />

Ouders horen vaak “Jullie hebben echt wel twee verschillende<br />

kinderen in huis!”. Hier doelt men dan meestal op het karakter.<br />

In ons gezin kan je dit wat letterlijker nemen. Wij hebben<br />

namelijk één ‘gezond’ en één ‘niet-gezond’ kind. Het is niet<br />

zo dat Flor altijd ziek is, maar zijn aandoening sluimert steeds<br />

op de achtergrond, klaar om je te ‘pakken’ wanneer je dat het<br />

minste verwacht.<br />

Flor heeft Tubereuze Sclerose Complex. Hoor je het al in<br />

Keulen donderen ? Bij ons raasde er een heuse cycloon door<br />

Keulen toen wij de diagnose kregen. <strong>TSC</strong> is een aangeboren<br />

afwijking die zich kenmerkt door de groei van goedaardige<br />

tumoren. Zij kunnen in alle weefels en organen voorkomen<br />

en gaan meestal gepaard met epilepsie, verstandelijke beperking,<br />

huidafwijkingen, nier-, oog- en hartproblemen. In een<br />

notendop, voor nog meer info kan je op de website van de<br />

STSN terecht.<br />

Flor heeft alle majeure kenmerken van de aandoening en is<br />

dus erg belast door zijn ziekte. Hij heeft epilepsie, kan niet<br />

spreken, is niet zindelijk, heeft gedragsproblemen en emotionele<br />

problemen, is een extreme klimmer en kent geen gevaar.<br />

Hij heeft verschillende groeiende tumoren die onder controle<br />

worden gehouden met medicatie, … Emiel daarentegen heeft<br />

de aandoening niet en is een ijverige student en kabbelt rustig<br />

verder in het schoolse leven.<br />

Wij proberen zoveel mogelijk te leven als een ‘normaal’ gezin,<br />

voor zover daar een maatstaf voor bestaat natuurlijk…? Laat<br />

ons zeggen dat we doen wat ons goed lijkt! Flor gaat dus<br />

bijna overal mee naartoe, dat is soms een opgave voor onszelf<br />

(meneerke loopt graag weg), maar een verrijking voor hem.<br />

Ook hij heeft recht op het ontdekken van de wereld! Dat we<br />

soms veel bekijks hebben met onze fladderende roepende<br />

onbehouwen kerel zijn we al gewoon. Intussen kan ik de<br />

mensen ook indelen in drie groepen: ‘de gapers’, ‘de fezelaars’<br />

en ‘de geïnteresseerden’. Fijn dat je nieuwe antropologische<br />

bronnen kan toevoegen aan je kennis over mensen. Flor trekt<br />

zich dat allemaal niet aan en loopt in de winkel vrolijk naar<br />

een meneer met een zeer dikke buik om daar eens lekker op<br />

te kloppen. Dit tot groot jolijt van zijn vrouw die vond dat het<br />

inderdaad eens tijd werd dat hij met z’n neus op de feiten<br />

werd gedrukt. Waarop mijn man antwoordt “Let op ! U bent<br />

ook niet veilig, want bij vrouwen klopt of nijpt hij meestal wat<br />

hoger!“ Dit natuurlijk tot groot jolijt van haar man. Of welk kind<br />

kan zeggen dat hij in de winkel wegkomt met het op de grond<br />

gooien van een bokaal erwtjes en worteltjes en naar zijn<br />

voeten te krijgen: “Het is niet erg, mevrouw, we begrijpen het,<br />

hoor“. En als meneer dan ook zijn allerschattigste lach bovenhaalt<br />

krijgt hij nog een lolly ook. Ons kijkt hij dan meesmuilend<br />

aan, want hij weet heel goed dat hij iets gedaan heeft wat<br />

niet mag en staat ons dus gewoon uit te lachen omdat ons<br />

gezag wordt ondermijnd. Niet kunnen praten, maar ontzettend<br />

veel begrijpen en daar ook misbruik van maken … Nu ja, ik<br />

kan alleen maar trots zijn op zijn redeneervermogen.<br />

Weet je, laat Flor op zijn manier maar rustig voortkabbelen, wij<br />

zullen op zijn tempo meedrijven.. n<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> 25


Gunstig effect van everolimus op<br />

reuscelastrocytoom (SEGA)<br />

tekst Erma van Zanthen (Ariez-publishing)<br />

Wat is SEGA precies?<br />

Het subependymaal reuscelastrocytoom (SEGA) is een goedaardige<br />

tumor die bij een vijfde van de mensen met <strong>TSC</strong> ontstaat<br />

uit een subependymale nodulus (SEN). De gemiddelde leeftijd bij<br />

diagnose is 13 jaar (spreiding 1-31 jaar). Het onderscheid tussen<br />

een SEN en een SEGA is moeilijk te maken; patiënten met een<br />

SEN dienen elke twee tot drie jaar een MRI te ondergaan om te<br />

bekijken of de SEN zich ontwikkelt tot SEGA. Afhankelijk van de<br />

plek in de hersenen waar de SEGA zich bevindt, kan een hydrocefalus<br />

(waterhoofd: te veel hersenvocht in de hersenen door<br />

afsluiting van de afvoer) ontstaan met als symptomen: hoofdpijn,<br />

braken, sufheid, gedragsverandering, ongecoördineerde bewegingen<br />

en verslechterd zicht. Andere symptomen zijn gerelateerd<br />

aan lokale druk (epilepsie of uitval).<br />

mTOR remming verbetert <strong>TSC</strong><br />

Uit eerste beschrijvingen van ziektegevallen en kleine vooronderzoeken<br />

leek remming van mTOR met het middel everolimus,<br />

een mTOR-remmer, verbetering te geven op verschillende<br />

uitingen van <strong>TSC</strong>, waaronder SEGA, angiomyolipoom (goedaardige<br />

niertumoren) en angiofibromen in het gezicht. In een<br />

kleine open-label studie (dat wil zeggen dat bekend was dat<br />

patiënten everolimus kregen) werd duidelijk dat everolimus<br />

het volume van SEGA verkleinde, epilepsie verminderde en de<br />

angiofibromen reduceerde. Naar aanleiding van deze resultaten<br />

is in 2009 de EXamining everolimus In a Study of Tuberous sclerosis<br />

complex (EXIST)-1-studie gestart. Aan deze studie deden 24<br />

centra uit tien landen mee.<br />

EXIST 1-studie met mTOR remmer everolimus<br />

laat halvering van tumorvolume zien bij<br />

42% van de onderzochte patiënten<br />

De studie bestond uit een kernfase waarin patiënten minstens<br />

6 maanden werden behandeld, en een verlengingsfase tot 4<br />

jaar behandeling. De studie was dubbelblind, wat betekent dat<br />

noch de patiënt, noch het behandelend personeel wist of de<br />

patiënt everolimus of een gelijkend nepmiddel (placebo) kreeg.<br />

Bij groei van de SEGA werd de blindering opgeheven; als bleek<br />

dat de patiënt tot dan toe in de placebogroep was ingedeeld,<br />

kon hij/zij alsnog everolimus krijgen. Het belangrijkste meetpunt<br />

was het aantal patiënten bij wie SEGA met minstens 50% in<br />

grootte afnam (tenminste halvering van het tumorvolume ervan).<br />

Daarnaast werd gekeken naar hoe snel de SEGA reageerden en<br />

hoe lang het effect aanhield, en werd de genmutatie van de<br />

patiënt vastgelegd. Bijwerkingen werden gedurende de gehele<br />

studieperiode gevolgd. Uiteindelijk zijn 117 patiënten willekeurig<br />

verdeeld in de EXIST-1-studie: 78 kregen everolimus en 39 kregen<br />

placebo. Bij ongeveer een derde van de patiënten in de<br />

everolimus groep en bij niemand in de placebogroep nam het<br />

totale volume van SEGA af met minstens 50%. Na 24 weken<br />

behandeling was een halvering van het tumorvolume zichtbaar<br />

(met MRI) bij 42% van de patiënten in de everolimusgroep. Bij<br />

niemand in de everolimusgroep namen de tumoren toe.<br />

Invloed van mutaties op de werkzaamheid<br />

van everolimus<br />

Zowel bij patiënten met een <strong>TSC</strong>1-mutatie als een <strong>TSC</strong>2-mutatie<br />

had everolimus een effect, hoewel bij patiënten met een <strong>TSC</strong>2-<br />

mutatie minder vaak dan bij de <strong>TSC</strong>1-mutatie. De bijwerkingen<br />

die optraden waren al bekend van het gebruik van everolimus;<br />

de meest voorkomende waren zweren in de mond, ontsteking<br />

van het slijmvlies in de mond, spiertrekkingen/stuipen, en<br />

koorts. Bij bijna de helft van de patiënten in de everolimusgroep<br />

moest de dosering tijdelijk worden verlaagd of toediening tijdelijk<br />

worden onderbroken vanwege bijwerkingen. Niemand stopte<br />

vanwege bijwerkingen helemaal met de studie.<br />

‘Mensen met <strong>TSC</strong> en een <strong>TSC</strong>-1 mutatie profiteren het<br />

meest van everolimus’<br />

Deze vergelijking tussen everolimus en placebo toonde voor de<br />

eerste keer duidelijk aan dat everolimus een klinisch relevante<br />

afname van SEGA geeft, iets wat voorheen alleen in kleine<br />

onderzoeken of individuele gevallen was gezien. Uit de eerdere<br />

open-label studie bleek echter ook dat SEGA weer groeiden<br />

nadat everolimus was gestopt. De EXIST-1-studie is dan ook<br />

verlengd, om te onderzoeken of langdurig gebruik van everolimus<br />

veilig is en de effecten aanhouden.<br />

Verlenging van EXIST-1-studie – de uitkomsten<br />

van behandelen op langere termijn<br />

Aan deze verlenging konden zowel patiënten uit de<br />

oorspronkelijke everolimusgroep als uit de placebogroep<br />

meedoen; 111 patiënten besloten aan deze verlenging deel<br />

te nemen. Bij een tussentijdse analyse begin 2013 was het<br />

totale SEGA-volume bij bijna de helft van de deelnemers<br />

gehalveerd. In de onderzoeksgroep trad deze halvering van<br />

het SEGA-volume gemiddeld na ongeveer drieënhalve maand<br />

op. Begin 2013 hield deze respons bij 94% van degenen<br />

die een halvering bereikten, nog aan. Een afname van het<br />

26 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


SEGA-volume met 30% werd bij ongeveer drie kwart van de<br />

deelnemers gezien. Het duidelijke effect van de behandeling<br />

werd zowel bij jongens als meisjes gevonden en in alle<br />

leeftijdscategorieën.<br />

‘Zowel jongens als meisjes hebben baat bij een<br />

behandeling met everolimus’<br />

Bij een aantal deelnemers werden de SEGA groter: in enkele<br />

gevallen nadat everolimus was gestopt of bij een lage<br />

bloedconcentratie van everolimus. Bij één patiënt trad een<br />

hydrocefalus op, maar dit verdween weer bij doorgaan met<br />

everolimus. Het merendeel van de patiënten met groeiende<br />

SEGA had de <strong>TSC</strong>2-mutatie.<br />

Ook in de verlenging waren zweren in de mond en ontsteking<br />

van het mondslijmvlies de meest voorkomende<br />

bijwerkingen. Bij 5% traden ernstige bijwerkingen op, zoals<br />

longontsteking, maag-darminfectie, koorts, infectie van<br />

de bovenste luchtwegen (neus of keel), tekort aan witte<br />

bloedcellen en verstopping van de dunne darm. De meeste<br />

(ernstige) bijwerkingen kwamen voor in het eerste jaar<br />

waarin everolimus werd gebruikt.<br />

Inmiddels is de EXIST-1-studie inclusief de verlenging afgesloten.<br />

De definitieve resultaten over de totale behandelingsperiode<br />

zijn echter nog niet gepubliceerd. Van de eerder<br />

genoemde kleine open-label studie zijn in 2015 wel resultaten<br />

na vijf jaar behandeling met everolimus beschreven.<br />

In deze studiegroep was na vijf jaar bij meer dan de helft<br />

van de patiënten het SEGA-volume gehalveerd. Deze afname<br />

hield gemiddeld 53,3 maanden aan. Bij meer dan de helft<br />

was de respons (halvering) al zichtbaar in de eerste zes<br />

maanden van behandeling.<br />

‘Everolimus halveert minstens vijf jaar lang het SEGA<br />

volume bij meer dan de helft van de patiënten’<br />

Internationale richtlijn en lokale conceptrichtlijn<br />

gepubliceerd<br />

Inmiddels is in internationale richtlijnen en in de Nederlandse<br />

conceptrichtlijn opgenomen dat mTOR-remmers gebruikt<br />

dienen te worden om SEGA die niet in aanmerking komen<br />

voor operatie te verkleinen of te stabiliseren. Bovendien<br />

zullen veel patiënten of hun ouders een chirurgische ingreep<br />

willen voorkomen als dat mogelijk is. Daarnaast heeft mTORremming<br />

effecten op andere verschijnselen van <strong>TSC</strong>, iets wat<br />

met een hersenoperatie uiteraard niet kan worden bereikt.<br />

Everolimus heeft dan ook een belangrijke plek ingenomen<br />

in het behandelarsenaal. Als een SEGA echter een acuut<br />

probleem geeft in de hersenen, is operatie de betere keuze,<br />

omdat het effect van everolimus pas na enkele maanden<br />

optreedt. Bovendien zijn de bijwerkingen van 10 of 20 jaar<br />

gebruik van everolimus (nu) nog niet bekend.<br />

In andere studies wordt gekeken naar de effecten van everolimus<br />

op renale angiomyolipomen (EXIST-2, zie daarover<br />

<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> nummer 135) en epilepsie (EXIST-3. Hierover<br />

zal in het volgende nummer van <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> een artikel<br />

verschijnen).<br />

Bronnen<br />

Openbare Concept Richtlijn Tubereuze Sclerose Complex.<br />

Gepubliceerd als bijlage van Tijdschrift voor Neurologie en<br />

Neurochirurgie, maart 2015.<br />

Franz DN, et al. Efficacy and safety of everolimus for<br />

subependymal giant cell astrocytoma associated with tuberous<br />

sclerosis complex (EXIST-1): a multicentre, randomised, placebocontrolled<br />

phase 3 trial. Lancet 2013;381:125-32.<br />

Franz DN, et al. Everolimus for subependymal giant cell<br />

astrocytoma in patients with tuberous sclerosis complex: 2-year<br />

open-label extension of the randomised EXIST-1 study. Lancet<br />

Oncology2014;15:1513-20.<br />

Franz DN, et al. Everolimus for subependymal giant cell<br />

astrocytoma: 5-year final analysis. Annals of Neurology<br />

2015;78:929-938.<br />

Efficacy and Safety of Everolimus (RAD001) in Patients of All<br />

Ages With Subependymal Giant Cell Astrocytoma Associated With<br />

Tuberous Sclerosis Complex (<strong>TSC</strong>)(EXIST-1) (EXIST-1). Te raadplegen<br />

op: https://clinicaltrials.gov (NCT00789828). n<br />

Uit deze resultaten blijkt een aanhoudend klinisch gunstig<br />

effect van everolimus op SEGA. De bloedconcentratie waarbij<br />

deze effecten op SEGA worden gevonden, is bovendien aan<br />

de lage kant. Daardoor treden bijwerkingen beperkt op en<br />

is de behandeling goed te verdragen. Bij enkele vrouwelijke<br />

patiënten bleek tijdens de studies de menstruatie uit te<br />

blijven, maar het was niet duidelijk of dit een direct gevolg<br />

was van everolimusgebruik. Het hormonale effect zal voor<br />

langere tijd gevolgd worden bij meisjes die everolimus<br />

starten op het moment dat ze nog niet volgroeid zijn.<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

27


STSN-lid<br />

in beeld<br />

Corinne Kijl stelt in deze rubriek vragen aan een STSN-lid.<br />

foto's Claudia Brefeld<br />

Zou jij je aan onze lezers willen<br />

voorstellen?<br />

Mijn naam is Claudia Brefeld-Effting en ik ben getrouwd met<br />

Gijs Brefeld, we hebben een dochter van vier, Milou. Ook<br />

hebben we nog twee honden: Tommy, een kruising van twaalf<br />

jaar oud en Utah, een Australian Shepherd van zes jaar.<br />

Al op jonge leeftijd kreeg ik epilepsie, waar ik gelukkig overheen<br />

gegroeid ben. En mijn hele leven lang heb ik al last<br />

van concentratieproblemen. De diagnose <strong>TSC</strong> werd, dankzij<br />

een oplettende dermatoloog, op mijn twaalfde gesteld. Ik<br />

heb gelukkig een hele milde vorm van <strong>TSC</strong> en probeer zoveel<br />

mogelijk een normaal leven te leiden.<br />

Je bent lid van de STSN, waarom en wat<br />

betekent de STSN voor je?<br />

Direct na de diagnose <strong>TSC</strong> in 1992 ben ik lid geworden van de<br />

STSN. In eerste instantie bezocht mijn vader de contactdagen<br />

alleen, maar sinds ik op mezelf woon zijn de rollen omgedraaid.<br />

Naar aanleiding van een lezing over erfelijkheid bij <strong>TSC</strong> heeft<br />

mijn vader al in een zeer vroeg stadium de eerste stappen<br />

gezet voor DNA onderzoek en PGD* (pre-implantatie genetische<br />

diagnostiek, red.). Dit was ruim voordat ik zelf een serieuze<br />

kinderwens had, maar dit zorgde er wel voor dat alles ‘geregeld’<br />

was toen wij actief aan kinderen begonnen te denken. Ik ben<br />

de STSN en mijn vader hier nog steeds heel dankbaar voor!<br />

Pakweg vijf jaar geleden zijn wij voor het eerst naar een MBO/<br />

HBO contactdag geweest. In eerste instantie vond ik dit heel<br />

spannend, maar we kwamen in een warm bad en voelden<br />

ons direct ‘thuis’. Dankzij het lotgenotencontact vielen er veel<br />

puzzelstukjes op zijn plaats bij zowel mij als mijn man. Wat fijn<br />

om begrepen te worden en zaken in de juiste context te kunnen<br />

plaatsen.<br />

Wat zou je ons nog graag willen vertellen?<br />

Of welke ervaringen zou je nog met ons<br />

willen delen?<br />

Een kinderwens en <strong>TSC</strong> is geen gemakkelijke combinatie,<br />

voor ons stond al vrij snel vast dat wij <strong>TSC</strong> wilden uitsluiten.<br />

In 2008 meldden wij ons voor prenatale diagnostiek in<br />

Maastricht, uit onderzoek bleek helaas dat ik te weinig<br />

eicellen aanmaakte, waardoor behandeling op dat moment<br />

uitgesloten was. Na deze teleurstelling kregen wij een<br />

prachtig alternatief aangeboden: mijn zus was bereid om<br />

mee te werken aan eiceldonatie! Twee IVF pogingen volgden,<br />

beide helaas zonder het gewenste ‘resultaat’.<br />

28 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


In 2010 raakte ik spontaan zwanger en uit DNA onderzoek<br />

bleek dat ons kindje <strong>TSC</strong> had. Een zware en moeilijke tijd<br />

volgde. We hadden vooraf al besloten dat wij <strong>TSC</strong> uit wilden<br />

sluiten, maar als je dan voor de zware keuze staat, dan<br />

slaat de twijfel toch ernstig toe. Uiteindelijk hebben wij toch<br />

besloten om de zwangerschap af te breken en werd in maart<br />

2010 onze zoon Sam geboren.<br />

Door het personeel van het ziekenhuis in Utrecht werden we<br />

in deze zware periode zeer goed begeleid en op een gegeven<br />

moment kwam een verwijzing voor PGD weer ter sprake.<br />

Dankzij de inspanning van de ziekenhuizen in Utrecht en<br />

Groningen en onze eigen vasthoudendheid, kregen wij uiteindelijk<br />

toch toestemming voor een PGD poging in Maastricht.<br />

In september 2011 volgde een spannende en intensieve<br />

behandeling waarbij zeer regelmatig naar Groningen én<br />

Maastricht gereisd moest worden. Dit was allemaal de moeite<br />

waard, want in juni 2012 werd onze prachtige en kerngezonde<br />

dochter Milou geboren!<br />

dag weer van het contact met mijn klanten, en daarnaast heb<br />

ik voldoende tijd om te genieten van onze dochter.<br />

Hoe moeilijk het soms ook is, ik probeer <strong>TSC</strong> een zo minimaal<br />

mogelijke rol in mijn leven te laten spelen en sterker uit moeilijke<br />

situaties te komen. ‘Het is immers de tegenwind die de vlieger<br />

doet stijgen!’<br />

*PGD is een afkorting voor pre-implantatie genetische<br />

diagnostiek. Dit is een methode waarmee de geboorte van<br />

kinderen met een ernstige genetische aandoening voorkomen<br />

kan worden. PGD wordt uitgevoerd bij paren die een sterk<br />

verhoogd risico hebben op het krijgen van een kind met een<br />

erfelijke aandoening. n<br />

Ons geluk was nu bijna compleet, er was echter nog één ding<br />

waar ik al jaren erg veel last van had. Mijn werkgever had<br />

geen enkel begrip voor mijn situatie en ik werd stelselmatig<br />

tegengewerkt en vaak gepest, dit maakte mij alleen nog<br />

maar onzekerder. Begin 2013 heb ik daarom de grote stap<br />

genomen en ontslag genomen en ben ik mijn eigen kapperszaak<br />

begonnen. Achteraf had ik dit echt veel eerder moeten<br />

doen, want ik werk nu met heel veel plezier en geniet elke<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

29


<strong>TSC</strong> Research en <strong>TSC</strong>-patiëntenorganisaties<br />

uit alle windstreken<br />

Mijn bezoek aan de Internationale <strong>TSC</strong> Research Conferentie in Lissabon<br />

Woensdag 2 november, vier uur in de ochtend. Omdat er nog geen openbaar vervoer gaat op dit uur word ik lekker<br />

comfortabel naar Schiphol gereden. Ik ben namens de STSN onderweg naar Portugal voor de Internationale <strong>TSC</strong> Research<br />

Conferentie, georganiseerd door de internationale vereniging van patiëntenorganisaties <strong>TSC</strong>i. Vlucht en aankomst verlopen<br />

probleemloos.<br />

tekst en foto’s Dave Tuijp<br />

<strong>TSC</strong> patiëntenorganisaties uit alle windstreken<br />

De afgelopen dagen heb ik een aantal mensen via mail ‘leren<br />

kennen’, maar zij krijgen in het hotel in Lissabon al snel een<br />

gezicht. Ik ontmoet Clare uit Australië en Katie uit de Verenigde<br />

Staten die de nationale <strong>TSC</strong>-verenigingen bij elkaar brengen.<br />

Hun eerste opdracht kenmerkt de sfeer: stel je voor en vertel<br />

iets grappigs wat je onderweg hebt meegemaakt. Eigenlijk<br />

was mijn vlucht heerlijk saai. Alleen. Wat leeswerk inhalen.<br />

Niemand om op te letten, alleen jezelf. Dat gevoel heb ik<br />

niet vaak en is best prettig. Met veel humor beginnen we<br />

dus aan de workshops voor de vertegenwoordigers van organisaties<br />

vergelijkbaar met de STSN, uit alle windstreken van<br />

de wereld. Van Australië tot Noorwegen en Mexico tot China.<br />

Vrijwel iedereen spreekt goed Engels, op de voorzitter van de<br />

Chinese vereniging na. De arts die mee is, is zijn tolk. In de<br />

workshops gaat het vooral om de vraag hoe we met zijn allen<br />

de zorg rond <strong>TSC</strong> kunnen verbeteren. En dan komen ook snel<br />

onderwerpen als expertisecentra, <strong>TSC</strong>-specialisten en vooral<br />

gewoonweg geld als onderwerp voorbij. Ook delen we ideeën<br />

voor volgende stappen die we kunnen zetten in het belang<br />

van <strong>TSC</strong> patiënten.<br />

Nederland loopt mee in de kopgroep<br />

Wat vooral is blijven hangen is het gigantische verschil tussen<br />

de 21 landen die in de zaal vertegenwoordigd zijn als het<br />

gaat om zorg in het algemeen en voor <strong>TSC</strong> in het bijzonder. In<br />

veel landen zitten de zorgen bij basale zaken als toegang tot<br />

dokters en specialisten, mensen die geen geld of verzekering<br />

hebben en zelf voor alle kosten moeten opdraaien. Wat eigenlijk<br />

vaak betekent: geen of geen goede zorg. Om nog maar te<br />

zwijgen over de vraag of de inmiddels beschikbare medicijnen<br />

als everolimus vergoed worden. Dat is meestal niet zo. Ook<br />

de faciliteiten voor de patiëntenorganisaties zijn zeer verschillend.<br />

Financiële ondersteuning door de overheid zoals wij die<br />

gewend zijn is een grote uitzondering. Je bent snel geneigd<br />

om je eigen situatie als uitgangspunt te nemen. Maar wat wij<br />

gewend zijn in Nederland in de gezondheidszorg, naast de<br />

faciliteiten die de STSN bevochten heeft in de afgelopen 35<br />

jaar, is uitzonderlijk goed. Natuurlijk hebben wij ook nog volop<br />

wensen maar wij krijgen in Nederland zorg die in vergelijking<br />

met de vertegenwoordigde landen om mij heen echt aan de<br />

top staat. Zowel op het gebied van kwaliteit als toegang tot<br />

de zorg voor iedereen. Noorwegen heeft het ook goed voor<br />

elkaar, al zijn afstanden snel een probleem. Maar hoe zuidelijker<br />

je komt, hoe moeilijker het vaak wordt.<br />

Lotgenoten ontmoeten<br />

Omdat de situatie en fase waarin landen en verenigingen<br />

zich bevinden zo verschillend is, is het moeilijk om gezamenlijke<br />

doelen te formuleren waar we samen mee aan de slag<br />

kunnen. Maar uit de sessies komen genoeg mooie ideeën<br />

die de moeite waard zijn om te onderzoeken voor de STSN.<br />

Het meest waardevolle is de persoonlijke kennismaking met<br />

mensen die dezelfde strijd voeren. In dat kader heb ik veel<br />

gesproken met de voorzitter van de net opgerichte Belgische<br />

vereniging. Als lid van het Bestuur maar ook als ouder. De<br />

workshops worden afgesloten door de voor ons bekende dr.<br />

Petrus de Vries uit Kaapstad die een pleidooi houdt voor de<br />

TAND-checklist die kan worden gebruikt voor de problemen<br />

die <strong>TSC</strong> kan veroorzaken op psychologisch gebied. Een verhaal<br />

dat ik al goed kende van de Expertmeeting in Rotterdam waar<br />

hij twee jaar geleden ook bij was.<br />

De donderdag start weer het zeer moderne congrescentrum<br />

met workshops om vervolgens met alle inmiddels aanwezige<br />

artsen, onderzoekers en andere specialisten naar het zeer<br />

moderne congrescentrum in het oude centrum van Lissabon te<br />

vertrekken. Het ligt vlak naast een van de bekendste toeristische<br />

plekken van Lissabon, de Torre de Belem. Onderweg kwamen<br />

we ook een gigantische brug tegen die mij deed denken aan<br />

30 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


de Golden Gate Bridge in San Francisco. Dat blijkt geen toeval,<br />

omdat de makers dezelfde blijken te zijn. Een van de sprekers<br />

gebruikt de brug voor een metafoor met betrekking tot de titel<br />

van het congres: de brug ‘from Science to Therapies’. Veel tijd<br />

om te genieten van de rest van Lissabon is er niet, want het<br />

programma, dat is volgepakt met uiteenlopende sprekers, gaat<br />

snel van start. De voorzitter van de Portugese vereniging opent<br />

met een filmpje van haar dochter met <strong>TSC</strong>. Om iedereen weer<br />

even scherp te krijgen: daar doen we het met zijn allen voor.<br />

Daarna volgen de Amerikaanse ambassadeur in Portugal en<br />

een minister uit Portugal die blind is en zich inzet voor mensen<br />

met een beperking. Jammer dat zij spreekt in het Portugees<br />

in dit gezelschap. Maar later kom ik er achter dat dit wettelijk<br />

verplicht is voor ambtenaren die spreken in het openbaar.<br />

Vreemde regel…<br />

Diepgravende presentaties over alles wat<br />

met <strong>TSC</strong> te maken heeft<br />

Dan volgen twee dagen met vele sprekers die de resultaten<br />

van hun onderzoek op het gebied van <strong>TSC</strong> aan elkaar presenteren.<br />

In een mooie sfeer van ‘samenwerkende competitie’. Ze<br />

willen allemaal de eerste zijn die iets ontdekt en publiceert,<br />

maar ze hebben elkaar hard nodig. Stuk voor stuk zijn het<br />

gedreven wetenschappers die samen één familie zijn. Een<br />

aantal hebben we ook gezien op ons eigen lustrumsymposium.<br />

Ze komen van over de hele wereld, maar ze kennen<br />

elkaar allemaal en delen gepassioneerd hun doel: <strong>TSC</strong> zoveel<br />

mogelijk de wereld uit krijgen.<br />

De onderwerpen die voorbij komen zijn zeer divers. Via mTOR<br />

pathways en SEGA’s tot mozaïekdeleties en ‘second hits’. Soms<br />

voel ik mij zoals de voorzitter van de Chinese STSN zich de<br />

eerste dag voelde, want sommige verhalen zijn zo technisch<br />

en extreem diepgravend dat ik er geen woord van snap. Maar<br />

veel is met de nodige basiskennis gelukkig wel te volgen. Veel<br />

verhalen zijn interessant en fascinerend. Denk aan de effecten<br />

van op cannabis gebaseerde medicijnen op epilepsie, tot de rol<br />

die zebravissen kunnen spelen in het fundamentele onderzoek<br />

naar <strong>TSC</strong>. Nooit geweten dat je gedrag kan meten bij dat soort<br />

kleine visjes… Een ander verhaal gaat over futuristische MRI’s<br />

met een onvoorstelbare mate van detail die binnen handbereik<br />

zijn en die de toepassing van MRI’s vele stappen vooruit<br />

zullen brengen de komende jaren. Maar ook de resultaten<br />

van de trial om epilepsie al te behandelen voor de eerste<br />

aanvallen zich voordoen, komen voorbij.<br />

Tussen alle sessies door kom je gemakkelijk in gesprek met<br />

de meest ervaren artsen uit de hele wereld. En als je aangeeft<br />

geen arts maar een ouder te zijn, dan willen ze direct weten<br />

hoe het bij je thuis gaat. Ook kom ik alle voor ons zo belangrijke<br />

mensen uit de Nederlandse en Belgische <strong>TSC</strong>-gemeenschap<br />

tegen. En veel mensen van Novartis, de belangrijkste sponsor<br />

van het congres, maar ook van vele andere projecten rond <strong>TSC</strong><br />

in de hele wereld.<br />

Home sweet home<br />

Vrijdag rond half zes stap ik weer in de taxi naar het vliegveld.<br />

Daar vraagt een jonge vrouw of ze bij mij aan tafel mag<br />

zitten omdat ik bij de enige tafel zit waar ze haar telefoon<br />

kan opladen. We raken in gesprek en zij blijkt een moleculair<br />

onderzoeker te zijn uit Canada. Ik laat haar het programma<br />

zien van de laatste dagen en ze is zeer geïnteresseerd in<br />

mijn belevingen van de laatste dagen. Zo daal ik langzaam<br />

weer af van de wetenschap naar op tijd mijn vliegtuig halen.<br />

En dat blijkt nog niet zo simpel. Ik ben ruim op tijd maar de<br />

vliegmaatschappij vond het nodig om meer reserveringen te<br />

accepteren dan er stoelen in het vliegtuig zijn….. Ik kan dus<br />

niet mee en stort mij in het avontuur om een hotel en een<br />

nieuwe vlucht geregeld te krijgen voor zaterdagmorgen. Na<br />

drie uur wachten ga ik maar weer naar het volgende hotel….<br />

Gelukkig gaat het zaterdag allemaal goed. Moe maar vol van<br />

frisse inspiratie kom ik thuis en ben heel blij dat ik mijn gezin<br />

en mijn mannetje waarvoor ik dit allemaal doe weer zie…<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

31


Collecte Epilepsiefonds 2016<br />

Opbrengst ruim 6000 euro!<br />

Een impressie van vier collectanten<br />

Charlotte van der Velde<br />

De moeder van<br />

Amber en Charlotte<br />

van der Velde<br />

mailt: “Onze oudste<br />

dochter Amber heeft<br />

<strong>TSC</strong>. Charlotte, haar<br />

jongere zusje, heeft<br />

om te beginnen zelf<br />

twee euro uit haar<br />

spaarpot gehaald<br />

voor ‘haar zus’ (de<br />

collectebus) en<br />

heeft mij elke avond<br />

helpen collecteren”.<br />

Opbrengst:<br />

€ 160,88<br />

Tessa Visch<br />

Tessa is het zevenjarige<br />

zusje van<br />

Lara Visch, van<br />

onze vaste Laracolumn,<br />

bekend bij<br />

alle lezers van het<br />

<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>. Tessa<br />

collecteerde en<br />

haalde een mooie<br />

opbrengst van<br />

€ 46,63.<br />

Goed gedaan,<br />

Tessa!<br />

Nora Doornhof<br />

Bas van de Pol<br />

mailt: "Nora heeft<br />

iedere avond<br />

gelopen en vroeg<br />

aan mama hoe<br />

oud ze moest<br />

zijn om alleen<br />

collecte te mogen<br />

lopen. Ze was erg<br />

fanatiek! Nora<br />

kent onze dochter<br />

Sarah van de Pol<br />

erg goed. Sarah<br />

heeft <strong>TSC</strong>". Een<br />

mooie opbrengst:<br />

€ 225,57<br />

Francesco Dioguardi<br />

"Giulio en onze<br />

andere zoon<br />

Roberto en ik<br />

hebben de collecte<br />

gelopen, samen vier<br />

‘manavonden’ van<br />

een uur of twee<br />

ieder. Gezien het<br />

gewicht was het denk ik best succesvol". Een paar anekdotes:<br />

1 Een vader deed open met zijn kinderen, een meisje van<br />

vijf en een blonde snotneus (letterlijk) in rompertje met<br />

luier van nog geen twee. Na wat zoeken had vader voor<br />

ieder drie of vier muntjes om in de bus te doen. Dochtertje<br />

deed dat netjes, maar snotneus deed er een paar in en<br />

ging er met het laatste muntje vandoor.<br />

2 Ik wilde ergens aanbellen en raakte met mijn hand de<br />

deurpost om met mijn duim aan te bellen. Net voor ik<br />

drukte bleef mijn hand vastplakken, aangezien er blijkbaar<br />

net geverfd was. Zie foto … Gelukkig nog niet op het<br />

knopje gedrukt. Toen maar even de rest van die straat<br />

overgeslagen…. Een hand met natte verf gaat ook iets<br />

raken: de collectebus heeft dus nog wat sporen<br />

overgehouden aan dit avontuur. Opbrengst: € 135,29 n<br />

32 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


VSOP-Nieuwsbericht<br />

Juiste informatie voor huisarts<br />

70 huisartsenbrochures voor zeldzame aandoeningen beschikbaar<br />

Met het realiseren van 21 nieuwe huisartsenbrochures voor zeldzame aandoeningen zijn er nu bijna 70 brochures voor<br />

zeldzame aandoeningen beschikbaar. De brochures zijn bedoeld voor huisartsen van patiënten met een zeldzame<br />

aandoening. Die patiënten wijzen de eigen huisarts zélf op specifieke informatie over die ene zeldzame aandoening.<br />

Huisartsen zien gemiddeld namelijk slechts één persoon met die ene zeldzame aandoening in hun loopbaan. Logisch dat de<br />

arts hierover onvoldoende kennis heeft. De brochures geven handvatten voor de dagelijkse praktijk: waar moet de huisarts<br />

bij deze patiënt specifiek op letten?<br />

In 2006 verscheen de eerste brochure in<br />

samenwerking met Spierziekten Nederland<br />

en het Nederlands Huisartsen Genootschap.<br />

Al gauw heeft de VSOP het concept geadopteerd<br />

en zijn over diverse zeldzame aandoeningen<br />

huisartsenbrochures verschenen. De<br />

onderwerpen lopen uiteen van stofwisselingsziekten<br />

en syndromen tot aandoeningen die<br />

zich beperken tot één orgaan. Het afgelopen<br />

jaar is er een flinke impuls aan het aantal<br />

brochures gegeven door het Innovatiefonds<br />

Zorgverzekeraars, dat maar liefst 21 nieuwe<br />

huisartsenbrochures financierde. Het was een<br />

grote uitdaging om zoveel brochures binnen<br />

één jaar tijd af te ronden. Met een flink aantal<br />

auteurs bij de VSOP, nauwe samenwerking met<br />

medisch adviseurs, het NHG en de patiëntenorganisaties<br />

is dit gelukt.<br />

Patiënt als informatiedrager<br />

Het idee achter de brochures is dat de patiënt<br />

met een zeldzame aandoening de huisarts zelf<br />

attendeert op de brochure over zijn aandoening<br />

door deze te overhandigen of ernaar te<br />

verwijzen. Om de patiënt te helpen bij het informeren<br />

van de huisarts is er voor elke aandoening<br />

een speciale huisartsenbrief beschikbaar.<br />

Tot vorig jaar waren de brochures allemaal<br />

in gedrukte vorm beschikbaar en werden<br />

deze in de spreekkamer overhandigd aan de<br />

huisarts. Inmiddels zijn alle brochures online<br />

te raadplegen. Zo zijn ze altijd en overal<br />

beschikbaar en in te zien. De 21 nieuwe titels<br />

zijn allemaal als online brochure opgeleverd<br />

en ieder afzonderlijk te bekijken via een<br />

eigen NHG-webpagina met een samenvatting<br />

over de betreffende zeldzame aandoening<br />

en relevante verwijzingen naar bijvoorbeeld<br />

NHG-Standaarden, Richtlijnen of de betreffende<br />

patiëntenorganisatie.<br />

Op de volgende websites staat een overzicht<br />

van alle brochures:<br />

• www.zichtopzeldzaam.nl/documenten<br />

• www.vsop.nl/publicaties/huisartsenbrochures<br />

• www.nhg.org/thema/zeldzameziekten<br />

n<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

33


Tip en truc hoek<br />

tekst Yasmara Olijslag<br />

Zorgstudent<br />

Ben je op zoek naar ondersteuning thuis of op school voor je<br />

kind, dan is wellicht een zorgstudent iets voor je. De zorgstudent<br />

is een vaste begeleider voor kinderen/jongvolwassenen met<br />

(een vorm van) autisme, ad(h)d, dyslexie, epilepsie, nietaangeboren<br />

hersenletsel of een licht verstandelijke beperking.<br />

Kinderen worden individueel begeleid in hun thuisomgeving<br />

bij huiswerk, plannen en organiseren, sociale vaardigheden en<br />

omgaan met emoties. De zorgstudent kan ook ingezet worden<br />

als oppas. Dit is een betaalde werkervaringsplek voor de begeleider.<br />

De begeleider, ‘de zorgstudent’ volgt een pedagogische,<br />

psychologische of therapeutische studie op HBO of universiteit.<br />

Stichting Zorgstudent is actief in heel Nederland. Binnen twee<br />

werkweken selecteren zij een geschikte zorgstudent voor je.<br />

Gedurende het hele jaar kunnen ouders en instellingen zich<br />

aanmelden voor een zorgstudent. Bij Stichting Zorgstudent<br />

staan inmiddels 30.000 studenten en afgestudeerden<br />

ingeschreven die op zoek zijn naar een werkervaringsplek<br />

verspreid over het hele land. Stichting Zorgstudent heeft als<br />

doel studenten tijdens hun studie werkervaring op te laten<br />

doen binnen intensieve gezinssituaties.<br />

Back to basic werkt op basis van verschillende principes.<br />

Hierbij is de belangrijkste werkwijze het ervarend leren in<br />

combinatie met het nadrukkelijk betrekken van het netwerk<br />

(ouders, school, werk), thuisbegeleiding en daar waar nodig<br />

aanvullende hulp. Op een uitdagende en sportieve manier<br />

krijgen jongeren de kans om samen te werken aan hun<br />

toekomst. Ze leren door ervaring in de praktijk, ze leren van<br />

en met leeftijdgenoten. Back to basic stimuleert ouders en<br />

andere voor jongeren belangrijke personen om hen te ondersteunen<br />

naar het einddoel dat in overleg is opgesteld. Back<br />

to basic helpt om oude patronen te doorbreken. Hierdoor<br />

kan uithuisplaatsing worden verkort of voorkomen. Tevens<br />

ontstaat er een beter contact en communicatie tussen de<br />

gezinsleden. Voor meer informatie zie www.btbasic.nl<br />

Een zorgstudent kost €125 aan bemiddelingskosten per<br />

hulpvraag en per zorgstudent. Vervolgens betaal je de<br />

zorgstudent €10 bruto per uur.<br />

Zie www.jobs4care.nl of neem contact op met Jacqueline<br />

van der Bend 06-28835525 of info@zorgstudent.nl<br />

Back to basic<br />

Back to basic biedt leer- en ervaringstrajecten aan voor verschillende<br />

doelgroepen, onder andere voor gezinnen, kinderen,<br />

jongeren en jongvolwassenen, die ondersteuning kunnen<br />

gebruiken. Ze werken met twee verschillende programma’s en<br />

leeftijdsgroepen. Kinderen van 6 t/m 14 jaar: hier staat het zelfvertrouwen<br />

vergroten spelenderwijs centraal. Jong volwassenen<br />

van 15 t/m 25 jaar: in dit programma staat werken aan een<br />

betere toekomst met een goede daginvulling centraal. Dit door<br />

het accent te leggen op de ontwikkeling van zelfstandigheid.<br />

34 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


De Nieuwe Belevenis<br />

De Nieuwe Belevenis is een belevingswereld voor mensen<br />

met een meervoudige handicap, diep dementerenden en<br />

ernstig zieke kinderen. Niet hun beperkingen, maar hun<br />

mogelijkheden staan centraal bij deze unieke Belevenis,<br />

waar alles mag en niets moet. De inrichting van de Nieuwe<br />

Belevenis, de attracties, de decors, muziek, geluiden, lichten<br />

video-effecten, het spelmateriaal en de activiteiten zijn<br />

gericht op zintuiglijke stimulering. Door de prikkels wordt de<br />

deelnemer zich bewust van de omgeving, wordt uitgedaagd<br />

daar iets mee te doen en contact te maken met een ander<br />

en die omgeving. Maar wel een manier van beleven die past<br />

bij ieders wensen en mogelijkheden, met een goede balans<br />

tussen actie en rust.<br />

De Mini-Belevenis is, alleen op afspraak, geopend op<br />

woensdag en donderdag. Tussen 10.00 – 13.00 uur en 14.00<br />

– 17.00 uur. Per dagdeel is er ruimte voor maximaal tien<br />

bezoekers (dit is exclusief begeleiders). De kosten voor een<br />

Mini-belevenis zijn €17,50 per persoon (inclusief koffie/thee<br />

of chocolademelk). Begeleiders hebben gratis toegang. Voor<br />

meer informatie zie www.debelevenis.nl en voor reserveren<br />

mail je naar reserveringen@debelevenis.nl met je<br />

naam, telefoonnummer, de datum waarop je wilt komen en<br />

het aantal bezoekers inclusief begeleiders.<br />

Mobiele slaaptent voor kinderen met een<br />

beperking<br />

Twee studentes van de TU Delft (Lotte Leufkens en Francesca<br />

Lucas) hebben twee jaar geleden de noodkreet van een<br />

zorggezin opgepakt: “Ons kind wil zo graag uit logeren en<br />

makkelijk op vakantie kunnen. Kunnen jullie hier iets voor<br />

ontwerpen?” Dit heeft geresulteerd in de ontwikkeling van<br />

de CloudCuddle: een mobiele en lichtgewicht slaaptent<br />

die de bescherming biedt, die kinderen met fysieke en/of<br />

mentale beperkingen nodig hebben. De CloudCuddle past<br />

rond iedere standaard eenpersoonsmatras. Hij is opvouwbaar<br />

en weegt slechts drie kilo. Dus hij is makkelijk mee<br />

te nemen. Daarmee komt veilig slapen buitenshuis binnen<br />

handbereik. Momenteel wordt hard gewerkt aan het laatste<br />

prototype, dat in december uitgebreid getest wordt bij<br />

gezinnen, die zich daarvoor hebben opgegeven. Als alles<br />

naar wens verloopt, komt het product zomer 2017 op de<br />

markt. Ben je benieuwd of de CloudCuddle iets is voor jouw<br />

kind? Neem dan gerust contact op met Lotte of Francesca. Als<br />

je je opgeeft als testgezin, kun je het product gratis uitproberen.<br />

Bel of mail naar: 06 – 27073434 / info@cloudcuddle.<br />

com. Wie er nu alvast één bestelt, maakt kans op een gratis<br />

CloudCuddle. Onder de eerste 50 pre-orders wordt een gratis<br />

CloudCuddle verloot. De verwachte verkoopprijs ligt straks<br />

rond de 850 euro. Wie nu een pre-order plaatst, hoeft nog<br />

geen 10% aan te betalen, 75 euro. Ga naar de website voor<br />

meer informatie: www.cloudcuddle.com<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

35


Kapot trekken van kleren<br />

Jochem trekt sinds enkele weken zijn kleren kapot. Al enige<br />

tijd trok hij zijn bovenkleding en broek kapot als er een<br />

(beginnend) gaatje in zat, maar nu trekt hij ook zijn nieuwe<br />

kleren kapot. Het is begonnen met een nieuwe trui waar<br />

een borstzakje op zat. Die moest er blijkbaar af en toen<br />

scheurde zijn hele trui kapot. Wellicht vond hij deze ervaring<br />

en de reactie daarop zó interessant, dat hij nu direct na het<br />

aandoen van zijn trui aan de hals begint te trekken. Het lijkt<br />

of hij geniet van het kraken van de naden en mijn reactie.<br />

Volgens de begeleiders van Jochem is dit een hardnekkig<br />

probleem. Er zijn verschillende oorzaken mogelijk. Het openscheuren<br />

van kapotte kleding en zakjes op een trui past<br />

bij het autisme: het hoort niet dus het moet weg. Open<br />

scheuren vanuit de hals kan bij voorbeeld beginnen met<br />

kriebel wat frustratie oplevert. Het kan ook een reactie op<br />

andere frustratie zijn. Bij Jochem heb ik niet het idee dat<br />

hem iets frustreert, maar dat hij het gewoon een leuk spel<br />

vindt. Als Jochem aan zijn kleren trekt, dan benoem ik dat hij<br />

dat niet mag doen, maar verder schenk ik er geen aandacht<br />

aan en dan stopt hij er mee. Maar op de dagbesteding en<br />

het logeerhuis gaat hij door, totdat het kledingstuk kapot is.<br />

De begeleiders schenken er geen aandacht aan door het te<br />

negeren, zodat het niet een ritueel gaat worden. Maar dit<br />

betekent wel al veel uitgelubberde truihalzen (gelukkig zijn<br />

boothalzen heel hip…) en kapotte truien.<br />

Graag hoor ik van de lezers ervaringen en/of tips om hier mee<br />

om te gaan. Alvast bedankt. Mail naar redactie@stsn.nl. Overige<br />

tips voor onze doelgroep zijn ook van harte welkom. n<br />

36 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


Vrijwilligersbijeenkomst 2016<br />

Op 5 november jl. vond in Bunnik de jaarlijkse vrijwilligersbijeenkomst plaats. Zoals gebruikelijk werd er in het eerste<br />

deel gediscussieerd over een aspect van STSN als organisatie. Dit was deze keer het vrijwilligerswerk zelf en hoe we dit in<br />

nog betere banen kunnen leiden. Tijdens het tweede deel werd traditiegetrouw een gezellig diner aangeboden als dank<br />

voor de inzet in het afgelopen jaar. Het verslag over het diner kan kort zijn: het was weer lekker en gezellig. Over het<br />

vrijwilligerswerk binnen STSN kan veel meer verteld worden: leest u daarover het onderstaande verslag.<br />

tekst Jan-Paul Wagenaar foto's STSN<br />

De bijeenkomst werd geopend door STSN-voorzitter Jan-Paul<br />

Wagenaar die als leidraad voor de discussie een aantal<br />

flipovers had gemaakt, met per activiteit een aantal steekwoorden<br />

en de namen van de betrokken vrijwilligers.<br />

De eerste flipover ging over het bestuur, want ook dat<br />

bestaat geheel uit vrijwilligers die zich inzetten voor STSN.<br />

bestuur en/of ervaren vrijwilligers. De gerichte activiteit die<br />

we voor ogen hebben is het maken van een goed overzicht<br />

van onze vrijwilligers en een plan van aanpak van hoe we<br />

onze bemensing gaan aanpakken de komende jaren. Parallel<br />

aan deze activiteit gaan de nieuwe bestuursleden aan de slag<br />

met ons ledenbestand en een ledenraadpleging. Tot slot heeft<br />

Jannie Bom in 2016 geleidelijk en afgebakend het secretariaat<br />

van Marlies van Zuilen overgenomen. Jan-Paul is ontzettend blij<br />

dat dit op een goede manier vorm gekregen heeft.<br />

Maar er stoppen, zoals gezegd, ook twee bestuursleden. Ton<br />

Cramer zat vijf jaar in het bestuur en was verantwoordelijk<br />

voor o.a. subsidiezaken en beleid. Ton wil graag betrokken<br />

blijven bij STSN. Binnenkort wordt afgesproken hoe we<br />

dat kunnen invullen. Na zo’n 30 jaar betrokkenheid bij het<br />

bestuur van STSN heeft Hans Ploegmakers aangegeven met<br />

het bestuur te willen stoppen. Ook Hans blijft betrokken.<br />

Hans blijft ‘spin in het web’ in ons externe netwerk van<br />

specialisten en deskundigen en heeft ook een inbreng in<br />

Jannie Bom<br />

In de samenstelling van het bestuur komt binnenkort<br />

verandering: een tweetal leden vertrekt, maar er komen<br />

ook twee nieuwe leden bij. Met de hulp van PGO Support<br />

zijn een aantal gerichte vacatures opgesteld en uitgezet.<br />

Dit heeft uiteindelijk een kandidate opgeleverd, Malti<br />

Gangabisoensingh, die in december 2016 in het bestuur<br />

begint. Daarnaast heeft zich medio oktober jl. een reeds<br />

bekende vrijwilliger, Marco Muis, gemeld voor het bestuur.<br />

Ook Marco zal in december starten. De bedoeling is de twee<br />

nieuwe bestuursleden geleidelijk in hun bestuursrol te laten<br />

groeien. De eerste stap is om de nieuwe bestuursleden aan<br />

een gerichte activiteit te laten werken, ondersteund door het<br />

Ton Cramer<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

37


Stichting Michelle, de belangrijke en strategische samenwerkingspartner<br />

van STSN. Jan-Paul vatte het bovenstaande<br />

samen als een grote verandering en uitdaging, maar zag<br />

meerdere lichtpuntjes om te werken aan continuiteit.<br />

Vervolgens zijn de verschillende activiteiten van STSN<br />

besproken die elk door één of meer vrijwilligers worden<br />

georganiseerd of uitgevoerd, zoals de Familiedag, de<br />

<strong>Contact</strong>dag, de verschillende Lotgenotendagen, Beurzen, de<br />

Expertmeeting, de website en de redactie van het <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>.<br />

In het algemeen is het bij al deze activiteiten zo dat er<br />

een vaste groep vrijwilligers is die allemaal al vele jaren<br />

meedoen. Dat geldt met name voor de kartrekkers van de<br />

activiteit. Omdat deze vaak heel veel kennis en ervaring<br />

hebben opgebouwd, is het lastig voor anderen om het over<br />

te nemen. Mogelijk loopt het voortbestaan van activiteiten op<br />

deze manier gevaar. Het is daarom belangrijk dat we het risico<br />

dat er geen opvolging is als deze kartrekkers ermee stoppen<br />

(doordat ze teveel verplichtingen krijgen), zoveel mogelijk<br />

voorkomen door het werven van nieuwe vrijwilligers.<br />

De conclusie is dat er voldoende plaats is voor vers bloed,<br />

maar dat nieuwe vrijwilligers niet meteen voor het blok<br />

gezet mogen worden met een forse taak, maar als een soort<br />

stagiair gaan meelopen en na enige tijd wennen klaar zijn<br />

om het over te nemen. Een voorbeeld: afgelopen jaar heeft<br />

Bert van Horen de rol als trekker van de familiedag overgenomen<br />

van Ernst van Zuilen. Dat is prima verlopen!<br />

Daarom hier meteen een oproep aan de leden om zich<br />

aan te melden voor een activiteit die ze leuk vinden en<br />

waarderen. Zonder nieuwe aanwas van vrijwilligers zullen<br />

al onze activiteiten namelijk niet blijven bestaan. Lijkt het u<br />

wel wat om samen met een gezellig team de schouders te<br />

zetten onder een activiteit die u na aan het hart ligt? Neem<br />

dan contact op met Jannie Bom* en laat weten wat u leuk<br />

vindt en bij wat voor soort taak u wilt ondersteunen.<br />

*secretariaat@stsn.nl n<br />

Onze jaarlijkse bijeenkomst voor ouders van jonge<br />

kinderen met <strong>TSC</strong> zal plaatsvinden op 1 april 2017<br />

Het thema en de locatie worden te zijner tijd bekend<br />

gemaakt op de website.<br />

Aanmelden kan via lotgenotencontact@stsn.nl<br />

Zet de datum vast in je agenda (geen grap!)<br />

38 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


Bestuursmededelingen<br />

tekst Jan-Paul Wagenaar foto's Yvonne Strikwerda<br />

Voorbij 2016<br />

Ik ga er van uit dat dit <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> kort na de feestdagen bij<br />

u op de mat valt. 2016 is snel voorbij gegaan. STSN heeft in<br />

2016 haar 35ste verjaardag gevierd met een feestelijke familiedag<br />

en een zeer geslaagd lustrumsymposium in Rotterdam.<br />

Ook namen we feestelijk afscheid van Arni Hubbeling op een<br />

speciale lotgenotenbijeenkomst in Driebergen, waarbij een<br />

groot aantal deelnemers uit de verschillende groepen van<br />

ons lotgenotencontact aanwezig waren. Het bestuur kijkt zeer<br />

tevreden terug op 2016, op naar 2017!<br />

Lustrumsymposium<br />

Elders in het blad vindt u uitgebreid aandacht voor ons vijfde<br />

lustrumsymposium ‘Van Begrijpen tot Ingrijpen’ dat op 16<br />

september in Rotterdam werd gehouden. Onze inzet om zo<br />

veel mogelijk professionals te laten deelnemen is gelukt en<br />

het aantal geaccrediteerde deelnemers aan ons symposium<br />

was nog nooit zo hoog! Bij deze nogmaals veel dank aan de<br />

lustrumsymposiumcommissie die dit met verve en professionaliteit<br />

georganiseerd heeft. Ook dank aan Kiki Hagethorn<br />

van Groenhof Congresorganisatie die ons in de organisatie<br />

van het symposium op een geweldige manier heeft ondersteund.<br />

En voor wie het gemist heeft of nog een keer terug<br />

wil zien: aarzel niet om video’s van de inhoudelijke bijdragen<br />

van de sprekers op onze website te bewonderen!<br />

Bournevilleprijs 2016 voor Mark Nellist<br />

Zoals u vernomen heeft, heeft Mark Nellist (Principal<br />

Investigator, Department of Clinical Genetics, Erasmus MC<br />

Rotterdam) de Bournevilleprijs ontvangen, een prijs die STSN<br />

traditioneel tijdens het lustrumsymposium uitreikt. Het nomineren<br />

van geschikte kandidaten voor deze prijs in een uitgebreid<br />

netwerk van bij <strong>TSC</strong> betrokken experts, waar de STSN<br />

momenteel intensief bij betrokken is, is geen eenvoudige<br />

klus. Bij de zoektocht naar kandidaat-winnaars hebben we dit<br />

keer getracht iemand te vinden die het ‘oude’ en het ‘nieuwe’<br />

<strong>TSC</strong>-onderzoek met elkaar verbindt, die zijn of haar sporen op<br />

het gebied van <strong>TSC</strong> reeds heeft verdiend, maar ook iemand<br />

waar we de komende jaren nog meer van verwachten. Mark,<br />

nogmaals gefeliciteerd en op naar meer moois!<br />

Zilveren Bournevillepenning voor Hans<br />

Ploegmakers<br />

Waarschijnlijk heeft u op de website en/of via Facebook<br />

vernomen dat Hans Ploegmakers tijdens het etentje na het<br />

lustrumsymposium de Zilveren Bournevillepenning heeft<br />

ontvangen. Ik citeer: "wat kun je als patientenorganisatie na de<br />

Koninklijke onderscheiding tijdens het lustrum in 2011 doen om<br />

de jarenlange inzet van een gedreven vrijwilliger te waarderen?<br />

Het bestuur heeft getracht om Hans in een uniek zonnetje te<br />

zetten: als dank voor alles wat Hans voor STSN en <strong>TSC</strong> gedaan<br />

heeft, hebben we eenmalig een zilveren penning laten maken,<br />

de Bourneville Erepenning. Net als de bronzen Bourneville<br />

penning staat hierop een afbeelding van Dr. Bourneville, de arts<br />

die <strong>TSC</strong> rond 1880 als eerste beschreef. Op de zilveren erepenning<br />

staat een andere afbeelding van Bourneville, en ‘kijkt’ hij<br />

de andere kant op. Op de achterkant van de penning staan de<br />

woorden: ‘Toewijding, Focus en Inspiratie’. Op de oorkonde die<br />

bij de erepenning hoort zijn daar aan toegevoegd: ‘Pionier en<br />

Gids STSN’. In totaal vijf woorden die de tomeloze daadkracht<br />

en grote bijdrage van Hans kernachtig moeten samenvatten.<br />

Hans kreeg de Bourneville Erepenning uitgereikt tijdens het<br />

etentje na het symposium op 16 september. Het is ons blijk<br />

van waardering: ‘Hans, we hopen dat je ook de komende<br />

jaren van betekenis blijft voor <strong>TSC</strong>. Enorm veel dank!´ Ik wou<br />

dit nogmaals gezegd hebben.<br />

Vrijwilligersbijeenkomst<br />

Op zaterdag 5 november vond de jaarlijkse vrijwilligersdag plaats<br />

bij de ‘Veldkeuken’ Amelisweerd. Vanwege griep en persoonlijke<br />

omstandigheden was het aantal deelnemers vlak voor de<br />

bijeenkomst teruggelopen tot een kleine twintig. Dat belette de<br />

aanwezigen niet er een nuttige en gezellige bijeenkomst van te<br />

maken. Tijdens de bijeenkomst was er volop interactie en uitwisseling<br />

ten aanzien van de bemensing van onze activiteiten. We<br />

gaan ons voordeel doen met de resultaten. Elders in dit blad<br />

leest u een korte impressie over de bijeenkomst.<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

39


Bestuurswisselingen<br />

Na vijf jaar neemt Ton Cramer per 31 december 2016<br />

afscheid van het bestuur. Ton heeft dit vroeg dit jaar aangegeven<br />

en blijft als vrijwilliger beschikbaar voor gerichte taken.<br />

Ton, dank voor je evenwichtige en inhoudelijke bijdrage aan<br />

onze missie. Ook Hans Ploegmakers neemt na ruim 30 jaar<br />

een sleutelrol vervuld te hebben afscheid van het bestuur. Ik<br />

heb hierboven de bijdrage van Hans reeds nadrukkelijk neergezet.<br />

Gaan we zonder Hans verder? Ja en nee. Hans blijft<br />

als vrijwilliger een belangrijke rol vervullen in ons externe<br />

netwerk en zal daarnaast ook bij onze partner Stichting<br />

Michelle betrokken blijven. Naast de reeds uitgesproken dank<br />

ook mijn persoonlijke dank: de afgelopen vier jaar ben je een<br />

constructieve en begrijpende leermeester voor me geweest.<br />

Het was niet altijd makkelijk, maar ik hecht heel veel waarde<br />

aan de manier waarop we altijd weer de weg naar voren<br />

konden vinden. Ik hoop dat we, indien nodig, ook in de<br />

toekomst een luisterend oor bij je vinden.<br />

Zoals ook beschreven in het stukje over de vrijwilligersbijeenkomst,<br />

was er naast een afscheid ook een welkom: vanaf<br />

december 2016 verwelkomen we Malti Gangabisoensingh en<br />

Marco Muis in het bestuur. In een volgend contactblad stellen<br />

Malti en Marco zich aan u voor. Het bestuur kijkt uit naar de<br />

samenwerking met de nieuwe bestuursleden.<br />

Ik sluit af met: vindt u werken met mensen of groepen leuk<br />

en wilt u zich inzetten voor mensen met <strong>TSC</strong>, dan kom ik<br />

graag met u in contact. We bieden potentiële vrijwilligers aan<br />

om samen met hen te kijken of we een passende en afgebakende<br />

kluskunnen creëren. Dit biedt u de gelegenheid om te<br />

kijken of STSN en haar activiteiten iets voor u zijn.<br />

Heeft u vragen of opmerkingen? Aarzel niet en neem contact<br />

met mij op: voorzitter@stsn.nl of info@stsn.nl n<br />

40 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


Sponsor de STSN<br />

Nieuwe ideeën en initiatieven<br />

voor sponsoring blijven welkom!<br />

Donaties, giften (bijvoorbeeld uit een nalatenschap) en schenkingen zijn erg belangrijk voor STSN. Met uw bijdrage<br />

draagt u bij aan het in stand houden van een kleine, efficiënte organisatie van én door vrijwilligers. Help ons helpen!<br />

tekst Jan-Paul Wagenaar Foto's Euro Mit Staal B.V<br />

Recente initiatieven<br />

Milly Cairo organiseerde eind september jl. voor het tweede jaar<br />

op rij een zumbathon waarvan de opbrengst naar STSN gaat.<br />

STSN kon dit jaar geen afvaardiging sturen, mede omdat we<br />

net het lustrumsymposium achter de rug hadden. Milly, ontzettend<br />

bedankt voor je inzet en enthousiasme! Op 8 oktober jl.<br />

vierde het bedrijf Euro Mit Staal B.V. (EMS) uit Vlissingen-Oost<br />

haar 25-jarig jubileum. Van een bij <strong>TSC</strong> betrokken medewerker<br />

kregen we de volgende mail: "Ter gelegenheid van dit jubileum<br />

hebben wij besloten éénmalig € 1.500,-- te doneren aan uw<br />

stichting (STSN). Dit omdat wij als bedrijf uw inspanningen<br />

waarderen voor het bestrijden van de vreselijke ziekte <strong>TSC</strong> en<br />

het ondersteunen van mensen die er (in)direct mee te maken<br />

hebben." Na contact en afstemming ben ik samen met mijn<br />

zoon op 8 oktober naar Zeeland afgereisd. We werden goed<br />

ontvangen en namen aan het begin van de jubileumviering de<br />

check in ontvangst van de eigenaar (zie foto). EMS en grootouders<br />

van <strong>TSC</strong>-patientje, enorm bedankt voor dit geweldige<br />

gebaar, we zorgen dat de bijdrage goed besteed wordt.<br />

Periodieke schenking<br />

Een schenking aan STSN kan ook in 2016 een interessant fiscaal<br />

voordeel voor u betekenen. STSN is door de Belastingdienst<br />

erkend als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Met<br />

een schenking aan STSN kunt u in één klap STSN blij maken<br />

én tegelijkertijd zelf een fiscaal voordeel hebben. Dat kunt u<br />

bijvoorbeeld via een akte van schenking bij de notaris regelen.<br />

Voor informatie kunt u altijd contact opnemen met penningmeester<br />

Dave Tuijp.<br />

STSN opnemen in uw testament<br />

U kunt ons werk ook steunen door STSN op te nemen in uw<br />

testament. Zo laat u niet alleen iets na aan uw naasten, maar<br />

ook aan een goed doel. Hoe kunt u STSN opnemen in uw testament?<br />

De eerste stap is het opstellen van een testament via<br />

een notaris. U kunt STSN in uw testament aanwijzen als erfgenaam<br />

of (mede)erfgenaam. Het hoeft niet om grote bedragen<br />

te gaan, iedere bijdrage is welkom. Een andere manier is het<br />

toekennen van een legaat aan STSN. Een legaat kan een vast<br />

bedrag in geld zijn, of een percentage van uw nalatenschap. Het<br />

kan ook bestaan uit effecten, kunst of onroerende goederen.<br />

Omdat STSN een ANBI-status heeft, hoeft STSN geen erfbelasting<br />

over uw nalatenschap te betalen.<br />

Waar wordt uw bijdrage aan besteed?<br />

Uw bijdrage komt voor 100% ten goede aan het werk ten<br />

behoeve van mensen met <strong>TSC</strong>…! Ieder jaar heeft STSN herkenbare<br />

activiteiten zoals de familiedag, de landelijke contactdag<br />

en diverse lotgenotenbijeenkomsten. Ook zorgen we vol<br />

overgave dat vier keer per jaar ons prachtige blad <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

bij u op de mat valt, vertegenwoordigen we <strong>TSC</strong> in allerlei<br />

processen rondom zorg en behandeling en onderhouden we<br />

gericht contact met medisch specialisten. Misschien wilt u een<br />

specifieke bestemming geven aan uw bijdrage. In overleg met<br />

u bekijken we dan graag wat mogelijk is. Wilt u het onderzoek<br />

naar <strong>TSC</strong> steunen, dan kunt u de Stichting Michelle (partner van<br />

STSN) opnemen in uw testament..<br />

Nuttige informatie<br />

Over het opstellen van een testament: www.notaris.nl<br />

Over het nalaten aan goede doelen: www.nalaten.nl<br />

Over de fiscale aspecten:<br />

www.belastingdienst.nl<br />

en www.anbi.nl<br />

Over stichting Michelle:<br />

www.stichtingmichelle.nl<br />

<strong>Contact</strong><br />

Voor nadere informatie en vragen kunt u altijd contact opnemen<br />

met onze penningmeester Dave Tuijp:<br />

penningmeester@ststn.nl. n<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

41


Stichting Tubereuze Sclerosis<br />

Nederland<br />

STSN is een landelijke, internationaal samenwerkende organisatie van mensen met Tubereuze<br />

Sclerose Complex (<strong>TSC</strong>), hun partners, ouders, verzorgers, familieleden en van bij STSN aangesloten<br />

deskundigen.<br />

STSN behartigt de belangen van en verleent ondersteuning aan<br />

alle mensen in Nederland die te maken hebben met <strong>TSC</strong>.<br />

STSN stelt zich tot doel een optimale kwaliteit van leven en<br />

van zorg voor mensen met <strong>TSC</strong> te realiseren, en de verdere<br />

overerving van <strong>TSC</strong> zo veel mogelijk te voorkomen. Om dit te<br />

bereiken zijn nodig<br />

n betrouwbare en volledige informatie<br />

n snelle diagnose, tijdige behandeling, zorg op maat<br />

n goede, persoonlijke begeleiding en ondersteuning bij het<br />

leren omgaan met deze aandoening<br />

STSN vindt het belangrijk dat mensen met <strong>TSC</strong>, zover als hun<br />

aandoening dat toestaat, de regie ten aanzien van behandeling<br />

en zorg in eigen hand moeten kunnen houden<br />

STSN tracht haar doelstelling te bereiken door:<br />

n belangenbehartiging<br />

n informatievoorziening<br />

n lotgenotencontact<br />

n samenwerking met relevante instanties en organisaties<br />

n stimuleren van geïntegreerde zorg en behandeling in<br />

landelijke expertisecentra<br />

n bevorderen van wetenschappelijk onderzoek<br />

n fondsenwerving<br />

De kennis die hiervoor nodig is, verkrijgt STSN in de eerste<br />

plaats van mensen met <strong>TSC</strong> en hun ouders en verzorgersen<br />

daarnaast van zorgverleners (artsen, gedragsdeskundigen) en<br />

van wetenschappelijke onderzoekers. De verzamelde kennis<br />

vormt het fundament voor de activiteiten van STSN. STSN wil de<br />

functie van landelijk bekend platform vervullen. Hier ontmoeten<br />

mensen met <strong>TSC</strong>, hun ouders, verzorgers, partners en andere<br />

betrokkenen, zoals zorgverleners en wetenschappers, elkaar en<br />

vinden ze informatie en ondersteuning.<br />

Dit jaar, 2016, vierde STSN haar 35ste verjaardag! Zoals<br />

gebruikelijk organiseerde STSN in dit lustrumjaar samen met het<br />

expertnetwerk een wetenschappelijk symposium over <strong>TSC</strong>. In<br />

2016 al weer voor de vijfde keer!<br />

Belangenbehartiging<br />

STSN behartigt de belangen van alle mensen met <strong>TSC</strong>. STSN<br />

pleit bij zorgaanbieders voor een gedifferentieerd en goed<br />

zorgaanbod dat uitgaat van de vraag van de gebruiker.<br />

Aansluitend daaraan streeft STSN in haar contacten met<br />

zorgverzekeraars naar een goed pakket van verzekerde zorg.<br />

Samen met andere patiëntenorganisaties voert STSN een<br />

krachtig pleidooi voor de belangen van mensen met <strong>TSC</strong>.<br />

STSN werkt samen met een grote groep deskundigen op<br />

medisch en gedragsgebied in een expertnetwerk. Via nationale<br />

en internationale contacten wordt getracht kennis continu uit<br />

te bouwen, hetgeen ten goede komt aan de mensen die zijn<br />

aangesloten bij STSN.<br />

Mede dankzij de initiatieven van STSN is er een goede<br />

infrastructuur voor <strong>TSC</strong> in Nederland: DNA-onderzoek naar <strong>TSC</strong><br />

wordt uitgevoerd bij Klinische Genetica van het Erasmus MC<br />

in Rotterdam.Voor <strong>TSC</strong>-diagnostiek en follow-up controle bij<br />

kinderen kan men bij het Sylvia Tóth Centrum (Wilhelmina<br />

Kinderziekenhuis te Utrecht) en het Sophia Kinderziekenhuis<br />

(Erasmus MC, Rotterdam) terecht. Voor volwassenen met <strong>TSC</strong><br />

zijn er speciale poliklinieken bij het Universitair Medisch Centrum<br />

te Utrecht en het Erasmus MC te Rotterdam. De faciliteiten in<br />

Utrecht en Rotterdam maken onderdeel uit van de in 2015<br />

door het Ministerie van VWS erkende Expertisecentra voor <strong>TSC</strong>.<br />

Tenslotte kan een beroep gedaan worden op een landelijk<br />

werkzaam Expertiseteam <strong>TSC</strong> en Gedrag.<br />

Samen met Stichting Michelle (www.stichtingmichelle.nl)<br />

stimuleert STSN wetenschappelijk onderzoek naar <strong>TSC</strong>. Eind<br />

jaren tachtig van de vorige eeuw verleende STSN actieve<br />

medewerking aan onderzoek naar de genetische oorsprong<br />

van <strong>TSC</strong>. Dit leidde tot de lokalisatie van het <strong>TSC</strong>2-gen in 1993<br />

en het <strong>TSC</strong>1-gen in 1997. Daarna richtte het onderzoek zich op<br />

het beter begrijpen van de oorzaken van <strong>TSC</strong> en op het vinden<br />

van behandelmogelijkheden. Het STSN lustrumboek uit 2011<br />

‘Het verhaal van dertig jaar onderzoek naar <strong>TSC</strong>’ geeft daar<br />

een goed beeld van. Ook na 2011 is er veel onderzoek naar<br />

<strong>TSC</strong> verricht. Ook het onderzoek naar gedragsaspecten bij <strong>TSC</strong><br />

wordt gestimuleerd. Voorbeelden hiervan zijn de publicatie van<br />

Hubbeling en Mulder in 2000, het betrekken van internationale<br />

experts in het netwerk (Professor Petrus de Vries, Kaapstad,<br />

Zuid-Afrika) en het project ‘<strong>TSC</strong> in verschillende levensfasen’<br />

van het Expertiseteam <strong>TSC</strong> en Gedrag dat eind 2015 heeft<br />

geresulteerd in het handboek ‘<strong>TSC</strong> in verschillende levensfasen<br />

– achtergronden, uitleg en praktische adviezen bij psychische en<br />

gedragsproblemen’.<br />

42 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>


Via nationale en internationale contacten wordt getracht kennis<br />

continu uit te bouwen, hetgeen ten goede komt aan de mensen<br />

die zijn aangesloten bij STSN.<br />

Informatievoorziening<br />

STSN geeft voorlichting over de vele aspecten van leven met<br />

<strong>TSC</strong>, zowel aan mensen die bij STSN zijn aangesloten, als daar<br />

buiten. Onder meer gebeurt dit in goed leesbare brochures,<br />

filmpjes, een eigen tijdschrift - het ‘<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>’ - en via de<br />

website (www.stsn.nl). Ook wordt actief gebruik gemaakt<br />

van Facebook en Twitter. Op basis van door STSN verstrekte<br />

informatie zijn betrokkenen beter in staat zelfstandig en bewust<br />

beslissingen te nemen.<br />

Ook informeert STSN systematisch een aantal relevante<br />

doelgroepen en instanties om <strong>TSC</strong> goed op de kaart te zetten<br />

en te houden én om de mogelijkheden van STSN te etaleren.<br />

Denk bijvoorbeeld aan publicaties in vaktijdschriften, links<br />

met websites, brochures en gerichte mailings. Maar ook<br />

aan het onderhouden van relaties met kinderartsen, artsen<br />

verstandelijk gehandicapten (AVG), neurologen, huisartsen,<br />

gedragswetenschappers, enzovoorts.<br />

Lotgenotencontact<br />

STSN organiseert contacten met lotgenoten om onder<br />

deskundige begeleiding van elkaars ervaringen te leren. Dit<br />

gebeurt op verschillende manieren.<br />

In de eerste plaats is er jaarlijks een grote landelijke contactdag<br />

voor alle STSN-ers. Op de contactdag worden inhoudelijke<br />

inleidingen verzorgd door specialisten uit het netwerk en<br />

andere relevante instanties. Ook worden er workshops en<br />

gespreksgroepen gehouden. Een belangrijk onderdeel van de<br />

contactdag is ook het informeel uitwisselen van ervaringen<br />

en inzichten in de wandelgangen. Nieuwkomers ervaren de<br />

contactdag als een feest van herkenning, ondanks dat er van<br />

tevoren best tegen deelname opgezien wordt.<br />

Ook is er jaarlijks een familiedag. Dit is een grote bijeenkomst<br />

gericht op families van mensen met <strong>TSC</strong>. Belangrijkste doel van<br />

deze dag is elkaar ontmoeten in een sfeer van een ‘dagje uit’.<br />

Daarnaast wordt er elk jaar een aantal kleinere bijeenkomsten<br />

gehouden. Dit betreft bijeenkomsten rond een bepaalde<br />

leeftijdsgroep (bijvoorbeeld ouders met jonge kinderen met <strong>TSC</strong>;<br />

of jong volwassenen met <strong>TSC</strong>), of rond een probleemgebied.<br />

Alle bijeenkomsten staan onder deskundige begeleiding.<br />

Daarnaast fungeert het secretariaat als een telefonische<br />

vraagbaak, respectievelijk hulplijn.<br />

en leven met <strong>TSC</strong>. STSN zoekt de samenwerking, omdat door<br />

de bundeling van krachten meer resultaten kunnen worden<br />

geboekt.<br />

Voor wat betreft overstijgende vraagstukken zoals<br />

kwaliteitssystemen of financiering wordt samengewerkt<br />

met organisaties die zich op landelijk niveau richten op<br />

de bredere patiëntenbeweging als geheel. Zo werkt STSN<br />

samen met Vereniging van Samenwerkende Ouder- en<br />

Patiëntenorganisaties (VSOP), de koepelorganisatie Ieder(in)–<br />

netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte<br />

– de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) en<br />

in platformverband met allerlei bij epilepsie betrokken partijen.<br />

Daarnaast wordt samengewerkt met patiëntenorganisaties<br />

die actief zijn op verwante terreinen, zoals Epilepsievereniging<br />

Nederland, Nierpatiëntenvereniging en Nederlandse Vereniging<br />

voor Autisme.<br />

STSN zoekt ook de samenwerking met partners zoals<br />

zorginstellingen, hulpverleners, zorgverzekeraars en de<br />

wetenschappelijke wereld. Zo vervult STSN een rol bij de<br />

ontwikkeling van effectieve zorg, medische en sociale<br />

begeleiding of de bevordering van betere voorlichting en van<br />

wetenschappelijk onderzoek. De hiervoor genoemde faciliteiten<br />

als de <strong>TSC</strong> Expertisecentra en het Expertiseteam <strong>TSC</strong> en Gedrag<br />

zijn rechtstreekse gevolgen van deze aanpak.<br />

Stimuleren van concentratie van zorg in<br />

landelijk werkzame expertisecentra<br />

<strong>TSC</strong> is een multi-orgaan aandoening. Dat betekent per definitie<br />

dat samenwerking noodzakelijk is om tot integrale zorg voor <strong>TSC</strong><br />

patiënten te komen. In Nederland zijn twee van overheidswege<br />

erkende Expertisecentra voor <strong>TSC</strong>, namelijk in Rotterdam<br />

en Utrecht. Onder het hoofdje belangenbehartiging werd<br />

de infrastructuur voor <strong>TSC</strong> in Nederland beschreven. Jaarlijks<br />

belegt STSN samen met Stichting Michelle een expertmeeting<br />

om kennis en ideeën te delen en verdere samenwerking<br />

te stimuleren. Ook elders in de wereld wordt relevant<br />

<strong>TSC</strong>-gerelateerd werk gedaan. STSN participeert selectief en<br />

gericht in relevante internationale verbanden.<br />

Stimuleren van wetenschappelijk onderzoek<br />

STSN werkt intensief samen met partner Stichting Michelle<br />

(www.stichtingmichelle.nl) in het stimuleren van<br />

wetenschappelijk onderzoek naar <strong>TSC</strong>. STSN ondersteunt<br />

wetenschappelijke initiatieven waar mogelijk in woord en<br />

daad. Stichting Michelle ondersteunt onderzoek naar <strong>TSC</strong><br />

Samenwerken<br />

Samenwerken is voor STSN van groot belang. Zeker omdat<br />

<strong>TSC</strong> een zeldzame ziekte is. Voor haar partners is STSN een<br />

waardevolle organisatie vanwege haar kennis van het omgaan<br />

winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />

43


www.stsn.nl

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!