TSC Contact 136
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
nummer <strong>136</strong> | winter 2016<br />
<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
Lustrumsymposium 2016<br />
‘Van Begrijpen tot Ingrijpen’<br />
Postmortaal onderzoek<br />
van <strong>TSC</strong>-hersenen door<br />
Nederlandse Hersenbank<br />
Internationale <strong>TSC</strong> Research Conferentie Lissabon<br />
Patiëntenorganisaties uit alle<br />
windstreken: Nederland loopt<br />
mee in de kopgroep<br />
www.stsn.nl
in dit nummer<br />
4 Het <strong>TSC</strong> Symposium: een sfeerverslag<br />
6 35 jaar STSN ‘Van Begrijpen tot Ingrijpen’<br />
14 Daar zit muziek in…..<br />
15 Zorgen en zorgbehoeftes van jongvolwassenen met <strong>TSC</strong> en hun ouders<br />
18 'Ik kan het allemaal zelf’<br />
20 Je hersenen nalaten voor onderzoek: heeft u daar al eens over nagedacht?<br />
24 Bijeenkomst van ouders van pubers met <strong>TSC</strong><br />
25 Twee héél verschillende kinderen<br />
26 Gunstig effect van everolimus op reuscelastrocytoom (SEGA)<br />
28 STSN-lid in beeld: Claudia Brefeld<br />
30 <strong>TSC</strong> Research en <strong>TSC</strong>-patiëntenorganisaties uit alle windstreken<br />
32 Collecte Epilepsiefonds 2016: een impressie in foto's<br />
33 VSOP-Nieuwsbericht: nieuwe huisartsenbrochure beschikbaar<br />
34 Tip en truc hoek<br />
37 Vrijwilligersbijeenkomst 2016<br />
39 Bestuursmededelingen<br />
41 Sponsor de STSN<br />
42 Stichting Tubereuze Sclerosis Nederland<br />
colofon<br />
ISSN 1570 - 5145 | jaargang 34 | nummer <strong>136</strong><br />
Dagelijks bestuur STSN<br />
Jan-Paul Wagenaar, voorzitter<br />
Jannie Bom, secretaris<br />
Dave Tuijp, penningmeester<br />
Secretariaat STSN<br />
Jannie Bom<br />
Telefoon: 06-52824660<br />
Lange Voorhout 14,<br />
4371TB Koudekerke<br />
E-mail: secretariaat@stsn.nl<br />
Website: www.stsn.nl<br />
Redactie<br />
Francesco Dioguardi<br />
Corinne Kijl<br />
Yasmara Olyslag<br />
Jos Scheurink<br />
Yvonne Strikwerda<br />
Vormgeving<br />
Stichting MEO<br />
Adres <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
Vergulden Wagen 9,<br />
1111TD Diemen<br />
E-mail: redactie@stsn.nl<br />
<strong>TSC</strong> Expertisecentrum UMC Utrecht<br />
Polikliniek Erfelijke Aandoeningen<br />
(Interne Geneeskunde)<br />
Dr. M. Vergeer, internist-endocrinoloog<br />
J. Patist, verpleegkundig specialist<br />
Telefoon: 088-7553232<br />
<strong>TSC</strong> Expertisecentrum /Sylvia Toth Centrum<br />
UMC Utrecht hersencentrum<br />
Dr. F.E. Jansen, kinderneuroloog<br />
E-mail: STcentrum@umcutrecht.nl<br />
Telefoon: 088-7553898<br />
Klinische Genetica Erasmus MC, Rotterdam<br />
Dr. A. Kievit<br />
Telefoon: 010-4636915<br />
(maandag, dinsdag en donderdag)<br />
Multidisciplinaire <strong>TSC</strong> polikliniek voor<br />
kinderen Erasmus MC,<br />
Sophia Kinderziekenhuis, Rotterdam<br />
Dr. M.C.Y. de Wit, kinderneuroloog<br />
Drs. G.C.B. de Heus, kinderarts<br />
E-mail: tubereuzesclerose@erasmusmc.nl<br />
Telefoon: 010-7036341<br />
(polikliniek kinderneurologie)<br />
<strong>TSC</strong>-poli maandelijks op afspraak<br />
<strong>TSC</strong> Expertisecentrum Erasmus MC<br />
(18+poli) Rotterdam<br />
Dr. L. de Graaf-Herder, internist<br />
Dr. A. van Eeghen, arts voor<br />
verstandelijk gehandicapten (AVG)<br />
Email: tsc@erasmusmc.nl<br />
Telefoon: 010-7040115<br />
(polikliniek Inwendige Geneeskunde;<br />
vragen naar mw. Korpershoek)<br />
Expertiseteam <strong>TSC</strong> en Gedrag<br />
Marije Offringa, psycholoog<br />
Leonore Kuijpers, AVG<br />
Richard Slinger, casemanager<br />
Email: E<strong>TSC</strong>G@2davinci.com<br />
Bank<br />
Rekeningnummer:<br />
NL29RABO0118941127<br />
t.n.v. STSN<br />
2 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
20<br />
28<br />
4<br />
18<br />
24<br />
30<br />
Van de redactie<br />
Voor u ligt het winternummer, het laatste nummer van het lustrumjaar 2016. In de voorgaande nummers<br />
van dit jaar liepen we de geschiedenis van 35 jaar STSN nog eens met u door. Op 16 september vond in<br />
het Erasmus MC in Rotterdam het lustrumsymposium plaats. In dit nummer krijgt u een uitgebreid verslag<br />
van het symposium door de symposiumcommissie. Het werd inderdaad de interessante dag die we<br />
verwachtten. Wetenschappers die met hart en ziel werken aan hun onderzoek deden daarvan enthousiast<br />
verslag. Misschien is het verslag daarvan soms wat technisch voor de meesten van ons, maar zeker de<br />
moeite waard om eens doorheen te gaan, misschien in (12!) hapklare brokjes van steeds één lezing? Verder<br />
is er het tweede deel over postmortem onderzoek. Waarom is de Nederlandse Hersenbank geïnteresseerd<br />
in de hersenen van <strong>TSC</strong>-patiënten? Marleen Rademaker en Saskia Palmen, respectievelijk projectcoördinator<br />
en klinisch coördinator van het NHB-Psy project, legden mij dat uit in een interview over het belang van dit<br />
soort onderzoek. De zware kost wordt zoals u gewend bent afgewisseld door columns, persoonlijke verhalen,<br />
een verslag van een ouderbijeenkomst, en last but not least een verslag van Dave Tuijp van zijn reis naar<br />
Lissabon, waar hij de Internationale <strong>TSC</strong> Onderzoeksconferentie bezocht. Hij ontdekte dat we ons in Nederland<br />
in veel opzichten gelukkig mogen prijzen, iets dat ook wel eens gezegd mag worden. Maar dat is dan ook<br />
mede dankzij 35 jaar ploeteren en strijden van de STSN voor vooruitgang in wetenschap en zorg voor <strong>TSC</strong>patiënten.<br />
Volgend jaar is geen lustrumjaar maar een ‘gewoon’ jaar, waarin we 'gewoon' weer aan het werk<br />
gaan. Ik wens u een voorspoedig en succesvol 2017, waarin uw werk en het werk van de STSN hopelijk<br />
beloond mogen worden.<br />
Yvonne Strikwerda<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
3
Het <strong>TSC</strong> Symposium:<br />
een sfeerverslag<br />
Op 16 september werd ons <strong>TSC</strong> Symposium gehouden als mijlpaal in alweer een lustrumjaar. Aan meer dan honderd<br />
aanwezigen werd een aantal presentaties gegeven door verschillende experts uit het veld die zich bezig houden met <strong>TSC</strong> als<br />
ziekte of met de behandeling van patiënten. Elders in dit blad is het inhoudelijke verslag van deze presentaties te vinden.<br />
Dit verslag geeft een beeld van de activiteiten en gang van zaken om het Symposium heen.<br />
tekst Francesco Dioguardi foto's Yvonne Strikwerda<br />
De leden van de Symposiumcommissie hadden zich al vroeg<br />
in het Erasmus MC bij de Andries Queridozaal verzameld om<br />
alles voor te bereiden voor de komst van de gasten. Het<br />
belangrijkste daarbij was om de ontvangsttafel klaar te zetten<br />
met de badges en documentatie, maar vooral om de bewegwijzering<br />
op te hangen aangezien het Erasmus MC nogal<br />
groot is. Om geen gasten kwijt te raken heeft een drietal<br />
commissieleden zich als pratende wegwijzer op strategische<br />
punten opgesteld, wat inderdaad erg nuttig bleek. Sommige<br />
gasten waren wat later, waardoor het Symposium een<br />
kwartiertje later begon en de wegwijzers de eerste presentatie<br />
gemist hebben.<br />
Na het tweede deel van de presentaties volgde een uitstekende<br />
lunch en was er tijd voor de deelnemers om elkaar<br />
onderling te leren kennen en contacten te leggen. Naast de<br />
informatie in de presentaties is het leggen van onderlinge<br />
contacten tussen de verschillende <strong>TSC</strong>-groepen namelijk ook<br />
een van de doelen van deze bijeenkomst.<br />
De sprekers hielden zich echter keurig aan de tijd en liepen<br />
zelfs in, zodat de koffie op tijd geserveerd kon worden. Dit gaf<br />
de bezoekers ook de kans om de stand van STSN te bezoeken<br />
voor verdere informatie en documentatie.<br />
4 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
Dr. Mark Nellist houdt zich bezig met Medische Genetica aan<br />
het Erasmus MC, waarover hij voor de lunch een presentatie had<br />
gegeven. Zie daarvoor het wetenschappelijke verslag.<br />
Voor de commissieleden was dit ook de kans eens rond te<br />
vragen wat men zoal van de dag tot nu toe vond, met positieve<br />
reacties. Deze kwamen ook weer terug op de enquêteformulieren<br />
die aan het eind van de dag zijn ingeleverd, uiteraard<br />
samen met enige verbeterpunten. Het deed de commissieleden<br />
goed dat zowel de dag als geheel als de inhoudelijke<br />
presentaties erg goed zijn ontvangen.<br />
Na de lunch werd aangevangen met de uitreiking van de<br />
Bournevilleprijs. Dit had nog wat voeten in de aarde omdat<br />
de toekomstige winnaar in een discussie was en nog niet<br />
naar binnen wilde omdat het echte programma toch nog<br />
niet begon. Dit maakte het comité enigszins zenuwachtig,<br />
maar met wat zachte dwang zat hij toch op tijd binnen. Onze<br />
voorzitter Jan-Paul Wagenaar gaf een introductie waarom de<br />
winnaar voor deze prijs was gekozen, waarbij het langzaam<br />
duidelijk werd wie dit was. Toch was winnaar Mark Nellist<br />
duidelijk verrast toen zijn naam werd genoemd. Als laatste<br />
binnenkomer zat hij echter wel helemaal bovenaan en het<br />
duurde dus even voor Jan-Paul hem de hand kon schudden.<br />
Toen pas kon ook zijn vrouw de zaal binnen komen om<br />
aanwezig te zijn tijdens dit mooie moment.<br />
Nadat Mark de Bournevilleprijs, bestaande uit een penning en<br />
plaquette, in ontvangst had genomen en nog wat verbaasd<br />
een dankwoord had uitgesproken, ging het programma verder.<br />
Met tussendoor nog een koffiepauze werd de dag keurig op<br />
tijd afgesloten, met als laatste spreker Jan-Paul die een overzicht<br />
gaf van de hoogtepunten van de verschillende presentaties<br />
en concludeerde dat het Symposium zeker bijdraagt aan het<br />
verspreiden van kennis over <strong>TSC</strong>.<br />
Na nog een drankje werden de enquêtes ingeleverd en was<br />
het Symposium ten einde. Om de sprekers en vrijwilligers te<br />
bedanken voor hun inzet volgde een etentje, waarbij er voor<br />
oud-STSN-voorzitter en voorzitter van de Symposiumcommissie<br />
Hans Ploegmakers een verrassing volgde. Ook hij kreeg<br />
namelijk een Bournevillepenning uitgereikt voor zijn<br />
decennialange inzet voor STSN. Daar waar hij zelf in de<br />
Bournevillecommissie zat en mede Mark Nellist verraste,<br />
werd Hans nu zelf geëerd met een speciale penning en een<br />
oorkonde. Lees hierover ook in de Bestuursmededelingen van<br />
Jan-Paul Wagenaar.<br />
Enige weken later is de Symposiumcommissie nog een keer bij<br />
elkaar gekomen om dit project af te sluiten.<br />
De ervaringen zijn verwerkt in een draaiboek en samen met<br />
allerlei andere informatie opgeslagen, zodat de volgende<br />
commissie over zo’n vier jaar daar op voort kan bouwen voor<br />
het volgende Symposium tijdens het achtste STSN-lustrum. n<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
5
35 jaar STSN<br />
‘Van Begrijpen tot Ingrijpen’<br />
Verslag van het Lustrumsymposium op 16 september<br />
Op 16 september 2016 vond in het Erasmus MC in Rotterdam ter ere van het zevende lustrum van STSN een symposium<br />
plaats. Van vrijwel alle presentaties is een filmverslag gemaakt, dat te vinden is op de website van STSN www.stsn.nl<br />
Onderstaand verslag geeft een samenvatting van de presentaties.<br />
Voor een goed gevulde zaal in het Onderwijscentrum van het Erasmus MC nam als eerste Jan Paul Wagenaar, voorzitter<br />
van STSN, het woord. Hij heette het gehoor welkom, dat bestond uit onderzoekers, medische specialisten, artsen en<br />
vertegenwoordigers van belanghebbenden. Vervolgens ging het programma van start met een introductie op de eerste<br />
zeven presentaties door prof. dr. Ype Elgersma, die daarbij ook de vooraanstaande rol benadrukte die Nederlandse<br />
laboratoria spelen in het onderzoek naar <strong>TSC</strong>.<br />
tekst Sophie de Boer foto’s Yvonne Strikwerda<br />
De rol van mTOR remmers bij epilepsie<br />
en gedragsproblemen<br />
Dr. Marie-Claire de Wit, Kinderneuroloog,<br />
Expertisecentrum ENCORE, Erasmus MC – Sophia<br />
Kinderziekenhuis Rotterdam<br />
We weten dat mTOR remmer rapamycine effectief is bij AML en<br />
SEGA (tumoren in/op de nieren en in het hoofd). Rapamycine<br />
is bekend onder de namen sirolimus en everolimus. Everolimus<br />
is al in 2011 geregistreerd en wordt toegepast. Er zijn ook<br />
onderzoeken gedaan naar het effect van rapamycine op<br />
epilepsie en ontwikkelingsproblemen, maar die gaven geen<br />
overtuigende uitkomsten. Totdat de resultaten bekend werden<br />
van de zogenaamde EXIST-3 studie, die enkele maanden<br />
geleden beschikbaar kwamen. Dit is een studie met een groot<br />
aantal patiënten wereldwijd, kinderen en volwassenen.<br />
worden over het ideale begintijdstip, het doseringsschema en<br />
de bijwerkingen.<br />
Betere mogelijkheden tot behandeling<br />
van de epilepsie en resultaten van<br />
epilepsie chirurgie<br />
Dr. Floor Jansen, Kinderneuroloog, Universitair Medisch<br />
Centrum – Wilhelmina Kinderziekenhuis, Utrecht<br />
Er zijn vier mogelijke behandelingen van epilepsie, te<br />
weten het toedienen van anti-epileptica, het volgen van<br />
een ketogeen dieet, het stimuleren van de nervus vagus<br />
en epilepsiechirurgie. Dr. Jansen benadrukt het belang van<br />
het vroeg behandelen van epilepsie, zeker bij infantiele<br />
spasmen (syndroom van West). Dit blijkt onder andere uit het<br />
onderzoek van Cusmai et al uit 2012, zie hieronder.<br />
Everolimus werkt dus, ook bij epilepsie. De patiënten die<br />
meededen aan de studie hadden allen moeilijk behandelbare<br />
epilepsie. 40% van deze groep weet met everolimus een<br />
goede aanvalsreductie te bereiken. Geen wondermiddel voor<br />
iedereen, maar wel een ongelofelijk belangrijke aanvulling op<br />
de bestaande medicatie voor moeilijk behandelbare epilepsie.<br />
Is het zaak om zelfs al te gaan behandelen voordat de eerste<br />
aanval zich voordoet? Onderzoek hiernaar door Jozwiak et<br />
al, gepubliceerd in 2011, laat positieve resultaten zien van<br />
behandeling met anti-epileptica voordat een aanval zich<br />
voordoet. De onderzoeksgroep was klein (14), maar de<br />
resultaten waren positief.<br />
Voor de praktijk betekent dit het volgende. Er is een volledig<br />
nieuwe optie beschikbaar voor de behandeling van epilepsie.<br />
Everolimus is geen standaard epilepticum dat aanvallen remt,<br />
maar iets wat ingrijpt op de onderliggende oorzaken van de<br />
aanvallen bij de patiënt. Naar verwachting wordt everolimus<br />
voor epilepsie geregistreerd medio 2017. Het is een duur<br />
geneesmiddel met veel bijwerkingen en het vraagt frequente<br />
labcontroles. De komende tijd moet nog veel uitgezocht<br />
Een nieuwe optie voor behandeling is het toedienen van<br />
CBD, cannabidiol. Daar wordt op dit moment in Europa op<br />
verschillende plaatsen onderzoek naar gedaan. Ook in het<br />
UMCU en het Erasmus wordt een onderzoek voorbereid.<br />
Aan dit onderzoek kunnen patiënten deelnemen die ouder<br />
zijn dan 1 jaar en die meer dan 16 aanvallen hebben per<br />
8 weken. Met loting wordt bepaald of zij gedurende 18<br />
weken CBD toegediend krijgen of een placebo. Zij moeten<br />
6 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
in het begin elke twee weken naar het laboratorium voor<br />
controle. Binnen enkele maanden wordt toestemming<br />
verwacht van de medisch-ethische commissies en zou het<br />
onderzoek van start kunnen gaan. Over de effectiviteit van<br />
epilepsiechirurgie is het volgende bekend. Ongeveer 57%<br />
van de patiënten wordt aanvalsvrij. Bij patiënten met <strong>TSC</strong> is<br />
opereren dikwijls relatief moeilijk, omdat ze vaak meerdere<br />
typen aanvallen hebben en er dus op meerdere plekken in<br />
de hersenen epileptische activiteit is. Het is een lang traject<br />
naar chirurgie en zeker bij <strong>TSC</strong> zijn meerdere onderzoeken<br />
nodig. Om te kunnen bepalen waar precies in de hersenen<br />
geopereerd zou moeten worden, met name waar de grenzen<br />
van het te opereren gebied liggen, wordt een nieuwe<br />
strategie toegepast, de multistage chirurgie. Dit wordt in<br />
New York veel uitgevoerd, zie de studie van Weiner et al,<br />
2006. Met invasieve registratie voor en tijdens de operatie<br />
wordt vastgelegd of bij de eerste operatie het aangedane<br />
gebied in de hersenen afdoende verwijderd is. Zoniet dan<br />
wordt een tweede en/ of een derde keer geopereerd. Het<br />
onderzoek van Weiner betrof 25 <strong>TSC</strong> patiënten, van wie 67%<br />
na multistage chirurgie aanvalsvrij werden.<br />
De vraag is nog altijd waar precies de oorzaak van de<br />
epilepsie ligt: is het de tuber zelf, het centrum van de tuber,<br />
een deel van de tuber of de omgeving van de tuber?<br />
Die vraag is nog niet helemaal opgehelderd.<br />
Tenslotte presenteerde dr. Jansen de resultaten van<br />
epilepsiechirurgie in Nederland tussen 2000 en 2016 bij<br />
28 patiënten met een mediane debuutleeftijd (van aanvallen)<br />
van 13 maanden. Onderstaand staan de verdere kenmerken<br />
van de patiënten en de ingrepen vermeld.<br />
De resultaten van deze operaties zijn bemoedigend. 67%<br />
van de patiënten was bij 6 maanden aanvalsvrij, 58% was<br />
aanvalsvrij bij de laatste follow-up van 3 maanden tot 13 jaar.<br />
Nieuw is het benutten van HFO techniek ( High Frequency<br />
Oscillation) als marker voor het succes van epilepsiechirurgie<br />
( Fujiwara et al, 2016).<br />
Dr. Jansen besloot haar presentatie met de volgende conclusies:<br />
• epilepsie komt bij <strong>TSC</strong> vaak voor en vroege epilepsie heeft<br />
een grote impact<br />
• vroege behandeling is noodzakelijk<br />
• preventieve behandeling verbetert de uitkomst<br />
• epilepsiechirurgie is effectief bij 55-60% van de<br />
geselecteerde patiënten. Slechts 10 tot 15% van de<br />
verwezen patiënten komt in aanmerking<br />
• prechirurgische evaluatie is vereist bij elke patiënt<br />
Nier- en nierfunctieproblemen bij <strong>TSC</strong><br />
Dr. Bernard Zonnenberg, Internist/Oncoloog,<br />
Universitair Medisch Centrum Utrecht<br />
Bij mensen met <strong>TSC</strong> is de nierfunctie slechter dan bij mensen<br />
zonder <strong>TSC</strong>. Dit bekort de levensduur met gemiddeld 10 jaar.<br />
Waarom doen de nieren het zoveel slechter?<br />
Door verlies van heterozygotie van het <strong>TSC</strong>-gen ontstaan<br />
overal in de nier kleine afwijkingen, microangiomyolipomen<br />
(AMLs), die kunnen uitzaaien in de nier en lokaal de nierfunctie<br />
beinvloeden. Er zijn aanwijzingen dat de nier ook eerder<br />
veroudert. Er is meer eiwitverlies via de urine en daardoor een<br />
hogere bloeddruk. Bij verslechtering van de nierfunctie treedt<br />
eerder bloedarmoede op. Door de AMLs neemt de druk in de<br />
bloedvaten van de nier toe. AMLs groeien en blijven het hele<br />
leven door groeien. De gevolgen daarvan kunnen zijn: spontane<br />
arteriele bloedingen, chronische nierziekten, ‘goedaardige’<br />
uitzaaiing naar andere organen, lokale compressie, uitbreiding<br />
in vena cava en in het hart, verhoogde kans op niertumoren,<br />
trombose van de niervena en hoge bloeddruk.<br />
Wat zijn de behandelingsmogelijkheden voor nierafwijkingen bij<br />
<strong>TSC</strong> patiënten?<br />
• toediening mTOR remmende medicatie<br />
• embolisatie of afsluiting toevoerende vaten<br />
• lokale behandeling door verhitting of bevriezing<br />
• chirurgische verwijdering<br />
Onderzoek naar de effecten van mTOR remmend medicijn<br />
(everolimus) laat zien dat de AMLs afnemen in grootte,<br />
dat na meer dan 4 jaar het volume fors afneemt, dat de<br />
werking doorgaat tijdens de behandeling en dat er weinig<br />
aanwijzingen zijn voor het ontstaan van resistentie. Als<br />
bijwerkingen van everolimus noemt dr. Zonnenberg:<br />
• kan chronische (virus) infecties doen opvlammen, met<br />
name hepatitis/tbc en dergelijke<br />
• kan infecties doen verergeren, met name luchtweginfecties<br />
• heeft effect op elektrolyten<br />
• eiwitverlies<br />
De bijwerkingen zijn op te lossen of verdwijnen op den duur<br />
vanzelf.<br />
Bijwerkingen van bevriezing zijn lokale pijn en schade aan<br />
vaten/zenuwen. Bevriezing wordt alleen bij beperkte lesies<br />
gebruikt.<br />
Bijwerkingen van embolisatie zijn: nierschade, hoge bloeddruk,<br />
post embolisatiesyndroom ( koorts na de embolisatie), pijn,<br />
acute respiratore stress syndroom (shocklong), cardiovasculaire<br />
events (beroerte of hartinfarct), abcesvorming.<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
7
Dit alles geeft aanleiding tot het maken van onderstaande<br />
afwegingen:<br />
- everolimus best onderzocht effectief belangrijke indicatoren<br />
nierpathologie<br />
- toxiciteit acceptabel; lijkt in de loop van de jaren verder af<br />
te nemen<br />
- kostbaar<br />
- vereist wel nauwkeurige controle<br />
- RFA/cryo alleen lokaal (niet bij veel rAML)<br />
- chirurgie geen goede data en verlies nierfunctie<br />
- embolisatie wordt wel als tweede keus gezien maar alleen<br />
bij bloedingen of wens patiënt (zwangerschap ed)<br />
Biomarkers van epilepsie bij patiënten<br />
met <strong>TSC</strong>: een Europese multistudie<br />
(EPISTOP)<br />
Prof. MD PhD Eleonora Aronica, bijzonder hoogleraar<br />
Pathologie van het zenuwstelsel, Academisch Medisch<br />
Centrum, Universiteit van Amsterdam<br />
EPISTOP is een lange termijn prospectieve studie om klinische<br />
en moleculaire biomarkers van epileptogenese in beeld te<br />
brengen bij patiënten met <strong>TSC</strong>. Er doen 16 ziekenhuizen<br />
en laboratoria uit Europa, USA en Australië aan mee. De<br />
studie loopt tot eind 2018. Er worden 101 kinderen, jonger<br />
dan 4 maanden, voor de studie onderzocht en gevolgd.<br />
Het primaire eindpunt van de studie is de identificatie<br />
van moleculaire en klinische biomarkers. Het secundaire<br />
eindpunt is de beoordeling van de werkzaamheid van de<br />
anti-epileptische behandeling, gestart na het optreden<br />
van epileptische aanvallen op EEG versus behandeling na<br />
het begin van de klinische aanvallen. Dus vroeg versus<br />
later behandelen. Epileptogenese heeft betrekking op hoe<br />
normale hersenen ‘epileptisch‘ worden. Het gaat daarbij<br />
zowel om de ontwikkeling van de aandoening als om de<br />
progressie. De interventies zijn farmacologisch. Doel is om<br />
een therapie te vinden die de aanvallen voorkomt en het<br />
ziekteproces verandert. <strong>TSC</strong> kan bestudeerd worden als<br />
model voor vroege aanvang van epileptische encefalopathie<br />
en gezien worden als een conditie waarbij de epileptische<br />
activiteit zelf bijdraagt aan progressieve functiestoornis.<br />
Dit leidt tot de hypothese dat de mTOR opregulatie (ten<br />
gevolge van de mutatie in <strong>TSC</strong>1 of <strong>TSC</strong>2) zelf, vanaf<br />
het begin, verantwoordelijk is voor zowel epilepsie als<br />
cognitieve afwijkingen. mTOR opregulatie leidt daarmee<br />
tot zowel structurele veranderingen (hersenlesies/tubers)<br />
als functionele veranderingen (verstandelijke beperking/<br />
autisme). Een zo vroeg mogelijke behandeling is van groot<br />
belang voor het voorkomen van epileptische encefalopathie<br />
en het verbeteren van de cognitieve ontwikkeling.<br />
EPISTOP is onderverdeeld in 8 werkpakketten. Werkpakket<br />
4 onderzoekt MRI biomarkers en wordt gecoordineerd door<br />
dr. Floor Jansen. Werkpakketten 3 en 5 hebben betrekking<br />
op moleculaire biomarkers. Hiervoor zijn D.J. Kwiatkowski en<br />
E. Aronica verantwoordelijk. Onderdelen zijn het aanleggen<br />
van een database voor hersenweefsel, het systematisch<br />
evalueren van subtypen van <strong>TSC</strong>-tubers, het systematisch<br />
evalueren van tubers en hun omgeving voor biomarkers<br />
van epileptogenese en targets voor therapie (ontsteking!),<br />
onderzoek naar expressie en functie van microRNAs.<br />
Het onderzoek naar <strong>TSC</strong>-tubers laat gebrek aan organisatie<br />
van de cellen in de tubers zien en het bijna ontbreken van<br />
myeline. Er is een relatie tussen verlies van myeline en<br />
activatie van mTOR. Daarnaast is duidelijk geworden dat<br />
er bij patiënten met <strong>TSC</strong> iets mis is met de maturatie van<br />
oligodendrocyten. Een andere lijn is het nader onderzoeken<br />
van de ontstekingsprocessen in het <strong>TSC</strong>-brein. Hierbij<br />
speelt microRNA een rol, kleine regulerende moleculen<br />
in de modulatie en controle van ontstekingsprocessen en<br />
ontwikkeling bij <strong>TSC</strong>. Voorlopige uitkomst is de vaststelling<br />
dat bij muizen de aanwezigheid van meer microRNA-<br />
146a Mimic een positief effect heeft op aanvalscontrole/<br />
progressie/cognitie. De eerste uitkomsten van EPISTOP<br />
worden eind 2018 verwacht. Meer informatie is te vinden op<br />
www.EPISTOP.eu<br />
Ontwikkelingen in de moleculaire<br />
diagnostiek van <strong>TSC</strong><br />
Dr. Mark Nellist, Medische genetica, Erasmus Medisch<br />
Centrum, Rotterdam<br />
DNA maakt rNA maakt eiwit. Bij <strong>TSC</strong> kunnen zich twee typen<br />
mutaties voordoen, die beiden functieverlies veroorzaken.<br />
Ten eerste de nonsense/frameshift/splice mutaties en ten<br />
tweede de missense/in frame mutaties. Een mutatie van het<br />
DNA is niet altijd een ziekteveroorzaker. De genetica van <strong>TSC</strong><br />
kan als volgt worden weergegeven:<br />
In 2/3 van de gevallen ontstaat <strong>TSC</strong> ten gevolge van een de<br />
novo mutatie, een spontane mutatie. Dat gebeurt ofwel in de<br />
zaadcellen ofwel in de embryonale fase. In dat laatste geval<br />
spreken we van Mosaicisme. Bij Mosaicisme is het voor een<br />
geneticus heel moeilijk om de mutatie te vinden.<br />
Bij <strong>TSC</strong>-patiënten is de tweede hit dikwijls de oorzaak van<br />
de beschadiging. Met de ‘two hit’ hypothese wordt het<br />
volgende bedoeld. De patiënt heeft een slechte kopie van<br />
het gen en een goede kopie. Dat is geen probleem, totdat<br />
een tweede hit optreedt ten gevolge van een mutatie. Dan<br />
zal de cel beschadigd worden. Onderzoek van DNA monsters<br />
8 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
(Genesis Database 1988-2014) heeft opgeleverd dat in meer<br />
dan 100 gevallen geen mutatie aangetoond kon worden,<br />
terwijl de patiënt wel degelijk <strong>TSC</strong> had. Met behulp van<br />
Next Generation Sequencing (NGS) en een nieuwe techniek,<br />
HaLoPlex, is het team van dr. Nellist er in geslaagd om het<br />
volgende resultaat te bereiken. 83 <strong>TSC</strong> families zijn onlangs<br />
getest. Het ging daarbij om families waar geen mutatie kon<br />
worden aangetoond. Dankzij de nieuwe techniek kon nu bij<br />
34 een <strong>TSC</strong>1- of <strong>TSC</strong>2-mutatie worden gevonden, bij 18 een<br />
Variant met onbekende klinische betekenis (VUS), bij 7 geen<br />
mutatie en bij 24 is het onderzoek nog gaande. Daarnaast<br />
zijn 5 SEGAs onderzocht. Daarvan bleken 4 de <strong>TSC</strong>1- of <strong>TSC</strong>2-<br />
mutatie te hebben en 1 de Variant met onbekende klinische<br />
betekenis (VUS). Plannen voor de toekomst zijn om de kosten<br />
van de succesvolle NGS te reduceren en de techniek verder te<br />
verfijnen. En tevens om functionele analyse toe te passen bij<br />
het interpreteren van genetische bevindingen. Een beter begrip<br />
en karakterisering van <strong>TSC</strong>-mutaties zal leiden tot belangrijke<br />
inzichten in de ziekte zelf.<br />
Onderzoek naar het proces van<br />
epileptogenese bij <strong>TSC</strong> en nieuwe<br />
anti-epileptica voor <strong>TSC</strong> door gebruik<br />
te maken van muismodellen<br />
Prof. Dr. Ype Elgersma, bijzonder hoogleraar<br />
Moleculaire Neurobiologie, wetenschappelijk directeur<br />
Expertisecentrum ENCORE, Erasmus MC, Rotterdam<br />
ENCORE is een overkoepelend expertisecentrum voor erfelijke<br />
zeldzame aandoeningen die een effect hebben op de<br />
neurocognitieve aspecten. Doel is de patiënt de best mogelijke<br />
klinische zorg te geven. ENCORE heeft een hele sterke link met<br />
fundamenteel onderzoek. Zo kunnen wellicht nieuwe medicijnen<br />
ontdekt worden en in versneld tempo bij de patiënt komen.<br />
Tevens kunnen nieuwe medicijnen eerst goed op muismodellen<br />
getest worden voordat ze richting kliniek gaan. Omgekeerd gaat<br />
er ook veel informatie van de kliniek naar het lab, bijvoorbeeld<br />
over de werkzaamheid van ant-epileptica. 50% van de kinderen<br />
met <strong>TSC</strong> heeft een vorm van autisme. Dat is dus een duidelijk<br />
verband tussen een genafwijking en autisme. Daarbij komt ook<br />
een verstandelijke handicap vaak voor. De vraag daarbij is of<br />
het autisme veroorzaakt wordt door de pathologie (de tubers<br />
in het brein) of misschien door de epilepsie. Om deze vraag te<br />
beantwoorden is de volgende studie van start gegaan.<br />
Allereerst is het brein onderzocht van muizen met <strong>TSC</strong>. Daarin<br />
bleken geen tubers of andere afwijkingen te vinden te zijn.<br />
Wel hadden de betreffende muizen problemen met leren en<br />
geheugen. Ook het sociale gedrag van de <strong>TSC</strong> muizen was<br />
afwijkend. Dit alles wees er op dat voor leerproblemen en<br />
autisme de genmutatie verantwoordelijk is en niet de tubers.<br />
De <strong>TSC</strong>-muizen hadden geen epilepsie. In de kliniek echter is<br />
epilepsie de grote voorspeller van de ontwikkeling van een<br />
kind. De vraag was waarom de muizen eigenlijk geen epilepsie<br />
hadden. Zouden dan toch de tubers de epilepsie veroorzaken?<br />
In tubers werd vaak gevonden dat daar een tweede hit, een<br />
somatische mutatie was opgetreden. Misschien zijn het dan<br />
juist de cellen die de tweede hit hebben gehad die de drivers<br />
zijn van de epilepsie. En niet alleen in de tubers, maar ook op<br />
andere plaatsen in de hersenen zijn cellen te vinden die een<br />
tweede hit hebben gehad, zo bleek uit postmortem onderzoek.<br />
De gedachte is nu dat er op meerdere plaatsen in het brein<br />
cellen met een tweede hit zijn die de epilepsie veroorzaken.<br />
Er is een studie gaande bij eeneiige tweelingen met <strong>TSC</strong><br />
wereldwijd om deze hypothese te onderzoeken. Bij muizen<br />
worden geen tweede hits gevonden, omdat muizen daarvoor<br />
te kort leven. In het lab zijn bij een muismodel beide <strong>TSC</strong>-genen<br />
verwijderd. Een dag of acht later ontstaat dan epileptische<br />
activiteit. Er is daarbij dus geen sprake van pathologie (tubers).<br />
Dat toont aan dat de mTOR pathway een hele belangrijke driver<br />
is voor epilepsie. Maar wat er precies in die acht dagen gebeurt<br />
en in welke stappen is daarmee nog niet bekend. Ook kunnen<br />
de bestaande anti-epileptica getest worden op deze muizen<br />
met epilepsie. Heel veel anti-epileptica bleken geen effect te<br />
hebben op de muizen, met uitzondering van Vigabatrine. De<br />
muizen hadden wel de heftigste variant van epilepsie. Ook<br />
rapamycine is getest. Het bleek zeer effectief tegen epilepsie.<br />
Voor het testen van <strong>TSC</strong>-medicatie is bovenstaand muismodel<br />
echter niet geschikt, omdat het niet de <strong>TSC</strong>-pathologie heeft,<br />
terwijl echte patiënten die wel hebben. Met behulp van<br />
nieuwe muismodellen met mTOR-afhankelijke epilepsie kan<br />
nu verder onderzoek gedaan worden naar mogelijke nieuwe<br />
anti-epileptica.<br />
'Systems medicine' van het mTOR<br />
en metabole netwerk bij <strong>TSC</strong><br />
Prof. Dr. Kathrin Thedieck, Universitair Medisch<br />
Centrum, Groningen<br />
Het mTOR eiwit heeft de eigenschap de anabole processen<br />
in de cel te bevorderen. Als alle biosynthetische processen<br />
in een cel worden bevorderd gaat de cel groeien. Dat is wat<br />
in een tumor gebeurt, en in een SEGA. Die groei vindt plaats<br />
via een heel aantal substraten. Diezelfde substraten echter<br />
zorgen ook voor negatieve feedback. Als mTOR geremd<br />
wordt, bijvoorbeeld door rapamycine, wordt de celgroei<br />
geremd, maar kunnen ook door die negatieve feedback<br />
een aantal secundaire effecten optreden. Die effecten<br />
kunnen bepalend zijn voor de mate waarin medicatie in<br />
een specifieke patiënt werkt of juist niet. Behalve de mTOR<br />
pathway is er ook een TGF-beta pathway. Deze laatste<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
9
eguleert groei, apoptose en EMT (cellen maken zich van<br />
elkaar los om tumoren te kunnen vormen of fibrose). <strong>TSC</strong>1<br />
blijkt ook de TGF-beta pathway te activeren. Deze rol van<br />
<strong>TSC</strong>1 is onafhankelijk van <strong>TSC</strong>2. Onderzoek van tubers en<br />
SEGAs van <strong>TSC</strong> patiënten lijkt bovenstaande hypotheses te<br />
bevestigen. Prof. Thedieck doet hiernaar verder onderzoek<br />
in samenwerking met prof. Aronica. Een ander onderzoek<br />
betreft het effect van <strong>TSC</strong>2-TGF-beta op neuro endocriene<br />
tumorcellen (NET). De vraag is of daar sprake is van hetzelfde<br />
proces als in de tubers en de SEGAs. Die vraag lijkt met<br />
ja te kunnen worden beantwoord. Rapamycine remt niet<br />
alleen mTOR, maar blijkt ook NET celgroei te remmen. Wat<br />
echter ook gebeurt, is dat de TGF-beta pathway wordt<br />
geactiveerd, vanwege de eerder genoemde negatieve<br />
feedback. Misschien is het dan dus beter om TGF-beta te<br />
remmen in plaats van mTOR. In een experiment bleek dat<br />
inderdaad beter te zijn. Maar ook aan TGF-beta remming<br />
kleeft een bezwaar. Het verhoogt de signalling van MEK-ERK<br />
(MAPK), een pathway die tumorgroei stimuleert. Om het<br />
nog verwarrender te maken blijkt TGF-beta in <strong>TSC</strong>2-deficiënte<br />
cellen juist MAPK signalling te remmen.<br />
Er is dus sprake van feedback en feedforward loops die met<br />
elkaar verweven zijn, van patiëntspecifiek gedrag (omdat<br />
het nogal verschil maakt waar de mutatie zit) en dat alles<br />
in een hoog dynamisch netwerk. Om deze complexiteit<br />
hanteerbaar te maken stelt prof. Thedieck voor dynamische<br />
computermodellen te ontwikkelen voor het voorspellen van<br />
de werking van medicatie. Hiervoor zijn projectvoorstellen<br />
ingediend om de eerste proofs of concept te ontwikkelen.<br />
De vraag die prof. Thedieck de komende tijd wil<br />
beantwoorden is: voorspelt de <strong>TSC</strong>1-/<strong>TSC</strong>2-status de respons<br />
op TFG-beta remmers? Ze roept partners op om haar te<br />
voorzien van patiëntenweefsels en –cellen en trial data.<br />
Met de presentatie van prof. Thedieck werd het ochtendprogramma<br />
afgesloten.<br />
Na de lunch nam Jan Paul Wagenaar het woord voor de<br />
uitreiking van de zesde Bourneville prijs aan dr. Mark Nellist,<br />
met de volgende woorden:<br />
“De winnaar van de Bourneville-prijs 2016 is al jaren een<br />
vaste waarde binnen een gerenommeerd onderzoeksteam<br />
en levert met passie en toewijding een grote en kwalitatieve<br />
bijdrage aan onderzoek op een ingewikkeld vakgebied. Hij<br />
heeft de kwaliteit om de voortschrijdende zoekrichting in<br />
kwalitatief uitstekende onderzoeksvoorstellen te vertalen<br />
en die te realiseren. Hij wordt nationaal en internationaal<br />
zeer gewaardeerd, is een goede samenwerker en is gul<br />
in het delen van kennis en materiaal. Door dit alles is hij<br />
in staat bruggen te slaan. Hij leverde een bijdrage aan de<br />
ontdekking van de <strong>TSC</strong>-genen (1993 en 1997) en was lid van<br />
het onderzoeksteam dat in 2001 de Bourneville-prijs ontving.<br />
Hij specialiseerde zich op een nieuw en in ontwikkelingzijnd<br />
vakgebied rond de producten van de genen, specifiek<br />
de <strong>TSC</strong>-eiwitten. In de speurtocht naar nog niet genetisch<br />
gediagnosticeerde <strong>TSC</strong>-patiënten ontwikkelde hij recent<br />
een nieuwe methodiek. Hij is altijd bereid zijn kennis op<br />
bijeenkomsten van STSN te presenteren. Maar het belang van<br />
zijn vakgebied voor <strong>TSC</strong>, zijn intense beleving van de materie<br />
en passie om de inhoud te delen maken duidelijk dat we<br />
de-juiste-man-op-de-juiste plaats hebben om een belangrijk<br />
deel van de <strong>TSC</strong>-geheimen te ontcijferen.”<br />
Na het dankwoord van Mark Nellist gaf Henriette<br />
Moll, klinisch directeur ENCORE, het startsein voor het<br />
middagprogramma.<br />
<strong>TSC</strong>-geassocieerde neuropsychiatrische<br />
aandoeningen: het gebruik van de<br />
TAND-lijst<br />
Prof. Dr. Anna Jansen, Kinderneuroloog, Universitair<br />
Ziekenhuis, Brussel<br />
In 2005 is door een groep <strong>TSC</strong> deskundigen onder leiding van<br />
Petrus de Vries een publicatie uitgebracht (Consensus clinical<br />
guidelines for the assessment of cognitive and behavioural<br />
problems in Tuberous Sclerosis) met klinische aanbevelingen<br />
voor het goed in kaart brengen van de cognitieve- en<br />
leefproblemen van mensen met <strong>TSC</strong>. Aanleiding hiervoor<br />
was de uitkomst van een Engels onderzoek dat aangaf dat<br />
90% van de mensen met <strong>TSC</strong> biopsychosociale moeilijkheden<br />
ervaart tijdens hun levensloop en dat minder dan 20% hiervan<br />
een evaluatie dan wel gepaste begeleiding krijgt. In 2012 is<br />
dit uitgewerkt in een voorstel om te komen tot een formele<br />
multidisciplinaire evaluatie van de patiënt bij diagnose,<br />
op scharniermomenten en op indicatie en tevens tot een<br />
jaarlijkse screening in een <strong>TSC</strong> poli. Om algemeen gebruik<br />
van de aanbevelingen te bevorderen is er voor gekozen om<br />
ze te kwalificeren als TAND, <strong>TSC</strong> Associated Neuropsychiatric<br />
Disorders. De volgende stap was het opstellen van een TAND<br />
checklist. Daarmee zou patiëntinformatie gestructureerd en<br />
geüniformeerd kunnen worden.<br />
De TAND checklist registreert (geobserveerd) gedrag,<br />
psychiatrische stoornissen, begaafdheid, academisch niveau/<br />
leren, neuropsychologische evaluatie en psychosociaal<br />
functioneren. De TAND checklist is in twee rondes<br />
internationaal gevalideerd. In de toekomst zal de vraag<br />
beantwoord moeten worden in welke mate de jaarlijkse<br />
10 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
screening met de TAND checklist bijdraagt aan het verbeteren<br />
van de begeleiding van patiënten. Daarnaast kan met<br />
behulp van ingevulde TAND checklists worden vastgesteld<br />
of er sprake is van clusters van problemen en kan gewerkt<br />
worden aan het ontwikkelen van een toolkit met adviezen<br />
voor verdere evaluatie of begeleiding. Met gedrag wordt<br />
gedrag in brede zin bedoeld, dus de observatie van de wijze<br />
waarop iemand zich presenteert. Gedrag wordt voorafgegaan<br />
door iets, een antecedent, en wordt gevolgd door iets:<br />
Antecedent-Behaviour-Consequence. <strong>TSC</strong> kan in de praktijk<br />
heel gevarieerd uitpakken. Mw. Jansen illustreert dit met<br />
twee casussen en presenteert vervolgens een overzicht van<br />
factoren voor gedragsproblemen bij <strong>TSC</strong>.<br />
Gedragsproblematiek bij kinderen<br />
met <strong>TSC</strong><br />
Drs. Leontine ten Hoopen, Kinder- en Jeugdpsychiater,<br />
Expertisecentrum ENCORE, Erasmus MC – Sophia<br />
Kinderziekenhuis, Rotterdam<br />
Bij het <strong>TSC</strong> Expertisecentrum in Rotterdam worden standaard<br />
cognitieve/psychiatrische evaluaties uitgevoerd op de<br />
scharnierleeftijden 2, 3, 7, 11 en 15 jaar, daarna op de<br />
18+ poli. De evaluaties vinden plaats aan de hand van een<br />
protocol. Op deze wijze zijn 123 onderzoeken uitgevoerd bij 76<br />
kinderen (sommige kinderen zijn meer dan eens onderzocht).<br />
De intelligentieverdeling bij kinderen met <strong>TSC</strong> is als volgt:<br />
ongeveer de helft ontwikkelt zich vrij aardig en komt iets<br />
onder het gemiddelde van de rest van de bevolking uit. En de<br />
andere helft heeft een hele grote ontwikkelingsachterstand.<br />
Bij de psychiatrische diagnoses komen autistische en<br />
autismespectrumstoornissen het meest voor, gevolgd door<br />
ADHD en leerproblemen. Ongeveer 2/3 van de kinderen krijgt<br />
een kinderpsychiatrische diagnose. Concluderend stelt mw.<br />
Ten Hoopen: De kenmerken van de groep kinderen van de <strong>TSC</strong><br />
poli in Rotterdam zijn in lijn met de literatuur. Gemiddeld IQ is<br />
70, en bij 50% van de kinderen
komen. Na een jaar Zorgprogramma is al naar voren<br />
gekomen dat kinderen met autisme meer problemen hebben<br />
met het verwerken van auditieve prikkels dan kinderen met<br />
autisme en epilepsie. Geprobeerd wordt om subtypes te<br />
onderscheiden bij prikkelgevoeligheid.<br />
Recent zijn de twee <strong>TSC</strong> Expertisecentra, in Rotterdam en Utrecht,<br />
erkend door de NFU (Nederlandse Federatie van Universitair<br />
De <strong>TSC</strong> Expertisecentra in Utrecht<br />
en Rotterdam<br />
Dr. Agnies van Eeghen, Arts voor Verstandelijk<br />
Gehandicapten (AVG), Expertisecentrum ENCORE<br />
Erasmus MC Rotterdam, De Hartekamp Groep,<br />
Haarlem<br />
Medische Centra) als expertisecentra. Doel is te komen tot één<br />
expertisecentrum op twee locaties, waardoor samenwerking<br />
in zorg en in wetenschap versterkt wordt. Op het Erasmus is<br />
sinds kort een 18+ poli van start gegaan. Kenmerkend voor<br />
de Expertisecentra is het multidisciplinair werken. Een van de<br />
speerpunten is de transitie-zorg, de zorg in de leeftijdsfase<br />
16 tot 23 jaar. De overgang van thuis wonen naar zelfstandig of<br />
begeleid, de overgang van school naar werk of dagbesteding, de<br />
overgang van kinderarts naar zorg voor volwassenen maakt dat<br />
in deze periode specifieke begeleiding nodig is.<br />
Problemen zijn er in die levensfase met de regievoering,<br />
de behoefte aan persoonlijke zorg en het gebrek aan<br />
overleg tussen artsen.<br />
Een onderdeel van de samenwerking tussen de twee<br />
Expertisecentra is de aanleg van een <strong>TSC</strong>-database. De<br />
volgende uitdagingen doen zich voor bij het intensiveren van<br />
de samenwerking:<br />
• kwetsbaarheid door beperkt aantal specialisten, interesses<br />
persoonsgebonden, niet discipline-breed gedragen<br />
• beperkt draagvlak volwassen specialismen door hoge<br />
kosten en beperkte groeimogelijkheden<br />
• beperkte betrokkenheid bij doelgroep verstandelijk<br />
beperkten in vele MCs<br />
• arts verstandelijk gehandicapten is nog geen DBC schrijver<br />
• in UMCs verschillende culturen t.a.v. neuropsychiatrische zorg<br />
Dr. Van Eeghen ziet echter vooruitgang en verwacht in de<br />
toekomst een steeds intensievere samenwerking.<br />
De erkenning van de (<strong>TSC</strong>)<br />
expertisecentra, vervolgacties en de<br />
Europese referentie Netwerken<br />
Dr. Wendy van Zelst-Stams, Klinische Genetica,<br />
Radboud Universitair Centrum, Nijmegen, Projectleider<br />
Expertisecentrum Zeldzame Aandoeningen<br />
in Nederland<br />
Dr. Van Zelst is projectleider voor expertisecentra zeldzame<br />
aandoeningen van de NFU. We spreken van een zeldzame<br />
aandoening als minder dan 1 op 2000 mensen er door<br />
aangedaan zijn. In Europa betreft dit 27 tot 36 miljoen<br />
personen. In Nederland is dat 1 miljoen. Er zijn 7000 - 8000<br />
zeldzame aandoeningen. Binnen Europa is een beweging<br />
op gang gekomen om gezamenlijk de kwaliteit van de zorg<br />
voor mensen met een zeldzame aandoening te verbeteren.<br />
De Europese Commissie heeft elke lidstaat opgedragen<br />
een Nationaal Plan op te stellen met dit doel. Onderdeel<br />
van deze plannen moest in ieder geval de oprichting zijn<br />
van expertisecentra die voldoen aan de EUCERD criteria en<br />
zo deel gaan uitmaken van European Reference Networks<br />
(ERN). In oktober 2013 is in Nederland het Nationaal<br />
Plan Zeldzame Ziekten verschenen. De aanbeveling in dat<br />
rapport om expertisecentra in kaart te brengen is uitgevoerd<br />
door de NFU. Ook heeft NFU de minister geadviseerd<br />
over erkenning van de expertisecentra. Daarvoor is een<br />
beoordelingsprocedure ontwikkeld.<br />
Eind 2016 zal duidelijk worden hoeveel ERN netwerken er zijn.<br />
Dit zal naar verwachting rond de 25 zijn aangezien ze thematisch<br />
en op een hoog niveau van clustering zijn gedacht. n<br />
12 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
13
Column<br />
Daar zit muziek in…..<br />
Leonore Kuijpers is AVG en werkt sinds 25 jaar binnen de VG-zorg. Zij is consulent<br />
bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) en lid van het Expertiseteam<br />
<strong>TSC</strong> en Gedrag.<br />
tekst Leonore Kuijpers<br />
Bij het zoeken naar een naam voor mij werden mijn ouders<br />
geïnspireerd door klassieke muziek: ‘Ouverture Leonore’ uit de<br />
opera ‘Fidelio’ van Ludwig von Beethoven.<br />
Ik ben opgegroeid met muziek, uiteenlopend van Curaçaose<br />
walsjes tot de Matthäus Passion van Bach. Als puber draaide ik<br />
sommige platen grijs. Vooral nummers in mineur hielpen me<br />
door de zwarte periode die puberteit heet, heen. Teksten van<br />
hits van jaren terug zing ik zo mee, terwijl ik andere dingen<br />
allang vergeten ben.<br />
Als ik thuis ben staat er altijd muziek op. De stijl is afhankelijk<br />
van mijn stemming of van waar ik mee bezig ben. Muziek<br />
intrigeert me. Waarom vind je iets mooi of vreselijk? Waarom<br />
krijgen sommige mensen kippenvel bij het luisteren naar<br />
muziek en anderen niet?<br />
Er wordt regelmatig onderzoek gedaan naar muziek en de<br />
invloed daarvan op de mens. Denk aan Oliver Sacks en Erik<br />
Scherder, die boeken hebben geschreven over het effect van<br />
muziek op de hersenen. Bij ons eigen onderzoek naar <strong>TSC</strong> en<br />
gedrag viel op dat veel jonge kinderen met <strong>TSC</strong> beter reageren<br />
als er gezongen wordt, dan wanneer er gesproken wordt. Toen<br />
wij ons handboek ‘<strong>TSC</strong> in de verschillende levensfasen’ gingen<br />
schrijven, hebben we ons dan ook verdiept in de achtergrond<br />
hiervan.<br />
Wat is eigenlijk het verschil tussen muziek en gewoon ‘geluid’?<br />
Muziek wordt gevormd in de hersenen. Voordat het daar<br />
terechtkomt is muziek geluid, trillingen die door het trommelvlies<br />
worden geregistreerd. Ons brein maakt daar muziek van.<br />
Mooi of lelijk is afhankelijk van welke delen van de hersenen<br />
daarbij geactiveerd worden. Over het kippenvel dat je wel<br />
of niet krijgt, lopen de meningen uiteen. Sommigen zeggen<br />
dat het komt door stoffen in de hersenen die vrijkomen bij<br />
een soort ‘kick’, anderen dat het een plotseling afgebroken<br />
angstreactie is of dat het een kwestie is van een avontuurlijke<br />
persoonlijkheid<br />
‘Thank you for the music’<br />
(ABBA)<br />
De reden dat kinderen beter kunnen communiceren via liedjes<br />
dan met gesproken taal, is duidelijker. Baby’s blijken een<br />
bijzondere interesse te hebben voor muziek. Als ze kijken<br />
naar een film waarin hun moeder zingt, vinden ze deze<br />
Leonore Kuijpers<br />
interessanter dan die waarin ze praat. Zuigelingen imiteren<br />
zelfs de intonatie van hun moedertaal. Zo huilen Franse baby<br />
‘omhoog’, als de intonatie van de Franse taal, en Duitse baby’s<br />
juist naar ‘beneden’. Tijdens het zingen spreek je woorden<br />
langzamer uit dan wanneer je praat. Hierdoor is er meer tijd<br />
om stil te staan bij de klanken waaruit een woord bestaat,<br />
waardoor woorden uit een liedje gemakkelijker blijven hangen<br />
in het geheugen. Het blijkt dat mensen met dementie waarbij<br />
het geheugen, de taal en praktische vaardigheden ernstig<br />
zijn aangetast, reageren op bekende melodieën en deze mee<br />
kunnen zingen, zelfs nadat de muziek wordt stopgezet.<br />
In veel landen is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar<br />
het effect van muziekles op scholen. Bij kinderen is al vaak<br />
bewezen dat muziek maken het IQ verhoogt. Jonge kinderen<br />
die muziekles krijgen, ontwikkelen een beter geheugen door<br />
de manier waarop hun hersenen informatie verwerken en<br />
opslaan. Uit EEG-onderzoeken is gebleken dat bij mensen die<br />
muziek maken de linker hersenhelft (spraak en intelligentie)<br />
en de rechter hersenhelft (gevoelstoestand) sterker met elkaar<br />
verbonden zijn dan bij niet-musicerende mensen.<br />
Soms wordt muziektherapie toegepast bij kinderen met<br />
autisme. Het voordeel is dat er geen uitleg, lichamelijk en<br />
oogcontact nodig zijn om interactie tussen kind entherapeut<br />
te laten ontstaan. Mensen met autisme begrijpen veel nonverbale<br />
signalen, zoals lichaamstaal of mimiek, niet vanzelf.<br />
Maar structuren in de muziek, zoals maat en ritme, lijken ze<br />
soms zelfs beter te herkennen dan mensen zonder autisme.<br />
Ze zijn ook goed in staat om te horen dat bepaalde tonen bij<br />
elkaar horen en andere niet. Door samen te spelen, te variëren<br />
in tempo,maat en ritme, te improviseren of te lachen om<br />
muzikale grapjes, kan een kind worden gestimuleerd in de<br />
interactie met zijn omgeving.<br />
Toch doet muziek niet altijd goed. Zo hebben mensen met <strong>TSC</strong><br />
vaak moeite met het verwerken van alle informatie die op<br />
hen afkomt. Doordat er teveel informatie binnen komt die niet<br />
gefilterd kan worden, kunnen ze overprikkeld raken. Dit kan<br />
bijvoorbeeld het geval zijn als er muziek aanstaat. ‘Muzikaal<br />
behang’ terwijl er ook andere activiteiten plaats vinden, kan zo<br />
ook juist spanning veroorzaken! Dus houd wel maat!! n<br />
14 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
Zorgen en zorgbehoeftes van<br />
jongvolwassenen met <strong>TSC</strong><br />
en hun ouders<br />
tekst Agnies van Eeghen<br />
Waar maken jongvolwassenen met <strong>TSC</strong> zich zorgen om en<br />
waar hebben ze behoefte aan? Dat was de vraag die in de<br />
afgelopen maanden aan patiënten en ouders gesteld werd.<br />
Volwassen worden is voor elke jongere een uitdaging, maar<br />
wanneer je daarnaast ook nog <strong>TSC</strong> hebt, geeft dit vaak extra<br />
zorgen. Gelijktijdig met het volwassen worden, vindt een overgang<br />
plaats van de behandelend kinderarts naar de volwassenafdeling.<br />
In de praktijk blijkt deze transitie weleens moeizaam<br />
te verlopen. Wanneer de overgang is gemaakt, staan ouders<br />
en jongvolwassenen voor de uitdaging opnieuw hun weg te<br />
vinden in een nieuwe zorgstructuur. Tegelijkertijd met deze<br />
transitie vragen zaken zoals werk, een geschikte woonsituatie<br />
en het ontwikkelen van zelfstandigheid hun aandacht.<br />
Kortom, er gebeurt veel in de leeftijd van 18-30 jaar. Om in<br />
deze leeftijdsfase de zorg zo goed mogelijk in te richten, is<br />
het Erasmus MC in samenwerking met het UMC Utrecht een<br />
onderzoek gestart. In twee focusgroepen en elf individuele<br />
interviews zijn in totaal zestien patiënten en twaalf ouders<br />
van patiënten gevraagd naar hun zorgen en zorgbehoeftes. De<br />
vragen die gesteld zijn, gingen onder andere over lichamelijke<br />
en psychische klachten, medicijnen, vriendschappen, wonen,<br />
toekomstplannen, werken en erfelijkheid.<br />
We willen u een overzicht geven van de onderwerpen die<br />
naar voren zijn gekomen in deze gesprekken. Dit betreft een<br />
beknopte samenvatting die mogelijk niet alle nuances en<br />
meningen zal bevatten die naar voren zijn gekomen in het<br />
onderzoek. De bevindingen zullen tevens worden gepubliceerd<br />
in een internationaal vakblad waardoor de kennis ook met<br />
andere landen gedeeld wordt.<br />
Lichamelijke klachten en medicijnen<br />
Epilepsie en nierproblemen geven zorgen voor zowel<br />
ouders als patiënten. Goed werkende medicatie vermindert<br />
deze onzekerheid, hoewel de bijwerkingen die optreden<br />
een nieuwe zorg zijn. Daarnaast zijn de uiterlijke fibromen<br />
vervelend. Deze leiden soms tot ongewenste opmerkingen<br />
van omstanders. Slaapproblemen zijn bij velen aanwezig.<br />
Daarnaast komt vermoeidheid veel voor, soms als gevolg van<br />
medicatie.<br />
“ Ja ik ben wel vaak moe, na een lange<br />
werkdag of zo merk ik dat wel. Dan<br />
denk ik ook van ja, ik ben wel sneller<br />
moe dan andere mensen.”<br />
Toekomst en erfelijkheid<br />
Voor patiënten is de toekomst onzeker. Lichamelijke klachten<br />
als epilepsie en tumorgroei zijn onvoorspelbaar. Daarnaast is<br />
het spannend om een liefdesrelatie te krijgen. Zou een vriend<br />
of vriendin <strong>TSC</strong> wel accepteren? Ouders vragen zich af, ‘kan<br />
mijn zoon of dochter deze relatie wel aan’? Een andere zorg is<br />
erfelijkheid, veel jongvolwassenen willen de ziekte niet doorgeven.<br />
Er wordt veel nagedacht over mogelijkheden om toch<br />
kinderen te kunnen krijgen, of over hoe je tot de beslissing<br />
kunt komen om af te zien van kinderen krijgen.<br />
“Ja de kans is best wel groot, 50 tot<br />
60% of zo. Dat heeft mij echt aan het<br />
denken gezet van ja weet je, dan maar<br />
niet, want dat wil je niet. Dat wil je<br />
het kind niet aandoen en je naaste ook<br />
niet, en jezelf niet.”<br />
Psychologie<br />
Jongvolwassenen zijn op zoek naar de invloed van <strong>TSC</strong> op hun<br />
leven; welke karaktereigenschappen zijn een gevolg van <strong>TSC</strong><br />
en hoe moet ik daar mee om gaan? Ook het accepteren van<br />
een leven met mogelijk beperkingen als gevolg van <strong>TSC</strong> is<br />
lastig. Ouders zijn op dit gebied vaak bezorgd over de gedragsproblematiek<br />
en somberheid van hun kinderen. Ook vanuit de<br />
patiënten zelf is piekeren een veel voorkomende klacht.<br />
“Ja daar heb ik ook last van. Piekeren<br />
doe ik heel veel. … Maar ja en<br />
somberheid dat ik het soms echt niet<br />
meer zie zitten.”<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
15
Vriendschappen, relaties en contacten<br />
Hoewel sommige patiënten sociaal sterk zijn, blijft het<br />
aangaan van vriendschappen een zorg. Veel jongvolwassenen<br />
hebben weinig vrienden, hoewel ze dit wel zouden willen.<br />
Ook praten over <strong>TSC</strong> is soms lastig, vaak weten alleen familieleden<br />
en intieme vrienden hier van af. De vraag hoe vrienden<br />
op <strong>TSC</strong> zullen reageren, zorgt voor onzekerheid. Zeker als dit<br />
het aangaan van liefdesrelaties betreft. Seksualiteit lijkt bij de<br />
ondervraagde groep weinig problemen op te leveren.<br />
“Nou ja soms voel ik me wel eens<br />
eenzaam. Omdat ik heel weinig<br />
vrienden heb. (…) Ja dat vind ik best<br />
lastig om dan af te spreken”. En heb<br />
je daar hulp bij, of zou je dat willen?<br />
“Ja ik weet het niet, ik twijfel soms<br />
daar wel eens over. Ik vind het echt<br />
heel lastig.”<br />
Zelfstandigheid en wonen<br />
Voor ouders geeft het proces van zelfstandig worden<br />
zorgen, bijvoorbeeld om een passende woongroep te<br />
vinden of om hun zoon of dochter (gedeeltelijk) los te laten.<br />
Jongvolwassenen met de mogelijkheden om zelfstandig te<br />
functioneren, verkennen hun capaciteiten en willen leren hun<br />
leven zelfstandig vorm te geven. Zaken die hierbij problemen<br />
op kunnen leveren zijn het regelen van financiën, het overzien<br />
van onverwachte situaties en het plannen en organiseren<br />
van een dag.<br />
“Maar ik ben continu met hen bezig<br />
van hoe ga je dit doen, hoe ga je dat<br />
doen. Tot in de kleinste stapjes. Op<br />
straat, verkeersveiligheid, hoe doe je<br />
dat op je werk, je mobieltje hè leer<br />
daar maar eens mee omgaan. En zo<br />
heel stapje voor stapje. Je begint het<br />
ook te durven, dat is wel leuk om te<br />
zien, maar ik ben letterlijke elke dag<br />
ermee bezig.”<br />
Studie, werk en dagbesteding<br />
Zowel in studie als in werk uit <strong>TSC</strong> zich in een behoefte aan<br />
extra uitleg, herhaling en voldoende tijd voor het uitvoeren<br />
van opdrachten. Werk vinden is niet altijd makkelijk. Voor<br />
sommige jongvolwassenen is de werkdruk van een baan snel<br />
te hoog en is ook solliciteren lastig. In het geval van dagbesteding<br />
zijn ouders op zoek naar een locatie waar hun kind niet<br />
overbelast wordt. Wanneer het functioneringsniveau tussen<br />
werk en dagbesteding in zit, geeft dit voor ouders en<br />
patiënten onzekerheid over wat een geschikte plaats is.<br />
“ Het is wel een beetje zoeken met<br />
werk. Ik merk wel dat ik niet echt<br />
stressbestendig ben, zeg maar. In<br />
deze tijd is dat best lastig, want ja.<br />
(…)Vooral in deze tijd wordt er wel<br />
veel van je gevraagd, want ja, het<br />
wordt allemaal tegenwoordig steeds<br />
minder personeel. En het enige wat je<br />
kan doen is je best doen.”<br />
Transitie en structuur van de zorg<br />
De ervaringen van transitie naar volwassenzorg zijn verschillend.<br />
Ouders missen na de transitie een regievoerend arts,<br />
zoals de kinderarts dat was. Er is behoefte aan een arts die<br />
het eerste aanspreekpunt is, aandacht heeft voor de patiënt<br />
in zijn geheel en persoonlijke zorg levert. Jongvolwassenen<br />
vinden het daarnaast fijn als een arts zijn menselijke kant<br />
laat zien en ook over het ‘normale’ leven kan praten in plaats<br />
van alleen een controle uitvoert voor de symptomen van<br />
<strong>TSC</strong>. Een arts moet kennis hebben van <strong>TSC</strong>, overleggen met<br />
andere specialisten en de patiënten meer informatie geven<br />
over het ziektebeeld dan dat nu gebeurt.<br />
“Soms zijn sommige artsen te<br />
zakelijk. Ik had bij [naam dokter]<br />
heel erg het gevoel van hij ziet mij<br />
als persoon. Ik vind als een arts dat<br />
toepast, dat je daar echt, dat je dan<br />
heel goed je werk doet.”<br />
16 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
Stress voor ouders<br />
Voor ouders geeft ook de administratie rondom de behoeften<br />
van hun zoon of dochter zorgen. Daarnaast maken ouders zich<br />
zorgen over de vraag of hun zoon of dochter weerbaarder kan<br />
worden. Ook blijft het lastig om de regie over hun zoon of<br />
dochter te gaan delen met een netwerk dat in deze levensfase<br />
sterk vergroot wordt.<br />
“Onze dochter is totaal niet weerbaar,<br />
ze is een kind, ze ziet er mooi uit.<br />
Maar jongens om haar heen hebben<br />
ook een verstandelijke beperking,<br />
maar die hebben misschien de<br />
remmingen niet, dus die snappen<br />
ook niet waar ze die grenzen moeten<br />
leggen. Dus dat is een grote zorg<br />
voor ons.”<br />
Pauline Both<br />
Medisch student AVG<br />
Door middel van de gesprekken in de afgelopen maanden,<br />
hebben wij een beeld gekregen van wat er leeft onder jongvolwassenen<br />
met <strong>TSC</strong> en hun ouders. Dit onderzoek wordt<br />
voortgezet met behulp van een vragenlijst waarmee hopelijk<br />
een groter aantal patiënten wordt bereikt. Hierbij zullen ook<br />
meer ouders van ernstiger aangedane patiënten deelnemen<br />
dan tot nu toe het geval is. Het onderzoeksresultaat zal hierdoor<br />
op de totale groep patiënten van toepassing zijn.<br />
We willen iedereen bedanken die tot nu toe heeft meegewerkt<br />
aan dit onderzoek. Met elkaar gaan we ons best doen<br />
om in alle levensfases goede zorg te kunnen bieden aan <strong>TSC</strong><br />
patiënten! n<br />
Agnies van Eeghen<br />
Joke Patist<br />
Verpleegkundig specialist<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
17
Lara<br />
‘Ik kan het allemaal zelf’<br />
Lara (11 jaar) is de dochter van Sandra en Marlon Visch. Haar zusje heet Tessa (7 jaar). Sandra schrijft driemaandelijks over<br />
de leuke en minder leuke aspecten van leven met een kind met <strong>TSC</strong>.<br />
tekst en foto’s Sandra Visch<br />
Ik wil niet<br />
Lara wil een heleboel dingen niet. Dat is al heel lang zo,<br />
maar het is wel naar een niveautje hoger gegaan. Want ze<br />
probeert ons nu regelmatig te overtuigen van hoe zij het<br />
wil. Toen ze weer niet naar school wilde op maandag (zoals<br />
elke maandag) kwam ze met een enthousiast verhaal dat ze<br />
thuis wilde schoonmaken en mij zou gaan helpen. Ze zat zo<br />
in haar verhaal dat ze, denk ik, zelf ging geloven dat het ging<br />
lukken. Maar helaas, ze moest echt naar school, en daar werd<br />
ze heel verdrietig van. Ze was duidelijk erg teleurgesteld en<br />
huilde dikke tranen. Daarna sloeg het verdriet om in boosheid.<br />
Gelukkig kon ik rustig blijven en uiteindelijk heb ik haar op<br />
school kunnen ‘afleveren’. Ik moest er wel een ‘niet helemaal<br />
correct’ argument voor gebruiken. Namelijk dat kindjes die<br />
niet naar school gaan ook geen kinderfeestje mogen vieren.<br />
Al ruim een week is ze kruisjes aan het zetten op de aftelkalender<br />
tot aan het kinderfeestje en ze praat er elke dag heel<br />
veel over. Dus dat overtuigde haar om mee te werken.<br />
Twee dagen later hebben we weer een “ik wil niet” riedeltje,<br />
als ze haar wekelijkse BSO-middag heeft. Gelukkig maakt<br />
ze daar niet elke week een drama van, maar regelmatig wil<br />
ze er niet heen: “Ik kan echt alleen thuis blijven, ik pak dan<br />
gewoon zelf de klei. En ik ga met de playmobil spelen. Ik<br />
kan het allemaal zelf en dan ga ik niet naar de BSO. Ik ga<br />
echt niet!” Een halve dag alleen thuis blijven is echt geen<br />
optie. Maar ik heb haar nu wel een paar keer op een ander<br />
moment een half uurtje alleen gelaten. Als ik Tessa naar<br />
turnen moet brengen heeft ze geen zin om mee te gaan.<br />
Ze vindt het fijn om even alleen thuis te blijven, dan kan ze<br />
lekker filmpjes blijven kijken, en ik denk dat ze zich dan ook<br />
‘groot’ voelt. Maar als ik nadenk over wat er mis kan gaan<br />
… Lara herhaalt iedere keer heel goed dat ze voor niemand<br />
open doet en ik heb daar best vertrouwen in. Ze doet nooit<br />
open, ook niet als ze het wel moet doen voor een van ons:<br />
“doe ik niet, heb ik geen zin in”. Ik kan een heleboel dingen<br />
bedenken die mis kunnen gaan als ze alleen thuis is. Maar<br />
haar even alleen laten hoort ook bij een stukje loslaten en<br />
Lara zelfstandiger later worden. Dat vind ik heel lastig, maar<br />
tot nu toe bewijst ze mij steeds dat ze het kan!<br />
Feestjes<br />
Lara krijgt deze keer twee kinderfeestjes! Ze is nogal star<br />
in wie er op haar feestje mogen komen: gewoon dezelfde<br />
meisjes als ieder jaar. Maar het lijkt me ook leuk voor haar<br />
om een feestje met kids van school te vieren. Daarom doen<br />
we dit jaar twee feestjes! Tot nu toe vierden we al haar<br />
feestjes thuis, vorig jaar hadden we thuis een geslaagd<br />
feestje met een dansjuf. Maar nu zijn beide feestjes buiten<br />
de deur. Op het eerste feestje komen twee meiden van haar<br />
oude school waar ze vier jaar terug op zat en haar buurmeisje.<br />
We gaan naar ‘De Schatkids’, een binnenspeelhal<br />
waar zusje Tessa vorig jaar haar feestje vierde: “Nu mag ik<br />
18 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
op de troon zitten en een cadeautje uit de kist pakken”. Dat<br />
stelt niet veel voor, maar zij kijkt er erg naar uit. Natuurlijk<br />
heeft ze ook al zin in de frietjes op het feestje. En ik hoop<br />
dat ze ook lekker gaat spelen daar met de meiden, ik heb er<br />
redelijk veel vertrouwen in.<br />
Op het andere feestje komen vijf kinderen van school:<br />
twee meisjes en drie jongens. We gaan bowlen en frietjes<br />
eten. Ze heeft vooral superveel zin in het eerste feestje,<br />
over het andere feestje heeft ze het helemaal niet. Het<br />
tweede feestje vind ik wel een stuk spannender, omdat ik<br />
de kinderen minder goed ken. Houden ze het bowlen vol<br />
(voor Lara is een uur eigenlijk te lang...) en hoe reageren de<br />
kinderen op alle indrukken. Een moeder gaf al aan dat haar<br />
dochter niet goed tegen de herrie op een bowlingbaan kan.<br />
Voor mijn gevoel kan het beide kanten op gaan. Het feestje<br />
kan gewoon leuk worden met vrolijke kids, die leuk bowlen<br />
en lekker eten. Maar het kan ook mislukken, met huilende<br />
kids, die niet willen bowlen, geen frietjes willen, enzovoorts.<br />
Ik ga uit van het eerste scenario, maar ik bereid me voor op<br />
het tweede!<br />
Niet goed voorbereid?<br />
We hadden onlangs twee zaterdagen achter elkaar dat<br />
Marlon en ik weg moesten. Eén keer brachten we de meiden<br />
naar mijn schoonmoeder om te logeren. Maar een week<br />
later weer uit logeren gaan vond ik geen goed plan. Lara<br />
komt vaak oververmoeid thuis van een logeeravontuur, en<br />
ze gaat op zaterdag naar de zorgboerderij en ze wordt dan<br />
om ongeveer half vijf thuis gebracht. Als ze weer zou gaan<br />
logeren kon ze niet naar de boerderij. Dus ik had een betere<br />
oplossing gevonden: mijn ouders kwamen oppassen bij ons.<br />
‘Ze leek het prima te vinden’<br />
Wij moesten rond drie uur weg, dus ik heb een paar keer<br />
uitgelegd aan Lara dat oma en opa er zouden zijn wanneer<br />
Lara thuis kwam. En dat oma en opa haar naar bed zouden<br />
brengen. Er kwam geen protest, ze leek het prima te vinden.<br />
Ik had echt verwacht dat het goed zou zijn. Maar dat was<br />
niet zo: Lara wilde niet dat oma haar brace omdeed en ook<br />
niet naar bed gebracht worden. Ze had een tijdje gehuild,<br />
maar toen ze besloten hadden haar op te houden tot wij<br />
thuis waren was het goed. Gelukkig kwamen we niet heel<br />
laat thuis. Ik was verbaasd dat het naar bed brengen niet gelukt<br />
was. Achteraf gezien was het misschien wel te verwachten: want<br />
ze passen nooit hier op. Bij oma thuis is het logisch dat oma haar<br />
naar bed brengt, maar thuis brengt mama haar naar bed.<br />
Het blijft lastig in te schatten wat wel en niet goed gaat bij<br />
Lara, soms verbaast ze ons enorm en reageert ze veel beter<br />
dan verwacht. En op momenten dat je ‘niets’ verwacht, kan<br />
het een drama worden.<br />
We gingen een tijdje geleden een weekend naar de Efteling,<br />
de eerste keer Efteling voor ze! Geweldig natuurlijk, want<br />
de meiden zijn gek op pretparken, maar Lara was boos dat<br />
we niet naar Center Parcs gingen. En een dag voor vertrek<br />
zei ze dat ze er echt niet heen wilde. Maar dat bleek flinke<br />
spanning vooraf: nu we er geweest zijn is ze Efteling-fan<br />
en vraagt ze steeds “Papa, wanneer gaan we weer in de<br />
Python?”. Hoe het hele weekend verliep … daar kan ik een<br />
column over vol schrijven, misschien een volgende keer<br />
meer daarover. n<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
19
Je hersenen nalaten voor<br />
onderzoek: heeft u daar<br />
al eens over nagedacht?<br />
Op verzoek van het Bestuur ging Yvonne Strikwerda op bezoek bij Professor Eleonora Aronica van de afdeling Pathologie<br />
van het AMC en bij Saskia Palmen en Marleen Rademaker van de Hersenbank om hen te interviewen over het belang van<br />
postmortaal onderzoek van de hersenen van patiënten met <strong>TSC</strong>.<br />
tekst Yvonne Strikwerda en Benjamin Tak foto’s Yvonne Strikwerda<br />
Het eerste deel van dit tweeluik, waarin ik verslag deed van mijn<br />
gesprek met Eleonora Aronica, verscheen in het vorige nummer<br />
van het <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>, nummer 135. In dit tweede deel vertel<br />
ik u over het gesprek dat wij, mijn jongste zoon Benjamin en<br />
ik, hadden met Saskia Palmen en Marleen Rademaker van de<br />
Hersenbank.<br />
Een paar dagen na het gesprek met Eleonora Aronica ga ik<br />
weer naar het AMC, dit keer in gezelschap van Benjamin, die<br />
psychobiologie (biologie van de hersenen) studeert en dit<br />
onderwerp dus ook razend interessant vindt. Bovendien is<br />
ons een rondleiding aangeboden na afloop van het gesprek,<br />
waarbij we van alles te zien zullen krijgen over de bewerking,<br />
de opslag en de verzending van het hersenweefsel dat<br />
door de Hersenbank bewaard en beheerd wordt, wat het<br />
allemaal nog interessanter maakt.<br />
De Hersenbank is gehuisvest in een gebouw dat zich op het<br />
AMC-terrein bevindt, maar maakt geen deel uit van het AMC.<br />
Het is een apart instituut. Vergelijk het met de ‘Bloedbank’, waar<br />
bloed bewaard wordt. Zo wordt bij de Hersenbank hersenweefsel<br />
bewaard voor het doen van wetenschappelijk onderzoek. Het<br />
instituut is opgericht in 1985 door professor Dick Swaab.<br />
In 1978 werd Professor Dick Swaab (1944) directeur<br />
van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek,<br />
tegenwoordig het Nederlands Herseninstituut. Vanwege<br />
zijn onderzoek naar de ziekte van Alzheimer besloot hij<br />
een ‘hersenbank’ te beginnen waarbij mensen zich bij<br />
leven als hersendonor kunnen registreren en waardoor<br />
hersenweefsel kan worden verzameld, gekarakteriseerd,<br />
bewaard en wereldwijd verspreid voor wetenschappelijke<br />
doeleinden. In 1985 ging de Nederlandse Hersenbank van<br />
start. Sinds 1990 verzamelt de NHB ook hersenweefsel<br />
van andere neurologische en ook van psychiatrische<br />
aandoeningen. Behalve bovengenoemd hersenweefsel is<br />
er ook weefsel nodig van gezonde personen,<br />
de zogenaamde ‘controles’.<br />
We worden vriendelijk ontvangen door Marleen Rademaker,<br />
die projectcoördinator is van het project NHB-Psy. Juist vanwege<br />
dit project is ons bezoek aan de Hersenbank van belang voor<br />
de STSN. Als ook Saskia Palmen gearriveerd is kunnen we van<br />
start. Saskia is klinisch coördinator van het NHB-Psy project. Zij is<br />
verantwoordelijk voor de werving van donoren.<br />
Saskia legt uit wat NHB-Psy, oftewel de Nederlandse Hersenbank<br />
voor Psychiatrie inhoudt. De Hersenbank was lange tijd gericht op<br />
neurologische aandoeningen zoals MS, Alzheimer, Parkinson, ALS<br />
en dergelijke. Op initiatief van Saskia Palmen en onder leiding<br />
van Inge Huitinga, de huidige directeur van de Hersenbank,werd<br />
het onderzoeksterrein uitgebreid naar psychiatrische aandoeningen.<br />
Dit vanuit de overtuiging dat psychiatrische aandoeningen<br />
hun basis vinden in de hersenen. Deze overtuiging is nog<br />
niet zo oud en binnen de psychiatrie denkt niet iedereen daar<br />
zo over. Zo is NHB-Psy ontstaan. Maar wat is nu het verband<br />
met <strong>TSC</strong>? Dat zit zo. Ongeveer een half jaar geleden benaderde<br />
Agnies van Eeghen, AVG (Arts voor Verstandelijk Gehandicapten)<br />
de Hersenbank. Zij is een bekende uit het Expertnetwerk van de<br />
STSN. Zij stelde voor het project uit te breiden met een aantal<br />
syndromen, waaronder <strong>TSC</strong>. De Hersenbank had daar interesse<br />
voor, want bij syndromen waarvan bekend is waar de fout(en)<br />
in de genen zich bevinden zoals <strong>TSC</strong>, kun je heel gericht onderzoek<br />
doen. Zo kan je het hebben van een <strong>TSC</strong>-mutatie zien als<br />
een risicofactor voor psychiatrische aandoeningen zoals ADHD<br />
en autisme, net zoals <strong>TSC</strong> een risicofactor is voor epilepsie en<br />
sommige tumoren. Hersendonatie door patiënten met <strong>TSC</strong>, kan<br />
ook onderzoek bevorderen naar de oorzaak van de hersenafwijkingen,<br />
epilepsie, leerproblemen en psychiatrische problemen die<br />
veel gezien worden bij <strong>TSC</strong>.<br />
Werving van donoren: er is nog een hoop<br />
werk te doen<br />
Saskia en Marleen leggen uit hoe ze te werk zijn gegaan. Eerst<br />
moesten er fondsen geworven worden. Het project kreeg een<br />
grote subsidie (denk in de orde van 3,5 miljoen euro) voor het<br />
opzetten van een donorprogramma voor mensen met een<br />
20 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
psychiatrische diagnose, binnen de bestaande infrastructuur<br />
van de NHB om hersenweefsel te verzamelen van overleden<br />
patiënten met psychiatrische hersenziekten, zoals schizofrenie,<br />
dwangstoornissen en depressie. Het is noodzakelijk om psychiatrische<br />
patiënten en familieleden te informeren en uit te nodigen<br />
om zich als hersendonor te registreren bij de Nederlandse<br />
Hersenbank. Omdat 90% van de Nederlanders de Hersenbank<br />
niet kent, is daar nog een hoop werk te doen. Na de fase van<br />
de fondsenwerving hebben ze vanaf oktober 2013 alle relevante<br />
patiëntenverenigingen binnen de psychiatrie benaderd.<br />
Saskia Palmen legt uit dat het onderzoek van het verkregen<br />
materiaal op celniveau gebeurt. Benjamin veert op nu het<br />
gesprek wat technischer en daarom voor hem interessant<br />
wordt. Er ontspint zich een nogal technische discussie tussen<br />
Saskia en Benjamin over de vraag ‘of je in dit soort onderzoek<br />
iets kunt met biomarkers’. Maar voor de trouwe lezers van het<br />
<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> is deze term toch niet helemaal onbekend. Ook het<br />
woord ‘pathways’ valt en ook dat komt regelmatig voorbij in dit<br />
blad. Na dit technische uitstapje wordt het voor mij ook weer<br />
begrijpelijk.<br />
De microscoop brengt het onderzoek verder<br />
Saskia legt uit dat psychiatrische ziektes niet terug te voeren<br />
zijn op één genafwijking. Wat wij voor het gemak met één<br />
woord aanduiden, bijvoorbeeld ‘depressie’, omvat eigenlijk<br />
allerlei verschillende aandoeningen. Ook bij ‘autisme’ bijvoorbeeld<br />
zijn vele genen betrokken, honderden zelfs! Het onderzoek<br />
focust daarom op bepaalde klachten en symptomen,<br />
zoals je terugtrekken uit sociaal contact, die bij verschillende<br />
ziektebeelden voorkomen. In combinatie met de technieken<br />
die de NHB gebruikt om het weefsel op celniveau te bestuderen<br />
onder de microscoop kan postmortem onderzoek zo<br />
bijdragen aan het vergroten van kennis over het ontstaan van<br />
psychiatrische aandoeningen en syndromen. Met als uiteindelijk<br />
doel de behandeling te verbeteren en daarmee de<br />
kwaliteit van leven van patiënten te verhogen.<br />
Vervolgens legt Saskia uit dat zowel MRI-onderzoek, als<br />
diermodellen als de genetica veel hebben opgeleverd<br />
maar ook hun beperkingen hebben en dat daarom aanvulling<br />
met postmortem onderzoek noodzakelijk is. Iets wat<br />
Eleonora Aronica in het vorige interview ook al benadrukte.<br />
MRI-onderzoek laat immers niet zien wat er op celniveau<br />
verandert. En de genetica is als wetenschap ook slechts<br />
beperkt toepasbaar als we meer willen weten over de genetica<br />
van hersencellen, want door de bloed-hersenbarrière bij<br />
de mens kunnen we de resultaten van genetisch onderzoek<br />
door middel van bloedafname niet zomaar vertalen naar wat<br />
er in de hersenen gebeurt. Ook onderzoek met behulp van<br />
muismodellen helpt ons niet voldoende vooruit. Je kunt in<br />
een muis immers psychiatrische symptomen zoals wanen<br />
moeilijk nabootsen.<br />
Trots op de Hersenbank<br />
Vervolgens geeft Saskia een aantal voorbeelden van de onderzoeksvragen<br />
die onderzoekers kunnen hebben, waarvoor zij het<br />
hersenweefsel gebruiken. Vanuit de verschillende wetenschappelijke<br />
disciplines, bijvoorbeeld genetica of psychiatrie worden<br />
verschillende onderzoeksvragen gesteld. Bij <strong>TSC</strong>-patiënten kan<br />
het bijvoorbeeld interessant zijn te bekijken of na het gebruik<br />
van Votubia de afweercellen in het brein, de zogenaamde<br />
microglia, tot rust komen.<br />
Saskia en Marleen vertellen niet zonder trots dat de Nederlandse<br />
Hersenbank over kwalitatief zeer goed materiaal beschikt, omdat<br />
in Nederland de uitname van het weefsel snel kan gebeuren<br />
door de korte afstanden. Er zit slechts twee tot acht uur tussen<br />
het moment van overlijden en de uitname van het hersenweefsel.<br />
Ook is al het papierwerk dan al geregeld, omdat de<br />
schriftelijke toestemming reeds bij leven gegeven is. Verder<br />
worden de uitnamen gedaan volgens een standaardprocedure<br />
door een vast team. Tot slot heeft de NHB veel (geanonimiseerde)<br />
klinische gegevens van de donoren. Dit is belangrijk<br />
omdat mensen met dezelfde aandoening toch heel verschillend<br />
kunnen zijn, daardoor wordt het mogelijk de overeenkomsten<br />
en verschillen goed in kaart te brengen. Omdat de NHB door<br />
deze werkwijze zo goed aangeschreven staat, wordt er ook door<br />
buitenlandse onderzoekers veel weefsel aangevraagd.<br />
Dr. Saskia Palmen<br />
(Kinder)psychiater UMC<br />
Utrecht Hersencentrum<br />
en klinisch coördinator<br />
NHB-Psy. Saskia is<br />
verantwoordelijk voor de<br />
donorwerving.<br />
Drs. Marleen Rademaker<br />
Project coördinator<br />
NHB-Psy. Marleen is<br />
verantwoordelijk voor de<br />
voortgang van het project<br />
en betrokken bij de<br />
donorwerving en PR.<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
21
De kast van professor Swaab<br />
Na dit interessante gesprek worden we overgedragen aan<br />
Michiel Kooreman, technisch coördinator. Hij coördineert<br />
alle verzendingen van materiaal. Hij is ook aanwezig bij<br />
de obducties en doet ook zelf nog laboratoriumwerk, zijn<br />
oorspronkelijke vak. Michiel is heel trots op het werk van de<br />
Hersenbank. Met veel enthousiasme laat hij ons zijn werkterrein<br />
zien. Eerst laat hij ons de ruimte zien waar medewerkers<br />
bezig zijn om materiaal te prepareren. Het materiaal, het<br />
hersenweefsel dus, wordt onder andere in paraffine (blokjes<br />
kaarsvet) opgeslagen, dat vervolgens in hele dunne plakjes<br />
gesneden kan worden. Het materiaal wordt ook ingekleurd<br />
waardoor de structuur goed zichtbaar wordt. De geprepareerde<br />
stukjes weefsel worden bewaard tussen glaasjes en<br />
die worden genummerd en in lades opgeslagen. Dit is een<br />
precisiewerkje: het materiaal moet altijd terug te vinden zijn.<br />
Als we verder door de gang lopen zien we een hele wand<br />
met kasten die allemaal materiaal bevatten van verschillende<br />
ziektebeelden. Eén kast gaat open om te zien hoe dat er uit<br />
ziet: en dit is niet zomaar een kast, maar de ‘kast van Prof.<br />
Swaab’. Als u goed kijkt ziet u op de foto de aanduidingen<br />
ALS, Down en PWS (Prader Willi Syndroom).<br />
De grijze massa is roze<br />
Vervolgens gaan we naar de<br />
kelder, naar de vriesruimte. Hier<br />
staat een groot vat met vloeibare<br />
stikstof (-80 graden!) en<br />
een hele batterij vrieskisten. Er<br />
wordt gewerkt met zogenaamd<br />
droogijs. Vreemd spul: als het<br />
smelt is er geen water en als je<br />
er op blaast komt er ‘rook’ af.<br />
We krijgen ook een stukje ingevroren<br />
hersenweefsel te zien,<br />
om precies te zijn een stukje van<br />
de ‘substantia nigra’, de zwarte<br />
kern, uit het middendeel van de<br />
hersenen, die er overigens<br />
niet zwart, maar roze uitziet<br />
(dit vanwege de aanwezige<br />
bloedvaten. De term<br />
‘grijze massa’ gaat dus niet<br />
op). Elke handeling moet<br />
hier met uiterste precisie<br />
gebeuren, voordat je het<br />
weet zit je vastgevroren.<br />
Dus de handschoenen<br />
gaan aan, omzichtig wordt<br />
een doosje uit de vrieskist<br />
gepakt, dat nadat wij de roze substantie bewonderd hebben,<br />
weer net zo omzichtig terug gaat in de vrieskist.<br />
Emmertjes muurverf<br />
Tot slot zien we nog een hok, meer kan ik er niet van<br />
maken, waarin stellingkasten staan met plastic emmertjes,<br />
een soort Gamma-muurverf emmertjes, met ‘restmateriaal’ in<br />
formaline (ruikt niet lekker) en dit ziet er enerzijds extreem<br />
prozaïsch uit, maar drukt anderzijds volmaakt uit hoe zuinig,<br />
ik zou bijna willen zeggen met hoeveel liefde, er met het<br />
materiaal wordt omgegaan: er gaat letterlijk geen snipper<br />
verloren, ook dat wat er overblijft wordt bewaard ‘voor<br />
het geval dat’, zoals Michiel het uitdrukt: voor het geval er<br />
toch ergens een onderzoeker zou zijn die nu net dáár iets<br />
mee kan. En dat is geen<br />
hersenspinsel, maar zoiets<br />
gebeurde laatst echt met<br />
een onderzoek naar MS.<br />
Het werk van Michiel is om<br />
contact te onderhouden<br />
met de onderzoekers en<br />
hen op de best mogelijke<br />
manier aan het materiaal<br />
te helpen dat ze nodig<br />
hebben voor hun onderzoek.<br />
En dat is voor hem<br />
net zo interessant als de<br />
technische kant van dit<br />
werk. Ons bezoek zit er<br />
op. We bedanken Michiel<br />
zeer voor zijn interessante<br />
en uitgebreide rondleiding,<br />
waardoor het hele<br />
verhaal echt voor ons is<br />
gaan ‘leven’, wat wel een<br />
grappig woord is in deze omgeving.<br />
22 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
Praktische vragen<br />
Vervolgens praten we over een aantal praktische zaken: Wat<br />
betekent het praktisch gezien als je donor wilt zijn? Iemand<br />
die zich wil registreren als donor moet 18 jaar of ouder zijn.<br />
Voor iemand met <strong>TSC</strong> die permanent wilsonbekwaam is<br />
mogen de wettelijke vertegenwoordigers beslissen. Zelfs als<br />
het kind nog geen 18 is mogen ouders na het overlijden ‘in<br />
de geest van het kind’ toch besluiten tot donatie over te gaan.<br />
De verklaring waarin iemand aangeeft donor te willen zijn moet<br />
ook mede ondertekend zijn door een naaste, zodat de NHB weet<br />
dat de beslissing om te doneren is besproken met iemand uit<br />
de directe omgeving van de donor. En als de nabestaanden<br />
na de dood toch moeite hebben met de donatie wordt de<br />
hersenobductie niet verricht. Als orgaandonor ben je niet<br />
automatisch hersendonor, hiervoor is een aparte registratie<br />
bij de NHB nodig. Als je van gedachten verandert, kun je de<br />
registratie als hersendonor altijd ongedaan maken. Ook wil<br />
de NHB heel graag hersendonaties krijgen van familieleden<br />
die de aandoening niet hebben. Zij zijn belangrijk omdat<br />
de patiënt met hen bepaalde genen en vaak ook deels de<br />
omgeving deelt. Hun hersenen vormen daardoor interessant<br />
vergelijkingsmateriaal.<br />
Dan zijn er de praktische dingen direct na het overlijden van de<br />
donor zoals het uitnemen van de hersenen na het overlijden:<br />
de NHB moet zo snel mogelijk gebeld worden (24 uur per dag<br />
bereikbaar). Het uitnemen van de hersenen kan tot maximaal<br />
12 uur na het overlijden plaatsvinden. In geval van euthanasie<br />
is het belangrijk om de NHB vooraf op de hoogte te stellen. De<br />
uitname gebeurt in het VU Medisch Centrum in Amsterdam, en<br />
na uiterlijk 24 uur is de overledene terug bij de nabestaanden. De<br />
NHB betaalt de kosten van het vervoer (middels rouwtransport)<br />
en de obductie. De kosten voor de uitvaart blijven voor eigen<br />
rekening. Wie meer informatie wil kan die vinden op de website<br />
van de Nederlandse Hersenbank: https://www.hersenbank.nl n<br />
Mocht het onderwerp voor u ook een beetje zijn gaan leven, kijkt u dan nog eens op de website van de NHB www.hersenbank.nl<br />
en voor het project NHB-Psy op www.nhb-psy.nl. Via de link ‘De NHB in de media’ op deze website zijn programma’s te zien naar<br />
aanleiding van de start van de publiekscampagne voor NHB-Psy in maart 2016. Een animatiefilmpje over hoe het doneren precies in zijn<br />
werk gaat vindt u op https://youtu.be/W4PCUvoZ-ww: erg overzichtelijk!<br />
Op https://www.youtube.com/watch?v=tIJ9YL2sRqY legt Saskia Palmen uit wat de Hersenbank voor Psychiatrie is en waarom dit<br />
onderzoek nodig is.<br />
Een ander interessant filmpje is te zien op http://gezondheid.eenvandaag.nl/tv-items/65713/gezocht_plakje_van_uw_brein<br />
Een interview met Michiel Kooreman vindt u op<br />
http://www.npo.nl/noorderlicht-radio/06-01-2009/VPRO_80994/POMS_VPRO_203655<br />
Michiel Kooreman<br />
Technisch coúrdinator van de NHB.<br />
Michiel is verantwoordelijk voor het<br />
beheer en de verzending van het<br />
materiaal.<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
23
Bijeenkomst van ouders van<br />
pubers met <strong>TSC</strong><br />
tekst en foto’s Corinne Kijl<br />
Sinds kort zijn we, naast de andere lotgenotencontacten*,<br />
van start gegaan met een nieuw type bijeenkomst. Voor de<br />
tweede keer vond de ‘bijeenkomst voor ouders met een puber<br />
met <strong>TSC</strong>’ plaats. De bijeenkomsten worden begeleid door Koos<br />
van den Bogaard en Corinne Kijl.<br />
Koos van den Bogaard heeft de ‘Rots en Water’- methode<br />
uitgelegd en liet ons vervolgens wat oefeningen doen die<br />
aansluiten bij deze methode. We hebben veel lol gehad, maar<br />
iedereen deed toch ook serieus mee, al lijken de foto’s iets<br />
anders te laten zien. Oordeelt u zelf…..<br />
Na binnenkomst vonden de deelnemers elkaar al gauw<br />
en waren snel verwikkeld in diepgaande gesprekken. Een<br />
goed begin. De kinderen zijn qua leeftijd, functionerings- en<br />
ontwikkelingsniveau verschillend, maar dat is geen probleem,<br />
het blijken toch allemaal pubers te zijn met veel overeenkomsten.<br />
Als we de ontwikkelingsfasen doornemen om<br />
te kijken of we er iets van onze kinderen in herkennen is<br />
het pubergedrag bij iedereen (nog steeds) onmiskenbaar<br />
aanwezig, maar ook kleuter- en schoolkind gedrag (6-12 jaar)<br />
wordt nog veel gezien. Ook de sociaal-emotionele ontwikkeling<br />
blijft een moeilijk punt.<br />
Ook hebben we het nog kort gehad over onderwerpen waar<br />
een aantal deelnemers van deze groep nu tegen aanloopt,<br />
zoals de overgang naar de WMO of de WLZ, regelgeving<br />
en erfrecht. Na de pauze hebben we nog fijne gesprekken<br />
gevoerd, waarin iedereen zijn verhaal kwijt kon. Zo was het<br />
weer een waardevolle, leerzame en gezellige middag.<br />
*er zijn ook bijeenkomsten ‘voor ouders van jonge<br />
kinderen met <strong>TSC</strong>’, en verder zijn er het ‘LBO- en MBO/<br />
HBO-lotgenotencontact’. n<br />
Koos van den Bogaard en Corinne Kijl<br />
24 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
Twee héél verschillende kinderen<br />
An Godrie (37) uit Turnhout is mama van Emiel (het rustig voortkabbelende lagere school kind) en Flor (een vechter met<br />
vele uitdagingen op zijn levensweg). Zij vertelt over het leven met en het opvoeden van een kind met <strong>TSC</strong>.<br />
Ouders horen vaak “Jullie hebben echt wel twee verschillende<br />
kinderen in huis!”. Hier doelt men dan meestal op het karakter.<br />
In ons gezin kan je dit wat letterlijker nemen. Wij hebben<br />
namelijk één ‘gezond’ en één ‘niet-gezond’ kind. Het is niet<br />
zo dat Flor altijd ziek is, maar zijn aandoening sluimert steeds<br />
op de achtergrond, klaar om je te ‘pakken’ wanneer je dat het<br />
minste verwacht.<br />
Flor heeft Tubereuze Sclerose Complex. Hoor je het al in<br />
Keulen donderen ? Bij ons raasde er een heuse cycloon door<br />
Keulen toen wij de diagnose kregen. <strong>TSC</strong> is een aangeboren<br />
afwijking die zich kenmerkt door de groei van goedaardige<br />
tumoren. Zij kunnen in alle weefels en organen voorkomen<br />
en gaan meestal gepaard met epilepsie, verstandelijke beperking,<br />
huidafwijkingen, nier-, oog- en hartproblemen. In een<br />
notendop, voor nog meer info kan je op de website van de<br />
STSN terecht.<br />
Flor heeft alle majeure kenmerken van de aandoening en is<br />
dus erg belast door zijn ziekte. Hij heeft epilepsie, kan niet<br />
spreken, is niet zindelijk, heeft gedragsproblemen en emotionele<br />
problemen, is een extreme klimmer en kent geen gevaar.<br />
Hij heeft verschillende groeiende tumoren die onder controle<br />
worden gehouden met medicatie, … Emiel daarentegen heeft<br />
de aandoening niet en is een ijverige student en kabbelt rustig<br />
verder in het schoolse leven.<br />
Wij proberen zoveel mogelijk te leven als een ‘normaal’ gezin,<br />
voor zover daar een maatstaf voor bestaat natuurlijk…? Laat<br />
ons zeggen dat we doen wat ons goed lijkt! Flor gaat dus<br />
bijna overal mee naartoe, dat is soms een opgave voor onszelf<br />
(meneerke loopt graag weg), maar een verrijking voor hem.<br />
Ook hij heeft recht op het ontdekken van de wereld! Dat we<br />
soms veel bekijks hebben met onze fladderende roepende<br />
onbehouwen kerel zijn we al gewoon. Intussen kan ik de<br />
mensen ook indelen in drie groepen: ‘de gapers’, ‘de fezelaars’<br />
en ‘de geïnteresseerden’. Fijn dat je nieuwe antropologische<br />
bronnen kan toevoegen aan je kennis over mensen. Flor trekt<br />
zich dat allemaal niet aan en loopt in de winkel vrolijk naar<br />
een meneer met een zeer dikke buik om daar eens lekker op<br />
te kloppen. Dit tot groot jolijt van zijn vrouw die vond dat het<br />
inderdaad eens tijd werd dat hij met z’n neus op de feiten<br />
werd gedrukt. Waarop mijn man antwoordt “Let op ! U bent<br />
ook niet veilig, want bij vrouwen klopt of nijpt hij meestal wat<br />
hoger!“ Dit natuurlijk tot groot jolijt van haar man. Of welk kind<br />
kan zeggen dat hij in de winkel wegkomt met het op de grond<br />
gooien van een bokaal erwtjes en worteltjes en naar zijn<br />
voeten te krijgen: “Het is niet erg, mevrouw, we begrijpen het,<br />
hoor“. En als meneer dan ook zijn allerschattigste lach bovenhaalt<br />
krijgt hij nog een lolly ook. Ons kijkt hij dan meesmuilend<br />
aan, want hij weet heel goed dat hij iets gedaan heeft wat<br />
niet mag en staat ons dus gewoon uit te lachen omdat ons<br />
gezag wordt ondermijnd. Niet kunnen praten, maar ontzettend<br />
veel begrijpen en daar ook misbruik van maken … Nu ja, ik<br />
kan alleen maar trots zijn op zijn redeneervermogen.<br />
Weet je, laat Flor op zijn manier maar rustig voortkabbelen, wij<br />
zullen op zijn tempo meedrijven.. n<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> 25
Gunstig effect van everolimus op<br />
reuscelastrocytoom (SEGA)<br />
tekst Erma van Zanthen (Ariez-publishing)<br />
Wat is SEGA precies?<br />
Het subependymaal reuscelastrocytoom (SEGA) is een goedaardige<br />
tumor die bij een vijfde van de mensen met <strong>TSC</strong> ontstaat<br />
uit een subependymale nodulus (SEN). De gemiddelde leeftijd bij<br />
diagnose is 13 jaar (spreiding 1-31 jaar). Het onderscheid tussen<br />
een SEN en een SEGA is moeilijk te maken; patiënten met een<br />
SEN dienen elke twee tot drie jaar een MRI te ondergaan om te<br />
bekijken of de SEN zich ontwikkelt tot SEGA. Afhankelijk van de<br />
plek in de hersenen waar de SEGA zich bevindt, kan een hydrocefalus<br />
(waterhoofd: te veel hersenvocht in de hersenen door<br />
afsluiting van de afvoer) ontstaan met als symptomen: hoofdpijn,<br />
braken, sufheid, gedragsverandering, ongecoördineerde bewegingen<br />
en verslechterd zicht. Andere symptomen zijn gerelateerd<br />
aan lokale druk (epilepsie of uitval).<br />
mTOR remming verbetert <strong>TSC</strong><br />
Uit eerste beschrijvingen van ziektegevallen en kleine vooronderzoeken<br />
leek remming van mTOR met het middel everolimus,<br />
een mTOR-remmer, verbetering te geven op verschillende<br />
uitingen van <strong>TSC</strong>, waaronder SEGA, angiomyolipoom (goedaardige<br />
niertumoren) en angiofibromen in het gezicht. In een<br />
kleine open-label studie (dat wil zeggen dat bekend was dat<br />
patiënten everolimus kregen) werd duidelijk dat everolimus<br />
het volume van SEGA verkleinde, epilepsie verminderde en de<br />
angiofibromen reduceerde. Naar aanleiding van deze resultaten<br />
is in 2009 de EXamining everolimus In a Study of Tuberous sclerosis<br />
complex (EXIST)-1-studie gestart. Aan deze studie deden 24<br />
centra uit tien landen mee.<br />
EXIST 1-studie met mTOR remmer everolimus<br />
laat halvering van tumorvolume zien bij<br />
42% van de onderzochte patiënten<br />
De studie bestond uit een kernfase waarin patiënten minstens<br />
6 maanden werden behandeld, en een verlengingsfase tot 4<br />
jaar behandeling. De studie was dubbelblind, wat betekent dat<br />
noch de patiënt, noch het behandelend personeel wist of de<br />
patiënt everolimus of een gelijkend nepmiddel (placebo) kreeg.<br />
Bij groei van de SEGA werd de blindering opgeheven; als bleek<br />
dat de patiënt tot dan toe in de placebogroep was ingedeeld,<br />
kon hij/zij alsnog everolimus krijgen. Het belangrijkste meetpunt<br />
was het aantal patiënten bij wie SEGA met minstens 50% in<br />
grootte afnam (tenminste halvering van het tumorvolume ervan).<br />
Daarnaast werd gekeken naar hoe snel de SEGA reageerden en<br />
hoe lang het effect aanhield, en werd de genmutatie van de<br />
patiënt vastgelegd. Bijwerkingen werden gedurende de gehele<br />
studieperiode gevolgd. Uiteindelijk zijn 117 patiënten willekeurig<br />
verdeeld in de EXIST-1-studie: 78 kregen everolimus en 39 kregen<br />
placebo. Bij ongeveer een derde van de patiënten in de<br />
everolimus groep en bij niemand in de placebogroep nam het<br />
totale volume van SEGA af met minstens 50%. Na 24 weken<br />
behandeling was een halvering van het tumorvolume zichtbaar<br />
(met MRI) bij 42% van de patiënten in de everolimusgroep. Bij<br />
niemand in de everolimusgroep namen de tumoren toe.<br />
Invloed van mutaties op de werkzaamheid<br />
van everolimus<br />
Zowel bij patiënten met een <strong>TSC</strong>1-mutatie als een <strong>TSC</strong>2-mutatie<br />
had everolimus een effect, hoewel bij patiënten met een <strong>TSC</strong>2-<br />
mutatie minder vaak dan bij de <strong>TSC</strong>1-mutatie. De bijwerkingen<br />
die optraden waren al bekend van het gebruik van everolimus;<br />
de meest voorkomende waren zweren in de mond, ontsteking<br />
van het slijmvlies in de mond, spiertrekkingen/stuipen, en<br />
koorts. Bij bijna de helft van de patiënten in de everolimusgroep<br />
moest de dosering tijdelijk worden verlaagd of toediening tijdelijk<br />
worden onderbroken vanwege bijwerkingen. Niemand stopte<br />
vanwege bijwerkingen helemaal met de studie.<br />
‘Mensen met <strong>TSC</strong> en een <strong>TSC</strong>-1 mutatie profiteren het<br />
meest van everolimus’<br />
Deze vergelijking tussen everolimus en placebo toonde voor de<br />
eerste keer duidelijk aan dat everolimus een klinisch relevante<br />
afname van SEGA geeft, iets wat voorheen alleen in kleine<br />
onderzoeken of individuele gevallen was gezien. Uit de eerdere<br />
open-label studie bleek echter ook dat SEGA weer groeiden<br />
nadat everolimus was gestopt. De EXIST-1-studie is dan ook<br />
verlengd, om te onderzoeken of langdurig gebruik van everolimus<br />
veilig is en de effecten aanhouden.<br />
Verlenging van EXIST-1-studie – de uitkomsten<br />
van behandelen op langere termijn<br />
Aan deze verlenging konden zowel patiënten uit de<br />
oorspronkelijke everolimusgroep als uit de placebogroep<br />
meedoen; 111 patiënten besloten aan deze verlenging deel<br />
te nemen. Bij een tussentijdse analyse begin 2013 was het<br />
totale SEGA-volume bij bijna de helft van de deelnemers<br />
gehalveerd. In de onderzoeksgroep trad deze halvering van<br />
het SEGA-volume gemiddeld na ongeveer drieënhalve maand<br />
op. Begin 2013 hield deze respons bij 94% van degenen<br />
die een halvering bereikten, nog aan. Een afname van het<br />
26 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
SEGA-volume met 30% werd bij ongeveer drie kwart van de<br />
deelnemers gezien. Het duidelijke effect van de behandeling<br />
werd zowel bij jongens als meisjes gevonden en in alle<br />
leeftijdscategorieën.<br />
‘Zowel jongens als meisjes hebben baat bij een<br />
behandeling met everolimus’<br />
Bij een aantal deelnemers werden de SEGA groter: in enkele<br />
gevallen nadat everolimus was gestopt of bij een lage<br />
bloedconcentratie van everolimus. Bij één patiënt trad een<br />
hydrocefalus op, maar dit verdween weer bij doorgaan met<br />
everolimus. Het merendeel van de patiënten met groeiende<br />
SEGA had de <strong>TSC</strong>2-mutatie.<br />
Ook in de verlenging waren zweren in de mond en ontsteking<br />
van het mondslijmvlies de meest voorkomende<br />
bijwerkingen. Bij 5% traden ernstige bijwerkingen op, zoals<br />
longontsteking, maag-darminfectie, koorts, infectie van<br />
de bovenste luchtwegen (neus of keel), tekort aan witte<br />
bloedcellen en verstopping van de dunne darm. De meeste<br />
(ernstige) bijwerkingen kwamen voor in het eerste jaar<br />
waarin everolimus werd gebruikt.<br />
Inmiddels is de EXIST-1-studie inclusief de verlenging afgesloten.<br />
De definitieve resultaten over de totale behandelingsperiode<br />
zijn echter nog niet gepubliceerd. Van de eerder<br />
genoemde kleine open-label studie zijn in 2015 wel resultaten<br />
na vijf jaar behandeling met everolimus beschreven.<br />
In deze studiegroep was na vijf jaar bij meer dan de helft<br />
van de patiënten het SEGA-volume gehalveerd. Deze afname<br />
hield gemiddeld 53,3 maanden aan. Bij meer dan de helft<br />
was de respons (halvering) al zichtbaar in de eerste zes<br />
maanden van behandeling.<br />
‘Everolimus halveert minstens vijf jaar lang het SEGA<br />
volume bij meer dan de helft van de patiënten’<br />
Internationale richtlijn en lokale conceptrichtlijn<br />
gepubliceerd<br />
Inmiddels is in internationale richtlijnen en in de Nederlandse<br />
conceptrichtlijn opgenomen dat mTOR-remmers gebruikt<br />
dienen te worden om SEGA die niet in aanmerking komen<br />
voor operatie te verkleinen of te stabiliseren. Bovendien<br />
zullen veel patiënten of hun ouders een chirurgische ingreep<br />
willen voorkomen als dat mogelijk is. Daarnaast heeft mTORremming<br />
effecten op andere verschijnselen van <strong>TSC</strong>, iets wat<br />
met een hersenoperatie uiteraard niet kan worden bereikt.<br />
Everolimus heeft dan ook een belangrijke plek ingenomen<br />
in het behandelarsenaal. Als een SEGA echter een acuut<br />
probleem geeft in de hersenen, is operatie de betere keuze,<br />
omdat het effect van everolimus pas na enkele maanden<br />
optreedt. Bovendien zijn de bijwerkingen van 10 of 20 jaar<br />
gebruik van everolimus (nu) nog niet bekend.<br />
In andere studies wordt gekeken naar de effecten van everolimus<br />
op renale angiomyolipomen (EXIST-2, zie daarover<br />
<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> nummer 135) en epilepsie (EXIST-3. Hierover<br />
zal in het volgende nummer van <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> een artikel<br />
verschijnen).<br />
Bronnen<br />
Openbare Concept Richtlijn Tubereuze Sclerose Complex.<br />
Gepubliceerd als bijlage van Tijdschrift voor Neurologie en<br />
Neurochirurgie, maart 2015.<br />
Franz DN, et al. Efficacy and safety of everolimus for<br />
subependymal giant cell astrocytoma associated with tuberous<br />
sclerosis complex (EXIST-1): a multicentre, randomised, placebocontrolled<br />
phase 3 trial. Lancet 2013;381:125-32.<br />
Franz DN, et al. Everolimus for subependymal giant cell<br />
astrocytoma in patients with tuberous sclerosis complex: 2-year<br />
open-label extension of the randomised EXIST-1 study. Lancet<br />
Oncology2014;15:1513-20.<br />
Franz DN, et al. Everolimus for subependymal giant cell<br />
astrocytoma: 5-year final analysis. Annals of Neurology<br />
2015;78:929-938.<br />
Efficacy and Safety of Everolimus (RAD001) in Patients of All<br />
Ages With Subependymal Giant Cell Astrocytoma Associated With<br />
Tuberous Sclerosis Complex (<strong>TSC</strong>)(EXIST-1) (EXIST-1). Te raadplegen<br />
op: https://clinicaltrials.gov (NCT00789828). n<br />
Uit deze resultaten blijkt een aanhoudend klinisch gunstig<br />
effect van everolimus op SEGA. De bloedconcentratie waarbij<br />
deze effecten op SEGA worden gevonden, is bovendien aan<br />
de lage kant. Daardoor treden bijwerkingen beperkt op en<br />
is de behandeling goed te verdragen. Bij enkele vrouwelijke<br />
patiënten bleek tijdens de studies de menstruatie uit te<br />
blijven, maar het was niet duidelijk of dit een direct gevolg<br />
was van everolimusgebruik. Het hormonale effect zal voor<br />
langere tijd gevolgd worden bij meisjes die everolimus<br />
starten op het moment dat ze nog niet volgroeid zijn.<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
27
STSN-lid<br />
in beeld<br />
Corinne Kijl stelt in deze rubriek vragen aan een STSN-lid.<br />
foto's Claudia Brefeld<br />
Zou jij je aan onze lezers willen<br />
voorstellen?<br />
Mijn naam is Claudia Brefeld-Effting en ik ben getrouwd met<br />
Gijs Brefeld, we hebben een dochter van vier, Milou. Ook<br />
hebben we nog twee honden: Tommy, een kruising van twaalf<br />
jaar oud en Utah, een Australian Shepherd van zes jaar.<br />
Al op jonge leeftijd kreeg ik epilepsie, waar ik gelukkig overheen<br />
gegroeid ben. En mijn hele leven lang heb ik al last<br />
van concentratieproblemen. De diagnose <strong>TSC</strong> werd, dankzij<br />
een oplettende dermatoloog, op mijn twaalfde gesteld. Ik<br />
heb gelukkig een hele milde vorm van <strong>TSC</strong> en probeer zoveel<br />
mogelijk een normaal leven te leiden.<br />
Je bent lid van de STSN, waarom en wat<br />
betekent de STSN voor je?<br />
Direct na de diagnose <strong>TSC</strong> in 1992 ben ik lid geworden van de<br />
STSN. In eerste instantie bezocht mijn vader de contactdagen<br />
alleen, maar sinds ik op mezelf woon zijn de rollen omgedraaid.<br />
Naar aanleiding van een lezing over erfelijkheid bij <strong>TSC</strong> heeft<br />
mijn vader al in een zeer vroeg stadium de eerste stappen<br />
gezet voor DNA onderzoek en PGD* (pre-implantatie genetische<br />
diagnostiek, red.). Dit was ruim voordat ik zelf een serieuze<br />
kinderwens had, maar dit zorgde er wel voor dat alles ‘geregeld’<br />
was toen wij actief aan kinderen begonnen te denken. Ik ben<br />
de STSN en mijn vader hier nog steeds heel dankbaar voor!<br />
Pakweg vijf jaar geleden zijn wij voor het eerst naar een MBO/<br />
HBO contactdag geweest. In eerste instantie vond ik dit heel<br />
spannend, maar we kwamen in een warm bad en voelden<br />
ons direct ‘thuis’. Dankzij het lotgenotencontact vielen er veel<br />
puzzelstukjes op zijn plaats bij zowel mij als mijn man. Wat fijn<br />
om begrepen te worden en zaken in de juiste context te kunnen<br />
plaatsen.<br />
Wat zou je ons nog graag willen vertellen?<br />
Of welke ervaringen zou je nog met ons<br />
willen delen?<br />
Een kinderwens en <strong>TSC</strong> is geen gemakkelijke combinatie,<br />
voor ons stond al vrij snel vast dat wij <strong>TSC</strong> wilden uitsluiten.<br />
In 2008 meldden wij ons voor prenatale diagnostiek in<br />
Maastricht, uit onderzoek bleek helaas dat ik te weinig<br />
eicellen aanmaakte, waardoor behandeling op dat moment<br />
uitgesloten was. Na deze teleurstelling kregen wij een<br />
prachtig alternatief aangeboden: mijn zus was bereid om<br />
mee te werken aan eiceldonatie! Twee IVF pogingen volgden,<br />
beide helaas zonder het gewenste ‘resultaat’.<br />
28 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
In 2010 raakte ik spontaan zwanger en uit DNA onderzoek<br />
bleek dat ons kindje <strong>TSC</strong> had. Een zware en moeilijke tijd<br />
volgde. We hadden vooraf al besloten dat wij <strong>TSC</strong> uit wilden<br />
sluiten, maar als je dan voor de zware keuze staat, dan<br />
slaat de twijfel toch ernstig toe. Uiteindelijk hebben wij toch<br />
besloten om de zwangerschap af te breken en werd in maart<br />
2010 onze zoon Sam geboren.<br />
Door het personeel van het ziekenhuis in Utrecht werden we<br />
in deze zware periode zeer goed begeleid en op een gegeven<br />
moment kwam een verwijzing voor PGD weer ter sprake.<br />
Dankzij de inspanning van de ziekenhuizen in Utrecht en<br />
Groningen en onze eigen vasthoudendheid, kregen wij uiteindelijk<br />
toch toestemming voor een PGD poging in Maastricht.<br />
In september 2011 volgde een spannende en intensieve<br />
behandeling waarbij zeer regelmatig naar Groningen én<br />
Maastricht gereisd moest worden. Dit was allemaal de moeite<br />
waard, want in juni 2012 werd onze prachtige en kerngezonde<br />
dochter Milou geboren!<br />
dag weer van het contact met mijn klanten, en daarnaast heb<br />
ik voldoende tijd om te genieten van onze dochter.<br />
Hoe moeilijk het soms ook is, ik probeer <strong>TSC</strong> een zo minimaal<br />
mogelijke rol in mijn leven te laten spelen en sterker uit moeilijke<br />
situaties te komen. ‘Het is immers de tegenwind die de vlieger<br />
doet stijgen!’<br />
*PGD is een afkorting voor pre-implantatie genetische<br />
diagnostiek. Dit is een methode waarmee de geboorte van<br />
kinderen met een ernstige genetische aandoening voorkomen<br />
kan worden. PGD wordt uitgevoerd bij paren die een sterk<br />
verhoogd risico hebben op het krijgen van een kind met een<br />
erfelijke aandoening. n<br />
Ons geluk was nu bijna compleet, er was echter nog één ding<br />
waar ik al jaren erg veel last van had. Mijn werkgever had<br />
geen enkel begrip voor mijn situatie en ik werd stelselmatig<br />
tegengewerkt en vaak gepest, dit maakte mij alleen nog<br />
maar onzekerder. Begin 2013 heb ik daarom de grote stap<br />
genomen en ontslag genomen en ben ik mijn eigen kapperszaak<br />
begonnen. Achteraf had ik dit echt veel eerder moeten<br />
doen, want ik werk nu met heel veel plezier en geniet elke<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
29
<strong>TSC</strong> Research en <strong>TSC</strong>-patiëntenorganisaties<br />
uit alle windstreken<br />
Mijn bezoek aan de Internationale <strong>TSC</strong> Research Conferentie in Lissabon<br />
Woensdag 2 november, vier uur in de ochtend. Omdat er nog geen openbaar vervoer gaat op dit uur word ik lekker<br />
comfortabel naar Schiphol gereden. Ik ben namens de STSN onderweg naar Portugal voor de Internationale <strong>TSC</strong> Research<br />
Conferentie, georganiseerd door de internationale vereniging van patiëntenorganisaties <strong>TSC</strong>i. Vlucht en aankomst verlopen<br />
probleemloos.<br />
tekst en foto’s Dave Tuijp<br />
<strong>TSC</strong> patiëntenorganisaties uit alle windstreken<br />
De afgelopen dagen heb ik een aantal mensen via mail ‘leren<br />
kennen’, maar zij krijgen in het hotel in Lissabon al snel een<br />
gezicht. Ik ontmoet Clare uit Australië en Katie uit de Verenigde<br />
Staten die de nationale <strong>TSC</strong>-verenigingen bij elkaar brengen.<br />
Hun eerste opdracht kenmerkt de sfeer: stel je voor en vertel<br />
iets grappigs wat je onderweg hebt meegemaakt. Eigenlijk<br />
was mijn vlucht heerlijk saai. Alleen. Wat leeswerk inhalen.<br />
Niemand om op te letten, alleen jezelf. Dat gevoel heb ik<br />
niet vaak en is best prettig. Met veel humor beginnen we<br />
dus aan de workshops voor de vertegenwoordigers van organisaties<br />
vergelijkbaar met de STSN, uit alle windstreken van<br />
de wereld. Van Australië tot Noorwegen en Mexico tot China.<br />
Vrijwel iedereen spreekt goed Engels, op de voorzitter van de<br />
Chinese vereniging na. De arts die mee is, is zijn tolk. In de<br />
workshops gaat het vooral om de vraag hoe we met zijn allen<br />
de zorg rond <strong>TSC</strong> kunnen verbeteren. En dan komen ook snel<br />
onderwerpen als expertisecentra, <strong>TSC</strong>-specialisten en vooral<br />
gewoonweg geld als onderwerp voorbij. Ook delen we ideeën<br />
voor volgende stappen die we kunnen zetten in het belang<br />
van <strong>TSC</strong> patiënten.<br />
Nederland loopt mee in de kopgroep<br />
Wat vooral is blijven hangen is het gigantische verschil tussen<br />
de 21 landen die in de zaal vertegenwoordigd zijn als het<br />
gaat om zorg in het algemeen en voor <strong>TSC</strong> in het bijzonder. In<br />
veel landen zitten de zorgen bij basale zaken als toegang tot<br />
dokters en specialisten, mensen die geen geld of verzekering<br />
hebben en zelf voor alle kosten moeten opdraaien. Wat eigenlijk<br />
vaak betekent: geen of geen goede zorg. Om nog maar te<br />
zwijgen over de vraag of de inmiddels beschikbare medicijnen<br />
als everolimus vergoed worden. Dat is meestal niet zo. Ook<br />
de faciliteiten voor de patiëntenorganisaties zijn zeer verschillend.<br />
Financiële ondersteuning door de overheid zoals wij die<br />
gewend zijn is een grote uitzondering. Je bent snel geneigd<br />
om je eigen situatie als uitgangspunt te nemen. Maar wat wij<br />
gewend zijn in Nederland in de gezondheidszorg, naast de<br />
faciliteiten die de STSN bevochten heeft in de afgelopen 35<br />
jaar, is uitzonderlijk goed. Natuurlijk hebben wij ook nog volop<br />
wensen maar wij krijgen in Nederland zorg die in vergelijking<br />
met de vertegenwoordigde landen om mij heen echt aan de<br />
top staat. Zowel op het gebied van kwaliteit als toegang tot<br />
de zorg voor iedereen. Noorwegen heeft het ook goed voor<br />
elkaar, al zijn afstanden snel een probleem. Maar hoe zuidelijker<br />
je komt, hoe moeilijker het vaak wordt.<br />
Lotgenoten ontmoeten<br />
Omdat de situatie en fase waarin landen en verenigingen<br />
zich bevinden zo verschillend is, is het moeilijk om gezamenlijke<br />
doelen te formuleren waar we samen mee aan de slag<br />
kunnen. Maar uit de sessies komen genoeg mooie ideeën<br />
die de moeite waard zijn om te onderzoeken voor de STSN.<br />
Het meest waardevolle is de persoonlijke kennismaking met<br />
mensen die dezelfde strijd voeren. In dat kader heb ik veel<br />
gesproken met de voorzitter van de net opgerichte Belgische<br />
vereniging. Als lid van het Bestuur maar ook als ouder. De<br />
workshops worden afgesloten door de voor ons bekende dr.<br />
Petrus de Vries uit Kaapstad die een pleidooi houdt voor de<br />
TAND-checklist die kan worden gebruikt voor de problemen<br />
die <strong>TSC</strong> kan veroorzaken op psychologisch gebied. Een verhaal<br />
dat ik al goed kende van de Expertmeeting in Rotterdam waar<br />
hij twee jaar geleden ook bij was.<br />
De donderdag start weer het zeer moderne congrescentrum<br />
met workshops om vervolgens met alle inmiddels aanwezige<br />
artsen, onderzoekers en andere specialisten naar het zeer<br />
moderne congrescentrum in het oude centrum van Lissabon te<br />
vertrekken. Het ligt vlak naast een van de bekendste toeristische<br />
plekken van Lissabon, de Torre de Belem. Onderweg kwamen<br />
we ook een gigantische brug tegen die mij deed denken aan<br />
30 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
de Golden Gate Bridge in San Francisco. Dat blijkt geen toeval,<br />
omdat de makers dezelfde blijken te zijn. Een van de sprekers<br />
gebruikt de brug voor een metafoor met betrekking tot de titel<br />
van het congres: de brug ‘from Science to Therapies’. Veel tijd<br />
om te genieten van de rest van Lissabon is er niet, want het<br />
programma, dat is volgepakt met uiteenlopende sprekers, gaat<br />
snel van start. De voorzitter van de Portugese vereniging opent<br />
met een filmpje van haar dochter met <strong>TSC</strong>. Om iedereen weer<br />
even scherp te krijgen: daar doen we het met zijn allen voor.<br />
Daarna volgen de Amerikaanse ambassadeur in Portugal en<br />
een minister uit Portugal die blind is en zich inzet voor mensen<br />
met een beperking. Jammer dat zij spreekt in het Portugees<br />
in dit gezelschap. Maar later kom ik er achter dat dit wettelijk<br />
verplicht is voor ambtenaren die spreken in het openbaar.<br />
Vreemde regel…<br />
Diepgravende presentaties over alles wat<br />
met <strong>TSC</strong> te maken heeft<br />
Dan volgen twee dagen met vele sprekers die de resultaten<br />
van hun onderzoek op het gebied van <strong>TSC</strong> aan elkaar presenteren.<br />
In een mooie sfeer van ‘samenwerkende competitie’. Ze<br />
willen allemaal de eerste zijn die iets ontdekt en publiceert,<br />
maar ze hebben elkaar hard nodig. Stuk voor stuk zijn het<br />
gedreven wetenschappers die samen één familie zijn. Een<br />
aantal hebben we ook gezien op ons eigen lustrumsymposium.<br />
Ze komen van over de hele wereld, maar ze kennen<br />
elkaar allemaal en delen gepassioneerd hun doel: <strong>TSC</strong> zoveel<br />
mogelijk de wereld uit krijgen.<br />
De onderwerpen die voorbij komen zijn zeer divers. Via mTOR<br />
pathways en SEGA’s tot mozaïekdeleties en ‘second hits’. Soms<br />
voel ik mij zoals de voorzitter van de Chinese STSN zich de<br />
eerste dag voelde, want sommige verhalen zijn zo technisch<br />
en extreem diepgravend dat ik er geen woord van snap. Maar<br />
veel is met de nodige basiskennis gelukkig wel te volgen. Veel<br />
verhalen zijn interessant en fascinerend. Denk aan de effecten<br />
van op cannabis gebaseerde medicijnen op epilepsie, tot de rol<br />
die zebravissen kunnen spelen in het fundamentele onderzoek<br />
naar <strong>TSC</strong>. Nooit geweten dat je gedrag kan meten bij dat soort<br />
kleine visjes… Een ander verhaal gaat over futuristische MRI’s<br />
met een onvoorstelbare mate van detail die binnen handbereik<br />
zijn en die de toepassing van MRI’s vele stappen vooruit<br />
zullen brengen de komende jaren. Maar ook de resultaten<br />
van de trial om epilepsie al te behandelen voor de eerste<br />
aanvallen zich voordoen, komen voorbij.<br />
Tussen alle sessies door kom je gemakkelijk in gesprek met<br />
de meest ervaren artsen uit de hele wereld. En als je aangeeft<br />
geen arts maar een ouder te zijn, dan willen ze direct weten<br />
hoe het bij je thuis gaat. Ook kom ik alle voor ons zo belangrijke<br />
mensen uit de Nederlandse en Belgische <strong>TSC</strong>-gemeenschap<br />
tegen. En veel mensen van Novartis, de belangrijkste sponsor<br />
van het congres, maar ook van vele andere projecten rond <strong>TSC</strong><br />
in de hele wereld.<br />
Home sweet home<br />
Vrijdag rond half zes stap ik weer in de taxi naar het vliegveld.<br />
Daar vraagt een jonge vrouw of ze bij mij aan tafel mag<br />
zitten omdat ik bij de enige tafel zit waar ze haar telefoon<br />
kan opladen. We raken in gesprek en zij blijkt een moleculair<br />
onderzoeker te zijn uit Canada. Ik laat haar het programma<br />
zien van de laatste dagen en ze is zeer geïnteresseerd in<br />
mijn belevingen van de laatste dagen. Zo daal ik langzaam<br />
weer af van de wetenschap naar op tijd mijn vliegtuig halen.<br />
En dat blijkt nog niet zo simpel. Ik ben ruim op tijd maar de<br />
vliegmaatschappij vond het nodig om meer reserveringen te<br />
accepteren dan er stoelen in het vliegtuig zijn….. Ik kan dus<br />
niet mee en stort mij in het avontuur om een hotel en een<br />
nieuwe vlucht geregeld te krijgen voor zaterdagmorgen. Na<br />
drie uur wachten ga ik maar weer naar het volgende hotel….<br />
Gelukkig gaat het zaterdag allemaal goed. Moe maar vol van<br />
frisse inspiratie kom ik thuis en ben heel blij dat ik mijn gezin<br />
en mijn mannetje waarvoor ik dit allemaal doe weer zie…<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
31
Collecte Epilepsiefonds 2016<br />
Opbrengst ruim 6000 euro!<br />
Een impressie van vier collectanten<br />
Charlotte van der Velde<br />
De moeder van<br />
Amber en Charlotte<br />
van der Velde<br />
mailt: “Onze oudste<br />
dochter Amber heeft<br />
<strong>TSC</strong>. Charlotte, haar<br />
jongere zusje, heeft<br />
om te beginnen zelf<br />
twee euro uit haar<br />
spaarpot gehaald<br />
voor ‘haar zus’ (de<br />
collectebus) en<br />
heeft mij elke avond<br />
helpen collecteren”.<br />
Opbrengst:<br />
€ 160,88<br />
Tessa Visch<br />
Tessa is het zevenjarige<br />
zusje van<br />
Lara Visch, van<br />
onze vaste Laracolumn,<br />
bekend bij<br />
alle lezers van het<br />
<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>. Tessa<br />
collecteerde en<br />
haalde een mooie<br />
opbrengst van<br />
€ 46,63.<br />
Goed gedaan,<br />
Tessa!<br />
Nora Doornhof<br />
Bas van de Pol<br />
mailt: "Nora heeft<br />
iedere avond<br />
gelopen en vroeg<br />
aan mama hoe<br />
oud ze moest<br />
zijn om alleen<br />
collecte te mogen<br />
lopen. Ze was erg<br />
fanatiek! Nora<br />
kent onze dochter<br />
Sarah van de Pol<br />
erg goed. Sarah<br />
heeft <strong>TSC</strong>". Een<br />
mooie opbrengst:<br />
€ 225,57<br />
Francesco Dioguardi<br />
"Giulio en onze<br />
andere zoon<br />
Roberto en ik<br />
hebben de collecte<br />
gelopen, samen vier<br />
‘manavonden’ van<br />
een uur of twee<br />
ieder. Gezien het<br />
gewicht was het denk ik best succesvol". Een paar anekdotes:<br />
1 Een vader deed open met zijn kinderen, een meisje van<br />
vijf en een blonde snotneus (letterlijk) in rompertje met<br />
luier van nog geen twee. Na wat zoeken had vader voor<br />
ieder drie of vier muntjes om in de bus te doen. Dochtertje<br />
deed dat netjes, maar snotneus deed er een paar in en<br />
ging er met het laatste muntje vandoor.<br />
2 Ik wilde ergens aanbellen en raakte met mijn hand de<br />
deurpost om met mijn duim aan te bellen. Net voor ik<br />
drukte bleef mijn hand vastplakken, aangezien er blijkbaar<br />
net geverfd was. Zie foto … Gelukkig nog niet op het<br />
knopje gedrukt. Toen maar even de rest van die straat<br />
overgeslagen…. Een hand met natte verf gaat ook iets<br />
raken: de collectebus heeft dus nog wat sporen<br />
overgehouden aan dit avontuur. Opbrengst: € 135,29 n<br />
32 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
VSOP-Nieuwsbericht<br />
Juiste informatie voor huisarts<br />
70 huisartsenbrochures voor zeldzame aandoeningen beschikbaar<br />
Met het realiseren van 21 nieuwe huisartsenbrochures voor zeldzame aandoeningen zijn er nu bijna 70 brochures voor<br />
zeldzame aandoeningen beschikbaar. De brochures zijn bedoeld voor huisartsen van patiënten met een zeldzame<br />
aandoening. Die patiënten wijzen de eigen huisarts zélf op specifieke informatie over die ene zeldzame aandoening.<br />
Huisartsen zien gemiddeld namelijk slechts één persoon met die ene zeldzame aandoening in hun loopbaan. Logisch dat de<br />
arts hierover onvoldoende kennis heeft. De brochures geven handvatten voor de dagelijkse praktijk: waar moet de huisarts<br />
bij deze patiënt specifiek op letten?<br />
In 2006 verscheen de eerste brochure in<br />
samenwerking met Spierziekten Nederland<br />
en het Nederlands Huisartsen Genootschap.<br />
Al gauw heeft de VSOP het concept geadopteerd<br />
en zijn over diverse zeldzame aandoeningen<br />
huisartsenbrochures verschenen. De<br />
onderwerpen lopen uiteen van stofwisselingsziekten<br />
en syndromen tot aandoeningen die<br />
zich beperken tot één orgaan. Het afgelopen<br />
jaar is er een flinke impuls aan het aantal<br />
brochures gegeven door het Innovatiefonds<br />
Zorgverzekeraars, dat maar liefst 21 nieuwe<br />
huisartsenbrochures financierde. Het was een<br />
grote uitdaging om zoveel brochures binnen<br />
één jaar tijd af te ronden. Met een flink aantal<br />
auteurs bij de VSOP, nauwe samenwerking met<br />
medisch adviseurs, het NHG en de patiëntenorganisaties<br />
is dit gelukt.<br />
Patiënt als informatiedrager<br />
Het idee achter de brochures is dat de patiënt<br />
met een zeldzame aandoening de huisarts zelf<br />
attendeert op de brochure over zijn aandoening<br />
door deze te overhandigen of ernaar te<br />
verwijzen. Om de patiënt te helpen bij het informeren<br />
van de huisarts is er voor elke aandoening<br />
een speciale huisartsenbrief beschikbaar.<br />
Tot vorig jaar waren de brochures allemaal<br />
in gedrukte vorm beschikbaar en werden<br />
deze in de spreekkamer overhandigd aan de<br />
huisarts. Inmiddels zijn alle brochures online<br />
te raadplegen. Zo zijn ze altijd en overal<br />
beschikbaar en in te zien. De 21 nieuwe titels<br />
zijn allemaal als online brochure opgeleverd<br />
en ieder afzonderlijk te bekijken via een<br />
eigen NHG-webpagina met een samenvatting<br />
over de betreffende zeldzame aandoening<br />
en relevante verwijzingen naar bijvoorbeeld<br />
NHG-Standaarden, Richtlijnen of de betreffende<br />
patiëntenorganisatie.<br />
Op de volgende websites staat een overzicht<br />
van alle brochures:<br />
• www.zichtopzeldzaam.nl/documenten<br />
• www.vsop.nl/publicaties/huisartsenbrochures<br />
• www.nhg.org/thema/zeldzameziekten<br />
n<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
33
Tip en truc hoek<br />
tekst Yasmara Olijslag<br />
Zorgstudent<br />
Ben je op zoek naar ondersteuning thuis of op school voor je<br />
kind, dan is wellicht een zorgstudent iets voor je. De zorgstudent<br />
is een vaste begeleider voor kinderen/jongvolwassenen met<br />
(een vorm van) autisme, ad(h)d, dyslexie, epilepsie, nietaangeboren<br />
hersenletsel of een licht verstandelijke beperking.<br />
Kinderen worden individueel begeleid in hun thuisomgeving<br />
bij huiswerk, plannen en organiseren, sociale vaardigheden en<br />
omgaan met emoties. De zorgstudent kan ook ingezet worden<br />
als oppas. Dit is een betaalde werkervaringsplek voor de begeleider.<br />
De begeleider, ‘de zorgstudent’ volgt een pedagogische,<br />
psychologische of therapeutische studie op HBO of universiteit.<br />
Stichting Zorgstudent is actief in heel Nederland. Binnen twee<br />
werkweken selecteren zij een geschikte zorgstudent voor je.<br />
Gedurende het hele jaar kunnen ouders en instellingen zich<br />
aanmelden voor een zorgstudent. Bij Stichting Zorgstudent<br />
staan inmiddels 30.000 studenten en afgestudeerden<br />
ingeschreven die op zoek zijn naar een werkervaringsplek<br />
verspreid over het hele land. Stichting Zorgstudent heeft als<br />
doel studenten tijdens hun studie werkervaring op te laten<br />
doen binnen intensieve gezinssituaties.<br />
Back to basic werkt op basis van verschillende principes.<br />
Hierbij is de belangrijkste werkwijze het ervarend leren in<br />
combinatie met het nadrukkelijk betrekken van het netwerk<br />
(ouders, school, werk), thuisbegeleiding en daar waar nodig<br />
aanvullende hulp. Op een uitdagende en sportieve manier<br />
krijgen jongeren de kans om samen te werken aan hun<br />
toekomst. Ze leren door ervaring in de praktijk, ze leren van<br />
en met leeftijdgenoten. Back to basic stimuleert ouders en<br />
andere voor jongeren belangrijke personen om hen te ondersteunen<br />
naar het einddoel dat in overleg is opgesteld. Back<br />
to basic helpt om oude patronen te doorbreken. Hierdoor<br />
kan uithuisplaatsing worden verkort of voorkomen. Tevens<br />
ontstaat er een beter contact en communicatie tussen de<br />
gezinsleden. Voor meer informatie zie www.btbasic.nl<br />
Een zorgstudent kost €125 aan bemiddelingskosten per<br />
hulpvraag en per zorgstudent. Vervolgens betaal je de<br />
zorgstudent €10 bruto per uur.<br />
Zie www.jobs4care.nl of neem contact op met Jacqueline<br />
van der Bend 06-28835525 of info@zorgstudent.nl<br />
Back to basic<br />
Back to basic biedt leer- en ervaringstrajecten aan voor verschillende<br />
doelgroepen, onder andere voor gezinnen, kinderen,<br />
jongeren en jongvolwassenen, die ondersteuning kunnen<br />
gebruiken. Ze werken met twee verschillende programma’s en<br />
leeftijdsgroepen. Kinderen van 6 t/m 14 jaar: hier staat het zelfvertrouwen<br />
vergroten spelenderwijs centraal. Jong volwassenen<br />
van 15 t/m 25 jaar: in dit programma staat werken aan een<br />
betere toekomst met een goede daginvulling centraal. Dit door<br />
het accent te leggen op de ontwikkeling van zelfstandigheid.<br />
34 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
De Nieuwe Belevenis<br />
De Nieuwe Belevenis is een belevingswereld voor mensen<br />
met een meervoudige handicap, diep dementerenden en<br />
ernstig zieke kinderen. Niet hun beperkingen, maar hun<br />
mogelijkheden staan centraal bij deze unieke Belevenis,<br />
waar alles mag en niets moet. De inrichting van de Nieuwe<br />
Belevenis, de attracties, de decors, muziek, geluiden, lichten<br />
video-effecten, het spelmateriaal en de activiteiten zijn<br />
gericht op zintuiglijke stimulering. Door de prikkels wordt de<br />
deelnemer zich bewust van de omgeving, wordt uitgedaagd<br />
daar iets mee te doen en contact te maken met een ander<br />
en die omgeving. Maar wel een manier van beleven die past<br />
bij ieders wensen en mogelijkheden, met een goede balans<br />
tussen actie en rust.<br />
De Mini-Belevenis is, alleen op afspraak, geopend op<br />
woensdag en donderdag. Tussen 10.00 – 13.00 uur en 14.00<br />
– 17.00 uur. Per dagdeel is er ruimte voor maximaal tien<br />
bezoekers (dit is exclusief begeleiders). De kosten voor een<br />
Mini-belevenis zijn €17,50 per persoon (inclusief koffie/thee<br />
of chocolademelk). Begeleiders hebben gratis toegang. Voor<br />
meer informatie zie www.debelevenis.nl en voor reserveren<br />
mail je naar reserveringen@debelevenis.nl met je<br />
naam, telefoonnummer, de datum waarop je wilt komen en<br />
het aantal bezoekers inclusief begeleiders.<br />
Mobiele slaaptent voor kinderen met een<br />
beperking<br />
Twee studentes van de TU Delft (Lotte Leufkens en Francesca<br />
Lucas) hebben twee jaar geleden de noodkreet van een<br />
zorggezin opgepakt: “Ons kind wil zo graag uit logeren en<br />
makkelijk op vakantie kunnen. Kunnen jullie hier iets voor<br />
ontwerpen?” Dit heeft geresulteerd in de ontwikkeling van<br />
de CloudCuddle: een mobiele en lichtgewicht slaaptent<br />
die de bescherming biedt, die kinderen met fysieke en/of<br />
mentale beperkingen nodig hebben. De CloudCuddle past<br />
rond iedere standaard eenpersoonsmatras. Hij is opvouwbaar<br />
en weegt slechts drie kilo. Dus hij is makkelijk mee<br />
te nemen. Daarmee komt veilig slapen buitenshuis binnen<br />
handbereik. Momenteel wordt hard gewerkt aan het laatste<br />
prototype, dat in december uitgebreid getest wordt bij<br />
gezinnen, die zich daarvoor hebben opgegeven. Als alles<br />
naar wens verloopt, komt het product zomer 2017 op de<br />
markt. Ben je benieuwd of de CloudCuddle iets is voor jouw<br />
kind? Neem dan gerust contact op met Lotte of Francesca. Als<br />
je je opgeeft als testgezin, kun je het product gratis uitproberen.<br />
Bel of mail naar: 06 – 27073434 / info@cloudcuddle.<br />
com. Wie er nu alvast één bestelt, maakt kans op een gratis<br />
CloudCuddle. Onder de eerste 50 pre-orders wordt een gratis<br />
CloudCuddle verloot. De verwachte verkoopprijs ligt straks<br />
rond de 850 euro. Wie nu een pre-order plaatst, hoeft nog<br />
geen 10% aan te betalen, 75 euro. Ga naar de website voor<br />
meer informatie: www.cloudcuddle.com<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
35
Kapot trekken van kleren<br />
Jochem trekt sinds enkele weken zijn kleren kapot. Al enige<br />
tijd trok hij zijn bovenkleding en broek kapot als er een<br />
(beginnend) gaatje in zat, maar nu trekt hij ook zijn nieuwe<br />
kleren kapot. Het is begonnen met een nieuwe trui waar<br />
een borstzakje op zat. Die moest er blijkbaar af en toen<br />
scheurde zijn hele trui kapot. Wellicht vond hij deze ervaring<br />
en de reactie daarop zó interessant, dat hij nu direct na het<br />
aandoen van zijn trui aan de hals begint te trekken. Het lijkt<br />
of hij geniet van het kraken van de naden en mijn reactie.<br />
Volgens de begeleiders van Jochem is dit een hardnekkig<br />
probleem. Er zijn verschillende oorzaken mogelijk. Het openscheuren<br />
van kapotte kleding en zakjes op een trui past<br />
bij het autisme: het hoort niet dus het moet weg. Open<br />
scheuren vanuit de hals kan bij voorbeeld beginnen met<br />
kriebel wat frustratie oplevert. Het kan ook een reactie op<br />
andere frustratie zijn. Bij Jochem heb ik niet het idee dat<br />
hem iets frustreert, maar dat hij het gewoon een leuk spel<br />
vindt. Als Jochem aan zijn kleren trekt, dan benoem ik dat hij<br />
dat niet mag doen, maar verder schenk ik er geen aandacht<br />
aan en dan stopt hij er mee. Maar op de dagbesteding en<br />
het logeerhuis gaat hij door, totdat het kledingstuk kapot is.<br />
De begeleiders schenken er geen aandacht aan door het te<br />
negeren, zodat het niet een ritueel gaat worden. Maar dit<br />
betekent wel al veel uitgelubberde truihalzen (gelukkig zijn<br />
boothalzen heel hip…) en kapotte truien.<br />
Graag hoor ik van de lezers ervaringen en/of tips om hier mee<br />
om te gaan. Alvast bedankt. Mail naar redactie@stsn.nl. Overige<br />
tips voor onze doelgroep zijn ook van harte welkom. n<br />
36 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
Vrijwilligersbijeenkomst 2016<br />
Op 5 november jl. vond in Bunnik de jaarlijkse vrijwilligersbijeenkomst plaats. Zoals gebruikelijk werd er in het eerste<br />
deel gediscussieerd over een aspect van STSN als organisatie. Dit was deze keer het vrijwilligerswerk zelf en hoe we dit in<br />
nog betere banen kunnen leiden. Tijdens het tweede deel werd traditiegetrouw een gezellig diner aangeboden als dank<br />
voor de inzet in het afgelopen jaar. Het verslag over het diner kan kort zijn: het was weer lekker en gezellig. Over het<br />
vrijwilligerswerk binnen STSN kan veel meer verteld worden: leest u daarover het onderstaande verslag.<br />
tekst Jan-Paul Wagenaar foto's STSN<br />
De bijeenkomst werd geopend door STSN-voorzitter Jan-Paul<br />
Wagenaar die als leidraad voor de discussie een aantal<br />
flipovers had gemaakt, met per activiteit een aantal steekwoorden<br />
en de namen van de betrokken vrijwilligers.<br />
De eerste flipover ging over het bestuur, want ook dat<br />
bestaat geheel uit vrijwilligers die zich inzetten voor STSN.<br />
bestuur en/of ervaren vrijwilligers. De gerichte activiteit die<br />
we voor ogen hebben is het maken van een goed overzicht<br />
van onze vrijwilligers en een plan van aanpak van hoe we<br />
onze bemensing gaan aanpakken de komende jaren. Parallel<br />
aan deze activiteit gaan de nieuwe bestuursleden aan de slag<br />
met ons ledenbestand en een ledenraadpleging. Tot slot heeft<br />
Jannie Bom in 2016 geleidelijk en afgebakend het secretariaat<br />
van Marlies van Zuilen overgenomen. Jan-Paul is ontzettend blij<br />
dat dit op een goede manier vorm gekregen heeft.<br />
Maar er stoppen, zoals gezegd, ook twee bestuursleden. Ton<br />
Cramer zat vijf jaar in het bestuur en was verantwoordelijk<br />
voor o.a. subsidiezaken en beleid. Ton wil graag betrokken<br />
blijven bij STSN. Binnenkort wordt afgesproken hoe we<br />
dat kunnen invullen. Na zo’n 30 jaar betrokkenheid bij het<br />
bestuur van STSN heeft Hans Ploegmakers aangegeven met<br />
het bestuur te willen stoppen. Ook Hans blijft betrokken.<br />
Hans blijft ‘spin in het web’ in ons externe netwerk van<br />
specialisten en deskundigen en heeft ook een inbreng in<br />
Jannie Bom<br />
In de samenstelling van het bestuur komt binnenkort<br />
verandering: een tweetal leden vertrekt, maar er komen<br />
ook twee nieuwe leden bij. Met de hulp van PGO Support<br />
zijn een aantal gerichte vacatures opgesteld en uitgezet.<br />
Dit heeft uiteindelijk een kandidate opgeleverd, Malti<br />
Gangabisoensingh, die in december 2016 in het bestuur<br />
begint. Daarnaast heeft zich medio oktober jl. een reeds<br />
bekende vrijwilliger, Marco Muis, gemeld voor het bestuur.<br />
Ook Marco zal in december starten. De bedoeling is de twee<br />
nieuwe bestuursleden geleidelijk in hun bestuursrol te laten<br />
groeien. De eerste stap is om de nieuwe bestuursleden aan<br />
een gerichte activiteit te laten werken, ondersteund door het<br />
Ton Cramer<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
37
Stichting Michelle, de belangrijke en strategische samenwerkingspartner<br />
van STSN. Jan-Paul vatte het bovenstaande<br />
samen als een grote verandering en uitdaging, maar zag<br />
meerdere lichtpuntjes om te werken aan continuiteit.<br />
Vervolgens zijn de verschillende activiteiten van STSN<br />
besproken die elk door één of meer vrijwilligers worden<br />
georganiseerd of uitgevoerd, zoals de Familiedag, de<br />
<strong>Contact</strong>dag, de verschillende Lotgenotendagen, Beurzen, de<br />
Expertmeeting, de website en de redactie van het <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>.<br />
In het algemeen is het bij al deze activiteiten zo dat er<br />
een vaste groep vrijwilligers is die allemaal al vele jaren<br />
meedoen. Dat geldt met name voor de kartrekkers van de<br />
activiteit. Omdat deze vaak heel veel kennis en ervaring<br />
hebben opgebouwd, is het lastig voor anderen om het over<br />
te nemen. Mogelijk loopt het voortbestaan van activiteiten op<br />
deze manier gevaar. Het is daarom belangrijk dat we het risico<br />
dat er geen opvolging is als deze kartrekkers ermee stoppen<br />
(doordat ze teveel verplichtingen krijgen), zoveel mogelijk<br />
voorkomen door het werven van nieuwe vrijwilligers.<br />
De conclusie is dat er voldoende plaats is voor vers bloed,<br />
maar dat nieuwe vrijwilligers niet meteen voor het blok<br />
gezet mogen worden met een forse taak, maar als een soort<br />
stagiair gaan meelopen en na enige tijd wennen klaar zijn<br />
om het over te nemen. Een voorbeeld: afgelopen jaar heeft<br />
Bert van Horen de rol als trekker van de familiedag overgenomen<br />
van Ernst van Zuilen. Dat is prima verlopen!<br />
Daarom hier meteen een oproep aan de leden om zich<br />
aan te melden voor een activiteit die ze leuk vinden en<br />
waarderen. Zonder nieuwe aanwas van vrijwilligers zullen<br />
al onze activiteiten namelijk niet blijven bestaan. Lijkt het u<br />
wel wat om samen met een gezellig team de schouders te<br />
zetten onder een activiteit die u na aan het hart ligt? Neem<br />
dan contact op met Jannie Bom* en laat weten wat u leuk<br />
vindt en bij wat voor soort taak u wilt ondersteunen.<br />
*secretariaat@stsn.nl n<br />
Onze jaarlijkse bijeenkomst voor ouders van jonge<br />
kinderen met <strong>TSC</strong> zal plaatsvinden op 1 april 2017<br />
Het thema en de locatie worden te zijner tijd bekend<br />
gemaakt op de website.<br />
Aanmelden kan via lotgenotencontact@stsn.nl<br />
Zet de datum vast in je agenda (geen grap!)<br />
38 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
Bestuursmededelingen<br />
tekst Jan-Paul Wagenaar foto's Yvonne Strikwerda<br />
Voorbij 2016<br />
Ik ga er van uit dat dit <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong> kort na de feestdagen bij<br />
u op de mat valt. 2016 is snel voorbij gegaan. STSN heeft in<br />
2016 haar 35ste verjaardag gevierd met een feestelijke familiedag<br />
en een zeer geslaagd lustrumsymposium in Rotterdam.<br />
Ook namen we feestelijk afscheid van Arni Hubbeling op een<br />
speciale lotgenotenbijeenkomst in Driebergen, waarbij een<br />
groot aantal deelnemers uit de verschillende groepen van<br />
ons lotgenotencontact aanwezig waren. Het bestuur kijkt zeer<br />
tevreden terug op 2016, op naar 2017!<br />
Lustrumsymposium<br />
Elders in het blad vindt u uitgebreid aandacht voor ons vijfde<br />
lustrumsymposium ‘Van Begrijpen tot Ingrijpen’ dat op 16<br />
september in Rotterdam werd gehouden. Onze inzet om zo<br />
veel mogelijk professionals te laten deelnemen is gelukt en<br />
het aantal geaccrediteerde deelnemers aan ons symposium<br />
was nog nooit zo hoog! Bij deze nogmaals veel dank aan de<br />
lustrumsymposiumcommissie die dit met verve en professionaliteit<br />
georganiseerd heeft. Ook dank aan Kiki Hagethorn<br />
van Groenhof Congresorganisatie die ons in de organisatie<br />
van het symposium op een geweldige manier heeft ondersteund.<br />
En voor wie het gemist heeft of nog een keer terug<br />
wil zien: aarzel niet om video’s van de inhoudelijke bijdragen<br />
van de sprekers op onze website te bewonderen!<br />
Bournevilleprijs 2016 voor Mark Nellist<br />
Zoals u vernomen heeft, heeft Mark Nellist (Principal<br />
Investigator, Department of Clinical Genetics, Erasmus MC<br />
Rotterdam) de Bournevilleprijs ontvangen, een prijs die STSN<br />
traditioneel tijdens het lustrumsymposium uitreikt. Het nomineren<br />
van geschikte kandidaten voor deze prijs in een uitgebreid<br />
netwerk van bij <strong>TSC</strong> betrokken experts, waar de STSN<br />
momenteel intensief bij betrokken is, is geen eenvoudige<br />
klus. Bij de zoektocht naar kandidaat-winnaars hebben we dit<br />
keer getracht iemand te vinden die het ‘oude’ en het ‘nieuwe’<br />
<strong>TSC</strong>-onderzoek met elkaar verbindt, die zijn of haar sporen op<br />
het gebied van <strong>TSC</strong> reeds heeft verdiend, maar ook iemand<br />
waar we de komende jaren nog meer van verwachten. Mark,<br />
nogmaals gefeliciteerd en op naar meer moois!<br />
Zilveren Bournevillepenning voor Hans<br />
Ploegmakers<br />
Waarschijnlijk heeft u op de website en/of via Facebook<br />
vernomen dat Hans Ploegmakers tijdens het etentje na het<br />
lustrumsymposium de Zilveren Bournevillepenning heeft<br />
ontvangen. Ik citeer: "wat kun je als patientenorganisatie na de<br />
Koninklijke onderscheiding tijdens het lustrum in 2011 doen om<br />
de jarenlange inzet van een gedreven vrijwilliger te waarderen?<br />
Het bestuur heeft getracht om Hans in een uniek zonnetje te<br />
zetten: als dank voor alles wat Hans voor STSN en <strong>TSC</strong> gedaan<br />
heeft, hebben we eenmalig een zilveren penning laten maken,<br />
de Bourneville Erepenning. Net als de bronzen Bourneville<br />
penning staat hierop een afbeelding van Dr. Bourneville, de arts<br />
die <strong>TSC</strong> rond 1880 als eerste beschreef. Op de zilveren erepenning<br />
staat een andere afbeelding van Bourneville, en ‘kijkt’ hij<br />
de andere kant op. Op de achterkant van de penning staan de<br />
woorden: ‘Toewijding, Focus en Inspiratie’. Op de oorkonde die<br />
bij de erepenning hoort zijn daar aan toegevoegd: ‘Pionier en<br />
Gids STSN’. In totaal vijf woorden die de tomeloze daadkracht<br />
en grote bijdrage van Hans kernachtig moeten samenvatten.<br />
Hans kreeg de Bourneville Erepenning uitgereikt tijdens het<br />
etentje na het symposium op 16 september. Het is ons blijk<br />
van waardering: ‘Hans, we hopen dat je ook de komende<br />
jaren van betekenis blijft voor <strong>TSC</strong>. Enorm veel dank!´ Ik wou<br />
dit nogmaals gezegd hebben.<br />
Vrijwilligersbijeenkomst<br />
Op zaterdag 5 november vond de jaarlijkse vrijwilligersdag plaats<br />
bij de ‘Veldkeuken’ Amelisweerd. Vanwege griep en persoonlijke<br />
omstandigheden was het aantal deelnemers vlak voor de<br />
bijeenkomst teruggelopen tot een kleine twintig. Dat belette de<br />
aanwezigen niet er een nuttige en gezellige bijeenkomst van te<br />
maken. Tijdens de bijeenkomst was er volop interactie en uitwisseling<br />
ten aanzien van de bemensing van onze activiteiten. We<br />
gaan ons voordeel doen met de resultaten. Elders in dit blad<br />
leest u een korte impressie over de bijeenkomst.<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
39
Bestuurswisselingen<br />
Na vijf jaar neemt Ton Cramer per 31 december 2016<br />
afscheid van het bestuur. Ton heeft dit vroeg dit jaar aangegeven<br />
en blijft als vrijwilliger beschikbaar voor gerichte taken.<br />
Ton, dank voor je evenwichtige en inhoudelijke bijdrage aan<br />
onze missie. Ook Hans Ploegmakers neemt na ruim 30 jaar<br />
een sleutelrol vervuld te hebben afscheid van het bestuur. Ik<br />
heb hierboven de bijdrage van Hans reeds nadrukkelijk neergezet.<br />
Gaan we zonder Hans verder? Ja en nee. Hans blijft<br />
als vrijwilliger een belangrijke rol vervullen in ons externe<br />
netwerk en zal daarnaast ook bij onze partner Stichting<br />
Michelle betrokken blijven. Naast de reeds uitgesproken dank<br />
ook mijn persoonlijke dank: de afgelopen vier jaar ben je een<br />
constructieve en begrijpende leermeester voor me geweest.<br />
Het was niet altijd makkelijk, maar ik hecht heel veel waarde<br />
aan de manier waarop we altijd weer de weg naar voren<br />
konden vinden. Ik hoop dat we, indien nodig, ook in de<br />
toekomst een luisterend oor bij je vinden.<br />
Zoals ook beschreven in het stukje over de vrijwilligersbijeenkomst,<br />
was er naast een afscheid ook een welkom: vanaf<br />
december 2016 verwelkomen we Malti Gangabisoensingh en<br />
Marco Muis in het bestuur. In een volgend contactblad stellen<br />
Malti en Marco zich aan u voor. Het bestuur kijkt uit naar de<br />
samenwerking met de nieuwe bestuursleden.<br />
Ik sluit af met: vindt u werken met mensen of groepen leuk<br />
en wilt u zich inzetten voor mensen met <strong>TSC</strong>, dan kom ik<br />
graag met u in contact. We bieden potentiële vrijwilligers aan<br />
om samen met hen te kijken of we een passende en afgebakende<br />
kluskunnen creëren. Dit biedt u de gelegenheid om te<br />
kijken of STSN en haar activiteiten iets voor u zijn.<br />
Heeft u vragen of opmerkingen? Aarzel niet en neem contact<br />
met mij op: voorzitter@stsn.nl of info@stsn.nl n<br />
40 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
Sponsor de STSN<br />
Nieuwe ideeën en initiatieven<br />
voor sponsoring blijven welkom!<br />
Donaties, giften (bijvoorbeeld uit een nalatenschap) en schenkingen zijn erg belangrijk voor STSN. Met uw bijdrage<br />
draagt u bij aan het in stand houden van een kleine, efficiënte organisatie van én door vrijwilligers. Help ons helpen!<br />
tekst Jan-Paul Wagenaar Foto's Euro Mit Staal B.V<br />
Recente initiatieven<br />
Milly Cairo organiseerde eind september jl. voor het tweede jaar<br />
op rij een zumbathon waarvan de opbrengst naar STSN gaat.<br />
STSN kon dit jaar geen afvaardiging sturen, mede omdat we<br />
net het lustrumsymposium achter de rug hadden. Milly, ontzettend<br />
bedankt voor je inzet en enthousiasme! Op 8 oktober jl.<br />
vierde het bedrijf Euro Mit Staal B.V. (EMS) uit Vlissingen-Oost<br />
haar 25-jarig jubileum. Van een bij <strong>TSC</strong> betrokken medewerker<br />
kregen we de volgende mail: "Ter gelegenheid van dit jubileum<br />
hebben wij besloten éénmalig € 1.500,-- te doneren aan uw<br />
stichting (STSN). Dit omdat wij als bedrijf uw inspanningen<br />
waarderen voor het bestrijden van de vreselijke ziekte <strong>TSC</strong> en<br />
het ondersteunen van mensen die er (in)direct mee te maken<br />
hebben." Na contact en afstemming ben ik samen met mijn<br />
zoon op 8 oktober naar Zeeland afgereisd. We werden goed<br />
ontvangen en namen aan het begin van de jubileumviering de<br />
check in ontvangst van de eigenaar (zie foto). EMS en grootouders<br />
van <strong>TSC</strong>-patientje, enorm bedankt voor dit geweldige<br />
gebaar, we zorgen dat de bijdrage goed besteed wordt.<br />
Periodieke schenking<br />
Een schenking aan STSN kan ook in 2016 een interessant fiscaal<br />
voordeel voor u betekenen. STSN is door de Belastingdienst<br />
erkend als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Met<br />
een schenking aan STSN kunt u in één klap STSN blij maken<br />
én tegelijkertijd zelf een fiscaal voordeel hebben. Dat kunt u<br />
bijvoorbeeld via een akte van schenking bij de notaris regelen.<br />
Voor informatie kunt u altijd contact opnemen met penningmeester<br />
Dave Tuijp.<br />
STSN opnemen in uw testament<br />
U kunt ons werk ook steunen door STSN op te nemen in uw<br />
testament. Zo laat u niet alleen iets na aan uw naasten, maar<br />
ook aan een goed doel. Hoe kunt u STSN opnemen in uw testament?<br />
De eerste stap is het opstellen van een testament via<br />
een notaris. U kunt STSN in uw testament aanwijzen als erfgenaam<br />
of (mede)erfgenaam. Het hoeft niet om grote bedragen<br />
te gaan, iedere bijdrage is welkom. Een andere manier is het<br />
toekennen van een legaat aan STSN. Een legaat kan een vast<br />
bedrag in geld zijn, of een percentage van uw nalatenschap. Het<br />
kan ook bestaan uit effecten, kunst of onroerende goederen.<br />
Omdat STSN een ANBI-status heeft, hoeft STSN geen erfbelasting<br />
over uw nalatenschap te betalen.<br />
Waar wordt uw bijdrage aan besteed?<br />
Uw bijdrage komt voor 100% ten goede aan het werk ten<br />
behoeve van mensen met <strong>TSC</strong>…! Ieder jaar heeft STSN herkenbare<br />
activiteiten zoals de familiedag, de landelijke contactdag<br />
en diverse lotgenotenbijeenkomsten. Ook zorgen we vol<br />
overgave dat vier keer per jaar ons prachtige blad <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
bij u op de mat valt, vertegenwoordigen we <strong>TSC</strong> in allerlei<br />
processen rondom zorg en behandeling en onderhouden we<br />
gericht contact met medisch specialisten. Misschien wilt u een<br />
specifieke bestemming geven aan uw bijdrage. In overleg met<br />
u bekijken we dan graag wat mogelijk is. Wilt u het onderzoek<br />
naar <strong>TSC</strong> steunen, dan kunt u de Stichting Michelle (partner van<br />
STSN) opnemen in uw testament..<br />
Nuttige informatie<br />
Over het opstellen van een testament: www.notaris.nl<br />
Over het nalaten aan goede doelen: www.nalaten.nl<br />
Over de fiscale aspecten:<br />
www.belastingdienst.nl<br />
en www.anbi.nl<br />
Over stichting Michelle:<br />
www.stichtingmichelle.nl<br />
<strong>Contact</strong><br />
Voor nadere informatie en vragen kunt u altijd contact opnemen<br />
met onze penningmeester Dave Tuijp:<br />
penningmeester@ststn.nl. n<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
41
Stichting Tubereuze Sclerosis<br />
Nederland<br />
STSN is een landelijke, internationaal samenwerkende organisatie van mensen met Tubereuze<br />
Sclerose Complex (<strong>TSC</strong>), hun partners, ouders, verzorgers, familieleden en van bij STSN aangesloten<br />
deskundigen.<br />
STSN behartigt de belangen van en verleent ondersteuning aan<br />
alle mensen in Nederland die te maken hebben met <strong>TSC</strong>.<br />
STSN stelt zich tot doel een optimale kwaliteit van leven en<br />
van zorg voor mensen met <strong>TSC</strong> te realiseren, en de verdere<br />
overerving van <strong>TSC</strong> zo veel mogelijk te voorkomen. Om dit te<br />
bereiken zijn nodig<br />
n betrouwbare en volledige informatie<br />
n snelle diagnose, tijdige behandeling, zorg op maat<br />
n goede, persoonlijke begeleiding en ondersteuning bij het<br />
leren omgaan met deze aandoening<br />
STSN vindt het belangrijk dat mensen met <strong>TSC</strong>, zover als hun<br />
aandoening dat toestaat, de regie ten aanzien van behandeling<br />
en zorg in eigen hand moeten kunnen houden<br />
STSN tracht haar doelstelling te bereiken door:<br />
n belangenbehartiging<br />
n informatievoorziening<br />
n lotgenotencontact<br />
n samenwerking met relevante instanties en organisaties<br />
n stimuleren van geïntegreerde zorg en behandeling in<br />
landelijke expertisecentra<br />
n bevorderen van wetenschappelijk onderzoek<br />
n fondsenwerving<br />
De kennis die hiervoor nodig is, verkrijgt STSN in de eerste<br />
plaats van mensen met <strong>TSC</strong> en hun ouders en verzorgersen<br />
daarnaast van zorgverleners (artsen, gedragsdeskundigen) en<br />
van wetenschappelijke onderzoekers. De verzamelde kennis<br />
vormt het fundament voor de activiteiten van STSN. STSN wil de<br />
functie van landelijk bekend platform vervullen. Hier ontmoeten<br />
mensen met <strong>TSC</strong>, hun ouders, verzorgers, partners en andere<br />
betrokkenen, zoals zorgverleners en wetenschappers, elkaar en<br />
vinden ze informatie en ondersteuning.<br />
Dit jaar, 2016, vierde STSN haar 35ste verjaardag! Zoals<br />
gebruikelijk organiseerde STSN in dit lustrumjaar samen met het<br />
expertnetwerk een wetenschappelijk symposium over <strong>TSC</strong>. In<br />
2016 al weer voor de vijfde keer!<br />
Belangenbehartiging<br />
STSN behartigt de belangen van alle mensen met <strong>TSC</strong>. STSN<br />
pleit bij zorgaanbieders voor een gedifferentieerd en goed<br />
zorgaanbod dat uitgaat van de vraag van de gebruiker.<br />
Aansluitend daaraan streeft STSN in haar contacten met<br />
zorgverzekeraars naar een goed pakket van verzekerde zorg.<br />
Samen met andere patiëntenorganisaties voert STSN een<br />
krachtig pleidooi voor de belangen van mensen met <strong>TSC</strong>.<br />
STSN werkt samen met een grote groep deskundigen op<br />
medisch en gedragsgebied in een expertnetwerk. Via nationale<br />
en internationale contacten wordt getracht kennis continu uit<br />
te bouwen, hetgeen ten goede komt aan de mensen die zijn<br />
aangesloten bij STSN.<br />
Mede dankzij de initiatieven van STSN is er een goede<br />
infrastructuur voor <strong>TSC</strong> in Nederland: DNA-onderzoek naar <strong>TSC</strong><br />
wordt uitgevoerd bij Klinische Genetica van het Erasmus MC<br />
in Rotterdam.Voor <strong>TSC</strong>-diagnostiek en follow-up controle bij<br />
kinderen kan men bij het Sylvia Tóth Centrum (Wilhelmina<br />
Kinderziekenhuis te Utrecht) en het Sophia Kinderziekenhuis<br />
(Erasmus MC, Rotterdam) terecht. Voor volwassenen met <strong>TSC</strong><br />
zijn er speciale poliklinieken bij het Universitair Medisch Centrum<br />
te Utrecht en het Erasmus MC te Rotterdam. De faciliteiten in<br />
Utrecht en Rotterdam maken onderdeel uit van de in 2015<br />
door het Ministerie van VWS erkende Expertisecentra voor <strong>TSC</strong>.<br />
Tenslotte kan een beroep gedaan worden op een landelijk<br />
werkzaam Expertiseteam <strong>TSC</strong> en Gedrag.<br />
Samen met Stichting Michelle (www.stichtingmichelle.nl)<br />
stimuleert STSN wetenschappelijk onderzoek naar <strong>TSC</strong>. Eind<br />
jaren tachtig van de vorige eeuw verleende STSN actieve<br />
medewerking aan onderzoek naar de genetische oorsprong<br />
van <strong>TSC</strong>. Dit leidde tot de lokalisatie van het <strong>TSC</strong>2-gen in 1993<br />
en het <strong>TSC</strong>1-gen in 1997. Daarna richtte het onderzoek zich op<br />
het beter begrijpen van de oorzaken van <strong>TSC</strong> en op het vinden<br />
van behandelmogelijkheden. Het STSN lustrumboek uit 2011<br />
‘Het verhaal van dertig jaar onderzoek naar <strong>TSC</strong>’ geeft daar<br />
een goed beeld van. Ook na 2011 is er veel onderzoek naar<br />
<strong>TSC</strong> verricht. Ook het onderzoek naar gedragsaspecten bij <strong>TSC</strong><br />
wordt gestimuleerd. Voorbeelden hiervan zijn de publicatie van<br />
Hubbeling en Mulder in 2000, het betrekken van internationale<br />
experts in het netwerk (Professor Petrus de Vries, Kaapstad,<br />
Zuid-Afrika) en het project ‘<strong>TSC</strong> in verschillende levensfasen’<br />
van het Expertiseteam <strong>TSC</strong> en Gedrag dat eind 2015 heeft<br />
geresulteerd in het handboek ‘<strong>TSC</strong> in verschillende levensfasen<br />
– achtergronden, uitleg en praktische adviezen bij psychische en<br />
gedragsproblemen’.<br />
42 winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>
Via nationale en internationale contacten wordt getracht kennis<br />
continu uit te bouwen, hetgeen ten goede komt aan de mensen<br />
die zijn aangesloten bij STSN.<br />
Informatievoorziening<br />
STSN geeft voorlichting over de vele aspecten van leven met<br />
<strong>TSC</strong>, zowel aan mensen die bij STSN zijn aangesloten, als daar<br />
buiten. Onder meer gebeurt dit in goed leesbare brochures,<br />
filmpjes, een eigen tijdschrift - het ‘<strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong>’ - en via de<br />
website (www.stsn.nl). Ook wordt actief gebruik gemaakt<br />
van Facebook en Twitter. Op basis van door STSN verstrekte<br />
informatie zijn betrokkenen beter in staat zelfstandig en bewust<br />
beslissingen te nemen.<br />
Ook informeert STSN systematisch een aantal relevante<br />
doelgroepen en instanties om <strong>TSC</strong> goed op de kaart te zetten<br />
en te houden én om de mogelijkheden van STSN te etaleren.<br />
Denk bijvoorbeeld aan publicaties in vaktijdschriften, links<br />
met websites, brochures en gerichte mailings. Maar ook<br />
aan het onderhouden van relaties met kinderartsen, artsen<br />
verstandelijk gehandicapten (AVG), neurologen, huisartsen,<br />
gedragswetenschappers, enzovoorts.<br />
Lotgenotencontact<br />
STSN organiseert contacten met lotgenoten om onder<br />
deskundige begeleiding van elkaars ervaringen te leren. Dit<br />
gebeurt op verschillende manieren.<br />
In de eerste plaats is er jaarlijks een grote landelijke contactdag<br />
voor alle STSN-ers. Op de contactdag worden inhoudelijke<br />
inleidingen verzorgd door specialisten uit het netwerk en<br />
andere relevante instanties. Ook worden er workshops en<br />
gespreksgroepen gehouden. Een belangrijk onderdeel van de<br />
contactdag is ook het informeel uitwisselen van ervaringen<br />
en inzichten in de wandelgangen. Nieuwkomers ervaren de<br />
contactdag als een feest van herkenning, ondanks dat er van<br />
tevoren best tegen deelname opgezien wordt.<br />
Ook is er jaarlijks een familiedag. Dit is een grote bijeenkomst<br />
gericht op families van mensen met <strong>TSC</strong>. Belangrijkste doel van<br />
deze dag is elkaar ontmoeten in een sfeer van een ‘dagje uit’.<br />
Daarnaast wordt er elk jaar een aantal kleinere bijeenkomsten<br />
gehouden. Dit betreft bijeenkomsten rond een bepaalde<br />
leeftijdsgroep (bijvoorbeeld ouders met jonge kinderen met <strong>TSC</strong>;<br />
of jong volwassenen met <strong>TSC</strong>), of rond een probleemgebied.<br />
Alle bijeenkomsten staan onder deskundige begeleiding.<br />
Daarnaast fungeert het secretariaat als een telefonische<br />
vraagbaak, respectievelijk hulplijn.<br />
en leven met <strong>TSC</strong>. STSN zoekt de samenwerking, omdat door<br />
de bundeling van krachten meer resultaten kunnen worden<br />
geboekt.<br />
Voor wat betreft overstijgende vraagstukken zoals<br />
kwaliteitssystemen of financiering wordt samengewerkt<br />
met organisaties die zich op landelijk niveau richten op<br />
de bredere patiëntenbeweging als geheel. Zo werkt STSN<br />
samen met Vereniging van Samenwerkende Ouder- en<br />
Patiëntenorganisaties (VSOP), de koepelorganisatie Ieder(in)–<br />
netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte<br />
– de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) en<br />
in platformverband met allerlei bij epilepsie betrokken partijen.<br />
Daarnaast wordt samengewerkt met patiëntenorganisaties<br />
die actief zijn op verwante terreinen, zoals Epilepsievereniging<br />
Nederland, Nierpatiëntenvereniging en Nederlandse Vereniging<br />
voor Autisme.<br />
STSN zoekt ook de samenwerking met partners zoals<br />
zorginstellingen, hulpverleners, zorgverzekeraars en de<br />
wetenschappelijke wereld. Zo vervult STSN een rol bij de<br />
ontwikkeling van effectieve zorg, medische en sociale<br />
begeleiding of de bevordering van betere voorlichting en van<br />
wetenschappelijk onderzoek. De hiervoor genoemde faciliteiten<br />
als de <strong>TSC</strong> Expertisecentra en het Expertiseteam <strong>TSC</strong> en Gedrag<br />
zijn rechtstreekse gevolgen van deze aanpak.<br />
Stimuleren van concentratie van zorg in<br />
landelijk werkzame expertisecentra<br />
<strong>TSC</strong> is een multi-orgaan aandoening. Dat betekent per definitie<br />
dat samenwerking noodzakelijk is om tot integrale zorg voor <strong>TSC</strong><br />
patiënten te komen. In Nederland zijn twee van overheidswege<br />
erkende Expertisecentra voor <strong>TSC</strong>, namelijk in Rotterdam<br />
en Utrecht. Onder het hoofdje belangenbehartiging werd<br />
de infrastructuur voor <strong>TSC</strong> in Nederland beschreven. Jaarlijks<br />
belegt STSN samen met Stichting Michelle een expertmeeting<br />
om kennis en ideeën te delen en verdere samenwerking<br />
te stimuleren. Ook elders in de wereld wordt relevant<br />
<strong>TSC</strong>-gerelateerd werk gedaan. STSN participeert selectief en<br />
gericht in relevante internationale verbanden.<br />
Stimuleren van wetenschappelijk onderzoek<br />
STSN werkt intensief samen met partner Stichting Michelle<br />
(www.stichtingmichelle.nl) in het stimuleren van<br />
wetenschappelijk onderzoek naar <strong>TSC</strong>. STSN ondersteunt<br />
wetenschappelijke initiatieven waar mogelijk in woord en<br />
daad. Stichting Michelle ondersteunt onderzoek naar <strong>TSC</strong><br />
Samenwerken<br />
Samenwerken is voor STSN van groot belang. Zeker omdat<br />
<strong>TSC</strong> een zeldzame ziekte is. Voor haar partners is STSN een<br />
waardevolle organisatie vanwege haar kennis van het omgaan<br />
winter 2016 | <strong>TSC</strong> <strong>Contact</strong><br />
43
www.stsn.nl