Views
6 months ago

Inkijkexemplaar WindEnergie Magazine

Onderzoek VERGROENING

Onderzoek VERGROENING BEGINT OP GANG TE KOMEN De Nederlandse energiehuishouding kan over acht jaar voor de helft uit groen opgewekte energie bestaan. Dit stellen het Planbureau voor de Leefomgeving, ECN en het CBS in de vorige maand gepresenteerde Nationale Energieverkenning. Maar voordat het zover is dient er nog het nodige werk te worden verzet want het percentage duurzame energie staat nu op 7,5 procent. Het aandeel duurzame energie in de energiemix is in vergelijking met vorig jaar licht gestegen, van 6 procent in 2016 naar 7,5 procent nu. Dit blijkt uit de vorige maand gepresenteerde Nationale Energieverkenning 2017 (NEV). Het rapport vormt een feitelijke stand van zaken waarop beleidsmakers hun koers kunnen bepalen. Ook biedt het een verwachting van hoe de energietransitie zich gaat ontwikkelen. Deels is dit koffiedik kijken, geeft Pieter Bout van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) toe, die in Den Haag een toelichting op de uitkomsten gaf. Dit geldt zeker voor de verwachtingen ten aanzien van de CO 2 -uitstoot. Een buurland hoeft zijn vergroeningspolitiek maar bij te stellen of de toekomstscenario’s die waren opgesteld zijn een stuk minder accuraat. Of de winter hoeft maar een stuk kouder uit te vallen dan de jaren ervoor en het gasverbruik door Nederlandse huishoudens gaat omhoog. SDE+ VOORTZETTEN De richting die het vergroenen van de Nederlandse energieproductie inslaat, valt een stuk beter te voorspellen. Wind- maar ook zonneprojecten zijn immers langlopende trajecten, al loert daar natuurlijk het gevaar van vertraging om de hoek. Volgens Koen Schoots van ECN, vorige maand eveneens in Den Haag ter plekke om de NEV toe te lichten, staan we aan een vooravond van een spectaculaire toename van duurzaam opgewekte energie. In 2020 zal dit aandeel 12,4 procent bedragen en in 2023 komt dit op 16,7 procent uit. Het doel van 14 procent voor 2020 wordt daarmee net niet gehaald, maar het doel van 16 procent voor 2023 wel. “De groei van hernieuwbare elektriciteit gaat hard”, melden de opstellers. Het denkt dat hernieuwbare energie in 2025 al de helft kan innemen van de totale Nederlandse energieproductie, en in 2030 zelfs al tweederde. Dan dient er wel vaart te worden gemaakt. Het gaat er hierbij wel vanuit dat het huidige stimuleringsprogramma SDE+ vanaf 2020 zal worden voortgezet of dat hier een vergelijkbare regeling voor in de plaats komt. WIND OP LAND Het samenstellen van deze percentages is een kwestie van ‘plussen’ en ‘minnen’ bij elkaar optellen. Zo verwachten de opstellers een sterkere groei van zonnestroom, terwijl de ontwikkeling van windenergie op land achterblijft op de verwachtingen. “Bij windenergie op land zorgt beperkt maatschappelijk draagvlak voor vertraagde groei op korte termijn en voor een naar beneden gestelde verwachting op langere termijn. Het doel van 6.000 megawatt opgesteld vermogen wordt met een verwachting van circa 4.750 megawatt in 2020 niet gehaald”, zo valt in het rapport te lezen. De opstellers menen dat ‘extra inspanning’ vereist is om het doel ook na 2020 te halen. 34 4-2017 WindEnergie

OFFSHORE WIND Ook de bijdrage uit offshore wind wordt in het rapport lager geraamd. Dit komt door de vertraging die bij de invoering van de wet STROOM is ontstaan. Vorig jaar ging de NEV er nog vanuit dat die kon worden ingehaald, maar in de editie van dit jaar wordt gesteld dat de inhaalslag ‘niet is gematerialiseerd’. Volgens ECN, PBL en CBS biedt wind op zee grote kansen, maar ook risico’s. De Nederlandse regering heeft aangekondigd de uitrol van windparken op zee tot 2030 te willen uitbreiden tot 1 gigawatt per jaar. De kostprijs van offshore wind is de afgelopen jaren sterk gedaald. De achterliggende verklaring hiervoor zit hem aan de ene kant in het beleid, zoals het scheppen van duidelijkheid over de locatie, infrastructuur, subsidiesystematiek en gebruiksperiode. Daarnaast hebben zich technische verbeteringen voorgedaan, kan er worden bespaard op onderhoud en zijn er lagere kosten voor materieel, grondstoffen en leningen. RISICO’S “De elektriciteitsprijs is momenteel lager dan ooit”, zegt Schoots. In combinatie met de hevige prijsconcurrentie in de tenders leidt dit volgens hem tot grotere risico’s in de business case voor wind op zee. “Als de in de biedingen geanticipeerde kostprijsdalingen of opbrengstverwachtingen in de praktijk niet optreden, kan vertraging van de uitrol optreden. Daar tegenover staat dat leereffecten en schaalvergroting de doorlooptijd van het aanleggen van windparken op zee steeds korter kunnen maken. Per saldo leiden deze ontwikkelingen tot de verwachting dat de doelstelling van 4.450 megawatt windenergie op zee in 2023 zal worden bereikt, met een bandbreedte van 3.050 tot 5.450 megawatt”, aldus de NEV. NWEA: ‘ONDERSCHATTING KOSTENDALING WINDENERGIE’ Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), ECN en CBS zijn ‘veel te pessimistisch’ over kostendalingen in de windenergie. Dat stelt NWEA in reactie op de Nationale Energieverkenning (NEV). “Terwijl de kosten in de praktijk hard dalen, en uit onderzoek blijkt dat deze nog tientallen procenten kunnen zakken, rekenen de schrijvers van de NEV met een marginale daling van de prijs van windenergie”, aldus NWEA. “Volgens de NEV leveren windturbines in de windrijkste gebieden op land in 2020 duurzame stroom voor 6 cent per kilowattuur. Tot 2035 daalt deze prijs volgens PBL, ECN en CBS nog met slechts 10 procent. Uit een rapport van Ecofys opgesteld in opdracht van NWEA blijkt een reductie van 30 tot 40 procent binnen 5 tot 10 jaar mogelijk. PBL, ECN en CBS gaan daarnaast uit van 6 cent per kilowattuur exclusief netaansluiting voor windenergie op zee in 2020. Tussen 2020 en 2035 blijft dit volgens deze organisaties op dit niveau steken. De daling van de kosten van windenergie op zee in het afgelopen jaar werd door niemand voorzien. Voor de komende jaren is er zelfs uitzicht op subsidieloze tenders. NWEA verwacht dan ook dat de kostendalingen op zee ook na 2020 zullen doorzetten.” WindEnergie 4-2017 35