Views
7 months ago

Inkijkexemplaar WindEnergie Magazine

Offshore BOB MEIJER,

Offshore BOB MEIJER, DIRECTEUR TKI WIND OP ZEE ‘WIJ ZIJN NIET DE ENIGE OP ZEE’ Bob Meijer is sinds drie maanden de nieuwe directeur bij TKI Wind op Zee. Hij volgde Ernst van Zuijlen op, die zich volledig is gaan richten op het samenwerkingsverband GROW. Meijer wil zich de komende jaren richten op twee nieuwe speerpunten naast kostenreductie. De inpassing van offshore wind in het energiesysteem en hoe om te gaan met andere gebruikers in de druk bevaren Noordzee. Bob Meijer, oorspronkelijk een natuurkundige, is sinds elf jaar in de offshore windsector werkzaam. “Toen ik erin stapte was het een andere industrie dan nu”, blikt hij terug. “Offshore wind had potentie, daar was iedereen het wel over eens, maar het was duur. Destijds was het voornaamste doel al om het goedkoper te maken.” Meijer vindt vooral het multidisciplinaire karakter van de sector interessant, zoals de aerodynamica, de elektriciteitsnetwerken en civieltechnische aspecten. “Dit alles spreekt mij bijzonder aan, net als hoe wij met de andere gebruikers en de natuur in de Noordzee om moeten gaan. En natuurlijk het leveren van de bijdrage aan de energietransitie.” ANDERE GEBRUIKERS Sinds 1 juli jl. is Meijer Ernst van Zuijlen opgevolgd als directeur bij TKI Wind op Zee. Op de vraag welke doelen hij zich persoonlijk heeft gesteld, wil hij niet ingaan. “Het gaat niet om mij, maar om wat wij gezamenlijk kunnen bereiken. Ik wil eraan bijdragen de belofte van wind op zee in te lossen voor uiteindelijk een CO 2 -vrije maatschappij. Tien jaar geleden was offshore wind nog te duur, maar inmiddels zijn de kosten sterk gedaald. Nu kan het echt.” Meijer wil met het topconsortium op een drietal richtingen inzetten. ‘De accenten verschuiven’ noemt hij dit. De aandacht voor verdere kostenverlaging blijft, maar daarbij komen meer speerpunten. Zoals, Meijer noemde dit al, hoe om te gaan met de andere gebruikers op de Noordzee. “Wij zijn niet de enige op zee. Denk aan de visserij, scheepvaart en defensie. De zee wordt steeds voller, met al deze gebruikers. Hoe ga je hiermee om? Dat is een belangrijk vraagstuk voor de komende periode. Daarnaast richten wij ons meer expliciet op het inpassen van offshore wind in het energiesysteem. Met pieken en dalen zullen er grote hoeveelheden offshore windstroom aan land worden gebracht. Wij zullen het net daarop dienen te dimensioneren. Ook als het niet waait zul je stroom beschikbaar moeten hebben. Hiervoor moeten balanceringsoplossingen worden ontwikkeld.” Meijer benadrukt dat de aandacht voor deze drie punten niet plotsklaps zijn bedacht, maar een resultaat zijn van een proces dat al langer gaande is. COST DRIVERS Meijer neemt de leiding op zich van een organisatie die in een sector actief is waar zich de voorbije jaren enorme veranderingen hebben voltrokken. Ten positieve, vindt Meijer, en hij wijst daarbij vooral op de ge- 36 4-2017 WindEnergie

ealiseerde kostenreducties. “Zonder kostenbesparingen was wind op zee geen lang leven beschoren geweest. In offshore wind was er lange tijd sprake van tamelijk kleinschalige projecten. Opschalen was te duur. Daarom zijn de gerealiseerde kostenbesparingen heel belangrijk geweest, zowel op het gebied van de supply chain, het bouwen en de efficiency. Daarbij komt dat het Energieakkoord enorm heeft geholpen. Hierdoor kon er vooruit worden gepland en konden investeringen van de grond komen.” Hoe ver de kosten nog zullen dalen, kan Meijer niet zeggen. “De tendens is duidelijk”, stelt hij hierover. “Vergeet niet dat de kosten altijd gekoppeld zijn aan projecten. Soms staan windturbines in diep, maar soms in ondiep water. Het kan hard waaien of niet en de afstand tot de kust speelt ook een rol. Dat zijn allemaal cost drivers voor het ontwikkelen van windparken. Mogelijk kan wind op zee ook duurder worden, omdat we verder op zee gaan bouwen. Aan de andere kant zorgt de grotere schaal en investeringszekerheid ook voor kostendaling. Energieopslag is ook niet gratis en uiteindelijk zullen wij, de consument, dat moeten betalen. Eens te meer een reden om in te blijven zetten op efficiency, als voorwaarde voor een betaalbare energietransitie.” PROJECTEN Recent is opnieuw een aantal projecten geselecteerd die van het R&D-programma van TKI Wind op Zee gebruik kunnen maken. “Jaarlijks is er subsidie beschikbaar voor innovatieprojecten”, licht Meijer de taak van TKI Wind op Zee toe. Hiervoor wordt sinds 2012 jaarlijks een tender gehouden, waaruit inmiddels in totaal zo’n zestig projecten zijn gekozen. Altijd gaat het hierbij om samenwerkingsverbanden van bedrijven, kennisinstellingen en overheden. “De totale investeringen in deze projecten bedraagt ruim zeventig miljoen euro”, stipt Meijer aan. De diversiteit onder de projecten is groot. “Sommige projecten richten zich op het efficiënter plaatsen van fundaties, andere op de operatie van een windpark en weer andere op de veiligheid. Allemaal zijn ze belangrijk; er is immers niet één oplossing.” CONSERVATISME Sprekend over innovatie, komt Meijer op een voor de offshore windsector gevoelig punt. Zij groeit weliswaar hard, maar geldt nog altijd als tamelijk conservatief. “Het gaat om grote investeringen en daardoor is het voor een nieuwe technologie lastig er zomaar in te stappen. Wij hebben daarom gepleit voor de komst van een offshore demonstratieruimte, als noodzakelijke stap voor bedrijven om te kunnen laten zien dat hun vinding werkt. Zodat je er in een bootje langs kunt varen en laten zien dat het echt werkt. Het is een optie voor projecten die de tekentafel en het schaalmodel zijn ontgroeid en willen opschalen. Daarvoor is geld nodig. Je hebt het dan over miljoenen.” INNOVATIES STAPELEN Voormalig minister Kamp van EZ toonde zich gevoelig voor het initiatief van TKI Wind op Zee en wees Borssele V aan als innovatiekavel. Er is plek voor maximaal twee windturbines met een gezamenlijk vermogen van hoogstens twintig megawatt. Ook komt er een aansluiting op het transformatorplatform van Tennet. De tender voor dit demonstratiekavel start op 2 januari en sluit op 18 januari. “Er komt één winnaar uit. Die kan zich op van alles richten. Hoe innovatiever, hoe beter. Al geldt dit wel tot op zekere hoogte, want als je te veel innovaties gaat stapelen nemen ook de risico’s toe. Daarom zal er ook worden getoetst op haalbaarheid.” Meijer beaamt dat het jammer is dat niet meer innovaties in dit kavel kunnen worden getest. Al sluit hij niet uit dat partijen zich in een consortium verenigen met meerdere innovaties. “Ik verwacht een interessant proces. Het is nu uit onze handen. RVO en EZ voeren de tender uit. Wel hebben wij voor dit innovatiekavel ‘match making’-bijeenkomsten georganiseerd. Deels waren deze succesvol, al merken wij wel dat partijen uit oogpunt van concurrentie erg voorzichtig waren om informatie te delen.” >> Bob Meijer (foto TKI Wind op Zee) WindEnergie 4-2017 37