Views
8 months ago

Bijenplanten_web

16 bijenplanten: nectar

16 bijenplanten: nectar en stuifmeel voor honingbijen Door voortdurende verandering kunnen deze soorten ver uit elkaar groeien (evolueren) en op hun beurt weer verder splitsen, etc. De verschillen tussen de afstammelingen van beide oorspronkelijke dochtersoorten kunnen uiteindelijk zo groot zijn dat de twee groepen nu de status van familie ‘verdienen’. Het kan zijn dat beide takken grote veranderingen hebben doorgemaakt, maar er zijn ook mechanismen denkbaar waarbij één tak een sterke evolutie vertoont, terwijl de andere min of meer dezelfde blijft. In de laatste groep kun je dan makkelijk(er) de voorouder herkennen, en in extreme gevallen spreekt men dan wel van ‘levende fossielen’. Het is duidelijk dat de afstammelingen van een bepaalde vooroudersoort niet alle even snel evolueren. Dat geldt ook voor de afzonderlijke kenmerken. Sommige veranderen nauwelijks, andere maken onder invloed van een sterke prikkel uit de omgeving een snelle ontwikkeling door, en weer andere lijken wel terug te keren naar een vroegere toestand. Dit verschilt van groep tot groep. Taxonomen staan voor de taak om uit vergelijkingen tussen organismen de verwantschappen te destilleren. Als ze alle vooroudersoorten van een groep zouden kennen, zou de evolutie binnen die groep makkelijk te reconstrueren zijn. Fossielen (levende en echte) zijn echter relatief schaars en zeker te zeldzaam om de ‘evolutieboom’ als een legpuzzel in elkaar te passen. Ze zullen dit dus (vooral) met de recente afstammelingen moeten doen, met alle hiaten en onzekerheden van dien. Dít maakt dat verwantschapsrelaties en evolutieschema’s een hypothetisch karakter hebben. Nieuw ontdekte soorten en kenmerken kunnen bestaande ideeën geheel op hun kop zetten. Over het algemeen is het toch wel zo dat twee planten die veel op elkaar lijken een recentere voorouder delen (korter geleden uit elkaar zijn gegroeid) dan één van deze twee met een derde, minder gelijkende soort (langer geleden afgesplitst). De vooroudersoort van twee families zal meestal langer geleden hebben geleefd dan de voorouder van twee geslachten, etc. Stuifmeel De mogelijkheid om uit een analyse van het stuifmeel (pollen) uit een honingmonster conclusies te kunnen trekken over de herkomst van die honing, berust uiteindelijk dus op het feit dat het pollen, net als alle andere onderdelen van een plant, een bepaalde evolutie heeft doorgemaakt, waarbij allerlei speciale kenmerken zijn ontstaan. Voor het opstellen van verwantschapstheorieën is het van belang om deze kenmerken in een evolutionair licht te zien, maar voor een pollenanalyse telt alleen de diversiteit en in hoeverre de kenmerken karakteristiek zijn voor bepaalde plantengroepen. Net als in andere onderdelen van planten, bestaat er ook in het pollen een grote vormenrijkdom. Deze diversiteit is niet in alle delen van het plantenrijk even groot. Zo zijn er ‘saaie’ families, met maar één of een paar pollentypen met weinig variatie. Zo’n groep is bijvoorbeeld de Grassenfamilie (Poaceae). Sommige families zijn bekend om hun grote pollendiversiteit, bijv. de Acanthusfamilie (Acanthaceae). Deze beide extremen worden aangeduid als respectievelijk stenopalien en eurypalien. De meeste families zitten daar natuurlijk ergens tussenin. Wat is een stuifmeelkorrel? Om te begrijpen welke fase een stuifmeelkorrel (pollenkorrel) in de levenscyclus van een zaadplant vertegenwoordigt, is het nuttig om eerst nog even naar de sporenplanten te kijken. Sporenplanten verspreiden zich niet zoals zaadplanten door zaden, maar door sporen. Deze worden gevormd in sporangia. In onrijpe sporangia bevinden zich sporenmoedercellen, die door een zogenoemde reductiedeling (meiose) elk vier sporen opleveren. Het sporangium is dan rijp. De sporen worden verspreid door wind of water en kunnen op een gunstig plekje kiemen. Er ontstaat dan een min of meer bladachtig plantje (gametofyt) waarop eicellen en/of zaadcellen gevormd worden. Uit een macrospore groeit een vrouwelijke gametofyt (met alleen eicellen). Een mannelijke gametofyt ontstaat uit een microspore en levert alleen zaadcellen. Microsporen zijn over het algemeen duidelijk kleiner dan macrosporen. In geval van tweeslachtige gametofyten zijn alle sporen ongeveer hetzelfde en spreekt men van isosporen. Terug naar de gametofyt(en): door middel van (regen)water kan een zaadcel bij een eicel komen en deze bevruchten. Het embryo groeit uit tot sporofyt: de sporen-producerende plant (varen, etc.) zoals wij die kennen. De zaadplanten zoals wij die zien (kruid, struik, boom) vertegenwoordigen ook allemaal het sporofyt-stadium. Produceren ze dan ook sporen? Ja zeker, maar deze worden niet zonder meer verspreid. In meeldraden worden microsporen gevormd, in stampers macrosporen (zaadplanten kennen geen isosporen). In plaats van dat ze vrij komen en elders kiemen, ontwikkelen ze in de meeldraad of in de stamper tot gametofyten. Bij de zaadplanten zijn dit geen kleine bladachtige plantjes, maar sterk gereduceerde, microscopische stadia. De mannelijke gametofyt is nog maar een paar cellen groot en blijft geheel omsloten door de oorspronkelijke wand van de microspore. Het geheel (gametofyt + wand) heet een pollenkorrel. Dít is het stadium dat verspreid wordt. Er worden dus geen microsporen verspreid die elders tot microgametofyten kiemen. Nee, er worden ‘complete’ microgametofyten verspreid (door wind, insecten, water etc.). Vrouwelijke stadia worden helemaal niet meer verspreid. Ze blijven in de stamper (één macrospore/macrogametofyt per zaadknop), met als gevolg dat de pollenkorrel naar de stamper toe moet om een eicel te kunnen bevruchten. Om dat te bereiken hebben de zaadplanten tal van ingenieuze bestuivingsstrategieën ontwikkeld. Het meer of minder doelgerichte transport van meeldraad naar stamper wordt bestuiving of pollinatie genoemd. Elke pollenkorrel bevat uiteindelijk twee zaadcellen. Deze bereiken hun doel niet via (regen)water, maar worden door een uitloper (pollenbuis) vanuit de pollenkorrel naar de stempel, door de stijl en de wand van het vruchtbeginsel, naar zaadknop getransporteerd, waar ze bij de bloemplanten de voor deze groep zo karakteristieke dubbele bevruchting tot stand brengen. De ene zaadcel bevrucht de eicel, waarna deze zich verder kan ont wikkelen tot het embryo. De andere versmelt met twee zogenoemde poolkernen, en levert zo een bijdrage aan het voedingsweefsel voor het embryo. Embryo en eventueel nog aanwezig voedingsweefsel, omgeven door een meer of minder stevige wand, vormen een zaad(je), dat na verspreiding (in of vanuit een vrucht) kiemt en een nieuwe plant kan opleveren, etc., etc.

stuifmeel van bloemplanten 17 In kort bestek wordt hieronder een overzicht van de bouw van pollenkorrels van de bloemplanten gegeven, waarbij op een vijftal aspecten worden gelet: 1. eenheid van verspreiding, 2. grootte van de korrel, 3. vorm van de korrel, 4. bouw van de wand, en 5. apertuursysteem. In het overgrote deel van het onderzoek aan of met pollen gaat het om de wand van de korrels, welke dus vergelijkbaar (homoloog) is met de wand van een varenspore. De wand vertoont de meeste variatie en is ook meestal het enige dat nog over is na preparatie van een pollen- of honingmonster. Vandaar dat hier verder weinig aandacht wordt besteed aan de inhoud van pollenkorrels. 1. Eenheid van verspreiding Allereerst een paar termen: stuifmeel en pollen zijn taalkundig enkelvoudsvormen (net als lucht, stof, meel, etc.) en hebben geen meervoudsvorm. Je spreekt van hét stuifmeel of hét pollen van een plant. Als je de losse deeltjes wilt aanduiden, moet je zeggen: stuifmeelkorrels of pollenkorrels (zoals je zegt stofdeeltjes of stofjes), en geen pollen of pollens. De meeste planten verspreiden hun pollen als losse pollenkorrels (monaden, fig. 12a-u), al kunnen pollenkorrels die door insecten worden verspreid door ‘pollenkitt’ (fig. 12r) wel lichtelijk aan elkaar (en aan de bestuivers) plakken. Soms echter blijven de vier dochtercellen (afkomstig van één pollenmoedercel) bij elkaar, en worden dan in één pakketje (tetrade, fig. 12v, w) van vier meer of minder sterk met elkaar vergroeide korrels verspreid. Tetraden komen voor in zo’n 50 families, vaak maar in een (klein) deel van de vertegenwoordigers. Soms is een hele familie gekarakteriseerd door het voorkomen van tetraden, bijv. de Heifamilie (Ericaceae). Veel zeldzamer is het geval waarbij dochtercellen twee aan twee verspreid worden. Zulke ‘halve tetraden’ heten dyaden en komen voor bij Scheuchzeria (Scheuchzeriaceae). Pollenmoedercellen kunnen soms nog één of meer delingen ondergaan vóór dat de meiose plaatsvindt. Als de korrels na de meiose dan niet losraken, ontstaan eenheden (polyaden, fig. 12x) die, afhankelijk van het aantal delingen van de pollenmoedercel 8, 16, 32 of nog meer met elkaar vergroeide korrels bevatten, vaak in prachtige symmetrische patronen. Dergelijke polyaden komen voor in de Mimosafamilie (Mimosaceae). Bij de Orchideeënfamilie (Orchidaceae) en de Maagdenpalmfamilie (Apocynaceae) zijn de eenheden nog groter. Doorgaans wordt in deze groepen de complete inhoud van een of twee helmhokken verspreid. Zo’n eenheid heet een pollinium. Soms is een pollinium onderverdeeld in kleinere pakketjes, die massulae (enk. massula) genoemd worden. 2. Grootte van pollenkorrels De grootte van pollenkorrels ligt meestal tussen de 20 en 50 mm (1 mm = 1 micron = 0,001 mm). Korrels van deze afmetingen worden blijkbaar makkelijk door de wind of door insecten getransporteerd. Kleinere korrels en grotere korrels vinden we vaak in planten met sterk gespecialiseerde bestuivingssystemen. De kleinste pollenkorrels (5 mm) komen voor bij het Vergeet-mij-nietje (Myosotis), de grootste (tot 350 mm) bij de Komkommerfamilie (Cucurbitaceae). De draadvormige korrels van Zeegras (Zostera) kunnen wel 6000 mm (6 mm!) lang zijn. Kleine pollenkorrels zijn meestal relatief eenvoudig gebouwd. Bij de grotere is er meer ruimte voor variatie en zijn ook veel complexere vormen te vinden. Korrels van planten die tot dezelfde soort behoren zijn doorgaans ongeveer even groot. Tussen soorten van één geslacht bestaan soms wel grote verschillen. In Amorphophallus, een tropisch geslacht uit de Aronskelkfamilie (Araceae), zijn de kleinste korrels 28 mm en de grootste 88 mm; mogelijk is er een verband met de aard en afmetingen van de bestuivers. Binnen de grotere families zijn aanzienlijke verschillen in grootte vrij normaal. 3. Vorm van pollenkorrels De vorm van een pollenkorrel is een ruimtelijk kenmerk en als zodanig zeer divers. Ontzettend veel van de mogelijke vormen zijn ook werkelijk gerealiseerd: rond, ellips, kubus, halter, draad, etc., etc. De vorm wordt voor een groot deel bepaald door de positie, het aantal en de vorm van de aperturen (zie 5. Apertuursysteem). Toch is er bij één bepaald apertuursysteem nog veel variatie mogelijk. Bij het beschrijven van de vorm van een korrel beperkt men zich tot twee aanzichten: het polaire en het equatoriale aanzicht. Net als bij de aardbol onderscheidt men bij een pollenkorrel twee polen en een equatoriaal vlak. De proximale pool is die welke in het jonge tetradestadium (het 4‐cellige stadium vlak na de meiose, fig. 8) naar het centrum van de tetrade wees, de andere pool is de distale pool. De as tussen de polen is de polaire as. Er zijn vele equatoriale assen, welke samen het equatoriale vlak vormen. Bij een polair aanzicht (fig. 9a) kijk je naar een pool en beschrijf je de omtrek van het equatoriale vlak. Bij een equatoriaal aanzicht (fig. 9b) kijk je tegen de ‘zijkant’ van de korrel: je kunt op die manier de lengte van de polaire as (P) én de diameter van het equatoriale vlak (E) meten. De verhouding (P/E) tussen die twee, gecombineerd met de vorm van het equatoriale vlak, geven al een grove indicatie van de vorm van een pollenkorrel. Als P groter is dan E heet de korrel prolaat (‘langwerpig’, fig. 9b) te zijn, als E groter is dan P is de korrel oblaat (‘plat’, fig. 9b). De vorm van een bepaalde pollenkorrel is niet gefixeerd. Afhankelijk van de grootte van de korrel, de dikte van de wand en de aard van het apertuursysteem is een korrel tot op zekere hoogte plooibaar en elastisch. Dat is ook nodig, want een levende pollenkorrel moet zijn vorm kunnen aanpassen aan zijn inhoud. Bij het opengaan van de helmhokken ondergaan de levende korrels een zekere ‘indroging’ (soms tot wel 50% volumereductie), waarbij de wand van de korrel de krimpende inhoud ‘harmonieus’ moet volgen. De aperturen of juist de tussenliggende wandgedeelten plooien dan naar binnen. In deze betrekkelijke rusttoestand wordt het pollen getransporteerd. Aangekomen op een vochtige stempel vindt het omgekeerde proces plaats: de korrel neemt weer water op, herneemt zijn oude vorm en gaat kiemen. Het hele proces van het verwerken van volumeverandering tengevolge van het afstaan en weer opnemen van water duidt men aan met de term harmomegathie. Je kunt het natuurlijk alleen bij levend pollen waarnemen, maar bij geprepareerde (lege) korrels zie je vaak ook al een aanzienlijke variatie in vorm, die voor een deel de elasticiteit en mogelijkheden van de levende korrel illustreert (fig. 10).

  • Page 3 and 4: Bijenplanten: nectar en stuifmeel v
  • Page 5: Inhoudsopgave Voorwoord ...........
  • Page 8 and 9: 6 bijenplanten: nectar en stuifmeel
  • Page 10 and 11: 8 bijenplanten: nectar en stuifmeel
  • Page 12 and 13: 10 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 14 and 15: 12 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 16 and 17: 14 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 20 and 21: 18 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 22 and 23: 20 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 24 and 25: 22 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 26 and 27: 24 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 28 and 29: 26 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 30 and 31: 28 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 32 and 33: 30 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 34 and 35: 32 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 36 and 37: 34 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 38 and 39: 36 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 40 and 41: 38 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 42 and 43: 40 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 44 and 45: 42 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 46 and 47: 44 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 48 and 49: 46 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 50 and 51: 48 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 52 and 53: 50 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 54 and 55: 52 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 56 and 57: 54 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 58 and 59: 56 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 60 and 61: 58 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 62 and 63: 60 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 64 and 65: 62 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 66 and 67: 64 bijenplanten: nectar en stuifmee
  • Page 68 and 69:

    66 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 70 and 71:

    68 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 72 and 73:

    70 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 74 and 75:

    72 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 76 and 77:

    74 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 78 and 79:

    76 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 80 and 81:

    78 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 82 and 83:

    80 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 84 and 85:

    82 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 86 and 87:

    84 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 88 and 89:

    86 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 90 and 91:

    88 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 92 and 93:

    90 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 94 and 95:

    92 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 96 and 97:

    94 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 98 and 99:

    96 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 100 and 101:

    98 bijenplanten: nectar en stuifmee

  • Page 102 and 103:

    100 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 104 and 105:

    102 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 106 and 107:

    104 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 108 and 109:

    106 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 110 and 111:

    108 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 112 and 113:

    110 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 114 and 115:

    112 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 116 and 117:

    114 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 118 and 119:

    116 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 120 and 121:

    118 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 122 and 123:

    120 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 124 and 125:

    122 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 126 and 127:

    124 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 128 and 129:

    126 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 130 and 131:

    128 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 132 and 133:

    130 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 134 and 135:

    132 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 136 and 137:

    134 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 138 and 139:

    136 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 140 and 141:

    138 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 142 and 143:

    140 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 144 and 145:

    142 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 146 and 147:

    144 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 148 and 149:

    146 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 150 and 151:

    148 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 152 and 153:

    150 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 154 and 155:

    152 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 156 and 157:

    154 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 158 and 159:

    156 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 160 and 161:

    158 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 162 and 163:

    160 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 164 and 165:

    162 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 166 and 167:

    164 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 168 and 169:

    166 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 170 and 171:

    168 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 172 and 173:

    170 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 174 and 175:

    172 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 176 and 177:

    174 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 178 and 179:

    176 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 180 and 181:

    178 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 182 and 183:

    180 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 184 and 185:

    182 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 186 and 187:

    184 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 188 and 189:

    186 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 190 and 191:

    188 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 192 and 193:

    190 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 194 and 195:

    192 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 196 and 197:

    194 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 198 and 199:

    196 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 200 and 201:

    198 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 202 and 203:

    200 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 204 and 205:

    202 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 206 and 207:

    204 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 208 and 209:

    206 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 210 and 211:

    208 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 212 and 213:

    210 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 214 and 215:

    212 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 216 and 217:

    214 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 218 and 219:

    216 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 220 and 221:

    218 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 222 and 223:

    220 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 224 and 225:

    222 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 226 and 227:

    224 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 228 and 229:

    226 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 230 and 231:

    228 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 232 and 233:

    230 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 234 and 235:

    232 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 236 and 237:

    234 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 238 and 239:

    236 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 240 and 241:

    238 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 242 and 243:

    240 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 244 and 245:

    242 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 246 and 247:

    244 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 248 and 249:

    246 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 250 and 251:

    248 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 252 and 253:

    250 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 254 and 255:

    252 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 256 and 257:

    254 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 258 and 259:

    256 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 260 and 261:

    258 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 262 and 263:

    260 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 264 and 265:

    262 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 266 and 267:

    264 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 268 and 269:

    266 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 270 and 271:

    268 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 272 and 273:

    270 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 274 and 275:

    272 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 276 and 277:

    274 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 278 and 279:

    276 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 280 and 281:

    278 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 282 and 283:

    280 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 284 and 285:

    282 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 286 and 287:

    284 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 288 and 289:

    286 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 290 and 291:

    288 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 292 and 293:

    290 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 294 and 295:

    292 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 296 and 297:

    294 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 298 and 299:

    296 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 300 and 301:

    298 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 302 and 303:

    300 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 304 and 305:

    302 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 306 and 307:

    304 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 308 and 309:

    306 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 310 and 311:

    308 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 312 and 313:

    310 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 314 and 315:

    312 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 316 and 317:

    314 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 318 and 319:

    316 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 320 and 321:

    318 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 322 and 323:

    320 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 324 and 325:

    322 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 326 and 327:

    324 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 328 and 329:

    326 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 330 and 331:

    328 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 332 and 333:

    330 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 334 and 335:

    332 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 336 and 337:

    334 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 338 and 339:

    336 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 340 and 341:

    338 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 342 and 343:

    340 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 344 and 345:

    342 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 346 and 347:

    344 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 348 and 349:

    346 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 350 and 351:

    348 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 352 and 353:

    350 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 354 and 355:

    352 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 356 and 357:

    354 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 358 and 359:

    356 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 360 and 361:

    358 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 362 and 363:

    360 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 364 and 365:

    362 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 366 and 367:

    364 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 368 and 369:

    366 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 370 and 371:

    368 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 372 and 373:

    370 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 374 and 375:

    372 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 376 and 377:

    374 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 378 and 379:

    376 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 380 and 381:

    378 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 382 and 383:

    380 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 384 and 385:

    382 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 386 and 387:

    384 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 388 and 389:

    386 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 390 and 391:

    388 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 392 and 393:

    390 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 394 and 395:

    392 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 396 and 397:

    394 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 398 and 399:

    396 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 400 and 401:

    398 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 402 and 403:

    400 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 404 and 405:

    402 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 406 and 407:

    404 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 408 and 409:

    406 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 410 and 411:

    408 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 412 and 413:

    410 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 414 and 415:

    412 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 416 and 417:

    414 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 418 and 419:

    416 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 420 and 421:

    418 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 422 and 423:

    420 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 424 and 425:

    422 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 426 and 427:

    424 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 428 and 429:

    426 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 430 and 431:

    428 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 432 and 433:

    430 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 434 and 435:

    432 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 436 and 437:

    434 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 438 and 439:

    436 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 440 and 441:

    438 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 442 and 443:

    440 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 444 and 445:

    442 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 446 and 447:

    444 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 448 and 449:

    446 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 450 and 451:

    448 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 452 and 453:

    450 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 454 and 455:

    452 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 456 and 457:

    454 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 458 and 459:

    456 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 460 and 461:

    458 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 462 and 463:

    460 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 464 and 465:

    462 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 466 and 467:

    464 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 468 and 469:

    466 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 470 and 471:

    468 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 472 and 473:

    470 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 474 and 475:

    472 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 476 and 477:

    474 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 478 and 479:

    476 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 480 and 481:

    478 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 482 and 483:

    480 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 484 and 485:

    482 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 486 and 487:

    484 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 488 and 489:

    486 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 490 and 491:

    488 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 492 and 493:

    490 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 494 and 495:

    492 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 496 and 497:

    494 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 498 and 499:

    496 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 500 and 501:

    498 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 502 and 503:

    500 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 504 and 505:

    502 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 506 and 507:

    504 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 508 and 509:

    506 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 510 and 511:

    508 bijenplanten: nectar en stuifme

  • Page 512 and 513:

    510 bijenplanten: nectar en stuifme

Bijen en hommels in nood - Inagro
Bijencahier 2010
\jK\v, m
brochure - Provincie West-Vlaanderen
Presentatie Marcel Vossen - Infovoormiddag 2013 - Vlaams ...
Download rapport - Biax Consult
We kennen allemaal de gemberwortel van Zingiber ... - Perkgroen
1 SUCCULENTA jaargang 79 (1) 2000 - Au Cactus Francophone
download hier de brochure - Paul Vogt
Juni 2010 - Vaders Sellewie
1994 - 4 - Orchideeën Vereniging Vlaanderen
Planten in het terrarium (IV) - Tuinbedrijf Erik Wevers
binnenwerk lente 2013.indd - Natuurbeschermingsvereniging De ...
Inventarisatie van toxigene Fusarium spp. en ... - Kennisakker.nl
Blader in dit boek
ervenfolder_internet
1998 - 5 - Orchideeën Vereniging Vlaanderen
Bloemen & Planten 2010 - Fa. Gebr. van Velden
Untitled - Stichting Papua Erfgoed
Rubenpersoons voetbal magazine - SK Berlare
in het Knarbos - Het Flevo-landschap
Zomer 2010 nr 1 - Nederlandse Varenvereniging
2004 - Dutch Birding
1998 - 3 - Orchideeën Vereniging Vlaanderen
VErDoyEr CHâTEau lE CHâTEau lE - Château le Verdoyer
D -D A - André de Winkel
Feeling Magazine Author: Jakobien Huisman - Xplore360
hier downloaden