Views
6 days ago

ASBESTMAGAZINE EDITIE nr 9 - APRIL-MEI 2018

Asbest saneren? Kies het

Asbest saneren? Kies het juiste ademhalingsbeschermingsmiddel! Bij het saneren van asbest moet u zo veel mogelijk voorkomen dat asbestvezels vrijkomen in de lucht. Dit doet u door emissiebeperkende maatregelen te treffen. Daaronder valt het verwijderen door demontage, het voorkomen van breuk, het bevochtigen van het asbest, de inzet van puntafzuiging, en/of het gebruik van couveusezak of -bak. Door: Jeroen Terwoert, Inspectie SZW Naast de emissiebeperkende maatregelen zullen in de praktijk bij saneringen in de risicoklassen 2 en 2A ook ademhalingsbeschermingsmiddelen (ABM) nodig zijn. Er zijn vele typen ABM op de markt. Voor een betrouwbare bescherming van de gezondheid van saneerders, is het zeer belangrijk het goede ABM te kiezen, en deze op de juiste wijze te gebruiken. Bij asbestsanering is een hoge mate van bescherming noodzakelijk. De meer eenvoudige vormen van ABM, zoals zgn. ‘snuitjes’ of halfgelaatsmaskers, voldoen daarom meestal niet. In dit artikel geeft de Inspectie SZW aan, wat door de overheid wordt beschouwd als Stand van de Wetenschap en Professionele Dienstverlening, en daarmee uitgangspunt is voor de handhaving. HOE KIEST U EEN ABM? Een ABM moet in ieder geval zijn voorzien van een CE-keurmerk. Dit keurmerk moet betrekking hebben op het ademhalingsbeschermingsmiddel als geheel, en niet op onderdelen daarvan. Verder stemt u de keuze van het ABM af op de daadwerkelijke risico's op de werkplek. U zult dus moeten nagaan wat de verwachte blootstelling aan asbestvezels is. Dit gaat verder dan het vaststellen van de risicoklasse! Ook de - verwachte - vezelconcentratie moet bekend zijn. PROTECTIEFACTOREN De protectiefactor geeft de mate van bescherming aan die een 20 asbestmagazine | mei 2018

epaald ABM biedt. De protectiefactor is de verhouding tussen de concentratie asbestvezels buiten het masker, en de concentratie binnen het masker (zie 'Rekenvoorbeeld'). Dit is iets ander dan de zgn. 'fit-factor'! De fit-factor geeft alleen aan of een specifiek masker goed past op het gezicht van de drager. Omdat bij asbestsanering hoge concentraties asbestvezels in de lucht kunnen voorkomen, is het erg belangrijk om goed na te gaan welke protectiefactor nodig is in een specifieke situatie. Alleen dan kunt u er zeker van zijn dat de gezondheid van de saneerder goed beschermd is. ER WORDEN IN DE PRAKTIJK VERSCHILLENDE TYPEN PROTECTIEFACTOREN GEHANTEERD. DE VOORNAAMSTE ZIJN: NPF - NOMINALE PROTECTIEFACTOR Dit is de minimale waarde waaraan het ABM bij toelating op de markt moet voldoen. De NPF wordt in het laboratorium gemeten volgens een voorgeschreven protocol. De NPF is de waarde die de leverancier vermeldt bij het ABM. TPF- TOEGEKENDE PROTECTIEFACTOR Dit is het minimale beschermingsniveau dat bij minimaal 95% van de maskerdragers in de praktijk op de werkplek verwacht mag worden, mits de drager een goede training heeft gehad en het masker op de juiste manier is onderhouden en afgesteld. De TPF wordt in de praktijk veelal vastgesteld door de NPF, die de leverancier aangeeft, te delen door een veiligheidsmarge. Hierdoor is de TPF dus altijd lager dan de NPF. DE INSPECTIE SZW BESCHOUWT HET GEBRUIK VAN DE TPF ALS STAND VAN DE WETENSCHAP Dit principe is tevens het uitgangspunt in de Europese norm EN- 529, die als praktijkrichtlijn aanbevelingen doet voor de keuze, het gebruik de verzorging en het onderhoud van ABM. Ook is het principe onder meer opgenomen in richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiene en van de Britse Health & Safety Executive. Bij de keuze van een ABM dient de werkgever dus de Praktijkonderzoek In 2017 is in opdracht van Stichting Ascert en het ministerie van SZW een aantal ABM-producten getest die volgens de branche het meest toegepast worden bij asbestsaneringen. De tests werden uitgevoerd tijdens gesimuleerde asbestverwijderingshandelingen. In de tests zijn specifieke merken en typen maskers en motorunits of onafhankelijke systemen (ABM-producten) onderzocht. Voor ieder product is de zgn. 'Simulated Workplace Protection Factor' (SWPF) bepaald. Uit het onderzoek bleek, dat er tussen de diverse producten grote verschillen waren in de protectiefactor die met die producten werd bereikt. Ook bleek dat sommige afhankelijke ABM-producten (met motorunits) in de tests beter scoorden dan sommige onafhankelijke producten (met compressor). Zie de tabel voor een samenvatting van de onderzoeksresultaten. Voor het volledige onderzoeksrapport, zie de link in de 'Tips & Verwijzingen'. Als u een van de geteste producten gebruikt, kunt u de protectiefactor toepassen die voor dat product is vastgesteld in het onderzoek. TPF te gebruiken, tenzij hij beschikt over onderzoeksgegevens die bewijzen dat in zijn specifieke situatie een hogere protectiefactor kan gelden. Als TPF mag men één van de waarden toepassen die in de EN-529 staan vermeld. Zie het onderdeel ‘Tips & Verwijzingen’. FACE FIT TEST EN GEDEGEN INSTRUCTIE EN ONDERHOUD Sinds 1 januari 2015 is het voor gecertificeerde saneerders verplicht om dragers van ABM jaarlijks een Face Fit Test te laten ondergaan, bij een erkende face-fit instelling. Dit is een test waarbij wordt gemeten of het masker dat de werknemer gebruikt, optimaal aansluit op het gezicht. Om bekendheid te geven aan deze verplichting heeft de asbestsaneringssector een campagne opgezet. Deze is te vinden op de website www.abm-campagne.vezelveiligheid.nl. Type sanering en keuze ABM Met behulp van SMA-rt, wordt de risicoklasse van een sanering van een specifieke asbestbron bepaald. In risicoklasse 1 is het gehalte asbestvezels in de lucht lager dan de wettelijke grenswaarde van 2.000 vezels/m3. U hoeft dan geen ABM te gebruiken, mits u zodanig zorgvuldig werkt dat de blootstelling daadwerkelijk onder de grenswaarde blijft. In saneringen in risicoklasse 2 en 2A is de concentratie hoger dan 2.000 vezels/m3. Hoe hoog de vezelconcentratie precies is, geeft SMA-rt niet aan. Bij hoogrisicosaneringen (spuitasbest, asbestboard) zijn gehalten gemeten tot boven de 100 miljoen vezels/m3. Om het juiste ABM te kunnen kiezen voor een specifieke sanering, moet u dus meer informatie verzamelen. Zie hiervoor de 'Tips' aan het eind van dit artikel. Een vuistregel is, dat u bij werkzaamheden die voorheen onder RK3 vielen, bedacht moet zijn op een mogelijke blootstelling van 1.000.000 vezels/m3 of meer. Dit geldt echter niet voor alle werkzaamheden die voorheen in Risicoklasse 3 vielen. Meer informatie hierover is te vinden in het TNO-rapport uit 2015 dat onder ‘Tips & verwijzingen’ is opgenomen. mei 2018 | asbestmagazine 21