Views
1 week ago

COMMEERE_APRIL_2018_LRweb

POLITIEK BRUGGE

POLITIEK BRUGGE Gemeenteraadsverkiezingen zijn in aantocht Wordt politiek Brugge nog vrouwvriendelijker? 16 Op 14 oktober hebben gemeenteraadsverkiezingen plaats en de electorale koorts is – ook in Brugge - nu al aardig aan het stijgen. Prangende vragen (Wie wordt burgemeester en wie niet?) zijn legio en daar wil De Commeere, galant als altijd, er nog eentje aan toevoegen, nl. zetten de Brugse vrouwen hun opmars verder? Want het wordt al eens over het hoofd gezien dat politiek Brugge tot de vrouwvriendelijkste steden van het land behoort. En dat is allerminst vanzelf gekomen… Enkele cijfers op een rijtje: de Brugse gemeenteraad heeft momenteel 21 vrouwen op 47 raadsleden (44 %) in de rangen en daarmee scoort Brugge behoorlijk goed, want een aardig stukje boven het nationaal gemiddelde (36 %). Met nog drie dames erbij zou Brugge zowaar deel uit maken van het selecte clubje van 16 van de in totaal 589 Belgische gemeenten met meer vrouwen dan mannen in de gemeenteraad. Gelijkheid voor allen is één van de grote opdrachten van de democratie. Deze gelijkheid werd niet zomaar geschonken, maar moest worden afgedwongen, en daar gingen dikwijls ettelijke decennia overheen. Neem nu het stemrecht. Algemeen enkelvoudig stemrecht komt er pas in 1919 en dan nog alleen voor mannen. Vooraleer de vrouw identieke rechten zal verwerven moet er nog eens 29 jaar, tot 1948, worden gewacht. De grote revoluties van het einde van de 18de en het begin van de 19de eeuw komen vooral de mannen ten goede, en al genieten de vrouwen uiteraard mee van de nieuwe vrijheden, deelnemen aan de besluitvorming is er nog altijd niet bij. Zusterlijkheid De Franse revolutie met als leuze “Vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid” wil een maatschappij creeren zonder privilegies en onderdrukking. Geen wonder dan ook dat de vrouwen mee op de barricades staan en dat blijft niet zonder gevolgen, want ze verwerven meteen een grotere gelijkheid binnen het huwelijk. Tegelijk groeit in Frankrijk ook het aantal zgn. vrouwenclubs, zij het dat ze van korte duur zijn, want in 1793 worden ze bij decreet verboden. Tot aan de nederlaag in 1815 in Waterloo leven ook wij een tijdlang onder het Franse regime en dat hebben ook de vrouwen geweten. In 1804 kondigt Napoleon immers zijn Burgerlijk Wetboek af en daarin wordt de ongelijkheid tussen man en vrouw wettelijk vastgelegd. In het gezin draagt de man alle gezag en vertegenwoordigt hij ook als enige zijn gezin voor de buitenwereld. Bij de Belgische revolutie van 1830 nemen ook vrouwen actief deel aan de esbattementen, maar worden daarvoor karig beloond. De Belgische Grondwet die in 1831 wordt afgekondigd is weliswaar vooruitstrevend omwille van de vele vrijheden, erg democratisch is ze echter niet over de gehele lijn. Inspraak is slechts het voorrecht van een beperkte groep (mannelijke) burgers die hoge belastingen betalen (het zgn. cijnskiesrecht). Dat gaat om slechts 1 % van de totale bevolking. Zo wordt 99 % uitgesloten omdat ze niet rijk genoeg is of omwille van hun sekse. Dit betekent een achteruitgang in vergelijking met de toestand onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) toen sommige vrouwen onder bepaalde omstandigheden wél mochten stemmen. In het begin van het onafhankelijke België protesteren slechts enkele vrouwen tegen deze gang van zaken. Het gaat meestal om progressieve dames uit de hogere burgerij die een goede opleiding hebben genoten, maar ze zijn onvoldoende talrijk om een | de Commeere |

echte actie op gang te brengen. De meeste steun krijgen ze nog van… een man: de journalist Lucien Jottrand die in 1848 een boek publiceert waarin hij pleit om aan iedere volwassen Belg één stem te geven. Onderwijs Maar de dames blijven niet achterwege en een leidende rol is weggelegd voor Zoé Gatti de Gamond, die vanaf de basis wil beginnen en pleit om ook voor meisjes hoogstaand onderwijs te organiseren. Het werk van Zoé Gatti de Gamond zal nadien worden voortgezet door haar dochter Isabelle die in tal van steden lessen voor jonge vrouwen organiseert. De Gatti is van liberalen huize en wil aldus het katholieke monopolie doorbreken in het meisjesonderwijs, waar meisjes vooral tot huisvrouwen worden opgeleid. Als reactie zal trouwens ook het katholieke onderwijs zich toeleggen op kwaliteitsonderwijs voor meisjes. En wat werd verwacht, dat gebeurt inderdaad ook: er groeit een vrouwelijke, intellectuele elite. Een belangrijke naam is hier deze van Marie Popelin, die later in Brugge zowaar een straatnaam zal krijgen. In 1888 behaalt ze als eerste vrouw het diploma van doctor in de rechten. Omdat ze vrouw is mag ze echter niet de eed als advocaat afleggen en als reactie daarop sticht zij in 1892 de Ligue Belge du droit des femmes, de eerste gestructureerde feministische organisatie in ons land. Terloops: als Marie Popelin in 1913 overlijdt, hebben vrouwen nog steeds niet het recht de eed als advocaat af te leggen. Dat komt er pas in 1922. Met haar Liga ijvert Popelin voor economische, burgerlijke en politieke gelijkheid van vrouwen en mannen en omdat ze gehoor vindt bij vooral liberale en socialistische parlementairen kan ze enkele wetsveranderingen afdwingen die de positie van de vrouw verbeteren. Naast de Liga van Popelin groeien al snel meer vrouwenorganisaties die in het begin van de 20ste eeuw de krachten bundelen. Zo wordt in 1909 de Nationale Vrouwenraad opgericht, een commissie om het vrouwenstemrecht te bestuderen. Weldra zal ook een Katholieke Liga voor het Vrouwenstemrecht worden opgericht en finaal heeft in 1913 de oprichting plaats van de Belgische Federatie voor het Vrouwenstemrecht. Scharniermoment De jaren 1912 en 1913 zijn een scharniermoment in het verhaal omdat in 1912 in Brussel ook het congres van de Internationale Feministische Federatie plaatsheeft met als belangrijkste dagordepunt het vrouwenstemrecht. Ook in het Belgische Parlement komt de kwestie nu aan de orde, zij het nog in de rand want men debatteert er nog steeds over het enkelvoudig stemrecht voor mannen. Dat debat leidt tot het capacitair kiesstelsel, waarbij gegoede mannen of mannen met een hoger diploma twee of drie stemmen kregen. Dat is een compromis dat de roep om het meervoudige stemrecht te vervangen door het enkelvoudige stemrecht slechts zal aanwakkeren. De politieke partijen betonen nu steeds meer interesse voor het vrouwenstemrecht omdat ze beseffen dat daar electoraal garen van te spinnen valt. Bij de BWP is het vooral Emilie Claeys die zich ontpopt als voorvechtster. Zij is een katoenarbeidster die zich door zelfstudie heeft opgewerkt en later zelfs uitgeefster zal worden van de krant Vooruit. De BWP is het vrouwenstemrecht overigens wel genegen. De liberalen zijn dat minder omdat ze vrezen dat veel ongeschoolde vrouwen zich bij het kiezen zullen laten leiden door hun geloof en zo de Katholieke Partij alleen maar sterker zullen maken. De liberalen zijn wel gewonnen voor het algemeen enkel- 17 | de Commeere |