Views
2 months ago

COMMEERE_APRIL_2018_LRweb

POLITIEK BRUGGE 18

POLITIEK BRUGGE 18 voudig stemrecht voor mannen. Omstreeks 1900 krijgt ook het katholieke feminisme vorm, maar men moet er wel opboksen tegen de conservatieve vleugel die ook tegen het algemeen enkelvoudig stemrecht is uit vrees voor de grote doorbraak van de socialistische partij. Na de Eerste Wereldoorlog komt een en ander in een stroomversnelling. De Belgische machthebbers hebben uit de oorlog geleerd dat het onmogelijk is om nog langer bepaalde mannen meer politieke inspraak te verlenen dan andere en koning Albert I kondigt in zijn eerste naoorlogse troonrede aan dat voortaan het principe “Een man, één stem” zal worden toegepast. Vrouwenorganisaties proberen meteen mee te profiteren van deze tegemoetkoming, maar stuiten nog op politiek verzet. Toelating van echtgenoot Niettemin kunnen er enkele bressen in het mannenbastion worden geslagen. Vrouwen krijgen bij wet van 15 november 1920 zgn. passief stemrecht voor Kamer en Senaat, d.w.z. ze mogen zich kandidaat stellen maar zelf niet stemmen, met uitzondering van niet hertrouwde weduwen wier man is gesneuveld tijdens de oorlog of zelf heldendaden hebben verricht. In 1925 trekken aldus 10.130 vrouwen naar de stembus, naast 2,3 miljoen mannen. Intussen mogen bij wet van 15 april 1920 ook deelnemen en kandidaat zijn voor gemeenteraadsverkiezingen, met uitzondering van prostituees en overspelige vrouwen. Meer dan 2 miljoen vrouwen trekken in 1921 aldus voor het eerst ter stemming, maar stemmen blijkbaar vooral voor… mannen. Opmerkelijk: vrouwen kunnen dus verkozen worden, maar willen ze ook burgemeester worden, dan moeten ze ook gehuwd zijn en… een schriftelijke toelating van hun echtgenoot kunnen voorleggen. Intussen hebben ook de eerste vrouwen hun entree gemaakt in het Parlement. De allereerste senator wordt in 1921 Marie-Anne Spaak-Janson uit Brussel, dochter van de politicus Paul Janson. Het is wachten tot 1929 voor de tweede vrouw haar verschijning in het Parlement maakt. De eerste West-Vlaamse vrouw in het parlement wordt Odila Van den Berghe (VNV) die in 1936 wordt gecoöpteerd als senator. Uiteraard voelen de vrouwen steeds meer dat het enkelvoudig stemrecht ook voor hen haalbaar is en dat oorlogsomstandigheden daarbij heilzaam kunnen zijn. En op 27 maart 1948 is het dan ook zover en genieten de vrouwen ook enkelvoudig stemrecht voor de parlementaire verkiezingen. De vrouwelijke parlementairen hadden aangedrongen om de wet unaniem goed te keuren, maar drie mannen in de Kamer en drie in de Senaat stemmen niettemin tegen. Op papier zijn vrouwen nu dus evenwaardige staatsburgers geworden, maar nog niet in de geesten, want de politieke cenakels blijven hoofdzakelijk bezet door mannen. We moeten bv. tot 1974 wachten tot er meer dan 10 vrouwen (14) deel uitmaken van de Senaat. Om daarin verandering te brengen moeten wij dan weer wachten tot de wet van 24 mei 1994 over de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten, een wet die in twee etappes wordt gerealiseerd. Eerst wordt geopteerd voor de 1/3de-2/3de regeling die finaal uitmondt in het huidige systeem waarbij het verschil tussen het aantal kandidaten van elk geslacht niet groter mag zijn dan één. Hoe zit het intussen (na de verkiezingen van 2012) met de vrouwelijke vertegenwoordiging in de gemeenteraden in België? Welnu, die verkiezingen leverden 36 % verkozen vrouwen op, een stijging van 2 % in vergelijking met 2006. In sommige gemeenten is er echter nog werk aan de winkel voor de dames, want van alle ingediende lijsten voor die verkiezingen werd er liefst 80 % aangevoerd door mannen. (Carlos Devogelaere) | de Commeere |

19