Views
6 months ago

COMMEERE_APRIL_2018_LRweb

ZE KOMEN VAN HEINDE EN

ZE KOMEN VAN HEINDE EN VERRE... Ze kwamen van heinde en verre … 26 Te gast bij Aklia Shadmuratova Met een vergezicht op de velden, net buiten de dorpskom van Staden, woont Aklia Shadmuratova met Jozef in hun mooie, moderne en bijzonder gezellig ingerichte woning. Jozef trekt zich al vlug terug om Aklia aan het woord te laten, ‘want mijn vrouwtje heeft veel te vertellen...’. Jozef heeft overschot van gelijk. Vader Shadmuratova was leraar geschiedenis en talen, en zijn echtgenote doceerde chemie en biologie, en bracht het later tot directrice van de lokale hogeschool van Khiva, waar Aklia geboren is, in Uzbekistan. ‘Helemaal niet zo gewoon om als vrouw tot de top door te groeien in die tijd en in dit land’ mijmert onze gastvrouw. Khiva blijkt goed vergelijkbaar te zijn met Brugge, zowel inzake erfgoed (beide zijn door Unesco als Werelderfgoed erkend), als qua grootte. Ze kregen een zoon, Shafkat, en later een dochter, Aklia. Zoonlief bouwde een carrière uit als trainer van een wielerclub in de Uzebeekse hoofdstad Tasjkent, waar hij nog woont, en Aklia studeerde archeologie aan de universiteit van dezelfde hoofdstad. Met haar diploma op zak, ging ze al gauw rusteloos graven in Turkmenië, Jordanië, Libanon, tot in Egypte. Na de ontbinding van de oude Sovjet-Unie, kwamen er steeds minder fondsen vrij voor opgravingen. Aklia echter besloot niet bij de pakken te blijven zitten, maar de taalbeperkingen bleken een ernstige handicap. Dan maar Engels gaan studeren, en waar beter kon dat dan in...de Verenigde Staten? Aklia vond dit een geniale oplossing, maar had de financiële kant van haar avontuur in New York onderschat. Gelukkig was broer Shafkat daar om bij te springen. Na twee jaar, in 1998, voelde Aklia zich taalvaardig genoeg, en keerde terug naar haar geboorteland. Ze huwde er met een Uzbeek, Szajdin Batirov, een beroemd choreograaf en schilder. Het koppel kreeg een dochter Victoria. Het geluk duurde niet lang, en Aklia werd véél te vroeg weduwe. We maken even een ommetje naar...België. Antwerpen plande een grote archeologische tentoonstelling, en een missie reisde naar Zuid-Uzbekistan af, om aldaar boudhistische opgravingen te gaan bekijken. Jozef maakte deel uit van dit gezelschap, en werd er rondgeleid door een jonge, meertalige Uzbeekse archeologe... Aklia. De nodige stukken konden uitgeleend worden dank zij de uitstekende medewerking van tolk-archeologe Aklia, die vanzelfsprekend werd uitgenodigd naar de vernissage van de tentoonstelling in Antwerpen. Aklia ging maar al te graag in op de uitnodiging, en schreef zich achteraf in voor een bezoek aan de belangrijkste steden van België. Eén van de Belgische gidsen nam Brugge voor zijn rekening, en Aklia was niet alleen verrast, maar ook blij, dat dit... Jozef, gediplomeerd gids bij de West-Vlaamse Gidsenkring bleek te zijn. Ze viel onmiddellijk voor Brugge, én voor Jozef. En ook Jozefs hartje ging een maatje sneller slaan. Aklia wilde niet alleen putten graven, maar ook bergen verzetten. | de Commeere |

Het koppel trad in het huwelijk, zij het dat de Brugse bisschop zijn zegen moest geven, want de bruid behoort tot de Orthodoxe ritus. Vanzelfsprekend kwam dochter Victoria mee naar België, en verkreeg amper één jaar later de Belgische nationaliteit. Jozef had een verantwoordelijke functie in een bankinstelling. Hij dacht al vlug dat zijn vrouwtje niet in de keuken zou blijven staan. Ze volgde vlug een cursus Nederlands aan de avondschool in Roeselare, maar erkent dat ze ‘Nederlands het vlugst leerde door met de lokale mensen te spreken’. Even dacht ze eraan haar diploma te valideren in ons land, maar de manier van werken verschilde te veel in vergelijking met haar vorige werk. ‘Vroeger kregen wij, archeologen, de nodige tijd om alles degelijk en wetenschappelijk aan te pakken. Hier echter moest alles vlug gaan: de put was nog maar geopend, of hij moest al weer dicht, want aannemers stonden al met de drilboren en hijskranen klaar om eraan te beginnen. Je mist erg de romantiek van het beroep...’. Inmiddels dacht onze gaste er aan haar talenkennis te benutten: Uzbeeks, een taal uit de Turkse familie, het Russisch, een slavische taal, Engels, Nederlands...daar moest iets mee aan te vangen zijn. Jozef beweert er voor niets tussen te zitten, maar zijn echtgenote knipoogt als ze zegt dat ze zich inschreef voor een cursus gids in het Brugse instituut Spermalie, om er stadgids bij de Gidsenbond te worden. Ze slaagde con brio, en legde een schitterend eindwerk voor. In Spermalie trokken ze grote ogen bij het lezen ervan: het ging over Prins Nikolaï Obolenski, een Romanov, die op het kerkhof van de abdij van Zevenkerke begraven ligt. En nu volgt een boeiend verhaal dat we de lezer niet willen onthouden, zij het dat we noodgedwongen kort moeten zijn: Nikolaï diende Rusland te verlaten, en volgde zijn vrouw, dochter van Lev Tolstoï, naar Nice, waar hij ze voorheen gestuurd had. De aristocraat echter kwam er berooid toe, en het koppel had al vlug financiële moeilijkheden. Op een mooie dag ontmoet hij er echter een Belg: Baron Van Caloen, meccenas van de abdij van Steenbrugge, die de Russische edelman aanspoort om de reusachtige abdijbibliotheek te komen ordenen. De Russchische prins aanvaardt, en doet er verdienstelijk werk tot aan zijn dood, waarna hij wordt bijgezet op het kerkhof van de abdij. Aklia wordt gelauwerd als gids bij de Koninklijke Gidsenbond, en wordt het enige lid dat Russische groepen in hun taal kan gidsen. Ook in Jozefs vereniging, de Gidsenkring, is er een Russischsprekende gids. Aklia ervaart deze gidsbeurten als een zending, een roeping: ‘in veel gevallen komen Russische groepen met een Nederlandse gids naar Vlaanderen, waarbij deze soms opvallend lacherig doen over het ‘kleine Vlaanderen’. Dit wil ik rechtzetten: Vlaanderen mag fier zijn op zijn geschiedenis, zijn patrimonium, zijn heden en zijn toekomst. Als ik dan afscheid neem van mijn gasten, merk ik dat ze vaak lacherig doen over hun vorig bezoek aan Nederland. In niets te vergelijken...’ stelt Aklia beslist en met overtuiging. Of het leven in België beter is dan in Uzbekistan? ‘Ik moet toegeven dat in mijn geboorteland een andere mentaliteit heerst. De mensen zijn er erg bij elkaar betrokken, ze zorgen voor elkaar. Hier dan weer is het leven beter geregeld, beter gepland. Voor elke situatie is er als het ware een oplossing voorzien.’ Jozef heeft inmiddels discreet de tafel gedekt. ‘Vanavond wordt het een Uzbeeks gerecht: Palov.’ Het is een lokale specialiteit, dat bestaat uit rijst (‘patatten eten wij heel weinig, wij zijn rijsteters’), schapenvlees, wortels, ui, olijfolie en kruiden. ‘Aardappelen zijn hier in huis vrij zeldzaam, maar frietjes dan weer….’. Aklia wil het nog uitgebreid hebben over de Belgische en Westerse groepen die ze begeleidt naar Iran, Armenië, Georgië, Turkmenistan en natuurlijk naar haar geboorteland, maar de Palov begint al aardig te geuren. Terwijl ze vlug even in de pot roert, moet ze nog één ding kwijt: ‘ik hou van Uzbekistan, maar België heeft mijn hart gestolen. Zo’n fantastisch landje, zo rijk, en zo’n beminnelijke mensen’ en ze knipoogt naar de geduldig wachtende Jozef. ‘Had ik je niet verwittigd dat mijn vrouwtje véél te vertellen had?’ JPD 27