Views
1 week ago

De belevenissen in Eigenbilzen van 1880 tot 1940 definitief

26 januari 1935, de

26 januari 1935, de werken aan het Albertkanaal vorderen goed. Het eerste stuk is bijna gereed ongeveer een lengte van 1.600 meter. Op 9 februari 1935 vestigde zich Lambertine Swennen als haarkapster voor dames in café “Vredesboom” op het dorpsplein. Deze week op 24 juli 1935 is men begonnen met de verbouwingswerken aan de kerktoren. Hij werd opgetrokken in silex en mergelsteen, met een verhoging van 20 meter. De tegenwoordige toren bestaat uit de oude toren, een verhoging van twee verdiepingen en een nieuwe spits. Het is een vierhoekig voetstuk waarvan de breedte 8,40 m. bedraagt en de diepte 6,20 m. De muren hebben een dikte van 1,50 m. Ze bestaan uit vier delen van 4 a 5 m. hoogte, gescheiden door een laag arduinstenen. Het onderste deel alleen is bezet met onregelmatige en ruwe granietstenen. De gebruikte mortel bestond uit zand en geleste kalk, gemengd met roggemeel, zodat de specie uiterst hard geworden, nu bijna 10 eeuwen aan de tand des tijds, zoals men vroeger zei, weerstand heeft geboden. Volgens de overlevering werd de toren opgericht door Teutonische soldaten die hun verblijf hadden op het kasteel van Jonckholt. De bedoeling was de bevolking een schuil – en verweer plaats te bieden tegen roversbendes en ronddolende huurlingen. Men kon alleen in de toren geraken langs de smalle stevige deur die zich bevond in de muur naar het oosten gericht. Het is ook tegen deze muur dat in de volgende eeuwen de verschillende kerken werden gebouwd. De ingangdeur kon van binneuit stevig afgegrendeld worden. De Hartenberg werd gekozen om een vestigingstoren te bouwen omdat ze de meest verheven plaats was. De voet van de torendorpel ligt op 87,40 m. boven de zeespiegel. Vergelijken we het hoogtepunt van onze kerktoren met de hoogtepunten van de omliggende gemeenten in hoogte en afstand van de Hartenberg. Mopertingen 89,65 m. en 1,5 km. Munsterbilzen 49,00 m. en 4 km. Hoelbeek 64,91 m. en 1,0 km. Lanaken 70,17 m. en 7,5 km. Gellik 92,00 m. en 3,0 km. Rosmeer 110,00 m. en 3,5 km. Waltwilder 92,18 m. en 2,5 km Zutendaal 86,90 m. en 7,0 km. Bilzen 55,00 m. en 4,0 km. De toren in die tijd bezat geen spits, heel waarschijnlijk was hij voorzien van een gewoon dak om hem tegen weer en wind te beschutten. Zo heeft de toren een paar eeuwen de wacht gehouden over de enkele schamele hutten en lage woningen, bestaande uit lemen muren en strooien daken. De totale hoogte van onze toren bedraagt nu 45 meter. Bij deze werken werd de oude spits van de toren afgebroken en ook de windhaan werd van zij sokkel genomen. Bij een gesprek van Th. Lathouwers met deze haan die daar op de grond lag, kwam er al het nieuws uit Eigenbilzen in rijmen te voorschijn als volgt: De oude toren is niet meer! Zijn kap werd afgebroken, De voet verhoogd, een nieuwe spits is er nu opgestoken. Het ijzeren kruis is afgedaan door kloeke Hoeselaren, Het stond daar hoog, met kop’ren haan, ruim eenenvijftig jaren. En ’t gleed heel zacht langs de leien af, tot onder op de graven. Dien avond in den maneschijn ging ik den haan bekijken, Hij lag op het kerkhof uitgestekt, beweegloos als de lijken. Zeg kameraad, sprak ik hem aan, is u dat thans geen wonder? 140

G’ hebt altijd zo hoog gestaan, en nu ligt gij hier onder! De haan, hij sprak: och beste man, gun mij nu hier wat vrede, Ik draaide vijftig jaren lang met alle winden mede. U kende ik, als kleine knaap, gij diendet nog de misse, Gij weet hoe ik wierd op ’t kruis gezet, bij smid – Pie in zijn smisse. Dan op een donderdag voor de noen, na smeden en na boren, Hebben zij het kruis en mij omhoog gehesen, op den herstelden toren. Dan ben ik met het zware kruis, op den scherpe spits geheven, Zo is de toen vernieuwde toren, vijftig jaar gespaard gebleven! Mijn voorzaat werd in as gelegd, bij onweer en bij donder, Het hemels vuur trof kap en kruis, en plofte ’t al naar onder! Dan zijn kap en kruis hersteld, ik ben er op gekomen, een donderroede boven mijn hoofd, nu viel niet meer te schromen. Zo heb ik daar die vijftig jaar, ’t is een manier van ’t spreken, vanaf die scherpe torenspits, het volk hier uitgekeken. ‘k heb veel gezien en veel gehoord, die halve eeuw lang, Doch denk niet, beste kameraad, dat ‘k al aan het klokzeel hang! ‘k heb veel beleefd vervolgd de haan, je mag ’t onderlijnen, ‘k zal velen komen, velen gaan, verschijnen en verdwijnen. De vogels schaarden zich rond ‘t kruis, terwijl zij ’t nieuws vertelden, en stierf er iemand, oud of jong, de klokken die het melden. Ik kweet me steeds van mijne plicht, niets anders kon mij baten, ik zwenkte links, ik zwenkte rechts en liet de mensen praten. Het volk eiste veel van mij, riep steeds op wind uit het zuiden, en als de koster zich versliep, dan zou hij mij doen luiden. Men lasterde mij gedurig aan, door achterklap en logen, en had ik hier niet, zo vast gestaan, lang zou ik zijn afgevlogen. Bij kermis, festival, stond men heel vroeg te gapen, van waar de wind kwam, wat voor weer, als had ‘k het weer geschapen. En wees ik goed, en kwam niet uit, dan viel het volk aan ’t vloeken, hij draait verdomme, niet meer rond, klonk het uit alle hoeken. Ik hield me thans op mijn stuk, en buiten de politiek, mijn naam getrouw en bovenal, van kop tot teen katholiek. Hier waren vroeger blauw en rooi, allemaal katholieken, bij kiestijd ging ’t er heftig op twee dorpspolitieken. Doch eens de kiezing achter de rug, dan waren de leiders vrinden, Men kon ze samen, zij aan zij, op feest en kermis vinden. Ik wijs ter loops ons volk hier op, iets wat slechts is geweten, de grote honden ondereen, hebben zich nog nooit gebeten. Ik zag heel graag hier Recht door Zee, tegen Aurora had ik geen bezwaren, twee muzieken, die katholiek, in ’t zelfde schip niet varen. Aan alleman wees ik trouw de wind, bij zomer, winter, lente, elders gaat ’t steeds om geld, ik diende zonder centen. De oorlog kwam, en daar de Pruis, ik zag hoe ze zich vormde, ons, volk, vol angst, sloeg op de vlucht, als zij hier binnen stormden. Ik zag die kerels aan de gang, dat waren geen bagatellen, ik zal u eenmaal, vroeg of laat, hun inval hier vertellen. De oorlog om, ’t werd volop feest, men luidde al de klokken, dicht bij mij stak de driekleur uit, de Pruis was toch vertrokken. Ik ben geen Waalsche maar Vlaamsche haan, dat moet ‘k nog proclameren, en nooit geen Waal, hoe lips hij is, zal zonder zeep mij scheren. 141

Definitief februari 2013 - R.K. Parochie St. Joris
Reglement definitief 12 september 2011 - Lumenchristi.nl
Definitief oktober 2012 - R.K. Parochie St. Joris
Definitief mei 2013 - R.K. Parochie St. Joris
augustus-september - Meet- en Regeltechniek
De vakantiekrant van Zwitserland zomer-herfst 2010 - Clarezia
Brochure CC Kapellen augustus 2012 - juni 2013 - Gemeente ...
2e JAARGANG - nummer 6 van 23 augustus t/m 3 oktober 2008
Vitamientje Ten Oudenvoorde oktober 2016
TIJDINGEN nr. 83 juli - augustus - september 03 2012 - VMl
Oranje Fonds Bericht 33, augustus 2009
Iedereen lid! Kinderen toegelatenEnkel voor 16 ... - Sodico
ZATERDAG 1 SEPTEMBER - Cursiefje
de Senior, juli - augustus - september 2012 - Ocura
Schoolgids 2012-2013 definitief - Ds. Van Maasschool
Rapport Nederlandse Wielersportmonitor (GfK-NTFU-BMB) definitief
Gaa - Protestantse Gemeente Zwolle
September 2007 - Uw Regio