AM Magazine 2 2017

arbeidenmilieu

Dossier 'Samen Energie Winnen'

Driemaandelijkse uitgave van Arbeid & Milieu vzw

jaargang 2017 - nr 2 - april - mei - juni - ISSN: 1377-3445

magazine

PB- PP

BELGIE(N) - BELGIQUE

Brussel 5, P209314

Afgiftekantoor: 1050 Brussel 5/ Afzender: A&M, Tweekerkenstraat 47, 1000 Brussel


AGENDA

in Am magazine #2 - 2017

Week van de mobiliteit 2017 (16 - 22 september)

Vaste waarden van de Week van de mobiliteit zijn de

Autoloze Zondag en het Autodeelsalon (17/9), Car

Free Day (21/9), Strapdag (22/9) en de FietsTelweek.

Meer info op www.weekvandemobiliteit.be

Boost je buurt (7 oktober)

Ben je bezorgd over de leefbaarheid van je gemeente?

Wil je je lokaal inzetten om je buurt aangenamer

en duurzamer te maken? Ontdek op zaterdag 7

oktober hoe je kan bijdragen aan jouw gemeente

voor de toekomst. Laat je inspireren door andere

burgerinitiatieven en kom te weten hoe je deze ook in

jouw buurt kan realiseren. Wissel ideeën en ervaringen

uit met anderen en stel je vragen aan experts die

rond de verschillende thema’s ondersteuning kunnen

bieden. Meer info op http://bit.ly/2rmGCDK

Vorming sociaal-economisch beleid (VOSEB)-

Universiteit Antwerpen (start op 20 oktober)

Deze opleiding wil vakbondsafgevaardigden sterken

in het overleg en de onderhandelingen met de

werkgevers. De opleiding wordt om de twee jaar

thematisch ingericht en bouwt verder op de vorming

binnen de vakbonden. De vakbonden bepalen samen

met academici het thema van de opleiding naargelang

de actualiteit en het sociaal belang. Het uitgangspunt

van de opleiding voor 2017-2018 en 2018 - 2019 is

“Sociale Rechtvaardigheid in een veranderde wereld:

Effecten van globalisering en digitalisering op arbeid.”

Meer info op http://bit.ly/2rdsN6v

In dit nummer

8

4

11

Meer info: http://www.coopkracht.org

Op zoek naar meer activiteiten?

Via onze digitale nieuwsbrief houden we

je op de hoogte van al onze activiteiten.

Inschrijven kan via http://tinyurl.com/

AMNieuwsbrief.

2 am magazine jaargang 2017 nr 2

3 Editoriaal

4 Samen energie winnen?

Een jaar lang zetten 21 energieteams

in evenveel kantoorgebouwen

zich in om zoveel mogelijk energie

te besparen. Door in te zetten op

gedragsverandering werden mooie

resultaten bereikt.

8 Werknemers Lineas lanceren ecodriving

voor goederenvervoer

Ook op het spoor is energiebesparing

mogelijk. Enkele werknemers

van Lineas startten een aantal jaren

terug een ecodrivingproject, dat

ondertussen opgeschaald werd tot

een module in de basisopleiding toe.

Hun boeiende verhaal lees je hier.

11 ON Semiconductor: energie besparen

in een hoogtechnologisch

bedrijf

Een gesprek met Marc Dierickx

(general manager) en Valentine De

Weirt (ingenieur milieu, gezondheid

en veiligheid) van ON Semiconductor

van België, over hun inzet om

energie te besparen en hoe ze hierbij

werknemers betrekken.

14 Transitie naar een koolstofarme

haven van Antwerpen

De emissies van de bedrijven in de

Antwerpse haven zijn goed voor

een kwart van de uitstoot van

de provincie. Met de ambitieuze

klimaatdoelstellingen in het achterhoofd

zullen ook deze koolstofintensieve

activiteiten hun uitstoot

drastisch moeten beperken. In dit

artikel worden een aantal inzichten

gedeeld uit een recente studie van

het Europees Vakverbond over hoe

dat kan zonder de bijbehorende

werkgelegenheid te verliezen.


EDITORIAAL

COLOFON

Beste lezer,

Sinds juni ben ik aan de slag als coördinator van Arbeid & Milieu. Het is een eer om deze

organisatie, die dit jaar 30 jaar bestaat, te mogen coördineren. Ik ben dankbaar voor het

mooie werk van mijn voorganger Inge, die prachtig werk leverde, en nu terug in Nederland

woont en werkt. We leven in een onzekere periode. De VS verwerpt het klimaatakkoord

van Parijs. President Trump wil terug meer investeren in fossiele brandstoffen en zelfs

oude koolmijnen terug openen. Met de belofte om extra jobs te creëren, maar is dit wel

zo? Het ontginnen van deze fossiele grondstoffen zal gebeuren door geautomatiseerde

graafmachines, en zal dus praktisch geen nieuwe tewerkstelling creëren. Correcte informatie

en vorming is essentieel in tijden van ‘Fake News’. Anderzijds worden de gevolgen van

de klimaatcrisis steeds duidelijker zichtbaar. Het Great Barrier Reef, het grote koraalrif

aan de oostkust van Australië blijkt reeds onherstelbaar beschadigd. De uitdaging is

immens, ook in Vlaanderen. Na 30 jaar is onze organisatie meer dan ooit nodig.

Vol energie en met een ambitieus beleidsplan willen we als organisatie meebouwen

aan een toekomstbestendige economie waarin de grenzen en draagkracht van

de aarde en de fundamenten van een rechtvaardige samenleving ten volle worden

gerespecteerd. Als organisatie willen we samen met de drie grote vakbonden en

de milieubeweging deze transitie versnellen. Niet enkel van bovenaf, maar evenzeer

van onderuit. We geloven dat deze omslag naar een rechtvaardige en groene

samenleving vlugger en duurzaam zal zijn als alle deelnemers in deze maatschappij

hierbij betrokken worden. Ons project ‘Save@work’ is hier een mooi voorbeeld van.

Met deze campagne, die plaatsvond in negen landen ondersteunden we (lokale)

overheden om hun energieverbruik te verminderen en zo een bijdrage te leveren aan

de strijd tegen de uitstoot van broeikasgassen. Essentieel hierbij was de medewerking en

participatie van het eigen personeel. In dit magazine lees je het opzet en de resultaten.

In onze organisatie maken we ook keuzes. In het kader van de campagne “Bankroute.be”

besloten we om zelf het heft in handen te nemen en van bank te veranderen. De vier grote

banken (BNP Paribas, ING, KBC en Belfius) investeren nog steeds meer dan 40 miljard

euro in fossiele brandstoffen. Vanaf nu werken wij alvast met de duurzame bank Triodos.

We hopen jullie te mogen inspireren en motiveren om

mee de handen uit de mouwen te steken!

AM magazine is een driemaandelijkse

uitgave van Arbeid & Milieu vzw.

Tweekerkenstraat 47 - 1000 Brussel

Tel +32 (0)2 325 35 01

info@a-m.be, www.a-m.be

Het secretariaat van Arbeid & Milieu vzw

is op alle gewone werkdagen

van 9u tot 17u bereikbaar.

Redactie:

Tweekerkenstraat 47 - 1000 Brussel

Druk: De Wrikker

Lay-out: bigtrees.

Arbeid & Milieu magazine is een

initiatief van Arbeid & Milieuvzw. Arbeid &

Milieu vzw is een

samenwerkingsverband waarin de

arbeidersbeweging en de milieubeweging

paritair vertegenwoordigd zijn.

De arbeidersbeweging is momenteel

vertegenwoordigd door het ABVV,

ACV en ACLVB. De milieubeweging

wordt vertegenwoordigd door de

Bond Beter Leefmilieu.

A&M magazine biedt, aan de hand van

reportages, interviews, achtergrondartikels

enpraktische tips, informatie over thema’s die

zich situeren op het raakvlak tussen arbeid

en milieu. Om de band tussen arbeid en

milieu aan te tonen en te bevorderen.

Want wij denken dat het absoluut

noodzakelijk is om sociaal en ecologisch

welzijn met elkaar te verzoenen. Zonder

dat geen duurzame ontwikkeling.

Een jaarabonnement op AM Magazine kost

€ 17,50. U kunt zich abonneren door dit

bedrag te storten op het rekeningnummer

Triodos BE35 5230 8087 4837, met

vermelding ‘Abonnement 2017’. Geef ons

ook je exacte adres en contactgegevens door

via mail of telefoon en laat weten of je een

factuur wenst.

Geïnteresseerd in een proefnummer van

A&M magazine? Contacteer ons op tel:

+32 (0)2 325 35 01 of info@a-m.be

Redactieraad:

Thijs Calu, Bert De Wel, Dominique

Kiekens, Brecht Van Roey, Fredrik

Snoeck, Nik Meeusen, Pieter Verbeek,

Emma Denorme, Vanya Verschoore en

Anneleen Demey.

VU: Vanya Verschoore

Tweekerkenstraat 47 - 1000 Brussel

Vanya Verschoore

Coördinator Arbeid & Milieu

AM Magazine wordt gedrukt op gerecycleerd

papier. Het tijdschrift wordt gedrukt met

vegetale inkten en zonder toevoeging

van alcohol of alcohol vervangende

producten.

De redactie is niet gebonden door de

inhoud van de genomen advertenties.

Mits voorafgaande toestemming mogen

artikels overgenomen worden. Dit kanalleen

maar de betere verspreiding van milieuinformatie

in al zijn facetten ten goede

komen.

am magazine jaargang 2017 nr 2

3


Samen energie winnen?

Met de campagne Save@work bespaarden 21 Belgische energieteams en bijna

2.000 werknemers samen energie in de overheidsgebouwen waar ze werken. De

werknemers deden dit door een jaar lang in te zetten op gedragsverandering. Ze

realiseerden hiermee een totale besparing van meer dan 776 000 kWh 1 . Dat is

twee keer het jaarverbruik van het stadhuis van Diest, met 74 werknemers.

Aanpak Save@work

Arbeid & Milieu ondersteunde de energieteams met

diverse tools om samen energie te besparen:

Begeleiding bij het samenstellen van

de energieteams

Een energiecheck

in het gebouw

Workshops voor de energieteams

over energieverbruik, klimaatverandering

en gedragsverandering

Begeleiding bij het opstellen en

uitvoeren van een actieplan

Campagnemateriaal

Energietips die u en uw collega’s

helpen om energie te besparen

Een online tool om het

energieverbruik te monitoren

De Green Clicks tool

Een startpakket met diverse eenvoudige

instrumenten om energievebruik te

meten en verminderen, waaronder een

energiemeter

1 De energiebesparing is gebaseerd op het verschil in energiegebruik ten opzichte van voorgaande jaren

4 am magazine jaargang 2017 nr 2


Waarom energie besparen?

Van handleiding tot ‘liftvrije’ weken

Via het Burgemeestersconvenant engageren steden en gemeenten

wereldwijd zich vrijwillig om mee de klimaatdoelstellingen te

bereiken. Gebouwen zijn echte energievreters, in Europa zijn ze

verantwoordelijk voor 40% van het totale energieverbruik. Voor veel

organisaties is het, na de loonkost, de tweede grootste uitgavenpost.

Het energieverbruik in overheidsgebouwen verminderen is dus één

van de manieren om minder CO 2

uit te stoten. Dat dit ook kan via

gedragsverandering, heeft Save@work nogmaals bewezen.

De energieteams: motoren van energiebesparing

De teams organiseerden doorheen het jaar ook activiteiten. Zo waren

er wedstrijden tussen de diensten onderling, verspreidden de teams

een handleiding over energiezuinige instellingen en organiseerden ze

stappenclashes en liftvrije weken.

Aan de hand van een energiechecklist brachten de energieteams de

energieslurpers in het gebouw in kaart en detecteerden ze enkele

quick wins, zoals het installeren van LED lampen, het uitdraaien van

overbodige lampen en het installeren van timers op bijvoorbeeld de

koeling van de waterfonteintjes.

De energieteams gingen soms heel creatief aan de slag om deze

Europese campagne te vertalen naar een campagne op maat

van hun gebouw. Zoals het energieteam van Diest dat om hun

collega’s te betrekken een mooi filmpje maakte: http://tinyurl.com/

saveatworkdiest.

Wie zijn de winnaars?

De 21 deelnemende kantoren stelden begin 2016 elk een

energieteam samen waarin medewerkers uit verschillende diensten

samengebracht werden. Op de startworkshop maakten de teams

kennis met de campagne: waarom is het zo belangrijk om energie

te besparen en hoe kan je de collega’s meenemen in dit verhaal? We

weten allemaal dat het opgeheven vingertje weinig zoden aan de dijk

brengt. Bovendien heeft energieverspilling op kantoor ook vaak te

maken met onwetendheid. Dus gingen de teams zo creatief mogelijk

aan de slag om hun collega’s te informeren. Het is verbazingwekkend

hoeveel energie bespaard kan worden met kleine acties, zoals het

‘s avonds volledig uitzetten van de computers én de schermen. Ook

voor heel wat andere zaken gaven de teams energietips. Ze bereikten

hun collega’s zowel door hen aan te spreken, als via mail, affiches en

acties. Het energieteam van Tremelo was hierin zeer innovatief:

Een jaar lang hielden de teams het maandelijks energieverbruik bij

(gas of stookolie en elektriciteit). Dit vergeleken we met het verbruik

tijdens een referentieperiode van drie jaar. Het gemeentehuis van

Zemst realiseerde de grootste besparing. Het energieteam en de

werknemers zorgden samen voor een daling van maar liefst 25 % ten

opzicht van de referentieperiode. De stad Diest kreeg de prijs voor het

voeren van de beste campagne.

Maar er is méér. Het samen energie besparen resulteert in alle

gebouwen in een blijvende kostenbesparing en draagt bij aan het

verwezenlijken van klimaatdoelstellingen. Daarnaast draagt de

campagne door haar dienstoverschrijdende werking bij aan een

positieve werksfeer. Doordat iedereen vanuit zijn of haar functie

relevante kennis en ervaring inbrengt, verhoogt de betrokkenheid

van de werknemers en het nodige draagvlak voor een intern

duurzaamheidsbeleid.

Heel wat deelnemers zijn enthousiast over de positieve werksfeer

die de campagne met zich meebracht. De energieteamleden

apprecieerden het om met collega’s rond een dienstoverschrijdend

thema te kunnen werken: “ik vond het leuk om het enthousiasme te

zien van de andere teamleden en te weten dat je medestanders hebt”.

“Wij laten wekelijks een ‘pop-up’ boodschap verschijnen

op alle computers in het gemeentehuis. De pop-up is

steeds een energietip, waarbij we gebruik maken van

opvallende afbeeldingen waarmee we de boodschap

ludiek en aantrekkelijk maken. Door regelmatig met

bewegende beelden en/of flashy kleuren te werken,

zorgden we dat onze collega’s net iets langer naar de

boodschap keken, dan dat dit het geval zou zijn bij een

zwart tekst op een witte achtergrond…..”.

Uit de bevraging van de deelnemers blijkt dat zij de campagne over

het algemeen heel hard apprecieerden, onder andere omwille van de

ludieke acties en positieve aanpak: “Je wordt niet aangesproken als je

computer ‘s avonds nog aan staat maar de collega’s die hun computer

wel hebben uitgezet worden de volgende ochtend verrast met een

kleine attentie, bijvoorbeeld een chocolaatje op hun bureau, om hen te

bedanken”, getuigt één van de deelnemers.

Copyright: Arbeid & Milieu

De gemeenten Zemst, Diest en Liedekerke kwamen

als Belgische winnaars uit de bus.

am magazine jaargang 2017 nr 2

5


ZEMST

“In Zemst startten we de campagne met een

mysterieuze boodschap van het “Energy Hackers

Collective” die op de computerschermen van

alle collega’s verscheen. Doorheen het jaar

hebben we enkele kleine technische maatregelen

doorgevoerd zoals het plaatsen van timers, het

optimaliseren van de verwarmingsinstallatie en

het uitdraaien van overbodige lampen. Daarnaast

ging het energieteam zeer enthousiast aan de

slag om regelmatig de verwarming en airco,

waar nodig, uit te zetten”, getuigt de fiere

energieteamleider van het winnende gebouw in

Zemst.

DIEST

Het energieteam van Diest maakte niet alleen

indruk met hun lanceringsfilmpje. Ze hebben een

jaar lang hun collega’s getriggerd om energie te

besparen. Ze lanceerden een wegomleiding aan

de lift en hingen affiches op met de slogan “Deze

lift heeft 30 sec. vertraging, met de TRAP ben je

SNELLER”. Enkele collega’s waren zeer gedreven

en maakten wekelijks afspraken rond het aanen

uitzetten van de verwarmingsinstallatie.

Tenslotte ontwierpen ze ook een ‘energieke’

wisselbeker, gemaakt uit oude lampen en kranen

waarmee ze hun collega’s in de bloemetjes

zetten.

“Drie jaar geleden probeerde ik een

dergelijke actie rond energiebesparing

te organiseren. Het was toen niet

simpel om op m’n eentje alles uit te

zoeken en organiseren. De steun van

het energieteam en van Arbeid & Milieu

waren cruciaal om de campagne

deze keer te doen slagen!” - energieteamleider

van stad Diest, winnaar

beste campagne.

6 am magazine jaargang 2017 nr 2


En thuis?

Energiezuinig gedrag kent geen grenzen: gewoontes van op het

werk kan je ook thuis toepassen. Uit de bevraging bij de deelnemers

aan Save@work gaf 53% aan dat de campagne hen inspireerde om

ook thuis in te zetten op energiebesparing. Dit verhoogt de impact

van het project en is uiteraard ook interessant voor hun eigen

portemonnee.

Innovatie en gedragsverandering gaan hand in

hand

Inzetten op gedragsverandering in kantoorgebouwen is slechts één

van de vele vereiste maatregelen om onze CO 2

-uitstoot drastisch

te doen dalen. Ook structurele veranderingen zoals goede isolatie

en het investeren in hernieuwbare energie zijn noodzakelijk. Maar

het project Save@work toont aan dat we - naast de noodzakelijke

technologische innovatie en procesoptimalisatie - de rol van

medewerkers in het terugdringen van energieverbruik niet mogen

onderschatten.

Hoe moet het verder?

We weten dat één jaar campagne niet volstaat als je wil inzetten op

(blijvende) gedragsverandering. Via hun toekomstplan hebben 16

van de 21 teams zich geëngageerd om komende jaren de werking

van het energieteam verder te zetten en soms zelfs uit te breiden

(andere samenstelling, andere kantoren, andere thema’s). Het

energieteam van Liedekerke ontving de prijs ‘beste toekomstplan’.

De energieteams die mooie resultaten boekten zijn hiermee ook

een geloofwaardige gesprekspartner geworden voor hun bestuur.

Wie weet worden zij zo ook de motor van meer structurele

aanpassingen aan het gebouw?

Emma Denorme,

educatief medewerker Arbeid & Milieu & projectleider Save@work

Snoei in energie, niet in jobs

Vind je energie op het werk ook een belangrijk thema?

Ga dan aan de slag en laat je hiervoor inspireren door

onze campagne.

Tips:

• Zoek enkele collega’s om dit samen aan te pakken.

• Lees onze energietips en enkele korte verslagen

van concrete acties in de deelnemende gebouwen.

Raadpleegbaar via www.samenenergiewinnen.be

• Start met een energiechecklist voor jouw

bedrijf, ga hiervoor naar http://www.

voetafdrukduurzaamondernemen.be of vraag een

checklist op bij A&M (indien kantoorgebouw)

• Meten is weten: vraag na of het energieverbruik

wordt geregistreerd. Je kan voor registratie beroep

doen op tools zoals www.energie-ID.be

Save@work

De Europese campagne én wedstrijd Save@work liep

van maart 2016 tot februari 2017 en vond plaats in 176

gebouwen verspreid over negen landen. Samen goed

voor meer dan 17.000 werknemers.

Arbeid & Milieu is de Belgische partner en ging

samen met de provincie Vlaams-Brabant op zoek naar

kantoorgebouwen van lokale besturen. Het Provinciehuis

zelf deed ook mee en in totaal gingen er 18 lokale

besturen uit de provincie de uitdaging aan om zo veel

mogelijk energie te winnen via gedragsverandering

(Aarschot, Asse, Beersel, Boutersem (gemeentehuis én

OCMW), Diest, Glabbeek (OCMW), Haacht (OCMW),

Halle, Kampenhout, Keerbergen, Landen, Lennik,

Leuven, Liedekerke, Opwijk, Tremelo, Vilvoorde en Zemst

(gemeentehuis én OCMW).

Neem een kijkje op onze campagnewebsite:

www.saveatwork.be.

Geef ons zeker een seintje als je zelf een energieteam wil

opzetten.

am magazine jaargang 2017 nr 2

7


Werknemers Lineas lanceren ecodriving voor

goederenvervoer

In 2009 startten David Delpire en Laurent Joseph met zes collega’s in het depot van Monceau een wedstrijd

om zo energiezuinig mogelijk te rijden met diesellocomotieven. Ondertussen is de wedstrijd uitgegroeid tot

een project dat alle 500 bestuurders van Lineas aanzet tot ecodriving. Als kroon op het werk werd het project

in 2016 als laureaat opgenomen in de Belgische Environment & Energy Awards.

Een interview met Matthias Sterckx (projectmanager) en David & Laurent, (instructeurs en voormalige

treinbestuurders).

A&M: Jullie organiseerden een wedstrijd onder elkaar in

jullie kleine team van acht treinbestuurders in Monceau.

Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

David Delpire

“In de periode voor onze wedstrijd

verbruikte de trein gemiddeld

3200 liter brandstof per rit. Na

de wedstrijd was dat gedaald tot

gemiddeld 2600 liter.”

Laurent Joseph: “In 2009 lanceerden David en ik een wedstrijd onder

onze collega bestuurders om per treinrit zo weinig mogelijk energie

te verbruiken. Het traject is voor iedereen gelijk: we vertrekken met

een lege goederentrein in Monceau, laden de trein in de steengroeve

in Yves-Gommezée en vervoeren de goederen naar de kalkoven in

Millingen (Duitsland). Heen en terug is dat een rit van 560 km, telkens

met hetzelfde tonnage en een vaste tankplaats en -tijdstip. Dat maakt de

ritten perfect onderling vergelijkbaar.”

David Delpire: “In die periode reden we enkel nog met diesellocomotieven

omdat een elektrische bovenleiding op bepaalde stukken ontbrak. Elke

trein werd door twee locomotieven voortgetrokken. De wedstrijd was

geen verplichting, maar doordat we niet alleen collega’s, maar ook een

team van vrienden zijn, kon iedereen zich er wel in vinden. We deden

het vooral voor de ‘funfactor’, de competitie tussen collega’s. Maar het

resultaat mocht er zijn: in de periode voor de wedstrijd verbruikte de

trein gemiddeld 3200 liter brandstof per rit. Na de wedstrijd zaten we

gemiddeld op 2600 liter, met een record van 2324 liter!”

A&M: Hoe hebben jullie die besparing gerealiseerd?

David Delpire: “In de periode voor onze wedstrijd verbruikte de trein gemiddeld

3200 liter brandstof per rit. Na de wedstrijd was dat gedaald tot gemiddeld 2600

liter.”

David: “Elke bestuurder hield dit in het begin geheim, maar na een

aantal maanden hebben we onze tips onderling gedeeld. Hieruit

haalden we enkele basisprincipes: we proberen zo weinig mogelijk

tractie te gebruiken. We bestuderen op voorhand het reliëf en laten ons

uitbollen in de afdaling en geven net voor de top van de heuvel terug

tractie. Een ander principe is om zoveel mogelijk rekening te houden

met de seinen om zo te vermijden dat we moeten stoppen. Dat doen

we onder andere door rekening te houden met de dienstregeling van

andere goederen- en personentransporten en de rijsnelheid hieraan aan

te passen. Hierdoor moeten we minder stoppen en terug optrekken en

vermijden we wachttijden. Bijkomend voordeel: hoe minder vaak je een

1 Signal Passed at Danger (seinoverschrijding)

8 am magazine jaargang 2017 nr 2


ood sein passeert, hoe kleiner het risico om een zogenaamde

SPAD 1 te doen: het negeren van een rood sein.”

A&M: Hoe wisten jullie dit project uit te breiden?

Matthias Sterckx: “In 2011 werd het diesel traject vervangen

door een elektrisch traject en in 2014 besliste het management

om energiemeters te plaatsen op de meest recente elektrische

locomotieven, ongeveer de helft van het totale aantal

locomotieven.”

Laurent: “We lazen in de bedrijfskrant dat die energiemeters

geplaatst waren maar konden zelf niet aan de gegevens. Op

een nieuwjaarsfeest in 2015, hebben we toegang tot het

internetportaal gevraagd en gekregen van onze COO Rik Vos.”

David: “Op dat moment hadden we terug alle tools in handen

om ons project nieuw leven in te blazen en uit te breiden naar

elektrische locomotieven. Van februari tot april 2015 hebben we

met de drie meest gemotiveerden uit ons team in Monceau aan

ecodriving gedaan met de elektrische locomotieven. De rest van

de ploeg reed zoals anders, om de vergelijking te kunnen maken.

Vanaf april paste de ganse groep de principes van ecodriving toe.

Op het eind van het jaar stelden we vast dat we met ons team via

ecodriving ongeveer 30% minder verbruikten ten opzichte van de

situatie in het begin van het jaar.”

Laurent: “Een bestuurder die niet aan ecodriving doet stuurt

slechts 4-5% elektriciteit terug naar de bovenleiding via de

elektrische rem. Bij ecodriving stijgt dat makkelijk tot 10 – 15%.

Bijkomend voordeel van een elektrische rem is dat we de rem van

de wagons niet moeten gebruiken wat zorgt voor minder slijtage

aan de sporen en de wagons.”

Matthias: “Ten opzichte van 2015 zitten we, over gans België,

aan een besparing van 12% op ons gemeten verbruik. Op een

totaalverbruik van 135 Gigawattuur in België is dat uiteraard

een grote besparing. En maandelijks zien we de besparing nog

verbeteren.”

Laurent: “In oktober 2015 hebben we ons project voorgesteld

bij Infrabel, omdat de slaagkans van het project ook afhangt van

hun communicatie. Daar zitten zeker nog wat uitdagingen, maar

verbetervoorstellen worden niet altijd opgepikt. Momenteel zijn

we bijvoorbeeld aan het onderhandelen om adviessnelheden

van hen te verkrijgen. Vandaag moeten de bestuurders het enkel

stellen met een tijdstip en locatie, maar zonder adviessnelheid is

het soms moeilijk in te schatten hoe snel we moeten rijden om

op tijd op onze locatie aan te komen. In Nederland wordt wel met

adviessnelheden gewerkt en hierdoor verloopt alles veel stipter.”

Matthias: “In Nederland en Duitsland wordt real-time

communicatie met de bestuurder voorzien om hem over

bepaalde wijzigingen op het traject te informeren, zodanig dat

hij zijn snelheid kan aanpassen. Deze vorm van samenwerking

en communicatie willen we graag ook opstarten met Infrabel.”

A&M: Tot in 2015 beperkte het project zich tot de

bestuurders van Monceau. Hoe hebben jullie het

project opgeschaald?

David: “Met de hulp van Matthias.”

Matthias: “Sinds januari 2016 ben ik als project manager mee

in het project gestapt met de bedoeling om het initiatief uit te

Lineas

Activiteit:

Lineas - het vroegere B Logistics - is een

privébedrijf dat instaat voor ongeveer 80% van

het goederenvervoer over het spoor in België en

met als missie het realiseren van een modal shift

naar het spoor.

Aantal werknemers:

+/- 1900. Waaronder een 500-tal

treinbestuurders. De rest van het personeel

bestaat voornamelijk uit grondpersoneel

(stationsmedewerkers), mensen werkzaam op de

hoofdzetel of in aparte filialen (o.a. in Frankrijk,

Nederland, Duitsland en Italië).

https://lineas.net

am magazine jaargang 2017 nr 2

9


eiden naar de andere depots. Ik ben een paar keer meegereden

met Laurent en David in zowel elektrische als diesellocomotieven.

Zo zag ik wat ecodriving in de praktijk betekent en waarmee een

treinbestuurder allemaal rekening moet houden. Samen hebben

we twee brochures ontworpen met tips en tricks en praktische

voorbeelden die duidelijk maken wat de besparing precies

betekent. We startten tegelijkertijd met een pilootproject in

Antwerpen en Aken, om na te gaan of het principe van ecodriving

ook werkt in andere streken. Dat project werd opgestart met een

twintigtal bestuurders die vrijwillig deelnamen. Aan de hand van

die tests hebben we de principes van ecodriving verder verfijnd.

“Door onze eerdere initiatieven

uit te breiden met een

pilootproject in Antwerpen

en Aken, gingen we na of het

principe van ecodriving ook

zijn vruchten zou afwerpen in

andere streken.”

Daarnaast hebben we de opvolging van de resultaten verbeterd: de

energiegegevens van de treinen worden nu automatisch gekoppeld

aan de gegevens van de bestuurder (en met welke trein hij die dag

reed, welk tonnage hij vervoerde, …) die ze dagelijks zelf ingeven

op hun tablet. Op basis van deze gegevens krijgt elke bestuurder

wekelijks een mailtje met een overzicht van zijn energieverbruik

per treinrit.”

A&M: De inspanning die jullie deden is heel groot.

Kregen jullie hier ook iets voor terug vanuit Lineas?

Matthias: “Op dit moment nog niet, maar we spelen met het idee

om groepspremies te kunnen aanbieden, zodat een stuk van de

inspanning van de bestuurders terugvloeit naar het team. We

wachten nog op een aantal IT-toepassingen die hiervoor ontwikkeld

moeten worden. Met de premie zou men dan een groepsactiviteit

kunnen organiseren of iets kopen voor in hun depot.”

David: “Als trekkers en bedenkers van het project deden we veel

in onze vrije tijd. Hiervoor worden we wel onrechtstreeks vergoed:

we worden op diverse plaatsen uitgenodigd om het project toe

te lichten. Zo waren we onlangs in Parijs waar we het project

toelichtten bij het UIC 2 .”

“Ecodriving is ondertussen

een module geworden in

de basisopleiding”

Matthias: “Bij dit soort aangelegenheden gaat er veel aandacht

naar innovatieve en dure tools, zoals onderzoek naar zelfrijdende

treinen, maar David en Laurent tonen in hun presentaties steeds

de meerwaarde van de bestuurder. Diens inzichten en motivatie

kan je niet zomaar vervangen door een robot of machine en dat

blijkt zeker in dergelijke projecten een toegevoegde waarde te zijn.”

A&M: Kreeg het pilootproject al een vervolg?

Matthias: “Ondertussen is elke bestuurder in elk depot op de

hoogte van ons project. We hebben ervoor kunnen zorgen dat

ecodriving ook een module geworden is in de basisopleiding en

hebben vooral heel veel ingezet op communicatie: zowel via onze

brochures, e-learnings en een filmpje, maar ook via het actief

aanspreken van personen. Vanwege het succes van het project is

ondertussen ook besloten om energiemeters te plaatsen op de rest

van onze elektrische vloot. De eerste testen hierrond beginnen

eind deze zomer”.

A&M: Kunnen jullie makkelijk iedereen betrekken bij

het project?

Matthias: “Dat is niet altijd makkelijk. Vooral voor door de wol

geverfde bestuurders die soms verkeerdelijk denken dat we hen

‘de les willen spellen’ terwijl ze al 20 jaar ervaring hebben. Maar

we wachten nog op enkele IT-ontwikkelingen die hen moeten

helpen overtuigen. Momenteel hebben we te weinig zicht op

het individuele verbruik per ton/km, maar daar komt binnenkort

verandering in. Zo kunnen bestuurders hun verbruik voor bepaalde

ritten nog makkelijker met elkaar vergelijken en kunnen ook

teams en depots met elkaar vergeleken worden. Het competitieve

element blijft aanstekelijk. We geloven erin dat dit nog een sterk

sensibiliserend effect kan hebben.”

A&M: Bedankt voor het gesprek en nog veel succes!

Interview:

Emma Denorme & Thijs Calu, educatief medewerkers A&M

2 Union internationale des chemins de fer - de Internationale Spoorwegunie (http://uic.org)

10 am magazine jaargang 2017 nr 2


ON Semiconductor: energie besparen in

een hoogtechnologisch bedrijf

In beleidsteksten wordt vaak het belang onderstreept van

energie-efficiëntie en van het verminderen van de uitstoot

van broeikasgassen. Maar hoe gaat het er in de praktijk

aan toe? Wat doen bedrijven op het vlak van energieinvesteringen

en productvernieuwing. En hoe worden

werknemers daarbij betrokken? Daarover hadden we

een gesprek met Marc Dierickx en Valentine De Weirt,

respectievelijk general manager en ingenieur milieu,

gezondheid en veiligheid bij ON Semiconductor België.

ON Semiconductor

Activiteit:

productie van chips die dienen in de

auto-industrie, de industrie en voor

communicatiedoeleinden

Aantal vestigingen:

twee in België (Oudenaarde en Mechelen)

Aantal werknemers:

+/- 30.000 (wereldwijd) - +/- 800 in België

A&M: Het bedrijf ON Semiconductor heeft vestigingen

over de hele wereld. Maar wat maakt het bedrijf nu

precies?

Marc Dierickx: “ON Semiconductor Oudenaarde is een onderdeel

van een grote internationale groep. Het bedrijf is in 1999 ontstaan

als een afsplitsing van de Amerikaanse GSM-fabrikant Motorola.

De groep maakt jaarlijks ongeveer 70 miljard chips. Wat we niet

maken zijn high-end microprocessoren- of geheugenchips. Onze

chips worden gebruikt voor een brede waaier aan toepassingen in

de auto-industrie, de industrie en voor communicatiedoeleinden.

Denk aan beeldsensoren voor camera’s en ruimtevaartsatellieten,

chips voor sport- of gezondheidshorloges, enz.”

A&M: Hoeveel energie verbruikt de productievestiging in

Oudenaarde?

Valentine De Weirt: “95 procent van ons energieverbruik betreft

elektriciteit. De vestiging verbruikt ongeveer evenveel elektriciteit

als 16.000 gezinnen. Ongeveer 44 procent is nodig voor de

eigenlijke productie van halfgeleiders, 46 procent gaat naar

allerlei ondersteunende voorzieningen, de overige 10 procent

van het elektriciteitsverbruik is verbonden met de gebouwen,

zoals verlichting. Verder gebruiken we aardgas onder andere voor

luchtverversing, gebouwenverwarming en warmtebehandelingen.”

am magazine jaargang 2017 nr 2

11


Marc Dierickx (general manager) en Valentine De Weirt ingenieur milieu, gezondheid en veiligheid). Marc:

“ Wij maken chips voor een brede waaier aan toepassingen in de auto-industrie, de industrie en voor

communicatiedoeleinden. “

A&M: Hoe proberen jullie dat energieverbruik te

verminderen?

Marc: “We hebben een ‘green savings’-programma waarmee we

niet alleen het verbruik van energie, maar ook dat van water en

chemicaliën proberen te verminderen. We bekijken dit zowel op het

vlak van milieu, gezondheid als arbeidsveiligheid.

Energiebesparing is niet alleen een zaak voor de productieafdeling,

alle diensten moeten er werk van maken. Al voeren we uiteraard

alleen ingrepen door als ze zowel technisch als economisch

haalbaar zijn. We streven ernaar om steeds meer te produceren met

steeds minder elektriciteit. Dat moet wel, aangezien de gemiddelde

verkoopprijs van onze producten jaarlijks met ongeveer 5 procent

daalt. Onze producten worden verkocht over de hele wereld, zodat

we flink wat concurrentie hebben. We zijn dus voortdurend aan het

bekijken of we eenzelfde product - al dan niet in een andere vorm

- aan een goedkopere prijs kunnen maken. Ook miniaturisering -

het steeds kleiner maken van onze producten - speelt een rol, want

daardoor verbruiken we minder grondstoffen.”

A&M: Hoe ga je dan concreet te werk?

Valentine: “We traden toe tot het auditconvenant en tot zijn opvolger

- de energiebeleidsovereenkomst (EBO) 1 . Dankzij deze convenanten

hebben we ons beleid op het vlak van milieu, gezondheid en

veiligheid aangepast. In de periode van het auditconvenant keken

we vooral naar de ondersteunde nutsvoorzieningen, zoals sturing

van perslucht en de optimalisatie van verwarmingsketels. Met de

“Het werken met Gallium Nitride laat onder

andere toe om veel kleinere chips te maken

die veel minder koeling nodig hebben en

veel minder energie verbruiken.”

inwerkingtreding van de EBO hebben we onze blik verruimd, we

kijken nu ook naar de productieprocessen, we maken werk van

sensibilisering en betrokkenheid van medewerkers en volgen ons

energieverbruik ook meer in detail op.

Zoals het convenant en de EBO voorschrijven, lieten we het hele

bedrijf doorlichten op energieverbruik en besparingsmogelijkheden.

Dat gebeurde door externe specialisten, in samenwerking met

ons energieteam. Op basis daarvan stelden we een energieplan

op. We werken met lange- en kortetermijndoelstellingen voor de

vermindering van het elektriciteitsverbruik en voor de daling van

de uitstoot van broeikasgassen. Voor de periode 2008-2015 hadden

we ambitieuze doelstellingen, die we ruim gehaald hebben. In die

periode daalde het elektriciteitsverbruik met 31 procent. Dat is veel,

als je beseft dat we al twintig jaar werken met dezelfde productieinstallaties.

Het nieuwe plan voor de periode 2016-2020 is een stuk minder

ambitieus, want het wordt steeds moeilijker om energiebesparende

ingrepen te vinden. Voor de nieuwe planperiode mikken we op een

besparing van slechts 5 procent over een periode van 5 jaar.”

A&M: Zijn er dan geen mogelijkheden om meer energie te

besparen, bijvoorbeeld door het productieproces grondig

te herdenken of door andere producten te ontwerpen?

Marc: “Ja, dat zie je bijvoorbeeld bij de productie van “wafers”.

Wafers zijn schijven uit een halfgeleidermateriaal die de basis

vormen voor de productie van elektronica-chips. In sommige

van onze zusterbedrijven worden volledig nieuwe productielijnen

omgebouwd die wafers aan kunnen met een grotere diameter.

Daarmee kan een energiebesparing van 30% gerealiseerd worden.”

A&M: Plannen jullie dergelijke investeringen ook in de

Belgische vestigingen?

Marc: “Die kans is voorlopig klein: om een vernieuwde productielijn

te installeren moeten we minstens een derde van onze productie

1 EBO en zijn voorganger, het auditconvenant, zijn vrijwillige overeenkomsten die de Vlaamse overheid afsluit met bedrijven die veel energie verbruiken.

12 am magazine jaargang 2017 nr 2


stilleggen voor een periode van in totaal één jaar. Aangezien we

sinds 2009 onze volledige productiecapaciteit benutten, hebben we

niet de mogelijkheid om tijdelijk een deel van de productie stil te

leggen. Vooraleer de groep beslist tot een investering, vergelijkt ze

de energiekost en de loonkost in de verschillende vestigingen.

Om er voor te zorgen dat we concurrentieel blijven, plannen we

een omschakeling naar Gallium Nitride als halfgeleidermateriaal.

Gallium Nitride kan nog niet gemaakt worden in schijven met een

grotere diameter. Zo kunnen we met ons bestaand productieproces

toch betere producten maken. Het nieuwe materiaal laat onder

andere toe om veel efficiëntere chips te maken die veel minder

koeling nodig hebben en veel minder energie verbruiken.

Concreet spreken we over chips die een factor 10 tot 30 kleinere

eindtoepassingen mogelijk maken en eveneens 10 tot 30 keer

minder energie verbruiken. Het ontwerpen van energiezuinige

producten is dus erg belangrijk voor ons.”

roepen we er de gespecialiseerde ingenieurs bij. Daarnaast is

er ook samenwerking binnen de internationale groep. Op dat

niveau worden de verschillende vestigingen geregeld met elkaar

vergeleken. Elk kwartaal hebben we een vergadering om ervaringen

uit te wisselen en van elkaar te leren. We proberen ons personeel

bewust te maken van het belang van energie. We maakten daarvoor

onder andere een filmpje dat we op verschillende plaatsen - zoals

het restaurant- geregeld op de achtergrond afspeelden. Vanuit

het oogpunt van opleiding en vorming, organiseerden we een

seminarie dat zowel ging over energiezorg in het bedrijf als bij de

personeelsleden thuis. Wie thuis let op het energieverbruik, zal

daar op het bedrijf ook meer aandacht voor hebben. De EBO is

ook een vast onderdeel op de agenda van het comité voor preventie

en bescherming op het werk. We bekijken er geregeld de stand van

zaken.”

A&M: Produceren jullie zelf hernieuwbare energie?

Valentine: “We hebben dit vrij grondig bekeken, maar het is

jammer genoeg erg moeilijk. We mogen geen windmolens bouwen

op ons bedrijfsterrein omdat we in de buurt liggen van de militaire

luchtbegeleidingsradar in Semmerzake. We zouden de radar daar

verstoren en zouden ook hinder kunnen veroorzaken voor de huizen

hier in de buurt. Het lukt evenmin om zonnepanelen te plaatsen

op de daken van onze bedrijfsgebouwen. De dakstructuur is niet

altijd stevig genoeg om het gewicht te dragen en de daken staan vol

In de vestiging in Oudenaarde is het

energieteam de spil van het gebeuren.

“Het overgrote deel van de energiebesparing

komt tot stand door allerlei technische

ingrepen die uitgedacht worden door onze

ingenieurs.”

A&M: In welke mate hechten jullie belang aan

gedragsverandering bij medewerkers?

Valentine: “In operationele procedures hebben we veel aandacht

voor veiligheid, maar we gaan ook na of we er met milieu en energie

verbonden aandachtspunten in kunnen steken. We proberen

bijvoorbeeld aan te geven in welke gevallen de medewerkers hun

toestellen mogen uitzetten.”

met allerlei technische installaties. Bovendien zijn we een Sevesobedrijf:

we werken veel met gevaarlijke chemicaliën en gassen zodat

we zeer zorgvuldig moeten zijn op het vlak van veiligheid.”

A&M: Op welke manier betrekken jullie het personeel bij

het energiebeleid van het bedrijf?

Valentine: “In de vestiging in Oudenaarde is het energieteam de

spil van het gebeuren. Daarin zitten vertegenwoordigers van de

verschillende afdelingen. Voor specifieke projecten of problemen

Marc: “Voor ons productieproces zijn de mogelijkheden

voor het personeel om initiatief te nemen beperkt. We zijn

een hoogtechnologisch bedrijf met een extreem gevoelig

productieproces: het maken van een chip duurt gemiddeld drie

maanden en de kleinste fout in het productieproces kan leiden

tot grote problemen. Op het miljard componenten die we maken,

falen er gemiddeld 150 of minder. Het overgrote deel van de

energiebesparing komt tot stand door allerlei technische ingrepen

die uitgedacht worden door onze ingenieurs. We gaan daarbij

uiterst omzichtig te werk: het kan tot drie jaar duren voordat we een

ingreep doorvoeren. De ingreep moet in detail ingewerkt worden in

onze productieprocessen en soms moeten we ook de toestemming

krijgen van onze klanten om elk risico op kwaliteitsproblemen

te vermijden. Iets anders is het woon-werkverkeer. Voor wie

recht heeft op een salariswagen, moedigen we de keuze voor

energiezuinige wagens aan. En we zijn nu op het punt gekomen

dat we overschakelen naar hybride en elektrische wagens. Onze

werknemers hebben trouwens veel belangstelling voor nieuwe en

milieuvriendelijke technologie. Verder hebben we zelf elektrische

laadpunten voor wagens en fietsen geplaatst en organiseerden we

een autovrije dag.”

Interview: Pieter Verbeek, adviseur Vlaams ABVV

am magazine jaargang 2017 nr 2

13


Copyright: Ecluse

Transitie naar een koolstofarme haven

van Antwerpen

Hoewel er ambitieuze doelstellingen zijn vastgesteld om de klimaatverandering tegen te gaan 1 , moet de concrete

strategie om tot een koolstofarme industrie in Europa te komen nog grotendeels worden ontwikkeld. Dit geldt

met name in regio’s die sterk afhankelijk zijn van koolstofintensieve activiteiten en vaak belangrijke bronnen van

werkgelegenheid blijven.

In 2016 heeft het Europees Vakverbond (EVV) onderzocht 2 wat er concreet moet gebeuren, op subnationaal

niveau, om de productieactiviteiten en de bijbehorende werkgelegenheid te behouden en tegelijkertijd de uitstoot

drastisch te verminderen. In dit artikel delen we de inzichten voor de Antwerpse haven.

Beleid gericht op een koolstofarme industrie

In 2011 was 61% van de de Belgische CO 2

-uitstoot afkomstig uit

Vlaanderen. Antwerpen is één van de belangrijkste economische

centra van het land. De emissies van de bedrijven in de Antwerpse

haven zijn goed voor 25 % van de uitstoot van de provincie. Er zijn

dus grote belangen mee gemoeid, met name voor de energiesector,

de transportsector en energie-intensieve bedrijven. Het Vlaamse

beleid zet vooral in op het stimuleren van de energie-efficiëntie

om de uitstoot te reduceren. In de haven van Antwerpen zetten

de chemische bedrijven ook in op de circulaire economie en het

gebruik van hernieuwbare energiebronnen.

Maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie

Via het systeem van Energiebeleidsovereenkomsten (EBO’s)

bood Vlaanderen de industrie de mogelijkheid om deel te

nemen aan vrijwillige overeenkomsten inzake energiebeleid 3 .

Deze overeenkomsten voorzien in de implementatie van

energiebeheersystemen en in een driejarig energieplan dat

maatregelen met een aanzienlijk investeringsrendement bevat.

Het ECLUSE-project

Het ECLUSE-project voorziet in de levering van

warmte afkomstig van afvalverbranding aan zes

bedrijven uit de chemische sector in de haven van

Antwerpen (Ineos Phenol, Lanxess, Monument

Chemical, ADPO, De Neef, Ashland). Bij dit

project zijn ook de afvalverwerkingsbedrijven

Indaver en Sleco betrokken (een filiaal van Indaver

en Suez Environnement). Drie turbines met een

capaciteit van 80 MW zullen warmte (40 bar –

400°C) produceren, die vervolgens via een 5 km

lange pijpleiding wordt vervoerd en gebruikt tijdens

diverse productieprocessen (drogen, reinigen,

distilleren, ...). Op deze manier zou 80 tot 90% van

de door verbranding opgewekte energie worden

hergebruikt, zou de uitstoot van bijna 100 000

ton CO 2

worden vermeden en zou bijna 5% van

de in Vlaanderen geproduceerde groene warmte

worden opgewekt. De werken voor de aanleg van

het netwerk zijn dit jaar gestart.

1 Klimaatakkoord van Parijs en de Europese doelstelling om tegen 2050 de uitstoot met CO 2

te verminderen met 80 tot 95%.

2 Meer info en de volledige versie van deze casestudies zijn beschikbaar op de EVV-website: http://bit.ly/2tbqKAr

3 www.ebo-vlaanderen.be

14 am magazine jaargang 2017 nr 2


In ruil daarvoor ontvangen de deelnemers vrijstellingen van

energiebelasting en komen ze in aanmerking voor verschillende

subsidies. Er zijn nog geen resultaten beschikbaar van de EBO’s.

De voorloper van de EBO’s (het benchmarkconvenant) heeft

geleid tot een energie-efficiëntieverbetering van meer dan 10%

t.o.v het referentiejaar 2002 of een besparing van 61 PJ in 2014 bij

constante productie. Dat komt overeen met het energieverbruik

van 500.000 gezinnen 4 .

Circulaire economie

Geconfronteerd met de economische crisis en de ontwikkeling

van de Europese milieuwetgeving gingen sommige Vlaamse

chemiebedrijven meer aandacht schenken aan eco-ontwerpen. Ze

gaan hernieuwbare materialen gebruiken in de productie, maken

efficiënter gebruik van materialen en recycleren meer. Recente

ontwikkelingen in de haven en de Antwerpse industriële cluster

bieden een paar voorbeelden:

• De oprichting van Blue Gate Antwerp, een industrieel ecopark

dat ontworpen is om een groene industriezone met een

negatieve CO 2

-uitstoot te creëren en dat materiaalefficiëntie,

recycling en het maximaal beperken van industriële

afvalproducten (gesloten cyclus) aanmoedigt.

• Het ECLUSE-project, dat tot doel heeft om via een

afvalenergiecentrale warmte te leveren aan zes bedrijven in

de chemische cluster (zie kader).

Gebruik van hernieuwbare energiebronnen en

ontwikkeling van LNG

Andere projecten in de haven van Antwerpen focussen op de

ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. Het gaat

bijvoorbeeld om de bouw van een nieuw windpark of het

promoten van duurzame vormen van vervoer. Verder bouwden de

autoriteiten een LNG-tankstation voor binnenvaartschepen om

het gebruik van stookolie en diesel te verminderen.

Werkgelegenheid?

Vanuit de vakbonden zijn we vooral bezorgd over de huidige en

de toekomstige werkgelegenheid in de Vlaamse industrie. De

industriële productie neemt gestaag toe, maar het aantal banen

in de industrie neemt af. Het ontbreekt de industrie aan een

toekomstgerichte strategische visie die industriële ontwikkeling

koppelt aan de noden van een koolstofarme samenleving. Ook

vanuit de overheid is er onvoldoende steun voor vernieuwende

initiatieven. De productie koolstofarm maken - via terugwinning

en recycling, de circulaire economie, hernieuwbare energie en

duurzaam transport - moet de hoofddoelstelling zijn. Bedrijven

moeten zich engageren tot concrete verbintenissen met betrekking

tot energie-efficiëntie en moeten hun werknemers actief betrekken

bij de strategische besluitvorming. Het overleg met werknemers

over deze kwesties lijkt echter af te nemen.

Deze tekst is gebaseerd op een brochure die verscheen naar

aanleiding van de studie van het Europees Vakverbond (ETUC).

Zie http://bit.ly/2tbqKAr

Bert De Wel, raadgever, studiedienst ACV

Copyright: Stefaan Van Hul

© Galloo

De eerste pijplijn van het stoomnetwerk ECLUSE werd gelegd in de Waaslandhaven, op 6 februari 2017.

4 Commissie Benchmarking Vlaanderen, Jaarverslag 2014

am magazine jaargang 2017 nr 2

15


INVESTERINGEN IN FOSSIELE BRANDSTOFFEN

BEDREIGEN HET KLIMAAT EN ONZE GEZONDHEID...

23.000 doden/jaar in de EU

door steenkoolstof

Meer extreem weer

200 miljoen klimaatvluchtelingen

tegen 2050 1

...MAAR OOK ONZE BANKEN

Om gevaarlijke klimaatverandering te vermijden moeten we

85% van de fossiele reserves in de grond laten 2

Toch blijven Belgische banken investeren in deze risicovolle industrie

30,37

miljard €

Hierdoor dreigt de fossiele industrie

33.000 miljard dollar te verliezen tegen 2040 3

7,14

miljard €

2,22

miljard €

0,70

miljard €

1 International Organization for Migration (2008)

2 Oil Change International (2016)

3 Barclays (2016)

VRAAG JE BANK TE KIEZEN

VOOR EEN VEILIGE TOEKOMST!

www.bankroute.be

More magazines by this user
Similar magazines