Magazine Hart en Vaten

UMCUTRECHT

Hart&Vaat

Magazine

“Ik heb geen seconde

spijt gehad van de keuze

voor de biohartkleppen

37 onderzoekers, patiënten,

studenten en zorgverleners vertellen:

hoe is de hart- en vaatzorg te verbeteren


16

12

20 42

28

44

14

46

22

43

26


Inhoud

06 Hoopvol onderzoek

naar bloeddrukdaling door

implantaat

07 Reportage polikliniek

gecompliceerde hypertensie

10 Heart-on-a-chip

12 Het steunhartteam:

wie vervult welke rol?

14 “Wie weet val ik nog

eens in de prijzen

16 Patiënten zijn partner

in zorg, onderzoek en onderwijs

18 Feiten & Cijfers

20 Schat aan data

in Utrecht Cardiovasculair Cohort

22 Alle informatie paraat in de

spreekkamer

23 “Niet alleen voor mij

maar voor iedereen

24 Nieuwsberichten

26 “Ik heb het gevoel dat ik

een tijdbommetje meedraag”

30 Hartfalen door stijve hartspier

32 Big Data @ Heart:

Data delen en trends zien

35 “Samen de krachten bundelen

36 Joyce Browne onderzoekt hoge

bloeddruk bij zwangere vrouwen

37 Global Health:

Wereldwijd inzicht in hart- en

vaatziekten

38 Klokkijken in het hart

40 Multidisciplinaire polikliniek

Hart- en vaatcentrum

42 “Deze dagelijkse

check-up geeft me rust”

43 Een pleister tegen een beroerte?

44 Aspirine:

méér dan een pijnstiller

46 U-Prevent:

slimme website over

medicijnen op maat

49 Beter beeld van hartfalen

Tim Leiner

28 “Veelbelovende studenten

in het vizier”

Hart&Vaat 3


4 Hart&Vaat


Onze hartenwens is…

...al onze patiënten goede zorg te geven, of zij nu

last hebben van dichtgeslibde aderen of hartfalen

...innovaties te ontwikkelen die

onze patiënten verder helpen

…dokters op te leiden die oog hebben voor de

hele patiënt en niet alleen voor de aandoening

...methoden te bedenken die het individueel

risico op hart- en vaatziekten voorspellen

…patiënten te helpen hun leefstijl te veranderen

…wereldwijd mensen op te leiden die

patiënten met hart- en vaatziekten

helpen, ook in ontwikkelingslanden

…onderzoek te doen waar in de

maatschappij echt behoefte aan is

In het speerpunt Circulatory Health van het

UMC Utrecht werken we er iedere dag aan om

deze hartenwens stap voor stap te vervullen.

Hart&Vaat 5


Hoopvol onderzoek naar

bloeddrukdaling door implantaat

Hevig ontroerd bezocht een patiënt het

spreekuur. Van blijdschap. Omdat zijn

torenhoge bloeddruk weer normaal was.

En hij daardoor weer een baan had.

Deze patiënt was behandeld met het

Mobius implantaat, een behandeling waar

internist-vasculair geneeskundige

Wilko Spiering onderzoek naar doet.

Als je ondanks medicijnen toch een hoge bloeddruk

houdt, kom je in aanmerking voor een Mobius implantaat.

“En als er geen onderliggende oorzaak aanwezig is, zoals

een bijnierprobleem of nierfalen”, voegt Wilko toe.

“Een Mobius is een stentachtig implantaat dat in de

halsslagader wordt geplaatst. Het versterkt de signalen van

de zogenaamde baroreceptoren, waardoor de bloeddruk

daalt, direct na de implantatie. Tot nu toe zien we een

gemiddelde én aanhoudende bloeddrukdaling van

24 punten (bovendruk) en 12 punten (onderdruk), naast

een vermindering van de medicijnen. Ik ben hoopvol over

deze nieuwe behandeling. Maar hopen is niet genoeg,

we moeten het zeker weten.”

Een hoge bloeddruk

verhoogt het risico op

hart- en vaatziekten. In het

speerpunt Circulatory Health

is hoog risico (hoge bloeddruk)

één van de vier focusgebieden.

We besteden speciale aandacht

aan patiënten met hoge

bloeddruk die moeilijk te

behandelen is of die verband

houdt met zwangerschap.

Met Wilko als leider is vorig jaar een internationaal

onderzoek gestart dat niets overlaat aan willekeur of

subjectiviteit. “Zo verrichten we dit onderzoek dubbelblind.

Dat betekent dat zowel de onderzoeker als de patiënt niet

weet of een Mobius implantaat is ingebracht. Hiervoor is

dan in de angiokamer een hele ‘set’ in werking gezet,

zodat patiënten die het implantaat níet krijgen, het op de

operatietafel wél als een volwaardige implantatie ervaren.

Zij krijgen een lijn, ze voelen warmte in de hals, net echt.

Een hoge bloeddruk is immers geen gebroken been, het

gemoed heeft vaak invloed. En wat zien we tot nu toe: bij

degenen mét het implantaat daalde de bloeddruk meteen,

bij degenen zónder daalde die niet. Ik ben enthousiast

over deze innovatie, want ik wil mijn patiënten de beste

behandeling kunnen geven. Om diezelfde reden trap ik

tegelijkertijd op de rem: ben ik niet te enthousiast? Want

alleen op grond van systematisch, objectief onderzoek kun

je in de zorg de beste resultaten boeken.”

6 Hart&Vaat


Nicolasa volgt het

uitgebreide

screeningsprogramma

vanwege haar hoge

bloeddruk

Eerst een kwartier

aan de wandel

“Mooi, dat ze me hier echt kunnen helpen”, stelt Nicolasa Alejandro.

Al jaren heeft ze een veel te hoge bloeddruk, met verschillende

onderzoeken en steeds aangepaste medicatie. Maar de hoge

bloeddruk is gebleven. Nu is Nicolasa patiënt bij de polikliniek

gecompliceerde hypertensie van het Hart- en vaatcentrum. >

Hart&Vaat 7


Het is dinsdagmorgen, 7.45 uur. Nicolasa komt binnen bij de draaideur van het

UMC Utrecht, samen met haar schoondochter Sharine. Ze is te laat, een kwartier.

“File”, zegt ze, “alles stond vast”, en ondanks haar kruk loopt ze gehaast naar de

dagbehandeling interne geneeskunde. Soms vertrekt haar mond van pijn want ze

heeft al 24 uur een bloeddrukmeter om haar arm, die zich nog steeds flink aanspant.

“Ik heb hierdoor nauwelijks geslapen. Fijn, dat die dadelijk af mag.”

“Het begon met iedere dag hoofdpijn en pijn

in mijn nek”, vertelt Nicolasa. “Door een

hoge bloeddruk, zei mijn huisarts. Ik kreeg

medicijnen, maar mijn bloeddruk bleef rond

de 170/100. Veel te hoog. Na het ongeluk

dat ik heb gehad, werd die nog veel hoger.

Ik had zes medicijnen. Uiteindelijk ben ik

doorverwezen naar de polikliniek

gecompliceerde hypertensie.”

Omdat Nicolasa er in aanmerking kwam

voor het uitgebreide screeningsprogramma,

moest zij eerst haar medicijnen afbouwen,

voor zuivere onderzoeksresultaten.

Nicolasa: “Op 10 april had ik het eerste grote

onderzoek, naar de risicofactoren. SMART

heet dit. Bloed en urine zijn getest, mijn

taille- en heupomvang gemeten, er is een

buikecho gedaan en een hartfilmpje.

Vandaag is het tweede grote onderzoek.

Hiervoor moest ik gisteren beginnen met

de 24-uurs bloeddrukmeting en heb ik

24 uur urine verzameld.”

Aangekomen op de dagbehandeling wordt

ze begroet door verpleegkundige Marieke

Pol, die haar naar haar bed begeleidt.

“Dit onderzoek bekijkt of er mogelijk sprake

is van een hormoonafwijking in de bijnieren”,

legt Marieke uit aan Nicolasa. “Of uw

bijnieren te veel van het hormoon

Aldosteron aanmaken. Dit hormoon regelt

de zout- en waterhuishouding in het

lichaam, en daarmee de bloeddruk. Om dit

te meten krijgt u in totaal twee liter

zoutoplossing via een infuus. Op gezette

tijden nemen we bloed af en meten wij uw

bloeddruk. Omdat tijdens bewegen sowieso

Aldosteron wordt aangemaakt, moeten wij

meten vanuit een ruststand. Dit betekent dat

u hiervoor vier uur in bed blijft.”

Maar eerst moet Nicolasa een kwartier aan

de wandel. “Dan kunnen we erna meteen

bloed afnemen en de bloeddruk meten na

deze lichte inspanning”, zegt Marieke.

8 Hart&Vaat


De 24-uurs bloeddrukmeter mag eindelijk af en er

wordt alvast een infuusnaald ingebracht. Nicolasa

wandelt naar het polilaboratorium waar ze haar

urinemonster inlevert en vervolgt haar weg naar de

poli vasculaire geneeskunde om de 24-uurs

bloeddrukmeter af te geven. Plus haar logboek van

gisteren, zodat alle gemeten bloeddrukken kunnen

worden gekoppeld aan de activiteiten.

Terug op de dagbehandeling mag Nicolasa op de

rand van het bed gaan zitten. Eerst wordt haar

bloeddruk in de rechterarm gemeten: 181/107.

Marieke vraagt Nicolasa of ze deze uitslag herkent.

“Ja, dat is wel normaal”, zegt ze zacht. Het meten

aan de andere arm is pijnlijk. En de band blijft zich

maar oppompen. “Dan is bloeddruk erg hoog, en

wordt er automatisch nogmaals gemeten”, zegt

Marieke. Het klopt, hier bereikt de bloeddruk een

piek van 228/138. Marieke wil bloed afnemen via

de infuusnaald, maar dat lukt niet. “We gaan apart

bloed prikken.” Dit gaat niet gemakkelijk. “Dat zien

we vaak”, aldus Marieke, “vaten van mensen met

een hoge bloeddruk zijn wat taaier en daardoor

minder goed toegankelijk.” Maar Marieke is vaardig

en al snel is het gedaan, waarna Nicolasa

opgelucht lacht. Na deze eerste bloeddrukmeting

en bloedafname wordt de zoutoplossing in het

infuus van Nicolasa ingebracht. Ze gaat liggen voor

de komende vier uur. Na enkele weken worden alle

uitslagen met haar besproken.

Hart&Vaat 9


10 Hart&Vaat


Heart-on-a-chip

Willem Suyker, afdelingshoofd cardiothoracale chirurgie en

voorzitter divisie Hart & Longen

Het is al mogelijk: het hart zoveel mogelijk repareren

met respect voor het lichaam. Willem Suyker herstelt

hartkleppen met een robot, een minimaal invasieve

techniek die hij als eerste in Nederland toepaste.

Regeneratie is moeilijker, maar ook dat

onderzoeksgebied is volop in ontwikkeling. Het

nieuwste van het nieuwste is het heart-on-a-chip.

“Regeneratieve geneeskunde en chirurgie vind ik

bijzonder interessant. Het zou geweldig zijn als we het

zelfherstellend vermogen van een lichaam kunnen

activeren. Bijvoorbeeld door afgestorven hartspierweefsel

te laten aangroeien. Er zijn aanwijzingen dat

dit mogelijk moet zijn, maar er is veel onderzoek

nodig om te ontdekken hoe precies.

Geprinte hartspiercellen

Het nieuwste in de regeneratieve research is het

organ-on-a-chip. Ik ben natuurlijk vooral geïnteresseerd

in het heart-on-a-chip. Dat is een chip van een

paar vierkante millimeter, waarop hartspiercellen van

een patiënt zijn geprint: een piepklein driedimensionaal

stukje hartweefsel. Op die manier kun je veel

experimenten uitvoeren, want de chips zijn relatief

gemakkelijk te maken. Een vloeistof in de chip zorgt

ervoor dat de stoffen die wij toevoegen het kweekweefsel

bereiken. Wat gebeurt er, als we welk

lichaamseigen – potentieel zelfherstellend – stofje

op het hartweefsel loslaten? Uiteindelijk willen we de

lichaams eigen stofjes vinden die een hart kunnen

repareren.

Minder dierproeven

Het heart-on-a-chip is een middel om de complexe

menselijke regeneratieve processen te ontrafelen.

Van daaruit kunnen we dan hopelijk therapieën

ontwikkelen. Het zou bijvoorbeeld ideaal zijn als

mensen met een steunhart deze uiteindelijk niet meer

nodig hebben, omdat de geregenereerde of nieuw

aangegroeide hartspiercellen hun hartfunctie voldoende

verbeteren. Maar dat is nog toekomstmuziek.

Voorlopig werken we hard aan het noodzakelijke

onderzoek. Ook heel mooi: bij deze onderzoeksmethode

hoef je veel minder dierproeven te doen.

Dat is niet alleen humaner, maar ook sneller en

goedkoper.”

Hart&Vaat 11


Het steunhartteam:

wie vervult welke rol?

Cardioloog

De cardioloog en de patiënt bespreken samen de mogelijkheden

bij ernstig hartfalen. Als behandeling met medicijnen en leefregels

niet helpt, kan een steunhart uitkomst bieden als overbrugging

naar een harttransplantatie. De cardioloog voert een aantal

onderzoeken uit om te kijken of het hart geschikt is om met

een pomp te worden ondersteund.

Cardiothoracaal chirurg

De cardiothoracaal chirug voert de operatie voor het

steunhart uit. Na de operatie verblijft de patiënt op de intensive

care. Als de patiënt stabiel is en geen beademing meer nodig

heeft, volgt overplaatsing naar de verpleegafdeling. Gemiddeld

duurt een opname op de intensive care één week en op de

verpleegafdeling gemiddeld vier weken.

MCS* verpleegkundig specialist of

gespecialiseerd verpleegkundige

(MCS coördinator)

Vanaf de implantatie tot aan het verwijderen van het steunhart

vervult de verpleegkundige een centrale rol. Samen met de

patiënt bespreekt zij de nieuwe leefregels voor het leven met een

steunhart. Een voorbeeld hiervan is dat de verpleegkundige de

patiënt begeleidt en traint in het verzorgen van de wond waar de

stroomdraad het lichaam uit komt. De verpleegkundige vormt

een hecht team met de steunharttechnicus.

Annette Klinkert heeft de

erfelijke hartspierziekte PLN.

Deze genetische afwijking

veroorzaakt hartspierziekten

waarbij de pompfunctie van de

hartspier aanzienlijk wordt

aangetast. Als overbrugging naar

een harttransplantatie kreeg ze

een steunhart. Het steunhartteam

begeleidde Annette bij de

implantatie van het steunhart.

Wie vormen het steunhartteam,

welke functie hebben zij en

welke rol vervullen zij?

Steunharttechnicus

(technisch MCS coördinator)

De steunharttechnicus geeft de patiënt in vijf tot zes lessen uitleg

over hoe het steunhart werkt. Bijvoorbeeld hoe lang de batterijen

meegaan tijdens het verblijf in het ziekenhuis. De familie en

naasten krijgen ook een training om bekend te raken met de

apparatuur. De steunharttechnicus bezoekt dagelijks de patiënt en

analyseert de data die het steunhart oplevert.

12 Hart&Vaat


Maatschappelijk werker

De maatschappelijk werker komt minimaal een keer langs bij

de patiënt. De maatschappelijk werker kan helpen bij vragen

zoals hoe ga ik om met angstgevoelens, afhankelijkheid en

onzekerheid? Hoe kan ik straks thuis weer goed functioneren?

De patiënt en de maatschappelijk werker gaan hierover samen

in gesprek.

Fysiotherapeut

Als de patiënt wakker is op de intensive care, dan komt de

fysiotherapeut dagelijks langs. De fysiotherapeut zorgt ervoor

dat de patiënt weer spierkracht opbouwt. Dit begint met korte

oefeningen, zoals vinger bewegingen, tot rustig fietsen op bed.

Een patiënt moet 200 meter kunnen lopen, trap kunnen lopen

en zelfstandig de apparatuur van het steunhart bedienen

voordat zij naar huis kan.

Wat is een steunhart?

Een steunhart is een pomp die in het lichaam wordt

geplaatst en een verbinding vormt tussen de linker

hartkamer en de grote lichaams slagader. Het steunhart

zorgt ervoor dat het lichaam weer voldoende

doorstroming van het bloed krijgt. De pomp werkt op

elektriciteit en is verbonden met een kabel die door de

buikwand naar buiten komt. De kabel is aangesloten

op een controller die weer in verbinding staat met

batterijen (en ’s nachts op de netstroom).

Het UMC Utrecht implanteerde in 1993 het

eerste steunhart. Jaarlijks krijgen 30 tot 35

personen een steunhart. In Nederland hebben

200 personen een steunhart en meer dan de

helft zijn in het UMC Utrecht behandeld. Hartfalen

is één van de focusgebieden van het speerpunt

Circulatory Health.

*MCS: Mechanical Circulatory Support is een verzamelnaam voor

lang of kortdurende ondersteuning van de bloedcirculatie.

Hart&Vaat 13


“Wie weet val ik nog

eens in de prijzen

In het leven van Kiki (27) draait alles

om de paardensport. Toen zij

plotseling ziek werd, wist ze niet of

ze ooit nog een wedstrijd zou

winnen. Kiki: “Negen maanden

geleden kreeg ik een nieuw type

biologische hartklep geplaatst via

een openhartoperatie. Na de

operatie heb ik nog een tijdje

bloedverdunners geslikt. Toen dat

stopte, zat ik binnen twee dagen

weer op m’n paard. Mijn dokter is

heel enthousiast. Op mijn vorige

controleafspraak zei hij: ‘Ga maar

lekker je ding doen, ik wil je pas

over een jaar weer zien’.”

14 Hart&Vaat


Griep?

“Vijf jaar geleden liep ik een bacteriële infectie op.

Toen ik 40 graden koorts kreeg, dacht ik eerst nog

dat het griep was. Maar een maand later kreeg ik

veel last van mijn gewrichten. Ik bleek

streptokokken te hebben, ook op mijn hartkleppen.

Wij wonen op een paardenhouderij, hebben 45

paarden staan. Die moeten full time verzorgd en

bereden worden. Als ik op één paard had gereden,

dan wilde ik daarna alleen nog maar op de bank en

slapen. Mijn lichaam was gewoon op.

Nieuwe hartkleppen

Ik moest een hartoperatie ondergaan. Dat is echt

een domper, ik was pas 26. In overleg met de

thoraxchirurg is gekozen voor een nieuw type

biologische hartklep. Die keuze had te maken met

mijn kinderwens en vooral met de paardensport.

Als je mechanische hartkleppen krijgt, moet je de

rest van je leven bloedverdunners slikken.

Dat maakt paardrijden lastiger. Met een bioklep ben

je daar vrij snel van af. Bovendien verwachten ze dat

dit nieuwe type langer mee kan gaan. Ik wist dat ik

ervoor wilde gaan.

Alles voor de paardensport

Toen ik op de ic mijn ogen weer open deed, was ik

zo blij. Ik had het doorstaan, kon weer gaan

bouwen. Mijn studie voor docent paardensport was

aardig vertraagd. Die heb ik weer opgepakt, één dag

naar school en twee dagen stage lopen. Na de

operatie wou ik weer vol voor het rijden gaan, liefst

zes paarden per dag. Dat heb ik nu wel een beetje

bijgesteld. Ik voel het aan mijn lichaam als het rust

nodig heeft. In mijn agenda houd ik nu één dag in de

week vrij. Het geeft een goed gevoel dat die ruimte

er is.

Geen seconde spijt

Geen seconde heb ik spijt gehad van de keuze voor

de nieuwe biokleppen. Die koos ik vanwege de

paardensport. En zo heeft het ook uitgepakt.

De dokter zei nog: ‘Je bent zo positief, dat steekt

aan!’ Dat gaat eigenlijk vanzelf. Zo’n operatie is heel

heftig. Maar het gaat slijten en bij je horen. Mijn

leven is weer normaal geworden. Echt fijn.”

Hart&Vaat 15


Patiënten zijn partner in zorg,

onderzoek en onderwijs

“Niet meer alleen kijken naar dat ene probleem

van de patiënt, maar naar het hele hart- en

vaatstelsel, naar de hele mens. Dat is de kern van

het Hart- en vaatcentrum. Iedere week

behandelen we een toenemend aantal patiënten

in het Hart- en vaatcentrum en daar leren we

veel van.” Het leveren van state-of-the-art zorg

is één van de doelen van het speerpunt

Circulatory Health. Een gesprek met raad van

bestuur vice-voorzitter Frank Miedema en

speerpuntvoorzitter Rick Grobbee.

Rick: “Stel je de positie voor van een patiënt met een beroerte, die ook

naar de halsslagaders moet laten kijken bij de vaatchirurg, langs moet bij

de cardioloog voor een ritmestoornis, en ‘eventjes’ naar de internist voor

diabetes. Voordat je het weet, ben je zo vier maanden verder om al deze

dokters te bezoeken. Dat doen we anders in het Hart- en vaatcentrum.

Wat is er effectiever dan dat de neuroloog, vaatchirurg en cardioloog,

direct al meekijken? En dat deze specialisten intensief met elkaar

overleggen over deze patiënten.” Op het nieuw ingerichte Hart- en

vaatcentrum van het speerpunt Circulatory Health is dat mogelijk

omdat al deze specialisten op één locatie werken.

In deze opzet wordt vooral gedacht vanuit het perspectief van de

patiënten. En die focus geldt niet alleen voor zorg, ook voor onderzoek.

Dat stelt Frank heel duidelijk. “Patiënten worden meer en meer partner in

ons onderzoek. Hun stem is – samen met die van hun patiëntenorganisaties

– van belang voor de keuze welk onderzoek we doen.

Dat voelt echt anders. Let wel, we hebben het hier over een groot

maatschappelijk debat. Iedereen is aan het nadenken: hoe kunnen we

meer uit de wetenschap halen, voor meer impact zorgen. Dat heeft het

logische gevolg dat onderzoekers en dokters zich altijd moeten afvragen

of ze ook de patiënten en hun familie aan boord hebben.”

Nieuwe talenten kennen, boeien en binden

“Wil je echt voor veranderingen en innovatie in de zorg zorgen,

dan kun je dat niet vanuit maar één specialisme doen. Daarom zijn de

speerpunten belangrijk,” vervolgt Frank. ”Die maken het mogelijk om

meer dokters van divers pluimage samen te brengen, over verschillende

afdelingen heen, maar ook om heel diverse onderzoekers in het team te

hebben, zoals epidemiologen, genetici en onderzoekers op imaging. Als

die elkaar begrijpen, kun je pas echte veranderingen tot stand brengen.”

16 Hart&Vaat


Op steeds meer plaatsen in het ziekenhuis

zijn deze multidisciplinaire samenwerkingen

te zien. De Jacob Jongbloed

Talent Society is daar een mooi voorbeeld

van. Dit succesvolle talentenprogramma is

voor jonge postdocs, genoemd naar de

professor die in het UMC Utrecht het

kunsthart heeft ontwikkeld. Rick: “Als

speerpunt hebben we een bedrag

beschikbaar gesteld voor de deelnemers

aan dit programma om hen samen een

onderzoeksvoorstel te laten maken.

De gemene deler is hun talent.

De deelnemers zijn werkzaam op

verschillende afdelingen, van heel basaal

tot heel toegepast onderzoek.

Dat inspireert en helpt ze om weer verdere

stappen te maken.” Rick benadrukt dat

ieder speerpunt wat hem betreft veel

aandacht voor onderwijs en

talentontwikkeling moet hebben. “Je wilt

deze nieuwe talenten kennen, boeien en

aan je binden.”

“Wat is er

effectiever dan

dat de neuroloog,

vaatchirurg en

cardioloog, direct

al meekijken?”

Frank Miedema en Rick Grobbee

Onze missie: wereldwijd een toonaangevende rol

spelen in het verminderen van de ziektelast bij harten

vaatziekten. Onze visie om dat te realiseren is:

het leveren van state-of-the-art en patiëntgerichte zorg,

onderzoek en onderwijs om hart- en vaatziekten te

voorkomen, te behandelen en de kwaliteit van leven

van patiënten met zo’n aandoening te vergroten.

Menselijke kant

Het speerpunt is een belangrijke verbinder

binnen en buiten het ziekenhuis om het

gezamenlijke doel te bereiken: gezondheid

van mensen verbeteren en de zorg van

morgen creëren. Frank besluit dat de

insteek vanuit de patiënten extreem

belangrijk is. “Dat waren we soms wat uit

het oog verloren. Maar met

maatschappelijke impact als doel hebben

we onze speerpunten zo ingericht dat we

juist die menselijke kant benadrukken.

In zorg, onderzoek en onderwijs.”

Hart&Vaat 17


Feiten & Cijfers

Het hart

Er zijn zo’n 1,4 miljoen hart- en vaatpatiënten in Nederland.

Hartfalen

Bij hartfalen kan het

hart het bloed niet

goed meer rondpompen.

Ieder jaar

krijgen ongeveer

40.000 mensen voor

het eerst de diagnose

hartfalen. 53% is vrouw

47% is man.

Beroerte is een

verzamelnaam voor

TIA, herseninfarct en

hersenbloeding. Elk jaar

krijgen zo’n 41.000

mensen een beroerte.

Dat zijn ongeveer

113 personen

per dag.

Gewicht

Meer dan de helft van de

Nederlandse bevolking

heeft overgewicht.

Ruim 10% heeft ernstig

overgewicht. Een gezond

gewicht vermindert het

risico op hart- en

vaatziekten.

Aneurysma

Ongeveer 300.000 mensen

in Nederland hebben een

hersen aneurysma, een

verwijding van de slagader

in het hoofd.

Hoog risico:

vrouwspecifiek

1 op de 4 vrouwen in

Nederland overlijdt aan

een hart- of vaatziekte.

Elke dag worden 306

vrouwen in het ziekenhuis

opgenomen vanwege een

hart- of vaatziekte.

In Nederland leven naar

schatting 670.000

vrouwen met een hart- of

vaatziekte.

In Nederland sterven er

dagelijks 57 vrouwen aan

hart- of vaatziekten.

Dat zijn méér dan twee

vrouwen per uur.

Het hart is een

pomp die 4 tot

5 liter bloed per

minuut rondpompt.

Het bloed

bevat zuurstof en

voedingsstoffen

voor alle spieren

en organen.

Bewegen vermindert het

risico op hart- en

vaatziekten. Beweeg

minstens 2,5 uur per

week matig intensief:

ga bijvoorbeeld meerdere

dagen per week wandelen

of fietsen. Doe minstens

2 keer per week

activiteiten die je spieren

en botten versterken.

18 Hart&Vaat


De vaten

Een volwassen mens heeft 5 tot

6 liter bloed in zijn lichaam. Dit

wordt rondgepompt door het

hart in een bloedvatensysteem.

Wereldwijd sterven jaarlijks

20 miljoen mensen aan

hart- en vaatziekten.

Tussen 1990 en 2015 is

deze sterfte met ongeveer

50% toegenomen.

Bloedvaten verdelen het bloed vanuit het hart over het lichaam.

De totale lengte van al deze bloedvaten is 100.000 kilometer.

Hoog risico: diabetes

Ruim 830.000 mensen in Nederland weten dat ze diabetes

type 1 of 2 hebben. Naar schatting hebben daarnaast nog

eens 200.000 mensen diabetes type 2 zonder het te weten.

Diabetespatiënten hebben een hoger risico op het krijgen

van een hart- of vaatziekte, zoals een hartinfarct, hartfalen

of een beroerte. Bij vrouwen met diabetes is die kans iets

groter dan bij mannen.

Hoog risico: hoge bloeddruk

1 op de 3 Nederlanders heeft

een hoge bloeddruk; boven

de 60 jaar is dit 2 op de 3.

Een te hoge bloeddruk vergroot

het risico op het ontstaan van harten

vaatziekten en nierschade.

Ruim 100 hoofdonderzoekers zijn actief in het speerpunt

Circulatory Health dat al ruim 9000 publicaties

opleverde en waarin jaarlijks zo’n 50 promoties zijn.

Ongeveer

1 op de

6 patiënten

in het

UMC Utrecht

heeft een hart- of

vaataandoening.

1 op de

4 patiënten

met hart- en

vaatziekten krijgt zorg

bij meer dan één

specialist

(cardioloog,

vaatchirurg, internist,

vasculair geneeskundige,

neuroloog).

Hart&Vaat 19


20 Hart&Vaat

Baukje van Dinther en Katrien Groenhof


Schat aan data in

Utrecht Cardiovasculair Cohort

In de zorg verzamelen we veel gegevens van patiënten die we niet of

nauwelijks gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. Dat verandert met

het Utrecht Cardiovasculair Cohort (UCC). Baukje van Dinther (manager UCC)

en Katrien Groenhof (promovendus UCC) vertellen er over.

Baukje, wat is het UCC?

“Een samenwerking van alle afdelingen

in het UMC Utrecht waar patiënten met

een hart- en vaatziekte of een risicofactor

daarvoor gezien worden.

We combineren zorg en wetenschappelijk

onderzoek. Voor UCC verzamelen

we van alle patiënten hetzelfde,

ongeacht het specialisme. We volgen

de bestaande Nederlandse richtlijnen

voor cardiovasculair risicomanagement.

Door UCC hebben we van elke

patiënt een risicoprofiel voor hart- en

vaatziekten dat kan worden gebruikt in

de zorg. Als een patiënt instemt,

verzamelen we extra bloed voor

(toekomstig) wetenschappelijk onderzoek.

En dan kunnen we deze patiënt

volgen in de tijd. Het UCC gaat over

verbetering van de zorg voor hart- en

vaatziekten in de breedste zin. Het

wordt gesteund door de deel nemende

divisies in het speerpunt en door

ZonMW.”

Hoe ziet jouw werkdag er

uit Baukje?

“Ik faciliteer het UCC in het

UMC Utrecht. Door UCC centraal te

faciliteren zorgen we voor uniforme

registratie van de verzamelde

gegevens in de zorg en de

toestemmingsverklaring. Daarvoor

spreek ik dagelijks veel verschillende

mensen.” Katrien: “Van de secretaresse

tot de hoogleraar, jij verbindt alles aan

elkaar.”

Het voorkómen en

behandelen van hart- en

vaatziekten kan nog beter

worden als we voor

wetenschappelijk onderzoek

gebruik kunnen maken van

medische gegevens en

metingen uit de patiëntenzorg.

Het UMC Utrecht is daarom het

Utrecht Cardiovasculair Cohort

(UCC) gestart. Een

samenwerking van alle

afdelingen en divisies binnen

het speerpunt Circulatory

Health.

Waar kan UCC antwoord

op geven?

“Zorgmedewerkers vragen patiënten

om een brede toestemmingsverklaring,

geschikt voor uiteenlopende

onderzoeksvragen. Die vragen komen

echt uit de praktijk, zoals nu ook de

vragen waar Katrien mee bezig is.

Het is fijn dat jij bent gekomen, Katrien,

dat geeft UCC een boost. Omdat

Katrien met de data werkt en de

kwaliteit ervan beoordeelt, kan er ook

op organisatorisch niveau een

verbeterslag worden gemaakt. De data

van UCC zijn van alle specialismen.

Iedereen met een goede vraag kan er

mee aan de slag. Dus heb je een

goede onderzoeksvraag: dien hem bij

ons in!” (www.umcutrecht.nl/UCC)

Katrien hoe lang werk jij hier nu?

“Ik ben een jaar geleden aangenomen

als promovendus op het UCC.

Samengevat richt ik me in mijn

proefschrift op het verbeteren van de

zorg aan patiënten met een hart- en

vaatziekte. Deze patiënten komen bij

veel verschillende specialisten: de

cardioloog, endocrinoloog, geriater,

gynaecoloog, nefroloog, neuroloog,

vaatchirurg en de vasculair internist.

En op verschillende momenten in het

leven, van zwangere tot oudere

patiënt. Het UCC zorgt ervoor dat

iedereen op dezelfde manier in kaart

wordt gebracht, waardoor verschillen

tussen en overeenkomsten van

patiënten makkelijker zichtbaar

worden. Met de gegevens die in UCC

verzameld worden, kan ik bijvoorbeeld

kijken hoe goed het LDL cholesterol

(‘slecht cholesterol’) van onze

patiënten behandeld wordt of hoe

belangrijk de familiaire

voorgeschiedenis is voor het

voorspellen van hart- en vaatziekten.”

Wat wil je uit het onderzoek

halen?

Hart- en vaatziekten stoppen niet op

de drempel van één specialisme en

zelfs niet op de drempel van het

ziekenhuis. Samenwerken is erg

belangrijk, zowel in de dagelijkse zorg

als met wetenschappelijk onderzoek

voor de toekomst. Dit project faciliteert

precies dat. Daarom denk ik dat het

UCC zo mooi is!”

Hart&Vaat 21


Het Utrecht

Cardiovasculair

Cohort (UCC) is

in 2015 gestart en

is een groeimodel

Sinds de start:

Uitgenodigde

kandidaten: 4400

Alle informatie

paraat in de

spreekkamer

Aantal mensen

gezien: 3100

Toestemmingsverklaring:

1700

Geen toestemmingsverklaring:

1400

“Het risico dat u binnen tien jaar een hartaandoening krijgt, is zoveel procent. Kijk, en

met dit medicijn gecombineerd met stoppen met roken, daalt uw risico flink.” Zo kan

het gesprek straks gaan in de spreekkamer terwijl patiënt en arts samen naar een

dashboard kijken. Daarop is direct te zien wat een behandeling, plus aanpassing in de

leefstijl, een patiënt kan opleveren voor zijn gezondheid.

EDEN heet de applicatie die onder leiding van cardioloog

Folkert Asselbergs tot stand is gekomen. De applicatie geeft

per patiënt in één overzicht alle risicofactoren weer,

gekoppeld aan een persoonlijke risicoscore op een hart- of

vaataandoening in de komende tien jaar.

“Samen met patiënten tot de beste behandeling en leefstijl

komen, dat is wat ik voor ogen heb”, zegt Folkert. “Hierbij is

digitale ondersteuning handig. Weinig bewegen, leeftijd,

roken en een te hoge bloeddruk zijn voorbeelden van

risicofactoren.” Voor alle risicofactoren zijn talloze

richtlijnen. Verder gelden voor iedere richtlijn weer

verschillende studies en nieuwe inzichten. Artsen weten

hiervan, maar hebben niet alles onmiddellijk paraat in de

spreekkamer. Deze applicatie – die nu in HiX (elektronisch

patiëntendossier) zit – bevat alle actuele richtlijnen

gekoppeld aan de situatie per patiënt, aan zijn gewicht,

leeftijd, cholesterolwaarden, enzovoort. EDEN laat patiënten

in één overzichtsdashboard zien waarover je het hebt,

met daarbij een persoonlijke risicoscore.”

22 Hart&Vaat


“Niet alleen

voor mij

maar voor

iedereen

Anja ter Avest, 62 jaar, is vanwege een te

hoog cholesterolgehalte en een

afwijkend hartfilmpje sinds een jaar in

behandeling bij het UMC Utrecht. Sinds

die tijd deed ze al aan drie wetenschappelijke

studies mee, waaronder het

Utrecht Cardiovasculair Cohort (UCC).

Dat doet ze graag, omdat ze vanuit haar

opleiding en werk uit de medischbiologische

hoek komt. “Ik weet dat het

belangrijk is dat er biologische materialen

zijn om verder te komen in de wetenschap.

Bovendien ben ik heel nieuwsgierig

naar het functioneren van het

lichaam, en mogelijke oplossingen die

worden gevonden voor medische

problemen. Niet alleen voor mij,

voor iedereen.”

“Ik vind het gemakkelijk om aan de

onderzoeken naar risicofactoren van

hart- en vaatziekten mee te doen. Ik kijk

altijd zelf in het UMC Portaal om te zien

welke uitslagen er zijn. Ik ben iemand die

wél alles wil weten, en liefst een beetje

meer dan de artsen uit zichzelf willen

vertellen. Als ik zie dat de vragenlijst van

het UCC online is in het portaal, vul ik

hem direct in.”

Hart&Vaat 23


Nieuwsberichten

Talentvolle onderzoekers

ontvangen beurzen

Wetenschappers Leo Timmers en Jesper Hjortnaes

ontvangen een onderzoeksbeurs, de zogenaamde

Dekkerbeurs, uit handen van de Hartstichting. In

totaal krijgen dertien talentvolle wetenschappers,

verbonden aan Nederlandse kennisinstellingen,

een persoonlijke onderzoeksbeurs. Met deze

beurzen kunnen jonge wetenschappers de

komende jaren vernieuwend onderzoek uitvoeren

naar hart- en vaatziekten.

Maarten-Jan Cramer is

Vriend van het jaar

Stichting Vrienden UMC Utrecht heeft vijf

medewerkers genomineerd die zich ieder op hun

eigen manier hebben ingezet voor het goede doel,

verbonden aan het ziekenhuis. Volgens de

medewerkers van het UMC Utrecht verdient

cardioloog Maarten-Jan Cramer de titel Vriend van

2017. Hij stapt al jaren samen met patiënten op de

tandem voor onderzoek naar hartfalen. Een

voorbeeld voor anderen. Proficiat!

Stoppen met roken na hart- of

vaatziekte verlengt leven met vijf jaar

Twee nieuwe

expertisecentra

In het UMC Utrecht zijn er

twee nieuwe expertisecentra:

het Centrum voor

erfelijke hart- en vaatziekten

en het Landelijk Expertisecentrum

Pseudoxanthoma

elasticum (PXE). Bij deze

erkende expertisecentra

voor zeldzame aandoeningen

kunnen patiënten

terecht voor diagnostiek,

indien mogelijk behandeling,

multidisciplinaire zorg

en begeleiding. In Nederland

heeft zes tot acht

procent van de bevolking

een zeldzame aandoening.

Rokers met een hart- of vaatziekte die stoppen

met roken, leven gemiddeld vijf jaar langer dan

niet-stoppers. En de kans op een volgende

hart- of vaatziekte wordt met gemiddeld 10 jaar

uitgesteld. Dit blijkt uit het promotie onderzoek

van Johanneke van den Berg. Zij deed onderzoek

onder bijna 5.000 patiënten met hart- of

vaatziekten, van wie een derde bleef roken na

bijvoorbeeld een eerste hartaanval, herseninfarct

of dotter behandeling.

Vrouwen na zwangerschapsvergiftiging

eerder testen op

hart- en vaatziekten

Vrouwen die een zwangerschapsvergiftiging

hebben opgelopen, moeten eerder worden

getest op hart- en vaatziekten. Nu wordt

vrouwen aangeraden op hun vijftigste naar

de huisarts te gaan voor controle. Maar uit

onderzoek van UMC Utrecht-arts Gerbrand

Zoet blijkt dat deze vrouwen op jongere

leeftijd al een grotere kans hebben op

bijvoorbeeld een hartinfarct of beroerte.

Hij onderzocht de afgelopen drie jaar ruim

160 vrouwen die zwangerschaps -

vergiftiging opliepen.

24 Hart&Vaat


UMC Utrecht ontdekt behandeling voor PXE-patiënten

Het UMC Utrecht heeft een effectieve behandeling ontdekt voor de zeldzame, erfelijke ziekte PXE.

Patiënten met deze ziekte hebben last van verkalkingen in de huid, de bloedvaten en het netvlies.

Daardoor kunnen zij te maken krijgen met huidaantastingen, vaatziekten en ernstige slechtziendheid.

Onderzoekers van het UMC Utrecht hebben nu ontdekt dat een bestaand medicijn, etidronaat,

ervoor zorgt dat de verkalking wordt geremd.

Samenwerking met de huisartsen

Het UMC Utrecht overlegt regelmatig met huisartsen over de

opzet en werkwijze van het Hart- en vaatcentrum.

De specialisten en huisartsen bepalen gezamenlijk wie welke

zorg levert en overleggen regelmatig met elkaar. Door deze

samenwerking kunnen zij mooie innovaties en goede ideeën

realiseren. Hiermee verbeteren ze de zorg voor de patiënten:

‘de juiste zorg op de juiste plaats’.

Groot Europees onderzoek naar

beste dialysetherapie bij nierfalen

Onder leiding van het UMC Utrecht wordt

de komende vier jaar bij 1800 nierpatiënten

onderzoek gedaan naar de beste

dialysetherapie. De Europese Commissie

heeft daarvoor in het kader van het

Horizon 2020-programma ruim

6,4 miljoen euro subsidie beschikbaar

gesteld aan een internationaal consortium

onder leiding van UMC-arts Peter

Blankestijn. De onderzoekers willen

aantonen dat door een relatief nieuwe

dialysemethode, hemodiafiltratie, niet

alleen de kans op ziekte en sterfte afneemt

maar met name ook de kwaliteit van leven

voor nier patiënten verbetert.

Interactieve

e-module

‘Leven na een

hartinfarct’

In Nederland worden jaarlijks 30.000 mensen

opgenomen vanwege een hartinfarct. Patiënten

krijgen hierna te maken met leefregels over

voeding, beweging en medicatie, die het risico op

een nieuw hartinfarct verkleinen. Deze informatie

is nu gebundeld in een e-module ‘Leven na een

hartinfarct’ zodat patiënten op een geschikt

moment, in het ziekenhuis of thuis, de informatie

kunnen lezen. Het UMC Utrecht en Stichting

Vrienden UMC Utrecht realiseerden de e-module

samen met patiëntenvereniging Harteraad.

Nieuwe man/vrouw-verschillen gevonden

bij opsporen hartziekten

Als je onderzoeksresultaten bij mannen en vrouwen op één hoop

gooit, mis je relevante informatie om hartziekten eerder op te

sporen. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Aisha Gohar,

gesteund door de Hartstichting. Ze ontdekte nieuwe verschillen

tussen mannen en vrouwen met slagaderverkalking en hartfalen.

Bovendien laat ze zien dat er vaak nog geen aandacht is voor

man/vrouw-verschillen in hartonderzoek.

Hart&Vaat 25


“Ik heb het gevoel dat ik een

tijdbommetje meedraag”

Ellen Pauëlsen heeft verwijde halsslagaders. Vorige week werd er een

scan gemaakt om te zien of de aneurysma’s zijn gegroeid of juist

gekrompen. Hoogleraar vaatchirurgie Gert Jan de Borst is specialist.

26 Hart&Vaat


“Hoe gaat het met u?”, vraagt Gert Jan.

Ellen Pauëlsen (64) uit Hollandse Rading is bij hem in

behandeling vanwege een verwijding (aneurysma) van

de halsslagaders aan beide zijden. Vorige week is de

jaarlijkse CT-scan gemaakt om te controleren of de

aneurysmata in een jaar tijd zijn gegroeid of

gekrompen. “Het gaat goed”, antwoordt ze. “Ik ben blij

met de uitslag; alles is stabiel gebleven. Toch visualiseer

ik af en toe hoe het er van binnen uitziet. Dan heb ik

het gevoel dat ik een tijdbommetje met me meedraag.”

Een aneurysma,

een verwijding

van de slagader, is

een veel

voorkomende

aandoening.

In het speerpunt

Circulatory Health is

een aneurysma één

van de vier

focusgebieden. We

geven patiënten

behandelingen op

maat en verrichten

onderzoek naar

hersen-, halsslagaderen

aorta-aneurysma’s.

Expertisecentrum

Sinds 2014 is het UMC Utrecht een

expertise centrum. In een database

worden onderzoeksgegevens verzameld

van patiënten wereldwijd. Gert

Jan stelt zijn patiënt gerust: “Een

hals- aneurysma groeit meestal niet en

de kans dat hij scheurt, is verwaarloosbaar

klein. Tenzij er een genetische

aanleg voor bindweefselproblemen is.

Dat is bij u niet het geval.” Ellen vraagt

zich af in hoeverre er bloedstolsels

kunnen ontstaan. “In halsslagaderaneurysmata

zien we vrijwel nooit

stolsels”, antwoordt Gert Jan.

“Bovendien zijn de verwijdingen

bij u relatief klein.”

Oorsuizen

Vaak wordt de aandoening bij toeval

ontdekt. Zo ook bij Ellen. Ze had last

van tinnitus, oftewel oorsuizen. De

KNO-arts maakte een scan om de

oorzaak te achterhalen. “Ik was

natuurlijk blij dat ik geen tumor had”,

zegt ze. “Maar wel kwamen de

aneurysmata aan het licht.” Ze vraagt

zich af of een aneurysma de oorzaak

van oorsuizen kan zijn. “Het lijkt soms

of ik het bloed hoor stromen op het

ritme van mijn hartslag.” Gert Jan

vertelt dat dit ooit is onderzocht bij een

patiënt die ook last had van oorsuizen.

Toen is met een ballonnetje heel even

de halsslagader afgesloten. “De patiënt

hoorde het suizen nog steeds”, zegt hij.

“Het aneurysma is dus niet de

oorzaak.”

Afgeleid

“Hoeveel last heeft u van uw tinnitus?”,

vraagt Gert Jan. “Het belemmert me

regelmatig”, zegt Ellen. “Ik word er

soms ook moe en narrig van.”

De KNO-arts heeft gezegd dat een

gehoorapparaatje kan helpen.

Maar die beslissing stelt ze nog even

uit. Volgens Ellen is er óók een

psychische component. Ze vertelt:

“Gisteren scheen de zon en ging ik

snoeien in de tuin. Ik ben echt een

buitenmens. Als de vogels fluiten en

de bijen zoemen, heb ik er minder last

van. Dan ben ik op een fijne manier

afgeleid.”

Stents

Ellen vindt het een geruststellende

gedachte dat ze eens per jaar wordt

gescand. Ze vraagt zich af wat er

gebeurt als de verwijding toeneemt.

Gert Jan: “We kunnen met een

operatie in de hals het aneurysma

weghalen óf een stent plaatsen. We

doen onderzoek om die stents steeds

beter te maken. Daarvoor maken we

een driedimensionaal beeld van de

hals van een geanonimiseerde patiënt.

Vervolgens printen we een levensechte

mal en gaan we experimenteren. Is de

nieuw ontwikkelde stent voldoende

buigzaam en stevig? Blijft ie op z’n

plek? Ontstaan er geen bloedpropjes

tijdens de plaatsing?”

Bloedverdunners

Ellen komt nog even terug op het

gevaar van stolling bij een halsverwijding.

“Zou ik voor de zekerheid

geen bloedverdunners moeten slikken?

Want als er toch een stolsel ontstaat,

dan is het misschien te laat.” Gert Jan

legt uit dat bloedverdunners ook

nadelen hebben. “Ze kunnen een

bloeding veroorzaken. In uw geval

nemen we dat risico niet.” “Ik voel mij

in goede handen”, zegt Ellen. “Maar het

blijft een beetje eng. Tegelijkertijd leer

je ermee omgaan. Ik denk steeds

vaker: ach, er zijn veel ergere dingen

in het leven.”

Hart&Vaat 27


Sanne de Jong – Universitair docent afdeling Medische Fysiologie

Caroline Pham, eerstejaars masterstudent Biology of Disease

“Veelbelovende studenten in het vizier”

“Ik mag mijn eigen onderzoek uitvoeren!”

Sanne de Jong geeft onderwijs aan studenten biomedische

wetenschappen en geneeskunde met een interesse in hart en vaten.

Regelmatig zitten daar mensen tussen die het UMC Utrecht graag

opleidt tot én behoudt als cardiovasculair onderzoeker of arts.

Hoe doe je dat?

“We onderwijzen niet alleen basiskennis over het hart- en vaatstelsel,

maar leggen vanaf de bachelorfase meteen een link naar

wetenschappelijk onderzoek. Voor de bachelorstudenten zijn

bijvoorbeeld de keuzecursussen ‘Cardiac pathophysiology’ en ‘Vascular

biology’ ontwikkeld. Daaraan werken hart- en vaatonderzoekers mee

die allemaal betrokken zijn bij actueel wetenschappelijk

speerpuntonderzoek. Ze geven colleges en begeleiden studenten bij

het schrijven van hun scriptie. Op deze manier laten we studenten al

vroeg kennismaken met wat er hier allemaal gebeurt, op het gebied van

hart en vaten. Dat kan heel fundamenteel zijn; op celniveau, maar ook

translationeel – zoals onderzoek met diermodellen – of een klinisch

onderzoek met patiënten.

In de bachelorfase volgen studenten vooral colleges. Tijdens de

masteronderzoeksstage zijn zij echt verantwoordelijk voor een gedeelte

van het onderzoek. Zo leren ze in de praktijk hoe je onderzoek doet en

wat daar allemaal bij komt kijken. Deze directe betrokkenheid bij

hoogstaand, innovatief wetenschappelijk onderzoek is natuurlijk super

interessant voor deze studenten. Maar het is ook goed voor het

UMC Utrecht: we krijgen zo snel veelbelovende studenten in het vizier.

Belangrijk, want die mensen zien we hier straks graag terug als

onderzoeker of arts. Daarom bieden we hen een aantrekkelijk pad in het

UMC Utrecht, vanaf de bachelorfase tot in hun verdere carrière. Ik vind

het geweldig om mijn passie voor het vak over te brengen op studenten.

Mooi, als je ziet wat voor uitstekende cardiovasculaire artsen en

onderzoekers het UMC Utrecht voortbrengt én behoudt.”

“Als masterstudent heb ik veel vrijheid me te

ontwikkelen tot onderzoeker in het vakgebied

hart en vaten. Tijdens mijn bachelor

Biomedische Wetenschappen heb ik een

onderzoek naar hartritmestoornissen

geschreven en opgezet. Nu, tijdens mijn

masterstage, mag ik mijn onderzoek ook

daadwerkelijk uitvoeren. Dat is natuurlijk

geweldig! Mijn begeleider is Marc Vos,

hoogleraar Medische Fysiologie. Dankzij

zijn kennis en ervaring in het hart- en

vaat onderzoek word ik heel goed opgeleid

tot onderzoeker. Ik leer verschillende

onderzoekstechnieken en daarnaast is er veel

aandacht voor wetenschappelijk denken,

schrijven en presenteren. Ook belangrijke

vaardigheden voor een wetenschapper.

Heel leuk: je wordt binnen het hart- en vaatonderwijs

gestimuleerd om onderzoek in het

buitenland te doen. Natuurlijk laat ik die kans

niet schieten! In januari 2019 ga ik naar

Melbourne, om daar verder te werken aan mijn

hartritmestoornissen-expertise. Dus, wat ik van

dit onderwijs vind? Veelzijdig, diepgaand en

gericht op actuele onderzoeken. De docenten

zijn gespecialiseerd in hun vakgebied en vaak

zelf betrokken bij wetenschappelijk onderzoek.

Als student kom je zo direct in contact met

hart- en vaatexperts. Dit zorgt voor een hoge

kwaliteit van het onderwijs én het is goed voor

je wetenschappelijke netwerk.”

28 Hart&Vaat


Keuzeonderwijs

studenten

Julius de Poel, derdejaars bachelorstudent Biomedische Wetenschappen

“Met deze basiskennis ben ik goed voorbereid”

“Afgelopen jaar heb ik twee keuzecursussen

over hart- en vaatziekten gevolgd. Allebei zó

interessant dat het me hielp beseffen dat dit de

richting is die ik in wil gaan. De colleges worden

gegeven door enthousiaste sprekers met veel

kennis over hart- en vaatonderzoek en de

docenten zijn altijd bereid je te woord te staan.

Ook is het heel fijn dat je als student zelf mag

kiezen over welk onderwerp je een

onderzoeksvoorstel of essay wilt schrijven.

Dan kun je dus voor je voorkeursonderwerp

gaan. In mijn geval is dat de cardiomyopathie,

wat letterlijk ‘hartspierziekte’ betekent.

We weten nog maar weinig over de

onderliggende biologische mechanismen en

genetica hiervan. Heel interessant om erover na

te denken welk onderzoek de diagnose en

behandeling zou kunnen verbeteren. Ik denk

dat dit bacheloronderwijs je goed voorbereidt

op je onderzoeksstage tijdens je master.

Dan ga je minstens één keer stagelopen bij een

onderzoeksgroep. Daar heb je natuurlijk een

gedegen basiskennis voor nodig, omdat je dan

veel beter begrijpt wat je aan het doen bent.

En misschien zelf ideeën kunt inbrengen.

Het lijkt me geweldig om na – of misschien

wel tijdens – mijn master er samen achter te

komen wat de oorzaken van cardiomyopathie

kunnen zijn.”

Voor studenten Geneeskunde en

Biomedisch wetenschappen

ondersteunt het speerpunt

Circulatory Health drie

keuzecursussen. De cursus

Hartziekten: van oorzaak tot

behandeling’ richt zich specifiek

op de hartspier en daaraan

gerelateerde aandoeningen

(hartfalen, ritmestoornissen).

In de cursus ‘De rol van vaatwand

en bloedstroom’ staan de

normale bloedcirculatie en het

effect van aandoeningen op deze

circulatie centraal. De cursus

‘Cardiac pathophysiology’ richt

zich op de moleculaire basis,

preventie, diagnose en

behandeling van hartafwijkingen.

In het speerpunt Circulatory Health

is talentontwikkeling een belangrijk

thema. Jaarlijks brengt het speerpunt een

onderwijsbrochure uit voor studenten

Geneeskunde, SUMMA en Biomedische

Wetenschappen.

www.umcutrechthartenvaatcentrum-onderwijs.nl/

Hart&Vaat 29


Hartfalen

door stijve

hartspier

De signalen bij vrouwen

Hart- en vaatonderzoeker Hester den Ruijter

onderzoekt hartfalen bij vrouwen. “Ik richt

me bijvoorbeeld op de vraag waarom bij

vrouwen eerder een verstijving van de

hartspier ontstaat dan bij mannen.”

Hartfalen door een stijve hartspier is een zeer

ernstige ziekte”, vertelt Hester. “Mensen kunnen niet

of nauwelijks meer traplopen, fietsen en zijn heel snel

benauwd. Deze vorm van hartfalen, die we aanduiden

als diastolisch hartfalen, komt vaker voor bij vrouwen

dan bij mannen. Op moleculair niveau snappen we –

nog – helemaal niet wat er aan de hand is. We weten

veel te weinig, daarom is het heel belangrijk om te

voorkomen dat de hartspier zo stijf wordt.”

Inzicht in risico’s

Hester wil achterhalen wie een verhoogd risico loopt

op een stijve hartspier. “Inmiddels hebben we een

grondig literatuuronderzoek gedaan. Hieruit blijkt dat

in geen enkele bestaande studie naar de voorstadia

van hartfalen onderscheid is gemaakt tussen vrouwen

en mannen. Verder analyseren we de gegevens van

patiënten die door hun huisarts naar een cardiologiecentrum

zijn verwezen. We bekijken echobeelden, we

houden bij wie in het ziekenhuis wordt opgenomen

voor hartziekten en wie komt te overlijden. Wanneer

we de risico’s, de ontwikkelingspaden richting

hartfalen van mannen én vrouwen inzichtelijk

hebben, biedt dit een goede basis voor verder

onderzoek naar de behandeling van hartfalen door

een stijve hartspier.”

1

2

3

4

5

6

7

8

9

pijn in de bovenbuik, kaak, rug

of nek

kortademigheid

extreme moeheid

duizeligheid

onrustig gevoel

angst

pijn tussen de schouderbladen

misselijkheid

braken

“Tuurlijk ben ik als onderzoeker nieuwsgierig”, besluit

Hester, “en wil ik weten hoe dit precies in elkaar

steekt. Maar ons onderzoek is ook urgent. Deze vorm

van hartfalen heeft immers een zeer slechte

prognose. Er zijn geen goede medicijnen. Minder dan

de helft van de patiënten is na vijf jaar nog in leven.

Ons doel is dat we straks voor deze patiënten echt het

verschil kunnen maken.”

Er zijn verschillen tussen vrouwen en mannen

in het ontstaan van hart- en vaatziekten. In het

speerpunt Circulatory Health is hoog risico

(vrouw-specifieke factoren) één van de vier

focusgebieden. Met onderzoek willen we hart- en

vaatziekten bij vrouwen sneller ontdekken, beter

behandelen en waar mogelijk voorkomen.

30 Hart&Vaat


Vier vrouwen over hun hart

“Borstkanker heb ik overwonnen,

maar door de chemo heb ik hartfalen

ontwikkeld. Ik kreeg een steunhart en

nu heb ik gelukkig een donorhart.

Ik hoop dat door onderzoek hart -

schade na chemo in de toekomst

kan worden voorkomen.”

Hilda van der Veen

“Ik kreeg dezelfde hartproblemen als

mijn broer. Door een erfelijkheidstest

is ontdekt dat ik de erfelijke hartspierziekte

PLN heb. Ik snap dat een test

eng is, maar daarmee kun je ernstige

gevolgen zoals die van mij voorkomen.”

Annette Klinkert

“Ik spoor vrouwen in mijn omgeving aan om naar

de huisarts te gaan als ze een verhoogd risico

hebben op hartproblemen. Ga naar het ziekenhuis,

laat je controleren en laat je niet afwimpelen als de

leeftijd of symptomen er niet precies inpassen.”

Loes van der Veen

“Jarenlang had ik een hoge bloeddruk,

maar geen medicijn of behandeling hielp.

De kans op hartfalen werd steeds groter.

Ik kreeg een nieuw bloeddrukverlagend

implantaat in mijn halsslagader geplaatst.

Mijn bloeddruk is enorm gedaald en mijn

leven kreeg echt een nieuwe impuls.”

Claire Labberté

Hart- en vaatziekten

zijn een van de

belangrijkste

doodsoorzaken bij

vrouwen. Ik vind het

essentieel dat er

meer onderzoek

komt naar het

vrouwenhart.

Daarom steun ik het

onderzoek van harte

om hart- en

vaatziekten bij

vrouwen sneller te

ontdekken, beter te

behandelen en waar

mogelijk te

voorkomen.”

Neelie Kroes

Ambassadeur onderzoek

vrouwenhart

Hart&Vaat 31


Big Data @ Heart:

Data delen en trends zien

De explosief groeiende hoeveelheid

digitale gegevens in onze samenleving is

de ‘nieuwe olie’ van innovatie. Zo ook in

Big Data @ Heart. “We leven in een

wereld vol van gefragmenteerde

databestanden, maar deel ze en je

plaveit de weg om in korte tijd klinische

vragen te kunnen beantwoorden.”

Met zijn huidige onderzoek probeert

Stefan Koudstaal, cardioloog in

opleiding en klinisch epidemioloog, te

ontrafelen welke patronen er zijn in de

jaren voordat duidelijk wordt dat

patiënten aan hartfalen leiden. Met welk

type klachten gaan ze naar de huisarts?

Of welke medicijnen hebben ze in die

jaren gehad? Stefan: “Het antwoord

daarop hopen we de komende jaren bij

Big Data @ Heart te geven.”

Waar hebben we het eigenlijk over bij

big data? Stefan: “Voor ons betekent dit

grote aantallen data die niet netjes

gestandaardiseerd zijn opgeslagen.

Eigenlijk zijn het heel globale data van

heel veel patiënten. Je kunt er niet mee

de diepte in duiken, maar we kunnen

wel goed kijken naar bepaalde patronen

die ons op het spoor zetten om ziekten

eerder te signaleren en beter te

behandelen. Bij Big Data @ Heart kijken

we naar deze patronen met gegevens

uit Engeland, Zweden, Spanje en

Nederland. Zo zijn Zweden en Engeland

bijvoorbeeld al vergeleken op de

overlevingskans na een acuut

hartinfarct. Gecorrigeerd voor hoe ziek

patiënten waren bij binnenkomst in het

32 Hart&Vaat


Veertig kilometer op de

tandem voor onderzoek

ziekenhuis zagen we dat hun overleving

in Engeland veel minder goed was dan

in Zweden. Dat alleen al tussen twee

landen met big data zo’n verschil is te

meten, laat zien dat ze heel geschikt

zijn als onderzoeksmethode.”

Steeds hetzelfde rugnummer

“Hoe we dat doen? Waar wij mee

werken zijn elektronische

patiëntendossiers. Hierin staan data die

zijn gestandaardiseerd voor onderzoek

van alle patiënten die hieraan willen

meewerken.” Hij noemt een voorbeeld

van de patiëntendossiers die door

>

Stefan merkt op dat patiënten steeds meer betrokken

worden bij onderzoek, zowel vanuit hun zorgen en

vragen, als ook bij crowdfunding. “Op speciale

congressen voor patiënten vertellen we in begrijpelijke

taal wat we hebben onderzocht. Het maakt je ervan

bewust of je vraag in het onderzoek ook de echte

vraag is vanuit de patiëntengroep. Een voorbeeld van

een studie die samen met patiënten is bedacht, is het

onderzoek om de ziekte hartfalen eerder te herkennen

en in een vroeger stadium te kunnen afremmen.

Onze UMC Utrecht tandemtocht is ook een uitgelezen

moment om met patiënten in gesprek te gaan over het

onderzoek terwijl er wordt gefietst. Tijdens deze

traditie in juni zitten arts en patiënt samen op de

tandem om geld voor hartfalenonderzoek op te halen.

Zo combineren we aandacht voor hartfalen en aandacht

voor bewegen. Bezoekers van de tandemtocht

krijgen de primeur voor de eerste resultaten van de

studie die zij samen met Stefans onderzoeksgroep

hebben bedacht.”

Meer informatie over het onderzoek van Stefan:

https://www.bigdata-heart.eu/

Hart&Vaat 33


huisartsen in Engeland worden

bijgehouden. De Engelsen zijn een stap

verder dan in Nederland: de

diagnostische codes die huisartsen

hierin zetten zijn direct bruikbaar voor

onderzoek. “Heel veel is vanuit de

Engelse overheid geregeld en vergoed.

Zo heeft iedere patiënt daar een

identifier, steeds hetzelfde

‘rugnummer’, dat in ieder

onderzoekscohort wordt gebruikt.”

Hoewel Stefan en zijn collega’s meestal

niet de beschikking hebben over zeer

precieze gegevens, zoals een echo of

bepaalde bloeduitslagen, is er wel altijd

informatie over bloeddruk en

medicijngebruik voor handen in de

patiëntendossiers. “Daarop richten we

ons nu binnen Big Data @ Heart.

Eigenlijk moet je ons zien als een groot

internationaal consortium waarin

meerdere onderzoeksgroepen met

elkaar samenwerken. De ict-bedrijven

bij het consortium zorgen ervoor dat

we de data kunnen vergelijken. Met

elkaar plaveien we de weg om in korte

tijd de juiste klinische vragen te kunnen

beantwoorden. Als we dat binnen de

projectlooptijd van 5 jaar bereiken,

ben ik wel heel trots!”

..

“We hebben echt werelddata. Patientgegevens

van al die huisartsen en cardiologen staan

allemaal in zo’n onderzoekbestand.”

Rick Grobbee

“Als je meer lagen bekijkt, ga je de verschillen zien

Rick Grobbee, speerpuntvoorzitter Circulatory Health:

“We proberen met een serie onderzoeken zoals

Big Data @ Heart de verschillen tussen patiënten beter te

begrijpen. We hebben een redelijk effectief, maar tevens

wat simpel beeld van een patiënt met hart- en

vaatziekten. Zo spreken we over zes grote categorieën

waarvoor we pakweg tien belangrijke geneesmiddelen

hebben. Maar als we beter kijken, zien we toch

verschillen: bijvoorbeeld in de reactie op therapie, in de

prognose en of we een duidelijke risicofactor vinden. Het

mogen dan allemaal patiënten met hart- en vaatziekten

zijn, overal schuilt toch iets anders achter. Wij denken dat

het gebruik van grote gegevensbestanden zoals bij Big

Data @ Heart ons de mogelijkheid geeft om kleine

groepen toch scherp in beeld brengen. Het is de weg

voorwaarts, mede mogelijk door nieuwe data

analysetechnieken.”

“Het is de kracht van die 24 miljoen data in Big data @

Heart en onderlinge diversiteit in die data waardoor we

vanuit verschillende invalshoeken naar een patiënt

kunnen kijken. Zo krijgen we een 360 graden beeld naar

aanleiding van de genetische informatie van patiënten,

de interactie tussen de genen en de omgeving en de

invloed op stofwisseling en moleculen. Pas als je meer

lagen gaat bekijken, ga je de verschillen zien.”

34 Hart&Vaat


‘Samen de

krachten bundelen

“De ambitie van het speerpunt is

maatschappelijk relevant zijn voor

mensen met hart- en vaatziekten.

Impact bereiken we met nieuwe

kennis door wetenschappelijk

onderzoek, specialistische

opleidingen en een duidelijk

zorgprofiel. Samen met

zorgverleners willen we onze zorg

servicegericht aanbieden en met

een hoge patiënttevredenheid.

Om dat te bereiken, is de

samenwerking met zorgverleners

in en buiten de regio een

belangrijke focus”, stelt Marco

Houterman, programmamanager

speerpunt Circulatory Health.

De rol van het programmabureau is om speerpuntbeleid

te ontwikkelen en faciliteren op onderzoek, zorg en

onderwijs. “We werken als een linking pin in het

ziekenhuis. Bij goede onderlinge samenwerking kunnen

we hoogwaardige zorg leveren, bijvoorbeeld voor

patiënten met meerdere hart- en vaataandoeningen.

Onderzoekers werken gezamenlijk aan een

onderzoeksstrategie op basis van de vier focusgebieden:

hartfalen, aneurysma, beroerte en hoog risico. En kunnen

studenten al vroeg kennis maken met het vakgebied hart

en vaten.”

Team

“Met een betrokken team werken we dagelijks aan deze

rol. Wendy Gouw-Ellenbroek is adviseur zorg en richt

zich op de uitbreiding van de multidisciplinaire polikliniek

Hart- en vaatcentrum. Baukje van Dinther is manager van

het Utrecht Cardiovasculair Cohort. Coördinator

onderzoek/onderwijs is Marti Bierhuizen en hij focust zich

op keuzecursussen voor studenten en ondersteuning van

de onderzoeksgroepen van de focusgebieden. Heleen

Romeijn, adviseur Marketing & Communicatie, zet zich in

voor de positionering en profilering van het UMC Utrecht

Hart- en vaatcentrum en internationaal Center for

Circulatory Health. Als programmamanager ben ik

verantwoordelijk voor projecten die bij het

programmabureau zijn ondergebracht en ik draag bij

aan de strategieontwikkeling van ons speerpunt.”

Hart- en vaatziekten verminderen

“Met ons team zijn we zowel aanjager, facilitator als

probleemoplosser om op onze manier een bijdrage te

leveren in het verminderen van de ziektelast bij hart- en

vaatziekten. Daarvoor komen we iedere dag naar het

UMC Utrecht.”

Hart&Vaat 35


Joyce Browne onderzoekt hoge

bloeddruk bij zwangere vrouwen

Wereldwijd sterven jaarlijks zo’n driehonderdvijftigduizend vrouwen tijdens de

zwangerschap, bevalling of in de kraamtijd. Een belangrijke oorzaak daarvoor is

een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap. Arts-onderzoeker Joyce Browne

wil de kans daarop minimaliseren.

Een gevolg van een te hoge bloeddruk is zwangerschapsvergiftiging

waarbij moeder én kind gevaar

lopen. Joyce doet onderzoek bij achthonderd

vrouwen die tussen de 26 en 34 weken in

verwachting zijn. Ze wil weten of te voorspellen is

welke vrouwen baat hebben bij een zo snel

mogelijke bevalling als zij of het kind ziek zijn en bij

wie kan worden gewacht. Iedere dag extra in de

baarmoeder geeft het kind een betere start.

Gezondheid moeder en kind

Haar tweede onderzoek is een jaar na de bevalling,

onder vierhonderd vrouwen. Ze gaat hierin na

hoeveel van hen een hoge bloeddruk houden en

hoe het met de algehele gezondheid van moeder

en kind gesteld is.

De resultaten zet ze af tegen die van honderd

vrouwen die een gewone bevalling hebben gehad.

Het eerste onderzoek voert Joyce in Ghana uit, het

tweede in Nigeria. Niet dat er in Nederland geen

zwangere vrouwen aan de gevolgen van hoge

bloeddruk overlijden, alleen zijn dat er een stuk

minder dan in de Afrikaanse landen: 7 op de

100.000 levend geboren kinderen, tegen 340 in

Ghana en 814 in Nigeria.

Goede gezondheidsstructuur

De tweede reden om voor deze landen te kiezen,

is dat ze een goede gezondheidsstructuur hebben.

De meeste vrouwen gaan minstens één keer naar

een verloskundige. Bovendien zijn de ziekenhuizen

redelijk georganiseerd zodat Joyce daar haar

onderzoeken goed kan uitvoeren en verbeteringen

in de zorg ook kunnen worden doorgevoerd.

Joyce werkt samen met lokale artsen en onderzoekers.

Dat die een andere culturele achtergrond

hebben, daaraan moet ze zich aanpassen, maar

tegelijkertijd vindt ze het ook erg leerzaam.

“Er is daar meer hiërarchie en mensen zijn minder

direct. Dat maakt dat ik voorzichtiger ben

geworden. Je hoort mij niet meer zeggen: ‘Ik stel

voor dat we dit of dat doen’. Dat is geworden:

‘Zou het een idee zijn dat we dit of dat doen?’

Joyce verwacht dat ze in 2020 de resultaten van

beide onderzoeken kan presenteren. Wat ze daarna

gaat doen, weet ze nog niet precies: “Het wordt in

ieder geval een baan waarin ik een zinvolle bijdrage

kan blijven leveren aan het verbeteren van de

gezondheidssituatie van vrouwen. Op dit moment

matcht dit uitstekend met onderzoek doen.”

36 Hart&Vaat


Universitair hoofddocent Kerstin Klipstein-Grobusch

Global Health:

wereldwijd inzicht in

hart- en vaatziekten

Bijdragen aan wereldwijde gezondheid voor iedereen. Aan die

missie werken de onderzoekers van Julius Global Health. Hoe?

Door klinisch epidemiologisch onderzoek te doen.

Door innovatieve oplossingen in gezondheidszorgtechnologie

te bedenken. En door nieuwe generaties professionals in de

gezondheidszorg op te leiden. Dat zegt universitair hoofddocent

Kerstin Klipstein-Grobusch. “Global Health zoekt nieuwe

oplossingen in de preventie en behandeling van onder andere

hart- en vaatziekten.”

De gezondheid van hart en vaten is een belangrijk thema in het Julius

Global Health-onderzoek. Heeft de ontwikkeling van baby’s en kinderen

invloed op de gezondheid van hun hart en vaten als volwassenen?

Wat leren we als we diabetes en hart- en vaatziekten en hun risicofactoren

internationaal vergelijken? En kunnen we nieuwe manieren vinden om

hart- en vaatziekten en diabetes bij hoge en lage inkomensgroepen te

voorkomen? Om die drie vragen draait het hart- en vaatonderzoek van

Global Health. De onderzoekers gaan daarbij altijd uit van het levensloopperspectief,

de ontwikkeling van foetus, baby en kind tot volwassene.

In het speerpunt

Circulatory Health

is de gezondheid van hart

en vaten een belangrijk

thema. We richten ons

wereldwijd op onderzoek

en onderwijs op gebied

van diabetes en hart- en

vaatziekten. Global

Health-onderzoekers

werken hierin samen met

lokale en internationale

partners.

Kerstin vertelt dat er in de hele wereld projecten lopen, gericht op het

voorkomen van hart- en vaatziekten en diabetes. “Zo zijn Global Healthonderzoekers

betrokken bij onderzoek in Azië, Oceanië en Afrika, waarbij

ze samenwerken met lokale en internationale partners. In Oxford, Sydney

en andere wereldsteden doen ze bijvoorbeeld onderzoek naar de effecten

van sekseverschillen op veel voorkomende risicofactoren voor hart- en

vaatziekten. Of naar de relatie tussen etniciteit en preventie van hart- en

vaatziekten. In het RODAM-onderzoek naar obesitas en diabetes onder

Afrikaanse migranten vergelijken onderzoekers Ghanezen met hun

landgenoten in Amsterdam, Londen en Berlijn. Zo willen ze inzicht krijgen

in de complexe wisselwerking tussen milieu en genetica, die bij de

ontwikkeling van type II diabetes en obesitas een rol speelt. In Azië vinden

onderzoeksprojecten plaats om de kwaliteit van de beroertezorg te

verbeteren in een omgeving met ontoereikende middelen. En onderzoek in

Zuid-Afrika richt zich op veranderingen in het riscio van te hoge bloeddruk

op lange termijn in landelijke en stedelijke bevolkingsgroepen.”

Hart&Vaat 37


Klokkijken

in het hart

38 Hart&Vaat


Wist je dat de cellen in ons lichaam een 24-uursritme hebben?

En dat die interne klok van invloed is op, onder andere, het

herstellend vermogen van cellen? Het is dit gegeven, en alle

implicaties er omheen, waarnaar cardioloog Linda van Laake

onderzoek doet. “Er zijn indicaties dat hartcellen ’s middags

beter tegen zuurstoftekort kunnen dan in de vroege ochtend.”

Aan dit 24-uursritme lijken naast mensen ook

dieren, planten, en individuele cellen in ons

lichaam, zelfs wanneer ze eenzaam in een

kweekschaal liggen, zich te houden. Wanneer

dat ritme beter begrepen wordt, zijn potentiële

gevolgen voor de medische wereld groot.

Linda: “Hartcellen blijken een vast dag- en

nachtritme te hebben. Je kunt, simpel gesteld,

zeggen dat ze ’s avonds rusten en overdag actief

zijn. Ook het herstellend vermogen van cellen,

na een operatie bijvoorbeeld, zou dus wel eens

tijdsafhankelijk kunnen variëren.”

Interne klok

Veel is nog onbekend over deze ‘interne klok’,

maar onderzoekers vermoeden dat het lichaam

bepaalde taken, zoals het repareren van cellen,

bij voorkeur uitvoert op momenten dat het niet

stand-by hoeft te staan voor plotselinge actie.

Bijvoorbeeld voor een sprintje naar de trein.

Bij sommige ziekten raakt het 24-uursritme

uit balans. Dat lijkt ook het geval bij hartfalen,

waarbij de pompkracht van het hart is

Hartfalen is een

chronische

aandoening waarbij de

pompfunctie van het

hart langzaam afneemt.

In het speerpunt

Circulatory Health

is hartfalen één van de

vier focusgebieden.

Door middel van

onderzoek willen we de

herkenning, prognose

en behandeling van

hartfalen verbeteren.

afgenomen. Bijvoorbeeld na een hartinfarct.

Linda: “Wij onderzoeken nu of de behandeling

van hartfalen verbetert als je rekening houdt met

de fase waarin hartcellen zich bevinden. Hier

ligt ook een kans om een ander probleem op

te lossen: mogelijk verklaart het 24-uursritme

en de daaruit voortvloeiende verschillen in

cel-activiteit deels waarom de genezing van

hartfalen met stamcellen nog niet lukt.”

Stamcellen zijn de oercellen van ons lichaam:

ze kunnen zich nog ontwikkelen tot bijvoorbeeld

bloed-, huid- of hartcel. Wetenschappers

proberen al jaren om met deze stamcellen

het stuk hartspier dat is afgestorven na een

infarct te herstellen. Dat blijkt in de praktijk

toch heel moeilijk te zijn. “Ik zoek het dan ook

in verbetering van de uit stamcel gekweekte

hartspiercellen dankzij het 24-uursritme.

Dus de cellen transplanteren als ze in

hun ‘optimale fase’ zijn wat betreft hun

therapeutische eigenschappen. Ofwel ze

zo manipuleren dat je deze optimale fase

continu houdt.”

Kinderschoenen

Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen,

maar is veelbelovend. Linda benadrukt:

“Het is belangrijk dat we ons realiseren dat

24-uursritmes bestaan. Als we ze kunnen

doorgronden en medische behandelingen erop

kunnen aanpassen, kunnen we er een groot

voordeel mee behalen.”

Hart&Vaat 39


Pieter Doevendans

> Linda van Tellingen

Multidisciplinaire polikliniek

Hart- en vaatcentrum

> Esther de Haan

> Suzanne Elstgeest-Grootenboer

40 Hart&Vaat


“Dit is de zorg

van de

toekomst”

Verpleegkundig

specialist: voor de

beste zorg én

service

“Mijn collega’s en ik

zijn de spil in de

patiëntlogistiek”

Pieter Doevendans Linda van Tellingen & Esther de Haan Suzanne Elstgeest-Grootenboer

“Wij zijn er voor de patiënt”, stelt

Pieter Doevendans, hoogleraar

cardiologie en verantwoordelijk

voor de zorg binnen het

speerpunt. “Naast de beste zorg

draait het hier om de beleving van

onze patiënten. Zij moeten in een

halve dag door de verschillende

specialismen en disciplines zijn

gezien én zich er prettig bij

voelen.”

Een prettige patiëntbeleving en

vergroten van de kwaliteit van

zorg, dat zijn de voornaamste

doelen van de Hart- en vaatpolikliniek,

aldus Pieter. “Hier

werken we met verschillende

specialisten van onder meer de

interne geneeskunde, vaatchirurgie,

neurologie en cardiologie.

Essentieel hierbij is dat we

uniforme richtlijnen hanteren.

Deze kunnen per specialisme nog

al eens verschillen. Met de polikliniek

is dat verleden tijd, wat ook

weer ten goede komt aan de

wetenschap. Zoveel zorg in een

compact tijdsbestek staat of valt

met de logistiek. Die moet perfect

zijn, zodat we effectief alle

gegevens in kaart hebben en

samen tot een behandelvoorstel

kunnen komen. Daarnaast moeten

patiënten meteen zijn geïncludeerd

voor de wetenschap, zodat

bijvoorbeeld hun DNA kan worden

gebruikt voor onder andere

genetisch hart- en vaatonderzoek.

De tijd dat een patiënt van wachtkamer

naar wachtkamer gaat en

specialisten bepalen wat er

gebeurt, is voorbij. De patiënt staat

centraal in de multidisciplinaire

polikliniek: dit is de zorg van de

toekomst.”

Al zien patiënten op de polikliniek

van het Hart- en vaatcentrum

meerdere zorgverleners, altijd is

er de verpleegkundig specialist

als vast aanspreekpunt.

“Wij hebben per patiënt het

totaaloverzicht”, zegt Linda van

Tellingen. “Zij komen voor de

meeste vragen over zorg en

behandeling allereerst bij ons

terecht.”

“Vóór een patiënt naar de specialist

gaat, verrichten wij het nodige

voorwerk”, vertelt Linda. “Ik werk

de status bij en vul de

voorgeschiedenis aan. Is een

patiënt bijvoorbeeld eerder

opgenomen geweest en voor wat?

Ik neem labuitslagen door en

breng risicofactoren in kaart. Is er

sprake van overgewicht, hoge

bloeddruk, roken? Kortom,

wij richten ons enerzijds op het

risicomanagement. Want alle

patiënten die hier binnenkomen

hebben één gemeenschappelijke

deler: of ze hebben al last van

hart- en vaatziekten óf ze lopen

een hoog risico. Naast curatief

behandelen, is hier dus ook veel

aandacht voor preventie.”

Anderzijds houden de

verpleegkundig specialisten de

multidisciplinaire samenwerking in

de gaten. Linda: “Als ik tijdens de

triage merk dat bijvoorbeeld naast

de vaatchirurg ook een cardioloog

nodig is, dan zorg ik ervoor dat dit

meteen dezelfde ochtend mogelijk

is. Het gaat erom dat de patiënten

hier de beste zorg én service

ontvangen.”

Van aneurysma’s en hartfalen tot

etalagebenen: op de polikliniek

van het Hart- en vaatcentrum

komen verschillende patiëntengroepen

langs voor een combinatie

van specialismen. Het team

van doktersassistenten zorgt

hierin voor een goed geoliede

patiëntlogistiek. “Als in een vlotte

trein moet een patiënt alle

benodigde onderzoeken en

gesprekken binnen één dagdeel

kunnen doorlopen”, zegt

dokters assistent Suzanne

Elstgeest-Grootenboer.

“Het proces begint bij de

aanmelding van de patiënt door de

huisarts”, vertelt Suzanne.

“Of door een specialist in huis of

uit een ander ziekenhuis.

De verwijzing wordt beoordeeld

door de aanwezige arts.

Die bepaalt de benodigde

onderzoeken en eventuele

afspraken bij andere specialismen.

Mijn collega’s en ik zijn de spil in

het proces rondom het polibezoek

van de patiënt. Hierbij is goed

teamwerk van belang. Wij

ontvangen de patiënten en

beantwoorden eventuele vragen.

Maar ook meten wij – wanneer

nodig – de bloeddruk plus die in

zowel enkel en arm, de zogeheten

enkel-arm-index, ter voorbereiding

op het consult bij de arts. Verder

regelen wij alles rondom de

wondzorg, van A tot Z. En na het

consult zorgen wij voor de

afronding van het polibezoek en

plannen wij een vervolgafspraak in.

Kortom, de doktersassistenten zijn

betrokken bij het gehele

politraject.”

Hart&Vaat 41


“Deze dagelijkse

check-up geeft

me rust”

Iedere ochtend ligt patiënt Alfred Hagedoorn met

zijn bovenlichaam op een speciaal kussen dat

verbinding maakt met de bij hem geïmplanteerde

sensor in de longslagader. Die sensor meet de

druk, waarna meteen draadloos de resultaten naar

zijn cardioloog in het UMC Utrecht gaan.

“Dat ik dagelijks thuis word gecontroleerd en

vanuit het ziekenhuis bericht terug krijg, voelt

veilig. Het geeft mij rust.”

In de lente van vorig jaar was Alfred al een tijdje

kortademig. Ook had hij last van duizeligheid.

“Iedere week zwom ik intensief. Tot het in september

mis ging: ik dacht dat ik stikte. Ik had een astma

cardiale, wat betekent dat door lekkende

hartkleppen de linkerhelft van mijn hart zo verzwakt

was, dat het niet voldoende vocht kon verwerken.

Mijn longen liepen daardoor vol. Met grote spoed

vertrok ik met de ambulance naar het UMC Utrecht.

Na enkele zeer beangstigende benauwdheden heb

ik via de lies mitraclips gekregen. Die verminderen

het lekken van de hartkleppen. Het ging beter, maar

nog niet echt optimaal. In december was het weer

foute boel. Opnieuw astma cardiale en opnieuw met

spoed naar het UMC Utrecht. Het bleek dat door de

hartkleplekkage de beide harthelften niet meer

synchroon liepen. Om dit te verhelpen, is besloten

een CRT-D-pacemaker te plaatsen zodat mijn twee

hartkamers weer tegelijk samentrekken. Ik voel me

nu echt een stuk beter.”

Computer in een kussen

Ook is bij Alfred het zogeheten CardioMEMS

HF-systeem ingebracht. Dit is een minisensor in de

longslagader die direct de druk meet. Bij verergering

van hartfalen neemt de longslagaderdruk toe. Alfred:

“Thuis staat een mooie trolley, met een computer in

een kussen. Iedere dag ga ik hierop liggen; een stem

vertelt mij of ik goed lig. Via de geïmplanteerde

minisensor gaat dan informatie over mijn

longslagaderdruk naar de cardioloog. Ik hoef

hierdoor minder vaak naar het ziekenhuis, terwijl

mijn dokter wél snel kan reageren. Je wordt alleen

teruggebeld als bijsturing nodig is. Het systeem heb

ik nu zo’n twee maanden, eens in de twee weken

krijg ik een telefoontje. Dan blijkt de druk toch te

hoog en wordt mijn medicatie aangepast.

Verergering van mijn hartfalen wordt hierdoor

meteen voorkomen. Na al die aanvallen die ik achter

de rug heb, geeft deze dagelijkse check-up mij rust,

en niet te vergeten ook mijn familie.”

42 Hart&Vaat


Een pleister

tegen een beroerte?

Ieder jaar krijgen in Nederland zo’n

41.000 mensen een beroerte. Dit kan

een herseni nfarct of een hersen bloeding

zijn. Een herseninfarct wordt veroorzaakt

door een stolsel dat een bloedvat afsluit

en een hersen bloeding doordat een

bloedvat knapt. Neuroloog Bart van der

Worp: “Voor een herseninfarct is de

prognose dankzij nieuwe behandelingen

de afgelopen jaren sterk verbeterd. Als je

binnen vier en een half uur een bloedverdunnend

middel inspuit, kun je veel

hersenschade voorkomen. Ook is het

stolsel soms met een katheter via de lies

te verwijderen. Hoe sneller je ingrijpt,

hoe beter de prognose.”

Beroerte is een verzamelnaam

voor TIA, herseninfarct en hersenbloeding.

In het speerpunt Circulatory Health is

beroerte één van de vier focusgebieden. We

onderzoeken hoe we behandelmethoden

kunnen verbeteren om de gevolgen van een

beroerte te verminderen of weg te nemen.

Pleister

Helaas bereikt slechts een klein deel van alle patiënten op tijd

het ziekenhuis voor het bloedverdunnende middel en kan

slechts bij 10% van de patiënten het stolsel verwijderd

worden. “We zoeken naar een aanvullende behandeling”,

zegt Bart. Een van de opties is een nitroglycerinepleister die

door het ambulancepersoneel wordt aangebracht.

We startten in april een trial: MR ASAP.

Nitroglycerine werkt bloedvatverwijdend. Bart hoopt dat

patiënten met een herseninfarct hierdoor in een betere

conditie het ziekenhuis bereiken. Daarnaast verlaagt het de

bloeddruk. Dat is hopelijk gunstig bij een hersenbloeding.

Goedkoop en veilig

Eén middel bij twee verschillende oorzaken van een beroerte.

Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Dat vindt Bart ook.

“In twee kleine Britse studies lijken de resultaten gunstig”,

zegt hij. “Wij hopen dat in deze grotere studie te bevestigen.”

Nitroglycerine is al meer dan 100 jaar bekend als medicijn.

Bij een dreigend hartinfarct zet het de kransslagaders open.

Van der Worp: “De stof wordt ook gebruikt in de mijnbouw,

om rotsgesteente te laten ontploffen. Het gaat dan om kilo’s,

in plaats van de milligrammen die in ons onderzoek worden

gebruikt. In de kliniek is nitroglycerine goedkoop en veilig.

Vaak is de schade na een beroerte heel invaliderend.

We hopen dat de pleister de schade beperkt.”

Hart&Vaat 43


Neuroloog in opleiding Annemijn Algra

Aspirine: méér dan een pijnstiller

Patiënten met een herseninfarct of een voorbode

hiervan, moeten meteen aspirine slikken, zegt

klinisch epidemioloog Ale Algra. Hij doet zijn

leven lang onderzoek naar het middel.

De belangstelling is overgesprongen op

dochter Annemijn.

Een van de bestanddelen van aspirine is salicine, een

stofje dat van oorsprong uit de wilg komt. Het werkt

koortsverlagend en pijnstillend. De Griekse arts

Hippocrates (± 400 v.Chr.) schreef bij pijn al brouwsels

van de wilgenbast voor. Maar het smaakte bitter

en patiënten kregen last van hun maag. In 1897 werd

de stof salicine voor het eerst synthetisch vervaardigd

en verwerkt tot het medicijn ‘aspirine’. “Een wonderlijk

middel”, zegt Ale. “Want het werkt niet alleen pijnstillend,

maar is óók een plaatjesaggregatieremmer;

het voorkomt dat bloedplaatjes samenkleven en

stolsels in de bloedbaan vormen.”

Bloedstolsel

Een bloedstolsel kan bijvoorbeeld ontstaan bij

atherosclerose, in de volksmond aderverkalking

genoemd. Om de beschadigde vaatwand te

repareren, stuurt het lichaam er bloedplaatjes op af.

Ze klonteren daar samen. “Soms laat zo’n stukje

stolsel los”, zegt Ale. “Als dat in de halsslagader

gebeurt, belandt het in de bloedvaten van de

hersenen. Hoe langer de toevoer is gestremd, hoe

groter de kans op ernstige schade in het brein.”

Een klein stolsel leidt tot een TIA (transient ischemic

attack) en de symptomen van uitval zijn tijdelijk. “Een

TIA is vaak een waarschuwing voor een veel ernstiger

infarct”, zegt Ale. “In de eerste dagen na een TIA of

herseninfarct is de kans op een ernstige herhaling het

grootst.”

Niet morgen, maar nu

Patiënten met een verhoogde kans op stolsels krijgen

levenslang aspirine voorgeschreven. Maar Ale ontdekte

dat aspirine meteen na een TIA of herseninfarct het

meest effectief is. In een lage dosering: bij voorkeur

75 mg. Samen met zijn collega uit Oxford –

prof. Rothwell – publiceerde hij dat onlangs in het

wetenschappelijk tijdschrift The Lancet. Ale: “Hoe

sneller je aspirine neemt, hoe meer kans dat je een

44 Hart&Vaat


Klinisch epidemioloog Ale Algra

volgend infarct voorkomt. Niet wachten op de dokter.

Nee. Meteen aspirine innemen.” Het advies is vorig

jaar opgenomen in het protocol voor een beroerte.

Het geldt overigens al veel langer voor mensen met

een hartinfarct. Ale: “Bij ons thuis ligt er dus altijd een

doosje aspirine in de keukenkast.”

Bezwaren

Aspirine heeft ook bezwaren. Omdat het medicijn

bloedplaatjes minder ‘kleverig’ maakt, kan er gemakkelijker

een inwendige bloeding ontstaan. Vooral

maag en darmen zijn daar gevoelig voor. Wie het

middel dus dagelijks slikt en een verhoogde kans op

bloedingen heeft, krijgt maagbescherming. Bovendien

kunnen de symptomen van een herseninfarct

– bijvoorbeeld een afhangende mond, spraakproblemen,

verlamde arm – óók het gevolg zijn van

een hersenbloeding; je hebt bij ‘een beroerte’ pas

zekerheid na een scan. Bij een hersenbloeding werkt

aspirine averechts. Ale: “De kans op een hersenbloeding

is veel kleiner dan de kans op een herseninfarct.

Bovendien kan één aspirine weinig kwaad bij

een hersenbloeding.”

Kankerpreventie

De passie voor aspirine is overgegaan van vader op

dochter: Annemijn Algra is neuroloog in opleiding en

deed een literatuuronderzoek naar de werking van

aspirine. Annemijn: “Uit onderzoek bij professor

Rothwell blijkt dat aspirinegebruikers minder tumoren

ontwikkelen en hier ook minder vaak aan overlijden.

Ik heb daar ook in de literatuur bewijs voor gevonden.

Aspirine reduceert het risico op alle kankers met bijna

20%, voor darmkanker met bijna 50%. Voor een

verklarende theorie is het nog te vroeg, maar een

mogelijk mechanisme is dat aspirine uitzaaiingen

voorkomt. In sommige richtlijnen wordt al

geadviseerd om vijftigers dagelijks preventief een lage

dosering aspirine te laten slikken.”

Twee-bij-twee

Een vader en dochter in het UMC Utrecht Julius

Centrum met beiden bovengemiddelde belang stelling

voor aspirine leidt soms tot verwarring in huis.

Annemijn: “Dan krijg ik een mail met als aanhef

‘Geachte professor Algra’ of wordt hij gevraagd om

spreekuur te draaien.” De liefde voor wetenschap

heeft Annemijn van haar vader. “Hij had vroeger

overal metertjes voor, bijvoorbeeld voor regenval in

de tuin. En hij rekende ons voor hoeveel we tijdens

een bergwandeling per minuut in hoogte waren

gestegen. Ale heeft mij zijn twee favoriete motto’s

meegegeven: Keep it Stupidly Simple en Think

two-by-two. Je kunt al je vragen terugbrengen

tot een tabel.”

Hart&Vaat 45


Een gezonde leefstijl is doorgaans de beste manier

om zonder al te veel kleerscheuren oud te worden.

Voor sommige mensen horen naast zo’n leefstijl ook

medicijnen ter preventie van hart- en vaatziekten.

Maar voor wie zijn ze zinvol?

46 Hart&Vaat


U-Prevent

Slimme

website over

medicijnen

op maat

internist in opleiding

Jannick Dorresteijn

en hoogleraar

vasculaire

geneeskunde

Frank Visseren

Bij hart- en vaatziekten of bij het risico daarop worden behalve een gezonde leefstijl,

ook bloedverdunners, bloeddruk- en cholesterolverlagers ingezet. Internist en

hoogleraar vasculaire geneeskunde Frank Visseren en internist in opleiding Jannick

Dorresteijn behandelen de patiënten op de poli. “We weten uit grote onderzoeken

dat het heel effectieve en veilige medicijnen zijn”, zegt Jannick. “Maar de medicatie is

afgestemd op de gemiddelde patiënt. De medicijnen werken dus niet voor iedereen

even goed.”

Ouderwets

Volgens Frank bedrijven we anno 2018 dan ook eigenlijk nog heel ouderwetse

geneeskunde. “Stel je voor”, zegt hij. “Uit een groot wetenschappelijk onderzoek blijkt

dat een patiëntengroep dankzij een bepaald medicijn dertig procent minder hart- en

vaatziekten krijgt. Dat is een gemiddeld cijfer, gebaseerd op resultaten van

tienduizenden patiënten. Vervolgens schrijven we het medicijn voor aan de hele

patiëntencategorie. Want we kunnen van te voren nog niet goed onderscheiden wie

er veel en wie er minder baat bij heeft. Evenmin herkennen we nu nog de patiënten

voor wie het zinvol is om bloeddruk en cholesterol te verlagen tot zelfs ónder de

streefwaarden. Jammer, want je zou bij die groep de behandeling graag

intensiveren.”

U-Prevent

“Dit moet beter kunnen”, dachten Frank en Jannick zo’n negen jaar geleden. Het

resultaat is U-Prevent, een slimme website die precies berekent hoeveel baat een

individuele patiënt heeft bij medicijnen om hart- en vaatziekten te voorkomen.

Om de website te maken, hebben ze de gegevens geanalyseerd van verschillende

grote internationale onderzoekscohorten en trials. Frank: “We maken gebruik van ons

Utrechtse SMART-cohort en werken samen met onderzoekers uit binnen- en

buitenland. We hebben inmiddels toegang tot data van meer dan een miljoen

patiënten, bij wie voor die onderzoeken allerlei metingen zijn verricht. Ook weten we

hoe het hen gedurende vijf of tien jaar tijd is vergaan. Dat is natuurlijk een schat aan

informatie.”

Rekenmodellen

Samen met professor Yolanda van der Graaf van het UMC Utrecht Julius Centrum

hebben ze van die gigantische hoeveelheden individuele gegevens met behulp van

zware computers een aantal algoritmes gemaakt: rekenkundige modellen,

toepasbaar in de praktijk. Jannick: “Die hebben we omgevormd tot een

aantrekkelijke, handzame applicatie, die zorgverleners kunnen gebruiken zodra zij >

Hart&Vaat 47


preventieve medicatie overwegen voor te schrijven. Zij kunnen ermee voorspellen

én laten zien wat voor deze individuele patiënt het effect is van het medicijn: “Als u

het middel neemt, stelt u daarmee een hartinfarct of beroerte gemiddeld drie jaar

uit. Als u dit combineert met een tweede medicijn, is de verwachte winst zelfs vijf

jaar.”

Revolutie

Volgens Frank brengt de beschikbaarheid van deze ‘big data’ een revolutie teweeg in

de geneeskunde. “We kunnen hiermee het effect van medicijnen bij individuele

patiënten heel nauwkeurig voorspellen”, zegt hij. “We kunnen zelfs life-time

voorspellingen doen: dit is het effect als u dit medicijn gebruikt tot u 85 bent.’’

Volgens de twee internisten is het steeds belangrijker om betere individuele

afwegingen te maken bij het voorschrijven van medicijnen. Jannick: “Er zijn

bijvoorbeeld nieuwe cholesterolverlagers en bloedverdunners die beter werken,

maar met soms ook meer risico’s en hogere kosten. Je wil ze voorschrijven aan de

juiste patiënten.”

Gezonde leefstijl

Is U-Prevent ook bruikbaar om het effect te meten van een gezonde leefstijl? “Nee”,

zegt Frank. “Want een gezonde leefstijl is natuurlijk voor iedereen goed. Een gezond

gewicht, meer bewegen en niet roken. Dat is de eerste stap. Vooral roken is een

factor van groot belang. Pas als op leefstijlgebied het maximale is bereikt, komt

U-Prevent in beeld. Overigens zijn er ook mensen die heel gezond leven, maar die

desondanks veel baat hebben bij medicijnen, die het risico op hart- en vaatziekte

verlagen. Dat effect kunnen we nu inzichtelijk maken. Voor patiënten met of zonder

hart- en vaatziekten, met of zonder diabetes en voor jong en oud.”

Hét verschil

Het valt Jannick op dat veel artsen hun patiënten op de poli uitgebreid inlichten over

mogelijk nadelige bijeffecten van medicijnen. “Maar ze praten nooit zo uitvoerig

over de voordelen”, zegt hij. “Misschien omdat daar tot nu toe weinig met zekerheid

over te zeggen viel.” Kiezen voor een medicijn betekent soms een leven lang pillen

slikken en af en toe naar de specialist voor controle. Jannick: “Daarom is het

goed dat we patiënten inzicht geven in behandeleffecten. Veel mensen realiseren

zich niet dat de medicatie de kans vergroot om gezond oud te worden.”

Voor iedereen wereldwijd

U-Prevent is naar verwachting vanaf juli 2018 beschikbaar. In verschillende

talen via internet en vrij toegankelijk voor iedereen wereldwijd. Frank:

“We hebben de website gemaakt met steun van de Hartstichting en ZonMw.

Wij willen er maatschappelijke meerwaarde mee genereren. Dat past goed bij

de filosofie van science in transition.” De ontwikkelaars zijn vol vertrouwen

over de toekomst van U-prevent. Jannick: “Hij is bruikbaar voor huisartsen,

verpleegkundig specialisten, cardiologen, internisten en noem maar op.

En voor patiënten zelf. Als ze thuis, in alle rust, nog eens willen bekijken wat

de dokter heeft gezegd.”

In Nederland zijn er 1,4 miljoen hart- en vaatpatiënten.

Het speerpunt Circulatory Health besteedt veel aandacht aan

preventie van hart- en vaatziekten en verricht onderzoek naar

risicofactoren en gezonde leefstijl. Hiermee willen we het risico

op een hart- of vaatziekte nog beter voorspellen.

48 Hart&Vaat


Beter beeld

van hartfalen

Sneller, gedetailleerder en patiëntvriendelijker MRIhartonderzoek.

Dat is wat hoogleraar cardiovasculaire

radiologie Tim Leiner wil met zijn onderzoek naar

nieuwe technieken voor optimale beeldvorming van

hart- en bloedvaten. “Zodat we hartfalen – nu helaas

nog een slecht begrepen ziektebeeld – goed

inzichtelijk krijgen en patiënten beter kunnen

behandelen.”

Wanneer een patiënt is doorverwezen naar de

cardioloog dan volgt meestal een echo van het hart.

“Hierop is al veel te zien van het hart en de bloedvaten”,

vertelt Tim. “Maar soms is dit niet genoeg om

tot een diagnose te komen. Dan wil de cardioloog

beter beeld en vraagt hij bij de radiologie een cardiale

MRI aan. ”Voor een MRI van het hart krijgt een patiënt

contrastvloeistof geïnjecteerd en ligt hij ongeveer een

uur op de MRI-tafel, zodat de radioloog alle opnames

kan maken die nodig zijn voor beantwoording van de

klinische vraag. Tim: “Het kan dan bijvoorbeeld gaan

om een aandoening van de hartkleppen, kransslagaderlijden

of een genetische aandoening. Of om

diastolisch hartfalen. Hierbij ontspant de hartspier zich

niet goed tijdens de rustfase van de hartslag. Dit treft

met name vrouwen.”

Nieuwe MRI-technologie

In het UMC Utrecht werken we met de allerlaatste

state of the art MRI-apparatuur, stelt Tim. “Beter kan

– nog – niet. Wat we met ons onderzoek dus voor

ogen hebben, moet nog worden gebouwd. Hiervoor

werken we nauw samen met cardiologen – ook uit

andere UMC’s – en technologische bedrijven. Samen

willen we tot een nieuwe MRI-technologie komen

waarmee we zónder gebruik van contrastvloeistof in

dat ene uur sneller en meer opnames van het hart en

de bloedvaten kunnen maken. En ook meer

gedetailleerde opnames, bijvoorbeeld opnames die de

hartspiervezels in beeld brengen. Daardoor kunnen we

de voorstadia van diastolisch hartfalen eerder

herkennen en beter behandelen. MRI van het hart

speelt een steeds belangrijkere rol bij het opsporen en

vaststellen van de ernst van hartfalen en daaruit

voortvloeiend bij de behandeling ervan.”

Hart&Vaat 49


Hij heeft een hart van goud Dat meen ik uit de

grond van mijn hart Iets met hart en

ziel doen Het breekt mijn hart Een hart onder

de riem steken Ik heb alles wat mijn

hartje begeert Met je hand over je hart strijken

Hart voor de zaak hebben Maak van je hart geen moordkuil

Ik heb zin om mijn hart eens goed te luchten

Uit het oog, uit het hart Waar het hart vol van is,

loopt de mond van over Hij (of zij) heeft een

speciaal plekje in mijn hart Je hart aan

iemand verliezen Dat is een pak van mijn hart

Iemand een warm hart toedragen Hij heeft

een grote mond, maar een klein hartje Mijn hart

stond even stil Ik houd mijn hart vast

50 Hart&Vaat


Colofon

Uitgave 2018

UITGEVER

Speerpunt Circulatory Health, UMC Utrecht

REDACTIE

Rick Grobbee, Marco Houterman, Bas Kooman,

Elke Lautenbag, Heleen Romeijn

ONTWERP

Barbara Hagoort,

marketing & communicatie, UMC Utrecht

BEELDCOÖRDINATIE

Jelle Westerhoff,

marketing & communicatie, UMC Utrecht

TEKSTEN

Sigrid Dekker, Riëtte Duynstee, Karin Fleuren,

Sandra Genet, Lonneke Homfeld, Elke Lautenbag,

Heleen Romeijn, Marjon Waller

FOTOGRAFIE

UMC Utrecht, marketing & communicatie:

Erik Kottier, Thirza Luijten, Ivar Pel,

Ed van Rijswijk, Rogier Veldman

ILLUSTRATIES

Thinkstockphotos.com

DRUK

De Bondt grafimedia communicatie, Barendrecht

PROGRAMMACOMMISSIE CIRCULATORY HEALTH

Rick Grobbee, Gert Jan de Borst, Pieter Doevendans,

Tim Leiner, Folkert Asselbergs, Yvonne van der Schouw,

Frank Visseren en Bart van der Worp

CONTACT

Marco Houterman, programmamanager

Speerpunt Circulatory Health

Kamernummer Str. 5.109, Huispostnummer Str. 6.131

T +31 88 75 593 84

E hartenvaten@umcutrecht.nl

www.umcutrecht.nl


Steun ons

onderzoek

Hart- en vaatziekten zijn een van de belangrijkste

doodsoorzaken bij vrouwen. Wij willen hartfalen

bij vrouwen eerder opsporen en beter

behandelen. Helpt u mee?

Steunhetvrouwenhart.nl

More magazines by this user