Happy Child

UMCUTRECHT

Happy

ChilD

Health

In Utrecht werken we in

onderzoek samen aan geluk

en gezondheid bij kinderen:

professionals vertellen

Ieder kind verdient het om

te kunnen spelen en plezier

te maken

Samen bijdragen aan het

prachtige proces van

opgroeiende kinderen tot

ver in volwassenheid


Colofon

Uitgave 2018

Uitgever

Dit magazine is een co-creatie van speerpunt Child

Health UMC Utrecht, Dynamics of Youth Universiteit

Utrecht, gemeente Utrecht en Trimbos-instituut.

Redactie

Marjon Waller en Celine Uit de Weerd (eindredactie)

en Marije Witsenboer

Ontwerp

UMC Utrecht, Design & Producties;

Laura Langenbach en Barbara Hagoort

Beeld coördinatie

UMC Utrecht, Design & Producties; Jelle Westerhoff

Teksten

Marjon Waller, Femke van der Kolk en Liselotte van Schie

Fotografie

UMC Utrecht, Design & Producties;

Thomas Dobber, Thirza Luijten, Marieke Oosterman,

Ivar Pel, Roland Pierik, Ed van Rijswijk, Steven Snoep

en Rogier Veldman

Illustraties

Thinkstockphotos.com,

Barbara Hagoort en Laura Langenbach

Druk

Drukkerij Revon, Woerden

Contact

Anneke van der Brug, programmamanager

speerpunt Child Health, UMC Utrecht

E: A.W.vanderBrug@umcutrecht.nl M: +31 6 1636 11 51

Petra van Dijk, uitvoerend directeur

Dynamics of Youth, Universiteit Utrecht

E: doy-info@uu.nl

Veerle Wieërs, gemeente Utrecht

E: volksgezondheid@utrecht.nl T: +31 30 28 63263

UMC Utrecht

Child Health

In samenwerking met vriendenwkz.nl

Inhoud


06

12

16

26

18

19

41

68

46

06

12

16

18

19

26

41

46

68

Partijtje hockey met de wethouder

De kanjerKetting helpt kinderen met kanker

Metabole ziekten: ‘Impact op ons hele gezin’

Chronisch ziek en toch gelukkig

Geluk de ruimte geven op de polikliniek

Youth onderzoek onder 6000 kinderen

Verbreden in leefomgeving en geluk

Youth got talent

Activiteiten voor kinderen in het WKZ

Happy ChilD 3


De dynamiek van de jeugd – over levensloop en geluk

Samenwerken voor

het geluk van kinderen

In dit magazine komen meer dan 30 professionals van vier organisaties

aan het woord over het belang van samenwerking in Utrecht voor het

geluk van kinderen. Door samen te werken maak je onderzoek

maatschappelijk relevant. Deze Utrechtse organisaties brengen

praktijk, beleid en onderzoek dichter bij elkaar. Samenwerken voor een

optimale mentale en fysieke gezondheid van kinderen. Goed voor het

geluk van al onze kinderen, (chronisch) ziek en gezond.

Child Health

In het UMC Utrecht en Wilhelmina

Kinderziekenhuis werken artsen,

fysiotherapeuten en vele andere

behandelaars samen met biologen,

genetici, statistici en andere

wetenschappers. Daar horen ook

ouders, psychologen,

verpleegkundigen en andere

zorgverleners bij. Want het speciale

van kinderen is dat ze ook

psychisch en sociaal in ontwikkeling

zijn. Die ontwikkeling van een kind

kan het beloop van een ziekte sterk

beïnvloeden en andersom. Soms

wordt een kind niet lichamelijk

beter, maar kunnen we kind en

ouders toch helpen gelukkig te

worden.


Een chronische ziekte

vormt kinderen in hun

persoonlijkheid. Als

zorgverleners zijn we dan

ook niet alleen technisch

bezig met lichamelijke

klachten, maar zijn we ons

steeds bewust van het

belang van hun psychische

ontwikkeling. Dat maakt

het werk zo relevant.

Kors van der Ent


Ik ben dagelijks onder de

indruk van het talent van

de mensen die bij al deze

organisaties werken en

studeren. Wij moeten zorgen

dat zij kunnen floreren en

bijdragen aan het oplossen

van de maatschappelijke

problemen waar onze wereld

mee te maken heeft.

Anton Pijpers

Daarom is alles gericht op

de levensloop van het kind.

Levensloop-zorg als kern van de

UMC Utrecht Child Health-visie.

Zorgverleners, onderzoekers,

opleiders en jonge patiënten uit het

ziekenhuis vertellen in dit magazine

over nieuwe behandelingen en

interventies in de zorg en

doorbraken in het onderzoek, die

allemaal in het teken staan van

levensloop en geluk van kinderen.

Dynamics of Youth

Steeds meer kwetsbare kinderen

komen in serieuze problemen

doordat ze moeilijk kunnen voldoen

aan alle eisen die het moderne

leven aan ze stelt. De Universiteit

Utrecht investeert samen met het

UMC Utrecht in de toekomst met

onderzoek naar biologische en

sociaal-culturele factoren die de

ontwikkeling van onze jeugd

beïnvloeden. Wil je maatschappelijke

problemen aanpakken, dan kun je

het beste beginnen bij kinderen.

Binnen het onderzoeksthema

Dynamics of Youth van de Universiteit

Utrecht bestuderen wetenschappers

uit alle faculteiten hoe kinderen

en jongeren zich ontwikkelen in

onze snel veranderende samenleving.

Samenwerking is cruciaal om

ontwikkeling bij kinderen beter te

leren begrijpen. Onderzoekers

vertellen in dit magazine hoe hun

projecten rond opgroeien in de

stad, communicatie en gedrag,

het belang van spel voor de ontwikkeling,

groepsgedrag en verslaving

bijdragen aan welzijn en geluk

van kinderen.

Gezondheid in beeld

De stad Utrecht wil een stad zijn

waarin kinderen een goede start

krijgen en gezond en veilig kunnen

opgroeien. Waarin ze ‘gewoon mee

kunnen blijven doen’, ook als ze

(chronisch) ziek zijn. Door naar

school te blijven gaan, lessen te

volgen en met genoeg plekken om

fijn te spelen. Een gezin dat hulp

nodig heeft moet dat het liefst in de

eigen buurt kunnen vinden. Het

Utrechtse zorgnetwerk is actief, op

stedelijk en op buurtniveau. Als

gemeente vragen we ons steeds af

in welke rol, hoe we samen met

andere partijen kunnen bijdragen

aan onze maatschappelijke taak.

4 Happy ChilD



Gezondheid en geluk zijn brede

begrippen. Chronisch zieke kinderen

geven aan dat zij zich gelukkig kunnen

voelen ook al zijn ze ziek. Door steun uit

de omgeving en het gevoel gewoon mee

te kunnen doen, op school en thuis.

Jan van Zanen

Kors van der Ent, voorzitter speerpunt

Child Health UMC Utrecht

Het Utrechts gezondheidsprofiel 2018* geeft

inzicht in de gezondheid van Utrechters.

Hiermee kunnen we samen met onze partners

gericht werken aan gezond stedelijk leven.

Uitganspunt is dat iedereen zo actief en vitaal

mogelijk mee kan doen. Dat geldt ook voor

burgemeester van Zanen zelf. Als burgemeester

én als trotse inwoner van de stad.

*www.volksgezondheidsmonitor.nl.

Serious games

Het Trimbos-instituut voor geestelijke

gezondheidszorg, verslavingszorg en

maatschappelijke zorg wil kennis toepasbaar

maken voor de praktijk. Die kennis moet

maatschappelijk relevant zijn en ook

internationaal ingezet kunnen worden.

Als Nederlands kennisinstituut richten we

ons samen met andere Utrechtse partijen op

thema’s zoals alcohol, drugs, tabak, veel

voorkomende psychische stoornissen en

ernstige psychische aandoeningen. Daarbij

vormt de lange termijn het uitgangspunt.

Elk thema wordt uitgewerkt in een

multidisciplinair en integraal aanbod van

monitoring, preventie, behandeling en zorg.

Om zo de kwaliteit van leven te bevorderen.

Zoals mobiele apps die jongeren helpen te

stoppen met roken of drinken en serious

games tegen angst en depressie. Daarover

vertellen Trimbos-onderzoekers uitgebreid in

dit magazine.

Rutger Engels, voorzitter raad van

bestuur Trimbos-instituut

Jan Zanen, burgemeester van Utrecht


We hebben een klein steentje bijgedragen

aan de wetswijziging rondom

alcoholgebruik, de 18-jaar maatregel,

waarbij alcoholgebruik onder de 18

jaar wordt verboden.

Rutger Engels

Anton Pijpers, voorzitter college van

bestuur Universiteit Utrecht

Happy ChilD 5


Partijtje

hockey

met de

wethouder

Anna-Marije (12) zit in groep 8 en heeft vrij gekregen.

Vandaag is ze te gast bij Victor Everhardt, wethouder

Volksgezondheid van de gemeente Utrecht. Ze wil hem

een belangrijke vraag stellen. Die vraag heeft alles met

sport te maken. Voor chronisch zieke kinderen zoals zij.

Maar eerst een spelletje hockey.

Wethouder Victor Everhardt is sportief. Voetbal, volleybal,

hardlopen en wielrennen. Maar hockey speelt hij niet.

Daar weet Anna-Marije wel raad mee. Op het Stadskantoor

doet ze een sleeppush voor.

Tophockey

Anna-Marije hockeyt drie keer in de week plus wedstrijden.

Morgen met D1 tegen Laren. Toen zij nog niet wist dat ze een

ziekte had, leek hockey haar het leukst. Achteraf gezien de

beste keus. Want door haar ziekte mag ze geen duursporten

doen, dat kost te veel energie. Hockey wel en ze speelt

inmiddels op topniveau.

Stofwisselingsziekte

Victor: “Wat gezellig dat je er bent. Wat heb je precies?”.

“Ik heb een stofwisselingsziekte, CPT2. Best lastig om uit te

leggen, dat doet mijn moeder altijd”, vertelt Anna-Marije.

“Ik krijg snel spierpijn. Dan kan ik niet meer goed lopen en

lig ik op de bank met een infuus van suiker en zout.” Victor:

“Je hockeyt wel. Hoe gaat dat?” Anna-Marije: “Goed, alleen

dagkamp is wat zwaarder. Dan krijg ik een suikermedicijn in

mijn drinken. Ik heb niet zo’n erge variant van de ziekte.

Ik kan gewoon 100 worden, als ik maar de regels volg.”

Frietmonster

“Welke regels zijn dat dan?”, vraagt Victor. Anna-Marije: “Goed

eten is het allerbelangrijkst. Maar als ik ziek ben eet ik patat, dat

is het enige wat er dan in gaat.” Victor lacht, hij heeft ook een

frietmonster thuis. Ook moet Anna-Marije veel sporten om in

conditie te blijven. Haar moeder vult aan: “Anna-Marije is

getest in het Spieren voor Spieren centrum, zodat we zeker

weten, dat ze in normale omstandigheden niet onnodig

energie verliest en gewoon kan sporten. Bewegen is heel

goed voor haar.”

6 Happy ChilD


Wat doet u

voor zieke

kinderen

die willen

sporten?

Victor Everhardt zet zich als wethouder in voor de

gezondheid en leefomgeving van kinderen in de stad

Utrecht. Hij wil dat kinderen vanzelfsprekend een rol

hebben bij het maken en uitvoeren van beleid. In zijn

kantoor op de 20 e verdieping beantwoordt

hij Anna-Marije ’s vraag.

Sporten als je ziek bent

Anna-Marije zit in de Kinderraad van het Wilhelmina

Kinderziekenhuis (WKZ). “Wij zijn bezig om kinderen in het

ziekenhuis te vermaken met sport en spel. Zodat ze toch iets

kunnen doen, als ze daar zijn. Voetballen in de rode kooi op

het dak. Karate kan ook en er zijn allemaal spellen. Voor zieke

kinderen is het belangrijk om in beweging te zijn. Wat doet u

voor zieke kinderen zoals ik, die thuis willen sporten?”

Sport op Maat

Victor: “Hier in de stad Utrecht werken we samen met allerlei

organisaties om te zorgen dat kinderen die willen sporten

binnen hun mogelijkheden, plezier aan sport beleven. Ik heb

onze partnerorganisaties uit het netwerk Sport op Maat

speciaal gevraagd om sportactiviteiten te organiseren voor

kinderen die uit het ziekenhuis komen. Zij hebben contact met

alle sportverenigingen in de stad Utrecht, om te zorgen dat

zieke kinderen gewoon mee kunnen doen. En als dat niet lukt,

dan is er speciaal, aangepast sportaanbod*.”

Afspraak

“Maar ik kan ook wat doen voor kinderen zoals jij, die buiten de

stad wonen. Als ik weet waar jullie vandaan komen, dan kan ik

de wethouders uit de gemeenten hier in de buurt vragen hoe

zij kunnen helpen en gaan we kijken hoe we ervoor kunnen

zorgen dat kinderen die uit het ziekenhuis komen mee kunnen

sporten bij een sportclub in de buurt. Dat doen we met onze

partnerorganisaties in het netwerk Sport op Maat en het WKZ.

Vind je dat een goede afspraak?” Anna-Marije is heel

* www.sportstad-utrecht.nl

tevreden. Bedankt!

aangepast sportaanbod voor Utrecht

www.unieksporten.nl aangepast

sportaanbod voor gemeenten in de regio Happy ChilD 7


Visie op geluk

Als je wilt dat het goed

gaat met een kind, zorg er

dan voor dat het goed

gaat met de omgeving

van het kind. Een sterke

sociale omgeving

beschermt en kan zorgen

voor meer geluk. Dat

geldt ook in de zorg. Een

chronisch ziek kind is

erbij geholpen als de

zorgverlener het sociale

netwerk van het kind

betrekt. Op de trap

treffen hoogleraren Frank

Miedema en Micha de

Winter elkaar om hun

visie te delen.

8 Happy ChilD

“Hoe je opvoedt draagt bij tot welzijn

en geluk van een kind, en kan ook

bijdragen tot een betere, misschien

wat minder op zichzelf gerichte

samenleving.” stelt Micha de Winter,

hoogleraar Maatschappelijke

Opvoedingsvraagstukken bij de

Universiteit Utrecht. “Hier zijn ouders

de belangrijkste opvoeders. Ik denk

dat die taak eigenlijk te groot is.

Je hebt altijd hulp nodig bij de

opvoeding, zeker in deze complexe

wereld waarin we leven. Een netwerk

dat steun kan verlenen, kan helpen en

op kinderen kan letten. Daarom is

opvoeden in mijn visie niet alleen een

taak van ouders. Het is een gedeelde

taak van alle volwassenen in het leven

van kinderen. Zo’n sterk sociaal

netwerk beschermd tegen dingen die

slecht zijn voor het kind. We zien in

buurten met een sterkere sociale

omgeving minder jeugdcriminaliteit

en drugsoverlast. Gezinnen

functioneren beter met een sterk

sociale omgeving. Dat is rechtstreeks

in het belang van kinderen. Als we dat

beter organiseren, dan is heel wat

minder jeugdzorg nodig.”

Frank Miedema, decaan en

vice-voorzitter raad van bestuur

UMC Utrecht, sluit aan:

“Als je moet leren omgaan met de

gevolgen en beperkingen van ziekte,

speelt dat sociale netwerk ook een

grote rol. We zien chronisch zieken op

heel verschillende manieren hun leven

leiden en omgaan met hun ziekte.

Ook ouders en kinderen kunnen heel

anders omgaan met de chronische

ziekte van hun naaste. Is het van deze

tijd dat we denken dat het leven

perfect moet zijn? En dus qua

gezondheid ook? Het voelt voor mij

niet natuurlijk dat kinderen chronisch

ziek zijn, maar we zien dat zij een

gelukkig leven kunnen leiden, ondanks

hun ziekte. Ze proberen er uit te halen

wat er inzit, leggen de nadruk op wat

ze allemaal wel kunnen. Soms kunnen

we kinderen niet beter maken, maar

we kunnen wel onderzoek doen naar

behandelingen, die de kwaliteit van

leven van chronisch zieke kinderen

verbeteren. Dat kunnen medischtechnische

uitvindingen zijn, maar ook

een aanpak op sociaal emotioneel vlak

die de patiënten en hun naasten

sterker kunnen maken in het omgaan

met de beperkingen. Daardoor kunnen

zij hun leven als volwaardig en

gelukkig ervaren en beleven. Wij zijn

onderdeel van het sociale netwerk van

een kind en beseffen dat ons als

geen ander.“


Quotes over geluk

Epidemioloog Mariëlle Beijersbergen van de gemeente Utrecht

vroeg aan 65 kinderen uit groep 7 wat zij belangrijk vinden aan

gezondheid. Dit is wat deze Utrechtse kinderen daarover

vertelden. Meer lezen? www.volksgezondheidsmonitor.nl.

‘Fruit en groente zijn gezond,

want er zitten vitamines in.’

‘Als je buiten bent

beweeg je, ben je blij en

speel je met vrienden.’

‘Ook als je een ziekte hebt,

kun je alsnog gelukkig en

gezond zijn. Als iedereen

je steunt, troost en helpt,

maakt dat je gelukkig.’

‘Als je niet goed hebt

geslapen, heb je er de

hele dag last van.’

‘Van

bomen

komt

gezonde

lucht.’

Happy ChilD 9


Sander vertelt

Sander Werkhoven is docent ethiek en

politieke filosofie bij het Ethiek Instituut van

de Universiteit Utrecht. “Sinds de oudheid

hebben filosofen zich al gebogen over de

vraag wat menselijk geluk precies inhoudt,

en welke rol fysieke en mentale gezondheid

daarbij speelt.

Een populaire opvatting van geluk is het

hedonisme, dat stelt dat geluk primair bestaat

uit je gelukkig voelen. Volgens hedonisten is

een kind gelukkig naarmate hij meer

aangename ervaringen heeft en minder

onaangename, zoals pijn. Omdat ziektes

meestal gepaard gaan met pijn en lijden,

denken hedonisten dat ziektes vrijwel altijd

geluk ondermijnen.

Een andere opvatting van geluk stelt dat je

gelukkig bent naarmate je persoonlijke

voorkeuren en verlangens in vervulling gaan.

Een kind is volgens deze zienswijze gelukkig als

het slaagt in het doen wat het kind zelf écht

wil, zoals spelen met leeftijdgenootjes.

Zo hangt het er maar van af of ziektes kinderen

ongelukkig maken. Zolang kinderen kunnen

doen wat ze echt willen doen, zijn ze gelukkig,

ook al hebben ze een ziekte.

Ik denk dat een derde geluksopvatting het

beste is, namelijk dat geluk overeenkomt met

de mate waarin iemand tevreden is over zijn

leven en leefomstandigheden, zolang deze

tevredenheid is ingegeven door zelfreflectie

en niet gebaseerd is op onwetendheid.

Als mensen tevreden zijn met zichzelf en de

wereld om hen heen kunnen ze met een ziekte

of handicap volledig gelukkig zijn. Sterker nog,

een ziekte kan zelfs helpen bij het leren om

gelukkig te worden. Het is de vraag of kinderen

al genoeg vermogen tot zelfreflectie hebben

om gelukkig te zijn op deze manier. Toch

draagt spel, en daarmee het leren omgaan met

verlangens en teleurstellingen, ongetwijfeld bij

aan het vermogen om gelukkig te worden.”

Maakt

ziekte kinderen

ongelukkig?

Wat is geluk?

Wanneer is iemand gelukkig?

“Voor kinderen draagt spel, en

daarmee het leren omgaan met

verlangens en teleurstellingen,

ongetwijfeld bij aan het vermogen

om je gelukkig te voelen.”

10 Happy ChilD


Gezondheid,

ziekte en geluk

have a

good

day s

Happy ChilD 11


Toen Ot nog een baby was

kreeg hij kanker. Inmiddels is hij

3,5 en gaat het steeds beter met

hem. Moeder Susanne: “Zo’n klein

mannetje kun je niet uitleggen wat

hem overkomt. De KanjerKetting

heeft ons geholpen. Na elke

behandeling, prik of onderzoek

kreeg Ot nieuwe kralen. De ketting

is nu helemaal af. We gaan hem

zeker gebruiken om later het

verhaal van de littekens op zijn

lichaam te vertellen.”

De KanjerKetting helpt

kinderen met kanker

“Wij hebben de KanjerKetting ontwikkeld om kinderen met kanker

te steunen.”, vertelt Marianne Naafs-Wilstra, directeur Vereniging

Ouders, Kinderen en Kanker. “Kinderen met kanker krijgen de

ketting cadeau van ons. Ze krijgen bij een behandeling, onderzoek

of gebeurtenis, zoals een chemokuur, bestraling, haarverlies of

een super goede dag, een kraal. Kinderen kunnen ook zelf een

kraal maken. Bijvoorbeeld voor kerst of sinterklaas. Zo vertelt de

KanjerKetting hun verhaal.”

12 Happy ChilD

Bij het verschonen ontdekte de moeder

van Ot een onderhuidse bult net onder

de ribbenkast van haar zoontje.

Susanne: “Zijn eerste woordjes waren

niet papa en mama, maar bah. Achteraf

denken we dat hij pijn heeft gehad.”

Ot bleek een tumor op zijn lever te

hebben met uitzaaiingen naar zijn

longen. Na de diagnose raakte alles in

een stroomversnelling. Veel onderzoek

en behandelingen, een heftige periode

voor het gezin. Na de start van Ot’s

eerste chemokuur kregen zij uitleg

over de KanjerKetting.

Susanne: “Eerst was hij te ziek, maar

naarmate hij opknapte vond hij het erg

leuk om kralen te rijgen en liet hij ze

trots aan iedereen zien. Favoriet zijn de

kralen van de ambulances.

Een ambulancerit vond hij vreselijk.

Op zo’n moment kon de kraal zijn

verdriet echt verzachten, merkten we.

De pedagogisch medewerker die ons

begeleidde, wees ons op het zelf maken

van kralen. Onze andere twee kinderen

vonden dit geweldig. Zij hebben een

hele mooie kraal gemaakt voor aan Ot’s

ketting, die hun verhaal vertelt. Dit heeft

hen zeker geholpen met de verwerking.

Vorig jaar april kreeg Ot zijn laatste

kraal, de bloem. Een mooie afsluiting

van een intensieve en emotionele

periode. Wij zijn erg dankbaar voor de

goede zorg die Ot heeft mogen krijgen.

En hoewel het een onzekere en

moeilijke tijd is geweest, zijn we blij dat

wij er altijd voor hem konden zijn.”


KLIK:

Kwaliteit van

Leven In Kaart

Het KLIK-portaal draagt bij aan geluk voor

(chronisch) zieke kinderen omdat systematisch

wordt stil gestaan bij onderwerpen die voor hen

belangrijk zijn. Hoe gaat het met je? Lukt het op

school, waar loop je tegen aan? Zo wordt meer

opgemerkt en kan op tijd andere hulp worden

ingezet als dat nodig is. Voor iedereen geldt:

als je stem wordt gehoord, ben je gelukkiger.

“Geluk is een subjectief begrip.

We weten allemaal dat het hebben van

een chronische of levensbedreigende

ziekte op kinderleeftijd voor veel stress

en meer ongelukkige momenten zorgt.

En we weten ook dat juist kinderen

normaal willen zijn. Toch moeten we

niet te snel de conclusie trekken dat

kinderen dan ongelukkig zijn. Veel

kinderen zijn in staat om te gaan met

een ziekte of een beperking. Daarom is

het belangrijk dat we in het ziekenhuis

kinderen en ouders handvaten bieden

in het (leren) omgaan met wat ze

tegenkomen.”

In het Prinses Máxima Centrum voor

kinderoncologie wordt het KLIK-portaal

ingezet voor alle kinderen en ouders

tijdens en na de behandeling.

Hoogleraar Martha Grootenhuis is

hoofdonderzoeker Psycho-Oncologie:

“KLIK staat voor Kwaliteit van Leven In

Kaart. Met deze online methode

brengen we de kwaliteit van leven en

het psychosociaal functioneren van een

kind met een levensbedreigende of

chronische ziekte en diens ouders

systematisch in beeld. Kinderen vanaf

acht jaar en ouders vullen vóór de

afspraak met de kinderarts of het

behandelteam vragenlijsten in via de

KLIK-website. De antwoorden worden

omgezet in een overzichtelijk KLIK-

PROfiel. Elke behandelaar uit het team

kan tijdens het consult het profiel

openen en ziet in één oogopslag hoe

het met kind en ouders gaat. Opvallende

zaken bespreken we meteen in de

afspraak met kinderen en ouders.

Zo kunnen we problemen vroegtijdig

signaleren en onze zorg erop

aanpassen. Inmiddels wordt in

99 verschillende patiëntengroepen

geKLIKt in 21 verschillende centra.

Al 10.000 kinderen zijn geregistreerd

in het systeem, meer dan 800

behandelaars getraind. Een ware

verandering in de zorg!”

Happy ChilD 13


De zin en

onzin van

labels

Sarah Durston

Hoogleraar ontwikkelingsstoornissen

van de hersenen

UMC Utrecht

Ingrid Robeyns

Hoogleraar Ethiek

van Instituties

Universiteit Utrecht

Steeds vaker worden in onze maatschappij

labels toegekend aan kinderen. Bijvoorbeeld

‘Autisme’ of ‘PDD-NOS’. Professionals uit

verschillende aandachtsgebieden onderzoeken

de impact van zulke labels voor de

kinderen, hun familie, hun omgeving en de

maatschappij. “Daarbij kijken we naar

voor- en nadelen.” vertelt Sarah Durston.

“Mijn expertise ligt vooral op het gebied van

de neurobiologische achtergronden van

ontwikkelingsstoornissen en ik wil dat graag

breder onderzoeken.” Ingrid Robeyns: “Vanuit

de filosofie denken wij na over wat de labels

precies betekenen en welke beelden wij

erbij hebben.”

Over het nut van labels zegt Sarah:

“Als experts uit verschillende centra met elkaar

communiceren, willen ze dezelfde termen

gebruiken voor vergelijkbare verschijnselen en

gedragingen. Daarvoor zijn labels ontwikkeld.

Dankzij die labels werd het mogelijk om

onderzoek te doen naar verschillende

groepen aandoeningen. Ingrid voegt toe:

“Labels zijn ook belangrijk vanuit het

perspectief van ouders en kinderen.

Voor ouders is de diagnose vaak noodzakelijk

om de nodige hulp en handvaten te krijgen.

Sterker nog, in Nederland is de vergoeding

voor professionele hulp afhankelijk van het

hebben van een label.”

Welk effect hebben labels op het welzijn van

kinderen? Sarah: “Dat is precies wat we in dit

project onderzoeken. Als een kind al op jonge

leeftijd een label krijgt, heeft dat effect op hoe

het kind zich ontwikkelt.” Ingrid: “Een

belangrijke vraag is of labels tot meer

of tot minder vooroordelen leiden.”

De onderzoekers hopen een discussie op

gang te kunnen brengen over de voor- en

nadelen van labels, voor alle betrokken. Sarah:

“We willen dit doen samen met kinderen en

hun ouders.” Ingrid: “Het publieke debat over

labels is nu een soort gevecht. Wij vinden het

belangrijk om in kaart te brengen wat de

verschillende kanten van dit debat zijn.

We denken dat alle kinderen en hun

ouders gebaat zouden zijn bij een meer

genuanceerde discussie over hoe labels wel

of niet bijdragen aan het geluk van kinderen.”

14 Happy ChilD


Depressie en geluksfeitjes

Je geluksgevoel

wordt voor 40% bepaald door

erfelijkheid, de andere 60%

door invloeden uit de omgeving.

(Bartels, 2014)

In Nederland wonen kinderen die het gelukkigst

zijn van de hele wereld. Dit kunnen we stellen

door onderzoek in 29 ontwikkelde landen, dat de

score meet van kinderwelzijn op armoede,

gezondheid en veiligheid, onderwijs, (risicovol)

gedrag, huisvesting en omgeving. Nederland

scoort gemiddeld het hoogst. (Unicef, 2013)

Meisjes krijgen meer last

van angst- en depressieklachten

als ze ouder

worden. Bij jongens

nemen de angstklachten

af, maar zien we ook

depressieklachten

toenemen.

(Gezondheidsenquête CBS, 2013)

87% van de

basisschoolleerlingen uit

groep 7 en 8 in Utrecht geeft

aan gelukkig te zijn.

(Volksgezondheidsmonitor Utrecht, 2016)

In 2013 had een op

de vijf jongeren in

het voortgezet

onderwijs

emotionele

problemen. Dat blijkt

uit het rapport van

het vierjaarlijkse

HBSC-onderzoek

onder jongeren van

12 tot en met 16 jaar

(2014). Hoe ouder de

jongeren, des te

meer emotionele

problemen.

Happy ChilD 15


Metabole ziekten

Kinderarts metabole ziekten

Sabine Fuchs over ‘de stille ramp’.

“Om de dag overlijdt een kind aan een

metabole ziekte. Veel mensen weten niet wat

een metabole ziekte is. Dat komt waarschijnlijk

omdat het een verzamelnaam is voor wel

meer dan 80 verschillende zeldzame ziekten

met veel verschillende uitingsvormen.

En ingewikkelde namen. Maar in algemene zin

zijn het allemaal erfelijke ziekten. Een foutje in

een gen zorgt ervoor dat er iets mis gaat in de

stofwisseling in een cel. Je krijgt problemen

doordat je een bepaald stofje niet kan

afbreken of afvoeren, waardoor het giftig

wordt. Of je kan een stof, zoals bijvoorbeeld

suiker, juist niet goed aanmaken of

mobiliseren, waardoor ook problemen

kunnen ontstaan. Afhankelijk van welk stofje

het betreft en in welke cel het plaatsvindt,

kunnen dus heel verschillende symptomen

ontstaan.

Eén van de meest bekende metabole ziekten

is PKU, ook wel Phenylalanine en Tyrosine

genoemd. Daarvan is ontdekt dat je met een

streng dieet de symptomen van de ziekte

helemaal kunt voorkomen. Zo kun je een

normaal leven leiden terwijl je zonder

behandeling ernstig gehandicapt zou zijn.

Daarom zit PKU in de hielprikscreening, het

prikje dat elke baby in Nederland krijgt op dag

vier of vijf na de geboorte. In 2007 is de

hielprik uitgebreid tot 14 metabole ziekten.

En binnenkort worden het er waarschijnlijk 27.

Het is natuurlijk ontzettend goed dat we

zoveel metabole ziekten al heel vroeg kunnen

herkennen. Dat heeft rechtstreeks met welzijn

en geluk te maken. Maar er zijn nog veel

onbekende metabole ziekten. Of ziekten die

we wel goed kunnen herkennen, maar nog

niet kunnen behandelen. Daarom probeer ik

50% van mijn tijd aan patiëntenzorg te

besteden en de andere 50% aan onderzoek

naar nieuwe behandelmogelijkheden voor

patiënten met metabole ziekten. Zodat we

nog meer kinderen vroeg kunnen behandelen

en een normaal en gelukkig leven kunnen

geven.”

2045

artsen en onderzoekers

verwachten dat…

door onderzoek steeds meer

metabole ziekten over 30 jaar

behandelbaar zijn.

14 metabole ziekten

kunnen al worden

gescreend met de

hielprik.

800 kinderen worden per jaar met een

metabole ziekte geboren.

Metakids wil metabole

ziekten behandelbaar

maken, zodat alle kinderen

normaal kunnen opgroeien.

Dat doet de stichting door

geld in te zamelen voor

onderzoek. Zodat er direct

behandeld kan worden en artsen

door onderzoek meer behandelmethoden

kunnen vinden.

Bron: www.metakids.nl

16 Happy ChilD


‘Impact op

ons hele gezin’

Er zijn in Nederland ruim 10.000 gezinnen met één of meer

kinderen met een metabole ziekte. Dit zijn vaak ernstige

ziekten met enorme weerslag op het leven van het kind.

Maar natuurlijk ook op het leven van broertjes, zusjes en

ouders. Wat het nog schrijnender maakt, is het feit dat deze

ziekten erfelijk zijn. Daardoor zijn soms meerdere kinderen

in hetzelfde gezin ziek.

Zo vertelt kinderarts metabole ziekten Sabine Fuchs over een

gezin met drie kinderen, waarvan twee een metabole ziekte

hebben. Natuurlijk vragen de twee zieke kinderen veel aandacht

en tijd. Maar tegelijkertijd speelt er een schuldgevoel richting de

gezonde dochter: “Zij moet ook genoeg aandacht krijgen om

goed op te kunnen groeien en zich tot een gelukkig kind te

kunnen ontwikkelen. Zij mag toch ook ‘gezond’ zijn?”

Er zijn in Nederland zeven metabole expertisecentra. In het

UMC Utrecht wordt elke drie dagen een nieuw patiëntje met een

metabole ziekte gezien. Dan is het van belang om de ziekte vroeg

te herkennen. Dat geeft inzicht in de ziekte en de gevolgen voor

kind en gezin. Bovendien bestaat er voor sommige ziekten een

behandeling. Dus hoe sneller behandeling start, hoe groter de

kans op welzijn en geluk op lange termijn.

Happy ChilD 17


Onzichtbaar ziek zijn en toch gelukkig?

Jeugdreuma – beter begrip voor meer geluk

Bas Vastert en Jorg van Loosdregt leiden in het

Wilhelmina Kinderziekenhuis samen een

onderzoeksgroep die zich focust op jeugdreuma.

Jeugdreuma is een chronische, soms zelfs levenslange

aandoening met gewrichtsontstekingen, pijn, stijfheid

en beperkingen in bewegen. Kinderen met jeugdreuma

kunnen daardoor problemen hebben in allerlei normale

activiteiten als sporten, naar school gaan en

buiten spelen.

Onzichtbare ziekte

“Gelukkig is er de afgelopen jaren veel verbeterd in de

behandelingsmogelijkheden voor kinderen met jeugdreuma.”,

vertelt kinderarts-reumatoloog/immunoloog

Bas Vastert. “Dat betekent dat ernstige schade aan de

gewrichten tegenwoordig bijna niet meer optreedt en

kinderen met jeugdreuma ook, of juist, gewoon kunnen

blijven sporten en meedoen. Jeugdreuma is daardoor

vaak een beetje een onzichtbare ziekte geworden.

Gelukkig maar, al blijven er wel zorgen over. Want

kinderen met jeugdreuma moeten chronisch medicatie

slikken of prikken. Bovendien is en blijft jeugdreuma

onvoorspelbaar, dus een terugval of terugkeer van

ontsteking behoort tot de dagelijkse realiteit.”

Signaalstofjes

Jorg van Loosdregt, translationeel onderzoeker in het

UMC Utrecht, vult aan. “Wij proberen in onze onderzoeksgroep

de ontstekingsmechanismen bij jeugdreuma

beter te begrijpen, en daardoor de behandeling beter en

meer op maat te maken. Bij sommige patiënten kunnen

we hopelijk op termijn de onderhoudsmedicatie

af bouwen of zelfs stoppen, omdat we op basis van

signaalstofjes, zogeheten biomarkers, in het bloed

patiënten met een laag risico op een terugval kunnen

identificeren.”

Gunstig effect vitamine B3?

“Een voorbeeld van hoe we bezig zijn met het veilig

afbouwen van onderhoudsmedicatie is ons huidige

onderzoek naar vitamine B3. Onze aanname is dat we

bij sommige kinderen met jeugdreuma die medicatie

misschien wel kunnen afbouwen en stoppen als we

onderhouds therapie met vitamine B3 geven. Dat zou

betekenen dat kinderen met jeugdreuma uiteindelijk

korter medicatie hoeven te gebruiken. Zo ver is het nog

niet, we moeten nog veel uitzoeken. Maar dit is wel een

goed voorbeeld hoe we nieuwe kennis van afweersysteem

en ziektemechanismen gebruiken om de

behandeling en de ziektelast in het dagelijks leven

van patiënten te verbeteren.”

18 Happy ChilD


Geluk de ruimte geven op de polikliniek

“Hoe zeer je ook je best doet, het ziekenhuis is geen bron van geluk. Dat vinden kinderen thuis,

op straat, op het voetbalveld of op school.”, zegt hoogleraar en kinderarts-kinder reumatoimmunoloog

Joost Frenkel. “Wel zijn er genoeg momenten waarop kinderen en hun ouders dat

geluk mee naar binnen nemen op de poli. Je hoeft het alleen maar de ruimte te geven en je ziet

ze stralend vertellen over hun kat of met strijdlust en triomf over de eerste vakantie zonder

ouders. Opluchting is niet hetzelfde als geluk, maar dat is wel wat je merkt bij ouders van zieke

kinderen die zich gehoord en begrepen voelen. Wij moeten daarom leren om in de beperkte tijd

die er is, de rust en ruimte te maken voor het perspectief van patiënt en gezin. Dat kan door

ouders of kinderen tot mede-docent te maken. Live, in een geplande werkgroep of tijdens de

dagelijkse afdelingsronde. Of met videobeelden van interviews met ouders. Kinderarts in

opleiding, Marieke Könings, en communicatiedeskundige Bas de Vries hebben dat laatste

samen met de vader van een patiëntje schitterend gerealiseerd. Maar geluk? Dat komt alleen tot

z’n recht als je het gesprek begint met een niet-medisch onderwerp. De Amerikaanse schrijver

en chirurg Atul Gawande noemt dat “ask an unscripted question”. Dan zit er meteen een mens

tegenover je en vaak ligt het geluk voor het oprapen.”

Happy ChilD 19


Gezonde

darmflora voor

goede weerstand

Een gezonde darmflora is goed voor je weerstand

en kan ook positieve invloed hebben op je gedrag.

Hoe dat precies werkt, onderzoekt Aletta Kraneveld,

hoogleraar Interdisciplinaire Translationele Farmacologie

aan de Universiteit Utrecht. “De goede bacteriën

uit de darm hebben vezels uit groenten en fruit nodig,

om te kunnen leven. Als je te weinig fruit, groente,

peulvruchten en volkoren granen eet en je eet veel vet

en snelle suikers, vermindert je afweer tegen ziekteverwekkers

behoorlijk. We onderzoeken of er verband is

tussen de samenstelling van je darmflora en gedrag.

Maar er is nog veel onduidelijk. Een feit is, dat kinderen

met hersen aandoeningen, zoals bijvoorbeeld autisme,

vaak ook buikproblemen hebben. In preklinische studies

hebben wij een verband gevonden tussen autismeachtig

gedrag en een verstoring van de darmbacteriën.

Andere onderzoekers hebben gezonde darmflora

overgebracht in de darmen van kinderen met de

diagnose autisme. Dankzij die nieuwe darmflora hadden

deze kinderen minder buikproblemen en verbeterde

hun gedrag. Ik ben geen arts, dus kan geen medisch

advies geven. Maar ik denk dat het goed is om vezels en

gezonde vetten te eten, of je nu ziek bent of gezond.

Dat adviseert het Voedingscentrum ook.”

20 Happy ChilD


Proeftuin

Basiszorg

JGGZ en de pilots Extr@

Sinds de decentralisatie van

de jeugdhulp verbeteren

partijen in de stad de zorg

voor jeugd. Ze investeren in

samenwerking tussen

jeugdprofessionals in de

basiszorg en in de

specialistische hulp.

Vanuit de academische

werkplaats is een proeftuin

Basiszorg JGGZ opgezet in

Ondiep, de binnenstad en

Leidsche Rijn. Om de

samenwerking op het gebied

van psychische klachten bij

jeugdigen te verbeteren.

Jooske Verburg, jeugdarts:

”In de proeftuin hebben we

ervaren hoe we de

samenwerking tussen

huisartsen, jeugdartsen en

buurtteams kunnen

versterken. Wie doet wat,

waar en wanneer. Daarmee

kunnen we kinderen en

ouders beter ondersteunen

om vroeger op het goede

spoor te komen.”

Samen met de aanbieders van

specialistische jeugdhulp,

huisartsen, jeugdartsen en

buurtteam zijn de pilots

Extr@LeidscheRijn en

Extr@Zuilen opgericht. Daarin

werken professionals met een

brede expertise vanuit

specialistische jeugdhulpaanbieders

samen in teams. Ze

bieden hulp op maat, dichtbij

en geven die vorm vanuit de

werkwijze één gezin, één

plan. Een van die aanbieders is

buurtteamorganisatie Lokalis.

Programmamanager Jeanine

ten Haaf van Lokalis: “Een

gesprek tussen moeder, een

gezinswerker van het buurtteam

en de huisarts maakte

de bredere context van een

gezinssituatie duidelijk.

Samen bekeken ze wat het

beste paste om het kind te

helpen. Er was veel stress in

het gezin en direct inzetten

van specialistische hulp leek

niet handig. Een betere eerste

stap was rust creëren en

ondersteuning vanuit het

buurtteam.” Judie Knol,

huisarts: “Ouders voelen zich

gehoord en hebben meer

vertrouwen in de begeleiding.

Inzetten van elkaars expertise

en samen verantwoordelijkheid

nemen voor de zorg

voor een kind geeft mij meer

werkplezier.”

Jeanine ten Haaf,

programmamanager

Lokalis

Jooske Verburg,

jeugdarts

Judie Knol,

huisarts

Happy ChilD 21


Geboortezorgketen

Samenwerking en preventie

Professionals in de Utrechtse geboortezorgketen

werken samen aan een

gezonde zwangerschap voor moeders en

een kansrijke start voor kinderen. Anita

van Dam werkt als verloskundige bij het

Geboortecentrum van het Wilhelmina

Kinderziekenhuis (WKZ).

“Zwangere vrouwen met psychosociale of psychiatrische

problemen kunnen bij ons op de speciale

POP+poli terecht. Ook als ze bijvoorbeeld verslaafd

zijn of een verstandelijke beperking hebben.

We zien hier regelmatig vrouwen die baat kunnen

hebben bij het programma VoorZorg van de

gemeente Utrecht.” zegt Anita. Samen met de

zwangere neemt ze in zo’n geval contact op met

de voorzorgverpleegkundige. Zo versterken het

WKZ en de gemeente elkaars expertise.

Corinne Balkenhol,

VoorZorgverpleegkundige bij

Jeugdgezondheidszorg van de

gemeente Utrecht.

VoorZorg: een goede start voor

moeder en kind

Corinne Balkenhol is VoorZorgverpleegkundige bij

de Jeugdgezondheidszorg van de gemeente

Utrecht. Zij vertelt: “Vrouwen die in verwachting

zijn van hun eerste kindje en in een risicovolle

situatie zitten worden tweeëneenhalf jaar intensief

ondersteund door een VoorZorgverpleegkundige.

Deze moeders zijn vaak jong, alleenstaand en

hebben te maken met verschillende problemen.

Zoals een negatieve ervaring in hun jeugd, weinig

steun van familie en vrienden of problemen met

financiën en huisvesting. Een kindje krijgen is

ingrijpend; een steuntje in de rug kunnen ze goed

gebruiken. Tijdens de zwangerschap maar ook bij

de verzorging en opvoeding. De vertrouwensrelatie

die we opbouwen vormt een belangrijke basis.

Ze zien ons niet zozeer als hulpverlener, eerder als

maatje. Omdat we zonder oordeel luisteren en

ruimte geven aan wat ze zelf kunnen. In kleine

stapjes zonder te haasten, dat is belangrijk voor ze.

Dat komt de gezonde start van een kind ten goede.”

22 Happy ChilD


Kinderen die te vroeg geboren zijn,

liggen niet beschermd in de baarmoeder,

maar op de Neonatale Intensive Care.

Dat kan veel stress geven: infusen,

bloedprikken, beademing en veel licht

en geluid van alle apparaten. Het

Neostress team, onder leiding van

hoogleraar Manon Benders onderzoekt

de effecten van dit soort stress op de

hersen ontwikkeling bij pasgeborenen.

Het team bestaat uit verschillende

experts, onder wie psychiater Christiaan

Vinkers en gezondheids wetenschapper

Agnes van den Hoogen. Manon Benders:

“Als we veel aandacht hebben voor pijn

en stress vermindering en ons juist

richten op het comfort van het kind met

meer hulp van ouders dan weet ik zeker

dat we winst in de ontwikkeling van de

individuele baby kunnen bereiken.

En winst aan het begin van het leven

betekent winst voor hun verdere leven.”

Het belang van slaap

voor pasgeborenen

Op de afdeling Neonatologie lopen nu

steeds meer onderzoeken naar de

effecten van stress bij pasgeborenen op

de hersenontwikkeling. Zoals naar de

relatie tussen de slaapduur en

omgevingsfactoren en de gevolgen op

de hersenontwikkeling. Kinderartsneonatoloog

Jeroen Dudink onderzoekt

binnen het Neostress team het belang

van slaap voor pasgeborenen. “Door

slaapanalyses en interventie studies

hoop ik aan te kunnen tonen dat betere

slaap een gunstig effect heeft op

hersenontwikkeling en daardoor minder

motorische en cognitieve problemen

geeft in de toekomst. We moeten onze

intensive care zorg meer gaan aanpassen

aan wat de prematuren nodig hebben.

Een onderdeel daarvan is het versterken

van de rol van ouders in de zorg van hun

kind. Dat vermindert stress bij ouders,

wat de zorg voor de kinderen weer ten

goede komt.”

Kinderarts-neonatoloog Jeroen Dudink

Happy ChilD 23


Feiten&cijfers

Gezondheid

en welzijn

van scholieren

Gonneke Stevens is universitair

hoofddocent Algemene Sociale

Wetenschappen, Universiteit Utrecht (UU)

Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) is

een onderzoek in 42 landen. Het wordt elke vier jaar

uitgevoerd als een soort graadmeter: hoe staat het

met het welzijn, de gezondheid en de sociale

omgeving van jongeren? Gonneke Stevens: “In elk

land vragen we een groep scholieren om een vragenlijst

in te vullen. In Nederland leid ik dit onderzoek,

waarin we samenwerken met het Trimbos-instituut

en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Onze data en

die van alle andere landen komen in een internationale

databank. Aan die data kun je zien hoe jongeren

veranderen in de loop van de tijd. Bijvoorbeeld

wanneer ze voor het eerst seks hebben of alcohol

gaan drinken. Ik ben heel benieuwd naar de resultaten

van 2017. We hebben dit keer ook gevraagd naar

het gebruik van sociale media en gamen, de kwaliteit

van slaap, chronische ziekte en druk op school.

Het HBSC- onderzoek is uniek, omdat het kijkt naar

welzijn, gezondheid en de sociale context van

jongeren. Bijvoorbeeld steun van vrienden,

klasgenoten, leerkrachten en ouders. Vanuit de

Universiteit Utrecht geven we bekendheid aan de

resultaten door ze voor vele organisaties toegankelijk

te maken. Bijvoorbeeld in de leefstijlmonitor, voor de

Staat van Volksgezondheid en Zorg en lokale instanties

zoals GGD’s. In samenwerking met de World

Health Organization (WHO) schrijven we elke vier

jaar een internationaal rapport. Ook werken we aan

wetenschappelijke publicaties, waarin we

verklaringen zoeken voor de internationale

verschillen of veranderingen over tijd, die in het

HBSC-onderzoek gevonden zijn.”

HBSC Onderzoek

onder jongeren in

Nederland en Europa

11 - 16 jaar

Dit is een landelijk representatief

onderzoek naar de gezondheid en het

welzijn van de schoolgaande jeugd van

11 tot en met 16 jaar.

7,6

Nederlandse jongeren

op het voortgezet

onderwijs geven hun

leven in 2013 een

ruime voldoende:

een 7,6. Kinderen in

groep 8 geven

gemiddeld een 8,2

voor hun leven.

24 Happy ChilD


2013

In

werd dit onderzoek voor de

vierde keer uitgevoerd in

Nederland.

2017

De dataverzameling van

2017 is afgerond. Dit najaar

presenteren Universiteit

Utrecht, Trimbos en Sociaal

en Cultureel Planbureau de

nieuwe Nederlandse

resultaten.

Big data

Deze gegevens zijn

bedoeld voor de

onderbouwing van

beleid op het gebied van

leefstijl en gezondheid.

7,6

Jongeren op het vwo zijn in 2013 meer

tevreden over hun leven dan jongeren

op het vmbo. Jongeren uit welvarender

gezinnen zijn ook meer tevreden over

hun leven dan jongeren uit minder

welvarende gezinnen. Verder valt op

dat jongeren die opgroeien bij beide

biologische ouders aanzienlijk

tevredener over hun leven zijn dan

jongeren in andere gezinssituaties.

Gendergelijkheid

Jongeren (zowel jongens als

meisjes) die opgroeien in

landen waar de

gendergelijkheid hoog is zijn

tevredener over hun leven

dan jongeren die opgroeien in

minder gendergelijke landen.

Deze verschillen konden

verklaard worden door de

hoge mate van sociale steun

van ouders, vrienden en op

school in gendergelijke

landen (De Looze et al., 2017).

200.000

De HBSC-studie is een groot

internationaal onderzoek naar de

gezondheid en het welzijn van kinderen

in Europa. In 2013/14 is het onderzoek

uitgevoerd in 42 landen, in totaal deden

meer dan 200.000 kinderen mee.

Happy ChilD 25


YOUth-onderzoek

Het grootschalig, langlopend cohortonderzoek YOUth

volgt 6.000 kinderen uit de provincie Utrecht vanaf voor

de geboorte tot hun vroege volwassenheid.

Hoogleraar Chantal Kemner: “De antwoorden kunnen we gebruiken om

bijvoorbeeld zorg en onderwijs voor kinderen te verbeteren. Of om te

voorkomen dat jongeren in moeilijkheden raken. Als we beter snappen hoe

een kind zich ontwikkelt, kunnen we echt iets betekenen.”

26 Happy ChilD


Chantal Kemner:

“Het opgroeien

van kinderen is

een prachtig,

maar ingewikkeld

proces. Wij slaan

in Utrecht de

handen ineen

om dit beter te

begrijpen.”

Eén van de deelnemers

tijdens een EEG-scan.

Hoe bijzonder is ieder kind precies?

Kan YOUth bijdragen aan het geluk van (chronisch

zieke) kinderen? Dat beaamt Chantal Kemner,

hoogleraar biologische ontwikkelingspsychologie

en hoofdonderzoeker van het YOUth-onderzoek.

“Iedereen wil dat kinderen gelukkig en gezond groot

worden. Vaak gaat dat goed, maar soms ontstaan

problemen. Ieder kind ontwikkelt zich anders, maar

waarom? Via YOUth bestuderen we hoe baby’s en

kinderen zich ontwikkelen terwijl ze opgroeien. Hoe

beïnvloedt de hersenontwikkeling het gedrag? Welke

rol spelen opvoeding, erfelijkheid of contact met

leeftijd genoten? We starten zelfs al voor de geboorte,

met 20 weken komen zwangere vrouwen al bij ons

in het KinderKennisCentrum voor 3D-echo’s.”

De tweede groep bestaat uit 3.000 kinderen, die

starten als ze 8, 9 of 10 jaar oud zijn. Zij komen via

basisscholen bij het onderzoek terecht, en komen

na het eerste meetmoment terug als ze ongeveer 12

en 15 jaar oud zijn. Tiemen (8 jaar) doet ook mee aan

het onderzoek. Vandaag is hij de hele dag in het KKC.

Hij hoeft niet naar school en zijn moeder heeft ook

de voetbaltraining afgebeld. “Ik vind het leuk.”, zegt

Tiemen bij een boterham met pindakaas. Hij heeft

even pauze. Vanochtend moest hij wat lichaamsmateriaal

afstaan en daarna computertaken en een

oogbewegingsonderzoek doen. “Ik moest met mijn

kin op zo’n ding en toen moest ik naar een balletje

kijken op het computerscherm. Soms zag ik ook een

bloemetje of een vogel en ik hoorde geluiden.

Ik mocht m’n hoofd niet bewegen, alleen mijn ogen.

Dat kon ik best goed.” Na de lunch gaat Tiemen in de

MRI-scanner. Dat is wel een beetje spannend.

Maar na vandaag hoeft hij pas over een paar jaar

terug te komen.

Happy ChilD 27


Chronisch ziek en het

meten van gelukkig zijn

Sanne Nijhof onderzoekt moeheid

bij chronisch zieke kinderen

Kinderarts en postdoc onderzoeker Sanne Nijhof

onderzoekt hoe vaak extreme moeheid voorkomt bij

kinderen met een chronische ziekte en wat ertegen te

doen is. “Moeheid is ingewikkeld.”, vertelt Sanne.

“Want er is bijna nooit één oorzaak aan te wijzen die je

gemakkelijk kan wegnemen, waardoor de moeheid als

sneeuw voor de zon verdwijnt. Het is heel moeilijk om

de vinger te leggen op waar vermoeidheid bij deze

kinderen precies vandaan komt. Is het te linken aan

medicatie of iets anders? Vaak spelen veel verschillende

factoren een rol. De belangrijkste vraag is: als je veel last

hebt van moeheid, waar liggen dan de aangrijpingspunten

waardoor we die moeheid een minder grote rol

kunnen laten spelen?”

In de PRO-active studie richten Sanne en collega’s zich

op kinderen met jeugdreuma, taaislijmziekte, of direct

na de behandeling van kanker. De kinderen die aan dit

onderzoek meedoen, vullen een vragenlijst in vóór hun

bezoek aan de polikliniek. Sanne: “Die vragenlijst

gebruiken we als een soort lab-uitslag en wordt

aangekaart in een gesprek op de polikliniek met de

behandelaar. Monitoren en bespreekbaar maken, dat is

de eerste stap. Bij díe kinderen waar moeheid een grote

rol speelt, kunnen we de diepte in, op zoek naar wat

werkt voor een kind.

We willen meer zicht krijgen op het verloop van

vermoeidheidsklachten over de tijd. Daarom werken we

met de PROfeel-app op de smartphone. Via deze app

vullen kinderen zes weken lang meerdere keren per dag

in waar ze last van hebben, wat ze op dat moment aan

het doen zijn en met wie. De inhoud is precies op hen

afgestemd. Van de antwoorden maakt de app een

analyse. Zo wordt duidelijk welke factoren te linken

zijn aan meer of minder vermoeidheid. We hopen dat

jongeren met deze app meer controle krijgen over hun

klachten en meer invloed op hun herstel.”

28 Happy ChilD


Happy ChilD 29


Genetisch testen bij een kinderwens

De maakbaarheid van geluk?

Onderzoeksleider Gijs van Haaften

Genetica

30 Happy ChilD

Technisch is steeds meer mogelijk om genetisch te testen bij

een kinderwens. Onderzoeksleider Gijs van Haaften van de

divisie Biomedische Genetica UMC Utrecht: “We kunnen nu

bekijken of de aanstaande ouders drager zijn voor erfelijke

aandoeningen, die mogelijk tot uiting komen bij hun kind.

Dat gebeurt alleen in uitzonderlijke gevallen. Verder kunnen

we tegenwoordig al vroeg tijdens de zwangerschap

onderzoeken of de foetus bepaalde genetische

aandoeningen heeft. Als een kind ziek is en de artsen

denken aan een erfelijke aandoening, is ook uitgebreid

genetisch onderzoek mogelijk. Bij een genetische test wordt

meestal een beetje bloed afgenomen, uit het bloed isoleren

we vervolgens DNA, de erfelijke informatie. Dit wordt

onderzocht op aanwijzingen voor ziekte of dragerschap.

Bij de prenatale test nemen we bloed af bij een zwangere

vrouw, hierin zit ook DNA van de foetus. Vooral bij zeldzame

en ernstige ziektes kunnen we zo steeds beter een

genetische oorzaak vaststellen. Een genetische test kan de

oorzaak van een zeldzame aangeboren aandoening

duidelijk maken. Dit heeft belangrijke voordelen. We kunnen

het verloop van de aandoening beter in kaart brengen via

andere kinderen met eenzelfde aandoening, in sommige

gevallen kan een genetische diagnose ook richting geven

aan de behandeling. Ook krijgen ouders inzicht in de kans

op herhaling bij een volgend kind en kunnen ze hierin

gerichte keuzes maken. Ten derde horen we van veel ouders

dat een genetische diagnose rust en duidelijkheid geeft.”


Feitelijk zou je willen dat

artsen en onderzoekers

altijd in een vroeg stadium

nadenken over de ethische

en maatschappelijke

impact van hun innovatie.

Dat betekent dat er een

zeker moreel bewustzijn

moet zijn, wat je kunt

trainen in de opleidingen.

Juist in een vroeg stadium

kunnen ethici en patiënten

nog meedenken over het

ontwerp van de techniek

en medevormgevers

worden. Ik zie ethiek en

innovatie als natuurlijke

partners, en niet als elkaar

belemmerend.”

Annelien Bredenoord,

hoogleraar Ethiek van

Biomedische Innovatie


Wonen &

geluk

Happy ChilD 31


Welzijn van

kind & dier

Als kind mocht ze geen huisdier, dat

vond haar vader vies. “Mijn opa en

oma hadden een hond, daar speelde

ik mee. Ik mocht niet eten, voordat

het dier gegeten had. Dat is me altijd

bijgebleven.” Nienke Endenburg is

Gezondheidszorgpsycholoog en docent

bij de faculteit Diergeneeskunde van de

Universiteit Utrecht. Zij onderzoekt

de relatie tussen mens en dier.

Als kinderen met iets zitten, dan

vertelt 80% het eerst aan zijn huisdier.

Dieren verklappen je geheimen niet.

32 Happy ChilD


One Welfare

Nienke Endenburg over welzijn

van mens en dier samen

“Kinderen kunnen soms hard zijn naar elkaar.

Als een kind ziek is en zijn haar verliest door de

chemokuur, laten andere kinderen snel hun

afwijzing zien. Slecht nieuws leidt tot een

significante afname van het aantal vrienden.

Maar een hond legt z’n kop op je schoot en is

blij met jou, hoe je er ook uitziet of hoe je je

ook voelt.

Dieren geven meer dan gezelligheid, ze geven

ook directe sociale ondersteuning. Als kinderen

met iets zitten, dan vertelt 80% het eerst aan zijn

huisdier. Want een huisdier veroordeelt niet. Met

dieren kun je knuffelen, ze verklappen je geheimen

niet en ze hebben geen verborgen agenda. Ze zijn

heel authentiek. Dit sluit heel mooi aan bij kinderen.

Ook zien we dat mensen met een huisdier meer

sociale contacten hebben. En dit maakt dat ze

meer ondersteuning krijgen van andere mensen.

Ik zeg altijd: in de wachtkamer van de dierenarts

praten mensen veel makkelijker met elkaar dan

bij de huisarts.

Ik onderzoek zowel de positieve aspecten van

mens-dierrelaties, zoals de invloed van dieren op

de ontwikkeling van kinderen en dierenwelzijn.

Maar ook de negatieve, zoals huiselijk geweld

en dierenmishandeling. Voor mij is het én-én.

Ik ben heel erg vóór kinderen en huisdieren,

als het ook goed is voor het dier. Dat noem ik

One Welfare, welzijn van mens en dier samen.

Een konijn, dat eenzaam wegkwijnt achter in

de tuin, past niet in dat plaatje. Zoiets is ook

voor het kind niet goed. Stel dat het dier

doodgaat, dan wil je niet dat het kind denkt dat

het zijn schuld is. Kinderen kunnen veel leren

door het verzorgen van een dier. Maar ik vind

dat ouders de eindverantwoordelijkheid

moeten hebben. Zij moeten inschatten of het

kind de verzorging aankan. Een kind van 3 of

van 12 kan dat niet zelf. Dus als het kan, een

huisdier, dan graag. Maar als je er als ouder de

tijd niet voor hebt, doe het dan ook vooral niet.

Er zijn zoveel andere opties, dieren in de buurt

bijvoorbeeld, bij familie of op een manege of

kinderboerderij. De positieve kant is dat het

natuurlijk heel leuk is om samen met je kind

voor een huisdier te zorgen. Het versterkt de

samenhang in het gezin. Maar wees wel

realistisch in wat het kind kan. Anders werken

al die positieve effecten niet. Goed voor het

dier, goed voor het gezin.”

Happy ChilD 33


Kinderen van gescheiden ouders

Ffeiten & cijfers

40%

is het echtscheidingspercentage

in Nederland.

15%

van de minderjarige kinderen groeit

op in een eenoudergezin. Een groot

deel daarvan heeft gescheiden

ouders. Hun woonsituatie kan

verschillen.

27%

van de gezinnen na

een scheiding zijn

co-oudergezinnen,

kinderen wonen dan

dus in 2 huizen.

Kinderen zijn van nature loyaal aan

beide ouders en willen het liefst van

allebei kunnen en mogen houden.

35.000

formele echtscheidingen

per jaar en

60.000

informele scheidingen;

hierbij is sprake van

samenwonende of

geregistreerde partners.

Formele + informele

scheidingen treffen

jaarlijks ca.

70.000

thuiswonende kinderen.

15 à 20 %

van de kinderen ontwikkelt problemen na de scheiding.

Dit kunnen lichte problemen zijn die weer afnemen,

maar bij een kleine groep verergeren de problemen.

34 Happy ChilD


Kinderen van

gescheiden ouders

kunnen zich

op meerdere plekken

thuis voelen. Dit kan

bij moeder en vader

zijn, op school, bij opa

en oma of bij anderen.

Als het kind maar

voldoende liefde,

warmte, verzorging

en veiligheid krijgt.

“Hoe dit precies werkt voor kinderen na scheiding, weten we

nog niet zo goed,” zegt dr. Inge van der Valk, universitair docent

pedagogiek aan de Universiteit Utrecht. “Deze vraag is wel extra

relevant geworden, omdat tegenwoordig steeds meer kinderen

opgroeien in twee huizen na een scheiding. We willen het

thuisgevoel van deze kinderen onderzoeken.

Waar hoor ik thuis

In ons onderzoek ‘Where do I belong’ richten we ons eerst op

gezinnen na een scheiding. ‘Wat maakt dat zij zich wel of niet thuis

voelen? Welke gevolgen heeft dit voor hen, op korte maar ook langere

termijn?’ Door beter te begrijpen hoe dit werkt voor kinderen, kunnen

we ze in de toekomst beter helpen. Bij dit onderzoek zijn onderzoekers

betrokken vanuit verschillende vakgebieden. Door onze kennis te

bundelen komen we tot bredere vragen en hopelijk ook betere antwoorden.

Het grootste deel

van de kinderen na

scheiding woont

vooral bij de

moeder en af en

toe, bijvoorbeeld

om het weekend,

bij de vader.

Geluk na scheiding

Al mijn onderzoeken zijn gericht op het verbeteren van het

welbevinden van kinderen na een scheiding. Ik wil nagaan hoe we

er zo goed mogelijk voor kunnen zorgen dat het goed gaat met hen.

Ook als de omstandigheden tegen zitten. Ons onderzoek zou zich

ook op chronisch zieke kinderen kunnen richten, die vanwege hun

ziekte niet altijd thuis zijn. Het kan er hopelijk aan bijdragen dat we

meer weten over hoe ook deze kinderen zich thuis kunnen voelen.

Bij zichzelf, bij hun ouders, maar ook bij hun verpleegkundigen.

Want als je je thuis voelt, voel je je beter en heb je meer kansen

om je optimaal te ontwikkelen.”

Happy ChilD 35


Games voor gezondere openbare plekken. Op welke manier dragen games bij

aan geluk en gezondheid van kinderen? Hoe maken die de stad speelser en blijer?

Hoe kunnen we de aantrekkingskracht

van games inzetten om kinderen naar

buiten en actiever te krijgen?

Dat onderzoekt Monique Simons. “We zien dat veel

kinderen te weinig sporten, bewegen en buiten

spelen. Terwijl bewegen juist zo belangrijk is bij

gezond en gelukkig opgroeien. Als oorzaak van

bewegingsarmoede wordt vaak naar smartphones

en games gewezen. In mijn onderzoek zoek ik

daarin juist de oplossing. Games en smartphones

inzetten om kinderen meer te laten bewegen.

Door buiten te transformeren tot een game wereld

en zo aantrekkelijker te maken voor kinderen om in

te spelen en te bewegen. Zoals de smartphone

game ‘ZappYou’. Die neemt je mee naar buiten en

tovert een park of plein om tot ‘coole game wereld’.

Het bankje in het park wordt een schild waarachter

je je kunt verschuilen, je mobiel een laser. Maar

eerst moet je ‘energy’ opbouwen door te rennen.”

Monique Simons

senior

onderzoeker

‘Digitale (game)

technologie

voor gezond

stedelijk leven’

aan de Universiteit

Utrecht en

verbonden aan

de gemeente

Utrecht.

Over hoe het is om op te

groeien in de stad.

Kirsten Visser

universitair

docent/

onderzoeker

stadsgeografie

aan de

Universiteit

Utrecht

Opgroeien in een achterstandsbuurt is

slecht voor jongeren. Dat is de publieke

opinie. Maar wat vinden jongeren daar

zelf van? Het onderzoek van Kirsten Visser richt

zich op het opgroeien in achterstandsbuurten in de

stad. En hoe dit van invloed is op het succes en

welbevinden van jongeren. “Uit mijn onderzoek blijkt,

dat jongeren in een achterstandsbuurt toch overwegend

positief zijn over hun buurt. Ondanks dat ze zich

bewust zijn van problemen als criminaliteit en overlast,

zijn ze gewend aan hun buurt. Ze kennen de mensen

en vaak willen ze er ook niet weg als ze ouder zijn.

Buurtonderzoek en beleid zou zich meer moeten

richten op de positieve aspecten van de buurt in plaats

van alleen te focussen op problemen. Jongeren geven

aan dat juist het vooroordeel van buitenaf een

negatieve stempel op de buurt drukt. Kijken naar de

kansen die er liggen is een mooie stap richting geluk.”

36 Happy ChilD


Jeugdarts Jara Daamen over

samenwerken

in de wijk

Jeugdarts Jara Daamen werkte twee jaar

op een consultatiebureau. Sinds kort is zij

in opleiding tot kinderarts. “Het

belangrijkste dat ik heb geleerd? De wijk is

dé plek waar het gebeurt. De frontlinie van

de zorg. Daar kunnen we de gezondheid

en het geluk van kinderen bevorderen.

Want ook een ziek kind wil niets liever dan

‘gewoon meedoen’ in de wijk.”

“Door in de frontlinie goed voor gezinnen te

zorgen kun je de kans op ziektes verkleinen.

Nu of later. Krijgt een kind toch iets? Dan is

het in de wijk waar je kunt helpen om een zo

normaal mogelijk leven te organiseren.

Huisartsen, buurtteams, scholen en vele

andere partijen in een wijk kennen patiënten

in hun eigen context. Ze komen bij gezinnen

thuis, weten of ouders laaggeletterd zijn en

of er weinig geld is. Door over de muren van

je eigen instelling heen te kijken en naast het

gezin te staan, maak je zorg laagdrempelig

en optimaal aangepast aan het gezin. Dat

blijf mijn missie, ook na mijn opleiding.”

Happy ChilD 37


WHISTLER - onderzoek

Leidsche Rijn

Hoe voorkomen we

luchtwegklachten bij

kinderen?

In het WHISTLER-onderzoek, dat in 2002 begon,

onderzoekt Gerdien Dalmeijer met collega’s uit het

Wilhelmina Kinderziekenhuis en UMC Utrecht

luchtwegklachten bij kinderen. Daarnaast begeleidt

zij promovendi en studenten die WHISTLERonderzoek

doen.

“We weten dat er veel factoren zijn die de kans op

luchtwegklachten kunnen verkleinen. Zo is het

belangrijk dat moeders niet roken tijdens de

zwangerschap en dat kinderen niet blootgesteld

worden aan rook. Ook het geven van borstvoeding

verkleint de kans op luchtwegklachten. Het

voorkomen van luchtweginfecties begint dus al op

zeer jonge leeftijd.

Een goede start in

het leven

We hebben meer dan 3000 baby’s onderzocht. 1000

kinderen zagen we op vijfjarige leeftijd opnieuw om

lichamelijk onderzoek te doen naar hun longfunctie

en vaatgezondheid. Ook lieten we de ouders een

vragenlijst invullen. Op die manier kunnen we de

gezondheid van het kind en de leefstijl van kind en

ouders in kaart brengen en combineren met gegevens

van de huisarts. Zo onderzoeken we of kinderen met

een bepaalde diagnose een andere levensstijl hebben.

Inmiddels onderzoeken we kinderen van acht tot tien

jaar. En de eerste WHISTLER-kinderen bereiken de

pubertijd. Interessant om te zien hoe zij zich

lichamelijk en psychosociaal ontwikkelen.

In WHISTLER hebben ouders vragen beantwoord over

hoe goed een kind in zijn vel zit. We kunnen dus

bekijken wat de verschillen zijn tussen kinderen die

aangeven dat ze gelukkig zijn en kinderen die

aangeven minder gelukkig te zijn. Als we goed hebben

uitgezocht welke ziektes gerelateerd worden aan

geluk dan kunnen we ook die kinderen gericht helpen

met gelukkiger worden.”

‘Mijn wens is dat alle

kinderen in een

gezonde omgeving

kunnen opgroeien.’

Naam Gerdien Dalmeijer

Functie assistant professor Public Health

UMC Utrecht

Het mooiste van WHISTLER vindt Gerdien

dat ze onderzoek doet bij kinderen uit de hele

bevolking, ziek én gezond. “Zo dragen we bij

om alle kinderen een goede start in het leven

te kunnen geven. Ik hoop dat alle kinderen

zich van jongs af aan in een gezonde omgeving

kunnen ontwikkelen en opgroeien.”

38 Happy ChilD


‘Levensloopzorg

en geluk’

Child Health voorzitter en hoogleraar

kinderlongziekten Kors van der Ent:

“Een kind ontwikkelt zich voortdurend.

Ziekte heeft daar effect op. Op wie je

bent, het aanpassen aan je omgeving,

omgaan met leeftijdgenoten, stress,

tegenslag. Wij willen kinderen fysiek

goed behandelen, maar er is meer.

Een vrouw van 50 met taaislijmziekte

vertelde, dat zij haar hele leven een gevoel

van ‘net niet goed genoeg’ had gehad.

In haar jeugd vierden haar ouders iedere

jaarwisseling dat ze nog leefde. Haar artsen

hadden altijd opmerkingen dat het ‘nog

iets beter kon’ in de behandeling.

Daardoor voelde de vrouw voortdurend

alsof ze faalde. Zo’n verhaal laat zien hoe

ziekte en alle reacties erop je identiteit

kunnen vormen.

Kors van der Ent

“We moeten ons steeds

afvragen wat het effect is

van zorg voor het kind op

de lange termijn.”

We moeten toewerken naar een breder

concept van gezondheid en geluk.

Medische behandeling wordt steeds beter,

we kunnen steeds meer, maar de behandellast

wordt zwaarder. Die last voor kinderen

heeft zijn weerslag op hun latere weerbaarheid

en identiteit. Als zorgverleners moeten

we niet alleen gericht zijn op het hier en

nu, maar op leven en het effect van zorg

op de lange termijn. We noemen dit ook

wel levensloopzorg. Het betekent dat je

samen met kinderen en ouders niet altijd

alles moet willen wat kan, maar doelen

moet stellen over wat nu haalbaar is met

het oog op de toekomst.”

Happy ChilD 39


Een groene omgeving

voor gezondheid en geluk

De omgeving waarin wij leven of

waarvoor we kiezen, heeft grote invloed

op onze gezondheid en kan ons zelfs

ziek maken. Gelukkig kan een leefomgeving

je juist ook stimuleren om meer te

bewegen. Daarmee voorkom je

overgewicht en dat is goed voor je

gezondheid en welzijn. Hoe we onze

leefomgeving vormgeven heeft invloed

op onze gezondheid.

In het Utrecht Exposoom netwerk kijken

onderzoekers breed naar de omgeving

en de relatie met gezondheid. Hierbij

spelen allerlei factoren een rol, zoals

blootstelling aan luchtveront-reiniging,

aanwezigheid van groen in de omgeving,

lichamelijke activiteit of de sociale

omgeving van personen en individueel

gedrag. Het project brengt

dit gedetailleerd in beeld door gebruik

te maken van innovatie technieken

zoals sensoren.

Juist de combinatie is belangrijk.

Werken aan een afzonderlijke factor kan

voor de ene groep goed gaan, voor een

andere juist nadelig uitpakken. Zo kan het

aanleggen van een park voor jongeren

bijdragen aan hun welzijn, terwijl het

ouderen juist gevoelens van onveiligheid

geeft. Een onbedoeld neveneffect.

Fysieke en sociale maatregelen moeten

dus niet los van elkaar worden gezien.

40 Happy ChilD


Hoogleraar Roel Vermeulen - Universiteit Utrecht

“Groene omgeving en luchtkwaliteit voor gezondheid”

Als hoogleraar Milieu–epidemiologie en Exposoom Analyse onderzoekt

Roel Vermeulen de relatie tussen omgeving en gezondheid.

“We weten, dat maar een klein deel van ziekte wordt bepaald door alleen

onze genen. Dus voor dat andere, veel grotere deel zijn het externe

factoren, die ziekte kunnen veroorzaken. Sommige van deze factoren

weten we. Bijvoorbeeld een slechte luchtkwaliteit. Die heeft nadelige

effecten op de longontwikkeling van kinderen. Maar veel andere nog niet.

Zo is niet duidelijk wat de invloed is van een groene omgeving op de

gezondheid of wat luchtkwaliteit doet met de verstandelijke ontwikkeling

van kinderen.

We willen begrijpen, wat in onze omgeving helpt bij het gezond blijven

en een goede ontwikkeling. Dan kunnen we onze omgeving zo inrichten,

dat we iedereen de beste kans geven op een gezonde jeugd. Voor

chronisch zieke kinderen is het belangrijk om te zorgen dat de ziekte niet

erger wordt. Hier zijn algemene maatregelen, zoals minder dieselauto’s in

de stad, soms niet voldoende. We moeten dan individueel advies geven.

Er zijn al handige ziekte-apps, die informatie geven over luchtkwaliteit op

een bepaalde dag. Of die het gedrag of medicijngebruik van een kind per

dag bijhouden. Dat kan een kind persoonlijk helpen om meer invloed op

eigen leven te hebben en bijvoorbeeld een astma-aanval te voorkomen.”

Adviseur Gezonde Leefomgeving Floor Borlée - gemeente Utrecht

“Bij gezond leven in de stad hoort een gezonde leefomgeving”

Utrecht wil een stad zijn met gezonde en veerkrachtige inwoners.

Bij gezond leven in de stad hoort een gezonde leefomgeving.

Een omgeving waarin je je prettig voelt en makkelijk kunt kiezen voor

gezonde opties zoals bewegen en sporten. Floor Borlée: “De manier

waarop we in Utrecht werken aan een gezonde leefomgeving is uniek.

Mijn collega’s en ik denken vanaf de start van een ruimtelijk project mee

over het zo gezond mogelijk inrichten van de omgeving. We werken

bijvoorbeeld met een breed maatregelenpakket aan schonere lucht. Met

name de longen van kinderen zijn extra gevoelig voor luchtverontreiniging.

Eén van de maatregelen is om nieuwe scholen en kinderdagverblijven te

bouwen, meer dan 300 meter van een snelweg en 50 meter van een

drukke stadsweg vandaan.

Lopen, fietsen en buiten spelen zijn belangrijk voor je gezondheid.

Daarom werken we aan veilige fietsroutes zodat kinderen makkelijk naar

school kunnen fietsen. Om te kunnen spelen hebben kinderen genoeg

ruimte en groen nodig, dat nemen we standaard mee in onze plannen

voor de stad. Maar we zijn er nog niet. Ruim drie kwart van de basisschoolleerlingen

vindt de buurt waarin ze woont leuk, 17% ‘gewoon’

en 6% is negatief. Ook voelen kinderen uit bepaalde wijken zich vaker

onveilig op speelplekken. Daarom blijven we in Utrecht werken aan een

gezonde leefomgeving voor iedereen.”

Happy ChilD 41


100

Utrechtse kinderen laten hun stem

horen in de kinderraad!

Zij zijn actief in tien kinderwijkraden en de stedelijke kinderraad.

In 2017 waren er dertien jongerendialogen en vier kinderdialogen.

Vijftien kwetsbare jongeren denken in cliëntenplatform

U2BHeard mee over de invulling van zorg voor jeugd.

60

jongeren van ROC

Midden Nederland

dachten met de

gemeente mee over

armoedevraagstukken.

Utrecht

kinderrechtenstad

In Utrecht focussen we op ‘de stem van de

kinderen’ uit het kinderrechtenverdrag. Door

kinderen een stem te geven weten ze dat ze

ertoe doen en leren ze mee te denken over

hun eigen leefwereld.

In kinderraden kunnen ze nadenken over hoe zij hun wijk mooier

willen maken. Ook bij nieuw beleid betrekken we ze actief. Zoals

bijvoorbeeld bij de invulling van de toekomstige wijk Leeuwesteyn en

de Merwedekanaalzone. Uiteindelijk zijn kinderen de toekomstige

bewoners van onze stad. Als we bouwen voor gezond leven in de

stad, dan bouwen we voor hen.

80%

van de

Utrechtse

scholen

werkt met het

concept van

De Vreedzame

School.

8van de 10

wijken in

Utrecht is

vreedzaam.

2x

Het jeugdbeleid

van

de gemeente

óók in een

kinderversie.

42 Happy ChilD


Een veilig thuis

Elk kind heeft recht op een veilig thuis.

We kunnen kinderen op school veel leren

over veilig opgroeien.

Als hoogleraar Life Cycle Pediatrics voel ik me erg verwant met geluk

en levensloop. Wat heeft een kind nodig om zo gelukkig mogelijk te

worden? Dat heeft te maken met je plek in de maatschappij in relatie

tot je omgeving. Mee kunnen doen. Of je nu ziek bent of gezond.

Elise van de Putte,

hoogleraar Life Cycle

Pediatrics Wilhelmina

Kinderziekenhuis

Door kinderen aan het

woord te laten, snappen

we hoe zij denken over

gezond en veilig

opgroeien.

Ik geloof enorm in de kracht van kinderen. In het project Kindtool 1.0

hebben we 65 kinderen laten vertellen over hun gezondheid.

Prachtige verhalen, zo positief. Het leert mij dat je door opvoeding

en op school veel invloed hebt op de leef- en gedachtewereld van

kinderen. Het zou fantastisch zijn, als we op basis van al deze data

een programma mogen neerzetten voor scholen over veilig

opgroeien. Wat vinden wij normaal in Nederland? Is het normaal om

een tik te krijgen, opgesloten te worden? Je kunt kinderen daarover

leren door er op school al over te vertellen.

Aandacht voor gezond en veilig opgroeien op school, in de

opvoeding thuis en in de zorg, die beter afgestemd is op de

levensloop van het kind. Dan is mijn missie geslaagd.

Happy ChilD 43


7.4

Is het rapportcijfer dat kinderen

geven voor groen in de buurt.

77%

Van de Utrechtse kinderen vindt de buurt leuk.

50%

Van de Utrechters is tevreden over plaats

voor de fiets in de buurt.

64%

Is tevreden over

basisonderwijs in

de buurt.

21%

Van de

inwoners van de

stad ervaart (bijna)

geen last van

lawaai in de buurt.

Een gezonde woonomgeving ... is schoon

… is groen ... heeft speelruimte … is sociaal …

is veilig … heeft goede huizen … voelt goed.

41%

Is tevreden

over de

verkeersveiligheid

in

de buurt.

7,8

Is het

rapportcijfer

dat Utrechters

geven aan

wonen.

Bron: Volksgezondheidmonitor Utrecht (Bewonerspanel maart

2017, Gezondheidspeiling 2016, Staat van Utrecht 2017, Wistudata

2017, Utrecht Monitor 2017).

58% 26%

ervaart ervaart

(bijna) geen

last van

luchtvervuiling

in de buurt.

(bijna) geen

last van

rommel en

afval op straat.

44 Happy ChilD


Leren

en geluk

Happy ChilD 45


Youth got talent

Het beste uit jongeren halen en hen helpen hun ambities waar te maken

Hoe kunnen we jongeren aan hun

toekomst laten werken,

zelfstandig laten zijn en helpen

om te profiteren van de kansen

die onze maatschappij biedt?

Die vragen beantwoordt een

multidisciplinair team van

onderzoekers in Youth got talent.

Het onderzoek richt zich op

jongeren van 12 tot 25 jaar.

“In deze levensfase maken jongeren

keuzes in studie, relaties en werk.

En belangrijker, ze dromen over

volwassen worden en wie ze graag

willen zijn”, vertelt Catrin

Finkenauer, hoogleraar jeugdstudies

aan de Universiteit Utrecht. “Vaak

richt onderzoek zich op individuen.

Hoewel jonge mensen soms door

hun eigen acties gewenste doelen

bereiken, spelen ook de omgeving

en invloed van familie, school en

leeftijdsgenoten een grote rol.

Youth got talent onderzoekt hoe

verschillende sociale contexten op

elkaar inwerken en hoe die de

ontwikkeling van jongeren en hun

ambities beïnvloeden.

Sociale context om

ambities waar te maken

We kijken hoe sociale omgevingen

jongeren helpen of juist tegenwerken

om hun ambities waar te

maken. Zo kunnen jongeren in

slechtere buurten zich belemmerd

voelen in het ontwikkelen van hun

talenten, waardoor ze later

moeilijker hun idealen bereiken.

Aan de andere kant onderzoeken

we hoe jonge mensen hun

omgeving en situatie kunnen

beïnvloeden en vormgeven om hun

dromen te realiseren. Zo is het

mogelijk dat jongeren die van

nature openstaan voor nieuwe

ervaringen een groter sociaal

netwerk opbouwen dan jongeren

die daar minder voor openstaan.

Dit kan hen dan helpen in het

waarmaken van hun dromen en bij

hun carrière en sociale positie op

volwassen leeftijd.

Kansen door te dromen

Om het beste uit jongeren te halen

en hen te helpen hun ambities waar

te maken, moeten de verschillende

omgevingen samenwerken.

Dat blijkt uit ons onderzoek. Als die

op elkaar en op de behoeften van

jongeren aansluiten, kunnen de

sterke punten en talenten van

jongeren naar boven komen en

worden risico’s juist kleiner.

Zo kunnen we alle kinderen,

gezond of ziek, helpen om zich

positief te ontwikkelen.”

46 Happy ChilD


Feiten

Cijfers

88%

van de

jongeren

(15-19 jaar)

gebruikt

dagelijks

WhatsApp.

&

Instagram, Snapchat &

YouTube zijn populair bij jongeren.

Bjorn Wansink

Universiteit Utrecht

Negen op de tien jongeren maken

gebruik van sociale media. Tussen

meisjes en jongens is daarin weinig

verschil.

Facebook wordt

minder populair;

jongeren willen niet

bij ouderen zitten.

Instagram en

Snapchat zijn

volgens hen ook

gewoon leuker.

57%

weet niet of sociale

media te vertrouwen zijn.

Bronnen: Newcom research consultancy 2018 (N= 6783, > 15 jaar en ouder) &

CBS, 2012, Monitor Jeugd en Media.

Verander je

perspectief!

Sociale media in de klas

Op welke manier beïnvloeden sociale

media het perspectief van jongeren op

de wereld, hun houding en gedrag? En

wat is het effect op hun interactie met

anderen in de samenleving, inclusief

hun klasgenoten en docenten? Om dat

te onderzoeken is het project Changing

your perspective opgestart, met een

interdisciplinaire aanpak. Voor Bjorn

Wansink, universitair docent aan de

Graduate School of Teaching Universiteit

Utrecht, is de sociale mediakant een

lijn die er voor hem als onderzoeker nu

bij komt. “Mijn expertise ligt vooral bij

factoren die invloed hebben op het

perspectief van jongeren. Maar omdat

media hier een belangrijke rol in speelt

gaan we deze nader onderzoeken.”

“We kijken hoe docenten sociale media

gebruiken of bespreken in hun lessen.

Bijvoorbeeld als het gaat om botsende

perspectieven in de klas, doordat

leerlingen (15-19 jaar) hele verschillende

media volgen. Maar ook positief.

Je kunt via sociale media ook nieuwe

en onbekende perspectieven ontdekken.

In hoeverre stimuleren docenten

dit? Meer op microniveau kijken we in

hoeverre leerlingen feiten en meningen

kunnen onderscheiden binnen sociale

media. Sociale media kunnen zeker

bijdragen aan het geluk van kinderen.

Het is de wereld in je hand; kennis,

verbindingen met anderen, creativiteit.

Het geeft veel mogelijkheden om je

ergens deelgenoot van te voelen.

Aan al deze zaken kleven helaas ook

nadelen. Jongeren leven steeds meer in

aparte werelden. Ze begrijpen elkaars

ziens wijze slecht, of zijn zich daar zelfs

niet van bewust. En dat paradoxaal

genoeg juist in een tijd waarin ze via

internet toegang hebben tot vrijwel alle

informatie.”

Happy ChilD 47


Voor Emma

is paardrijden

geluk.

48 Happy ChilD


Gewoon naar

school kunnen

gaan, paardrijden

of de stad in

Emma is 17 en woont in Almelo met haar ouders, broertje en de

twee bassets, Bas en Bikkel. CF is een erfelijke ziekte, maar zij is

de enige in haar familie die het heeft. “Natuurlijk denk ik soms:

waarom moet ik nou weer deze rotziekte hebben. Maar daar zit

ik nooit heel lang mee. Ik heb namelijk ook veel leuke mensen

leren kennen, zoals mijn lieve verpleegkundige die al meer dan

acht jaar bij ons thuis komt. Ook zou ik nooit mijn paard

gekregen hebben als ik geen ziekte had.”

Invloed op Emma’s leven

Op dit moment gaat het heel goed met Emma. Ze gaat gewoon

naar school. Het is speciaal onderwijs waarin ze op eigen tempo

kan leren. “Ik probeer altijd zoveel mogelijk mee te doen met

klasgenoten. Maar als we bijvoorbeeld heel hard aan het lachen

zijn, moet ik wel eens hoesten. Eerst waren mijn vriendinnen

ongerust, omdat het er heel heftig uit ziet. Maar nu is het de

normaalste zaak van de wereld en dat vind ik altijd wel fijn.”

Als Emma dit schooljaar haar diploma vmbo-T haalt, start ze

volgend jaar met de opleiding dierenverzorging op het AOC.

Geluk is doen waar je blij van wordt

“Thuis ben ik het liefst de hele dag bezig met mijn paard. Daar

haal ik veel energie uit. Zij kan mij altijd aan het lachen krijgen

én gelukkig maken. Het doen van alledaagse dingen is voor mij

ook geluk. Gewoon naar school kunnen gaan, de hond uitlaten

of de stad in.” Emma’s moeder is trots op haar dochter. Paulien:

“Emma heeft al heel jong geleerd om haar energie te doseren

en te genieten van het moment. Het maakt mij heel gelukkig

om te zien dat Emma een stabiele persoonlijkheid heeft

ontwikkeld en haar eigen weg volgt. Ze inspireert ons allemaal.“

Emma heeft Cystic Fibrosis (CF).

Het slijm in haar lichaam is

taaier dan normaal. Daardoor

werken bepaalde organen

steeds slechter. “De meeste

dingen kan ik gewoon doen,

maar ik ben wel sneller moe

dan mijn leeftijdsgenoten.”

“Geluk is voor

mij iets kunnen

doen waar je blij

van wordt. Ik

ben het liefst bij

mijn paard.”

Happy ChilD 49


Feiten & Cijfers

23%

van de Utrechtse peuters heeft een

(risico op) ontwikkelingsachterstand.

Deze 1454 peuters kunnen gebruik

maken van de voorschool, om hun

ontwikkeling extra te stimuleren.

Zo zijn ze beter voorbereid op hun

start op de basisschool.

Kernpartneraanpak

Samenwerken voor

onderwijs van alle

kinderen, ziek en gezond

Onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van

kinderen. Daarom is het belangrijk dat kinderen zo

veel mogelijk naar school gaan. Jeugdarts Lisette

Jongbloets: “Bij het tegengaan van verzuim kijken

we met een brede blik. Verzuim kan namelijk

verschillende oorzaken hebben. Zoals lichamelijke

of psychische gezondheidsproblemen, problemen

thuis of op school. Ook voor kinderen met een

beperking bekijken we goed welke school passend

is of welke aanpassingen nodig zijn.

Voor het Utrechtse onderwijs werken we met een

groot aantal mensen samen volgens de kernpartneraanpak.

In deze kernpartneraanpak staat de

vraag centraal: wat heeft een leerling nodig, hoe

organiseren we dat en wie hebben we daarvoor

nodig? De jeugdarts onderzoekt, adviseert en

verwijst op sociaal medisch gebied, het samenwerkingsverband

organiseert passende onderwijsondersteuning,

het buurtteam zorgt voor ondersteuning

thuis en de leerplicht ambtenaar zorgt dat

iedereen zich aan zijn afspraken houdt.

Een voorbeeld hiervan is een meisje dat vaak

verzuimde wegens hoofdpijn. Bij de jeugdarts

bleken haar klachten een gevolg van piekeren ’s

nachts over toetsen en de zorgen om haar zieke

moeder. Daarnaast werd bij haar ADD vastgesteld.

Het buurtteam regelde daarop hulp in het gezin en

er werden aanpassingen op school geregeld.

Dankzij deze gezamenlijke aanpak krijgen kinderen

passende ondersteuning voor een zo goed

mogelijke ontwikkeling.”

Een kind ontwikkelt zich op één van

de 62 locaties spelenderwijs.

Een groep telt maximaal 15 peuters

en 2 pedagogisch medewerkers.

Peutercentra werken nauw samen

met ouders, scholen, jeugdgezondheidszorg,

buurtteams en waar nodig

met gespecialiseerde zorg.

Effect In het landelijke

pre-COOL onderzoek zien we

dat peuters profiteren van de

voor school. Die helpt hen bij

een betere start.

50 Happy ChilD


Naar school in het ziekenhuis

Maya Carbin is hoofd van de WKZ-school (Educatieve

Voorziening) in het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Maya vertelt:

“Wij helpen zieke leerlingen die school missen om door te gaan

met leren en ontwikkelen. Op de WKZ-school kunnen kinderen

die opgenomen zijn les krijgen van speciale leraren in het

ziekenhuis. We gaan meestal naar de kinderen toe om les te

geven aan bed. Soms kunnen kinderen mee naar de klas. Maar

daar zijn ze vaak te ziek voor, hebben een infuus of liggen in

bepaalde vormen van isolatie waardoor ze niet van hun kamer

af mogen. Veel kinderen zijn blij om door te kunnen met school

terwijl ze in het ziekenhuis liggen. Het is fijn om met iets bezig

te zijn dat niet bij het ziekenhuis hoort. En ze hoeven minder in

te halen als ze weer thuis zijn. Maar niet iedereen heeft altijd zin

hoor, gamen is toch veel leuker? Door te kijken naar wat nog

wél kan stimuleren we kinderen om op een positieve manier

naar zichzelf te kijken. Een kind zo veel mogelijk ruimte bieden

zich te ontwikkelen: dat is onze bijdrage aan het geluk van

chronisch zieke kinderen.”

Happy ChilD 51


Communicatie en gedrag

Kijken naar taalontwikkeling

bij kleuters

Vanuit verschillende invalshoeken

kijken onderzoekers van de

Universiteit Utrecht naar taal,

communicatie en gedrag bij

kinderen. Hayo Terbrand onderzoekt

de wisselwerking tussen communicatie

en gedrag. Corette Wierenga

kijkt juist naar de taalontwikkeling

in de eerste 1001 dagen van een

kind. Twee voorbeelden van onderzoek,

waarin belangrijke verbanden

worden gelegd voor het welzijn van

opgroeiende kinderen.

Als taal niet genoeg is

Communicatieproblemen en gedragsproblemen

bij kinderen gaan vaak

samen. Maar tot nu toe zijn ze vaak

afzonderlijk onderzocht. Hayo Terband,

universitair docent en taalwetenschapper

onderzoekt nu die relatie tussen taal

en gedrag, vooral als het taalniveau van

kinderen ‘niet toereikend’ is. In zijn

onderzoek werkten onderzoekers uit

verschillende disciplines samen.

Dat maakte het mogelijk om naar de

wisselwerking van communicatie en

gedrag te kijken. Op een basisschool in

Lombok in Utrecht deden kinderen van

vier tot zes jaar mee. Ouders en

leerkrachten vulden een vragenlijst in

over het gedrag van deze kinderen in

het dagelijks leven, thuis en op school.

Koud of kauwt?

Hayo: “we hebben ook een spel voor

de tablet ontwikkeld. Daarmee konden

we communicatieproblemen ‘uitlokken’

bij de kinderen. Zo onderzochten we

verschillende aspecten, zoals klankonderscheiding,

zinsverwerking,

taalgebruikssituaties en de woordenschat

van de kinderen.

52 Happy ChilD


In het spel hoorden de kinderen

bijvoorbeeld ‘koud’ en ‘kauwt’.

Hoe namen ze dat waar? Konden ze de

subtiele verschillen horen om in het spel

de goede keuze te maken, of bijvoorbeeld

ook ironie begrijpen?”

Minder vaardige taal,

meer probleemgedrag?

De onderzoekers kozen voor een school

met kinderen die tweetalig worden

opgevoed. Zo konden ze ook onderzoeken

of een kind in de minder vaardige

taal bijvoorbeeld meer probleemgedrag

liet zien. De gedragsreactie van het kind

op het spel werd geregistreerd. Dat kon

blij gedrag zijn of juist verdriet, boosheid

en frustratie of nerveus gedrag.

De onderzoekers vonden samenhang

tussen hoe een kind het in het spel doet

en het gedrag. Hoe meer problemen met

taalbegrip tijdens het spel, hoe meer

boosheid en frustratie een kind liet zien.

Hayo: “Het is niet zo dat kinderen die

tegen minder problemen in het spel

aanliepen meer positief gedrag laten zien.

Maar meer problemen leiden dus wel tot

meer boosheid of frustratie.

Dit lijkt misschien een open deur, maar

is nooit echt op deze manier getest.

Het is nu interessant om te bekijken of

we bepaalde communicatieproblemen

kunnen beperken.”

Taalontwikkeling en de eerste 1001

dagen van een kind

De eerste 1001 dagen van een kind zijn

belangrijk voor taalontwikkeling. Corette

Wierenga, universitair hoofddocent

neurofysiologie: “Tijdens die eerste 1001

dagen van een kind, waarvan de eerste

280 dagen in de baarmoeder, ontwikkelen

de hersenen zich in snel tempo. Het

kind leert bijvoorbeeld klanken herkennen,

het bouwt een emotionele band op

met de omgeving, en leert nauwkeurige

spierbewegingen te maken, bijvoorbeeld

grijpen, eten, lopen. Al deze gebeurtenissen

en leerprocessen bepalen welke

hersenverbindingen gevormd worden en

vormen daarmee de ontwikkeling van

specifieke hersenfuncties.

Als de ontwikkeling van een van deze

hersenfuncties mis gaat of vertraging

oploopt, heeft dat ook gevolgen voor de

ontwikkeling van andere aspecten.”

Hersenontwikkeling

Hersenontwikkeling is een gecompliceerd

proces en een succes volle taalontwikkeling

hangt dan ook af van veel

verschillende factoren. Het onderzoek

focust op de vraag hoe al deze factoren

interacteren en verschillende aspecten

van taalontwikkeling beïnvloeden.

“Om deze vraag te beantwoorden,

hebben we een team gevormd waarin

biologen, sociologen en taalkundigen

van de Universiteit Utrecht en het

UMC Utrecht samenwerken. We proberen

vanuit biologisch perspectief te begrijpen

hoe hersengebieden en –verbindingen

een rol spelen in de ontwikkeling van

verschillende aspecten van taal. En we

willen ontdekken welke aspecten van de

hersenontwikkeling nu precies verstoord

zijn bij kinderen die moeite hebben met

het leren van taal. Zo proberen we een

link te leggen tussen de ontwikkeling van

specifieke hersenfuncties en aspecten

van taalontwikkeling.”

Taalontwikkeling en geluk

Corette: “Uiteindelijk willen we begrijpen

hoe de verschillende biologische en

omgevingsfactoren elkaar beïnvloeden

en samen zorgen voor een optimale

taalontwikkeling in kinderen. Als we

begrijpen welke hersenverbindingen

verantwoordelijk zijn voor bepaalde

aspecten van taalverwerving, kunnen

we taalontwikkeling bij jonge kinderen

stimuleren door de ontwikkeling van

specifieke hersenfuncties te stimuleren.

Daardoor zouden we al vroeg tijdens de

ontwikkeling kunnen ingrijpen in kinderen

waarin de taalontwikkeling achter blijft of

problemen geeft. Taal is een van de

belangrijkste manieren van

communiceren tussen mensen en een

optimale taalontwikkeling is daarom van

groot belang voor het welzijn en het

geluk van jonge kinderen.

Corette Wierenga

“Een optimale

taalontwikkeling

is van groot

belang voor het

welzijn en het

geluk van jonge

kinderen.”

Hayo Terband

Happy ChilD 53


H

Happyles

b g c

Het Trimbos-instituut ontwikkelt verschillende methoden die bijdragen aan het geluk van kinderen

en jongeren. Zo is Grip op je Dip de eerste online groepscursus voor jongeren die te maken hebben

met depressie, angst of somberheid. Grip op je Dip is bewezen effectief, maar bereikt minder goed de

lager opgeleide jongeren. Daarom is Happyles ontwikkeld: een integrale schoolaanpak die jongeren

helpt om gelukkiger te worden.

Happyles is een schoolaanpak speciaal ontwikkeld

voor mbo en vmbo-leerlingen en is gebaseerd op de

positieve psychologie. Het doel van de Happyles is

om geluk en welbevinden te bevorderen en depressie

te voorkomen.”, licht Rianne van der Zanden toe.

Rianne is senior wetenschappelijk medewerker bij het

Trimbos-instituut en projectleider van Grip op je Dip

en Happyles. Happyles bestaat uit twee

E-learninglessen en twee klassikale lessen en

jongeren maken vooraf en achteraf een gelukstest.

Uit deze gelukstest komt een persoonlijke

geluksscore. Deze gelukstest kijkt naar welbevinden,

thuissituatie, depressie, spijbelen en drugsgebruik.

Happylessen

GGZ-preventiemedewerkers begeleiden de lessen.

De Happylessen kunnen ook gevoelens losmaken bij

jongeren die niet lekker in hun vel zitten of depressief

zijn en dat vraagt deskundige begeleiding. De mentor

van de klas is ook tijdens de Happyles aanwezig.

Tijdens de lessen worden veel oefeningen gedaan

vanuit de positieve psychologie. Er is als het ware een

grabbelton aan oefeningen, zodat jongeren kunnen

kijken wat bij hun past. Al deze oefeningen vergroten

het geluksgevoel.

Je droom voor de toekomst

Happyles draagt bij aan de vervulling van de drie

basisbehoeften: verbondenheid, competentie en

zelfbeschikking. Rianne vertelt: “Een voorbeeld is een

oefening die betrekking heeft op verbondenheid.

Leerlingen leren dat als je iets voor een ander doet,

dit je gevoel van verbondenheid vergroot, wat geluk

bevordert. Bij een andere oefening leren ze hoe je

met problemen om kunt gaan. Ze leren stapsgewijs

en systematisch problemen op te lossen. Ze leren dat

ze hier zelf invloed op hebben, wat de behoefte aan

onafhankelijkheid vervult.” Veel leerlingen zijn

enthousiast over oefeningen die over de toekomst

gaan. Ze leren dat ze hier invloed op hebben. “Door

persoonlijke doelen te formuleren en in stapjes te

denken, gaan jongeren zich realiseren dat ze vandaag

al keuzes kunnen maken en acties kunnen doen om

een toekomstig doel te bereiken.”, licht Rianne toe.

Welbevinden

Maar Happyles is veel meer dan een lesprogramma.

“Alle jongeren krijgen een persoonlijk adviesgesprek

van de ‘Happyles juf of meester’, ongeacht hun

geluksscore. In de lessen hebben ze al leren

nadenken over hun eigen leven en hoe ze zich

voelen. Als leerlingen problemen hebben, en dus een

lage geluksscore hebben, dan wordt in dat

adviesgesprek besproken welke hulp en

ondersteuning voor de jongere beschikbaar is.

De ervaring leert dat jongeren open staan voor

ondersteuning, omdat het taboe op psychische

problemen door de Happylessen is afgenomen.”

Op dit moment hebben ongeveer 3000 leerlingen

Happyles gevolgd, waaronder ook scholen in Brussel.

De effecten zijn positief. Depressieklachten nemen af

en welbevinden neemt toe, met name bij leerlingen

die hier duidelijk professionele hulp bij nodig hebben.

Deze resultaten moeten nog bevestigd worden door

vervolgonderzoek. Het Trimbos-instituut is bezig

hiervoor subsidie aan te vragen.

54 Happy ChilD


Op dit moment

hebben ongeveer

3000 leerlingen

Happyles gevolgd,

waaronder ook

scholen in Brussel.

Happy ChilD 55


De virtual reality bril

Op je IC-bed racen met

Max Verstappen

Alles wat een ziekenhuisopname, medische handelingen of een (chronische)

ziekte een stukje prettiger maakt, draagt bij aan het geluk van kinderen.

Sinds kort beschikt de afdeling

Pedagogische zorg in het

Wilhelmina Kinderziekenhuis

(WKZ) over een Virtual Realitybril.

Met deze bril kunnen

kinderen zich ergens anders op

concentreren dan op de

behandeling. Ook helpt het in de

voorbereiding op een ic-opname.

Aline Kalisvaart-Karsemeijer is

pedagogisch medewerker in het

WKZ. “Wij vinden het belangrijk dat

een ziekenhuisopname en

medische handelingen bij kinderen

zo weinig mogelijk stress of angst

opleveren. We begeleiden kinderen

en ouders tijdens de behandeling.

Ook zorgen we voor ontspanning

en afleiding tijdens de ziekenhuisopname.

Daarvoor gebruiken we

apps, filmpjes, foldermateriaal en

fotoboeken. We zoeken altijd naar

een vorm van afleiding die past bij

het kind. Dat kan verschillen van

bellen blazen bij jonge kinderen,

een Wally zoekboek bij een wat

ouder kind en tal van andere

mogelijkheden. Dankzij een

bijdrage van de Vrienden van

het WKZ is de VR-bril daar nu

bij gekomen.

Kinderen die langere tijd in het

ziekenhuis liggen, gebruiken de

VR-bril om even in een andere

wereld te zijn. Wat is er leuker dan

je even af te sluiten en in een

achtbaan te stappen of te relaxen

onder een sterrenhemel? Ook is het

sinds kort mogelijk om een livestream

verbinding te maken met

thuis. Er wordt dan een camera thuis, op de sportclub of tijdens de

verjaardag van oma geplaatst. Het kind in het ziekenhuis kan met de VR-bril

in die ruimte kijken en communiceren met de mensen die daar aanwezig

zijn. Zo voelt hun eigen wereld ineens weer heel dichtbij. Het doel van de

VR-bril ligt dus op meerdere vlakken: informatief, afleiding brengen en

contact maken met thuis. We willen aansluiten op de behoeften van ieder

kind, zodat het minder angst en stress heeft en contact kan houden met zijn

eigen omgeving. We zijn ervan overtuigd dat we daarmee ook de kwaliteit

van zorg verbeteren. Niet ieder kind zal de VR-bril leuk vinden. Als je

bijvoorbeeld tijdens het infuusprikken controle wilt houden en zien wat er

gebeurt, kan het gebruik van de VR-bril juist averechts werken. Daar houden

we dus ook rekening mee. Maar de kinderen die de bril tot nu toe hebben

gebruikt zijn enthousiast. Met de VR-bril in ons pakket hebben we een

mooie uitbreiding om nog beter aan te sluiten op de behoefte van kinderen.”

56 Happy ChilD


spelen,sport

& geluk

Happy ChilD 57


Meer spelen voor

gezonde ontwikkeling

We doen er alles aan om dat vooruit te helpen.

Ieder kind zou zoveel

mogelijk vrij moeten

kunnen spelen.

We gebruiken diermodellen

om te onderzoeken hoe

sociaal spelgedrag, al dan

niet in relatie tot ziekte, de

sociale, emotionele en

verstandelijke ontwikkeling

beïnvloedt.

Kinderen die vaak naar

het ziekenhuis gaan

voelen zich wat vaker

verdrietig.

Daarom onderzoeken we of

spel kinderen kan helpen om

de negatieve gevolgen van

hun ziekte beter te verwerken

en kan bijdragen aan een

‘normale’ ontwikkeling.

58 Happy ChilD


Ieder kind verdient

een kans om vrij te

kunnen spelen

Heidi Lesscher, neurobioloog aan

de Universiteit Utrecht

“Uit onderzoek naar ratten weten we dat spel

belangrijk is voor een gezonde ontwikkeling.

Als je dieren niet laat spelen, laten ze sociale,

emotionele en verstandelijke problemen zien

als ze volwassen worden. Ik zie de link naar

mensen. Spelen is belangrijk om te leren

omgaan met conflicten en bevordert het

vermogen om je aan te passen. Ieder kind

verdient een kans om vrij te spelen en zo te

groeien naar veerkracht en geluk.”

Neurobioloog Heidi Lesscher onderzoekt

spelgedrag, verslaving en welzijn bij dieren.

“Ratten die van nature weinig spelen of niet

spelen tijdens de vroege ontwikkeling, blijken

later gevoeliger voor verslaving, terwijl dieren

die veel spelen juist minder gevoelig zijn.

Spelen stelt kinderen in staat te experimenteren

met eigen gedrag en de gevolgen

van hun keuzes te ervaren. Dit helpt de

ontwikkeling van hun aanpassingsvermogen

en controle over gedrag. Verslaving is een

voorbeeld, maar de consequenties zijn breder.

Onze veronderstelling is dat dieren die veel

spelen, goed kunnen omgaan met

conflictsituaties als ze volwassen zijn. Kunnen

we deze stelling doortrekken naar kinderen?

Om dat te onderzoeken ben ik betrokken bij

het onderzoeksthema Dynamics of Youth en

het thema gezond spelen, gezond opgroeien.”

Een kind wil gewoon

mee kunnen doen

Sanne Nijhof, kinderarts sociale

pediatrie, Wilhelmina Kinderziekenhuis

Kinderen die naar het ziekenhuis gaan, geven

vaker aan dat ze verdrietig zijn. Zo legt

kinderarts dr. Sanne Nijhof aan haar dochter

van zes uit waar zij onderzoek naar doet.

’Nogal wiedes’, vindt het meisje, ‘kinderen

zijn natuurlijk verdrietig omdat ze niet

kunnen spelen in het ziekenhuis en ze hun

vriendjes niet kunnen zien’.

“Spelen is essentieel voor een gezonde ontwikkeling

en welzijn van een kind. Daarom is

het belangrijk dat we meer weten over de rol

van spel op de ontwikkeling van zieke kinderen.

Ons onderzoek heeft tijd nodig, want we

willen het snappen. En als we het snappen

stellen we onszelf een tweede vraag. Hoe

gaan we dat positief beïnvloeden? Dan gaat

het over spelinterventies en applied gaming

als toepassingen om het kind te helpen en de

omgeving te beïnvloeden. Dat doe ik in ons

PRO-active onderzoek in het WKZ. Vanuit die

invalshoek ben ik ook aangesloten bij het

thema gezond spelen, gezond opgroeien,

waarin we onze ervaringen verbinden met

die van andere wetenschappers. Zo willen we

samen antwoorden vinden op de hoofdvraag:

wat is de functie van spel en spelen op de

ontwikkeling en welzijn van chronisch zieke

kinderen. En kun je met spelinterventies het

aanpassingsvermogen van het kind aan de

gevolgen van chronische ziekte bevorderen?’’

Happy ChilD 59


Gezond spelen, gezond

Spelen is essentieel voor een

gezonde ontwikkeling. Het is

daarom belangrijk dat we meer

weten over de rol van spel in de

ontwikkeling en voor het welzijn

van zieke kinderen.

Spelen heeft positieve fysieke, sociale en

verstandelijke effecten en is belangrijk voor een

gezonde ontwikkeling van mensen en dieren.

Een tekort aan spel bij jonge dieren, zoals

onderzocht bij ratten, heeft een negatieve invloed

op hun sociale, verstandelijke en emotionele

ontwikkeling. Spel laat kinderen experimenteren

met hun eigen (sociale) gedrag en geeft ze de

mogelijkheid om alternatieve omstandigheden en

gevolgen te oefenen of na te bootsen. Dit bevordert

de ontwikkeling van o.a. hun emotionele

capaciteiten, creativiteit en probleemoplossend

vermogen.

Onderzoekers Stefan van Geelen, Heidi Lesscher

en Sanne Nijhof denken dat chronische ziekten,

als taaislijmziekte, jeugdreuma en kanker, een

negatieve invloed kunnen hebben op de

lichamelijke, sociaal-emotionele en verstandelijke

ontwikkeling van kinderen. En dat deze negatieve

invloed mogelijk veroorzaakt wordt

Van Lego tot Pokémon-Go:

hoe helpt spel kinderen omgaan

met chronische ziekten?

doordat ze minder spelen, nog los van de impact

van de ziekte zelf. Omgekeerd kan het

bevorderen van speelmomenten helpen bij het

voorkomen of verlichten van de gevolgen van

hun ziekte op de lange termijn.

60 Happy ChilD


opgroeien

Het project Gezond Spelen, Gezond Opgroeien

wil met een krachtig netwerk van deskundigen uit

verschillende wetenschapsgebieden samen

antwoorden vinden op de hoofdvraag: wat is de

invloed van spel en spelen op de ontwikkeling van

kinderen met chronische ziekten?

Om zich goed te voelen, moeten

jongeren de ruimte krijgen om

te experimenteren met welke

gevoelens en kanten het beste

bij hen passen.

Stefan

van Geelen

Senioronderzoeker

ontwikkelingsgerichte

zorg

(UMC Utrecht)

Ziekte moet bij

jongeren een

plek krijgen om

problemen in

volwassenheid te

ondervangen.

In het onderzoek worden diermodellen gebruikt

om te onderzoeken hoe sociaal spelgedrag - al dan

niet onder invloed van ziekte - effect heeft op de

sociale, emotionele en verstandelijke ontwikkeling.

Vanuit een ontwikkelingsperspectief bekijken de

onderzoekers de impact van verminderd of

veranderd spelgedrag door ziekte op kinderen en

hun omgeving. Bijvoorbeeld op hun sociale

ontwikkeling, het mee kunnen doen of omgaan

met stress. Ook willen ze proberen om met spel,

waaronder interactief spel en gaming, de negatieve

effecten van ziekte voor de ontwikkeling van

kinderen te beïnvloeden. Zo onderzoeken we of

het kind en zijn gezin met spel misschien wel beter

om leren gaan met de gevolgen van een

chronische ziekte. Helpt spel uiteindelijk bij een

‘normale’ ontwikkeling?

Happy ChilD 61


WKZsportief

Sporten maakt kinderen fitter,

zorgt voor sneller herstel na

een behandeling en het geeft

afleiding en plezier.

Fleur Ausems,

jeugdarts:

“Ik wil dat kinderen

zich optimaal

kunnen ontwikkelen,

binnen hun

mogelijkheden.”

Hans Breur,

kindercardioloog:

“Kinderen in het

Wilhelmina Kinderziekenhuis

(WKZ) willen weer fietsen,

spelen, even vergeten dat

ze ziek zijn. Beter

worden staat op

nummer

één.”

Erik Hulzebos,

inspanningsfysioloog:

“We willen dat kinderen

na een ziekenhuisopname

weer mee kunnen doen.

Sport en bewegen zijn

dan heel belangrijk.”

Jan Jaap

van der Net,

kinderfysiotherapeut:

”We werken elke dag aan

zoveel mogelijk bewegen

binnen de mogelijkheden

van kinderen. Zodat ze

weer mee kunnen doen.”

62 Happy ChilD


WKZsportief biedt hulp aan kinderen met

een beperking of chronische ziekte, die

willen sporten en bewegen.

Kinderen moeten na een ziekenhuisopname weer meedoen.

Hun eigen leven oppakken, weer sociaal actief zijn. Sport en

bewegen zijn daar belangrijk bij. Dankzij geld van de Vrienden van

het WKZ en de Tour de France in 2015 kon WKZsportief starten.

In het Kinderbewegingscentrum begeleidt het team kinderen, hun

ouders, school en vereniging. Dat doet het samen met partners

Harten voor Sport, het Sportloket, Sport op Maat, De Hoogstraat

en gemeente Utrecht.

Hoe actiever een kind is, hoe

gunstiger het effect op de

gezondheid op lange termijn.

Daarom is sporten voor kinderen

in het WKZ belangrijk. Het maakt

ze fitter, zodat ze behandelingen

beter aankunnen en sneller

herstellen. Ook geeft het

afleiding, plezier en een gevoel

van erbij horen. Als kinderen via

WKZsportief in het Kinderbewegingscentrum

komen, gaat

het team op zoek naar mogelijkheden.

De kinderfysiotherapeut

en medisch fysioloog bekijken

hun klachten vanuit verschillende

invalshoeken en maken in

overleg met ouders een

behandelplan. De inspanningsfysioloog

gaat met ze naar de

sportkooi op het dak.

Sportcentrum Olympos is

vlakbij, daar kunnen kinderen

sporten met medewerkers van

de afdeling Pedagogische Zorg.

Vaak blijkt dat het kind én zijn

omgeving gewoon te voorzichtig

zijn. Bewegen is

altijd goed.

Het gaat om de

intentie die je met

elkaar hebt.

Er zijn veel sportmogelijkheden

rond de Uithof, bij FC Utrecht,

Kampong of andere verenigingen.

Of het team zoekt verder in de

buurt. WKZsportief maakt deel

uit van het Utrechts Netwerk

van organisaties om te sporten

met een beperking. Zo’n

netwerk is enorm belangrijk.

Het gaat om de gezamenlijke

intentie om kinderen te laten

sporten dicht bij huis. Daar zit

de kracht.

Happy ChilD 63


Effecten

van gaming

Gaming helpt én is ook nog leuk om

te doen.

Voor veel jongeren en jongvolwassenen is gaming een onlosmakelijk

onderdeel van hun leven. Games bieden avontuur, ontspanning en

de mogelijkheid om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. De laatste

jaren ontdekken ook steeds meer wetenschappers en psychologen

de kracht van games om problemen met de geestelijke mentale

gezondheid aan te pakken. Onderzoek vanuit de Radboud

Universiteit toont aan dat speciaal gemaakte therapeutische

videogames angstklachten bij kinderen kunnen verminderen.

Games kunnen worden ingezet bij scholen, GGZ-organisaties,

jeugdzorginstellingen, huisartsen, maar ook in ziekenhuizen en

zelfs bij bedrijven.

Anouk Tuijnman

De eerste

ervaringen met

Moving Stories

zijn positief

Op dit moment doen we twee

grote studies onder 2000

leerlingen om de effecten van

de game te testen

Anouk Tuijnman werkt als promovendus

Publieke Geestelijke Gezondheid bij het

Trimbos-instituut. “Moving Stories is een

game die gespeeld kan worden op een

mobiele telefoon. Vijf dagen lang spelen

alle leerlingen van een klas individueel

de game. Dit doen ze ongeveer tien

minuten in de ochtend voordat de

schoollessen beginnen. Na de vijfde

dag volgt in de klas een nagesprek met

een ervaringsdeskundige. In de game

woon je als speler in huis met je nichtje

Lisa, die sinds kort niet meer uit bed

komt. Je snapt niet waarom en je

probeert haar te helpen. Je kunt per

dag verschillende acties ondernemen

zoals koffie maken, stofzuigen en muziek

opzetten. Maar je kunt ook in gesprek

gaan met Lisa. In de middag krijg je

feedback van Lisa. Dit komt in de vorm

van tekstberichtjes (notificaties) binnen

op je telefoon. Alle leerlingen krijgen

tegelijk deze feedback, maar ieder krijgt

weer andere berichten op basis van wat

ze in de ochtend gedaan hebben.

De één zal positieve reacties krijgen,

terwijl een ander boze of treurige

berichtjes krijgt van Lisa. Door deze

notificaties gaan spelers hun strategie

onderling vergelijken. Zo komt op een

laagdrempelige manier een gesprek op

gang tussen klasgenoten. Met het

nagesprek met de ervaringsdeskundige

wordt het verhaal van Lisa naar de

echte wereld gebracht.”

64 Happy ChilD


Rutger Engels

Games moeten

helpen maar ook

leuk zijn.

We moeten games maken, die jongeren

met enthousiasme en inzet spelen.

Dan worden games vaker gebruikt en

zijn ze niet alleen leuk, maar kunnen ze

echt helpen.

70%

van de jongeren met ernstige

depressie- of angstsymptomen

zoekt geen professionele hulp.

Hoogleraar Rutger Engels is voorzitter van de raad

van bestuur van het Trimbos-instituut. “Mentale

gezondheidsproblemen beginnen vaak al op jonge

leeftijd. Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft

van deze problemen al voor 14 jaar begint. Ook

neemt het aantal jongeren met depressie of

angststoornissen toe als ze in de pubertijd komen.

Ongeveer 70% van de jongeren met ernstige

depressie- of angstsymptomen zoekt geen

professionele hulp. Jongeren geven zelf aan dat dit

te maken heeft met vooroordelen, schaamte of

een voorkeur om zelf een oplossing te zoeken

voor problemen. Het probleem vraagt dus om

andere hulpmiddelen. Bij voorkeur middelen die

kinderen goed kunnen bereiken en die leuk of zelfs

spannend zijn om te doen. Daarom geloof ik zo in

de kracht van applied gaming.”

Een goed voorbeeld van een applied game is de

game Moving Stories. Moving Stories is ontwikkeld

door game ontwikkelaar IJsfontein in samenwerking

met professoren en onderzoekers van de

Radboud Universiteit en het Trimbos-instituut.

Het is een unieke en interactieve manier om

jongeren eerste hulpvaardigheden aan te leren

en vooroordelen over mentale gezondheid weg

te nemen. Zo wordt het thema depressie

bespreekbaar onder jongeren en zoeken

jongeren eerder hulp als dat nodig is, voor

zichzelf of voor anderen.

Happy ChilD 65


Kindtool

De Kindtool Positieve Gezondheid

is een instrument waarin kinderen

en jongeren kunnen aangeven wat

ze belangrijk vinden als het gaat

om hun gezondheid. Hoe werkt

het? Kinderen vullen de Kindtool in

ter voorbereiding op een afspraak

met een zorgverlener. Zo kunnen

zij ook een deel van de agenda van

de afspraak bepalen. Naast eten,

slapen en sporten is in de Kindtool

ook aandacht voor onderwerpen

als een fijne leefomgeving, steun

van anderen en toekomstperspectief.

DAGELIJKS

LEVEN

MIJN LICHAAM

MIJN GEVOELENS

EN GEDACHTEN

NU EN LATER

LEKKER IN JE

VEL ZITTEN

66 Happy ChilD


Hanneke Schreurs, senior-epidemioloog gemeente Utrecht

Door gezondheid op een positieve manier te

benaderen zie je nog duidelijker hoe breed dit

onderwerp is. En ook hoeveel kansen er liggen

om het verder te verbeteren. Als onderzoeker

breng ik de gezondheid van Utrechters -en

Utrechtse kinderen- in beeld. Dat er nu op basis

van vele interviews en gesprekken een Kindtool

Positieve Gezondheid is, is van enorme waarde.

Hester Rippen, directeur Stichting Kind en Ziekenhuis

Elise van de Putte, kinderarts WKZ

Kind & Ziekenhuis baseert zich op de rechten van

het kind. Belangrijk dus om zorg zó in te richten

dat kinderen mee kunnen beslissen op basis van

hun wensen en behoeften. De Kindtool helpt

kinderen mee te doen. Geeft ook aandacht aan

thema’s als ontwikkeling, sociale omgeving en

veiligheid rondom kind en gezin. De Kindtool is

onmisbaar om het kind optimaal te betrekken.

Als kinderarts ga ik vooral in gesprek met het kind.

Ik wil weten hoe het met hem of haar gaat.

Daar draait het om. Welke thema’s vindt het kind

belangrijk? Waarvoor is extra aandacht nodig, wat

gaat juist goed? De Kindtool Positieve Gezondheid

is een praktisch instrument met een brede kijk op

gezondheid. Prachtig dat zieke èn gezonde

kinderen deze tool kunnen gebruiken.

Joska van Asperen, jeugdverpleegkundige gemeente Utrecht

Ik voer dagelijks gesprekken met kinderen.

Over hun groei, ontwikkeling en opvoeding.

Toch miste ik soms wat om goed in contact te

komen of helder te krijgen waar behoeftes van kind

en ouders lagen. De brede benadering en visie van

positieve gezondheid inspireren me enorm. Ik ben

blij dat ik nu de Kindtool Positieve Gezondheid

kan inzetten bij gesprekken.

Machteld Huber, Institute for Positive Health

Ik vind de Kindtool een ‘showvoorbeeld’ van de

ontwikkeling van een nieuw instrument met en voor

de doelgroep. Vanuit een soepele samenwerking

tussen deskundigen, studenten én de doelgroep is

de Kindtool ontstaan. Een instrument dat een ander

gesprek op gang kan brengen. Gebaseerd op

uitspraken van kinderen zelf en positief beoordeeld

door de Kinderraad van het WKZ.

Happy ChilD 67


Bettie Babbel, Dolph

en CliniClowns

wat is er te doen

in het Wilhelmina

Kinderziekenhuis?

Het gonst van de activiteiten

voor kinderen in het WKZ.

Goochelaar Ivar, sneltekenaar

Dolph. Of Bettie

Babbel, die de kinderen

vragen stelt waarover ze

moeten nadenken. De

CliniClowns zijn vaste gast

en nieuwkomers als

Celloduo en Liedjesfabriek

zorgen met muziek voor

wat afleiding in het

ziekenhuis.

Het Teddy Bear Hospital komt

regelmatig langs in het WKZ.

Kleuters nemen als ‘vader’ of

‘moeder’ hun beer of een andere

knuffel mee naar een nagebootst

ziekenhuis. Studenten spelen

voor arts en behandelen de

‘patiënten’. Zo maken kinderen

op een speelse manier kennis

met de gezondheidszorg en

raken ze een beetje meer bekend

met dokters en het ziek-zijn.

En studenten leren om te gaan

met kinderen.

CliniClowns zet zich sinds

1992 in voor zieke en

gehandicapte kinderen.

Door écht contact te maken

en verbeeldingskracht in te

zetten zorgen de CliniClowns

ervoor dat deze kinderen

weer even kind kunnen zijn.

Een ontmoeting met een

CliniClown heeft effect:

kinderen ervaren minder

stress en angst.

68 Happy ChilD


Bij de Liedjesfabriek voelen zieke

kinderen zich even beter. Met hun

mobiele studio zoeken ze kinderen

op, zelfs aan hun bed. Samen

schrijven ze een lied en nemen dit

op. Zij maken er daarna ook nog

een videoclip bij. Zo staan kinderen

op een positieve manier in het

middelpunt en krijgen een podium

om hun verhaal te vertellen. Een

paar uur plezierige afleiding én een

tastbare herinnering waar ze

apetrots op zijn. De Liedjesfabriek

Dolph

is onze sneltekenaar.

Hij gaat bij kinderen langs

en tekent wat zij willen in

een korte tijd.

is actief in zeven kinderziekenhuizen.

En dan zijn er de

CliniClowns. “De CliniClowns

kloppen de lucht in het

ziekenhuis op. Waar ze voorbijkomen

knettert de positieve

energie. Een CliniClown heeft

geen taak en kan gewoon doen

waar hij zin in heeft.” aldus Ilja

van Alten, woordvoerder van

CliniClowns. “Dat is soms lekker

gek. Kinderen gaan daarin mee

en vergeten dan dat ze ziek zijn.”

Het

Celloduo

is een groot succes in het

ziekenhuis. Twee vrouwen

die samen op een cello

spelen, brengen muziek

aan bed.

Happy ChilD 69


Suzanne Petra, manager zorg:

“Dat wilden we faciliteren met

een kinderbeweeglint. Een soort

wandelpad, waarlangs kinderen

kunnen lopen en allerlei

beweegactiviteiten kunnen

doen. We wisten, dat zo’n

beweegroute heel erg bij zou

dragen aan een normaal leven

voor kinderen en dus ook aan

hun geluk. Dat gaf de doorslag

voor ons kernteam met Kees

Jan van der Klooster, Jan Jaap

van der Net en Rianne Kreijne.

Omdat het gaat om veiligheid

en wie verantwoordelijk is voor

welk stuk terrein, heb je daar

heel veel mensen voor nodig.

We vroegen Prinses Máxima

Centrum, Ronald McDonaldhuis,

Fritz Reidlschool en landgoed

Oostbroek om mee te doen.

Kinderen willen buiten spelen, tikkertje doen, rennen.

Child Health Campus

“Hier in het Wilhelmina Kinderziekenhuis

(WKZ) valt me altijd op dat kinderen

willen bewegen, tikkertje doen, rennen.

Dat is kind-eigen. Maar zodra ze naar

buiten rennen om te voetballen op het

gras, komt beveiliging vertellen dat dat

niet mag. Het is daar niet veilig met alle

verkeer. Zo ontstond de gedachte:

we moeten het bewegen voor kinderen

ook buiten de muren van het ziekenhuis

mogelijk maken.”

Er kwam ook een nieuwe naam:

Child Health Campus.

Campus vanwege de opzet,

een buitenplek om te ‘hangen’,

wandelen, een broodje te eten.

En Child Health omdat het alles

te maken heeft met zorg voor

kinderen. Met De Vrienden van

het WKZ kregen we het geld bij

elkaar voor een landschapsarchitect.

De eerste schets is

klaar, we starten nu met drie

pilotplekken. Ook de provincie

en gemeente Utrecht zijn aan

boord. Mooi hoe nu alle partijen

bestuurlijk aan elkaar verbonden

zijn. Ik hoop dat de Child Health

Campus over twee jaar klaar is

voor alle kinderen.”

70 Happy ChilD


Op je fiets, skateboard of in je rolstoel

Kees Jan van der Klooster is

paralympisch skiër, ambassadeur

van WKZsportief en medeinitiatiefnemer

van de Child Health

Campus. Hij ziet dat kinderen met

een beperking te weinig buitenspelen.

Of je nu op je skateboard

staat, op de fiets zit of in een

rolstoel, speelplekken moeten

voor ieder kind toegankelijk zijn.

Daarom wil hij op de Child Health

Campus een plek realiseren waar

ieder kind kan spelen en uitgedaagd

wordt meer te bewegen.

Ruim 12% van de mensen heeft

een fysieke of geestelijke beperking.

Kees-Jan van der Klooster heeft er

zijn missie van gemaakt om het bestaande

beeld van mensen met een

beperking te veranderen. “Mensen

met een beperking hebben evenveel

recht om te mogen deelnemen

aan onze maatschappij. Er zijn zo

veel technologische mogelijkheden

om hen een waardevol leven te laten

leiden. Bovendien levert iemand

die meedoet meer op voor zichzelf

en de maatschappij dan wanneer

hij aan de zijlijn staat.

Na een val met snowboarden in de

Franse Alpen liep ik een dwarslaesie

op, ik raakte volledig verlamd vanaf

mijn middel. Om mijn leven te

herpakken moest ik mezelf opnieuw

ontdekken en nieuwe uitdagingen

aangaan. Tijdens de winter X Games

won ik Goud en 2x Brons op het

onderdeel zitski cross en in 2010 en

2014 nam ik deel aan de paralympische

spelen. Ik geloof erin dat de

kunst in het leven is te genieten van

de dingen die je wel kan doen.

Ik wil dat het vanzelfsprekend is dat

mensen met een beperking deelnemen

aan de maatschappij. Door

handvatten te geven en hen de weg

te wijzen naar een actiever leven.

En daarnaast de maatschappij

voorlichting te geven over de

mogelijkheden van mensen met

een beperking.”

Kees Jan van der Klooster

Happy ChilD 71


Dankjewel

ONVZ maakt al 5 jaar

het kindertheater in het

WKZ mogelijk. Zodat de

kinderen even vergeten

dat ze ziek zijn.

Kinderen in het WKZ

willen dolgraag weer

fietsen, spelen, gewoon

beter zijn. Het kindertheater

zorgt voor afleiding. In de

theaterzaal en aan bed,

met de liedjesfabriek,

de berendokter en nog

veel meer.

www.vriendenwkz.nl

More magazines by this user