Rijksmonumenten Heerlen

santforce

VOORWOORD

‘Ik zou je in een doosje willen doen,’ schreef Annie M.G.

Schmidt dik zestig jaar geleden voor de televisieserie

Pension Hommeles. En ik denk dat we het allemaal wel

eens gedacht hebben als we naar onze stad keken. Veel

monumentale rijkdom is immers bewaard gebleven, maar

ik ken tegelijkertijd geen Heerlenaar die zich niet ook

voortdurend heel erg bewust is van alles wat er verloren

is gegaan.

Hadden we in de afgelopen eeuw maar wat vaker dingen

in een doosje gedaan, denk ik wel eens. Tegelijkertijd:

verandering, vergankelijkheid, transitie zijn juist ook

begrippen die heel erg bij onze stad zijn gaan horen.

Denk aan de komst van de Romeinen – een kleine 2000

jaar geleden – die op de plek van het huidige Heerlen

voor de allereerste keer een stad bouwden. Een enorme

maatschappelijke verandering, waarvan het Romeinse

badhuis tot op de dag van vandaag de voortlevende

getuige is.

Zo zijn er talloze plekken in onze stad die verhalen

vertellen over het Heerlen van toen, en hoe die geschiedenis

onze stad tot op de dag van vandaag vormt.

Monumenten die ankerpunten zijn in het verhaal van

Heerlen, maar soms ook in veel grotere verhalen. Denk

aan het Glaspaleis en hoe dat wereldwijd een icoon is

geworden voor modernistische architectuur.

Om nog maar te zwijgen van de enorme impact van de

razendsnelle opkomst én ondergang van de mijnbouw

in onze regio.

Archeologische opgravingen, gebouwen, kunstwerken,

stadsgezichten en landschappen vertellen samen het

verhaal van Heerlen. Dit boek neemt u mee langs de

rijksmonumenten die Heerlen rijk is en vertelt hun verhalen.

Maar wees gewaarschuwd: het Verhaal van Heerlen

past niet in een doosje. Het staat bol van discussie

en debat, afschuw en bewondering en – op z’n tijd

– een goede dosis hommeles. En zo hoort het.

Jordy Clemens

Wethouder onderwijs, jeugd, cultuur,

erfgoed en wonen

Gemeente Heerlen

PREFACE

‘I would like to put you in a little box,’ wrote Annie M.G.

Schmidt more than sixty years ago for the television

series Pension Hommeles (Pension Trouble). And I think

this is precisely the thought every single one of us will

surely have had one time or another when looking at our

city. After all much monumental wealth has been preserved,

but at the same time I do not know any citizen of

Heerlen who at the same time is not continuously aware

of all that has been lost.

Sometimes I think what if we only had put things in a

small box more often. However, at the same time: change,

transience, transition these are all conceptions that have

become very much a part of our city.

Just think of the arrival of the Romans – some 2000 years

ago – who for the very first time built a city at the location

of the current Heerlen. An enormous social change,

of which today the Roman Baths are still the living

witness.

There are numerous places in our city that tell their stories

about the Heerlen from the past, and how even nowadays

that history forms our city of today. Monuments that are

anchors in the story of Heerlen, but sometimes also in

much larger stories. For example the Glaspaleis and how

it has become a global icon for modernistic architecture.

And what about the enormous impact of the super-fast

rise and fall of the mining industry in our region.

Archaeologic excavations, buildings, art, city- and landscapes

together they tell the story of Heerlen. This book

will take you by the hand along all the national monuments

of Heerlen and tell their stories. However, be

warned: the Story of Heerlen does not fit in a small box.

It is full of discussion and debate, disgust and admiration

and – in due course – a sound dosage of trouble.

Just as it should be.

Jordy Clemens

Alderman education, youth, culture,

heritage and housing

The municipality of Heerlen


INLEIDING

Heerlen, moderne stad met prachtige monumenten

Tot 2012 moest een monument 50 jaar of ouder zijn om

volgens de regels van de Monumentenwet voor bescherming

in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 is dit

criterium vervallen. Gemeenten en provincies beschermen

vaak ook monumenten. Deze gemeentelijke en provinciale

monumenten worden in dit boek niet beschreven.

Eind februari 2015 had Nederland 61.822 objecten met

de status rijksmonument, waarvan circa 1.500 archeologische

rijksmonumenten. Sinds 2007 ligt de nadruk bij

nieuwe toekenningen op de wederopbouwperiode

(1940-1965) en worden nog maar zeer sporadisch rijksmonumenten

aangewezen, die niet binnen de Jongere

Bouwkunst worden gecategoriseerd.

In dit boek worden monumenten, deels geclusterd,

uit drie belangrijke perioden voor Heerlen beschreven.

De oude monumenten in Heerlen van vóór 1850, de monumenten

tussen 1850 en 1930 (tijdens de ontwikkeling van

Heerlen van dorp naar stad) en die van het moderne

Heerlen van 1930 tot heden.

De oude monumenten van Heerlen

Heerlen, in de 20 ste eeuw groot geworden door de mijnindustrie,

heeft een rijke historie. In de jaren negentig van

de vorige eeuw is het oudste Nederlandse aardwerk van

de Michelsbergcultuur (ca. 3500 voor Chr.) opgegraven.

In de Romeinse tijd is Heerlen een civiele nederzetting

gelegen aan een kruispunt van twee heerwegen met een

bloeiende pottenbakkersindustrie. In Coriovallum, zoals

het dorp in die tijd werd genoemd, zijn vele resten van

huizen en andere gebouwen gevonden. De Thermen,

waarvan de fundamenten op locatie zijn geconserveerd

in het Heerlense Thermenmuseum, zijn het oudste monument

van Heerlen.

In de middeleeuwen was Heerlen een laatmiddeleeuwse

vestingstad. Zonder deze versterking had Heerlen geen

betekenis meer gehad in deze periode. Ook heeft het

centrum van Heerlen zich vanuit deze kern weer kunnen

ontwikkelen.

Het gebied rond Heerlen was voor de landbouw van

enorm belang. De vruchtbare löss, maar ook de redelijk

centrale ligging tussen de steden Aken, Maastricht en

Luik, maken Heerlen en omgeving gewild voor vestiging

door edellieden. Talrijke kastelen en adellijke huizen

worden gebouwd. De ongeveer vijftig monumenten uit

de periode van vóór 1850 zijn de moeite van het bekijken

meer dan waard.

Monumenten uit de bloeiende mijnindustrie

In de 19 e eeuw was steenkool een veel benutte energiedrager

geworden. Nederland was is zijn steenkoolvoorziening

vrijwel geheel afhankelijk van Duitsland. In Heerlen

brachten de uit Duitsland afkomstige gebroeders Honigmann

in 1899 de eerste kolen uit de Oranje Nassau I aan

het daglicht. In enkele decennia tijd werd het grote,

agrarische dorp Heerlen omgebouwd tot stedelijk centrum.

Uit de aard der zaak ging dit proces gepaard met

grote problemen, maar ook met fascinerende nieuwe

kansen en uitdagingen. Ook op het gebied van stedenbouw,

volkshuisvesting en architectuur. Hoewel de mijnbouwindustrie

na 1965 in hoog tempo is ontmanteld,

telt Heerlen nog vele rijksmonumenten en stadsgezichten

die aan de glorieuze mijnbouwtijd herinneren.

Het moderne Heerlen

Aan het begin van de 20 ste eeuw had Heerlen amper

6.000 inwoners met verspreid over de gehele gemeente

zo’n 1.100 woningen en andere panden. Door de opkomst

van de mijnindustrie vervijfvoudigde dat in de eerste twee

decennia en was het aantal woningen in 1950 vertienvoudigd.

Het is daarom niet verwonderlijk dat in de stad

Heerlen heel wat voorbeelden van jongere bouwkunst

te ontdekken zijn.

De toepassing van hoogwaardige architectuur in de

jongere bouwkunst leverde panden op als het Glaspaleis

SCHUNCK* en het Retraitehuis van Frits Peutz, de Gerardus

Majellakerk te Heksenberg van Alphons Boosten,

de voormalige Openbare Bibliotheek van J. Pauw en J.M.

Hardeveld, of de St. Corneliuskerk van Jan Stuyt en Jos

Cuypers, om er maar een paar te noemen. Het zorgde

ervoor dat Heerlen de naam architectuurstad verwierf.

Juist daarom is Heerlen bij uitstek een stad om oude

en jonge monumenten te bekijken.

De Wederopbouwarchitectuur vanaf de Tweede Wereldoorlog

heeft niet voor iedereen een positief imago. Uit

deze periode zijn in Heerlen vier gebouwen aangewezen

als rijksmonument. Dit zijn de Heilige Moeder Annakerk

aan het Bekkerveld, de St. Josephkerk te Heerlerbaan,

de Villa “Van Slobbe” van Rietveld aan de Zandweg en

als laatste de Christus Koningkerk in Vrieheide.


INTRODUCTION

Heerlen modern city with beautiful monuments

Until 2012 a monument should be at least 50 years old

in order to be eligible for protection under the rules of

the Dutch Monuments’ Act. As per 1 January 2012 this

demand has been abandoned. Also municipalities and

provinces often protect monuments. These municipal and

provincial monuments are not described in this book.

By the end of February 2015 there were 61,822 objects

in the Netherlands that had the status of national monument,

of which app. 1,500 were archeologic national

monuments. Since 2007 the emphasis lies on new grants

for objects originating from the post-war reconstruction

period (1940-1965) and only very rarely national monuments

are designated that are not being categorized

as belonging to the Younger Architecture.

In this book monuments are described, clustered or not,

from three important periods for Heerlen. The old monuments

in Heerlen from before 1850, the monuments

between 1850 and 1930 (during Heerlen’s development

from village to city) and those of modern Heerlen from

1930 to today.

The old monuments of Heerlen

Heerlen, grown during the twentieth century because

of the mining industry, has a rich history. In the nineties

of the last century the oldest Dutch pottery dating from

the Michelsberg culture (app. 3500 before Christ) has

been excavated. In the Roman Period Heerlen is a civilian

settlement situated at the intersection of two military

roads with a flourishing pottery industry. In Coriovallum,

as the village was then called, many remainders of houses

and other buildings have been found. The Thermae,

of which the foundations have been preserved on-site

in the Heerlen Thermae Museum, are the oldest monument

of Heerlen.

In the Middle Ages Heerlen was a late medieval fortified

city. Without this fortification Heerlen would not have had

any significance in this period. Also the centre of Heerlen

has been able to develop from this ancient centre.

The area around Heerlen was of enormous importance for

agriculture. The fertile loess, but also its fairly central

location between the cities of Aachen, Maastricht and

Liège make Heerlen and its surroundings into a soughtafter

settlement for the nobility. Many castles and noble

houses were built. The approximately fifty monuments

from the period before 1850 are definitely worthwhile

visiting.

Monuments from the flourishing mining industry

In the nineteenth century coal had become a highly

utilized energy carrier. For its coal supplies the Netherlands

were almost completely dependent on Germany.

Within a couple of decades the large, agricultural village

of Heerlen was rebuilt into the urban centre of the new

mining district. It goes without saying that this process

went hand in hand with large problems, but also with

fascinating new opportunities and challenges. Also in the

area of urbanization, public housing and architecture.

Although after 1965 the mining industry was dismantled

rapidly Heerlen still has many national monuments and

cityscapes that are reminiscent of that glorious mining era.

Modern Heerlen

At the beginning of the twentieth century Heerlen scarcely

had 6,000 inhabitants with approximately 1,100

houses and other buildings scattered all over the municipality.

Because of the rise of the mining industry that

number had multiplied by five during the first two decades

and the number of houses had multiplied by ten in

1950. Therefore it is not strange that in the city of Heerlen

quite a few examples of modern architecture can be

discovered.

The application of high-quality architecture in more recent

construction resulted in buildings such as the Glaspaleis

(Glass Palace) SCHUNCK* and the Retraitehuis (House of

Retreat) by Frits Peutz, the Gerardus Majella Church in

Heksenberg by Alphons Boosten, the former Public

Library by J. Pauw and J.M. Hardeveld, or the Saint

Cornelius church by Jan Stuyt and Jos Cuypers, just to

name a few. These examples contributed to Heerlen

acquiring the name of ‘city of architecture’.

The architecture of the post-war reconstruction period

does not have a positive image for everyone. In Heerlen

four buildings from this period have been assigned as

national monument. These are the Heilige Moeder Annakerk

(Church of the Holy Mother Anna) at Bekkerveld, the

St. Josephkerk (Church of Saint Joseph) at Heerlerbaan,

the Villa “Van Slobbe” by Rietveld at the Zandweg and

finally the Christus Koningkerk (Christ-King Church) in

Vrieheide.


WAAROM EEN BOEK?

Mensen spreken over Heerlen als een niet-monumentale

stad. Als je het aan de inwoners zou vragen kunnen zij

maar moeilijk een of meer monumenten in hun stad

benoemen.

De leden van de Werkgroep Open Monumentendag

Heerlen vonden het anno 2018 tijd worden om dit feitelijk

onjuiste beeld recht te zetten. De gemeente Heerlen kent

namelijk 153 rijksmonumenten (www.monumentenregister.

nl). Deze worden in dit boek in 119 paragrafen beschreven

en getoond. De opmerking dat Heerlen een niet-monumentale

stad zou zijn, hopen we met de uitgave van dit

boek voor eens en voor altijd recht te zetten.

Een andere reden voor dit boek is de overtuiging dat

voldoende kennis over de geschiedenis van Heerlen in

het algemeen en zijn rijksmonumenten in het bijzonder

bij zal dragen om het belang van erfgoed op de juiste

wijze in te blijven schatten.

Kennis van het verleden is van belang bij het nemen van

besluiten voor de toekomst. Of het nu gaat om politieke

besluiten of keuzes die je als burger moet nemen. Of het

nu gaat om de keuze tussen slopen of restaureren of als

het gaat over bekritiseren of bejubelen. Kennis zou

bepalend moeten zijn en de beste kennis doe je op

door te leren van de ervaringen uit het verleden.

De leden van de Werkgroep Open Monumentendag organiseren

jaarlijks activiteiten in het kader van de landelijke

Monumentendagen. Dit jaar doet Heerlen dit met het

uitgeven van dit boek. Daarmee wordt Heerlen op een

andere manier op de kaart gezet. Als een stad met een

bijzondere en rijke historie en als een stad die steeds meer

oog krijgt voor haar eigen schoonheden.

Namens de Werkgroep,

Fred Vondenhoff

Voorzitter

WHY A BOOK?

People have a tendency to talk about Heerlen as a nonmonumental

city. If one should ask its inhabitants to

mention one or more monuments in their city then

they would find it difficult to do so.

The members of the Workgroup Public Monuments’ Day

Heerlen thought the year 2018 the excellent time to rectify

this actual misperception. After all, the municipality of

Heerlen numbers 153 national monuments (www.monumentenregister.nl).

They are all described and depicted

in this book in 119 paragraphs. Therefore, with the publication

of this book we once and for all hope to have rectified

the remark that Heerlen is a non-monumental city.

Another reason for this book is the conviction that sufficient

knowledge of the history of Heerlen in general and

of its national monuments in particular will contribute

to the importance and necessity of correctly valuing

heritage.

Knowledge of the past is important when taking decisions

for the future. Whether they are political choices or

choices one has to make as a citizen. Whether they are

choices between breaking down or restoring or between

criticizing or applauding. Knowledge should be decisive

and the best way to acquire knowledge is by learning

from experiences from the past.

Annually the members of the Workgroup Public Monuments’

Day organize activities within the framework of

the National Monuments’ Days. This year Heerlen’s

contribution is the publication of this book, thus creating

a different way for Heerlen to be put on the map.

As a city with a special and rich history and a city that

becomes more and more aware of its own beauties.

On behalf of the Workgroup,

Fred Vondenhoff

Chairman


HOOFDOPZICHTERS-

CHIEF SUPERVISORS’

WONINGEN HOUSES

1

Heideveldweg 25, 27, Heerlen

Heideveldweg 25, 27, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1923

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen

Monumentnr.: 523279

Current function: Residence

Year of construction: 1923

Architect:

Construction Office ON-Mines

Monument no.: 523279

In 1928 kwam de Oranje-Nassaumijn IV in productie.

Deze kleinste Oranje-Nassaumijn lag aan de rand van

de Brunssumerheide. De schachten waren al in 1912

aangelegd. De mijn sloot op 15 oktober 1973 haar

poorten. Voor het personeel werd in huisvesting

voorzien in de wijken De Kakert, Schaesberg (163

woningen uit 1925), Heksenberg bij de Heerenweg

(198 woningen uit 1928) en Versiliënbosch (82 woningen

uit 1930). Dichter bij de mijn, aan de Heideveldweg,

werden opzichters- en ingenieurswoningen

gebouwd.

Zo ook deze dicht bij de mijn Oranje Nassau IV aan de

voet van de steenberg statig gebouwde dubbele

hoofdopzichterswoning in de stijl van het Traditionalisme.

Het pand werd gebouwd nog in opdracht van

de Oranje Nassau-mijn III die met de ON IV in verbinding

stond voordat deze in productie kwam.

De twee half vrijstaande woonhuizen in twee bouwlagen

zijn gedekt onder een schilddak met rode mulden

pannen. De dakgoot heeft houten consoles. Het

toegepaste bouwmateriaal is baksteen met metselwerk

in halfsteens verband. De woningen hebben

rechthoekige houten vensters en deuren met bovenen

zijlichten met roedeverdeling. De vensters in de

eerste bouwlaag hebben houten luiken net als de

zijlichten van de deuren.

De structuur van het interieur is redelijk intact hetgeen

blijkt uit de situering van gang, trappenhuis en kamers.

In 1928 the Oranje-Nassau Mine IV became operational.

This smallest of the Oranje- Nassau mines was

situated on the edge of the Brunssumerheide (Brunssum

moors). The shafts had already been built in 1912.

The mine closed its gates on 15 October 1973. The

personnel was provided with houses in the neighbourhoods

De Kakert, Schaesberg (163 houses from 1925),

Heksenberg near the Heerenweg (198 houses from

1928) and Versiliënbosch (82 houses from 1930).

Closer to the mine, on the Heideveldweg, supervisors’

and engineers’ houses were built.

So these at the foot of the slag heap of the former

Oranje-Nassau Mine IV built stately chief supervisors’

houses in the style of Dutch traditionalism. The

building was built still by order of the Oranje-Nassau

Mines III, which mine stood in connection whith the

ON IV before it came in production.

The two semidetached houses have two construction

levels underneath a hipped roof with red mulden tiles.

The gutter has wooden consoles. The used construction

material is stretching bond red brick. The houses

have rectangular wooden windows with transom

windows and panelled window frames. The windows

on the first floor have wooden shutters, so have the

side lights of the doors.

The structure of the interior has remaines reasonably

intact, according to the lay-out of the corridor, staircase

and rooms.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


BEAMBTENWONINGEN

Heideveldweg 17, 19, 21, 23, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1923

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen

Monumentnr.: 523278

OFFICIALS’ HOUSES

Heideveldweg 17, 19, 21, 23, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1923

Architect:

Construction Office ON-Mines

Monument no.: 523278

2

Ook gebouwd aan de voet van de steenberg van de

voormalige Oranje-Nassaumijn IV zijn deze

de vier-op-rij woningen onder één kap aan de Heideveldweg.

Ze waren bedoeld voor ‘beambten’ (opzichters)

van de mijn.

De hoekpanden zijn groter dan de middelste panden.

De twee middenwoningen hebben een, eveneens

geknikt, zadeldak. De bouwmaterialen zijn: genuanceerde

rode baksteen gemetseld in halfsteens verband,

wit geschilderd hout, grijze hardstenen dorpels

en rode muldenpannen. Aan de bovenkant van de

borstwering op de eerste verdieping liggen houten

bloembakken op uitstekende klossen. De vier ingangen

zijn geaccentueerd met precieus gedetailleerde

houten luifels, ondersteund door twee vierdubbele

consoles.

Er zijn verschillende architectonische handigheidjes

toegepast om de symmetrische compositie te benadrukken.

De woningen zijn gespiegeld, waardoor de

entreepartij van de tweede en derde woning naast

elkaar liggen. De eerst en vierde woning hebben twee

sterk oprijzende schoorstenen, terwijl kleinere schoorstenen

op hun beurt de dubbele woningen van elkaar

scheiden. De dakkapellen van de middelste woningen

zijn aan elkaar gekoppeld in de spiegelas, waardoor

een driedeling ontstaat in plaats van een tweedeling.

Dit wordt versterkt door een iets naar voren geschoven

middenstuk.

De structuur van het interieur is bij de panden nr. 17, 19

en 21 in redelijke mate intact en bij nr. 23 geheel intact,

hetgeen blijkt uit de situering van de gang, het

trappenhuis en de kamers.

Also built at the foot of the slag heap of the former

Oranje-Nassau Mine IV are these four-in a-row houses

under one roof on the Heideveldweg. They were

meant for ‘office workers’ or supervisors of the mine.

The corner houses are larger than the middle houses.

The two semidetached houses have two construction

levels underneath a folded hipped roof. The two

middle houses have a saddle roof, also folded. The

construction materials are: shaded stretching bond

red brick, white painted wood, grey bluestone thresholds

and red mulden tiles. On the top of the balustrade

on the first floor are wooden flower boxes on

protruding blocks. The four entrances are accentuated

with preciously detailed wooden penthouses supported

by two quadruple consoles.

Several architectural tricks have been applied in order

to emphasize the symmetrical composition. The

houses are mirrored and therefore the entrances of

the second and third house are adjoining. The first and

fourth house have strongly rising chimneys, whereas

smaller chimneys separate the double houses. The

dormer windows of the middle houses are connected

to each other in the axis of symmetry, thus creating a

tripartition instead of a division. This is emphasized by

a centre piece that is slightly pushed forward.

The structure of the interior has remained reasonably

intact for house numbers 17, 19 and 21 and for number

23 it has remained fully intact, as evidenced by the

lay-out of the corridor, the staircase and the rooms.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ST. GERARDUS MAJELLA- CHURCH OF SAINT

KERK GERARDUS MAJELLA 3

Heerenweg 45, Heerlen

Heerenweg 45, Heerlen

Huidige functie: Kerk

Bouwjaar: 1936

Architect: A.J.N. Boosten

Monumentnr.: 512778

Current function: Church

Year of construction: 1936

Architect:

A.J.N. Boosten

Monument no.: 512778

De kerk kreeg in vaktijdschriften veel aandacht

en wordt beschouwd als een van de hoogtepunten

in het oeuvre van Boosten (1893-1951). Hij ontwikkelde

een eigen, zeer herkenbare stijl geïnspireerd op

romaanse kerken en kastelen in Limburg en volgde

niet de door de bisschop voorgeschreven Rooms-

Katholieke huisstijl met een (neo)gotische karakteristiek.

Het ontwerp is min of meer gebaseerd op drie aparte

delen: toren, schip en priesterkoor. Kenmerkend zijn

de afzonderlijke geometrische volumes die versmelten

tot één geheel. Het zadeldak van het schip is opgebouwd

tussen haaks liggende zadeldaken ter plaatse

van het portaal en de viering. De apsis en de kooromgang

hebben opvallende ronde dakenvormen.

De toren heeft een terugliggend tentdak.

De kerk zit vol met architectonische nieuwigheden

zoals de ronde koorvorm, de achthoekige kapel

achter het altaar, de kooromgang met sacristie en

zusterkapel, de suggestie van dubbelwandigheid,

de geïncorporeerde preekstoel, de hoge arcades van

het schip, de vlakke zoldering in plaats van tongewelven

en de langgerekte galmgaten in de toren.

De portiek is bereikbaar via drie treden, heeft een

rondboog met vijf rollagen en een gebeeldhouwde

sluitsteen. Hierboven bevindt zich een groot, diep

gelegen, roosvenster van Ghislaine Waterschoot v.d.

Gracht, opgedeeld door drie elkaar snijdende ringen

die de Goddelijke Drie-eenheid symboliseren.

In het interieur bevindt zich een indrukwekkende

hoeveelheid beeldende kunst, zoals de muurschildering

in de apsis, de terracotta kruiswegstaties en

de glas-in-loodramen van Charles Eijck (1897-1983);

glas-in-loodramen achter het priesterkoor van René

Smeets; rozetramen van Joep en Suzanne Nicolas en

de preekstoel met vermurail (muurglasschildering).

The church received much attention in professional

magazines and is considered to be one of the highlights

of the work of Boosten (1893-1951). He developed

a personal, very identifiable style inspired on

Romanesque churches and castles in Limburg and did

not follow the Roman Catholic house style with (neo)

Gothic characteristics as prescribed by the bishop.

The design is more or less based on three separate

parts: tower, nave and sanctuary. Characteristic are

the individual geometric volumes that blend into one

entity. The saddle roof of the nave is built between

hooked saddle roofs at the position of the portal and

the crossing. The apse and the choir aisle have striking

round roof shapes. The tower has a retracted pavilion

roof.

The church is full of architectural novelties such as

the round shape of the choir, the octagonal chapel

behind the altar, the choir aisle with sacristy and sister

chapel, the suggestion of double-walls, the incorporated

pulpit, the high arcades of the nave, the flat attic

instead of barrel vaulting and the elongated belfry

windows in the tower.

The portico is accessible via three steps, has an arch

with five upright courses and a sculptured apex stone.

Above it there is a large, deep-lying, rose window by

Ghislaine Waterschoot v.d. Gracht, divided into three

intersecting rings that symbolize the Divine Trinity.

In the interior there is an impressive amount of visual

art, such as the mural in the apse, the terracotta

Stations of the Cross and the stained glass windows

by Charles Eijck (1897-1983); stained glass windows

behind the sanctuary by René Smeets; rosette windows

by Joep and Suzanne Nicolas and the pulpit

with ‘vermurail’ (glass wall murals).

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DE LANDGRAAF

Heksenberg, Landgraaf, Boebegraaf, Heerlerheide

Huidige functie: Archeologische site

Bouwjaar: Middeleeuwen

Monumentnr.: 532442

THE 'LANDGRAAF'

(LAND-DITCH)

Heksenberg, Landgraaf, Boebegraaf, Heerlerheide

Current function: Archeological site

Year of construction: Middle Ages

Monument no.: 532442

4

Monumentenzorg meldt over het archeologische

Rijksmonument ‘De Landgraaf’ heel kort: “Resten van

een landweer uit de 15 e eeuw.”

Monumentenzorg reports briefly about the archaeological

monument 'De Landgraaf': “Remains of a land

defence from the 15th century.”

De Landgraaf is een opvallend verschijnsel in

het landschap van oostelijk Zuid-Limburg. Het is een

droge gracht die loopt van Schinveld tot Ubach over

Worms via de Brunssummerheide, langs Schaesberg

en Nieuwenhagen tot bij Ubach over Worms. Met het

aansluitend Duitse stuk heeft de Landgraaf een lengte

van ca. 27 km. Opvallend genoeg ligt de greppel

nauwelijks in de huidige gemeente Landgraaf.

Op de Schrieversheide is de vorm en de loop van

de landweer nog duidelijk herkenbaar. Het is een

metersbrede droge gracht met aan weerszijden tot

maximaal drie meter hoge wallen. Waarvoor en

wanneer de Landgraaf is aangelegd is onbekend.

Er is ooit gesuggereerd dat het een Keltische versterking

is die stamt uit 55 v.Chr, omdat er prehistorische

en ook Romeinse vondsten bij de Landgraaf zijn opgegraven.

Maar de verschillende kleine opgravingen

hebben nog geen definitief antwoord kunnen geven

op de vragen waartoe de Landgraaf gediend heeft

en wanneer hij is gegraven.

De meest recente studies gaan ervan uit dat het een

middeleeuwse afbakening van het wildgebied is of

dat het bedoeld is om het vee binnen het gemeenschappelijke

heidegebied te houden. De datering ‘uit

de 15 e eeuw’ die Monumentenzorg hanteert, is min

of meer uit de lucht gegrepen. De heide was al veel

eerder als gemeenschappelijk weidegebied in gebruik,

mogelijk vanaf de periode van de grote ontginningen

in de regio tussen 800 en 1000.

The Landgraaf is a striking phenomenon in the landscape

of eastern South Limburg. It is a dry ditch that

runs from Schinveld to Ubach via Worms via Brunssummerheide,

past Schaesberg and Nieuwenhagen

to near Ubach via Worms. With the adjacent German

piece, the Landgraaf has a length of about 27 km.

Remarkably, the ditch is hardly in the current municipality

of Landgraaf.

On the Schrieversheide the shape and the course

of the land defence is still clearly recognizable. It is

a meter-wide dry channel with on both sides up to

three meters high ramparts. For what and when the

Landgraaf is constructed is unknown. It has been

suggested that it is a Celtic fortification dating back

to 55 BC, because prehistoric and also Roman finds

have been excavated at the Landgraaf. But the various

small excavations have not yet been able to give

a definitive answer to the questions to which the

Landgraaf has served and when it has been dug.

The most recent studies assume that it is a medieval

demarcation of the wildlife area or that it is intended

to keep livestock within the common heathland.

The dating ‘from the 15th century’ that Monumentenzorg

uses, is more or less totally unfounded. The heath

was in use much earlier as a common meadow area,

possibly from the period of the large cultivations

in the region between 800 and 1000.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


BEAMBTENWONINGEN

Rennemigstraat 6 t/m 12, 14 t/m 20, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1923–1925

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen

Monumentnr.: 512739, 512740

OFFICIALS’ HOUSES

Rennemigstraat 6 to 12, 14 to 20, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1923-1925

Architect:

Construction Office ON-Mines

Monument no.: 512739, 512740

5

De buurt Rennemig is rond 1918 ontstaan bij de aanleg

van de Oranje-Nassaumijn III. Door de naoorlogse

groei van de steenkoolproductie kwamen er ook meer

beambten (opzichters en hoofdopzichters) om de

organisatorische en leidinggevende taken van de mijn

te behartigen. Voor hen werden in rap tempo twee

blokken van vier woningen in een rij bijgebouwd.

Een van de blokken toont overeenkomst met

de beambtenwoningen aan de Heideveldweg.

De grotere hoekpanden waren bestemd voor hoofdopzichters,

de middelste panden voor opzichters.

De panden hadden echter een andere architectuur

dan de eerder in deze buurt gebouwde woningen en

zijn gebouwd in een traditionele bouwstijl.

De hoofdzakelijk rechthoekige plattegronden zijn

gespiegeld ten opzichte van de woningscheidende

wand tussen de middelste woningen, evenals de

indeling van de gevels. De woningen tellen twee

bouwlagen onder een zadeldak dat bij de hoekpanden

overloopt in een haaksliggend schilddak. Het dak is

gedekt met mulden pannen. Brede houten bakgoten.

In frontgeveldakvlak van de hoekpanden een kleine

halfronde dakkapel. De middenpanden met elk een

rechthoekige dakkapel, en een rechthoekige dakkapel

gedeeld door beide middenpanden. De gevels hebben

een plint met rollaag, die onder de vensters risaleert.

De voorgevel heeft een plint en optrek in halfsteens

verband, de zij- en achtergevels in kruisverband.

In de gevels bevinden zich rechthoekige houten

vensters en deuren.

The Rennemig neighbourhood came into existence

around 1918 during the construction of the Oranje-

Nassau Mine III. Because of the post-war growth of

coal production the number of officials (supervisors

and chief supervisors) also increased for managing

the organisational and managerial aspects of the

mine. Quickly two additional blocks of four houses

in a row were built for them. One of the blocks is

simmular to the officials's houses at the Heideveldweg.

The larger corner houses were for the chief

supervisors and the houses in between for the supervisors.

However, these houses had a different architecture

from the houses built earlier in this neighbourhood

and were built in a traditional construction style.

The primarily rectangular floorplans are mirrored

in the house-separating wall between the middle two

houses, as well as in the arrangement of the facades.

The houses have two construction layers under a

saddle roof which transfers into a perpendicularly

placed hipped roof at the corner houses. The roof is

covered with mulden tiles. Broad wooden box gutters.

On the front-facade roof-surface of the corner houses

there is a small semi-circular dormer window.

The middle houses each with a rectangular dormer

window and a rectangular dormer window shared by

both middle houses. The facades have a plinth with

curb stone which protrudes from below the windows.

The front facade has a plinth and rise in stretcher

bond, the side and rear facade in cross bond. In the

facades there are rectangular wooden windows and

doors.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WONINGEN GANZEWEIDE

Ganzeweide 31 t/m 49, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1912, 1914 en 1920

Architect: ir. J. Lugten

Monumentnr.: 21218, 21219, 21220

GANZEWEIDE RESIDENCES

Ganzeweide 31 to 49, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1912, 1914 and 1920

Architect:

J. Lugten, MSc.

Monument no.: 21218, 21219, 21220

6

Door de explosieve groei van de steenkolenmijnbouw

kreeg Heerlen er rond 1900 snel duizenden inwoners

bij. Al die mensen moesten liefst niet te ver van de

mijnen en liefst bij elkaar wonen. Zo kon men de

mensen ook na de werktijd in de gaten houden.

De ON-III startte in 1910 op de landerijen tussen

de Ganzeweide en de Rennemig en vertoonde Franse

invloeden. De ON-I en ON-II werden gebouwd in een

meer Duitse bouwstijl. De Oranje-Nassau Mijnen,

oorspronkelijk eigendom van de Akense familie

Honigmann, waren in 1909 gekocht door de Franse

onderneming De Wendel.

De woningen werden ontworpen naar het voorbeeld

van de mijnwerkerswoningen in Lotharingen. Ze zijn

kort na de aanleg van de Oranje-Nassau III gebouwd

(1912-1923): een ingenieurswoning die inmiddels

gesloopt is, vier adjunct-opzichterswoningen, vier

opzichterswoningen en vier beambtenwoningen.

Een aantal grotere woningen zijn later gesplitst

in twee kleinere wooneenheden.

Dit complex is het meest gave voorbeeld van

de hiërarchische opbouw van het mijnwezen,

zoals dat ook in de woningbouw voor (hogere)

mijnbeambten tot uiting komt.

De in het oog springende afwisseling van bakstenen

en pleisterwerk in de kleuren rood en wit zijn typerend

voor de Lotharingse bouwwijze. Aan de voorzijde

wordt de aandacht getrokken door een risalerende

middenpartij onder een hoog, met muldenpannen

gedekt schilddak, dat zich aan de voorzijde splitst

in twee insteekkappen. Het dak heeft opvallende

zijvleugels. In een soms T-vormige aanbouw met

plat dak bevindt zich de bijkeuken en gang.

Due to the explosive growth of the coalmining industry

Heerlen saw a rapid increase of its population with

thousands of new inhabitants around 1900. All these

people should preferably live nearby the mines and

preferably close to each other. In that way they could

also be kept on a close watch after working hours.

The ON-III started in 1910 in the fields between

the Ganzeweide and the Rennemig and showed

French influences. The ON-I and ON-II were built

in a predominantly German architectural style.

The Oranje-Nassau Mines, originally the property of

the Aachen Honigmann family, had been bought by

the French De Wendel company in 1909.

The houses had been designed after the example of

the miners’ houses in Lorraine. They were built shortly

after the construction of the Oranje-Nassau III (1912-

1923): an engineer’s house which has already been

pulled down, four deputy supervisors’ houses, four

supervisors’ houses and four office staffs’ houses.

Some of the larger houses were later split up in two

smaller housing units.

This block of houses is the most intact example of

the hierarchical structure of the mining industry, as

also expressed by the house-building for (higher)

mining officials.

The striking variation of bricks and plaster in the

colours red and white are typical of the Lorraine

architectural style. At the front side the attention is

drawn by protruding middle-segment under a high,

mulden roof tiles-covered hipped roof, which at the

front side splits into two dormer windows. The roof

has striking side wings. In a sometimes T-shaped

extension with a flat roof there are the scullery

and the corridor.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


H. CORNELIUSKERK EN CHURCH OF H. CORNELIUS

PASTORIE AND PRESBYRETY 7

Kerkstraat 8, Heerlen

Kerkstraat 8, Heerlen

Huidige functie: Kerk

Bouwjaar: 1909-1918

Architect: J. Cuypers / J. Stuyt

Monumentnr.: 512783, 513259

Current function: Church

Year of construction: 1909-1918

Architect:

J. Cuypers / J. Stuyt

Monument number: 512783, 513259

De Corneliuskerk heeft twee torens in een symmetrisch

westfront, een georiënteerd driebeukig schip en

een kruisvormige plattegrond. De kerk was nodig door

de bevolkingstoename die de mijnen met zich meebrachten.

Op dezelfde plaats stond vanaf 1839 een

Waterstaatskerk ontworpen door Jaminé Lambert.

The Cornelius church has two towers in a symmetric

west front, and oriented three part nave and a crossshape

floorplan. The church was built in order to cope

with the population increase caused by the mines.

Since 1839 there was a Waterstaat church on that

same location, designed by Jaminé Lambert.

In 1986 is een aantal wijzigingen uitgevoerd.

De viering is naar achter verplaatst, de berging naast

de apsis werd bijsacristie en de apsis aan de linkerzijde

de doopkapel. Het dak was gedekt met rode

pannen en bestaat nu uit grijze leien.

In de gevel van de kerk bevinden zich rondboogvormige

glas-in-lood vensters, deze zijn versierd met een

vlakke rondboog van radiaal stenen en een uitspringende

rondboog van rode baksteen. De vensters zijn

los geplaatst of gegroepeerd per drie. De grote galmgaten

hebben deelzuilen en zijn verfraaid met rondbogen.

De achtergevel wordt beëindigd door een

bakstenen angelustorentje.

Het interieur wordt overheerst door hogere rondbogen.

Achter het koor staat een halfronde apsis met

zeven vensters. Tegen de linker kruisarm staat een

kleinere apsis. Hierin bevinden zich vijf glas-in-lood

ramen met afbeelding van het Heilig Hart, Maria, Jozef,

Cornelius en St. Jan de Evangelist. De ramen hebben

de namen van de schenkers. De zijgevels liggen ter

plaatse van de zijbeuken onder een lager dakschild.

Onder de goten zijn tegels aangebracht in een zwartwit

dambordpatroon. Deze opvallende toevoeging

verwijst naar de mijnwerkerswoningen waarop Jan

Stuyt eveneens zwart-witte tegeltableaus aanbracht.

De pastorie is gebouwd in 1852 in de stijl van het traditionalisme

en is in 1982 met medewerking van architect

Jos Hamers gerestaureerd. De oorspronkelijke

structuur van het interieur is in hoge mate intact.

In 1986 a number of alterations were conducted.

The crossing was moved backwards, the storage next

to the apsis became an additional sacristy and the

apsis on the left became the baptistery. The roof had

red tiles and now consists of grey slates.

On the facade of the church there are arch-shaped

stained glass windows, decorated with a flat arch of

radial stones and a protruding round arch in red brick.

The windows have been placed either solitarily or in

groups of three. The big belfry windows have pillars

and are decorated with round arches. The back facade

is ended by a small brick angelus tower.

The interior is dominated by higher round arches.

Behind the choir there is a semi-circular apsis with

seven windows. Against the left arm of the cross there

is a smaller apsis. This contains five stained glass

windows with pictures of the Holy Heart, the Virgin

Mary, Joseph, Cornelius and Saint John the Evangelist.

The windows have the names of the contributors.

The side facades near the side-aisles are placed under

a lower side of the roof. Tiles with a black-white

checkerboard pattern have been placed below

the roof gutters. This striking addition refers to

the miners’ houses where Jan Stuyt also installed

black-white tile tableaus.

The presbyrety is built in 1852 in the Dutch traditionalism

style and was restored with the help of architect

Jos Hamers in 1982. The original structure of the

interior is highly as it was.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


POLITIEBUREAU

Heulsstraat 39, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1922

Architect: J. Stuyt en A.J. Bartels

Monumentnr.: 512780

POLICE STATION

Heulsstraat 39, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1922

Architect:

J. Stuyt and A.J. Bartels

Monument no.: 512780

8

De groei van Heerlen en Heerlerheide zorgde ook voor

de groei van het aantal politieagenten. Vandaar dat er

een politiepost kwam in Heerlerheide. De eerste was

gevestigd aan de Heibergstraat 12 (nu Kapelaan

Ramakersstraat, inmiddels afgebroken). Maar al

spoedig onderkende men dat dit niet de oplossing

was. In 1920 weet de gemeente de hand te leggen

op twee percelen aan de Heulsstraat voor de bouw

van een nieuw politiebureau naar ontwerp van architect

Jan Stuyt en Anton J. Bartels. Nog in 1920 werd

de bouw gegund aan aannemer Jean Heijnen uit

de Pappersjansstraat 20 te Heerlerheide.

Op 15 juni 1922 wordt het politiebureau officieel

in gebruik genomen. “In dit bureau zijn, behalve de

noodige bijlokalen, opgenomen een kamer voor den

inspecteur, een voor de hoofdagenten, een agentenwacht

en een viertal cellen”, meldde de krant.

Enkele kantoorvertrekken werden aanvankelijk gereserveerd

voor een opzichter van openbare werken

en als stemlokaal of zittingslokaal voor de gemeenteontvanger.

Na een reorganisatie bij de politie eind

jaren zestig voldeed het gebouw niet meer aan de

nieuwe eisen. Na de gemeentelijke herindeling in 1982

is het politiebureau in Heerlerheide verkocht aan de

Woningvereniging Heerlerheide, die er aanvankelijk

kantoor hield en het pand later verbouwde tot appartementencomplex.

Bijzonder is de hoofdingang met

een Florentijnse boog in natuursteen en op het dak

een dakkapel met een lantaarn met hierin een uurwerk.

Een gelijkvormig politiebureau, met dezelfde architectonische

details, stond op de hoek van de Romeinenweg

op de Heerlerbaan. Dit laatste monument is

afgebroken waardoor deze Heerlerheidense evenknie

aan betekenis heeft gewonnen.

The growth of Heerlen and Heerlerheide also resulted

in the growth of the number of policemen. Therefore

a police station was set up in Heerlerheide. The first

was situated at the Heibergstraat 12 (now Kapelaan

Ramakersstraat, by now broken down). It was soon

recognized that this was not the solution. In 1920

the municipality managed to acquire two parcels of

land at the Heulsstraat for the construction of a new

police station according to the design of the architects

Jan Stuyt and Anton J. Bartels. Still in that year

the building was granted to contractor Jean Heijnen

from the Pappersjansstraat 20 in Heerlerheide.

On 15 June 1922 the police station was officially

opened. “This station includes, in addition to the

necessary annexes, a room for the inspector, one for

the police officers, a constable room and four cells”,

according to the newspaper.

Some of the office rooms were initially reserved for

a supervisor of public works and as a polling station

or an official office of the municipal treasurer. After a

reorganization of the police force in the late sixties

the building no longer met the new demands. After

the local government reorganization in 1982 the police

station in Heerlerheide was sold to the housing

association Heerlerheide, which initially used it as its

office and later on rebuilt the property into a block of

flats. Striking is the main entrance with a Florentine

arch of natural stone and on the roof a dormer

window containing a lantern with a clock.

A similarly shaped police station, with similar architectural

details, was also located on the corner of

the Romeinenweg on the Heerlerbaan. This latter

monument was broken down, making its Heerlerheide

equal even more important.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WEGKRUIS KAMPSTRAAT

Tegenover Kampstraat 104, Heerlen

Bouwjaar: 18 e eeuw

Monumentnr.: 21257

ROAD CROSS KAMPSTRAAT

Across Kampstraat 104, Heerlen

Year of construction: 18th century

Monument no.: 21257

9

Dit 18 e eeuwse bruine houten wegkruis van ongeveer

3 meter hoog met dakje en met een corpus, staat

enigszins verdekt aan een splitsing van wegen. In

vroegere tijden hing het kruis tegen de woning van

de familie v.d. Vin en werd het geflankeerd door twee

lindebomen.

Bij de afbraak van de woning is het kruis verplaatst

naar de tegenoverliggende hoek bij huisnummer 63.

In 1994 waren de lindebomen nog aanwezig. In 2001

werd het kruis op de originele plaats teruggeplaatst

nadat de huizen voltooid waren.

This 18th century brown wooden road cross of

approximately 3 metres high with a small roof and

a corpus has a somewhat hidden position at a branching

of roads. In the early days the cross was placed

against the house of the van de Vin family and it

was flanked by two lime trees.

At the time of the demolition of the house the cross

was moved to the opposite street corner at number

63. In 1994 the lime trees were still present. In 2001

the cross was replaced on its original location when

the construction of the houses was completed.

Kruisen staan langs veel Limburgse wegen, tussen

bebouwing of in het open land. Mensen bidden er of

staan stil bij overledenen. Vanuit de historie geloofde

men dat de kruisen bescherming konden bieden voor

hun gronden en opstallen, de oogst, of tegen onheil,

rampen en ziekte. In de Paastijd worden wegkruisen

vaak versierd met onder andere palmtakken, meestal

buxus. Deze verwijzen naar de juichende mensen die

langs de weg stonden bij de intocht van Jezus in

Jeruzalem.

Tijdens de jaarlijkse sacramentsprocessie, de bronk,

is het kruis het middelpunt van het rustaltaar.

Dit kleine monument is het enige wegkruis in de

gemeente Heerlen op de lijst van beschermde

rijksmonumenten, maar wellicht zouden meer

Heerlense kruisen voor deze status in aanmerking

moeten komen.

There are crosses alongside many Limburg roads

between buildings or out in the open field. People

pray there or commemorate the dead. Already in

the early days people believed that the crosses could

offer protection for their land and buildings, the crops,

or against calamities, disasters and illness. At Eastertime

the road crosses are often decorated with palms,

usually boxwood. These refer to the cheering people

alongside the road when Jesus entered the city of

Jerusalem.

During the annual sacrament procession, the socalled

‘bronk’, the cross is the centrepiece of the

wayside altar. This small monument is the only road

cross in the municipality of Heerlen that is on the list

of national monuments, but perhaps more Heerlen

crosses should be considered for such a listing.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


CHRISTUS KONINGKERK

Navolaan 83, Heerlen

Huidige functie: Aan de eredienst onttrokken

Bouwjaar: 1965

Architect: J.J. Fanchamps

Monumentnr.: 532249

CHRIST-KING CHURCH

Navolaan 83, Heerlen

Current function: Deconsecrated

Year of construction: 1965

Architect:

J.J. Fanchamps

Monument no.: 532249

10

In de nieuwbouwwijk Vrieheide waren kerk,

supermarkt en school het herkenbare centrum.

De kubusvormige betonnen kerkzaal en de strakke

witte campanile hebben een onafscheidelijke band

met de stedenbouwkundige en maatschappelijke

omgeving. Tussen de gelijkvormigheid van de

moderne woninggroep is het kerkgebouw met

toren een opvallend ‘landmark’. Het kerkgebouw is,

evenals de woongebouwen, als het ware, boven de

aarde getild.

Er kan een relatie worden gelegd tussen enkele

betonnen kerken uit de wederopbouwperiode in

Parkstad Limburg en de moderne kerkenbouw

in Duitsland (Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche in

Berlijn). Fanchamps (1912-1982) kende de omstreden

Fronleichnamkirche van Rudolf Schwarz uit 1930

in Aken.

Ritme, regelmaat en plastiek hebben hun eigen

bekoring door eenvoud en soberheid. De centrale

opstelling van het interieur van de kerk is een vroeg

voorbeeld van het inrichten van een kerk conform

de opvattingen van het Tweede Vaticaans Concilie.

Opvallend zijn de tril betonnen cassettes met glazen

bouwstenen die het beeld van het interieur en van

het exterieur sterk bepalen door lichttoetreding en

schaduwwerking. Door de immense toepassing van

betonnen ramen, is het ontwerp van deze kerk in

Nederland vrij uniek.

Een halfronde kapel heeft aan de buitenzijde een

mozaïek, dat de intocht van Jezus in Jeruzalem

verbeeldt. In 2004 werd de kerk onttrokken aan

de eredienst en, na dreiging met sloop, in 2009

alsnog op de monumentenlijst geplaatst. Er werd

enige jaren naar een herbestemming gezocht.

In 2016 werd besloten om het regionaal archief

er in onder te brengen.

In the new housing estate Vrieheide church, supermarket

and school formed the recognizable centre.

The cubic-shaped concrete church hall and the stern

white campanile have an inseparable connection with

the urban developmental and social environment.

Among the uniformity of the modern cluster of

houses, the church with its tower is a striking

landmark. The church, as well as the houses,

seem to be elevated above the earth.

A relationship might be observed between some

concrete churches from the restauration period in

Parkstad Limburg and the modern church constructions

in Germany (Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche

in Berlin). Fanchamps (1912-1982) was familiar with

the controversial 1930 Fronleichnamkirche by Rudolf

Schwarz in Aachen.

Rhythm, regularity and sculpture have their own

enchantment because of simplicity and austerity.

The central positioning of the interior of the church

is an early example of the design of a church in

conformity with the views of the Second Vatican

Council.

Striking are the vibrated concrete cassettes with glass

building blocks that strongly influence the perception

of both the interior and the exterior by light and

shadow effects. Because of its immense use of

concrete windows, the design of this church is rather

unique in the Netherlands.

At its exterior, a semi-circular chapel has a mosaic

representing Jesus’ entry into Jerusalem. In 2004

the church was deconsecrated and after the threat

of demolition, it was finally placed on the list of

national monuments and historic buildings in 2009.

For some years a proper new use was looked for.

In 2016 it was decided that it would accommodate

the regional archives.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


COMPLEX PASSART

Passartweg 56, 56a, Heerlen

Huidige functie: (Beschermd) wonen

Bouwjaar: Hoeve 14 e eeuw / Herenhuis 17 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21258

PASSART COMPLEX

Passartweg 56, 56a, Heerlen

Current function: (Sheltered) Residence

Year of construction: Farmstead 14th century /

Manor 17th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21258

11

Het toendertijd dubbel omgrachte complex wordt al

vermeld in 1350 als Wickrader grootleen van Valkenburg.

Het was toen in handen van Hendrik van Nieuwenhagen.

Rond 1400 was het goed in bezit van

de familie Huyn van Amstenrade. Vervolgens ging

het over aan de Maastrichtse jonkers Passart, die

het vererfden aan de familie Van Strijthagen.

Het complex bestaat uit een rechthoekig herenhuis

en een hoeve in onregelmatige U-vorm. In 1547 werd

Ulrich van Blitterswijk, genaamd Passart, de nieuwe

heer van het goed. Uit de muurankers blijkt dat deze

familie in 1612 verbouwingen aan het complex heeft

laten uitvoeren. In de komende twee eeuwen volgde

nog een aantal families elkaar op als bezitter van

Passart-Nieuwenhagen. In 1839 koopt Jean Baptist

graaf de Marchant et d’Ansembourg, eigenaar van

kasteel Amstenrade, kasteel en hoeve. De windvaan

met de letter ‘A’ herinnert nog aan deze familie.

Zij zou tot de tweede helft van de 20 e eeuw de

eigenaar van Passart-Nieuwenhagen blijven.

Het herenhuis, dat ten zuiden van het voorplein ligt,

stamt uit de 17 e eeuw en is opgetrokken uit baksteen

en onregelmatige, grof gehakte blokken zandsteen.

In 1679 werden huis en kapel door brand verwoest.

Kasteel en voorburcht werden in de volgende jaren

hersteld. Rond 1840 werden de beide hoektorens

gesloopt en werd de brug vervangen door een oprit.

De grachten werden vermoedelijk in die tijd gedempt.

Het herenhuis werd in de 18 e eeuw ingrijpend verbouwd

en kreeg in die tijd onder andere hardstenen

segmentboogvensters. In het tweede kwart van de 19 e

eeuw werd het huis verhoogd.

Na de Tweede Wereldoorlog was in het kasteel een

tijdlang een jeugdcentrum gehuisvest. Vanaf 1993 is

het in opdracht van Woningstichting De Voorzorg

geschikt gemaakt als opvang voor dak- en thuislozen.

The in those days double moated complex is already

mentioned in 1350 as Wickrader grand fief of Valkenburg.

At that time it was in the possession of Hendrik

van Nieuwenhagen. Around 1400 the property was

in the possession of the Huyn van Amstenrade family.

Subsequently it passed into the ownership of the

Maastricht squires of Passart, who devolved it to

the Van Strijthagen family.

The complex consists of a rectangular manor and a

farmstead in an irregular U-shape. In 1547 Ulrich van

Blitterswijk, named Passart, became the new lord of

the estate. The wall ties are evidence of the fact that

this family had the complex rebuilt in 1612. During

the following two centuries other families succeeded

each other as owners. In 1839 Jean Baptist count de

Marchant et d’Ansembourg, owner of the Amstenrade

castle, buys the castle and the farmstead. The wind

vane with the letter ‘A’ still reminds us of this family.

Until the second half of the 20th century they would

remain the owners of Passart-Nieuwenhagen.

The manor situated south of the forecourt dates from

the 17th century and is built of brick and irregular,

crudely hewn blocks of sandstone. In 1679 the house

and chapel were destroyed by fire. The castle and

outer fort were restored during the following years.

Around 1840 both corner towers were torn down

and the drawbridge was replaced by a driveway.

The moats were probably filled in around that time.

The manor underwent radical rebuilding in the 18th

century and was equipped with bluestone segmented

arched windows in that time. In the second quarter of

the 19th century the house was heightened.

After the Second World War the castle provided

accommodation to a youth centre for some time.

Since 1993 it has been adapted for sheltering the

roof- and homeless by order of the Rental Housing

Organization ‘De Voorzorg’.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


MOLENAARSWONING EN MILLER’S HOUSE AND

GRAANMAALDERIJ CORN MILL

12

Akerstraat Noord 310, 312, Hoensbroek

Akerstraat Noord 310, 312, Hoensbroek

Huidige functie: Bedrijfspand

Bouwjaar: 1890

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 512813

Current function: Commercial property

Year of construction: 1890

Architect:

Unknown

Monument no.: 512813

Dit object bezit cultuurhistorische waarde omdat het

inzicht geeft in de ontwikkeling van bedrijf en techniek.

De gevelarchitectuur van de molenaarswoning

volgt het traditionele patroon terwijl de functionaliteit

van de maalderij dit patroon doorbreekt met een

andere maatvoering en een hoger gelegen werk/

laad- en losvloer.

This property has a cultural-historical value because

it sheds a light on the development of both business

and technology. The facade architecture of the miller’s

house follows the traditional pattern whereas

the functionality of the corn mill cuts across this

pattern with a different dimension and an elevated

shop- and loading/unloading floor.

In de woning zijn alle tien de ramen consequent

voorzien van bij elkaar passende bovenlichten. In deze

historische lintbebouwing is de oude twee-eenheid

zichtbaar van wonen en werken. Door de hedendaagse

functiescheiding van woonwijk en bijvoorbeeld

bedrijfsterrein zien we dat in de tegenwoordige

architectuur weinig meer.

De gevels worden beëindigd door een gootlijst,

gootklossen en een dubbele uitkraging in de vorm van

een bloktand. Daarboven zijn symmetrische dakkapellen

aangebracht met een rondboogvenster. Ze passen

in het ritme van de hele gevel. Merkwaardig zijn de

twee topgevelachtige versieringen met een boog en

aan weerszijden lisene-achtig metselwerk. Het front

van de woning heeft een krachtige symmetrie door

een compositie met een extra driedeling van de

vensters. De gevelindeling van de woning is daardoor

piramidaal van opzet.

De maalderij en de woning hebben samen in alle

bouwlagen respectievelijk 10 en 14 bogen.

De vensterdorpels rusten op kleine decoratieve

consoles. Het front van de maalderij is asymmetrisch

door de combinatie van dubbele deuren en een grote

bedrijfspoort in rode kleur. De aantrekkingskracht van

deze gevelopeningen is versterkt door de rode kleur.

All ten windows of the house have consistently been

provided with matching transom windows. In this

historical ribbon development the ancient twofoldness

of living and working is visible. As a result of the

modern separation of functions of residential area

and for example company grounds, we hardly see

this anymore in modern architecture.

The facades have drip moulds at the end, and also

cornice brackets and a double cantilevering of protruding

bricks. Above it symmetrical dormer windows

with an arched windowpane have been constructed.

They fit in with the rhythm of the entire facade.

Remarkable are the two gable end-like decorations

with an arch and pilaster brickwork on both sides.

The front of the house has a strong symmetry because

of a composition with an additional threefold division

of the windows. Thus the facade layout of the house

has a pyramidical structure.

Together the corn mill and the house have respectively

10 and 14 arches in all building layers.

The window sills are supported by small decorative

consoles. The front of the corn mill is asymmetrical

because of the combination of double doors and

a large red-coloured company gate. The attractiveness

of these facade openings is strengthened by the red

colour.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


MIJNWERKERSWONINGEN

Nieuwenhofstraat 2 t/m 20, Buttingstraat 28 t/m 46,

Hoensbroek

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1908-1910

Architect: Bouwbureau Staatsmijnen

Monumentnr.: 512745 t/m 512749

MINERS’ HOUSES

Nieuwenhofstraat 2 to 20, Buttingstraat 28 to 46,

Hoensbroek

Current function: Residence

Year of construction: 1908-1910

Architect:

Construction Office

State Mines

Monument no.: 512745 to 512749

13

Vijf blokken van vier rug-aan-rug woningen zijn

gebouwd voor de mijnwerkers van de Staatsmijn

Emma. Het zijn Hoensbroeks oudste mijnwerkerswoningen

en ze zijn gebouwd in de tijd dat ook deze

mijn, die overigens destijds geheel op het grondgebied

van de gemeente Heerlen lag, werd aangelegd.

De Emma kwam in 1911 in productie. We mogen ze

scharen onder het industrieel erfgoed van de mijnen,

want het Bouwbureau Staatsmijnen tekende deze

bijzondere woningen met een hoge mate van architectuurhistorische

en typologische zeldzaamheid.

De panden vormen het beste voorbeeld van het

oudste type mijnwerkerswoningen dat door de Staatsmijnen

is gebouwd. De in totaal twintig woningen

liggen op een licht glooiend terrein en hebben redelijk

grote tuinen als herinnering aan de specifieke voorzieningen

voor mijnwerkers wat de historische betekenis

extra benadrukt. De tuinen dienden destijds vooral

voor de verbouw van eigen groenten.

Bovendien hebben de panden een redelijke mate van

architectonische gaafheid van het exterieur, hoewel er

verschillende bijbouwen zijn en intern nogal wat is

verbouwd in de loop der jaren.

Five blocks of four back-to-back houses were built for

the miners of the State Mine Emma. They are Hoensbroek’s

oldest miners’ houses and they were built in

the time that also this mine was constructed, which,

by the way, at that time was situated fully on the

territory of the municipality of Heerlen. The Emma

started production in 1911. The houses should be considered

as industrial heritage of the mines because

the Construction Office of the State Mines designed

these special houses with a great extent of architectural-historical

and typological rarity.

The houses are the best example of the oldest type

of miners’ houses that were built by the State Mines.

The in total twenty houses are situated on slightly hilly

grounds and they have reasonably large gardens as a

recollection of the specific facilities for miners which

is an extra emphasis on the historical significance.

In those days the gardens primarily served for growing

one’s own vegetables.

The houses also have a reasonable degree of architectonic

flawlessness of the exterior, although several

extensions have been added and internally considerable

rebuildings have taken place in the course of their

existence.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


LOMA-HUIS

Buttingstraat 24, Hoensbroek

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1928

Architect: A.U. Ingwersen

Monumentnr.: 512796

LOMA-HOUSE

Buttingstraat 24, Hoensbroek

Current function: Residence

Year of construction: 1928

Architect:

A.U. Ingwersen

Monument no.: 512796

14

Dit gebouw staat bekend als het LOMA-huis en is

gebouwd als Gezellenhuis voor protestante vrijgezelle

mijnwerkers door het Amsterdams Jongelings

Verbond. Van 1949 tot 1972 was het huis met 28

kamers in bezit van Stichting Avondvrede die het als

bejaardenhuis exploiteerde. Na 1972 functioneerde

het nog enige tijd als appartementencomplex voor

alleenstaande mannen, maar gaandeweg raakte het

huis in onbruik en begon het verval. Toch is in de

architectuurtaal van dit verwaarloosde monument

de liefde en toewijding van metselaars, timmerlieden

en andere bouwvakkers nog voelbaar.

Arnold Ingwersen (1882-1959) was als gereformeerde

architect vooral betrokken bij projecten uit die

geloofsgemeenschap. Zijn omvangrijke oeuvre is

traditionalistisch en past bij Amsterdamse school

kenmerken zoals: steile daken, bijna verticaal gelegde

dakpannen en lange doorlopende vensterreeksen met

houten kozijnen.

Beeldbepalend is de lange gevel aan de Mgr. Nolensstraat.

Deze is asymmetrisch van opbouw. Een forse

en hoge schoorsteen, oorspronkelijk even hoog als

de nok, deelt deze gevel in tweeën en is als het ware

de verticale tegenhanger van de horizontale vensterreeksen.

Links van de schoorsteen bevindt zich een

veranda met een balustrade, ook in een sterke horizontale

geleding.

Van de ramen is de oorspronkelijke roedeverdeling

voor een deel nog intact. De doorschietende dakgoten

eindigen met een opkrullend gebaar, welke aan

het geheel een vriendelijke en gastvrije indruk geven.

In de oostgevel bevindt zich een langgerekte erker

en een gewelfd balkon ondersteund door een

gemetselde ronde kolom. De borstwering bestaat

uit metselwerk in blokverband met een motief van

gevlochten versiering, ook wel baksteen mozaïek

genoemd.

This building is known as the LOMA-house and was

built as Workman’s house for single Protestant miners

by the Amsterdam Youth League. From 1949 until 1972

the house with its 28 rooms was the property

of the Avondvrede foundation which ran it as a house

for the elderly. For some time after 1972 it was run

as an apartment complex for single men, but in the

course of time it passed into disuse and started to

deteriorate. Yet in the architectural language of this

deteriorated monument the love and dedication of

bricklayers, carpenters and other construction workers

can still be felt.

As a Dutch Reformed architect Arnold Ingwersen

(1882-1959) was mainly involved in projects from this

religious community. His vast oeuvre is traditional and

is in accordance with Amsterdam School characteristics

such as: steep roofs, almost vertically positioned

roof tiles and long continuous series of windows with

wooden window frames.

Iconic is the long facade at the Mgr. Nolensstraat.

Its construction is asymmetrical. A robust and high

chimney originally just as high as the crest divides

this facade into two parts, as it were it is a vertical

opposite of the horizontal series of windows. On the

left of the chimney is a veranda with a balustrade

also with a strong horizontal orientation.

A part of the original window panelling is still intact.

The overshooting gutters end with a curling gesture,

which gives it all a friendly and hospitable impression.

In the east wing there is an elongated bay window

and an arched balcony supported by a round brick

column. The balustrade consists of block bond masonry

with a motif of braided decoration, also called brick

mosaic.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WOONHUIS DE SMET

Kouvenderstraat 132, Hoensbroek

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1930-1931

Architect: C. de Smet

Monumentnr.: 523284

DE SMET RESIDENCE

Kouvenderstraat 132, Hoensbroek

Current function: Residence

Year of construction: 1930-1931

Architect:

C. de Smet

Monument no.: 523284

15

Dit huis is een interessant voorbeeld van het Nieuwe

Bouwen in Limburg. De uiterlijke verschijningsvorm

sluit aan bij deze stijl, ondanks de gekozen traditionele

bouwmethode (hout en steen) en de toepassing van

glas-in-lood ramen.

In de jaren dertig was Mies van der Rohe een ‘popster’

in de veranderende wereld van de architectuur.

Hij bouwde spraakmakende gebouwen, zoals het

paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Barcelona.

In de regio vinden wij veel moderne gebouwen uit

dezelfde bouwtijd (1930-1931).

Het vrijstaande woonhuis van Camille de Smet heeft

twee bouwlagen onder een plat dak. Kenmerkend zijn

de zuivere onversierde vormen. Het toegepaste

bouwmateriaal is baksteen, voorzien van een witte

pleisterlaag. De plint is uitgevoerd in donkerbruin

metselwerk. Dat wekt de illusie dat het huis is

opgetild. De gevelopeningen zijn voorzien van

rechthoekige blauw geverfde stalen vensters.

De frontgevel wordt gedomineerd door een grote

rondboogvormige uitbouw over beide bouwlagen.

In dit bouwdeel zitten een reeks hoge vensters en

in de tweede bouwlaag een driedelig glas-in-lood

venster. Aan de rechterzijgevel is een serre aangebouwd

met hierop een balkon met balustrade en

een balkondeur met een klein betonnen luifeltje.

In de zijgevel zijn hoge schoorstenen opgenomen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de bijkeuken

uitgebreid tot kantoor. De indeling op de begane

grond werd in 1971 enigszins gewijzigd. In 2005 vond

een restauratie plaats door Architectenbureau

Beckers.

This house is an interesting example of the ‘Nieuwe

Bouwen’ (‘New Construction’) trend in Limburg.

The outward appearance matches with this style,

in spite of the chosen traditional construction style

(wood and stone) and the application of stained-glass

windows.

In the thirties, Mies van der Rohe was a ‘popstar’

in the changing world of architecture. He built controversial

buildings such as the pavilion for the World

Exhibition in Barcelona. In the region we find many

modern buildings from that same period (1930-1931).

The detached residence by Camille de Smet has two

levels under a flat roof. Characteristic are the pure

undecorated forms. The applied material is brick,

clad in white plaster. The plinth is made out of

dark-brown masonry. Thus the illusion is created

of the house being levitated. The facade openings

are fitted with rectangular blue-painted steel windows.

The front facade is dominated by a large arch-shaped

extension covering both levels. In this component

there is a series of high windows and on the second

level there is a threefold stained-glass window.

At the right facade a sun lounge has been added

with on top of it a balcony with balustrade and

a balcony door with a small concrete porch. In the

side facade high chimneys have been incorporated.

After the Second World War the pantry was renovated

into an office. The ground-floor plan was slightly

altered in 1971. In 2005 a restoration was performed

by the architectural firm of Beckers.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KLEINE ST. JAN

Hoofdstraat 63, Hoensbroek

Huidige functie: Kerk

Bouwjaar: 14 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21243

LITTLE ST. JOHN

Hoofdstraat 63, Hoensbroek

Current function: Church

Year of construction: 14th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21243

16

Het is niet bekend wanneer in Hoensbroek het eerste

kerkje werd gebouwd. De “Stichtingsoorkonde”

spreekt over “een vanouds bestaande kapel”.

Het is mogelijk dat het kerkje pas na de kerkelijke

afscheiding van Heerlen in 1390 gebouwd is ter

vervanging van een ouder kerkje en dat de fundamenten

van dit vroegere kerkje zijn gebruikt voor

de bouw van het 14 e eeuwse kerkje.

Toren, schip en koor zijn, kort na elkaar, eind 14 e eeuw

gebouwd in steen en hadden een gotische kroonlijst.

Het koor was voorzien van een gewelf en spitsboogvensters.

Het middenschip had een vlakke houten

zoldering. Lichtbeukvensters waren de enige lichtbronnen

in het middenschip. De beide zijbeuken

hebben geen vensters gehad.

Begin 16 e eeuw kreeg het middenschip zwaardere

scheibogen en stenen gewelven, waardoor de lichtbeuken

boven de gewelven kwamen te liggen.

Nadat ook de zijbeuken waren verhoogd, werd het

hele schip onder één doorlopend zadeldak geplaatst.

In de zijbeuken kwamen grote vensters, waardoor er

voldoende licht in het middenschip kon doordringen.

Eind 17 e eeuw (1680) werd het koor over de gehele

lengte in baksteen verhoogd. De sacristie aan de

zuidzijde dateert uit 1725.

In 1900 werd de toren gerestaureerd. Bij de restauratie

in 1909-1910 door W. Sprenger heeft men de pseudo

basilicale vorm hersteld, de zijbeuken voorzien van

lessenaarsdaken en werden er neogotische vensters

aangebracht. De laatste grote restauratie dateert uit

1990.

It is unknown when the first church was built in Hoensbroek.

The “Charter of Foundation” mentions a longstanding

chapel. It is possible that the church was only

built after the ecclesiastical separation from Heerlen

in 1390 as a replacement for an even older church and

that the foundation of this early church has been used

for the construction of the 14th century church.

Shortly after each other, by the end of the 14th

century, tower, nave and choir were built in stone

and had a gothic cornice. The choir had a dome and

gothic arched windows. The nave had a flat wooden

loft. Clerestory windows were the only light sources

for the nave. Both side aisles had no windows.

At the beginning of the 16th century the nave got

heavier formerets and stone domes, positioning

the clerestory windows above the domes.

After the side aisles had also been raised, the entire

nave was positioned under one continuous saddle

roof. In the side aisles large windows were placed,

allowing sufficient light to penetrate the nave.

By the end of the 17th century (1680) the entire length

of the choir was raised in bricks. The sacristy on the

southside dates from 1725.

In 1900 the tower was restored. During the restoration

in 1909-1910 by W. Sprenger the pseudo-basilica shape

was restored, the side aisles provided with pent roofs

and neo-gothic windows were installed. The last major

restoration dates from 1990.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KASTEEL HOENSBROEK

Klinkertstraat 110, Hoensbroek

Huidige functie: Museum

Bouwjaar: 14 e eeuw

Architect: In de 17 e eeuw M. Dousin sr. en jr.

Monumentnr.: 21244

HOENSBROEK CASTLE

Klinkertstraat 110, Hoensbroek

Current function: Museum

Year of construction: 14th century

Architect:

In the 17th century

M. Dousin Sr. and Jr.

Monument no.: 21244

17

De familie Hoen (Hune) wordt al in de 12 e eeuw

genoemd. Al vòòr 1388 was het gebouw een vesting,

het “Gebrookhoes” genoemd. In 1388 werd het dorp

“In ghen Broeck” afgescheiden van Heerlen.

The Hoen (Hune) family is already mentioned in the

12th century. Already before 1388 the building was

a stronghold, called the “Gebrookhoes”. In 1388 the

village “In ghen Broeck” was separated from Heerlen.

Midden 18 e eeuw had het geslacht Van Hoensbroek

door erfenis haar bezittingen uitgebreid met

de kastelen Hillenraad en Bleyenbeek en via de

vrouwelijke lijn had zij de graventitel verworven.

Het hele complex heeft vier torens: een vierkante en

een ronde hoektoren en de poortvleugels hebben nog

twee vierkante hoektorens. De oorsprong van het

kasteel lag op de plaats waar nu de derde binnenplaats

ligt. Het buitenaanzicht dateert uit de 17 e eeuw.

In deze eeuw werden het grootste gedeelte van het

herenhuis, de slothoeven, de economiegebouwen,

de poorthuizen en de bruggen gebouwd naar het

ontwerp van architect Matthieu Dousin uit Visé.

Nadien stond het kasteel vaak leeg. In de eerste helft

van de 19 e eeuw werden nog herstelwerkzaamheden

uitgevoerd. Daarna niet meer.

Pastoor Röselaars van Hoensbroek heeft in de twintiger

jaren de Vereniging Ave Rex Christe opgericht.

Deze vereniging heeft het kasteel in 1927 gekocht en

is nog steeds eigenaar.

Kasteel Hoensbroek bestaat tegenwoordig uit een

door grachten omgeven kasteel met twee zeer grote

U-vormige voorburchten. In de U-vormige voorburchten

zijn conferentiezalen en horecagelegenheden

ondergebracht.

In het eigenlijke kasteel zijn de zalen en kamers

ingericht naar de stijl van de periode waarin zij zijn

gebouwd. Dit gedeelte is als museum te bezichtigen.

Kasteel Hoensbroek is een van de grootste en best

bewaarde kastelen in de regio Maas-Rijn.

In the middle of the 18th century the house Van

Hoensbroek had extended its possessions with the

Hillenraad and the Bleyenbeek castles through inheritances

and via the female line they had acquired

the title of count.

The entire complex has four towers: a square and

a round corner tower and the gate elements have

two additional square corner towers. The origin of

the castle was in the place of the current third inner

courtyard. The external appearance dates from the

17th century. During this century the largest part of

the mansion, the castle farms, the production buildings,

the gate houses and the bridges were built

according to a design by the architect Matthieu

Dousin from Visé.

After that the castle often stood empty. In the first

half of the 19th century still some additional repair

work was performed. After that no more.

Father Röselaars of Hoensbroek founded the Ave Rex

Christe Society in the twenties. This Society bought

the castle in 1927 and still owns it today.

Currently Hoensbroek castle consists of a castle

surrounded by moats with two very large U-shaped

outer forts. In the U-shaped outer forts there are

conference rooms and catering facilities.

In the actual castle the halls and rooms have been

furnished in the style of the period in which they were

built. This part is now a museum and may be visited.

Hoensbroek castle is one of the largest and bestpreserved

castles in the Meuse-Rhine region.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE ESSCHENWEG

Esschenweg 119, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21246

ESSCHENWEG FARMSTEAD

Esschenweg 119, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21246

18

In feite is Ten Esschen van oudsher een buurtschap

van Voerendaal, rond een hoeve en leengoed met

dezelfde naam. Bij de voetgangersbrug liep vroeger

een verbindingsweg naar Rennemig en de Stationskolonie

van Hoensbroek.

Actually Ten Esschen has traditionally been a hamlet

belonging to Voerendaal, situated around a farmstead

and fiefdom with the same name. Near the footbridge

there used to be a connecting road to Rennemig and

the Station colony of Hoensbroek.

In het Uitbreidingsplan van 1936 projecteerde Jos

Klijnen ‘groene zones’ langs de Geleenbeek, maar ook

een autoweg, komende vanuit het centrum van

Heerlen in de richting van Sittard. Deze contrasten

bepalen tot op de dag van vandaag de aanblik van

Ten Esschen.

Tegenwoordig ligt deze hoeve, evenals de hoeve

Berghof, ingeklemd tussen de autowegen A76 en

N281, grenzend aan Voerendaal en Nuth. Hier ligt een

heuvelrug, Optenesschenberg, met aan de zuidwestelijke

kant het kronkelende Geleenbeekdal en aan

de noordoostelijke kant het industrieterrein Ten

Esschen en de Woonboulevard Heerlen.

De visuele invloed van de bedrijfsterreinen, met

grootschalige reclame-uitingen, op de overgang

van Parkstad Limburg en het schilderachtige

Zuid-Limburgse Heuvelland is hier groot.

Interessant is de vergelijking van de twee voorgevels

nummer 119 en nummer 121. De oorspronkelijke baksteen

aan de buitenkant is links geverfd en rechts

roodbruin gebleven. De twee poorten lijken op het

eerste gezicht op elkaar. Wie beter kijkt ziet links een

korfboog gemetseld met drie cirkelstralen en rechts

een segmentboog met slechts een deel van een

cirkelboog.

Deze hoeve heeft de vorm van een haak. De oudere

gedeelten zijn in mergel gebouwd, de jongere in

baksteen. De jaarankers geven als datering het jaar

1751 aan. In 1988 werd het interieur door de huidige

eigenaar vernieuwd.

In the 1936 ‘Uitbreidingsplan’ (Development Plan) Jos

Klijnen projected ‘green zones’ along the Geleenbeek,

but also a motorway coming from the town centre of

Heerlen in the direction of Sittard. To this very day

these contrasts determine the sight of Ten Esschen.

Today this farmstead as well as the Berghof farmstead

is stuck between the A76 and the N281 motorways,

bordering on Voerendaal and Nuth. Here is a ridge,

Optenesschenberg, with on its south-west side

the meandering Geleenbeek valley and on the northeast

side the industrial zone Ten Esschen and the

furniture strip Heerlen.

The visual influence of the industrial zone, with its

large-scale advertising displays, on the transition from

Parkstad Limburg and the picturesque hills of South-

Limburg is large here.

Of interest is the comparison of the two front facades

of number 119 and number 121. The original brick on

the outside was painted on the left side and kept in

its original red-brown colour on the right side. At first

glance the two gates resemble each other. Closer

study reveals a stone mason basket-handle on the left

with three circle beams and on the right an arched

segment with only a part of an arch.

This farmstead is hook-shaped. The older parts are of

marl, the more recent part of brick. The date anchors

indicate the year 1751. In 1988 the interior was renovated

by its current owner.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE BERGHOF

Esschenweg 111, Heerlen

Huidige functie: B&B

Bouwjaar: 19 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21245

BERGHOF FARMSTEAD

Esschenweg 111, Heerlen

Current function: B&B

Year of construction: 19th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21245

19

Hoeve Berghof is gelegen langs de weg van Heerlen

naar Hoensbroek. Het is een groot gebouw van

baksteen met een binnenplaats. Aan de voorzijde

van het pand, links van de poort, zien we zes ramen

met roedenverdeling en omlijstingen van hardsteen.

Boven de ellipsboogvormige poort treffen we een

nisje aan (mogelijk voor een Mariabeeld) met daarboven

een raam. Net zoals in de bovenverdieping,

links naast de poort.

Het karakter sluit aan bij de kenmerken van veel

Limburgse carréhoeves. De binnenplaats is trapeziumvormig,

wat wijst op een langdurig bouwproces

waarbij de stallen en schuren geleidelijk in het vierkant

werden opgenomen. Evenals bij hoeve “de Struiver”

zijn ook hier de houten luiken en poorten fraai geschilderd.

De naam van de hoeve heeft waarschijnlijk te

maken met het oorspronkelijke gehucht: Optenesschenberg.

Het gedeelte rechts naast de poort wijkt wat bouwmateriaal

betreft duidelijk af van de rest van het

gebouw. Mogelijk is dit deel herbouwd of later aangebouwd.

Aan de straatkant zien we twee hekpijlers van mergelsteen

met hoekzuiltjes, beiden uit de 19 e eeuw. Dit zijn

de resten van een statige oprijlaan, die hier vroeger

gelegen moet hebben.

Deze zeer landschappelijk gelegen hoeve wordt

tegenwoordig geëxploiteerd als B&B.

The Berghof farmstead is situated along the road from

Heerlen to Hoensbroek. It is a large brick building

with an inner courtyard. On the front of the building,

left of the gate, there are six panelled windows with

bluestone frames. Above the oval-shaped gate there

is a small niche (possibly for a statue of the Virgin

Mary) with a window above it. The same applies to

the top floor, left of the gate.

The character is in line with the characteristics of

many square Limburg farmsteads. The inner courtyard

is trapezoidal which is an indication of a long building

process during which the stables and barns were

gradually included in the square. Just as with the

“de Struiver” farmstead here also the wooden shutters

and gates have been painted beautifully. The name

of the farmstead probably has something to do with

the original hamlet: Optenesschenberg.

The building material of the part on the right of

the gate clearly deviates from the rest of the building.

This part may later have been rebuilt or added to

the building.

On the street side there are two marlstone gate

columns with small corner pillars, both from the 19th

century. These are the remnants of a grand drive way,

that once must have been here.

Nowadays this very rurally situated farmstead is run

as a B&B.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


MONTJOVE TEN ESSCHEN

Bij Ten Esschen 2, Heerlen

Huidige functie: Wegkapelletje

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21247

MONTJOVE TEN ESSCHEN

Near Ten Esschen 2, Heerlen

Current function: Small roadside chapel

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21247

20

De Franse term ‘montjove’ wordt wel vertaald als

‘heilig huisje’. Het zijn in wezen wegkapelletjes op een

zuil. Dit zeldzame voorbeeld is van hard- en zandsteen

en wordt bekroond met een zogeheten attiek als

drager van een eenvoudige crucifix. In het middengedeelte

een schelpnisje, waar kaarsen of bloemen

werden geplaatst.

Sometimes the French term ‘montjove’ is translated

as ‘small holy house’. In fact they are small roadside

chapels placed on a pillar. This rare example is of

bluestone combined with sandstone and is crowned

by a so-called attic supporting a simple crucifix.

The midsection contains a small shell-shaped niche

in which candles or flowers were placed.

Dit wegkapelletje heeft de vorm van een cenotaaf.

Een cenotaaf is een grafteken dat wordt opgericht ter

nagedachtenis aan overledenen van wie het stoffelijk

overschot ergens anders is begraven of onvindbaar is.

Volgens de overlevering zou het dochtertje van een

gravin door een ongeval met een koets op deze plek

zijn overleden.

In het schelpvormig nisje staat een Piëta, beschermd

door een glazen deurtje. Een Piëta (Italiaans pietà,

wat ‘compassie’ of ‘piëteit’ betekent) is in de kunst

de benaming voor een afbeelding of uitbeelding van

de dode Christus vergezeld door Maria of engelen.

Onderaan biedt het opschrift een datering 1767.

De heilige huisjes roepen op tot (schiet)gebed en

deze tekst vraagt te bidden voor de zielen van nabestaanden

in het vagevuur. De afkorting C.L. kan duiden

op de initialen van de stichter. Meer aannemelijk is dat

zij staan voor ‘Christum Laudat’: ‘Looft Jezus Christus’.

Dit minuscule kapelletje staat tegen de woning op

Ten Esschen 2.

This small roadside chapel has the shape of a cenotaph.

A cenotaph is a monument erected in memory

of the deceased whose mortal remains are buried

elsewhere or cannot be found. Tradition has it that

the little daughter of a countess died on this spot

due to an accident with a carriage.

There is a Pietà in the shell-shaped niche protected

by a small glass door. In art a Pietà (originally Italian,

meaning ‘compassion’ or ‘piety’) is the name of a

picture or representation of the dead Christ accompanied

by the Virgin Mary or by angels.

The inscription at the bottom side states the year 1767.

The small holy houses call people to (short) prayers

and this text asks people to pray for the souls of relatives

in purgatory. The abbreviation C.L. might indicate

the initials of the founder. More likely they stand for

‘Christum Laudat’: ‘Praise the Lord Jesus Christ’.

This tiny chapel is placed against the house at

Ten Esschen 2.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE STRUIVER

Ten Esschen 80, Heerlen

Huidige functie: Geen

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21249

FARMSTEAD THE STRUIVER

Ten Esschen 80, Heerlen

Current function: None

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21249

21

Ten zuiden van Ten Esschen ligt een motte van

ongeveer 35 meter doorsnede waarop waarschijnlijk

ooit een kasteel gebouwd moet zijn geweest.

Dit kasteel Struiver werd ook wel Groot Geitsbach of

Alden Lenartshoff genoemd. Het “Hoff zo Gheisbach”

wordt voor het eerst vermeld in 1381.

South of Ten Esschen there is a motte with a diameter

of approximately 35 metres on which in

all likelihood once a castle must have been built.

This Struiver castle was also called Groot Geitsbach

or Alden Lenartshoff. The “Hoff zo Gheisbach” is first

mentioned in 1381.

Het was Baron Wynand Theodor van Wijlre die in 1747

ten oosten van de huidige motte de hoeve Struiver liet

bouwen, mogelijk als opvolger van een eerdere hoeve.

Aan het eind van de 19 e eeuw kwam het goed in

handen van de familie van Aken.

De hoeve met binnenplaats (ankerjaartal 1742) is

opgetrokken van baksteen met speklagen en is

voorzien van taustenen tussendorpelkozijnen en

houten segmentboogvensters.

Een speklaag is in de bouwkunst een horizontale

versiering in een gevel. In Limburg is het meestal

een doorlopende lichtgekleurde strook van mergel of

Kunradersteen, aangebracht tussen de normale lagen

baksteen. Een speklaag wordt gebruikt om voor wat

meer afwisseling te zorgen in een gevel. Daarbij

spelen niet alleen esthetische overwegingen, maar

ook de beschikbaarheid van bouwmaterialen een rol.

Opvallend bij Hoeve de Struiver is het ‘zebrastrepenpatroon’

waarbij beide verschillend gekleurde lagen

ongeveer even breed zijn.

Diverse pogingen om de hoeve te restaureren zijn

vooralsnog gestrand.

It was Baron Wynand Theodor of Wijlre who had the

Struiver farmstead built in 1747 east of the present day

motte, possibly as a successor to a previous farmstead.

At the end of the 19th century the property was

obtained by the van Aken family.

The farmstead with inner courtyard (wall anchor date

1742) is built of brick with string courses and has tau

stone transom windows and wooden arched windows.

In architecture a string course is a horizontal decoration

in a facade. In Limburg this usually is a continuous

light-coloured strip of marl or Kunrader stone applied

between the regular brick layers. A string course is

used for creating a greater variation in a facade. Here

not only esthetical aspects play a role, but also the

availability of building materials. Striking for farmstead

de Struiver is the ‘zebra-pattern’ where both differently

coloured layers have approximately the same width.

Several attempts to renovate the farmstead have

failed so far.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE ROTAN RENTENAAR

Ten Esschen 26, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 19 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21248

FARMSTEAD ROTAN

RENTENAAR

Ten Esschen 26, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 19th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21248

22

In de 14 e eeuw wordt Reyner van den Esschen als leenman

genoemd en in 1519 Lens van Esschen.

Heyntgen Ubachs, geboren rond 1535, gehuwd met

Lysken van den Esschen, komt samen met zijn broers

en zussen op 1 augustus 1559 in het bezit van het

leengoed Ten Esschen met bijbehorende weilanden en

landerijen. De familie Ubachs had familiaire banden

met het riddergeslacht Van Reterbeek, de latere

graven van Schaesberg afkomstig van het nabijgelegen

kasteel Retersbeek. Vele telgen uit dit

geslacht zouden in de nakomende eeuwen schepen

zijn in de schepenbank Heerlen. In 1755 en 1774

werden verschillende hoeves overvallen door

de bokkenrijders.

Het gehucht kende oorspronkelijk een Hoeve ten

Esschen. Door het verleggen van de stadsautoweg in

zuidwestelijke richting kwam de Hoeve ten Esschen in

het gedrang, raakte in verval en werd in 1975 gesloopt.

De hier besproken hoeve uit de 19 e eeuw is het woongedeelte

van een carréboerderij in dit gehucht.

De grotendeels gesloten noordwestgevel heeft twee

poorten. In de zuidoostgevel zitten de entree en

zeven ramen in een compositie die twee verschillende

bouwperioden doet vermoeden.

Op de eerste verdieping bevinden zich vier stuks met

20-ruits wit geverfde vensters. Op de begane grond

naast de voordeur bevinden zich drie stuks met

24-ruits wit geverfde vensters. De groen geverfde

luiken en de hoge ligging bij de splitsing van wegen

zorgen voor een opvallende aanblik in het dorpsgezicht.

De hoeve is ook bekend als Rotan-Rentenaar. Er was

een bedrijf gevestigd dat tafels en stoelen leverde van

Rotan dat in de wederopbouwperiode populair was.

In the 14th century Reyner van den Esschen is

mentioned as liegeman and in 1519 Lens van Esschen.

Heyntgen Ubachs, born around 1535, married to

Lysken van den Esschen, together with his brothers

and sisters acquired the ownership of the fiefdom

Ten Esschen and its accompanying meadows and

lands on 1 August 1559. The Ubachs family had family

ties with the knightly house of Van Reterbeek,

the later counts of Schaesberg who originated from

the nearby Retersbeek castle. In the centuries

to follow many descendants of this house would

become aldermen of the Heerlen college of aldermen.

In 1755 and 1774 many different farmsteads were

raided by the Goat riders.

Originally the hamlet knew a Hoeve ten Esschen.

As a result of the repositioning of the city motorway

in south-west direction the ten Esschen farmstead

found itself ended up in a tight corner, deteriorated

and was demolished in 1975.

The 19th century farmstead discussed here is the

residential part of a square farm in this hamlet.

The largely closed north-west wing has two gates.

The south-east facade contains the entry and seven

windows in a composition that suggests two different

construction periods.

On the first floor are four white painted 20-pane

windows. On the ground floor next to the front door

are three white painted 24-pane windows. The greenpainted

shutters and its elevated position at the

branching of roads provide a striking view within

the view of the village.

The farmstead is also known as Rotan-Rentenaar.

Once it accommodated a company that manufactured

tables and chairs of rotan (‘rattan’) which was popular

during the post-war reconstruction period.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


MOTTE DE STRUIVER

Ten Esschen, Heerlen

Huidige functie: Kasteelheuvel

Bouwjaar: Middeleeuwen

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 46184

MOTTE DE STRUIVER

Ten Esschen, Heerlen

Current function: Castle mound

Year of construction: Middle Ages

Architect:

Unknown

Monument no.: 46184

23

De motte de Struiver, Struijver of Struver was een

middeleeuws mottekasteel gelegen bij de buurtschap

Ten Esschen. Het betreft hier een abschnittsmotte,

waarbij voor de aanleg geen heuvel is opgeworpen,

maar in plaats daarvan aan enige zijden aarde is

weggehaald. De kasteelheuvel wordt omringd door

een diepe, droge gracht en heeft een diameter van

ongeveer 35 meter. Inclusief gracht heeft het geheel

een doorsnede van ongeveer 70 meter. De heuvel ligt

in löss op de grens van het beekdal van de Geleenbeek

met het terras.

Op de motte heeft waarschijnlijk ooit een uit vakwerk

opgetrokken of houten kasteel gestaan. Dit kasteel

Struiver werd ook wel Groot Geitsbach of Alden

Lenartshoff genoemd.

Het Hoff zo Gheisbach wordt voor het eerst vermeld

in 1381. Tussen 1537 en 1662 was het kasteel in handen

van het geslacht van Schwartzenberg, waarna het

overging in de handen van Caspar van Broich.

Vanaf 1763 waren het huis en de hof in handen van

de familie Breuls. In het begin van de 18 e eeuw kwam

het goed in handen van de baronnen van Wijlre die

tevens kasteel Terworm in bezit hadden. Het was

Baron Wynand Theodor van Wijlre die in 1747 ten

oosten van de huidige motte de hoeve Struiver liet

bouwen, mogelijk als opvolger van een eerdere hoeve.

Aan het eind van de 19 e eeuw kwam het goed in

handen van de familie van Aken.

Er is nog geen archeologisch onderzoek gedaan naar

de bebouwing op de motte. Het is niet duidelijk

wanneer deze bebouwing verdwenen is.

The motte de Struiver, Struijver or Struver was a

medieval mound castle situated close to the hamlet

of Ten Esschen. It is a so-called ‘abschnitts’ motte,

for which not a hill was created but instead earth

was removed from some sides. The castle mound is

enclosed by a deep, dry moat and has a diameter of

approximately 35 metres. Including the moat the

overall structure has a diameter of approximately 70

metres. The mound is situated in loess on the border

of the stream valley of the Geleenbeek and the

terrace.

It is likely that in the old days there might have been

a ‘built out of craftsmanship’ or wooden castle on

the motte. This Struiver castle was also called Groot

Geitsbach or Alden Lenartshoff.

The Hoff zo Gheisbach was first mentioned in 1381.

Between 1537 and 1662 the castle was owned by

the house of Schwartzenberg, after that possession

passed on into the hands of Caspar van Broich.

From 1763 both house and farmstead were owned

by the Breuls family. In the beginning of the 18th

century the property came in the possession of the

barons of Wijlre who also owned Terworm castle.

It was Baron Wynand Theodor of Wijlre who had

the Struiver farmstead built in 1747 east of the present-day

mound, possibly as a successor to a previous

farmstead. At the end of the 19th century the property

passed into the hands of the van Aken family.

No archaeological research has been done yet into

the building development on the motte. It is unclear

when this construction disappeared.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE GITSBACH

Terworm 6, Heerlen

Huidige functie: Boerderij en woning

Bouwjaar: 17 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21271

FARMSTEAD GITSBACH

Terworm 6, Heerlen

Current function: Farm and residence

Year of construction: 17th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21271

24

De hoeve is gebouwd van baksteen en vakwerk,

rondom een gesloten binnenplaats met een rechthoekige

ingang en vensteromlijstingen van hardsteen.

In haar huidige vorm dateert zij uit de 17 e eeuw.

The farmstead is built of brick in a half-timbered

construction, around an enclosed courtyard with a

rectangular entrance and bluestone window frames.

In its current condition it dates from the 17th century.

Onder de naam “Wolfsbroek” wordt zij al in archieven

van rond 1400 genoemd. De naam is ontleend aan

de ligging van de hoeve tussen het kasteel Terworm

en de spoordijk. Daar waar het Wolfsbroek uitmondt

in het Geleenbeekdal. De naam Gitsbach komt van

Gieszbach, wat wellicht de naam is voor een beek

die veel verval heeft en snel stroomt. Andere naamkundigen

achten de afleiding van “Geitebeek” waarschijnlijker.

In 1570 was de hoeve in bezit van de familie Van

Schwartzenberg. Tussen 1729 en 1739 kwam zij bij

de goederen van Terworm. De hoeve is tegenwoordig

in particulier bezit, verkeert in een goede staat en

wordt als boerderij en voor woondoeleinden gebruikt.

In 2005 is de hoeve door architect Ingrid Beckers

verbouwd. Daarbij zijn de gesloten gevels op een

bescheiden manier van lichtopeningen voorzien ten

behoeve van vier appartementen. Een oude schuur

in de oosthoek is vervangen door een nieuwe hoekoplossing

van cortenstaal. Aanvankelijk werd cortenstaal

vooral toegepast in de scheeps- en de bruggenbouw,

maar inmiddels duikt het materiaal ook op in

de architectuur. Daarbij is het karakter vernieuwend,

maar laat ook de historische context, zoals hier, in haar

waarde.

Under the name “Wolfsbroek” it is already mentioned

in the archives of around 1400. It takes its name from

the location of the farmstead between Terworm castle

and the railway embankment. Precisely at the location

where the Wolfsbroek flows out into the Geleenbeekdal.

The name Gitsbach originates from Gieszbach,

which might be the name for a brook that drops and

runs rapidly. The derivation from “Geitebeek” seems

more likely to other naming experts.

In 1570 the farmstead was owned by the Van Schwartzenberg

family. Between 1729 and 1739 it was added

to the Terworm estate. Nowadays the farmstead is

private property, it is in good condition and it is used

as farm and residence.

In 2005, the farm was altered by architect Ingrid

Beckers. The closed facades are also provided with

light openings in a modest manner for four apartments.

An old barn in the east corner has been

replaced by a new corner solution of corten steel.

Initially, corten steel was mainly used in ship- and

bridge building, but now the material also turns up

in architecture. It is innovating the character, but also

leaves the historical context, as here, in its value.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KASTEEL TERWORM

Terworm 5, Heerlen

Huidige functie: Hotel en restaurant

Bouwjaar: 15 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21272

TERWORM CASTLE

Terworm 5, Heerlen

Current function: Hotel and restaurant

Year of construction: 15th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21272

25

Het kasteel is bekend sinds de 14 e eeuw en werd

bewoond door diverse adellijke families. Opgetekend

is de naam Van Geitsbach tot der Worm. Naar deze

familie is het kasteel later genoemd, nadat het eerder

als Geitsbach bekend was.

The castle has been known since the 14th century and

has been occupied by several noble families. Recorded

has been the name Van Geitsbach tot der Worm. Later

on the castle took its name from this family, after it

had been formerly known as Geitsbach.

In 1498 kwam het kasteel in bezit van de schout van

Heerlen, Diederick van Pallandt. In 1542 werd het

kasteel door brand verwoest en rond 1550 weer

herbouwd in dezelfde stijl, echter nu met

een zadeldak tussen twee trapgevels.

In de 18 e eeuw (1767) werd het kasteel door Maximiliaan,

graaf van der Heyden-Belderbusch, gerestaureerd,

en werd voor het kasteel een tuin in Franse

rococostijl aangelegd.

In 1840 vererfde het kasteel en goederen aan Antoinette

von Böselager, gehuwd met Otto Napoleon

baron de Loë-d’Imstenraedt. Na haar overlijden kwam

het kasteel in bezit van de baron. Het is vooral deze

familie die veel nabijgelegen goederen en boerderijen

aankoopt, waarmee het landgoed Terworm flink wordt

uitgebreid. Eind 19 e eeuw (1891) kreeg het kasteel

met bijbehorende hoeve zijn huidige uiterlijk.

Na de verkoop in 1917 aan de Oranje-Nassau Mijnen

raakte het kasteel in de loop van de twintigste eeuw

steeds meer in verval. Het werd in 1987 opgekocht

door hotelketen Van der Valk. Deze restaureerde en

verbouwde het kasteel in de periode 1997-1999 tot

hotel-restaurant. In 2003 kwam de reconstructie van

de rococo-tuin, met leifruitmuur en Oranjerie, gereed.

In 1498 the castle came into the possession of the

bailiff of Heerlen, Diederick van Pallandt. In 1542 the

castle was destroyed by fire and rebuilt again in the

same style around 1550, this time however with a

saddle-roof between two step-roofed facades.

In the 18th century (1767) the castle was restored by

Maximiliaan, count of van der Heyden-Belderbusch,

and in front of the castle a French Rococo-style

garden was laid out.

In 1840 the castle and property passed on to Antoinette

von Böselager, married to Otto Napoleon baron

de Loë-d’Imstenraedt. After her death the castle

became the property of the baron. In particular this

family acquired much nearby property and many

farms, which resulted in a considerable expansion of

the Terworm estate. By the end of the 19 th century

(1891) the castle with the accompanying farmstead

got their current appearance.

After the sale in 1917 to the Oranje-Nassau Mines the

castle deteriorated more and more during the twentieth

century. It was bought by the Van der Valk hotel

chain in 1987. The latter restored and rebuilt the castle

in the period 1997-1999 into a hotel-restaurant.

In 2003 the reconstruction of the Rococo-garden,

including wall fruit and Orangery were completed.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DEN DRIESCH

Dreesch 1, Heerlen

Huidige functie: Geen

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21263

FARMSTEAD DEN DRIESCH

Dreesch 1, Heerlen

Current function: None

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21263

26

De hoeve was vroeger prachtig gelegen midden in

de uitgestrekte landerijen van het landgoed Terworm.

In de 15 e eeuw wordt een Thys van den Driesch

genoemd als eigenaar van “den hoff zu Driesch”.

De familie ontleende haar naam aan de hoeve. Vanaf

1535 komt de hoeve in bezit van de heren van kasteel

Eyckholt. Vanaf 1738 maakte de hoeve deel uit van het

landgoed Terworm.

In the old days the farmstead was beautifully situated

amidst the immense lands of the Terworm estate.

In the 15th century one Thys van den Driesch was

mentioned as owner of “den hoff zu Driesch”.

The family derived its name from the farmstead. From

1535 the farmstead comes into possession of the lords

of Eyckholt castle. From 1738 the farmstead became

part of the Terworm estate.

In 1917 verkocht Frans baron van Loë, heer van

Terworm, zijn landgoed aan de Oranje-Nassau Mijnen.

De hoeve bleef als boerderij in gebruik. Van de bouwgeschiedenis

is weinig bekend. Op de Tranchotkaart

uit het begin van de 19 e eeuw is een U-vormige hoeve

met een haakvormig woonhuis te zien. Dit haakvormige

gebouw is geheel in Kunradersteen opgetrokken.

In de woonhuisgevel bevinden zich een oorspronkelijk

rondboogpoortje en vensters met hardstenen tussendorpels.

De hoeve is al decennia niet meer in gebruik en

verkeert in een slechte staat. De huidige pachter

(Motel Heerlen Exploitatie BV) gaat de hoeve restaureren

en wil er een aantal nieuwe functies in realiseren.

Bij de restauratie blijft de oude indeling van de hoeve

behouden. De hoeve wordt toegankelijk voor publiek

en vertelt het verhaal van deze plek. Het plan beperkt

zich niet alleen tot het gebouw. Op het terrein van de

hoeve wordt een hoogstamboomgaard met historische

rassen gerealiseerd. Verder komt er een winkel

met streekproducten en komt er een atelier- en

tentoonstellingsruimte die gratis aan kunstenaars

uit Heerlen beschikbaar worden gesteld. Hoeve den

Driesch wordt zo een multifunctionele plek in

natuur- en wandelgebied Terworm.

In 1917 Frans Baron van Loë, lord of Terworm, sold

his estate to the Oranje-Nassau Mines. The farmstead

kept its original purpose as a farm. Little is known

of its constructional history. On the Tranchot map

from early 19th century a U-shaped farmstead with

a hook-shaped house is visible. This hook-shaped

building is entirely built of Kunrader stone. On the

facade of the residential part there are an original

small arched gate and windows with bluestone

transoms.

The farmstead has not been used for decades and is

in a bad condition. The current tenant (Motel Heerlen

Exploitatie BV) intends to renovate the farmstead and

wishes to realize some new functionalities. During

the renovation the old floorplan of the farmstead will

be preserved. The farmstead will be open to the public

and will tell the story of this location. The plan is not

limited to the building only. On the premises of the

farmstead a standard orchard is created with historical

species of trees. There will also be a shop with regional

products and a studio- and exhibition room that

will be made available for free to artists from Heerlen.

Farmstead den Driesch will thus become a multifunctional

location within the nature and hiking area

of Terworm.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


RIDDERGOED EYCKHOLT

Eikendermolenweg 4, Heerlen

Bouwjaar: 14 e eeuw / 18 e eeuw

Monumentnr.: 21270

MANOR EYCKHOLT

Eikendermolenweg 4, Heerlen

Year of construction: 14th century / 18th century

Monument no.: 21270

27

Het riddergoed Eyckholt was een leengoed van

het aartsbisdom Keulen en bestond uit een kasteel

met bijbehorende hoeve en watermolen. De eerste

vermelding van het kasteel was in een akte uit 1385

toen het eigendom was van de uit Aken afkomstige

ridder Gerard van den Eycholtz. Hij behoorde tot het

geslacht Van der Lynden genaamd Eycholtz, ook wel

Van der Lynden van den Eykholt(z) genoemd.

The Eyckholt manor was a fief of the Cologne archbishopric

and consisted of a castle with accompanying

farmstead and water mill. The first reference to the

castle was in a deed from 1385 when it was the

property of knight Gerard van den Eycholtz from

Aachen. He was a member of the house of Van der

Lynden called Eycholtz, also referred to as Van der

Lynden van den Eykholt(z).

Nadat de hoeve en bijbehorende schuur in 1736 waren

afgebrand, raakte het kasteel steeds verder in verval.

Het kasteel was toen al niet meer in gebruik als woonhuis

en werd na de brand gebruikt als opslagruimte

voor landbouwproducten en akkerbouwgewassen.

Alhoewel na de brand van 1736 een nieuwe hoeve

werd gebouwd, is het kasteel nooit onderhouden.

Rond 1760 werd het kasteel uiteindelijk afgebroken.

De nieuwe hoeve werd in 1925 gesloopt.

Door de jaren heen raakte het kasteel overwoekerd

met planten en kon men de kasteelruïne een tijdlang

niet meer zien. Enkele jaren geleden is de ruïne in

opdracht van Natuurmonumenten geconsolideerd.

De ruïne van het kasteel bestaat uit een ronde weermuur

met schietgaten, deels 15 e eeuw, en een vierkante

toren, vermoedelijk uit de 14 e eeuw. De toren

bestaat uit mergel en uit Kunradersteen. Alleen het

woonhuis van de molen, de Eikendermolen, is nog in

goede staat behouden gebleven. De voormalige

watermolen wordt al in 1468 genoemd, maar is

midden 18 e eeuw herbouwd. Zowel de ruïne van het

kasteel als de Eikendermolen maken nu onderdeel uit

van het natuurgebied van het Landgoed Terworm.

After the farmstead and the accompanying barn had

burnt down in 1736, the castle deteriorated more and

more. By then the castle was no longer used as a

residence and after the fire it was used as storage

capacity for agricultural products and crops.

Although after the fire of 1736 a new farmstead was

built, the castle was never kept in repair. Around 1760

the castle was finally torn down. The new farmstead

was torn down in 1925.

Over the years the castle had been overgrown by

plants and for some time the castle ruin became

hidden from view. Some years ago the ruin was

consolidated by order of the Society for the Preservation

of Nature in the Netherlands. The ruin of the

castle consists of a round rampart with loopholes,

partly 15th century, and a square tower, presumably

from the 14th century. The tower consists of marl and

Kunrader stone. Only the residential part of the mill,

the Eikendermolen, has remained in good condition.

The former water mill is already mentioned as early as

1468, but was rebuilt in the middle of the 18th century.

Both the ruin of the castle and the Eikendermolen are

now part of the nature reserve of the Terworm Estate.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE OVERSTE

FARMSTEAD UPPER

DOUVENRADE DOUVENRADE 28

Douvenrader Allee 1, Heerlen

Douvenrader Allee 1, Heerlen

Huidige functie: Kantoor en Grand Café

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21268

Current function: Office and Grand Café

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21268

Hoeve Overste Douvenrade behoorde bij het adellijk

huis Douvenrade dat zich op een korte afstand ten

noorden van de boerderij heeft bevonden. In 1365

was het in bezit van ridder Mathias van Berensberg,

in de 15 e eeuw van de familie Van Cortenbach. Tijdens

de 16 e en het begin van de 17 e eeuw was de familie

Van Douvenrade eigenaar. In 1699 was de Overste

Douvenrade in het bezit van de Heerlense chirurgijn

Johannes Franssen. Een nazaat van hem verkoopt het

in 1879 aan baron De Loë van Terworm. Sindsdien

maakt de hoeve deel uit van dit landgoed.

Op 6 september 1779 werd de Hoeve door bliksem

getroffen en brandde het gebouw gedeeltelijk af.

De huidige gedaante van dit gebouw, ook wel hoeve

Waterval (is de naam van de laatste bewoner)

genoemd, bestaat uit een compositie van veel elementen,

schoorstenen, grote en kleine dakvlakken,

congruente kopgevels in evenwichtige verhoudingen.

Het geheel maakt ook een harmonische indruk door

de rode baksteen en de rode dakpannen.

In 2006 is de Hoeve voor een symbolisch bedrag

gekocht door Zuyd Hogeschool die het volledig

renoveerde.

Sinds 2007 wordt in de boerderij Grand Café De

Hoeve geëxploiteerd door de opleiding Facility

Management. Grand Café De Hoeve is tegenwoordig

een inspirerende ontmoetingsplek voor zowel

studenten en medewerkers van Zuyd Hogeschool

als ook voor externe bezoekers.

Binnen de muren van de gemoderniseerde boerderij,

die tevens als leerbedrijf voor Arcus- en Zuyd studenten

fungeert, heerst een ambiance die zowel in de

formele- als informele sfeer gekenmerkt wordt door

unieke details.

Farmstead “Overste Douvenrade” was part of the

noble house of Douvenrade which was situated at a

short distance towards the north of the farm. In 1365

it was the property of squire Mathias van Berensberg,

in the 15th century of the Van Cortenbach family.

During the 16th and at the beginning of the 17th

century the Van Douvenrade family were the owners.

In 1699 the Overste Douvenrade was in the possession

of the Heerlen chirurgeon Johannes Franssen. One of

his descendants sold it to baron De Loë of Terworm in

1879. Since then the farmstead has been a part of this

estate.

On 6 September 1779 the Farmstead is struck by

lightning and the building was burnt down partially.

The current shape of this building, also known as

'Farm Waterval' (after its last occupant), consists of

a composition of many elements, chimneys, large

and small roof surfaces, congruent head facades

in balanced proportions. The whole also gives a harmonious

impression by the red brick and the red roof

tiles.

In 2006 the Farmstead was bought for a symbolic

amount by Zuyd Hogeschool that undertook a full

renovation.

Since 2007 the Facility Management discipline runs

Grand Café De Hoeve in the farmstead. Nowadays

Grand Café De Hoeve is an inspiring meeting place

for both students and employees of Zuyd Hogeschool,

as well as for visitors.

Within the walls of the modernized farm, which also

serves as a training company for Arcus- and Zuyd

students, there is an ambiance that, both formally and

informally, is characterized by unique details.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


RUÏNE MIDDELSTE EN

RUIN MIDDLE AND

ONDERSTE DOUVENRADE LOWER DOUVENRADE 29

Bij Douvenrader Allee 1, Heerlen

Near Douvenrader Allee 1, Heerlen

Bouwjaar: 14 e eeuw

Monumentnr.: 21269

Year of construction: 14th century

Monument no.: 21269

Rond 1600 bestond het adellijk goed Douvenrade uit

twee gedeelten met elk een eigen boerderij. Het adellijk

huis, later “Onderste Douvenrade” genoemd, kwam

in 1645 in bezit van Lambert Rietraet, schout van

Heerlen en later burgemeester van Maastricht.

In 1753 kocht Maximiliaan, baron Van der Heyden

genaamd Belderbusch, heer van Terworm, Onderste

Douvenrade. Drie jaar later wist hij ook het kleine

kasteel “Middelste Douvenrade” te verwerven.

Beide gedeelten voegde hij bij zijn landgoed Terworm.

Around 1600 the noble estate Douvenrade consisted

of two parts each with its own farm. The noble house,

later to be called “Lower Douvenrade”, came into the

possession of Lambert Rietraet, sheriff of Heerlen and

later mayor of Maastricht.

In 1753 Maximiliaan, baron Van der Heyden also known

as Belderbusch, lord of Terworm, bought Lower

Douvenrade. Three years later he also managed to

acquire the small castle “Middle Douvenrade”.

Both parts he added to his Terworm estate.

“Onderste Douvenrade” werd rond 1870 afgebroken.

Alleen een klein gebouwtje met 18 e eeuwse muurfragmenten

is bewaard gebleven.

De boerderij “Middelste Douvenrade” ging bij een

brand omstreeks 1870 verloren. Ook hier is een klein

gebouwtje met een plint van Kunradersteen behouden

gebleven.

“Lower Douvenrade” was broken down around 1870.

All that remained was a small building with 18th

century wall fragments.

The “Middle Douvenrade” farm was lost during a fire

around 1870. Also here a small building with a plinth

of Kunrader stone has remained.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


GELEENHOF

Valkenburgerweg 54, Heerlen

Huidige functie: Kantoor en restaurant

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21231

GELEENHOF

Valkenburgerweg 54, Heerlen

Current function: Office and restaurant

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21231

30

De Geleenhof wordt al in 1381 genoemd, wanneer Thijs

Reijnaerts van Herle van de weduwe van Peter van

Glene “zo Glene, gelegen bij den dorpe Herle” in leen

krijgt. Een aantal aanzienlijke families was achtereenvolgens

eigenaar van de hoeve.

In 1742 kocht Vincent Philip Anton van der Heyden

genaamd Van Belderbusch, heer van Terworm, het

huis en de hof. Voortaan was de Geleenhof onderdeel

van het landgoed Terworm.

De huidige gedaante van de Geleenhof dateert uit

eind 18 e eeuw. Voor de verbouwing uit die tijd was

de gesloten hoeve kleiner en waarschijnlijk omgracht.

Het eigenlijke huis lag aan de kant van de Geleenbeek.

Hier lagen begin 19 e eeuw nog twee delen van een

gracht. Van de vier vleugels van het monument is de

noord-westelijke het oudste, namelijk 16 e of 17 e eeuw.

Boven een ingang aan de binnenplaats vinden we

het jaartal 1635. Het huidige hoofdgebouw dateert

uit 1796. De noordoostelijke vleugel, die hier haaks

op staat, werd ook in die tijd gebouwd. Bij de hoeve

hoorden twee moestuinen, een lusttuintje en een

boomgaard. In het pand was tevens een herberg

gevestigd.

De Geleenhof was halteplaats en wisselstation voor

de paarden van de postkoets tussen Maastricht en

Aken. De post werd in die tijd verzorgd door de

internationale postonderneming van de Duitse

familie Thurn und Taxis.

In 1917 verkocht Frans Levin Eugen Hubert Maria de

Loë het landgoed aan de Oranje-Nassau Mijnen.

De Geleenhof werd verpacht als boerderij. Enkele

decennia later verloor zij de functie van boerderij en

de grond werd verkocht. Na een grondige restauratie

zijn nu kantoren, een wijnslijterij en een restaurant in

de hoeve gevestigd.

The Geleenhof farmstead is already mentioned as early

as 1381, when Thijs Reijnaerts van Herle receives the

fiefdom of “zo Glene, situated near the village of Herle”

from the widow of Peter van Glene. Subsequently a

successive number of distinguished families became

the owners of the farmstead.

In 1742 Vincent Philip Anton van der Heyden, going

by the name of Van Belderbusch, lord of Terworm,

bought the residence and the court. From that moment

on the Geleenhof was part of the Terworm estate.

The current appearance of the Geleenhof dates from

the end of the 18th century. Before the rebuilding which

took place in that period, the closed farmstead was

smaller and probably moated. The actual residence

was situated at the side of the Geleenbeek. Here, at

the beginning of the 19th century, there were still two

parts of a moat. Of the four wings of the monument

the north-westerly part is the oldest, that is dating

from the 16th or the 17th century.

Above an entrance to the courtyard we find the year

1635. The current main building dates from 1796. The

north-easterly wing, situated at a right angle, was also

built in that period. The farmstead had two vegetable

gardens, a pleasure garden and an orchard. The

building also contained an inn.

The Geleenhof was a stage stop and changing facility

for the horses of the stage-coach between Maastricht

and Aachen. In those days the mail delivery was run

by the international mail company of the German

Thurn und Taxis family.

In 1917 Frans Levin Eugen Hubert Maria de Loë sold

the estate to the Oranje-Nassau Mines. The Geleenhof

was leased out as a farm. Some decades later it lost

its function as a farm and the land was sold. After a

careful restoration it currently provides accommodation

for offices, a wine shop and a restaurant.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA EIKHOLD

Valkenburgerweg 72, Heerlen

Huidige functie: Natuurvriendenhuis

Bouwjaar: 1913

Architect: Ph. Warners jr.

Monumentnr.: 512742

VILLA EIKHOLD

Valkenburgerweg 72, Heerlen

Current function: House for nature lovers

Year of construction: 1913

Architect:

Ph. Warners Jr.

Monument no.: 512742

31

Deze vrijstaande, in een parkachtige tuin gelegen,

villa werd gebouwd in opdracht van Jan Koster, een

uit Amsterdam afkomstige mijnbouwingenieur en

liberaal politicus. Het gebouw is eigendom van het

Nivon en in gebruik als natuurvriendenhuis.

De villa heeft tegenwoordig 35 slaapkamers variërend

van 2-persoons- tot 6-persoonskamers. Verder

beschikt de villa over een bibliotheek, een zitkamer,

een grote eetzaal, een recreatieruimte met tv en een

grote keuken.

De villa is van grote cultuurhistorische waarde als

uitdrukking van de ruimtelijke ontwikkeling van

de Oude Mijnstreek in het begin van de 20 e eeuw.

Het pand is een essentieel onderdeel van de villa- en

landhuisbebouwing aan de Valkenburgerweg. De villa

vertoont een zeldzame architectonische gaafheid van

exterieur en een groot deel van het interieur.

De villa telt twee bouwlagen onder een schilddak en

enkele kleine zadeldaken. De daken zijn gedekt met

leien. In het frontgeveldak is een boogvormige dakkapel.

Als bouwmateriaal zijn blauwe en rode bakstenen

gebruikt met metselwerk in kruisverband.

De vensters zijn deels van glas-in-lood met hardstenen

dorpels. De frontgevel is symmetrisch ingedeeld.

Alle gevelranden zijn met bloktandversiering.

De voordeur rust onder een grote houten luifel op vier

rijk versierde houten kolommen. Op het platte dak van

de luifel is een balkon met houten leuning.

De interieurindeling is vrijwel intact. Vermeldenswaardig

zijn de kleine voorhal met lambrisering in

groen geglazuurde tegeltjes, de Herenkamer met

houten balken die rusten op consoles in de vorm

van mensenhoofden en de woonkamer met haard

en schoorsteenmantel.

This detached villa, situated in a park-like garden,

was built by order of Jan Koster, a mining engineer

and liberal politician originally from Amsterdam.

The property is owned by the Nivon association

and serves as a house for nature lovers.

Currently the villa has 35 bedrooms varying from

double rooms to rooms for 6 persons. The villa also

has a library, a sitting-room , a large dining hall,

a recreation room with TV and a large kitchen.

The villa has great cultural-historical importance as

an expression of the environmental development

of the Oude Mijnstreek (Old Mining District) at the

beginning of the 20th century.

The property is an essential part of the villa and

country house-architecture at the Valkenburgerweg.

The villa displays a rare architectural flawlessness of

the exterior and a large part of the interior.

The villa consists of two construction layers under

a hipped roof and some small saddle roofs. For the

roof-covering slate is used. The front roof has an

arched dormer window. As building material crossbond

blue and red bricks have been used. The windows

are partly leaded windows with bluestone sills.

The facade has been arranged symmetrically.

All facade ridges are decorated with mouse-tooth

brick detailing.

The front door, positioned under a large wooden

porch, is supported by four richly decorated wooden

pillars. On top of the flat roof of the porch is a balcony

with a wooden railing.

The arrangement of the interior is largely intact.

Worthwhile mentioning are the green-glazed tiles of

the panelling of the small entrance hall, the “Herenkamer”

(Gentlemen’s room) with wooden beams that are

supported by consoles in the shape of human heads

and the living room with fire place and mantelpiece.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KOETSHUIS

Valkenburgerweg 70, Heerlen

Huidige functie: Logiesverblijf

Bouwjaar: 1913

Architect: Ph. Warners jr.

Monumentnr.: 512743

COACH HOUSE

Valkenburgerweg 70, Heerlen

Current function: Lodging accommodation

Year of construction: 1913

Architect:

Ph. Warners Jr.

Monument no.: 512743

32

In de parkachtige tuin van Villa Eikhold bevindt

zich een voormalig koetshuis met dienstwoning.

Het perceel bezit twee toegangspoorten geflankeerd

door bakstenen kolommen bekroond met bolornamenten.

De toegangspoort aan de rechterzijde heeft

een kolom met naamaanduiding.

Op de verbindingsmuur tussen de bakstenen kolommen

bevindt zich een smeedijzeren hekwerk.

Het Koetshuis heeft vooral waarde vanwege zijn

typologische zeldzaamheid.

Rond 1974 deed het Koetshuis al dienst als gastenverblijf.

In 1984 stond de gemeente Heerlen dit

gebruik niet meer toe. Pas in 1990 werd gesproken

over renovatie van het Koetshuis en uiteindelijk werd

het Koetshuis op 20 november 1993 feestelijk

heropend als gastenverblijf van Villa Eikhold.

Het Koetshuis ligt vrijstaand op een T-vormige plattegrond.

De enige bouwlaag wordt afgedekt met een

leien schilddak. In het rechterzijgevel- en het linkerzijgeveldak

is een rechthoekige dakkapel. Het toegepaste

bouwmateriaal is baksteen. De plint is in blauwe

baksteen en de optrek in rode baksteen.

De frontgevel is asymmetrisch ingedeeld. Het rechterdeel

is vooruitspringend met een deur onder een

houten luifel met smeedijzeren ophanging. In het

linkerdeel bevinden zich sinds 1984 twee dubbele

tuindeuren op de plek waar oorspronkelijk de inrijpoorten

voor de koets waren. Aan de bovenzijde van

de tuindeuren is de authentieke segmentboogvormige

strek aanwezig.

Aan de rechterzijgevel met twee vensters bevindt zich

een klein houten bord met naamaanduiding.

In the park-like garden of Villa Eikhold we find

a former coach house with company house.

The property has two entrance gates flanked by brick

pillars crowned by spherical ornaments. The entrance

gate on the right-hand side has a name designation.

On top of the connecting wall between the brick

pillars there is a cast-iron fencing.

The “Koetshuis” is of specific importance especially

because of its typological rarity.

Already around 1974 the Koetshuis served as a guesthouse.

In 1984 the municipality of Heerlen no longer

allowed this type of utilization. Not until 1990 the

renovation of the Koetshuis was a topic of discussion

and eventually on the 20th of November 1993 the

Koetshuis had its festive reopening as guest house

of Villa Eikhold.

The Koetshuis is a detached property situated on

a T-shaped ground plan. Its single level has a hipped

roof with a slate roof covering. There is a rectangular

dormer window in both the right-hand and left-hand

side roof gable. The building material used is brick.

The plinth course is in blue brick and the remainder

of the wall in red bricks.

The facade is arranged asymmetrically. The right-hand

side protrudes with a door under a wooden porch

with cast-iron hinges. Since 1984 there are two French

doors in the left part, at the location of the original

entrance gates for the coach. Above the French doors

there still is the authentic domed crested masonry

arch.

At the side facade with two windows there is a small

wooden sign with a name designation.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA ZOMERWEELDE

Valkenburgerweg 167, Heerlen

Huidige functie: Kantoor

Bouwjaar: 1913

Architect: J.W. Hanrath

Monumentnr.: 512794

VILLA ZOMERWEELDE

Valkenburgerweg 167, Heerlen

Current function: Office

Year of construction: 1913

Architect:

J.W. Hanrath

Monument no.: 512794

33

De Hilversumse architect Hanrath is bekend van villa’s

en landhuizen in het Gooi. Zijn naam wordt in één

adem genoemd met architecten als Berlage (1856-

1934) en De Bazel (1869-1923). Kenmerkend voor zijn

stijl waren de brede bouwblokken, de hoge kappen

en de luiken, ingegeven door de architectuur van

boerderijen. Hij was bevriend met de familie Philips

die hem heeft geïntroduceerd bij de mijndirecties.

De villa is gebouwd in opdracht van W.W. Hooreman,

commercieel hoofddirecteur van Oranje-Nassau

Mijnen.

Dit vrijstaande bouwwerk met grote tuin en een boogvormige

‘oprijlaan’ lag aan een belangrijke invalsweg

van Heerlen. Het pand telt twee bouwlagen en wordt

afgedekt met schilddaken. Er zijn opvallende dakkapellen

met gebogen frontons en vier gemetselde

brede schoorstenen.

In het midden van de voorgevel zit een opmerkelijk

houten venster met een ovaal kozijn en een roedeverdeling

als een uitstralende zon. Veel ramen hebben

een grijze, hardstenen onderdorpel en een witte

houten bovendorpel, net iets breder dan de gevelopening.

De authentieke interieurindeling met houten paneeldeuren

is vrijwel in tact gebleven. De centrale hal heeft

een hoge lambrisering. De grote schouw met houten

schoorsteenmantel en haardlijst is bekleed met keramische

tegeltjes. De bibliotheek op de eerste verdieping

heeft hoge eiken boekenkasten met bijzondere

detaillering.

De villa bezit als directeurswoning cultuurhistorische

waarde als uitdrukking van de hiërarchische verhoudingen

in de tijd van de steenkolenmijnen.

Na de sluiting van de mijnen is het gebouw gebruikt

als kantoor- en ontvangstruimte voor de Open

Universiteit en later door Van Lanschot Bankiers.

The Hilversum architect Hanrath is well known for his

villas and mansions in het Gooi. His name is often

bracketed together with architects such as Berlage

(1856-1934) and De Bazel (1869-1923). Characteristic

of his style were the broad building blocks, the high

roofs and the shutters, inspired by the architecture

of farms. He was on friendly terms with the Philips

family who introduced him to the directors of the

mining company. The villa was built by order of

W.W. Hooreman, executive commercial director

of Oranje-Nassau Mines.

This detached construction with large garden and an

arch-shaped ‘drive way’ was situated at an important

approach road to Heerlen. The building has two

construction layers and is covered with hipped roofs.

There are remarkable dormer windows with bent

tympanums and four broad brick chimneys.

In the middle of the front facade there is a remarkable

wooden window with an oval window frame and a

framing structure in the shape of a radiant sun.

Many windows have a grey, bluestone window sill

and a white wooden transom, slightly wider than

the facade opening.

The authentic interior with wooden panel doors has

remained almost completely intact. The central hall

has a high panelling. The large fireplace with wooden

mantelpiece and framing is coated with small ceramic

tiles. The library on the first floor has high oak bookshelves

with striking detailing.

As a director’s residence the villa is of cultural historic

value as an expression of the hierarchical relations in

the days of the coal mines. After the closing of the

mines the building has been used as an office and

reception location for the Open University and later

by Van Lanschot Bankers.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WONINGEN WELTEN

De Thun 172 t/m 190, Mergelsweg 184 t/m 198, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1921

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 523281 t/m 523283

HOUSES IN WELTEN

De Thun 172 to 190, Mergelsweg 184 to 198, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1921

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 523281 to 523283

34

Deze 18 arbeiderswoningen maken deel uit van de

woninggroep “Welten”, gebouwd door “Ons Limburg”

voor de Woningvereniging “De Volkswoning” ten

behoeve van de mijnwerkers. Zij bestaan uit drie

blokken van respectievelijk vier, zes en acht woningen

in een traditionele stijl. Bij de renovatie in 1986 werden

onder meer de prefab dakkapellen, het dubbelglas en

de geluidswerende suskasten geplaatst. De woningen

zijn met het oog op het type heel zeldzaam.

These 18 labourer’s cottages are part of the “Welten”

group of houses built by “Ons Limburg” for the “De

Volkswoning” housing association for the benefit of

the miners. They consist of three blocks of respectively

four, six and eight houses in a traditional style.

During the renovation in 1986 the prefab dormer

windows, the double glazing and the sound-proofing

baffle filters were installed. With respect to their type

these houses are very rare.

Wat het eerste opvalt zijn de topgevels. In de spitse

punt zit een gecementeerd wit vlak in de vorm van

een gelijkzijdige driehoek. Dit vlak heeft vier baksteen

stroken, en een langwerpig ventilatieroostertje.

In het begin van de vorige eeuw waren er nog geen

tekenmachines, laat staan tekenprogramma’s of een

computer. De tekeningen voor deze huizen zijn

gemaakt op een plank met houten tekenhaak en

twee tekendriehoeken van 45 graden en 60 graden.

Daarom is de architectuur uit deze tijd getypeerd

door hoeken van 30, 45, 60 en 90 graden.

Jan Stuyt hield van driedelingen. Het is interessant

om te zien hoe bijvoorbeeld het achtblok aan de

Mergelsweg is ingedeeld.

De voorkeur van Stuyt voor grote vlakken, eenvoud

en ononderbroken schaduwen komt tot uitdrukking

in het metselwerk. De plint is begrensd door een

vlakke rollaag in het gevelvlak en de strekse bogen

zijn egaal opgenomen in het metselwerk boven de

rechthoekige ramen. De gevels bestaan uit roodbruine

bakstenen in halfsteens verband met een rode plint in

kruisverband, strekken en geglazuurde dorpelsteen.

The first eye-catching elements are the gable ends.

In the sharp top is a cemented white surface in the

shape of an equilateral triangle. This surface has four

brick strips and an oblong register.

At the beginning of last century there were no

drawing machines yet, let alone drawing programs

or a computer. The drawings for these houses have

been made on a plank with a wooden T-square and

two setsquares of 45 degrees and 60 degrees.

This is why the architecture of those days is characterized

by angles of 30, 45, 60 and 90 degrees.

Jan Stuyt loved tripartitions. It is interesting to see

how for example the octagon at the Mergelsweg

has been subdivided.

Stuyt’s preference for large surfaces, simplicity and

uninterrupted shadows is expressed in the masonry.

The plinth is bounded by a flat brick-on-edge coping

in the facade surface and the stretcher arches have

been included smoothly in the masonry above the

rectangular windows. The facades consist of stretching

bond red-brown brick with a red plinth in

cross bond, flat arches and glazed thresholds.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WELTERMOLEN

Welterkerkstraat 2, Heerlen

Huidige functie: Kantoor en graanmolen

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21274

WELTERMOLEN

Welterkerkstraat 2, Heerlen

Current function: Office and corn mill

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21274

35

De Weltermolen wordt voor het eerst genoemd

in een akte uit 1381 en is altijd het eigendom geweest

van het huis Strijthagen in Welten. De eerste bekende

molenaar is Alexander van der Bruggen die in 1443

de molen in ‘leen’ kreeg van de “Vrouwe van Welten”.

Het gebouw bestaat uit een langgerekt bakstenen

deel van één verdieping. De vierkante, drie verdiepingen

tellende toren met windvaan in de vorm van

een karper is 17 e eeuws.

The Weltermolen is first mentioned in a deed from

1381 and has always been the property of the House

of Strijthagen in Welten. The first known miller is

Alexander van der Bruggen who received the fiefdom

of the mill from the “Vrouwe van Welten” in 1443.

The building consists of a long-drawn-out brick part

of one floor. The square three-storey tower with the

weather vane in the shape of a carp is from the 17th

century.

De molen is een banmolen geweest voor de aan het

huis Strijthagen leenplichtige boeren. Dat wil zoveel

zeggen dat deze boeren verplicht waren hun molenwerkzaamheden

tegen betaling uit te laten voeren

in deze molen.

Sinds de tweede helft van de 18 e eeuw is het gebrek

aan water een probleem voor de molen. Tijdens droge

zomers kon er niet meer dan 360 liter graan gemalen

worden.

Momenteel duurt het na één maaldag ongeveer een

week voordat de Weltervijver weer voldoende op peil

is om de nodige stuwkracht te verzorgen. Het gebouw

is in de jaren negentig geheel gerestaureerd. De molen

met schoepenrad dat twee koppels maalstenen

aandrijft, wordt nog regelmatig opengesteld voor het

publiek.

De Weltermolen was op 11 september 1944 het decor

van een dramatisch schietincident. Een aantal personen

stond bij de ingang van de molen om een portie

meel in ontvangst te nemen. Zonder waarschuwing

vooraf begonnen de Duitsers pardoes op ‘de verboden

samenscholing’ te schieten. De onder vuur

genomen burgers vluchtten hals over kop alle

kanten op. Er viel een dode en drie mensen raakten

gewond.

The mill used to be a ban mill for the farmers who

were vassals of the House of Strijthagen. In other

words, these farmers were obliged to have their

milling activities performed in this mill while being

charged for it.

Since the second half of the 18th century the lack of

water has been a problem for the mill. During dry

summers no more than 360 litres of grain could be

ground.

Nowadays it takes approximately one week after each

day of grinding that the Weltervijver (Welter pond)

has regained a sufficient water level for providing

the necessary thrust. During the nineties the entire

building was renovated. The mill with its paddle wheel

which drives two sets of millstones, is still frequently

opened for the public.

The Weltermolen was the setting of a dramatic

shooting incident on September 11, 1944. A number

of people stood at the entrance of the mill to receive

a portion of flour. Without warning, the Germans

began to shoot ‘the forbidden gathering’. The civilians

under attack fled headlong in all directions. One

person didn't survive and three persons got injured.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HERENHUIS STRIJTHAGEN

Welterkerkstraat 1, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 16 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21273

STRIJTHAGEN MANSION

Welterkerkstraat 1, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 16th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21273

36

Het huis Strijthagen in de wijk Welten, staat aan

de rand van het dal van de Geleenbeek waaraan

de Weltermolen gelegen is. Jonkers Van Strijthagen

uit de linie Van Oersfeld moeten er in de 14 e eeuw

hebben gewoond.

The Strijthagen mansion in the Welten quarter is

located on the edge of the valley of the Geleenbeek

where the Weltermolen is situated. The Van Strijthagen

squires from the Van Oersfeld line are supposed to

have lived there in the 14th century.

Het huidige huis, dat ook wel Strijthagenshof

genoemd wordt, zou gebouwd zijn op de plek 250

meter ten noordwesten van het kasteel, waar nu geen

spoor meer van terug te vinden is. Het oudste deel

van het huidige herenhuis is de kelder die volledig

is opgetrokken uit Kunradersteen.

Halverwege de 15 e eeuw lijkt het goed versnipperd te

raken en worden er meerdere en veel verschillende

eigenaren vermeld in de archieven. Waarschijnlijk

meteen na de aankoop door Johan de Root in 1709

werd het gebouw inpandig verbouwd waarbij de huidige

trap werd gebouwd. Rond 1860 werd het pand

wederom, maar nu ingrijpend, verbouwd tot een

eclectische villa.

Aan het eind van de 19 e eeuw werd het huis aangekocht

door de familie Hennen die het huis in 1969

verkocht aan de familie Akkerman-van Soest. Deze

familie heeft het huis aan de buitenkant gerestaureerd

en de binnenkant gemoderniseerd.

Wat vooral opvalt is de witgekeimde symmetrische

frontgevel aan de oostzijde, de gevelankers en

de houten luiken. De raamopeningen hebben zesen

acht-ruits vensters en segmentbogen. Het monumentale

balkon boven de hoofdentree steunt op twee

klassieke zuilen en heeft een balustrade met balusters

uitgevoerd in mergelkleurige steen. De midden risaliet

heeft een bekroning in de vorm van driehoekig fronton

met een rond raam dat uitkijkt op de Weltervijver.

The current residence, also referred to as “Strijthagenshof”,

is said to have been built on the site 250 metres

northeast of the castle, of which no evidence can

be found nowadays. The oldest part of the current

mansion is the cellar which has been entirely built

from Kunrader stone.

In the middle of the 15th century the estate seems to

fall apart and several and many different owners are

reported in the archives. Probably immediately after

the acquisition by Johan de Root in 1709 the building

was rebuilt internally and the current staircase was

built. Around 1860 the building was rebuilt again,

this time drastically, into an eclectic villa.

At the end of the 19th century the house was bought

by the Hennen family who sold the house to the

Akkerman–van Soest family in 1969. This family has

renovated the exterior of the building and modernized

the interior.

What particularly attracts attention is the white with

silicate painted symmetrical front facade on the east

side, the facade anchors and the wooden shutters.

The window openings have six- and eight-pane

windows and segment arches. The monumental

balcony above the main entrance is supported by

two classic columns and has a balustrade with balusters

executed in marl coloured stone. The middle

risalite has a crowning in the form of a triangular

pediment with a round window that looks out on

the Weltervijver.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE MULLENDER

De Doom 22, Heerlen

Huidige functie: Kantoorpand

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21264

FARMSTEAD DE MULLENDER

De Doom 22, Heerlen

Current function: Office

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21264

37

De hoeve is een typische Limburgse carréboerderij

rond een gesloten binnenplaats. De gesloten gevels

bestaan gedeeltelijk uit Kunradersteen, vakwerk

en baksteen.

The farmstead is a typical Limburg square farm

around an enclosed inner courtyard. The blind facades

consist partly of Kunrader stone, a half-timbered

construction and brick.

Opvallend is het naar alle kanten overstekend dak

zonder goten met aan de zuidzijden een fries. Hieruit

blijkt dat de hoeve oorspronkelijk met stro was gedekt

en in vakwerk was opgetrokken. De vakken bestonden

uit korte stokken en twijgen, die met leem waren

bedekt.

In de gevels treffen we de jaarankers “1792” en “1789”

aan. Beide zijn jaartallen waarin waarschijnlijk

toevoegingen of verbouwingen aan het complex

hebben plaatsgevonden.

In de loop der tijd is de hoeve geheel door moderne

bebouwing ingesloten. Hierdoor is de oorspronkelijke

landschappelijke context van het pand niet goed meer

te zien. Duidelijk is dat de Mullender aan de voet van

de helling naar de Welterberg of Kunderberg lag.

De oude boerderij ligt wat naar voren geschoven

ten opzichte van de nieuwe rooilijn. Haar dominante

aanwezigheid toont nog steeds hoe de rigoureuze

uitbreidingsplannen van de jaren zestig, in een storm

van protest tegen de beschadiging van het pittoreske

dorp Welten, zijn blijven steken.

De nog aanwezige luiken en de grote rondboogvormige

poort maken het agrarische verleden onmiskenbaar

duidelijk. Door een grondige restauratie

verkeert de hoeve in een goede staat. Een tijdlang

had zij de functie van woonhuis. Tegenwoordig wordt

de hoeve meer gebruikt als kantoorpand.

A striking feature is the gutter-less roof that projects

to all sides with a frieze on the southsides. This shows

that the farmstead originally had a thatched roof and

a half-timbered wall construction. The squares consisted

of short sticks and twigs that were loam-covered.

On the facades we find wall ties indicating “1792” and

“1789”. Both are years in which probably extensions

or reconstructions of the complex took place.

In the course of time the farmstead has been fully

enclosed by modern buildings. As a result the original

environmental context of the property can no longer

be seen clearly. It is obvious that the Mullender was

situated at the bottom of the slope towards the

Welterberg or Kunderberg.

The old farmstead is positioned slightly more forwardly

with regard to the new building alignment.

Its dominant presence still shows how the rigorous

development plans of the sixties have remained

incomplete, after a storm of protest against the

damage to the picturesque village of Welten.

The still present hatches and the large arch-shaped

gate are the undeniable indicators of an agricultural

past. As a result of a thorough renovation the farmstead

is in a good condition. For some time it served

as a residence. Nowadays the farmstead has become

more of an office building.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HERENHUIS

De Doom 44, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21265

MANOR

De Doom 44, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21265

38

Het huidige pand staat op een haakvormige

plattegrond die de binnenhof van de hoeve afschermt

en de hoek van De Doom en De Lirp accentueert.

Op de verdieping zijn zeven kleine vierruitsvensters.

De voorgevel is witgeverfd. De grote houten poorten

en de raamomrandingen zijn opvallend blauw.

De schuine daken zijn gedekt met rode keramische

dakpannen.

Voor het pand staat een wegkruis met houten corpus

uit de 19 e eeuw.

De Doom 44 maakte deel uit van de U-vormige

boerenhoeve met schuren, een bakhuis, stallen en

woningen. Een van de woningen lag bij de aanleg

van de Lirp letterlijk in de weg en is gesloopt.

Bij het wegkruis begon destijds een holle weg die

uitkwam bij de Mariakapel aan de Mergelsweg (1954).

Het naastgelegen pand De Lirp 42 stond in het begin

van de jaren zeventig bekend als De Doom 42 en had

evenals de naastgelegen schuur (De Doom 48) en het

herenhuis (De Doom 44) de status van rijksmonument.

Door een administratieve fout is dit pand niet

meer in de lijst van rijksmonumenten vermeld.

De huidige functie is tweeledig: architectenbureau

Theo Teeken en een woonhuis. In De Doom is het

kantoor gevestigd geweest van de Limburgse

architect en kunstenaar Laurens Bisscheroux

(1934-1997).

De Doomgroep, een gezelschap kunstenaars uit

de literatuur, schilderkunst, beeldhouwkunst,

fotografie en architectuur, organiseerde in De Doom

exposities en manifestaties van allerlei culturele aard.

The current building is located at a hook-shaped

floorplan which screens off the courtyard of the

farmstead and accentuates the corner of De Doom

and De Lirp. On the first floor there are seven small

windows each containing four paned windows.

The frontside is painted white. The large wooden

gates and the window frames are strikingly blue.

The sloping roofs are covered with red ceramic

rooftiles.

In front of the house there is a road cross with

a wooden corpus from the 19th century.

De Doom 44 was part of the U-shaped farmstead with

barns, a bakery, stables and houses. When the Lirp

was constructed one of these houses literally stood in

the way and was torn down. In those days the road

cross was the starting point of a sunken lane that

ended at the chapel of Mary at the Mergelsweg (1954).

At the beginning of the seventies the adjacent building

De Lirp 42 was known as De Doom 42 and, just

like the adjacent barn (De Doom 48) and the manor

(De Doom 44) had the status of national monument.

However, because of an administrative error this

building is no longer on the list of national monuments.

Its current function is bifold: architects’ firm Theo

Teeken and a residence. De Doom accommodated

the office of the Limburg architect and artist Laurens

Bisscheroux (1934-1997).

The Doom group, an artists’ society focussing on

literature, painting, sculpture, photography and

architecture, organized expositions and all sorts

of cultural manifestations in De Doom.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HUYS DE DOHM

De Doom 48, 50, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 14 e en 17 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21266

DE DOHM HOUSE

De Doom 48, 50, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 14th and 17th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21266

39

Het huidige complex De Doom dateert van na de

verwoesting van 1673. Het L-vormige herenhuis heeft

een oppervlakte van ongeveer 360 m 2 en omvat zeven

kamers, waarvan vier slaapkamers. Een van de vleugels

is voorzien van een mergelstenen trapgevel.

De kelders hebben nog fundamenten uit de 14 e eeuw.

Waarschijnlijk is het landgoed nog ouder. Dit blijkt ook

uit de naam, die is afgeleid van het Latijnse woord

domus, dat huis betekent.

In 1155 schonk Willem van Wilré zeven hectare land

te Welten aan de abdij Kloosterrade. In 1378 werd het

adellijke goed “De Dohm” of “De Alsterhof” genoemd.

In 1546 verkocht Jan van Wilré De Dohm aan Librecht

II van Hulsberg (Heer van Schaloen, Heer van Herten

en Meldert). Kort na 1611 kwam het kasteel door een

huwelijk in bezit van de familie Schellart van Obbendorf.

Het huis werd tijdens de oorlog met Frankrijk

(rampjaar 1672) verwoest en weer opgebouwd.

Bij de herbouw werden alle gevels in baksteen opgetrokken.

Vanaf dat moment tot de Franse bezetting

in 1793 draagt het huis in oude geschriften de naam

kasteel. De Doom werd in 1878 door brand verwoest

en herbouwd.

In het begin van de 19 e eeuw was het hele huis met

een gracht omgeven, met uitzondering van de zijde

naar de voorburcht. Tegenwoordig zijn herenhuis en

bijgebouwen in particulier bezit en is gedeeltelijk

de sjiekere naam “Huys de Dohm” weer ingevoerd.

Huys de Dohm is onlosmakelijk verbonden met

de tuinen van Ineke Greve. In binnen- en buitenland

geprezen. Zij heeft in dertig jaar tijd op de bijna

6.000 m 2 , 16 tuinen gecreëerd die toch één geheel

vormen. Het levenswerk van een binnenhuisarchitecte

die buiten aan de slag ging.

The current complex De Doom dates from after the

destruction in 1673. The L-shaped manor has an area

of app. 360 m2 and contains seven rooms, four of

which are bedrooms. One of the wings is provided

with a marl stone step-gable. The cellars still have the

14th century foundations. Probably the estate is even

older. This is also evidenced by its name which comes

from the Latin word ‘domus’, meaning ‘house’.

In 1155 Willem van Wilré donated seven hectares of

land in Welten to the abbey of Kloosterrade. In 1378

the noble property was called “De Dohm” or “De

Alsterhof”. In 1546 Jan van Wilré sold De Dohm to

Librecht II of Hulsberg (Lord of Schaloen, Lord of

Herten and Meldert). Shortly after 1611 the castle came

into the possession of the Schellart van Obbendorf

family through marriage. During the war with France

(the year of disaster 1672) the house was destroyed

and rebuilt again.

During the process of rebuilding all facades were built

of brick. From that moment until the French occupation

in 1793 the old manuscripts refer to the house as

‘castle’. De Doom was destroyed by fire in 1878 and

rebuilt again.

In the beginning of the 19th century the entire house

was surrounded by a moat with the exception of the

side towards the outer fort. Today the manor and

outbuildings are private property and to a certain

extent the more stylish name “Huys de Dohm” has

been reinstated.

Huys de Dohm is inextricably bound up with the

gardens of Ineke Greve. Acclaimed nationally and

internationally. In a timespan of thirty years she

created 16 separate gardens that still form a unity

on the almost 6.000 m2 . The magnum opus of an

interior designer and decorator who set to work

outdoors.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE ROUSCH

Kloosterkensweg 17, Heerlen

Huidige functie: Restaurant

Bouwjaar: 1859 (grotendeels)

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21267

FARMSTEAD DE ROUSCH

Kloosterkensweg 17, Heerlen

Current function: Restaurant

Year of construction: 1859 (for the greater part)

Architect:

Unknown

Monument no.: 21267

40

In 1381 werd Reinier van den Esschen beleend met

het leengoed hoeve De Rousch en in 1389 Reinier

van den Nieuwenborch. In de 16 e en 17 e eeuw was

de hoeve achtereenvolgens in bezit van de families

Van Bensenraedt en Van Schwartzenberg. Zij werd

vroeger ook “In ghen Broek” of “Wildenbroek” genoemd,

vanwege haar ligging in moerassig gebied.

De Rousch was ooit een kloosterhoeve. Monniken

ontgonnen de gronden waarop De Rousch nu staat.

De naam De Rousch is ontleend aan het ruisende

water van de Geleenbeek, die langs de hoeve stroomt

of aan het ruisen van de bladeren van de bomen,

die langs de beek staan.

De grote bakstenen hoeve om een gesloten binnenplaats

is schilderachtig gelegen tegen de helling van

het Geleendal. Het huidige gebouw dateert uit 1859.

Dit blijkt uit de sluitsteen met dit jaartal boven de drie

ellipsboogpoorten.

Tot 1963 leefden en werkten herenboeren op De

Rousch. De bouw van het in de nabijheid gelegen

ziekenhuis maakte een eind aan de agrarische traditie.

De hoeve heeft al meer dan vijftig jaar, onder de naam

Auberge De Rousch, de functie van restaurant.

In 1998 is door Teeken Beckers Architecten BV een

uitbreiding tot stand gebracht die een heldere, zich

van het bestaande gebouw onderscheidende architectuur

laat zien. De wintertuin wordt begrensd door

een groot glazen scherm dat kan worden geopend

en een schitterend uitzicht biedt op het aangrenzende

beekdal. Door het transparante volume van de wintertuin

blijft de authentieke vorm van de monumentale

hoeve zichtbaar. Ook de bescheiden raakpunten

tussen de nieuwe staalconstructie en het oude monument

dragen hieraan bij. Het aluminium paviljoen is als

een satelliet met een gang aan de hoeve verbonden.

De wintertuin en paviljoen vormen met de hoeve een

harmonisch ensemble waarbij oud en nieuw gelijkwaardig

worden gerespecteerd.

In 1381 Reinier van den Esschen obtained the fiefdom

of farmstead De Rousch and in 1389 Reinier van den

Nieuwenborch did the same. In the 16th and in the

17th century the farmstead came into the possession

of respectively the Van Bensenraedt family and the

Van Schwartzenberg family. In the early days the farmstead

was also called “In ghen Broek” or “Wildenbroek”

because of its situation in a swampy environment.

De Rousch once was a monastery farm. Monks cultivated

the lands on which De Rousch is now situated.

The name De Rousch is derived from the gurgling

sound of the Geleenbeek, which runs alongside

the farmstead or from the rustling of the leaves of

the trees that grow alongside the brook.

The large brick farmstead with its enclosed courtyard

is picturesquely situated against the slopes of the

Geleendal. The current building dates from 1859.

This is shown by the keystone with this year above

the three elliptical arch gates.

Until 1963 gentleman farmers lived and worked at

De Rousch. The construction of the hospital in the

near vicinity put an end to this agricultural tradition.

For more than fifty years now, under the name of

Auberge De Rousch, the farmstead has had the

function of a restaurant.

In 1998 Teeken Beckers Architecten BV realized an

expansion that shows a clear architecture that distinguishes

itself from the existing building. The winter

garden is bordered by a large glass screen that can be

opened and offers a magnificent view of the adjoining

brook valley. Due to the transparent volume of the

winter garden, the authentic form of the monumental

farm remains visible. The modest points of contact

between the new steel structure and the old monument

also contribute to this. The aluminum pavilion

is connected to the farm as a satellite with a corridor.

The winter garden and pavilion form a harmonious

ensemble with the farm, where old and new are

respected equally.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


IMSTENRADERHOF

Imstenrade 2, 3, 4, Heerlen

Huidige functie: Woning en kantoor

Bouwjaar: 1910

Architect: H. van Massenhove

Monumentnr.: 512753, 512754, 512815

IMSTENRADE FARM

Imstenrade 2, 3, 4, Heerlen

Current function: Residence and office

Year of construction: 1910

Architect:

H. van Massenhove

Monument no.: 512753, 512754, 512815

41

De hof bestaat uit een haaks patroon van boerderijbouw,

woonhuizen, bedrijfsruimten en stallen.

Het woongedeelte van de boerderij heeft een langwerpige

plattegrond, afgedekt door een zadeldak

met wolfseinden. In de zuidgevel zijn topgevels aangebracht

die met een driehoekig houten raamwerk

boven het dakvlak uitsteken. Het dak is gedekt met

Tuiles du Nord. De entree heeft een granitovloertje

met in mozaïek de naam: Hof Imstenrade.

The farm complex consists of a hook pattern of farmhouses,

residences, working accommodations and

stables. The residential part of the farm has an elongated

floorplan, covered by a saddle roof with snubnosed

gables. On the south facade gable ends have

been implemented and their triangular wooden frameworks

protrude from the roof surface. The roof is

covered by Tuiles du Nord. The entrance has a granite

floor with in mosaic the name: Hof Imstenrade.

Het bedrijfsgebouw staat loodrecht op het woongedeelte.

Karakteristiek is het contrast tussen het

roodbruine metselwerk en de speklagen, sluitstenen

en aanzetstukken van lichtgele mergelsteen.

Het patroon van doorlopende banden is consequent

doorgezet in de omlijstingen van de gevelopeningen.

De vier uitstekende topgevels lijken op die van het

woongedeelte. Verder zijn er rechthoekige houten

poorten.

Hier stonden in de 17 e eeuw twee hoeves, waarvan

de oudste al dateert uit 1359. In 1906 werden de

hoeves gekocht door de Antwerpse reder Frans

Schepens, hij moderniseerde de huidige hoeve tot

modelboerderij en bouwde er een watertoren bij.

De andere hoeve werd afgebroken en op die plaats

staat nu het buitenhuis. De bouwstijl heeft elementen

van de romantiserende Chaletstijl waarin men het

verlangen naar het boerenbergland kan lezen.

Frappant zijn de rood geschilderde dakgoten, boeiboorden,

consoles, gootklossen, windveren en dakspanten.

Kenmerkend voor de watertoren zijn de

stalen profielen opgevuld met metselwerk, in combinatie

met horizontale natuursteenbanden. Dit maakt

dit complex tot een toonbeeld van oude traditie en

nieuwe techniek dat zich rond de eeuwwisseling op

vele plaatsen manifesteert. Aan de straatzijde sluit

een smeedijzeren toegangshekwerk tussen bakstenen

kolommen en een ezelsrug het complex.

The working accommodations are at right angles

to the residential part. Characteristic is the contrast

between the red-brown masonry and the string

courses, keystones and extensions of light yellow

marlstone. The pattern of continuous bands has been

continued consistently in the frames of the facade

openings. The four protruding gable ends resemble

those of the residential part. There are also rectangular

wooden gates.

In the 17th century there were two farmsteads at this

location of which the eldest already dates from 1359.

In 1906 the farmsteads were bought by the Antwerp

shipowner Frans Schepens, he modernised the presentday

farmstead into a model farm and built an additional

water tower. The other farmstead was torn down

and at that location we now find the country house.

The building style has elements of the romanticized

Chalet-style which reveals a longing for alpine farming.

Striking are the red painted roof gutters, fasciae,

consoles, cornice brackets, verges and rafters.

Characteristic elements of the water tower are the

steel profiles filled with masonry, in combination with

horizontal natural stone bands. All of this makes this

complex a paragon of old tradition and new technology

which manifests itself at many places around the

turn of the century. On the street side the complex is

closed by a cast-iron fencing placed between brick

columns and an ogee arch.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA IMSTENRADE

Imstenrade 5, Heerlen

Huidige functie: Woning en kantoor

Bouwjaar: 1909

Architect: H. van Massenhove

Monumentnr.: 512751, 512752

VILLA IMSTENRADE

Imstenrade 5, Heerlen

Current function: Residence and office

Year of construction: 1909

Architect:

H. van Massenhove

Monument no.: 512751, 512752

42

Het kasteelachtige huis is gebouwd als buitenverblijf

in opdracht van de Antwerpse reder Frans Schepens.

De stijl is eclectisch, dat wil zeggen dat de architectonische

elementen zijn gekozen uit verschillende

stijlperioden.

The castle-like house was built as a country house

by order of the Antwerp shipowner Frans Schepens.

Its style is eclectic which means that the architectonic

elements have been selected from different style

periods.

De erker heeft een hardstenen basement met vier

rechthoekige keldervensters, natuurstenen hoekpilasters

en een plat dak met consoles. De vensters

zijn gescheiden door kleinere pilasters met kapitelen.

Boven de vensters en dakkapellen die uitkijken op

het dal, werden klassieke driehoekige en segmentboogvormige

frontons aangebracht.

De windvaan is gesmeed in de vorm van een schip.

Sommige ramen hebben een originele 5-ruitsindeling.

Verder is gebruik gemaakt van stijlelementen uit

de neorenaissance: rode bakstenen gevels met

horizontale roomkleurige banden in kalksteen.

Het geheel staat op een blauwstenen rusticaplint,

dat taps toeloopt.

De torenachtige westhoek heeft een groot samengesteld

venster met een liggende ellipsboog en een

hoge torenspits met lantaarn. Deze opzet geeft de

zuidgevel een asymmetrische ordening. In 1943 werd

het oorspronkelijke dak door brand verwoest.

Architect Swinkels uit Maastricht was verantwoordelijk

voor het herstel van het dak. Daarbij werd de spits

minder imposant herbouwd.

De parkachtige tuin dateert uit 1928 en is eveneens

als monument beschermd en heeft een ovaal padenpatroon.

In het centrale deel bevindt zich een langgerekte

vijver met een stenen brug. Om zijn vrouw

een beter uitzicht op het Geleendal te bezorgen, liet

de opdrachtgever een heuvel die dat uitzicht belemmerde

gedeeltelijk afgraven.

Er is een rijk gedecoreerde entree met natuurstenen

omlijsting. Het bovenlicht heeft een smeedijzeren

rooster met de initialen S F.

The bay window has a bluestone foundation with four

rectangular basement windows, natural stone corner

pilasters and a flat roof with consoles. The windows

are separated by smaller pilasters with capitals.

Above the windows and dormer windows that look

out on the valley, classical triangular and arch-shaped

frontons were installed.

The wind vane is cast in the shape of a ship. Some

windows have an original 5-pane division. Also Neo-

Renaissance style elements were used: red brick

facades with horizontal cream-coloured limestone

bands. All of it is placed on a bluestone tapering

rustic plinth.

The tower-like west corner has a large compound

window with a horizontal ellipse and a high spire with

a lantern. This arrangement gives the south facade an

asymmetrical composition. In 1943 the original roof

was destroyed by fire. Architect Swinkels from Maastricht

was responsible for the restoration of the roof.

During this process the spire was rebuilt in a less

impressive style.

The park-like garden dates from 1928 and it is also

a protected monument and has an oval pathway

pattern. There is an elongated pond with a stone

bridge in the central part. In order to let his wife have

a better view of the Geleendal, the owner had the hill

partly levelled because it hindered that view.

There is a richly decorated entrance with a natural

stone frame. The transom window has a cast-iron

grid with the initials S F.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA VAN SLOBBE

Zandweg 122, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1961-1963

Architect: G.T. Rietveld

Monumentnr.: 532196

VILLA VAN SLOBBE

Zandweg 122, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1961-1963

Architect:

G.T. Rietveld

Monument no.: 532196

43

Het huis werd, samen met Joan van Dillen en Jan van

Tricht, ontworpen voor Bart van Slobbe (1915-1994).

Hij wenste een niet pompeus, representatief huis

met voldoende vertrekken voor zijn grote gezin.

Het is opgebouwd uit kubische modules van 4,8 meter

en een witgeverfd betonskelet ingevuld met

geglazuurde baksteen.

The house was designed, together with Joan van

Dillen and Jan van Tricht, for Bart van Slobbe (1915-

1994). He wanted a non-pompous, representative

house with sufficient rooms for his large family.

It was constructed out of cubic modules of 4.8 metres

and a white painted concrete skeleton filled up with

glazed brick.

Op de eerste verdieping is de woonruimte met

keuken, bijkeuken en eethoek, een studeerkamer en

een ontvangst- en vergaderruimte. Boven zijn drie

dubbele en vier enkele slaapkamers. Het grote balkon

op de tweede verdieping vormt aan de zuidhoek van

de woonkamer een ruim overstek dat als zonnewering

fungeert.

De heuvelachtige omgeving heeft tot unieke architectuur

geleid. Het is bovendien met 16 vertrekken en

2.060m 3 het grootste woonhuis dat Rietveld ooit heeft

gemaakt. Het hoogteverschil is benut om de woonkamer

aan te sluiten op het hoogste punt en de entree

op niveau -1 te verbinden met het laagste punt.

De verschillende volumes met terrassen verschaffen

het huis een plastisch karakter. Duidelijk is te zien hoe

de vormgeving is teruggebracht tot elementaire

beeldende middelen, zoals horizontale en verticale

lijnen en vlakken, kenmerkend voor “De Stijl”. Grote

vensters in stalen kozijnen gaven een wel haast

onbeperkt uitzicht.

Het is even zoeken om dit enige Rietveld huis in

Limburg te vinden. Het panorama van toen is nu

volledig dicht gegroeid. Van Slobbe was directeur

van de N.V. Laura en Vereeniging in Eygelshoven en

voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken

voor de Mijnstreek, van de Vereniging der Particuliere

Mijnen en van de regenten in het Kerkraadse Sint

Jozef ziekenhuis. Hij gebruikte zijn huis ook als

vergaderplaats.

On the first floor there is the living space with kitchen,

utility room and dinette, a study and a reception and

meeting room. Upstairs there are three double and

four single bedrooms. The large balcony on the

second floor creates a spacious overhang for the

south corner of the living room and serves as an

awning.

The hilly environment has resulted in a unique architecture.

Furthermore, with its 16 rooms and 2,060m3

it is the largest residence that Rietveld has ever

created. The difference in height has been used to

have the living room linked with the highest point

and the entrance at level -1 with the lowest point.

The different volumes with terraces provide the house

with an expressive character. It is clear to see how

the form has been reduced to primary evocative

means, such as horizontal and vertical lines and

surfaces, characteristic for “De Stijl”. Large windows in

steel window frames provided a nearly unlimited view.

It takes some time to find this only Rietveld house

in Limburg. The then panorama has now been fully

overgrown. Van Slobbe was director of the N.V. Laura

& Vereeniging in Eygelshoven and chairman of the

Chamber of Commerce and Industry for the Mining

District, of the Vereniging der Particuliere Mijnen

(Association of Private Mines) and of the governors of

the Saint Joseph hospital in Kerkrade. He also used his

house as a meeting place.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VROEDVROUWENSCHOOL

Parc Imstenrade 3 t/m 43, 44 t/m 130, Heerlen

Huidige functie: Wonen en zorg

Bouwjaar: 1920-1930

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 512703, 506441

SCHOOL FOR MIDWIFERY

Parc Imstenrade 3 to 43, 44 to 130, Heerlen

Current function: Residence and care

Year of construction: 1920-1930

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 512703, 506441

44

Na een hevige concurrentiestrijd kreeg Heerlen de

kweekschool voor vroedvrouwen ‘St. Elisabeth’, annex

kliniek voor verloskunde en vrouwenziekten van Zuid-

Nederland toegewezen. In 1912 ontwierp architect Jan

Stuyt een vroedvrouwenschool annex directeurswoning

aan de Akerstraat. Die was al gauw te klein door

de explosieve groei van de mijnstreek. Hij ontwierp

daarna een veel groter complex met een verblijfsgebouw,

een schoolgebouw, een directeurswoning

een zogenaamd economiegebouw (voor o.a. wasserij

en ketelhuis) inclusief schoorsteen en een kapel.

De hoofdgebouwen kregen een opvallende langgerekte

E-vorm tussen de aloude Zandweg en het Imstenraderbos.

Kenmerkend is de symmetrische rangschikking

van de bouwmassa’s, de hiërarchische driedeling

van het hoofdgebouw met een vooruitspringende

vleugel en een lantaarn (torentje) midden op het dak.

De bakstenen gevels hebben hoeklisenen met blokmotieven

in natuursteen.

Rechts van de grote ronde poort, is op 25 september

1925, de eerste steen gelegd door Koningin Wilhelmina.

Boven deze poort is een medaillon aangebracht

waarop een moeder met kind zijn afgebeeld. Veel

details zijn karakteristiek voor Stuyt: de reeksen dakkapellen

met driehoekige en rondboogvormige frontons,

een fries en sluitstenen versierd met stuiters.

De Vroedvrouwenschool verhuisde in 1993 naar een

nieuw gebouw in Kerkrade. De opleiding tot vroedvrouw

of verloskundige is tegenwoordig ondergebracht

bij het academisch ziekenhuis in Maastricht.

Aanvankelijk was de Vroedvrouwenschool geen monument.

Sloop dreigde, uiteindelijk werd het monumentale

pand het middelpunt van een renovatieproject

voor hoogwaardige ouderenhuisvesting met een scala

aan faciliteiten: Vitalis Parc Imstenrade. Wellicht heeft

het feit dat meer dan 80.000 Limburgers er het

levenslicht zagen hieraan bijgedragen.

After a fierce competition Heerlen got allocated its

training school for midwifery ‘Saint Elisabeth’, with

attached the clinic for obstetrics and gynaecology for

the Southern Netherlands. In 1912 the architect Jan

Stuyt designed a midwifery school with attached

a manager’s residence at the Akerstraat. This soon

was too small because of the explosive growth of

the mining district. After that he designed a much

larger complex with accommodations, a school,

a manager’s residence, a so-called utility building

(for a.o. washery and boiler room) including chimney

and a chapel.

The main buildings got a striking elongated E-shape

between the old Zandweg and the Imstenraderbos.

Characteristic is the symmetrical arrangement of

the building mass, the hierarchical threefold division

of the main building with protruding wings and a

lantern (tower) centred on the roof. The brick facades

have corner pilasters decorated with block patterns

of natural stone.

On the right of the large arched gate the first stone

was placed by Queen Wilhelmina on 25 September

1925. Above this gate a medallion has been placed

depicting a mother with child. Many details are

characteristic of Stuyt: the series of dormer windows

with triangular arch-shaped frontons, a freeze and

keystones decorated with boulders.

In 1993 the Midwifery school moved to a new building

in Kerkrade. Nowadays the training for midwife or

obstetrician is accommodated in the academic

hospital in Maastricht. Initially the School for Midwifery

was not a monument. Demolition was imminent,

but in the end the monumental building became

the pivotal point for a renovation project for highquality

elderly housing with a wide range of facilities:

Vitalis Parc Imstenrade. Maybe the fact that over

80,000 Limburgers were born there has played a role.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DIRECTEURSWONING EN MANAGER’S RESIDENCE AND

KAPEL CHAPEL

45

Zandweg 178, bij Parc Imstenrade 3, Heerlen

Zandweg 178 and Parc Imstenrade 3, Heerlen

Huidige functie: Woonzorgvoorziening (kapel)

Bouwjaar: Villa: 1920–1921 Kapel: 1934

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 512706, 512707

Current function: Residential care facility

(chapel)

Year of construction: Villa: 1920–1921 Chapel: 1934

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 512706, 512707

De directeurswoning, gebouwd voor de eerste geneesheer

directeur Clemens Meuleman, vertoont

diverse kenmerken van de villa’s van Stuyt. Zoals de

niet al te strenge blokvorm die met ondergeschikte

bouwdelen is verzacht. Hoeklissenen worden ook

toegepast bij de arbeiderswoningen. Het schilddak is

aan de bovenkant afgeplat. Hij had een voorkeur voor

rode baksteen en uitstekende getimmerde dakgoten.

The manager’s residence, built for the first medical

director Clemens Meuleman, has several characteristics

of the villas by Stuyt. Such as the not too strictly

observed block pattern which is softened by subservient

construction elements. Corner pilasters are also

used in the labourers’ houses. The hipped roof has

been flattened off at the top. He had a preference

for red brick and protruding timber roof-gutters.

De gebouwen maken deel uit van het omvangrijke

neoklassieke oeuvre van Stuyt met o.a. kerken,

scholen en woningen dat we op veel plaatsen in

Nederland aantreffen.

De verfijnde hiërarchie in de rangorde van “bovengeschikte”

en “ondergeschikte” massa’s alsmede het

aanbrengen van ornamenten en versierselen wordt

wel gezien als een metafoor voor de rangen en

standen in het sociale stelsel van toen.

De kapel is in 1934 gebouwd overeenkomstig een

ontwerp van Jan Stuyt en zijn zoon Giacomo. Na een

renovatie is de kapel, sinds 2001, weer in gebruik als

godshuis en als podium voor een breed scala aan

culturele evenementen.

De kapel heeft een indeling als een basilica met een

kruisvormige plattegrond, een vijfzijdige apsis, twee

sacristieën en een doopkapel. Het geheel is opgetrokken

in baksteen en verschillende soorten natuursteen.

Er is een omlopende plint van Kunrader-steen.

Het middenschip heeft kleine rondboogramen.

De smalle zijschepen zijn met ronde vensters uitgevoerd.

De gevels zijn op de hoeken voorzien van

geblokte pilasters in Maastrichts krijt, zo ook boven

de ramen en rondom de hoofdingang met omlijsting

en timpaan; de daken zijn met leien gedekt. Eenvoudige

houten ramen met dito indeling. De voorgevel

heeft een clocher-arcade met een klok.

The buildings are part of the vast neo-classical oeuvre

of Stuyt with a.o. churches, schools and houses which

we find on many locations throughout the Netherlands.

The refined hierarchy in the order of “superior” and

“subservient” masses as well as the implementation

of ornaments and decorations are also seen as a

metaphor for the different classes within the social

system of those days.

The chapel was built in 1934 based on a design by

Jan Stuyt and his son Giacomo. After a renovation

the chapel has been put back in use since 2001 as

a house of God and a stage for a wide variety of

cultural events.

The chapel has a lay-out similar to that of a basilica

with a cross-shaped floorplan, a five-sided apsis, two

sacristies and a baptistry. The complex has been fully

constructed in brick and different types of natural

stone. There is a continuous skirting-board of Kunrader-stone.

The nave has small arched windows.

The narrow side-aisles have round windows.

The facades have blocked pilasters of Maastricht chalk

on the corners, as well as above the windows and

around the main entrance with frame and tympanum;

the roofs are slate-tiled. Simple wooden windows with

similar lay-out. The front facade has a bell tower arch

with a clock.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SINT JOSEPHKERK

Dr. Clemens Meulemanstraat 1, Heerlen

Huidige functie: Parochiekerk

Bouwjaar: 1956-1957

Architect: J.J. Fanchamps

Monumentnr.: 530863

CHURCH OF SAINT JOSEPH

Dr. Clemens Meulemanstraat 1, Heerlen

Current function: Parish Church

Year of construction: 1956-1957

Architect:

J.J. Fanchamps

Monument no.: 530863

46

De Sint Josephkerk kwam tot stand ter vervanging

van haar neoromaanse voorganger, die ontworpen

werd door stadsarchitect Jos Seelen in 1917. Deze

parochiekerk moest, gehavend door mijnschade,

afgebroken worden.

The Church of Saint Joseph was built as replacement

of its Neo-Romanesque predecessor that had been

designed by the municipal architect Jos Seelen in 1917.

This parish church had to be torn down due to mining

damage.

De nieuwe Sint Josephkerk van Jozef Fanchamps is

een kwartslag gedraaid ten opzichte van de oude

kerk. Het is een zaalkerk met pseudotransept,

processiegangen en een campanile die als

oriënteringspunt fungeert.

De kerk bestaat uit een betonskelet dat zowel in

het interieur als in het exterieur in het zicht is gelaten.

Het muurwerk bestaat uit vullingen in ruw gehakte

blokken Kunradersteen in drie dikten, die in wild

verband zijn gemetseld en afkomstig zijn uit de oude

kerk. De eerste steen werd op 27 oktober 1956 gelegd

door deken Mgr. Bemelmans. Hij was zijn tijd vooruit.

Achter in de kerk is die steen namelijk te zien met

het jaartal 1957.

De voorgevel is zeven traveeën breed en heeft een

opvallende getoogde gevelbeëindiging. In de traveeën

boven de portalen zijn hoogreliëfs aangebracht van

Wim van Hoorn (1908-1979), bekend van Dr. Poels in

Welten en d’r Joep in Kerkrade. De forse reliëfs van

kunststeen geven de twaalf apostelen met hun symbolen

weer. Ook zijn de vier evangelisten en de

Heilige Drie-eenheid afgebeeld.

Links naast de voorgevel staat een open betonnen

klokkentoren die door een open zuilengang met

de kerk is verbonden. Opmerkelijk zijn het gewapend

betonnen skelet en de licht gebogen daken.

The new Church of Saint Joseph by Jozef Fanchamps

has been turned 90 degrees compared to the former

church. It is a single-nave church with pseudo-transept,

procession aisles and a campanile which serves

as a point of orientation.

The church consists of a concrete skeleton which has

been left visible both in the interior and the exterior.

The mural consists of fillings of roughly cut and

randomly positioned blocks of Kunrader stone,

in three girths coming from the former church.

The first stone was laid by dean Mgr. Bemelmans

on 27 October 1956. He was ahead of his time.

The fact is that in the rear of the church that stone

can be found with the date 1957.

The front facade is seven bays wide and has a strikingly

arched facade ending. In the bays above

the portals high reliefs have been installed created

by Wim van Hoorn (1908-1979), known for Dr. Poels

in Welten and d’r Joep in Kerkrade. The robust reliefs

of artificial stone represent the twelve apostles with

their symbols. Also the four evangelists and the Holy

Trinity have been depicted.

On the left of the front facade is an open concrete

belfry which is connected to the church via an open

archway. Remarkable are the ferroconcrete skeleton

and slightly bent roofs.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE PASMANS

Leon Biessenstraat 71, Heerlen

Huidige functie: Begeleid wonen

Bouwjaar: 1777

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 527673

FARMSTEAD PASMANS

Leon Biessenstraat 71, Heerlen

Current function: Assisted living

Year of construction: 1777

Architect:

Unknown

Monument number: 527673

47

De hoeve is op de Heerlerbaan bekend onder de naam

van de laatste bewoner: Sjeng Pasmans. De hoeve had

een U-vormige plattegrond en lag aan de Rukkerweg,

zoals de straat destijds heette. Deze oude weg is

afgesneden als gevolg van het uitbreidingsplan

Giesen-Bautsch uit 1960 waarbij veel agrarische

gebieden zijn vervallen. Toen is de huidige ligging

ontstaan op de hoek van de nieuw aangelegde

Sinaïstraat.

At the Heerlerbaan the farmstead is known under

the name of his last occupant: Sjeng Pasmans.

The farmstead had a U-shaped floorplan and was

situated at the Rukkerweg, as the street was called

in those days. This old street had been cut off due to

the 1960 expansion plan Giesen-Bautsch as a result

of which many agricultural grounds became defunct.

At that time the current location came into existence

at the corner of the newly constructed Sinaïstraat.

De korte, gesloten zijde van de U-vorm bevatte

het woonhuisgedeelte en vormde de westflank van

de hoeve. Dit gedeelte was via de naar het oosten

geopende binnenhof toegankelijk.

De lange vleugel aan de zijde van de Leon Biessenstraat

bestaat uit een stal plus een grote schuur en

ontleent haar karakter aan de twee grote inrijpoorten.

Volgens het ingemetselde jaartal in deze gevel dateert

de hoeve uit 1777.

Interessant zijn de ambachtelijk, in kruisverband,

verwerkte bakstenen (afwisselend een laag koppen

en een laag strekken) en de ellipsvorm van de gemetselde

bogen. In de gevel zit een reeks oude gevelankers

met aan de boven- en onderzijde een dubbele

krulaanzet. Het dak had stropoppen of strodokken

die werden gebruikt om de Oudhollandse pannendaken

af te dichten tegen tocht, sneeuw en regen.

De boerderij is verbouwd tot een woonbegeleidingscentrum

voor tien bewoners. Hiervoor is het gebouw

ingrijpend veranderd met gebruikmaking van de oude

binnenhof en enkele authentieke gevels.

De tweede oude bedrijfsvleugel, parallel aan en

tegenover de vleugel aan de Leon Biessenstraat, is

vervangen. Het vernieuwde monument heeft, in de

plaats van de U-vorm, meer een carré-vorm gekregen.

The short, closed side of the U-shape contained

the residential part and formed the westside of the

farmstead. This part could be accessed via the eastwardly

opened inner courtyard.

The long wing at the side of the Leon Biessenstraat

consists of a stable plus a large barn and derives its

character from the two large entrance gates. According

to the bricked-in date in this facade the farmstead

dates from 1777.

Of interest are the crafted, cross-bond bricks (alternating

a layer of headers and a layer of stretchers) and

the ellipse-shape in the brick arches. The facade has

a number of old wall anchors with a double scroll

spring at the bottom and at the top. The roof had

straw insulation for sealing the Old Dutch tiled roofs

from draught, snow and rain.

The farm has been rebuilt into a centre for assisted

living for ten occupants. For this purpose the building

has been drastically altered by using the old inner

courtyard and some authentic facades.

The second old farm wing, parallel to and opposite

the wing at the Leon Biessenstraat, has been replaced.

The renovated monument now has a more square

shape instead of the old U-shape.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HORICHERHOF

Corisbergweg 119A, 121, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 14 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21238, 21239

HORICHERHOF

Corisbergweg 119A, 121, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 14th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21238, 21239

48

De voormalige hoeve dankt zijn naam aan de familie

Von Horrich, die vóór 1446 het pand al in bezit had.

Door het huwelijk van Heichwich von Horrich met

Heinrich van Reuschenberg ging het pand in die

familie over (30 juni 1452).

The former farmstead owes its name to the Von

Horrich family who already owned this property prior

to 1446. By the marriage of Heichwich von Horrich to

Heinrich van Reuschenberg the property passed into

the hands of the latter family (30 June 1452).

De hoeve is een van de oudste vakwerkhoeves van

Heerlen en kent een rijke geschiedenis. Onder meer

doordat de Caumerbeek in de buurt van de hoeve

ontspringt en in de kelder. Rond 1950 kwamen mensen

hier nog steeds water halen. De kruipruimte is later

volgestort met zand en de bron is dichtgemaakt met

een cementprop.

In de 20 e eeuw is de hoeve in ernstig verval geraakt.

Het behoud van de Horicherhof is voor een groot deel

te danken aan een actie die door diverse bewoners

van de wijk Heerlerbaan in 1982-1985 op touw was

gezet. Woningvereniging Heerlerbaan heeft daarna in

overleg met aannemersbedrijf Jongen en

in overleg met de gemeente Heerlen en de Rijksdienst

voor het Cultureel Erfgoed een restauratieplan

ontwikkeld, waardoor de huidige in 1986 gereed

gekomen vijf appartementen en acht eengezinswoningen

ontstonden.

Bouwhistorisch onderzoek toont aan dat de gebinten

van het vakwerkhuis, waarin de fraaie overkraagde

verdieping is aangebracht, van eind 16 e , begin 17 e

eeuw zijn. Het woonhuis is in de loop van de 18 e eeuw

naar oostelijke zijde met twee gebinten uitgebreid.

Later zijn er nog andere verbouwingen geweest,

zoals de verstening van de uitbouw van het westelijk

woonhuis, verandering van haarden, bouw van het

kelderhuis en de bedstede en dergelijke.

De hoeve ligt op een locatie tussen de Bovenste

Caumer en de Romeinenstraat. Hier liggen ook de

resten van een Romeinse villa van het type rustica.

The farmstead is one of the oldest half-timbered

farmsteads of Heerlen and has a rich history. This is

partly because the Caumerbeek rises in the neighbourhood

and in the basement of the farmstead.

Around 1950 people still came here to fetch water. The

crawl space has later been filled up with sand and the

well has been sealed with a concrete plug.

During the 20th century the farmstead deteriorated

enormously. The preservation of the Horicherhof

is largely owed to a campaign initiated by several

inhabitants of the Heerlerbaan neighbourhood

between 1982-1985. Subsequently, the Heerlerbaan

housing association in consultation with the Jongen

contracting firm, the municipality of Heerlen and

the Cultural Heritage Agency has developed a restoration

plan, which in 1986 resulted in the current five

flats and eight single-family dwellings.

Historical building research shows that the trusses

of the half-timbered house, in which a beautifully

extended floor has been created, date from end 16th,

beginning 17th century. During the 18th century

the residence was expanded towards the east side

with two trusses. Later on other renovations have

taken place, such as the brickifying of the extension

to the western residence, changing the fireplaces,

building the basement apartment and the box bed,

and the like.

The farmstead is situated between the Bovenste

(Upper) Caumer and the Romeinenstraat. Here the

remnants of a Roman villa rustica can also be found.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DE DROEPNAAS

Corisbergweg 117, 119, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 14 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21237

THE DROEPNAAS

Corisbergweg 117, 119, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 14th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21237

49

Deze hoeve van baksteen met een gesloten binnenplaats

heeft aan de straatzijde een puntgevel en een

ellipsboogpoort. In 14 e eeuwse archiefstukken komt

de hoeve voor als “Onderste hof” of “Klein Caumer”

en was een Wickraadsleen. Waarschijnlijk is het pand

een vroege afsplitsing van de Horicherhof, die meermaals

de “Overste hof” werd genoemd.

Blijkens een hardstenen sluitsteen boven de ingang

‘Anno 1779 R. Freins m.i. Offermans’ is de hoeve toen

verbouwd of herbouwd.

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw stond

voor de hoeve een waterpomp, waaruit de inwoners

van de Caumer hun water konden halen. In de loop

der jaren raakte de bron uitgedroogd, waardoor de

pomp nog maar druppelde. Zo ontstond waarschijnlijk

de naam Droepnaas. De pomp is al lang geleden

verdwenen, maar de naam leeft nog voort en staat

tegenwoordig op de gevel.

Delen van het vakwerk zijn nog in de gevels en op de

binnenplaats herkenbaar. In de Tweede Wereldoorlog

was de hoeve een onderduikadres en de uitvalsbasis

voor de in het verzet actieve familie Bockma.

In de jaren zeventig bestond het plan om 1.000 galerijwoningen

te bouwen. Met deze nieuwe ontsluitingsweg

zou de historische beekzone worden doorsneden

en zou het agrarische gebied van de Bovenste Caumer

geïsoleerd raken. Inspraak van bewoners heeft dit

weten te voorkomen.

This brick farmstead with secluded inner courtyard

has a gable-end and an elliptical arch gate on the

street side. In 14th century archives the farmstead is

referred to as “Onderste hof” (“Lower Farmstead”) or

“Klein Caumer” (“Small Caumer”) and was a Wickraad

fief. The property is probably an early split off

of the Horicherhof, which was often referred to as

the “Overste hof” (“Upper Farmstead”).

As appears from a bluestone keystone above the

entrance, stating ‘Anno 1779 R. Freins m.i. Offermans’

the farmstead was renovated or rebuilt in that year.

During the twenties and thirties of the last century

there was a water pump in front of the farmstead

from which the inhabitants of the Caumer could get

their water. Throughout the years the well dried up,

which left the pump to produce no more than a few

droplets. This probably resulted in the name "Droepnaas"

(meaning something in the nature of "Runny

Nose"). The pump disappeared many years ago, but

its name still lives on the facade.

Parts of the former timbered parts of the house can

still be recognized in the facades and in the courtyard.

During World War II the farmstead was used as a

safehouse and the base of operations for the Bockma

family who were active in the resistance.

During the seventies the plan was suggested to

build 1,000 gallery flats. This new access road would

transect the historic brook area and also the agricultural

area of the Bovenste (Upper) Caumer would

become isolated. Inhabitants’ participation has

averted that development.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE CORISBERG

Corisbergweg 1, Heerlen

Huidige functie: Zorgboerderij

Bouwjaar: 14 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21236

FARMSTEAD CORISBERG

Corisbergweg 1, Heerlen

Current function: Care farm

Year of construction: 14th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21236

50

Hoeve Corisberg wordt al in 1371 genoemd als leengoed

en stamgoed van het geslacht Caldenborn of

Van Caldenborch. De carréboerderij is schilderachtig

gelegen tegen de helling van het dal van de Caumerbeek.

Op de zuidwesthoek bevindt zich het 17 e eeuwse

L-vormige woongedeelte, waarvan de begane grond

is opgetrokken uit Kunradersteen en de verdieping in

baksteen met speklagen en hoekblokken van mergel.

In de 17 e eeuw werd ook de rest van de zuidgevel

vernieuwd door toepassing van mergel.

Already in 1371 Farmstead Corisberg is mentioned as

fief and family estate of the house of Caldenborn or

Van Caldenborch. The square farm house is picturesquely

situated against the slope of the valley of the

Caumerbeek. In the southeast corner there are the

17th century L-shaped living quarters of which the

ground floor is built in Kunrader stone and the first

floor in brick with string courses and corner blocks

of marl. In the 17th century also the remainder of

the south wing was renewed by applying marl.

De inscriptie: “Anno 1768 Thomas Ulecks Anna Marea

Horbach” in de puntgevel van het woonhuis, wijst

op een verbouwing in dat jaar. Hierbij werden de

segmentboogvensters en de schoorsteenmantels

in Lodewijk XIV-stijl aangebracht. Onder het woongedeelte

bevindt zich een kelder met een ellipsbooggewelf.

Dit is het oudste gedeelte van deze hoeve.

De bakstenen muur aan de oostzijde stamt uit de

eerste kwart van de 19 e eeuw. De stal is, zoals het jaartal

vermeldt, uit 1780. De buitengevel bestaat uit

baksteen met speklagen van mergel. Opmerkelijk is

het onderste deel van deze gevel aan de wegkant.

Hier is een gevarieerde hoeveelheid steen (her)

gebruikt: stukken mergel en zandsteen zijn herkenbaar,

maar ook maaskeien en vuursteenknollen.

De laatste bewoners zijn eind 2002 gestopt met

boeren. In 2009 is de boerderij overgedragen aan de

Stichting Zonnehuizen. Alynia Architecten & Adviseurs

kreeg in 2010 opdracht de hoeve te verbouwen tot

zorgboerderij.

Om de autonomie van de monumentale boerderij en

het karakter van het glooiende landschap zoveel

mogelijk te handhaven, is de uitbreiding met de vier

geschakelde woningen half ingegraven in een verder

gelegen talud. Verder is een extensief grasdak aangebracht

dat aansluit bij het groen van de omgeving.

The inscription “Anno 1768 Thomas Ulecks Anna

Marea Horbach” in the gable end of the residence is

evidence of a rebuilding in that year. During this rebuilding

the segmented arched windows and the

mantelpieces in Louis XIV-style were installed. Below

the residential area there is a cellar with an oval-shaped

arched roof. This is the oldest part of this farmstead.

The brick wall on the east side dates from the first

quarter of the 19th century. As shown by the year,

the stable is from 1780. The facade is a combination

of brick and marl string courses. Remarkable is the

lower part of this facade on the street side. Here a

varied quantity of stone was (re)used: pieces of marl

and sandstone are discernible but also Meuse boulders

and flint nodules.

The last occupants stopped farming by the end of

2002. In 2009 the farm was handed over to the

Zonnehuizen Foundation. Alynia Architects & Advisors

were commissioned to rebuild the farmstead into a

care farm in 2010.

In order to preserve the autonomy of the monumental

farm and the character of the sloping landscape as

much as possible, the extension with the four semidetached

houses has been partly dug into a talus

situated somewhat further away. Also an extensive

grass roof has been created which is in keeping with

the green of the environment.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE ERK

Johannes XXIII-singel 46, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21240

FARMSTEAD DE ERK

Johannes XXIII-singel 46, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21240

51

De naam De Erk komt van het Latijnse ‘arca’ dat kast

of kist betekent en verwijst naar de sluis tegenover

de hoeve die voor de waterhuishouding van Heerlen

een belangrijke rol heeft gespeeld. Het water liep, als

men het schot van de sluis had laten zakken, vanaf de

Johannes XXIII-singel, via de Caumerbeeklaan naar

de laag gelegen omgeving van het huidige (op heipalen

gefundeerde) Grotius College. Daarna stroomde

‘Het Vlot’, ook wel ‘De Waterlooper’ genoemd, door

open greppels en kanalen langs de Akerstraat in de

richting van het centrum.

Deze fraaie hoeve, ooit ‘Boven de Poort’ geheten,

is grotendeels opgetrokken in roodbruine baksteen

rond een gesloten binnenplaats waar overblijfselen

van vakwerk uit 1739 te vinden zijn. Vooral dit vakwerk

maakt de hoeve karakteristiek. De strakke lijnen van

de balken en de witgepleisterde vlakken lijken een

introductie op de abstracte schilderkunst van Piet

Mondriaan, die zijn realistisch werk begon met

bewondering voor fraaie oude boerderijen.

Het bouwjaar weten we door een inscriptie op een

houten balk boven een ingang die vroeger met het

vakwerkdeel verbonden was: “Anno 1739 P. Pryden

27 Mey dit hvis staet in goode hant Godt bewaer dit

vor fevr en brant”.

In 1780 werd er een schuur bijgebouwd. Boven de

poort zijn muurankers met de tekst “1808” aangebracht,

wat wijst op een verbouwing.

De ellipsboogpoort en segmentboogvensters met

houten kozijnen, oren en ontlastingsbogen zijn

bouwkundig gezien uit het begin van de 19 e eeuw.

In de periode 1972-1982 werd de hoeve op particulier

initiatief gerestaureerd.

The name De Erk originates from the Latin ‘arca’

which means cupboard or chest and refers to the

sluice right across the farmstead which played an

important role in the water management of Heerlen.

When the partition of the sluice was lowered, the

water ran from the Johannes XXIII-singel, via the

Caumerbeeklaan to the low-lying neighbourhood of

today’s (pile founded) Grotius College. Subsequently

‘Het Vlot’ (‘The Raft’), also referred to as ‘De Waterlooper’,

ran through open ditches and canals along

the Akerstraat towards the centre.

This beautiful farmstead, once called ‘Boven de Poort’

(‘Above the Gateway’), has largely been constructed

in red-brown brick around a closed courtyard where

the remnants of half-timbered constructions from 1739

can be found. Especially the half-timbered construction

is characteristic of this farmstead. The firm-lined

beams in combination with the white-plastered surfaces

look like an introduction to the abstract painting

of Piet Mondriaan who started his realistic work in

admiration of beautiful old farmhouses.

The date of construction is known because of an inscription

in a wooden beam above an entrance that

used to be connected to the half-timbered part of the

residence: “Anno 1739 P. Pryden 27 Mey dit hvis staet

in goode hant Godt bewaer dit vor fevr en brant”.

In 1780 a barn was added. Above the gate wall ties

have been added with the text “1808” which refers

to a rebuilding.

From an architectural point of view the oval-shaped

gate and the segmented arched windows with

wooden frames, handles and relieving arches date

from the beginning of the 19th century. In the period

1972-1982 the farmstead was renovated by private

initiative.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SCHIFFELERHOF

Schiffeler 1, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 14 e en 19 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21241, 21242

SCHIFFELERHOF

Schiffeler 1, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 14th and 19th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21241, 21242

52

Verscholen in het groen achter het sportpark Kaldeborn

liggen de vijvers die ooit deel uitmaakten van

het middeleeuwse leengoed Schiffeler.

De Schiffelerhof was een leengoed van het bisdom

Keulen. De hoeve was eind 14 e eeuw de zetel van

het adellijke geslacht Van Retersbeek, bijgenaamd

Van Caldeborn.

Hidden in the green behind sports park Kaldeborn lie

the ponds that once were part of the medieval fief of

Schiffeler.

The Schiffelerhof was a fief of the bishopric of Cologne.

At the end of the 14th century the farmstead was

the seat of the noble family of Van Retersbeek, also

named Van Caldeborn.

De hoeve werd in 1665 samen met de nabijgelegen

hoeve Corisberg verkocht aan de Akense koopman

Henric Vignon, gehuwd met Anna Buirette. Het echtpaar

woonde in 1650 op kasteel Meezenbroek en moet

het herenhuis van de Schiffeler zo rond 1660 hebben

herbouwd. Het woonhuis heeft een zadeldak met

haaks aangebouwde schuur. Het woonhuis maakt deel

uit van het complex de Schiffeler.

Het hele complex is opgetrokken in baksteen en heeft

vensteromlijstingen in Naamse steen. Van de oorspronkelijke

uit ca. 1660 daterende ramen zijn er nog

een drietal bewaard gebleven aan de binnenhofgevel

op de slaapkamerverdieping. In de noordgevel zitten

nog sporen van vier van deze ramen. De poortvleugel,

in ongeveer dezelfde stijl, moet er kort na de bouw

van het herenhuis tegenaan zijn gezet.

In 1765 werd het goed verkocht aan Jan Willem

Lintgens-Schoonbrood. Rond 1800 vond er een

uitbreiding en verbouwing plaats, waarbij het

woongedeelte aan de voorzijde is bijgebouwd.

Eind jaren tachtig uit de vorige eeuw is de hoeve

door de initiatiefgroep Herstel Schiffelerhof volledig

gerestaureerd. In de hoeve en in de bijgebouwen

werden een aantal appartementen gerealiseerd.

In 1665 the farmstead, together with the nearby

situated farmstead Corisberg was sold to the Aachen

merchant Henric Vignon, married to Anna Buirette.

In 1650 the couple lived at Meezenbroek castle and

probably rebuilt the Schiffeler manor around 1660.

The residence has a saddle roof with rectangularly

attached shed. The residence is part

of the Schiffeler complex.

The entire complex is built in brick and has window

frames of Namur stone. Of the original windows

dating from around 1660 three have been preserved

on the inner-court facade on the bedroom floor.

In the north facade there are still traces of four of

these windows. The gate wing in approximately the

same style, must have been added to it shortly after

the construction of the manor.

In 1765 the property was sold to Jan Willem Lintgens-

Schoonbrood. Around 1800 the manor was expanded

and rebuilt during which the residential part on the

frontside was added.

By the end of the eighties of the last century the

farmstead was fully renovated by initiative group

‘Restoration Schiffelerhof’. In the farmstead and in

the annexes a number of condominiums were realized.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


CAUMERMOLEN

Caumermolenweg 12, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21235

CAUMER MILL

Caumermolenweg 12, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21235

53

De oudste Heerlense molen is de Caumermolen.

Deze is schilderachtig gelegen aan de nu dichtgeslibde

aftakking van de Caumerbeek. Het oorspronkelijk

L-vormige gebouw is grotendeels opgetrokken uit

baksteen en stamt uit 1787.

The Caumermolen is the oldest mill of Heerlen.

It is picturesquely situated at the now silted-up

tributary of the Caumerbeek (Caumer brook).

The originally L-shaped building has been largely

constructed out of brick and dates from 1787.

Al in 1371 wordt de molen genoemd. Het is dan tevens

de banmolen van Heerlen die eigendom was van de

landsheer. Een banmolen was een gezamenlijke

voorziening van een rechtsgebied waar de inwoners

gedwongen hun graan lieten malen.

Bij akte van 26 juli 1717 ontving Johannes Quadvlieg

de molen van de Staten-Generaal der Verenigende

Nederlanden. In het midden van de 19 e eeuw werd

de Caumermolen aangedreven door een bovenslagrad.

Na de Franse tijd werd Leon Pluymaekers de

eigenaar. Hij vernieuwde in 1881 de raderen van

de aandrijving van het rad.

Wat nu nog over is van de Caumermolen, de laatste

grote restauratie dateert van 1970, is een groot woonhuis,

voor het grootste deel opgetrokken uit baksteen.

Het is al lang geen molen meer, maar het is wel nog

een monument. De jaarankers ‘1787’ herinneren aan

een eerdere herbouw.

De molen is blijkbaar in gebruik geweest tot 1929.

Toen verhuisde de pachter-molenaar, P. Roex,

vanwege de lage waterstand, mede veroorzaakt

door een veranderde loop ten gevolgen van mijnverzakkingen,

naar de Oliemolen.

In 1953 werd de molen verkocht aan de gemeente

Heerlen. Die verkocht het pand door aan de familie

Dohmen die de restauratie ter hand nam.

Bij de inventarisatie van Limburgse molens uit 1957

was het molenwerk inmiddels gesloopt. Tegenwoordig

is het pand in het bezit van de familie Peeters (voormalig

apotheker in Heerlen).

Already in 1371 there is a reference to the mill. At that

time it was also the ban mill of Heerlen and was

owned by the local lord. A ban mill is a joint facility

of a judicial district in which the inhabitants were

forced to have their corn ground.

By a deed dated 26 July 1717 Johannes Quadvlieg

received the mill from the States-General of the

United Netherlands. In the middle of the 19th century

the Caumermolen was driven by an overshot wheel.

After the French period Leon Pluymaekers became

the owner. In 1881 he renovated the cogwheels of

the drive mechanism of the wheel.

What is left of the Caumermolen today, its latest major

renovation dates from 1970, is a large residence,

primarily constructed out of bricks. It is no longer a

mill, but still a monument. The iron wall ties stating

‘1787’ are reminiscent of an earlier renovation.

Apparently the mill was operational until 1929.

The tenant-miller, P. Roex, due to the low water level,

partly due to an altered course caused by subsidence

of the mine, moved to the Oliemolen.

In 1953 the mill was sold to the municipality of Heerlen.

The latter sold the property to the Dohmen family

who took up the renovation.

At the time of the 1957 stock-taking of Limburg mills

the milling mechanism had already been demolished.

Today the property is owned by the Peeters family

(former pharmacist in Heerlen).

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL WOONHUIS

Caumerbeeklaan 50, 52, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1917

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 523285

DOUBLE RESIDENCE

Caumerbeeklaan 50, 52, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1917

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 523285

54

Dit dubbele woonhuis bezit ensemblewaarde als

onderdeel van de vrijstaande en aaneengeschakelde

bebouwing aan de Caumerbeeklaan, Caumerdalschestraat,

Molenberglaan en een gedeelte van de Akerstraat

in relatie tot de mijnwerkers kolonie Molenberg.

This double residence has a ‘group value’ as part

of the detached and terraced houses on the Caumerbeeklaan,

the Caumerdalschestraat, the Molenberglaan

and a part of the Akerstraat in relationship with

the miners’ colony Molenberg.

Het vrijstaand dubbele woonhuis heeft een U-vormige

plattegrond. De frontgevels van het linker- en rechterdeel

springen iets vooruit. Het pand telt één, deels

twee bouwlagen onder zadeldaken met rode Hollandse

pannen. Het is een voorbeeld van het dubbelwoonhuis,

dat gescheiden wordt door een loggia

met twee hoofdingangen.

Interessant is te zien hoe de voorkeur van Stuyt

(1868-1934) voor een driedeling gestalte krijgt.

In het middenstuk van de frontgevel, tussen beide

vooruitspringende geveldelen, bevindt zich een breed

dakoverstek rustend op twee kleine ambachtelijk

bewerkte houten consoles en een houten middenkolom.

Twee dakkapellen werken als focuspunt.

Samenbindend zijn de zes kozijnen waarin nog

authentieke ruitvormige roedeverdelingen voorkomen.

Deze beeldbepalend detaillering in het middenstuk,

met de voordeuren van beide woningen en het bordes

met traptrede, geeft van het hele blok weer een

driedeling.

Hout, baksteen en natuursteen zijn de belangrijkste

bouwmaterialen. Boven acht ramen in de vooruitstekende

gevels zit een strekse boog met natuurstenen

sluitsteen. Alhoewel Stuyt hield van eenvoud,

paste hij dit soort versiering vaker toe.

Nummer 50 heeft een vrijwel authentieke interieur

indeling. Van belang zijn onder meer de houten

schuifdeuren tussen woon- en zitkamer; de houten

trap met leuning met spijlen, handlijst en hoofdbaluster;

de plafonds met stucwerk in blad/bloemmotief.

The detached double residence has a U-shaped

floorplan. The front facades of both the left and

the right side are slightly protruding. The property

has one, partly two, levels under saddle roofs with

red Dutch tiles. It is an example of a double residence,

separated by a loggia with two main entrances.

It is interesting to see how Stuyt’s (1868-1934) preference

for a threefold structure is taking shape.

In the middle segment of the front facade, between

both protruding facade elements, there is a broad

overhang supported by two traditionally decorated

wooden consoles and a wooden centre pillar.

Two dormer windows act as focal points. The six

window frames with their still authentic diamondshaped

panelling are a unifying element. These iconic

details of the middle segment, with the front doors of

both houses and the steps, again give the entire block

a threefold character.

Wood, brick and natural stone are the most important

building materials. Above eight windows in the protruding

facades there is a stretcher arch with a natural

stone keystone. Although Stuyt favoured simplicity,

he often applied such decorations.

Number 50 has an almost entirely authentic floorplan.

Some important elements are the wooden sliding

doors between living and sitting room; the wooden

staircase with wooden banister rail, handrail and

guardrail; the stucco ceilings with petal/flower motif.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KWEEKSCHOOL VOOR TEACHER TRAINING

MEISJES COLLEGE FOR GIRLS 55

Bekkerveld 1, Heerlen

Bekkerveld 1, Heerlen

Huidige functie: Kinderopvang Humanitas

Bouwjaar: 1929

Architect: F.P.J. Peutz

Monumentnr.: 512800

Current function: Childcare Humanitas

Year of construction: 1929

Architect:

F.P.J. Peutz

Monument no.: 512800

De kweekschool markeert in het oeuvre van Peutz

het breukvlak tussen de invloed van het Nieuwe

Bouwen en die van de Delftse School. Deze laatste

stroming binnen het traditionalisme in Nederland werd

bekend door de uitgesproken theorieën van Granpré

Molière (1883-1972). De functie van een gebouw moest

duidelijk terug te zien zijn in de vorm en gebaseerd

zijn op universele normen en waarden.

In the work of Peutz the teacher training college

marks the plane of fracture between the influence

of the ‘New Pragmatism’ and that of the Delft School.

This movement within the traditionalism in the Netherlands

became known via the outspoken theories of

Granpré Molière (1883-1972). The function of a building

should be evident from its form and based on

universal standards.

De voormalige kweekschool voor meisjes, Maria

Immaculata is de volledige naam, staat schuin tegenover

de voormalige MTS (vanaf 1957 bekend als

de HTS). Het langgerekte grondplan ligt evenwijdig

aan twee straten van het grote grazige plein.

Het pand telt drie bouwlagen plus souterrain en

wordt afgedekt met een zwak hellend zadeldak met

ambachtelijke gootklossen. Het dak is gedekt met

Hollandse pannen en heeft uitstekende schoorstenen.

De hoekpartijen in de asymmetrische frontgevel zijn

verschillend geaccentueerd door horizontale en

verticale richels die soms enige overeenkomst lijken

te hebben met neoplastische details in het expressionisme.

De andere vensters in de frontgevel zijn van verschillend

formaat en dat is niet zonder reden. De vensters

laten namelijk de functies van de achterliggende

ruimten zien: ze zijn regelmatig in de derde bouwlaag

(voormalige slaapzaal); groter dan de andere in de

tweede bouwlaag (tekenlokaal); soms onregelmatig

van positie (trappenhuizen) en symmetrisch en

langwerpig in de as van de ingangspartij (hal).

Voor de ingang is een horizontale overkapping van

een hardstenen plaat. Hier staan twee heilige beelden

gemaakt door Charles Vos (1888-1954) die rondom

versierd zijn: Sint Franciscus met pij en Sint Jozef

met kind.

The former teacher training college for girls, Maria

Immaculata in full, is located diagonally opposite to

the former intermediate technical school, MTS (as of

1957 known as the HTS, higher technical school).

The elongated floorplan is parallel to two streets

of the big lush square.

The building has three construction levels plus a

basement and is covered by a slightly sloping saddle

roof with traditional cornice brackets. The roof is

covered with Dutch tiles and has protruding chimneys.

The corner areas in the asymmetric front facade are

accentuated differently by horizontal and vertical

ridges which sometimes seem to resemble slightly

the neoplastic details of the Expressionism.

The other windows on the front facade have different

formats and not without a reason. The fact is that

the windows show the function of the rooms that lie

behind them: they are regular on the third construction

level (former dormitory); larger than the other

windows on the second floor (art room); sometimes

irregular of position (staircases) and symmetric and

elongated along the axis of the entrance hall.

In front of the entrance there is a horizontal covering

built of a bluestone slab. Here there are two sacred

sculptures by Charles Vos (1888-1954) which have

been decorated on all sides: Saint Francis with a habit

and Saint Joseph with a child.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KERK VAN DE HEILIGE CHURCH OF THE HOLY

MOEDER ANNA MOTHER ANNA 56

Bekkerveld 10, Heerlen

Bekkerveld 10, Heerlen

Huidige functie: Kerk

Bouwjaar: 1952-1953

Architect: F.P.J. Peutz

Monumentnr.: 530830

Current function: Church

Year of construction: 1952-1953

Architect:

F.P.J. Peutz

Monument no.: 530830

De tweede architect was H. Teeken (1900-1950):

‘een nuchtere technische en gewetensvolle tegenpool

van de kunstenaar Frits Peutz’. De kerk zou met 1.000

zitplaatsen de nieuwe hoofdkerk van de Oostelijke

Mijnstreek worden. De kerk is centraal gelegen in de

wijk Bekkerveld, aan de rand van een gelijknamig

grasveld.

The second architect was H. Teeken (1900-1950):

‘a down-to-earth technical and conscientious antipode

of the artist Frits Peutz’. The church with its 1,000

seats was to become the new main church for the

Eastern Mining District. The church is centrally located

in the Bekkerveld neighbourhood, on the edge of a

similarly named lawn.

Als een van de eerste volledig betonnen kerken in

Nederland werd zij in de bouwtijd met argusogen

bekeken. Beton, zeker als het in het zicht bleef zoals

het uit de bekisting kwam, werd lange tijd door de

Katholieke Kerk als een onedel materiaal beschouwd.

Peutz vond beton echter passen bij de dagelijkse

omgeving van de gewone mijnwerkers. De textuur

van betonnen wanden leek op die van de koeltorens.

Het gebouw bestaat uit een vierkante onderbouw

van 41x41 meter, een achthoekige tamboer, een ronde

koepel met een doorsnede van 31 meter en een

lantaarn met kruis. De tamboer rust op acht kolommen

die cirkelvormig in de vierkante kerkzaal zijn

geplaatst. Boven de vensters in de tamboer ligt een

zware betonnen ringbalk die het koepelgewelf op

zijn plaats houdt.

Op alle hoeken van de onderbouw zijn acht vensters

geplaatst met een vakverdeling van twaalf vierkanten.

Het hoge uitgebouwde portaal aan de westzijde heeft

een gewelfde luifel dat op de zijmuren en op twee

slanke kolommen rust.

In tegenstelling tot wat men zou verwachten, is het

bankenplan traditioneel. De altaren, biechtstoelen

en doopvont en ook het materiaalgebruik (hout,

natuursteen) voor deze onderdelen zijn eveneens

traditioneel. Daan Wildschut (1913-1995) ontwierp

in de periode 1954-1979 zeventien kleurrijke

glas-in-betonramen.

As one of the first entirely concrete churches in

the Netherlands, it was looked at with Argus’ eyes

in that time. Concrete, especially if it stayed in sight

precisely as it came out of the concrete formwork,

had been considered as a dishonourable material by

the Roman Catholic church for a long time. Peutz

however thought concrete in accordance with the

everyday living conditions of the common miners.

The texture of concrete walls resembled those of the

cooling towers.

The building consists of a square substructure of 41x41

metres, an octagonal timbrel, a round dome with a

diameter of 31 metres and a lantern with a cross.

The timbrel rests on eight columns that have been

placed in a circle position in the square church hall.

Above the window frames is a heavy concrete ring

beam that keeps the domed roof in its place.

On all corners of the substructure eight windows have

been placed with a panelling consisting of twelve

squares. The heightened porch on the westside has

an amazing arched porch which rests on the side

walls and two slender columns

In contrast to expectation, the pew plan is traditional.

The altars, the confessional chairs and baptismal font

and also the use of materials (wood, natural stone)

for these elements are also traditional. Daan Wildschut

(1913-1995) designed seventeen colourful glass-inconcrete

windows in the period 1954-1979.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA HAEX

Akerstraat 126, Heerlen

Huidige functie: Kantoor

Bouwjaar: 1911

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 512770

VILLA HAEX

Akerstraat 126, Heerlen

Current function: Office

Year of construction: 1911

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 512770

57

Deze riante, vrijstaande stadsvilla ontstond in een

periode toen Heerlen een explosieve groei meemaakte

van ingeslapen stadje naar dé mijnmetropool van

Nederland. De villa is genoemd naar de opdrachtgever

en eerste bewoner, directeur Haex van de Oranje-

Nassau Mijnen.

This spacious detached townhouse was built in a

period in which Heerlen experienced an explosive

growth from a sleepy small town into the mining

metropolis of the Netherlands. The villa is named after

the man who commissioned it and its first inhabitant,

director Haex of the Oranje-Nassau Mines.

De villa lag bij de bouw nog in het open veld, van

verre zichtbaar onder aan de helling van het omringende

Heuvellandschap, aan de samenkomst

van de weg naar Aken en de Molenberglaan.

De ruime voortuin accentueert het monumentale

van het pand. De villa is een onderdeel van de reeks

villa’s en landhuizen in dit deel van Heerlen aan

de Caumerbeeklaan en omgeving.

Deze villa staat nog steeds in hoog aanzien vanwege

zijn allesoverheersende positionering. Mede door

de witte kleur en de symmetrische blokvorm is hij

bijzonder in de oeuvres van Jan Stuyt.

De villa telt twee bouwlagen, maar oogt hoger door

een opvallend schilddak, schoorstenen met vlammenvangers,

dakkapellen en nokpionnen. Het toegepaste

bouwmateriaal is baksteen voorzien van pleisterwerk

en hardsteen.

De schijnbaar eenvoudige frontgevel wordt opgesierd

met een gepleisterd blokmotief, rondboogvormig

bovenlicht en hardstenen toegangstreden met aan

weerszijden van de voordeur een hardstenen kolom.

Het oorspronkelijke interieur is voor een groot deel

intact gebleven. In de hal aan de linkerzijde bevindt

zich de authentieke houten trap met houten lambrisering.

De trap loopt door tot de zolderverdieping.

Boven het trappenhuis bevindt zich nog een groot

rechthoekig glas-in-lood dakvenster.

During its construction the villa was still situated in

the open field, already visible from afar at the foot of

the surrounding hills, at the convergence of the road

to Aachen and the Molenberglaan.

The spacious front garden accentuates the monumental

character of the building. The villa is a part of the

series of villas and country houses in this part of

Heerlen at the Caumerbeeklaan and its environment.

This villa is still held in high regard because of its

overpowering positioning. Also because of the white

colour and the symmetric block shape it stands out

in the works of Jan Stuyt.

The villa has two levels, but looks higher because

of its striking hipped roof, its chimneys with spark

catchers, dormer windows and ridge ornament.

The building material used is brick clad with plaster

and bluestone.

The apparently simple facade is embellished by a

plastered chequered pattern, arched transom window

and bluestone entrance steps with a bluestone pillar

on both sides of the front door.

The original interior has remained largely intact.

In the hall on the left side there is the authentic

wooden staircase with wooden panelling. The staircase

goes all the way up to the attic. Above the stairwell

there is another large rectangular leaded roof

window.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KAPEL BERNARDINUS- CHAPEL BERNARDINUS-

COLLEGE COLLEGE

58

Akerstraat 97A, Heerlen

Akerstraat 97A, Heerlen

Huidige functie: Kerkgebouw

Bouwjaar: 1931

Architect: Jos Wielders

Monumentnr.: 512768

Current function: Church building

Year of construction: 1931

Architect:

Jos Wielders

Monument no.: 512768

In 1912 werd er op een ruim perceel, toen nog buiten

de bebouwde kom van Heerlen, een klooster van de

Franciscanen en een R.K. Hogere Burgerschool

gebouwd, het tegenwoordige Bernardinuscollege.

De architect van het gebouw was J. Seelen. De school

en kapel hebben ruim een eeuw een vormende

invloed uitgeoefend op de economische, politieke

en culturele elite van Heerlen en wijde omstreken.

In 1912, on a spacious plot of land, at that time still

outside the built-up area of Heerlen, a Franciscan

monastery and a Roman Catholic Secondary School

were built, the present-day Bernardinuscollege.

The architect of the building was J. Seelen. For more

than a century the school and chapel have exercised

a formative influence on the economic, political and

cultural elite of Heerlen and the surrounding region.

Het complex vertegenwoordigt een belangrijke

periode in de ontwikkeling van de Rooms Katholieke

Kerk in Limburg. De ruimdenkende Franciscanen aan

het roer waren in veel opzichten, vooral op pedagogisch

en sociaal gebied, hun tijd vooruit. Opvallend

in dit verband is het grote aantal socialistische

bewindslieden, waaronder twee ministers, die hun

wortels hadden in het katholieke Bernardinuscollege.

In 1931 werd het complex uitgebreid met de kapel van

de Heilige Bernardinus van Siena in Zakelijk Expressionistische

stijl naar een ontwerp van architect Jos

Wielders. Hierdoor werd een voorplein driezijdig

ingesloten. De tuin naast de kapel is de oorspronkelijke

kloostertuin en is aangelegd als uitloper van

het Aambos.

De kapel heeft in hoofdzaak een rechthoekige plattegrond

en wordt gedekt door een zadeldak. Links van

de kapel bevindt zich een kloostergang met op

de hoek een hal met twee ingangen en de toren.

Rechts van de kapel is een vierkante bidkapel.

Onder de apsis bevindt zich een crypte. In de kapel

buigen de pilaren vanaf de grond af aan naar binnen

en vormen een spitsboog. Het gebouw heeft een

betonconstructie bekleed met metselwerk. Het meest

bijzondere architectonische element is het vrijgehouden

horizontale glas-in-lood raam aan de zuidzijde.

The property represents an important period in

the development of the Roman Catholic Church in

Limburg. In many aspects, especially pedagogically

and socially, the broadminded Franciscans in charge

were way ahead of their time. In this context it is

striking to notice the large number of socialistic

government leaders, including two ministers, who had

their roots in the Roman Catholic Bernardinuscollege.

In 1931 the property was expanded with a chapel of

the Holy Bernardino of Siena in Abstract Expressionistic

style by a design of the architect Jos Wielders.

Thus a forecourt became enclosed on three sides.

The garden adjacent to the chapel is the original

monastery garden and has been laid out as embranchment

of the Aambos (Forest of Aam).

The chapel has a predominantly rectangular floor plan

and is covered by a saddle roof. On the left of the

chapel there is an ambulatory with in its corner a hall

with two entrances and the tower. On the right of

the chapel there is a square oratory.

Under the apsis there is a vault. Inside the chapel

the pillars bend inwards from the ground and create

a Gothic arch. The building has a concrete construction

clad with brickwork. The most striking architectural

element is the preserved horizontal leaded glass

window on the southside.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBELE STADSVILLA

Akerstraat 110, 112, Heerlen

DOUBLE URBAN VILLA

Akerstraat 110, 112, Heerlen

59

Huidige functie: Woning (110) en kantoor (112)

Bouwjaar: 1918

Architect: H.H.A. Tummers

Monumentnr.: 512769

Current function: Residence (110) and office (112)

Year of construction: 1918

Architect:

H.H.A. Tummers

Monument no.: 512769

Deze stadsvilla was gedeeltelijk een dokterswoning.

In 1930 werd nr. 110 aan de achterzijde uitgebreid.

In 1933 bouwde architect H. Teeken een praktijkruimte

bij nr. 112 aan de Vlotstraat. Daardoor is de oorspronkelijke

rechthoekige plattegrond tegenwoordig

U-vormig.

De symmetrische voorgevel heeft acht traveeën,

een driehoekige topgevel en in het midden twee

afwijkende vensters onder een gebogen sierfronton.

De gevels zijn van rood-roze baksteen in kruisverband

met gesneden voegen. De gele aanzet- en sluitstenen

maken in samenhang met de twee voordeuromlijstingen,

van de voorgevel een levendige compositie.

Beide panden hebben authentieke houten deuren en

vensters met in glas-in-lood uitgevoerde bovenlichten.

Het als één villa ogende blok heeft twee bouwlagen

onder een schilddak en is gedekt met rode muldenpannen.

Het opvallendste detail is de driehoekige

topgevel aan de voorzijde. In de top bevindt zich een

ornament met passer, meethoek en hamer te midden

van krullen en bloemen. Dit is het symbool van de

Vrijmetselaars: ‘Opperbouwmeester des Heelals’,

de hamer staat voor kracht en doorzettingsvermogen,

de passer voor zelfonderzoek en de driehoek is het

alziend oog. Maar het kan ook een winkelhaak zijn

en een toespeling op de betekenis van de bouwkunst.

De hoofdingangen liggen ongeveer 1 meter boven

de Akerstraat. Er zijn hardstenen trapjes gemaakt met

balustrades uitlopend in balusters met bollen en

hierop een smeedijzeren leuning. De plint, de raamdorpels

en een brievenbus aan de linkerkant zijn van

dezelfde grijze hardsteen. Het houten hekwerk tussen

bakstenen kolommen met ezelsrug is karakteristiek

voor de oorspronkelijke afbakening van veel voortuinen

langs de Akerstraat.

This urban villa was partially a doctor’s house.

In 1930 the house at no. 110 was expanded at the rear.

In 1933 the architect H. Teeken built a surgery at no.

112 at the Vlotstraat. This resulted in the original

rectangular floorplan now being U-shaped.

The symmetrical front facade has eight bays, a

triangular apex and in the middle two deviating

windows under an arched decorative fronton.

The facades are of cross bond red-pink brick with

recessed joints. The yellow skewbacks and coping

stones in combination with the two front door frames

make the front facade a lively composition. Both

houses have authentic wooden doors and windows

with stained glass transom windows.

The block, looking as one villa, has two construction

layers under a hipped roof and is covered by red

Mulden tiles. The most striking detail is the triangular

apex on the front side. In the apex there is an ornament

with a pair of compasses, square and hammer

amidst curls and flowers. This is the symbol of the

Freemason: ‘Supreme Master Builder of the Universe’,

the hammer stands for strength and perseverance,

the pair of compasses for self-reflection and the

triangle is the all-seeing eye. But it may also be a

square and therefore a reference to architecture.

The main entrances are approximately 1 metre above

the Akerstraat. Some bluestone steps have been

created with balustrades ending in balusters with

spheres and on top of that a cast-iron railing.

The plinth, the window sills and a mailbox on the

left side are made of the same grey bluestone.

The wooden fencing between the brick columns with

ogee is characteristic of the original demarcation of

many front gardens at the Akerstraat.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


OLIEMOLEN

Oliemolenstraat 32, Heerlen

OIL MILL

Oliemolenstraat 32, Heerlen

60

Huidige functie: Graanmolen, winkel, b&b, woning

Bouwjaar: 16 e eeuw

Architect: H. Dassen (woonhuis 1939)

Monumentnr.: 21230

Current function: Corn mill, shop, B&B, residence

Year of construction: 16th century

Architect: H. Dassen (residence 1939)

Monument no.: 21230

Het centrum van Heerlen ligt tussen de Caumerbeek

en de Geleenbeek, driezijdig ingesloten door heuvelruggen.

De meest oostelijke heuvel, de Molenberg, is

genoemd naar drie watermolens: de Schandelermolen,

de Caumermolen en de Oliemolen, ook wel ‘in den

Crouwel’, later ‘Creuwels-oliemolen’ genoemd.

Over de ontstaansgeschiedenis van de molen bestaat

enige onduidelijkheid. De stichtingsakte, waaruit blijkt

dat de familie Van Schaesberg als opdrachtgever voor

de bouw tekent, is gedateerd op 9 mei 1502. Waarschijnlijk

is ooit een foutief jaartal overgenomen en

moet het 1562 zijn. De molen is dan in het bezit van

de familie Van Schaesberg, die de molen in 1570

verkoopt.

Het molenhuis is vakwerk op een ondergrond van

mergel en heeft een bovenslagrad. Het krulanker 1740

duidt op een verbouwing door griffier Theodoor

Dautzenberg. Die verkoopt de molen in 1769 aan

de familie Wetzels. De molen blijft dan tot 1953 in

deze familie.

De molen kende verschillende ambachtelijke perioden.

Eerst was het een volmolen (vollen van lakens =

samenpersen van weefsels), later in de 16 e eeuw krijgt

hij ook de functie van oliemolen. Uit koolzaad, lijnzaad,

raapzaad en ook hennepzaad werd olie geperst.

Deze laatste functie had de molen tot in 1904.

Na 1904 is de molen alleen nog in gebruik als

graanmolen.

In 1939 brandde een schuur af. Daarvoor in de plaats

werd het huidige woonhuis gebouwd en de grote

poort die toegang geeft tot de binnenplaats door

architect Henry Dassen (1924-1964).

In 1999 is de as van het molenrad vervangen, waardoor

op gezette tijden het oude ambacht van meelproductie

weer te zien is.

The centre of Heerlen is situated between the Caumerbeek

and the Geleenbeek, on three sides enclosed

by hill crests. The most easterly-located hill,

the Molenberg, is named after three water mills:

the Schandeler mill, the Caumer mill and the Oil mill,

also referred to as ‘in den Crouwel’, and later called

‘Creuwels-oil mill’.

About the origin of the mill there is some unclarity.

The charter of foundation, which shows that the

Van Schaesberg family had commissioned the construction,

is dated 9 May 1502. It is likely that this year

has probably been copied wrongly sometime in

history and it should have been 1562. At that time

the mill was owned by the Van Schaesberg family,

who sold the mill in 1570.

The residential part of the mill is a half-timbered

house on a foundation of marl and has an overshot

wheel. The curled wall clamp 1740 indicates a rebuilding

by the registrar Theodoor Dautzenberg. He sold

the mill in 1769 to the Wetzels family. Until 1953

the mills remained in the possession of this family.

The mill has a history of different periods of workmanship.

At first it used to be a fulling mill (fulling of

sheet = compressing fabrics), later in the 16th century

it was also used as an oil mill. Here oil was pressed out

of coleseed, linseed, rapeseed and also hempseed.

The mill had this last function up to 1904. After 1904

the mill was only used as grain mill.

In 1939 a barn burnt down. In its stead the current

residence was built and also the large gate providing

access to the inner court yard by architect Henry

Dassen (1924-1964).

In 1999, the axis of the mill wheel was replaced,

so that the old craft of flour production can be seen

at regular intervals.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA FRANCISCA

Sint Franciscusweg 69, Heerlen

Huidige functie: Woonhuis

Bouwjaar: 1921

Architect: A. Boeken

Monumentnr.: 512774

VILLA FRANCISCA

Sint Franciscusweg 69, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1921

Architect:

A. Boeken

Monument no.: 512774

61

De villa is gebouwd in een traditionele stijl, met

invloed van de Amsterdamse School. Opdrachtgever

was ir. H.M. Noordhoorn Boelen, een adviseur

op het vakgebied van technische installaties. De villa

maakt onderdeel uit van het villapark Molenberg.

De architect Albert Boeken (1891-1951) vond dat

het functionalisme te ver was doorgeschoten.

Hij ontwierp verschillende nutsgebouwen in Amsterdam.

The villa was built in a traditional style, influenced

by the Amsterdam School. It was commissioned by

H.M. Noordhoorn Boelen, MSc, an advisor in the field

of technical installations. The villa is part of the

residential neighbourhood Molenberg.

It was the opinion of the architect Albert Boeken

(1891-1951) that functionalism had gone over the top.

He designed several public utilities’ buildings in

Amsterdam.

De hoofdvorm met zijn boerderij-achtig voorkomen

is ingegeven door de Nederlandse 19 e eeuwse plattelandsarchitectuur.

Deze architectuur vormt enkele

jaren later eveneens de inspiratie voor de simpele

en ingetogen bouwstijl van de Delftse School.

De villa heeft twee haaks in elkaar grijpende steile

rieten zadeldaken met wolfeinden. Het metselwerk

is uitgevoerd in Vlaams verband (kop en strek naast

elkaar). De verspringende plint bestaat uit donkere

baksteen. De houten kolommen bij de voordeur en

de hoekramen zijn uitbundig met schuine sneden

bewerkt.

In het rechter geveldeel boven een plint en een bloembak

bevindt zich een driedelig venster onder een latei

met de geschilderde naam “Villa Francisca”.

De rechter stijl heeft decoratief houtsnijwerk.

In de tweede laag bevinden zich een vierdelig venster

en onder het wolfseind een tweedelig venster met

twee brede stijlen en driehoekige zijlichten. Links

bevinden zich een klein keldervenster in de plint en

een vierdelig venster in een brede lijst ter plaatse van

het trappenhuis. Dit vierdelig venster is versierd met

de cijfers 1 9 2 1. De kozijnen, roeden en lateien zijn

veelal wit geschilderd en het raamhout in de kleur

zaansgroen.

The main shape with its farm-like presence has been

inspired by the 19th century Dutch rural architecture.

Some years later this architecture is also the inspiration

for the more simple and modest architecture of

the Delft School.

The villa has two steep thatched saddle roofs with

clipped gables that interlock at a right angle. The

masonry is Flemish bond (header and stretcher next

to each other). The staggered plinth is of dark brick.

The wooden columns at the front door and corner

windows have been exuberantly decorated with

vertical incisions.

On the right part of the facade above a plinth and a

flower box there is a three-piece window under a lintel

carrying the painted name “Villa Francisca”. The right

side post has decorative woodcarving.

On the second layer there is a four-piece window and

below the clipped gable a two-piece window with two

broad posts and triangular side screens. On the left

there are a small basement window in the plinth and

a four-piece window in a wide frame at the location

of the staircase. This four-piece window is decorated

with the numbers 1 9 2 1. The window frames, panelling

and lintels have primarily been painted white and

the wood of the windows is painted in the colour

‘Zaandam green’.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA

Caumerdalschestraat 22, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1917

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 509112

VILLA

Caumerdalschestraat 22, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1917

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 509112

62

Dit vrijstaande pand past mooi binnen het stadsgezicht

van dit door villa’s en landhuizen beheerste

deel van Heerlen, gelegen aan de Molenberglaan en

omgeving, op de bosrijke hellingen van het dal van

de Geleenbeek. Dit bouwwerk is exemplarisch voor

de vele villa’s die Jan Stuyt in Nederland heeft gebouwd

en is te vergelijken met de villa Zoetmulder,

op Caumerbeeklaan 70. Veel villa’s van Stuyt hebben

luifels en erkers.

This detached property fits beautifully in the cityscape

of this villa-and-mansion dominated part of Heerlen,

situated at the Molenberglaan and its surroundings,

on the woody slopes of the Geleenbeek valley.

This building is typical of the many villas that Jan

Stuyt has built in the Netherlands and is comparable

to the Zoetmulder villa, at Caumerbeeklaan 70. Many

villas designed by Stuyt have porches and bay windows.

Bij de aanleg is optimaal gebruik gemaakt van de

parkachtige omgeving. Het is gebouwd ten behoeve

van het hogere personeel van de Limburgse mijnen.

De architectonische gaafheid van het exterieur is

behouden gebleven.

De villa telt twee bouwlagen onder een schilddak,

gedekt met riet en enkele rondboogvormige dakkapellen.

Het pand is opgetrokken met bakstenen

in metselwerk in halfsteens verband. De frontgevel

is asymmetrisch ingedeeld.

In een uitbouw aan de rechterzijde bevindt zich de

entree met een klein bordes met drie toegangstreden.

De deur is onder een houten luifel met smeedijzeren

ophanging en twee ondersteunende houten consoles.

In het metselwerk boven de luifel is een ruitvormige

decoratie aangebracht.

De achterzijde is asymmetrisch met openslaande

tuindeuren aan de rechterzijde. In de linkerzijgevel

bevindt zich een driehoekige erker met rechthoekige

houten vensters, met bovenlichten met glas-in-lood.

Op deze erker is in de tweede bouwlaag een balkon

met houten balustrade onder een houten luifel

geplaatst.

De structuur van het interieur is beperkt in tact

gebleven.

For the construction optimal use has been made of

the park-like environment. It was built for the higher

staff of the Limburg mines. The architectural integrity

of the exterior has remained intact.

The villa has two construction layers under a hipped

roof, is thatched and has some arched dormer windows.

The house is clad in stretcher layers of brick

masonry. The facade has been arranged asymmetrically.

In an extension at the righthand side is the entrance

with a small elevated three-stepped landing. The door

is placed under a wooden porch with cast-iron hinges

and two supporting wooden consoles. The masonry

above the porch is decorated with a rhombic decoration.

The rear side is asymmetric with French doors at

the righthand side. In the left wing there is a triangular

bay window with rectangular wooden window panes,

with leaded transom windows. On top of this bay

window a second construction level is built consisting

of a balcony with a wooden railing under a wooden

porch.

To a limited extent the structure of the interior has

remained intact.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL LANDHUIS

Caumerbeeklaan 59, Caumerdalschestraat 15, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1920

Architect: Jan Stuyt

Monumentnr.: 512772

DOUBLE COUNTRY ESTATE

Caumerbeeklaan 59, Caumerdalschestraat 15, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1920

Architect:

Jan Stuyt

Monument no.: 512772

63

Jan Stuyt was geruime tijd de huisarchitect van

de door Henri Poels opgerichte woningbouwkoepel

‘Ons Limburg’. Aparte opdrachten kwamen bij hem

binnen van hoger opgeleiden en notabelen die in de

opbloei van Heerlen als mijnindustriestad hun villa’s

lieten bouwen aan de Akerstraat en het ‘Molenbergpark’

(Molenberglaan, Caumerbeeklaan, Caumerdalschestraat).

Aardig wat panden in de ‘chique buurt’

van Heerlen komen van zijn tekentafel.

Zo ook deze markante dubbele villa met een nagenoeg

vierkant, symmetrisch grondplan en risalerende

hoekpartijen. Het dubbel landhuis uit 1920 heeft twee

bouwlagen gelegen onder een schilddak met enkele

ingestoken schilddaken en dakkapellen onder een

tentdak met nokpion. De gevels hebben een optrek

in baksteen, metselwerk in kruisverband met gesneden

voeg. De voorgevel van het linkerpand heeft

originele kozijnen zonder roedeverdeling. Op de hoek

met de zijgevel bevindt zich een risalerend volume

met in de voorgevel in de eerste laag een driedelige

erker onder half zinken schilddak en in tweede laag

een driedelig venster.

Bijzonder is dat de oorspronkelijke interieurindeling

van Caumerdalschestraat 15 in zeer hoge mate behouden

is, zoals onder meer de originele schuifdeuren

met geslepen glas, de paneeldeuren in decoratieve

lijsten en het trappenhuis met kolom met bol (de

‘stuiter’, het beeldmerk van de architect) en leuning

op spijlen.

In het inwendige van Caumerbeeklaan 59 zijn

de tussendeur met glaspanelen, houten paneeldeuren

in decoratieve lijsten en het trappenhuis met kolom en

leuning op spijlen nog oorspronkelijke interieuronderdelen.

For quite some time Jan Stuyt was the in-house

architect of the housing corporation ‘Ons Limburg’,

founded by Henri Poels. He received exclusive assignments

from higher educated customers and dignitaries

who, in the prosperity of Heerlen as a mining

industry city, had their villas built at the Akerstraat

and in the ‘Molenbergpark’ area (Molenberglaan,

Caumerbeeklaan, Caumerdalschestraat). Quite a

few houses in this ‘fancy neighbourhood’ of Heerlen

come from his drawing table.

Also this striking double villa with an almost square,

symmetrical floorplan and protruding corner elements.

The double country estate from 1920 has two construction

layers situated under a hipped roof with

some inserted hipped roofs and dormer windows

under a hipped roof with a crest ornament.

The facades are made of brick, cross bond masonry

with recessed joints. The front facade of the left house

has window frames without panels. On the corner with

the side facade there is a protruding volume with in

the front facade on the first layer a three-piece bay

window under a half-zinc hipped roof and on the

second layer a three-piece window frame.

Striking is the fact that the original interior arrangement

of Caumerdalschestraat 15 has remained largely

preserved, such as the original sliding doors with cut

glass, the panel doors in decorative frames and the

staircase with column and sphere (the ‘big marble’,

the logo of the architect) and handrail on banisters.

In the interior of Caumerbeeklaan 59 the dividing door

with glass panels, wooden panel doors in decorative

frames and the staircase with column and handrail on

banisters still belong to the original interior elements.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBELE VILLA

Caumerbeeklaan 66, 68, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1916

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 512805

DOUBLE RESIDENCE

Caumerbeeklaan 66, 68, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1916

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 512805

64

Toen steeds meer mensen zich een luxueuzere woning

in een landelijke omgeving konden veroorloven, noodzaakte

het gebrek aan ruimte tot een meer aaneengesloten

bouwwijze.

When more and more people could afford a more

luxurious residence in the country, the lack of space

resulted in the necessity of a more condensed way

of building.

Zo ontstonden naast de villa’s, dubbele woonhuizen

die op vrijstaande villa’s leken en feitelijk twee-ondereen-kapwoningen

waren. Jan Stuyt slaagde er steeds

weer in ze een vergelijkbare verschijningsvorm te

geven met driehoeken, ruiten, bollen en bogen.

Deze woningen werden gebouwd ten behoeve van

bureauchefs van de Oranje-Nassau Mijnen en zijn

gelegen binnen het beschermde stadsgezicht Molenberg

en omgeving. In de aanleg van dit gebied is

de hiërarchie van het mijnbedrijf zichtbaar: de directeur

aan de grote weg naar Aken, het management

in het dal van de Caumerbeek en de mijnwerkers op

de Molenberg.

De dubbele villa heeft een grondplan van diverse in

elkaar grijpende rechthoeken. Het pand telt twee

bouwlagen en een dakverdieping en wordt afgedekt

met schilddaken met horizontale daklijn.

Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen.

Opvallend zijn verder de plint geaccentueerd met

een band van hardsteen. Het middendeel van de frontgevel

springt vooruit en heeft in de eerste bouwlaag

twee driezijdige erkers met plat dak en een balkon

met houten balustrade versierd met ‘stuiters’.

Er zijn drie dakkapellen, een breed dakoverstek en

een dakkapel in de frontgevel die wordt gedeeld

met beide panden.

Thus, in addition to the villas, double residences were

built that looked like the detached villas, but were in

fact semidetached residences. Time and time again

Jan Stuyt succeeded in giving them a comparable

manifestation with triangles, diamonds, spheres

and arches.

These residences were built for the office managers

of the Oranje-Nassau Mines and are situated within

the urban conservation area of Molenberg and its

surroundings. The construction of this area reflects

the managerial hierarchy of the mining company:

the director at the main road to Aachen, the management

in the valley of the Caumerbeek and the miners

at the Molenberg.

The two semidetached residences have a floorplan

with several intersecting rectangles. The residences

have two construction layers and a top floor and are

covered by hipped roofs with horizontal ridges.

The building material used is brick.

Also striking are the plinth courses accentuated

with a border of bluestone. The middle segment of

the front facade is protruding and on the first construction

layer it has two three-sided bay windows

with a flat roof and a balcony with a wooden balustrade

decorated with ‘marbles’.

There are three dormer windows, a wide overhang

and a dormer window in the front facade which is

shared by both houses.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA ZOETMULDER

Caumerbeeklaan 70, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1918

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 512803

VILLA ZOETMULDER

Caumerbeeklaan 70, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1918

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 512803

65

Deze vrijstaande villa werd gebouwd in opdracht van

Ir. J.M.A. Zoetmulder, inspecteur van de Volksgezondheid.

De villa is gelegen binnen het beschermde

stadsgezicht Molenberg en omgeving. Jan Stuyt

werd beïnvloed door de 19 e eeuwse landelijke villa’s

in Engeland. Meestal gebruikte hij (licht)rode bakstenen,

maar soms paste hij ook witte bepleistering toe.

Veel van zijn villa’s hebben klassieke proporties,

een representatieve massa en een overtuigende

dakrand.

Jan Stuyt zocht de harmonie met de landschappelijke

omgeving. Bij zijn manier van bouwen gaat het vaak

niet om stijl, maar om de denkbeelden die er achter

zitten. Deze villa is ontworpen met rechthoekig

grondplan in de dwarsrichting. De villa telt twee

bouwlagen en werd afgedekt met een schilddak.

In het dakschild van de frontgevel bevinden zich

twee halfronde dakkapellen met roedekruisen.

Deze oplossing is aan de achterzijde herhaald.

De rieten dakbedekking is in het werk van Stuyt

eerder uitzondering dan regel. De gevel bestaat

uit witgesauste baksteen.

De frontgevel laat zich tekenen binnen een meetkundige

figuur, zoals Palladio (1508-1580) dat deed.

Voor hem gold het woonhuis als prototype van alle

gebouwen.

In de eerste bouwlaag van het linkergeveldeel zit een

driezijdige erker met plat dak en hierop een balkon

met een metalen balustrade van een recentere datum.

De balkondeur heeft zij- en bovenlichten. De rechterzijgevel

heeft een opvallende uitbouw in een bouwlaag,

gemaakt van natuursteen met hierin de entree.

Bovenop ligt een balkon omringd door een bakstenen

balustrade met een sierlijke deksteen. De bekende

hoeklisenen in het werk van Stuyt zijn in dit ontwerp

vervangen door andere hoekaccenten met Kunradersteen.

This detached villa was built by order of Ir. J.M.A.

Zoetmulder, Public Health inspector. The villa is

situated within the urban conservation area of Molenberg

and its surroundings. Jan Stuyt was influenced

by the 19th century rural villas in England. He usually

used (light) red brick, but sometimes he also used

white plaster. Many of his villas have classical proportions,

a representative mass and convincing eaves.

Jan Stuyt looked for harmony with the rural environment.

His method of building is often not about style,

but about the underlying concepts. This villa was

designed with a rectangular floorplan with a transverse

presentation. The villa has two construction

levels and was covered with a hipped roof. In the face

of the roof on the front facade there are two hemispherical

dormer windows with window panelling.

This solution was repeated on the rear side.

The thatched roof is rather the exception than the rule

in the work of Stuyt. The facade consists of whitewashed

brick.

The front facade can be drawn within a geometrical

figure, as was also done by Palladio (1508-1580).

For him the residential house was the prototype

for all buildings.

On the first construction level on the left side facade

there is a three-sided bay window with a flat roof and

on top of it a balcony with a metal balustrade of a

more recent date. The balcony door has side and

transom windows. The right side facade has a striking

extension in a construction level, made of natural

stone with the entrance in it. On top of it a balcony

enclosed by a brick with an elegant covering stone.

In this design the well-known corner pilasters in

Stuyt’s work have been replaced by other corner

accents of Kunrader stone.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA WIJNANDS

Caumerbeeklaan 80, Heerlen

Huidige functie: Woonhuis

Bouwjaar: 1919

Architect: F.P.J. Peutz

Monumentnr.: 512773

VILLA WIJNANDS

Caumerbeeklaan 80, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1919

Architect:

F.P.J. Peutz

Monument no.: 512773

66

Zes jaar voor het behalen van zijn ingenieursdiploma

aan de Technische Hogeschool in Delft ontwierp Peutz

deze chaletachtige villa bij de Caumerbeek. Het werd

zijn eerste uitgevoerde ontwerp. Uitgaande van een

eenvoudig basisschema met tien kamers (inclusief

de keuken) paste hij een grote verscheidenheid aan

stijlfragmenten, materiaalsoorten, kleur en plastiek

toe, met invloeden zoals ook te zien bij de Amsterdamse

School. De gevels zijn wit gepleisterd.

De rechthoekige houten vensters en deuren hebben

deels roedeverdeling.

Het meest in het oog springt de steile asymmetrische

kap met houten beschieting. Hij speelt met het thema

“ongelijkheid” door de dakranden aan de voorzijde

naar binnen toe af te schuinen en aan de achterzijde

een wolfeind toe te passen. De linker- en rechterzijgevel

laten vreemde verschillen zien. De linkerzijgevel

bestaat, bijna over de volledige diepte, uit een asymmetrische

topgevel met hierin twee rechthoekige

vensters waarvan het linker venster op een houten

console rust. Boven de uitbouw van de rechterzijgevel

zit in de tweede bouwlaag een brede dakkapel met

een lessenaarsdak. Aan de linkerzijde van deze dakkapel

bevindt zich een geheel afwijkend dakraam

met een klein zadeldakje en een wolfseind.

Zoals in meerdere huizen van Peutz heeft het interieur

een tot de zolderverdieping doorlopende trapruimte

met rechte steektrappen en bordessen. De authentieke

houten trap met hoofdbaluster met bolbekroning

heeft een houten handlijst en gedraaide spijlen.

Het ontwerp voor dit ‘landhuisje’ paste in de zoektocht

van de jonge Peutz naar nieuwe concepten.

Six years before obtaining his engineering qualification

at the Delft Institute of Technology Peutz designed

this chalet-like villa near the Caumerbeek.

It became his first fully executed design. Starting from

a simple basic plan with ten rooms (including the

kitchen) he applied a great diversity of style fragments,

materials, colour and models, with influences

as can also be seen with the Amsterdam School.

The facades are plastered white. The rectangular

wooden windows and doors are partially panelled.

The most striking element is the steep asymmetric

roof timbering with wooden panelling. He plays with

the theme of ‘dissimilarity’ by letting the roof edges

slope inwardly at the front side and by applying a hip

roof on the rear. The left and right side facade show

strange differences. The left side facade consists,

almost across its full depth, of an asymmetric gable

end with two rectangular windows of which the left

window is supported by a wooden console. Above

the expansion on the right side facade there is a broad

dormer window with a pent-roof on the second

construction layer. On the left side of this dormer

window there is a completely non-typical skylight

with a small saddle roof with a clipped gable.

As in several Peutz’ houses the interior has a staircase

with straight steps and landings reaching as high as

the attic. The authentic wooden stairs with main

baluster with spherical crown has a wooden banister

and balusters.

The design for this ‘small country estate’ fitted-in

with young Peutz’ search for new concepts.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE MOLENBERG

Justus van Maurikstraat 37, Heerlen

Huidige functie: Appartementencomplex

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21234

FARMSTEAD MOLENBERG

Justus van Maurikstraat 37, Heerlen

Current function: Apartment building

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21234

67

De hoeve Molenberg oogt uiterlijk 18 e eeuws, maar

wordt in de 16 e eeuw al genoemd. Adellijke families

als het geslacht Van Hulsberg, genaamd Schaloen en

de familie Schellart d’Obbendorf, heren van Schinnen,

hebben de hoeve in hun bezit gehad.

De gebouwen dragen sporen van vele verbouwingen.

De grotendeels uit baksteen opgetrokken hoeve is

geplaatst om een gesloten binnenplaats. De voorvleugel

van twee verdiepingen heeft een zadeldak,

afgesloten door puntgevels. De 18 e eeuwse verdieping

en topgevels zijn voorzien van hoekblokken en enige

horizontale banden van mergel, zogeheten speklagen.

De rechter zijgevel is beneden nog van Kunradersteen;

aan de zijkant links jaarankers en enige schietgaten

in Kunradersteen. Ook bevatten de zijgevels en de

voorgevel uilengaten in mergel.

Een inscriptie boven de rondboogpoort herinnert aan

het feit dat het echtpaar Stassen-Melchers de hoeve

in 1776 heeft verbouwd.

In 1919 werd, naar ontwerp van architect Jan Stuyt,

de achtervleugel tot noodkerk van de parochie

Molenberg verbouwd. Tot de wijding van de nieuwe

kerk in 1927 heeft de noodkerk dienst gedaan. In 1929

is het verbouwd tot patronaat. Later werd de jeugd

sociëteit Gejem hier gevestigd.

In 1989 vond een ingrijpende renovatie plaats door

architectenbureau P.A.M. Mertens uit Hoensbroek.

De hoeve werd getransformeerd naar 16 appartementen.

Alleen de buitenmuren van het monument

bleven staan. In de achterbouw herinneren een klein

‘torentje’ en een kruis in beton op het dak nog aan

de oude functie van noodkerk.

From the outside the Molenberg farmstead looks 18th

century, but it is already mentioned as early as the

16th century. Noble families such as the house of Van

Hulsberg, named Schaloen and the Schellart d’Obbendorf

family, lords of Schinnen, have been the proprietors

of the farmstead.

The buildings bear marks of many rebuildings.

The farmstead, largely constructed out of brickwork,

has been built around a secluded inner courtyard.

The front wing of the two-storeyed building has a

saddle roof, with gable ends on both sides. The 18th

century floor and the apex of the gables have corner

stones and some horizontal edgings made out of marl,

the so-called string course. The lower part of the right

side wall is still made of Kunrader stone; at the left

side wall there are iron wall ties and some loopholes

in Kunrader stone. The side walls also contain owl

holes cut out in marl.

An inscription above the arched gate is a remembrance

of the fact that Mr and Mrs Stassen-Melchers

renovated the farmstead in 1776.

In 1919 the rear wing, based on a design by the

architect Jan Stuyt, was rebuilt into a temporary

church of the Molenberg parish. Until the dedication

of the new church in 1927 the temporary church

remained in operation. In 1929 it was rebuilt into a

patronage. After that it became the residence of

the Gejem youth club.

In 1989 a radial renovation was performed by the

architectural firm of P.A.M. Mertens from Hoensbroek.

The farmstead was transformed into 16 flats.

Only the outer walls of the monument remained

intact. In the rear building a small tower and a concrete

cross on the roof are reminiscent of the old

temporary church function.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL WOONHUIS

Molenberglaan 73, 75, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1918

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 512806

TWO SEMIDETACHED

HOUSES

Molenberglaan 73, 75, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1918

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 512806

68

De woningen werden op een rechthoekige plattegrond

gebouwd in opdracht van de Vereniging

Woningbouw Heerlen. Er zijn twee dakkapellen met

zadeldakjes en kleine driehoekige frontons. Het dak

is gedekt met Hollandse pannen en heeft een breed

overstek. Deze laatste determinanten zijn karakteristiek

voor het werk van Stuyt.

Dit dubbel woonhuis laat een aantal architectonische

oplossingen zien die in zijn werk eerder uitzondering

zijn dan regel: een tentdak met schoorsteen in het

midden in plaats van het vaak toegepaste schilddak;

een opvallende tweedeling in de frontgevel door

toepassing van een bepleistering tussen de borstwering

van de eerste verdieping en de gootlijn;

twintig vierruits-vensters met kruisvormige roedeverdeling

evenwichtig verdeeld over het grote fries

dat is aangebracht om de gevel horizontaal te delen.

Het gemetselde plint is opgetrokken tot en met

de gemetselde vensterbanken en op de twee hoeken

steunbeerachtig verlengd. Hierdoor ontstaat een

ontleding van de frontgevel in enkele markante

hoofdvormen: een rode driehoek, een smalle witte

horizontale rechthoek en een fors trapezium in bruin

baksteen. In de frontgevel van het dubbel woonhuis

zitten twee portieken met rondboogvormige toegang

en decoratief metselwerk.

Het pand is gelegen binnen het stadsgezicht Molenberg

en omgeving. Het pand bezit ensemblewaarde

als essentieel onderdeel van de villa- en landhuisbebouwing

aan de Caumerbeeklaan, Caumerdalschestraat,

Molenberglaan en een gedeelte van

de Akerstraat die als geheel van belang is voor

de cultuurgeschiedenis van dit deel van Heerlen.

The houses were built on a rectangular piece of land

by order of the House-building Association Heerlen.

There are two dormer windows with saddle roofs and

small triangular frontons. The roof is covered with

Dutch tiles and has broad eaves. The latter elements

are characteristic of the work of Stuyt.

These two semidetached houses show a number of

architectural solutions which are rather the exception

than the rule in his work: a pavilion roof with a centred

chimney instead of the more often used hipped roof;

a striking divide of the front facade because of the

application of plaster between the balustrade of the

first floor and the gutter line; twenty four-paned

windows with cross-shaped panelling evenly distributed

across the large frieze which has been installed

for the horizontal division of the facade.

The brickwork plinth has been constructed to include

the brick windowsill and elongated in a buttress-like

manner on the corners. Thus a dissection of the front

facade into some striking main forms is created:

a red triangle, a small white horizontal rectangle and

a large trapezium in brown brick. In the front facade

of the two semidetached houses are two doorways

with an arched entrance and decorative brickwork.

The houses are situated within the cityscape Molenberg

and its surroundings. Together the houses have

a ‘group value’ as an essential part of the villa- and

country-house architecture on the Caumerbeeklaan,

the Caumerdalschestraat, the Molenberglaan and a

part of the Akerstraat. As a whole this is of importance

to the cultural history of this part of Heerlen.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL WOONHUIS

Molenberglaan 112, 114, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: Omstreeks 1918

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 512733

TWO SEMIDETACHED

HOUSES

Molenberglaan 112, 114, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: App. 1918

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 512733

69

Dit dubbele woonhuis is vrij liggend gesitueerd in een

bocht van de sterk oplopende Molenberglaan en sluit

aan bij de straatwand Molenberglaan 116 t/m 124.

Het draagt bij aan de beleving van het heuvelachtige

karakter langs de beekdalen.

Gelet op de locatie en de architectuur maken deze

huizen deel uit van de elitebuurt van Heerlen, gesitueerd

rond de Caumerbeeklaan.

These two semidetached houses, freely situated in

a bend of the sloping Molenberglaan, are strongly

related to the design for the street line Molenberglaan

116 to 124. The two semidetached houses contribute to

the experience of the hilly character.

Due to its location and architecture this ensemble

is part of the more ‘upper class’ neighbourhoods of

Heerlen, situated around the Caumerbeeklaan.

De twee halfvrijstaande huizen zijn van grote cultuurhistorische

waarde die goed de sociaal-economische

ontwikkeling rond het einde van de Eerste Wereldoorlog

weergeeft. Deze twee half vrijstaande woonhuizen,

in twee bouwlagen met schilddaken en zadeldaken,

hebben een asymmetrische indeling van de frontgevel.

Het pand met huisnummer 114 springt vooruit. Het

bouwmateriaal is baksteen voorzien van een witte

pleisterlaag. De straatzijde is voorzien van rechthoekige

houten vensters.

Huisnummer 112 heeft een rechthoekige deur onder

een luifel die deels rust op een houten console.

De vensters zijn uitgerust met bakstenen dorpelstenen.

Aan de rechterzijde is een garage aangebouwd.

De structuur van het interieur is grotendeels intact.

Nummer 114 heeft een rondboogvormige deur

met een boogvormige metselwerk omlijsting.

Aan de linkerzijde is een steunbeerachtig geveldeel.

In elk dakgevelvlak is een dakkapel.

Beide panden hebben aan de achterzijde een dubbele

tuindeur met zij- en bovenlichten.

The two semidetached houses are of great culturalhistorical

value as an expression of the social-economic

development of this region towards the end

of World War I. These two semidetached houses,

consisting of two construction layers with hipped and

saddle roofs, have an asymmetric arrangement of the

facade. The house with house number 114 protrudes.

The building material is brick clad with a white layer

of plaster. The street side has rectangular wooden

windows.

House number 112 has a rectangular door under

a porch which is partly supported by a wooden

console. The windows have brick sills. On the righthand

side a garage has been added to the property.

The structure of the interior has remained largely

intact.

Number 114 has an arch-shaped door with an archshaped

masonry frame. At the left-hand side there is

a buttress-like facade section. Each roof gable surface

has a dormer window.

At the back of both houses there are French doors

with side and transom windows.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VIJF BEAMBTENWONINGEN

Molenberglaan 116 t/m 124, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1918

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 512734

FIVE OFFICIALS’ HOUSES

Molenberglaan 116 to 124, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1918

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 512734

70

Deze vijf woonhuizen zijn gesitueerd bij de splitsing

van de Molenberglaan en de Oude Bergstraat.

De hoge panden met huisnummers 122 en 124 zijn

gespiegeld. De lagere witte panden met de huisnummers

120 en 118 zijn niet gespiegeld, maar hebben

wel een aantal overeenkomsten. Het pand met huisnummer

116 met een erker op de eerste verdieping

verschilt het meeste van de overige. Dit pand heeft

geen ronde maar een rechthoekige voordeur in een

omlijsting van trapsgewijs terugspringend metselwerk.

These five houses are situated at the bifurcation of

the Molenberglaan and the Oude Bergstraat. The high

buildings with house numbers 122 and 124 are mirrored.

The lower white buildings with house numbers

120 and 118 are not mirrored, but they do have some

similarities. The house with house number 116 with

a bay window on the first floor differs the most from

the other houses. This building does not have a round

but a rectangular front door in a frame of gradually

receding masonry.

Binnen het oeuvre van Jan Stuyt betreft dit een bijzonder

schilderachtig stukje straatwand: asymmetrisch,

verspringende blokken, ongelijke hoogten en

niet-hiërarchisch van opzet. Deze woninggroep

vertoont verscheidenheid in vorm- en materiaalgebruik.

Twee panden zijn gepleisterd. Een daarvan

heeft een groot voorgevelraam met rondboog dat

door drie rechte lijnen is ingedeeld.

De beïnvloeding door studiereizen naar de Engelse

tuinsteden is zichtbaar zoals in de toepassing van

vakwerk in de geveltoppen en hoge schoorstenen.

De panden met de huisnummers 122 en 124 hebben

een afgeschuinde voorgevel en een frappant klein

venstertje links en rechts van de voordeur.

De harmonie met de omgeving is voor Stuyt belangrijk.

Het klimmend silhouet gaat mee met de helling

van de Molenberg. Het gebruik van een veelvlakkig

dak accentueert het pleintje in het stratenpatroon.

Het principe van deze bebouwing lijkt op de vier

huizen van Jan Stuyt uit 1897 aan de Zijlweg in Haarlem,

met dat verschil dat in Heerlen is gebouwd op

een helling en in Haarlem op een plat vlak.

In the oeuvre of Jan Stuyt this is a particularly picturesque

piece of street wall: asymmetrical, staggered

blocks, uneven heights and non-hierarchical in its layout.

This group of houses shows diversity in the use

of shape and material. Two buildings are plastered.

One of them has a large front facade arched window

partitioned by three straight lines.

The influence of study trips to the English garden

cities is clearly visible, for example in the use of halftimbered

gables and high chimneys. The buildings

with the house numbers 122 and 124 have a bevelled

off front facade and a strikingly small window left

and right of the front door.

The harmony with its environment is very important

for Stuyt. The climbing silhouette follows the slope

of the Molenberg. The use of a multi-faceted roof

emphasizes the small square in the street pattern.

The principle of this construction resembles that of

the four houses built by Jan Stuyt at the Zijlweg in

Haarlem in 1897, except for the fact that in Heerlen

the houses were built on a slope and in Haarlem

on a flat surface.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


RETRAITEHUIS

Oliemolenstraat 60, Heerlen

Huidige functie: Kantoorverzamelgebouw

Bouwjaar: 1932

Architect: F.P.J. Peutz

Monumentnr.: 512787

HOUSE OF RETREAT

Oliemolenstraat 60, Heerlen

Current function: Multi-office building

Year of construction: 1932

Architect:

F.P.J. Peutz

Monument no.: 512787

71

Eind jaren twintig kwam bisschop Mgr. L. Schrijnen

met het plan om in de Mijnstreek een retraitehuis voor

jonge vrouwen en meisjes te stichten. Men kon zich

hier, in de omgeving van het Aambos, terugtrekken

voor bezinning op vraagstukken rond mens, maatschappij

en kerk.

De architectuur is langgerekt, kubisch, zonder ornamentiek

en heeft een terrasvormige opzet met een

cilindertorentje. De entree bevindt zich onder een

markante licht oplopende luifel.

Uit vrees voor bodemverzakkingen door de mijnontginning

werd een stalen skelet toegepast. Dit werd

bekleed met ‘steeltex’ (Amerikaans systeem van

verzinkt metalen gaas en asfaltpapier) waartegen

een gevelbepleistering werd aangebracht.

Het gebouw is verder ultralicht ontworpen. Opvallend

zijn de technische vernieuwingen: natuurlijke ventilatiesystemen,

een grijswatercircuit, glazen vloervelden

voor daglicht en vouwwanden voor flexibel ruimtegebruik.

Hier openbaren zich de tegenstellingen tussen het

traditionalisme waarbij gebouwen werden opgebouwd

uit ‘natuurlijke’ materialen (hout en baksteen) en de

nieuwe Europese architectuurstroming die vooral

moderne materialen (staal en beton) gebruikte.

Tegenstanders vonden dit strakke witte retraitehuis

maar een heidens gebouw. Mgr. Schrijnen schijnt eens

gezegd te hebben “als dit heidentje klaar is zullen wij

het ook dopen”. Peutz zou daarbij gedacht hebben

aan wijwater in het beton.

In dit retraitehuis logeerden tot 1959 meer dan 60.000

katholieke meisjes. Het gebouw diende daarna als

Filosoficum, Hogeschool voor Theologie en Pastoraat

en werd, na een restauratie in 2003, in gebruik genomen

als multifunctioneel kantoorgebouw.

By the end of the twenties bishop Mgr. L. Schrijnen

came with the plan to establish a house of retreat

for young women and girls in the Mining District. Here,

in the Aambos area, people could retreat for contemplation

on issues regarding mankind, society and church.

The architectural structure is elongated, cubic, without

ornaments and it has a terrace-shaped design with

a small cylindrical tower. The entrance is under a

striking slightly rising porch.

For fear of soil subsidence due to the mining activities

a steel skeleton was used. The latter was clad with

‘steeltex’ (an American system of galvanized metal

netting and asphalt paper) against which a facade

plastering was applied.

The other parts of the building have been designed as

an ultralight construction. Striking are its technical

innovations: natural ventilation systems, a grey-water

circuit, glass floor segments for daylight and concertina

doors for flexible use of space.

Here the contrasts become evident between the

traditionalism in which buildings were constructed of

‘natural’ materials (wood and brick) and the new

European architectural school which predominantly

used modern materials (steel and concrete). Opponents

were of the opinion that this rigid white house

of retreat was some sort of heathen building. Mgr.

Schrijnen is reported to have stated “when this little

heathen is finished, we will also baptize it”. In this

context Peutz allegedly may have thought of holy

water in the concrete.

Until 1959 more than 60,000 Roman Catholic girls

stayed in this house of retreat. After that the building

served as a philosophical institute, the Academy for

Theology and Pastoral Care and, after a restauration

in 2003, it has been used as a multi-functional office

building.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


BROEDERHUIS

Kerkraderweg 9, Heerlen

Huidige functie: Wijkvoorziening

Bouwjaar: 1921

Architect: F.P.J. Peutz

Monumentnr.: 512782

BROTHERS’ HOUSE

Kerkraderweg 9, Heerlen

Current function: Neighbourhood facilities centre

Year of construction: 1921

Architect:

F.P.J. Peutz

Monument no.: 512782

72

De pastoor van Molenberg wilde graag een school

met broeders vanwege de succesvolle, zelf ontwikkelde

onderwijsmethoden. In 1921 kwamen de eerste zes

broeders naar Heerlen en was er huisvesting nodig.

Het Broederhuis ligt naast de Broederschool. In 1923

werd achter het Broederhuis een uitbreiding gerealiseerd

met onder meer een kapel.

The parish priest of Molenberg wanted a school with

brothers because of the successful, self-developed

teaching methods. In 1921 the first six brothers came

to Heerlen and housing was needed.

The Broederhuis is situated next to the Broederschool

(Brothers’ school). In 1923 the Broederhuis was

expanded with, among other things, a chapel.

Uit het ensemble spreekt de romantiek van Zuid-

Limburg, maar ook een gevoel voor zakelijkheid.

De 25-jarige Peutz wisselt, in een traditionele stijl,

grillige motieven en stilgehouden vlakken met elkaar

af. In de voorgevel spelen geometrische figuren mee.

Een ritme van verticale lijnen met levendige schaduwen

lijkt de horizontale structuur te versterken.

De begane grond bevat een entreeportaal achter een

rondboog. Op de verdieping staan vier stalen vensters

tussen mergellisenen die een vierkant accentueren.

De langwerpige ramen met stalen kozijnen zijn per

vier gegroepeerd. De plint van ruw uitgehakte mergelblokken

geeft een exotische uitstraling, omsluit de

gevelopeningen en brengt de compositie in evenwicht.

Op het dak staan twee opvallende, dubbele

dakkapellen.

De kapel heeft een rechthoekige plattegrond met

absis achter een spitsboog en een cassetteplafond

van beton. De gevels zijn van baksteen met diepe

voeg.

In 2015 is dit carré-vormige complex bestemd voor

een nieuwe Brede Maatschappelijke Voorziening.

De wijkvoorzieningen zijn ondergebracht in het

Broederhuis. Architect Mark Feron, Architectenzaak &

Peutz | Architecten reconstrueerde het geheel.

Nieuwe en oude gebouwen omsluiten nu een pleinvormige

ruimte van 40x40 meter als ontmoetingsplaats

voor jong en oud.

These buildings represent the romance of Zuid-

Limburg, but also a sense of professionalism.

The 25-year-old Peutz alternates, in a traditional style,

fanciful motives and tranquil surfaces. In the facade

geometrical figures play a role also. A rhythm of

vertical lines with lively shadows seems to strengthen

the horizontal structure.

The ground floor has an entrance portal behind

a round arch. On the first floor there are four steel

window panes between marl plaster strips that

accentuate a square. The elongated windows with

steel frames are grouped in pairs of four. The plinth

of rough-hewn marl blocks provides an exotic effect,

surrounds the facade openings and balances

the composition. On the roof there are two striking

double dormer windows.

The chapel has a rectangular floor plan with an apsis

behind a Gothic arch and a coffered ceiling of concrete.

The facades are made of brick with deep joints.

In 2015 this square shaped building was intended for

a new Broad Public Facility. The neighbourhood

facilities have been accommodated in the Broederhuis.

Architect Mark Feron, Architectenzaak & Peutz |

Architecten reconstructed it all.

New and old buildings now enclose a square-shaped

space of 40x40 metres as a meeting place for young

and old.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HUIZE DE BERG

Gasthuisstraat 45, Heerlen

Huidige functie: Kloosterbejaardenoord

Bouwjaar: 1897

Architect: A. van Beers

Monumentnr.: 512809

MOTHER HOUSE ‘DE BERG’

Gasthuisstraat 45, Heerlen

Current function: Monastery home for

the elderly

Year of construction: 1897

Architect:

A. van Beers

Monument no.: 512809

73

“Huize de Berg” was het moederhuis van de Kleine

Zusters van de Heilige Joseph. De Congregatie,

destijds een van de grootste zorginstellingen van

Nederland, was gevestigd aan de Gasthuisstraat 2,

en is gesticht door de Heerlense priester J. Savelberg.

Buiten de dorpskern werd in 1879 ‘Het Sanatorium St.

Josephs Heilbron’ gebouwd.

“Huize de Berg” used to be the mother house of

the Little Sisters of St. Joseph. The Congregation,

at that time one of the largest care institutions in the

Netherlands, was accommodated at Gasthuisstraat 2,

and was founded by the Heerlen priest J. Savelberg.

Outside the village centre ‘The Sanatorium St. Joseph

Heilbron’ was built in 1879.

Aan de Voskuilenweg werd de eerste uitbreiding

gerealiseerd in opdracht van rector Driessen (1869-

1930). Loodrecht hierop is in 1916 een vleugel

gebouwd naar ontwerp van architect H. Heijnen,

bouwkundige van de Congregatie. In 1919 is tussen

het hoofdgebouw uit 1897 en de vleugel uit 1916 een

kapel gebouwd door architect Jos Seelen. Het geheel

werd in 1932 nogmaals verlengd met een kloostervleugel.

Het hoofdgebouw in oranjerode baksteen bestaat

uit een middenfront van twee bouwlagen met vijf

traveeën onder een zadeldak. Aan weerszijden hiervan

staat een opgaande trapgevel. De ramen hebben

decoratieve baksteenlijsten. Voor de gevel ligt een

balkon op zes kolommen en een bordes. Op het

midden van het dak staat een klein trapgeveltje.

Er zijn smeedijzeren muurankers en een windwijzer.

De eenbeukige neogotische kapel heeft spitsbogen

en glas-in-loodvensters. Op het dak staat een opvallende

achthoekige dakruiter en dakkapellen met

luiken. De gevel bestaat uit bruin-rood metselwerk.

De topgevel met aan weerszijden steunberen en

een kruis wordt door waterlijsten in drieën gedeeld.

In de centrale as bevindt zich een groot venster met

rozet en een uurwerk omgeven door negen spitsbogen.

Het veelkleurige interieur van de kapel heeft

decoratief metselwerk en ambachtelijke natuurstenen

details zoals venstertraceringen en dorpelstenen.

At the Voskuilenweg the first extension was realized

by order of rector Driessen (1869-1930). In 1916,

by design of H. Heijnen, architect of the Congregation,

a wing was built at right angles to it. In 1919 a chapel

was built by the architect Jos Seelen in between the

main building from 1897 and the wing from 1916.

The entire complex was extended again in 1932 with

a monastery wing.

The main building in orange-red brick consists of a

middle facade with two construction levels with five

bays under a saddle roof. On both sides of it there is

a rising stepped gable. The windows have decorative

brick frames. In front of the facade a balcony is

positioned on six columns and a landing. In the middle

of the roof there is a small stepped gable. There are

cast-iron wall ties and a weather vane.

The single-nave neogothic chapel has pointed arches

and stain-glass windows. On the roof there is an eyecatching

octangular roof-turret and dormer windows

with shutters. The facade consists of brown-red

masonry. The gable end with on both sides buttresses

and a cross is divided into three parts by means of

gutters. In the central axis there is a large window with

a rosette and a clock enclosed by nine Gothic arches.

The many-coloured interior of the chapel has some

decorative masonry and traditional natural stone

details such as window traceries and sills.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WONINGEN LEENHOF

Leenhofstraat 1 t/m 19, 2 t/m 20,

Schaesbergerweg 194 t/m 200, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1905-1906

Architect: Oranje-Nassau Mijnen

Monumentnr.: 342679, 342685, 342690,

342695, 342701, 342706

LEENHOF RESIDENCES

Leenhofstraat 1 to 19, 2 to 20,

Schaesbergerweg 194 to 200, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1905-1906

Architect:

Oranje-Nassau Mines

Monument no.: 342679, 342685, 342690,

342695, 342701, 342706

74

De mijnwerkers moesten op loopafstand van hun werk

wonen. Maar niet in de bestaande bebouwde kom,

onder andere vanwege de hogere grondprijzen daar.

Deze omstandigheden bepaalden de ligging van deze

wijk, gelegen tussen de weg van Heerlen naar Schaesberg

en de spoorlijn, dicht bij de Oranje-Nassau I.

Deze woningen, gelegen te midden van de afzonderlijke,

omgrensde erven, zijn een deel van de in 1905-

1906 in opdracht van de Oranje-Nassau Mijnen

gebouwde mijnwerkerskolonie “Leenhof I”, die door

aanleg, architectuur, gelijke kleur- en materiaalgebruik

een eenheid vormt.

Rond de eeuwwisseling zijn er twee belangrijke

stedenbouwkundige patronen die de nieuwe arbeidersdorpen

kenmerkten. Het eerste is gebaseerd op

een rationele dambordachtige aanpak met rechte

wegen, ruime opzet en terug te voeren naar

de plattegrond van een Romeins kampement.

Het tweede wordt beïnvloed door een romantisch

wegenverloop met knusse hoekoplossingen en

bochtige straatjes kenmerkend voor de middeleeuwse

stad.

Dit complex bestaat uit een rechthoekig, gepleisterd

blok van vier rug-aan-rug-woningen met een verdieping

onder het met rode pannen bedekte zadeldak.

De lange gevels hebben een risalerende middenpartij

met lage verdieping onder een flauw hellend dak.

Vermeldingswaardig is nog dat de hier genoemde

panden deel uitmaken van het rijksbeschermde

stadsgezicht Leenhof.

The miners were supposed to live at walking distance

from their work. However, not in the existing built-up

area, partly due to the higher land prices there.

These circumstances determined the location of

this neighbourhood, situated between the road from

Heerlen to Schaesberg and the railway line, close to

the Oranje-Nassau I.

These houses built by order of the Oranje-Nassau

Mines in 1905-1906, situated in the midst of the

individually enclosed properties, are part of the

miners’ colony “Leenhof I” and show a uniformity

because of construction, architecture, use of identical

colours and materials.

Around the turn of the century there are two important

urban developmental patterns which are characteristic

of the new workers’ villages. The first is based

on a rational draughtboard approach with straight

roads, spacious structure and retraceable to the floor

plan of a Roman encampment. The second is influenced

by a romantic road plan with cosy corner solutions

and small winding roads which are characteristic

of the medieval town.

This block of buildings consists of a rectangular,

plastered group of four back-to-back houses with

a storey under a saddle roof with a red tiles covering.

The long facades have a protruding middle section

with a lowered floor under a sloping roof.

It is also worthwhile mentioning that the above

mentioned houses are part of the urban conservation

area Leenhof.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


BARBARAKAPEL

Slotweg 2, Heerlen

Huidige functie: Kapel

Bouwjaar: 17 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21259

BARBARA CHAPEL

Slotweg 2, Heerlen

Current function: Chapel

Year of construction: 17th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21259

75

De kapel, gelegen aan de Slotweg, is in 1670 gesticht

door Johan Frederik, graaf van Schaesberg. De heer,

later baron van Schaesberg heeft er voor gezorgd

dat Schaesberg niet tot de protestantse Republiek

der Verenigde Nederlanden ging behoren.

The chapel located at the Slotweg was founded by

Johan Frederik, Earl of Schaesberg in 1670. The lord,

later baron of Schaesberg made sure that Schaesberg

did not become part of the protestant Republic of the

United Netherlands.

Bij de verdeling van de Landen van Overmaas in het

Partagetraktaat van 1661 kwam Schaesberg in het

gebied van de koning van Spanje te liggen,

waardoor de vrije uitoefening van het katholieke

geloof gewaarborgd was.

In de voorgevel bevindt zich een chronogram,

waaruit blijkt dat de kapel aan de H. Barbara is gewijd.

Tevens kan men hieruit de stichtingsdatum 1670

aflezen. De kapel is in de 18 e eeuw vergroot en in de

19 e eeuw gewijzigd. Het oudste gedeelte bevindt zich

aan de oostkant en heeft een plint van Kunradersteen.

In de schuine zijden zien we een rond venstertje met

een vierkante omlijsting van mergel. De zijgevels

hebben beiden drie venstertjes in de vorm van

een staande ovaal, die dateren uit de 19 e eeuw.

In de kapel vond op 25 juli 1774 de kerkelijke inzegening

plaats van het huwelijk van Frederik Joseph,

baron de Böselager uit Voswinkel en Maria Augusta

van der Heyden, genaamd Belderbusch uit Villich,

verblijvend op kasteel Terworm.

De kapel raakte in de loop der tijd sterk in verval.

In 1998 is de kapel volledig gerestaureerd.

As a result of the division of the Lands of Overmaas

in the Partagetraktaat (Treaty of Division) of 1661

Schaesberg became situated in the region of the king

of Spain, thus safeguarding the free practice of the

Catholic faith.

On the face of the chapel there is a chronogram

showing that the chapel is dedicated to St. Barbara.

Also the date of foundation, 1670, can be read.

The chapel was expanded in the 18th century and

altered in the 19th century. The oldest part is the east

side and has a plinth of Kunrader stone. In the slanting

sides we observe a small round window with a square

marl frame. The side walls have three small windows in

the shape of an upright oval dating from the 19th

century.

On 25 July 1774 the chapel hosted the consecration of

the marriage of Frederik Joseph, baron de Böselager

from Voswinkel and Maria Augusta van der Heyden,

named Belderbusch from Villich, residing at Terworm

castle.

In the course of time the chapel deteriorated considerably.

In 1998 the chapel was fully restored.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE BAAK

Meezenbroekerweg 95, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 18 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21261

FARMSTEAD DE BAAK

Meezenbroekerweg 95, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 18th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21261

76

Hoeve De Baak is een typische Limburgse carréboerderij.

Aanvankelijk bestond dit soort boerderijen uit

losse gebouwen. Het woonhuis en de afzonderlijke

stallen, schuren en wagenhokken werden geleidelijk

aaneen gebouwd tot een L-vorm of een U- vorm.

Uiteindelijk ontstond de gesloten hoeve rondom een

open binnenplaats, waar meestal de mestvaalt lag.

Deze binnenplaats is evenals bij Hoeve de Rousch een

beetje trapeziumvormig. Het vierkante dak bestaat

uit twee verbonden noord-zuid lopende schilddaken

en twee oost-west lopende zadeldaken. Door de

hoogteverschillen sluiten de nokken niet op elkaar

aan. Bij de noordoost hoek zijn in de voor- en zijgevel

ronde raampjes toegevoegd. De ligging van de hoeve

heeft ongetwijfeld te maken met de loop van

de Caumerbeek die momenteel weer zichtbaar en

‘natuurlijk’ in het stadsbeeld is terug gebracht.

Op hoeve de Baak woonde rond 1900 de famillie

Nelissen. De dochter des huizes trouwde met een van

de gebroeders Vrouenraedts. Omdat er plaats genoeg

was begonnen de gebroeders vandaar uit de Rijtuigenverhuur

en Begrafenis onderneming Vrouenraedts.

Hoeve de Baak is opgetrokken in baksteen en heeft

een hardstenen segmentboogingang met links en

rechts op de begane grond twee hardstenen segmentboogvensters

evenals in de linker zuidgevel. Een grote

poort met een gemetselde ellipsboog en een hardstenen

sluitsteen geeft toegang tot de binnenplaats.

Op de sluitsteen bij de ingang stond vroeger “ic ans

1797”. De oorspronkelijke ramen met roedeverdeling

en de luiken zijn nog gedeeltelijk aanwezig. De hele

boerderij is verbouwd tot appartementencomplex.

Het monumentale karakter van de hoeve is hierdoor

sterk aangetast. De muren van de schuren en verschillende

dakvlakken zijn tegenwoordig door de aanleg

van dakkapellen doorbroken.

Farmstead De Baak is a typical Limburg carré farm.

Initially, these types of farms consisted of separate

buildings. The house and the separate stables, barns

and wagon-sheds were gradually built together into

an L-shape or a U-shape. In the end a closed farm was

created around an open courtyard, where most of

the time the dunghill was laid. This courtyard is a bit

trapezoidal, just like at Farmstead de Rousch.

The square roof consists of two connected northsouth

running shield roofs and two east-west running

saddle roofs. Due to the height differences, the ridges

do not match to each other. Near the northeast corner,

round windows have been added in the front and side

facades. The location of the farm undoubtedly has

to do with the course of the Caumerbeek which is

currently visible and ‘natural’ again in the cityscape.

On farm De Baak, the Nelissen family lived around

1900. The daughter of the house married one of the

brothers Vrouenraedts. Because there was plenty of

room, the brothers started the Car Rental and Funeral

company Vrouenraedts from there.

Farmstead de Baak is built in brick and has a bluestone

segment arch entrance with left and right on

the ground floor two bluestone segment arch windows,

as well as in the left south facade. A large gate

with a brick ellipse arch and a bluestone headstone

gives access to the inner courtyard.

On the headstone at the entrance there used to be

“ic ans 1797”. The original panelled windows and the

shutters are still partly present. The whole farm has

been converted into an apartment complex.

The monumental character of the farm is therefore

greatly affected. The walls of the barns and various

roof surfaces have now been broken through

the construction of dormer windows.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


POORTGEBOUW KASTEEL GATEHOUSE MEEZENBROEK

MEEZENBROEK CASTLE

77

Kasteellaan 1, Heerlen

Kasteellaan 1, Heerlen

Huidige functie: Restaurant

Bouwjaar: 14 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21260

Current function: Restaurant

Year of construction: 14th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21260

Kasteel Meezenbroek was een leengoed van het

aartsbisdom Keulen. In 1371 vocht ridder Scheyffert

van Meysenbroeck mee aan Brabantse zijde in de slag

bij Baesweiler. Hij was vermoedelijk de bezitter van

kasteel Meezenbroek.

Meezenbroek castle was a fief of the archbishopric of

Cologne. In 1371 knight Scheyffert van Meysenbroeck

fought on the side of Brabant during the battle of

Baesweiler. Probably he was the owner of Meezenbroek

castle.

In 1478 was de familie Von Holtzen eigenaar van het

kasteel. Even later krijgt de patriciërsfamilie Van den

Edelenbant uit Aken de helft van het landgoed in

handen. Catharina van Edelenbant trouwt met Hendrik

van Tzievel tot Puth. Deze laatste weet in 1579 het

ontbrekende deel van Meezenbroek te verwerven.

In 1650 verkoopt hun nazaat Johan Karel, baron van

Dobbelstein, het kasteel aan Jan en Daniël Buirette uit

Aken. Deze familie geeft in 1660 de opdracht voor het

huidige poortgebouw van de voorburcht. Hun wapen

prijkt boven de ingang.

Willem Daniël Vignon, burgemeester van Maastricht,

krijgt het goed in 1670 in handen. Na zijn dood in 1789

komt het kasteel in handen van zijn zwager Jan

Willem Heldevier. Deze laatste overlijdt op het kasteel

in 1819.

In de 19 e eeuw waren landhuis en boerderij in bezit van

verschillende eigenaren. In 1935 werd het landhuis

gesloopt. De kasteelhoeve werd door de familie Erens

uit Schaesberg aan de gemeente Heerlen verkocht.

Het meest in het oog springende gedeelte vormt het

poortgebouw, dat als enig origineel onderdeel van de

hoeve behouden is gebleven. De rest van de hoeve is

in de jaren zeventig van de 20 e eeuw gesloopt. Alleen

de stalvleugels aan beide zijden van het poortgebouw

werden ten behoeve van het restaurant in 1978

gereconstrueerd.

Naast het poortgebouw is op de oude fundamenten

het vierkant van het vroegere kasteel nog zichtbaar.

In 1478 the Von Holtzen family owned the castle.

Not much later the Aachen patrician family Van den

Edelenbant acquires half of the estate. Catharina van

Edelenbant marries Hendrik van Tzievel tot Puth.

The latter manages to acquire the missing part of

Meezenbroek in 1579.

In 1650 their descendant Johan Karel, baron of Dobbelstein,

sells the castle to Jan and Daniël Buirette

from Aachen. This family commissioned the construction

of the current gatehouse of the outer fort in 1660.

Their coat of arms adorns the entrance.

Willem Daniël Vignon, mayor of Maastricht, acquires

the estate in 1670. After his death in 1789 the castle

comes in the possession of his brother-in-law Jan

Willem Heldevier. The latter dies at the castle in 1819.

In the 19th century the manor and the farm were in

the possession of different owners. In 1935 the manor

was torn down. The castle farmstead was sold to the

municipality of Heerlen by the Erens family from

Schaesberg.

The most striking part is the gatehouse, which is the

only remaining part of the original farmstead. The

remainder of the farmstead was torn down during

the seventies of the 20th century. Only the stable

buildings on both sides of the gatehouse were reconstructed

for the benefit of the restaurant in 1978.

Beside te gatehouse is on the old foundation the

sqaure of the castle still visable.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KERKORGEL H. HARTKERK

Meezenbroekerweg 116, Heerlen

Huidige functie: Kerkorgel

Bouwjaar: 1841

Bouwers: Gebroeders Mueller uit Reifferscheidt

(Duitsland)

Monumentnr.: 422862

CHURCH ORGAN SACRED

HEART CHURCH

Meezenbroekerweg 116, Heerlen

Current function: Church organ

Year of construction: 1841

Architect:

Mueller Brothers from Reifferscheidt

(Germany)

Monument no.: 422862

78

Het orgel dat in deze kerk staat is een rijksmonument,

de kerk als zodanig niet. Deze eenbeukige kerk is een

typische ‘Wielders’-kerk in zakelijk-expressionistische

stijl, uitgevoerd in baksteen met brede, gotiserende

ramen en aan de zijkanten gesierd met kapellen die

zijn voorzien van steekdaken.

The organ placed in this church is a national monument,

the church itself is not. This single-nave church

is a typical ‘Wielders’-church in a business-like expressionistic

style, built of brick with wide Gothic-like

windows and decorated on both sides with chapels

that have pointed roofs.

De absis wordt gevormd door asymmetrisch

geplaatste, steeds kleiner wordende uitbouwsels,

de voorlaatste voorzien van ronde vensters.

Het orgel is een eenklaviersorgel met 10 registers die

in 1841 gebouwd werd door de Gebr. Mueller uit

Reifferscheidt (Duitsland). Dankzij financiële steun van

de grafelijke familie Marchant et d’Ansembourg werd

het orgel gebouwd voor de Petruskerk in Gulpen.

In 1928 werd het orgel verkocht aan de nieuwe kerk

in Schandelen-Heerlen om in 1968 gerestaureerd te

worden door Flentrop Orgelbouw.

Tijdens deze restauratie zijn wijzigingen die rond 1950

zijn aangebracht, ongedaan gemaakt en is de mechanische

tractuur van het orgel hersteld.

The apsis is created by extensions that are asymmetrically

positioned and that gradually become

smaller, the last but one with round windows.

The organ is a one-clavier organ with 10 registers built

in 1841 by the Mueller Brothers from Reifferscheidt

(Germany). Thanks to financial support from the noble

family of Marchant et d’Ansembourg the organ was

built for the St. Peter church Gulpen.

In 1928 the organ was sold to the new church in

Schandelen-Heerlen and renovated by Flentrop

Orgelbouw in 1968.

During this restoration some changes implemented

around 1950 were removed and the mechanical action

of the organ was restored.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SCHANDELERMOLEN

Schandelermolenweg 16, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 16 e eeuw

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21262

SCHANDELER MILL

Schandelermolenweg 16, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 16th century

Architect:

Unknown

Monument no.: 21262

79

De Schandelermolen was de vierde molen aan

de Caumerbeek en lag oorspronkelijk aan een kleine

veldweg die haaks op de beek van Schandelen in de

richting van kasteel Schaesberg liep. In 1940 worden

de “boorden aangelegd” en komt de molen te liggen

aan de Schanderboord, een verbindingsweg van

Heerlen naar Sittard.

The Schandeler mill was the fourth mill situated at

the Caumerbeek and was originally located at a small

country road which ran at a right angle from the

Schandelen brook in the direction of Schaesberg

castle. In 1940 the “banks are constructed” and the

mill is then located at the Schanderboord, a connecting

road from Heerlen to Sittard.

De molen was eigendom van het geslacht van Schaesberg

en wordt voor het eerst vermeld in een archiefstuk

uit maart 1563. Naar alle waarschijnlijkheid is

de molen gebouwd rond 1550. In 1906 wordt de molen

uit de erfenis van de Van Schaesbergs toegewezen

aan Friedrich Schaefer en verkocht aan de familie

Deumens.

Het maalwater werd verzameld in twee grote vijvers

die in elkaars verlengde lagen en door een sloot met

elkaar in verbinding stonden.

Voor zover is na te gaan, had de molen vroeger een

houten waterrad van 3,60 meter doorsnee en een

breedte van 1,06 meter. Dit bovenslagrad was in 1907

door Deumens vervangen door een ijzeren. In 1957

was het schoepenrad verwijderd en de ombouw van

het molenrad ingestort. Bij een latere restauratie zijn

de sporen van deze ombouw geheel verwijderd.

Het oorspronkelijke molengebouw en het molenaarshuis

werden intact gelaten.

De molen is nu nog in gebruik als woonhuis voor de

familie Deumens. Vakwerkornamenten in de gevels

laten zien dat het om een oud gebouw gaat.

The mill was the property of the house of Schaesberg

and was first mentioned in a record from March 1563.

It is very likely that the mill was built around 1550.

From the inheritance of the Van Schaesbergs family

the mill was allocated to Friedrich Schaefer in 1906

and sold to the Deumens family.

The milling water was collected in two large ponds

that were positioned in line with each other and

connected to each other by means of a ditch.

As far as can be ascertained, the mill used to have a

wooden water wheel with a diameter of 3,60 metres

and a width of 1,06 metre. Deumens replaced this

overshot wheel by an iron version in 1907. In 1957

the water wheel was removed and the housing of the

water wheel had collapsed. During a later restoration

the traces of this housing have been removed completely.

The original mill and the miller’s house were left

intact.

Today the mill is still used as residence by the Deumens

family. The half-timbered ornaments of the

facades show us that we are dealing with a historic

building.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOOFDINGENIEURSWONING

Sittarderweg 79B, Heerlen

CHIEF ENGINEER’S HOUSE

Sittarderweg 79B, Heerlen

80

Huidige functie: Dierenartsenpraktijk

Bouwjaar: 1921

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen

ir. J. Lugten

Monumentnr.: 512761

Current function: Veterinary practice

Year of construction: 1921

Architect:

Construction Office ON-Mines

J. Lugten, MSc.

Monument no.: 512761

Hoe hoger de rang in de hiërarchie van het mijnbedrijf,

hoe dichter het bedrijf de woning voor hen bij de mijn

bouwde. Vooral aan de Sittarderweg is die hiërarchie

nog in hoge mate herkenbaar. De hoofdingenieurswoning

is dicht bij de ingang van de Oranje-Nassaumijn

I gebouwd. Dat gebeurde in 1921 naar een ontwerp

van het Bouwbureau van deze eerste Heerlense

steenkolenmijn, die in 1899 in exploitatie kwam.

The higher the rank within the hierarchy of the mining

company, the nearer to the mine the company built

their houses. Especially on the Sittarderweg that

hierarchy is still clearly recognizable. The chief

engineer’s house was built close to the entrance of

the Oranje-Nassau Mine I. This happened in 1921 after

a design of the Construction company of this first

Heerlen coalmine, which was opened in 1899.

De toegepaste bouwstijl is traditionalistisch met

elementen van het neoclassicisme. De vrijstaande villa

heeft een rechthoekig grondplan, telt twee bouwlagen

en wordt afgedekt met een geknikt schilddak met

Tuiles du Nord, dakkapellen met klein fronton en

zadeldakje. In elk dakvlak zijn twee dakkapellen

aangebracht met uitzondering van het achtergeveldakvlak

waarin maar één dakkapel zit.

Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen, hardsteen

en kunststeen. Het metselwerk is in kruisverband

uitgevoerd. De rechthoekige houten deuren en

vensters met bovenlichten met roedeverdeling en

deels met kunststenen omlijsting zijn nog oorspronkelijk.

Bij de bouw zat op het plat dak van de erker

een balkon met houten balustrade. Helaas is dit bij een

verbouwing verdwenen.

Hoewel het pand momenteel als dierenartsenpraktijk

in gebruik is, is de interieurindeling nog grotendeels

intact. Als u het pand kunt bezichtigen, let dan vooral

op de kleine voorhal met authentieke voordeur met

glas-in-lood bovenlicht; de tussendeur naar de gang

met zij- en bovenlichten; de authentieke houten trap

die doorloopt tot de zolderverdieping met hoofdbaluster

met decoratief houtsnijwerk en een glas-inlood

venster op de overloop van de trap.

The applied architectural style is traditionalistic with

elements of Neoclassicism. The detached villa has a

rectangular floorplan, two construction layers and is

covered by a bent hipped roof with Tuiles du Nord,

dormer windows with a small fronton and a small

saddle roof. Each roof surface contains two dormer

windows except for the roof surface of the rear facade

in which there is only one dormer window.

The applied building materials are brick, bluestone

and artificial stone. The masonry is cross bond.

The rectangular wooden doors and windows with

panelled transom windows and with a partly artificial

stone frame are still original. At the time of construction

there was a balcony with a wooden railing on

the flat roof of the bay window. Unfortunately this

disappeared during a rebuilding.

Although the property is currently used as a veterinary

practice, the interior arrangement is still largely

intact. If you have the opportunity of visiting the

house, please pay attention to the small entrance hall

with its authentic front door with stained glass

transom window; the dividing door to the corridor

with side screens and transom windows; the authentic

wooden staircase that goes all the way up to the attic

with main baluster with decorative woodcarving and

a stained glass window on the landing of the staircase.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOOFDOPZICHTERS-

CHIEF SUPERVISORS’

WONINGEN HOUSES

81

Sittarderweg 70, 72, Heerlen

Sittarderweg 70, 72, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1909

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen,

ir. J. Lugten

Monumentnr.: 512760

Current function: Residence

Year of construction: 1909

Architect:

Construction Office ON-Mines,

J. Lugten, MSc.

Monument no.: 512760

In 1909 werd door het bouwbureau van de Oranje-

Nassau Mijnen begonnen met de bouw van woningen

in Grasbroek en aan de Sittarderweg voor mijnwerkers,

opzichters en ingenieurs van de Oranje-Nassaumijn I.

Bij de bouw kwam tot uiting dat de eigenaren, familie

De Wendel, Fransen uit Lotharingen waren. Ze zijn

namelijk gebouwd in de zogenaamde Lotharingse stijl.

De bouwstijl (opvallend door hun siermetselwerk en

gepleisterde gevelvelden) treft men in Nederland

alleen in de mijnwerkerskolonieën van de Oranje-

Nassau Mijnen aan. De verantwoordelijk architect die

de Oranje-Nassau Mijnen daarvoor hadden aangetrokken,

was ir. Jan Lugten. Oorspronkelijk zijn er in 1909

acht opzichterswoningen gebouwd. Helaas zijn deze

eerste woningen inmiddels gesloopt. Wat rest zijn

deze twee adjunct-hoofdopzichterswoningen onder

een kap (nrs. 70, 72) en twintig beambtenwoningen

(nrs. 74 t/m 112), die naar ontwerp van architect

Lugten gebouwd werden tussen 1909 en 1915.

Het woningblok heeft twee bouwlagen onder schilden

wolfsdaken. Typisch zijn de speklagen tussen de in

kruisverband gemetselde bakstenen gevels met een

risalerende plint onder een natuurstenen afdeklaag.

In de gevels bevinden zich segmentboogvormige

kozijnen met houten deuren en tweedelige vensters,

beiden met bovenlicht. De segmentboogstrek heeft

gepleisterde aanzet- en sluitstenen.

De indeling van het interieur van huisnummer 72

is nagenoeg oorspronkelijk.

In 1909 the construction office of the Oranje-Nassau

Mines started building the houses in Grasbroek and

at the Sittarderweg for miners, supervisors and

engineers of the Oranje-Nassau Mine I. The actual

construction gave expression to the origin of the

owners, the De Wendel family, who were French and

came from Lorraine. As a result these house were built

in the so-called Lorraine style.

In the Netherlands the building style (striking because

of its decorative masonry and plastered facade

surfaces) can only be found in the mining colonies of

the Oranje-Nassau Mines. The responsible architect

taken on for this purpose by the Oranje-Nassau Mines,

was Jan Lugten, MSc.. In 1909 originally eight supervisor

houses were built. Unfortunately these first

houses have been torn down by now. What remains

are these two semi-detached adjunct-chief supervisors’

houses (nos. 70, 72) and twenty houses for office

workers (nos. 74 through 112), which were built by

design of the architect Lugten between 1909 and 1915.

The row of houses has two construction layers under

hipped and clipped-gable roofs. Typical are the string

courses between the cross bond brick facades with a

protruding plinth under a natural stone covering layer.

The facades have domed window frames with wooden

doors and double windows, both with transom

windows. The arch of the dome has plastered skewbacks

and coping stones.

The arrangement of the interior of house number 72

has remained almost completely original.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


OPZICHTERSWONINGEN

Sittarderweg 74 t/m 112, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1909-1915

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen,

ir. J. Lugten

Monumentnr.: 512762 t/m 512766

SUPERVISORS’ HOUSES

Sittarderweg 74 to 112, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1909-1915

Architect:

Construction Office ON-Mines,

J. Lugten. MSc.

Monument no.: 512762 to 512766

82

Aan de Sittarderweg bouwde de Oranje-Nassau

Mijnen tussen 1909 en 1915 deze vijf blokken van vier

woningen onder één kap, bedoeld voor opzichters- en

beambten van hun bedrijf. De 20 opzichterswoningen

lagen dichter bij de mijn dan de woningen van de

mijnwerkers, maar weer verder van de mijn dan die

van de hoofdopzichters en de hoofd-ingenieur.

Door de woningen rug-aan-rug te formeren werden

de percelen optimaal ingedeeld om een zo groot

mogelijke tuin te creëren.

Elk blok van vier woningen heeft één en twee bouwlagen

onder wolfsdaken. Het dak loopt evenwijdig aan

het blok en heeft een haaks wolfsdak ter plaatse van

de risaliet. Op het dak staan dakkapellen onder een

schilddak en schoorstenen, er liggen (oorspronkelijk)

muldenpannen en er zitten kleine dakramen in.

De voor- en zijgevels hebben een risalerende, gecementeerde

plint en een optrek van baksteen in kruisverband

met speklagen. In de gevels bevinden zich

segmentboogvormige kozijnen met houten deuren en

vensters met bovenlicht met roedeverdeling.

De segmentboogstrek heeft gepleisterde aanzet- en

sluitstenen. Verder hadden de woningen muurankers,

natuursteen dorpels en oorspronkelijk luiken. Bij pand

nr. 74 zijn alle luiken (nog) aanwezig. Dat is tevens het

pand dat ook qua interieurindeling nog het meest

intact is.

At the Sittarderweg the Oranje-Nassau Mines built

these five blocks of four-under-one-roof houses

between 1909 and 1915, which were intended for

supervisors and office workers of their company. The

20 supervisors’ houses were situated closer to the

mine than the houses of the miners, but again further

from the mine than those of the chief supervisors and

the chief engineer.

By positioning the houses back-to-back the parcels

of land were optimally arranged to create an as large

as possible garden.

Each block of four houses has one and two construction

layers under a saddle roof with two bevelled

surfaces at the short sides. The roof runs parallel to

the block and has a hooked saddle roof at the position

of the ressault. On the roof are dormer windows under

a hipped roof and chimneys, (originally) there are

Mulden tiles and there are small skylights.

The front and side facades have a protruding cemented

plinth and are constructed of cross bond brick

with string courses. In the facades there are segmental

arched frames with wooden doors and windows with

panelled transom windows. The basket handle of the

segmental arch has plastered skewbacks and copestones.

The houses also had wall anchors, natural

stone thresholds and originally shutters. With the

house at no. 74 all shutters are (still) present. This is

also the house that still has an interior arrangement

which is the most intact.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WONINGEN GRASBROEK

Sittarderweg 112, Grasbroek 1 t/m 15, 2 t/m 6, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1909

Architect: ir. J. Lugten

Monumentnr.: 21222 t/m 21227

GRASBROEK RESIDENCES

Sittarderweg 112, Grasbroek 1 to 15, 2 to 6, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1909

Architect:

J. Lugten, MSc.

Monument no.: 21222 to 21227

83

Deze woningen, gelegen te midden van de afzonderlijke,

door hagen omgrensde erven, zijn een deel van

de door de Oranje-Nassau Mijnen gebouwde mijnwerkerskolonie

“Grasbroek”, die door aanleg, architectuur,

gelijke kleur- en materiaalgebruik een eenheid

vormt. Het is een van de gaafste en voor Nederland

vrij zeldzame voorbeelden van de op de internationale

traditie gebaseerde arbeiderswoningbouwen

gebouwd door industriëlen.

These houses, situated in the middle of the separate,

hedgerow-bordered, properties are part of the miners’

housing colony “Grasbroek” built by the Oranje-

Nassau Mines, which forms a unity because of its

construction, architecture, identical colours and use

of materials. It is one of the most intact and for the

Netherlands rather exceptional examples of labourer’s

cottages built by industrialists based on the international

tradition.

De uitbreiding van het woningbestand was dringend

noodzakelijk vanwege de groei van Heerlen: van

6.000 in 1900 naar 12.000 in 1910 en 32.000 in 1920.

De nieuwe buurten, koloniën genoemd omdat in deze

regio bij het uitspreken van “kolonie” de klemtoon op

de laatste lettergreep valt, lagen buiten de bestaande

bebouwde kom en hadden grote tuinen.

De schone lucht zou de mijnwerker goed doen en

in zijn tuin kon hij zijn eigen groenten verbouwen.

Het in 1898 door Ebenezer Howard ontwikkelde

tuinstadconcept bevorderde niet alleen een gezonde

leefomgeving, maar ook de kolenproductie door de

mijnwerkers. Bovendien zouden tevreden arbeiders

minder ontvankelijk zijn voor het opkomende socialisme.

Deze bijzondere stedenbouwkundige opzet had

tot gevolg dat veel woningen geen achtertuin hadden

maar alleen voortuinen, hetgeen de sociale controle

bevorderde.

Er zijn verschillende rechthoekige, in schoon metselwerk

opgetrokken blokken van vier rug-aan-rug

woningen met een met rode en blauwe pannen

gedekt schilddak met schoorstenen op de nokeinden

en tegen het midden van de zijgevels.

De gevels bieden een gevarieerde aanblik door

het gebruik van gepleisterde delen, afgewisseld met

(hoek)lisenen. De dakkapellen zijn later aangebracht.

The expansion of the housing stock was urgently

necessary due to the growth of Heerlen: from 6,000

in 1900 to 12,000 in 1910 and 32,000 in 1920.

The new neighbourhoods, called colonies because in

this region the word ‘kolonie’ is pronounced with the

emphasis on the last syllable, were situated outside

the existing built-up area and had large gardens.

The clean air would be beneficial to the miners and

in their gardens they could grow their own vegetables.

The garden city concept, developed by Ebenezer

Howard in 1898, not only stimulated a healthy everyday

environment, but also the coal production by

the miners. In addition, satisfied labourers would be

less susceptible to the rising socialism. This special

urban developmental approach resulted in many

houses without a back garden, but only front gardens,

which also stimulated the social control.

There are different rectangular, constructed in clean

brickwork, blocks of four back-to-back hipped roof

houses with red and blue painted tiles with chimneys

at the ridge ends and against the centre of the side

wings.

The facades offer a varied scene because of the use

of plastered parts, alternated with (corner) pilasters.

The dormer windows have been added later.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


PATRONAAT

Sittarderweg 143, 145, Heerlen

Huidige functie: Cultuurhuis

Bouwjaar: 1920

Architect: J. Wielders

Monumentnr.: 512790

PATRONAGE

Sittarderweg 143, 145, Heerlen

Current function: Cultural Centre

Year of construction: 1920

Architect:

J. Wielders

Monument no.: 512790

84

Het patronaatsgebouw lag onder de rook van de

‘Lange Jan’ en is ontworpen als gemeenschapshuis

voor de bewoners van de in de nabijheid gelegen

mijnwerkerskoloniën: Grasbroek, Musschemig en

Schandelen. Opdrachtgever was het rectoraat van

de Franciscanen met als geldschieter Oranje-Nassau

Mijnen. Toon Hermans heeft er op jeugdige leeftijd

opgetreden.

Het oorspronkelijke ontwerp is een van de meest

bekende voorbeelden van Amsterdamse School

architectuur in Parkstad Limburg. Een stijl die door

het expressionistische werk van de architecten Michel

de Klerk (1894-1923), Piet Kramer (1881-1961) en Jo

van der Mey (1878-1949) ook in Limburg steeds meer

navolging kreeg.

Het patronaatsgebouw is vrijstaand op een rechthoekige

plattegrond evenwijdig aan de Sittarderweg.

Het pand telt twee bouwlagen onder een plat dak.

Kenmerken zijn de gewelfde gevelvlakken, toepassing

van lijvige houten kozijnen met horizontale roedeverdeling,

dakpannen en sculpturale krulvormige hardstenen

ornamenten.

In de tweede bouwlaag is een horizontale reeks van

zes vensters aangebracht, gescheiden door een kunststenen

pilaster met een uitbundige indeling. Aan de

bovenzijde van deze vensterreeks zitten zes kleine

metalen roostertjes.

Wielders (1883-1949) ontwierp een symmetrische

voorgevel, die echter nooit helemaal is gerealiseerd.

Aan de rechterzijde van de ingangspartij, was eenzelfde

volume gepland als aan de linkerzijde tot stand is

gekomen.

In 2007 werd door Qbbf Architecten B.V. uit Den

Bosch een nieuw stuk aangebouwd met een fel

omstreden knipoog naar het authentieke ontwerp.

The patronage building was situated at stone’s throw

from the ‘Lange Jan’ and was designed as a community

centre for inhabitants of the nearby situated

mineworker colonies: Grasbroek, Musschemig and

Schandelen. Its creation was commissioned by

the rectory of the Franciscans and the financial

backing of the Oranje-Nassau Mines. In his early days

the Dutch performer Toon Hermans did one of his

shows there.

The original design is one of the best-known examples

of the Amsterdam School architecture in Parkstad

Limburg. A style which was copied more and more

also in Limburg, thanks to the expressionistic work of

the architects Michel de Klerk (1894-1923), Piet Kramer

(1881-1961) and Jo van der Mey (1878-1949).

The patronage building is detached and situated on

a rectangular floorplan parallel to the Sittarderweg.

The building has two construction layers under a flat

roof. Characteristic are its arched facade areas,

the application of robust wooden window frames with

horizontal panes, roof tiles and sculptural curl-shaped

bluestone ornaments.

The second construction layer has a horizontal series

of six windows separated by artificial stone pilaster

with an exuberant lay-out. On the topside of this

series of windows there are six small metal grilles.

Wielders (1883-1949) designed a symmetric front

facade which has never been fully realized however.

On the right side of the entrance a similar volume was

planned as had been realized on the left side.

In 2007 Qbbf Architecten B.V. from Den Bosch added

a new part to the building constructed with a highly

controversial nod towards the authentic design.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ST. ANTONIUS VAN PADUA- SAINT ANTONY OF PADUA-

KERK EN KLOOSTER CHURCH AND MONASTERY 85

Beersdalweg 62, 64, Heerlen

Beersdalweg 62, 64, Heerlen

Huidige functie: Kerk

Bouwjaar: 1929

Architect: F.P.J. Peutz

Monumentnr.: 512730, 512731

Current function: Church

Year of construction: 1929

Architect:

F.P.J. Peutz

Monument number: 512730, 512731

De kerk bestaat uit een kruisvormige plattegrond

aansluitend op een binnenhof en is gebouwd voor

de mijnwerkers van de (inmiddels gesloopte) kolonieën

Husken en Vrank. De bouwstijl van de kerk heeft

(neo)gotische invloeden. Het complex werd destijds

door critici vooral nuchter, beheerst, eenvoudig en

ongekunsteld gevonden.

The church consists of a cross-shaped floorplan

connected to an inner courtyard and was built for

the miners of the (by now pulled down) Husken and

Vrank colonies. The architecture of the church has

(neo-)Gothic influences. Critics in those days primarily

described the complex as plain, composed, simple

and artless.

De kerk is verbonden met het klooster (ook rijksmonument)

dat in 2007 door de Franciscanen is verlaten.

De toegangsweg naar Zeswegen-Nieuw Husken is

georiënteerd op deze kerk. Dit voormalige mijnterrein

van de ON I (met straatnamen genoemd naar bekende

architecten) is bebouwd rond 1990.

In verband met het gevaar voor mijnschade heeft

Peutz in plaats van een houten overkapping, de voorkeur

gegeven aan stalen spanten. Het presbyterium

(priesterkoor) heeft een hoog dak met vensters in een

bloembladvorm en een slanke oprijzende vieringtoren

als apotheose. In de zijgevels van dit gedeelte zit

boven de kinderkapellen een groot glas-in-lood

venster met baksteen tracering en spitsboog.

De lage voorbouw met een diepe nis en het ronde

venster daarboven legt het accent op de entree, maar

omarmt tevens het grotere geheel. De ingangspartij

heeft traditionele bakstenen details zoals vlechtingen,

spitsbogen maar ook schouderstukken, sluitstenen

en andere sierblokken in moderne kunststeen.

Links bevindt zich de Sint Barbara-kapel voor de meisjes

en rechts de Sint Bernardus-kapel voor de jongens.

Peutz ontwierp ook het kerkmeubilair waaronder

de communiebank. Peutz nam beroemde Limburgse

kunstenaars als Charles Vos en Charles Eyck in de arm

om de kerk te verfraaien. De kerk kreeg in 1992 een

grote opknapbeurt.

The church is connected to the monastery (also a

national monument) which was deserted by the

Franciscans in 2007. The access road to Zeswegen-

Nieuw Husken is oriented on this church. This former

mining ground of the ON I (with street names after

famous architects) was built around 1990.

Because of potential damage due to the mines Peutz

preferred steel frames instead of a wooden roofing.

The presbyterium (priest choir) has a high roof with

windows in the shape of flower petals and has a slimline

lantern tower as apotheosis. In the side-aisles of

this part above the children’s chapel there is a large

stained glass window with a brick frame and a pointed

arch.

The low frontal extension with a deep alcove and

the round window above it emphasizes the entrance

but also embraces the bigger picture. The entrance

has traditional brick details such as twines, pointed

arches but also shoulder pieces, keystones and other

ornamental blocks in modern artificial stone.

On the left there is the Saint Barbara chapel for

the girls and on the right the Saint Bernard-chapel

for the boys. Peutz also designed the church furniture

such as the communion rail. Peutz employed famous

Limburg artists such as Charles Vos and Charles Eyck

in order to embellish the church. The church had a big

facelift in 1992.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOOFDKANTOOR ON

Kloosterweg 1, Heerlen

Huidige functie: Kantoor

Bouwjaar: 1931

Architect: D. Roosenburg

Monumentnr.: 512784

MAIN OFFICE ON

Kloosterweg 1, Heerlen

Current function: Office

Year of construction: 1931

Architect:

D. Roosenburg

Monument no.: 512784

86

Het hoofdkantoor van de Oranje-Nassau Mijnen stond

op het mijnterrein van de ON I. Deze mijn was aangelegd

bij het knooppunt Zeswegen en werd in eerste

instantie ontsloten door de spoorlijn van Sittard naar

Herzogenrath.

Het gebouw heeft een rechthoekige plattegrond,

in vier bouwlagen en een overstekend plat dak.

Aan weerszijden van de hoofdmassa bevindt zich

een trappenhuis dat boven het dak uitsteekt, aan

de noordzijde in de vorm van een glazen cilinder.

Het staalskelet is bekleed met staalplaat, in de kleur

groen.

Er werd zo licht mogelijk gebouwd op de onstabiele

ondergrond van het mijnterrein. Dit super moderne

gebouw woog een derde minder dan een vergelijkbaar

stenen gebouw. Het heeft een geraamte van

beweegbare, stalen compartimenten en rust op

betonnen funderingsvoetjes die rechtstreeks op

de bodem staan. Het lijkt op een rups: een lang

lichaam, samengesteld uit ten opzichte van elkaar

beweegbare mootjes met veel korte pootjes.

De nieuwste technische inzichten werden gebruikt,

zoals holle bouwmaterialen, dilatatievoegen en

staalverbindingen met slobgaten. In 1995-1996

werd het gebouw gerestaureerd door bureau

Jo Coenen & Co Architecten.

Dirk Roosenburg (1887-1962) was een tijdgenoot van

Dudok, Oud en Rietveld, tevens grootvader van Rem

Koolhaas. Hij ontwierp grote werken zoals de Velsertunnel

met ventilatietorens en het Philips-gebouw

(de Witte Dame) in Eindhoven. Recent kwam hij weer

in het nieuws als architect van de sluizen van de

Afsluitdijk door het kunstwerk van Daan Roosegaarde.

Veel van zijn gebouwen zijn tot rijksmonument

verklaard.

The main office of the Oranje-Nassau Mines was

located on the mining grounds of the ON I. This mine

was laid out at the Zeswegen crossroad and initially

opened up by the Sittard-Herzogenrath railway line.

The building has a rectangular floorplan, four construction

layers and a projecting flat roof.

On both sides of the main mass there is a staircase

that sticks out above the roof, on the northside in the

shape of a glass cylinder. The steel skeleton is covered

with green steel plating.

The constructions were kept as light as possible on

the instable underground of the mining grounds.

This ultramodern building weighed a third less than a

comparable brick building. It has a frame of movable,

steel compartments and is placed on concrete base

feet that are positioned directly on the ground.

It resembles a caterpillar: a long body consisting of

independently moving pieces with multiple short legs.

The latest technical insights were used, such as hollow

construction materials, dilatation joints and steel

connections with slotted holes. In 1995-1996 the

building was renovated by architects’ agency

Jo Coenen & Co Architecten.

Dirk Roosenburg (1887-1962) was a contemporary of

Dudok, Oud and Rietveld, and also the grandfather

of Rem Koolhaas. He designed large projects such as

the Velsertunnel with ventilation towers and the

Philips-building (the White Lady) in Eindhoven.

Because of the artwork of Daan Roosegaarde,

the media recently picked up his name again as the

architect of the sluices of the Afsluitdijk. Many of his

buildings have been put on the list of national monuments.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SCHACHTGEBOUW ON I

Mijnmuseumpad 2, Heerlen

Huidige functie: Mijnmuseum

Bouwjaar: 1897

Architect: A. Mehler

Monumentnr.: 21229

MINE SHAFT BUILDING ON I

Mijnmuseumpad 2, Heerlen

Current function: Mining Museum

Year of construction: 1897

Architect:

A. Mehler

Monument no.: 21229

87

Het schachtgebouw van schacht I, de schachtbok

van schacht II en het ophaalgebouw met daarin de

aanwezige ophaalmachine van schacht II, zijn in 1899

gebouwd ten behoeve van de voormalige Oranje

Nassaumijn I. Deze mijn heeft 75 jaar dienst gedaan,

tussen 1899 en 1974.

Het winningsprincipe van de steenkool dat met deze

mijn werd geïntroduceerd, betekende een ommezwaai

in de geschiedenis van de mijnbouw. De nieuwe wijze

van delven was een uitvinding van Friedrich Honigmann,

waardoor mijnbouw onder waterhoudende

bodemlagen mogelijk werd.

Het bakstenen schachtgebouw met de gebastioneerde

gevelbehandeling en de toepassing van hoektorentjes

in neo-romaanse stijl is architectuurhistorisch

van bijzondere betekenis, omdat het tot het “Malakow-type”

behoort. Dit type vond zijn oorsprong in

het Ruhrgebied en in het steenkoolbekken van Aken.

De open stalen schachtbok van schacht II behoort tot

het type dat omstreeks 1900 in het Saarland is ontwikkeld.

Het materiaal en de constructie zijn hiervan

exemplarisch, omdat veel schachtbokken van andere

mijnen zijn gesloopt.

In het ophaalgebouw is de nagenoeg oorspronkelijke,

door stroomkracht aangedreven ophaalmachine

aanwezig. Deze stoommachine is later omgebouwd op

perslucht.

Diverse omliggende en kenmerkende mijnbouwobjecten

zijn inmiddels verdwenen, maar de authenticiteit

van het voormalig schachtgebouw en zijn

symbolische waarde voor de geschiedenis van de

mijnbouw is behouden. Verder heeft het complex

emotionele en geschiedkundige waarde als herdenkingsteken

aan de decennia dat de mijnbouw in deze

landstreek en in ons land van grote betekenis was.

Ten slotte heeft het complex een landschappelijke

herkenningsfunctie.

The mine shaft building belonging to shaft I, the shaft

tower of shaft II and the winder building including

the winding machine of shaft II, were built in 1899

for the former Oranje-Nassau mine I. This mine was

operational for 75 years, between 1899 and 1974.

The mining principle of coal, which was introduced

with this mine, meant a revolution in the history of

mining. The new method of mining was an invention

of Friedrich Honigmann, enabling mining below

water-containing soil layers.

The brick shaft building with the bastion-shaped

facade and the application of small corner towers in

neo-roman style is architectural-historically speaking

of great importance because it belongs to the “Malakow-type”.

This type had its origin in the Ruhr area

and in the coal basin of Aachen. The open steel shaft

tower of shaft II belongs to the type which had been

developed in the Saarland around 1900. Its material

and its construction are exemplary because many

of the shaft towers of other mines were torn down.

In the winder building we find the almost entirely

original, steam powered winding machine. The steam

engine has afterwards been transferred into a compressed

air powered installation.

Several adjacent and typical mining objects have

disappeared by now, but the authenticity of the

former mine shaft building and its symbolical value for

the history of mining has been preserved.

The complex also has emotional and historical value

as a memorial for the decades that mining in this area

and in our country played an important role. Last but

not least the complex has become a distinguishing

landmark.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SINT FRANCISCUS VAN CHURCH OF SAINT FRANCIS

ASSISIËKERK OF ASSISI

88

Laanderstraat 33, Heerlen

Laanderstraat 33, Heerlen

Huidige functie: Parochiekerk

Bouwjaar: 1923

Architect: P.G. Buskens

Monumentnr.: 512786

Current function: Parish church

Year of construction: 1923

Architect:

P.G. Buskens

Monument no.: 512786

Aanvankelijk sloot de kerk aan bij de woonbebouwing

van de Laanderstraat. Door de aanleg van wegen rond

het centrum, waaronder de doorgetrokken Looierstraat,

is de samenhang met de omgeving verloren

gegaan. Verschillende centrumplannen bedreigden

in de loop der tijd het voortbestaan van deze kerk.

De bouwgrond werd destijds geschonken door

de Parijse familie De Wendel, de eigenaar van

Oranje-Nassau Mijnen. De bouwstijl is een combinatie

van expressionisme en een neostijl met eerder een

gotische dan klassieke teneur.

De kerk was verbonden met het ernaast gelegen

klooster. In 1948 werd er tegen de noordgevel een

Heilig Hartkapel gebouwd ter ere van het 25-jarig

bestaan van de kerk.

De ontwerper Piet Buskens (1872-1939) is geen

onbekende architect. Hij was voorzitter van de Bond

van Nederlandse Architecten en bouwde later in

Voorburg een O.L.V.-kerk met opvallende gelijkenis.

De kerk heeft volumes van verschillende hoogten

gelegen onder markante zadeldaken. De oprijzende

driehoeken en de spitse dakruiter staan in fel contrast

met de rechthoekige blokken van ’t Loon.

De houten spanten overhuiven een breed middenschip.

In de voorgevel bevindt zich een portiek achter

drie spitsbogen. Drie dubbele entreedeuren hebben

een art-deco bovenlicht met een gerekt houten beeld

als stijl.

Het portaal wordt van het schip gescheiden door vier

bogen. Tussen de middelste twee hangt het familiewapen

van De Wendel in natuursteen. Verder zijn van

belang: de kruiswegstaties van Charles Eyck (1897-

1983), het Maria- en Franciscusaltaar in verschillende

kleuren marmer met mozaïeken (1930) van Charles

Vos (1888-1954) en de gebrandschilderde ramen van

Atelier Asperslag uit Amsterdam.

Initially the church was attuned to the residential

development of the Laanderstraat. Because of the

construction of roads around the centre, including

the extended Looierstraat, the cohesion with the

environment has disappeared. In the course of time

several centre development plans threatened

the continued existence of this church.

At the time the building lot was donated by the Paris

family De Wendel, the owner of the Oranje-Nassau

Mines. Its style is a combination of Expressionism and

a neo-style with a Gothic tendency rather than a

classic one. The church was connected to the adjacent

monastery. In 1948 a Sacred Heart chapel was built

against its north facade in commemoration of the 25th

anniversary of the church.

The designer Piet Buskens (1872-1939) is a well-known

architect. He was chairman of the Dutch Society of

Architects and later, in Voorburg, he built a church for

Our Blessed Virgin with a striking resemblance to his

Heerlen Church of Saint Francis of Assissi.

The church has volumes of different heights situated

under striking saddle roofs. The rising triangles and

the pointed flèche contrast sharply with the rectangular

blocks of ’t Loon. The wooden rafters hood over

a wide nave. In the facade there is a portico behind

three pointed arches. Three double entrance doors

have an Art-Deco transom window with a protracted

wooden statue as a jamb.

The portal is separated from the nave by four arches.

Between the middle two there is the coat of arms of

the De Wendel family in natural stone. Also of interest:

the Stations of the Cross by Charles Eyck (1897-1983),

the Mary- and Francis altar in different colours of

marble with mosaics (1930) by Charles Vos (1888-

1954) and the stain glass windows by Atelier Asperslag

from Amsterdam.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ARCHITECTENATELIER

Valkenburgerweg 22, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1904

Architect: S.H.J. Seelen

Monumentnr.: 512811

ARCHITECTS’ STUDIO

Valkenburgerweg 22, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1904

Architect:

S.H.J. Seelen

Monument no.: 512811

89

De atelierwoning is gebouwd met invloeden van de

Hollandse neorenaissance. Deze stijl wordt ook wel

de banden- en blokkenstijl genoemd. Kenmerken zijn

de trapgevel; de brandmuren; de afwisseling van

baksteen, met soms over de volle gevelbreedte

cordonlijsten en de ambachtelijke detaillering.

Deze stijl is onder andere ook te zien bij de voormalige

ijzerhandel Gebr. Schmitz, de nieuwe Nor,

in de Pancratiusstraat. Neorenaissance werd veel

gebruikt bij overheidsgebouwen en als reactie op

de katholieke neogotiek.

Jos Seelen (1871-1951) was de eerste gemeentearchitect

van Heerlen. Hij vestigde zich na een oproep

van de spoorwegpionier Henri Sarolea in 1899 definitief

in Heerlen en bouwde dit pand voor zijn grote

gezin en als architectenatelier. Het bestaat uit een

hoofdvolume en een achterbouw. Het hoofdvolume

is vooral het woongedeelte en de tweede laag van

de achterbouw het atelier. Vooruitlopend op de

realisatie daarvan ontwierp hij al een tweede ingang,

naast de voordeur in de portiek.

Het hoofdvolume heeft links een gevelvoorsprong

(risaliet) met ingangspartij, topgevel en één travee.

Rechts ernaast onder de goot een indeling met twee

traveeën. Aan weerszijden van de portiek met rondboog,

bereikbaar via zes hardsteen treden, bevindt

zich een plint van hardsteen en twee kolenluiken.

De gevels zijn gemetseld van rode baksteen in

kruisverband. De voorgevel heeft gele baksteen

en muurankers, voegen met knip- en snijwerk en

een geprofileerde, gedeeltelijk hardstenen plint.

In de gevels bevinden zich houten kozijnen met

bovenlichten in segment- en rondboogvormige nissen

met vlechtingen. Onder de goot hangt decoratief

metselwerk van boogfriezen en diverse bloktanden,

erboven staat een dakkapel met piron.

The studio house is built with influences of the Dutch

Neo-Renaissance. This style is also called the fascia

and block style. Typical are the stepped gable: the

firewalls, the alternation of brick sometimes with full

facade-wide string courses and traditional detailing.

This style can also be seen in the former ironmonger’s

shop of the Schmitz brothers, the new Nor, in the

Pancratiusstraat. Neo-Renaissance was used frequently

for government buildings and as a reaction to

the Roman Catholic Gothic Revival.

Jos Seelen (1871-1951) was the first municipal architect

of Heerlen. After an appeal by railway pioneer Henri

Sarolea in 1899 he permanently settled in Heerlen and

built this residence for his large family and as an

architect’s studio. It consists of a main volume and

a rear building. The main volume is mainly for residential

purposes and the second level of the rear building

is the studio. In advance of its realization he already

designed a second entrance next to the front door in

the porch.

On the left the main volume has an avant-corps

(risalit) with entrance, gable and one bay. Next to it on

the right under the gutter an arrangement with two

bays. On both sides of the arched porch, accessible

via six bluestone steps, there is a plinth of bluestone

and two coal hatches.

The facades are of cross bond red brick. The front

facade has yellow bricks and wall ties, recessed and

beaded joints and a profiled, partly bluestone, plinth.

In the facades there are wooden window frames

with transom windows in segment- and arch-shaped

alcoves with braiding. Under the gutters there is

decorative masonry consisting of arcatures and

several protruding brick decorations, on top of it

there is a dormer window with finial.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ATELIERWONING

Schoolstraat 1, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1914

Architect: Th.M.J. Van Kan

Monumentnr.: 512789

ARTIST’S RESIDENCE

Schoolstraat 1, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1914

Architect:

Th.M.J. Van Kan

Monument no.: 512789

90

Deze hoekoplossing maakt deel uit van het eerste

stratenplan (1913) voor Heerlen van Jan Stuyt en

markeert de kijkrichting naar het torentje van

de ‘Ambachtsschool’.

This corner solution is part of the first street plan

(1913) for Heerlen by Jan Stuyt and marks the

direction of view towards the small tower of the

‘Ambachtsschool’ (former Dutch ‘Technical School’).

Theo Van Kan (1883-1914) lijkt geïnspireerd door het

Hollands Classicisme. Kenmerkend is de blokvormige

hoofdvorm en een schilddak met horizontale noklijn.

De noordgevel heeft een erker met drie vensters

en rondboogvormig bovenlichten. In de plint bevinden

zich drie keldervensters. Aan weerszijden van de erker

is een nis analoog aan de vorm van de drie vensters.

Op het balkon staat een houten hekwerk tussen

bakstenen kolommen.

De atelierwoning is gebouwd voor landschapsschilder

en glazenier F. Leufkens van Anstel (1863-1956).

Het pand is in gebruik geweest als kantoor van

de bruinkoolontginningsmaatschappij N.V. Bergerode

en het Bureau Toewijzing Woonruimte van de

gemeente Heerlen.

Vanaf de jaren zeventig woonden Vera en Nic

Tummers er. Interieuronderdelen zijn onder meer de

hal met het trappenhuis, de veelhoekige bakstenen

schoorsteenmantel, de vloertegels in zwart hardsteen

en rood-wit marmer, de tussendeuren met geslepen

glas en de glas-in-loodramen.

Van Kan was een beloftevol gemeente-architect

en stierf in 1914 na een noodlottig ongeval op de

Heerlerbaan. Op 30 december 1914 sprak burgemeester

Waszink in de gemeenteraad een merkwaardig

memoriam: “De Heeren weten toch allen op welk een

treurige wijze deze laatst genoemde ambtenaar om

het leven gekomen is. Was hij echter in leven gebleven

hij zou toch ontslagen zijn.”

Theo Van Kan (1883-1914) seems to have been

inspired by the Dutch Classicism. Characteristic are

the block-shaped main form and a saddle roof with

a horizontal ridge. The north facade has a bay window

with three windows and arched-shaped transom

windows. In the plinth course there are three cellar

windows. On both sides of the bay window there is

an alcove with a shape which is analogous to the three

windows. On the balcony there is a wooden fencing

in between brick pillars.

The artist’s residence was built for landscape painter

and stained-glass artist F. Leufkens van Anstel (1863-

1956). The house was used as an office of the brown

coal mining company N.V. Bergerode and of

the Housing Allocation Office of the municipality

of Heerlen.

Since the seventies the residence was occupied by

Vera and Nic Tummers. Interior elements are, among

other things, the hall with the staircase, the polygonal

brick mantelpiece, the floor tiles of black bluestone

and red-white marble, the dividing doors with cut

glass and the leaded windows.

Van Kan was a promising municipal architect who

died in 1914 after a fatal accident on the Heerlerbaan.

On 30 December 1914 mayor Waszink delivered a

strange memoriam in the city council: “My Lords,

you all know of the tragic accident which brought

an end to the life of aforementioned civil-servant.

However, if he had stayed alive then he would still

have been dismissed.”

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DIRECTEURSWONING

Burgemeester De Hesselleplein 25, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1917

Architect: Th. Stroucken en H.H.A. Tummers

Monumentnr.: 512779

DIRECTOR’S RESIDENCE

Burgemeester De Hesselleplein 25, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1917

Architect:

Th. Stroucken and

H.H.A. Tummers

Monument no.: 512779

91

De eerste bewoner van dit monument was Th. Stroucken,

de eerste directeur van de ambachtsschool,

die schuin tegenover deze woning ligt. Of hij zelf

het huis getekend heeft, is niet met zekerheid vast te

stellen. Feit is wel dat de naam van Tummers onder

de tekening staat. Het is een traditioneel huis met een

rijke versiering in de vorm van speklagen van mergel.

Fraaie ronde erker en ook de dakkapellen mogen zich

laten zien. Opdrachtgever voor het bouwen was het

Rijk, want de woning was bedoeld als ambtswoning

voor de directeur van de school.

Na Stroucken, werd Bloem, ook directeur van de

school, bewoner van het pand. Tot 1962 woonde

de directeur van de school in dit pand.

De directeurswoning heeft een redelijk intacte

L-vormige plattegrond in twee bouwlagen gelegen

onder een mansardedak met rode muldenpan en twee

schoorstenen. Bijzonder is een rondboogportiek naast

de entree met een originele voordeur met panelen en

rond venster, met bovenlicht en twee hardstenen

treden. In de tweede laag, centraal in de risaliet, ligt

een halfronde erker op accoladevormige gecementeerde

console met muizentand decoratie. Boven

de erker in het gevelvlak staat een vierkant houten

torentje met een deur met zij- en bovenlichten

gelegen onder een tentdakje.

The first occupant of this monument was Th. Stroucken,

the first director of the technical school, that lies

diagonally opposite this house. If he has designed the

house himself cannot be established with certainty.

Fact is that Tummers’ name is on the drawing.

It is a traditional house with rich decorations in the

form of string courses of marl. The beautiful round

bay window and also the dormer windows are worthwhile

showing. The State commissioned the building

because the house was meant as official residence for

the principal of the school.

After Stroucken, Bloem, also director of the school,

became the occupant of the house. Until 1962 the

principal of the school used to live in this house.

The principal’s residence has a reasonably intact

L-shaped floorplan on two construction layers positioned

beneath a mansard roof with red Mulden tiles and

two chimneys. Striking is an arched doorway next to

the entrance with an original panelled front door with

round window, transom window and two bluestone

steps. On the second layer, positioned centrally in

the risalit, there is a semi-spherical bay window on

a bracket-shaped cemented console with mouse teeth

decoration. Above the bay window on the facade

surface there is a small square wooden tower with a

door with side screens and transom windows underneath

a pavilion roof.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HUIS OP DE LINDE

Oude Lindestraat 1, Heerlen

Huidige functie: Kantoor

Bouwjaar: 1931

Architect: F.P.J. Peutz

Monumentnr.: 512788

RESIDENCE OP DE LINDE

Oude Lindestraat 1, Heerlen

Current function: Office

Year of construction: 1931

Architect:

F.P.J. Peutz

Monument no.: 512788

92

Architecten die in een zelf ontworpen, eigen huis

wonen zijn zeldzaam. Peutz was er zo een.

Hij ontwierp het Huis op de Linde als kantoor en

woonhuis voor zijn gezin met 14 kinderen. Het oeuvre

van Peutz ligt min of meer geïsoleerd in Limburg.

Hij tekende meer dan 200 plannen gelegen in de

gemeente Heerlen.

Huis op de Linde bestaat uit twee volumen van

verschillende hoogte en afmeting met op het

scharnierpunt de ingang, voorzien van een forse

betonnen luifel en een trap. De compositie van deze

twee kubische volumes, het open karakter en het

materiaalgebruik zijn kenmerkend. De gevels hebben

een asymmetrische indeling met grote, voornamelijk

liggende rechthoekige grijsblauwe stalen kozijnen.

De rechterzijgevel van het oprijzende volume heeft

links, over de gehele hoogte, een doorlopend venster

ter plaatse van het trappenhuis. Hieronder bevindt

zich een gevelvlak dat oploopt en bekroond wordt

door het beeld “De Bokkerijder” van Charles Vos

(1888-1954).

De voordeur heeft een fabelachtig detail: een klein

rond raampje in het horizontale venster, waardoor,

naar men zegt, een rol met bouwtekeningen naar

binnen geschoven kon worden.

Beschermingswaardig zijn onder meer de originele

deuren, de stalen schuifwand met glas en de houten

schuifdeuren met roedes in het atelier in het

souterrain. Het pand werd in 1991 gerestaureerd en

ingericht als kantoor door Arno Meijs. Helaas is

destijds het pleisterwerk overgeschilderd zonder

onderzoek te verrichten naar de originele kleur en

materialiteit.

Architects who live in a house that they have designed

themselves are rare. Peutz was one of them.

He designed the Huis op de Linde as an office and

a residence for his family of 14 children. Peutz’s oeuvre

lies more or less isolated in Limburg. He drew more

than 200 plans situated in the municipality of Heerlen.

Huis op de Linde consists of two volumes of different

height and size with the entrance at the pivoting

point, complete with a substantial concrete porch and

a flight of stairs. The composition of these two cubic

volumes, the open character and the use of materials

are characteristic. The facades have an asymmetric

lay-out with large, predominantly horizontally positioned

grey-blue steel windows.

The right side facade of the rising volume has on the

left, across the entire height, a continuous window at

the location of the staircase. Under it there is a rising

facade area which is crowned by the statue “De

Bokkerijder” by Charles Vos (1888-1954).

The front door has a fabled detail: a small round

window in the horizontal window, of which the story

goes that a scroll of floorplans could be slid through.

Worthwhile protecting are among other things the

original doors, the steel sliding wall with glass and

the wooden sliding doors with rods in the atelier in

the basement. The building was renovated in 1991 and

set up as an office by Arno Meijs. Unfortunately the

plastering was painted over in that time without

proper investigation into the original colour and

materiality.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SINT PANCRATIUS ULO

Laan van Hövell tot Westerflier 23, Heerlen

Huidige functie: Kantoor

Bouwjaar: 1931

Architect: F.P.J. Peutz

Monumentnr.: 512785

SAINT PANCRAS ULO

Laan van Hövell tot Westerflier 23, Heerlen

Current function: Office

Year of construction: 1931

Architect:

F.P.J. Peutz

Monument no.: 512785

93

Het schoolgebouw met een rechthoekig grondplan

telt drie bouwlagen en wordt plat afgedekt. Het dak

heeft een breed overstek. Frits Peutz bouwde de

Pancratius ULO als een van de eerste van een reeks

modernistische gebouwen. Kenmerkend zijn de grote

strakke witte vlakken, de kubistische elementen en

de twee halfhoge bandvensters.

Deze bijdrage was onderdeel van de ontwikkeling

van Heerlen naar een moderne stad, zoals de jonge

burgemeester Van Grunsven (1896-1969) dat voor

ogen stond. De heldere stijl met principes van het

Nieuwe Bouwen valt op tussen de traditionalistische

bebouwing.

De onderdelen van de gevel zijn zowel esthetisch als

functioneel. Het verticale element met groot verticaal

glasvlak correspondeert met het trappenhuis en

de afvoerkanalen. De zeven grote ramen komen

overeen met de klaslokalen. Losse ornamenten en

versieringen zijn achterwege gebleven.

Kenmerk van moderne architectuur is het experimenteren

met nieuwe materialen. De school is

traditioneel gemetseld, maar door toepassing van

zogenaamd terra nova pleisterwerk sloot het aan bij

de kenmerken van moderne gebouwen uit die tijd.

De entree bestaat uit een stalen toegangsdeur onder

een betonnen luifel en een halfronde toegangstrap

met zes treden. De entreehal en de gangen hebben

gele tegelvloeren. Authentiek is ook nog het trappenhuis

met zwarte granito traptreden en smeedijzeren

trapleuningen. De lambrisering met gele tegeltjes

heeft een trapsgewijs verloop.

De restauratie door Wiel Arets Architecten in 1997-

1998 gaf het gebouw zijn oorspronkelijke glans terug.

Het werd aangepast aan de gebruikseisen voor een

kantoorfunctie in opdracht van AZL.

The school building with a rectangular floorplan has

three construction layers and is flat roofed. The roof

has a broad overhang. Frits Peutz built the Pancratius

ULO (Institute for Advanced Elementary Education) as

one of the first in a series of modernistic buildings. Its

distinctive characteristics are the large white surfaces,

the cubistic elements and the two half-length band

windows.

This contribution was part of the development of

Heerlen towards a modern city as envisaged by the

young mayor Van Grunsven (1896-1969). The clear

style with its Nieuwe Bouwen (Functionalism) principles

stands out between the traditional buildings.

The elements of the facade are both aesthetic and

functional. The vertical element with the large vertical

glass surface corresponds with the staircase and the

drains. The seven large windows correspond with the

classrooms. Loose ornaments and decorations were

left out.

Characteristic of modern architecture is the experimenting

with new materials. The school was traditionally

built in brick, however the application of socalled

terra nova plastering fitted the characteristics

of modern buildings from that time.

The entrance consists of a steel door under a concrete

porch and a semi-circular entrance staircase with six

steps. The entrance hall and corridors have yellow

tiled floors. Also authentic is the staircase with black

granite steps and cast-iron bannisters. The wainscoting

with yellow tiles is cascaded.

The restoration by Wiel Arets Architecten in 1997-1998

brought back the original splendour to the building.

By order of AZL it was adapted to the user requirements

of an office function.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL WOONHUIS

Laan van Hövell tot Westerflier 19, 21, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1932

Architect: J.J. Wielders

Monumentnr.: 523286

SEMI-DETACHED HOUSES

Laan van Hövell tot Westerflier 19, 21, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1932

Architect:

J.J. Wielders

Monument no.: 523286

94

Het ontwerp oogt traditioneel, maar de geometrische

vormen zoals driehoeken en vierkanten signaleren

moderne tijden. Ook de hoekoplossing waarbij lange

horizontale lijnen worden beëindigd tegen een

verticale erker doet vooruitstrevend aan.

De bouwmaterialen: baksteen in kettingverband,

dakpannen en houten blokkozijnen passen daarentegen

weer meer bij het traditionalisme. Ze lijken

bewust in contrast met het naastgelegen schoolgebouw.

Jos Wielders wilde wat betreft de architectuur niet

aansluiten bij het karakter van de romantische pleinen

zoals Jan Stuyt die had ontworpen, maar deed het

stedenbouwkundig wel.

De voordeur kwam in plaats van aan de straatzijde

aan de pleinzijde. De frontgevel is symmetrisch met

visueel gekoppelde ramen en schiet vierkant door tot

boven de daklijn.

In het middendeel van de frontgevel op nr. 21 zit een

rechthoekige houten deur met een hardstenen dorpel,

aan weerszijden een zijlicht met glas-in-lood en

de vlaggenmast precies in het midden. Aan rechterzijde

van de deur een hardstenen brievenbus.

De oorspronkelijke verfkleuren van de kozijnen buiten

waren okergeel en van de ramen zwart.

De heer Steenaert, opdrachtgever van nummer 21,

was geen hoofdonderwijzer zoals per vergissing vaker

werd verteld. Hij werkte bij de Gezamenlijke Mijnen

en later als personeelschef bij Oranje-Nassau Mijnen.

Daar vond men dat werknemers niet groter en luxer

mochten wonen dan hun directe meerdere.

Volgens de overlevering mocht het nieuwe woonhuis

van de welstandscommissie niet te dominant zijn.

Deze opgelegde uitgangspunten waren in strijd met

de architectuuropvattingen van Wielders die graag bij

de moderne bouwers wilde horen.

The design looks traditional but the geometric shapes

such as triangles and squares indicate modern times.

Also the corner solution in which long horizontal

lines are ended against a vertical bay window has a

progressive touch. On the other hand the building

materials such as sandstone in monk bond, roof tiles

and wooden window block frames have a more

traditional touch. Almost intentionally they seem

to be in contrast with the adjacent school building.

In architectural matters Jos Wielders did not want

to follow the character of the romantic squares as

designed by Jan Stuyt but from an urban development

point of view he did.

Instead of on the street side, the front door was

placed at the square side. The front facade is symmetrical

with visually linked windows and its square

form continues until even above the roof line.

In the middle part of the front facade at no. 21 there

is a rectangular wooden door with a bluestone threshold,

a stain-glass side window on both sides and the

flagpole right in the middle. On the right side of the

door is a bluestone mailbox.

The original paint colours of the outside window

frames were yellow ochre and of the windows they

were black.

Mr Steenaert who commissioned number 21 was not a

headmaster as is often mistakenly told. He worked at

the Cooperative Mines and later as personnel manager

at the Oranje-Nassau Mines. Here they were of the

opinion that no employee should live in larger and

more luxurious houses than their direct managers.

It is believed that the building inspection committee

would not allow the new residence to be too

dominant. These imposed starting points were in

contrast with the architectural ideas of Wielders who

wanted to belong to the modern builders.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEK OLIEMOLENSTRAAT

Oliemolenstraat 1, Akerstraat 65a, 65b, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1936-1937

Architect: F.P.J. Peutz

Monumentnr.: 523287

CORNER OLIEMOLENSTRAAT

Oliemolenstraat 1, Akerstraat 65a, 65b, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1936-1937

Architect:

F.P.J. Peutz

Monument no.: 523287

95

Oliemolenstraat 1 werd in 1933 ontworpen als

apotheek Claessens en in 1936 gerealiseerd als

woonhuis. Het additionele dubbele woonhuis aan

de Akerstraat dateert uit 1937. In eerste instantie

ontwierp Peutz op deze plek een apotheek in een

moderne stijl vergelijkbaar met zijn eigen woning

‘Huis op de Linde’. De winkelruimte met portiek op de

hoek, kantoor, trappenhuis, garage en bovenwoning,

samen ondergebracht in één geheel, zagen er uit als

een recht blok van beton.

Dit ontwerp werd vervangen door een traditionalistisch

plan. Karakteristiek zijn: de rode baksteen in

kettingverband, witgele Solnhofersteen, rode Hollandse

dakpannen, hardstenen raamdorpels, roedeverdelingen

en het houten dakoverstek. De L-vormige

plattegrond heeft een opmerkelijk gedetailleerde

hoek op de plaats waar oorspronkelijk de ingang

van de apotheek was gedacht.

De hoekoplossing ondersteunt de hiërarchie van

het stratenpatroon. Markant is het spitse zadeldak

met topgevel en de afgeschuinde, met natuursteen

beklede, hoek.

Pand Akerstraat 65a heeft een voordeur met rondboogvormig

bovenlicht. Pand Akerstraat 65b heeft

een rechte voordeur met glasvlak en roedeverdeling.

Aan de bovenzijde ligt een kleine hardstenen luifel

op twee spiraalvormig versierde consoles.

De indeling van het interieur is vrijwel intact. In de

vierkante centrale hal zijn zwarte marmeren vloertegels

gelegd. De authentieke houten trap met kwart

draai heeft een leuning met spijlen en balusters.

De eerste trede van de trap is in natuursteen.

Deze detailleringen paste Peutz vaker toe.

In 1933 Oliemolenstraat 1 was designed as pharmacy

Claessens and it became a residence in 1936.

The additional double residence on the Akerstraat is

from 1937. At first Peutz designed a pharmacy on this

location in a modern style comparable to his own

residence ‘Huis op de Linde’. The retail space with

doorway at the corner, office , staircase, garage and

apartment, all brought together in one construction,

looked like a straight block of concrete.

This design was replaced by a traditional plan.

Characteristic are: the chain bond red bricks,

white-yellow Solnhofer stones, red Dutch tiles,

bluestone sash water sills, panelling and the wooden

roof overhang. The L-shaped floorplan has a remarkably

detailed corner on the position where the

original pharmacy entrance was planned.

The corner solution supports the hierarchy of

the street pattern. Striking is the pointed saddle roof

with its gable apex and the chamfered, natural stoneclad

corner.

Property Akerstraat 65a has a front door with an

arched transom window. Property Akerstraat 65b has

a straight front door with glass surface and panelling.

Above the door there is a small bluestone porch

supported by two spiral-shaped decorated consoles.

The floorplan of the interior has remained almost

completely intact. In the square central hall black

marble floor tiles have been placed. The authentic

wooden staircase with quarter turn has a handrail

with banisters and balusters. The first step of the

staircase is made of natural stone. These types of

decoration were frequently used by Peutz.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA DAUTZENBERG

Akerstraat 90, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1916

Architect: J. Laeven

Monumentnr.: 512767

DAUTZENBERG VILLA

Akerstraat 90, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1916

Architect:

J. Laeven

Monument no.: 512767

96

Het kapitale woonhuis is gebouwd voor de hoge

rijksambtenaar (ontvanger der Registratie en Domeinen)

J.W.A. Dautzenberg. Hij legde de nog goed

zichtbare eerste steen voor deze traditionalistische

stadsvilla op 20 juni 1904.

The capital residence was built for the senior civil

servant (Inspector of Registration Duty and State

Property) J.W.A. Dautzenberg. He laid the still clearly

visible first stone for this traditionalistic urban villa

on 20 June 1904.

Zijn dochter Louisa trouwde in 1913 met hoofdmijningenieur

H.J.H. Dresen. Dresen was bedrijfsleider

van de Oranje-Nassaumijn II in Schaesberg. Na het

overlijden van zijn schoonvader woonde hij met zijn

gezin in deze woning die hij in 1938 liet verbouwen.

De villa heeft twee ingangen: één voor de bewoners

en de andere (aan de zijkant, in het achthoekig

torentje) voor het personeel. “Modern” in het woonhuis

was de asymmetrische opzet en de plastische

geleding van de gevels met speklagen en natuurstenen

dorpels en een balkon met een open kant naar

het zuiden. Er zijn verschillende raamvormen die met

de woonkamer, de salon, badkamers en logeerkamers

corresponderen.

Opvallend zijn de verschillende metselverbanden in de

boogvelden, glas en lood in de bovenlichten en een

deur met jugendstilmotieven. Het interieur is grotendeels

intact, hetgeen onder meer blijkt uit de structuur

van vertrekken, gangen en overige ruimten.

De stadsvilla aan de Akerstraat bezit architectuurhistorische

waarde wegens de hoogwaardige esthetische

kwaliteiten van het ontwerp, het bijzondere

materiaalgebruik en de ornamentiek.

Aan de Akerstraat lagen in de tijd meer van dergelijke

villa’s. Het was een chique uitvalsweg richting Aken,

waaraan in 1913 ook het Bernardinuscollege gebouwd

werd.

In 1913 his daughter Louisa married the chief mining

engineer H.J.H. Dresen. Dresen was the superintendent

of the Oranje-Nassau Mine II in Schaesberg.

After the death of his father-in-law he lived in this

house together with his family and he had the house

rebuilt in 1938.

The villa has two entrances: one for the residents and

the other one (on the side, in the small octagonal

turret) for the staff. “Modern” in the residence was

the asymmetrical setup and the expressive jointing

of the facades with string courses and natural stone

thresholds and a balcony with an open side to the

south. There are different shapes of windows which

correspond with the living room, the drawing room,

the bathrooms and guest rooms.

Striking are the different sorts of brick patterns in

the arched tympanums, stained glass in the transom

windows and a door with Jugendstil designs.

The interior has remained largely intact as evidenced

by the structure of rooms, corridors and other spaces.

The architectural-historical value of the urban villa

at the Akerstraat lies in the high-level aesthetic

qualities of the design, the special use of materials

and the ornamentation.

In those days there were more similar types of villas

at the Akerstraat. It was a stylish exit road in the

direction of Aachen, on which also the Bernardinus

comprehensive school was built in 1913.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KERKHOFKAPEL

Algemene Begraafplaats bij Akerstraat 39, Heerlen

Huidige functie: Kerkhofkapel

Bouwjaar: 1848

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 21217

CEMETERY CHAPEL

Public Cemetery near Akerstraat 39, Heerlen

Current function: Cemetery chapel

Year of construction: 1848

Architect:

Unknown

Monument no.: 21217

97

Deze driezijdig gesloten, bakstenen grafkapel is in

1848 gebouwd in opdracht van Baron De Loë van

Terworm. De kapel is gebouwd ter nagedachtenis van

Antonia barones de Loë van Mheer, geboren Van

Böselager (1827-1847).

This brickwork burial chapel, which is closed at three

sides, was commissioned by Baron de Loë of Terworm

in 1848. The chapel was built in memoriam of Antonia

Baroness de Loë van Mheer, born Van Böselager

(1827-1847).

De gemeenteraad gaf toestemming tot de bouw

onder voorwaarde dat de kapel openbaar toegankelijk

zou zijn. Tevens moest de baron een bedrag van 200

gulden betalen, waarvan de helft bestemd was voor

de armen.

Het gebouwtje is opgetrokken in neoclassicistische

stijl met hoeklisenen en halfronde vensters. Het is het

enige voorbeeld van de neoclassicistische bouwstijl in

Heerlen. Klassieke elementen zijn de rondboogramen

en het timpaan (driehoekig fronton) boven de rondboogingang,

met daarin afgebeeld de familiewapens

van de Loë (rechts) en Van Böselager (links) met

het opschrift dat refereert aan het overlijden van

zijn jonge echtgenote.

Kerkhoven vertellen in steen over de geschiedenis.

In de omgeving van deze kapel zijn de namen van

bekende Heerlenaren uitgebeiteld in bescheiden

gedenkplaten of in pompeuze grafmonumenten.

De jaartallen op de graven geven een beeld van de

ontwikkeling van de mijnstad in de tijd na het vroegtijdig

overlijden van de barones.

Het kerkhof is ook een staalkaart van architectuurstijlen.

Deze kerkhofkapel werd mede geïnspireerd

door de in de renaissance gebruikte voorbeelden van

het Griekse Tempelfront. Er is aansluiting gezocht met

de officiële stijl van stadhuizen, gerechtsgebouwen

en landhuizen uit de neoclassicistische periode

(1800-1880).

The town council granted permission for the construction

under the condition that the chapel would be

publicly accessible. The Baron also was to pay an

amount of 200 Dutch guilders, half of which was

intended for the poor.

The small building had been constructed in a neoclassicistic

architectural style with corner pilaster

strips and semi-circular windows. It is the only example

of neo-classicistic architecture in Heerlen. Classical

elements are the arched windows and the tympanum

(triangular fronton) above the arched entrance,

displaying the family coat of arms of de Loë (on the

right) and Van Böselager (on the left) with an inscription

which refers to the death of his young wife.

Cemeteries tell about the past in words of stone.

In the vicinity of this chapel the names of well-known

citizens of Heerlen have been chiselled out in modest

commemorative plaques or in pompous monuments.

The dates on the graves paint a picture of the development

of the mining town in the time of the premature

death of the baroness.

The cemetery is also a sample card of architectural

styles. This burial chapel was also inspired by the

examples of the Greek temple front as they were used

in the Renaissance. The architect has tried to integrate

his creation with the official style of town houses,

court houses and mansions from the neo-classical

period (1800-1880).

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


GRAFMONUMENT

Algemene Begraafplaats bij Akerstraat 50, Heerlen

Huidige functie: Grafmonument

Bouwjaar: 1925

Architect: Onbekend

Monumentnr.: 512807

MEMORIAL MONUMENT

Public Cemetery near Akerstraat 50, Heerlen

Current function: Memorial monument

Year of construction: 1925

Architect:

Unknown

Monument no.: 512807

98

De Algemene begraafplaats ligt als een park met oude

bomen ingesloten tussen de Akerstraat en de Groene

Boord. De begraafplaats bevat onder andere een kerkhofkapel

en de graven van een groot aantal meer en

minder bekende personen uit de Heerlense geschiedenis.

Een van de drie stadspoorten in de omwalling

van de zogenaamde Maastrichter- of Kerkhofpoort

(tegenover het voormalige Hotel de Paris), verwees

naar het kerkhof.

Het grafmonument heeft een duidelijk front en is

geplaatst in een centrale as zodat het goed te zien is

als men vanaf de Akerstraat het Kerkhof binnen loopt.

Het grafmonument bezit cultuurhistorische waarde als

bijzondere herinnering aan de Eerste Wereldoorlog

(1914-1918).

De Akerstraat heette vroeger Akerlaan. Het was een

voorname woonlocatie met sjieke huizen die lang deel

uitmaakte van de “grooten weg van Maastricht naar

Aken”.

In het grafmonument zijn de namen gegraveerd

van de veertien Belgische geïnterneerde soldaten en

twee kinderen die tijdens de eerste Wereldoorlog in

Heerlen zijn gestorven, enkelen aan de gevolgen van

de beruchte Spaanse Griep. Deze epidemie kostte

wereldwijd miljoenen mensen het leven.

Het grafmonument bestaat uit een gedenkplaat van

natuursteen met zowel een Franse als een Nederlandse

tekst. Er staat een kolom die wordt bekroond met

een klein hardstenen kruis. Aan de voorzijde van de

gedenkplaat staat een hoge vergulde grafurn op een

klein voetstuk met een brede hardstenen basement.

Aan weerszijden is een perk met rechthoekige hardstenen

omlijsting.

Het geheel wordt aan de voorzijde klokvormig

omsloten door elf kleine natuurstenen (op grenspalen

lijkende) kegels met hiertussen een smeedijzeren

ketting.

The public cemetery lies enclosed as a park with old

trees between the Akerstraat and the Groene Boord.

The cemetery has a cemetery chapel and accommodates

the graves of a large number of well or less

well-known people from the history of Heerlen.

One of the three city gates in the wall of the so-called

Maastrichter- or Kerkhofpoort (opposite the former

Hotel de Paris), referred to the cemetery.

The memorial monument has a clear front and is

positioned on a central axis making it easily visible

when entering the cemetery from the side of the

Akerstraat. The memorial monument has a culturalhistorical

value as a special reminder of the First

World War (1914-1918).

The Akerstraat used to be called Akerlaan. It was a

distinguished residential location with stylish houses

that for a long time had been part of the “great road

from Maastricht to Aachen”.

In the memorial monument the names of fourteen

interned Belgium soldiers and two children are

engraved who died in Heerlen during the First World

War, some as a victim of the notorious Spanish Flu.

Worldwide this epidemic cost millions of people their

lives.

The memorial monument consists of a commemorative

plaque of natural stone with both a French and

a Dutch text. There is a column that is crowned by a

small bluestone cross. On the front side of the commemorative

plaque there is a high gilded funeral urn

on a small pedestal with a broad bluestone base.

On both sides there is a bed with a rectangular

bluestone frame.

On the front all this is bell-shapedly enclosed by

eleven small natural stone (border post resembling)

cones with a cast-iron chain in between them.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


PROTESTANTSE KERK EN PROTESTANT CHURCH AND

KOSTERSWONING VERGERS HOUSE 99

Tempsplein 14, Ds. Jongeneelstraat 1, Heerlen

Tempsplein 14, Ds. Jongeneelstraat 1, Heerlen

Huidige functie: Kerk

Bouwjaar: 1931-1932

Architect: J. en Th. Stuivinga

Monumentnr.: 512810

Current function: Church

Year of construction: 1931-1932

Architect:

J. and Th. Stuivinga

Monument no.: 512810

Vooral na de Eerste Wereldoorlog trokken veel

protestantse werkzoekenden vanuit het noorden

en oosten van ons land naar de overwegend katholieke

Mijnstreek. Er ontstonden protestantse enclaves

met eigen kerken, verenigingen en scholen, zoals de

Talmaschool. De protestantse minderheid voelde zich

vaak vreemdeling in de katholieke omgeving.

De Limburgers spraken van “Hollanders”.

Especially after the First World War many unemployed

Protestants migrated from the North and the East of

our country to the predominantly Roman Catholic

Mining District. Protestant enclaves came into being

with their own churches, clubs and schools, such as

the Talmaschool. The Protestant minority often felt a

stranger in the Roman Catholic environment.

The Limburgers called them “Hollanders”.

De geloofsgenoten Jan en Theo Stuivinga uit Zeist

ontwierpen een verfijnde stadskerk, die aan 8oo

gelovigen plaats moest bieden en kon bijdragen

aan het karakter van het Heerlense plein.

De hoge tuitgevels hebben gemetselde vlechtingen

en zogenaamde ezelsruggen. De kerk heeft aan

weerszijden steunberen. Het steile dak is gedekt

met rode Hollandse pannen. De dakgoten liggen op

consoles. De architectuur heeft Berlagiaanse inspiratie

met elementen van het Expressionisme.

De kerk heeft een kruisvormige plattegrond met

een daaraan gekoppelde kosterswoning en vier hoge

zadeldaken. De architecten hebben als versiering

het bouwjaar 1931 in de aanzetstukken (imposten)

van de bogen verwerkt evenals 1932 in acht metsellagen

van de kosterswoning.

De twee koperen lantaarns in art-deco stijl zijn

gemaakt door leerlingen van de Ambachtsschool.

In de top zijn vier spitsboogvormige galmgaten,

gemetselde balustraden, kruisvormige openingen

en waterspuwers. De toren wordt beëindigd door

een iets omhoog stekende ‘Hollandse’ tuitgevel

met een zadeldakje.

The fellow believers Jan and Theo Stuivinga from Zeist

designed a refined town church which was to accommodate

8oo believers and could contribute to the

character of the Heerlen square. The high spout

gables have masonry twines and so-called saddleback

copings. The church has buttresses on both sides.

The steep roof is covered with red Dutch tiles. The

gutters are positioned on top of consoles. The architecture

is Berlage-inspired with elements of the

Expressionism.

The church has a cross-shaped floorplan with a

connected verger’s house and four high saddle roofs.

As a decoration the architects have incorporated

the year of construction 1931 in the imposts of the

arches as well as 1932 in eight layers of mortar of

the verger’s house.

The two Art-Deco style copper lanterns were made

by students of the Technical School. In the top there

are four arch-shaped belfry windows, brick balustrades,

cross-shaped openings and gargoyles.

The tower is crowned with a slightly raised ‘Dutch’

spout gable with a small saddle roof.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


STRAATWAND TEMPSPLEIN

Ds. Jongeneelstraat 2, 4, 6, Deken Nicolayestraat 1, 3,

Tempsplein 18, 19, 19a, 20, 20a, 21, 22, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1927

Architect: J.W. van Harderveld

Monumentnr.: 512808

STREET LINE TEMPSPLEIN

Ds. Jongeneelstraat 2, 4, 6, Deken Nicolayestraat 1, 3,

Tempsplein 18, 19, 19a, 20, 20a, 21, 22, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1927

Architect:

J.W. van Harderveld

Monument no.: 512808

100

De naam “Tempsplein” zou kunnen verwijzen naar

Tamasiacum of Tamisiacum. Deze toponiem is ook

te vinden in het Belgische Temse of het Engelse

Thames. Tam betekent iets als donker.

Hier stroomde een donkere (of diepe) waterloop die

eerst de Romeinse thermen en later het middeleeuwse

fort van water voorzag. Op de kaart van oud Heerlen

staat op de plaats van het huidige Tempsplein de

naam Tems-weien ingetekend.

The name “Tempsplein” could refer to Tamasiacum or

Tamisiacum. This toponym can also be found in the

Belgian ‘Temse’ or the English ‘Thames’. Tam stands

for something dark. At this location there used to be

a dark (or deep) watercourse that initially provided

the Roman baths with water and later the medieval

fortress. On the map of ancient Heerlen the site of

the current Tempsplein is marked with the name

‘Tems-weien’.

De monumentale straatwand bestaat uit 12 rechthoekige

panden die een voorbeeld zijn van Hollandse

stadswoningen. Op Ds. Jongeneelstraat 2 en 4 is een

boogvormige gevelopening met daarachter een

portiek met twee entreedeuren te zien. De rondboog

eindigt op twee met natuursteen beklede kolommen.

In de voor- en achtergevels bevinden zich rechthoekige

driedelige houten vensters met bovenlichten en

dubbele vierkante vensters. De horizontale roedeverdelingen

zijn kenmerkend voor de Amsterdamse

School. Ook regionale invloeden werken door in de

architectuur. De meest voorkomende bouwvorm

in Heerlen aan het einde van de 19 e eeuw is één of

twee bouwlagen met een zolder en schuin dak.

Deze huizen zijn hoger en hebben een plat dak.

De grotere bouwhoogte is optisch gereduceerd

door de derde laag van enkele panden te betimmeren

met een geprofileerd houten beschot. Ook de houten

bloembak op consoles dragen bij aan schaalverkleining.

Een andere regionale invloed is het doorlopende

plint van Kunradersteen.

De hoekwoning, nu advocatenkantoor, beschikt over

een sprekend verticaal element. Het heeft zowel een

functie (schoorsteen), maar is ook van decoratieve

betekenis. Dit karakteristieke torentje is eveneens

terug te vinden in het tegenovergelegen deel van

het plein.

The monumental street line consists of 12 rectangular

buildings that are an example of Dutch town houses.

At Ds. Jongeneelstraat 2 and 4 there is an archshaped

facade opening with behind it a porch with

two entrance doors. The arch ends on two naturalstone

covered columns.

In the front and rear facades there are rectangular

tripartite wooden windows with transom windows

and double square window frames. The horizontal

panelling is typical of the Amsterdam School. Also

regional influences can be observed in the architecture.

The most frequently occurring style of building

in Heerlen at the end of the 19th century consists of

one or two construction levels with an attic and a

pitched roof. These houses are taller and have a flat

roof. The construction height is optically reduced by

panelling the third construction level of some of the

houses with a profiled wooden wainscot. Also the

wooden flower boxes on consoles contribute to

the scaling down. Another regional influence is the

continuous plinth of Kunrader stone.

The corner house, currently a law firm, has a striking

vertical element. It has a functional meaning (chimney)

as well as a decorative one. This characteristic

small tower can also be found in the opposite part

of the square.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


OPENBARE BIBLIOTHEEK

Tempsplein 10, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1917

Architect: J.A. Pauw en J.M. Hardeveld

Monumentnr.: 512793

PUBLIC LIBRARY

Tempsplein 10, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1917

Architect:

J.A. Pauw and J.M. Hardeveld

Monument no.: 512793

101

Het vroegste project dat het bureau Pauw & Van

Hardeveld realiseerde, was de middenstandswoningen

aan het Tempsplein. Pauw won eerder de prijsvraag

voor de geplande bibliotheek. Dit ontwerp uit 1917

vertoont trekken van het rationalisme van Berlage

(1856-1934). Deze bouwstijl, keerpunt in de Nederlandse

architectuurgeschiedenis, kreeg te maken

met een imposante tegenbeweging in de vorm van

de Amsterdamse School. Deze landelijke ontwikkeling

is herkenbaar in het Tempsplein en de Openbare

bibliotheek.

Het expressieve van de Amsterdamse school ligt

vooral in de bakstenen plasticiteit van de voorgevels

waardoor de architectuur een bijzondere levenslustigheid

kreeg. Andere kenmerken zijn bijvoorbeeld de

stevige kozijnen, gebeeldhouwde elementen en het

bijna verticaal lopende pannendak.

De ambachtelijk gemetselde bibliotheek is geen in

zichzelf gekeerd object. In het midden was de directiewoning

voorzien, die als een apart bouwblok naar

voren springt, zonder overigens de samenhang met

de rest van het gebouw te verliezen.

Aan de bovenzijde van de entree bevindt zich een

zware getande band natuursteen met kleine glas-inlood

ruitjes. Op een symmetrisch geplaatste gevelsteen

is een lezende persoon te zien, wellicht

een Christusfiguur.

Aan de rechterzijde van de hal bevindt zich het

trappenhuis, gemetseld in gele en rode baksteen

met een getrapte balustrade en kolommen bekroond

met hardstenen diamantkoppen. Tot 1970 was de

bibliotheek in dit gebouw gehuisvest. In 1994 is het

verbouwd voor de Woningstichting De Voorzorg.

Van de ambachtelijke detaillering met metselwerk

en timmerwerk is het karakter behouden gebleven.

The earliest project to have been realized by the Pauw

& Van Hardeveld agency, were the middle class houses

at the Tempsplein. Pauw had already won the competition

for the planned library. This 1917 design shows

features of the rationalism of Berlage (1856-1934).

This style, a turning point in the Dutch architectural

history, was confronted with an impressive counter

movement in the form of the Amsterdam School.

This national tendency is clearly evident in the Tempsplein

and the Public Library.

The expressive element of the Amsterdam school lies

mainly in the brick plasticity of the front facades

which provided the architecture with a special kind

of ‘joie de vivre’. Other characteristics are for example

the massive window frames, sculptured elements and

the almost vertical tiled roof.

The traditionally built brick library is not an introvert

object. The director’s residence was planned right in

the middle protruding as an independent building

block, though without losing its coherence with the

other parts of the building.

Above the entrance there is a heavily dented nature

stone band decorated with small stain-glass windows.

On a symmetrically placed key stone a reading person

can be observed, maybe a Christ figure.

On the right side of the hall there is the staircase, built

in yellow and red brick with a multi-staged balustrade

and columns crowned with bluestone diamond heads.

Until 1970 the library was accommodated in this

building. In 1994 it was renovated for the rentalhousing

organization De Voorzorg. Of the traditional

detailing of masonry and carpentry the characteristics

have been preserved.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HEILIG HARTBEELD

Tegenover Tempsplein 2, Heerlen

Bouwjaar: 1922

Kunstenaar: A.S.N.L. Dupuis

Monumentnr.: 512792

SACRED HEART STATUE

Across Tempsplein 2, Heerlen

Year of construction: 1922

Architect:

A.S.N.L. Dupuis

Monument no.: 512792

102

Hedendaagse stedenbouw toont vaak een individuele

denkwijze: ‘ieder voor zich’. Het Tempsplein daarentegen

toont een zichtbaar samenhangend concept.

De straatwanden en dakvormen omlijsten een

gemeenschappelijk parkje met het Heilig Hartbeeld

in het midden. De architectonische vormentaal heeft

een bindende kracht: de gebouwen horen als het ware

bij elkaar. Misschien is het daarom wel, dat dit plein

zoveel bijval geniet.

Het Heilig Hartbeeld is gemaakt van brons met een

donkere kleur en heeft een grijsgroen patina (koperroest).

Het beeld is 2,5 meter hoog en staat op een

gebogen sokkel van Kunradersteen. De sokkel loopt

trapsgewijs omhoog en is ontworpen door Dirk

Roosenburg. Aan de achterzijde van de sokkel is een

boogvormige rand. Deze rand omsluit een bloemperk.

Aan de voorzijde van de sokkel is een kleine boogvormige

plateau aangelegd, eveneens in Kunradersteen.

De Haagse beeldhouwer Toon Dupuis (1877-1937)

maakte veel bekende beeldhouwwerken in de

openbare ruimte, onder andere dat van Mgr. Nolens

in Nijmegen. Het Heilig Hartbeeld werd op 19 oktober

1924 onthuld door burgemeester Waszink.

Mgr. Schrijnen, bisschop van Roermond, verrichtte

de plechtige inzegening en deken Nicolaye deed de

plechtige toewijding van Heerlen aan Christus Koning.

Pater dr. Cassianus O.F.M. vatte tijdens deze plechtigheid

de betekenis als volgt samen: “In het hart van

Nederlands mijnstreek, in het hart van de meest

Katholieke mijnstreek ter wereld, staat van nu af het

Koningsbeeld van den Christus op een onwrikbaar

voetstuk en geen macht ter wereld zal het neerhalen”.

Present-day urban development often shows an

individual way of thinking: ‘every man for himself’.

The Tempsplein on the other hand shows a clearly

visible cohesive concept.

The street lines and roof shapes frame a small communal

park with the Sacred Heart statue right in its

centre. The architectonic language of forms has a

connecting power: as it were the buildings belong to

each other. Maybe this is why this square is appreciated

so highly.

The Sacred Heart Statue is made of dark-coloured

bronze and has grey-green patina (copper rust).

The statue is 2.5 metres high and is placed on a bent

pedestal of Kunrader stone. The pedestal rises gradually

and is designed by Dirk Roosenburg. On the

backside of the pedestal there is an arch-shaped

border. This border encloses a flowerbed. On the

frontside of the pedestal a small arch-shaped plateau

has been constructed, also made out of Kunrader

stone.

The Hague sculptor Toon Dupuis (1877-1937) created

many well-known sculptures for the public space,

including the sculpture of Mgr. Nolens in Nijmegen.

The Sacred Heart statue was unveiled by mayor

Waszink on 19 October 1924.

Mgr. Schrijnen, bishop of Roermond, performed the

solemn consecration and dean Nicolaye performed

the solemn dedication of Heerlen to Our Lord Jesus

Christ the King.

During this solemn occasion father dr. Cassianus

O.F.M. summarized the meaning as follows: “In the

heart of the Dutch mining district, in the heart of the

most Catholic mining district of the world, there now

is a statue of Christ our King on an unshakeable

pedestal and no power in the world shall tear it down”.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ROMEINS BADHUIS

Coriovallumstraat 9, Heerlen

Huidige functie: Archeologische site

Bouwjaar: 2 e en 3 e eeuw

Monumentnr.: 5124991

ROMAN BATHHOUSE

Coriovallumstraat 9, Heerlen

Current function: Archeologic site

Year of construction: 2nd and 3rd century

Monument no.: 5124991

103

Het oudste object dat Rijksmonument werd is “het

terrein met daarin de resten van een Romeins badgebouw

uit de 2 e en 3 e eeuw na Chr.”. De thermen

van Heerlen zijn in 1977 overbouwd met het Thermenmuseum.

Hoewel oud-archivaris Peters al een vermoeden

had, werd de ontdekking definitief toen men op

18 juni 1940 bij het omploegen van het land vier

fragmenten van Romeinse zuilen aantrof. De amateurarcheoloog

en arts H.J. Beckers en prof. dr. A.E. van

Giffen uit Groningen leidden de opgraving. Het belang

van de vondst werd meteen ingezien en plannen voor

een overkapping van de opgraving werden toen al

gemaakt door de tijdens de opgraving aanwezige

architect Peutz.

Het badhuis meet ongeveer 50 bij 50 meter en is

het grootste van Nederland. Vermoed wordt dat rond

175 de Chauken of een andere plunderende Germaanse

stam Coriovallum verwoestten en dus ook het

badhuis. Het Xantense raadslid Marcus Sattonius

Iucundus zorgde voor de restauratie van de Heerlense

thermen. Een bij opgravingen ontdekte wijsteen met

een inscriptie herinnert aan zijn betrokkenheid bij

het herstel.

De overdekt te bezichtigen basis van de Heerlense

Romeinse thermen kende sinds de openlegging in

1977 behoorlijk wat verval. Grauw en stoffig was

het de laatste jaren. Maar onlangs zijn de thermen

teruggebracht in ongeveer de toestand waarin deze

in 1940 zijn opgegraven. De eerste fase ervan is op

2 maart 2018 opgeleverd. Voor een goede conservering

zal er nog verder gerestaureerd worden en

krijgt de thermen ook een nieuwe overkapping.

The oldest object that became a national monument

is "the site with the remains of a Roman bath building

from the 2nd and 3rd century AD". The thermae of

Heerlen were covered in 1975-1977 with the Thermae

Museum. Although former archivist Peters had a

suspicion, the discovery became definitive when,

on 18 June 1940, four fragments of Roman columns

were found when plowing the land. The amateur

archaeologist and physician H.J. Beckers and prof.

Dr. A.E. van Giffen from Groningen led the excavation.

The importance of the found was immediately recognized

and plans for a covering of the excavation were

already made by the architect Peutz, who was present

during the excavation.

The bathhouse measures approximately 50 by 50

meters and is the largest in the Netherlands. It is suspected

that around 175 the Chauken or another

marauding Germanic tribe Coriovallum devastated

and so also the bathhouse. The Xanten councilor

Marcus Sattonius Iucundus took care of the restoration

of the thermal baths. A stone with an inscription

discovered during excavations recalls his involvement

in the recovery.

The indoor visitable base of the Heerlen Roman baths

knew a lot of decay since the opening in 1977. The last

years were rough and dusty. But recently the baths

have been brought back to about the state in which

they were excavated in 1940. The first phase of it was

completed on 2 March 2018. For a good conservation

will it be further restored and the baths also get a new

museum over it.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


GRENSPAAL

In tuin Coriovallumstraat 9, Heerlen

Huidige functie: Grenspaal

Monumentnr.: 21252, 21253

BOUNDARY STONE

In garden Coriovallumstraat 9, Heerlen

Current function: Border post

Monument no.: 21252, 21253

104

Heerlen ligt op het kruispunt van Romeinse heirbanen,

van Xanten naar Trier en van Keulen naar Boulognesur-Mer.

Grenspalen hebben in de oude geschiedenis

een rol gespeeld, niet alleen als grensafbakening, maar

ook als markering bij kruispunten, poorten en graven.

Je zou kunnen zeggen ANWB-paddenstoelen avant la

lettre.

Heerlen is situated at the junction of strategic Roman

military roads, from Xanten to Trier and from Cologne

to Boulogne-sur-Mer. Boundary stones played a role in

ancient history, not only as boundary demarcation,

but also as demarcation at crossroads, gates and

graves. In other words the ancient versions of our

modern road signs.

De Romeinen gebruikten deze stenen zuilen in navolging

van de Grieken. Zij hadden de bedoeling de god

Hermes te eren, als beschermer van wegen en reizigers.

De Romeinse hermen zijn vaak versierd met

koppen en nog op verschillende plaatsen in het Rijndal

te zien.

Op het einde van de 80-jarige oorlog hadden de

Nederlanders belangrijke gebieden in Zuid-Limburg

terugveroverd op de Spanjaarden, waardoor Heerlen

onder staatsbewind kwam, terwijl omringende dorpen

als Schaesberg en Hoensbroek Spaans bleven en

vanaf 1713 Oostenrijks werden. Om hier de grenzen

veilig te stellen, plaatste men op diverse belangrijke

plaatsen grenspalen. Deze palen deden dienst als

demarcatie.

In de tuin van het Thermenmuseum te Heerlen staat

een van deze grenspalen. De grenspaal met het

Hollandse wapen en het Oostenrijkse wapen dateert

van na 1713. Wat we nu aangeven als Limburg, zowel

het Nederlandse deel als het Belgische deel, was na

de vrede van Munster in 1648, een groot lappendeken

van allerlei staten en onafhankelijke gebieden met

enclaves en exclaves en dit alles verweven in grillige

vormen. Pas in 1843 werden de grenzen definitief

geregeld.

Deze grenspaal is vanwege zijn historische waarde een

rijksmonument.

The Romans copied the use of these stone columns

from the Greek. They were meant to honour the god

Hermes the protector of roads and travellers.

The Roman herms are often decorated with heads

and can still be seen on different locations in the

Rhine valley.

At the end of the Eighty Years’ War the Dutch had

recaptured important areas in Southern Limburg from

the Spaniards, making Heerlen become subject to

Dutch sovereignty whereas surrounding villages such

as Schaesberg and Hoensbroek remained Spanish and

Austrian as from 1713. In order to safeguard the

borders here, boundary stones were positioned at

several important locations. These stones served as

demarcation.

In the garden of the Heerlen Thermae Museum there is

one of these boundary stones. The boundary stone

with the Dutch and the Austrian coat of arms is dated

after 1713. After the Peace of Munster in 1648 the area

we now refer to as Limburg, both the Dutch part as

well as the Belgium part, was a hotchpotch of all kind

of states and independent territories with enclaves

and exclaves and all interwoven in craggy patterns.

Only in 1843 the borders were officially set.

Because of it's historic value this boundary stone is

now a national monument.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SIGARENWINKEL GEMMEKE

Geleenstraat 55, Heerlen

Huidige functie: Winkel

Bouwjaar: 1900

Architect: S.H.J. Seelen

Monumentnr.: 512777

TOBACCONIST’S GEMMEKE

Geleenstraat 55, Heerlen

Current function: Shop

Year of construction: 1900

Architect:

S.H.J. Seelen

Monument no.: 512777

105

Het woonhuis is gebouwd rond 1900 in neogotische

stijl en maakte deel uit van een lintbebouwing. In 1936

is het door Jozef en Jos Seelen gedeeltelijk verbouwd

tot winkel. De vloer is daarvoor verlaagd. Het pand is

bij veel Heerlenaren bekend als de ‘sigarenwinkel

Gemmeke’. Tegenwoordig is in het pand een goudsmid

gevestigd.

The house was built around 1900 in a Neogothic style

and is part of ribbon development. In 1936 Jozef

and Jos Seelen partly rebuilt it into a shop. For this

purpose the floor was lowered. Among a large part

of the population of Heerlen the property is known as

‘tobacconist’s Gemmeke’. Today the building accommodates

a goldsmith.

De straatgevel heeft links een iets naar voor geschoven

volume (risaliet). Deze wordt aan weerszijden

begrensd door natuursteen met staande tand. Door

dit volume kan een as worden getrokken waarmee alle

elementen in het midden onder elkaar kunnen worden

geplaatst te beginnen bij de driedeling van de recente

etalagepui tot de kruisbloem in de top.

Rechts naast de risaliet bevindt zich de entree voorzien

van een originele deur met gotisch paneel,

glas-in-lood raam en smeedijzeren rooster.

Het bovenlicht heeft een hardstenen ‘ezelsrugbooglijst’

met drie rondboogvensters en glas-in-lood,

hogels en een kruisbloem. In de tweede laag ligt een

balkon van hardsteen op vier versierde consoles.

De balustrade heeft een verfraaiing in de vorm van

een driepas.

De risaliet wordt beëindigd door een topgevel. In de

topgevel bevindt zich een kruiskozijn met luiken, een

natuurstenen ornament en een waterlijst op goothoogte.

De topgevel is bekleed met hogels en een

kruisbloem. Rechts op het dak is een kleine houten

dakkapel met beschot.

De structuur van het interieur is nog intact. Waardevolle

interieuronderdelen zijn onder meer de hal

met lambrisering, het fraaie trappenhuis, houten

klapdeuren in de rondboog en plafonds met decoratief

stucwerk.

On the left side the house-front has a slightly protruded

volume (risalit). The latter is bounded on both

sides by natural stone in heading course. Through this

volume an axis may be drawn which allows all elements

to be centred and put underneath each other,

to start with the threefold division of the recent

shopfront up to the finial at the top.

On the right side of the risalit there is the entrance

with its original door with Gothic panel, stained glass

window and cast-iron grid. The transom window has a

bluestone ‘saddleback coping archivolt’ with three

round arch windows and stained glass, crockets and a

finial. On the second layer there is a bluestone balcony

placed on four decorated consoles. The balustrade has

a decoration in the shape of a trefoil.

The risalit is ended by a gable end. On the gable end

there is a cross framework with shutters, a natural

stone ornament and a drip at gutter height. The gable

end is covered with crockets and a finial. On the right

side of the roof there is a small wooden panelled

dormer window.

The structure of the interior is still intact. Valuable

interior elements are the hall with wainscoting,

the beautiful staircase, wooden swing doors in the

round arch and ceilings with decorative stucco.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA DUYSENS

Honigmannstraat 59, Heerlen

Huidige functie: Woning

Bouwjaar: 1919

Architect: J. Stuyt

Monumentnr.: 512781

DUYSENS VILLA

Honigmannstraat 59, Heerlen

Current function: Residence

Year of construction: 1919

Architect:

J. Stuyt

Monument no.: 512781

106

De Honigmannstraat maakt deel uit van het stratenpatroon

van Heerlen tussen de middeleeuwse kern

en de spoorbaan, dat ook wel het stationskwartier

wordt genoemd. In het begin van de 20 e eeuw was

dit een woonwijk voor de urbane elite. Dit woonhuis,

ontworpen voor veearts Duysens, oogt als een

vrijstaande villa, maar was deel van een doorlopende

straatwand. Het pand van rode baksteen staat op een

plint, heeft twee bouwlagen en een schilddak.

Onder de dakgoot-betimmering met houten klossen

bevindt zich een witte fries van stucwerk, kenmerkend

voor verschillende villa’s van Stuyt (1868-1934).

De voorgevel is symmetrische ingedeeld in drie

traveeën. De middelste travee vormt de entourage

voor de entreepartij en het daarboven uitstekende

balkon. De andere twee traveeën omvatten kozijnen

in een iets verdiept gelegen gevelvlak. De vensters in

de eerste laag en de dubbele balkondeur liggen in

een rondboognis. De witte boogtrommels zijn

gedecoreerd met tegeltableaus bestaand uit witte

en zwarte stenen in ruitvorm. Door deze driedeling

laten zich denkbeeldige lijnen tekenen die structuurbepalend

zijn in het ontwerp. De gevel heeft een

verticale blok- en muizentandversiering van baksteen,

gelegen op en naast de hoeklisenen.

Waardevolle interieuronderdelen zijn onder meer

de marmeren haardlijsten, het originele trappenhuis

met gedraaide spijlen, de boog in de grote gang en

de tussendeur bij de hoofdentree met in glas geslepen

slang en lepel van de dokter.

De stadsvilla bezit cultuurhistorische waarde als

voorbeeld van een woon- en praktijkruimte voor een

veearts gebouwd in het Interbellum in het centrum

van Heerlen.

The Honigmannstraat is part of the Heerlen street

pattern between the medieval centre and the railway,

also called the ‘station quarter’. In the beginning of

the 20th century this was a residential area for the

urban elite. This residence designed for veterinarian

Duysens, looks like a detached villa, but was part of a

continuous street line. The building of red brick is

placed on a plinth and has two construction levels and

a hipped roof.

Below the gutter boarding with wooden blocks there

is a white frieze of stuccowork which is characteristic

of several of Stuyt’s (1868-1934) villas.

The front facade is symmetrically divided into three

bays. The middle bay is the entourage for the entrance

part of the house and its projecting balcony above.

The other two bays contain window frames in a

somewhat retracted facade surface. The windows on

the first construction layer and the double balcony

door are situated in an arched bay.

The white arch drums are decorated with tile patterns

consisting of white and black stones in a diamond

shape. This tripartition allows the drawing of fictitious

lines that are decisive for the structure in the design.

The facade has a vertical block- and mouse tooth

decoration of brick positioned on and next to the

corner pilasters.

Valuable interior components are the marble fireplace

cornices, the original staircase with twisted banisters,

the arch in the large hallway and the dividing door

near the main entrance with the doctor’s snake and

spoon cut in class.

The urban villa is of cultural-historical value as a

residence and surgery for a veterinarian built during

the Interbellum in the centre of Heerlen.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ROYAL

Stationsplein 5, Heerlen

ROYAL

Stationsplein 5, Heerlen

107

Huidige functie: Bioscoop

Bouwjaar: 1937

Architect: F.P.J. Peutz en J. Bongaerts

Monumentnr.: 512791

Current function: Cinema

Year of construction: 1937

Architect:

F.P.J. Peutz and J. Bongaerts

Monument no.: 512791

De bioscoop ontleende zijn vorm aan een, door

landwegen gevormd, wigvormige kavel gelegen

op de hoek van het stationsplein.

The cinema derives its shape from a, by country roads

formed, wedge-shaped parcel of land, situated on

the corner of the station square.

Typisch is de ronde lijn van de voorgevel met reeksen

gekoppelde vensters. Kenmerkend is ook het egale

pleisterwerk en de krachtige dakreclame met neonletters.

De architectuur heeft een opmerkelijke plasticiteit.

Het torentje met projectiecabine, de uitkraging

op de eerste verdieping, de omranding van de nooduitgangen

en de teruggelegen entree spelen daarbij

een prominente rol.

De plattegrond is driehoekig met daarbinnen een

ovale figuratie van sierlijke lijnen, waarbij rechte

hoeken meestal ontbreken. Kenmerkend is enerzijds

een monumentale klassieke opzet met een centrale

as en anderzijds een onorthodoxe aanpassing aan

de ruimtelijke mogelijkheden van de plek. Zo zijn de

zaal en het portaal sterk symmetrisch en is de hal een

ongelijkmatige ruimtevorm die als het ware met de

wijzers van de klok mee stroomt naar de foyer.

De originele lambrisering sluit aan op deze beweging.

Paddenstoelkolommen staan in de foyer en de entreehal.

Een constructie van stalen vakwerkspanten draagt

het dak. De grote zaal had oorspronkelijk 1.018 zitplaatsen

en een toneel met orkestbak. Het schelpvormig

plafond in de zaal zorgt voor indirecte lichttoetreding.

Het ventilatiesysteem voor de zaal is

speciaal voor dit ontwerp ontwikkeld.

De opdrachtgever van Bergen speelde in op het

nieuwe vermaak, een reizende bioscoop, dat aan

het einde van de 19 e eeuw zijn intrede had gedaan.

Typical is the round course of the front facade with

rows of connected windows. Also characteristic is

the smooth plasterwork and the powerful roof

advertising with neon letters. The architecture shows

a remarkable plasticity. The small tower with projection

cabin, the cantilevering at the first floor,

the frames of the emergency exits and the retracted

entrance play a prominent role in this plasticity.

The floorplan is triangular and includes an oval

figuration with elegant lines, in which straight angles

are often absent. Characteristic on the one hand is

a monumental classic design with a central axis and

on the other hand an unorthodox adaptation to

the three-dimensional possibilities of the place.

For example the theatre and the portal are highly

symmetrical and the hall is an irregular spatial form

which seems to flow, almost in clockwise fashion,

towards the foyer. The original panelling matches

this flow.

There are mushroom pillars in the foyer and in

the entrance hall. The roof is supported by a steel

construction of half-timbered frames. The main

theatre originally had 1,018 seats and a stage with

an orchestra pit. The conchiform ceiling of the theatre

allows for indirect light transmission. The ventilation

system for the theatre has been especially developed

for this design.

Van Bergen, who commissioned the construction,

anticipated the new type of entertainment, a travelling

cinema, which had its advent around the end of

the 19th century.

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


APOTHEEK CLAESSENS

Bongerd 2, Heerlen

Huidige functie: Apotheek

Bouwjaar: 1918

Architect: M.P.J.H. Klijnen

Monumentnr.: 512771

CLAESSENS’ PHARMACY

Bongerd 2, Heerlen

Current function: Pharmacy

Year of construction: 1918

Architect:

M.P.J.H. Klijnen

Monument no.: 512771

108

De apotheek toont met abstracte lijnen en opvallend

kleurgebruik een zekere verwantschap met de kunstbeweging

“De Stijl”. Het gebouw komt, door gebruik

van baksteen, op het eerste gezicht traditioneel over.

Toch zou het, als je de koeltorens buiten beschouwing

laat, kunnen worden aangemerkt als een van de eerste

moderne gebouwen in Parkstad Limburg.

The pharmacy with its abstract lines and its striking

use of colour shows a certain affinity with the “De

Stijl” art movement. Due to the use of brick the

building looks traditional at first sight. However,

leaving aside the cooling towers, it could be considered

as one of the first modern buildings in Parkstad

Limburg.

Het gebouw maakt deel uit van de gesloten pleinwand

aan de Markt en heeft een rechthoekige plattegrond in

drie bouwlagen met een zadeldak. In de gevels

bevinden zich rechthoekige houten deuren en vensters

met bovenlichten en een horizontale roedeverdeling.

Boven en onder de gevelopeningen zijn doorschietende

luifels aangebracht in verschillende breedten.

De uitgekiende verspringing van de kozijnen,

de vooruitgeschoven etalage en de terugliggende

entresol geven aan het geheel een ongewone plastiek.

Uitgangspunt is een spiraalsgewijze verdraaiing van

de voorgevel die terugkomt in de plaats van het

trappenhuis. De entresol verbindt de volle breedte

van het pand, waardoor het dak lijkt te zweven

Links bevindt zich een laag venster en rechts een

dakkapel gelegen tussen luifels en de overstekende

goot.

Klijnen (1887-1973) decoreerde de gevel met goudgele

bollen en rode richels. Daarnaast gebruikte hij consoles

en houten lijsten in de paarsbruine kleur van

het metselwerk. Op de gevel bevindt zich een naambord

met de aanduiding ‘Apotheek’ en de afbeelding

van een vijzel in hetzelfde design als de hele voorgevel.

Dit monument kreeg internationale bekendheid

doordat Prof. J.J.P. Oud in 1921 wees op dit bijzonder

pand in de binnenstad van Heerlen (gepubliceerd in

het Duitse tijdschrift ‘Frühlicht’ van Bruno Taut).

The building is part of the closed Markt square wall

and it has a rectangular floorplan with three construction

layers and a saddle roof. In the facades there are

rectangular wooden doors and windows with horizontally

panelled transom windows.

Above and below the facade open