23.10.2018 Views

Rijksmonumenten Heerlen

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

VOORWOORD<br />

‘Ik zou je in een doosje willen doen,’ schreef Annie M.G.<br />

Schmidt dik zestig jaar geleden voor de televisieserie<br />

Pension Hommeles. En ik denk dat we het allemaal wel<br />

eens gedacht hebben als we naar onze stad keken. Veel<br />

monumentale rijkdom is immers bewaard gebleven, maar<br />

ik ken tegelijkertijd geen <strong>Heerlen</strong>aar die zich niet ook<br />

voortdurend heel erg bewust is van alles wat er verloren<br />

is gegaan.<br />

Hadden we in de afgelopen eeuw maar wat vaker dingen<br />

in een doosje gedaan, denk ik wel eens. Tegelijkertijd:<br />

verandering, vergankelijkheid, transitie zijn juist ook<br />

begrippen die heel erg bij onze stad zijn gaan horen.<br />

Denk aan de komst van de Romeinen – een kleine 2000<br />

jaar geleden – die op de plek van het huidige <strong>Heerlen</strong><br />

voor de allereerste keer een stad bouwden. Een enorme<br />

maatschappelijke verandering, waarvan het Romeinse<br />

badhuis tot op de dag van vandaag de voortlevende<br />

getuige is.<br />

Zo zijn er talloze plekken in onze stad die verhalen<br />

vertellen over het <strong>Heerlen</strong> van toen, en hoe die geschiedenis<br />

onze stad tot op de dag van vandaag vormt.<br />

Monumenten die ankerpunten zijn in het verhaal van<br />

<strong>Heerlen</strong>, maar soms ook in veel grotere verhalen. Denk<br />

aan het Glaspaleis en hoe dat wereldwijd een icoon is<br />

geworden voor modernistische architectuur.<br />

Om nog maar te zwijgen van de enorme impact van de<br />

razendsnelle opkomst én ondergang van de mijnbouw<br />

in onze regio.<br />

Archeologische opgravingen, gebouwen, kunstwerken,<br />

stadsgezichten en landschappen vertellen samen het<br />

verhaal van <strong>Heerlen</strong>. Dit boek neemt u mee langs de<br />

rijksmonumenten die <strong>Heerlen</strong> rijk is en vertelt hun verhalen.<br />

Maar wees gewaarschuwd: het Verhaal van <strong>Heerlen</strong><br />

past niet in een doosje. Het staat bol van discussie<br />

en debat, afschuw en bewondering en – op z’n tijd<br />

– een goede dosis hommeles. En zo hoort het.<br />

Jordy Clemens<br />

Wethouder onderwijs, jeugd, cultuur,<br />

erfgoed en wonen<br />

Gemeente <strong>Heerlen</strong><br />

PREFACE<br />

‘I would like to put you in a little box,’ wrote Annie M.G.<br />

Schmidt more than sixty years ago for the television<br />

series Pension Hommeles (Pension Trouble). And I think<br />

this is precisely the thought every single one of us will<br />

surely have had one time or another when looking at our<br />

city. After all much monumental wealth has been preserved,<br />

but at the same time I do not know any citizen of<br />

<strong>Heerlen</strong> who at the same time is not continuously aware<br />

of all that has been lost.<br />

Sometimes I think what if we only had put things in a<br />

small box more often. However, at the same time: change,<br />

transience, transition these are all conceptions that have<br />

become very much a part of our city.<br />

Just think of the arrival of the Romans – some 2000 years<br />

ago – who for the very first time built a city at the location<br />

of the current <strong>Heerlen</strong>. An enormous social change,<br />

of which today the Roman Baths are still the living<br />

witness.<br />

There are numerous places in our city that tell their stories<br />

about the <strong>Heerlen</strong> from the past, and how even nowadays<br />

that history forms our city of today. Monuments that are<br />

anchors in the story of <strong>Heerlen</strong>, but sometimes also in<br />

much larger stories. For example the Glaspaleis and how<br />

it has become a global icon for modernistic architecture.<br />

And what about the enormous impact of the super-fast<br />

rise and fall of the mining industry in our region.<br />

Archaeologic excavations, buildings, art, city- and landscapes<br />

together they tell the story of <strong>Heerlen</strong>. This book<br />

will take you by the hand along all the national monuments<br />

of <strong>Heerlen</strong> and tell their stories. However, be<br />

warned: the Story of <strong>Heerlen</strong> does not fit in a small box.<br />

It is full of discussion and debate, disgust and admiration<br />

and – in due course – a sound dosage of trouble.<br />

Just as it should be.<br />

Jordy Clemens<br />

Alderman education, youth, culture,<br />

heritage and housing<br />

The municipality of <strong>Heerlen</strong>


INLEIDING<br />

<strong>Heerlen</strong>, moderne stad met prachtige monumenten<br />

Tot 2012 moest een monument 50 jaar of ouder zijn om<br />

volgens de regels van de Monumentenwet voor bescherming<br />

in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 is dit<br />

criterium vervallen. Gemeenten en provincies beschermen<br />

vaak ook monumenten. Deze gemeentelijke en provinciale<br />

monumenten worden in dit boek niet beschreven.<br />

Eind februari 2015 had Nederland 61.822 objecten met<br />

de status rijksmonument, waarvan circa 1.500 archeologische<br />

rijksmonumenten. Sinds 2007 ligt de nadruk bij<br />

nieuwe toekenningen op de wederopbouwperiode<br />

(1940-1965) en worden nog maar zeer sporadisch rijksmonumenten<br />

aangewezen, die niet binnen de Jongere<br />

Bouwkunst worden gecategoriseerd.<br />

In dit boek worden monumenten, deels geclusterd,<br />

uit drie belangrijke perioden voor <strong>Heerlen</strong> beschreven.<br />

De oude monumenten in <strong>Heerlen</strong> van vóór 1850, de monumenten<br />

tussen 1850 en 1930 (tijdens de ontwikkeling van<br />

<strong>Heerlen</strong> van dorp naar stad) en die van het moderne<br />

<strong>Heerlen</strong> van 1930 tot heden.<br />

De oude monumenten van <strong>Heerlen</strong><br />

<strong>Heerlen</strong>, in de 20 ste eeuw groot geworden door de mijnindustrie,<br />

heeft een rijke historie. In de jaren negentig van<br />

de vorige eeuw is het oudste Nederlandse aardwerk van<br />

de Michelsbergcultuur (ca. 3500 voor Chr.) opgegraven.<br />

In de Romeinse tijd is <strong>Heerlen</strong> een civiele nederzetting<br />

gelegen aan een kruispunt van twee heerwegen met een<br />

bloeiende pottenbakkersindustrie. In Coriovallum, zoals<br />

het dorp in die tijd werd genoemd, zijn vele resten van<br />

huizen en andere gebouwen gevonden. De Thermen,<br />

waarvan de fundamenten op locatie zijn geconserveerd<br />

in het <strong>Heerlen</strong>se Thermenmuseum, zijn het oudste monument<br />

van <strong>Heerlen</strong>.<br />

In de middeleeuwen was <strong>Heerlen</strong> een laatmiddeleeuwse<br />

vestingstad. Zonder deze versterking had <strong>Heerlen</strong> geen<br />

betekenis meer gehad in deze periode. Ook heeft het<br />

centrum van <strong>Heerlen</strong> zich vanuit deze kern weer kunnen<br />

ontwikkelen.<br />

Het gebied rond <strong>Heerlen</strong> was voor de landbouw van<br />

enorm belang. De vruchtbare löss, maar ook de redelijk<br />

centrale ligging tussen de steden Aken, Maastricht en<br />

Luik, maken <strong>Heerlen</strong> en omgeving gewild voor vestiging<br />

door edellieden. Talrijke kastelen en adellijke huizen<br />

worden gebouwd. De ongeveer vijftig monumenten uit<br />

de periode van vóór 1850 zijn de moeite van het bekijken<br />

meer dan waard.<br />

Monumenten uit de bloeiende mijnindustrie<br />

In de 19 e eeuw was steenkool een veel benutte energiedrager<br />

geworden. Nederland was is zijn steenkoolvoorziening<br />

vrijwel geheel afhankelijk van Duitsland. In <strong>Heerlen</strong><br />

brachten de uit Duitsland afkomstige gebroeders Honigmann<br />

in 1899 de eerste kolen uit de Oranje Nassau I aan<br />

het daglicht. In enkele decennia tijd werd het grote,<br />

agrarische dorp <strong>Heerlen</strong> omgebouwd tot stedelijk centrum.<br />

Uit de aard der zaak ging dit proces gepaard met<br />

grote problemen, maar ook met fascinerende nieuwe<br />

kansen en uitdagingen. Ook op het gebied van stedenbouw,<br />

volkshuisvesting en architectuur. Hoewel de mijnbouwindustrie<br />

na 1965 in hoog tempo is ontmanteld,<br />

telt <strong>Heerlen</strong> nog vele rijksmonumenten en stadsgezichten<br />

die aan de glorieuze mijnbouwtijd herinneren.<br />

Het moderne <strong>Heerlen</strong><br />

Aan het begin van de 20 ste eeuw had <strong>Heerlen</strong> amper<br />

6.000 inwoners met verspreid over de gehele gemeente<br />

zo’n 1.100 woningen en andere panden. Door de opkomst<br />

van de mijnindustrie vervijfvoudigde dat in de eerste twee<br />

decennia en was het aantal woningen in 1950 vertienvoudigd.<br />

Het is daarom niet verwonderlijk dat in de stad<br />

<strong>Heerlen</strong> heel wat voorbeelden van jongere bouwkunst<br />

te ontdekken zijn.<br />

De toepassing van hoogwaardige architectuur in de<br />

jongere bouwkunst leverde panden op als het Glaspaleis<br />

SCHUNCK* en het Retraitehuis van Frits Peutz, de Gerardus<br />

Majellakerk te Heksenberg van Alphons Boosten,<br />

de voormalige Openbare Bibliotheek van J. Pauw en J.M.<br />

Hardeveld, of de St. Corneliuskerk van Jan Stuyt en Jos<br />

Cuypers, om er maar een paar te noemen. Het zorgde<br />

ervoor dat <strong>Heerlen</strong> de naam architectuurstad verwierf.<br />

Juist daarom is <strong>Heerlen</strong> bij uitstek een stad om oude<br />

en jonge monumenten te bekijken.<br />

De Wederopbouwarchitectuur vanaf de Tweede Wereldoorlog<br />

heeft niet voor iedereen een positief imago. Uit<br />

deze periode zijn in <strong>Heerlen</strong> vier gebouwen aangewezen<br />

als rijksmonument. Dit zijn de Heilige Moeder Annakerk<br />

aan het Bekkerveld, de St. Josephkerk te Heerlerbaan,<br />

de Villa “Van Slobbe” van Rietveld aan de Zandweg en<br />

als laatste de Christus Koningkerk in Vrieheide.


INTRODUCTION<br />

<strong>Heerlen</strong> modern city with beautiful monuments<br />

Until 2012 a monument should be at least 50 years old<br />

in order to be eligible for protection under the rules of<br />

the Dutch Monuments’ Act. As per 1 January 2012 this<br />

demand has been abandoned. Also municipalities and<br />

provinces often protect monuments. These municipal and<br />

provincial monuments are not described in this book.<br />

By the end of February 2015 there were 61,822 objects<br />

in the Netherlands that had the status of national monument,<br />

of which app. 1,500 were archeologic national<br />

monuments. Since 2007 the emphasis lies on new grants<br />

for objects originating from the post-war reconstruction<br />

period (1940-1965) and only very rarely national monuments<br />

are designated that are not being categorized<br />

as belonging to the Younger Architecture.<br />

In this book monuments are described, clustered or not,<br />

from three important periods for <strong>Heerlen</strong>. The old monuments<br />

in <strong>Heerlen</strong> from before 1850, the monuments<br />

between 1850 and 1930 (during <strong>Heerlen</strong>’s development<br />

from village to city) and those of modern <strong>Heerlen</strong> from<br />

1930 to today.<br />

The old monuments of <strong>Heerlen</strong><br />

<strong>Heerlen</strong>, grown during the twentieth century because<br />

of the mining industry, has a rich history. In the nineties<br />

of the last century the oldest Dutch pottery dating from<br />

the Michelsberg culture (app. 3500 before Christ) has<br />

been excavated. In the Roman Period <strong>Heerlen</strong> is a civilian<br />

settlement situated at the intersection of two military<br />

roads with a flourishing pottery industry. In Coriovallum,<br />

as the village was then called, many remainders of houses<br />

and other buildings have been found. The Thermae,<br />

of which the foundations have been preserved on-site<br />

in the <strong>Heerlen</strong> Thermae Museum, are the oldest monument<br />

of <strong>Heerlen</strong>.<br />

In the Middle Ages <strong>Heerlen</strong> was a late medieval fortified<br />

city. Without this fortification <strong>Heerlen</strong> would not have had<br />

any significance in this period. Also the centre of <strong>Heerlen</strong><br />

has been able to develop from this ancient centre.<br />

The area around <strong>Heerlen</strong> was of enormous importance for<br />

agriculture. The fertile loess, but also its fairly central<br />

location between the cities of Aachen, Maastricht and<br />

Liège make <strong>Heerlen</strong> and its surroundings into a soughtafter<br />

settlement for the nobility. Many castles and noble<br />

houses were built. The approximately fifty monuments<br />

from the period before 1850 are definitely worthwhile<br />

visiting.<br />

Monuments from the flourishing mining industry<br />

In the nineteenth century coal had become a highly<br />

utilized energy carrier. For its coal supplies the Netherlands<br />

were almost completely dependent on Germany.<br />

Within a couple of decades the large, agricultural village<br />

of <strong>Heerlen</strong> was rebuilt into the urban centre of the new<br />

mining district. It goes without saying that this process<br />

went hand in hand with large problems, but also with<br />

fascinating new opportunities and challenges. Also in the<br />

area of urbanization, public housing and architecture.<br />

Although after 1965 the mining industry was dismantled<br />

rapidly <strong>Heerlen</strong> still has many national monuments and<br />

cityscapes that are reminiscent of that glorious mining era.<br />

Modern <strong>Heerlen</strong><br />

At the beginning of the twentieth century <strong>Heerlen</strong> scarcely<br />

had 6,000 inhabitants with approximately 1,100<br />

houses and other buildings scattered all over the municipality.<br />

Because of the rise of the mining industry that<br />

number had multiplied by five during the first two decades<br />

and the number of houses had multiplied by ten in<br />

1950. Therefore it is not strange that in the city of <strong>Heerlen</strong><br />

quite a few examples of modern architecture can be<br />

discovered.<br />

The application of high-quality architecture in more recent<br />

construction resulted in buildings such as the Glaspaleis<br />

(Glass Palace) SCHUNCK* and the Retraitehuis (House of<br />

Retreat) by Frits Peutz, the Gerardus Majella Church in<br />

Heksenberg by Alphons Boosten, the former Public<br />

Library by J. Pauw and J.M. Hardeveld, or the Saint<br />

Cornelius church by Jan Stuyt and Jos Cuypers, just to<br />

name a few. These examples contributed to <strong>Heerlen</strong><br />

acquiring the name of ‘city of architecture’.<br />

The architecture of the post-war reconstruction period<br />

does not have a positive image for everyone. In <strong>Heerlen</strong><br />

four buildings from this period have been assigned as<br />

national monument. These are the Heilige Moeder Annakerk<br />

(Church of the Holy Mother Anna) at Bekkerveld, the<br />

St. Josephkerk (Church of Saint Joseph) at Heerlerbaan,<br />

the Villa “Van Slobbe” by Rietveld at the Zandweg and<br />

finally the Christus Koningkerk (Christ-King Church) in<br />

Vrieheide.


WAAROM EEN BOEK?<br />

Mensen spreken over <strong>Heerlen</strong> als een niet-monumentale<br />

stad. Als je het aan de inwoners zou vragen kunnen zij<br />

maar moeilijk een of meer monumenten in hun stad<br />

benoemen.<br />

De leden van de Werkgroep Open Monumentendag<br />

<strong>Heerlen</strong> vonden het anno 2018 tijd worden om dit feitelijk<br />

onjuiste beeld recht te zetten. De gemeente <strong>Heerlen</strong> kent<br />

namelijk 153 rijksmonumenten (www.monumentenregister.<br />

nl). Deze worden in dit boek in 119 paragrafen beschreven<br />

en getoond. De opmerking dat <strong>Heerlen</strong> een niet-monumentale<br />

stad zou zijn, hopen we met de uitgave van dit<br />

boek voor eens en voor altijd recht te zetten.<br />

Een andere reden voor dit boek is de overtuiging dat<br />

voldoende kennis over de geschiedenis van <strong>Heerlen</strong> in<br />

het algemeen en zijn rijksmonumenten in het bijzonder<br />

bij zal dragen om het belang van erfgoed op de juiste<br />

wijze in te blijven schatten.<br />

Kennis van het verleden is van belang bij het nemen van<br />

besluiten voor de toekomst. Of het nu gaat om politieke<br />

besluiten of keuzes die je als burger moet nemen. Of het<br />

nu gaat om de keuze tussen slopen of restaureren of als<br />

het gaat over bekritiseren of bejubelen. Kennis zou<br />

bepalend moeten zijn en de beste kennis doe je op<br />

door te leren van de ervaringen uit het verleden.<br />

De leden van de Werkgroep Open Monumentendag organiseren<br />

jaarlijks activiteiten in het kader van de landelijke<br />

Monumentendagen. Dit jaar doet <strong>Heerlen</strong> dit met het<br />

uitgeven van dit boek. Daarmee wordt <strong>Heerlen</strong> op een<br />

andere manier op de kaart gezet. Als een stad met een<br />

bijzondere en rijke historie en als een stad die steeds meer<br />

oog krijgt voor haar eigen schoonheden.<br />

Namens de Werkgroep,<br />

Fred Vondenhoff<br />

Voorzitter<br />

WHY A BOOK?<br />

People have a tendency to talk about <strong>Heerlen</strong> as a nonmonumental<br />

city. If one should ask its inhabitants to<br />

mention one or more monuments in their city then<br />

they would find it difficult to do so.<br />

The members of the Workgroup Public Monuments’ Day<br />

<strong>Heerlen</strong> thought the year 2018 the excellent time to rectify<br />

this actual misperception. After all, the municipality of<br />

<strong>Heerlen</strong> numbers 153 national monuments (www.monumentenregister.nl).<br />

They are all described and depicted<br />

in this book in 119 paragraphs. Therefore, with the publication<br />

of this book we once and for all hope to have rectified<br />

the remark that <strong>Heerlen</strong> is a non-monumental city.<br />

Another reason for this book is the conviction that sufficient<br />

knowledge of the history of <strong>Heerlen</strong> in general and<br />

of its national monuments in particular will contribute<br />

to the importance and necessity of correctly valuing<br />

heritage.<br />

Knowledge of the past is important when taking decisions<br />

for the future. Whether they are political choices or<br />

choices one has to make as a citizen. Whether they are<br />

choices between breaking down or restoring or between<br />

criticizing or applauding. Knowledge should be decisive<br />

and the best way to acquire knowledge is by learning<br />

from experiences from the past.<br />

Annually the members of the Workgroup Public Monuments’<br />

Day organize activities within the framework of<br />

the National Monuments’ Days. This year <strong>Heerlen</strong>’s<br />

contribution is the publication of this book, thus creating<br />

a different way for <strong>Heerlen</strong> to be put on the map.<br />

As a city with a special and rich history and a city that<br />

becomes more and more aware of its own beauties.<br />

On behalf of the Workgroup,<br />

Fred Vondenhoff<br />

Chairman


HOOFDOPZICHTERS-<br />

CHIEF SUPERVISORS’<br />

WONINGEN HOUSES<br />

1<br />

Heideveldweg 25, 27, <strong>Heerlen</strong><br />

Heideveldweg 25, 27, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1923<br />

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen<br />

Monumentnr.: 523279<br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1923<br />

Architect:<br />

Construction Office ON-Mines<br />

Monument no.: 523279<br />

In 1928 kwam de Oranje-Nassaumijn IV in productie.<br />

Deze kleinste Oranje-Nassaumijn lag aan de rand van<br />

de Brunssumerheide. De schachten waren al in 1912<br />

aangelegd. De mijn sloot op 15 oktober 1973 haar<br />

poorten. Voor het personeel werd in huisvesting<br />

voorzien in de wijken De Kakert, Schaesberg (163<br />

woningen uit 1925), Heksenberg bij de Heerenweg<br />

(198 woningen uit 1928) en Versiliënbosch (82 woningen<br />

uit 1930). Dichter bij de mijn, aan de Heideveldweg,<br />

werden opzichters- en ingenieurswoningen<br />

gebouwd.<br />

Zo ook deze dicht bij de mijn Oranje Nassau IV aan de<br />

voet van de steenberg statig gebouwde dubbele<br />

hoofdopzichterswoning in de stijl van het Traditionalisme.<br />

Het pand werd gebouwd nog in opdracht van<br />

de Oranje Nassau-mijn III die met de ON IV in verbinding<br />

stond voordat deze in productie kwam.<br />

De twee half vrijstaande woonhuizen in twee bouwlagen<br />

zijn gedekt onder een schilddak met rode mulden<br />

pannen. De dakgoot heeft houten consoles. Het<br />

toegepaste bouwmateriaal is baksteen met metselwerk<br />

in halfsteens verband. De woningen hebben<br />

rechthoekige houten vensters en deuren met bovenen<br />

zijlichten met roedeverdeling. De vensters in de<br />

eerste bouwlaag hebben houten luiken net als de<br />

zijlichten van de deuren.<br />

De structuur van het interieur is redelijk intact hetgeen<br />

blijkt uit de situering van gang, trappenhuis en kamers.<br />

In 1928 the Oranje-Nassau Mine IV became operational.<br />

This smallest of the Oranje- Nassau mines was<br />

situated on the edge of the Brunssumerheide (Brunssum<br />

moors). The shafts had already been built in 1912.<br />

The mine closed its gates on 15 October 1973. The<br />

personnel was provided with houses in the neighbourhoods<br />

De Kakert, Schaesberg (163 houses from 1925),<br />

Heksenberg near the Heerenweg (198 houses from<br />

1928) and Versiliënbosch (82 houses from 1930).<br />

Closer to the mine, on the Heideveldweg, supervisors’<br />

and engineers’ houses were built.<br />

So these at the foot of the slag heap of the former<br />

Oranje-Nassau Mine IV built stately chief supervisors’<br />

houses in the style of Dutch traditionalism. The<br />

building was built still by order of the Oranje-Nassau<br />

Mines III, which mine stood in connection whith the<br />

ON IV before it came in production.<br />

The two semidetached houses have two construction<br />

levels underneath a hipped roof with red mulden tiles.<br />

The gutter has wooden consoles. The used construction<br />

material is stretching bond red brick. The houses<br />

have rectangular wooden windows with transom<br />

windows and panelled window frames. The windows<br />

on the first floor have wooden shutters, so have the<br />

side lights of the doors.<br />

The structure of the interior has remaines reasonably<br />

intact, according to the lay-out of the corridor, staircase<br />

and rooms.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


BEAMBTENWONINGEN<br />

Heideveldweg 17, 19, 21, 23, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1923<br />

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen<br />

Monumentnr.: 523278<br />

OFFICIALS’ HOUSES<br />

Heideveldweg 17, 19, 21, 23, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1923<br />

Architect:<br />

Construction Office ON-Mines<br />

Monument no.: 523278<br />

2<br />

Ook gebouwd aan de voet van de steenberg van de<br />

voormalige Oranje-Nassaumijn IV zijn deze<br />

de vier-op-rij woningen onder één kap aan de Heideveldweg.<br />

Ze waren bedoeld voor ‘beambten’ (opzichters)<br />

van de mijn.<br />

De hoekpanden zijn groter dan de middelste panden.<br />

De twee middenwoningen hebben een, eveneens<br />

geknikt, zadeldak. De bouwmaterialen zijn: genuanceerde<br />

rode baksteen gemetseld in halfsteens verband,<br />

wit geschilderd hout, grijze hardstenen dorpels<br />

en rode muldenpannen. Aan de bovenkant van de<br />

borstwering op de eerste verdieping liggen houten<br />

bloembakken op uitstekende klossen. De vier ingangen<br />

zijn geaccentueerd met precieus gedetailleerde<br />

houten luifels, ondersteund door twee vierdubbele<br />

consoles.<br />

Er zijn verschillende architectonische handigheidjes<br />

toegepast om de symmetrische compositie te benadrukken.<br />

De woningen zijn gespiegeld, waardoor de<br />

entreepartij van de tweede en derde woning naast<br />

elkaar liggen. De eerst en vierde woning hebben twee<br />

sterk oprijzende schoorstenen, terwijl kleinere schoorstenen<br />

op hun beurt de dubbele woningen van elkaar<br />

scheiden. De dakkapellen van de middelste woningen<br />

zijn aan elkaar gekoppeld in de spiegelas, waardoor<br />

een driedeling ontstaat in plaats van een tweedeling.<br />

Dit wordt versterkt door een iets naar voren geschoven<br />

middenstuk.<br />

De structuur van het interieur is bij de panden nr. 17, 19<br />

en 21 in redelijke mate intact en bij nr. 23 geheel intact,<br />

hetgeen blijkt uit de situering van de gang, het<br />

trappenhuis en de kamers.<br />

Also built at the foot of the slag heap of the former<br />

Oranje-Nassau Mine IV are these four-in a-row houses<br />

under one roof on the Heideveldweg. They were<br />

meant for ‘office workers’ or supervisors of the mine.<br />

The corner houses are larger than the middle houses.<br />

The two semidetached houses have two construction<br />

levels underneath a folded hipped roof. The two<br />

middle houses have a saddle roof, also folded. The<br />

construction materials are: shaded stretching bond<br />

red brick, white painted wood, grey bluestone thresholds<br />

and red mulden tiles. On the top of the balustrade<br />

on the first floor are wooden flower boxes on<br />

protruding blocks. The four entrances are accentuated<br />

with preciously detailed wooden penthouses supported<br />

by two quadruple consoles.<br />

Several architectural tricks have been applied in order<br />

to emphasize the symmetrical composition. The<br />

houses are mirrored and therefore the entrances of<br />

the second and third house are adjoining. The first and<br />

fourth house have strongly rising chimneys, whereas<br />

smaller chimneys separate the double houses. The<br />

dormer windows of the middle houses are connected<br />

to each other in the axis of symmetry, thus creating a<br />

tripartition instead of a division. This is emphasized by<br />

a centre piece that is slightly pushed forward.<br />

The structure of the interior has remained reasonably<br />

intact for house numbers 17, 19 and 21 and for number<br />

23 it has remained fully intact, as evidenced by the<br />

lay-out of the corridor, the staircase and the rooms.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ST. GERARDUS MAJELLA- CHURCH OF SAINT<br />

KERK GERARDUS MAJELLA 3<br />

Heerenweg 45, <strong>Heerlen</strong><br />

Heerenweg 45, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kerk<br />

Bouwjaar: 1936<br />

Architect: A.J.N. Boosten<br />

Monumentnr.: 512778<br />

Current function: Church<br />

Year of construction: 1936<br />

Architect:<br />

A.J.N. Boosten<br />

Monument no.: 512778<br />

De kerk kreeg in vaktijdschriften veel aandacht<br />

en wordt beschouwd als een van de hoogtepunten<br />

in het oeuvre van Boosten (1893-1951). Hij ontwikkelde<br />

een eigen, zeer herkenbare stijl geïnspireerd op<br />

romaanse kerken en kastelen in Limburg en volgde<br />

niet de door de bisschop voorgeschreven Rooms-<br />

Katholieke huisstijl met een (neo)gotische karakteristiek.<br />

Het ontwerp is min of meer gebaseerd op drie aparte<br />

delen: toren, schip en priesterkoor. Kenmerkend zijn<br />

de afzonderlijke geometrische volumes die versmelten<br />

tot één geheel. Het zadeldak van het schip is opgebouwd<br />

tussen haaks liggende zadeldaken ter plaatse<br />

van het portaal en de viering. De apsis en de kooromgang<br />

hebben opvallende ronde dakenvormen.<br />

De toren heeft een terugliggend tentdak.<br />

De kerk zit vol met architectonische nieuwigheden<br />

zoals de ronde koorvorm, de achthoekige kapel<br />

achter het altaar, de kooromgang met sacristie en<br />

zusterkapel, de suggestie van dubbelwandigheid,<br />

de geïncorporeerde preekstoel, de hoge arcades van<br />

het schip, de vlakke zoldering in plaats van tongewelven<br />

en de langgerekte galmgaten in de toren.<br />

De portiek is bereikbaar via drie treden, heeft een<br />

rondboog met vijf rollagen en een gebeeldhouwde<br />

sluitsteen. Hierboven bevindt zich een groot, diep<br />

gelegen, roosvenster van Ghislaine Waterschoot v.d.<br />

Gracht, opgedeeld door drie elkaar snijdende ringen<br />

die de Goddelijke Drie-eenheid symboliseren.<br />

In het interieur bevindt zich een indrukwekkende<br />

hoeveelheid beeldende kunst, zoals de muurschildering<br />

in de apsis, de terracotta kruiswegstaties en<br />

de glas-in-loodramen van Charles Eijck (1897-1983);<br />

glas-in-loodramen achter het priesterkoor van René<br />

Smeets; rozetramen van Joep en Suzanne Nicolas en<br />

de preekstoel met vermurail (muurglasschildering).<br />

The church received much attention in professional<br />

magazines and is considered to be one of the highlights<br />

of the work of Boosten (1893-1951). He developed<br />

a personal, very identifiable style inspired on<br />

Romanesque churches and castles in Limburg and did<br />

not follow the Roman Catholic house style with (neo)<br />

Gothic characteristics as prescribed by the bishop.<br />

The design is more or less based on three separate<br />

parts: tower, nave and sanctuary. Characteristic are<br />

the individual geometric volumes that blend into one<br />

entity. The saddle roof of the nave is built between<br />

hooked saddle roofs at the position of the portal and<br />

the crossing. The apse and the choir aisle have striking<br />

round roof shapes. The tower has a retracted pavilion<br />

roof.<br />

The church is full of architectural novelties such as<br />

the round shape of the choir, the octagonal chapel<br />

behind the altar, the choir aisle with sacristy and sister<br />

chapel, the suggestion of double-walls, the incorporated<br />

pulpit, the high arcades of the nave, the flat attic<br />

instead of barrel vaulting and the elongated belfry<br />

windows in the tower.<br />

The portico is accessible via three steps, has an arch<br />

with five upright courses and a sculptured apex stone.<br />

Above it there is a large, deep-lying, rose window by<br />

Ghislaine Waterschoot v.d. Gracht, divided into three<br />

intersecting rings that symbolize the Divine Trinity.<br />

In the interior there is an impressive amount of visual<br />

art, such as the mural in the apse, the terracotta<br />

Stations of the Cross and the stained glass windows<br />

by Charles Eijck (1897-1983); stained glass windows<br />

behind the sanctuary by René Smeets; rosette windows<br />

by Joep and Suzanne Nicolas and the pulpit<br />

with ‘vermurail’ (glass wall murals).<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DE LANDGRAAF<br />

Heksenberg, Landgraaf, Boebegraaf, Heerlerheide<br />

Huidige functie: Archeologische site<br />

Bouwjaar: Middeleeuwen<br />

Monumentnr.: 532442<br />

THE 'LANDGRAAF'<br />

(LAND-DITCH)<br />

Heksenberg, Landgraaf, Boebegraaf, Heerlerheide<br />

Current function: Archeological site<br />

Year of construction: Middle Ages<br />

Monument no.: 532442<br />

4<br />

Monumentenzorg meldt over het archeologische<br />

Rijksmonument ‘De Landgraaf’ heel kort: “Resten van<br />

een landweer uit de 15 e eeuw.”<br />

Monumentenzorg reports briefly about the archaeological<br />

monument 'De Landgraaf': “Remains of a land<br />

defence from the 15th century.”<br />

De Landgraaf is een opvallend verschijnsel in<br />

het landschap van oostelijk Zuid-Limburg. Het is een<br />

droge gracht die loopt van Schinveld tot Ubach over<br />

Worms via de Brunssummerheide, langs Schaesberg<br />

en Nieuwenhagen tot bij Ubach over Worms. Met het<br />

aansluitend Duitse stuk heeft de Landgraaf een lengte<br />

van ca. 27 km. Opvallend genoeg ligt de greppel<br />

nauwelijks in de huidige gemeente Landgraaf.<br />

Op de Schrieversheide is de vorm en de loop van<br />

de landweer nog duidelijk herkenbaar. Het is een<br />

metersbrede droge gracht met aan weerszijden tot<br />

maximaal drie meter hoge wallen. Waarvoor en<br />

wanneer de Landgraaf is aangelegd is onbekend.<br />

Er is ooit gesuggereerd dat het een Keltische versterking<br />

is die stamt uit 55 v.Chr, omdat er prehistorische<br />

en ook Romeinse vondsten bij de Landgraaf zijn opgegraven.<br />

Maar de verschillende kleine opgravingen<br />

hebben nog geen definitief antwoord kunnen geven<br />

op de vragen waartoe de Landgraaf gediend heeft<br />

en wanneer hij is gegraven.<br />

De meest recente studies gaan ervan uit dat het een<br />

middeleeuwse afbakening van het wildgebied is of<br />

dat het bedoeld is om het vee binnen het gemeenschappelijke<br />

heidegebied te houden. De datering ‘uit<br />

de 15 e eeuw’ die Monumentenzorg hanteert, is min<br />

of meer uit de lucht gegrepen. De heide was al veel<br />

eerder als gemeenschappelijk weidegebied in gebruik,<br />

mogelijk vanaf de periode van de grote ontginningen<br />

in de regio tussen 800 en 1000.<br />

The Landgraaf is a striking phenomenon in the landscape<br />

of eastern South Limburg. It is a dry ditch that<br />

runs from Schinveld to Ubach via Worms via Brunssummerheide,<br />

past Schaesberg and Nieuwenhagen<br />

to near Ubach via Worms. With the adjacent German<br />

piece, the Landgraaf has a length of about 27 km.<br />

Remarkably, the ditch is hardly in the current municipality<br />

of Landgraaf.<br />

On the Schrieversheide the shape and the course<br />

of the land defence is still clearly recognizable. It is<br />

a meter-wide dry channel with on both sides up to<br />

three meters high ramparts. For what and when the<br />

Landgraaf is constructed is unknown. It has been<br />

suggested that it is a Celtic fortification dating back<br />

to 55 BC, because prehistoric and also Roman finds<br />

have been excavated at the Landgraaf. But the various<br />

small excavations have not yet been able to give<br />

a definitive answer to the questions to which the<br />

Landgraaf has served and when it has been dug.<br />

The most recent studies assume that it is a medieval<br />

demarcation of the wildlife area or that it is intended<br />

to keep livestock within the common heathland.<br />

The dating ‘from the 15th century’ that Monumentenzorg<br />

uses, is more or less totally unfounded. The heath<br />

was in use much earlier as a common meadow area,<br />

possibly from the period of the large cultivations<br />

in the region between 800 and 1000.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


BEAMBTENWONINGEN<br />

Rennemigstraat 6 t/m 12, 14 t/m 20, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1923–1925<br />

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen<br />

Monumentnr.: 512739, 512740<br />

OFFICIALS’ HOUSES<br />

Rennemigstraat 6 to 12, 14 to 20, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1923-1925<br />

Architect:<br />

Construction Office ON-Mines<br />

Monument no.: 512739, 512740<br />

5<br />

De buurt Rennemig is rond 1918 ontstaan bij de aanleg<br />

van de Oranje-Nassaumijn III. Door de naoorlogse<br />

groei van de steenkoolproductie kwamen er ook meer<br />

beambten (opzichters en hoofdopzichters) om de<br />

organisatorische en leidinggevende taken van de mijn<br />

te behartigen. Voor hen werden in rap tempo twee<br />

blokken van vier woningen in een rij bijgebouwd.<br />

Een van de blokken toont overeenkomst met<br />

de beambtenwoningen aan de Heideveldweg.<br />

De grotere hoekpanden waren bestemd voor hoofdopzichters,<br />

de middelste panden voor opzichters.<br />

De panden hadden echter een andere architectuur<br />

dan de eerder in deze buurt gebouwde woningen en<br />

zijn gebouwd in een traditionele bouwstijl.<br />

De hoofdzakelijk rechthoekige plattegronden zijn<br />

gespiegeld ten opzichte van de woningscheidende<br />

wand tussen de middelste woningen, evenals de<br />

indeling van de gevels. De woningen tellen twee<br />

bouwlagen onder een zadeldak dat bij de hoekpanden<br />

overloopt in een haaksliggend schilddak. Het dak is<br />

gedekt met mulden pannen. Brede houten bakgoten.<br />

In frontgeveldakvlak van de hoekpanden een kleine<br />

halfronde dakkapel. De middenpanden met elk een<br />

rechthoekige dakkapel, en een rechthoekige dakkapel<br />

gedeeld door beide middenpanden. De gevels hebben<br />

een plint met rollaag, die onder de vensters risaleert.<br />

De voorgevel heeft een plint en optrek in halfsteens<br />

verband, de zij- en achtergevels in kruisverband.<br />

In de gevels bevinden zich rechthoekige houten<br />

vensters en deuren.<br />

The Rennemig neighbourhood came into existence<br />

around 1918 during the construction of the Oranje-<br />

Nassau Mine III. Because of the post-war growth of<br />

coal production the number of officials (supervisors<br />

and chief supervisors) also increased for managing<br />

the organisational and managerial aspects of the<br />

mine. Quickly two additional blocks of four houses<br />

in a row were built for them. One of the blocks is<br />

simmular to the officials's houses at the Heideveldweg.<br />

The larger corner houses were for the chief<br />

supervisors and the houses in between for the supervisors.<br />

However, these houses had a different architecture<br />

from the houses built earlier in this neighbourhood<br />

and were built in a traditional construction style.<br />

The primarily rectangular floorplans are mirrored<br />

in the house-separating wall between the middle two<br />

houses, as well as in the arrangement of the facades.<br />

The houses have two construction layers under a<br />

saddle roof which transfers into a perpendicularly<br />

placed hipped roof at the corner houses. The roof is<br />

covered with mulden tiles. Broad wooden box gutters.<br />

On the front-facade roof-surface of the corner houses<br />

there is a small semi-circular dormer window.<br />

The middle houses each with a rectangular dormer<br />

window and a rectangular dormer window shared by<br />

both middle houses. The facades have a plinth with<br />

curb stone which protrudes from below the windows.<br />

The front facade has a plinth and rise in stretcher<br />

bond, the side and rear facade in cross bond. In the<br />

facades there are rectangular wooden windows and<br />

doors.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WONINGEN GANZEWEIDE<br />

Ganzeweide 31 t/m 49, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1912, 1914 en 1920<br />

Architect: ir. J. Lugten<br />

Monumentnr.: 21218, 21219, 21220<br />

GANZEWEIDE RESIDENCES<br />

Ganzeweide 31 to 49, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1912, 1914 and 1920<br />

Architect:<br />

J. Lugten, MSc.<br />

Monument no.: 21218, 21219, 21220<br />

6<br />

Door de explosieve groei van de steenkolenmijnbouw<br />

kreeg <strong>Heerlen</strong> er rond 1900 snel duizenden inwoners<br />

bij. Al die mensen moesten liefst niet te ver van de<br />

mijnen en liefst bij elkaar wonen. Zo kon men de<br />

mensen ook na de werktijd in de gaten houden.<br />

De ON-III startte in 1910 op de landerijen tussen<br />

de Ganzeweide en de Rennemig en vertoonde Franse<br />

invloeden. De ON-I en ON-II werden gebouwd in een<br />

meer Duitse bouwstijl. De Oranje-Nassau Mijnen,<br />

oorspronkelijk eigendom van de Akense familie<br />

Honigmann, waren in 1909 gekocht door de Franse<br />

onderneming De Wendel.<br />

De woningen werden ontworpen naar het voorbeeld<br />

van de mijnwerkerswoningen in Lotharingen. Ze zijn<br />

kort na de aanleg van de Oranje-Nassau III gebouwd<br />

(1912-1923): een ingenieurswoning die inmiddels<br />

gesloopt is, vier adjunct-opzichterswoningen, vier<br />

opzichterswoningen en vier beambtenwoningen.<br />

Een aantal grotere woningen zijn later gesplitst<br />

in twee kleinere wooneenheden.<br />

Dit complex is het meest gave voorbeeld van<br />

de hiërarchische opbouw van het mijnwezen,<br />

zoals dat ook in de woningbouw voor (hogere)<br />

mijnbeambten tot uiting komt.<br />

De in het oog springende afwisseling van bakstenen<br />

en pleisterwerk in de kleuren rood en wit zijn typerend<br />

voor de Lotharingse bouwwijze. Aan de voorzijde<br />

wordt de aandacht getrokken door een risalerende<br />

middenpartij onder een hoog, met muldenpannen<br />

gedekt schilddak, dat zich aan de voorzijde splitst<br />

in twee insteekkappen. Het dak heeft opvallende<br />

zijvleugels. In een soms T-vormige aanbouw met<br />

plat dak bevindt zich de bijkeuken en gang.<br />

Due to the explosive growth of the coalmining industry<br />

<strong>Heerlen</strong> saw a rapid increase of its population with<br />

thousands of new inhabitants around 1900. All these<br />

people should preferably live nearby the mines and<br />

preferably close to each other. In that way they could<br />

also be kept on a close watch after working hours.<br />

The ON-III started in 1910 in the fields between<br />

the Ganzeweide and the Rennemig and showed<br />

French influences. The ON-I and ON-II were built<br />

in a predominantly German architectural style.<br />

The Oranje-Nassau Mines, originally the property of<br />

the Aachen Honigmann family, had been bought by<br />

the French De Wendel company in 1909.<br />

The houses had been designed after the example of<br />

the miners’ houses in Lorraine. They were built shortly<br />

after the construction of the Oranje-Nassau III (1912-<br />

1923): an engineer’s house which has already been<br />

pulled down, four deputy supervisors’ houses, four<br />

supervisors’ houses and four office staffs’ houses.<br />

Some of the larger houses were later split up in two<br />

smaller housing units.<br />

This block of houses is the most intact example of<br />

the hierarchical structure of the mining industry, as<br />

also expressed by the house-building for (higher)<br />

mining officials.<br />

The striking variation of bricks and plaster in the<br />

colours red and white are typical of the Lorraine<br />

architectural style. At the front side the attention is<br />

drawn by protruding middle-segment under a high,<br />

mulden roof tiles-covered hipped roof, which at the<br />

front side splits into two dormer windows. The roof<br />

has striking side wings. In a sometimes T-shaped<br />

extension with a flat roof there are the scullery<br />

and the corridor.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


H. CORNELIUSKERK EN CHURCH OF H. CORNELIUS<br />

PASTORIE AND PRESBYRETY 7<br />

Kerkstraat 8, <strong>Heerlen</strong><br />

Kerkstraat 8, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kerk<br />

Bouwjaar: 1909-1918<br />

Architect: J. Cuypers / J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 512783, 513259<br />

Current function: Church<br />

Year of construction: 1909-1918<br />

Architect:<br />

J. Cuypers / J. Stuyt<br />

Monument number: 512783, 513259<br />

De Corneliuskerk heeft twee torens in een symmetrisch<br />

westfront, een georiënteerd driebeukig schip en<br />

een kruisvormige plattegrond. De kerk was nodig door<br />

de bevolkingstoename die de mijnen met zich meebrachten.<br />

Op dezelfde plaats stond vanaf 1839 een<br />

Waterstaatskerk ontworpen door Jaminé Lambert.<br />

The Cornelius church has two towers in a symmetric<br />

west front, and oriented three part nave and a crossshape<br />

floorplan. The church was built in order to cope<br />

with the population increase caused by the mines.<br />

Since 1839 there was a Waterstaat church on that<br />

same location, designed by Jaminé Lambert.<br />

In 1986 is een aantal wijzigingen uitgevoerd.<br />

De viering is naar achter verplaatst, de berging naast<br />

de apsis werd bijsacristie en de apsis aan de linkerzijde<br />

de doopkapel. Het dak was gedekt met rode<br />

pannen en bestaat nu uit grijze leien.<br />

In de gevel van de kerk bevinden zich rondboogvormige<br />

glas-in-lood vensters, deze zijn versierd met een<br />

vlakke rondboog van radiaal stenen en een uitspringende<br />

rondboog van rode baksteen. De vensters zijn<br />

los geplaatst of gegroepeerd per drie. De grote galmgaten<br />

hebben deelzuilen en zijn verfraaid met rondbogen.<br />

De achtergevel wordt beëindigd door een<br />

bakstenen angelustorentje.<br />

Het interieur wordt overheerst door hogere rondbogen.<br />

Achter het koor staat een halfronde apsis met<br />

zeven vensters. Tegen de linker kruisarm staat een<br />

kleinere apsis. Hierin bevinden zich vijf glas-in-lood<br />

ramen met afbeelding van het Heilig Hart, Maria, Jozef,<br />

Cornelius en St. Jan de Evangelist. De ramen hebben<br />

de namen van de schenkers. De zijgevels liggen ter<br />

plaatse van de zijbeuken onder een lager dakschild.<br />

Onder de goten zijn tegels aangebracht in een zwartwit<br />

dambordpatroon. Deze opvallende toevoeging<br />

verwijst naar de mijnwerkerswoningen waarop Jan<br />

Stuyt eveneens zwart-witte tegeltableaus aanbracht.<br />

De pastorie is gebouwd in 1852 in de stijl van het traditionalisme<br />

en is in 1982 met medewerking van architect<br />

Jos Hamers gerestaureerd. De oorspronkelijke<br />

structuur van het interieur is in hoge mate intact.<br />

In 1986 a number of alterations were conducted.<br />

The crossing was moved backwards, the storage next<br />

to the apsis became an additional sacristy and the<br />

apsis on the left became the baptistery. The roof had<br />

red tiles and now consists of grey slates.<br />

On the facade of the church there are arch-shaped<br />

stained glass windows, decorated with a flat arch of<br />

radial stones and a protruding round arch in red brick.<br />

The windows have been placed either solitarily or in<br />

groups of three. The big belfry windows have pillars<br />

and are decorated with round arches. The back facade<br />

is ended by a small brick angelus tower.<br />

The interior is dominated by higher round arches.<br />

Behind the choir there is a semi-circular apsis with<br />

seven windows. Against the left arm of the cross there<br />

is a smaller apsis. This contains five stained glass<br />

windows with pictures of the Holy Heart, the Virgin<br />

Mary, Joseph, Cornelius and Saint John the Evangelist.<br />

The windows have the names of the contributors.<br />

The side facades near the side-aisles are placed under<br />

a lower side of the roof. Tiles with a black-white<br />

checkerboard pattern have been placed below<br />

the roof gutters. This striking addition refers to<br />

the miners’ houses where Jan Stuyt also installed<br />

black-white tile tableaus.<br />

The presbyrety is built in 1852 in the Dutch traditionalism<br />

style and was restored with the help of architect<br />

Jos Hamers in 1982. The original structure of the<br />

interior is highly as it was.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


POLITIEBUREAU<br />

Heulsstraat 39, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1922<br />

Architect: J. Stuyt en A.J. Bartels<br />

Monumentnr.: 512780<br />

POLICE STATION<br />

Heulsstraat 39, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1922<br />

Architect:<br />

J. Stuyt and A.J. Bartels<br />

Monument no.: 512780<br />

8<br />

De groei van <strong>Heerlen</strong> en Heerlerheide zorgde ook voor<br />

de groei van het aantal politieagenten. Vandaar dat er<br />

een politiepost kwam in Heerlerheide. De eerste was<br />

gevestigd aan de Heibergstraat 12 (nu Kapelaan<br />

Ramakersstraat, inmiddels afgebroken). Maar al<br />

spoedig onderkende men dat dit niet de oplossing<br />

was. In 1920 weet de gemeente de hand te leggen<br />

op twee percelen aan de Heulsstraat voor de bouw<br />

van een nieuw politiebureau naar ontwerp van architect<br />

Jan Stuyt en Anton J. Bartels. Nog in 1920 werd<br />

de bouw gegund aan aannemer Jean Heijnen uit<br />

de Pappersjansstraat 20 te Heerlerheide.<br />

Op 15 juni 1922 wordt het politiebureau officieel<br />

in gebruik genomen. “In dit bureau zijn, behalve de<br />

noodige bijlokalen, opgenomen een kamer voor den<br />

inspecteur, een voor de hoofdagenten, een agentenwacht<br />

en een viertal cellen”, meldde de krant.<br />

Enkele kantoorvertrekken werden aanvankelijk gereserveerd<br />

voor een opzichter van openbare werken<br />

en als stemlokaal of zittingslokaal voor de gemeenteontvanger.<br />

Na een reorganisatie bij de politie eind<br />

jaren zestig voldeed het gebouw niet meer aan de<br />

nieuwe eisen. Na de gemeentelijke herindeling in 1982<br />

is het politiebureau in Heerlerheide verkocht aan de<br />

Woningvereniging Heerlerheide, die er aanvankelijk<br />

kantoor hield en het pand later verbouwde tot appartementencomplex.<br />

Bijzonder is de hoofdingang met<br />

een Florentijnse boog in natuursteen en op het dak<br />

een dakkapel met een lantaarn met hierin een uurwerk.<br />

Een gelijkvormig politiebureau, met dezelfde architectonische<br />

details, stond op de hoek van de Romeinenweg<br />

op de Heerlerbaan. Dit laatste monument is<br />

afgebroken waardoor deze Heerlerheidense evenknie<br />

aan betekenis heeft gewonnen.<br />

The growth of <strong>Heerlen</strong> and Heerlerheide also resulted<br />

in the growth of the number of policemen. Therefore<br />

a police station was set up in Heerlerheide. The first<br />

was situated at the Heibergstraat 12 (now Kapelaan<br />

Ramakersstraat, by now broken down). It was soon<br />

recognized that this was not the solution. In 1920<br />

the municipality managed to acquire two parcels of<br />

land at the Heulsstraat for the construction of a new<br />

police station according to the design of the architects<br />

Jan Stuyt and Anton J. Bartels. Still in that year<br />

the building was granted to contractor Jean Heijnen<br />

from the Pappersjansstraat 20 in Heerlerheide.<br />

On 15 June 1922 the police station was officially<br />

opened. “This station includes, in addition to the<br />

necessary annexes, a room for the inspector, one for<br />

the police officers, a constable room and four cells”,<br />

according to the newspaper.<br />

Some of the office rooms were initially reserved for<br />

a supervisor of public works and as a polling station<br />

or an official office of the municipal treasurer. After a<br />

reorganization of the police force in the late sixties<br />

the building no longer met the new demands. After<br />

the local government reorganization in 1982 the police<br />

station in Heerlerheide was sold to the housing<br />

association Heerlerheide, which initially used it as its<br />

office and later on rebuilt the property into a block of<br />

flats. Striking is the main entrance with a Florentine<br />

arch of natural stone and on the roof a dormer<br />

window containing a lantern with a clock.<br />

A similarly shaped police station, with similar architectural<br />

details, was also located on the corner of<br />

the Romeinenweg on the Heerlerbaan. This latter<br />

monument was broken down, making its Heerlerheide<br />

equal even more important.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WEGKRUIS KAMPSTRAAT<br />

Tegenover Kampstraat 104, <strong>Heerlen</strong><br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Monumentnr.: 21257<br />

ROAD CROSS KAMPSTRAAT<br />

Across Kampstraat 104, <strong>Heerlen</strong><br />

Year of construction: 18th century<br />

Monument no.: 21257<br />

9<br />

Dit 18 e eeuwse bruine houten wegkruis van ongeveer<br />

3 meter hoog met dakje en met een corpus, staat<br />

enigszins verdekt aan een splitsing van wegen. In<br />

vroegere tijden hing het kruis tegen de woning van<br />

de familie v.d. Vin en werd het geflankeerd door twee<br />

lindebomen.<br />

Bij de afbraak van de woning is het kruis verplaatst<br />

naar de tegenoverliggende hoek bij huisnummer 63.<br />

In 1994 waren de lindebomen nog aanwezig. In 2001<br />

werd het kruis op de originele plaats teruggeplaatst<br />

nadat de huizen voltooid waren.<br />

This 18th century brown wooden road cross of<br />

approximately 3 metres high with a small roof and<br />

a corpus has a somewhat hidden position at a branching<br />

of roads. In the early days the cross was placed<br />

against the house of the van de Vin family and it<br />

was flanked by two lime trees.<br />

At the time of the demolition of the house the cross<br />

was moved to the opposite street corner at number<br />

63. In 1994 the lime trees were still present. In 2001<br />

the cross was replaced on its original location when<br />

the construction of the houses was completed.<br />

Kruisen staan langs veel Limburgse wegen, tussen<br />

bebouwing of in het open land. Mensen bidden er of<br />

staan stil bij overledenen. Vanuit de historie geloofde<br />

men dat de kruisen bescherming konden bieden voor<br />

hun gronden en opstallen, de oogst, of tegen onheil,<br />

rampen en ziekte. In de Paastijd worden wegkruisen<br />

vaak versierd met onder andere palmtakken, meestal<br />

buxus. Deze verwijzen naar de juichende mensen die<br />

langs de weg stonden bij de intocht van Jezus in<br />

Jeruzalem.<br />

Tijdens de jaarlijkse sacramentsprocessie, de bronk,<br />

is het kruis het middelpunt van het rustaltaar.<br />

Dit kleine monument is het enige wegkruis in de<br />

gemeente <strong>Heerlen</strong> op de lijst van beschermde<br />

rijksmonumenten, maar wellicht zouden meer<br />

<strong>Heerlen</strong>se kruisen voor deze status in aanmerking<br />

moeten komen.<br />

There are crosses alongside many Limburg roads<br />

between buildings or out in the open field. People<br />

pray there or commemorate the dead. Already in<br />

the early days people believed that the crosses could<br />

offer protection for their land and buildings, the crops,<br />

or against calamities, disasters and illness. At Eastertime<br />

the road crosses are often decorated with palms,<br />

usually boxwood. These refer to the cheering people<br />

alongside the road when Jesus entered the city of<br />

Jerusalem.<br />

During the annual sacrament procession, the socalled<br />

‘bronk’, the cross is the centrepiece of the<br />

wayside altar. This small monument is the only road<br />

cross in the municipality of <strong>Heerlen</strong> that is on the list<br />

of national monuments, but perhaps more <strong>Heerlen</strong><br />

crosses should be considered for such a listing.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


CHRISTUS KONINGKERK<br />

Navolaan 83, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Aan de eredienst onttrokken<br />

Bouwjaar: 1965<br />

Architect: J.J. Fanchamps<br />

Monumentnr.: 532249<br />

CHRIST-KING CHURCH<br />

Navolaan 83, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Deconsecrated<br />

Year of construction: 1965<br />

Architect:<br />

J.J. Fanchamps<br />

Monument no.: 532249<br />

10<br />

In de nieuwbouwwijk Vrieheide waren kerk,<br />

supermarkt en school het herkenbare centrum.<br />

De kubusvormige betonnen kerkzaal en de strakke<br />

witte campanile hebben een onafscheidelijke band<br />

met de stedenbouwkundige en maatschappelijke<br />

omgeving. Tussen de gelijkvormigheid van de<br />

moderne woninggroep is het kerkgebouw met<br />

toren een opvallend ‘landmark’. Het kerkgebouw is,<br />

evenals de woongebouwen, als het ware, boven de<br />

aarde getild.<br />

Er kan een relatie worden gelegd tussen enkele<br />

betonnen kerken uit de wederopbouwperiode in<br />

Parkstad Limburg en de moderne kerkenbouw<br />

in Duitsland (Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche in<br />

Berlijn). Fanchamps (1912-1982) kende de omstreden<br />

Fronleichnamkirche van Rudolf Schwarz uit 1930<br />

in Aken.<br />

Ritme, regelmaat en plastiek hebben hun eigen<br />

bekoring door eenvoud en soberheid. De centrale<br />

opstelling van het interieur van de kerk is een vroeg<br />

voorbeeld van het inrichten van een kerk conform<br />

de opvattingen van het Tweede Vaticaans Concilie.<br />

Opvallend zijn de tril betonnen cassettes met glazen<br />

bouwstenen die het beeld van het interieur en van<br />

het exterieur sterk bepalen door lichttoetreding en<br />

schaduwwerking. Door de immense toepassing van<br />

betonnen ramen, is het ontwerp van deze kerk in<br />

Nederland vrij uniek.<br />

Een halfronde kapel heeft aan de buitenzijde een<br />

mozaïek, dat de intocht van Jezus in Jeruzalem<br />

verbeeldt. In 2004 werd de kerk onttrokken aan<br />

de eredienst en, na dreiging met sloop, in 2009<br />

alsnog op de monumentenlijst geplaatst. Er werd<br />

enige jaren naar een herbestemming gezocht.<br />

In 2016 werd besloten om het regionaal archief<br />

er in onder te brengen.<br />

In the new housing estate Vrieheide church, supermarket<br />

and school formed the recognizable centre.<br />

The cubic-shaped concrete church hall and the stern<br />

white campanile have an inseparable connection with<br />

the urban developmental and social environment.<br />

Among the uniformity of the modern cluster of<br />

houses, the church with its tower is a striking<br />

landmark. The church, as well as the houses,<br />

seem to be elevated above the earth.<br />

A relationship might be observed between some<br />

concrete churches from the restauration period in<br />

Parkstad Limburg and the modern church constructions<br />

in Germany (Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche<br />

in Berlin). Fanchamps (1912-1982) was familiar with<br />

the controversial 1930 Fronleichnamkirche by Rudolf<br />

Schwarz in Aachen.<br />

Rhythm, regularity and sculpture have their own<br />

enchantment because of simplicity and austerity.<br />

The central positioning of the interior of the church<br />

is an early example of the design of a church in<br />

conformity with the views of the Second Vatican<br />

Council.<br />

Striking are the vibrated concrete cassettes with glass<br />

building blocks that strongly influence the perception<br />

of both the interior and the exterior by light and<br />

shadow effects. Because of its immense use of<br />

concrete windows, the design of this church is rather<br />

unique in the Netherlands.<br />

At its exterior, a semi-circular chapel has a mosaic<br />

representing Jesus’ entry into Jerusalem. In 2004<br />

the church was deconsecrated and after the threat<br />

of demolition, it was finally placed on the list of<br />

national monuments and historic buildings in 2009.<br />

For some years a proper new use was looked for.<br />

In 2016 it was decided that it would accommodate<br />

the regional archives.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


COMPLEX PASSART<br />

Passartweg 56, 56a, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: (Beschermd) wonen<br />

Bouwjaar: Hoeve 14 e eeuw / Herenhuis 17 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21258<br />

PASSART COMPLEX<br />

Passartweg 56, 56a, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: (Sheltered) Residence<br />

Year of construction: Farmstead 14th century /<br />

Manor 17th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21258<br />

11<br />

Het toendertijd dubbel omgrachte complex wordt al<br />

vermeld in 1350 als Wickrader grootleen van Valkenburg.<br />

Het was toen in handen van Hendrik van Nieuwenhagen.<br />

Rond 1400 was het goed in bezit van<br />

de familie Huyn van Amstenrade. Vervolgens ging<br />

het over aan de Maastrichtse jonkers Passart, die<br />

het vererfden aan de familie Van Strijthagen.<br />

Het complex bestaat uit een rechthoekig herenhuis<br />

en een hoeve in onregelmatige U-vorm. In 1547 werd<br />

Ulrich van Blitterswijk, genaamd Passart, de nieuwe<br />

heer van het goed. Uit de muurankers blijkt dat deze<br />

familie in 1612 verbouwingen aan het complex heeft<br />

laten uitvoeren. In de komende twee eeuwen volgde<br />

nog een aantal families elkaar op als bezitter van<br />

Passart-Nieuwenhagen. In 1839 koopt Jean Baptist<br />

graaf de Marchant et d’Ansembourg, eigenaar van<br />

kasteel Amstenrade, kasteel en hoeve. De windvaan<br />

met de letter ‘A’ herinnert nog aan deze familie.<br />

Zij zou tot de tweede helft van de 20 e eeuw de<br />

eigenaar van Passart-Nieuwenhagen blijven.<br />

Het herenhuis, dat ten zuiden van het voorplein ligt,<br />

stamt uit de 17 e eeuw en is opgetrokken uit baksteen<br />

en onregelmatige, grof gehakte blokken zandsteen.<br />

In 1679 werden huis en kapel door brand verwoest.<br />

Kasteel en voorburcht werden in de volgende jaren<br />

hersteld. Rond 1840 werden de beide hoektorens<br />

gesloopt en werd de brug vervangen door een oprit.<br />

De grachten werden vermoedelijk in die tijd gedempt.<br />

Het herenhuis werd in de 18 e eeuw ingrijpend verbouwd<br />

en kreeg in die tijd onder andere hardstenen<br />

segmentboogvensters. In het tweede kwart van de 19 e<br />

eeuw werd het huis verhoogd.<br />

Na de Tweede Wereldoorlog was in het kasteel een<br />

tijdlang een jeugdcentrum gehuisvest. Vanaf 1993 is<br />

het in opdracht van Woningstichting De Voorzorg<br />

geschikt gemaakt als opvang voor dak- en thuislozen.<br />

The in those days double moated complex is already<br />

mentioned in 1350 as Wickrader grand fief of Valkenburg.<br />

At that time it was in the possession of Hendrik<br />

van Nieuwenhagen. Around 1400 the property was<br />

in the possession of the Huyn van Amstenrade family.<br />

Subsequently it passed into the ownership of the<br />

Maastricht squires of Passart, who devolved it to<br />

the Van Strijthagen family.<br />

The complex consists of a rectangular manor and a<br />

farmstead in an irregular U-shape. In 1547 Ulrich van<br />

Blitterswijk, named Passart, became the new lord of<br />

the estate. The wall ties are evidence of the fact that<br />

this family had the complex rebuilt in 1612. During<br />

the following two centuries other families succeeded<br />

each other as owners. In 1839 Jean Baptist count de<br />

Marchant et d’Ansembourg, owner of the Amstenrade<br />

castle, buys the castle and the farmstead. The wind<br />

vane with the letter ‘A’ still reminds us of this family.<br />

Until the second half of the 20th century they would<br />

remain the owners of Passart-Nieuwenhagen.<br />

The manor situated south of the forecourt dates from<br />

the 17th century and is built of brick and irregular,<br />

crudely hewn blocks of sandstone. In 1679 the house<br />

and chapel were destroyed by fire. The castle and<br />

outer fort were restored during the following years.<br />

Around 1840 both corner towers were torn down<br />

and the drawbridge was replaced by a driveway.<br />

The moats were probably filled in around that time.<br />

The manor underwent radical rebuilding in the 18th<br />

century and was equipped with bluestone segmented<br />

arched windows in that time. In the second quarter of<br />

the 19th century the house was heightened.<br />

After the Second World War the castle provided<br />

accommodation to a youth centre for some time.<br />

Since 1993 it has been adapted for sheltering the<br />

roof- and homeless by order of the Rental Housing<br />

Organization ‘De Voorzorg’.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


MOLENAARSWONING EN MILLER’S HOUSE AND<br />

GRAANMAALDERIJ CORN MILL<br />

12<br />

Akerstraat Noord 310, 312, Hoensbroek<br />

Akerstraat Noord 310, 312, Hoensbroek<br />

Huidige functie: Bedrijfspand<br />

Bouwjaar: 1890<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 512813<br />

Current function: Commercial property<br />

Year of construction: 1890<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 512813<br />

Dit object bezit cultuurhistorische waarde omdat het<br />

inzicht geeft in de ontwikkeling van bedrijf en techniek.<br />

De gevelarchitectuur van de molenaarswoning<br />

volgt het traditionele patroon terwijl de functionaliteit<br />

van de maalderij dit patroon doorbreekt met een<br />

andere maatvoering en een hoger gelegen werk/<br />

laad- en losvloer.<br />

This property has a cultural-historical value because<br />

it sheds a light on the development of both business<br />

and technology. The facade architecture of the miller’s<br />

house follows the traditional pattern whereas<br />

the functionality of the corn mill cuts across this<br />

pattern with a different dimension and an elevated<br />

shop- and loading/unloading floor.<br />

In de woning zijn alle tien de ramen consequent<br />

voorzien van bij elkaar passende bovenlichten. In deze<br />

historische lintbebouwing is de oude twee-eenheid<br />

zichtbaar van wonen en werken. Door de hedendaagse<br />

functiescheiding van woonwijk en bijvoorbeeld<br />

bedrijfsterrein zien we dat in de tegenwoordige<br />

architectuur weinig meer.<br />

De gevels worden beëindigd door een gootlijst,<br />

gootklossen en een dubbele uitkraging in de vorm van<br />

een bloktand. Daarboven zijn symmetrische dakkapellen<br />

aangebracht met een rondboogvenster. Ze passen<br />

in het ritme van de hele gevel. Merkwaardig zijn de<br />

twee topgevelachtige versieringen met een boog en<br />

aan weerszijden lisene-achtig metselwerk. Het front<br />

van de woning heeft een krachtige symmetrie door<br />

een compositie met een extra driedeling van de<br />

vensters. De gevelindeling van de woning is daardoor<br />

piramidaal van opzet.<br />

De maalderij en de woning hebben samen in alle<br />

bouwlagen respectievelijk 10 en 14 bogen.<br />

De vensterdorpels rusten op kleine decoratieve<br />

consoles. Het front van de maalderij is asymmetrisch<br />

door de combinatie van dubbele deuren en een grote<br />

bedrijfspoort in rode kleur. De aantrekkingskracht van<br />

deze gevelopeningen is versterkt door de rode kleur.<br />

All ten windows of the house have consistently been<br />

provided with matching transom windows. In this<br />

historical ribbon development the ancient twofoldness<br />

of living and working is visible. As a result of the<br />

modern separation of functions of residential area<br />

and for example company grounds, we hardly see<br />

this anymore in modern architecture.<br />

The facades have drip moulds at the end, and also<br />

cornice brackets and a double cantilevering of protruding<br />

bricks. Above it symmetrical dormer windows<br />

with an arched windowpane have been constructed.<br />

They fit in with the rhythm of the entire facade.<br />

Remarkable are the two gable end-like decorations<br />

with an arch and pilaster brickwork on both sides.<br />

The front of the house has a strong symmetry because<br />

of a composition with an additional threefold division<br />

of the windows. Thus the facade layout of the house<br />

has a pyramidical structure.<br />

Together the corn mill and the house have respectively<br />

10 and 14 arches in all building layers.<br />

The window sills are supported by small decorative<br />

consoles. The front of the corn mill is asymmetrical<br />

because of the combination of double doors and<br />

a large red-coloured company gate. The attractiveness<br />

of these facade openings is strengthened by the red<br />

colour.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


MIJNWERKERSWONINGEN<br />

Nieuwenhofstraat 2 t/m 20, Buttingstraat 28 t/m 46,<br />

Hoensbroek<br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1908-1910<br />

Architect: Bouwbureau Staatsmijnen<br />

Monumentnr.: 512745 t/m 512749<br />

MINERS’ HOUSES<br />

Nieuwenhofstraat 2 to 20, Buttingstraat 28 to 46,<br />

Hoensbroek<br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1908-1910<br />

Architect:<br />

Construction Office<br />

State Mines<br />

Monument no.: 512745 to 512749<br />

13<br />

Vijf blokken van vier rug-aan-rug woningen zijn<br />

gebouwd voor de mijnwerkers van de Staatsmijn<br />

Emma. Het zijn Hoensbroeks oudste mijnwerkerswoningen<br />

en ze zijn gebouwd in de tijd dat ook deze<br />

mijn, die overigens destijds geheel op het grondgebied<br />

van de gemeente <strong>Heerlen</strong> lag, werd aangelegd.<br />

De Emma kwam in 1911 in productie. We mogen ze<br />

scharen onder het industrieel erfgoed van de mijnen,<br />

want het Bouwbureau Staatsmijnen tekende deze<br />

bijzondere woningen met een hoge mate van architectuurhistorische<br />

en typologische zeldzaamheid.<br />

De panden vormen het beste voorbeeld van het<br />

oudste type mijnwerkerswoningen dat door de Staatsmijnen<br />

is gebouwd. De in totaal twintig woningen<br />

liggen op een licht glooiend terrein en hebben redelijk<br />

grote tuinen als herinnering aan de specifieke voorzieningen<br />

voor mijnwerkers wat de historische betekenis<br />

extra benadrukt. De tuinen dienden destijds vooral<br />

voor de verbouw van eigen groenten.<br />

Bovendien hebben de panden een redelijke mate van<br />

architectonische gaafheid van het exterieur, hoewel er<br />

verschillende bijbouwen zijn en intern nogal wat is<br />

verbouwd in de loop der jaren.<br />

Five blocks of four back-to-back houses were built for<br />

the miners of the State Mine Emma. They are Hoensbroek’s<br />

oldest miners’ houses and they were built in<br />

the time that also this mine was constructed, which,<br />

by the way, at that time was situated fully on the<br />

territory of the municipality of <strong>Heerlen</strong>. The Emma<br />

started production in 1911. The houses should be considered<br />

as industrial heritage of the mines because<br />

the Construction Office of the State Mines designed<br />

these special houses with a great extent of architectural-historical<br />

and typological rarity.<br />

The houses are the best example of the oldest type<br />

of miners’ houses that were built by the State Mines.<br />

The in total twenty houses are situated on slightly hilly<br />

grounds and they have reasonably large gardens as a<br />

recollection of the specific facilities for miners which<br />

is an extra emphasis on the historical significance.<br />

In those days the gardens primarily served for growing<br />

one’s own vegetables.<br />

The houses also have a reasonable degree of architectonic<br />

flawlessness of the exterior, although several<br />

extensions have been added and internally considerable<br />

rebuildings have taken place in the course of their<br />

existence.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


LOMA-HUIS<br />

Buttingstraat 24, Hoensbroek<br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1928<br />

Architect: A.U. Ingwersen<br />

Monumentnr.: 512796<br />

LOMA-HOUSE<br />

Buttingstraat 24, Hoensbroek<br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1928<br />

Architect:<br />

A.U. Ingwersen<br />

Monument no.: 512796<br />

14<br />

Dit gebouw staat bekend als het LOMA-huis en is<br />

gebouwd als Gezellenhuis voor protestante vrijgezelle<br />

mijnwerkers door het Amsterdams Jongelings<br />

Verbond. Van 1949 tot 1972 was het huis met 28<br />

kamers in bezit van Stichting Avondvrede die het als<br />

bejaardenhuis exploiteerde. Na 1972 functioneerde<br />

het nog enige tijd als appartementencomplex voor<br />

alleenstaande mannen, maar gaandeweg raakte het<br />

huis in onbruik en begon het verval. Toch is in de<br />

architectuurtaal van dit verwaarloosde monument<br />

de liefde en toewijding van metselaars, timmerlieden<br />

en andere bouwvakkers nog voelbaar.<br />

Arnold Ingwersen (1882-1959) was als gereformeerde<br />

architect vooral betrokken bij projecten uit die<br />

geloofsgemeenschap. Zijn omvangrijke oeuvre is<br />

traditionalistisch en past bij Amsterdamse school<br />

kenmerken zoals: steile daken, bijna verticaal gelegde<br />

dakpannen en lange doorlopende vensterreeksen met<br />

houten kozijnen.<br />

Beeldbepalend is de lange gevel aan de Mgr. Nolensstraat.<br />

Deze is asymmetrisch van opbouw. Een forse<br />

en hoge schoorsteen, oorspronkelijk even hoog als<br />

de nok, deelt deze gevel in tweeën en is als het ware<br />

de verticale tegenhanger van de horizontale vensterreeksen.<br />

Links van de schoorsteen bevindt zich een<br />

veranda met een balustrade, ook in een sterke horizontale<br />

geleding.<br />

Van de ramen is de oorspronkelijke roedeverdeling<br />

voor een deel nog intact. De doorschietende dakgoten<br />

eindigen met een opkrullend gebaar, welke aan<br />

het geheel een vriendelijke en gastvrije indruk geven.<br />

In de oostgevel bevindt zich een langgerekte erker<br />

en een gewelfd balkon ondersteund door een<br />

gemetselde ronde kolom. De borstwering bestaat<br />

uit metselwerk in blokverband met een motief van<br />

gevlochten versiering, ook wel baksteen mozaïek<br />

genoemd.<br />

This building is known as the LOMA-house and was<br />

built as Workman’s house for single Protestant miners<br />

by the Amsterdam Youth League. From 1949 until 1972<br />

the house with its 28 rooms was the property<br />

of the Avondvrede foundation which ran it as a house<br />

for the elderly. For some time after 1972 it was run<br />

as an apartment complex for single men, but in the<br />

course of time it passed into disuse and started to<br />

deteriorate. Yet in the architectural language of this<br />

deteriorated monument the love and dedication of<br />

bricklayers, carpenters and other construction workers<br />

can still be felt.<br />

As a Dutch Reformed architect Arnold Ingwersen<br />

(1882-1959) was mainly involved in projects from this<br />

religious community. His vast oeuvre is traditional and<br />

is in accordance with Amsterdam School characteristics<br />

such as: steep roofs, almost vertically positioned<br />

roof tiles and long continuous series of windows with<br />

wooden window frames.<br />

Iconic is the long facade at the Mgr. Nolensstraat.<br />

Its construction is asymmetrical. A robust and high<br />

chimney originally just as high as the crest divides<br />

this facade into two parts, as it were it is a vertical<br />

opposite of the horizontal series of windows. On the<br />

left of the chimney is a veranda with a balustrade<br />

also with a strong horizontal orientation.<br />

A part of the original window panelling is still intact.<br />

The overshooting gutters end with a curling gesture,<br />

which gives it all a friendly and hospitable impression.<br />

In the east wing there is an elongated bay window<br />

and an arched balcony supported by a round brick<br />

column. The balustrade consists of block bond masonry<br />

with a motif of braided decoration, also called brick<br />

mosaic.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WOONHUIS DE SMET<br />

Kouvenderstraat 132, Hoensbroek<br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1930-1931<br />

Architect: C. de Smet<br />

Monumentnr.: 523284<br />

DE SMET RESIDENCE<br />

Kouvenderstraat 132, Hoensbroek<br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1930-1931<br />

Architect:<br />

C. de Smet<br />

Monument no.: 523284<br />

15<br />

Dit huis is een interessant voorbeeld van het Nieuwe<br />

Bouwen in Limburg. De uiterlijke verschijningsvorm<br />

sluit aan bij deze stijl, ondanks de gekozen traditionele<br />

bouwmethode (hout en steen) en de toepassing van<br />

glas-in-lood ramen.<br />

In de jaren dertig was Mies van der Rohe een ‘popster’<br />

in de veranderende wereld van de architectuur.<br />

Hij bouwde spraakmakende gebouwen, zoals het<br />

paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Barcelona.<br />

In de regio vinden wij veel moderne gebouwen uit<br />

dezelfde bouwtijd (1930-1931).<br />

Het vrijstaande woonhuis van Camille de Smet heeft<br />

twee bouwlagen onder een plat dak. Kenmerkend zijn<br />

de zuivere onversierde vormen. Het toegepaste<br />

bouwmateriaal is baksteen, voorzien van een witte<br />

pleisterlaag. De plint is uitgevoerd in donkerbruin<br />

metselwerk. Dat wekt de illusie dat het huis is<br />

opgetild. De gevelopeningen zijn voorzien van<br />

rechthoekige blauw geverfde stalen vensters.<br />

De frontgevel wordt gedomineerd door een grote<br />

rondboogvormige uitbouw over beide bouwlagen.<br />

In dit bouwdeel zitten een reeks hoge vensters en<br />

in de tweede bouwlaag een driedelig glas-in-lood<br />

venster. Aan de rechterzijgevel is een serre aangebouwd<br />

met hierop een balkon met balustrade en<br />

een balkondeur met een klein betonnen luifeltje.<br />

In de zijgevel zijn hoge schoorstenen opgenomen.<br />

Na de Tweede Wereldoorlog werd de bijkeuken<br />

uitgebreid tot kantoor. De indeling op de begane<br />

grond werd in 1971 enigszins gewijzigd. In 2005 vond<br />

een restauratie plaats door Architectenbureau<br />

Beckers.<br />

This house is an interesting example of the ‘Nieuwe<br />

Bouwen’ (‘New Construction’) trend in Limburg.<br />

The outward appearance matches with this style,<br />

in spite of the chosen traditional construction style<br />

(wood and stone) and the application of stained-glass<br />

windows.<br />

In the thirties, Mies van der Rohe was a ‘popstar’<br />

in the changing world of architecture. He built controversial<br />

buildings such as the pavilion for the World<br />

Exhibition in Barcelona. In the region we find many<br />

modern buildings from that same period (1930-1931).<br />

The detached residence by Camille de Smet has two<br />

levels under a flat roof. Characteristic are the pure<br />

undecorated forms. The applied material is brick,<br />

clad in white plaster. The plinth is made out of<br />

dark-brown masonry. Thus the illusion is created<br />

of the house being levitated. The facade openings<br />

are fitted with rectangular blue-painted steel windows.<br />

The front facade is dominated by a large arch-shaped<br />

extension covering both levels. In this component<br />

there is a series of high windows and on the second<br />

level there is a threefold stained-glass window.<br />

At the right facade a sun lounge has been added<br />

with on top of it a balcony with balustrade and<br />

a balcony door with a small concrete porch. In the<br />

side facade high chimneys have been incorporated.<br />

After the Second World War the pantry was renovated<br />

into an office. The ground-floor plan was slightly<br />

altered in 1971. In 2005 a restoration was performed<br />

by the architectural firm of Beckers.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KLEINE ST. JAN<br />

Hoofdstraat 63, Hoensbroek<br />

Huidige functie: Kerk<br />

Bouwjaar: 14 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21243<br />

LITTLE ST. JOHN<br />

Hoofdstraat 63, Hoensbroek<br />

Current function: Church<br />

Year of construction: 14th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21243<br />

16<br />

Het is niet bekend wanneer in Hoensbroek het eerste<br />

kerkje werd gebouwd. De “Stichtingsoorkonde”<br />

spreekt over “een vanouds bestaande kapel”.<br />

Het is mogelijk dat het kerkje pas na de kerkelijke<br />

afscheiding van <strong>Heerlen</strong> in 1390 gebouwd is ter<br />

vervanging van een ouder kerkje en dat de fundamenten<br />

van dit vroegere kerkje zijn gebruikt voor<br />

de bouw van het 14 e eeuwse kerkje.<br />

Toren, schip en koor zijn, kort na elkaar, eind 14 e eeuw<br />

gebouwd in steen en hadden een gotische kroonlijst.<br />

Het koor was voorzien van een gewelf en spitsboogvensters.<br />

Het middenschip had een vlakke houten<br />

zoldering. Lichtbeukvensters waren de enige lichtbronnen<br />

in het middenschip. De beide zijbeuken<br />

hebben geen vensters gehad.<br />

Begin 16 e eeuw kreeg het middenschip zwaardere<br />

scheibogen en stenen gewelven, waardoor de lichtbeuken<br />

boven de gewelven kwamen te liggen.<br />

Nadat ook de zijbeuken waren verhoogd, werd het<br />

hele schip onder één doorlopend zadeldak geplaatst.<br />

In de zijbeuken kwamen grote vensters, waardoor er<br />

voldoende licht in het middenschip kon doordringen.<br />

Eind 17 e eeuw (1680) werd het koor over de gehele<br />

lengte in baksteen verhoogd. De sacristie aan de<br />

zuidzijde dateert uit 1725.<br />

In 1900 werd de toren gerestaureerd. Bij de restauratie<br />

in 1909-1910 door W. Sprenger heeft men de pseudo<br />

basilicale vorm hersteld, de zijbeuken voorzien van<br />

lessenaarsdaken en werden er neogotische vensters<br />

aangebracht. De laatste grote restauratie dateert uit<br />

1990.<br />

It is unknown when the first church was built in Hoensbroek.<br />

The “Charter of Foundation” mentions a longstanding<br />

chapel. It is possible that the church was only<br />

built after the ecclesiastical separation from <strong>Heerlen</strong><br />

in 1390 as a replacement for an even older church and<br />

that the foundation of this early church has been used<br />

for the construction of the 14th century church.<br />

Shortly after each other, by the end of the 14th<br />

century, tower, nave and choir were built in stone<br />

and had a gothic cornice. The choir had a dome and<br />

gothic arched windows. The nave had a flat wooden<br />

loft. Clerestory windows were the only light sources<br />

for the nave. Both side aisles had no windows.<br />

At the beginning of the 16th century the nave got<br />

heavier formerets and stone domes, positioning<br />

the clerestory windows above the domes.<br />

After the side aisles had also been raised, the entire<br />

nave was positioned under one continuous saddle<br />

roof. In the side aisles large windows were placed,<br />

allowing sufficient light to penetrate the nave.<br />

By the end of the 17th century (1680) the entire length<br />

of the choir was raised in bricks. The sacristy on the<br />

southside dates from 1725.<br />

In 1900 the tower was restored. During the restoration<br />

in 1909-1910 by W. Sprenger the pseudo-basilica shape<br />

was restored, the side aisles provided with pent roofs<br />

and neo-gothic windows were installed. The last major<br />

restoration dates from 1990.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KASTEEL HOENSBROEK<br />

Klinkertstraat 110, Hoensbroek<br />

Huidige functie: Museum<br />

Bouwjaar: 14 e eeuw<br />

Architect: In de 17 e eeuw M. Dousin sr. en jr.<br />

Monumentnr.: 21244<br />

HOENSBROEK CASTLE<br />

Klinkertstraat 110, Hoensbroek<br />

Current function: Museum<br />

Year of construction: 14th century<br />

Architect:<br />

In the 17th century<br />

M. Dousin Sr. and Jr.<br />

Monument no.: 21244<br />

17<br />

De familie Hoen (Hune) wordt al in de 12 e eeuw<br />

genoemd. Al vòòr 1388 was het gebouw een vesting,<br />

het “Gebrookhoes” genoemd. In 1388 werd het dorp<br />

“In ghen Broeck” afgescheiden van <strong>Heerlen</strong>.<br />

The Hoen (Hune) family is already mentioned in the<br />

12th century. Already before 1388 the building was<br />

a stronghold, called the “Gebrookhoes”. In 1388 the<br />

village “In ghen Broeck” was separated from <strong>Heerlen</strong>.<br />

Midden 18 e eeuw had het geslacht Van Hoensbroek<br />

door erfenis haar bezittingen uitgebreid met<br />

de kastelen Hillenraad en Bleyenbeek en via de<br />

vrouwelijke lijn had zij de graventitel verworven.<br />

Het hele complex heeft vier torens: een vierkante en<br />

een ronde hoektoren en de poortvleugels hebben nog<br />

twee vierkante hoektorens. De oorsprong van het<br />

kasteel lag op de plaats waar nu de derde binnenplaats<br />

ligt. Het buitenaanzicht dateert uit de 17 e eeuw.<br />

In deze eeuw werden het grootste gedeelte van het<br />

herenhuis, de slothoeven, de economiegebouwen,<br />

de poorthuizen en de bruggen gebouwd naar het<br />

ontwerp van architect Matthieu Dousin uit Visé.<br />

Nadien stond het kasteel vaak leeg. In de eerste helft<br />

van de 19 e eeuw werden nog herstelwerkzaamheden<br />

uitgevoerd. Daarna niet meer.<br />

Pastoor Röselaars van Hoensbroek heeft in de twintiger<br />

jaren de Vereniging Ave Rex Christe opgericht.<br />

Deze vereniging heeft het kasteel in 1927 gekocht en<br />

is nog steeds eigenaar.<br />

Kasteel Hoensbroek bestaat tegenwoordig uit een<br />

door grachten omgeven kasteel met twee zeer grote<br />

U-vormige voorburchten. In de U-vormige voorburchten<br />

zijn conferentiezalen en horecagelegenheden<br />

ondergebracht.<br />

In het eigenlijke kasteel zijn de zalen en kamers<br />

ingericht naar de stijl van de periode waarin zij zijn<br />

gebouwd. Dit gedeelte is als museum te bezichtigen.<br />

Kasteel Hoensbroek is een van de grootste en best<br />

bewaarde kastelen in de regio Maas-Rijn.<br />

In the middle of the 18th century the house Van<br />

Hoensbroek had extended its possessions with the<br />

Hillenraad and the Bleyenbeek castles through inheritances<br />

and via the female line they had acquired<br />

the title of count.<br />

The entire complex has four towers: a square and<br />

a round corner tower and the gate elements have<br />

two additional square corner towers. The origin of<br />

the castle was in the place of the current third inner<br />

courtyard. The external appearance dates from the<br />

17th century. During this century the largest part of<br />

the mansion, the castle farms, the production buildings,<br />

the gate houses and the bridges were built<br />

according to a design by the architect Matthieu<br />

Dousin from Visé.<br />

After that the castle often stood empty. In the first<br />

half of the 19th century still some additional repair<br />

work was performed. After that no more.<br />

Father Röselaars of Hoensbroek founded the Ave Rex<br />

Christe Society in the twenties. This Society bought<br />

the castle in 1927 and still owns it today.<br />

Currently Hoensbroek castle consists of a castle<br />

surrounded by moats with two very large U-shaped<br />

outer forts. In the U-shaped outer forts there are<br />

conference rooms and catering facilities.<br />

In the actual castle the halls and rooms have been<br />

furnished in the style of the period in which they were<br />

built. This part is now a museum and may be visited.<br />

Hoensbroek castle is one of the largest and bestpreserved<br />

castles in the Meuse-Rhine region.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE ESSCHENWEG<br />

Esschenweg 119, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21246<br />

ESSCHENWEG FARMSTEAD<br />

Esschenweg 119, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21246<br />

18<br />

In feite is Ten Esschen van oudsher een buurtschap<br />

van Voerendaal, rond een hoeve en leengoed met<br />

dezelfde naam. Bij de voetgangersbrug liep vroeger<br />

een verbindingsweg naar Rennemig en de Stationskolonie<br />

van Hoensbroek.<br />

Actually Ten Esschen has traditionally been a hamlet<br />

belonging to Voerendaal, situated around a farmstead<br />

and fiefdom with the same name. Near the footbridge<br />

there used to be a connecting road to Rennemig and<br />

the Station colony of Hoensbroek.<br />

In het Uitbreidingsplan van 1936 projecteerde Jos<br />

Klijnen ‘groene zones’ langs de Geleenbeek, maar ook<br />

een autoweg, komende vanuit het centrum van<br />

<strong>Heerlen</strong> in de richting van Sittard. Deze contrasten<br />

bepalen tot op de dag van vandaag de aanblik van<br />

Ten Esschen.<br />

Tegenwoordig ligt deze hoeve, evenals de hoeve<br />

Berghof, ingeklemd tussen de autowegen A76 en<br />

N281, grenzend aan Voerendaal en Nuth. Hier ligt een<br />

heuvelrug, Optenesschenberg, met aan de zuidwestelijke<br />

kant het kronkelende Geleenbeekdal en aan<br />

de noordoostelijke kant het industrieterrein Ten<br />

Esschen en de Woonboulevard <strong>Heerlen</strong>.<br />

De visuele invloed van de bedrijfsterreinen, met<br />

grootschalige reclame-uitingen, op de overgang<br />

van Parkstad Limburg en het schilderachtige<br />

Zuid-Limburgse Heuvelland is hier groot.<br />

Interessant is de vergelijking van de twee voorgevels<br />

nummer 119 en nummer 121. De oorspronkelijke baksteen<br />

aan de buitenkant is links geverfd en rechts<br />

roodbruin gebleven. De twee poorten lijken op het<br />

eerste gezicht op elkaar. Wie beter kijkt ziet links een<br />

korfboog gemetseld met drie cirkelstralen en rechts<br />

een segmentboog met slechts een deel van een<br />

cirkelboog.<br />

Deze hoeve heeft de vorm van een haak. De oudere<br />

gedeelten zijn in mergel gebouwd, de jongere in<br />

baksteen. De jaarankers geven als datering het jaar<br />

1751 aan. In 1988 werd het interieur door de huidige<br />

eigenaar vernieuwd.<br />

In the 1936 ‘Uitbreidingsplan’ (Development Plan) Jos<br />

Klijnen projected ‘green zones’ along the Geleenbeek,<br />

but also a motorway coming from the town centre of<br />

<strong>Heerlen</strong> in the direction of Sittard. To this very day<br />

these contrasts determine the sight of Ten Esschen.<br />

Today this farmstead as well as the Berghof farmstead<br />

is stuck between the A76 and the N281 motorways,<br />

bordering on Voerendaal and Nuth. Here is a ridge,<br />

Optenesschenberg, with on its south-west side<br />

the meandering Geleenbeek valley and on the northeast<br />

side the industrial zone Ten Esschen and the<br />

furniture strip <strong>Heerlen</strong>.<br />

The visual influence of the industrial zone, with its<br />

large-scale advertising displays, on the transition from<br />

Parkstad Limburg and the picturesque hills of South-<br />

Limburg is large here.<br />

Of interest is the comparison of the two front facades<br />

of number 119 and number 121. The original brick on<br />

the outside was painted on the left side and kept in<br />

its original red-brown colour on the right side. At first<br />

glance the two gates resemble each other. Closer<br />

study reveals a stone mason basket-handle on the left<br />

with three circle beams and on the right an arched<br />

segment with only a part of an arch.<br />

This farmstead is hook-shaped. The older parts are of<br />

marl, the more recent part of brick. The date anchors<br />

indicate the year 1751. In 1988 the interior was renovated<br />

by its current owner.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE BERGHOF<br />

Esschenweg 111, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: B&B<br />

Bouwjaar: 19 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21245<br />

BERGHOF FARMSTEAD<br />

Esschenweg 111, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: B&B<br />

Year of construction: 19th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21245<br />

19<br />

Hoeve Berghof is gelegen langs de weg van <strong>Heerlen</strong><br />

naar Hoensbroek. Het is een groot gebouw van<br />

baksteen met een binnenplaats. Aan de voorzijde<br />

van het pand, links van de poort, zien we zes ramen<br />

met roedenverdeling en omlijstingen van hardsteen.<br />

Boven de ellipsboogvormige poort treffen we een<br />

nisje aan (mogelijk voor een Mariabeeld) met daarboven<br />

een raam. Net zoals in de bovenverdieping,<br />

links naast de poort.<br />

Het karakter sluit aan bij de kenmerken van veel<br />

Limburgse carréhoeves. De binnenplaats is trapeziumvormig,<br />

wat wijst op een langdurig bouwproces<br />

waarbij de stallen en schuren geleidelijk in het vierkant<br />

werden opgenomen. Evenals bij hoeve “de Struiver”<br />

zijn ook hier de houten luiken en poorten fraai geschilderd.<br />

De naam van de hoeve heeft waarschijnlijk te<br />

maken met het oorspronkelijke gehucht: Optenesschenberg.<br />

Het gedeelte rechts naast de poort wijkt wat bouwmateriaal<br />

betreft duidelijk af van de rest van het<br />

gebouw. Mogelijk is dit deel herbouwd of later aangebouwd.<br />

Aan de straatkant zien we twee hekpijlers van mergelsteen<br />

met hoekzuiltjes, beiden uit de 19 e eeuw. Dit zijn<br />

de resten van een statige oprijlaan, die hier vroeger<br />

gelegen moet hebben.<br />

Deze zeer landschappelijk gelegen hoeve wordt<br />

tegenwoordig geëxploiteerd als B&B.<br />

The Berghof farmstead is situated along the road from<br />

<strong>Heerlen</strong> to Hoensbroek. It is a large brick building<br />

with an inner courtyard. On the front of the building,<br />

left of the gate, there are six panelled windows with<br />

bluestone frames. Above the oval-shaped gate there<br />

is a small niche (possibly for a statue of the Virgin<br />

Mary) with a window above it. The same applies to<br />

the top floor, left of the gate.<br />

The character is in line with the characteristics of<br />

many square Limburg farmsteads. The inner courtyard<br />

is trapezoidal which is an indication of a long building<br />

process during which the stables and barns were<br />

gradually included in the square. Just as with the<br />

“de Struiver” farmstead here also the wooden shutters<br />

and gates have been painted beautifully. The name<br />

of the farmstead probably has something to do with<br />

the original hamlet: Optenesschenberg.<br />

The building material of the part on the right of<br />

the gate clearly deviates from the rest of the building.<br />

This part may later have been rebuilt or added to<br />

the building.<br />

On the street side there are two marlstone gate<br />

columns with small corner pillars, both from the 19th<br />

century. These are the remnants of a grand drive way,<br />

that once must have been here.<br />

Nowadays this very rurally situated farmstead is run<br />

as a B&B.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


MONTJOVE TEN ESSCHEN<br />

Bij Ten Esschen 2, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Wegkapelletje<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21247<br />

MONTJOVE TEN ESSCHEN<br />

Near Ten Esschen 2, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Small roadside chapel<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21247<br />

20<br />

De Franse term ‘montjove’ wordt wel vertaald als<br />

‘heilig huisje’. Het zijn in wezen wegkapelletjes op een<br />

zuil. Dit zeldzame voorbeeld is van hard- en zandsteen<br />

en wordt bekroond met een zogeheten attiek als<br />

drager van een eenvoudige crucifix. In het middengedeelte<br />

een schelpnisje, waar kaarsen of bloemen<br />

werden geplaatst.<br />

Sometimes the French term ‘montjove’ is translated<br />

as ‘small holy house’. In fact they are small roadside<br />

chapels placed on a pillar. This rare example is of<br />

bluestone combined with sandstone and is crowned<br />

by a so-called attic supporting a simple crucifix.<br />

The midsection contains a small shell-shaped niche<br />

in which candles or flowers were placed.<br />

Dit wegkapelletje heeft de vorm van een cenotaaf.<br />

Een cenotaaf is een grafteken dat wordt opgericht ter<br />

nagedachtenis aan overledenen van wie het stoffelijk<br />

overschot ergens anders is begraven of onvindbaar is.<br />

Volgens de overlevering zou het dochtertje van een<br />

gravin door een ongeval met een koets op deze plek<br />

zijn overleden.<br />

In het schelpvormig nisje staat een Piëta, beschermd<br />

door een glazen deurtje. Een Piëta (Italiaans pietà,<br />

wat ‘compassie’ of ‘piëteit’ betekent) is in de kunst<br />

de benaming voor een afbeelding of uitbeelding van<br />

de dode Christus vergezeld door Maria of engelen.<br />

Onderaan biedt het opschrift een datering 1767.<br />

De heilige huisjes roepen op tot (schiet)gebed en<br />

deze tekst vraagt te bidden voor de zielen van nabestaanden<br />

in het vagevuur. De afkorting C.L. kan duiden<br />

op de initialen van de stichter. Meer aannemelijk is dat<br />

zij staan voor ‘Christum Laudat’: ‘Looft Jezus Christus’.<br />

Dit minuscule kapelletje staat tegen de woning op<br />

Ten Esschen 2.<br />

This small roadside chapel has the shape of a cenotaph.<br />

A cenotaph is a monument erected in memory<br />

of the deceased whose mortal remains are buried<br />

elsewhere or cannot be found. Tradition has it that<br />

the little daughter of a countess died on this spot<br />

due to an accident with a carriage.<br />

There is a Pietà in the shell-shaped niche protected<br />

by a small glass door. In art a Pietà (originally Italian,<br />

meaning ‘compassion’ or ‘piety’) is the name of a<br />

picture or representation of the dead Christ accompanied<br />

by the Virgin Mary or by angels.<br />

The inscription at the bottom side states the year 1767.<br />

The small holy houses call people to (short) prayers<br />

and this text asks people to pray for the souls of relatives<br />

in purgatory. The abbreviation C.L. might indicate<br />

the initials of the founder. More likely they stand for<br />

‘Christum Laudat’: ‘Praise the Lord Jesus Christ’.<br />

This tiny chapel is placed against the house at<br />

Ten Esschen 2.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE STRUIVER<br />

Ten Esschen 80, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Geen<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21249<br />

FARMSTEAD THE STRUIVER<br />

Ten Esschen 80, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: None<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21249<br />

21<br />

Ten zuiden van Ten Esschen ligt een motte van<br />

ongeveer 35 meter doorsnede waarop waarschijnlijk<br />

ooit een kasteel gebouwd moet zijn geweest.<br />

Dit kasteel Struiver werd ook wel Groot Geitsbach of<br />

Alden Lenartshoff genoemd. Het “Hoff zo Gheisbach”<br />

wordt voor het eerst vermeld in 1381.<br />

South of Ten Esschen there is a motte with a diameter<br />

of approximately 35 metres on which in<br />

all likelihood once a castle must have been built.<br />

This Struiver castle was also called Groot Geitsbach<br />

or Alden Lenartshoff. The “Hoff zo Gheisbach” is first<br />

mentioned in 1381.<br />

Het was Baron Wynand Theodor van Wijlre die in 1747<br />

ten oosten van de huidige motte de hoeve Struiver liet<br />

bouwen, mogelijk als opvolger van een eerdere hoeve.<br />

Aan het eind van de 19 e eeuw kwam het goed in<br />

handen van de familie van Aken.<br />

De hoeve met binnenplaats (ankerjaartal 1742) is<br />

opgetrokken van baksteen met speklagen en is<br />

voorzien van taustenen tussendorpelkozijnen en<br />

houten segmentboogvensters.<br />

Een speklaag is in de bouwkunst een horizontale<br />

versiering in een gevel. In Limburg is het meestal<br />

een doorlopende lichtgekleurde strook van mergel of<br />

Kunradersteen, aangebracht tussen de normale lagen<br />

baksteen. Een speklaag wordt gebruikt om voor wat<br />

meer afwisseling te zorgen in een gevel. Daarbij<br />

spelen niet alleen esthetische overwegingen, maar<br />

ook de beschikbaarheid van bouwmaterialen een rol.<br />

Opvallend bij Hoeve de Struiver is het ‘zebrastrepenpatroon’<br />

waarbij beide verschillend gekleurde lagen<br />

ongeveer even breed zijn.<br />

Diverse pogingen om de hoeve te restaureren zijn<br />

vooralsnog gestrand.<br />

It was Baron Wynand Theodor of Wijlre who had the<br />

Struiver farmstead built in 1747 east of the present day<br />

motte, possibly as a successor to a previous farmstead.<br />

At the end of the 19th century the property was<br />

obtained by the van Aken family.<br />

The farmstead with inner courtyard (wall anchor date<br />

1742) is built of brick with string courses and has tau<br />

stone transom windows and wooden arched windows.<br />

In architecture a string course is a horizontal decoration<br />

in a facade. In Limburg this usually is a continuous<br />

light-coloured strip of marl or Kunrader stone applied<br />

between the regular brick layers. A string course is<br />

used for creating a greater variation in a facade. Here<br />

not only esthetical aspects play a role, but also the<br />

availability of building materials. Striking for farmstead<br />

de Struiver is the ‘zebra-pattern’ where both differently<br />

coloured layers have approximately the same width.<br />

Several attempts to renovate the farmstead have<br />

failed so far.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE ROTAN RENTENAAR<br />

Ten Esschen 26, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 19 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21248<br />

FARMSTEAD ROTAN<br />

RENTENAAR<br />

Ten Esschen 26, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 19th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21248<br />

22<br />

In de 14 e eeuw wordt Reyner van den Esschen als leenman<br />

genoemd en in 1519 Lens van Esschen.<br />

Heyntgen Ubachs, geboren rond 1535, gehuwd met<br />

Lysken van den Esschen, komt samen met zijn broers<br />

en zussen op 1 augustus 1559 in het bezit van het<br />

leengoed Ten Esschen met bijbehorende weilanden en<br />

landerijen. De familie Ubachs had familiaire banden<br />

met het riddergeslacht Van Reterbeek, de latere<br />

graven van Schaesberg afkomstig van het nabijgelegen<br />

kasteel Retersbeek. Vele telgen uit dit<br />

geslacht zouden in de nakomende eeuwen schepen<br />

zijn in de schepenbank <strong>Heerlen</strong>. In 1755 en 1774<br />

werden verschillende hoeves overvallen door<br />

de bokkenrijders.<br />

Het gehucht kende oorspronkelijk een Hoeve ten<br />

Esschen. Door het verleggen van de stadsautoweg in<br />

zuidwestelijke richting kwam de Hoeve ten Esschen in<br />

het gedrang, raakte in verval en werd in 1975 gesloopt.<br />

De hier besproken hoeve uit de 19 e eeuw is het woongedeelte<br />

van een carréboerderij in dit gehucht.<br />

De grotendeels gesloten noordwestgevel heeft twee<br />

poorten. In de zuidoostgevel zitten de entree en<br />

zeven ramen in een compositie die twee verschillende<br />

bouwperioden doet vermoeden.<br />

Op de eerste verdieping bevinden zich vier stuks met<br />

20-ruits wit geverfde vensters. Op de begane grond<br />

naast de voordeur bevinden zich drie stuks met<br />

24-ruits wit geverfde vensters. De groen geverfde<br />

luiken en de hoge ligging bij de splitsing van wegen<br />

zorgen voor een opvallende aanblik in het dorpsgezicht.<br />

De hoeve is ook bekend als Rotan-Rentenaar. Er was<br />

een bedrijf gevestigd dat tafels en stoelen leverde van<br />

Rotan dat in de wederopbouwperiode populair was.<br />

In the 14th century Reyner van den Esschen is<br />

mentioned as liegeman and in 1519 Lens van Esschen.<br />

Heyntgen Ubachs, born around 1535, married to<br />

Lysken van den Esschen, together with his brothers<br />

and sisters acquired the ownership of the fiefdom<br />

Ten Esschen and its accompanying meadows and<br />

lands on 1 August 1559. The Ubachs family had family<br />

ties with the knightly house of Van Reterbeek,<br />

the later counts of Schaesberg who originated from<br />

the nearby Retersbeek castle. In the centuries<br />

to follow many descendants of this house would<br />

become aldermen of the <strong>Heerlen</strong> college of aldermen.<br />

In 1755 and 1774 many different farmsteads were<br />

raided by the Goat riders.<br />

Originally the hamlet knew a Hoeve ten Esschen.<br />

As a result of the repositioning of the city motorway<br />

in south-west direction the ten Esschen farmstead<br />

found itself ended up in a tight corner, deteriorated<br />

and was demolished in 1975.<br />

The 19th century farmstead discussed here is the<br />

residential part of a square farm in this hamlet.<br />

The largely closed north-west wing has two gates.<br />

The south-east facade contains the entry and seven<br />

windows in a composition that suggests two different<br />

construction periods.<br />

On the first floor are four white painted 20-pane<br />

windows. On the ground floor next to the front door<br />

are three white painted 24-pane windows. The greenpainted<br />

shutters and its elevated position at the<br />

branching of roads provide a striking view within<br />

the view of the village.<br />

The farmstead is also known as Rotan-Rentenaar.<br />

Once it accommodated a company that manufactured<br />

tables and chairs of rotan (‘rattan’) which was popular<br />

during the post-war reconstruction period.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


MOTTE DE STRUIVER<br />

Ten Esschen, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kasteelheuvel<br />

Bouwjaar: Middeleeuwen<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 46184<br />

MOTTE DE STRUIVER<br />

Ten Esschen, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Castle mound<br />

Year of construction: Middle Ages<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 46184<br />

23<br />

De motte de Struiver, Struijver of Struver was een<br />

middeleeuws mottekasteel gelegen bij de buurtschap<br />

Ten Esschen. Het betreft hier een abschnittsmotte,<br />

waarbij voor de aanleg geen heuvel is opgeworpen,<br />

maar in plaats daarvan aan enige zijden aarde is<br />

weggehaald. De kasteelheuvel wordt omringd door<br />

een diepe, droge gracht en heeft een diameter van<br />

ongeveer 35 meter. Inclusief gracht heeft het geheel<br />

een doorsnede van ongeveer 70 meter. De heuvel ligt<br />

in löss op de grens van het beekdal van de Geleenbeek<br />

met het terras.<br />

Op de motte heeft waarschijnlijk ooit een uit vakwerk<br />

opgetrokken of houten kasteel gestaan. Dit kasteel<br />

Struiver werd ook wel Groot Geitsbach of Alden<br />

Lenartshoff genoemd.<br />

Het Hoff zo Gheisbach wordt voor het eerst vermeld<br />

in 1381. Tussen 1537 en 1662 was het kasteel in handen<br />

van het geslacht van Schwartzenberg, waarna het<br />

overging in de handen van Caspar van Broich.<br />

Vanaf 1763 waren het huis en de hof in handen van<br />

de familie Breuls. In het begin van de 18 e eeuw kwam<br />

het goed in handen van de baronnen van Wijlre die<br />

tevens kasteel Terworm in bezit hadden. Het was<br />

Baron Wynand Theodor van Wijlre die in 1747 ten<br />

oosten van de huidige motte de hoeve Struiver liet<br />

bouwen, mogelijk als opvolger van een eerdere hoeve.<br />

Aan het eind van de 19 e eeuw kwam het goed in<br />

handen van de familie van Aken.<br />

Er is nog geen archeologisch onderzoek gedaan naar<br />

de bebouwing op de motte. Het is niet duidelijk<br />

wanneer deze bebouwing verdwenen is.<br />

The motte de Struiver, Struijver or Struver was a<br />

medieval mound castle situated close to the hamlet<br />

of Ten Esschen. It is a so-called ‘abschnitts’ motte,<br />

for which not a hill was created but instead earth<br />

was removed from some sides. The castle mound is<br />

enclosed by a deep, dry moat and has a diameter of<br />

approximately 35 metres. Including the moat the<br />

overall structure has a diameter of approximately 70<br />

metres. The mound is situated in loess on the border<br />

of the stream valley of the Geleenbeek and the<br />

terrace.<br />

It is likely that in the old days there might have been<br />

a ‘built out of craftsmanship’ or wooden castle on<br />

the motte. This Struiver castle was also called Groot<br />

Geitsbach or Alden Lenartshoff.<br />

The Hoff zo Gheisbach was first mentioned in 1381.<br />

Between 1537 and 1662 the castle was owned by<br />

the house of Schwartzenberg, after that possession<br />

passed on into the hands of Caspar van Broich.<br />

From 1763 both house and farmstead were owned<br />

by the Breuls family. In the beginning of the 18th<br />

century the property came in the possession of the<br />

barons of Wijlre who also owned Terworm castle.<br />

It was Baron Wynand Theodor of Wijlre who had<br />

the Struiver farmstead built in 1747 east of the present-day<br />

mound, possibly as a successor to a previous<br />

farmstead. At the end of the 19th century the property<br />

passed into the hands of the van Aken family.<br />

No archaeological research has been done yet into<br />

the building development on the motte. It is unclear<br />

when this construction disappeared.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE GITSBACH<br />

Terworm 6, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Boerderij en woning<br />

Bouwjaar: 17 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21271<br />

FARMSTEAD GITSBACH<br />

Terworm 6, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Farm and residence<br />

Year of construction: 17th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21271<br />

24<br />

De hoeve is gebouwd van baksteen en vakwerk,<br />

rondom een gesloten binnenplaats met een rechthoekige<br />

ingang en vensteromlijstingen van hardsteen.<br />

In haar huidige vorm dateert zij uit de 17 e eeuw.<br />

The farmstead is built of brick in a half-timbered<br />

construction, around an enclosed courtyard with a<br />

rectangular entrance and bluestone window frames.<br />

In its current condition it dates from the 17th century.<br />

Onder de naam “Wolfsbroek” wordt zij al in archieven<br />

van rond 1400 genoemd. De naam is ontleend aan<br />

de ligging van de hoeve tussen het kasteel Terworm<br />

en de spoordijk. Daar waar het Wolfsbroek uitmondt<br />

in het Geleenbeekdal. De naam Gitsbach komt van<br />

Gieszbach, wat wellicht de naam is voor een beek<br />

die veel verval heeft en snel stroomt. Andere naamkundigen<br />

achten de afleiding van “Geitebeek” waarschijnlijker.<br />

In 1570 was de hoeve in bezit van de familie Van<br />

Schwartzenberg. Tussen 1729 en 1739 kwam zij bij<br />

de goederen van Terworm. De hoeve is tegenwoordig<br />

in particulier bezit, verkeert in een goede staat en<br />

wordt als boerderij en voor woondoeleinden gebruikt.<br />

In 2005 is de hoeve door architect Ingrid Beckers<br />

verbouwd. Daarbij zijn de gesloten gevels op een<br />

bescheiden manier van lichtopeningen voorzien ten<br />

behoeve van vier appartementen. Een oude schuur<br />

in de oosthoek is vervangen door een nieuwe hoekoplossing<br />

van cortenstaal. Aanvankelijk werd cortenstaal<br />

vooral toegepast in de scheeps- en de bruggenbouw,<br />

maar inmiddels duikt het materiaal ook op in<br />

de architectuur. Daarbij is het karakter vernieuwend,<br />

maar laat ook de historische context, zoals hier, in haar<br />

waarde.<br />

Under the name “Wolfsbroek” it is already mentioned<br />

in the archives of around 1400. It takes its name from<br />

the location of the farmstead between Terworm castle<br />

and the railway embankment. Precisely at the location<br />

where the Wolfsbroek flows out into the Geleenbeekdal.<br />

The name Gitsbach originates from Gieszbach,<br />

which might be the name for a brook that drops and<br />

runs rapidly. The derivation from “Geitebeek” seems<br />

more likely to other naming experts.<br />

In 1570 the farmstead was owned by the Van Schwartzenberg<br />

family. Between 1729 and 1739 it was added<br />

to the Terworm estate. Nowadays the farmstead is<br />

private property, it is in good condition and it is used<br />

as farm and residence.<br />

In 2005, the farm was altered by architect Ingrid<br />

Beckers. The closed facades are also provided with<br />

light openings in a modest manner for four apartments.<br />

An old barn in the east corner has been<br />

replaced by a new corner solution of corten steel.<br />

Initially, corten steel was mainly used in ship- and<br />

bridge building, but now the material also turns up<br />

in architecture. It is innovating the character, but also<br />

leaves the historical context, as here, in its value.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KASTEEL TERWORM<br />

Terworm 5, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Hotel en restaurant<br />

Bouwjaar: 15 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21272<br />

TERWORM CASTLE<br />

Terworm 5, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Hotel and restaurant<br />

Year of construction: 15th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21272<br />

25<br />

Het kasteel is bekend sinds de 14 e eeuw en werd<br />

bewoond door diverse adellijke families. Opgetekend<br />

is de naam Van Geitsbach tot der Worm. Naar deze<br />

familie is het kasteel later genoemd, nadat het eerder<br />

als Geitsbach bekend was.<br />

The castle has been known since the 14th century and<br />

has been occupied by several noble families. Recorded<br />

has been the name Van Geitsbach tot der Worm. Later<br />

on the castle took its name from this family, after it<br />

had been formerly known as Geitsbach.<br />

In 1498 kwam het kasteel in bezit van de schout van<br />

<strong>Heerlen</strong>, Diederick van Pallandt. In 1542 werd het<br />

kasteel door brand verwoest en rond 1550 weer<br />

herbouwd in dezelfde stijl, echter nu met<br />

een zadeldak tussen twee trapgevels.<br />

In de 18 e eeuw (1767) werd het kasteel door Maximiliaan,<br />

graaf van der Heyden-Belderbusch, gerestaureerd,<br />

en werd voor het kasteel een tuin in Franse<br />

rococostijl aangelegd.<br />

In 1840 vererfde het kasteel en goederen aan Antoinette<br />

von Böselager, gehuwd met Otto Napoleon<br />

baron de Loë-d’Imstenraedt. Na haar overlijden kwam<br />

het kasteel in bezit van de baron. Het is vooral deze<br />

familie die veel nabijgelegen goederen en boerderijen<br />

aankoopt, waarmee het landgoed Terworm flink wordt<br />

uitgebreid. Eind 19 e eeuw (1891) kreeg het kasteel<br />

met bijbehorende hoeve zijn huidige uiterlijk.<br />

Na de verkoop in 1917 aan de Oranje-Nassau Mijnen<br />

raakte het kasteel in de loop van de twintigste eeuw<br />

steeds meer in verval. Het werd in 1987 opgekocht<br />

door hotelketen Van der Valk. Deze restaureerde en<br />

verbouwde het kasteel in de periode 1997-1999 tot<br />

hotel-restaurant. In 2003 kwam de reconstructie van<br />

de rococo-tuin, met leifruitmuur en Oranjerie, gereed.<br />

In 1498 the castle came into the possession of the<br />

bailiff of <strong>Heerlen</strong>, Diederick van Pallandt. In 1542 the<br />

castle was destroyed by fire and rebuilt again in the<br />

same style around 1550, this time however with a<br />

saddle-roof between two step-roofed facades.<br />

In the 18th century (1767) the castle was restored by<br />

Maximiliaan, count of van der Heyden-Belderbusch,<br />

and in front of the castle a French Rococo-style<br />

garden was laid out.<br />

In 1840 the castle and property passed on to Antoinette<br />

von Böselager, married to Otto Napoleon baron<br />

de Loë-d’Imstenraedt. After her death the castle<br />

became the property of the baron. In particular this<br />

family acquired much nearby property and many<br />

farms, which resulted in a considerable expansion of<br />

the Terworm estate. By the end of the 19 th century<br />

(1891) the castle with the accompanying farmstead<br />

got their current appearance.<br />

After the sale in 1917 to the Oranje-Nassau Mines the<br />

castle deteriorated more and more during the twentieth<br />

century. It was bought by the Van der Valk hotel<br />

chain in 1987. The latter restored and rebuilt the castle<br />

in the period 1997-1999 into a hotel-restaurant.<br />

In 2003 the reconstruction of the Rococo-garden,<br />

including wall fruit and Orangery were completed.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DEN DRIESCH<br />

Dreesch 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Geen<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21263<br />

FARMSTEAD DEN DRIESCH<br />

Dreesch 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: None<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21263<br />

26<br />

De hoeve was vroeger prachtig gelegen midden in<br />

de uitgestrekte landerijen van het landgoed Terworm.<br />

In de 15 e eeuw wordt een Thys van den Driesch<br />

genoemd als eigenaar van “den hoff zu Driesch”.<br />

De familie ontleende haar naam aan de hoeve. Vanaf<br />

1535 komt de hoeve in bezit van de heren van kasteel<br />

Eyckholt. Vanaf 1738 maakte de hoeve deel uit van het<br />

landgoed Terworm.<br />

In the old days the farmstead was beautifully situated<br />

amidst the immense lands of the Terworm estate.<br />

In the 15th century one Thys van den Driesch was<br />

mentioned as owner of “den hoff zu Driesch”.<br />

The family derived its name from the farmstead. From<br />

1535 the farmstead comes into possession of the lords<br />

of Eyckholt castle. From 1738 the farmstead became<br />

part of the Terworm estate.<br />

In 1917 verkocht Frans baron van Loë, heer van<br />

Terworm, zijn landgoed aan de Oranje-Nassau Mijnen.<br />

De hoeve bleef als boerderij in gebruik. Van de bouwgeschiedenis<br />

is weinig bekend. Op de Tranchotkaart<br />

uit het begin van de 19 e eeuw is een U-vormige hoeve<br />

met een haakvormig woonhuis te zien. Dit haakvormige<br />

gebouw is geheel in Kunradersteen opgetrokken.<br />

In de woonhuisgevel bevinden zich een oorspronkelijk<br />

rondboogpoortje en vensters met hardstenen tussendorpels.<br />

De hoeve is al decennia niet meer in gebruik en<br />

verkeert in een slechte staat. De huidige pachter<br />

(Motel <strong>Heerlen</strong> Exploitatie BV) gaat de hoeve restaureren<br />

en wil er een aantal nieuwe functies in realiseren.<br />

Bij de restauratie blijft de oude indeling van de hoeve<br />

behouden. De hoeve wordt toegankelijk voor publiek<br />

en vertelt het verhaal van deze plek. Het plan beperkt<br />

zich niet alleen tot het gebouw. Op het terrein van de<br />

hoeve wordt een hoogstamboomgaard met historische<br />

rassen gerealiseerd. Verder komt er een winkel<br />

met streekproducten en komt er een atelier- en<br />

tentoonstellingsruimte die gratis aan kunstenaars<br />

uit <strong>Heerlen</strong> beschikbaar worden gesteld. Hoeve den<br />

Driesch wordt zo een multifunctionele plek in<br />

natuur- en wandelgebied Terworm.<br />

In 1917 Frans Baron van Loë, lord of Terworm, sold<br />

his estate to the Oranje-Nassau Mines. The farmstead<br />

kept its original purpose as a farm. Little is known<br />

of its constructional history. On the Tranchot map<br />

from early 19th century a U-shaped farmstead with<br />

a hook-shaped house is visible. This hook-shaped<br />

building is entirely built of Kunrader stone. On the<br />

facade of the residential part there are an original<br />

small arched gate and windows with bluestone<br />

transoms.<br />

The farmstead has not been used for decades and is<br />

in a bad condition. The current tenant (Motel <strong>Heerlen</strong><br />

Exploitatie BV) intends to renovate the farmstead and<br />

wishes to realize some new functionalities. During<br />

the renovation the old floorplan of the farmstead will<br />

be preserved. The farmstead will be open to the public<br />

and will tell the story of this location. The plan is not<br />

limited to the building only. On the premises of the<br />

farmstead a standard orchard is created with historical<br />

species of trees. There will also be a shop with regional<br />

products and a studio- and exhibition room that<br />

will be made available for free to artists from <strong>Heerlen</strong>.<br />

Farmstead den Driesch will thus become a multifunctional<br />

location within the nature and hiking area<br />

of Terworm.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


RIDDERGOED EYCKHOLT<br />

Eikendermolenweg 4, <strong>Heerlen</strong><br />

Bouwjaar: 14 e eeuw / 18 e eeuw<br />

Monumentnr.: 21270<br />

MANOR EYCKHOLT<br />

Eikendermolenweg 4, <strong>Heerlen</strong><br />

Year of construction: 14th century / 18th century<br />

Monument no.: 21270<br />

27<br />

Het riddergoed Eyckholt was een leengoed van<br />

het aartsbisdom Keulen en bestond uit een kasteel<br />

met bijbehorende hoeve en watermolen. De eerste<br />

vermelding van het kasteel was in een akte uit 1385<br />

toen het eigendom was van de uit Aken afkomstige<br />

ridder Gerard van den Eycholtz. Hij behoorde tot het<br />

geslacht Van der Lynden genaamd Eycholtz, ook wel<br />

Van der Lynden van den Eykholt(z) genoemd.<br />

The Eyckholt manor was a fief of the Cologne archbishopric<br />

and consisted of a castle with accompanying<br />

farmstead and water mill. The first reference to the<br />

castle was in a deed from 1385 when it was the<br />

property of knight Gerard van den Eycholtz from<br />

Aachen. He was a member of the house of Van der<br />

Lynden called Eycholtz, also referred to as Van der<br />

Lynden van den Eykholt(z).<br />

Nadat de hoeve en bijbehorende schuur in 1736 waren<br />

afgebrand, raakte het kasteel steeds verder in verval.<br />

Het kasteel was toen al niet meer in gebruik als woonhuis<br />

en werd na de brand gebruikt als opslagruimte<br />

voor landbouwproducten en akkerbouwgewassen.<br />

Alhoewel na de brand van 1736 een nieuwe hoeve<br />

werd gebouwd, is het kasteel nooit onderhouden.<br />

Rond 1760 werd het kasteel uiteindelijk afgebroken.<br />

De nieuwe hoeve werd in 1925 gesloopt.<br />

Door de jaren heen raakte het kasteel overwoekerd<br />

met planten en kon men de kasteelruïne een tijdlang<br />

niet meer zien. Enkele jaren geleden is de ruïne in<br />

opdracht van Natuurmonumenten geconsolideerd.<br />

De ruïne van het kasteel bestaat uit een ronde weermuur<br />

met schietgaten, deels 15 e eeuw, en een vierkante<br />

toren, vermoedelijk uit de 14 e eeuw. De toren<br />

bestaat uit mergel en uit Kunradersteen. Alleen het<br />

woonhuis van de molen, de Eikendermolen, is nog in<br />

goede staat behouden gebleven. De voormalige<br />

watermolen wordt al in 1468 genoemd, maar is<br />

midden 18 e eeuw herbouwd. Zowel de ruïne van het<br />

kasteel als de Eikendermolen maken nu onderdeel uit<br />

van het natuurgebied van het Landgoed Terworm.<br />

After the farmstead and the accompanying barn had<br />

burnt down in 1736, the castle deteriorated more and<br />

more. By then the castle was no longer used as a<br />

residence and after the fire it was used as storage<br />

capacity for agricultural products and crops.<br />

Although after the fire of 1736 a new farmstead was<br />

built, the castle was never kept in repair. Around 1760<br />

the castle was finally torn down. The new farmstead<br />

was torn down in 1925.<br />

Over the years the castle had been overgrown by<br />

plants and for some time the castle ruin became<br />

hidden from view. Some years ago the ruin was<br />

consolidated by order of the Society for the Preservation<br />

of Nature in the Netherlands. The ruin of the<br />

castle consists of a round rampart with loopholes,<br />

partly 15th century, and a square tower, presumably<br />

from the 14th century. The tower consists of marl and<br />

Kunrader stone. Only the residential part of the mill,<br />

the Eikendermolen, has remained in good condition.<br />

The former water mill is already mentioned as early as<br />

1468, but was rebuilt in the middle of the 18th century.<br />

Both the ruin of the castle and the Eikendermolen are<br />

now part of the nature reserve of the Terworm Estate.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE OVERSTE<br />

FARMSTEAD UPPER<br />

DOUVENRADE DOUVENRADE 28<br />

Douvenrader Allee 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Douvenrader Allee 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoor en Grand Café<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21268<br />

Current function: Office and Grand Café<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21268<br />

Hoeve Overste Douvenrade behoorde bij het adellijk<br />

huis Douvenrade dat zich op een korte afstand ten<br />

noorden van de boerderij heeft bevonden. In 1365<br />

was het in bezit van ridder Mathias van Berensberg,<br />

in de 15 e eeuw van de familie Van Cortenbach. Tijdens<br />

de 16 e en het begin van de 17 e eeuw was de familie<br />

Van Douvenrade eigenaar. In 1699 was de Overste<br />

Douvenrade in het bezit van de <strong>Heerlen</strong>se chirurgijn<br />

Johannes Franssen. Een nazaat van hem verkoopt het<br />

in 1879 aan baron De Loë van Terworm. Sindsdien<br />

maakt de hoeve deel uit van dit landgoed.<br />

Op 6 september 1779 werd de Hoeve door bliksem<br />

getroffen en brandde het gebouw gedeeltelijk af.<br />

De huidige gedaante van dit gebouw, ook wel hoeve<br />

Waterval (is de naam van de laatste bewoner)<br />

genoemd, bestaat uit een compositie van veel elementen,<br />

schoorstenen, grote en kleine dakvlakken,<br />

congruente kopgevels in evenwichtige verhoudingen.<br />

Het geheel maakt ook een harmonische indruk door<br />

de rode baksteen en de rode dakpannen.<br />

In 2006 is de Hoeve voor een symbolisch bedrag<br />

gekocht door Zuyd Hogeschool die het volledig<br />

renoveerde.<br />

Sinds 2007 wordt in de boerderij Grand Café De<br />

Hoeve geëxploiteerd door de opleiding Facility<br />

Management. Grand Café De Hoeve is tegenwoordig<br />

een inspirerende ontmoetingsplek voor zowel<br />

studenten en medewerkers van Zuyd Hogeschool<br />

als ook voor externe bezoekers.<br />

Binnen de muren van de gemoderniseerde boerderij,<br />

die tevens als leerbedrijf voor Arcus- en Zuyd studenten<br />

fungeert, heerst een ambiance die zowel in de<br />

formele- als informele sfeer gekenmerkt wordt door<br />

unieke details.<br />

Farmstead “Overste Douvenrade” was part of the<br />

noble house of Douvenrade which was situated at a<br />

short distance towards the north of the farm. In 1365<br />

it was the property of squire Mathias van Berensberg,<br />

in the 15th century of the Van Cortenbach family.<br />

During the 16th and at the beginning of the 17th<br />

century the Van Douvenrade family were the owners.<br />

In 1699 the Overste Douvenrade was in the possession<br />

of the <strong>Heerlen</strong> chirurgeon Johannes Franssen. One of<br />

his descendants sold it to baron De Loë of Terworm in<br />

1879. Since then the farmstead has been a part of this<br />

estate.<br />

On 6 September 1779 the Farmstead is struck by<br />

lightning and the building was burnt down partially.<br />

The current shape of this building, also known as<br />

'Farm Waterval' (after its last occupant), consists of<br />

a composition of many elements, chimneys, large<br />

and small roof surfaces, congruent head facades<br />

in balanced proportions. The whole also gives a harmonious<br />

impression by the red brick and the red roof<br />

tiles.<br />

In 2006 the Farmstead was bought for a symbolic<br />

amount by Zuyd Hogeschool that undertook a full<br />

renovation.<br />

Since 2007 the Facility Management discipline runs<br />

Grand Café De Hoeve in the farmstead. Nowadays<br />

Grand Café De Hoeve is an inspiring meeting place<br />

for both students and employees of Zuyd Hogeschool,<br />

as well as for visitors.<br />

Within the walls of the modernized farm, which also<br />

serves as a training company for Arcus- and Zuyd<br />

students, there is an ambiance that, both formally and<br />

informally, is characterized by unique details.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


RUÏNE MIDDELSTE EN<br />

RUIN MIDDLE AND<br />

ONDERSTE DOUVENRADE LOWER DOUVENRADE 29<br />

Bij Douvenrader Allee 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Near Douvenrader Allee 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Bouwjaar: 14 e eeuw<br />

Monumentnr.: 21269<br />

Year of construction: 14th century<br />

Monument no.: 21269<br />

Rond 1600 bestond het adellijk goed Douvenrade uit<br />

twee gedeelten met elk een eigen boerderij. Het adellijk<br />

huis, later “Onderste Douvenrade” genoemd, kwam<br />

in 1645 in bezit van Lambert Rietraet, schout van<br />

<strong>Heerlen</strong> en later burgemeester van Maastricht.<br />

In 1753 kocht Maximiliaan, baron Van der Heyden<br />

genaamd Belderbusch, heer van Terworm, Onderste<br />

Douvenrade. Drie jaar later wist hij ook het kleine<br />

kasteel “Middelste Douvenrade” te verwerven.<br />

Beide gedeelten voegde hij bij zijn landgoed Terworm.<br />

Around 1600 the noble estate Douvenrade consisted<br />

of two parts each with its own farm. The noble house,<br />

later to be called “Lower Douvenrade”, came into the<br />

possession of Lambert Rietraet, sheriff of <strong>Heerlen</strong> and<br />

later mayor of Maastricht.<br />

In 1753 Maximiliaan, baron Van der Heyden also known<br />

as Belderbusch, lord of Terworm, bought Lower<br />

Douvenrade. Three years later he also managed to<br />

acquire the small castle “Middle Douvenrade”.<br />

Both parts he added to his Terworm estate.<br />

“Onderste Douvenrade” werd rond 1870 afgebroken.<br />

Alleen een klein gebouwtje met 18 e eeuwse muurfragmenten<br />

is bewaard gebleven.<br />

De boerderij “Middelste Douvenrade” ging bij een<br />

brand omstreeks 1870 verloren. Ook hier is een klein<br />

gebouwtje met een plint van Kunradersteen behouden<br />

gebleven.<br />

“Lower Douvenrade” was broken down around 1870.<br />

All that remained was a small building with 18th<br />

century wall fragments.<br />

The “Middle Douvenrade” farm was lost during a fire<br />

around 1870. Also here a small building with a plinth<br />

of Kunrader stone has remained.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


GELEENHOF<br />

Valkenburgerweg 54, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoor en restaurant<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21231<br />

GELEENHOF<br />

Valkenburgerweg 54, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Office and restaurant<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21231<br />

30<br />

De Geleenhof wordt al in 1381 genoemd, wanneer Thijs<br />

Reijnaerts van Herle van de weduwe van Peter van<br />

Glene “zo Glene, gelegen bij den dorpe Herle” in leen<br />

krijgt. Een aantal aanzienlijke families was achtereenvolgens<br />

eigenaar van de hoeve.<br />

In 1742 kocht Vincent Philip Anton van der Heyden<br />

genaamd Van Belderbusch, heer van Terworm, het<br />

huis en de hof. Voortaan was de Geleenhof onderdeel<br />

van het landgoed Terworm.<br />

De huidige gedaante van de Geleenhof dateert uit<br />

eind 18 e eeuw. Voor de verbouwing uit die tijd was<br />

de gesloten hoeve kleiner en waarschijnlijk omgracht.<br />

Het eigenlijke huis lag aan de kant van de Geleenbeek.<br />

Hier lagen begin 19 e eeuw nog twee delen van een<br />

gracht. Van de vier vleugels van het monument is de<br />

noord-westelijke het oudste, namelijk 16 e of 17 e eeuw.<br />

Boven een ingang aan de binnenplaats vinden we<br />

het jaartal 1635. Het huidige hoofdgebouw dateert<br />

uit 1796. De noordoostelijke vleugel, die hier haaks<br />

op staat, werd ook in die tijd gebouwd. Bij de hoeve<br />

hoorden twee moestuinen, een lusttuintje en een<br />

boomgaard. In het pand was tevens een herberg<br />

gevestigd.<br />

De Geleenhof was halteplaats en wisselstation voor<br />

de paarden van de postkoets tussen Maastricht en<br />

Aken. De post werd in die tijd verzorgd door de<br />

internationale postonderneming van de Duitse<br />

familie Thurn und Taxis.<br />

In 1917 verkocht Frans Levin Eugen Hubert Maria de<br />

Loë het landgoed aan de Oranje-Nassau Mijnen.<br />

De Geleenhof werd verpacht als boerderij. Enkele<br />

decennia later verloor zij de functie van boerderij en<br />

de grond werd verkocht. Na een grondige restauratie<br />

zijn nu kantoren, een wijnslijterij en een restaurant in<br />

de hoeve gevestigd.<br />

The Geleenhof farmstead is already mentioned as early<br />

as 1381, when Thijs Reijnaerts van Herle receives the<br />

fiefdom of “zo Glene, situated near the village of Herle”<br />

from the widow of Peter van Glene. Subsequently a<br />

successive number of distinguished families became<br />

the owners of the farmstead.<br />

In 1742 Vincent Philip Anton van der Heyden, going<br />

by the name of Van Belderbusch, lord of Terworm,<br />

bought the residence and the court. From that moment<br />

on the Geleenhof was part of the Terworm estate.<br />

The current appearance of the Geleenhof dates from<br />

the end of the 18th century. Before the rebuilding which<br />

took place in that period, the closed farmstead was<br />

smaller and probably moated. The actual residence<br />

was situated at the side of the Geleenbeek. Here, at<br />

the beginning of the 19th century, there were still two<br />

parts of a moat. Of the four wings of the monument<br />

the north-westerly part is the oldest, that is dating<br />

from the 16th or the 17th century.<br />

Above an entrance to the courtyard we find the year<br />

1635. The current main building dates from 1796. The<br />

north-easterly wing, situated at a right angle, was also<br />

built in that period. The farmstead had two vegetable<br />

gardens, a pleasure garden and an orchard. The<br />

building also contained an inn.<br />

The Geleenhof was a stage stop and changing facility<br />

for the horses of the stage-coach between Maastricht<br />

and Aachen. In those days the mail delivery was run<br />

by the international mail company of the German<br />

Thurn und Taxis family.<br />

In 1917 Frans Levin Eugen Hubert Maria de Loë sold<br />

the estate to the Oranje-Nassau Mines. The Geleenhof<br />

was leased out as a farm. Some decades later it lost<br />

its function as a farm and the land was sold. After a<br />

careful restoration it currently provides accommodation<br />

for offices, a wine shop and a restaurant.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA EIKHOLD<br />

Valkenburgerweg 72, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Natuurvriendenhuis<br />

Bouwjaar: 1913<br />

Architect: Ph. Warners jr.<br />

Monumentnr.: 512742<br />

VILLA EIKHOLD<br />

Valkenburgerweg 72, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: House for nature lovers<br />

Year of construction: 1913<br />

Architect:<br />

Ph. Warners Jr.<br />

Monument no.: 512742<br />

31<br />

Deze vrijstaande, in een parkachtige tuin gelegen,<br />

villa werd gebouwd in opdracht van Jan Koster, een<br />

uit Amsterdam afkomstige mijnbouwingenieur en<br />

liberaal politicus. Het gebouw is eigendom van het<br />

Nivon en in gebruik als natuurvriendenhuis.<br />

De villa heeft tegenwoordig 35 slaapkamers variërend<br />

van 2-persoons- tot 6-persoonskamers. Verder<br />

beschikt de villa over een bibliotheek, een zitkamer,<br />

een grote eetzaal, een recreatieruimte met tv en een<br />

grote keuken.<br />

De villa is van grote cultuurhistorische waarde als<br />

uitdrukking van de ruimtelijke ontwikkeling van<br />

de Oude Mijnstreek in het begin van de 20 e eeuw.<br />

Het pand is een essentieel onderdeel van de villa- en<br />

landhuisbebouwing aan de Valkenburgerweg. De villa<br />

vertoont een zeldzame architectonische gaafheid van<br />

exterieur en een groot deel van het interieur.<br />

De villa telt twee bouwlagen onder een schilddak en<br />

enkele kleine zadeldaken. De daken zijn gedekt met<br />

leien. In het frontgeveldak is een boogvormige dakkapel.<br />

Als bouwmateriaal zijn blauwe en rode bakstenen<br />

gebruikt met metselwerk in kruisverband.<br />

De vensters zijn deels van glas-in-lood met hardstenen<br />

dorpels. De frontgevel is symmetrisch ingedeeld.<br />

Alle gevelranden zijn met bloktandversiering.<br />

De voordeur rust onder een grote houten luifel op vier<br />

rijk versierde houten kolommen. Op het platte dak van<br />

de luifel is een balkon met houten leuning.<br />

De interieurindeling is vrijwel intact. Vermeldenswaardig<br />

zijn de kleine voorhal met lambrisering in<br />

groen geglazuurde tegeltjes, de Herenkamer met<br />

houten balken die rusten op consoles in de vorm<br />

van mensenhoofden en de woonkamer met haard<br />

en schoorsteenmantel.<br />

This detached villa, situated in a park-like garden,<br />

was built by order of Jan Koster, a mining engineer<br />

and liberal politician originally from Amsterdam.<br />

The property is owned by the Nivon association<br />

and serves as a house for nature lovers.<br />

Currently the villa has 35 bedrooms varying from<br />

double rooms to rooms for 6 persons. The villa also<br />

has a library, a sitting-room , a large dining hall,<br />

a recreation room with TV and a large kitchen.<br />

The villa has great cultural-historical importance as<br />

an expression of the environmental development<br />

of the Oude Mijnstreek (Old Mining District) at the<br />

beginning of the 20th century.<br />

The property is an essential part of the villa and<br />

country house-architecture at the Valkenburgerweg.<br />

The villa displays a rare architectural flawlessness of<br />

the exterior and a large part of the interior.<br />

The villa consists of two construction layers under<br />

a hipped roof and some small saddle roofs. For the<br />

roof-covering slate is used. The front roof has an<br />

arched dormer window. As building material crossbond<br />

blue and red bricks have been used. The windows<br />

are partly leaded windows with bluestone sills.<br />

The facade has been arranged symmetrically.<br />

All facade ridges are decorated with mouse-tooth<br />

brick detailing.<br />

The front door, positioned under a large wooden<br />

porch, is supported by four richly decorated wooden<br />

pillars. On top of the flat roof of the porch is a balcony<br />

with a wooden railing.<br />

The arrangement of the interior is largely intact.<br />

Worthwhile mentioning are the green-glazed tiles of<br />

the panelling of the small entrance hall, the “Herenkamer”<br />

(Gentlemen’s room) with wooden beams that are<br />

supported by consoles in the shape of human heads<br />

and the living room with fire place and mantelpiece.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KOETSHUIS<br />

Valkenburgerweg 70, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Logiesverblijf<br />

Bouwjaar: 1913<br />

Architect: Ph. Warners jr.<br />

Monumentnr.: 512743<br />

COACH HOUSE<br />

Valkenburgerweg 70, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Lodging accommodation<br />

Year of construction: 1913<br />

Architect:<br />

Ph. Warners Jr.<br />

Monument no.: 512743<br />

32<br />

In de parkachtige tuin van Villa Eikhold bevindt<br />

zich een voormalig koetshuis met dienstwoning.<br />

Het perceel bezit twee toegangspoorten geflankeerd<br />

door bakstenen kolommen bekroond met bolornamenten.<br />

De toegangspoort aan de rechterzijde heeft<br />

een kolom met naamaanduiding.<br />

Op de verbindingsmuur tussen de bakstenen kolommen<br />

bevindt zich een smeedijzeren hekwerk.<br />

Het Koetshuis heeft vooral waarde vanwege zijn<br />

typologische zeldzaamheid.<br />

Rond 1974 deed het Koetshuis al dienst als gastenverblijf.<br />

In 1984 stond de gemeente <strong>Heerlen</strong> dit<br />

gebruik niet meer toe. Pas in 1990 werd gesproken<br />

over renovatie van het Koetshuis en uiteindelijk werd<br />

het Koetshuis op 20 november 1993 feestelijk<br />

heropend als gastenverblijf van Villa Eikhold.<br />

Het Koetshuis ligt vrijstaand op een T-vormige plattegrond.<br />

De enige bouwlaag wordt afgedekt met een<br />

leien schilddak. In het rechterzijgevel- en het linkerzijgeveldak<br />

is een rechthoekige dakkapel. Het toegepaste<br />

bouwmateriaal is baksteen. De plint is in blauwe<br />

baksteen en de optrek in rode baksteen.<br />

De frontgevel is asymmetrisch ingedeeld. Het rechterdeel<br />

is vooruitspringend met een deur onder een<br />

houten luifel met smeedijzeren ophanging. In het<br />

linkerdeel bevinden zich sinds 1984 twee dubbele<br />

tuindeuren op de plek waar oorspronkelijk de inrijpoorten<br />

voor de koets waren. Aan de bovenzijde van<br />

de tuindeuren is de authentieke segmentboogvormige<br />

strek aanwezig.<br />

Aan de rechterzijgevel met twee vensters bevindt zich<br />

een klein houten bord met naamaanduiding.<br />

In the park-like garden of Villa Eikhold we find<br />

a former coach house with company house.<br />

The property has two entrance gates flanked by brick<br />

pillars crowned by spherical ornaments. The entrance<br />

gate on the right-hand side has a name designation.<br />

On top of the connecting wall between the brick<br />

pillars there is a cast-iron fencing.<br />

The “Koetshuis” is of specific importance especially<br />

because of its typological rarity.<br />

Already around 1974 the Koetshuis served as a guesthouse.<br />

In 1984 the municipality of <strong>Heerlen</strong> no longer<br />

allowed this type of utilization. Not until 1990 the<br />

renovation of the Koetshuis was a topic of discussion<br />

and eventually on the 20th of November 1993 the<br />

Koetshuis had its festive reopening as guest house<br />

of Villa Eikhold.<br />

The Koetshuis is a detached property situated on<br />

a T-shaped ground plan. Its single level has a hipped<br />

roof with a slate roof covering. There is a rectangular<br />

dormer window in both the right-hand and left-hand<br />

side roof gable. The building material used is brick.<br />

The plinth course is in blue brick and the remainder<br />

of the wall in red bricks.<br />

The facade is arranged asymmetrically. The right-hand<br />

side protrudes with a door under a wooden porch<br />

with cast-iron hinges. Since 1984 there are two French<br />

doors in the left part, at the location of the original<br />

entrance gates for the coach. Above the French doors<br />

there still is the authentic domed crested masonry<br />

arch.<br />

At the side facade with two windows there is a small<br />

wooden sign with a name designation.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA ZOMERWEELDE<br />

Valkenburgerweg 167, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoor<br />

Bouwjaar: 1913<br />

Architect: J.W. Hanrath<br />

Monumentnr.: 512794<br />

VILLA ZOMERWEELDE<br />

Valkenburgerweg 167, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Office<br />

Year of construction: 1913<br />

Architect:<br />

J.W. Hanrath<br />

Monument no.: 512794<br />

33<br />

De Hilversumse architect Hanrath is bekend van villa’s<br />

en landhuizen in het Gooi. Zijn naam wordt in één<br />

adem genoemd met architecten als Berlage (1856-<br />

1934) en De Bazel (1869-1923). Kenmerkend voor zijn<br />

stijl waren de brede bouwblokken, de hoge kappen<br />

en de luiken, ingegeven door de architectuur van<br />

boerderijen. Hij was bevriend met de familie Philips<br />

die hem heeft geïntroduceerd bij de mijndirecties.<br />

De villa is gebouwd in opdracht van W.W. Hooreman,<br />

commercieel hoofddirecteur van Oranje-Nassau<br />

Mijnen.<br />

Dit vrijstaande bouwwerk met grote tuin en een boogvormige<br />

‘oprijlaan’ lag aan een belangrijke invalsweg<br />

van <strong>Heerlen</strong>. Het pand telt twee bouwlagen en wordt<br />

afgedekt met schilddaken. Er zijn opvallende dakkapellen<br />

met gebogen frontons en vier gemetselde<br />

brede schoorstenen.<br />

In het midden van de voorgevel zit een opmerkelijk<br />

houten venster met een ovaal kozijn en een roedeverdeling<br />

als een uitstralende zon. Veel ramen hebben<br />

een grijze, hardstenen onderdorpel en een witte<br />

houten bovendorpel, net iets breder dan de gevelopening.<br />

De authentieke interieurindeling met houten paneeldeuren<br />

is vrijwel in tact gebleven. De centrale hal heeft<br />

een hoge lambrisering. De grote schouw met houten<br />

schoorsteenmantel en haardlijst is bekleed met keramische<br />

tegeltjes. De bibliotheek op de eerste verdieping<br />

heeft hoge eiken boekenkasten met bijzondere<br />

detaillering.<br />

De villa bezit als directeurswoning cultuurhistorische<br />

waarde als uitdrukking van de hiërarchische verhoudingen<br />

in de tijd van de steenkolenmijnen.<br />

Na de sluiting van de mijnen is het gebouw gebruikt<br />

als kantoor- en ontvangstruimte voor de Open<br />

Universiteit en later door Van Lanschot Bankiers.<br />

The Hilversum architect Hanrath is well known for his<br />

villas and mansions in het Gooi. His name is often<br />

bracketed together with architects such as Berlage<br />

(1856-1934) and De Bazel (1869-1923). Characteristic<br />

of his style were the broad building blocks, the high<br />

roofs and the shutters, inspired by the architecture<br />

of farms. He was on friendly terms with the Philips<br />

family who introduced him to the directors of the<br />

mining company. The villa was built by order of<br />

W.W. Hooreman, executive commercial director<br />

of Oranje-Nassau Mines.<br />

This detached construction with large garden and an<br />

arch-shaped ‘drive way’ was situated at an important<br />

approach road to <strong>Heerlen</strong>. The building has two<br />

construction layers and is covered with hipped roofs.<br />

There are remarkable dormer windows with bent<br />

tympanums and four broad brick chimneys.<br />

In the middle of the front facade there is a remarkable<br />

wooden window with an oval window frame and a<br />

framing structure in the shape of a radiant sun.<br />

Many windows have a grey, bluestone window sill<br />

and a white wooden transom, slightly wider than<br />

the facade opening.<br />

The authentic interior with wooden panel doors has<br />

remained almost completely intact. The central hall<br />

has a high panelling. The large fireplace with wooden<br />

mantelpiece and framing is coated with small ceramic<br />

tiles. The library on the first floor has high oak bookshelves<br />

with striking detailing.<br />

As a director’s residence the villa is of cultural historic<br />

value as an expression of the hierarchical relations in<br />

the days of the coal mines. After the closing of the<br />

mines the building has been used as an office and<br />

reception location for the Open University and later<br />

by Van Lanschot Bankers.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WONINGEN WELTEN<br />

De Thun 172 t/m 190, Mergelsweg 184 t/m 198, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1921<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 523281 t/m 523283<br />

HOUSES IN WELTEN<br />

De Thun 172 to 190, Mergelsweg 184 to 198, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1921<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 523281 to 523283<br />

34<br />

Deze 18 arbeiderswoningen maken deel uit van de<br />

woninggroep “Welten”, gebouwd door “Ons Limburg”<br />

voor de Woningvereniging “De Volkswoning” ten<br />

behoeve van de mijnwerkers. Zij bestaan uit drie<br />

blokken van respectievelijk vier, zes en acht woningen<br />

in een traditionele stijl. Bij de renovatie in 1986 werden<br />

onder meer de prefab dakkapellen, het dubbelglas en<br />

de geluidswerende suskasten geplaatst. De woningen<br />

zijn met het oog op het type heel zeldzaam.<br />

These 18 labourer’s cottages are part of the “Welten”<br />

group of houses built by “Ons Limburg” for the “De<br />

Volkswoning” housing association for the benefit of<br />

the miners. They consist of three blocks of respectively<br />

four, six and eight houses in a traditional style.<br />

During the renovation in 1986 the prefab dormer<br />

windows, the double glazing and the sound-proofing<br />

baffle filters were installed. With respect to their type<br />

these houses are very rare.<br />

Wat het eerste opvalt zijn de topgevels. In de spitse<br />

punt zit een gecementeerd wit vlak in de vorm van<br />

een gelijkzijdige driehoek. Dit vlak heeft vier baksteen<br />

stroken, en een langwerpig ventilatieroostertje.<br />

In het begin van de vorige eeuw waren er nog geen<br />

tekenmachines, laat staan tekenprogramma’s of een<br />

computer. De tekeningen voor deze huizen zijn<br />

gemaakt op een plank met houten tekenhaak en<br />

twee tekendriehoeken van 45 graden en 60 graden.<br />

Daarom is de architectuur uit deze tijd getypeerd<br />

door hoeken van 30, 45, 60 en 90 graden.<br />

Jan Stuyt hield van driedelingen. Het is interessant<br />

om te zien hoe bijvoorbeeld het achtblok aan de<br />

Mergelsweg is ingedeeld.<br />

De voorkeur van Stuyt voor grote vlakken, eenvoud<br />

en ononderbroken schaduwen komt tot uitdrukking<br />

in het metselwerk. De plint is begrensd door een<br />

vlakke rollaag in het gevelvlak en de strekse bogen<br />

zijn egaal opgenomen in het metselwerk boven de<br />

rechthoekige ramen. De gevels bestaan uit roodbruine<br />

bakstenen in halfsteens verband met een rode plint in<br />

kruisverband, strekken en geglazuurde dorpelsteen.<br />

The first eye-catching elements are the gable ends.<br />

In the sharp top is a cemented white surface in the<br />

shape of an equilateral triangle. This surface has four<br />

brick strips and an oblong register.<br />

At the beginning of last century there were no<br />

drawing machines yet, let alone drawing programs<br />

or a computer. The drawings for these houses have<br />

been made on a plank with a wooden T-square and<br />

two setsquares of 45 degrees and 60 degrees.<br />

This is why the architecture of those days is characterized<br />

by angles of 30, 45, 60 and 90 degrees.<br />

Jan Stuyt loved tripartitions. It is interesting to see<br />

how for example the octagon at the Mergelsweg<br />

has been subdivided.<br />

Stuyt’s preference for large surfaces, simplicity and<br />

uninterrupted shadows is expressed in the masonry.<br />

The plinth is bounded by a flat brick-on-edge coping<br />

in the facade surface and the stretcher arches have<br />

been included smoothly in the masonry above the<br />

rectangular windows. The facades consist of stretching<br />

bond red-brown brick with a red plinth in<br />

cross bond, flat arches and glazed thresholds.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WELTERMOLEN<br />

Welterkerkstraat 2, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoor en graanmolen<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21274<br />

WELTERMOLEN<br />

Welterkerkstraat 2, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Office and corn mill<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21274<br />

35<br />

De Weltermolen wordt voor het eerst genoemd<br />

in een akte uit 1381 en is altijd het eigendom geweest<br />

van het huis Strijthagen in Welten. De eerste bekende<br />

molenaar is Alexander van der Bruggen die in 1443<br />

de molen in ‘leen’ kreeg van de “Vrouwe van Welten”.<br />

Het gebouw bestaat uit een langgerekt bakstenen<br />

deel van één verdieping. De vierkante, drie verdiepingen<br />

tellende toren met windvaan in de vorm van<br />

een karper is 17 e eeuws.<br />

The Weltermolen is first mentioned in a deed from<br />

1381 and has always been the property of the House<br />

of Strijthagen in Welten. The first known miller is<br />

Alexander van der Bruggen who received the fiefdom<br />

of the mill from the “Vrouwe van Welten” in 1443.<br />

The building consists of a long-drawn-out brick part<br />

of one floor. The square three-storey tower with the<br />

weather vane in the shape of a carp is from the 17th<br />

century.<br />

De molen is een banmolen geweest voor de aan het<br />

huis Strijthagen leenplichtige boeren. Dat wil zoveel<br />

zeggen dat deze boeren verplicht waren hun molenwerkzaamheden<br />

tegen betaling uit te laten voeren<br />

in deze molen.<br />

Sinds de tweede helft van de 18 e eeuw is het gebrek<br />

aan water een probleem voor de molen. Tijdens droge<br />

zomers kon er niet meer dan 360 liter graan gemalen<br />

worden.<br />

Momenteel duurt het na één maaldag ongeveer een<br />

week voordat de Weltervijver weer voldoende op peil<br />

is om de nodige stuwkracht te verzorgen. Het gebouw<br />

is in de jaren negentig geheel gerestaureerd. De molen<br />

met schoepenrad dat twee koppels maalstenen<br />

aandrijft, wordt nog regelmatig opengesteld voor het<br />

publiek.<br />

De Weltermolen was op 11 september 1944 het decor<br />

van een dramatisch schietincident. Een aantal personen<br />

stond bij de ingang van de molen om een portie<br />

meel in ontvangst te nemen. Zonder waarschuwing<br />

vooraf begonnen de Duitsers pardoes op ‘de verboden<br />

samenscholing’ te schieten. De onder vuur<br />

genomen burgers vluchtten hals over kop alle<br />

kanten op. Er viel een dode en drie mensen raakten<br />

gewond.<br />

The mill used to be a ban mill for the farmers who<br />

were vassals of the House of Strijthagen. In other<br />

words, these farmers were obliged to have their<br />

milling activities performed in this mill while being<br />

charged for it.<br />

Since the second half of the 18th century the lack of<br />

water has been a problem for the mill. During dry<br />

summers no more than 360 litres of grain could be<br />

ground.<br />

Nowadays it takes approximately one week after each<br />

day of grinding that the Weltervijver (Welter pond)<br />

has regained a sufficient water level for providing<br />

the necessary thrust. During the nineties the entire<br />

building was renovated. The mill with its paddle wheel<br />

which drives two sets of millstones, is still frequently<br />

opened for the public.<br />

The Weltermolen was the setting of a dramatic<br />

shooting incident on September 11, 1944. A number<br />

of people stood at the entrance of the mill to receive<br />

a portion of flour. Without warning, the Germans<br />

began to shoot ‘the forbidden gathering’. The civilians<br />

under attack fled headlong in all directions. One<br />

person didn't survive and three persons got injured.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HERENHUIS STRIJTHAGEN<br />

Welterkerkstraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 16 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21273<br />

STRIJTHAGEN MANSION<br />

Welterkerkstraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 16th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21273<br />

36<br />

Het huis Strijthagen in de wijk Welten, staat aan<br />

de rand van het dal van de Geleenbeek waaraan<br />

de Weltermolen gelegen is. Jonkers Van Strijthagen<br />

uit de linie Van Oersfeld moeten er in de 14 e eeuw<br />

hebben gewoond.<br />

The Strijthagen mansion in the Welten quarter is<br />

located on the edge of the valley of the Geleenbeek<br />

where the Weltermolen is situated. The Van Strijthagen<br />

squires from the Van Oersfeld line are supposed to<br />

have lived there in the 14th century.<br />

Het huidige huis, dat ook wel Strijthagenshof<br />

genoemd wordt, zou gebouwd zijn op de plek 250<br />

meter ten noordwesten van het kasteel, waar nu geen<br />

spoor meer van terug te vinden is. Het oudste deel<br />

van het huidige herenhuis is de kelder die volledig<br />

is opgetrokken uit Kunradersteen.<br />

Halverwege de 15 e eeuw lijkt het goed versnipperd te<br />

raken en worden er meerdere en veel verschillende<br />

eigenaren vermeld in de archieven. Waarschijnlijk<br />

meteen na de aankoop door Johan de Root in 1709<br />

werd het gebouw inpandig verbouwd waarbij de huidige<br />

trap werd gebouwd. Rond 1860 werd het pand<br />

wederom, maar nu ingrijpend, verbouwd tot een<br />

eclectische villa.<br />

Aan het eind van de 19 e eeuw werd het huis aangekocht<br />

door de familie Hennen die het huis in 1969<br />

verkocht aan de familie Akkerman-van Soest. Deze<br />

familie heeft het huis aan de buitenkant gerestaureerd<br />

en de binnenkant gemoderniseerd.<br />

Wat vooral opvalt is de witgekeimde symmetrische<br />

frontgevel aan de oostzijde, de gevelankers en<br />

de houten luiken. De raamopeningen hebben zesen<br />

acht-ruits vensters en segmentbogen. Het monumentale<br />

balkon boven de hoofdentree steunt op twee<br />

klassieke zuilen en heeft een balustrade met balusters<br />

uitgevoerd in mergelkleurige steen. De midden risaliet<br />

heeft een bekroning in de vorm van driehoekig fronton<br />

met een rond raam dat uitkijkt op de Weltervijver.<br />

The current residence, also referred to as “Strijthagenshof”,<br />

is said to have been built on the site 250 metres<br />

northeast of the castle, of which no evidence can<br />

be found nowadays. The oldest part of the current<br />

mansion is the cellar which has been entirely built<br />

from Kunrader stone.<br />

In the middle of the 15th century the estate seems to<br />

fall apart and several and many different owners are<br />

reported in the archives. Probably immediately after<br />

the acquisition by Johan de Root in 1709 the building<br />

was rebuilt internally and the current staircase was<br />

built. Around 1860 the building was rebuilt again,<br />

this time drastically, into an eclectic villa.<br />

At the end of the 19th century the house was bought<br />

by the Hennen family who sold the house to the<br />

Akkerman–van Soest family in 1969. This family has<br />

renovated the exterior of the building and modernized<br />

the interior.<br />

What particularly attracts attention is the white with<br />

silicate painted symmetrical front facade on the east<br />

side, the facade anchors and the wooden shutters.<br />

The window openings have six- and eight-pane<br />

windows and segment arches. The monumental<br />

balcony above the main entrance is supported by<br />

two classic columns and has a balustrade with balusters<br />

executed in marl coloured stone. The middle<br />

risalite has a crowning in the form of a triangular<br />

pediment with a round window that looks out on<br />

the Weltervijver.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE MULLENDER<br />

De Doom 22, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoorpand<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21264<br />

FARMSTEAD DE MULLENDER<br />

De Doom 22, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Office<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21264<br />

37<br />

De hoeve is een typische Limburgse carréboerderij<br />

rond een gesloten binnenplaats. De gesloten gevels<br />

bestaan gedeeltelijk uit Kunradersteen, vakwerk<br />

en baksteen.<br />

The farmstead is a typical Limburg square farm<br />

around an enclosed inner courtyard. The blind facades<br />

consist partly of Kunrader stone, a half-timbered<br />

construction and brick.<br />

Opvallend is het naar alle kanten overstekend dak<br />

zonder goten met aan de zuidzijden een fries. Hieruit<br />

blijkt dat de hoeve oorspronkelijk met stro was gedekt<br />

en in vakwerk was opgetrokken. De vakken bestonden<br />

uit korte stokken en twijgen, die met leem waren<br />

bedekt.<br />

In de gevels treffen we de jaarankers “1792” en “1789”<br />

aan. Beide zijn jaartallen waarin waarschijnlijk<br />

toevoegingen of verbouwingen aan het complex<br />

hebben plaatsgevonden.<br />

In de loop der tijd is de hoeve geheel door moderne<br />

bebouwing ingesloten. Hierdoor is de oorspronkelijke<br />

landschappelijke context van het pand niet goed meer<br />

te zien. Duidelijk is dat de Mullender aan de voet van<br />

de helling naar de Welterberg of Kunderberg lag.<br />

De oude boerderij ligt wat naar voren geschoven<br />

ten opzichte van de nieuwe rooilijn. Haar dominante<br />

aanwezigheid toont nog steeds hoe de rigoureuze<br />

uitbreidingsplannen van de jaren zestig, in een storm<br />

van protest tegen de beschadiging van het pittoreske<br />

dorp Welten, zijn blijven steken.<br />

De nog aanwezige luiken en de grote rondboogvormige<br />

poort maken het agrarische verleden onmiskenbaar<br />

duidelijk. Door een grondige restauratie<br />

verkeert de hoeve in een goede staat. Een tijdlang<br />

had zij de functie van woonhuis. Tegenwoordig wordt<br />

de hoeve meer gebruikt als kantoorpand.<br />

A striking feature is the gutter-less roof that projects<br />

to all sides with a frieze on the southsides. This shows<br />

that the farmstead originally had a thatched roof and<br />

a half-timbered wall construction. The squares consisted<br />

of short sticks and twigs that were loam-covered.<br />

On the facades we find wall ties indicating “1792” and<br />

“1789”. Both are years in which probably extensions<br />

or reconstructions of the complex took place.<br />

In the course of time the farmstead has been fully<br />

enclosed by modern buildings. As a result the original<br />

environmental context of the property can no longer<br />

be seen clearly. It is obvious that the Mullender was<br />

situated at the bottom of the slope towards the<br />

Welterberg or Kunderberg.<br />

The old farmstead is positioned slightly more forwardly<br />

with regard to the new building alignment.<br />

Its dominant presence still shows how the rigorous<br />

development plans of the sixties have remained<br />

incomplete, after a storm of protest against the<br />

damage to the picturesque village of Welten.<br />

The still present hatches and the large arch-shaped<br />

gate are the undeniable indicators of an agricultural<br />

past. As a result of a thorough renovation the farmstead<br />

is in a good condition. For some time it served<br />

as a residence. Nowadays the farmstead has become<br />

more of an office building.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HERENHUIS<br />

De Doom 44, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21265<br />

MANOR<br />

De Doom 44, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21265<br />

38<br />

Het huidige pand staat op een haakvormige<br />

plattegrond die de binnenhof van de hoeve afschermt<br />

en de hoek van De Doom en De Lirp accentueert.<br />

Op de verdieping zijn zeven kleine vierruitsvensters.<br />

De voorgevel is witgeverfd. De grote houten poorten<br />

en de raamomrandingen zijn opvallend blauw.<br />

De schuine daken zijn gedekt met rode keramische<br />

dakpannen.<br />

Voor het pand staat een wegkruis met houten corpus<br />

uit de 19 e eeuw.<br />

De Doom 44 maakte deel uit van de U-vormige<br />

boerenhoeve met schuren, een bakhuis, stallen en<br />

woningen. Een van de woningen lag bij de aanleg<br />

van de Lirp letterlijk in de weg en is gesloopt.<br />

Bij het wegkruis begon destijds een holle weg die<br />

uitkwam bij de Mariakapel aan de Mergelsweg (1954).<br />

Het naastgelegen pand De Lirp 42 stond in het begin<br />

van de jaren zeventig bekend als De Doom 42 en had<br />

evenals de naastgelegen schuur (De Doom 48) en het<br />

herenhuis (De Doom 44) de status van rijksmonument.<br />

Door een administratieve fout is dit pand niet<br />

meer in de lijst van rijksmonumenten vermeld.<br />

De huidige functie is tweeledig: architectenbureau<br />

Theo Teeken en een woonhuis. In De Doom is het<br />

kantoor gevestigd geweest van de Limburgse<br />

architect en kunstenaar Laurens Bisscheroux<br />

(1934-1997).<br />

De Doomgroep, een gezelschap kunstenaars uit<br />

de literatuur, schilderkunst, beeldhouwkunst,<br />

fotografie en architectuur, organiseerde in De Doom<br />

exposities en manifestaties van allerlei culturele aard.<br />

The current building is located at a hook-shaped<br />

floorplan which screens off the courtyard of the<br />

farmstead and accentuates the corner of De Doom<br />

and De Lirp. On the first floor there are seven small<br />

windows each containing four paned windows.<br />

The frontside is painted white. The large wooden<br />

gates and the window frames are strikingly blue.<br />

The sloping roofs are covered with red ceramic<br />

rooftiles.<br />

In front of the house there is a road cross with<br />

a wooden corpus from the 19th century.<br />

De Doom 44 was part of the U-shaped farmstead with<br />

barns, a bakery, stables and houses. When the Lirp<br />

was constructed one of these houses literally stood in<br />

the way and was torn down. In those days the road<br />

cross was the starting point of a sunken lane that<br />

ended at the chapel of Mary at the Mergelsweg (1954).<br />

At the beginning of the seventies the adjacent building<br />

De Lirp 42 was known as De Doom 42 and, just<br />

like the adjacent barn (De Doom 48) and the manor<br />

(De Doom 44) had the status of national monument.<br />

However, because of an administrative error this<br />

building is no longer on the list of national monuments.<br />

Its current function is bifold: architects’ firm Theo<br />

Teeken and a residence. De Doom accommodated<br />

the office of the Limburg architect and artist Laurens<br />

Bisscheroux (1934-1997).<br />

The Doom group, an artists’ society focussing on<br />

literature, painting, sculpture, photography and<br />

architecture, organized expositions and all sorts<br />

of cultural manifestations in De Doom.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HUYS DE DOHM<br />

De Doom 48, 50, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 14 e en 17 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21266<br />

DE DOHM HOUSE<br />

De Doom 48, 50, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 14th and 17th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21266<br />

39<br />

Het huidige complex De Doom dateert van na de<br />

verwoesting van 1673. Het L-vormige herenhuis heeft<br />

een oppervlakte van ongeveer 360 m 2 en omvat zeven<br />

kamers, waarvan vier slaapkamers. Een van de vleugels<br />

is voorzien van een mergelstenen trapgevel.<br />

De kelders hebben nog fundamenten uit de 14 e eeuw.<br />

Waarschijnlijk is het landgoed nog ouder. Dit blijkt ook<br />

uit de naam, die is afgeleid van het Latijnse woord<br />

domus, dat huis betekent.<br />

In 1155 schonk Willem van Wilré zeven hectare land<br />

te Welten aan de abdij Kloosterrade. In 1378 werd het<br />

adellijke goed “De Dohm” of “De Alsterhof” genoemd.<br />

In 1546 verkocht Jan van Wilré De Dohm aan Librecht<br />

II van Hulsberg (Heer van Schaloen, Heer van Herten<br />

en Meldert). Kort na 1611 kwam het kasteel door een<br />

huwelijk in bezit van de familie Schellart van Obbendorf.<br />

Het huis werd tijdens de oorlog met Frankrijk<br />

(rampjaar 1672) verwoest en weer opgebouwd.<br />

Bij de herbouw werden alle gevels in baksteen opgetrokken.<br />

Vanaf dat moment tot de Franse bezetting<br />

in 1793 draagt het huis in oude geschriften de naam<br />

kasteel. De Doom werd in 1878 door brand verwoest<br />

en herbouwd.<br />

In het begin van de 19 e eeuw was het hele huis met<br />

een gracht omgeven, met uitzondering van de zijde<br />

naar de voorburcht. Tegenwoordig zijn herenhuis en<br />

bijgebouwen in particulier bezit en is gedeeltelijk<br />

de sjiekere naam “Huys de Dohm” weer ingevoerd.<br />

Huys de Dohm is onlosmakelijk verbonden met<br />

de tuinen van Ineke Greve. In binnen- en buitenland<br />

geprezen. Zij heeft in dertig jaar tijd op de bijna<br />

6.000 m 2 , 16 tuinen gecreëerd die toch één geheel<br />

vormen. Het levenswerk van een binnenhuisarchitecte<br />

die buiten aan de slag ging.<br />

The current complex De Doom dates from after the<br />

destruction in 1673. The L-shaped manor has an area<br />

of app. 360 m2 and contains seven rooms, four of<br />

which are bedrooms. One of the wings is provided<br />

with a marl stone step-gable. The cellars still have the<br />

14th century foundations. Probably the estate is even<br />

older. This is also evidenced by its name which comes<br />

from the Latin word ‘domus’, meaning ‘house’.<br />

In 1155 Willem van Wilré donated seven hectares of<br />

land in Welten to the abbey of Kloosterrade. In 1378<br />

the noble property was called “De Dohm” or “De<br />

Alsterhof”. In 1546 Jan van Wilré sold De Dohm to<br />

Librecht II of Hulsberg (Lord of Schaloen, Lord of<br />

Herten and Meldert). Shortly after 1611 the castle came<br />

into the possession of the Schellart van Obbendorf<br />

family through marriage. During the war with France<br />

(the year of disaster 1672) the house was destroyed<br />

and rebuilt again.<br />

During the process of rebuilding all facades were built<br />

of brick. From that moment until the French occupation<br />

in 1793 the old manuscripts refer to the house as<br />

‘castle’. De Doom was destroyed by fire in 1878 and<br />

rebuilt again.<br />

In the beginning of the 19th century the entire house<br />

was surrounded by a moat with the exception of the<br />

side towards the outer fort. Today the manor and<br />

outbuildings are private property and to a certain<br />

extent the more stylish name “Huys de Dohm” has<br />

been reinstated.<br />

Huys de Dohm is inextricably bound up with the<br />

gardens of Ineke Greve. Acclaimed nationally and<br />

internationally. In a timespan of thirty years she<br />

created 16 separate gardens that still form a unity<br />

on the almost 6.000 m2 . The magnum opus of an<br />

interior designer and decorator who set to work<br />

outdoors.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE ROUSCH<br />

Kloosterkensweg 17, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Restaurant<br />

Bouwjaar: 1859 (grotendeels)<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21267<br />

FARMSTEAD DE ROUSCH<br />

Kloosterkensweg 17, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Restaurant<br />

Year of construction: 1859 (for the greater part)<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21267<br />

40<br />

In 1381 werd Reinier van den Esschen beleend met<br />

het leengoed hoeve De Rousch en in 1389 Reinier<br />

van den Nieuwenborch. In de 16 e en 17 e eeuw was<br />

de hoeve achtereenvolgens in bezit van de families<br />

Van Bensenraedt en Van Schwartzenberg. Zij werd<br />

vroeger ook “In ghen Broek” of “Wildenbroek” genoemd,<br />

vanwege haar ligging in moerassig gebied.<br />

De Rousch was ooit een kloosterhoeve. Monniken<br />

ontgonnen de gronden waarop De Rousch nu staat.<br />

De naam De Rousch is ontleend aan het ruisende<br />

water van de Geleenbeek, die langs de hoeve stroomt<br />

of aan het ruisen van de bladeren van de bomen,<br />

die langs de beek staan.<br />

De grote bakstenen hoeve om een gesloten binnenplaats<br />

is schilderachtig gelegen tegen de helling van<br />

het Geleendal. Het huidige gebouw dateert uit 1859.<br />

Dit blijkt uit de sluitsteen met dit jaartal boven de drie<br />

ellipsboogpoorten.<br />

Tot 1963 leefden en werkten herenboeren op De<br />

Rousch. De bouw van het in de nabijheid gelegen<br />

ziekenhuis maakte een eind aan de agrarische traditie.<br />

De hoeve heeft al meer dan vijftig jaar, onder de naam<br />

Auberge De Rousch, de functie van restaurant.<br />

In 1998 is door Teeken Beckers Architecten BV een<br />

uitbreiding tot stand gebracht die een heldere, zich<br />

van het bestaande gebouw onderscheidende architectuur<br />

laat zien. De wintertuin wordt begrensd door<br />

een groot glazen scherm dat kan worden geopend<br />

en een schitterend uitzicht biedt op het aangrenzende<br />

beekdal. Door het transparante volume van de wintertuin<br />

blijft de authentieke vorm van de monumentale<br />

hoeve zichtbaar. Ook de bescheiden raakpunten<br />

tussen de nieuwe staalconstructie en het oude monument<br />

dragen hieraan bij. Het aluminium paviljoen is als<br />

een satelliet met een gang aan de hoeve verbonden.<br />

De wintertuin en paviljoen vormen met de hoeve een<br />

harmonisch ensemble waarbij oud en nieuw gelijkwaardig<br />

worden gerespecteerd.<br />

In 1381 Reinier van den Esschen obtained the fiefdom<br />

of farmstead De Rousch and in 1389 Reinier van den<br />

Nieuwenborch did the same. In the 16th and in the<br />

17th century the farmstead came into the possession<br />

of respectively the Van Bensenraedt family and the<br />

Van Schwartzenberg family. In the early days the farmstead<br />

was also called “In ghen Broek” or “Wildenbroek”<br />

because of its situation in a swampy environment.<br />

De Rousch once was a monastery farm. Monks cultivated<br />

the lands on which De Rousch is now situated.<br />

The name De Rousch is derived from the gurgling<br />

sound of the Geleenbeek, which runs alongside<br />

the farmstead or from the rustling of the leaves of<br />

the trees that grow alongside the brook.<br />

The large brick farmstead with its enclosed courtyard<br />

is picturesquely situated against the slopes of the<br />

Geleendal. The current building dates from 1859.<br />

This is shown by the keystone with this year above<br />

the three elliptical arch gates.<br />

Until 1963 gentleman farmers lived and worked at<br />

De Rousch. The construction of the hospital in the<br />

near vicinity put an end to this agricultural tradition.<br />

For more than fifty years now, under the name of<br />

Auberge De Rousch, the farmstead has had the<br />

function of a restaurant.<br />

In 1998 Teeken Beckers Architecten BV realized an<br />

expansion that shows a clear architecture that distinguishes<br />

itself from the existing building. The winter<br />

garden is bordered by a large glass screen that can be<br />

opened and offers a magnificent view of the adjoining<br />

brook valley. Due to the transparent volume of the<br />

winter garden, the authentic form of the monumental<br />

farm remains visible. The modest points of contact<br />

between the new steel structure and the old monument<br />

also contribute to this. The aluminum pavilion<br />

is connected to the farm as a satellite with a corridor.<br />

The winter garden and pavilion form a harmonious<br />

ensemble with the farm, where old and new are<br />

respected equally.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


IMSTENRADERHOF<br />

Imstenrade 2, 3, 4, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning en kantoor<br />

Bouwjaar: 1910<br />

Architect: H. van Massenhove<br />

Monumentnr.: 512753, 512754, 512815<br />

IMSTENRADE FARM<br />

Imstenrade 2, 3, 4, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence and office<br />

Year of construction: 1910<br />

Architect:<br />

H. van Massenhove<br />

Monument no.: 512753, 512754, 512815<br />

41<br />

De hof bestaat uit een haaks patroon van boerderijbouw,<br />

woonhuizen, bedrijfsruimten en stallen.<br />

Het woongedeelte van de boerderij heeft een langwerpige<br />

plattegrond, afgedekt door een zadeldak<br />

met wolfseinden. In de zuidgevel zijn topgevels aangebracht<br />

die met een driehoekig houten raamwerk<br />

boven het dakvlak uitsteken. Het dak is gedekt met<br />

Tuiles du Nord. De entree heeft een granitovloertje<br />

met in mozaïek de naam: Hof Imstenrade.<br />

The farm complex consists of a hook pattern of farmhouses,<br />

residences, working accommodations and<br />

stables. The residential part of the farm has an elongated<br />

floorplan, covered by a saddle roof with snubnosed<br />

gables. On the south facade gable ends have<br />

been implemented and their triangular wooden frameworks<br />

protrude from the roof surface. The roof is<br />

covered by Tuiles du Nord. The entrance has a granite<br />

floor with in mosaic the name: Hof Imstenrade.<br />

Het bedrijfsgebouw staat loodrecht op het woongedeelte.<br />

Karakteristiek is het contrast tussen het<br />

roodbruine metselwerk en de speklagen, sluitstenen<br />

en aanzetstukken van lichtgele mergelsteen.<br />

Het patroon van doorlopende banden is consequent<br />

doorgezet in de omlijstingen van de gevelopeningen.<br />

De vier uitstekende topgevels lijken op die van het<br />

woongedeelte. Verder zijn er rechthoekige houten<br />

poorten.<br />

Hier stonden in de 17 e eeuw twee hoeves, waarvan<br />

de oudste al dateert uit 1359. In 1906 werden de<br />

hoeves gekocht door de Antwerpse reder Frans<br />

Schepens, hij moderniseerde de huidige hoeve tot<br />

modelboerderij en bouwde er een watertoren bij.<br />

De andere hoeve werd afgebroken en op die plaats<br />

staat nu het buitenhuis. De bouwstijl heeft elementen<br />

van de romantiserende Chaletstijl waarin men het<br />

verlangen naar het boerenbergland kan lezen.<br />

Frappant zijn de rood geschilderde dakgoten, boeiboorden,<br />

consoles, gootklossen, windveren en dakspanten.<br />

Kenmerkend voor de watertoren zijn de<br />

stalen profielen opgevuld met metselwerk, in combinatie<br />

met horizontale natuursteenbanden. Dit maakt<br />

dit complex tot een toonbeeld van oude traditie en<br />

nieuwe techniek dat zich rond de eeuwwisseling op<br />

vele plaatsen manifesteert. Aan de straatzijde sluit<br />

een smeedijzeren toegangshekwerk tussen bakstenen<br />

kolommen en een ezelsrug het complex.<br />

The working accommodations are at right angles<br />

to the residential part. Characteristic is the contrast<br />

between the red-brown masonry and the string<br />

courses, keystones and extensions of light yellow<br />

marlstone. The pattern of continuous bands has been<br />

continued consistently in the frames of the facade<br />

openings. The four protruding gable ends resemble<br />

those of the residential part. There are also rectangular<br />

wooden gates.<br />

In the 17th century there were two farmsteads at this<br />

location of which the eldest already dates from 1359.<br />

In 1906 the farmsteads were bought by the Antwerp<br />

shipowner Frans Schepens, he modernised the presentday<br />

farmstead into a model farm and built an additional<br />

water tower. The other farmstead was torn down<br />

and at that location we now find the country house.<br />

The building style has elements of the romanticized<br />

Chalet-style which reveals a longing for alpine farming.<br />

Striking are the red painted roof gutters, fasciae,<br />

consoles, cornice brackets, verges and rafters.<br />

Characteristic elements of the water tower are the<br />

steel profiles filled with masonry, in combination with<br />

horizontal natural stone bands. All of this makes this<br />

complex a paragon of old tradition and new technology<br />

which manifests itself at many places around the<br />

turn of the century. On the street side the complex is<br />

closed by a cast-iron fencing placed between brick<br />

columns and an ogee arch.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA IMSTENRADE<br />

Imstenrade 5, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning en kantoor<br />

Bouwjaar: 1909<br />

Architect: H. van Massenhove<br />

Monumentnr.: 512751, 512752<br />

VILLA IMSTENRADE<br />

Imstenrade 5, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence and office<br />

Year of construction: 1909<br />

Architect:<br />

H. van Massenhove<br />

Monument no.: 512751, 512752<br />

42<br />

Het kasteelachtige huis is gebouwd als buitenverblijf<br />

in opdracht van de Antwerpse reder Frans Schepens.<br />

De stijl is eclectisch, dat wil zeggen dat de architectonische<br />

elementen zijn gekozen uit verschillende<br />

stijlperioden.<br />

The castle-like house was built as a country house<br />

by order of the Antwerp shipowner Frans Schepens.<br />

Its style is eclectic which means that the architectonic<br />

elements have been selected from different style<br />

periods.<br />

De erker heeft een hardstenen basement met vier<br />

rechthoekige keldervensters, natuurstenen hoekpilasters<br />

en een plat dak met consoles. De vensters<br />

zijn gescheiden door kleinere pilasters met kapitelen.<br />

Boven de vensters en dakkapellen die uitkijken op<br />

het dal, werden klassieke driehoekige en segmentboogvormige<br />

frontons aangebracht.<br />

De windvaan is gesmeed in de vorm van een schip.<br />

Sommige ramen hebben een originele 5-ruitsindeling.<br />

Verder is gebruik gemaakt van stijlelementen uit<br />

de neorenaissance: rode bakstenen gevels met<br />

horizontale roomkleurige banden in kalksteen.<br />

Het geheel staat op een blauwstenen rusticaplint,<br />

dat taps toeloopt.<br />

De torenachtige westhoek heeft een groot samengesteld<br />

venster met een liggende ellipsboog en een<br />

hoge torenspits met lantaarn. Deze opzet geeft de<br />

zuidgevel een asymmetrische ordening. In 1943 werd<br />

het oorspronkelijke dak door brand verwoest.<br />

Architect Swinkels uit Maastricht was verantwoordelijk<br />

voor het herstel van het dak. Daarbij werd de spits<br />

minder imposant herbouwd.<br />

De parkachtige tuin dateert uit 1928 en is eveneens<br />

als monument beschermd en heeft een ovaal padenpatroon.<br />

In het centrale deel bevindt zich een langgerekte<br />

vijver met een stenen brug. Om zijn vrouw<br />

een beter uitzicht op het Geleendal te bezorgen, liet<br />

de opdrachtgever een heuvel die dat uitzicht belemmerde<br />

gedeeltelijk afgraven.<br />

Er is een rijk gedecoreerde entree met natuurstenen<br />

omlijsting. Het bovenlicht heeft een smeedijzeren<br />

rooster met de initialen S F.<br />

The bay window has a bluestone foundation with four<br />

rectangular basement windows, natural stone corner<br />

pilasters and a flat roof with consoles. The windows<br />

are separated by smaller pilasters with capitals.<br />

Above the windows and dormer windows that look<br />

out on the valley, classical triangular and arch-shaped<br />

frontons were installed.<br />

The wind vane is cast in the shape of a ship. Some<br />

windows have an original 5-pane division. Also Neo-<br />

Renaissance style elements were used: red brick<br />

facades with horizontal cream-coloured limestone<br />

bands. All of it is placed on a bluestone tapering<br />

rustic plinth.<br />

The tower-like west corner has a large compound<br />

window with a horizontal ellipse and a high spire with<br />

a lantern. This arrangement gives the south facade an<br />

asymmetrical composition. In 1943 the original roof<br />

was destroyed by fire. Architect Swinkels from Maastricht<br />

was responsible for the restoration of the roof.<br />

During this process the spire was rebuilt in a less<br />

impressive style.<br />

The park-like garden dates from 1928 and it is also<br />

a protected monument and has an oval pathway<br />

pattern. There is an elongated pond with a stone<br />

bridge in the central part. In order to let his wife have<br />

a better view of the Geleendal, the owner had the hill<br />

partly levelled because it hindered that view.<br />

There is a richly decorated entrance with a natural<br />

stone frame. The transom window has a cast-iron<br />

grid with the initials S F.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA VAN SLOBBE<br />

Zandweg 122, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1961-1963<br />

Architect: G.T. Rietveld<br />

Monumentnr.: 532196<br />

VILLA VAN SLOBBE<br />

Zandweg 122, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1961-1963<br />

Architect:<br />

G.T. Rietveld<br />

Monument no.: 532196<br />

43<br />

Het huis werd, samen met Joan van Dillen en Jan van<br />

Tricht, ontworpen voor Bart van Slobbe (1915-1994).<br />

Hij wenste een niet pompeus, representatief huis<br />

met voldoende vertrekken voor zijn grote gezin.<br />

Het is opgebouwd uit kubische modules van 4,8 meter<br />

en een witgeverfd betonskelet ingevuld met<br />

geglazuurde baksteen.<br />

The house was designed, together with Joan van<br />

Dillen and Jan van Tricht, for Bart van Slobbe (1915-<br />

1994). He wanted a non-pompous, representative<br />

house with sufficient rooms for his large family.<br />

It was constructed out of cubic modules of 4.8 metres<br />

and a white painted concrete skeleton filled up with<br />

glazed brick.<br />

Op de eerste verdieping is de woonruimte met<br />

keuken, bijkeuken en eethoek, een studeerkamer en<br />

een ontvangst- en vergaderruimte. Boven zijn drie<br />

dubbele en vier enkele slaapkamers. Het grote balkon<br />

op de tweede verdieping vormt aan de zuidhoek van<br />

de woonkamer een ruim overstek dat als zonnewering<br />

fungeert.<br />

De heuvelachtige omgeving heeft tot unieke architectuur<br />

geleid. Het is bovendien met 16 vertrekken en<br />

2.060m 3 het grootste woonhuis dat Rietveld ooit heeft<br />

gemaakt. Het hoogteverschil is benut om de woonkamer<br />

aan te sluiten op het hoogste punt en de entree<br />

op niveau -1 te verbinden met het laagste punt.<br />

De verschillende volumes met terrassen verschaffen<br />

het huis een plastisch karakter. Duidelijk is te zien hoe<br />

de vormgeving is teruggebracht tot elementaire<br />

beeldende middelen, zoals horizontale en verticale<br />

lijnen en vlakken, kenmerkend voor “De Stijl”. Grote<br />

vensters in stalen kozijnen gaven een wel haast<br />

onbeperkt uitzicht.<br />

Het is even zoeken om dit enige Rietveld huis in<br />

Limburg te vinden. Het panorama van toen is nu<br />

volledig dicht gegroeid. Van Slobbe was directeur<br />

van de N.V. Laura en Vereeniging in Eygelshoven en<br />

voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken<br />

voor de Mijnstreek, van de Vereniging der Particuliere<br />

Mijnen en van de regenten in het Kerkraadse Sint<br />

Jozef ziekenhuis. Hij gebruikte zijn huis ook als<br />

vergaderplaats.<br />

On the first floor there is the living space with kitchen,<br />

utility room and dinette, a study and a reception and<br />

meeting room. Upstairs there are three double and<br />

four single bedrooms. The large balcony on the<br />

second floor creates a spacious overhang for the<br />

south corner of the living room and serves as an<br />

awning.<br />

The hilly environment has resulted in a unique architecture.<br />

Furthermore, with its 16 rooms and 2,060m3<br />

it is the largest residence that Rietveld has ever<br />

created. The difference in height has been used to<br />

have the living room linked with the highest point<br />

and the entrance at level -1 with the lowest point.<br />

The different volumes with terraces provide the house<br />

with an expressive character. It is clear to see how<br />

the form has been reduced to primary evocative<br />

means, such as horizontal and vertical lines and<br />

surfaces, characteristic for “De Stijl”. Large windows in<br />

steel window frames provided a nearly unlimited view.<br />

It takes some time to find this only Rietveld house<br />

in Limburg. The then panorama has now been fully<br />

overgrown. Van Slobbe was director of the N.V. Laura<br />

& Vereeniging in Eygelshoven and chairman of the<br />

Chamber of Commerce and Industry for the Mining<br />

District, of the Vereniging der Particuliere Mijnen<br />

(Association of Private Mines) and of the governors of<br />

the Saint Joseph hospital in Kerkrade. He also used his<br />

house as a meeting place.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VROEDVROUWENSCHOOL<br />

Parc Imstenrade 3 t/m 43, 44 t/m 130, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Wonen en zorg<br />

Bouwjaar: 1920-1930<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 512703, 506441<br />

SCHOOL FOR MIDWIFERY<br />

Parc Imstenrade 3 to 43, 44 to 130, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence and care<br />

Year of construction: 1920-1930<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 512703, 506441<br />

44<br />

Na een hevige concurrentiestrijd kreeg <strong>Heerlen</strong> de<br />

kweekschool voor vroedvrouwen ‘St. Elisabeth’, annex<br />

kliniek voor verloskunde en vrouwenziekten van Zuid-<br />

Nederland toegewezen. In 1912 ontwierp architect Jan<br />

Stuyt een vroedvrouwenschool annex directeurswoning<br />

aan de Akerstraat. Die was al gauw te klein door<br />

de explosieve groei van de mijnstreek. Hij ontwierp<br />

daarna een veel groter complex met een verblijfsgebouw,<br />

een schoolgebouw, een directeurswoning<br />

een zogenaamd economiegebouw (voor o.a. wasserij<br />

en ketelhuis) inclusief schoorsteen en een kapel.<br />

De hoofdgebouwen kregen een opvallende langgerekte<br />

E-vorm tussen de aloude Zandweg en het Imstenraderbos.<br />

Kenmerkend is de symmetrische rangschikking<br />

van de bouwmassa’s, de hiërarchische driedeling<br />

van het hoofdgebouw met een vooruitspringende<br />

vleugel en een lantaarn (torentje) midden op het dak.<br />

De bakstenen gevels hebben hoeklisenen met blokmotieven<br />

in natuursteen.<br />

Rechts van de grote ronde poort, is op 25 september<br />

1925, de eerste steen gelegd door Koningin Wilhelmina.<br />

Boven deze poort is een medaillon aangebracht<br />

waarop een moeder met kind zijn afgebeeld. Veel<br />

details zijn karakteristiek voor Stuyt: de reeksen dakkapellen<br />

met driehoekige en rondboogvormige frontons,<br />

een fries en sluitstenen versierd met stuiters.<br />

De Vroedvrouwenschool verhuisde in 1993 naar een<br />

nieuw gebouw in Kerkrade. De opleiding tot vroedvrouw<br />

of verloskundige is tegenwoordig ondergebracht<br />

bij het academisch ziekenhuis in Maastricht.<br />

Aanvankelijk was de Vroedvrouwenschool geen monument.<br />

Sloop dreigde, uiteindelijk werd het monumentale<br />

pand het middelpunt van een renovatieproject<br />

voor hoogwaardige ouderenhuisvesting met een scala<br />

aan faciliteiten: Vitalis Parc Imstenrade. Wellicht heeft<br />

het feit dat meer dan 80.000 Limburgers er het<br />

levenslicht zagen hieraan bijgedragen.<br />

After a fierce competition <strong>Heerlen</strong> got allocated its<br />

training school for midwifery ‘Saint Elisabeth’, with<br />

attached the clinic for obstetrics and gynaecology for<br />

the Southern Netherlands. In 1912 the architect Jan<br />

Stuyt designed a midwifery school with attached<br />

a manager’s residence at the Akerstraat. This soon<br />

was too small because of the explosive growth of<br />

the mining district. After that he designed a much<br />

larger complex with accommodations, a school,<br />

a manager’s residence, a so-called utility building<br />

(for a.o. washery and boiler room) including chimney<br />

and a chapel.<br />

The main buildings got a striking elongated E-shape<br />

between the old Zandweg and the Imstenraderbos.<br />

Characteristic is the symmetrical arrangement of<br />

the building mass, the hierarchical threefold division<br />

of the main building with protruding wings and a<br />

lantern (tower) centred on the roof. The brick facades<br />

have corner pilasters decorated with block patterns<br />

of natural stone.<br />

On the right of the large arched gate the first stone<br />

was placed by Queen Wilhelmina on 25 September<br />

1925. Above this gate a medallion has been placed<br />

depicting a mother with child. Many details are<br />

characteristic of Stuyt: the series of dormer windows<br />

with triangular arch-shaped frontons, a freeze and<br />

keystones decorated with boulders.<br />

In 1993 the Midwifery school moved to a new building<br />

in Kerkrade. Nowadays the training for midwife or<br />

obstetrician is accommodated in the academic<br />

hospital in Maastricht. Initially the School for Midwifery<br />

was not a monument. Demolition was imminent,<br />

but in the end the monumental building became<br />

the pivotal point for a renovation project for highquality<br />

elderly housing with a wide range of facilities:<br />

Vitalis Parc Imstenrade. Maybe the fact that over<br />

80,000 Limburgers were born there has played a role.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DIRECTEURSWONING EN MANAGER’S RESIDENCE AND<br />

KAPEL CHAPEL<br />

45<br />

Zandweg 178, bij Parc Imstenrade 3, <strong>Heerlen</strong><br />

Zandweg 178 and Parc Imstenrade 3, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woonzorgvoorziening (kapel)<br />

Bouwjaar: Villa: 1920–1921 Kapel: 1934<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 512706, 512707<br />

Current function: Residential care facility<br />

(chapel)<br />

Year of construction: Villa: 1920–1921 Chapel: 1934<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 512706, 512707<br />

De directeurswoning, gebouwd voor de eerste geneesheer<br />

directeur Clemens Meuleman, vertoont<br />

diverse kenmerken van de villa’s van Stuyt. Zoals de<br />

niet al te strenge blokvorm die met ondergeschikte<br />

bouwdelen is verzacht. Hoeklissenen worden ook<br />

toegepast bij de arbeiderswoningen. Het schilddak is<br />

aan de bovenkant afgeplat. Hij had een voorkeur voor<br />

rode baksteen en uitstekende getimmerde dakgoten.<br />

The manager’s residence, built for the first medical<br />

director Clemens Meuleman, has several characteristics<br />

of the villas by Stuyt. Such as the not too strictly<br />

observed block pattern which is softened by subservient<br />

construction elements. Corner pilasters are also<br />

used in the labourers’ houses. The hipped roof has<br />

been flattened off at the top. He had a preference<br />

for red brick and protruding timber roof-gutters.<br />

De gebouwen maken deel uit van het omvangrijke<br />

neoklassieke oeuvre van Stuyt met o.a. kerken,<br />

scholen en woningen dat we op veel plaatsen in<br />

Nederland aantreffen.<br />

De verfijnde hiërarchie in de rangorde van “bovengeschikte”<br />

en “ondergeschikte” massa’s alsmede het<br />

aanbrengen van ornamenten en versierselen wordt<br />

wel gezien als een metafoor voor de rangen en<br />

standen in het sociale stelsel van toen.<br />

De kapel is in 1934 gebouwd overeenkomstig een<br />

ontwerp van Jan Stuyt en zijn zoon Giacomo. Na een<br />

renovatie is de kapel, sinds 2001, weer in gebruik als<br />

godshuis en als podium voor een breed scala aan<br />

culturele evenementen.<br />

De kapel heeft een indeling als een basilica met een<br />

kruisvormige plattegrond, een vijfzijdige apsis, twee<br />

sacristieën en een doopkapel. Het geheel is opgetrokken<br />

in baksteen en verschillende soorten natuursteen.<br />

Er is een omlopende plint van Kunrader-steen.<br />

Het middenschip heeft kleine rondboogramen.<br />

De smalle zijschepen zijn met ronde vensters uitgevoerd.<br />

De gevels zijn op de hoeken voorzien van<br />

geblokte pilasters in Maastrichts krijt, zo ook boven<br />

de ramen en rondom de hoofdingang met omlijsting<br />

en timpaan; de daken zijn met leien gedekt. Eenvoudige<br />

houten ramen met dito indeling. De voorgevel<br />

heeft een clocher-arcade met een klok.<br />

The buildings are part of the vast neo-classical oeuvre<br />

of Stuyt with a.o. churches, schools and houses which<br />

we find on many locations throughout the Netherlands.<br />

The refined hierarchy in the order of “superior” and<br />

“subservient” masses as well as the implementation<br />

of ornaments and decorations are also seen as a<br />

metaphor for the different classes within the social<br />

system of those days.<br />

The chapel was built in 1934 based on a design by<br />

Jan Stuyt and his son Giacomo. After a renovation<br />

the chapel has been put back in use since 2001 as<br />

a house of God and a stage for a wide variety of<br />

cultural events.<br />

The chapel has a lay-out similar to that of a basilica<br />

with a cross-shaped floorplan, a five-sided apsis, two<br />

sacristies and a baptistry. The complex has been fully<br />

constructed in brick and different types of natural<br />

stone. There is a continuous skirting-board of Kunrader-stone.<br />

The nave has small arched windows.<br />

The narrow side-aisles have round windows.<br />

The facades have blocked pilasters of Maastricht chalk<br />

on the corners, as well as above the windows and<br />

around the main entrance with frame and tympanum;<br />

the roofs are slate-tiled. Simple wooden windows with<br />

similar lay-out. The front facade has a bell tower arch<br />

with a clock.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SINT JOSEPHKERK<br />

Dr. Clemens Meulemanstraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Parochiekerk<br />

Bouwjaar: 1956-1957<br />

Architect: J.J. Fanchamps<br />

Monumentnr.: 530863<br />

CHURCH OF SAINT JOSEPH<br />

Dr. Clemens Meulemanstraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Parish Church<br />

Year of construction: 1956-1957<br />

Architect:<br />

J.J. Fanchamps<br />

Monument no.: 530863<br />

46<br />

De Sint Josephkerk kwam tot stand ter vervanging<br />

van haar neoromaanse voorganger, die ontworpen<br />

werd door stadsarchitect Jos Seelen in 1917. Deze<br />

parochiekerk moest, gehavend door mijnschade,<br />

afgebroken worden.<br />

The Church of Saint Joseph was built as replacement<br />

of its Neo-Romanesque predecessor that had been<br />

designed by the municipal architect Jos Seelen in 1917.<br />

This parish church had to be torn down due to mining<br />

damage.<br />

De nieuwe Sint Josephkerk van Jozef Fanchamps is<br />

een kwartslag gedraaid ten opzichte van de oude<br />

kerk. Het is een zaalkerk met pseudotransept,<br />

processiegangen en een campanile die als<br />

oriënteringspunt fungeert.<br />

De kerk bestaat uit een betonskelet dat zowel in<br />

het interieur als in het exterieur in het zicht is gelaten.<br />

Het muurwerk bestaat uit vullingen in ruw gehakte<br />

blokken Kunradersteen in drie dikten, die in wild<br />

verband zijn gemetseld en afkomstig zijn uit de oude<br />

kerk. De eerste steen werd op 27 oktober 1956 gelegd<br />

door deken Mgr. Bemelmans. Hij was zijn tijd vooruit.<br />

Achter in de kerk is die steen namelijk te zien met<br />

het jaartal 1957.<br />

De voorgevel is zeven traveeën breed en heeft een<br />

opvallende getoogde gevelbeëindiging. In de traveeën<br />

boven de portalen zijn hoogreliëfs aangebracht van<br />

Wim van Hoorn (1908-1979), bekend van Dr. Poels in<br />

Welten en d’r Joep in Kerkrade. De forse reliëfs van<br />

kunststeen geven de twaalf apostelen met hun symbolen<br />

weer. Ook zijn de vier evangelisten en de<br />

Heilige Drie-eenheid afgebeeld.<br />

Links naast de voorgevel staat een open betonnen<br />

klokkentoren die door een open zuilengang met<br />

de kerk is verbonden. Opmerkelijk zijn het gewapend<br />

betonnen skelet en de licht gebogen daken.<br />

The new Church of Saint Joseph by Jozef Fanchamps<br />

has been turned 90 degrees compared to the former<br />

church. It is a single-nave church with pseudo-transept,<br />

procession aisles and a campanile which serves<br />

as a point of orientation.<br />

The church consists of a concrete skeleton which has<br />

been left visible both in the interior and the exterior.<br />

The mural consists of fillings of roughly cut and<br />

randomly positioned blocks of Kunrader stone,<br />

in three girths coming from the former church.<br />

The first stone was laid by dean Mgr. Bemelmans<br />

on 27 October 1956. He was ahead of his time.<br />

The fact is that in the rear of the church that stone<br />

can be found with the date 1957.<br />

The front facade is seven bays wide and has a strikingly<br />

arched facade ending. In the bays above<br />

the portals high reliefs have been installed created<br />

by Wim van Hoorn (1908-1979), known for Dr. Poels<br />

in Welten and d’r Joep in Kerkrade. The robust reliefs<br />

of artificial stone represent the twelve apostles with<br />

their symbols. Also the four evangelists and the Holy<br />

Trinity have been depicted.<br />

On the left of the front facade is an open concrete<br />

belfry which is connected to the church via an open<br />

archway. Remarkable are the ferroconcrete skeleton<br />

and slightly bent roofs.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE PASMANS<br />

Leon Biessenstraat 71, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Begeleid wonen<br />

Bouwjaar: 1777<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 527673<br />

FARMSTEAD PASMANS<br />

Leon Biessenstraat 71, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Assisted living<br />

Year of construction: 1777<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument number: 527673<br />

47<br />

De hoeve is op de Heerlerbaan bekend onder de naam<br />

van de laatste bewoner: Sjeng Pasmans. De hoeve had<br />

een U-vormige plattegrond en lag aan de Rukkerweg,<br />

zoals de straat destijds heette. Deze oude weg is<br />

afgesneden als gevolg van het uitbreidingsplan<br />

Giesen-Bautsch uit 1960 waarbij veel agrarische<br />

gebieden zijn vervallen. Toen is de huidige ligging<br />

ontstaan op de hoek van de nieuw aangelegde<br />

Sinaïstraat.<br />

At the Heerlerbaan the farmstead is known under<br />

the name of his last occupant: Sjeng Pasmans.<br />

The farmstead had a U-shaped floorplan and was<br />

situated at the Rukkerweg, as the street was called<br />

in those days. This old street had been cut off due to<br />

the 1960 expansion plan Giesen-Bautsch as a result<br />

of which many agricultural grounds became defunct.<br />

At that time the current location came into existence<br />

at the corner of the newly constructed Sinaïstraat.<br />

De korte, gesloten zijde van de U-vorm bevatte<br />

het woonhuisgedeelte en vormde de westflank van<br />

de hoeve. Dit gedeelte was via de naar het oosten<br />

geopende binnenhof toegankelijk.<br />

De lange vleugel aan de zijde van de Leon Biessenstraat<br />

bestaat uit een stal plus een grote schuur en<br />

ontleent haar karakter aan de twee grote inrijpoorten.<br />

Volgens het ingemetselde jaartal in deze gevel dateert<br />

de hoeve uit 1777.<br />

Interessant zijn de ambachtelijk, in kruisverband,<br />

verwerkte bakstenen (afwisselend een laag koppen<br />

en een laag strekken) en de ellipsvorm van de gemetselde<br />

bogen. In de gevel zit een reeks oude gevelankers<br />

met aan de boven- en onderzijde een dubbele<br />

krulaanzet. Het dak had stropoppen of strodokken<br />

die werden gebruikt om de Oudhollandse pannendaken<br />

af te dichten tegen tocht, sneeuw en regen.<br />

De boerderij is verbouwd tot een woonbegeleidingscentrum<br />

voor tien bewoners. Hiervoor is het gebouw<br />

ingrijpend veranderd met gebruikmaking van de oude<br />

binnenhof en enkele authentieke gevels.<br />

De tweede oude bedrijfsvleugel, parallel aan en<br />

tegenover de vleugel aan de Leon Biessenstraat, is<br />

vervangen. Het vernieuwde monument heeft, in de<br />

plaats van de U-vorm, meer een carré-vorm gekregen.<br />

The short, closed side of the U-shape contained<br />

the residential part and formed the westside of the<br />

farmstead. This part could be accessed via the eastwardly<br />

opened inner courtyard.<br />

The long wing at the side of the Leon Biessenstraat<br />

consists of a stable plus a large barn and derives its<br />

character from the two large entrance gates. According<br />

to the bricked-in date in this facade the farmstead<br />

dates from 1777.<br />

Of interest are the crafted, cross-bond bricks (alternating<br />

a layer of headers and a layer of stretchers) and<br />

the ellipse-shape in the brick arches. The facade has<br />

a number of old wall anchors with a double scroll<br />

spring at the bottom and at the top. The roof had<br />

straw insulation for sealing the Old Dutch tiled roofs<br />

from draught, snow and rain.<br />

The farm has been rebuilt into a centre for assisted<br />

living for ten occupants. For this purpose the building<br />

has been drastically altered by using the old inner<br />

courtyard and some authentic facades.<br />

The second old farm wing, parallel to and opposite<br />

the wing at the Leon Biessenstraat, has been replaced.<br />

The renovated monument now has a more square<br />

shape instead of the old U-shape.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HORICHERHOF<br />

Corisbergweg 119A, 121, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 14 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21238, 21239<br />

HORICHERHOF<br />

Corisbergweg 119A, 121, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 14th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21238, 21239<br />

48<br />

De voormalige hoeve dankt zijn naam aan de familie<br />

Von Horrich, die vóór 1446 het pand al in bezit had.<br />

Door het huwelijk van Heichwich von Horrich met<br />

Heinrich van Reuschenberg ging het pand in die<br />

familie over (30 juni 1452).<br />

The former farmstead owes its name to the Von<br />

Horrich family who already owned this property prior<br />

to 1446. By the marriage of Heichwich von Horrich to<br />

Heinrich van Reuschenberg the property passed into<br />

the hands of the latter family (30 June 1452).<br />

De hoeve is een van de oudste vakwerkhoeves van<br />

<strong>Heerlen</strong> en kent een rijke geschiedenis. Onder meer<br />

doordat de Caumerbeek in de buurt van de hoeve<br />

ontspringt en in de kelder. Rond 1950 kwamen mensen<br />

hier nog steeds water halen. De kruipruimte is later<br />

volgestort met zand en de bron is dichtgemaakt met<br />

een cementprop.<br />

In de 20 e eeuw is de hoeve in ernstig verval geraakt.<br />

Het behoud van de Horicherhof is voor een groot deel<br />

te danken aan een actie die door diverse bewoners<br />

van de wijk Heerlerbaan in 1982-1985 op touw was<br />

gezet. Woningvereniging Heerlerbaan heeft daarna in<br />

overleg met aannemersbedrijf Jongen en<br />

in overleg met de gemeente <strong>Heerlen</strong> en de Rijksdienst<br />

voor het Cultureel Erfgoed een restauratieplan<br />

ontwikkeld, waardoor de huidige in 1986 gereed<br />

gekomen vijf appartementen en acht eengezinswoningen<br />

ontstonden.<br />

Bouwhistorisch onderzoek toont aan dat de gebinten<br />

van het vakwerkhuis, waarin de fraaie overkraagde<br />

verdieping is aangebracht, van eind 16 e , begin 17 e<br />

eeuw zijn. Het woonhuis is in de loop van de 18 e eeuw<br />

naar oostelijke zijde met twee gebinten uitgebreid.<br />

Later zijn er nog andere verbouwingen geweest,<br />

zoals de verstening van de uitbouw van het westelijk<br />

woonhuis, verandering van haarden, bouw van het<br />

kelderhuis en de bedstede en dergelijke.<br />

De hoeve ligt op een locatie tussen de Bovenste<br />

Caumer en de Romeinenstraat. Hier liggen ook de<br />

resten van een Romeinse villa van het type rustica.<br />

The farmstead is one of the oldest half-timbered<br />

farmsteads of <strong>Heerlen</strong> and has a rich history. This is<br />

partly because the Caumerbeek rises in the neighbourhood<br />

and in the basement of the farmstead.<br />

Around 1950 people still came here to fetch water. The<br />

crawl space has later been filled up with sand and the<br />

well has been sealed with a concrete plug.<br />

During the 20th century the farmstead deteriorated<br />

enormously. The preservation of the Horicherhof<br />

is largely owed to a campaign initiated by several<br />

inhabitants of the Heerlerbaan neighbourhood<br />

between 1982-1985. Subsequently, the Heerlerbaan<br />

housing association in consultation with the Jongen<br />

contracting firm, the municipality of <strong>Heerlen</strong> and<br />

the Cultural Heritage Agency has developed a restoration<br />

plan, which in 1986 resulted in the current five<br />

flats and eight single-family dwellings.<br />

Historical building research shows that the trusses<br />

of the half-timbered house, in which a beautifully<br />

extended floor has been created, date from end 16th,<br />

beginning 17th century. During the 18th century<br />

the residence was expanded towards the east side<br />

with two trusses. Later on other renovations have<br />

taken place, such as the brickifying of the extension<br />

to the western residence, changing the fireplaces,<br />

building the basement apartment and the box bed,<br />

and the like.<br />

The farmstead is situated between the Bovenste<br />

(Upper) Caumer and the Romeinenstraat. Here the<br />

remnants of a Roman villa rustica can also be found.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DE DROEPNAAS<br />

Corisbergweg 117, 119, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 14 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21237<br />

THE DROEPNAAS<br />

Corisbergweg 117, 119, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 14th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21237<br />

49<br />

Deze hoeve van baksteen met een gesloten binnenplaats<br />

heeft aan de straatzijde een puntgevel en een<br />

ellipsboogpoort. In 14 e eeuwse archiefstukken komt<br />

de hoeve voor als “Onderste hof” of “Klein Caumer”<br />

en was een Wickraadsleen. Waarschijnlijk is het pand<br />

een vroege afsplitsing van de Horicherhof, die meermaals<br />

de “Overste hof” werd genoemd.<br />

Blijkens een hardstenen sluitsteen boven de ingang<br />

‘Anno 1779 R. Freins m.i. Offermans’ is de hoeve toen<br />

verbouwd of herbouwd.<br />

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw stond<br />

voor de hoeve een waterpomp, waaruit de inwoners<br />

van de Caumer hun water konden halen. In de loop<br />

der jaren raakte de bron uitgedroogd, waardoor de<br />

pomp nog maar druppelde. Zo ontstond waarschijnlijk<br />

de naam Droepnaas. De pomp is al lang geleden<br />

verdwenen, maar de naam leeft nog voort en staat<br />

tegenwoordig op de gevel.<br />

Delen van het vakwerk zijn nog in de gevels en op de<br />

binnenplaats herkenbaar. In de Tweede Wereldoorlog<br />

was de hoeve een onderduikadres en de uitvalsbasis<br />

voor de in het verzet actieve familie Bockma.<br />

In de jaren zeventig bestond het plan om 1.000 galerijwoningen<br />

te bouwen. Met deze nieuwe ontsluitingsweg<br />

zou de historische beekzone worden doorsneden<br />

en zou het agrarische gebied van de Bovenste Caumer<br />

geïsoleerd raken. Inspraak van bewoners heeft dit<br />

weten te voorkomen.<br />

This brick farmstead with secluded inner courtyard<br />

has a gable-end and an elliptical arch gate on the<br />

street side. In 14th century archives the farmstead is<br />

referred to as “Onderste hof” (“Lower Farmstead”) or<br />

“Klein Caumer” (“Small Caumer”) and was a Wickraad<br />

fief. The property is probably an early split off<br />

of the Horicherhof, which was often referred to as<br />

the “Overste hof” (“Upper Farmstead”).<br />

As appears from a bluestone keystone above the<br />

entrance, stating ‘Anno 1779 R. Freins m.i. Offermans’<br />

the farmstead was renovated or rebuilt in that year.<br />

During the twenties and thirties of the last century<br />

there was a water pump in front of the farmstead<br />

from which the inhabitants of the Caumer could get<br />

their water. Throughout the years the well dried up,<br />

which left the pump to produce no more than a few<br />

droplets. This probably resulted in the name "Droepnaas"<br />

(meaning something in the nature of "Runny<br />

Nose"). The pump disappeared many years ago, but<br />

its name still lives on the facade.<br />

Parts of the former timbered parts of the house can<br />

still be recognized in the facades and in the courtyard.<br />

During World War II the farmstead was used as a<br />

safehouse and the base of operations for the Bockma<br />

family who were active in the resistance.<br />

During the seventies the plan was suggested to<br />

build 1,000 gallery flats. This new access road would<br />

transect the historic brook area and also the agricultural<br />

area of the Bovenste (Upper) Caumer would<br />

become isolated. Inhabitants’ participation has<br />

averted that development.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE CORISBERG<br />

Corisbergweg 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Zorgboerderij<br />

Bouwjaar: 14 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21236<br />

FARMSTEAD CORISBERG<br />

Corisbergweg 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Care farm<br />

Year of construction: 14th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21236<br />

50<br />

Hoeve Corisberg wordt al in 1371 genoemd als leengoed<br />

en stamgoed van het geslacht Caldenborn of<br />

Van Caldenborch. De carréboerderij is schilderachtig<br />

gelegen tegen de helling van het dal van de Caumerbeek.<br />

Op de zuidwesthoek bevindt zich het 17 e eeuwse<br />

L-vormige woongedeelte, waarvan de begane grond<br />

is opgetrokken uit Kunradersteen en de verdieping in<br />

baksteen met speklagen en hoekblokken van mergel.<br />

In de 17 e eeuw werd ook de rest van de zuidgevel<br />

vernieuwd door toepassing van mergel.<br />

Already in 1371 Farmstead Corisberg is mentioned as<br />

fief and family estate of the house of Caldenborn or<br />

Van Caldenborch. The square farm house is picturesquely<br />

situated against the slope of the valley of the<br />

Caumerbeek. In the southeast corner there are the<br />

17th century L-shaped living quarters of which the<br />

ground floor is built in Kunrader stone and the first<br />

floor in brick with string courses and corner blocks<br />

of marl. In the 17th century also the remainder of<br />

the south wing was renewed by applying marl.<br />

De inscriptie: “Anno 1768 Thomas Ulecks Anna Marea<br />

Horbach” in de puntgevel van het woonhuis, wijst<br />

op een verbouwing in dat jaar. Hierbij werden de<br />

segmentboogvensters en de schoorsteenmantels<br />

in Lodewijk XIV-stijl aangebracht. Onder het woongedeelte<br />

bevindt zich een kelder met een ellipsbooggewelf.<br />

Dit is het oudste gedeelte van deze hoeve.<br />

De bakstenen muur aan de oostzijde stamt uit de<br />

eerste kwart van de 19 e eeuw. De stal is, zoals het jaartal<br />

vermeldt, uit 1780. De buitengevel bestaat uit<br />

baksteen met speklagen van mergel. Opmerkelijk is<br />

het onderste deel van deze gevel aan de wegkant.<br />

Hier is een gevarieerde hoeveelheid steen (her)<br />

gebruikt: stukken mergel en zandsteen zijn herkenbaar,<br />

maar ook maaskeien en vuursteenknollen.<br />

De laatste bewoners zijn eind 2002 gestopt met<br />

boeren. In 2009 is de boerderij overgedragen aan de<br />

Stichting Zonnehuizen. Alynia Architecten & Adviseurs<br />

kreeg in 2010 opdracht de hoeve te verbouwen tot<br />

zorgboerderij.<br />

Om de autonomie van de monumentale boerderij en<br />

het karakter van het glooiende landschap zoveel<br />

mogelijk te handhaven, is de uitbreiding met de vier<br />

geschakelde woningen half ingegraven in een verder<br />

gelegen talud. Verder is een extensief grasdak aangebracht<br />

dat aansluit bij het groen van de omgeving.<br />

The inscription “Anno 1768 Thomas Ulecks Anna<br />

Marea Horbach” in the gable end of the residence is<br />

evidence of a rebuilding in that year. During this rebuilding<br />

the segmented arched windows and the<br />

mantelpieces in Louis XIV-style were installed. Below<br />

the residential area there is a cellar with an oval-shaped<br />

arched roof. This is the oldest part of this farmstead.<br />

The brick wall on the east side dates from the first<br />

quarter of the 19th century. As shown by the year,<br />

the stable is from 1780. The facade is a combination<br />

of brick and marl string courses. Remarkable is the<br />

lower part of this facade on the street side. Here a<br />

varied quantity of stone was (re)used: pieces of marl<br />

and sandstone are discernible but also Meuse boulders<br />

and flint nodules.<br />

The last occupants stopped farming by the end of<br />

2002. In 2009 the farm was handed over to the<br />

Zonnehuizen Foundation. Alynia Architects & Advisors<br />

were commissioned to rebuild the farmstead into a<br />

care farm in 2010.<br />

In order to preserve the autonomy of the monumental<br />

farm and the character of the sloping landscape as<br />

much as possible, the extension with the four semidetached<br />

houses has been partly dug into a talus<br />

situated somewhat further away. Also an extensive<br />

grass roof has been created which is in keeping with<br />

the green of the environment.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE ERK<br />

Johannes XXIII-singel 46, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21240<br />

FARMSTEAD DE ERK<br />

Johannes XXIII-singel 46, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21240<br />

51<br />

De naam De Erk komt van het Latijnse ‘arca’ dat kast<br />

of kist betekent en verwijst naar de sluis tegenover<br />

de hoeve die voor de waterhuishouding van <strong>Heerlen</strong><br />

een belangrijke rol heeft gespeeld. Het water liep, als<br />

men het schot van de sluis had laten zakken, vanaf de<br />

Johannes XXIII-singel, via de Caumerbeeklaan naar<br />

de laag gelegen omgeving van het huidige (op heipalen<br />

gefundeerde) Grotius College. Daarna stroomde<br />

‘Het Vlot’, ook wel ‘De Waterlooper’ genoemd, door<br />

open greppels en kanalen langs de Akerstraat in de<br />

richting van het centrum.<br />

Deze fraaie hoeve, ooit ‘Boven de Poort’ geheten,<br />

is grotendeels opgetrokken in roodbruine baksteen<br />

rond een gesloten binnenplaats waar overblijfselen<br />

van vakwerk uit 1739 te vinden zijn. Vooral dit vakwerk<br />

maakt de hoeve karakteristiek. De strakke lijnen van<br />

de balken en de witgepleisterde vlakken lijken een<br />

introductie op de abstracte schilderkunst van Piet<br />

Mondriaan, die zijn realistisch werk begon met<br />

bewondering voor fraaie oude boerderijen.<br />

Het bouwjaar weten we door een inscriptie op een<br />

houten balk boven een ingang die vroeger met het<br />

vakwerkdeel verbonden was: “Anno 1739 P. Pryden<br />

27 Mey dit hvis staet in goode hant Godt bewaer dit<br />

vor fevr en brant”.<br />

In 1780 werd er een schuur bijgebouwd. Boven de<br />

poort zijn muurankers met de tekst “1808” aangebracht,<br />

wat wijst op een verbouwing.<br />

De ellipsboogpoort en segmentboogvensters met<br />

houten kozijnen, oren en ontlastingsbogen zijn<br />

bouwkundig gezien uit het begin van de 19 e eeuw.<br />

In de periode 1972-1982 werd de hoeve op particulier<br />

initiatief gerestaureerd.<br />

The name De Erk originates from the Latin ‘arca’<br />

which means cupboard or chest and refers to the<br />

sluice right across the farmstead which played an<br />

important role in the water management of <strong>Heerlen</strong>.<br />

When the partition of the sluice was lowered, the<br />

water ran from the Johannes XXIII-singel, via the<br />

Caumerbeeklaan to the low-lying neighbourhood of<br />

today’s (pile founded) Grotius College. Subsequently<br />

‘Het Vlot’ (‘The Raft’), also referred to as ‘De Waterlooper’,<br />

ran through open ditches and canals along<br />

the Akerstraat towards the centre.<br />

This beautiful farmstead, once called ‘Boven de Poort’<br />

(‘Above the Gateway’), has largely been constructed<br />

in red-brown brick around a closed courtyard where<br />

the remnants of half-timbered constructions from 1739<br />

can be found. Especially the half-timbered construction<br />

is characteristic of this farmstead. The firm-lined<br />

beams in combination with the white-plastered surfaces<br />

look like an introduction to the abstract painting<br />

of Piet Mondriaan who started his realistic work in<br />

admiration of beautiful old farmhouses.<br />

The date of construction is known because of an inscription<br />

in a wooden beam above an entrance that<br />

used to be connected to the half-timbered part of the<br />

residence: “Anno 1739 P. Pryden 27 Mey dit hvis staet<br />

in goode hant Godt bewaer dit vor fevr en brant”.<br />

In 1780 a barn was added. Above the gate wall ties<br />

have been added with the text “1808” which refers<br />

to a rebuilding.<br />

From an architectural point of view the oval-shaped<br />

gate and the segmented arched windows with<br />

wooden frames, handles and relieving arches date<br />

from the beginning of the 19th century. In the period<br />

1972-1982 the farmstead was renovated by private<br />

initiative.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SCHIFFELERHOF<br />

Schiffeler 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 14 e en 19 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21241, 21242<br />

SCHIFFELERHOF<br />

Schiffeler 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 14th and 19th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21241, 21242<br />

52<br />

Verscholen in het groen achter het sportpark Kaldeborn<br />

liggen de vijvers die ooit deel uitmaakten van<br />

het middeleeuwse leengoed Schiffeler.<br />

De Schiffelerhof was een leengoed van het bisdom<br />

Keulen. De hoeve was eind 14 e eeuw de zetel van<br />

het adellijke geslacht Van Retersbeek, bijgenaamd<br />

Van Caldeborn.<br />

Hidden in the green behind sports park Kaldeborn lie<br />

the ponds that once were part of the medieval fief of<br />

Schiffeler.<br />

The Schiffelerhof was a fief of the bishopric of Cologne.<br />

At the end of the 14th century the farmstead was<br />

the seat of the noble family of Van Retersbeek, also<br />

named Van Caldeborn.<br />

De hoeve werd in 1665 samen met de nabijgelegen<br />

hoeve Corisberg verkocht aan de Akense koopman<br />

Henric Vignon, gehuwd met Anna Buirette. Het echtpaar<br />

woonde in 1650 op kasteel Meezenbroek en moet<br />

het herenhuis van de Schiffeler zo rond 1660 hebben<br />

herbouwd. Het woonhuis heeft een zadeldak met<br />

haaks aangebouwde schuur. Het woonhuis maakt deel<br />

uit van het complex de Schiffeler.<br />

Het hele complex is opgetrokken in baksteen en heeft<br />

vensteromlijstingen in Naamse steen. Van de oorspronkelijke<br />

uit ca. 1660 daterende ramen zijn er nog<br />

een drietal bewaard gebleven aan de binnenhofgevel<br />

op de slaapkamerverdieping. In de noordgevel zitten<br />

nog sporen van vier van deze ramen. De poortvleugel,<br />

in ongeveer dezelfde stijl, moet er kort na de bouw<br />

van het herenhuis tegenaan zijn gezet.<br />

In 1765 werd het goed verkocht aan Jan Willem<br />

Lintgens-Schoonbrood. Rond 1800 vond er een<br />

uitbreiding en verbouwing plaats, waarbij het<br />

woongedeelte aan de voorzijde is bijgebouwd.<br />

Eind jaren tachtig uit de vorige eeuw is de hoeve<br />

door de initiatiefgroep Herstel Schiffelerhof volledig<br />

gerestaureerd. In de hoeve en in de bijgebouwen<br />

werden een aantal appartementen gerealiseerd.<br />

In 1665 the farmstead, together with the nearby<br />

situated farmstead Corisberg was sold to the Aachen<br />

merchant Henric Vignon, married to Anna Buirette.<br />

In 1650 the couple lived at Meezenbroek castle and<br />

probably rebuilt the Schiffeler manor around 1660.<br />

The residence has a saddle roof with rectangularly<br />

attached shed. The residence is part<br />

of the Schiffeler complex.<br />

The entire complex is built in brick and has window<br />

frames of Namur stone. Of the original windows<br />

dating from around 1660 three have been preserved<br />

on the inner-court facade on the bedroom floor.<br />

In the north facade there are still traces of four of<br />

these windows. The gate wing in approximately the<br />

same style, must have been added to it shortly after<br />

the construction of the manor.<br />

In 1765 the property was sold to Jan Willem Lintgens-<br />

Schoonbrood. Around 1800 the manor was expanded<br />

and rebuilt during which the residential part on the<br />

frontside was added.<br />

By the end of the eighties of the last century the<br />

farmstead was fully renovated by initiative group<br />

‘Restoration Schiffelerhof’. In the farmstead and in<br />

the annexes a number of condominiums were realized.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


CAUMERMOLEN<br />

Caumermolenweg 12, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21235<br />

CAUMER MILL<br />

Caumermolenweg 12, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21235<br />

53<br />

De oudste <strong>Heerlen</strong>se molen is de Caumermolen.<br />

Deze is schilderachtig gelegen aan de nu dichtgeslibde<br />

aftakking van de Caumerbeek. Het oorspronkelijk<br />

L-vormige gebouw is grotendeels opgetrokken uit<br />

baksteen en stamt uit 1787.<br />

The Caumermolen is the oldest mill of <strong>Heerlen</strong>.<br />

It is picturesquely situated at the now silted-up<br />

tributary of the Caumerbeek (Caumer brook).<br />

The originally L-shaped building has been largely<br />

constructed out of brick and dates from 1787.<br />

Al in 1371 wordt de molen genoemd. Het is dan tevens<br />

de banmolen van <strong>Heerlen</strong> die eigendom was van de<br />

landsheer. Een banmolen was een gezamenlijke<br />

voorziening van een rechtsgebied waar de inwoners<br />

gedwongen hun graan lieten malen.<br />

Bij akte van 26 juli 1717 ontving Johannes Quadvlieg<br />

de molen van de Staten-Generaal der Verenigende<br />

Nederlanden. In het midden van de 19 e eeuw werd<br />

de Caumermolen aangedreven door een bovenslagrad.<br />

Na de Franse tijd werd Leon Pluymaekers de<br />

eigenaar. Hij vernieuwde in 1881 de raderen van<br />

de aandrijving van het rad.<br />

Wat nu nog over is van de Caumermolen, de laatste<br />

grote restauratie dateert van 1970, is een groot woonhuis,<br />

voor het grootste deel opgetrokken uit baksteen.<br />

Het is al lang geen molen meer, maar het is wel nog<br />

een monument. De jaarankers ‘1787’ herinneren aan<br />

een eerdere herbouw.<br />

De molen is blijkbaar in gebruik geweest tot 1929.<br />

Toen verhuisde de pachter-molenaar, P. Roex,<br />

vanwege de lage waterstand, mede veroorzaakt<br />

door een veranderde loop ten gevolgen van mijnverzakkingen,<br />

naar de Oliemolen.<br />

In 1953 werd de molen verkocht aan de gemeente<br />

<strong>Heerlen</strong>. Die verkocht het pand door aan de familie<br />

Dohmen die de restauratie ter hand nam.<br />

Bij de inventarisatie van Limburgse molens uit 1957<br />

was het molenwerk inmiddels gesloopt. Tegenwoordig<br />

is het pand in het bezit van de familie Peeters (voormalig<br />

apotheker in <strong>Heerlen</strong>).<br />

Already in 1371 there is a reference to the mill. At that<br />

time it was also the ban mill of <strong>Heerlen</strong> and was<br />

owned by the local lord. A ban mill is a joint facility<br />

of a judicial district in which the inhabitants were<br />

forced to have their corn ground.<br />

By a deed dated 26 July 1717 Johannes Quadvlieg<br />

received the mill from the States-General of the<br />

United Netherlands. In the middle of the 19th century<br />

the Caumermolen was driven by an overshot wheel.<br />

After the French period Leon Pluymaekers became<br />

the owner. In 1881 he renovated the cogwheels of<br />

the drive mechanism of the wheel.<br />

What is left of the Caumermolen today, its latest major<br />

renovation dates from 1970, is a large residence,<br />

primarily constructed out of bricks. It is no longer a<br />

mill, but still a monument. The iron wall ties stating<br />

‘1787’ are reminiscent of an earlier renovation.<br />

Apparently the mill was operational until 1929.<br />

The tenant-miller, P. Roex, due to the low water level,<br />

partly due to an altered course caused by subsidence<br />

of the mine, moved to the Oliemolen.<br />

In 1953 the mill was sold to the municipality of <strong>Heerlen</strong>.<br />

The latter sold the property to the Dohmen family<br />

who took up the renovation.<br />

At the time of the 1957 stock-taking of Limburg mills<br />

the milling mechanism had already been demolished.<br />

Today the property is owned by the Peeters family<br />

(former pharmacist in <strong>Heerlen</strong>).<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL WOONHUIS<br />

Caumerbeeklaan 50, 52, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1917<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 523285<br />

DOUBLE RESIDENCE<br />

Caumerbeeklaan 50, 52, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1917<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 523285<br />

54<br />

Dit dubbele woonhuis bezit ensemblewaarde als<br />

onderdeel van de vrijstaande en aaneengeschakelde<br />

bebouwing aan de Caumerbeeklaan, Caumerdalschestraat,<br />

Molenberglaan en een gedeelte van de Akerstraat<br />

in relatie tot de mijnwerkers kolonie Molenberg.<br />

This double residence has a ‘group value’ as part<br />

of the detached and terraced houses on the Caumerbeeklaan,<br />

the Caumerdalschestraat, the Molenberglaan<br />

and a part of the Akerstraat in relationship with<br />

the miners’ colony Molenberg.<br />

Het vrijstaand dubbele woonhuis heeft een U-vormige<br />

plattegrond. De frontgevels van het linker- en rechterdeel<br />

springen iets vooruit. Het pand telt één, deels<br />

twee bouwlagen onder zadeldaken met rode Hollandse<br />

pannen. Het is een voorbeeld van het dubbelwoonhuis,<br />

dat gescheiden wordt door een loggia<br />

met twee hoofdingangen.<br />

Interessant is te zien hoe de voorkeur van Stuyt<br />

(1868-1934) voor een driedeling gestalte krijgt.<br />

In het middenstuk van de frontgevel, tussen beide<br />

vooruitspringende geveldelen, bevindt zich een breed<br />

dakoverstek rustend op twee kleine ambachtelijk<br />

bewerkte houten consoles en een houten middenkolom.<br />

Twee dakkapellen werken als focuspunt.<br />

Samenbindend zijn de zes kozijnen waarin nog<br />

authentieke ruitvormige roedeverdelingen voorkomen.<br />

Deze beeldbepalend detaillering in het middenstuk,<br />

met de voordeuren van beide woningen en het bordes<br />

met traptrede, geeft van het hele blok weer een<br />

driedeling.<br />

Hout, baksteen en natuursteen zijn de belangrijkste<br />

bouwmaterialen. Boven acht ramen in de vooruitstekende<br />

gevels zit een strekse boog met natuurstenen<br />

sluitsteen. Alhoewel Stuyt hield van eenvoud,<br />

paste hij dit soort versiering vaker toe.<br />

Nummer 50 heeft een vrijwel authentieke interieur<br />

indeling. Van belang zijn onder meer de houten<br />

schuifdeuren tussen woon- en zitkamer; de houten<br />

trap met leuning met spijlen, handlijst en hoofdbaluster;<br />

de plafonds met stucwerk in blad/bloemmotief.<br />

The detached double residence has a U-shaped<br />

floorplan. The front facades of both the left and<br />

the right side are slightly protruding. The property<br />

has one, partly two, levels under saddle roofs with<br />

red Dutch tiles. It is an example of a double residence,<br />

separated by a loggia with two main entrances.<br />

It is interesting to see how Stuyt’s (1868-1934) preference<br />

for a threefold structure is taking shape.<br />

In the middle segment of the front facade, between<br />

both protruding facade elements, there is a broad<br />

overhang supported by two traditionally decorated<br />

wooden consoles and a wooden centre pillar.<br />

Two dormer windows act as focal points. The six<br />

window frames with their still authentic diamondshaped<br />

panelling are a unifying element. These iconic<br />

details of the middle segment, with the front doors of<br />

both houses and the steps, again give the entire block<br />

a threefold character.<br />

Wood, brick and natural stone are the most important<br />

building materials. Above eight windows in the protruding<br />

facades there is a stretcher arch with a natural<br />

stone keystone. Although Stuyt favoured simplicity,<br />

he often applied such decorations.<br />

Number 50 has an almost entirely authentic floorplan.<br />

Some important elements are the wooden sliding<br />

doors between living and sitting room; the wooden<br />

staircase with wooden banister rail, handrail and<br />

guardrail; the stucco ceilings with petal/flower motif.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KWEEKSCHOOL VOOR TEACHER TRAINING<br />

MEISJES COLLEGE FOR GIRLS 55<br />

Bekkerveld 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Bekkerveld 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kinderopvang Humanitas<br />

Bouwjaar: 1929<br />

Architect: F.P.J. Peutz<br />

Monumentnr.: 512800<br />

Current function: Childcare Humanitas<br />

Year of construction: 1929<br />

Architect:<br />

F.P.J. Peutz<br />

Monument no.: 512800<br />

De kweekschool markeert in het oeuvre van Peutz<br />

het breukvlak tussen de invloed van het Nieuwe<br />

Bouwen en die van de Delftse School. Deze laatste<br />

stroming binnen het traditionalisme in Nederland werd<br />

bekend door de uitgesproken theorieën van Granpré<br />

Molière (1883-1972). De functie van een gebouw moest<br />

duidelijk terug te zien zijn in de vorm en gebaseerd<br />

zijn op universele normen en waarden.<br />

In the work of Peutz the teacher training college<br />

marks the plane of fracture between the influence<br />

of the ‘New Pragmatism’ and that of the Delft School.<br />

This movement within the traditionalism in the Netherlands<br />

became known via the outspoken theories of<br />

Granpré Molière (1883-1972). The function of a building<br />

should be evident from its form and based on<br />

universal standards.<br />

De voormalige kweekschool voor meisjes, Maria<br />

Immaculata is de volledige naam, staat schuin tegenover<br />

de voormalige MTS (vanaf 1957 bekend als<br />

de HTS). Het langgerekte grondplan ligt evenwijdig<br />

aan twee straten van het grote grazige plein.<br />

Het pand telt drie bouwlagen plus souterrain en<br />

wordt afgedekt met een zwak hellend zadeldak met<br />

ambachtelijke gootklossen. Het dak is gedekt met<br />

Hollandse pannen en heeft uitstekende schoorstenen.<br />

De hoekpartijen in de asymmetrische frontgevel zijn<br />

verschillend geaccentueerd door horizontale en<br />

verticale richels die soms enige overeenkomst lijken<br />

te hebben met neoplastische details in het expressionisme.<br />

De andere vensters in de frontgevel zijn van verschillend<br />

formaat en dat is niet zonder reden. De vensters<br />

laten namelijk de functies van de achterliggende<br />

ruimten zien: ze zijn regelmatig in de derde bouwlaag<br />

(voormalige slaapzaal); groter dan de andere in de<br />

tweede bouwlaag (tekenlokaal); soms onregelmatig<br />

van positie (trappenhuizen) en symmetrisch en<br />

langwerpig in de as van de ingangspartij (hal).<br />

Voor de ingang is een horizontale overkapping van<br />

een hardstenen plaat. Hier staan twee heilige beelden<br />

gemaakt door Charles Vos (1888-1954) die rondom<br />

versierd zijn: Sint Franciscus met pij en Sint Jozef<br />

met kind.<br />

The former teacher training college for girls, Maria<br />

Immaculata in full, is located diagonally opposite to<br />

the former intermediate technical school, MTS (as of<br />

1957 known as the HTS, higher technical school).<br />

The elongated floorplan is parallel to two streets<br />

of the big lush square.<br />

The building has three construction levels plus a<br />

basement and is covered by a slightly sloping saddle<br />

roof with traditional cornice brackets. The roof is<br />

covered with Dutch tiles and has protruding chimneys.<br />

The corner areas in the asymmetric front facade are<br />

accentuated differently by horizontal and vertical<br />

ridges which sometimes seem to resemble slightly<br />

the neoplastic details of the Expressionism.<br />

The other windows on the front facade have different<br />

formats and not without a reason. The fact is that<br />

the windows show the function of the rooms that lie<br />

behind them: they are regular on the third construction<br />

level (former dormitory); larger than the other<br />

windows on the second floor (art room); sometimes<br />

irregular of position (staircases) and symmetric and<br />

elongated along the axis of the entrance hall.<br />

In front of the entrance there is a horizontal covering<br />

built of a bluestone slab. Here there are two sacred<br />

sculptures by Charles Vos (1888-1954) which have<br />

been decorated on all sides: Saint Francis with a habit<br />

and Saint Joseph with a child.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KERK VAN DE HEILIGE CHURCH OF THE HOLY<br />

MOEDER ANNA MOTHER ANNA 56<br />

Bekkerveld 10, <strong>Heerlen</strong><br />

Bekkerveld 10, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kerk<br />

Bouwjaar: 1952-1953<br />

Architect: F.P.J. Peutz<br />

Monumentnr.: 530830<br />

Current function: Church<br />

Year of construction: 1952-1953<br />

Architect:<br />

F.P.J. Peutz<br />

Monument no.: 530830<br />

De tweede architect was H. Teeken (1900-1950):<br />

‘een nuchtere technische en gewetensvolle tegenpool<br />

van de kunstenaar Frits Peutz’. De kerk zou met 1.000<br />

zitplaatsen de nieuwe hoofdkerk van de Oostelijke<br />

Mijnstreek worden. De kerk is centraal gelegen in de<br />

wijk Bekkerveld, aan de rand van een gelijknamig<br />

grasveld.<br />

The second architect was H. Teeken (1900-1950):<br />

‘a down-to-earth technical and conscientious antipode<br />

of the artist Frits Peutz’. The church with its 1,000<br />

seats was to become the new main church for the<br />

Eastern Mining District. The church is centrally located<br />

in the Bekkerveld neighbourhood, on the edge of a<br />

similarly named lawn.<br />

Als een van de eerste volledig betonnen kerken in<br />

Nederland werd zij in de bouwtijd met argusogen<br />

bekeken. Beton, zeker als het in het zicht bleef zoals<br />

het uit de bekisting kwam, werd lange tijd door de<br />

Katholieke Kerk als een onedel materiaal beschouwd.<br />

Peutz vond beton echter passen bij de dagelijkse<br />

omgeving van de gewone mijnwerkers. De textuur<br />

van betonnen wanden leek op die van de koeltorens.<br />

Het gebouw bestaat uit een vierkante onderbouw<br />

van 41x41 meter, een achthoekige tamboer, een ronde<br />

koepel met een doorsnede van 31 meter en een<br />

lantaarn met kruis. De tamboer rust op acht kolommen<br />

die cirkelvormig in de vierkante kerkzaal zijn<br />

geplaatst. Boven de vensters in de tamboer ligt een<br />

zware betonnen ringbalk die het koepelgewelf op<br />

zijn plaats houdt.<br />

Op alle hoeken van de onderbouw zijn acht vensters<br />

geplaatst met een vakverdeling van twaalf vierkanten.<br />

Het hoge uitgebouwde portaal aan de westzijde heeft<br />

een gewelfde luifel dat op de zijmuren en op twee<br />

slanke kolommen rust.<br />

In tegenstelling tot wat men zou verwachten, is het<br />

bankenplan traditioneel. De altaren, biechtstoelen<br />

en doopvont en ook het materiaalgebruik (hout,<br />

natuursteen) voor deze onderdelen zijn eveneens<br />

traditioneel. Daan Wildschut (1913-1995) ontwierp<br />

in de periode 1954-1979 zeventien kleurrijke<br />

glas-in-betonramen.<br />

As one of the first entirely concrete churches in<br />

the Netherlands, it was looked at with Argus’ eyes<br />

in that time. Concrete, especially if it stayed in sight<br />

precisely as it came out of the concrete formwork,<br />

had been considered as a dishonourable material by<br />

the Roman Catholic church for a long time. Peutz<br />

however thought concrete in accordance with the<br />

everyday living conditions of the common miners.<br />

The texture of concrete walls resembled those of the<br />

cooling towers.<br />

The building consists of a square substructure of 41x41<br />

metres, an octagonal timbrel, a round dome with a<br />

diameter of 31 metres and a lantern with a cross.<br />

The timbrel rests on eight columns that have been<br />

placed in a circle position in the square church hall.<br />

Above the window frames is a heavy concrete ring<br />

beam that keeps the domed roof in its place.<br />

On all corners of the substructure eight windows have<br />

been placed with a panelling consisting of twelve<br />

squares. The heightened porch on the westside has<br />

an amazing arched porch which rests on the side<br />

walls and two slender columns<br />

In contrast to expectation, the pew plan is traditional.<br />

The altars, the confessional chairs and baptismal font<br />

and also the use of materials (wood, natural stone)<br />

for these elements are also traditional. Daan Wildschut<br />

(1913-1995) designed seventeen colourful glass-inconcrete<br />

windows in the period 1954-1979.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA HAEX<br />

Akerstraat 126, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoor<br />

Bouwjaar: 1911<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 512770<br />

VILLA HAEX<br />

Akerstraat 126, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Office<br />

Year of construction: 1911<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 512770<br />

57<br />

Deze riante, vrijstaande stadsvilla ontstond in een<br />

periode toen <strong>Heerlen</strong> een explosieve groei meemaakte<br />

van ingeslapen stadje naar dé mijnmetropool van<br />

Nederland. De villa is genoemd naar de opdrachtgever<br />

en eerste bewoner, directeur Haex van de Oranje-<br />

Nassau Mijnen.<br />

This spacious detached townhouse was built in a<br />

period in which <strong>Heerlen</strong> experienced an explosive<br />

growth from a sleepy small town into the mining<br />

metropolis of the Netherlands. The villa is named after<br />

the man who commissioned it and its first inhabitant,<br />

director Haex of the Oranje-Nassau Mines.<br />

De villa lag bij de bouw nog in het open veld, van<br />

verre zichtbaar onder aan de helling van het omringende<br />

Heuvellandschap, aan de samenkomst<br />

van de weg naar Aken en de Molenberglaan.<br />

De ruime voortuin accentueert het monumentale<br />

van het pand. De villa is een onderdeel van de reeks<br />

villa’s en landhuizen in dit deel van <strong>Heerlen</strong> aan<br />

de Caumerbeeklaan en omgeving.<br />

Deze villa staat nog steeds in hoog aanzien vanwege<br />

zijn allesoverheersende positionering. Mede door<br />

de witte kleur en de symmetrische blokvorm is hij<br />

bijzonder in de oeuvres van Jan Stuyt.<br />

De villa telt twee bouwlagen, maar oogt hoger door<br />

een opvallend schilddak, schoorstenen met vlammenvangers,<br />

dakkapellen en nokpionnen. Het toegepaste<br />

bouwmateriaal is baksteen voorzien van pleisterwerk<br />

en hardsteen.<br />

De schijnbaar eenvoudige frontgevel wordt opgesierd<br />

met een gepleisterd blokmotief, rondboogvormig<br />

bovenlicht en hardstenen toegangstreden met aan<br />

weerszijden van de voordeur een hardstenen kolom.<br />

Het oorspronkelijke interieur is voor een groot deel<br />

intact gebleven. In de hal aan de linkerzijde bevindt<br />

zich de authentieke houten trap met houten lambrisering.<br />

De trap loopt door tot de zolderverdieping.<br />

Boven het trappenhuis bevindt zich nog een groot<br />

rechthoekig glas-in-lood dakvenster.<br />

During its construction the villa was still situated in<br />

the open field, already visible from afar at the foot of<br />

the surrounding hills, at the convergence of the road<br />

to Aachen and the Molenberglaan.<br />

The spacious front garden accentuates the monumental<br />

character of the building. The villa is a part of the<br />

series of villas and country houses in this part of<br />

<strong>Heerlen</strong> at the Caumerbeeklaan and its environment.<br />

This villa is still held in high regard because of its<br />

overpowering positioning. Also because of the white<br />

colour and the symmetric block shape it stands out<br />

in the works of Jan Stuyt.<br />

The villa has two levels, but looks higher because<br />

of its striking hipped roof, its chimneys with spark<br />

catchers, dormer windows and ridge ornament.<br />

The building material used is brick clad with plaster<br />

and bluestone.<br />

The apparently simple facade is embellished by a<br />

plastered chequered pattern, arched transom window<br />

and bluestone entrance steps with a bluestone pillar<br />

on both sides of the front door.<br />

The original interior has remained largely intact.<br />

In the hall on the left side there is the authentic<br />

wooden staircase with wooden panelling. The staircase<br />

goes all the way up to the attic. Above the stairwell<br />

there is another large rectangular leaded roof<br />

window.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KAPEL BERNARDINUS- CHAPEL BERNARDINUS-<br />

COLLEGE COLLEGE<br />

58<br />

Akerstraat 97A, <strong>Heerlen</strong><br />

Akerstraat 97A, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kerkgebouw<br />

Bouwjaar: 1931<br />

Architect: Jos Wielders<br />

Monumentnr.: 512768<br />

Current function: Church building<br />

Year of construction: 1931<br />

Architect:<br />

Jos Wielders<br />

Monument no.: 512768<br />

In 1912 werd er op een ruim perceel, toen nog buiten<br />

de bebouwde kom van <strong>Heerlen</strong>, een klooster van de<br />

Franciscanen en een R.K. Hogere Burgerschool<br />

gebouwd, het tegenwoordige Bernardinuscollege.<br />

De architect van het gebouw was J. Seelen. De school<br />

en kapel hebben ruim een eeuw een vormende<br />

invloed uitgeoefend op de economische, politieke<br />

en culturele elite van <strong>Heerlen</strong> en wijde omstreken.<br />

In 1912, on a spacious plot of land, at that time still<br />

outside the built-up area of <strong>Heerlen</strong>, a Franciscan<br />

monastery and a Roman Catholic Secondary School<br />

were built, the present-day Bernardinuscollege.<br />

The architect of the building was J. Seelen. For more<br />

than a century the school and chapel have exercised<br />

a formative influence on the economic, political and<br />

cultural elite of <strong>Heerlen</strong> and the surrounding region.<br />

Het complex vertegenwoordigt een belangrijke<br />

periode in de ontwikkeling van de Rooms Katholieke<br />

Kerk in Limburg. De ruimdenkende Franciscanen aan<br />

het roer waren in veel opzichten, vooral op pedagogisch<br />

en sociaal gebied, hun tijd vooruit. Opvallend<br />

in dit verband is het grote aantal socialistische<br />

bewindslieden, waaronder twee ministers, die hun<br />

wortels hadden in het katholieke Bernardinuscollege.<br />

In 1931 werd het complex uitgebreid met de kapel van<br />

de Heilige Bernardinus van Siena in Zakelijk Expressionistische<br />

stijl naar een ontwerp van architect Jos<br />

Wielders. Hierdoor werd een voorplein driezijdig<br />

ingesloten. De tuin naast de kapel is de oorspronkelijke<br />

kloostertuin en is aangelegd als uitloper van<br />

het Aambos.<br />

De kapel heeft in hoofdzaak een rechthoekige plattegrond<br />

en wordt gedekt door een zadeldak. Links van<br />

de kapel bevindt zich een kloostergang met op<br />

de hoek een hal met twee ingangen en de toren.<br />

Rechts van de kapel is een vierkante bidkapel.<br />

Onder de apsis bevindt zich een crypte. In de kapel<br />

buigen de pilaren vanaf de grond af aan naar binnen<br />

en vormen een spitsboog. Het gebouw heeft een<br />

betonconstructie bekleed met metselwerk. Het meest<br />

bijzondere architectonische element is het vrijgehouden<br />

horizontale glas-in-lood raam aan de zuidzijde.<br />

The property represents an important period in<br />

the development of the Roman Catholic Church in<br />

Limburg. In many aspects, especially pedagogically<br />

and socially, the broadminded Franciscans in charge<br />

were way ahead of their time. In this context it is<br />

striking to notice the large number of socialistic<br />

government leaders, including two ministers, who had<br />

their roots in the Roman Catholic Bernardinuscollege.<br />

In 1931 the property was expanded with a chapel of<br />

the Holy Bernardino of Siena in Abstract Expressionistic<br />

style by a design of the architect Jos Wielders.<br />

Thus a forecourt became enclosed on three sides.<br />

The garden adjacent to the chapel is the original<br />

monastery garden and has been laid out as embranchment<br />

of the Aambos (Forest of Aam).<br />

The chapel has a predominantly rectangular floor plan<br />

and is covered by a saddle roof. On the left of the<br />

chapel there is an ambulatory with in its corner a hall<br />

with two entrances and the tower. On the right of<br />

the chapel there is a square oratory.<br />

Under the apsis there is a vault. Inside the chapel<br />

the pillars bend inwards from the ground and create<br />

a Gothic arch. The building has a concrete construction<br />

clad with brickwork. The most striking architectural<br />

element is the preserved horizontal leaded glass<br />

window on the southside.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBELE STADSVILLA<br />

Akerstraat 110, 112, <strong>Heerlen</strong><br />

DOUBLE URBAN VILLA<br />

Akerstraat 110, 112, <strong>Heerlen</strong><br />

59<br />

Huidige functie: Woning (110) en kantoor (112)<br />

Bouwjaar: 1918<br />

Architect: H.H.A. Tummers<br />

Monumentnr.: 512769<br />

Current function: Residence (110) and office (112)<br />

Year of construction: 1918<br />

Architect:<br />

H.H.A. Tummers<br />

Monument no.: 512769<br />

Deze stadsvilla was gedeeltelijk een dokterswoning.<br />

In 1930 werd nr. 110 aan de achterzijde uitgebreid.<br />

In 1933 bouwde architect H. Teeken een praktijkruimte<br />

bij nr. 112 aan de Vlotstraat. Daardoor is de oorspronkelijke<br />

rechthoekige plattegrond tegenwoordig<br />

U-vormig.<br />

De symmetrische voorgevel heeft acht traveeën,<br />

een driehoekige topgevel en in het midden twee<br />

afwijkende vensters onder een gebogen sierfronton.<br />

De gevels zijn van rood-roze baksteen in kruisverband<br />

met gesneden voegen. De gele aanzet- en sluitstenen<br />

maken in samenhang met de twee voordeuromlijstingen,<br />

van de voorgevel een levendige compositie.<br />

Beide panden hebben authentieke houten deuren en<br />

vensters met in glas-in-lood uitgevoerde bovenlichten.<br />

Het als één villa ogende blok heeft twee bouwlagen<br />

onder een schilddak en is gedekt met rode muldenpannen.<br />

Het opvallendste detail is de driehoekige<br />

topgevel aan de voorzijde. In de top bevindt zich een<br />

ornament met passer, meethoek en hamer te midden<br />

van krullen en bloemen. Dit is het symbool van de<br />

Vrijmetselaars: ‘Opperbouwmeester des Heelals’,<br />

de hamer staat voor kracht en doorzettingsvermogen,<br />

de passer voor zelfonderzoek en de driehoek is het<br />

alziend oog. Maar het kan ook een winkelhaak zijn<br />

en een toespeling op de betekenis van de bouwkunst.<br />

De hoofdingangen liggen ongeveer 1 meter boven<br />

de Akerstraat. Er zijn hardstenen trapjes gemaakt met<br />

balustrades uitlopend in balusters met bollen en<br />

hierop een smeedijzeren leuning. De plint, de raamdorpels<br />

en een brievenbus aan de linkerkant zijn van<br />

dezelfde grijze hardsteen. Het houten hekwerk tussen<br />

bakstenen kolommen met ezelsrug is karakteristiek<br />

voor de oorspronkelijke afbakening van veel voortuinen<br />

langs de Akerstraat.<br />

This urban villa was partially a doctor’s house.<br />

In 1930 the house at no. 110 was expanded at the rear.<br />

In 1933 the architect H. Teeken built a surgery at no.<br />

112 at the Vlotstraat. This resulted in the original<br />

rectangular floorplan now being U-shaped.<br />

The symmetrical front facade has eight bays, a<br />

triangular apex and in the middle two deviating<br />

windows under an arched decorative fronton.<br />

The facades are of cross bond red-pink brick with<br />

recessed joints. The yellow skewbacks and coping<br />

stones in combination with the two front door frames<br />

make the front facade a lively composition. Both<br />

houses have authentic wooden doors and windows<br />

with stained glass transom windows.<br />

The block, looking as one villa, has two construction<br />

layers under a hipped roof and is covered by red<br />

Mulden tiles. The most striking detail is the triangular<br />

apex on the front side. In the apex there is an ornament<br />

with a pair of compasses, square and hammer<br />

amidst curls and flowers. This is the symbol of the<br />

Freemason: ‘Supreme Master Builder of the Universe’,<br />

the hammer stands for strength and perseverance,<br />

the pair of compasses for self-reflection and the<br />

triangle is the all-seeing eye. But it may also be a<br />

square and therefore a reference to architecture.<br />

The main entrances are approximately 1 metre above<br />

the Akerstraat. Some bluestone steps have been<br />

created with balustrades ending in balusters with<br />

spheres and on top of that a cast-iron railing.<br />

The plinth, the window sills and a mailbox on the<br />

left side are made of the same grey bluestone.<br />

The wooden fencing between the brick columns with<br />

ogee is characteristic of the original demarcation of<br />

many front gardens at the Akerstraat.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


OLIEMOLEN<br />

Oliemolenstraat 32, <strong>Heerlen</strong><br />

OIL MILL<br />

Oliemolenstraat 32, <strong>Heerlen</strong><br />

60<br />

Huidige functie: Graanmolen, winkel, b&b, woning<br />

Bouwjaar: 16 e eeuw<br />

Architect: H. Dassen (woonhuis 1939)<br />

Monumentnr.: 21230<br />

Current function: Corn mill, shop, B&B, residence<br />

Year of construction: 16th century<br />

Architect: H. Dassen (residence 1939)<br />

Monument no.: 21230<br />

Het centrum van <strong>Heerlen</strong> ligt tussen de Caumerbeek<br />

en de Geleenbeek, driezijdig ingesloten door heuvelruggen.<br />

De meest oostelijke heuvel, de Molenberg, is<br />

genoemd naar drie watermolens: de Schandelermolen,<br />

de Caumermolen en de Oliemolen, ook wel ‘in den<br />

Crouwel’, later ‘Creuwels-oliemolen’ genoemd.<br />

Over de ontstaansgeschiedenis van de molen bestaat<br />

enige onduidelijkheid. De stichtingsakte, waaruit blijkt<br />

dat de familie Van Schaesberg als opdrachtgever voor<br />

de bouw tekent, is gedateerd op 9 mei 1502. Waarschijnlijk<br />

is ooit een foutief jaartal overgenomen en<br />

moet het 1562 zijn. De molen is dan in het bezit van<br />

de familie Van Schaesberg, die de molen in 1570<br />

verkoopt.<br />

Het molenhuis is vakwerk op een ondergrond van<br />

mergel en heeft een bovenslagrad. Het krulanker 1740<br />

duidt op een verbouwing door griffier Theodoor<br />

Dautzenberg. Die verkoopt de molen in 1769 aan<br />

de familie Wetzels. De molen blijft dan tot 1953 in<br />

deze familie.<br />

De molen kende verschillende ambachtelijke perioden.<br />

Eerst was het een volmolen (vollen van lakens =<br />

samenpersen van weefsels), later in de 16 e eeuw krijgt<br />

hij ook de functie van oliemolen. Uit koolzaad, lijnzaad,<br />

raapzaad en ook hennepzaad werd olie geperst.<br />

Deze laatste functie had de molen tot in 1904.<br />

Na 1904 is de molen alleen nog in gebruik als<br />

graanmolen.<br />

In 1939 brandde een schuur af. Daarvoor in de plaats<br />

werd het huidige woonhuis gebouwd en de grote<br />

poort die toegang geeft tot de binnenplaats door<br />

architect Henry Dassen (1924-1964).<br />

In 1999 is de as van het molenrad vervangen, waardoor<br />

op gezette tijden het oude ambacht van meelproductie<br />

weer te zien is.<br />

The centre of <strong>Heerlen</strong> is situated between the Caumerbeek<br />

and the Geleenbeek, on three sides enclosed<br />

by hill crests. The most easterly-located hill,<br />

the Molenberg, is named after three water mills:<br />

the Schandeler mill, the Caumer mill and the Oil mill,<br />

also referred to as ‘in den Crouwel’, and later called<br />

‘Creuwels-oil mill’.<br />

About the origin of the mill there is some unclarity.<br />

The charter of foundation, which shows that the<br />

Van Schaesberg family had commissioned the construction,<br />

is dated 9 May 1502. It is likely that this year<br />

has probably been copied wrongly sometime in<br />

history and it should have been 1562. At that time<br />

the mill was owned by the Van Schaesberg family,<br />

who sold the mill in 1570.<br />

The residential part of the mill is a half-timbered<br />

house on a foundation of marl and has an overshot<br />

wheel. The curled wall clamp 1740 indicates a rebuilding<br />

by the registrar Theodoor Dautzenberg. He sold<br />

the mill in 1769 to the Wetzels family. Until 1953<br />

the mills remained in the possession of this family.<br />

The mill has a history of different periods of workmanship.<br />

At first it used to be a fulling mill (fulling of<br />

sheet = compressing fabrics), later in the 16th century<br />

it was also used as an oil mill. Here oil was pressed out<br />

of coleseed, linseed, rapeseed and also hempseed.<br />

The mill had this last function up to 1904. After 1904<br />

the mill was only used as grain mill.<br />

In 1939 a barn burnt down. In its stead the current<br />

residence was built and also the large gate providing<br />

access to the inner court yard by architect Henry<br />

Dassen (1924-1964).<br />

In 1999, the axis of the mill wheel was replaced,<br />

so that the old craft of flour production can be seen<br />

at regular intervals.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA FRANCISCA<br />

Sint Franciscusweg 69, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woonhuis<br />

Bouwjaar: 1921<br />

Architect: A. Boeken<br />

Monumentnr.: 512774<br />

VILLA FRANCISCA<br />

Sint Franciscusweg 69, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1921<br />

Architect:<br />

A. Boeken<br />

Monument no.: 512774<br />

61<br />

De villa is gebouwd in een traditionele stijl, met<br />

invloed van de Amsterdamse School. Opdrachtgever<br />

was ir. H.M. Noordhoorn Boelen, een adviseur<br />

op het vakgebied van technische installaties. De villa<br />

maakt onderdeel uit van het villapark Molenberg.<br />

De architect Albert Boeken (1891-1951) vond dat<br />

het functionalisme te ver was doorgeschoten.<br />

Hij ontwierp verschillende nutsgebouwen in Amsterdam.<br />

The villa was built in a traditional style, influenced<br />

by the Amsterdam School. It was commissioned by<br />

H.M. Noordhoorn Boelen, MSc, an advisor in the field<br />

of technical installations. The villa is part of the<br />

residential neighbourhood Molenberg.<br />

It was the opinion of the architect Albert Boeken<br />

(1891-1951) that functionalism had gone over the top.<br />

He designed several public utilities’ buildings in<br />

Amsterdam.<br />

De hoofdvorm met zijn boerderij-achtig voorkomen<br />

is ingegeven door de Nederlandse 19 e eeuwse plattelandsarchitectuur.<br />

Deze architectuur vormt enkele<br />

jaren later eveneens de inspiratie voor de simpele<br />

en ingetogen bouwstijl van de Delftse School.<br />

De villa heeft twee haaks in elkaar grijpende steile<br />

rieten zadeldaken met wolfeinden. Het metselwerk<br />

is uitgevoerd in Vlaams verband (kop en strek naast<br />

elkaar). De verspringende plint bestaat uit donkere<br />

baksteen. De houten kolommen bij de voordeur en<br />

de hoekramen zijn uitbundig met schuine sneden<br />

bewerkt.<br />

In het rechter geveldeel boven een plint en een bloembak<br />

bevindt zich een driedelig venster onder een latei<br />

met de geschilderde naam “Villa Francisca”.<br />

De rechter stijl heeft decoratief houtsnijwerk.<br />

In de tweede laag bevinden zich een vierdelig venster<br />

en onder het wolfseind een tweedelig venster met<br />

twee brede stijlen en driehoekige zijlichten. Links<br />

bevinden zich een klein keldervenster in de plint en<br />

een vierdelig venster in een brede lijst ter plaatse van<br />

het trappenhuis. Dit vierdelig venster is versierd met<br />

de cijfers 1 9 2 1. De kozijnen, roeden en lateien zijn<br />

veelal wit geschilderd en het raamhout in de kleur<br />

zaansgroen.<br />

The main shape with its farm-like presence has been<br />

inspired by the 19th century Dutch rural architecture.<br />

Some years later this architecture is also the inspiration<br />

for the more simple and modest architecture of<br />

the Delft School.<br />

The villa has two steep thatched saddle roofs with<br />

clipped gables that interlock at a right angle. The<br />

masonry is Flemish bond (header and stretcher next<br />

to each other). The staggered plinth is of dark brick.<br />

The wooden columns at the front door and corner<br />

windows have been exuberantly decorated with<br />

vertical incisions.<br />

On the right part of the facade above a plinth and a<br />

flower box there is a three-piece window under a lintel<br />

carrying the painted name “Villa Francisca”. The right<br />

side post has decorative woodcarving.<br />

On the second layer there is a four-piece window and<br />

below the clipped gable a two-piece window with two<br />

broad posts and triangular side screens. On the left<br />

there are a small basement window in the plinth and<br />

a four-piece window in a wide frame at the location<br />

of the staircase. This four-piece window is decorated<br />

with the numbers 1 9 2 1. The window frames, panelling<br />

and lintels have primarily been painted white and<br />

the wood of the windows is painted in the colour<br />

‘Zaandam green’.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA<br />

Caumerdalschestraat 22, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1917<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 509112<br />

VILLA<br />

Caumerdalschestraat 22, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1917<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 509112<br />

62<br />

Dit vrijstaande pand past mooi binnen het stadsgezicht<br />

van dit door villa’s en landhuizen beheerste<br />

deel van <strong>Heerlen</strong>, gelegen aan de Molenberglaan en<br />

omgeving, op de bosrijke hellingen van het dal van<br />

de Geleenbeek. Dit bouwwerk is exemplarisch voor<br />

de vele villa’s die Jan Stuyt in Nederland heeft gebouwd<br />

en is te vergelijken met de villa Zoetmulder,<br />

op Caumerbeeklaan 70. Veel villa’s van Stuyt hebben<br />

luifels en erkers.<br />

This detached property fits beautifully in the cityscape<br />

of this villa-and-mansion dominated part of <strong>Heerlen</strong>,<br />

situated at the Molenberglaan and its surroundings,<br />

on the woody slopes of the Geleenbeek valley.<br />

This building is typical of the many villas that Jan<br />

Stuyt has built in the Netherlands and is comparable<br />

to the Zoetmulder villa, at Caumerbeeklaan 70. Many<br />

villas designed by Stuyt have porches and bay windows.<br />

Bij de aanleg is optimaal gebruik gemaakt van de<br />

parkachtige omgeving. Het is gebouwd ten behoeve<br />

van het hogere personeel van de Limburgse mijnen.<br />

De architectonische gaafheid van het exterieur is<br />

behouden gebleven.<br />

De villa telt twee bouwlagen onder een schilddak,<br />

gedekt met riet en enkele rondboogvormige dakkapellen.<br />

Het pand is opgetrokken met bakstenen<br />

in metselwerk in halfsteens verband. De frontgevel<br />

is asymmetrisch ingedeeld.<br />

In een uitbouw aan de rechterzijde bevindt zich de<br />

entree met een klein bordes met drie toegangstreden.<br />

De deur is onder een houten luifel met smeedijzeren<br />

ophanging en twee ondersteunende houten consoles.<br />

In het metselwerk boven de luifel is een ruitvormige<br />

decoratie aangebracht.<br />

De achterzijde is asymmetrisch met openslaande<br />

tuindeuren aan de rechterzijde. In de linkerzijgevel<br />

bevindt zich een driehoekige erker met rechthoekige<br />

houten vensters, met bovenlichten met glas-in-lood.<br />

Op deze erker is in de tweede bouwlaag een balkon<br />

met houten balustrade onder een houten luifel<br />

geplaatst.<br />

De structuur van het interieur is beperkt in tact<br />

gebleven.<br />

For the construction optimal use has been made of<br />

the park-like environment. It was built for the higher<br />

staff of the Limburg mines. The architectural integrity<br />

of the exterior has remained intact.<br />

The villa has two construction layers under a hipped<br />

roof, is thatched and has some arched dormer windows.<br />

The house is clad in stretcher layers of brick<br />

masonry. The facade has been arranged asymmetrically.<br />

In an extension at the righthand side is the entrance<br />

with a small elevated three-stepped landing. The door<br />

is placed under a wooden porch with cast-iron hinges<br />

and two supporting wooden consoles. The masonry<br />

above the porch is decorated with a rhombic decoration.<br />

The rear side is asymmetric with French doors at<br />

the righthand side. In the left wing there is a triangular<br />

bay window with rectangular wooden window panes,<br />

with leaded transom windows. On top of this bay<br />

window a second construction level is built consisting<br />

of a balcony with a wooden railing under a wooden<br />

porch.<br />

To a limited extent the structure of the interior has<br />

remained intact.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL LANDHUIS<br />

Caumerbeeklaan 59, Caumerdalschestraat 15, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1920<br />

Architect: Jan Stuyt<br />

Monumentnr.: 512772<br />

DOUBLE COUNTRY ESTATE<br />

Caumerbeeklaan 59, Caumerdalschestraat 15, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1920<br />

Architect:<br />

Jan Stuyt<br />

Monument no.: 512772<br />

63<br />

Jan Stuyt was geruime tijd de huisarchitect van<br />

de door Henri Poels opgerichte woningbouwkoepel<br />

‘Ons Limburg’. Aparte opdrachten kwamen bij hem<br />

binnen van hoger opgeleiden en notabelen die in de<br />

opbloei van <strong>Heerlen</strong> als mijnindustriestad hun villa’s<br />

lieten bouwen aan de Akerstraat en het ‘Molenbergpark’<br />

(Molenberglaan, Caumerbeeklaan, Caumerdalschestraat).<br />

Aardig wat panden in de ‘chique buurt’<br />

van <strong>Heerlen</strong> komen van zijn tekentafel.<br />

Zo ook deze markante dubbele villa met een nagenoeg<br />

vierkant, symmetrisch grondplan en risalerende<br />

hoekpartijen. Het dubbel landhuis uit 1920 heeft twee<br />

bouwlagen gelegen onder een schilddak met enkele<br />

ingestoken schilddaken en dakkapellen onder een<br />

tentdak met nokpion. De gevels hebben een optrek<br />

in baksteen, metselwerk in kruisverband met gesneden<br />

voeg. De voorgevel van het linkerpand heeft<br />

originele kozijnen zonder roedeverdeling. Op de hoek<br />

met de zijgevel bevindt zich een risalerend volume<br />

met in de voorgevel in de eerste laag een driedelige<br />

erker onder half zinken schilddak en in tweede laag<br />

een driedelig venster.<br />

Bijzonder is dat de oorspronkelijke interieurindeling<br />

van Caumerdalschestraat 15 in zeer hoge mate behouden<br />

is, zoals onder meer de originele schuifdeuren<br />

met geslepen glas, de paneeldeuren in decoratieve<br />

lijsten en het trappenhuis met kolom met bol (de<br />

‘stuiter’, het beeldmerk van de architect) en leuning<br />

op spijlen.<br />

In het inwendige van Caumerbeeklaan 59 zijn<br />

de tussendeur met glaspanelen, houten paneeldeuren<br />

in decoratieve lijsten en het trappenhuis met kolom en<br />

leuning op spijlen nog oorspronkelijke interieuronderdelen.<br />

For quite some time Jan Stuyt was the in-house<br />

architect of the housing corporation ‘Ons Limburg’,<br />

founded by Henri Poels. He received exclusive assignments<br />

from higher educated customers and dignitaries<br />

who, in the prosperity of <strong>Heerlen</strong> as a mining<br />

industry city, had their villas built at the Akerstraat<br />

and in the ‘Molenbergpark’ area (Molenberglaan,<br />

Caumerbeeklaan, Caumerdalschestraat). Quite a<br />

few houses in this ‘fancy neighbourhood’ of <strong>Heerlen</strong><br />

come from his drawing table.<br />

Also this striking double villa with an almost square,<br />

symmetrical floorplan and protruding corner elements.<br />

The double country estate from 1920 has two construction<br />

layers situated under a hipped roof with<br />

some inserted hipped roofs and dormer windows<br />

under a hipped roof with a crest ornament.<br />

The facades are made of brick, cross bond masonry<br />

with recessed joints. The front facade of the left house<br />

has window frames without panels. On the corner with<br />

the side facade there is a protruding volume with in<br />

the front facade on the first layer a three-piece bay<br />

window under a half-zinc hipped roof and on the<br />

second layer a three-piece window frame.<br />

Striking is the fact that the original interior arrangement<br />

of Caumerdalschestraat 15 has remained largely<br />

preserved, such as the original sliding doors with cut<br />

glass, the panel doors in decorative frames and the<br />

staircase with column and sphere (the ‘big marble’,<br />

the logo of the architect) and handrail on banisters.<br />

In the interior of Caumerbeeklaan 59 the dividing door<br />

with glass panels, wooden panel doors in decorative<br />

frames and the staircase with column and handrail on<br />

banisters still belong to the original interior elements.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBELE VILLA<br />

Caumerbeeklaan 66, 68, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1916<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 512805<br />

DOUBLE RESIDENCE<br />

Caumerbeeklaan 66, 68, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1916<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 512805<br />

64<br />

Toen steeds meer mensen zich een luxueuzere woning<br />

in een landelijke omgeving konden veroorloven, noodzaakte<br />

het gebrek aan ruimte tot een meer aaneengesloten<br />

bouwwijze.<br />

When more and more people could afford a more<br />

luxurious residence in the country, the lack of space<br />

resulted in the necessity of a more condensed way<br />

of building.<br />

Zo ontstonden naast de villa’s, dubbele woonhuizen<br />

die op vrijstaande villa’s leken en feitelijk twee-ondereen-kapwoningen<br />

waren. Jan Stuyt slaagde er steeds<br />

weer in ze een vergelijkbare verschijningsvorm te<br />

geven met driehoeken, ruiten, bollen en bogen.<br />

Deze woningen werden gebouwd ten behoeve van<br />

bureauchefs van de Oranje-Nassau Mijnen en zijn<br />

gelegen binnen het beschermde stadsgezicht Molenberg<br />

en omgeving. In de aanleg van dit gebied is<br />

de hiërarchie van het mijnbedrijf zichtbaar: de directeur<br />

aan de grote weg naar Aken, het management<br />

in het dal van de Caumerbeek en de mijnwerkers op<br />

de Molenberg.<br />

De dubbele villa heeft een grondplan van diverse in<br />

elkaar grijpende rechthoeken. Het pand telt twee<br />

bouwlagen en een dakverdieping en wordt afgedekt<br />

met schilddaken met horizontale daklijn.<br />

Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen.<br />

Opvallend zijn verder de plint geaccentueerd met<br />

een band van hardsteen. Het middendeel van de frontgevel<br />

springt vooruit en heeft in de eerste bouwlaag<br />

twee driezijdige erkers met plat dak en een balkon<br />

met houten balustrade versierd met ‘stuiters’.<br />

Er zijn drie dakkapellen, een breed dakoverstek en<br />

een dakkapel in de frontgevel die wordt gedeeld<br />

met beide panden.<br />

Thus, in addition to the villas, double residences were<br />

built that looked like the detached villas, but were in<br />

fact semidetached residences. Time and time again<br />

Jan Stuyt succeeded in giving them a comparable<br />

manifestation with triangles, diamonds, spheres<br />

and arches.<br />

These residences were built for the office managers<br />

of the Oranje-Nassau Mines and are situated within<br />

the urban conservation area of Molenberg and its<br />

surroundings. The construction of this area reflects<br />

the managerial hierarchy of the mining company:<br />

the director at the main road to Aachen, the management<br />

in the valley of the Caumerbeek and the miners<br />

at the Molenberg.<br />

The two semidetached residences have a floorplan<br />

with several intersecting rectangles. The residences<br />

have two construction layers and a top floor and are<br />

covered by hipped roofs with horizontal ridges.<br />

The building material used is brick.<br />

Also striking are the plinth courses accentuated<br />

with a border of bluestone. The middle segment of<br />

the front facade is protruding and on the first construction<br />

layer it has two three-sided bay windows<br />

with a flat roof and a balcony with a wooden balustrade<br />

decorated with ‘marbles’.<br />

There are three dormer windows, a wide overhang<br />

and a dormer window in the front facade which is<br />

shared by both houses.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA ZOETMULDER<br />

Caumerbeeklaan 70, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1918<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 512803<br />

VILLA ZOETMULDER<br />

Caumerbeeklaan 70, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1918<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 512803<br />

65<br />

Deze vrijstaande villa werd gebouwd in opdracht van<br />

Ir. J.M.A. Zoetmulder, inspecteur van de Volksgezondheid.<br />

De villa is gelegen binnen het beschermde<br />

stadsgezicht Molenberg en omgeving. Jan Stuyt<br />

werd beïnvloed door de 19 e eeuwse landelijke villa’s<br />

in Engeland. Meestal gebruikte hij (licht)rode bakstenen,<br />

maar soms paste hij ook witte bepleistering toe.<br />

Veel van zijn villa’s hebben klassieke proporties,<br />

een representatieve massa en een overtuigende<br />

dakrand.<br />

Jan Stuyt zocht de harmonie met de landschappelijke<br />

omgeving. Bij zijn manier van bouwen gaat het vaak<br />

niet om stijl, maar om de denkbeelden die er achter<br />

zitten. Deze villa is ontworpen met rechthoekig<br />

grondplan in de dwarsrichting. De villa telt twee<br />

bouwlagen en werd afgedekt met een schilddak.<br />

In het dakschild van de frontgevel bevinden zich<br />

twee halfronde dakkapellen met roedekruisen.<br />

Deze oplossing is aan de achterzijde herhaald.<br />

De rieten dakbedekking is in het werk van Stuyt<br />

eerder uitzondering dan regel. De gevel bestaat<br />

uit witgesauste baksteen.<br />

De frontgevel laat zich tekenen binnen een meetkundige<br />

figuur, zoals Palladio (1508-1580) dat deed.<br />

Voor hem gold het woonhuis als prototype van alle<br />

gebouwen.<br />

In de eerste bouwlaag van het linkergeveldeel zit een<br />

driezijdige erker met plat dak en hierop een balkon<br />

met een metalen balustrade van een recentere datum.<br />

De balkondeur heeft zij- en bovenlichten. De rechterzijgevel<br />

heeft een opvallende uitbouw in een bouwlaag,<br />

gemaakt van natuursteen met hierin de entree.<br />

Bovenop ligt een balkon omringd door een bakstenen<br />

balustrade met een sierlijke deksteen. De bekende<br />

hoeklisenen in het werk van Stuyt zijn in dit ontwerp<br />

vervangen door andere hoekaccenten met Kunradersteen.<br />

This detached villa was built by order of Ir. J.M.A.<br />

Zoetmulder, Public Health inspector. The villa is<br />

situated within the urban conservation area of Molenberg<br />

and its surroundings. Jan Stuyt was influenced<br />

by the 19th century rural villas in England. He usually<br />

used (light) red brick, but sometimes he also used<br />

white plaster. Many of his villas have classical proportions,<br />

a representative mass and convincing eaves.<br />

Jan Stuyt looked for harmony with the rural environment.<br />

His method of building is often not about style,<br />

but about the underlying concepts. This villa was<br />

designed with a rectangular floorplan with a transverse<br />

presentation. The villa has two construction<br />

levels and was covered with a hipped roof. In the face<br />

of the roof on the front facade there are two hemispherical<br />

dormer windows with window panelling.<br />

This solution was repeated on the rear side.<br />

The thatched roof is rather the exception than the rule<br />

in the work of Stuyt. The facade consists of whitewashed<br />

brick.<br />

The front facade can be drawn within a geometrical<br />

figure, as was also done by Palladio (1508-1580).<br />

For him the residential house was the prototype<br />

for all buildings.<br />

On the first construction level on the left side facade<br />

there is a three-sided bay window with a flat roof and<br />

on top of it a balcony with a metal balustrade of a<br />

more recent date. The balcony door has side and<br />

transom windows. The right side facade has a striking<br />

extension in a construction level, made of natural<br />

stone with the entrance in it. On top of it a balcony<br />

enclosed by a brick with an elegant covering stone.<br />

In this design the well-known corner pilasters in<br />

Stuyt’s work have been replaced by other corner<br />

accents of Kunrader stone.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA WIJNANDS<br />

Caumerbeeklaan 80, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woonhuis<br />

Bouwjaar: 1919<br />

Architect: F.P.J. Peutz<br />

Monumentnr.: 512773<br />

VILLA WIJNANDS<br />

Caumerbeeklaan 80, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1919<br />

Architect:<br />

F.P.J. Peutz<br />

Monument no.: 512773<br />

66<br />

Zes jaar voor het behalen van zijn ingenieursdiploma<br />

aan de Technische Hogeschool in Delft ontwierp Peutz<br />

deze chaletachtige villa bij de Caumerbeek. Het werd<br />

zijn eerste uitgevoerde ontwerp. Uitgaande van een<br />

eenvoudig basisschema met tien kamers (inclusief<br />

de keuken) paste hij een grote verscheidenheid aan<br />

stijlfragmenten, materiaalsoorten, kleur en plastiek<br />

toe, met invloeden zoals ook te zien bij de Amsterdamse<br />

School. De gevels zijn wit gepleisterd.<br />

De rechthoekige houten vensters en deuren hebben<br />

deels roedeverdeling.<br />

Het meest in het oog springt de steile asymmetrische<br />

kap met houten beschieting. Hij speelt met het thema<br />

“ongelijkheid” door de dakranden aan de voorzijde<br />

naar binnen toe af te schuinen en aan de achterzijde<br />

een wolfeind toe te passen. De linker- en rechterzijgevel<br />

laten vreemde verschillen zien. De linkerzijgevel<br />

bestaat, bijna over de volledige diepte, uit een asymmetrische<br />

topgevel met hierin twee rechthoekige<br />

vensters waarvan het linker venster op een houten<br />

console rust. Boven de uitbouw van de rechterzijgevel<br />

zit in de tweede bouwlaag een brede dakkapel met<br />

een lessenaarsdak. Aan de linkerzijde van deze dakkapel<br />

bevindt zich een geheel afwijkend dakraam<br />

met een klein zadeldakje en een wolfseind.<br />

Zoals in meerdere huizen van Peutz heeft het interieur<br />

een tot de zolderverdieping doorlopende trapruimte<br />

met rechte steektrappen en bordessen. De authentieke<br />

houten trap met hoofdbaluster met bolbekroning<br />

heeft een houten handlijst en gedraaide spijlen.<br />

Het ontwerp voor dit ‘landhuisje’ paste in de zoektocht<br />

van de jonge Peutz naar nieuwe concepten.<br />

Six years before obtaining his engineering qualification<br />

at the Delft Institute of Technology Peutz designed<br />

this chalet-like villa near the Caumerbeek.<br />

It became his first fully executed design. Starting from<br />

a simple basic plan with ten rooms (including the<br />

kitchen) he applied a great diversity of style fragments,<br />

materials, colour and models, with influences<br />

as can also be seen with the Amsterdam School.<br />

The facades are plastered white. The rectangular<br />

wooden windows and doors are partially panelled.<br />

The most striking element is the steep asymmetric<br />

roof timbering with wooden panelling. He plays with<br />

the theme of ‘dissimilarity’ by letting the roof edges<br />

slope inwardly at the front side and by applying a hip<br />

roof on the rear. The left and right side facade show<br />

strange differences. The left side facade consists,<br />

almost across its full depth, of an asymmetric gable<br />

end with two rectangular windows of which the left<br />

window is supported by a wooden console. Above<br />

the expansion on the right side facade there is a broad<br />

dormer window with a pent-roof on the second<br />

construction layer. On the left side of this dormer<br />

window there is a completely non-typical skylight<br />

with a small saddle roof with a clipped gable.<br />

As in several Peutz’ houses the interior has a staircase<br />

with straight steps and landings reaching as high as<br />

the attic. The authentic wooden stairs with main<br />

baluster with spherical crown has a wooden banister<br />

and balusters.<br />

The design for this ‘small country estate’ fitted-in<br />

with young Peutz’ search for new concepts.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE MOLENBERG<br />

Justus van Maurikstraat 37, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Appartementencomplex<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21234<br />

FARMSTEAD MOLENBERG<br />

Justus van Maurikstraat 37, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Apartment building<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21234<br />

67<br />

De hoeve Molenberg oogt uiterlijk 18 e eeuws, maar<br />

wordt in de 16 e eeuw al genoemd. Adellijke families<br />

als het geslacht Van Hulsberg, genaamd Schaloen en<br />

de familie Schellart d’Obbendorf, heren van Schinnen,<br />

hebben de hoeve in hun bezit gehad.<br />

De gebouwen dragen sporen van vele verbouwingen.<br />

De grotendeels uit baksteen opgetrokken hoeve is<br />

geplaatst om een gesloten binnenplaats. De voorvleugel<br />

van twee verdiepingen heeft een zadeldak,<br />

afgesloten door puntgevels. De 18 e eeuwse verdieping<br />

en topgevels zijn voorzien van hoekblokken en enige<br />

horizontale banden van mergel, zogeheten speklagen.<br />

De rechter zijgevel is beneden nog van Kunradersteen;<br />

aan de zijkant links jaarankers en enige schietgaten<br />

in Kunradersteen. Ook bevatten de zijgevels en de<br />

voorgevel uilengaten in mergel.<br />

Een inscriptie boven de rondboogpoort herinnert aan<br />

het feit dat het echtpaar Stassen-Melchers de hoeve<br />

in 1776 heeft verbouwd.<br />

In 1919 werd, naar ontwerp van architect Jan Stuyt,<br />

de achtervleugel tot noodkerk van de parochie<br />

Molenberg verbouwd. Tot de wijding van de nieuwe<br />

kerk in 1927 heeft de noodkerk dienst gedaan. In 1929<br />

is het verbouwd tot patronaat. Later werd de jeugd<br />

sociëteit Gejem hier gevestigd.<br />

In 1989 vond een ingrijpende renovatie plaats door<br />

architectenbureau P.A.M. Mertens uit Hoensbroek.<br />

De hoeve werd getransformeerd naar 16 appartementen.<br />

Alleen de buitenmuren van het monument<br />

bleven staan. In de achterbouw herinneren een klein<br />

‘torentje’ en een kruis in beton op het dak nog aan<br />

de oude functie van noodkerk.<br />

From the outside the Molenberg farmstead looks 18th<br />

century, but it is already mentioned as early as the<br />

16th century. Noble families such as the house of Van<br />

Hulsberg, named Schaloen and the Schellart d’Obbendorf<br />

family, lords of Schinnen, have been the proprietors<br />

of the farmstead.<br />

The buildings bear marks of many rebuildings.<br />

The farmstead, largely constructed out of brickwork,<br />

has been built around a secluded inner courtyard.<br />

The front wing of the two-storeyed building has a<br />

saddle roof, with gable ends on both sides. The 18th<br />

century floor and the apex of the gables have corner<br />

stones and some horizontal edgings made out of marl,<br />

the so-called string course. The lower part of the right<br />

side wall is still made of Kunrader stone; at the left<br />

side wall there are iron wall ties and some loopholes<br />

in Kunrader stone. The side walls also contain owl<br />

holes cut out in marl.<br />

An inscription above the arched gate is a remembrance<br />

of the fact that Mr and Mrs Stassen-Melchers<br />

renovated the farmstead in 1776.<br />

In 1919 the rear wing, based on a design by the<br />

architect Jan Stuyt, was rebuilt into a temporary<br />

church of the Molenberg parish. Until the dedication<br />

of the new church in 1927 the temporary church<br />

remained in operation. In 1929 it was rebuilt into a<br />

patronage. After that it became the residence of<br />

the Gejem youth club.<br />

In 1989 a radial renovation was performed by the<br />

architectural firm of P.A.M. Mertens from Hoensbroek.<br />

The farmstead was transformed into 16 flats.<br />

Only the outer walls of the monument remained<br />

intact. In the rear building a small tower and a concrete<br />

cross on the roof are reminiscent of the old<br />

temporary church function.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL WOONHUIS<br />

Molenberglaan 73, 75, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1918<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 512806<br />

TWO SEMIDETACHED<br />

HOUSES<br />

Molenberglaan 73, 75, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1918<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 512806<br />

68<br />

De woningen werden op een rechthoekige plattegrond<br />

gebouwd in opdracht van de Vereniging<br />

Woningbouw <strong>Heerlen</strong>. Er zijn twee dakkapellen met<br />

zadeldakjes en kleine driehoekige frontons. Het dak<br />

is gedekt met Hollandse pannen en heeft een breed<br />

overstek. Deze laatste determinanten zijn karakteristiek<br />

voor het werk van Stuyt.<br />

Dit dubbel woonhuis laat een aantal architectonische<br />

oplossingen zien die in zijn werk eerder uitzondering<br />

zijn dan regel: een tentdak met schoorsteen in het<br />

midden in plaats van het vaak toegepaste schilddak;<br />

een opvallende tweedeling in de frontgevel door<br />

toepassing van een bepleistering tussen de borstwering<br />

van de eerste verdieping en de gootlijn;<br />

twintig vierruits-vensters met kruisvormige roedeverdeling<br />

evenwichtig verdeeld over het grote fries<br />

dat is aangebracht om de gevel horizontaal te delen.<br />

Het gemetselde plint is opgetrokken tot en met<br />

de gemetselde vensterbanken en op de twee hoeken<br />

steunbeerachtig verlengd. Hierdoor ontstaat een<br />

ontleding van de frontgevel in enkele markante<br />

hoofdvormen: een rode driehoek, een smalle witte<br />

horizontale rechthoek en een fors trapezium in bruin<br />

baksteen. In de frontgevel van het dubbel woonhuis<br />

zitten twee portieken met rondboogvormige toegang<br />

en decoratief metselwerk.<br />

Het pand is gelegen binnen het stadsgezicht Molenberg<br />

en omgeving. Het pand bezit ensemblewaarde<br />

als essentieel onderdeel van de villa- en landhuisbebouwing<br />

aan de Caumerbeeklaan, Caumerdalschestraat,<br />

Molenberglaan en een gedeelte van<br />

de Akerstraat die als geheel van belang is voor<br />

de cultuurgeschiedenis van dit deel van <strong>Heerlen</strong>.<br />

The houses were built on a rectangular piece of land<br />

by order of the House-building Association <strong>Heerlen</strong>.<br />

There are two dormer windows with saddle roofs and<br />

small triangular frontons. The roof is covered with<br />

Dutch tiles and has broad eaves. The latter elements<br />

are characteristic of the work of Stuyt.<br />

These two semidetached houses show a number of<br />

architectural solutions which are rather the exception<br />

than the rule in his work: a pavilion roof with a centred<br />

chimney instead of the more often used hipped roof;<br />

a striking divide of the front facade because of the<br />

application of plaster between the balustrade of the<br />

first floor and the gutter line; twenty four-paned<br />

windows with cross-shaped panelling evenly distributed<br />

across the large frieze which has been installed<br />

for the horizontal division of the facade.<br />

The brickwork plinth has been constructed to include<br />

the brick windowsill and elongated in a buttress-like<br />

manner on the corners. Thus a dissection of the front<br />

facade into some striking main forms is created:<br />

a red triangle, a small white horizontal rectangle and<br />

a large trapezium in brown brick. In the front facade<br />

of the two semidetached houses are two doorways<br />

with an arched entrance and decorative brickwork.<br />

The houses are situated within the cityscape Molenberg<br />

and its surroundings. Together the houses have<br />

a ‘group value’ as an essential part of the villa- and<br />

country-house architecture on the Caumerbeeklaan,<br />

the Caumerdalschestraat, the Molenberglaan and a<br />

part of the Akerstraat. As a whole this is of importance<br />

to the cultural history of this part of <strong>Heerlen</strong>.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL WOONHUIS<br />

Molenberglaan 112, 114, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: Omstreeks 1918<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 512733<br />

TWO SEMIDETACHED<br />

HOUSES<br />

Molenberglaan 112, 114, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: App. 1918<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 512733<br />

69<br />

Dit dubbele woonhuis is vrij liggend gesitueerd in een<br />

bocht van de sterk oplopende Molenberglaan en sluit<br />

aan bij de straatwand Molenberglaan 116 t/m 124.<br />

Het draagt bij aan de beleving van het heuvelachtige<br />

karakter langs de beekdalen.<br />

Gelet op de locatie en de architectuur maken deze<br />

huizen deel uit van de elitebuurt van <strong>Heerlen</strong>, gesitueerd<br />

rond de Caumerbeeklaan.<br />

These two semidetached houses, freely situated in<br />

a bend of the sloping Molenberglaan, are strongly<br />

related to the design for the street line Molenberglaan<br />

116 to 124. The two semidetached houses contribute to<br />

the experience of the hilly character.<br />

Due to its location and architecture this ensemble<br />

is part of the more ‘upper class’ neighbourhoods of<br />

<strong>Heerlen</strong>, situated around the Caumerbeeklaan.<br />

De twee halfvrijstaande huizen zijn van grote cultuurhistorische<br />

waarde die goed de sociaal-economische<br />

ontwikkeling rond het einde van de Eerste Wereldoorlog<br />

weergeeft. Deze twee half vrijstaande woonhuizen,<br />

in twee bouwlagen met schilddaken en zadeldaken,<br />

hebben een asymmetrische indeling van de frontgevel.<br />

Het pand met huisnummer 114 springt vooruit. Het<br />

bouwmateriaal is baksteen voorzien van een witte<br />

pleisterlaag. De straatzijde is voorzien van rechthoekige<br />

houten vensters.<br />

Huisnummer 112 heeft een rechthoekige deur onder<br />

een luifel die deels rust op een houten console.<br />

De vensters zijn uitgerust met bakstenen dorpelstenen.<br />

Aan de rechterzijde is een garage aangebouwd.<br />

De structuur van het interieur is grotendeels intact.<br />

Nummer 114 heeft een rondboogvormige deur<br />

met een boogvormige metselwerk omlijsting.<br />

Aan de linkerzijde is een steunbeerachtig geveldeel.<br />

In elk dakgevelvlak is een dakkapel.<br />

Beide panden hebben aan de achterzijde een dubbele<br />

tuindeur met zij- en bovenlichten.<br />

The two semidetached houses are of great culturalhistorical<br />

value as an expression of the social-economic<br />

development of this region towards the end<br />

of World War I. These two semidetached houses,<br />

consisting of two construction layers with hipped and<br />

saddle roofs, have an asymmetric arrangement of the<br />

facade. The house with house number 114 protrudes.<br />

The building material is brick clad with a white layer<br />

of plaster. The street side has rectangular wooden<br />

windows.<br />

House number 112 has a rectangular door under<br />

a porch which is partly supported by a wooden<br />

console. The windows have brick sills. On the righthand<br />

side a garage has been added to the property.<br />

The structure of the interior has remained largely<br />

intact.<br />

Number 114 has an arch-shaped door with an archshaped<br />

masonry frame. At the left-hand side there is<br />

a buttress-like facade section. Each roof gable surface<br />

has a dormer window.<br />

At the back of both houses there are French doors<br />

with side and transom windows.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VIJF BEAMBTENWONINGEN<br />

Molenberglaan 116 t/m 124, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1918<br />

Architect: J. Stuyt<br />

Monumentnr.: 512734<br />

FIVE OFFICIALS’ HOUSES<br />

Molenberglaan 116 to 124, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1918<br />

Architect:<br />

J. Stuyt<br />

Monument no.: 512734<br />

70<br />

Deze vijf woonhuizen zijn gesitueerd bij de splitsing<br />

van de Molenberglaan en de Oude Bergstraat.<br />

De hoge panden met huisnummers 122 en 124 zijn<br />

gespiegeld. De lagere witte panden met de huisnummers<br />

120 en 118 zijn niet gespiegeld, maar hebben<br />

wel een aantal overeenkomsten. Het pand met huisnummer<br />

116 met een erker op de eerste verdieping<br />

verschilt het meeste van de overige. Dit pand heeft<br />

geen ronde maar een rechthoekige voordeur in een<br />

omlijsting van trapsgewijs terugspringend metselwerk.<br />

These five houses are situated at the bifurcation of<br />

the Molenberglaan and the Oude Bergstraat. The high<br />

buildings with house numbers 122 and 124 are mirrored.<br />

The lower white buildings with house numbers<br />

120 and 118 are not mirrored, but they do have some<br />

similarities. The house with house number 116 with<br />

a bay window on the first floor differs the most from<br />

the other houses. This building does not have a round<br />

but a rectangular front door in a frame of gradually<br />

receding masonry.<br />

Binnen het oeuvre van Jan Stuyt betreft dit een bijzonder<br />

schilderachtig stukje straatwand: asymmetrisch,<br />

verspringende blokken, ongelijke hoogten en<br />

niet-hiërarchisch van opzet. Deze woninggroep<br />

vertoont verscheidenheid in vorm- en materiaalgebruik.<br />

Twee panden zijn gepleisterd. Een daarvan<br />

heeft een groot voorgevelraam met rondboog dat<br />

door drie rechte lijnen is ingedeeld.<br />

De beïnvloeding door studiereizen naar de Engelse<br />

tuinsteden is zichtbaar zoals in de toepassing van<br />

vakwerk in de geveltoppen en hoge schoorstenen.<br />

De panden met de huisnummers 122 en 124 hebben<br />

een afgeschuinde voorgevel en een frappant klein<br />

venstertje links en rechts van de voordeur.<br />

De harmonie met de omgeving is voor Stuyt belangrijk.<br />

Het klimmend silhouet gaat mee met de helling<br />

van de Molenberg. Het gebruik van een veelvlakkig<br />

dak accentueert het pleintje in het stratenpatroon.<br />

Het principe van deze bebouwing lijkt op de vier<br />

huizen van Jan Stuyt uit 1897 aan de Zijlweg in Haarlem,<br />

met dat verschil dat in <strong>Heerlen</strong> is gebouwd op<br />

een helling en in Haarlem op een plat vlak.<br />

In the oeuvre of Jan Stuyt this is a particularly picturesque<br />

piece of street wall: asymmetrical, staggered<br />

blocks, uneven heights and non-hierarchical in its layout.<br />

This group of houses shows diversity in the use<br />

of shape and material. Two buildings are plastered.<br />

One of them has a large front facade arched window<br />

partitioned by three straight lines.<br />

The influence of study trips to the English garden<br />

cities is clearly visible, for example in the use of halftimbered<br />

gables and high chimneys. The buildings<br />

with the house numbers 122 and 124 have a bevelled<br />

off front facade and a strikingly small window left<br />

and right of the front door.<br />

The harmony with its environment is very important<br />

for Stuyt. The climbing silhouette follows the slope<br />

of the Molenberg. The use of a multi-faceted roof<br />

emphasizes the small square in the street pattern.<br />

The principle of this construction resembles that of<br />

the four houses built by Jan Stuyt at the Zijlweg in<br />

Haarlem in 1897, except for the fact that in <strong>Heerlen</strong><br />

the houses were built on a slope and in Haarlem<br />

on a flat surface.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


RETRAITEHUIS<br />

Oliemolenstraat 60, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoorverzamelgebouw<br />

Bouwjaar: 1932<br />

Architect: F.P.J. Peutz<br />

Monumentnr.: 512787<br />

HOUSE OF RETREAT<br />

Oliemolenstraat 60, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Multi-office building<br />

Year of construction: 1932<br />

Architect:<br />

F.P.J. Peutz<br />

Monument no.: 512787<br />

71<br />

Eind jaren twintig kwam bisschop Mgr. L. Schrijnen<br />

met het plan om in de Mijnstreek een retraitehuis voor<br />

jonge vrouwen en meisjes te stichten. Men kon zich<br />

hier, in de omgeving van het Aambos, terugtrekken<br />

voor bezinning op vraagstukken rond mens, maatschappij<br />

en kerk.<br />

De architectuur is langgerekt, kubisch, zonder ornamentiek<br />

en heeft een terrasvormige opzet met een<br />

cilindertorentje. De entree bevindt zich onder een<br />

markante licht oplopende luifel.<br />

Uit vrees voor bodemverzakkingen door de mijnontginning<br />

werd een stalen skelet toegepast. Dit werd<br />

bekleed met ‘steeltex’ (Amerikaans systeem van<br />

verzinkt metalen gaas en asfaltpapier) waartegen<br />

een gevelbepleistering werd aangebracht.<br />

Het gebouw is verder ultralicht ontworpen. Opvallend<br />

zijn de technische vernieuwingen: natuurlijke ventilatiesystemen,<br />

een grijswatercircuit, glazen vloervelden<br />

voor daglicht en vouwwanden voor flexibel ruimtegebruik.<br />

Hier openbaren zich de tegenstellingen tussen het<br />

traditionalisme waarbij gebouwen werden opgebouwd<br />

uit ‘natuurlijke’ materialen (hout en baksteen) en de<br />

nieuwe Europese architectuurstroming die vooral<br />

moderne materialen (staal en beton) gebruikte.<br />

Tegenstanders vonden dit strakke witte retraitehuis<br />

maar een heidens gebouw. Mgr. Schrijnen schijnt eens<br />

gezegd te hebben “als dit heidentje klaar is zullen wij<br />

het ook dopen”. Peutz zou daarbij gedacht hebben<br />

aan wijwater in het beton.<br />

In dit retraitehuis logeerden tot 1959 meer dan 60.000<br />

katholieke meisjes. Het gebouw diende daarna als<br />

Filosoficum, Hogeschool voor Theologie en Pastoraat<br />

en werd, na een restauratie in 2003, in gebruik genomen<br />

als multifunctioneel kantoorgebouw.<br />

By the end of the twenties bishop Mgr. L. Schrijnen<br />

came with the plan to establish a house of retreat<br />

for young women and girls in the Mining District. Here,<br />

in the Aambos area, people could retreat for contemplation<br />

on issues regarding mankind, society and church.<br />

The architectural structure is elongated, cubic, without<br />

ornaments and it has a terrace-shaped design with<br />

a small cylindrical tower. The entrance is under a<br />

striking slightly rising porch.<br />

For fear of soil subsidence due to the mining activities<br />

a steel skeleton was used. The latter was clad with<br />

‘steeltex’ (an American system of galvanized metal<br />

netting and asphalt paper) against which a facade<br />

plastering was applied.<br />

The other parts of the building have been designed as<br />

an ultralight construction. Striking are its technical<br />

innovations: natural ventilation systems, a grey-water<br />

circuit, glass floor segments for daylight and concertina<br />

doors for flexible use of space.<br />

Here the contrasts become evident between the<br />

traditionalism in which buildings were constructed of<br />

‘natural’ materials (wood and brick) and the new<br />

European architectural school which predominantly<br />

used modern materials (steel and concrete). Opponents<br />

were of the opinion that this rigid white house<br />

of retreat was some sort of heathen building. Mgr.<br />

Schrijnen is reported to have stated “when this little<br />

heathen is finished, we will also baptize it”. In this<br />

context Peutz allegedly may have thought of holy<br />

water in the concrete.<br />

Until 1959 more than 60,000 Roman Catholic girls<br />

stayed in this house of retreat. After that the building<br />

served as a philosophical institute, the Academy for<br />

Theology and Pastoral Care and, after a restauration<br />

in 2003, it has been used as a multi-functional office<br />

building.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


BROEDERHUIS<br />

Kerkraderweg 9, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Wijkvoorziening<br />

Bouwjaar: 1921<br />

Architect: F.P.J. Peutz<br />

Monumentnr.: 512782<br />

BROTHERS’ HOUSE<br />

Kerkraderweg 9, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Neighbourhood facilities centre<br />

Year of construction: 1921<br />

Architect:<br />

F.P.J. Peutz<br />

Monument no.: 512782<br />

72<br />

De pastoor van Molenberg wilde graag een school<br />

met broeders vanwege de succesvolle, zelf ontwikkelde<br />

onderwijsmethoden. In 1921 kwamen de eerste zes<br />

broeders naar <strong>Heerlen</strong> en was er huisvesting nodig.<br />

Het Broederhuis ligt naast de Broederschool. In 1923<br />

werd achter het Broederhuis een uitbreiding gerealiseerd<br />

met onder meer een kapel.<br />

The parish priest of Molenberg wanted a school with<br />

brothers because of the successful, self-developed<br />

teaching methods. In 1921 the first six brothers came<br />

to <strong>Heerlen</strong> and housing was needed.<br />

The Broederhuis is situated next to the Broederschool<br />

(Brothers’ school). In 1923 the Broederhuis was<br />

expanded with, among other things, a chapel.<br />

Uit het ensemble spreekt de romantiek van Zuid-<br />

Limburg, maar ook een gevoel voor zakelijkheid.<br />

De 25-jarige Peutz wisselt, in een traditionele stijl,<br />

grillige motieven en stilgehouden vlakken met elkaar<br />

af. In de voorgevel spelen geometrische figuren mee.<br />

Een ritme van verticale lijnen met levendige schaduwen<br />

lijkt de horizontale structuur te versterken.<br />

De begane grond bevat een entreeportaal achter een<br />

rondboog. Op de verdieping staan vier stalen vensters<br />

tussen mergellisenen die een vierkant accentueren.<br />

De langwerpige ramen met stalen kozijnen zijn per<br />

vier gegroepeerd. De plint van ruw uitgehakte mergelblokken<br />

geeft een exotische uitstraling, omsluit de<br />

gevelopeningen en brengt de compositie in evenwicht.<br />

Op het dak staan twee opvallende, dubbele<br />

dakkapellen.<br />

De kapel heeft een rechthoekige plattegrond met<br />

absis achter een spitsboog en een cassetteplafond<br />

van beton. De gevels zijn van baksteen met diepe<br />

voeg.<br />

In 2015 is dit carré-vormige complex bestemd voor<br />

een nieuwe Brede Maatschappelijke Voorziening.<br />

De wijkvoorzieningen zijn ondergebracht in het<br />

Broederhuis. Architect Mark Feron, Architectenzaak &<br />

Peutz | Architecten reconstrueerde het geheel.<br />

Nieuwe en oude gebouwen omsluiten nu een pleinvormige<br />

ruimte van 40x40 meter als ontmoetingsplaats<br />

voor jong en oud.<br />

These buildings represent the romance of Zuid-<br />

Limburg, but also a sense of professionalism.<br />

The 25-year-old Peutz alternates, in a traditional style,<br />

fanciful motives and tranquil surfaces. In the facade<br />

geometrical figures play a role also. A rhythm of<br />

vertical lines with lively shadows seems to strengthen<br />

the horizontal structure.<br />

The ground floor has an entrance portal behind<br />

a round arch. On the first floor there are four steel<br />

window panes between marl plaster strips that<br />

accentuate a square. The elongated windows with<br />

steel frames are grouped in pairs of four. The plinth<br />

of rough-hewn marl blocks provides an exotic effect,<br />

surrounds the facade openings and balances<br />

the composition. On the roof there are two striking<br />

double dormer windows.<br />

The chapel has a rectangular floor plan with an apsis<br />

behind a Gothic arch and a coffered ceiling of concrete.<br />

The facades are made of brick with deep joints.<br />

In 2015 this square shaped building was intended for<br />

a new Broad Public Facility. The neighbourhood<br />

facilities have been accommodated in the Broederhuis.<br />

Architect Mark Feron, Architectenzaak & Peutz |<br />

Architecten reconstructed it all.<br />

New and old buildings now enclose a square-shaped<br />

space of 40x40 metres as a meeting place for young<br />

and old.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HUIZE DE BERG<br />

Gasthuisstraat 45, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kloosterbejaardenoord<br />

Bouwjaar: 1897<br />

Architect: A. van Beers<br />

Monumentnr.: 512809<br />

MOTHER HOUSE ‘DE BERG’<br />

Gasthuisstraat 45, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Monastery home for<br />

the elderly<br />

Year of construction: 1897<br />

Architect:<br />

A. van Beers<br />

Monument no.: 512809<br />

73<br />

“Huize de Berg” was het moederhuis van de Kleine<br />

Zusters van de Heilige Joseph. De Congregatie,<br />

destijds een van de grootste zorginstellingen van<br />

Nederland, was gevestigd aan de Gasthuisstraat 2,<br />

en is gesticht door de <strong>Heerlen</strong>se priester J. Savelberg.<br />

Buiten de dorpskern werd in 1879 ‘Het Sanatorium St.<br />

Josephs Heilbron’ gebouwd.<br />

“Huize de Berg” used to be the mother house of<br />

the Little Sisters of St. Joseph. The Congregation,<br />

at that time one of the largest care institutions in the<br />

Netherlands, was accommodated at Gasthuisstraat 2,<br />

and was founded by the <strong>Heerlen</strong> priest J. Savelberg.<br />

Outside the village centre ‘The Sanatorium St. Joseph<br />

Heilbron’ was built in 1879.<br />

Aan de Voskuilenweg werd de eerste uitbreiding<br />

gerealiseerd in opdracht van rector Driessen (1869-<br />

1930). Loodrecht hierop is in 1916 een vleugel<br />

gebouwd naar ontwerp van architect H. Heijnen,<br />

bouwkundige van de Congregatie. In 1919 is tussen<br />

het hoofdgebouw uit 1897 en de vleugel uit 1916 een<br />

kapel gebouwd door architect Jos Seelen. Het geheel<br />

werd in 1932 nogmaals verlengd met een kloostervleugel.<br />

Het hoofdgebouw in oranjerode baksteen bestaat<br />

uit een middenfront van twee bouwlagen met vijf<br />

traveeën onder een zadeldak. Aan weerszijden hiervan<br />

staat een opgaande trapgevel. De ramen hebben<br />

decoratieve baksteenlijsten. Voor de gevel ligt een<br />

balkon op zes kolommen en een bordes. Op het<br />

midden van het dak staat een klein trapgeveltje.<br />

Er zijn smeedijzeren muurankers en een windwijzer.<br />

De eenbeukige neogotische kapel heeft spitsbogen<br />

en glas-in-loodvensters. Op het dak staat een opvallende<br />

achthoekige dakruiter en dakkapellen met<br />

luiken. De gevel bestaat uit bruin-rood metselwerk.<br />

De topgevel met aan weerszijden steunberen en<br />

een kruis wordt door waterlijsten in drieën gedeeld.<br />

In de centrale as bevindt zich een groot venster met<br />

rozet en een uurwerk omgeven door negen spitsbogen.<br />

Het veelkleurige interieur van de kapel heeft<br />

decoratief metselwerk en ambachtelijke natuurstenen<br />

details zoals venstertraceringen en dorpelstenen.<br />

At the Voskuilenweg the first extension was realized<br />

by order of rector Driessen (1869-1930). In 1916,<br />

by design of H. Heijnen, architect of the Congregation,<br />

a wing was built at right angles to it. In 1919 a chapel<br />

was built by the architect Jos Seelen in between the<br />

main building from 1897 and the wing from 1916.<br />

The entire complex was extended again in 1932 with<br />

a monastery wing.<br />

The main building in orange-red brick consists of a<br />

middle facade with two construction levels with five<br />

bays under a saddle roof. On both sides of it there is<br />

a rising stepped gable. The windows have decorative<br />

brick frames. In front of the facade a balcony is<br />

positioned on six columns and a landing. In the middle<br />

of the roof there is a small stepped gable. There are<br />

cast-iron wall ties and a weather vane.<br />

The single-nave neogothic chapel has pointed arches<br />

and stain-glass windows. On the roof there is an eyecatching<br />

octangular roof-turret and dormer windows<br />

with shutters. The facade consists of brown-red<br />

masonry. The gable end with on both sides buttresses<br />

and a cross is divided into three parts by means of<br />

gutters. In the central axis there is a large window with<br />

a rosette and a clock enclosed by nine Gothic arches.<br />

The many-coloured interior of the chapel has some<br />

decorative masonry and traditional natural stone<br />

details such as window traceries and sills.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WONINGEN LEENHOF<br />

Leenhofstraat 1 t/m 19, 2 t/m 20,<br />

Schaesbergerweg 194 t/m 200, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1905-1906<br />

Architect: Oranje-Nassau Mijnen<br />

Monumentnr.: 342679, 342685, 342690,<br />

342695, 342701, 342706<br />

LEENHOF RESIDENCES<br />

Leenhofstraat 1 to 19, 2 to 20,<br />

Schaesbergerweg 194 to 200, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1905-1906<br />

Architect:<br />

Oranje-Nassau Mines<br />

Monument no.: 342679, 342685, 342690,<br />

342695, 342701, 342706<br />

74<br />

De mijnwerkers moesten op loopafstand van hun werk<br />

wonen. Maar niet in de bestaande bebouwde kom,<br />

onder andere vanwege de hogere grondprijzen daar.<br />

Deze omstandigheden bepaalden de ligging van deze<br />

wijk, gelegen tussen de weg van <strong>Heerlen</strong> naar Schaesberg<br />

en de spoorlijn, dicht bij de Oranje-Nassau I.<br />

Deze woningen, gelegen te midden van de afzonderlijke,<br />

omgrensde erven, zijn een deel van de in 1905-<br />

1906 in opdracht van de Oranje-Nassau Mijnen<br />

gebouwde mijnwerkerskolonie “Leenhof I”, die door<br />

aanleg, architectuur, gelijke kleur- en materiaalgebruik<br />

een eenheid vormt.<br />

Rond de eeuwwisseling zijn er twee belangrijke<br />

stedenbouwkundige patronen die de nieuwe arbeidersdorpen<br />

kenmerkten. Het eerste is gebaseerd op<br />

een rationele dambordachtige aanpak met rechte<br />

wegen, ruime opzet en terug te voeren naar<br />

de plattegrond van een Romeins kampement.<br />

Het tweede wordt beïnvloed door een romantisch<br />

wegenverloop met knusse hoekoplossingen en<br />

bochtige straatjes kenmerkend voor de middeleeuwse<br />

stad.<br />

Dit complex bestaat uit een rechthoekig, gepleisterd<br />

blok van vier rug-aan-rug-woningen met een verdieping<br />

onder het met rode pannen bedekte zadeldak.<br />

De lange gevels hebben een risalerende middenpartij<br />

met lage verdieping onder een flauw hellend dak.<br />

Vermeldingswaardig is nog dat de hier genoemde<br />

panden deel uitmaken van het rijksbeschermde<br />

stadsgezicht Leenhof.<br />

The miners were supposed to live at walking distance<br />

from their work. However, not in the existing built-up<br />

area, partly due to the higher land prices there.<br />

These circumstances determined the location of<br />

this neighbourhood, situated between the road from<br />

<strong>Heerlen</strong> to Schaesberg and the railway line, close to<br />

the Oranje-Nassau I.<br />

These houses built by order of the Oranje-Nassau<br />

Mines in 1905-1906, situated in the midst of the<br />

individually enclosed properties, are part of the<br />

miners’ colony “Leenhof I” and show a uniformity<br />

because of construction, architecture, use of identical<br />

colours and materials.<br />

Around the turn of the century there are two important<br />

urban developmental patterns which are characteristic<br />

of the new workers’ villages. The first is based<br />

on a rational draughtboard approach with straight<br />

roads, spacious structure and retraceable to the floor<br />

plan of a Roman encampment. The second is influenced<br />

by a romantic road plan with cosy corner solutions<br />

and small winding roads which are characteristic<br />

of the medieval town.<br />

This block of buildings consists of a rectangular,<br />

plastered group of four back-to-back houses with<br />

a storey under a saddle roof with a red tiles covering.<br />

The long facades have a protruding middle section<br />

with a lowered floor under a sloping roof.<br />

It is also worthwhile mentioning that the above<br />

mentioned houses are part of the urban conservation<br />

area Leenhof.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


BARBARAKAPEL<br />

Slotweg 2, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kapel<br />

Bouwjaar: 17 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21259<br />

BARBARA CHAPEL<br />

Slotweg 2, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Chapel<br />

Year of construction: 17th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21259<br />

75<br />

De kapel, gelegen aan de Slotweg, is in 1670 gesticht<br />

door Johan Frederik, graaf van Schaesberg. De heer,<br />

later baron van Schaesberg heeft er voor gezorgd<br />

dat Schaesberg niet tot de protestantse Republiek<br />

der Verenigde Nederlanden ging behoren.<br />

The chapel located at the Slotweg was founded by<br />

Johan Frederik, Earl of Schaesberg in 1670. The lord,<br />

later baron of Schaesberg made sure that Schaesberg<br />

did not become part of the protestant Republic of the<br />

United Netherlands.<br />

Bij de verdeling van de Landen van Overmaas in het<br />

Partagetraktaat van 1661 kwam Schaesberg in het<br />

gebied van de koning van Spanje te liggen,<br />

waardoor de vrije uitoefening van het katholieke<br />

geloof gewaarborgd was.<br />

In de voorgevel bevindt zich een chronogram,<br />

waaruit blijkt dat de kapel aan de H. Barbara is gewijd.<br />

Tevens kan men hieruit de stichtingsdatum 1670<br />

aflezen. De kapel is in de 18 e eeuw vergroot en in de<br />

19 e eeuw gewijzigd. Het oudste gedeelte bevindt zich<br />

aan de oostkant en heeft een plint van Kunradersteen.<br />

In de schuine zijden zien we een rond venstertje met<br />

een vierkante omlijsting van mergel. De zijgevels<br />

hebben beiden drie venstertjes in de vorm van<br />

een staande ovaal, die dateren uit de 19 e eeuw.<br />

In de kapel vond op 25 juli 1774 de kerkelijke inzegening<br />

plaats van het huwelijk van Frederik Joseph,<br />

baron de Böselager uit Voswinkel en Maria Augusta<br />

van der Heyden, genaamd Belderbusch uit Villich,<br />

verblijvend op kasteel Terworm.<br />

De kapel raakte in de loop der tijd sterk in verval.<br />

In 1998 is de kapel volledig gerestaureerd.<br />

As a result of the division of the Lands of Overmaas<br />

in the Partagetraktaat (Treaty of Division) of 1661<br />

Schaesberg became situated in the region of the king<br />

of Spain, thus safeguarding the free practice of the<br />

Catholic faith.<br />

On the face of the chapel there is a chronogram<br />

showing that the chapel is dedicated to St. Barbara.<br />

Also the date of foundation, 1670, can be read.<br />

The chapel was expanded in the 18th century and<br />

altered in the 19th century. The oldest part is the east<br />

side and has a plinth of Kunrader stone. In the slanting<br />

sides we observe a small round window with a square<br />

marl frame. The side walls have three small windows in<br />

the shape of an upright oval dating from the 19th<br />

century.<br />

On 25 July 1774 the chapel hosted the consecration of<br />

the marriage of Frederik Joseph, baron de Böselager<br />

from Voswinkel and Maria Augusta van der Heyden,<br />

named Belderbusch from Villich, residing at Terworm<br />

castle.<br />

In the course of time the chapel deteriorated considerably.<br />

In 1998 the chapel was fully restored.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEVE DE BAAK<br />

Meezenbroekerweg 95, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 18 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21261<br />

FARMSTEAD DE BAAK<br />

Meezenbroekerweg 95, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 18th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21261<br />

76<br />

Hoeve De Baak is een typische Limburgse carréboerderij.<br />

Aanvankelijk bestond dit soort boerderijen uit<br />

losse gebouwen. Het woonhuis en de afzonderlijke<br />

stallen, schuren en wagenhokken werden geleidelijk<br />

aaneen gebouwd tot een L-vorm of een U- vorm.<br />

Uiteindelijk ontstond de gesloten hoeve rondom een<br />

open binnenplaats, waar meestal de mestvaalt lag.<br />

Deze binnenplaats is evenals bij Hoeve de Rousch een<br />

beetje trapeziumvormig. Het vierkante dak bestaat<br />

uit twee verbonden noord-zuid lopende schilddaken<br />

en twee oost-west lopende zadeldaken. Door de<br />

hoogteverschillen sluiten de nokken niet op elkaar<br />

aan. Bij de noordoost hoek zijn in de voor- en zijgevel<br />

ronde raampjes toegevoegd. De ligging van de hoeve<br />

heeft ongetwijfeld te maken met de loop van<br />

de Caumerbeek die momenteel weer zichtbaar en<br />

‘natuurlijk’ in het stadsbeeld is terug gebracht.<br />

Op hoeve de Baak woonde rond 1900 de famillie<br />

Nelissen. De dochter des huizes trouwde met een van<br />

de gebroeders Vrouenraedts. Omdat er plaats genoeg<br />

was begonnen de gebroeders vandaar uit de Rijtuigenverhuur<br />

en Begrafenis onderneming Vrouenraedts.<br />

Hoeve de Baak is opgetrokken in baksteen en heeft<br />

een hardstenen segmentboogingang met links en<br />

rechts op de begane grond twee hardstenen segmentboogvensters<br />

evenals in de linker zuidgevel. Een grote<br />

poort met een gemetselde ellipsboog en een hardstenen<br />

sluitsteen geeft toegang tot de binnenplaats.<br />

Op de sluitsteen bij de ingang stond vroeger “ic ans<br />

1797”. De oorspronkelijke ramen met roedeverdeling<br />

en de luiken zijn nog gedeeltelijk aanwezig. De hele<br />

boerderij is verbouwd tot appartementencomplex.<br />

Het monumentale karakter van de hoeve is hierdoor<br />

sterk aangetast. De muren van de schuren en verschillende<br />

dakvlakken zijn tegenwoordig door de aanleg<br />

van dakkapellen doorbroken.<br />

Farmstead De Baak is a typical Limburg carré farm.<br />

Initially, these types of farms consisted of separate<br />

buildings. The house and the separate stables, barns<br />

and wagon-sheds were gradually built together into<br />

an L-shape or a U-shape. In the end a closed farm was<br />

created around an open courtyard, where most of<br />

the time the dunghill was laid. This courtyard is a bit<br />

trapezoidal, just like at Farmstead de Rousch.<br />

The square roof consists of two connected northsouth<br />

running shield roofs and two east-west running<br />

saddle roofs. Due to the height differences, the ridges<br />

do not match to each other. Near the northeast corner,<br />

round windows have been added in the front and side<br />

facades. The location of the farm undoubtedly has<br />

to do with the course of the Caumerbeek which is<br />

currently visible and ‘natural’ again in the cityscape.<br />

On farm De Baak, the Nelissen family lived around<br />

1900. The daughter of the house married one of the<br />

brothers Vrouenraedts. Because there was plenty of<br />

room, the brothers started the Car Rental and Funeral<br />

company Vrouenraedts from there.<br />

Farmstead de Baak is built in brick and has a bluestone<br />

segment arch entrance with left and right on<br />

the ground floor two bluestone segment arch windows,<br />

as well as in the left south facade. A large gate<br />

with a brick ellipse arch and a bluestone headstone<br />

gives access to the inner courtyard.<br />

On the headstone at the entrance there used to be<br />

“ic ans 1797”. The original panelled windows and the<br />

shutters are still partly present. The whole farm has<br />

been converted into an apartment complex.<br />

The monumental character of the farm is therefore<br />

greatly affected. The walls of the barns and various<br />

roof surfaces have now been broken through<br />

the construction of dormer windows.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


POORTGEBOUW KASTEEL GATEHOUSE MEEZENBROEK<br />

MEEZENBROEK CASTLE<br />

77<br />

Kasteellaan 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Kasteellaan 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Restaurant<br />

Bouwjaar: 14 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21260<br />

Current function: Restaurant<br />

Year of construction: 14th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21260<br />

Kasteel Meezenbroek was een leengoed van het<br />

aartsbisdom Keulen. In 1371 vocht ridder Scheyffert<br />

van Meysenbroeck mee aan Brabantse zijde in de slag<br />

bij Baesweiler. Hij was vermoedelijk de bezitter van<br />

kasteel Meezenbroek.<br />

Meezenbroek castle was a fief of the archbishopric of<br />

Cologne. In 1371 knight Scheyffert van Meysenbroeck<br />

fought on the side of Brabant during the battle of<br />

Baesweiler. Probably he was the owner of Meezenbroek<br />

castle.<br />

In 1478 was de familie Von Holtzen eigenaar van het<br />

kasteel. Even later krijgt de patriciërsfamilie Van den<br />

Edelenbant uit Aken de helft van het landgoed in<br />

handen. Catharina van Edelenbant trouwt met Hendrik<br />

van Tzievel tot Puth. Deze laatste weet in 1579 het<br />

ontbrekende deel van Meezenbroek te verwerven.<br />

In 1650 verkoopt hun nazaat Johan Karel, baron van<br />

Dobbelstein, het kasteel aan Jan en Daniël Buirette uit<br />

Aken. Deze familie geeft in 1660 de opdracht voor het<br />

huidige poortgebouw van de voorburcht. Hun wapen<br />

prijkt boven de ingang.<br />

Willem Daniël Vignon, burgemeester van Maastricht,<br />

krijgt het goed in 1670 in handen. Na zijn dood in 1789<br />

komt het kasteel in handen van zijn zwager Jan<br />

Willem Heldevier. Deze laatste overlijdt op het kasteel<br />

in 1819.<br />

In de 19 e eeuw waren landhuis en boerderij in bezit van<br />

verschillende eigenaren. In 1935 werd het landhuis<br />

gesloopt. De kasteelhoeve werd door de familie Erens<br />

uit Schaesberg aan de gemeente <strong>Heerlen</strong> verkocht.<br />

Het meest in het oog springende gedeelte vormt het<br />

poortgebouw, dat als enig origineel onderdeel van de<br />

hoeve behouden is gebleven. De rest van de hoeve is<br />

in de jaren zeventig van de 20 e eeuw gesloopt. Alleen<br />

de stalvleugels aan beide zijden van het poortgebouw<br />

werden ten behoeve van het restaurant in 1978<br />

gereconstrueerd.<br />

Naast het poortgebouw is op de oude fundamenten<br />

het vierkant van het vroegere kasteel nog zichtbaar.<br />

In 1478 the Von Holtzen family owned the castle.<br />

Not much later the Aachen patrician family Van den<br />

Edelenbant acquires half of the estate. Catharina van<br />

Edelenbant marries Hendrik van Tzievel tot Puth.<br />

The latter manages to acquire the missing part of<br />

Meezenbroek in 1579.<br />

In 1650 their descendant Johan Karel, baron of Dobbelstein,<br />

sells the castle to Jan and Daniël Buirette<br />

from Aachen. This family commissioned the construction<br />

of the current gatehouse of the outer fort in 1660.<br />

Their coat of arms adorns the entrance.<br />

Willem Daniël Vignon, mayor of Maastricht, acquires<br />

the estate in 1670. After his death in 1789 the castle<br />

comes in the possession of his brother-in-law Jan<br />

Willem Heldevier. The latter dies at the castle in 1819.<br />

In the 19th century the manor and the farm were in<br />

the possession of different owners. In 1935 the manor<br />

was torn down. The castle farmstead was sold to the<br />

municipality of <strong>Heerlen</strong> by the Erens family from<br />

Schaesberg.<br />

The most striking part is the gatehouse, which is the<br />

only remaining part of the original farmstead. The<br />

remainder of the farmstead was torn down during<br />

the seventies of the 20th century. Only the stable<br />

buildings on both sides of the gatehouse were reconstructed<br />

for the benefit of the restaurant in 1978.<br />

Beside te gatehouse is on the old foundation the<br />

sqaure of the castle still visable.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KERKORGEL H. HARTKERK<br />

Meezenbroekerweg 116, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kerkorgel<br />

Bouwjaar: 1841<br />

Bouwers: Gebroeders Mueller uit Reifferscheidt<br />

(Duitsland)<br />

Monumentnr.: 422862<br />

CHURCH ORGAN SACRED<br />

HEART CHURCH<br />

Meezenbroekerweg 116, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Church organ<br />

Year of construction: 1841<br />

Architect:<br />

Mueller Brothers from Reifferscheidt<br />

(Germany)<br />

Monument no.: 422862<br />

78<br />

Het orgel dat in deze kerk staat is een rijksmonument,<br />

de kerk als zodanig niet. Deze eenbeukige kerk is een<br />

typische ‘Wielders’-kerk in zakelijk-expressionistische<br />

stijl, uitgevoerd in baksteen met brede, gotiserende<br />

ramen en aan de zijkanten gesierd met kapellen die<br />

zijn voorzien van steekdaken.<br />

The organ placed in this church is a national monument,<br />

the church itself is not. This single-nave church<br />

is a typical ‘Wielders’-church in a business-like expressionistic<br />

style, built of brick with wide Gothic-like<br />

windows and decorated on both sides with chapels<br />

that have pointed roofs.<br />

De absis wordt gevormd door asymmetrisch<br />

geplaatste, steeds kleiner wordende uitbouwsels,<br />

de voorlaatste voorzien van ronde vensters.<br />

Het orgel is een eenklaviersorgel met 10 registers die<br />

in 1841 gebouwd werd door de Gebr. Mueller uit<br />

Reifferscheidt (Duitsland). Dankzij financiële steun van<br />

de grafelijke familie Marchant et d’Ansembourg werd<br />

het orgel gebouwd voor de Petruskerk in Gulpen.<br />

In 1928 werd het orgel verkocht aan de nieuwe kerk<br />

in Schandelen-<strong>Heerlen</strong> om in 1968 gerestaureerd te<br />

worden door Flentrop Orgelbouw.<br />

Tijdens deze restauratie zijn wijzigingen die rond 1950<br />

zijn aangebracht, ongedaan gemaakt en is de mechanische<br />

tractuur van het orgel hersteld.<br />

The apsis is created by extensions that are asymmetrically<br />

positioned and that gradually become<br />

smaller, the last but one with round windows.<br />

The organ is a one-clavier organ with 10 registers built<br />

in 1841 by the Mueller Brothers from Reifferscheidt<br />

(Germany). Thanks to financial support from the noble<br />

family of Marchant et d’Ansembourg the organ was<br />

built for the St. Peter church Gulpen.<br />

In 1928 the organ was sold to the new church in<br />

Schandelen-<strong>Heerlen</strong> and renovated by Flentrop<br />

Orgelbouw in 1968.<br />

During this restoration some changes implemented<br />

around 1950 were removed and the mechanical action<br />

of the organ was restored.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SCHANDELERMOLEN<br />

Schandelermolenweg 16, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 16 e eeuw<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21262<br />

SCHANDELER MILL<br />

Schandelermolenweg 16, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 16th century<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21262<br />

79<br />

De Schandelermolen was de vierde molen aan<br />

de Caumerbeek en lag oorspronkelijk aan een kleine<br />

veldweg die haaks op de beek van Schandelen in de<br />

richting van kasteel Schaesberg liep. In 1940 worden<br />

de “boorden aangelegd” en komt de molen te liggen<br />

aan de Schanderboord, een verbindingsweg van<br />

<strong>Heerlen</strong> naar Sittard.<br />

The Schandeler mill was the fourth mill situated at<br />

the Caumerbeek and was originally located at a small<br />

country road which ran at a right angle from the<br />

Schandelen brook in the direction of Schaesberg<br />

castle. In 1940 the “banks are constructed” and the<br />

mill is then located at the Schanderboord, a connecting<br />

road from <strong>Heerlen</strong> to Sittard.<br />

De molen was eigendom van het geslacht van Schaesberg<br />

en wordt voor het eerst vermeld in een archiefstuk<br />

uit maart 1563. Naar alle waarschijnlijkheid is<br />

de molen gebouwd rond 1550. In 1906 wordt de molen<br />

uit de erfenis van de Van Schaesbergs toegewezen<br />

aan Friedrich Schaefer en verkocht aan de familie<br />

Deumens.<br />

Het maalwater werd verzameld in twee grote vijvers<br />

die in elkaars verlengde lagen en door een sloot met<br />

elkaar in verbinding stonden.<br />

Voor zover is na te gaan, had de molen vroeger een<br />

houten waterrad van 3,60 meter doorsnee en een<br />

breedte van 1,06 meter. Dit bovenslagrad was in 1907<br />

door Deumens vervangen door een ijzeren. In 1957<br />

was het schoepenrad verwijderd en de ombouw van<br />

het molenrad ingestort. Bij een latere restauratie zijn<br />

de sporen van deze ombouw geheel verwijderd.<br />

Het oorspronkelijke molengebouw en het molenaarshuis<br />

werden intact gelaten.<br />

De molen is nu nog in gebruik als woonhuis voor de<br />

familie Deumens. Vakwerkornamenten in de gevels<br />

laten zien dat het om een oud gebouw gaat.<br />

The mill was the property of the house of Schaesberg<br />

and was first mentioned in a record from March 1563.<br />

It is very likely that the mill was built around 1550.<br />

From the inheritance of the Van Schaesbergs family<br />

the mill was allocated to Friedrich Schaefer in 1906<br />

and sold to the Deumens family.<br />

The milling water was collected in two large ponds<br />

that were positioned in line with each other and<br />

connected to each other by means of a ditch.<br />

As far as can be ascertained, the mill used to have a<br />

wooden water wheel with a diameter of 3,60 metres<br />

and a width of 1,06 metre. Deumens replaced this<br />

overshot wheel by an iron version in 1907. In 1957<br />

the water wheel was removed and the housing of the<br />

water wheel had collapsed. During a later restoration<br />

the traces of this housing have been removed completely.<br />

The original mill and the miller’s house were left<br />

intact.<br />

Today the mill is still used as residence by the Deumens<br />

family. The half-timbered ornaments of the<br />

facades show us that we are dealing with a historic<br />

building.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOOFDINGENIEURSWONING<br />

Sittarderweg 79B, <strong>Heerlen</strong><br />

CHIEF ENGINEER’S HOUSE<br />

Sittarderweg 79B, <strong>Heerlen</strong><br />

80<br />

Huidige functie: Dierenartsenpraktijk<br />

Bouwjaar: 1921<br />

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen<br />

ir. J. Lugten<br />

Monumentnr.: 512761<br />

Current function: Veterinary practice<br />

Year of construction: 1921<br />

Architect:<br />

Construction Office ON-Mines<br />

J. Lugten, MSc.<br />

Monument no.: 512761<br />

Hoe hoger de rang in de hiërarchie van het mijnbedrijf,<br />

hoe dichter het bedrijf de woning voor hen bij de mijn<br />

bouwde. Vooral aan de Sittarderweg is die hiërarchie<br />

nog in hoge mate herkenbaar. De hoofdingenieurswoning<br />

is dicht bij de ingang van de Oranje-Nassaumijn<br />

I gebouwd. Dat gebeurde in 1921 naar een ontwerp<br />

van het Bouwbureau van deze eerste <strong>Heerlen</strong>se<br />

steenkolenmijn, die in 1899 in exploitatie kwam.<br />

The higher the rank within the hierarchy of the mining<br />

company, the nearer to the mine the company built<br />

their houses. Especially on the Sittarderweg that<br />

hierarchy is still clearly recognizable. The chief<br />

engineer’s house was built close to the entrance of<br />

the Oranje-Nassau Mine I. This happened in 1921 after<br />

a design of the Construction company of this first<br />

<strong>Heerlen</strong> coalmine, which was opened in 1899.<br />

De toegepaste bouwstijl is traditionalistisch met<br />

elementen van het neoclassicisme. De vrijstaande villa<br />

heeft een rechthoekig grondplan, telt twee bouwlagen<br />

en wordt afgedekt met een geknikt schilddak met<br />

Tuiles du Nord, dakkapellen met klein fronton en<br />

zadeldakje. In elk dakvlak zijn twee dakkapellen<br />

aangebracht met uitzondering van het achtergeveldakvlak<br />

waarin maar één dakkapel zit.<br />

Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen, hardsteen<br />

en kunststeen. Het metselwerk is in kruisverband<br />

uitgevoerd. De rechthoekige houten deuren en<br />

vensters met bovenlichten met roedeverdeling en<br />

deels met kunststenen omlijsting zijn nog oorspronkelijk.<br />

Bij de bouw zat op het plat dak van de erker<br />

een balkon met houten balustrade. Helaas is dit bij een<br />

verbouwing verdwenen.<br />

Hoewel het pand momenteel als dierenartsenpraktijk<br />

in gebruik is, is de interieurindeling nog grotendeels<br />

intact. Als u het pand kunt bezichtigen, let dan vooral<br />

op de kleine voorhal met authentieke voordeur met<br />

glas-in-lood bovenlicht; de tussendeur naar de gang<br />

met zij- en bovenlichten; de authentieke houten trap<br />

die doorloopt tot de zolderverdieping met hoofdbaluster<br />

met decoratief houtsnijwerk en een glas-inlood<br />

venster op de overloop van de trap.<br />

The applied architectural style is traditionalistic with<br />

elements of Neoclassicism. The detached villa has a<br />

rectangular floorplan, two construction layers and is<br />

covered by a bent hipped roof with Tuiles du Nord,<br />

dormer windows with a small fronton and a small<br />

saddle roof. Each roof surface contains two dormer<br />

windows except for the roof surface of the rear facade<br />

in which there is only one dormer window.<br />

The applied building materials are brick, bluestone<br />

and artificial stone. The masonry is cross bond.<br />

The rectangular wooden doors and windows with<br />

panelled transom windows and with a partly artificial<br />

stone frame are still original. At the time of construction<br />

there was a balcony with a wooden railing on<br />

the flat roof of the bay window. Unfortunately this<br />

disappeared during a rebuilding.<br />

Although the property is currently used as a veterinary<br />

practice, the interior arrangement is still largely<br />

intact. If you have the opportunity of visiting the<br />

house, please pay attention to the small entrance hall<br />

with its authentic front door with stained glass<br />

transom window; the dividing door to the corridor<br />

with side screens and transom windows; the authentic<br />

wooden staircase that goes all the way up to the attic<br />

with main baluster with decorative woodcarving and<br />

a stained glass window on the landing of the staircase.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOOFDOPZICHTERS-<br />

CHIEF SUPERVISORS’<br />

WONINGEN HOUSES<br />

81<br />

Sittarderweg 70, 72, <strong>Heerlen</strong><br />

Sittarderweg 70, 72, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1909<br />

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen,<br />

ir. J. Lugten<br />

Monumentnr.: 512760<br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1909<br />

Architect:<br />

Construction Office ON-Mines,<br />

J. Lugten, MSc.<br />

Monument no.: 512760<br />

In 1909 werd door het bouwbureau van de Oranje-<br />

Nassau Mijnen begonnen met de bouw van woningen<br />

in Grasbroek en aan de Sittarderweg voor mijnwerkers,<br />

opzichters en ingenieurs van de Oranje-Nassaumijn I.<br />

Bij de bouw kwam tot uiting dat de eigenaren, familie<br />

De Wendel, Fransen uit Lotharingen waren. Ze zijn<br />

namelijk gebouwd in de zogenaamde Lotharingse stijl.<br />

De bouwstijl (opvallend door hun siermetselwerk en<br />

gepleisterde gevelvelden) treft men in Nederland<br />

alleen in de mijnwerkerskolonieën van de Oranje-<br />

Nassau Mijnen aan. De verantwoordelijk architect die<br />

de Oranje-Nassau Mijnen daarvoor hadden aangetrokken,<br />

was ir. Jan Lugten. Oorspronkelijk zijn er in 1909<br />

acht opzichterswoningen gebouwd. Helaas zijn deze<br />

eerste woningen inmiddels gesloopt. Wat rest zijn<br />

deze twee adjunct-hoofdopzichterswoningen onder<br />

een kap (nrs. 70, 72) en twintig beambtenwoningen<br />

(nrs. 74 t/m 112), die naar ontwerp van architect<br />

Lugten gebouwd werden tussen 1909 en 1915.<br />

Het woningblok heeft twee bouwlagen onder schilden<br />

wolfsdaken. Typisch zijn de speklagen tussen de in<br />

kruisverband gemetselde bakstenen gevels met een<br />

risalerende plint onder een natuurstenen afdeklaag.<br />

In de gevels bevinden zich segmentboogvormige<br />

kozijnen met houten deuren en tweedelige vensters,<br />

beiden met bovenlicht. De segmentboogstrek heeft<br />

gepleisterde aanzet- en sluitstenen.<br />

De indeling van het interieur van huisnummer 72<br />

is nagenoeg oorspronkelijk.<br />

In 1909 the construction office of the Oranje-Nassau<br />

Mines started building the houses in Grasbroek and<br />

at the Sittarderweg for miners, supervisors and<br />

engineers of the Oranje-Nassau Mine I. The actual<br />

construction gave expression to the origin of the<br />

owners, the De Wendel family, who were French and<br />

came from Lorraine. As a result these house were built<br />

in the so-called Lorraine style.<br />

In the Netherlands the building style (striking because<br />

of its decorative masonry and plastered facade<br />

surfaces) can only be found in the mining colonies of<br />

the Oranje-Nassau Mines. The responsible architect<br />

taken on for this purpose by the Oranje-Nassau Mines,<br />

was Jan Lugten, MSc.. In 1909 originally eight supervisor<br />

houses were built. Unfortunately these first<br />

houses have been torn down by now. What remains<br />

are these two semi-detached adjunct-chief supervisors’<br />

houses (nos. 70, 72) and twenty houses for office<br />

workers (nos. 74 through 112), which were built by<br />

design of the architect Lugten between 1909 and 1915.<br />

The row of houses has two construction layers under<br />

hipped and clipped-gable roofs. Typical are the string<br />

courses between the cross bond brick facades with a<br />

protruding plinth under a natural stone covering layer.<br />

The facades have domed window frames with wooden<br />

doors and double windows, both with transom<br />

windows. The arch of the dome has plastered skewbacks<br />

and coping stones.<br />

The arrangement of the interior of house number 72<br />

has remained almost completely original.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


OPZICHTERSWONINGEN<br />

Sittarderweg 74 t/m 112, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1909-1915<br />

Architect: Bouwbureau Oranje-Nassau Mijnen,<br />

ir. J. Lugten<br />

Monumentnr.: 512762 t/m 512766<br />

SUPERVISORS’ HOUSES<br />

Sittarderweg 74 to 112, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1909-1915<br />

Architect:<br />

Construction Office ON-Mines,<br />

J. Lugten. MSc.<br />

Monument no.: 512762 to 512766<br />

82<br />

Aan de Sittarderweg bouwde de Oranje-Nassau<br />

Mijnen tussen 1909 en 1915 deze vijf blokken van vier<br />

woningen onder één kap, bedoeld voor opzichters- en<br />

beambten van hun bedrijf. De 20 opzichterswoningen<br />

lagen dichter bij de mijn dan de woningen van de<br />

mijnwerkers, maar weer verder van de mijn dan die<br />

van de hoofdopzichters en de hoofd-ingenieur.<br />

Door de woningen rug-aan-rug te formeren werden<br />

de percelen optimaal ingedeeld om een zo groot<br />

mogelijke tuin te creëren.<br />

Elk blok van vier woningen heeft één en twee bouwlagen<br />

onder wolfsdaken. Het dak loopt evenwijdig aan<br />

het blok en heeft een haaks wolfsdak ter plaatse van<br />

de risaliet. Op het dak staan dakkapellen onder een<br />

schilddak en schoorstenen, er liggen (oorspronkelijk)<br />

muldenpannen en er zitten kleine dakramen in.<br />

De voor- en zijgevels hebben een risalerende, gecementeerde<br />

plint en een optrek van baksteen in kruisverband<br />

met speklagen. In de gevels bevinden zich<br />

segmentboogvormige kozijnen met houten deuren en<br />

vensters met bovenlicht met roedeverdeling.<br />

De segmentboogstrek heeft gepleisterde aanzet- en<br />

sluitstenen. Verder hadden de woningen muurankers,<br />

natuursteen dorpels en oorspronkelijk luiken. Bij pand<br />

nr. 74 zijn alle luiken (nog) aanwezig. Dat is tevens het<br />

pand dat ook qua interieurindeling nog het meest<br />

intact is.<br />

At the Sittarderweg the Oranje-Nassau Mines built<br />

these five blocks of four-under-one-roof houses<br />

between 1909 and 1915, which were intended for<br />

supervisors and office workers of their company. The<br />

20 supervisors’ houses were situated closer to the<br />

mine than the houses of the miners, but again further<br />

from the mine than those of the chief supervisors and<br />

the chief engineer.<br />

By positioning the houses back-to-back the parcels<br />

of land were optimally arranged to create an as large<br />

as possible garden.<br />

Each block of four houses has one and two construction<br />

layers under a saddle roof with two bevelled<br />

surfaces at the short sides. The roof runs parallel to<br />

the block and has a hooked saddle roof at the position<br />

of the ressault. On the roof are dormer windows under<br />

a hipped roof and chimneys, (originally) there are<br />

Mulden tiles and there are small skylights.<br />

The front and side facades have a protruding cemented<br />

plinth and are constructed of cross bond brick<br />

with string courses. In the facades there are segmental<br />

arched frames with wooden doors and windows with<br />

panelled transom windows. The basket handle of the<br />

segmental arch has plastered skewbacks and copestones.<br />

The houses also had wall anchors, natural<br />

stone thresholds and originally shutters. With the<br />

house at no. 74 all shutters are (still) present. This is<br />

also the house that still has an interior arrangement<br />

which is the most intact.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


WONINGEN GRASBROEK<br />

Sittarderweg 112, Grasbroek 1 t/m 15, 2 t/m 6, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1909<br />

Architect: ir. J. Lugten<br />

Monumentnr.: 21222 t/m 21227<br />

GRASBROEK RESIDENCES<br />

Sittarderweg 112, Grasbroek 1 to 15, 2 to 6, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1909<br />

Architect:<br />

J. Lugten, MSc.<br />

Monument no.: 21222 to 21227<br />

83<br />

Deze woningen, gelegen te midden van de afzonderlijke,<br />

door hagen omgrensde erven, zijn een deel van<br />

de door de Oranje-Nassau Mijnen gebouwde mijnwerkerskolonie<br />

“Grasbroek”, die door aanleg, architectuur,<br />

gelijke kleur- en materiaalgebruik een eenheid<br />

vormt. Het is een van de gaafste en voor Nederland<br />

vrij zeldzame voorbeelden van de op de internationale<br />

traditie gebaseerde arbeiderswoningbouwen<br />

gebouwd door industriëlen.<br />

These houses, situated in the middle of the separate,<br />

hedgerow-bordered, properties are part of the miners’<br />

housing colony “Grasbroek” built by the Oranje-<br />

Nassau Mines, which forms a unity because of its<br />

construction, architecture, identical colours and use<br />

of materials. It is one of the most intact and for the<br />

Netherlands rather exceptional examples of labourer’s<br />

cottages built by industrialists based on the international<br />

tradition.<br />

De uitbreiding van het woningbestand was dringend<br />

noodzakelijk vanwege de groei van <strong>Heerlen</strong>: van<br />

6.000 in 1900 naar 12.000 in 1910 en 32.000 in 1920.<br />

De nieuwe buurten, koloniën genoemd omdat in deze<br />

regio bij het uitspreken van “kolonie” de klemtoon op<br />

de laatste lettergreep valt, lagen buiten de bestaande<br />

bebouwde kom en hadden grote tuinen.<br />

De schone lucht zou de mijnwerker goed doen en<br />

in zijn tuin kon hij zijn eigen groenten verbouwen.<br />

Het in 1898 door Ebenezer Howard ontwikkelde<br />

tuinstadconcept bevorderde niet alleen een gezonde<br />

leefomgeving, maar ook de kolenproductie door de<br />

mijnwerkers. Bovendien zouden tevreden arbeiders<br />

minder ontvankelijk zijn voor het opkomende socialisme.<br />

Deze bijzondere stedenbouwkundige opzet had<br />

tot gevolg dat veel woningen geen achtertuin hadden<br />

maar alleen voortuinen, hetgeen de sociale controle<br />

bevorderde.<br />

Er zijn verschillende rechthoekige, in schoon metselwerk<br />

opgetrokken blokken van vier rug-aan-rug<br />

woningen met een met rode en blauwe pannen<br />

gedekt schilddak met schoorstenen op de nokeinden<br />

en tegen het midden van de zijgevels.<br />

De gevels bieden een gevarieerde aanblik door<br />

het gebruik van gepleisterde delen, afgewisseld met<br />

(hoek)lisenen. De dakkapellen zijn later aangebracht.<br />

The expansion of the housing stock was urgently<br />

necessary due to the growth of <strong>Heerlen</strong>: from 6,000<br />

in 1900 to 12,000 in 1910 and 32,000 in 1920.<br />

The new neighbourhoods, called colonies because in<br />

this region the word ‘kolonie’ is pronounced with the<br />

emphasis on the last syllable, were situated outside<br />

the existing built-up area and had large gardens.<br />

The clean air would be beneficial to the miners and<br />

in their gardens they could grow their own vegetables.<br />

The garden city concept, developed by Ebenezer<br />

Howard in 1898, not only stimulated a healthy everyday<br />

environment, but also the coal production by<br />

the miners. In addition, satisfied labourers would be<br />

less susceptible to the rising socialism. This special<br />

urban developmental approach resulted in many<br />

houses without a back garden, but only front gardens,<br />

which also stimulated the social control.<br />

There are different rectangular, constructed in clean<br />

brickwork, blocks of four back-to-back hipped roof<br />

houses with red and blue painted tiles with chimneys<br />

at the ridge ends and against the centre of the side<br />

wings.<br />

The facades offer a varied scene because of the use<br />

of plastered parts, alternated with (corner) pilasters.<br />

The dormer windows have been added later.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


PATRONAAT<br />

Sittarderweg 143, 145, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Cultuurhuis<br />

Bouwjaar: 1920<br />

Architect: J. Wielders<br />

Monumentnr.: 512790<br />

PATRONAGE<br />

Sittarderweg 143, 145, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Cultural Centre<br />

Year of construction: 1920<br />

Architect:<br />

J. Wielders<br />

Monument no.: 512790<br />

84<br />

Het patronaatsgebouw lag onder de rook van de<br />

‘Lange Jan’ en is ontworpen als gemeenschapshuis<br />

voor de bewoners van de in de nabijheid gelegen<br />

mijnwerkerskoloniën: Grasbroek, Musschemig en<br />

Schandelen. Opdrachtgever was het rectoraat van<br />

de Franciscanen met als geldschieter Oranje-Nassau<br />

Mijnen. Toon Hermans heeft er op jeugdige leeftijd<br />

opgetreden.<br />

Het oorspronkelijke ontwerp is een van de meest<br />

bekende voorbeelden van Amsterdamse School<br />

architectuur in Parkstad Limburg. Een stijl die door<br />

het expressionistische werk van de architecten Michel<br />

de Klerk (1894-1923), Piet Kramer (1881-1961) en Jo<br />

van der Mey (1878-1949) ook in Limburg steeds meer<br />

navolging kreeg.<br />

Het patronaatsgebouw is vrijstaand op een rechthoekige<br />

plattegrond evenwijdig aan de Sittarderweg.<br />

Het pand telt twee bouwlagen onder een plat dak.<br />

Kenmerken zijn de gewelfde gevelvlakken, toepassing<br />

van lijvige houten kozijnen met horizontale roedeverdeling,<br />

dakpannen en sculpturale krulvormige hardstenen<br />

ornamenten.<br />

In de tweede bouwlaag is een horizontale reeks van<br />

zes vensters aangebracht, gescheiden door een kunststenen<br />

pilaster met een uitbundige indeling. Aan de<br />

bovenzijde van deze vensterreeks zitten zes kleine<br />

metalen roostertjes.<br />

Wielders (1883-1949) ontwierp een symmetrische<br />

voorgevel, die echter nooit helemaal is gerealiseerd.<br />

Aan de rechterzijde van de ingangspartij, was eenzelfde<br />

volume gepland als aan de linkerzijde tot stand is<br />

gekomen.<br />

In 2007 werd door Qbbf Architecten B.V. uit Den<br />

Bosch een nieuw stuk aangebouwd met een fel<br />

omstreden knipoog naar het authentieke ontwerp.<br />

The patronage building was situated at stone’s throw<br />

from the ‘Lange Jan’ and was designed as a community<br />

centre for inhabitants of the nearby situated<br />

mineworker colonies: Grasbroek, Musschemig and<br />

Schandelen. Its creation was commissioned by<br />

the rectory of the Franciscans and the financial<br />

backing of the Oranje-Nassau Mines. In his early days<br />

the Dutch performer Toon Hermans did one of his<br />

shows there.<br />

The original design is one of the best-known examples<br />

of the Amsterdam School architecture in Parkstad<br />

Limburg. A style which was copied more and more<br />

also in Limburg, thanks to the expressionistic work of<br />

the architects Michel de Klerk (1894-1923), Piet Kramer<br />

(1881-1961) and Jo van der Mey (1878-1949).<br />

The patronage building is detached and situated on<br />

a rectangular floorplan parallel to the Sittarderweg.<br />

The building has two construction layers under a flat<br />

roof. Characteristic are its arched facade areas,<br />

the application of robust wooden window frames with<br />

horizontal panes, roof tiles and sculptural curl-shaped<br />

bluestone ornaments.<br />

The second construction layer has a horizontal series<br />

of six windows separated by artificial stone pilaster<br />

with an exuberant lay-out. On the topside of this<br />

series of windows there are six small metal grilles.<br />

Wielders (1883-1949) designed a symmetric front<br />

facade which has never been fully realized however.<br />

On the right side of the entrance a similar volume was<br />

planned as had been realized on the left side.<br />

In 2007 Qbbf Architecten B.V. from Den Bosch added<br />

a new part to the building constructed with a highly<br />

controversial nod towards the authentic design.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ST. ANTONIUS VAN PADUA- SAINT ANTONY OF PADUA-<br />

KERK EN KLOOSTER CHURCH AND MONASTERY 85<br />

Beersdalweg 62, 64, <strong>Heerlen</strong><br />

Beersdalweg 62, 64, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kerk<br />

Bouwjaar: 1929<br />

Architect: F.P.J. Peutz<br />

Monumentnr.: 512730, 512731<br />

Current function: Church<br />

Year of construction: 1929<br />

Architect:<br />

F.P.J. Peutz<br />

Monument number: 512730, 512731<br />

De kerk bestaat uit een kruisvormige plattegrond<br />

aansluitend op een binnenhof en is gebouwd voor<br />

de mijnwerkers van de (inmiddels gesloopte) kolonieën<br />

Husken en Vrank. De bouwstijl van de kerk heeft<br />

(neo)gotische invloeden. Het complex werd destijds<br />

door critici vooral nuchter, beheerst, eenvoudig en<br />

ongekunsteld gevonden.<br />

The church consists of a cross-shaped floorplan<br />

connected to an inner courtyard and was built for<br />

the miners of the (by now pulled down) Husken and<br />

Vrank colonies. The architecture of the church has<br />

(neo-)Gothic influences. Critics in those days primarily<br />

described the complex as plain, composed, simple<br />

and artless.<br />

De kerk is verbonden met het klooster (ook rijksmonument)<br />

dat in 2007 door de Franciscanen is verlaten.<br />

De toegangsweg naar Zeswegen-Nieuw Husken is<br />

georiënteerd op deze kerk. Dit voormalige mijnterrein<br />

van de ON I (met straatnamen genoemd naar bekende<br />

architecten) is bebouwd rond 1990.<br />

In verband met het gevaar voor mijnschade heeft<br />

Peutz in plaats van een houten overkapping, de voorkeur<br />

gegeven aan stalen spanten. Het presbyterium<br />

(priesterkoor) heeft een hoog dak met vensters in een<br />

bloembladvorm en een slanke oprijzende vieringtoren<br />

als apotheose. In de zijgevels van dit gedeelte zit<br />

boven de kinderkapellen een groot glas-in-lood<br />

venster met baksteen tracering en spitsboog.<br />

De lage voorbouw met een diepe nis en het ronde<br />

venster daarboven legt het accent op de entree, maar<br />

omarmt tevens het grotere geheel. De ingangspartij<br />

heeft traditionele bakstenen details zoals vlechtingen,<br />

spitsbogen maar ook schouderstukken, sluitstenen<br />

en andere sierblokken in moderne kunststeen.<br />

Links bevindt zich de Sint Barbara-kapel voor de meisjes<br />

en rechts de Sint Bernardus-kapel voor de jongens.<br />

Peutz ontwierp ook het kerkmeubilair waaronder<br />

de communiebank. Peutz nam beroemde Limburgse<br />

kunstenaars als Charles Vos en Charles Eyck in de arm<br />

om de kerk te verfraaien. De kerk kreeg in 1992 een<br />

grote opknapbeurt.<br />

The church is connected to the monastery (also a<br />

national monument) which was deserted by the<br />

Franciscans in 2007. The access road to Zeswegen-<br />

Nieuw Husken is oriented on this church. This former<br />

mining ground of the ON I (with street names after<br />

famous architects) was built around 1990.<br />

Because of potential damage due to the mines Peutz<br />

preferred steel frames instead of a wooden roofing.<br />

The presbyterium (priest choir) has a high roof with<br />

windows in the shape of flower petals and has a slimline<br />

lantern tower as apotheosis. In the side-aisles of<br />

this part above the children’s chapel there is a large<br />

stained glass window with a brick frame and a pointed<br />

arch.<br />

The low frontal extension with a deep alcove and<br />

the round window above it emphasizes the entrance<br />

but also embraces the bigger picture. The entrance<br />

has traditional brick details such as twines, pointed<br />

arches but also shoulder pieces, keystones and other<br />

ornamental blocks in modern artificial stone.<br />

On the left there is the Saint Barbara chapel for<br />

the girls and on the right the Saint Bernard-chapel<br />

for the boys. Peutz also designed the church furniture<br />

such as the communion rail. Peutz employed famous<br />

Limburg artists such as Charles Vos and Charles Eyck<br />

in order to embellish the church. The church had a big<br />

facelift in 1992.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOOFDKANTOOR ON<br />

Kloosterweg 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoor<br />

Bouwjaar: 1931<br />

Architect: D. Roosenburg<br />

Monumentnr.: 512784<br />

MAIN OFFICE ON<br />

Kloosterweg 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Office<br />

Year of construction: 1931<br />

Architect:<br />

D. Roosenburg<br />

Monument no.: 512784<br />

86<br />

Het hoofdkantoor van de Oranje-Nassau Mijnen stond<br />

op het mijnterrein van de ON I. Deze mijn was aangelegd<br />

bij het knooppunt Zeswegen en werd in eerste<br />

instantie ontsloten door de spoorlijn van Sittard naar<br />

Herzogenrath.<br />

Het gebouw heeft een rechthoekige plattegrond,<br />

in vier bouwlagen en een overstekend plat dak.<br />

Aan weerszijden van de hoofdmassa bevindt zich<br />

een trappenhuis dat boven het dak uitsteekt, aan<br />

de noordzijde in de vorm van een glazen cilinder.<br />

Het staalskelet is bekleed met staalplaat, in de kleur<br />

groen.<br />

Er werd zo licht mogelijk gebouwd op de onstabiele<br />

ondergrond van het mijnterrein. Dit super moderne<br />

gebouw woog een derde minder dan een vergelijkbaar<br />

stenen gebouw. Het heeft een geraamte van<br />

beweegbare, stalen compartimenten en rust op<br />

betonnen funderingsvoetjes die rechtstreeks op<br />

de bodem staan. Het lijkt op een rups: een lang<br />

lichaam, samengesteld uit ten opzichte van elkaar<br />

beweegbare mootjes met veel korte pootjes.<br />

De nieuwste technische inzichten werden gebruikt,<br />

zoals holle bouwmaterialen, dilatatievoegen en<br />

staalverbindingen met slobgaten. In 1995-1996<br />

werd het gebouw gerestaureerd door bureau<br />

Jo Coenen & Co Architecten.<br />

Dirk Roosenburg (1887-1962) was een tijdgenoot van<br />

Dudok, Oud en Rietveld, tevens grootvader van Rem<br />

Koolhaas. Hij ontwierp grote werken zoals de Velsertunnel<br />

met ventilatietorens en het Philips-gebouw<br />

(de Witte Dame) in Eindhoven. Recent kwam hij weer<br />

in het nieuws als architect van de sluizen van de<br />

Afsluitdijk door het kunstwerk van Daan Roosegaarde.<br />

Veel van zijn gebouwen zijn tot rijksmonument<br />

verklaard.<br />

The main office of the Oranje-Nassau Mines was<br />

located on the mining grounds of the ON I. This mine<br />

was laid out at the Zeswegen crossroad and initially<br />

opened up by the Sittard-Herzogenrath railway line.<br />

The building has a rectangular floorplan, four construction<br />

layers and a projecting flat roof.<br />

On both sides of the main mass there is a staircase<br />

that sticks out above the roof, on the northside in the<br />

shape of a glass cylinder. The steel skeleton is covered<br />

with green steel plating.<br />

The constructions were kept as light as possible on<br />

the instable underground of the mining grounds.<br />

This ultramodern building weighed a third less than a<br />

comparable brick building. It has a frame of movable,<br />

steel compartments and is placed on concrete base<br />

feet that are positioned directly on the ground.<br />

It resembles a caterpillar: a long body consisting of<br />

independently moving pieces with multiple short legs.<br />

The latest technical insights were used, such as hollow<br />

construction materials, dilatation joints and steel<br />

connections with slotted holes. In 1995-1996 the<br />

building was renovated by architects’ agency<br />

Jo Coenen & Co Architecten.<br />

Dirk Roosenburg (1887-1962) was a contemporary of<br />

Dudok, Oud and Rietveld, and also the grandfather<br />

of Rem Koolhaas. He designed large projects such as<br />

the Velsertunnel with ventilation towers and the<br />

Philips-building (the White Lady) in Eindhoven.<br />

Because of the artwork of Daan Roosegaarde,<br />

the media recently picked up his name again as the<br />

architect of the sluices of the Afsluitdijk. Many of his<br />

buildings have been put on the list of national monuments.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SCHACHTGEBOUW ON I<br />

Mijnmuseumpad 2, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Mijnmuseum<br />

Bouwjaar: 1897<br />

Architect: A. Mehler<br />

Monumentnr.: 21229<br />

MINE SHAFT BUILDING ON I<br />

Mijnmuseumpad 2, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Mining Museum<br />

Year of construction: 1897<br />

Architect:<br />

A. Mehler<br />

Monument no.: 21229<br />

87<br />

Het schachtgebouw van schacht I, de schachtbok<br />

van schacht II en het ophaalgebouw met daarin de<br />

aanwezige ophaalmachine van schacht II, zijn in 1899<br />

gebouwd ten behoeve van de voormalige Oranje<br />

Nassaumijn I. Deze mijn heeft 75 jaar dienst gedaan,<br />

tussen 1899 en 1974.<br />

Het winningsprincipe van de steenkool dat met deze<br />

mijn werd geïntroduceerd, betekende een ommezwaai<br />

in de geschiedenis van de mijnbouw. De nieuwe wijze<br />

van delven was een uitvinding van Friedrich Honigmann,<br />

waardoor mijnbouw onder waterhoudende<br />

bodemlagen mogelijk werd.<br />

Het bakstenen schachtgebouw met de gebastioneerde<br />

gevelbehandeling en de toepassing van hoektorentjes<br />

in neo-romaanse stijl is architectuurhistorisch<br />

van bijzondere betekenis, omdat het tot het “Malakow-type”<br />

behoort. Dit type vond zijn oorsprong in<br />

het Ruhrgebied en in het steenkoolbekken van Aken.<br />

De open stalen schachtbok van schacht II behoort tot<br />

het type dat omstreeks 1900 in het Saarland is ontwikkeld.<br />

Het materiaal en de constructie zijn hiervan<br />

exemplarisch, omdat veel schachtbokken van andere<br />

mijnen zijn gesloopt.<br />

In het ophaalgebouw is de nagenoeg oorspronkelijke,<br />

door stroomkracht aangedreven ophaalmachine<br />

aanwezig. Deze stoommachine is later omgebouwd op<br />

perslucht.<br />

Diverse omliggende en kenmerkende mijnbouwobjecten<br />

zijn inmiddels verdwenen, maar de authenticiteit<br />

van het voormalig schachtgebouw en zijn<br />

symbolische waarde voor de geschiedenis van de<br />

mijnbouw is behouden. Verder heeft het complex<br />

emotionele en geschiedkundige waarde als herdenkingsteken<br />

aan de decennia dat de mijnbouw in deze<br />

landstreek en in ons land van grote betekenis was.<br />

Ten slotte heeft het complex een landschappelijke<br />

herkenningsfunctie.<br />

The mine shaft building belonging to shaft I, the shaft<br />

tower of shaft II and the winder building including<br />

the winding machine of shaft II, were built in 1899<br />

for the former Oranje-Nassau mine I. This mine was<br />

operational for 75 years, between 1899 and 1974.<br />

The mining principle of coal, which was introduced<br />

with this mine, meant a revolution in the history of<br />

mining. The new method of mining was an invention<br />

of Friedrich Honigmann, enabling mining below<br />

water-containing soil layers.<br />

The brick shaft building with the bastion-shaped<br />

facade and the application of small corner towers in<br />

neo-roman style is architectural-historically speaking<br />

of great importance because it belongs to the “Malakow-type”.<br />

This type had its origin in the Ruhr area<br />

and in the coal basin of Aachen. The open steel shaft<br />

tower of shaft II belongs to the type which had been<br />

developed in the Saarland around 1900. Its material<br />

and its construction are exemplary because many<br />

of the shaft towers of other mines were torn down.<br />

In the winder building we find the almost entirely<br />

original, steam powered winding machine. The steam<br />

engine has afterwards been transferred into a compressed<br />

air powered installation.<br />

Several adjacent and typical mining objects have<br />

disappeared by now, but the authenticity of the<br />

former mine shaft building and its symbolical value for<br />

the history of mining has been preserved.<br />

The complex also has emotional and historical value<br />

as a memorial for the decades that mining in this area<br />

and in our country played an important role. Last but<br />

not least the complex has become a distinguishing<br />

landmark.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SINT FRANCISCUS VAN CHURCH OF SAINT FRANCIS<br />

ASSISIËKERK OF ASSISI<br />

88<br />

Laanderstraat 33, <strong>Heerlen</strong><br />

Laanderstraat 33, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Parochiekerk<br />

Bouwjaar: 1923<br />

Architect: P.G. Buskens<br />

Monumentnr.: 512786<br />

Current function: Parish church<br />

Year of construction: 1923<br />

Architect:<br />

P.G. Buskens<br />

Monument no.: 512786<br />

Aanvankelijk sloot de kerk aan bij de woonbebouwing<br />

van de Laanderstraat. Door de aanleg van wegen rond<br />

het centrum, waaronder de doorgetrokken Looierstraat,<br />

is de samenhang met de omgeving verloren<br />

gegaan. Verschillende centrumplannen bedreigden<br />

in de loop der tijd het voortbestaan van deze kerk.<br />

De bouwgrond werd destijds geschonken door<br />

de Parijse familie De Wendel, de eigenaar van<br />

Oranje-Nassau Mijnen. De bouwstijl is een combinatie<br />

van expressionisme en een neostijl met eerder een<br />

gotische dan klassieke teneur.<br />

De kerk was verbonden met het ernaast gelegen<br />

klooster. In 1948 werd er tegen de noordgevel een<br />

Heilig Hartkapel gebouwd ter ere van het 25-jarig<br />

bestaan van de kerk.<br />

De ontwerper Piet Buskens (1872-1939) is geen<br />

onbekende architect. Hij was voorzitter van de Bond<br />

van Nederlandse Architecten en bouwde later in<br />

Voorburg een O.L.V.-kerk met opvallende gelijkenis.<br />

De kerk heeft volumes van verschillende hoogten<br />

gelegen onder markante zadeldaken. De oprijzende<br />

driehoeken en de spitse dakruiter staan in fel contrast<br />

met de rechthoekige blokken van ’t Loon.<br />

De houten spanten overhuiven een breed middenschip.<br />

In de voorgevel bevindt zich een portiek achter<br />

drie spitsbogen. Drie dubbele entreedeuren hebben<br />

een art-deco bovenlicht met een gerekt houten beeld<br />

als stijl.<br />

Het portaal wordt van het schip gescheiden door vier<br />

bogen. Tussen de middelste twee hangt het familiewapen<br />

van De Wendel in natuursteen. Verder zijn van<br />

belang: de kruiswegstaties van Charles Eyck (1897-<br />

1983), het Maria- en Franciscusaltaar in verschillende<br />

kleuren marmer met mozaïeken (1930) van Charles<br />

Vos (1888-1954) en de gebrandschilderde ramen van<br />

Atelier Asperslag uit Amsterdam.<br />

Initially the church was attuned to the residential<br />

development of the Laanderstraat. Because of the<br />

construction of roads around the centre, including<br />

the extended Looierstraat, the cohesion with the<br />

environment has disappeared. In the course of time<br />

several centre development plans threatened<br />

the continued existence of this church.<br />

At the time the building lot was donated by the Paris<br />

family De Wendel, the owner of the Oranje-Nassau<br />

Mines. Its style is a combination of Expressionism and<br />

a neo-style with a Gothic tendency rather than a<br />

classic one. The church was connected to the adjacent<br />

monastery. In 1948 a Sacred Heart chapel was built<br />

against its north facade in commemoration of the 25th<br />

anniversary of the church.<br />

The designer Piet Buskens (1872-1939) is a well-known<br />

architect. He was chairman of the Dutch Society of<br />

Architects and later, in Voorburg, he built a church for<br />

Our Blessed Virgin with a striking resemblance to his<br />

<strong>Heerlen</strong> Church of Saint Francis of Assissi.<br />

The church has volumes of different heights situated<br />

under striking saddle roofs. The rising triangles and<br />

the pointed flèche contrast sharply with the rectangular<br />

blocks of ’t Loon. The wooden rafters hood over<br />

a wide nave. In the facade there is a portico behind<br />

three pointed arches. Three double entrance doors<br />

have an Art-Deco transom window with a protracted<br />

wooden statue as a jamb.<br />

The portal is separated from the nave by four arches.<br />

Between the middle two there is the coat of arms of<br />

the De Wendel family in natural stone. Also of interest:<br />

the Stations of the Cross by Charles Eyck (1897-1983),<br />

the Mary- and Francis altar in different colours of<br />

marble with mosaics (1930) by Charles Vos (1888-<br />

1954) and the stain glass windows by Atelier Asperslag<br />

from Amsterdam.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ARCHITECTENATELIER<br />

Valkenburgerweg 22, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1904<br />

Architect: S.H.J. Seelen<br />

Monumentnr.: 512811<br />

ARCHITECTS’ STUDIO<br />

Valkenburgerweg 22, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1904<br />

Architect:<br />

S.H.J. Seelen<br />

Monument no.: 512811<br />

89<br />

De atelierwoning is gebouwd met invloeden van de<br />

Hollandse neorenaissance. Deze stijl wordt ook wel<br />

de banden- en blokkenstijl genoemd. Kenmerken zijn<br />

de trapgevel; de brandmuren; de afwisseling van<br />

baksteen, met soms over de volle gevelbreedte<br />

cordonlijsten en de ambachtelijke detaillering.<br />

Deze stijl is onder andere ook te zien bij de voormalige<br />

ijzerhandel Gebr. Schmitz, de nieuwe Nor,<br />

in de Pancratiusstraat. Neorenaissance werd veel<br />

gebruikt bij overheidsgebouwen en als reactie op<br />

de katholieke neogotiek.<br />

Jos Seelen (1871-1951) was de eerste gemeentearchitect<br />

van <strong>Heerlen</strong>. Hij vestigde zich na een oproep<br />

van de spoorwegpionier Henri Sarolea in 1899 definitief<br />

in <strong>Heerlen</strong> en bouwde dit pand voor zijn grote<br />

gezin en als architectenatelier. Het bestaat uit een<br />

hoofdvolume en een achterbouw. Het hoofdvolume<br />

is vooral het woongedeelte en de tweede laag van<br />

de achterbouw het atelier. Vooruitlopend op de<br />

realisatie daarvan ontwierp hij al een tweede ingang,<br />

naast de voordeur in de portiek.<br />

Het hoofdvolume heeft links een gevelvoorsprong<br />

(risaliet) met ingangspartij, topgevel en één travee.<br />

Rechts ernaast onder de goot een indeling met twee<br />

traveeën. Aan weerszijden van de portiek met rondboog,<br />

bereikbaar via zes hardsteen treden, bevindt<br />

zich een plint van hardsteen en twee kolenluiken.<br />

De gevels zijn gemetseld van rode baksteen in<br />

kruisverband. De voorgevel heeft gele baksteen<br />

en muurankers, voegen met knip- en snijwerk en<br />

een geprofileerde, gedeeltelijk hardstenen plint.<br />

In de gevels bevinden zich houten kozijnen met<br />

bovenlichten in segment- en rondboogvormige nissen<br />

met vlechtingen. Onder de goot hangt decoratief<br />

metselwerk van boogfriezen en diverse bloktanden,<br />

erboven staat een dakkapel met piron.<br />

The studio house is built with influences of the Dutch<br />

Neo-Renaissance. This style is also called the fascia<br />

and block style. Typical are the stepped gable: the<br />

firewalls, the alternation of brick sometimes with full<br />

facade-wide string courses and traditional detailing.<br />

This style can also be seen in the former ironmonger’s<br />

shop of the Schmitz brothers, the new Nor, in the<br />

Pancratiusstraat. Neo-Renaissance was used frequently<br />

for government buildings and as a reaction to<br />

the Roman Catholic Gothic Revival.<br />

Jos Seelen (1871-1951) was the first municipal architect<br />

of <strong>Heerlen</strong>. After an appeal by railway pioneer Henri<br />

Sarolea in 1899 he permanently settled in <strong>Heerlen</strong> and<br />

built this residence for his large family and as an<br />

architect’s studio. It consists of a main volume and<br />

a rear building. The main volume is mainly for residential<br />

purposes and the second level of the rear building<br />

is the studio. In advance of its realization he already<br />

designed a second entrance next to the front door in<br />

the porch.<br />

On the left the main volume has an avant-corps<br />

(risalit) with entrance, gable and one bay. Next to it on<br />

the right under the gutter an arrangement with two<br />

bays. On both sides of the arched porch, accessible<br />

via six bluestone steps, there is a plinth of bluestone<br />

and two coal hatches.<br />

The facades are of cross bond red brick. The front<br />

facade has yellow bricks and wall ties, recessed and<br />

beaded joints and a profiled, partly bluestone, plinth.<br />

In the facades there are wooden window frames<br />

with transom windows in segment- and arch-shaped<br />

alcoves with braiding. Under the gutters there is<br />

decorative masonry consisting of arcatures and<br />

several protruding brick decorations, on top of it<br />

there is a dormer window with finial.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


ATELIERWONING<br />

Schoolstraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1914<br />

Architect: Th.M.J. Van Kan<br />

Monumentnr.: 512789<br />

ARTIST’S RESIDENCE<br />

Schoolstraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1914<br />

Architect:<br />

Th.M.J. Van Kan<br />

Monument no.: 512789<br />

90<br />

Deze hoekoplossing maakt deel uit van het eerste<br />

stratenplan (1913) voor <strong>Heerlen</strong> van Jan Stuyt en<br />

markeert de kijkrichting naar het torentje van<br />

de ‘Ambachtsschool’.<br />

This corner solution is part of the first street plan<br />

(1913) for <strong>Heerlen</strong> by Jan Stuyt and marks the<br />

direction of view towards the small tower of the<br />

‘Ambachtsschool’ (former Dutch ‘Technical School’).<br />

Theo Van Kan (1883-1914) lijkt geïnspireerd door het<br />

Hollands Classicisme. Kenmerkend is de blokvormige<br />

hoofdvorm en een schilddak met horizontale noklijn.<br />

De noordgevel heeft een erker met drie vensters<br />

en rondboogvormig bovenlichten. In de plint bevinden<br />

zich drie keldervensters. Aan weerszijden van de erker<br />

is een nis analoog aan de vorm van de drie vensters.<br />

Op het balkon staat een houten hekwerk tussen<br />

bakstenen kolommen.<br />

De atelierwoning is gebouwd voor landschapsschilder<br />

en glazenier F. Leufkens van Anstel (1863-1956).<br />

Het pand is in gebruik geweest als kantoor van<br />

de bruinkoolontginningsmaatschappij N.V. Bergerode<br />

en het Bureau Toewijzing Woonruimte van de<br />

gemeente <strong>Heerlen</strong>.<br />

Vanaf de jaren zeventig woonden Vera en Nic<br />

Tummers er. Interieuronderdelen zijn onder meer de<br />

hal met het trappenhuis, de veelhoekige bakstenen<br />

schoorsteenmantel, de vloertegels in zwart hardsteen<br />

en rood-wit marmer, de tussendeuren met geslepen<br />

glas en de glas-in-loodramen.<br />

Van Kan was een beloftevol gemeente-architect<br />

en stierf in 1914 na een noodlottig ongeval op de<br />

Heerlerbaan. Op 30 december 1914 sprak burgemeester<br />

Waszink in de gemeenteraad een merkwaardig<br />

memoriam: “De Heeren weten toch allen op welk een<br />

treurige wijze deze laatst genoemde ambtenaar om<br />

het leven gekomen is. Was hij echter in leven gebleven<br />

hij zou toch ontslagen zijn.”<br />

Theo Van Kan (1883-1914) seems to have been<br />

inspired by the Dutch Classicism. Characteristic are<br />

the block-shaped main form and a saddle roof with<br />

a horizontal ridge. The north facade has a bay window<br />

with three windows and arched-shaped transom<br />

windows. In the plinth course there are three cellar<br />

windows. On both sides of the bay window there is<br />

an alcove with a shape which is analogous to the three<br />

windows. On the balcony there is a wooden fencing<br />

in between brick pillars.<br />

The artist’s residence was built for landscape painter<br />

and stained-glass artist F. Leufkens van Anstel (1863-<br />

1956). The house was used as an office of the brown<br />

coal mining company N.V. Bergerode and of<br />

the Housing Allocation Office of the municipality<br />

of <strong>Heerlen</strong>.<br />

Since the seventies the residence was occupied by<br />

Vera and Nic Tummers. Interior elements are, among<br />

other things, the hall with the staircase, the polygonal<br />

brick mantelpiece, the floor tiles of black bluestone<br />

and red-white marble, the dividing doors with cut<br />

glass and the leaded windows.<br />

Van Kan was a promising municipal architect who<br />

died in 1914 after a fatal accident on the Heerlerbaan.<br />

On 30 December 1914 mayor Waszink delivered a<br />

strange memoriam in the city council: “My Lords,<br />

you all know of the tragic accident which brought<br />

an end to the life of aforementioned civil-servant.<br />

However, if he had stayed alive then he would still<br />

have been dismissed.”<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DIRECTEURSWONING<br />

Burgemeester De Hesselleplein 25, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1917<br />

Architect: Th. Stroucken en H.H.A. Tummers<br />

Monumentnr.: 512779<br />

DIRECTOR’S RESIDENCE<br />

Burgemeester De Hesselleplein 25, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1917<br />

Architect:<br />

Th. Stroucken and<br />

H.H.A. Tummers<br />

Monument no.: 512779<br />

91<br />

De eerste bewoner van dit monument was Th. Stroucken,<br />

de eerste directeur van de ambachtsschool,<br />

die schuin tegenover deze woning ligt. Of hij zelf<br />

het huis getekend heeft, is niet met zekerheid vast te<br />

stellen. Feit is wel dat de naam van Tummers onder<br />

de tekening staat. Het is een traditioneel huis met een<br />

rijke versiering in de vorm van speklagen van mergel.<br />

Fraaie ronde erker en ook de dakkapellen mogen zich<br />

laten zien. Opdrachtgever voor het bouwen was het<br />

Rijk, want de woning was bedoeld als ambtswoning<br />

voor de directeur van de school.<br />

Na Stroucken, werd Bloem, ook directeur van de<br />

school, bewoner van het pand. Tot 1962 woonde<br />

de directeur van de school in dit pand.<br />

De directeurswoning heeft een redelijk intacte<br />

L-vormige plattegrond in twee bouwlagen gelegen<br />

onder een mansardedak met rode muldenpan en twee<br />

schoorstenen. Bijzonder is een rondboogportiek naast<br />

de entree met een originele voordeur met panelen en<br />

rond venster, met bovenlicht en twee hardstenen<br />

treden. In de tweede laag, centraal in de risaliet, ligt<br />

een halfronde erker op accoladevormige gecementeerde<br />

console met muizentand decoratie. Boven<br />

de erker in het gevelvlak staat een vierkant houten<br />

torentje met een deur met zij- en bovenlichten<br />

gelegen onder een tentdakje.<br />

The first occupant of this monument was Th. Stroucken,<br />

the first director of the technical school, that lies<br />

diagonally opposite this house. If he has designed the<br />

house himself cannot be established with certainty.<br />

Fact is that Tummers’ name is on the drawing.<br />

It is a traditional house with rich decorations in the<br />

form of string courses of marl. The beautiful round<br />

bay window and also the dormer windows are worthwhile<br />

showing. The State commissioned the building<br />

because the house was meant as official residence for<br />

the principal of the school.<br />

After Stroucken, Bloem, also director of the school,<br />

became the occupant of the house. Until 1962 the<br />

principal of the school used to live in this house.<br />

The principal’s residence has a reasonably intact<br />

L-shaped floorplan on two construction layers positioned<br />

beneath a mansard roof with red Mulden tiles and<br />

two chimneys. Striking is an arched doorway next to<br />

the entrance with an original panelled front door with<br />

round window, transom window and two bluestone<br />

steps. On the second layer, positioned centrally in<br />

the risalit, there is a semi-spherical bay window on<br />

a bracket-shaped cemented console with mouse teeth<br />

decoration. Above the bay window on the facade<br />

surface there is a small square wooden tower with a<br />

door with side screens and transom windows underneath<br />

a pavilion roof.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HUIS OP DE LINDE<br />

Oude Lindestraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoor<br />

Bouwjaar: 1931<br />

Architect: F.P.J. Peutz<br />

Monumentnr.: 512788<br />

RESIDENCE OP DE LINDE<br />

Oude Lindestraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Office<br />

Year of construction: 1931<br />

Architect:<br />

F.P.J. Peutz<br />

Monument no.: 512788<br />

92<br />

Architecten die in een zelf ontworpen, eigen huis<br />

wonen zijn zeldzaam. Peutz was er zo een.<br />

Hij ontwierp het Huis op de Linde als kantoor en<br />

woonhuis voor zijn gezin met 14 kinderen. Het oeuvre<br />

van Peutz ligt min of meer geïsoleerd in Limburg.<br />

Hij tekende meer dan 200 plannen gelegen in de<br />

gemeente <strong>Heerlen</strong>.<br />

Huis op de Linde bestaat uit twee volumen van<br />

verschillende hoogte en afmeting met op het<br />

scharnierpunt de ingang, voorzien van een forse<br />

betonnen luifel en een trap. De compositie van deze<br />

twee kubische volumes, het open karakter en het<br />

materiaalgebruik zijn kenmerkend. De gevels hebben<br />

een asymmetrische indeling met grote, voornamelijk<br />

liggende rechthoekige grijsblauwe stalen kozijnen.<br />

De rechterzijgevel van het oprijzende volume heeft<br />

links, over de gehele hoogte, een doorlopend venster<br />

ter plaatse van het trappenhuis. Hieronder bevindt<br />

zich een gevelvlak dat oploopt en bekroond wordt<br />

door het beeld “De Bokkerijder” van Charles Vos<br />

(1888-1954).<br />

De voordeur heeft een fabelachtig detail: een klein<br />

rond raampje in het horizontale venster, waardoor,<br />

naar men zegt, een rol met bouwtekeningen naar<br />

binnen geschoven kon worden.<br />

Beschermingswaardig zijn onder meer de originele<br />

deuren, de stalen schuifwand met glas en de houten<br />

schuifdeuren met roedes in het atelier in het<br />

souterrain. Het pand werd in 1991 gerestaureerd en<br />

ingericht als kantoor door Arno Meijs. Helaas is<br />

destijds het pleisterwerk overgeschilderd zonder<br />

onderzoek te verrichten naar de originele kleur en<br />

materialiteit.<br />

Architects who live in a house that they have designed<br />

themselves are rare. Peutz was one of them.<br />

He designed the Huis op de Linde as an office and<br />

a residence for his family of 14 children. Peutz’s oeuvre<br />

lies more or less isolated in Limburg. He drew more<br />

than 200 plans situated in the municipality of <strong>Heerlen</strong>.<br />

Huis op de Linde consists of two volumes of different<br />

height and size with the entrance at the pivoting<br />

point, complete with a substantial concrete porch and<br />

a flight of stairs. The composition of these two cubic<br />

volumes, the open character and the use of materials<br />

are characteristic. The facades have an asymmetric<br />

lay-out with large, predominantly horizontally positioned<br />

grey-blue steel windows.<br />

The right side facade of the rising volume has on the<br />

left, across the entire height, a continuous window at<br />

the location of the staircase. Under it there is a rising<br />

facade area which is crowned by the statue “De<br />

Bokkerijder” by Charles Vos (1888-1954).<br />

The front door has a fabled detail: a small round<br />

window in the horizontal window, of which the story<br />

goes that a scroll of floorplans could be slid through.<br />

Worthwhile protecting are among other things the<br />

original doors, the steel sliding wall with glass and<br />

the wooden sliding doors with rods in the atelier in<br />

the basement. The building was renovated in 1991 and<br />

set up as an office by Arno Meijs. Unfortunately the<br />

plastering was painted over in that time without<br />

proper investigation into the original colour and<br />

materiality.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


SINT PANCRATIUS ULO<br />

Laan van Hövell tot Westerflier 23, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kantoor<br />

Bouwjaar: 1931<br />

Architect: F.P.J. Peutz<br />

Monumentnr.: 512785<br />

SAINT PANCRAS ULO<br />

Laan van Hövell tot Westerflier 23, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Office<br />

Year of construction: 1931<br />

Architect:<br />

F.P.J. Peutz<br />

Monument no.: 512785<br />

93<br />

Het schoolgebouw met een rechthoekig grondplan<br />

telt drie bouwlagen en wordt plat afgedekt. Het dak<br />

heeft een breed overstek. Frits Peutz bouwde de<br />

Pancratius ULO als een van de eerste van een reeks<br />

modernistische gebouwen. Kenmerkend zijn de grote<br />

strakke witte vlakken, de kubistische elementen en<br />

de twee halfhoge bandvensters.<br />

Deze bijdrage was onderdeel van de ontwikkeling<br />

van <strong>Heerlen</strong> naar een moderne stad, zoals de jonge<br />

burgemeester Van Grunsven (1896-1969) dat voor<br />

ogen stond. De heldere stijl met principes van het<br />

Nieuwe Bouwen valt op tussen de traditionalistische<br />

bebouwing.<br />

De onderdelen van de gevel zijn zowel esthetisch als<br />

functioneel. Het verticale element met groot verticaal<br />

glasvlak correspondeert met het trappenhuis en<br />

de afvoerkanalen. De zeven grote ramen komen<br />

overeen met de klaslokalen. Losse ornamenten en<br />

versieringen zijn achterwege gebleven.<br />

Kenmerk van moderne architectuur is het experimenteren<br />

met nieuwe materialen. De school is<br />

traditioneel gemetseld, maar door toepassing van<br />

zogenaamd terra nova pleisterwerk sloot het aan bij<br />

de kenmerken van moderne gebouwen uit die tijd.<br />

De entree bestaat uit een stalen toegangsdeur onder<br />

een betonnen luifel en een halfronde toegangstrap<br />

met zes treden. De entreehal en de gangen hebben<br />

gele tegelvloeren. Authentiek is ook nog het trappenhuis<br />

met zwarte granito traptreden en smeedijzeren<br />

trapleuningen. De lambrisering met gele tegeltjes<br />

heeft een trapsgewijs verloop.<br />

De restauratie door Wiel Arets Architecten in 1997-<br />

1998 gaf het gebouw zijn oorspronkelijke glans terug.<br />

Het werd aangepast aan de gebruikseisen voor een<br />

kantoorfunctie in opdracht van AZL.<br />

The school building with a rectangular floorplan has<br />

three construction layers and is flat roofed. The roof<br />

has a broad overhang. Frits Peutz built the Pancratius<br />

ULO (Institute for Advanced Elementary Education) as<br />

one of the first in a series of modernistic buildings. Its<br />

distinctive characteristics are the large white surfaces,<br />

the cubistic elements and the two half-length band<br />

windows.<br />

This contribution was part of the development of<br />

<strong>Heerlen</strong> towards a modern city as envisaged by the<br />

young mayor Van Grunsven (1896-1969). The clear<br />

style with its Nieuwe Bouwen (Functionalism) principles<br />

stands out between the traditional buildings.<br />

The elements of the facade are both aesthetic and<br />

functional. The vertical element with the large vertical<br />

glass surface corresponds with the staircase and the<br />

drains. The seven large windows correspond with the<br />

classrooms. Loose ornaments and decorations were<br />

left out.<br />

Characteristic of modern architecture is the experimenting<br />

with new materials. The school was traditionally<br />

built in brick, however the application of socalled<br />

terra nova plastering fitted the characteristics<br />

of modern buildings from that time.<br />

The entrance consists of a steel door under a concrete<br />

porch and a semi-circular entrance staircase with six<br />

steps. The entrance hall and corridors have yellow<br />

tiled floors. Also authentic is the staircase with black<br />

granite steps and cast-iron bannisters. The wainscoting<br />

with yellow tiles is cascaded.<br />

The restoration by Wiel Arets Architecten in 1997-1998<br />

brought back the original splendour to the building.<br />

By order of AZL it was adapted to the user requirements<br />

of an office function.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


DUBBEL WOONHUIS<br />

Laan van Hövell tot Westerflier 19, 21, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1932<br />

Architect: J.J. Wielders<br />

Monumentnr.: 523286<br />

SEMI-DETACHED HOUSES<br />

Laan van Hövell tot Westerflier 19, 21, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1932<br />

Architect:<br />

J.J. Wielders<br />

Monument no.: 523286<br />

94<br />

Het ontwerp oogt traditioneel, maar de geometrische<br />

vormen zoals driehoeken en vierkanten signaleren<br />

moderne tijden. Ook de hoekoplossing waarbij lange<br />

horizontale lijnen worden beëindigd tegen een<br />

verticale erker doet vooruitstrevend aan.<br />

De bouwmaterialen: baksteen in kettingverband,<br />

dakpannen en houten blokkozijnen passen daarentegen<br />

weer meer bij het traditionalisme. Ze lijken<br />

bewust in contrast met het naastgelegen schoolgebouw.<br />

Jos Wielders wilde wat betreft de architectuur niet<br />

aansluiten bij het karakter van de romantische pleinen<br />

zoals Jan Stuyt die had ontworpen, maar deed het<br />

stedenbouwkundig wel.<br />

De voordeur kwam in plaats van aan de straatzijde<br />

aan de pleinzijde. De frontgevel is symmetrisch met<br />

visueel gekoppelde ramen en schiet vierkant door tot<br />

boven de daklijn.<br />

In het middendeel van de frontgevel op nr. 21 zit een<br />

rechthoekige houten deur met een hardstenen dorpel,<br />

aan weerszijden een zijlicht met glas-in-lood en<br />

de vlaggenmast precies in het midden. Aan rechterzijde<br />

van de deur een hardstenen brievenbus.<br />

De oorspronkelijke verfkleuren van de kozijnen buiten<br />

waren okergeel en van de ramen zwart.<br />

De heer Steenaert, opdrachtgever van nummer 21,<br />

was geen hoofdonderwijzer zoals per vergissing vaker<br />

werd verteld. Hij werkte bij de Gezamenlijke Mijnen<br />

en later als personeelschef bij Oranje-Nassau Mijnen.<br />

Daar vond men dat werknemers niet groter en luxer<br />

mochten wonen dan hun directe meerdere.<br />

Volgens de overlevering mocht het nieuwe woonhuis<br />

van de welstandscommissie niet te dominant zijn.<br />

Deze opgelegde uitgangspunten waren in strijd met<br />

de architectuuropvattingen van Wielders die graag bij<br />

de moderne bouwers wilde horen.<br />

The design looks traditional but the geometric shapes<br />

such as triangles and squares indicate modern times.<br />

Also the corner solution in which long horizontal<br />

lines are ended against a vertical bay window has a<br />

progressive touch. On the other hand the building<br />

materials such as sandstone in monk bond, roof tiles<br />

and wooden window block frames have a more<br />

traditional touch. Almost intentionally they seem<br />

to be in contrast with the adjacent school building.<br />

In architectural matters Jos Wielders did not want<br />

to follow the character of the romantic squares as<br />

designed by Jan Stuyt but from an urban development<br />

point of view he did.<br />

Instead of on the street side, the front door was<br />

placed at the square side. The front facade is symmetrical<br />

with visually linked windows and its square<br />

form continues until even above the roof line.<br />

In the middle part of the front facade at no. 21 there<br />

is a rectangular wooden door with a bluestone threshold,<br />

a stain-glass side window on both sides and the<br />

flagpole right in the middle. On the right side of the<br />

door is a bluestone mailbox.<br />

The original paint colours of the outside window<br />

frames were yellow ochre and of the windows they<br />

were black.<br />

Mr Steenaert who commissioned number 21 was not a<br />

headmaster as is often mistakenly told. He worked at<br />

the Cooperative Mines and later as personnel manager<br />

at the Oranje-Nassau Mines. Here they were of the<br />

opinion that no employee should live in larger and<br />

more luxurious houses than their direct managers.<br />

It is believed that the building inspection committee<br />

would not allow the new residence to be too<br />

dominant. These imposed starting points were in<br />

contrast with the architectural ideas of Wielders who<br />

wanted to belong to the modern builders.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


HOEK OLIEMOLENSTRAAT<br />

Oliemolenstraat 1, Akerstraat 65a, 65b, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1936-1937<br />

Architect: F.P.J. Peutz<br />

Monumentnr.: 523287<br />

CORNER OLIEMOLENSTRAAT<br />

Oliemolenstraat 1, Akerstraat 65a, 65b, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1936-1937<br />

Architect:<br />

F.P.J. Peutz<br />

Monument no.: 523287<br />

95<br />

Oliemolenstraat 1 werd in 1933 ontworpen als<br />

apotheek Claessens en in 1936 gerealiseerd als<br />

woonhuis. Het additionele dubbele woonhuis aan<br />

de Akerstraat dateert uit 1937. In eerste instantie<br />

ontwierp Peutz op deze plek een apotheek in een<br />

moderne stijl vergelijkbaar met zijn eigen woning<br />

‘Huis op de Linde’. De winkelruimte met portiek op de<br />

hoek, kantoor, trappenhuis, garage en bovenwoning,<br />

samen ondergebracht in één geheel, zagen er uit als<br />

een recht blok van beton.<br />

Dit ontwerp werd vervangen door een traditionalistisch<br />

plan. Karakteristiek zijn: de rode baksteen in<br />

kettingverband, witgele Solnhofersteen, rode Hollandse<br />

dakpannen, hardstenen raamdorpels, roedeverdelingen<br />

en het houten dakoverstek. De L-vormige<br />

plattegrond heeft een opmerkelijk gedetailleerde<br />

hoek op de plaats waar oorspronkelijk de ingang<br />

van de apotheek was gedacht.<br />

De hoekoplossing ondersteunt de hiërarchie van<br />

het stratenpatroon. Markant is het spitse zadeldak<br />

met topgevel en de afgeschuinde, met natuursteen<br />

beklede, hoek.<br />

Pand Akerstraat 65a heeft een voordeur met rondboogvormig<br />

bovenlicht. Pand Akerstraat 65b heeft<br />

een rechte voordeur met glasvlak en roedeverdeling.<br />

Aan de bovenzijde ligt een kleine hardstenen luifel<br />

op twee spiraalvormig versierde consoles.<br />

De indeling van het interieur is vrijwel intact. In de<br />

vierkante centrale hal zijn zwarte marmeren vloertegels<br />

gelegd. De authentieke houten trap met kwart<br />

draai heeft een leuning met spijlen en balusters.<br />

De eerste trede van de trap is in natuursteen.<br />

Deze detailleringen paste Peutz vaker toe.<br />

In 1933 Oliemolenstraat 1 was designed as pharmacy<br />

Claessens and it became a residence in 1936.<br />

The additional double residence on the Akerstraat is<br />

from 1937. At first Peutz designed a pharmacy on this<br />

location in a modern style comparable to his own<br />

residence ‘Huis op de Linde’. The retail space with<br />

doorway at the corner, office , staircase, garage and<br />

apartment, all brought together in one construction,<br />

looked like a straight block of concrete.<br />

This design was replaced by a traditional plan.<br />

Characteristic are: the chain bond red bricks,<br />

white-yellow Solnhofer stones, red Dutch tiles,<br />

bluestone sash water sills, panelling and the wooden<br />

roof overhang. The L-shaped floorplan has a remarkably<br />

detailed corner on the position where the<br />

original pharmacy entrance was planned.<br />

The corner solution supports the hierarchy of<br />

the street pattern. Striking is the pointed saddle roof<br />

with its gable apex and the chamfered, natural stoneclad<br />

corner.<br />

Property Akerstraat 65a has a front door with an<br />

arched transom window. Property Akerstraat 65b has<br />

a straight front door with glass surface and panelling.<br />

Above the door there is a small bluestone porch<br />

supported by two spiral-shaped decorated consoles.<br />

The floorplan of the interior has remained almost<br />

completely intact. In the square central hall black<br />

marble floor tiles have been placed. The authentic<br />

wooden staircase with quarter turn has a handrail<br />

with banisters and balusters. The first step of the<br />

staircase is made of natural stone. These types of<br />

decoration were frequently used by Peutz.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


VILLA DAUTZENBERG<br />

Akerstraat 90, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1916<br />

Architect: J. Laeven<br />

Monumentnr.: 512767<br />

DAUTZENBERG VILLA<br />

Akerstraat 90, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1916<br />

Architect:<br />

J. Laeven<br />

Monument no.: 512767<br />

96<br />

Het kapitale woonhuis is gebouwd voor de hoge<br />

rijksambtenaar (ontvanger der Registratie en Domeinen)<br />

J.W.A. Dautzenberg. Hij legde de nog goed<br />

zichtbare eerste steen voor deze traditionalistische<br />

stadsvilla op 20 juni 1904.<br />

The capital residence was built for the senior civil<br />

servant (Inspector of Registration Duty and State<br />

Property) J.W.A. Dautzenberg. He laid the still clearly<br />

visible first stone for this traditionalistic urban villa<br />

on 20 June 1904.<br />

Zijn dochter Louisa trouwde in 1913 met hoofdmijningenieur<br />

H.J.H. Dresen. Dresen was bedrijfsleider<br />

van de Oranje-Nassaumijn II in Schaesberg. Na het<br />

overlijden van zijn schoonvader woonde hij met zijn<br />

gezin in deze woning die hij in 1938 liet verbouwen.<br />

De villa heeft twee ingangen: één voor de bewoners<br />

en de andere (aan de zijkant, in het achthoekig<br />

torentje) voor het personeel. “Modern” in het woonhuis<br />

was de asymmetrische opzet en de plastische<br />

geleding van de gevels met speklagen en natuurstenen<br />

dorpels en een balkon met een open kant naar<br />

het zuiden. Er zijn verschillende raamvormen die met<br />

de woonkamer, de salon, badkamers en logeerkamers<br />

corresponderen.<br />

Opvallend zijn de verschillende metselverbanden in de<br />

boogvelden, glas en lood in de bovenlichten en een<br />

deur met jugendstilmotieven. Het interieur is grotendeels<br />

intact, hetgeen onder meer blijkt uit de structuur<br />

van vertrekken, gangen en overige ruimten.<br />

De stadsvilla aan de Akerstraat bezit architectuurhistorische<br />

waarde wegens de hoogwaardige esthetische<br />

kwaliteiten van het ontwerp, het bijzondere<br />

materiaalgebruik en de ornamentiek.<br />

Aan de Akerstraat lagen in de tijd meer van dergelijke<br />

villa’s. Het was een chique uitvalsweg richting Aken,<br />

waaraan in 1913 ook het Bernardinuscollege gebouwd<br />

werd.<br />

In 1913 his daughter Louisa married the chief mining<br />

engineer H.J.H. Dresen. Dresen was the superintendent<br />

of the Oranje-Nassau Mine II in Schaesberg.<br />

After the death of his father-in-law he lived in this<br />

house together with his family and he had the house<br />

rebuilt in 1938.<br />

The villa has two entrances: one for the residents and<br />

the other one (on the side, in the small octagonal<br />

turret) for the staff. “Modern” in the residence was<br />

the asymmetrical setup and the expressive jointing<br />

of the facades with string courses and natural stone<br />

thresholds and a balcony with an open side to the<br />

south. There are different shapes of windows which<br />

correspond with the living room, the drawing room,<br />

the bathrooms and guest rooms.<br />

Striking are the different sorts of brick patterns in<br />

the arched tympanums, stained glass in the transom<br />

windows and a door with Jugendstil designs.<br />

The interior has remained largely intact as evidenced<br />

by the structure of rooms, corridors and other spaces.<br />

The architectural-historical value of the urban villa<br />

at the Akerstraat lies in the high-level aesthetic<br />

qualities of the design, the special use of materials<br />

and the ornamentation.<br />

In those days there were more similar types of villas<br />

at the Akerstraat. It was a stylish exit road in the<br />

direction of Aachen, on which also the Bernardinus<br />

comprehensive school was built in 1913.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


KERKHOFKAPEL<br />

Algemene Begraafplaats bij Akerstraat 39, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kerkhofkapel<br />

Bouwjaar: 1848<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 21217<br />

CEMETERY CHAPEL<br />

Public Cemetery near Akerstraat 39, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Cemetery chapel<br />

Year of construction: 1848<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 21217<br />

97<br />

Deze driezijdig gesloten, bakstenen grafkapel is in<br />

1848 gebouwd in opdracht van Baron De Loë van<br />

Terworm. De kapel is gebouwd ter nagedachtenis van<br />

Antonia barones de Loë van Mheer, geboren Van<br />

Böselager (1827-1847).<br />

This brickwork burial chapel, which is closed at three<br />

sides, was commissioned by Baron de Loë of Terworm<br />

in 1848. The chapel was built in memoriam of Antonia<br />

Baroness de Loë van Mheer, born Van Böselager<br />

(1827-1847).<br />

De gemeenteraad gaf toestemming tot de bouw<br />

onder voorwaarde dat de kapel openbaar toegankelijk<br />

zou zijn. Tevens moest de baron een bedrag van 200<br />

gulden betalen, waarvan de helft bestemd was voor<br />

de armen.<br />

Het gebouwtje is opgetrokken in neoclassicistische<br />

stijl met hoeklisenen en halfronde vensters. Het is het<br />

enige voorbeeld van de neoclassicistische bouwstijl in<br />

<strong>Heerlen</strong>. Klassieke elementen zijn de rondboogramen<br />

en het timpaan (driehoekig fronton) boven de rondboogingang,<br />

met daarin afgebeeld de familiewapens<br />

van de Loë (rechts) en Van Böselager (links) met<br />

het opschrift dat refereert aan het overlijden van<br />

zijn jonge echtgenote.<br />

Kerkhoven vertellen in steen over de geschiedenis.<br />

In de omgeving van deze kapel zijn de namen van<br />

bekende <strong>Heerlen</strong>aren uitgebeiteld in bescheiden<br />

gedenkplaten of in pompeuze grafmonumenten.<br />

De jaartallen op de graven geven een beeld van de<br />

ontwikkeling van de mijnstad in de tijd na het vroegtijdig<br />

overlijden van de barones.<br />

Het kerkhof is ook een staalkaart van architectuurstijlen.<br />

Deze kerkhofkapel werd mede geïnspireerd<br />

door de in de renaissance gebruikte voorbeelden van<br />

het Griekse Tempelfront. Er is aansluiting gezocht met<br />

de officiële stijl van stadhuizen, gerechtsgebouwen<br />

en landhuizen uit de neoclassicistische periode<br />

(1800-1880).<br />

The town council granted permission for the construction<br />

under the condition that the chapel would be<br />

publicly accessible. The Baron also was to pay an<br />

amount of 200 Dutch guilders, half of which was<br />

intended for the poor.<br />

The small building had been constructed in a neoclassicistic<br />

architectural style with corner pilaster<br />

strips and semi-circular windows. It is the only example<br />

of neo-classicistic architecture in <strong>Heerlen</strong>. Classical<br />

elements are the arched windows and the tympanum<br />

(triangular fronton) above the arched entrance,<br />

displaying the family coat of arms of de Loë (on the<br />

right) and Van Böselager (on the left) with an inscription<br />

which refers to the death of his young wife.<br />

Cemeteries tell about the past in words of stone.<br />

In the vicinity of this chapel the names of well-known<br />

citizens of <strong>Heerlen</strong> have been chiselled out in modest<br />

commemorative plaques or in pompous monuments.<br />

The dates on the graves paint a picture of the development<br />

of the mining town in the time of the premature<br />

death of the baroness.<br />

The cemetery is also a sample card of architectural<br />

styles. This burial chapel was also inspired by the<br />

examples of the Greek temple front as they were used<br />

in the Renaissance. The architect has tried to integrate<br />

his creation with the official style of town houses,<br />

court houses and mansions from the neo-classical<br />

period (1800-1880).<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


GRAFMONUMENT<br />

Algemene Begraafplaats bij Akerstraat 50, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Grafmonument<br />

Bouwjaar: 1925<br />

Architect: Onbekend<br />

Monumentnr.: 512807<br />

MEMORIAL MONUMENT<br />

Public Cemetery near Akerstraat 50, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Memorial monument<br />

Year of construction: 1925<br />

Architect:<br />

Unknown<br />

Monument no.: 512807<br />

98<br />

De Algemene begraafplaats ligt als een park met oude<br />

bomen ingesloten tussen de Akerstraat en de Groene<br />

Boord. De begraafplaats bevat onder andere een kerkhofkapel<br />

en de graven van een groot aantal meer en<br />

minder bekende personen uit de <strong>Heerlen</strong>se geschiedenis.<br />

Een van de drie stadspoorten in de omwalling<br />

van de zogenaamde Maastrichter- of Kerkhofpoort<br />

(tegenover het voormalige Hotel de Paris), verwees<br />

naar het kerkhof.<br />

Het grafmonument heeft een duidelijk front en is<br />

geplaatst in een centrale as zodat het goed te zien is<br />

als men vanaf de Akerstraat het Kerkhof binnen loopt.<br />

Het grafmonument bezit cultuurhistorische waarde als<br />

bijzondere herinnering aan de Eerste Wereldoorlog<br />

(1914-1918).<br />

De Akerstraat heette vroeger Akerlaan. Het was een<br />

voorname woonlocatie met sjieke huizen die lang deel<br />

uitmaakte van de “grooten weg van Maastricht naar<br />

Aken”.<br />

In het grafmonument zijn de namen gegraveerd<br />

van de veertien Belgische geïnterneerde soldaten en<br />

twee kinderen die tijdens de eerste Wereldoorlog in<br />

<strong>Heerlen</strong> zijn gestorven, enkelen aan de gevolgen van<br />

de beruchte Spaanse Griep. Deze epidemie kostte<br />

wereldwijd miljoenen mensen het leven.<br />

Het grafmonument bestaat uit een gedenkplaat van<br />

natuursteen met zowel een Franse als een Nederlandse<br />

tekst. Er staat een kolom die wordt bekroond met<br />

een klein hardstenen kruis. Aan de voorzijde van de<br />

gedenkplaat staat een hoge vergulde grafurn op een<br />

klein voetstuk met een brede hardstenen basement.<br />

Aan weerszijden is een perk met rechthoekige hardstenen<br />

omlijsting.<br />

Het geheel wordt aan de voorzijde klokvormig<br />

omsloten door elf kleine natuurstenen (op grenspalen<br />

lijkende) kegels met hiertussen een smeedijzeren<br />

ketting.<br />

The public cemetery lies enclosed as a park with old<br />

trees between the Akerstraat and the Groene Boord.<br />

The cemetery has a cemetery chapel and accommodates<br />

the graves of a large number of well or less<br />

well-known people from the history of <strong>Heerlen</strong>.<br />

One of the three city gates in the wall of the so-called<br />

Maastrichter- or Kerkhofpoort (opposite the former<br />

Hotel de Paris), referred to the cemetery.<br />

The memorial monument has a clear front and is<br />

positioned on a central axis making it easily visible<br />

when entering the cemetery from the side of the<br />

Akerstraat. The memorial monument has a culturalhistorical<br />

value as a special reminder of the First<br />

World War (1914-1918).<br />

The Akerstraat used to be called Akerlaan. It was a<br />

distinguished residential location with stylish houses<br />

that for a long time had been part of the “great road<br />

from Maastricht to Aachen”.<br />

In the memorial monument the names of fourteen<br />

interned Belgium soldiers and two children are<br />

engraved who died in <strong>Heerlen</strong> during the First World<br />

War, some as a victim of the notorious Spanish Flu.<br />

Worldwide this epidemic cost millions of people their<br />

lives.<br />

The memorial monument consists of a commemorative<br />

plaque of natural stone with both a French and<br />

a Dutch text. There is a column that is crowned by a<br />

small bluestone cross. On the front side of the commemorative<br />

plaque there is a high gilded funeral urn<br />

on a small pedestal with a broad bluestone base.<br />

On both sides there is a bed with a rectangular<br />

bluestone frame.<br />

On the front all this is bell-shapedly enclosed by<br />

eleven small natural stone (border post resembling)<br />

cones with a cast-iron chain in between them.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


PROTESTANTSE KERK EN PROTESTANT CHURCH AND<br />

KOSTERSWONING VERGERS HOUSE 99<br />

Tempsplein 14, Ds. Jongeneelstraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Tempsplein 14, Ds. Jongeneelstraat 1, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Kerk<br />

Bouwjaar: 1931-1932<br />

Architect: J. en Th. Stuivinga<br />

Monumentnr.: 512810<br />

Current function: Church<br />

Year of construction: 1931-1932<br />

Architect:<br />

J. and Th. Stuivinga<br />

Monument no.: 512810<br />

Vooral na de Eerste Wereldoorlog trokken veel<br />

protestantse werkzoekenden vanuit het noorden<br />

en oosten van ons land naar de overwegend katholieke<br />

Mijnstreek. Er ontstonden protestantse enclaves<br />

met eigen kerken, verenigingen en scholen, zoals de<br />

Talmaschool. De protestantse minderheid voelde zich<br />

vaak vreemdeling in de katholieke omgeving.<br />

De Limburgers spraken van “Hollanders”.<br />

Especially after the First World War many unemployed<br />

Protestants migrated from the North and the East of<br />

our country to the predominantly Roman Catholic<br />

Mining District. Protestant enclaves came into being<br />

with their own churches, clubs and schools, such as<br />

the Talmaschool. The Protestant minority often felt a<br />

stranger in the Roman Catholic environment.<br />

The Limburgers called them “Hollanders”.<br />

De geloofsgenoten Jan en Theo Stuivinga uit Zeist<br />

ontwierpen een verfijnde stadskerk, die aan 8oo<br />

gelovigen plaats moest bieden en kon bijdragen<br />

aan het karakter van het <strong>Heerlen</strong>se plein.<br />

De hoge tuitgevels hebben gemetselde vlechtingen<br />

en zogenaamde ezelsruggen. De kerk heeft aan<br />

weerszijden steunberen. Het steile dak is gedekt<br />

met rode Hollandse pannen. De dakgoten liggen op<br />

consoles. De architectuur heeft Berlagiaanse inspiratie<br />

met elementen van het Expressionisme.<br />

De kerk heeft een kruisvormige plattegrond met<br />

een daaraan gekoppelde kosterswoning en vier hoge<br />

zadeldaken. De architecten hebben als versiering<br />

het bouwjaar 1931 in de aanzetstukken (imposten)<br />

van de bogen verwerkt evenals 1932 in acht metsellagen<br />

van de kosterswoning.<br />

De twee koperen lantaarns in art-deco stijl zijn<br />

gemaakt door leerlingen van de Ambachtsschool.<br />

In de top zijn vier spitsboogvormige galmgaten,<br />

gemetselde balustraden, kruisvormige openingen<br />

en waterspuwers. De toren wordt beëindigd door<br />

een iets omhoog stekende ‘Hollandse’ tuitgevel<br />

met een zadeldakje.<br />

The fellow believers Jan and Theo Stuivinga from Zeist<br />

designed a refined town church which was to accommodate<br />

8oo believers and could contribute to the<br />

character of the <strong>Heerlen</strong> square. The high spout<br />

gables have masonry twines and so-called saddleback<br />

copings. The church has buttresses on both sides.<br />

The steep roof is covered with red Dutch tiles. The<br />

gutters are positioned on top of consoles. The architecture<br />

is Berlage-inspired with elements of the<br />

Expressionism.<br />

The church has a cross-shaped floorplan with a<br />

connected verger’s house and four high saddle roofs.<br />

As a decoration the architects have incorporated<br />

the year of construction 1931 in the imposts of the<br />

arches as well as 1932 in eight layers of mortar of<br />

the verger’s house.<br />

The two Art-Deco style copper lanterns were made<br />

by students of the Technical School. In the top there<br />

are four arch-shaped belfry windows, brick balustrades,<br />

cross-shaped openings and gargoyles.<br />

The tower is crowned with a slightly raised ‘Dutch’<br />

spout gable with a small saddle roof.<br />

RIJKSMONUMENTEN HEERLEN


STRAATWAND TEMPSPLEIN<br />

Ds. Jongeneelstraat 2, 4, 6, Deken Nicolayestraat 1, 3,<br />

Tempsplein 18, 19, 19a, 20, 20a, 21, 22, <strong>Heerlen</strong><br />

Huidige functie: Woning<br />

Bouwjaar: 1927<br />

Architect: J.W. van Harderveld<br />

Monumentnr.: 512808<br />

STREET LINE TEMPSPLEIN<br />

Ds. Jongeneelstraat 2, 4, 6, Deken Nicolayestraat 1, 3,<br />

Tempsplein 18, 19, 19a, 20, 20a, 21, 22, <strong>Heerlen</strong><br />

Current function: Residence<br />

Year of construction: 1927<br />

Architect:<br />

J.W. van Harderveld<br />

Monument no.: 512808<br />

100<br />

De naam “Tempsplein” zou kunnen verwijzen naar<br />

Tamasiacum of Tamisiacum. Deze toponiem is ook<br />

te vinden in het Belgische Temse of het Engelse<br />

Thames. Tam betekent iets als donker.<br />

Hier stroomde een donkere (of diepe) waterloop die<br />

eerst de Romeinse thermen en later het middeleeuwse<br />

fort van water voorzag. Op de kaart van oud <strong>Heerlen</strong><br />

staat op de plaats van het huidige Tempsplein de<br />

naam Tems-weien ingetekend.<br />

The name “Tempsplein” could refer to Tamasiacum or<br />

Tamisiacum. This toponym can also be found in the<br />

Belgian ‘Temse’ or the English ‘Thames’. Tam stands<br />

for something dark. At this location there used to be<br />

a dark (or dee