Wt waaier

hogeschoolrotterdamceb

Een waaier aan mogelijkheden voor Wetenschap & Techniek. Goed voorbeeld doet goed volgen! Korte, simpele, onderzoekende en/of ontwerpende lessen.

Een waaier aan

mogelijkheden

voor W&T lessen

in de klas


Een waaier aan

mogelijkheden

voor W&T lessen

in de klas

Goed voorbeeld

doet goed volgen!

korte, simpele, onderzoekende

en/of ontwerpende lessen


Voor wie

• Leerkrachten vanaf groep 3

Gebruik van waaier

• Deze lessen kunnen een startpunt zijn om

alle leerkrachten op school met W&T kennis

te laten maken

• OOL (onderzoekend en ontwerpend leren)

didactiek kun je gemakkelijk toepassen op

andere (methode)lessen

• Met eenvoudige leermiddelen/materialen

en zonder methode een W&T-les geven

Toepassing van waaier

Waarom belangrijk voor leerlingen in PO:

Wetenschap en technologie (W&T) maakt

nieuwsgierig en stimuleert kinderen om creatief,

kritisch en ondernemend te zijn, op onderzoek uit

te gaan en oplossingen te bedenken. Het zijn die

vaardigheden en instellingen die kinderen nu en in

de toekomst nodig hebben.

W&T: Bij W&T-onderwijs leren kinderen antwoorden

te (onder-)zoeken op vragen en oplossingen te

bedenken voor problemen. Kinderen leren al doende

het onderzoeks- en ontwerpproces te hanteren en

zich daarbij denkwijzen eigen te maken.

OOL: Bij W&T zijn onderzoeken en ontwerpen de

leidende vaardigheden (activiteiten). Door op een

onderzoekende en ontwerpende manier te leren,

worden houding, vaardigheden, denkwijzen en

kennis in samenhang ontwikkeld.

LOB: W&T kan goed gecombineerd worden met het

Loopbaan- en Beroepsoriëntatie programma van de

school. Op het laatste waaierblad wordt dit verder

toegelicht.

www.emiopzuid.nl/wtwaaier

Scan de QR-code

voor extra informatie


Index lessen

De duurzame klas!

Onderzoekend leren

Kerndoel 39: De leerlingen leren met zorg

om te gaan met het milieu.

De verstopte pissebed

Onderzoekend leren

Kerndoel 40: De leerlingen leren in de eigen

omgeving veel voorkomende dieren onderscheiden

en benoemen en leren hoe ze functioneren in hun

omgeving.

Proeven met je neus

Onderzoekend leren

Kerndoel 41: De leerlingen leren over de bouw

van mensen en over de vorm en functie van hun

onderdelen.

De parachute

Ontwerpend en onderzoekend leren

Kerndoel 42: De leerlingen leren onderzoek doen

aan materialen en natuurkundige verschijnselen.

Mooi of slecht weer?

Onderzoekend en ontwerpend leren

Kerndoel 43: De leerlingen leren hoe je weer

en klimaat kunt beschrijven met behulp van

temperatuur, neerslag en wind.

Een stevige toren van papier

Ontwerpend en onderzoekend leren

Kerndoel 44: De leerlingen leren bij producten uit

hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de

werking, de vorm en het materiaal gebruik.

Schooltafel van de toekomst

Ontwerpend leren

Kerndoel 45: De leerlingen leren oplossingen

voor technische problemen te ontwerpen, deze uit

te voeren en te evalueren.

De Zichtbare kant van de maan

Ondezichtbarerzoekend leren

Kerndoel 46: De leerlingen leren dat de positie

van de aarde ten opzichte van de zon, seizoenen

en dag en nacht veroorzaakt.


Materialenoverzicht

Herbruikbaar

• Loeppotjes 2x

• Petrischaaltjes 20x

• Kleine plastic bakjes

met deksel 5x

• Glazen pot 1x

• Plastic bak 1x

• Schaar 1x

Zelf aanvullen

• Blinddoek

• Lepeltjes

• Liniaal

• Stiften

• Lijm

• Potloden

• Stopwatch

Verbruik (eventueel zelf aanvullen)

• Schilderstape

• A3 papier 3x

• Plakband 2x

• Elastiekjes 5x

• Watten 1x

• Naaigaren 1x

• Rietjes 20x

• Balonnen 2x

• Cocktailprikkers 10x

• Rol aluminium 1x

• Rol vershoudfolie 1x

• Theezakjes 2x

• Boterhamzakjes 3x

• Vanillesuiker 1x

• Tube tomatenketchup 1x

• Citroensap 1x

• Potje kaneel 1x

• Rolletje pepermunt 1x

• Reep pure chocolade 1x

Leverancier

De leveranciers voor de inhoud van de materialenbox

staan op de website via de QR-code vermeld.


Vanaf groep 4

30 min

Kerndoel 39

De duurzame klas!

Doel

Met medeleerlingen bedenkt de leerling hoe

je een verschil kunt maken als je zelf je best

doet voor een duurzaam leven en een gezonde

aarde. We weten welke maatregelen we

kunnen nemen om duurzamer te leven

met de klas.

Kerndoel 39 | De duurzame klas!

Materiaal

A3 papier

Stiften

Achtergrondinfo

Milieubewustzijn begint al op jonge leeftijd.

Door kinderen op school kennis te laten maken

met de mogelijkheden die er zijn om het milieu

te sparen, groeien zij op als verantwoordelijke

burgers. Je kan deze les goed koppelen aan de

onderwerpen CO 2

-problematiek en de “Plastic

Soep”.


Kerndoel 39

De duurzame klas!

Aan de slag

Verdeel de klas in groepen van 4 á 5 leerlingen.

Geef elk groep een A3-vel en laat ze in het midden

van het vel opschrijven ‘Duurzaamheid in onze klas’

1 Laat leerlingen 5 minuten door de klas lopen en

goed om zich heen de klas inspecteren.

Opdracht: Zoek mogelijkheden om de klas

duurzamer te maken. Kijk naar details. Hoe zijn

dingen verpakt? Zie je dingen die je nog niet

waren opgevallen? Hoe kunnen we ons gedrag

aanpassen? Zijn er duurzamere alternatieven?

2 De leerlingen maken een woordweb met zo

veel mogelijk verschillende en originele ideeën.

De ideeën worden in categorieën verdeeld.

3 Iedere leerling van een groep deelt in totaal

5 stippen uit bij een of meerdere ideeën.

De 5 stippen kunnen ook bij 1 idee staan.

4 Voor de ideeën met de meeste stippen, bedenkt

de groep een oplossing en schrijft die achter het

idee bij het woordweb.

Laat iedere groep zijn lijst met belangrijkste

oplossingen presenteren aan de klas. Maak met

de klas een lijst van verbeterpunten. Aan welk

verbeterpunt gaan jullie de komende tijd werken?

Tip 1

Waar bestaat afval uit?

Wat kun je opnieuw

gebruiken? Denk ook aan

voedsel of het omgaan

met schoolmateriaal,

bijv. potloden. Wat kan je

buiten de klas eventueel

veranderen, waardoor

je als school duurzamer

wordt?

Tip 2

Laat de leerlingen actief

oplossingen bedenken,

hoe groot of klein ze

ook zijn. “Dat kan niet”,

bestaat niet! Je hoeft

de oplossingen niet zelf

uit te kunnen voeren.

Ze kunnen oplossingen

tekenen voor de

presentatie.

Woordenschat

Milieu, duurzaam(heid), prioriteit, recycle, CO 2

,

“Plastic Soep”


Kerndoel 40 | De verstopte pissebed 30 min

Vanaf groep 3

Kerndoel 40

De verstopte

pissebed

Doel

Antwoord op onderzoeksvraag, ‘Waar leeft

een pissebed het liefst?’. De leerling kan

een proefopstelling bedenken om antwoord

te krijgen op een onderzoeksvraag.

Materiaal

Loeppotje

Bak

10 Petrischaaltjes

Aluminiumfolie

Huishoudfolie

Watten

Evt. ander materiaal

Droog/Nat

Licht/Donker

Achtergrondinfo

Pissebedden zijn eigenlijk waterdieren op het

land. Het zijn een soort kreeftjes. Ze halen

net zoals een vis adem met kieuwen, daarom

is een vochtige omgeving belangrijk voor de

pissebed om te kunnen leven.


Kerndoel 40

De verstopte

pissebed

Aan de slag

Laat de leerlingen per tweetal met een petrischaaltje naar

buiten om pissebedden te verzamelen. Geef ze de tip

mee om vooral onder stenen of houtblokken te zoeken.

1 Bekijk in de klas de pissebed met een loeppotje. Zie

je dat het geen insect is? Die heeft namelijk 6 poten.

2 Bedenk met de klas samen een of meerdere

variabelen om antwoord te krijgen op je

onderzoeksvraag = ‘Waar leeft een pissebed het

liefst?’. Welke proefopstelling hoort bij dit onderzoek?

3 Bouw met de klas de opstelling om de eerste

variabele te onderzoeken. Wat neem je waar na 5

minuten? Tel de pissebedden en noteer het resultaat.

4 Onderzoek steeds een andere variabele. Wat neem je

steeds waar na 5 minuten en noteer hiervan het resultaat.

Formuleer met de resultaten van hierboven een

antwoord op je onderzoeksvraag (‘Waar leeft een

pissebed het liefst?).

Tip 1

Bij een proefopstelling

houd je alles hetzelfde

en varieer je maar één

eigenschap (variabele)

tegelijk. Je noemt dit

‘eerlijk onderzoek’.

Tip 2

Laat leerlingen zelf

nadenken over andere

variabelen, bijv.

ondergrond (glad, ruw),

voedsel, wind, water. Een

filmpje over de pissebed,

kan leerlingen op ideeën

brengen. Maak een hele

les door iedere groep een

andere variabele te laten

onderzoeken.

Woordenschat

Pissebed, eigenschap/ variabele, opstelling,

proef/ experiment, conclusie, onderzoeksvraag,

petrischaaltje, loeppotje, insect, kreeftjes.


Kerndoel 41 | Proeven met je neus 30 min

Vanaf groep 4

Kerndoel 41

Proeven met je neus

Doel

De leerling heeft ervaren dat het ruiken

van eten invloed heeft op wat je proeft.

Je gebruikt je neus om te proeven.

Materiaal

Lepeltjes

Blinddoek

Bakjes

Verschillend testvoedsel

(bijv. vanillesuiker, pepermunt,

citroensap, chocolade,

tomatenketchup, kaneel)

Achtergrondinfo

Naast de 4 bekende smaken ( zoet, zout, bitter,

zuur, is er een nieuwe smaak bij gekomen

genaamd ‘umami’. De tong kan deze 5

basissmaken herkennen, maar het is je neus

die nuanceert. Je ruikt altijd met één neusgat

tegelijk. Om de paar uur wissel je af en ga je

door je andere neusgat ademen.


Kerndoel 41

Proeven met je neus

Aan de slag

Ga na of leerlingen allergisch zijn voor bepaald eten.

1 Bespreek welke smaken de leerlingen kennen en

welke geuren ze kennen .

2 Laat de leerlingen in tweetallen werken. De ene

leerling is ‘de onderzoeker’ en de andere is ‘het

proefkonijn’.

3 Laat ze per tweetal een schema maken, waarin

ze kunnen noteren wat er geproefd wordt door het

proefkonijn. Laat ze in het schema aangeven: veel/

weinig, vies/lekker, welke van de 5 basissmaken

proeven ze, raden wat het is.

4 Het proefkonijn krijgt een blinddoek om en houdt

met zijn vingers zijn neus dicht. De onderzoeker

geeft met een lepeltje een beetje van het eerste

‘testvoedsel’.

5 De onderzoeker noteert in het schema wat het

proefkonijn proeft.

6 Nu proeft het proefkonijn hetzelfde testvoedsel,

maar nu met zijn neus open.

7 Herhaal de vorige vier stappen met het overige

testvoedsel.

Noteren wat er geproefd wordt.

Tip 1

Probeer eens met

1 neusgat dicht te

proeven. Smaakt het dan

anders? Of herhaal de

stappen van hierboven

zonder blinddoek.

Tip 2

Je kan ook bepaald soort

eten een heel andere

kleur geven. Ook de kleur

van eten beïnvloedt de

smaak. (De kleur roze/

rood wordt meestal

geassocieerd met zoet.

De kleur geel/groen wordt

vaak geassocieerd met

fris/gezond van smaak.)

Woordenschat

Zintuigen, geur, smaken/ proeven, hygiëne, aroma’s,

onderzoeker, proefkonijn.


Kerndoel 42 | De parachute 30 min

Vanaf groep 4

Kerndoel 42

De parachute

Doel

De leerling ontwerpt een parachute met een

theezakje dat lang in de lucht blijft zweven en

zachtjes landt. De leerling kan een ontwerp

maken a.h.v. onderzoek.

Materiaal

A3 papier

Boterhamzakje

Theezakje

Draad

Schaar

Plakband

Achtergrondinfo

De leerlingen doen onderzoek aan de hand

van een probleem. Ze passen de kennis die ze

hebben opgedaan toe in een eigen ontwerp om

het probleem op te lossen. Introduceer het

begrip ‘zweven’. Laat desnoods afbeeldingen

zien van zwevende objecten (bijv.boomblaadjes,

zweefvliegtuig).


Kerndoel 42

De parachute

Aan de slag

Introduceer een probleem. Zoals: als je breekbare

lading uit een vliegtuig laat vallen, dan moet die bij

landing heel blijven. Dit ga je onderzoeken met een

zwevend theezakje.‘Het theezakje moet zo lang

mogelijk zweven en zo zacht mogelijk landen’.

1 Bespreek met de leerlingen dat als iets valt, het

stuk kan gaan. Vraag of de leerlingen weten wat

een parachute is en hoe het werkt. Introduceer het

begrip ‘zweven’.

2 Laat de leerlingen in tweetallen werken. Laat ze van

één vel papier een prop maken. Ze laten de prop

tegelijk met een vel papier van dezelfde hoogte

vallen. Welk verschil zien ze?

3 Geef ze de opdracht in 15 minuten een ontwerp

te maken voor hun parachute. Laat ze meerdere

ontwerpen, van hoe hun parachute eruit komt te

zien, op het werkblad tekenen.

4 Hierna bouwen de leerlingen hun parachute en

testen deze uit.

Ze moeten met een stopwatch meten hoe lang hun

parachute zweeft.

Tip 1

Laat de leerlingen

bedenken hoe hun

parachute nog beter

zou kunnen werken.

Andere materialen?

Onderzoekend leren,

is vooral veel

vragen stellen. ‘Van

experimenteren, kun je

leren’.

Tip 2

Het is leuk om een ei

met een parachute te

laten landen van een

grote hoogte (min. twee

meter). Hier hebben de

leerlingen meer materiaal

voor nodig (bijv. doosjes,

satéstokjes, rietjes,

watten, zakdoekjes,

plasticzakken).

Woordenschat

Parachute, zweven, ontwerp(en), waarnemen,

materialen.


Kerndoel 43 | Mooi of slecht weer? 30 min

Vanaf groep 5

Kerndoel 43

Mooi of slecht weer?

Doel

De leerling weet hoe een barometer werkt en

wat de functie ervan is. De bevindingen kan

de leerling in een schema noteren.

Materiaal

Glazen pot

Ballon

Elastiek

Rietje

Cocktailprikker

Plakband/lijm

Achtergrondinfo

De lucht drukt de hele tijd op je, ook al kun je

dat niet voelen. Dit wordt luchtdruk genoemd.

Als je de ballon over de pot doet, is de

luchtdruk op dat moment in de pot even groot

als buiten de pot. Dit kan veranderen door de

luchtdruk buiten de pot, maar de luchtdruk

binnen de pot blijft altijd hetzelfde.


Kerndoel 43

Mooi of slecht weer?

Aan de slag

1 Blaas de ballon enkele malen op en laat weer

leeglopen. Knip dan het tuitje van de ballon.

2 Trek de ballon strak over de glazen pot. Doe er

het elastiek om, zodat de ballon niet glijdt.

3 Maak de cocktailprikker vast aan het uiteinde van het

rietje. Plak het andere uiteinde van het rietje precies

in het midden van de ballon vast met plakband.

Dit is de wijzer.

4 Op een vel papier teken je een schaal, waarop je

kunt aflezen hoe hoog de luchtdruk op dat moment

is. Op een ander vel papier teken je een schema,

waarop je iedere dag noteert wat de luchtdruk en

het weer is.

5 Plak het vel papier met de schaal tegen de muur en

zet de barometer voor dit papier. Zijn er veel wolken,

zet de wijzer onder het midden. Is het onbewolkt, zet

de wijzer boven het midden.

6 Kijk 5 dagen achter elkaar naar je barometer. Zet elke

dag een streepje op het karton met de datum erbij.

Noteer in het schema wat de luchtdruk en wat het

weer is van die dag.

Tip 1

Hoe werkt het?:

Als de luchtdruk hoger

wordt, wordt het ballonvel

hol geduwd De punt van

het rietje gaat omhoog.

Dit betekent dat er beter

weer op komst is. Als de

luchtdruk lager wordt, gaat

het ballonvel bol staan.

De punt van het rietje

gaat naar beneden. Er is

waarschijnlijk bewolking of

regen op komst.

Tip 2

Bedenk met de leerlingen

een ander meetinstrument

die je met de klas kan

maken om nog een

onderdeel van het weer te

meten (bijv. regenmeter).

Woordenschat

Luchtdruk, barometer, lagedrukgebied, hogedrukgebied,

meetinstrument, KNMI, meteoroloog.


Kerndoel 44 | Een stevige toren van papier 30 min

Vanaf groep 4

Kerndoel 44

Een stevige toren

van papier

Doel

Met medeleerlingen een stevige toren ontwerpen

en bouwen. De leerling weet dat een

driehoekvorm een sterke constructievorm is.

Materiaal

Veel A4 papier

Schilderstape

Plakband

Schaar

Een boek

Liniaal

Achtergrondinfo

Vertel de leerlingen dat de stevigheid van een

constructie niet alleen bepaald wordt door

het materiaal dat wordt gebruikt. Ook andere

eigenschappen bepalen of een constructie stevig

is of niet. Materiaal kan steviger worden gemaakt

door een bepaald profiel te gebruiken.


Kerndoel 44

Een stevige toren

van papier

Aan de slag

Maak groepen van 4 tot 5 leerlingen.Iedere groep krijgt

een stapel met dezelfde aantal A4- papier (bijv. 20 stuks).

1 Geef de groepen 5 minuten de tijd om de

ontwerpvraag te bespreken: “Hoe kunnen we in 15

minuten met elkaar een zo hoog mogelijke stevige

toren bouwen?”

2 Laat ze dan in 5 minuten met elkaar de taken

verdelen, zodat ze het meest efficiënt werken: ‘wie

vouwt’ / ‘wie bouwt’ / ‘wie houdt de tijd in de gaten’?

3 Bouw in 15 minuten met elkaar een zo hoog

mogelijke toren door papier te vouwen en de

onderdelen op elkaar te plaatsen.

4 Laat iedere groep in 1 minuut vertellen welke

‘bouwprincipe’ ze hebben gebruikt en hoe het

samenwerken is gegaan.

Test welke toren het hoogst is en welke toren het

stevigst (door er bijvoorbeeld een boek op te leggen).

Tip 1

Deze les kan je ook goed

gebruiken om groepswerken

te motiveren. De leerlingen

moeten hier samenwerken

en in sociale interactie

gaan met anderen. Ze zijn

samen verantwoordelijk

voor het eindproduct.

Iedere leerling in de groep

is verantwoordelijk voor het

uitvoeren van een deel van

de taak.

Tip 2

Je kan ook de opdracht

geven om een brug te

ontwerpen en te bouwen

met een minimale

‘overspanning’. Een brug

tussen twee tafels.

Woordenschat

Constructie(vorm), materiaal, eigenschap, profiel,

overspanning.


Kerndoel 45 | Schooltafel van de toekomst 30 min

Vanaf groep 5

Kerndoel 45

Schooltafel van

de toekomst

Doel

Met medeleerlingen ‘de schooltafel van de

toekomst’ ontwerpen. Brainstormen en

vervolgens tot een gezamenlijk ontwerp komen.

Materiaal

A3 papier

Potlood

Liniaal

Stiften

Achtergrondinfo

Genoeg bewegen is goed voor de fysieke

gezondheid en het zorgt ook voor een beter

functionerend brein. Langdurig stilzitten is dus

niet gezond. Toch is ook bekend dat je pas

goed kunt luisteren als het stil is. Stilzitten

in de klas is een uitvinding uit 1806 toen het

klassikale onderwijs werd ingevoerd. Daarvoor

liepen leerlingen gewoon rond door de klas

tijdens het werken.


Kerndoel 45

Schooltafel van

de toekomst

Aan de slag

Verdeel de klas in groepen van 3 tot 4 leerlingen.

Iedere groep krijgt een A3 papier. Bij deze opdracht ligt

de nadruk deels op het samenwerken. Bespreek met

de leerlingen welke vaardigheden nodig zijn om goed

met elkaar samen te werken.

Bron: Wetenschapsknooppunt Zuid-Holland

1 Laat iedere groep op het A3 papier een woordweb

maken met als onderwerp ‘de schooltafel van de

toekomst’

2 Laat ze ook tekeningetjes maken bij de woorden

op het woordweb

Na 20 minuten moeten de groepen hun ‘de schooltafel

van de toekomst’ presenteren aan de klas ahv hun

woordweb.

Tip 1

Formuleer een ontwerpvraag

door niet de

oplossing, maar het

probleem of de behoefte

te noemen. Bijvoorbeeld:

Het probleem is, dat te

lang zitten ongezond

is. Een oplossing is

‘de schooltafel van de

toekomst’.

Tip 2

Je kan bij deze les

ook met de leerlingen

bespreken welke mensen

hun schooltafel hebben

bedacht. Welke beroepen

komen erbij kijken om een

schooltafel te maken.

Woordenschat

Meubilair, ergonomie, ergonomisch, brainstormen,

ontwerper, meubelmaker, ontwerpvraag.


Kerndoel 46 | De zichtbare kant van de Maan 15 min

Vanaf groep 5

Kerndoel 46

De zichtbare kant

van de maan

Doel

De leerling vindt de verklaring op de vraag:

Waarom zien we altijd maar 1 kant van de

maan?

Materiaal

2 leerlingen

Achtergrondinfo

De maan draait in 28 dagen één keer om

de aarde. We zien altijd dezelfde kant van

de maan, omdat de maan in 28 dagen om

zijn eigen as draait. Dit komt niet omdat

de maan zelf om zijn eigen as draait, maar

door de zwaartekracht van de aarde wordt

rondgedraaid.


Kerndoel 46

De zichtbare kant

van de maan

Aan de slag

1 kind speelt de aarde

1 kind speelt de maan

1 Laat de kinderen tegen de wijzers van klok

bewegen. De kinderen kijken elkaar bij het draaien

continue aan.

2 Als het kind dat de maan speelt een rondje rond de

aarde is gelopen, dan is het ook een keer om zijn

eigen as gedraaid.

Hoe zou de maan om de aarde draaien als hij

stilstond? Dan zou je gedurende de maand, alle

kanten van de maan kunnen zien.

Tip 1

Laat alle leerlingen een

keer de maan spelen, om

te ervaren hoe de maan

om zijn eigen as draait.

Tip 2

Laat de Maan een bal

boven het hoofd houden.

Schijn met een sterke

lamp op de ronddraaiende

maan. Het kind dat de

aarde speelt, kan de

verschillende maanfases

zien.

Woordenschat

Aarde, maan, omwenteling, as, maancyclus.


W&T, OOL & LOB

Wetenschap & Technologie (W&T) is een manier

om grip te krijgen op de wereld waarbij vele talenten

ervaren en ontdekt kunnen worden. W&T biedt een

rijke context aan ervaringen die te verbinden zijn met

toekomstbeelden en activiteiten in de beroepswereld.

De didactiek van Onderzoekend en Ontwerpend

Leren (OOL) faciliteert het opdoen van kennis,

OOL-vaardigheden en houding. Het nodigt uit tot

het ontwikkelen van denkvaardigheden, coöperatief

creëren en motorische vaardigheden, het ontdekken

van de wereld en deze naar je hand te zetten.

Hierbij wordt een gezonde dosis verwondering,

nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en plezier

ervaren.

Loopbaanbegeleiding en Beroepsoriëntatie (LOB)

op de basisschool gaat over ervaringen die de

leerling opdoet binnen en buiten school en een

reflectie hierop. In gesprekken met volwassenen

(leerkracht/ouders) kunnen leerlingen hun ervaringen

verkennen en talenten, interesses bij zichzelf leren

herkennen. Op basis van dit inzicht kan de brede

ontwikkeling gericht ondersteund worden en

vervolgstappen in het opdoen van nieuwe ervaringen

ingezet worden. Zo leert de leerling zichzelf kennen

en bij talenten, interesses en mogelijkheden

passende schoolloopbaankeuzes te maken.

Het is logisch om de LOB gedachte bij de W&T

lessen te betrekken en in het curriculum W&T lessen

aan het LOB programma te koppelen (ervaringen

en reflectie). Of de potentie van W&T en OOL

(gerelateerd aan LOB) benut wordt, ligt in de hand

van de leerkracht.

Lesgeven in W&T en de OOL didactiek vergt een

bril om de leerling te observeren en te bevragen

en te ondersteunen bij ervaren en kwaliteiten

ontdekken.

Op de website horend bij deze

waaier worden voorbeelden gegeven

hoe u de eenvoudige lessen kunt

verbreden naar LOB.


Achtergrond

Deze W&T waaier is ontwikkeld voor basisscholen

in Rotterdam Zuid die een curriculum willen bieden,

waarin leerlingen zichzelf leren kennen en zich

breed ontwikkelen in een grootstedelijke

Nederlandse context.

De W&T-waaier maakt onderdeel uit van het

‘Gaan voor een Baan’ - BRIDGE-programma

van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid

(NPRZ). Dit programma beoogt leerlingen tijdens

hun schoolcarrière extra ondersteuning te bieden

bij het leren maken een bewuste en succesvolle

schoolloopbaankeuzes en om leerkrachten (en

ouders) te ondersteunen in hun begeleidingstaak

hierbij.

Hogeschool Rotterdam is met haar Expertisecentrum

Maatschappelijke Innovatie (EMI) partner van

NPRZ en het BRIDGE-programma. Eén van de

activiteiten van EMI in het kader van BRIDGE, is

het bieden van een maatwerk begeleidingstraject

voor basisscholen om W&T een duurzame plek te

geven in het curriculum in samenhang met LOB.

Colofon

Adres

EMI | Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie

Rochussenstraat 198, 3015 EK Rotterdam

Postbus 25035, 3001 HA Rotterdam

EMI website:

www.emiopzuid.nl

Gaan voor een baan website:

www.gaanvooreenbaan.nu

Powered by

More magazines by this user