01.11.2018 Views

W&T Waaier

Een waaier aan mogelijkheden voor Wetenschap & Techniek. Goed voorbeeld doet goed volgen! Korte, simpele, onderzoekende en/of ontwerpende lessen.

Een waaier aan mogelijkheden voor Wetenschap & Techniek. Goed voorbeeld doet goed volgen! Korte, simpele, onderzoekende en/of ontwerpende lessen.

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Een waaier aan<br />

mogelijkheden<br />

voor W&T lessen<br />

in de klas


Een waaier aan<br />

mogelijkheden<br />

voor W&T lessen<br />

in de klas<br />

Goed voorbeeld<br />

doet goed volgen!<br />

korte, simpele, onderzoekende<br />

en/of ontwerpende lessen


Voor wie<br />

• Leerkrachten vanaf groep 3<br />

Gebruik van waaier<br />

• Deze lessen kunnen een startpunt zijn om<br />

alle leerkrachten op school met W&T kennis<br />

te laten maken<br />

• OOL (onderzoekend en ontwerpend leren)<br />

didactiek kun je gemakkelijk toepassen op<br />

andere (methode)lessen<br />

• Met eenvoudige leermiddelen/materialen<br />

en zonder methode een W&T-les geven<br />

Toepassing van waaier<br />

Waarom belangrijk voor leerlingen in PO:<br />

Wetenschap en technologie (W&T) maakt<br />

nieuwsgierig en stimuleert kinderen om creatief,<br />

kritisch en ondernemend te zijn, op onderzoek uit<br />

te gaan en oplossingen te bedenken. Het zijn die<br />

vaardigheden en instellingen die kinderen nu en in<br />

de toekomst nodig hebben.<br />

W&T: Bij W&T-onderwijs leren kinderen antwoorden<br />

te (onder-)zoeken op vragen en oplossingen te<br />

bedenken voor problemen. Kinderen leren al doende<br />

het onderzoeks- en ontwerpproces te hanteren en<br />

zich daarbij denkwijzen eigen te maken.<br />

OOL: Bij W&T zijn onderzoeken en ontwerpen de<br />

leidende vaardigheden (activiteiten). Door op een<br />

onderzoekende en ontwerpende manier te leren,<br />

worden houding, vaardigheden, denkwijzen en<br />

kennis in samenhang ontwikkeld.<br />

LOB: W&T kan goed gecombineerd worden met het<br />

Loopbaan- en Beroepsoriëntatie programma van de<br />

school. Op het laatste waaierblad wordt dit verder<br />

toegelicht.<br />

www.emiopzuid.nl/wtwaaier<br />

Scan de QR-code<br />

voor extra informatie


Index lessen<br />

De duurzame klas!<br />

Onderzoekend leren<br />

Kerndoel 39: De leerlingen leren met zorg<br />

om te gaan met het milieu.<br />

De verstopte pissebed<br />

Onderzoekend leren<br />

Kerndoel 40: De leerlingen leren in de eigen<br />

omgeving veel voorkomende dieren onderscheiden<br />

en benoemen en leren hoe ze functioneren in hun<br />

omgeving.<br />

Proeven met je neus<br />

Onderzoekend leren<br />

Kerndoel 41: De leerlingen leren over de bouw<br />

van mensen en over de vorm en functie van hun<br />

onderdelen.<br />

De parachute<br />

Ontwerpend en onderzoekend leren<br />

Kerndoel 42: De leerlingen leren onderzoek doen<br />

aan materialen en natuurkundige verschijnselen.<br />

Mooi of slecht weer?<br />

Onderzoekend en ontwerpend leren<br />

Kerndoel 43: De leerlingen leren hoe je weer<br />

en klimaat kunt beschrijven met behulp van<br />

temperatuur, neerslag en wind.<br />

Een stevige toren van papier<br />

Ontwerpend en onderzoekend leren<br />

Kerndoel 44: De leerlingen leren bij producten uit<br />

hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de<br />

werking, de vorm en het materiaal gebruik.<br />

Schooltafel van de toekomst<br />

Ontwerpend leren<br />

Kerndoel 45: De leerlingen leren oplossingen<br />

voor technische problemen te ontwerpen, deze uit<br />

te voeren en te evalueren.<br />

De Zichtbare kant van de maan<br />

Ondezichtbarerzoekend leren<br />

Kerndoel 46: De leerlingen leren dat de positie<br />

van de aarde ten opzichte van de zon, seizoenen<br />

en dag en nacht veroorzaakt.


Materialenoverzicht<br />

Herbruikbaar<br />

• Loeppotjes 2x<br />

• Petrischaaltjes 20x<br />

• Kleine plastic bakjes<br />

met deksel 5x<br />

• Glazen pot 1x<br />

• Plastic bak 1x<br />

• Schaar 1x<br />

Zelf aanvullen<br />

• Blinddoek<br />

• Lepeltjes<br />

• Liniaal<br />

• Stiften<br />

• Lijm<br />

• Potloden<br />

• Stopwatch<br />

Verbruik (eventueel zelf aanvullen)<br />

• Schilderstape<br />

• A3 papier 3x<br />

• Plakband 2x<br />

• Elastiekjes 5x<br />

• Watten 1x<br />

• Naaigaren 1x<br />

• Rietjes 20x<br />

• Balonnen 2x<br />

• Cocktailprikkers 10x<br />

• Rol aluminium 1x<br />

• Rol vershoudfolie 1x<br />

• Theezakjes 2x<br />

• Boterhamzakjes 3x<br />

• Vanillesuiker 1x<br />

• Tube tomatenketchup 1x<br />

• Citroensap 1x<br />

• Potje kaneel 1x<br />

• Rolletje pepermunt 1x<br />

• Reep pure chocolade 1x<br />

Leverancier<br />

De leveranciers voor de inhoud van de materialenbox<br />

staan op de website via de QR-code vermeld.


Vanaf groep 4<br />

30 min<br />

Kerndoel 39<br />

De duurzame klas!<br />

Doel<br />

Met medeleerlingen bedenkt de leerling hoe<br />

je een verschil kunt maken als je zelf je best<br />

doet voor een duurzaam leven en een gezonde<br />

aarde. We weten welke maatregelen we<br />

kunnen nemen om duurzamer te leven<br />

met de klas.<br />

Kerndoel 39 | De duurzame klas!<br />

Materiaal<br />

A3 papier<br />

Stiften<br />

Achtergrondinfo<br />

Milieubewustzijn begint al op jonge leeftijd.<br />

Door kinderen op school kennis te laten maken<br />

met de mogelijkheden die er zijn om het milieu<br />

te sparen, groeien zij op als verantwoordelijke<br />

burgers. Je kan deze les goed koppelen aan de<br />

onderwerpen CO 2<br />

-problematiek en de “Plastic<br />

Soep”.


Kerndoel 39<br />

De duurzame klas!<br />

Aan de slag<br />

Verdeel de klas in groepen van 4 á 5 leerlingen.<br />

Geef elk groep een A3-vel en laat ze in het midden<br />

van het vel opschrijven ‘Duurzaamheid in onze klas’<br />

1 Laat leerlingen 5 minuten door de klas lopen en<br />

goed om zich heen de klas inspecteren.<br />

Opdracht: Zoek mogelijkheden om de klas<br />

duurzamer te maken. Kijk naar details. Hoe zijn<br />

dingen verpakt? Zie je dingen die je nog niet<br />

waren opgevallen? Hoe kunnen we ons gedrag<br />

aanpassen? Zijn er duurzamere alternatieven?<br />

2 De leerlingen maken een woordweb met zo<br />

veel mogelijk verschillende en originele ideeën.<br />

De ideeën worden in categorieën verdeeld.<br />

3 Iedere leerling van een groep deelt in totaal<br />

5 stippen uit bij een of meerdere ideeën.<br />

De 5 stippen kunnen ook bij 1 idee staan.<br />

4 Voor de ideeën met de meeste stippen, bedenkt<br />

de groep een oplossing en schrijft die achter het<br />

idee bij het woordweb.<br />

Laat iedere groep zijn lijst met belangrijkste<br />

oplossingen presenteren aan de klas. Maak met<br />

de klas een lijst van verbeterpunten. Aan welk<br />

verbeterpunt gaan jullie de komende tijd werken?<br />

Tip 1<br />

Waar bestaat afval uit?<br />

Wat kun je opnieuw<br />

gebruiken? Denk ook aan<br />

voedsel of het omgaan<br />

met schoolmateriaal,<br />

bijv. potloden. Wat kan je<br />

buiten de klas eventueel<br />

veranderen, waardoor<br />

je als school duurzamer<br />

wordt?<br />

Tip 2<br />

Laat de leerlingen actief<br />

oplossingen bedenken,<br />

hoe groot of klein ze<br />

ook zijn. “Dat kan niet”,<br />

bestaat niet! Je hoeft<br />

de oplossingen niet zelf<br />

uit te kunnen voeren.<br />

Ze kunnen oplossingen<br />

tekenen voor de<br />

presentatie.<br />

Woordenschat<br />

Milieu, duurzaam(heid), prioriteit, recycle, CO 2<br />

,<br />

“Plastic Soep”


Kerndoel 40 | De verstopte pissebed 30 min<br />

Vanaf groep 3<br />

Kerndoel 40<br />

De verstopte<br />

pissebed<br />

Doel<br />

Antwoord op onderzoeksvraag, ‘Waar leeft<br />

een pissebed het liefst?’. De leerling kan<br />

een proefopstelling bedenken om antwoord<br />

te krijgen op een onderzoeksvraag.<br />

Materiaal<br />

Loeppotje<br />

Bak<br />

10 Petrischaaltjes<br />

Aluminiumfolie<br />

Huishoudfolie<br />

Watten<br />

Evt. ander materiaal<br />

Droog/Nat<br />

Licht/Donker<br />

Achtergrondinfo<br />

Pissebedden zijn eigenlijk waterdieren op het<br />

land. Het zijn een soort kreeftjes. Ze halen<br />

net zoals een vis adem met kieuwen, daarom<br />

is een vochtige omgeving belangrijk voor de<br />

pissebed om te kunnen leven.


Kerndoel 40<br />

De verstopte<br />

pissebed<br />

Aan de slag<br />

Laat de leerlingen per tweetal met een petrischaaltje naar<br />

buiten om pissebedden te verzamelen. Geef ze de tip<br />

mee om vooral onder stenen of houtblokken te zoeken.<br />

1 Bekijk in de klas de pissebed met een loeppotje. Zie<br />

je dat het geen insect is? Die heeft namelijk 6 poten.<br />

2 Bedenk met de klas samen een of meerdere<br />

variabelen om antwoord te krijgen op je<br />

onderzoeksvraag = ‘Waar leeft een pissebed het<br />

liefst?’. Welke proefopstelling hoort bij dit onderzoek?<br />

3 Bouw met de klas de opstelling om de eerste<br />

variabele te onderzoeken. Wat neem je waar na 5<br />

minuten? Tel de pissebedden en noteer het resultaat.<br />

4 Onderzoek steeds een andere variabele. Wat neem je<br />

steeds waar na 5 minuten en noteer hiervan het resultaat.<br />

Formuleer met de resultaten van hierboven een<br />

antwoord op je onderzoeksvraag (‘Waar leeft een<br />

pissebed het liefst?).<br />

Tip 1<br />

Bij een proefopstelling<br />

houd je alles hetzelfde<br />

en varieer je maar één<br />

eigenschap (variabele)<br />

tegelijk. Je noemt dit<br />

‘eerlijk onderzoek’.<br />

Tip 2<br />

Laat leerlingen zelf<br />

nadenken over andere<br />

variabelen, bijv.<br />

ondergrond (glad, ruw),<br />

voedsel, wind, water. Een<br />

filmpje over de pissebed,<br />

kan leerlingen op ideeën<br />

brengen. Maak een hele<br />

les door iedere groep een<br />

andere variabele te laten<br />

onderzoeken.<br />

Woordenschat<br />

Pissebed, eigenschap/ variabele, opstelling,<br />

proef/ experiment, conclusie, onderzoeksvraag,<br />

petrischaaltje, loeppotje, insect, kreeftjes.


Kerndoel 41 | Proeven met je neus 30 min<br />

Vanaf groep 4<br />

Kerndoel 41<br />

Proeven met je neus<br />

Doel<br />

De leerling heeft ervaren dat het ruiken<br />

van eten invloed heeft op wat je proeft.<br />

Je gebruikt je neus om te proeven.<br />

Materiaal<br />

Lepeltjes<br />

Blinddoek<br />

Bakjes<br />

Verschillend testvoedsel<br />

(bijv. vanillesuiker, pepermunt,<br />

citroensap, chocolade,<br />

tomatenketchup, kaneel)<br />

Achtergrondinfo<br />

Naast de 4 bekende smaken ( zoet, zout, bitter,<br />

zuur, is er een nieuwe smaak bij gekomen<br />

genaamd ‘umami’. De tong kan deze 5<br />

basissmaken herkennen, maar het is je neus<br />

die nuanceert. Je ruikt altijd met één neusgat<br />

tegelijk. Om de paar uur wissel je af en ga je<br />

door je andere neusgat ademen.


Kerndoel 41<br />

Proeven met je neus<br />

Aan de slag<br />

Ga na of leerlingen allergisch zijn voor bepaald eten.<br />

1 Bespreek welke smaken de leerlingen kennen en<br />

welke geuren ze kennen .<br />

2 Laat de leerlingen in tweetallen werken. De ene<br />

leerling is ‘de onderzoeker’ en de andere is ‘het<br />

proefkonijn’.<br />

3 Laat ze per tweetal een schema maken, waarin<br />

ze kunnen noteren wat er geproefd wordt door het<br />

proefkonijn. Laat ze in het schema aangeven: veel/<br />

weinig, vies/lekker, welke van de 5 basissmaken<br />

proeven ze, raden wat het is.<br />

4 Het proefkonijn krijgt een blinddoek om en houdt<br />

met zijn vingers zijn neus dicht. De onderzoeker<br />

geeft met een lepeltje een beetje van het eerste<br />

‘testvoedsel’.<br />

5 De onderzoeker noteert in het schema wat het<br />

proefkonijn proeft.<br />

6 Nu proeft het proefkonijn hetzelfde testvoedsel,<br />

maar nu met zijn neus open.<br />

7 Herhaal de vorige vier stappen met het overige<br />

testvoedsel.<br />

Noteren wat er geproefd wordt.<br />

Tip 1<br />

Probeer eens met<br />

1 neusgat dicht te<br />

proeven. Smaakt het dan<br />

anders? Of herhaal de<br />

stappen van hierboven<br />

zonder blinddoek.<br />

Tip 2<br />

Je kan ook bepaald soort<br />

eten een heel andere<br />

kleur geven. Ook de kleur<br />

van eten beïnvloedt de<br />

smaak. (De kleur roze/<br />

rood wordt meestal<br />

geassocieerd met zoet.<br />

De kleur geel/groen wordt<br />

vaak geassocieerd met<br />

fris/gezond van smaak.)<br />

Woordenschat<br />

Zintuigen, geur, smaken/ proeven, hygiëne, aroma’s,<br />

onderzoeker, proefkonijn.


Kerndoel 42 | De parachute 30 min<br />

Vanaf groep 4<br />

Kerndoel 42<br />

De parachute<br />

Doel<br />

De leerling ontwerpt een parachute met een<br />

theezakje dat lang in de lucht blijft zweven en<br />

zachtjes landt. De leerling kan een ontwerp<br />

maken a.h.v. onderzoek.<br />

Materiaal<br />

A3 papier<br />

Boterhamzakje<br />

Theezakje<br />

Draad<br />

Schaar<br />

Plakband<br />

Achtergrondinfo<br />

De leerlingen doen onderzoek aan de hand<br />

van een probleem. Ze passen de kennis die ze<br />

hebben opgedaan toe in een eigen ontwerp om<br />

het probleem op te lossen. Introduceer het<br />

begrip ‘zweven’. Laat desnoods afbeeldingen<br />

zien van zwevende objecten (bijv.boomblaadjes,<br />

zweefvliegtuig).


Kerndoel 42<br />

De parachute<br />

Aan de slag<br />

Introduceer een probleem. Zoals: als je breekbare<br />

lading uit een vliegtuig laat vallen, dan moet die bij<br />

landing heel blijven. Dit ga je onderzoeken met een<br />

zwevend theezakje.‘Het theezakje moet zo lang<br />

mogelijk zweven en zo zacht mogelijk landen’.<br />

1 Bespreek met de leerlingen dat als iets valt, het<br />

stuk kan gaan. Vraag of de leerlingen weten wat<br />

een parachute is en hoe het werkt. Introduceer het<br />

begrip ‘zweven’.<br />

2 Laat de leerlingen in tweetallen werken. Laat ze van<br />

één vel papier een prop maken. Ze laten de prop<br />

tegelijk met een vel papier van dezelfde hoogte<br />

vallen. Welk verschil zien ze?<br />

3 Geef ze de opdracht in 15 minuten een ontwerp<br />

te maken voor hun parachute. Laat ze meerdere<br />

ontwerpen, van hoe hun parachute eruit komt te<br />

zien, op het werkblad tekenen.<br />

4 Hierna bouwen de leerlingen hun parachute en<br />

testen deze uit.<br />

Ze moeten met een stopwatch meten hoe lang hun<br />

parachute zweeft.<br />

Tip 1<br />

Laat de leerlingen<br />

bedenken hoe hun<br />

parachute nog beter<br />

zou kunnen werken.<br />

Andere materialen?<br />

Onderzoekend leren,<br />

is vooral veel<br />

vragen stellen. ‘Van<br />

experimenteren, kun je<br />

leren’.<br />

Tip 2<br />

Het is leuk om een ei<br />

met een parachute te<br />

laten landen van een<br />

grote hoogte (min. twee<br />

meter). Hier hebben de<br />

leerlingen meer materiaal<br />

voor nodig (bijv. doosjes,<br />

satéstokjes, rietjes,<br />

watten, zakdoekjes,<br />

plasticzakken).<br />

Woordenschat<br />

Parachute, zweven, ontwerp(en), waarnemen,<br />

materialen.


Kerndoel 43 | Mooi of slecht weer? 30 min<br />

Vanaf groep 5<br />

Kerndoel 43<br />

Mooi of slecht weer?<br />

Doel<br />

De leerling weet hoe een barometer werkt en<br />

wat de functie ervan is. De bevindingen kan<br />

de leerling in een schema noteren.<br />

Materiaal<br />

Glazen pot<br />

Ballon<br />

Elastiek<br />

Rietje<br />

Cocktailprikker<br />

Plakband/lijm<br />

Achtergrondinfo<br />

De lucht drukt de hele tijd op je, ook al kun je<br />

dat niet voelen. Dit wordt luchtdruk genoemd.<br />

Als je de ballon over de pot doet, is de<br />

luchtdruk op dat moment in de pot even groot<br />

als buiten de pot. Dit kan veranderen door de<br />

luchtdruk buiten de pot, maar de luchtdruk<br />

binnen de pot blijft altijd hetzelfde.


Kerndoel 43<br />

Mooi of slecht weer?<br />

Aan de slag<br />

1 Blaas de ballon enkele malen op en laat weer<br />

leeglopen. Knip dan het tuitje van de ballon.<br />

2 Trek de ballon strak over de glazen pot. Doe er<br />

het elastiek om, zodat de ballon niet glijdt.<br />

3 Maak de cocktailprikker vast aan het uiteinde van het<br />

rietje. Plak het andere uiteinde van het rietje precies<br />

in het midden van de ballon vast met plakband.<br />

Dit is de wijzer.<br />

4 Op een vel papier teken je een schaal, waarop je<br />

kunt aflezen hoe hoog de luchtdruk op dat moment<br />

is. Op een ander vel papier teken je een schema,<br />

waarop je iedere dag noteert wat de luchtdruk en<br />

het weer is.<br />

5 Plak het vel papier met de schaal tegen de muur en<br />

zet de barometer voor dit papier. Zijn er veel wolken,<br />

zet de wijzer onder het midden. Is het onbewolkt, zet<br />

de wijzer boven het midden.<br />

6 Kijk 5 dagen achter elkaar naar je barometer. Zet elke<br />

dag een streepje op het karton met de datum erbij.<br />

Noteer in het schema wat de luchtdruk en wat het<br />

weer is van die dag.<br />

Tip 1<br />

Hoe werkt het?:<br />

Als de luchtdruk hoger<br />

wordt, wordt het ballonvel<br />

hol geduwd De punt van<br />

het rietje gaat omhoog.<br />

Dit betekent dat er beter<br />

weer op komst is. Als de<br />

luchtdruk lager wordt, gaat<br />

het ballonvel bol staan.<br />

De punt van het rietje<br />

gaat naar beneden. Er is<br />

waarschijnlijk bewolking of<br />

regen op komst.<br />

Tip 2<br />

Bedenk met de leerlingen<br />

een ander meetinstrument<br />

die je met de klas kan<br />

maken om nog een<br />

onderdeel van het weer te<br />

meten (bijv. regenmeter).<br />

Woordenschat<br />

Luchtdruk, barometer, lagedrukgebied, hogedrukgebied,<br />

meetinstrument, KNMI, meteoroloog.


Kerndoel 44 | Een stevige toren van papier 30 min<br />

Vanaf groep 4<br />

Kerndoel 44<br />

Een stevige toren<br />

van papier<br />

Doel<br />

Met medeleerlingen een stevige toren ontwerpen<br />

en bouwen. De leerling weet dat een<br />

driehoekvorm een sterke constructievorm is.<br />

Materiaal<br />

Veel A4 papier<br />

Schilderstape<br />

Plakband<br />

Schaar<br />

Een boek<br />

Liniaal<br />

Achtergrondinfo<br />

Vertel de leerlingen dat de stevigheid van een<br />

constructie niet alleen bepaald wordt door<br />

het materiaal dat wordt gebruikt. Ook andere<br />

eigenschappen bepalen of een constructie stevig<br />

is of niet. Materiaal kan steviger worden gemaakt<br />

door een bepaald profiel te gebruiken.


Kerndoel 44<br />

Een stevige toren<br />

van papier<br />

Aan de slag<br />

Maak groepen van 4 tot 5 leerlingen.Iedere groep krijgt<br />

een stapel met dezelfde aantal A4- papier (bijv. 20 stuks).<br />

1 Geef de groepen 5 minuten de tijd om de<br />

ontwerpvraag te bespreken: “Hoe kunnen we in 15<br />

minuten met elkaar een zo hoog mogelijke stevige<br />

toren bouwen?”<br />

2 Laat ze dan in 5 minuten met elkaar de taken<br />

verdelen, zodat ze het meest efficiënt werken: ‘wie<br />

vouwt’ / ‘wie bouwt’ / ‘wie houdt de tijd in de gaten’?<br />

3 Bouw in 15 minuten met elkaar een zo hoog<br />

mogelijke toren door papier te vouwen en de<br />

onderdelen op elkaar te plaatsen.<br />

4 Laat iedere groep in 1 minuut vertellen welke<br />

‘bouwprincipe’ ze hebben gebruikt en hoe het<br />

samenwerken is gegaan.<br />

Test welke toren het hoogst is en welke toren het<br />

stevigst (door er bijvoorbeeld een boek op te leggen).<br />

Tip 1<br />

Deze les kan je ook goed<br />

gebruiken om groepswerken<br />

te motiveren. De leerlingen<br />

moeten hier samenwerken<br />

en in sociale interactie<br />

gaan met anderen. Ze zijn<br />

samen verantwoordelijk<br />

voor het eindproduct.<br />

Iedere leerling in de groep<br />

is verantwoordelijk voor het<br />

uitvoeren van een deel van<br />

de taak.<br />

Tip 2<br />

Je kan ook de opdracht<br />

geven om een brug te<br />

ontwerpen en te bouwen<br />

met een minimale<br />

‘overspanning’. Een brug<br />

tussen twee tafels.<br />

Woordenschat<br />

Constructie(vorm), materiaal, eigenschap, profiel,<br />

overspanning.


Kerndoel 45 | Schooltafel van de toekomst 30 min<br />

Vanaf groep 5<br />

Kerndoel 45<br />

Schooltafel van<br />

de toekomst<br />

Doel<br />

Met medeleerlingen ‘de schooltafel van de<br />

toekomst’ ontwerpen. Brainstormen en<br />

vervolgens tot een gezamenlijk ontwerp komen.<br />

Materiaal<br />

A3 papier<br />

Potlood<br />

Liniaal<br />

Stiften<br />

Achtergrondinfo<br />

Genoeg bewegen is goed voor de fysieke<br />

gezondheid en het zorgt ook voor een beter<br />

functionerend brein. Langdurig stilzitten is dus<br />

niet gezond. Toch is ook bekend dat je pas<br />

goed kunt luisteren als het stil is. Stilzitten<br />

in de klas is een uitvinding uit 1806 toen het<br />

klassikale onderwijs werd ingevoerd. Daarvoor<br />

liepen leerlingen gewoon rond door de klas<br />

tijdens het werken.


Kerndoel 45<br />

Schooltafel van<br />

de toekomst<br />

Aan de slag<br />

Verdeel de klas in groepen van 3 tot 4 leerlingen.<br />

Iedere groep krijgt een A3 papier. Bij deze opdracht ligt<br />

de nadruk deels op het samenwerken. Bespreek met<br />

de leerlingen welke vaardigheden nodig zijn om goed<br />

met elkaar samen te werken.<br />

Bron: Wetenschapsknooppunt Zuid-Holland<br />

1 Laat iedere groep op het A3 papier een woordweb<br />

maken met als onderwerp ‘de schooltafel van de<br />

toekomst’<br />

2 Laat ze ook tekeningetjes maken bij de woorden<br />

op het woordweb<br />

Na 20 minuten moeten de groepen hun ‘de schooltafel<br />

van de toekomst’ presenteren aan de klas ahv hun<br />

woordweb.<br />

Tip 1<br />

Formuleer een ontwerpvraag<br />

door niet de<br />

oplossing, maar het<br />

probleem of de behoefte<br />

te noemen. Bijvoorbeeld:<br />

Het probleem is, dat te<br />

lang zitten ongezond<br />

is. Een oplossing is<br />

‘de schooltafel van de<br />

toekomst’.<br />

Tip 2<br />

Je kan bij deze les<br />

ook met de leerlingen<br />

bespreken welke mensen<br />

hun schooltafel hebben<br />

bedacht. Welke beroepen<br />

komen erbij kijken om een<br />

schooltafel te maken.<br />

Woordenschat<br />

Meubilair, ergonomie, ergonomisch, brainstormen,<br />

ontwerper, meubelmaker, ontwerpvraag.


Kerndoel 46 | De zichtbare kant van de Maan 15 min<br />

Vanaf groep 5<br />

Kerndoel 46<br />

De zichtbare kant<br />

van de maan<br />

Doel<br />

De leerling vindt de verklaring op de vraag:<br />

Waarom zien we altijd maar 1 kant van de<br />

maan?<br />

Materiaal<br />

2 leerlingen<br />

Achtergrondinfo<br />

De maan draait in 28 dagen één keer om<br />

de aarde. We zien altijd dezelfde kant van<br />

de maan, omdat de maan in 28 dagen om<br />

zijn eigen as draait. Dit komt niet omdat<br />

de maan zelf om zijn eigen as draait, maar<br />

door de zwaartekracht van de aarde wordt<br />

rondgedraaid.


Kerndoel 46<br />

De zichtbare kant<br />

van de maan<br />

Aan de slag<br />

1 kind speelt de aarde<br />

1 kind speelt de maan<br />

1 Laat de kinderen tegen de wijzers van klok<br />

bewegen. De kinderen kijken elkaar bij het draaien<br />

continue aan.<br />

2 Als het kind dat de maan speelt een rondje rond de<br />

aarde is gelopen, dan is het ook een keer om zijn<br />

eigen as gedraaid.<br />

Hoe zou de maan om de aarde draaien als hij<br />

stilstond? Dan zou je gedurende de maand, alle<br />

kanten van de maan kunnen zien.<br />

Tip 1<br />

Laat alle leerlingen een<br />

keer de maan spelen, om<br />

te ervaren hoe de maan<br />

om zijn eigen as draait.<br />

Tip 2<br />

Laat de Maan een bal<br />

boven het hoofd houden.<br />

Schijn met een sterke<br />

lamp op de ronddraaiende<br />

maan. Het kind dat de<br />

aarde speelt, kan de<br />

verschillende maanfases<br />

zien.<br />

Woordenschat<br />

Aarde, maan, omwenteling, as, maancyclus.


W&T, OOL & LOB<br />

Wetenschap & Technologie (W&T) is een manier<br />

om grip te krijgen op de wereld waarbij vele talenten<br />

ervaren en ontdekt kunnen worden. W&T biedt een<br />

rijke context aan ervaringen die te verbinden zijn met<br />

toekomstbeelden en activiteiten in de beroepswereld.<br />

De didactiek van Onderzoekend en Ontwerpend<br />

Leren (OOL) faciliteert het opdoen van kennis,<br />

OOL-vaardigheden en houding. Het nodigt uit tot<br />

het ontwikkelen van denkvaardigheden, coöperatief<br />

creëren en motorische vaardigheden, het ontdekken<br />

van de wereld en deze naar je hand te zetten.<br />

Hierbij wordt een gezonde dosis verwondering,<br />

nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en plezier<br />

ervaren.<br />

Loopbaanbegeleiding en Beroepsoriëntatie (LOB)<br />

op de basisschool gaat over ervaringen die de<br />

leerling opdoet binnen en buiten school en een<br />

reflectie hierop. In gesprekken met volwassenen<br />

(leerkracht/ouders) kunnen leerlingen hun ervaringen<br />

verkennen en talenten, interesses bij zichzelf leren<br />

herkennen. Op basis van dit inzicht kan de brede<br />

ontwikkeling gericht ondersteund worden en<br />

vervolgstappen in het opdoen van nieuwe ervaringen<br />

ingezet worden. Zo leert de leerling zichzelf kennen<br />

en bij talenten, interesses en mogelijkheden<br />

passende schoolloopbaankeuzes te maken.<br />

Het is logisch om de LOB gedachte bij de W&T<br />

lessen te betrekken en in het curriculum W&T lessen<br />

aan het LOB programma te koppelen (ervaringen<br />

en reflectie). Of de potentie van W&T en OOL<br />

(gerelateerd aan LOB) benut wordt, ligt in de hand<br />

van de leerkracht.<br />

Lesgeven in W&T en de OOL didactiek vergt een<br />

bril om de leerling te observeren en te bevragen<br />

en te ondersteunen bij ervaren en kwaliteiten<br />

ontdekken.<br />

Op de website horend bij deze<br />

waaier worden voorbeelden gegeven<br />

hoe u de eenvoudige lessen kunt<br />

verbreden naar LOB.


Achtergrond<br />

Deze W&T waaier is ontwikkeld voor basisscholen<br />

in Rotterdam Zuid die een curriculum willen bieden,<br />

waarin leerlingen zichzelf leren kennen en zich<br />

breed ontwikkelen in een grootstedelijke<br />

Nederlandse context.<br />

De W&T-waaier maakt onderdeel uit van het<br />

‘Gaan voor een Baan’ - BRIDGE-programma<br />

van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid<br />

(NPRZ). Dit programma beoogt leerlingen tijdens<br />

hun schoolcarrière extra ondersteuning te bieden<br />

bij het leren maken een bewuste en succesvolle<br />

schoolloopbaankeuzes en om leerkrachten (en<br />

ouders) te ondersteunen in hun begeleidingstaak<br />

hierbij.<br />

Hogeschool Rotterdam is met haar Expertisecentrum<br />

Maatschappelijke Innovatie (EMI) partner van<br />

NPRZ en het BRIDGE-programma. Eén van de<br />

activiteiten van EMI in het kader van BRIDGE, is<br />

het bieden van een maatwerk begeleidingstraject<br />

voor basisscholen om W&T een duurzame plek te<br />

geven in het curriculum in samenhang met LOB.<br />

Colofon<br />

Adres<br />

EMI | Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie<br />

Rochussenstraat 198, 3015 EK Rotterdam<br />

Postbus 25035, 3001 HA Rotterdam<br />

EMI website:<br />

www.emiopzuid.nl<br />

Gaan voor een baan website:<br />

www.gaanvooreenbaan.nu<br />

Powered by

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!