Kamermuziek of Het Bundeltje van Verlies

joshummelen

Kamermuziek

Of: Het Bundeltje van Verlies


Voor Stampertje


Berusting in verval

Op onze wereld

Van diepzwarte onkunde

Als een zonloze dag

Een maanloze nacht

Of een sterloze lucht

Waar ineens een bundel licht flitst

Scheert een mensenleven voorbij

Een onrustig zoeken is mijn deel

De moeder van al wat te voelen is

-boosheid-

Is eigenlijk pijn bij het beeld

Dat een groter wordende liefde

Afkalft

Losslaat

& wegspoelt

Terwijl ze luistert naar mijn opgeblazen

geluiden

Gortdroog van leegte

Ligt ze nog steeds naast me/ stil

Ver weg is ze

Waar de aarde ophoudt

& niets dan duisternis heerst

Toen ik haar kuste

Me tegen haar aan drukte

Was ze afwezig/ keerde zich om

Elkaar al die maanden niet gezien

Ook nu/ is ze er niet

Ze is op een plek waar ik haar niet kon

volgen/ of bereiken

& zelfs de oceaan die haar had

meegenomen

Hield haar kaken gesloten

Ze duldde mijn mond

Ze duldde mijn handen

Ik streelde haar hals

Denkend aan de sporen die waren

verdwenen

Heel stil naast haar liggen

Even roerloos & geruisloos als zij

Dat ik haar genoeg was

Dat het voor even weer goed zou zijn

Mateloos is mijn liefde

Gecompliceerd/ gehard & onomwonden

Iemand zijn

& willen verdwijnen

Het spel van haar melancholie meespelen

De dolk trekken & het beest in de bek

kijken

Mijn armen reiken kruiselings naar haar

enkels

Ik draai haar onstuimig om

& trek haar ruw tegen me aan

Haar onwillige kreun

Blijft half in haar keel steken

Haar vingers krommen zich even

Mateloos is mijn liefde

Gecompliceerd/ gehard en onomwonden

Buiten zuchtte de wind

Gromde de branding

Het woud staat zwijgend stil

1


Ik dacht: waar ze ook is/

dit zal haar terugbrengen

Dit zal haar openen/

waar ze zich ook heeft ingegraven

Dit zal haar tevoorschijn tillen

Als een verschijning/

met een kreet van ultieme bevrijding

Maar behalve het onwillige kreuntje/

kwam er niets

Geen schreeuw/ niets|

Behalve die gekromde vingers/

gaf ze geen teken van verzet

Ze probeerde zich niet los te worstelen

Er was alleen gelatenheid/ niets|

Verslagen laat ik me terugvallen

Ze blijft stijf liggen

Haar ogen staarden vlak & betekenisloos

Ik wilde haar redden/ terugbrengen

Liefde is geen strijd

Het is juist overgave

& mateloos is mijn liefde

Gecompliceerd/ gehard & onomwonden

Een mensenleven voorbij

Een liefde geleefd

Ze bleef achter de oceaan

Waar dan ook

Ze zat nog opgesloten

Waar dan ook

& ik

Ik?

Ik haatte haar

Ω

2


De Viool

Hoorde jij de viool ook?

Daar, uit dat hoge raam!

Een gele gloed van warm licht omsloot

ons/ terwijl we naar binnen keken|

Ik moest je warm houden/

ondanks de eerste sneeuw

op de afgevallen bladeren|

Een vrouw met een schitterend zwart

lijntje boetseerde de snaren/ speelde ons

naar elkaar toe/ vervlocht ons

Ze speelde tot we geen kou meer voelde/

tot de sneeuw stopte te vallen & er alleen

nog een hagelwit landschap overbleef

Toen stopte ze

Ze stopte/ borg haar viool op &

klapte de onbespeelde vleugel dicht

Ze klikte het gedimde licht uit &

verliet de kamer zonder te groeten

Ze moest ons toch wel opgemerkt

hebben?

Eerst je neus

Maar al snel werd alles koud

Ik drukte je tegen me aan/

maar de warmte vliedde ook mijn

lichaam.

Ω

De Liefde

De liefde

Geen genadige staat

Geen illusie

Een menselijk wordingsproces

Een staat/ die keer op keer/

Dag in/ dag uit

Opnieuw/ wordt

Uitgevonden & veranderd

Door het verlangen

Het verstand

& het hart

Ω

3


Jij

In vol ornaat

Zonder iets aan

Gewillig

& van elke last ontdaan

Jij/ jij/ jij

Altijd maar weer jij

In mijn gedachten

In mijn woorden

In mijn dromen

Of delen van jou

Van wat je ook bent

Dat ik

In het geheel

Probeer te passen

Ω

Haar schild

Toen ze haar schild

Neer liet

Bleek het een licht

Waartegen ze vocht

Bleke ogen knipperden

Gewend aan gure schaduw

Haar zwaard

Liet ze vallen

Haar voeten

Bewogen voorwaarts

Haar ogen

Bleven bleek en onwennig

Turen naar wat eens

De dood/ was geweest

Ω

4


Klein/ lief gedichtje

Het wachten is over

Het zoeken voorbij

Ik sluit je in mijn armen

Jij/ jij hoort bij mij

Een glimlach van apocalyptische

proporties

Zonder bijsmaak of terughoudendheid

Kom/ kom nou bij mij schuilen

Het is de hoogste tijd

Ω

Nog een klein/ lief gedichtje

Jij was elf

Ik was elf

Grote woorden/ kleine handjes

Wij zijn meer dan onszelf

Laveloos/ maar je dorst

Niet de kracht/ die ik bemin

Druk je tegen mijn borst

Graaf je bij me in

Liefde is/ dat besef ik me nu/

Juist allerminst groots of meeslepend

Behoeft geen tragiek

Liefde is huiskamermuziek

Ω

5


Razernij

Ik schrijf je

Vanuit gewoonte

Domme gewoonte

Vanuit liefde

Domme liefde

Liefde die zich soms/ ineens

Omzet in razernij

Je kunt het goed

Met een blik

In een handomdraai

Dan moet ik/ vluchtig

Afscheid nemen

Van mijn logica

& moet ik alles zijn

Wat ik moeilijk vind

Ik schrijf je

Vanuit razernij

Want lief/

Ik verlies mijn hoofd

Ω

De gelijkenis van de vrouw die

niets meer toegaf

Het gevaar reeds geweken

Bleef ze op haar hoede

Zo & zo was bekeken

Was het niet voor niets

Dat ze bloedde

Nu was zij van zichzelf

Zolang ze leefde

Daarom wende zij zich af

De aarde rondom het kerkhof beefde

Omdat ze woelde

In haar graf

Ω

6


Strijd gestreden

De dolk

Waarmee gestreden

Zet je nu

Tegen mijn slaap

Ik hang

Aan mijn enkels

Aan het plafond

In een snikhete schuur

Ik bloed

Uit alle wonden

Ik huil

Ben gebroken

Wat jij wilt

Kan ik je niet geven

Want de strijd

Is al gestreden

Ik heb je geproefd

Dus

Ik heb al gewonnen

Ω

Waar je ook gaat

Wat ik mij herinner

Is de kerk/ dat je naar me loerde

Is de kou op de parkeerplaats/ de glazen

warmte van mijn hart

Is mijn t-shirt/ jouw blik

Die blik

Die het niet omhelzen kon

Wat ik mij herinner

Is de zoen/ die foto

Festival na festival

God| je lippen

Is mijn aftocht/ jouw kijk

Die kijk

Die niet vatten kon

Zo een bulk liefde

Zo een onuitstaanbaar naïeve toewijding

Zo een jongen

Een jongen/ nog

Wat ik mij herinner

Ben jij

Dat|

Ben jij

Ω

7


Bagagedrager

Je ligt weer

In je eigen bed

In je eigenheid

In je zoemende/ eenzame rijtjeshuis

Een motor draait

Een takt |

Twee takt |

Een oude man kucht diep

Het licht is je teveel

De dag begint

De snelweg suist

Jij wilt/ in jezelf zakken

Zo is er altijd iets

Waarvoor je vlucht

Waar je naar hunkert

Is het niet de drank|

Dan is het wel een man ofzo

Het ratelt in je kop

Ik weet niet wat je er nu van vindt

Als je luistert naar mijn stem

Mijn stem op de wind

Ik weet niet wat je er nu van vindt

Als je luistert naar het nagalmen

Mijn galmen op de wind

Je fiets is weg

Vergeten

Staat nog bij de kroeg

Wie heeft jou dan

Naar huis

Gereden

Ω

Dit is geen gedicht/

dit is geschiedenis

Het onmogelijke

Het waarschijnlijke/

Onvermijdelijke

Ik borg mijn bedrog op in de bidboom van

de buren

Slaakte zachtjes een zucht van soelaas

Wat het allemaal wel niet wezen kon

Met jou|

Waarschijnlijk onmogelijk

Liefde leeft lijdelijk in mijn longen

Blaas de ballast baldadig naar beneden

Zodat zij geen zorgdrager wordt

Om jou|

Om onze onmogelijkheid

Louter liefde leeft op

Explodeert effusief

Overspoeld je onvermogen

Voor jou|

Waarschijnlijk

Uit de piano klinkt een pover en

pessimistisch gepingel

Jongensliefde verjaart niet/

Maar dan

Het onvermijdelijke

Ω

8


Op de stijger

De geur van warme regen

Op de stijger

In de mist

Aan de overkant

Vagelijk de schimmen

Van de groteske stad

Hier

In het grijsgroen

Zijn wij/ verborgen

Geborgen

Ik wil rustig zwemmen

Baantjes/ duizend

Ik wil rennen & ook schreeuwen

Vastklampen als een zuigeling

Zoals toen ik nog

Lopen kon

Rennen kon

Schreeuwen kon

Ω

9


De aarde draait

Om zichzelf

Om de zon

Met een scheefheid

In steeds een andere baan

De maan botste

Zweefde

Zonder touw

Steeds verder weg

In een steeds andere baan

Eenmaal gebotst

Draai ik niet langer

Ik zweef weg

In een steeds andere baan

Ω

10


[Dat] Nog eens!

Heb je ooit over een oceaan gezeild?

Op een zeilboot/ omringd door zee

Zonder land in zicht

Zonder zelfs de mogelijkheid van het zien

van land voor de komende dagen?

Om aan het roer van je lot te staan

Ik wil dat nog een keer

Ik wil naar het Piazza del Campo in Siena

De vrolijke adrenaline toen ik

renpaarden voorbij zag razen

Ik wil nog een maaltijd in Parijs bij

L'Ambroisie op de Place des Vosges

Ik wil nog een fles wijn

En dan nog één

Ik wil de warmte van een echte vrouw|

in een koele set lakens

Nog een nacht

Jazz in The Vanguard

Ik wil staan op toppen

& Cubanen roken

& de zon op mijn gezicht

voelen

Zo lang als ik kan

Weer lopen op de muur

Beklim de toren

De rivier berijden

Staren naar de fresco’s

Ik wil in de tuin zitten

& nog één [goed] boek lezen

Het meeste van alles/ wil ik slapen

Ik wil slapen zoals ik sliep toen ik

een jongen was

Geef dat aan mij

Nog één keer

Ω

11


Talitha

Op het vlinderzachte mos

Ontwaakte het dochtertje van Jairus

Nadat ze droomde dat ze stierf|

Toch herkende ze niets

Ja/ het licht dat haar zocht

Het licht/ waarin alle valsheid verdampt

Het zachte licht/ waarin alleen logica kan

bestaan

Een omhelzend wit licht/ dat vertrouwen

geeft

Haar vastberaden terugstuurt naar haar

noodlottige & nutteloze pensum

Ze veerde op van het vochtige mos

Het licht tilde haar op

Liet haar neer

Op haar kaalhouten brits|

Of ze wilde komen

Ω

Het laatste gedicht over verlies

Verlies/ was er al

De rouw/ voordat het afscheid kwam

De droom/ die je van het leven maakt

Berooft je/

Van dat leven

Zo is verlies/ erger nog

Dan de dood

Want met verlies

Leef je verder

Ω

12


Lichtbundeltje

/ Over een Droom.

Ω

13

More magazines by this user
Similar magazines