EINDWERK 2019

josla

xxx

DE SINT-GENOVEVAKERK VAN

ZEPPEREN

Een huwelijk tussen streng

romaans en frivole gotiek

Eindwerk digitale fotografie, vierde unit

Promotor: Gaia Kaboukos

© Jos Lacroix

Kerkveldstraat 43

3800 Zepperen


De oudste afbeelding van Zepperen, toen nog Sepperen, uit de Abdijatlas van Averbode, anno 1665


Een beetje cultuurgeschiedenis

De Gotiek is een bouwstijl van de late middeleeuwen. We vinden deze stijl vooral terug in Engeland en

West-Europa. Minder in Italië waar de naam “gotiek” verwees naar de Germaanse stam, de Goten, die

Rome verwoestten op 24 augustus 410 n. Chr. en dus hun barbaarse naam aan een, in de ogen van de

Italianen, barbaarse bouwstijl mochten geven. Gotiek komt in Italië over het algemeen zeer zelden

voor, zij startten veel vroeger met de renaissance.

Maar in West-Europa ging deze bouwstijl verder dan de bouw van kerken: ook stadhuizen en

burgerwoningen kregen een gotische architectuur. De kenmerken van de gotiek zijn:

• Streekeigen materialen

• Kruisvormig grondplan

• Luchtbogen en steunberen om de hoogbouw te versterken

• Grote spitsboogvensters

• Kruisribbengewelf

• Veel lichtinval

• Verticalisme


Zepperen

De eerste vermelding van het dorp Zepperen, in zijn Latijnse vorm "Septimburias" of zeven koten,

dateert uit de 7 de eeuw. In de levensbeschrijving van de heilige Trudo, stichter van de nabijgelegen

stad Sint-Truiden, verhaalt men hoe de heilige hier driemaal per week op nachtelijke bedevaart kwam

naar de heilige Genoveva van Parijs en er omstreeks 650 zelfs de bisschop Remaclus ontmoette om

hem om raad te vragen over zijn roeping. Waarop Remaclus hem naar Metz zond om een priesterstudie

te volgen. In die tijd was er in Zepperen dus al een basilica of kerk met een belangrijke eredienst ter

ere van Genoveva, hierin gesteund door het kapittel van Maastricht.

Die kerk was een houten gebouw, dat meermaals opging in de vlammen, zeker in tijden waar oorlogen

vaak voor kwamen. Rond 1120 bouwde men een romaanse stenen verdedigingstoren met houten kerk

erachter. Toen die kerk afbrandde in 1417, startte de Zepperenaren met de bouw van een gotische

kerk, achter de romaanse toren, Deze bouw duurde tot 1450.

Eigenlijk was die kerk veel te groot voor een klein dorp als Zepperen, maar het was een druk bezocht

bedevaartsoord en bracht erg veel geld op voor de bazen in Maastricht.


Bouwen tot het geld op is

Toen de Zepperenaren begonnen met de bouw van hun kerk, zijn ze gestart aan de achterzijde, het

koor, en metselden ze tot ze aan de toren kwamen, Toen stopten de metselwerken. Misschien omdat de

toren eigendom was van de gemeente en niet van de kerkfabriek? Wellicht omdat de centen voor de

bouw op waren. Vandaar dat we twee stijlen, de romaanse en de gotische, verenigd zien in één

gebouw.

Het bouwmateriaal werd ter plaatse gemaakt: bakstenen. Weinig mergel, geen ijzerhoudende

zandsteen of marmer, die waren ook niet streekeigen. De toren daarentegen bestaat uit silex,

misschien wel afbraakmateriaal van de Romeinse wallen van Tongeren waarmee ook de kerk van

Kortessem ook gebouwd is.


Met een ridderpoort … zonder ridders

De toegang tot het kerkterrein (kerk en kerkhof/begraafplaats) wordt geaccentueerd door de

ridderpoort als onderdeel van de gemetselde omheining uit +- 1750 rond het terrein. Want in Zepperen

wisten ze toen al dat de klant koning is, en dat de gulheid van de bedevaarder evenredig is met de

gulheid van de ontvangst, In Zepperen kwam iedereen door de grote poort binnen, behalve de

keuterboeren: die hadden een eigen achteringang.


Een romaanse toren

De Zepperse kerktoren is een zuiver romaanse verdedigingstoren, eigendom van de gemeente om de

gemeentelijke archieven te bewaren en met de klokken die dienden om de bevolking te verwittigen voor

aankomende malheuren. Het materiaal, silex, komt in de streek niet voor zodat aangenomen wordt dat

deze silex recuperatiemateriaal is van vroegere bouwsels. Er was tot 1903 geen ingang via de toren,

maar wel via de zijkant van de kerk. Met de silex uit de nieuwe toegang werd het ronde trappentorentje

gemetseld, waarlangs men nu de zolder en torenspits kan bereiken.


Een romaanse toren

In de toren, eigendom van de gemeente, vonden we, naast klokken en galmgaten, ook de oude

Middeleeuwse archiefkist van de gemeente, met vijf sloten en vijf verschillende sleutels. Zo kon er geen

enkeling met de gemeentefinanciën lopen gaan. Dit jaar krijgt deze kist de verdiende herstelling en een

ereplaats in de kerk.


Sobere Gotiek

De Genovevakerk is een driebeukige kerk (één middenbeuk en twee zijbeuken). Vele Europese gotische

kathedralen hebben meer zijbeuken en straalkapellen, waardoor het stenen kantwerk van luchtbogen

en steunberen indrukwekkender is. Maar in Zepperen ontdek je nog gotiek in zijn meest pure vorm,

zonder overdreven versieringen en standbeelden die de gotische gebouwen in grote steden verluchten

en meer vertellen over de rijke vorsten en steden die investeerden in deze kathedralen en stadhuizen

dan over hun geloof.


Het interieur

Van soberheid gesproken: geen vlammende gotiek, geen overdreven versiering, geen roosvensters,

geen overvloed aan glas-in-lood ramen, geen pracht en praal. Dat is de toepassing van de Demergotiek

in Zepperen. Geen kapitelen op de zuilen, daar was mergelsteen niet sterk genoeg voor. Een sobere

vloer zorgt voor rust en bezinning. Maar wel met alle kenmerken van de gotiek duidelijk zichtbaar. Een

schat aan originaliteit zonder franjes.


De muurschilderingen

Bij de inrichting van de kerk werd de zuiderbeuk in 1509 beschilderd met fresco’s, onder andere met

het leven van Genoveva, een Sint-Christoffel, het Laatste Oordeel en tal van heiligen en evangelisten.

Bij een bezoek van de aartsdiaken in 1643 vond die deze afbeeldingen aartslelijk, ook al omdat de

voorstelling van pastoors en pausen op het Laatste Oordeel niet flaterend was. In 1661 besliste de

pastoor dan maar om de hele kerk te “witten” en de fresco’s verdwenen. Tijdens herstellingswerken in

1898 springen er in deze beuk per ongeluk enkele stukjes “witsel” af, en komen de fresco’s weer te

voorschijn. Een vondst van formaat, waarvan de restauratie start in 1934. In 1991 volgt een tweede

restauratie.


Het Laatste Oordeel

Het Laatste Oordeel komt in de middeleeuwen als thema zeer vaak voor. Essentieel bij de voorstelling

zijn dus Christus als Rechter, de uitverkorenen voor de hemel en de verdoemden voor de hel. Van

secundair belang zijn de engelen, die met bazuinen de doden uit hun graven wekken, de H. Michaël als

zielenweger en de andere heiligen. Petrus leidt de brave zielen naar de hemel links, de duivel brengt de

verdoemden naar de hel rechts. In de hel ontdekken we enkele markante figuren, naast bandieten en

dronkenlappen, zoals pastoors, bisschoppen, monniken zelfs een paus. Naar de identiteit van de figuur

links hebben we het raden. Is Adriaen den Stockhueder de opdrachtgever of de schilder? We weten het

niet.


Het leven van Genoveva

Tegenover het laatste oordeel vinden we het oudste stripverhaal van Vlaanderen, dat nog zo intact

bewaard is. Het leven van Genoveva wordt in verschillende taferelen afgebeeld voor de toen

ongeletterde gelovigen en bedevaarders. Op die manier begrepen ze ook de boodschap van het verhaal.

In de muurschildering, eigenlijk een beeldverhaal, laat de eerste tekening haar met haar ouders zien:

Severus en Gerontia heten ze. Je ziet haar verder bij de bouw van een kerk (Saint-Denis in Parijs), bij

een put waar ze een verdronken jongen weer tot leven wekt, en de schepen waarmee ze de stad van de

uithongering heeft gered, zijn meermaals afgebeeld.


De glasramen

In 1624 was de toestand van de kerk lamentabel te noemen. Men kreeg ze niet meer verwarmd en

daarom besloot men de drie ramen achter het hoofdaltaar dicht te metselen. Het originele kantwerk

werd met leem bepleisterd, net als in vele andere kerken trouwens. Omstreeks 1900 werden de ramen

weer opengemaakt en kwam het stenen kantwerk te voorschijn. Die ramen werden toen ingevuld met

drie belangrijke taferelen: de mis, Trudo en Genoveva. De glasramen zorgen voor een kleurrijk koor,

maar toch moeten we toegeven dat de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen

indertijd niet zo gelukkig was met deze glasramen.


Het bezoek van Trudo aan Zepperen

Het bovenste tafereel toont ons de H. Trudo die de H. Remaclus bezoekt. Die was rond 650 bisschop

van Maastricht en bezocht Zepperen dat waarschijnlijk toen al één van de schepenbanken van het

kapittel van Maastricht was. De jonge Trudo met baard staat links van de bisschop die in vol ornaat op

de troon zit met de bisschopsstaf in de hand. Achter Trudo zien we een grote kerk, verwijzend naar de

abdijkerk die hij later in Sint-Truiden zal stichten. In het bovenste tafereel zien we een jonge heilige die

voor het altaar knielt. Hij heeft een aureool en draagt pelgrimskleren en een schoudertas. Hij komt het

beeld van de H. Genoveva aanbidden: ze houdt een spinrok in haar hand en achter haar zien we een

lam. Trudo zou, na zijn verblijf in Metz, als oudere man om de andere dag op bedevaart naar Zepperen

gekomen zijn.


De instelling van de Eucharistie

Het middelste glasraam vertoont twee scènes uit het evangelie van na Pasen: de Emmaüsgangers en de

Hemelvaart. In het Hemelvaarttafereel stijgt Jezus, getekend door de kruiswonden op handen en

voeten, op uit een rotsachtige en groen landschap. Blijkbaar was er niet voor alle apostelen plaats

genoeg want er kijken er twee toe van op rechts, en drie van links. Hun verbazing over het gebeuren is

duidelijk.


Het leven van Genoveva

Twee taferelen stellen scènes uit het leven van de H. Genoveva voor. Het bovenste tafereel stelt de

heilige voor met op de achtergrond vier arbeiders die een kerk bouwen: metselaars, een timmerman en

een steenhouwer. Met wat goede wil zou er de kerk van Zepperen in te herkennen zijn. Het onderste

tafereel stelt Genoveva voor als jong meisje. Ze staat voor twee heiligen links waarvan er één de H.

Germanus is die Genoveva tijdens zijn reis een bezoek bracht en haar de handen oplegde. Hij draagt

een bisschopsstaf en achter hem staat zijn begeleider met een wandelstok. Achter het meisje staan

haar ouders en boven haar hoofd staat op een banderol te lezen “Gelukkige ouders van zo eene

dochter”


De Pieta

Een ander kunstobject is een piëta uit 1480: naast de afbeelding van 'moeder-en-kind' is die van 'Maria

met haar dode zoon op haar schoot' in de vijftiende eeuw een geliefkoosd onderwerp. Hier geeft haar

gezicht uiting aan een stille, ingehouden droefenis, en de magerte van Christus drukt zijn lijden dan

weer treffend uit. De plooienval in de kleding van de maagd verraadt een behoorlijk meesterschap van

deze anonieme Vlaamse meester in de gotische sculptuur. Leuk ook dat het beeld polychroom is: dat

waren alle houten beelden in die tijd, maar hier zijn de kleuren bewaard. Bovendien, en dat is toch een

tour de force, is het uit één stuk eikenhout gehouwen: dat brengt voor de kunstenaar toch heel wat

beperkingen mee, maar 'in der Beschränkung zeigt sich der Meister', wat deze man duidelijk

waarmaakt.


In de toren

De kerktoren van Zepperen was een verdedigingstoren en daarom ook eigendom van de gemeente, De

gemeentearchieven werden er bewaard in grote kisten en de verdediging vanuit deze versterkte toren

georganiseerd. Vroeger stond er een romaanse spits op de toren, maar na een blikseminslag kwam er

een gotische spits in de plaats, helemaal niet in verhouding tot de toren.


Op de kerkzolder

De zolder van een kerk is steevast een stofferige boel. Je vindt er veel duivenpoep, braakballen en

vleermuizen. Maar je ontdekt er wonderlijke dingen. Zoals een torenvenster dat nu verdoken is onder

het dak of de bovenkant van een kruisribbengewelf, gebouwd met bakstelen en met leem afgedekt. Ook

in de Misseleeuwen was vakmanschap duidelijk meesterschap. In het houtwerk vind je bijvoorbeeld

nergens een spijker, “houten pennen” waren de nagels van toen en nu nog steeds.


Het torenuurwerk

In 1897 besliste de Zepperse gemeenteraad om een torenuurwerk op “hun” toren te plaatsen. Nog geen

100 jaar later is er van het uurwerk geen sprake meer tot Frans De Krom+, Jos Bex+, Roger Joris en

Remy Knapen+ het oude mechanisme in de toren terugvinden en weer aan de gang krijgen in 1982.

Vanaf toen weet Zepperen weer hoe laat het is.


Zuivere, eerlijke Gotiek

Uiteraard doorstaat een kerk(je) als dat van Zepperen de vergelijking niet met de gotische kathedralen

uit de grootsteden van Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Noem het dorps- of boerengotiek, maar in

Zepperen is men ervan overtuigd dat dit geklasseerde monument alle aandacht verdient in het cultuurhistorisch

beleid van stad en provincie.


Tot slot

Weinige Truienaren van de meer dan 40.000 stuks die we rijk zijn, hebben weet van dit kleine juweeltje

op 4 km van de Grote Markt, bij die mensen met dat rare dialect. Ook in toeristische publicaties komt

met nooit verder dan een klein fotootje. Terwijl heel Zepperen de wenkbrauwen fronst bij de vraag:

“Wat gebeurt er met de kerken als de pastoors ‘op’ zijn?” Wat zijn de plannen van de bazen van Sint-

Truiden met de schat van Zepperen?

More magazines by this user
Similar magazines