Inkijkexemplaar Roadtripboek

newskoolmedia

NAMIBIË WACHTEN OP WATER

1

GEBAAND PAD DEADVLEI • Wees de massa’s in Deadvlei te slim

af door te verblijven op de camping of in de Sossus Dune Lodge in het

park, zodat je als eerste de dode vlakte kunt verkennen.

HALLO! • Een giraf neemt poolshoogte in het Erindi

Private Game Reserve, op slechts een paar uurtjes

rijden van de hoofdstad Windhoek.

meestal ’s nachts en overdag zet hij überhaupt

geen stap.

De onymacris unguicularis, een endemische

kever, pakt het anders aan. ’s Ochtends

vroeg klimt hij naar de rand van de duinen

en houdt zijn lichaam in een hoek van

45 graden. Al snel verzamelt de mist zich

op zijn lichaampje en vormt langzaam een

druppel. Zodra de druppel groot genoeg is,

glijdt hij naar beneden, zo de bek van de

kever in.

En er is nog een ander laatste redmiddel

voor de dieren als de regen uitblijft: rivierbeddingen.

Al is hier in de Namibwoestijn

al vier jaar geen noemenswaardige regen

gevallen, de rvierbeddingen zijn nog opvallend

groen. Bomen als de kameeldoorn

hebben wortels die tot een ongelooflijke

zestig meter diepte op zoek gaan naar

water. Ze bereiken zo het ver weggezonken

vocht van de stromende rivier van jaren

geleden.

Don’t wash me!

Zo doorgewinterd als de antilope is om in

de Namibwoestijn te overleven, zo’n moeite

heeft de mens om zich hier staande te houden.

Namibië (en heel zuidelijk Afrika) lijdt

onder een droogte die al vier jaar aanhoudt.

Drie keer is de regentijd zonder noemenswaardige

regen voorbijgegaan.

De watervoorraden van de steden zijn bijna

uitgeput en hoofdstad Windhoek heeft zelfs

de noodtoestand uitgeroepen. Door de stad

rijden auto’s die bedekt zijn met rood stof,

met daarin de met de hand geschreven

waarschuwing ‘Don’t wash me!’, om de

eigenaar eraan te herinneren geen water te

verspillen. Ver weg van Windhoek zijn grote

ondergrondse watervoorraden gevonden,

maar voordat deze operationeel zijn en de

pijpleiding naar Windhoek is aangelegd,

zijn we tien jaar verder, en de hoofdstad

heeft echt nu water nodig.

Enkele dagen geleden spraken fotografe

Louise en ik de eigenaren van de BuellsPort

Lodge, die ook een werkende boerderij is.

‘Voor de droogte hadden we driehonderd

stuks vee,’ vertelt gids Evan, ‘maar de

droogte hield maar aan. Om te voorkomen

dat het gras tot op de wortel zou worden

opgegeten en zich nooit meer zou kunnen

herstellen, hebben we 250 koeien verkocht.

Vijftig was het aantal koeien dat het land

zou kunnen dragen.’ Hij zucht: ‘Althans,

dat was het idee. Toen kwamen honderden

zebra’s ons land op. Ze waren op de vlucht

geslagen voor de droogte en vraten ons gras

alsnog kaal. Wat kun je doen?!’

Vroeger zag je in dit westelijke deel van

Namibië links en rechts van de weg boerderijen,

hekwerken, aluminium windmolens

om water op te pompen, en vooral veel vee,

ondanks het droge klimaat. Maar nu is

alles leeg. De hekwerken zitten vol gaten

of zijn omvergeblazen door de wind.

De windmolens missen wieken en staan er

troosteloos bij. Er is simpelweg niets meer

te eten hier voor koeien. Maakt dat het

landschap minder interessant? Niets van

dat. De indrukwekkende vergezichten met

bergketens, zandduinen en open vlaktes

waar Namibië zo bekend om staat, zijn er

nog steeds. En ze zijn nog steeds fantastisch

mooi.

Soms helpt de mens zelfs een handje mee.

Omdat boeren in deze regio al vele jaren

extreem moeilijk is, besloot de boer Albi

Brückner begin jaren tachtig na een aantal

regenseizoenen zonder regen zijn land

12

13


10

NEPAL

OP WEG NAAR MUSTANG

Dit Tibetaans boeddhistisch

koninkrijkje was

eeuwenlang

geïsoleerd van

de rest van Nepal

Verstopt achter het bergmassief

van het onder trekkers befaamde

Annapurnacircuit ligt een van de

meest bijzondere en afgelegen gebieden

van Nepal: Mustang. Dit Tibetaans boeddhistisch

koninkrijkje was eeuwenlang

geïsoleerd van de rest van het land, en

heeft zijn Tibetaanse cultuur daarom

grotendeels behouden. Het hooggelegen

gebied is mystiek, ruig en desolaat, met

dramatische rotslandschappen en mooie

middeleeuwse dorpjes. Pas sinds 1992 is

Upper Mustang opengesteld voor buitenlanders,

en nog steeds is het aantal

toeristen er beperkt. Verwacht dus weinig

voorzieningen. Hoewel inmiddels in alle

dorpen op de routes guesthouses zijn, is

het nergens luxe. Tot voor kort was de

regio alleen te bereizen voor trekkers,

maar sinds enkele jaren loopt er ook een

onverharde weg, zodat je nu ook met een

jeep kunt reizen. Comfortabel is dat niet

echt, maar het kan een goed alternatief

zijn om tijd te winnen op de terugweg

− de tien dagen waarvoor je een permit

krijgt zijn net te weinig voor een ontspannen

trekking. Let op: de Nepalese regering

heeft plannen om een snelweg aan te

leggen door Mustang, om zo China en

Nepal met elkaar te verbinden. Een weg

die ongetwijfeld grote veranderingen met

zich mee zal brengen in het nu nog zo

geïsoleerde gebied. Wie deze bijzondere

wereld wil zien voordat het asfalt komt,

gaat er dus het beste zo snel mogelijk

heen. Onder de highlights: Tetang.

Dit fotogenieke dorp ligt in een vallei die

wordt omgeven door rode en zandkleurige

kliffen. Het bestaat uit twee delen. Aan

de ene kant een voormalig paleis waar nu

koeien en enkele bewoners huizen, aan

de andere kant een middeleeuws fort met

daarbinnen een wirwar van smalle steegjes

en instortende huizen die nog altijd worden

bewoond. Bezoek ook het Lo-Ghyekar

klooster. Dit oudste klooster van Upper

Mustang, uit de achtste eeuw, ligt niet ver

van het dorp Tsarang. Volgens de legende

vermoordde de Tibetaanse Goeroe Rinpoche

hier een demon. Achterin het klooster

is een beeld in de muur van een boeddha,

waarvan wordt gezegd dat die uit zichzelf

is verschenen. Inderdaad, Upper Mustang

is een plek vol verhalen.

DEZE WEG IS STRAKS WEG

Tot nog maar een jaar of acht geleden was

de hoogvlakte van Mustang slechts te voet

of te paard bereikbaar. Nu slingert er een

onverharde weg door het gebied, alleen

begaanbaar voor jeeps en vrachtwagens.

Maar de Nepalese en Chinese overheden

willen een heuse snelweg aanleggen.

Links, met de klok mee

ON THE ROAD

Kokkin in het klooster in het gehucht Chosar.

Een lama in opperste concentratie in Chosar.

Het middeleeuwse plaatsje Tetang.

De immer bepakte dorpsvrouwen dragen

kleurige geweven omslagdoeken, die

aangeven dat ze getrouwd zijn.

42 43


IRAN

WELKOM IN

HET MILLION

STAR HOTEL

44 45


15 BOLIVIA MEER TUSSEN HEMEL EN AARDE

Onze chauffeur Antonio oogt onzeker.

De Salar de Coipasa, het zoutmeer

waar we met de Land Cruiser

overheen moeten, ligt vol met plassen

water. Al zeker twee uur rijden we langs

de oever, op zoek naar een goede plek om

erop te kunnen. Op meerdere plaatsen

is het zout zo vochtig dat auto’s er in

vast zijn komen te zitten. Diepe kuilen

verraden dat er lang is gegraven om ze

los te krijgen. Pas nadat Antonio voor de

zoveelste keer is uitgestapt om lopend

de zoutkorst te verkennen, besluit hij het

erop te wagen. Hoe verder we het meer

oprijden, hoe dieper de plassen water.

Ik begin me ongerust te maken. Weet

Antonio wel waarmee hij bezig is?

Mobiele telefoons hebben

in deze uithoek van Bolivia

geen bereik. Andere auto’s

zijn we de afgelopen uren

niet tegengekomen. Wat

als we met pech stil komen

te staan? Hier overnachten

is onmogelijk, dan

vriezen we dood. Door

het ijskoude water lopen

om hulp te halen, is geen optie. Ik zie de

krantenkoppen al voor me: ‘Fotograaf en

schrijver van Columbus doodgevroren in

Bolivia’.

We zijn onderweg over de Altiplano,

de hoogvlakte in het zuidwesten van

het land. De uitgestrekte regio, gemiddeld

bijna vierduizend meter hoog, is het

domein van de Aymara-indianen. Behalve

in Bolivia woont dit volk van ongeveer

twee miljoen mensen ook in de buurlanden

Chili en Peru. De Aymara hebben een

eeuwenoude cultuur, die de veroveringen

Er zijn hier de

afgelopen jaren

niet meer dan tien

toeristen geweest

door de Inca’s en later de Spanjaarden

goed heeft weerstaan. De indianen

spreken een eigen taal en verbouwen

gewassen, zoals quinoa, die van oorsprong

vrijwel nergens anders ter wereld

voorkomen. De meeste Aymara hebben

zich de afgelopen eeuwen bekeerd tot

het christendom, maar hun traditionele

goden vereren ze ook. Een van de weinige

rituelen die ze niet meer uitvoeren is het

mummificeren van hun doden. Overal op

de Altiplano zijn nog oude graftombes

te vinden. Hun land barst ook van de

natuurlijke rijkdommen. Naast quinoa,

dat extreem voedingrijk is en de door

de Inca’s ‘moeder van alle granen’ werd

genoemd, komt ook de aardappel oorspronkelijk

hier vandaan.

De Spanjaarden namen de

knol in de zestiende eeuw

mee naar huis, waardoor

de voedselzekerheid in

Europa toenam. Ook is de

Boliviaanse Altiplano rijk

aan delfstoffen. Er wordt

onder meer lood, zink

en goud gewonnen.

De helft van de wereldwijde voorraad aan

lithium, het beste metaal om accucellen

van te fabriceren, is naar schatting hier te

vinden. Ik wil met eigen ogen zien hoe de

Bolivianen al die natuurlijke rijkdommen

winnen. En proeven wat voor gerechten

ze van hun gewassen maken. Maar eerst

moeten we levend van dit zoutmeer

afkomen.

Super Food

De quinoa-oogst is in volle gang op de

Altiplano. Overal op het platteland zijn

BORRELTIJD • Door vulkanische activiteit in de bodem zijn op

meerdere plaatsen in Nationaal Park Sajama geisers te vinden.

Terwijl het buiten vriest, kookt het uit de grond opborrelende water.

62

63


16

TADZJIKISTAN

HIGHWAY TO HEAVEN

Hoogteziekte,

aardverschuivingen,

verdwaalde jakken?

Je neemt ze allemaal op de koop toe

Over een lengte van bijna 2500 kilometer

slingert de Pamir Highway,

de op een na hoogste internationale

autoweg ter wereld, door de bergen van

Centraal-Azië. Hoogteziekte, aardverschuivingen,

verdwaalde jakken − je neemt ze

allemaal op de koop toe voor een letterlijk

en figuurlijk adembenemend avontuur

door een van de meest ongerepte gebieden

op aarde. Maar voor een van onze

favoriete trajecten ga je even weg van de

weg. Vanuit het Bulunkul-meer loopt de

officiële route van de Pamir Highway naar

de Tadzjiekse provinciehoofdstad Khorog.

Verlaat echter de Highway voor twee

dagen voor een omweg door de groene

Whakanvallei, die de bevolking rijkelijk

voorziet van verse groenten en fruit. Hier

heerst een prettig klimaat en de zon schijnt

uitbundig – de jassen kunnen uit. Behalve

enkele fietsers kom je naar alle waarschijnlijkheid

geen enkele buitenlander tegen.

De weg verandert in een ruig pad van zand

en steenslag – je 4x4 komt goed van pas

terwijl jij of je chauffeur met grote behendigheid

langs hoge rotswanden en diepe

afgronden manoeuvreert. Je passeert eerst

nog de Harguspas op 4344 meter en daalt

dan over een stuk van dertig kilometer

ruim 1500 meter totdat je de grensrivier

Panj bereikt. Rechts is Tadzjikistan met

het Pamirgebergte, links ligt Afghanistan

met het Hindukushgebergte. Op sommige

plekken is de rivier slechts enkele

meters breed, waardoor je makkelijk met je

Afghaanse overburen zou kunnen communiceren.

Toch zijn de onderlinge contacten

beperkt. Er zijn geen officiële grensovergangen,

maar wel relatief veel militairen

om de grens in de gaten te houden.

De angst aan de Tadzjiekse kant voor terroristische

groeperingen is diep geworteld.

Soms worden delen van de Pamir Highway

en de Whakanvallei zelfs enkele dagen

afgesloten voor buitenlanders. Laat je goed

informeren en niet uit het veld slaan − de

250 kilometer lange rit naar Khorog langs

de slingerende Panj-rivier is puur genieten.

Aan de Afghaanse kant van de rivier zie je

mannen op ezeltjes voortsjokken en vrouwen

de was doen. Je maakt tussenstops bij

de ruïnes van een boeddhistische stoepa

in Vrang en verkent de omgeving van het

door de tijd vergeten Jalang.

PIEKEN EN DALEN

Na het passeren van de Harguspas op ruim

4300 meter volgt een steile afdaling naar

de Wakhanvallei. Eenmaal 1500 meter lager

kunnen de handschoenen en de winterjas uit.

Links, met de klok mee

ON THE ROAD

Tussen april en september trekken

Kirgizische nomaden met hun vee naar de

groene grasweiden.

In onze zomermaanden slaan de Kirgizische

nomaden hun yurts op in de groene valleien.

Ook in Tadzjikistan maken jakken een

onmisbaar onderdeel uit van het dagelijkse

leven.

Aan de oever van het Rangkulmeer.

72 73


ITALIË

DE ZOETHEID VAN

HET NIETSDOEN

IN SARDINIË

74 75


ITALIË DE ZOETHEID VAN HET NIETSDOEN IN SARDINIË

17

ALS IN AFRIKA • Het berggebied Supramonte is met zijn grote hoogteverschillen en

onverharde paden met grote losliggende keien eigenlijk alleen te voet of per elektrische

fatbike te verkennen. Op de achtergrond de 1300 meter hoge Monte Novo San Giovanni.

TURKOOIZEN OVERLOAD • De baai van Orosei is een speeltuin voor kajakkers, die

vanaf Cala Gonone noordwaarts peddelen langs verborgen baaitjes, zand- en kiezelstranden,

grotten en − maar dan ben je wel drie dagen onderweg − de beroemde puntrots Aguglia.

inderdaad goed te kennen. Niet achter

de geraniums blijven zitten maar altijd

buiten met vrienden zijn. Maar dan

vertelt Antonio ons dat er weinig werk

is. Dat zal wel de reden zijn waarom hier

ook zo veel jongemannen de hele dag

buiten hangen. Hoe mooi Sardinië ook

is, hier geboren worden kent duidelijk

zijn uitdagingen. Niet iedereen zal kunnen

vertrekken om een beter leven voor

zichzelf te creëren op het vasteland of in

een ander land, en dan moet je het doen

met wat er is. Je wordt dan bijvoorbeeld

boer. Of visser. Of herder. Of je gaat in

het toerisme werken. Heel veel andere

mogelijkheden lijken er niet te zijn.

En al helemaal niet in dit deel van

het eiland.

De Supramonte, waar we willen gaan

fietsen, is een onherbergzaam gebied.

Herders namen vroeger hun kuddes

hier mee naartoe om ze te laten grazen.

Ze bleven dan wekenlang weg en sliepen

in eenvoudige hutten die ze zelf gebouwd

hadden met behulp van de materialen die

voorhanden waren: jeneverbeshout en

stenen. Overal in de Supramonte zie je

deze herdershutten staan en je kunt zelfs

trails volgen die herders vroeger liepen.

Ons vervoermiddel in het gebergte is

een elektrisch ondersteunde fatbike.

Niet omdat we deze fiets met extra brede

banden hip vinden, maar omdat de

paden waar je in de Supramonte op fietst

zo steil omhoog voeren en zo bezaaid

zijn met rotsen en keien, dat een gewone

mountainbike het al snel zou opgeven.

Een van onze rugzakken is gevuld met

lokale producten uit de supermarkt:

druiven, zachte geitenkaas, brood,

veel water en een picknickkleed. In de

andere rugzak zitten reparatiespullen

voor de fiets. De scherpe stenen zouden

een lekke band kunnen veroorzaken,

maar de verhuurder geeft aan dat dat

bijna onmogelijk is met de dikke banden

van een fatbike. De fiets van Matthijs

heeft een gps met een trail die we gaan

volgen. Het eerste stuk klimt meteen

vele honderden meters omhoog. De fiets

voelt alleen al door de dikke banden

en de accu zwaar. Dit stuk omhoog was

voor mij al onhaalbaar geweest zonder

elektrische ondersteuning. We slaan de

onverharde paden in en zien meteen,

in de verte, de indrukwekkend hoge

wanden van de Supramonte.

Op safari met vee

De fatbike blijkt een goede zet te zijn

geweest. Overal om ons heen zien we

tafereeltjes die waarschijnlijk geheel

aan ons voorbij waren gegaan als we

in de auto hadden gezeten. Niet dat je

hier met de auto mag komen, maar toch.

Koeien die beschutting hebben gezocht

in de schaduw schrikken zich rot als

wij ineens langskomen. Kuddes langharige

schapen grazen vredig, gehoed

door blaffende honden (sinds de komst

van de auto hoeven de herders er niet

constant bij te zijn). We horen geritsel in

de struiken en zien vervolgens hagedissen

wegschieten. Zwart-witte kraaien

zitten hoog in een boom, in een nest met

kuikens. En paarden rennen verschrikt

weg, zoals paarden eigenlijk altijd doen.

78 79


ZWITSERLAND IN DE WOLKEN VAN GRAUBÜNDEN

DWARS DOOR DE ARDENNEN BELGIË

24 25

PIEKFIJN Een ibex ofwel alpensteenbok bij het bergmeer Lej Languard • De via ferrata

(Italiaans voor ijzeren weg) naar de 3146 meter hoge bergtop Piz Trovat.

EVEN STOOM AFBLAZEN Stoomtrein tussen de plaatsjes Mariembourg en Treignes.

• De wandeling door de vallei van de Ninglinspo is zonder meer een van de mooiste van België.

De hoge pieken in ‘winterwonderland’

Graubünden, Zwitserlands grootste

kanton, kietelen op sommige plekken

de wolken. Gelukkig is het sky is the

limit-gevoel niet voorbehouden aan het

winterseizoen. Je belandt hier in de zomer

in een waar outdoorparadijs; je kunt gaan

hiken, mountainbiken, bergbeklimmen,

canyonen en zelfs paragliden. Om van de

gebaande paden te blijven, volg je onze

tips op. Start in Zürich en rijd per auto

naar het pittoreske Scuol, bekend om zijn

waterbronnen. Geniet onderweg van de

prachtige Füelapas, een voorproefje op

wat Graubünden qua landschap te bieden

heeft. Maak de ‘oversteek’ naar Italië

door de nauwe doorgang in Val d’Uina,

voorheen een smokkelroute. De eveneens

verbluffende Ofenpas, dwars door het

Zwitsers Nationaal Park, biedt vervolgens

een bruggetje naar de regio Val Müstair.

Valchava of het bekendere Santa Maria is

een uitstekende uitvalsbasis om het

ongerepte natuurgebied Biosfera Val Müstair

te ontdekken. Terug in het dal volg je

de rivier Inn naar Pontresina, het aantrekkelijke

startpunt van wandel- en klimtochten

in de omgeving, waaronder het

immense Berninamassief. Rijd daarna door

naar het authentieke Bivio (sla St. Moritz

dus over) en leer over de geschiedenis van

de Septimerpas en Julierpas voordat je de

weg vervolgt richting Savognin. Maar niet

voordat je de dieren en planten van het

plateau Alp Flix hebt verkend. Dit op bijna

tweeduizend meter hoogte gelegen plateau

wordt omringd door besneeuwde toppen

vol kabbelende beekjes en serene meertjes.

Het veenlandschap wordt gerekend tot de

meest biodiverse gebieden van Zwitserland.

Treinfanaten nemen een kijkje bij het

Landwasserviaduct waarover treinen zich

een weg banen door het gebergte. Even ten

westen ligt een bijzonder natuurfenomeen:

de Viamala, een hoge uitgesleten kloof.

Durfallen begeven zich in het ijskoude

water voor een spannende glijdpartij

oftewel een canyoningtocht. Canyoning

is in feite het volgen van rivieren in diepe

kloven (canyons) met behulp van verschillende

technieken: lopen, klimmen,

springen, abseilen, zwemmen en glijden.

De laatste stop is populaire zomer- én

winterbestemming Flims-Laax, in het dal

waar de Rijn zijn oorsprong kent. Waai uit

op de bospaden rondom de ietwat toeristische

Caumasee en Crestasee. Overgebleven

Zwitserse francs ‘loos’ je tenslotte in de

kantonhoofdstad Chur, voordat je terugkeert

naar Zürich.

Ze zijn groen, vlakbij, en het ideale

weekendje of weekje weg. Toch

worden de Belgische Ardennen vaak

over het hoofd gezien. Laat je verleiden

door, in de woorden van Casanova, ‘een

van de zonderlingste streken van Europa’.

Met de Ardennen wordt het gebied

aangeduid dat onder de rivieren Samber

en Maas ligt. Rivieren als de Ourthe en

de Lesse kronkelen door beboste valleien

en het ongerepte landschap vormt het

ideale decor voor avontuurlijke uitjes in de

natuur. Daar komt nog bij dat de dorpen en

verstilde gehuchten uitermate charmant en

authentiek zijn, je her en der eeuwenoude

kastelen en burchten kunt bezoeken en de

Belgen bekendstaan om hun grote ‘goesting’

in lekker eten en stevige bieren.

Begin in de provincie Luik met een wandeling

langs de enige bergrivier die België rijk

is en ga beverburchten spotten. In het zog

van een natuurgids kun je op excursie gaan

om de bouwwerken te bewonderen. Zorg

ervoor dat je hoge regenlaarzen aantrekt –

je zakt regelmatig kniediep in het zompige

veen. En besef dat de kans zo goed als nul

is dat je de bevers zelf te zien zult krijgen.

Pas als het duister valt, komen de dieren

tevoorschijn. Steek vervolgens de provincie

Luxemburg al wandelend door tijdens een

hike over de Transardennaise. De route die

vanuit de toeristische uitvalsbasis La Roche

naar de burcht van Bouillon loopt er eentje

is van 160 kilometer aan bos-, land- en

dorpsweggetjes waar je vaker niet dan wel

mensen tegenkomt. Europ’Aventure zorgt

ervoor dat je bagage netjes vervoerd wordt

tussen je verschillende slaapplekken. En

heb je geen zin om zelf accommodatie te

regelen, dan kunnen zij dat ook nog voor

je doen. Wie het volledige traject wil

wandelen, is zeven dagen zoet. Mag het

wat sneller gaan, dan volg je met een

mountainbike of te paard een aangepaste

route, europaventure.be.

Laad vervolgens je batterijen op in het

diepe zuiden met een bezoekje aan de

zoutgrot in Aubange en versterk de innerlijke

mens bij de abdij van Orval.

De monniken hebben liever niet dat er

te veel over hen wordt geschreven; de

populariteit van hun bier is omgekeerd

evenredig met het aanbod. ls je innerlijke

mens nog niet helemaal versterkt door

het abdijbezoek en het bier, volg dan het

stroompje tot in het piepkleine grensgehucht

Chameleux. In de pretentieloze

bistrot de terroir (eetcafé met streekproducten)

eet je geweldig lekkere forel,

recht uit de vijvers van de abdij.

106 107


KIRGIZIË DE ONTDEKKING VAN DE HEMEL

26

teerde Audi’s en Mercedessen ons ver

boven de limiet voorbij. Maar oom agent

gunt ze geen blik waardig; rijke bestuurders

in een chique Pajero zijn niet te versmaden.

‘Ticket!’ roept hij, terwijl hij in de houding

schiet. Hij onderdrukt zichtbaar

een glimlach.

‘Ticket ni nada,’ zeg ik routineus. Het is

inmiddels de derde keer dat we worden

aangehouden. Andere keren hadden we

geen lichten aan en haalden we iemand

in − zware vergrijpen in een land waar

de lokale bevolking ogenschijnlijk zonder

verkeersregels rijdt. De politieman kijkt

me aan, heft zijn hoofd ietsje hoger, en

buldert: ‘SJTRAF! 500 som!’

Fijn, de onderhandeling is begonnen.

‘Njet!’ zeg ik nors. ‘100 som.’

Hij kijkt naar zijn Kirgizische collega’s

achter hem. Opnieuw de glimlach:

er moet wel wat te verdelen zijn. ‘400!’

We handjeklappen op driehonderd. Als ik

wat harder had gebulderd, zou tweehonderd

ook zijn gelukt. Maar zijn

pretoogjes maken me

week. Ik schuif hem het

geld toe, omgerekend vier

euro, ontvang zijn knikje

en rij verder. Kirgizië is

weliswaar al enige jaren

een democratie, maar

oude Sovjetgewoonten

zijn nog niet versleten. Corruptie bij

plaatselijke dienders en militaire wachtposten

zit als een printplaat in hun brein

gesoldeerd. Gelukkig gebruiken ze hun

macht met een soort vrolijkheid, minder

grimmig dan bij collega’s in buurlanden

als Oezbekistan of Kazachstan. Een aanvaring

met de machthebbers is hier eerder

een geestig klein avontuur dat een

mooi verhaal oplevert. Geef een knipoog

en wat zakgeld, en een minuut later sta je

Even niet opletten

en je breekt

een wielas

met ze te dollen en geven ze tips voor de

mooiste locaties en de beste wegen.

Op jacht met adelaars

De jeep valt stil voor de blauwwitte poort

van Ishenbek Kederov. Hij jaagt al 33 jaar

met adelaars en voor veertig dollar laat

hij zijn levende vlieger op. In de zomermaanden

dan; vanaf oktober gaat hij met

het beest op jacht in de bergen. Vossen,

marmotten en konijnen vangt Janar −

zoals de vogel heet − voor Ishenbek.

Eén keer nam hij zelfs een wolf te grazen.

Zijn Napelsgele klauwen, taai als stroef

rubber, grijpen de wolf in volle vlucht bij

bek en nek. Nagels zo groot als mijn pink

zetten zich vast in het vlees, waarna wolf

en Janar een robbertje worstelen in het

gras. De afgetrainde hond van Ishenbek

geeft zo snel hij kan ondersteuning om

het karwei af te maken.

Jagen met adelaars is een oeroud gebruik

onder nomaden in Centraal-Azië.

Sommige archeologen hebben aanwijzingen

gevonden dat ‘adelaarjagers’

al ver voor de jaartelling

actief waren. Berkutchi,

zoals het jagen in het

Kirgizisch wordt genoemd,

is een levensvervulling

omdat de relatie tussen de

meester en de vogel volledige

toewijding vereist in

een wederkerige relatie. Zoals de meester

een vogel traint, zo gaat een Kirgizisch

gezegde, traint de vogel zijn meester.

Janar is vijf jaar oud en al sinds zijn

kuikenfase onder de hoede van Ishenbek.

Het is de vierde adelaar van de ‘beroemde’

58-jarige inwoner van Kaji-Say −

iedereen in het dorp kent hem. Op zijn erf

ligt een drie meter diepe betonnen put

van vijf bij vijf meter. Onderin struint

een droevig ogende, maar schitterende

HOGE HOED • Op de weg naar de stad Kazarman houdt Nurlan de wacht voor een klein

natuurpark. Er staat een slagboom waar auto’s zomaar onder door kunnen. Vrachtwagens

hebben echter de hulp nodig van deze oude baas om de boom te heffen.

114

115


VERENIGDE STATEN INDIANENVERHALEN UIT NAVAJOLAND

31

verkopen beter, omdat die passen bij de

vooroordelen van toeristen. Tja, het levert

prachtige ambachtelijke voorwerpen op.

Én werkgelegenheid voor wie graag in dit

godvergeten gebied wil blijven wonen.

En dat geldt voor de meeste Navajo. Dus

waarom zou je daar iets op aan te merken

hebben?

We rijden de zoveelste hoek om. Gillen

tegelijkertijd: ‘Woooow!’ Plots verschijnt

hét beeld dat hoort bij het woord ‘roadtrip’.

We scheuren over een lange, rechte

weg die iets naar beneden helt, door een

vlak, dor landschap met roodverschroeide

aarde. Aan de horizon steken gigantische,

rechthoekige roodbruine rotsen omhoog

uit het landschap, als gebouwen. Even

verder, op het terras van het hagelnieuwe

View Hotel, is het uitzicht zo mogelijk nog

filmischer. Drie gigantische rotsen verheffen

zich majesteitelijk

boven de zinderende, rode

savanne. We zetten een

cowboyhoed op ons hoofd

en steken een peuk op.

Dat hoort op deze plek,

dat voelen we meteen.

We zijn in Monument Valley,

dat iedereen kent zonder

het te weten, omdat

er zoveel Hollywoodproducties en oude

westerns zijn opgenomen. Maar goed, hier

wónen dus mensen. Navajo. Zoals Karin

Black, gekleed in jeans, geruite blouse en

baseballcap, die ons met een jeep rondleidt

door ‘haar’ vallei. Karins huis staat

een paar rotsen verderop. Ze lacht om

onze verbazing, zoals ze constant om alles

lacht. ‘Of ik net zo mooi uitzicht heb? Dat

weet ik niet! Die rotsen zijn normaal voor

mij!’ Wel heeft ze voor elke vorm in het

landschap een naam. ‘Stagecoach’, ‘Castle

Butte’, ‘Coffee and Tea Pot’. De meeste zijn

geïnspireerd op hun vorm, of op films, die

Woooow!

Plots verschijnt hét

beeld dat hoort bij het

woord ‘roadtrip’

Karin allemaal gezien heeft. Dan komen

we bij een 91 meter hoge zandsteenpilaar

die ‘Totempaal’ wordt genoemd.

‘Ah, die heeft zeker een spirituele betekenis

voor jullie?’ probeer ik. ‘Nee, hoor,’

lacht Karin. ‘Navajo hebben geen totems.

Het is gewoon om hoe hij eruit ziet. Maar

weet je wie de enige is die de Totempaal

heeft beklommen? Clint Eastwood, voor

de film The Eiger Sanction. Hij heeft

bovenop de top gedineerd!’ Karin schaterlacht.

Ze weet nog een goede anekdote.

Onlangs werd hier de remake van Tonto

and the Lone Ranger opgenomen, met

Johnny Depp als indiaan in de hoofdrol.

Karin: ‘Ze hebben hem voor de film een

dooie kraai op het hoofd gezet. Dat heeft

niets met onze cultuur te maken!’ Of Karin

zich niet beledigd voelt? ‘Welnee, we hebben

de grootste lol gehad. Johnny Depp

kan ook totaal niet paardrijden.

Hij werd gefilmd op

een neppaard op een kar

en is zelfs dáár twee keer

vanaf gevallen!’ Nu moeten

ook wij smakelijk lachen.

Een indiaan die niet kan

paardrijden!

Bijzondere indiaan

En toch: is er dan niets in dit prachtige

landschap wat iets méér betekent voor

Karin als Navajo? ‘Natuurlijk wel’, antwoordt

ze. ‘Kijk om je heen.’ Ik kijk en zie

de rotsen, de droge aarde. En planten.

Ineens zie ik duizenden planten, die me

eerder totaal niet opgevallen waren.

‘Élke soort die je hier ziet gebruiken we

in onze ceremonies.’ Karin kijkt voor het

eerst serieus. Ik wijs de dichtstbijzijnde

aan. ‘Die plant gebruiken we bij de heilige

kinaalda-ceremonie, als een meisje

vrouw wordt. Het wordt met blauwe

maïs in een oven in de grond gestopt om

RIJDEN EN ROSSEN • Vanaf het moment dat hij kon rijden, galopeert John dagelijks

op zijn paard door de heuvels achter zijn huis in de buurt van Three Turkey Canyon.

Het land is al minstens drie generaties in zijn familie.

132

133


VERENIGDE STATEN INDIANENVERHALEN UIT NAVAJOLAND

31

XXL • De Grand Canyon is zo gigantisch lang (435 km) en breed (15 tot 29 km)

dat je het bijna niet kunt bevatten. Dat gevoel wordt versterkt omdat je

dankzij de droge lucht onmetelijk ver kunt kijken.

134 135


LAOS PROEF HET NIRWANA

37

landers het leven wanneer ze tegen alle

waarschuwingen in zonder gids nieuwe

grottenstelsels proberen te ontdekken.

Ze raken de weg kwijt, de batterij van de

zaklamp raakt leeg en pas weken later

worden ze − te laat − teruggevonden.

Toen Louise en ik gisteren een van de

vele grotten bezochten, vond ik de tocht

door nauwe gedeeltes waar we ons doorheen

moesten wurmen, de toenemende

warmte hoe dieper je de

grot ingaat en het steeds

lager wordende zuurstofgehalte

angstaanjagend.

Slow travel

We groeten de man en

fietsen verder over de

hobbelige weg, die me

doet denken aan de

hoofdweg van Laos naar

het noorden. Vorige week

legde ik ’m met een

terreinwagen af −

kotsmisselijk werd ik

gedwongen geregeld een tussenstop

maken. Maar goed, het positieve is

dat er in elk geval een gering aantal

geasfalteerde wegen is in Laos. In de

tijd dat wij op tv Miami Vice keken met

Sonny Crockett en Ricardo Tubbs die in

hun Ferrari Testarossa Miami (on)veilig

maakten, deed je er een volle maand

Decennialang was een

tandenstokerfabriek

een van de

grootste bronnen van

buitenlandse valuta en

de enige industrie

van het land

over om met je ossenkar van de hoofdstad

Vientiane de 150 kilometer naar

Vang Vieng af te leggen. Waar buurlanden

Vietnam, China en Thailand vol gas

de toekomst omarmen, kiest Laos voor

een veel behoedzamere, langzamere

route. Of zoals een man uit de oude

koninklijke hoofdstad Luang Prabang

tegen mij zei: ‘Wij willen helemaal niet

mee met de snelheid en groei van China.

Wij zijn eenvoudige mensen,

wij hebben niet zo

veel eisen. Wij willen alles

in ons eigen tempo doen

en laten ons niet opjagen.’

Het gevolg zie je als je

op de slow boat van de

grens van Thailand over

de Mekong naar Luang

Prabang vaart. Aan de ene

kant de vele lichtjes en

alle activiteit van Thailand,

en complete duisternis

aan de Laotiaanse

kant. Zelfs Frankrijk heeft

nooit een stempel kunnen drukken op

Laos. De Franse bezetting, in de eerste

helft van de twintigste eeuw, wordt nog

steeds de vijftigjarige siësta genoemd.

Toen de communisten in de jaren zeventig

de macht in Laos in handen kregen,

werden de overgebleven Fransen samen

met koning Savang Vatthana weg-

LEKKER EXCENTRIEK • Een leerling-monnik in het Boeddhapark (Xieng Khuan) nabij

Vientiane. Dit kleine park met betonnen hindoeïstische en boeddhistische sculpturen is het

bedenksel van een excentrieke kunstenaar/sjamaan en aangelegd vanaf 1958.

152

153

More magazines by this user
Similar magazines