02.07.2019 Views

Eindrapport participatietraject wonen Herteken Herselt

Vormingplus begeleidde de gemeente Herselt bij de ontwikkeling van een inspraaktraject in het kader van de opmaak van het RUP (Ruimtelijk UitvoeringsPlan). Dit eindrapport verscheen in 2016.

Vormingplus begeleidde de gemeente Herselt bij de ontwikkeling van een inspraaktraject in het kader van de opmaak van het RUP (Ruimtelijk UitvoeringsPlan). Dit eindrapport verscheen in 2016.

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

PARTICIPATIETRAJECT

‘HERTEKEN HERSELT’

EINDRAPPORT

OKTOBER 2016

Begeleid door


INHOUDSTAFEL

I. Inleiding…………………………………………………………………………………………………………………… 1

II. Burgeradvieskring……………………………………………………………………………………………………. 3

Maandag 13 juni 2016……………………………………………………………………………………………… 3

A) De opdrachten…………………………………………………………………………………………….. 3

Opdracht 1 – Handelsfuncties op de kaart…………………………………………….. 3

Opdracht 2 – Woontypologieën op de kaart…………………………………………. 4

Opdracht 3 – Huiswerkopdracht……………………………………………………………. 4

B) De resultaten……………………………………………………………………………………………….. 5

Opdracht 1 – Handelsfuncties op de kaart…………………………………………….. 5

Opdracht 2 – Woontypologieën op de kaart………………………………………… 10

Opdracht 3 – Huiswerkopdracht………………………………………………………….. 16

Maandag 20 juni 2016……………………………………………………………………………………………. 17

A) De opdrachten…………………………………………………………………………………………… 17

Opdracht 1 – Wat is kwaliteit van wonen?............................................. 17

Opdracht 2 – Oefening op perceelniveau…………………………………………….. 17

Opdracht 3 – 2 onder 1 dak…………………………………………………………………. 18

Opdracht 4 – Welke ruimte wil je gemeenschappelijk uitbouwen met je

buren?.................................................................................................... 18

B) De resultaten…………………………………………………………………………………………….. 19

Opdracht 1 – Wat is kwaliteit van wonen?............................................. 19

Opdracht 2 – Oefening op perceelniveau…………………………………………….. 23

Opdracht 3 – 2 onder 1 dak………………………………………………………………….. 26

Opdracht 4 – Welke ruimte wil je gemeenschappelijk uitbouwen met je

buren?..................................................................................................... 27

Evaluatie…………………………………………………………………………………………………………………. 28

III. Participatiewandelingen…………………………………………………………………………………………. 29

Zondag 21 augustus 2016 – Varenwinkel………………………………………………………………… 30

Zondag 21 augustus 2016 – Blauberg……………………………………………………………………… 37

Zondag 28 augustus 2016 – Bergom……………………………………………………………………….. 52

Zondag 28 augustus 2016 – Ramsel………………………………………………………………………… 62

Zondag 4 september 2016 – Herselt……………………………………………………………………….. 79

Slothalte…………………………………………………………………………………………………………………. 96

A) Varenwinkel……………………………………………………………………………………………….. 96

B) Blauberg…………………………………………………………………………………………………….. 96

C) Bergom………………………………………………………………………………………………………. 97

D) Ramsel……………………………………………………………………………………………………….. 97

E) Herselt……………………………………………………………………………………………………….. 98

IV. Slotwoord………………………………………………………………………………………………………………. 99

V. Bijlagen…………………………………………………………………………………………………………………. 100


I. INLEIDING

Tegen 2030 zal het aantal Vlaamse huishoudens met 330.000 eenheden gestegen zijn en tegen 2050

zal Vlaanderen 1,2 miljoen extra inwoners tellen. In Herselt steeg het bevolkingsaantal van 12.000 in

de jaren ’80 tot 14.500 in 2016. Qua aantal is dit een lichte stijging, maar als we naar de ruimte kijken

in onze gemeente, moeten we vaststellen dat heel wat open ruimte de voorbije jaren is ingenomen.

Talrijke bouwgronden werden ontwikkeld via verkavelingen. Waar in 1990 de bouwkavels een

gemiddelde grootte hadden van 7 tot 10 are, is de oppervlakte van de kavels vandaag verkleind tot

een gemiddelde van 6 are. We wonen dichter bij elkaar en worden als overheid uitgedaagd om de

kwaliteit van wonen te bewaken. Kwaliteitsvol wonen is immers de uitdrukking van het functioneren

van een leefgemeenschap. Vandaag toont het historische gegroeide woonlandschap zich veelal als

een optelsom van individuele woonwensen. We willen immers allemaal liefst een eigen woning, waar

we voor de rest van ons leven in kunnen wonen, met een eigen (grote) tuin. We schermen onze

eigendommen af met hagen of schutsels en isoleren ons op die manier van de mooie open

ruimtegebieden die onze gemeente rijk is. Wonen is binnen onze cultuur nochtans altijd iets

collectiefs geweest, al is het om de simpele reden dat men door samen te wonen, winsten boekt –

sociaal, financieel, ecologisch en ruimtelijk. De individualisering van die wooncultuur gedurende de

laatste 70 jaar kan beschouwd worden als een project dat stilaan zijn limieten bereikt heeft. Er is een

ommekeer nodig om verschillende redenen. Teveel woningen zijn onaangepast aan de noden van

gezinnen. Jonge gezinnen kunnen omwille van de kostprijs steeds moeilijker een eigen woning

verwerven, ontwikkelaars van projecten hebben vaak weinig oog voor kwaliteit van wonen en stellen

het gemeenschapsdenken evenmin centraal. Een fundamentele kwaliteitssprong, die wezenlijk

rekening houdt met belangrijke maatschappelijke uitdagingen, zoals grondschaarste, betaalbaarheid,

milieubescherming, mobiliteit, vergrijzing en gezinsverdunning, kan bijgevolg in onze gemeente niet

uitblijven.

Wat deze kwaliteitssprong in Herselt kan betekenen, is een vraag die we voorlegden aan onze

inwoners. In de eerste plaats hebben we een Burgeradvieskring samengesteld, willekeurig ‘geloot’ uit

het bevolkingsregister. Om een evenwichtige groep te bekomen, werden enkele criteria in acht

genomen. Zo trachtten we een evenwicht man-vrouw te bekomen, zorgden we ook voor een

vertegenwoordiging van de verschillende woonkernen, evenredig met hun totale aantal inwoners, en

beoogden we een gelijke verdeling over de verschillende leeftijden. Tot slot werden deelnemers

getrokken uit beroepscategorieën die nauw verwant zijn aan het thema; de overige deelnemers

werden uit andere beroepscategorieën gehaald.

Met 111 inwoners, die op onze vraag ingingen, zaten we in juni twee maandagavonden rond de tafel

om in groepjes te discussiëren over verschillende vraagstukken inzake wonen in onze gemeente. Op

deze manier wilden we onze inwoners inspraak bieden en wilden we luisteren naar hun

bekommernissen en ideeën om al deze input mee te nemen bij de opmaak van het ruimtelijk

uitvoeringsplan (RUP) dat de visie moet vastleggen voor onze woonkernen in de toekomst.

1


Elk groepje werd begeleid door een vrijwilliger om alles in goede banen te leiden en notities te

nemen. De begeleiders waren Mieke Daems, Jo De Smet, Stefan Jennes, Hanne Lemmens, Bart

Michiels, Stéphanie Van Campenhout, Els Van den Buys, Karin Van Dommelen, Evy Van Genechten,

Evy Van Vlerken, Christel Verhaert, Tina Vervloessem, Bart Wijnants, Lut Willems en Wim Wouters.

De tweede fase van dit traject betrof verschillende woonwandelingen per woonkern, waar al onze

inwoners – al dan niet begeleid – aan konden deelnemen; aan de hand van een wandelbrochure

werd aan de wandelaars gevraagd om bij verschillende haltes te beoordelen of ze zich konden vinden

in de voorstellen van de 111 leden van de Burgeradvieskring.

Het hele participatietraject werd begeleid door Vormingplus Kempen.

Dit rapport omvat een overzicht van de oefeningen en de conclusies in de verschillende fases van het

traject.

Het zal overhandigd worden aan de leden van de GECORO en de gemeenteraad.

Kathleen Helsen

Schepen voor ruimtelijke ordening en wonen

II.

DE BURGERADVIESKRING Foto: Vormingplus Kempen/Bart Van der Moeren

2


Deze advieskring, bestaande uit 111 leden, kwam op maandag 13 en maandag 20 juni

samen om zich te buigen over vragen met betrekking tot het toekomstige wonen in

onze gemeente.

Maandag 13 juni 2016

Bij de aftrap van het participatietraject werden de 111 inwoners, na een korte inleiding en schets van

het traject door schepen Kathleen Helsen, ingewijd in het thema van ruimtelijke planning van

woonkernen. Dit gedeelte werd verzorgd door Marc Martens, architect en stedenbouwkundige. In

deze schets confronteerde hij ons met de moeilijkheden en gevolgen van onze huidige manier van

wonen en bouwen. Met deze informatie in het achterhoofd, konden onze inwoners aan de slag in de

verschillende werkgroepen, waarin zij aan de hand van enkele opdrachten met elkaar in discussie

konden gaan. Ook in de werkgroepen werd een mix beoogd van oud en jong en van

vertegenwoordigers uit de verschillende woonkernen.

A) De opdrachten

Opdracht 1 – Handelsfuncties op de kaart

Bij de eerste opdracht boog elk van de verschillende groepjes zich letterlijk over een luchtfoto van

één van de vijf Herseltse woonkernen. Op elke luchtfoto waren cirkels getekend, waarmee de

verschillende wandelafstanden (< 5 minuten, < 10 minuten, < 15 minuten, < 20 minuten en eventueel

> 20 minuten) tot het centrum van de kern werden aangeduid.

Naast de luchtfoto waren er ook gekleurde stickers in het spel, waarbij elke kleur een bepaalde

functie vertegenwoordigde:

- Geel: een zelfstandige zaak die we quasi dagelijks bezoeken, zoals een bakker, een

beenhouwer of een krantenwinkel. Klanten zijn vooral inwoners van de kern.

- Blauw: een zelfstandige zaak, die we minder frequent bezoeken en die minder dan 100

vierkante meter ruimte nodig heeft. We denken hierbij aan een dokter, een kinesist, een

kapper,… Klanten komen doorgaans uit de kern zelf, maar soms ook uit een iets ruimere

omgeving.

- Rood: een grootwarenhuis. Het betreft een zaak die, afhankelijk van gezin tot gezin, met

verschillende intensiteiten wordt bezocht en een oppervlakte van 200 vierkante meter

overstijgt. Het klantenbestand is niet beperkt tot de kern, maar reikt tot de wijde omgeving.

- Groen: ook dit betreft een zaak die, afhankelijk van gezin tot gezin, met verschillende

intensiteiten wordt bezocht, maar die niet meer dan 150 vierkante meter oppervlakte

behoeft. Met een klantenbestand dat zowel van binnen als van buiten de kern komt, denken

we hierbij concreet aan zowel een dorpscafé als aan eerder toeristische zaken.

3


- Wit: een handelszaak die men zelden bezoekt, maar wel voor heel wat

verkeer zorgt, doordat veel mensen van buiten de kern hun weg hier naartoe

vinden, doorgaans met de wagen. Het betreft een zaak die minstens 700

vierkante meter bedraagt, zoals een meubelwinkel bijvoorbeeld.

De opdracht luidde: kleef de gekleurde stickers in de juiste zone(s) op de luchtfoto. Met andere

woorden: waar vind jij dat bovenvermelde handelszaken al dan niet thuishoren in de verschillende

woonkernen?

Opdracht 2 – Woontypologieën op de kaart

Voor de tweede opdracht werd er verder gewerkt op de luchtfoto, waarop binnen enkele cirkels ook

een cijfer van 1 tot en met 4 stond getekend. Voor die concrete plaats op de kaart diende men te

bepalen welke woontypologie(ën) in die nabije omgeving al dan niet thuishoort/thuishoren. De

mogelijke typologieën waren de volgenden:

- Open bebouwing: een eengezinswoning met 4 zichtbare gevels.

- Halfopen bebouwing: een eengezinswoning met 3 zichtbare gevels.

- Gesloten bebouwing: een eengezinswoning met 2 zichtbare gevels.

- Appartement (1): 4 woongelegenheden, gelijkvloers, 1 verdieping en een schuin of plat dak.

- Appartement (2): 6 woongelegenheden, gelijkvloers, 1 verdieping en een schuin dak.

- Appartement (3): 12 of meer woongelegenheden, gelijkvloers, 2 verdiepingen en een schuin

dak.

- Cohousing: bewoners uit verschillende gezinnen die vrijwillig samenleven en één of

meerdere gemeenschappelijke ruimtes delen. Dit vanuit een sociale meerwaarde.

Opdracht 3 - Huiswerkopdracht

De derde en laatste opdracht van deze eerste avond van het participatietraject bestond uit een

huiswerkopdracht: aan de deelnemers werd gevraagd om tegen de week nadien na te gaan over

welke waardevolle gebouwen, vergezichten,… in ieders woonkern bewaard zouden moeten blijven.

Men werd gevraagd dit op te lijsten en mee te brengen tegen de week nadien, wanneer de

Burgeradvieskring voor de tweede maal zou samenkomen.

4


B) De resultaten

Opdracht 1 – Handelsfuncties op de kaart

De deelnemers moesten bij deze eerste opdracht bepalen in welke ‘cirkels’ rond de kern bepaalde

handelszaken wel of niet thuis horen.

Wat de bakker en gelijkaardige handelszaken betreft, komen we tot de volgende onderstaande

grafieken. Naast een grafiek waarin alle resultaten verwerkt zitten, zijn er ook twee kleinere

grafieken gemaakt; eentje voor de grotere woonkernen Herselt en Ramsel en eentje voor de kleinere

woonkernen Blauberg, Bergom en Varenwinkel, vermits we respectievelijk voor deze twee en drie

woonkernen een zekere unanimiteit hebben vastgesteld. De nummers 1 tot en met 5 representeren

de wandelafstanden tot het centrum: 1 = 20 minuten wandelen.

100 %

Bakker Totaal

80%

33%

27%

0%

1 2 3 4 5

Herselt en Ramsel

100%

86%

43% 43%

100%

Blauberg, Bergom en Varenwinkel

75%

0%

25%

13%

0%

1 2 3 4 5

1 2 3 4 5

5


Na een blik op deze grafieken, kunnen we vaststellen dat men het in alle

werkgroepen eens was dat de bakker (en aanverwanten) absoluut een plek verdient

in de binnenste cirkel, met andere woorden binnen 5 minuten wandelafstand van het

centrum. Ongeveer 80% vindt dat de bakker ook op 10 minuten wandelen gelegen

mag zijn, wat overeenkomt met zo’n 600 meter van de kern. In de kleinere woonkernen is er amper

draagvlak (25%) voor een wandeling naar de bakker van 15 minuten en al helemaal geen draagvlak

voor een gelijkaardige zelfstandige handelszaak op verdere wandelafstanden. In de grotere kernen

daarentegen vindt 43% het opportuun om 15 en zelfs 20 minuten te wandelen (= 1,2 kilometer). Een

bakker in het buitengebied (> 20 minuten wandelen) is evenwel ook uit den boze voor Herselt

centrum en Ramsel. Een artisanale winkel bij een hoeve kan hier een uitzondering op zijn.

Bijkomend ziet 1 op 5 ook de mogelijkheid om een dergelijke handelszaak langs een gewestweg te

lokaliseren.

Wanneer we dan de resultaten voor de kapperszaken en dergelijke onder de loep nemen, komen we

tot de volgende grafieken:

Kapper Totaal

100%

93%

67%

47%

33%

1 2 3 4 5

Herselt en Ramsel

100% 86%

71%

Blauberg, Bergom en Varenwinkel

100% 100%

57%

29%

63%

38% 38%

1 2 3 4 5

1 2 3 4 5

6


Ook voor de kapperszaken en consoorten is men het er dus unaniem over eens dat zij

een plekje kunnen krijgen in het centrum en binnen een cirkel tot maximum 10

minuten wandelen van het centrum. Eens we de straal van 600 meter van het

centrum overschrijden, is men in de grotere kernen eerder te vinden voor dit soort

handelszaken dan in de kleinere kernen.

Nog even opmerken: zowel bij de bakkers als bij de kappers kwam in de werkgroepen meermaals de

opmerking naar boven dat dergelijke zaken wel best gecentraliseerd worden in de kern van het

woongebied. Dit enerzijds omwille van het sociale aspect, anderzijds omdat men op die manier wil

streven naar een levendig centrum met een goed gemeenschapsleven.

Als derde bogen de verschillende werkgroepen zich over de plaats die een grootwarenhuis al dan

niet moet krijgen in de verschillende woonkernen, met de volgende resultaten:

Grootwarenhuis Totaal

27%

13%

7% 7%

0%

1 2 3 4 5

Herselt en Ramsel

57%

Blauberg, Bergom en Varenwinkel

14% 14%

29%

0%

0% 0% 0% 0% 0%

1 2 3 4 5

1 2 3 4 5

7


Wat de grootwarenhuizen betreft, zijn de kleine kernen duidelijk geen voorstander

om deze een plaats te geven. De grote kernen voorzien hier ook geen ruimte voor in

het buitengebied. Ze zien wel een nood aan zulk een grootwarenhuis binnen een

afstand van 900 à 1200 meter van het centrum, op voorwaarde dat het gelegen is aan

een grote(re) toegangsweg, omwille van de verkeersstroom die wordt gegenereerd. Ook mag een

dergelijke handelszaak niet ten koste gaan van veiligheid of van een grote hoeveelheid groene

ruimte.

Vervolgens komen we bij de grafieken inzake de mogelijke locaties van een café of andere

kleinschalige horecazaken:

100%

Café Totaal

80%

67% 67%

40%

1 2 3 4 5

100%

Herselt en Ramsel

Blauberg,Bergom en Varenwinkel

100% 88%

63% 63%

71% 71% 71%

43%

38%

1 2 3 4 5

1 2 3 4 5

8


Ook hier is er bij alle kernen eensgezindheid omtrent de plaats van kleinschalige

horeca, zoals een café, in het centrum van de woonkern. 80% van de deelnemers

vindt ook dat op 10 minuten van het centrum de mogelijkheid moet bestaan om

dergelijke handelszaak uit te baten. Ook op een afstand tot 20 minuten wandelen

geeft 67% aan dit mogelijk te vinden. Voor het buitengebied vindt slechts 40% van de inwoners een

café opportuun. Dit voornamelijk langs toeristische en recreatieve punten. Bovendien dient ook te

allen tijde rekening gehouden te worden met de mogelijke overlast die met deze handelszaken

gepaard kan gaan en dienen ze dus niet te midden van een woonwijk gelegen te zijn en/of moet er

een duidelijke regelgeving zijn omtrent sluitingsuur en geluid.

Wat tot slot de locatie van een eventuele meubelzaak of iets dergelijks betreft, spreekt de grafiek

van alle werkgroepen samen voor zich:

Totaal Meubelzaak

13%

0% 0% 0%

0%

1 2 3 4 5

Slechts twee van de vijftien werkgroepen – misschien niet toevallig twee groepen die rond Herselt

centrum hebben gewerkt – gaven immers aan dat zulk een handelszaak mogelijk zou kunnen zijn in

onze gemeente, enkel en alleen in een gebied op ongeveer een kilometer van het centrum. Het

merendeel van de participanten oordeelde echter dat dergelijke winkels niet thuishoren in de

Herseltse woonkernen, maar wel in grotere omliggende steden, zoals Geel en Herentals, of in de

KMO-zone.

9


Opdracht 2 – Woontypologieën op de kaart

Voor de tweede opdracht kregen de deelnemers de vraag om op de luchtfoto’s van

de woonkernen bij de nummers 1 tot en met 4 aan te geven welke woontypologie in die specifieke

omgeving thuishoort.

Bergom

Voor Bergom waren de 4 cijfers als volgt geplaatst:

1. Centrum

2. Kruispunt Berglaan – Oude Baan

3. Varendonksesteenweg, 750 meter van het centrum

4. Oude Baan, 800 meter van het centrum

De resultaten voor Bergom zijn zeer uiteenlopend en resulteren in de volgende grafiek 1 :

33%

33% 33%

33%

33% 33%

33% 33%

33% 33%

0% 0%

66% 66%

0%

0%

33%

33%

66%

4

3

2

1

Wanneer we deze grafiek van naderbij bekijken, stellen we in de eerste plaats vast dat men nergens

in Bergom appartementen met 12 woongelegenheden wenselijk vindt.

Verder is quasi elke woontypologie toegelaten in het centrum, met een voorkeur (van 2 van de 3

groepen) voor gesloten bebouwing, appartementen van 6 woongelegenheden en cohousing. Eén

groep ziet overigens voor cohousing wel plaats in alle vier de zones, aangeduid op de luchtfoto.

1

We dienen mee te geven dat 1 van de 3 werkgroepen aangaf niet voldoende tijd te hebben voor de oefening

en dat een andere groep van de 3 zich enkel gebogen heeft over de woontypologieën in de eerste zone.

10


Blauberg

Voor deze woonkern waren de 4 volgende locaties gekozen:

1. Centrum

2. Blaubergsesteenweg, op 500 meter van het centrum

3. Averbodesesteenweg, op zo’n 900 meter van het centrum

4. Blaubergsesteenweg, ruim een kilometer van het centrum

Ook hier hebben we de input van de werkgroepen in een grafiek geplaatst.

33%

0%

33%

33%

100%

33%

66% 0%

33%

100%

66%

100% 100%

0%

33%

33%

66%

0%

0%

66%

33%

66%

100%

100% 100%

4

3

2

1

Voor de woonkern Blauberg kunnen we deels dezelfde conclusies trekken als bij Bergom: ook hier

zijn namelijk geen appartementsgebouwen met 12 woongelegenheden welkom en zien we in de kern

een unanieme voorkeur voor gesloten bebouwing en voor cohousing, evenals voor halfopen

bebouwing en appartementen met 4 woongelegenheden. En ook hier is elke overige woontypologie

welkom in het centrum; slechts 1 groep van de 3 geeft aan dat open bebouwing hier mogelijk is.

Wat eveneens opvalt, is dat men in het gebied, verder dan een kilometer van het centrum, niet

geneigd is om woongelegenheid te creëren, op één groep na die stelt dat open en halfopen

bebouwing mogelijk is. Ook in een zone, op zo’n 750 à 900 meter van het centrum, blijkt de neiging

tot bouwen klein te zijn, wat wellicht de – wederom unanieme – mogelijkheid verklaart tot open en

halfopen bebouwing in een zone van 300 à 600 meter van het centrum.

11


Varenwinkel

Op de luchtfoto van Varenwinkel werden de volgende omgevingen aangeduid:

1. Centrum

2. Vorstheide, het gedeelte op zo’n 500 meter ten noorden van het centrum

3. Gijmelsesteenweg, 900 meter van het centrum

4. Vorstheide, het gedeelte in het buitengebied, ten noorden van de Varenvissers

De resultaten die uit de werkgroepen naar voren kwamen, zien er als volgt uit:

0%

100%

0%

50%

100%

50%

100%

100%

0%

50%

50%

0% 0%

0%

50%

50%

50%

50%

100%

50%

0%

4

3

2

1

Ook voor Varenwinkel stellen we vast dat appartementen met 12 woongelegenheden uit den boze

zijn, maar ook appartementen met 6 woongelegenheden kunnen niet op het enthousiasme rekenen

van de twee werkgroepen, die rond deze woonkern gewerkt hebben. Net als in Blauberg, zien we

ook hier de tendens om geen woongelegenheid meer te creëren in de ‘buitenste cirkel’, op één

groep na, die hier een mogelijkheid ziet voor cohousing. Voor deze laatste woontypologie is men

overigens slechts volledig overtuigd, indien deze een plaats krijgt op zo’n 600 à 900 meter van het

centrum. In en dichterbij het centrum kiezen beide groepen voor respectievelijk halfopen bebouwing

en voor open en halfopen bebouwing.

12


Ramsel

Voor de woonkern Ramsel werden de volgende 4 locaties op de kaart gemarkeerd:

1. Centrum

2. Kruispunt Stationsstraat – Kapelleweg

3. Westmeerbeeksesteenweg, zo’n 800 meter van het centrum

4. Ramselsesteenweg, ruim een kilometer van het centrum

De grafiek voor Ramsel ziet er als volgt uit:

100% 100%

100% 100% 33%

33%

100% 100% 100%

100% 100% 100%

0%

33%

33%

33%

66%

66%

0%

0% 33%

0% 66%

33%

33%

66% 66%

0%

4

3

2

1

Wat hier meteen opvalt, is dat men het binnen alle groepen unaniem eens is om in alle zones van

Ramsel open en halfopen bebouwing toe te staan. Ook gesloten bebouwing wordt zeker toegestaan,

zij het vooral in de zones 1 en 2. Voor cohousing zijn twee groepen het erover eens dat dit eveneens

overal moet toegestaan worden, terwijl één groep hier absoluut geen ruimte voor voorziet, omwille

van het feit dat zulk een woontypologie conflicten met zich kan meebrengen. In tegenstelling tot de

drie voorgaande, kleinere woonkernen ziet men in Ramsel wel een (beperkte) ruimte voor

appartementen met 12 woongelegenheden; appartementen krijgen overigens tout court niet echt de

voorkeur bij de inwoners.

13


Herselt

Tot slot werden er ook voor Herselt 4 woonzones bepaald:

1. Centrum

2. Aarschotsesteenweg, zo’n 600 meter van het centrum

3. Herentalsesteenweg, zo’n 900 meter van het centrum

4. Wolfsdonksesteenweg, zo’n 1200 meter van het centrum

Voor de grafiek levert de input van de 4 werkgroepen het volgende op:

75%

75%

75%

50%

75%

0% 0%

25%

100%

100%

75%

25%

75%

75%

100%

25%

25%

50%

50%

100%

25%

50% 100%

75%

75%

100%

75%

4

3

2

1

Herselt lijkt volop in te zetten op de verdichting van het centrum: open en halfopen bebouwing

krijgen hier geen plaats, in tegenstellingen tot de andere dichte woonvormen. Open en halfopen

bebouwing krijgen wel nog een plaats in de twee buitenste zones; voor één groep was open

bebouwing echter overal uit den boze. Voor cohousing valt dan weer wel groot enthousiasme op te

merken. Van de dichte woontypologieën lijkt men het minst warm te maken voor appartementen

met 12 woongelegenheden.

14


Wanneer we tot slot al deze gegevens van de 5 woonkernen in één grafiek stoppen, komen we tot

het volgende resultaat:

53%

13%

53% 73%

33% 7%

53%

80%

66% 33%

60%

33%

40% 60% 80% 60%

7%

13%

20%

13%

53%

7% 73%

27%

47% 67%

73% 67%

4

3

2

1

Zo zien we dat men in het centrum voornamelijk opteert voor gesloten bebouwing en dat ook bijna

drie kwart van onze inwoners hier appartementen met 4 woongelegenheden zien. Open en vooral

halfopen bebouwing worden voornamelijk gesitueerd in de zone net buiten het centrum, al blijkt

halfopen bebouwing eveneens opportuun binnen een zone van 600 à 900 meter van het centrum.

Voor appartementen loopt onze bevolking niet zo heel warm, met uitzondering van appartementen

met 4 en 6 woongelegenheden, in het centrum. Cohousing kan quasi overal op wel wat steun

rekenen, maar voornamelijk in de binnenste drie zones van de woonkern.

Algemeen kregen we bij deze tweede opdracht van onze participanten nog de opmerking mee dat er

meer aandacht voor groene, open ruimten moet zijn, ook in het centrum, door onder meer de open

ruimtes beter te benutten, groen te integreren bij appartementen en cohousing en af te stappen van

de klassieke verkavelingen. Ook wil een groot deel van de deelnemers op termijn de woonlinten

liever zien verdwijnen.

15


Opdracht 3 - Huiswerkopdracht

Om de eerste ‘denkavond’ af te sluiten, kregen de deelnemers een huiswerkopdracht mee naar huis,

waarbij ze moesten aangeven welke gebouwen, monumenten, vergezichten, groene ruimten,…

volgens hen zeker en vast bewaard moeten blijven.

Een volledig overzicht wordt toegevoegd aan de nota (bijlage 1), maar hierbij alvast de top 10 van de

te bewaren zaken in de Herseltse woonkernen:

16 15 14 13 12 12 12 11 11 11

Het mag duidelijk zijn dat de inwoners het kerkelijk patrimonium zeer waardevol vinden.

16


Maandag 20 juni 2016

De tweede sessie van de Burgeradvieskring, ging van start met een korte inleiding, waarin de eerste

resultaten van de week voordien alvast kort geschetst werden. Nadien verzamelden de deelnemers

opnieuw rond verschillende werktafels – de groepssamenstelling verschilde van die van de week

ervoor – om aan een tweede discussie avond te starten. Deze stond volledig in het teken van de

woonkwaliteit.

A) De opdrachten

Opdracht 1 - Wat is kwaliteit van wonen?

De eerste opdracht bestond uit een brainstorm, waarbij de deelnemers op post-its konden aangeven

wat er precies nodig is om te kunnen spreken van een kwaliteitsvolle woning en van een

kwaliteitsvolle woonomgeving. Elke deelnemer kreeg bij het binnenkomen een specifieke kleur

toegewezen, afhankelijk van de leeftijdsgroep waartoe ze behoren, opdat we konden nagaan of er

verschillen zijn tussen de generaties onderling in hun perceptie van woonkwaliteit.

Opdracht 2 - Oefening op perceelniveau

Voor de tweede opdracht werden wederom de luchtfoto’s van de eerste sessie bovengehaald en

werd de opdracht omtrent de verschillende woontypologieën in herinnering gebracht om op deze

oefening verder te kunnen bouwen.

Elke werktafel kreeg een woontypologie (open, halfopen, gesloten) toegewezen. Om te vermijden

dat het bouwen of verbouwen van woningen in de toekomst nog gepaard zou gaan met een gebrek

aan kwaliteit, kregen de deelnemers de opdracht om in eerste instantie individueel na te denken

over de voorwaarden die men bij de woontypologie van hun werkgroep zou moeten opleggen. Het

ging daarbij concreet over de breedte, de diepte en de hoogte van de woningen en de percelen, over

de tuinzone en over parkeergelegenheid. Na de individuele oefening werden de vragen overlopen en

werd getracht om tot één invulformulier te komen, dat de consensus van de groep bevatte.

17


Opdracht 3 - 2 onder 1 dak

Een derde opdracht betrof de splitsing van een woning in twee woongelegenheden. Doordat er in

Herselt een heel aantal woningen gelegen zijn met een voldoende grote oppervlakte om twee

woongelegenheden in te herbergen, zal er in de toekomst wellicht ook meer vraag komen om zulke

woningen ook effectief op te splitsen. Ook hier dienen dan uiteraard voorwaarden geformuleerd te

worden, willen we zulke splitsingen realiseren. Concreet beschikten de deelnemers over

verschillende fiches, waarop reeds voorwaarden verwoord stonden; het was aan hen om te bepalen

welke voorwaarden effectief zouden moeten opgelegd worden en welke niet. Eventueel konden ook

extra voorwaarden geformuleerd worden.

Opdracht 4 - Welke ruimte wil je gemeenschappelijk uitbouwen met je buren?

Tot slot kreeg de advieskring nog een laatste opdracht voorgeschoven inzake cohousing. De vraag

was heel simpel: welke leefruimte(s) wil je gemeenschappelijk uitbouwen met je bu(u)r(en)? Ook dit

konden zij noteren op de verschillende gekleurde post-its, opdat we eventuele generatieverschillen

konden detecteren.

Foto: Vormingplus Kempen/Bart Van der Moeren

18


B) De resultaten

Opdracht 1 - Wat is kwaliteit van wonen?

Zoals hierboven beschreven, moesten de deelnemers bij hun eerste opdracht op hun gekleurde

post-its aangeven wat volgens hen absoluut nodig is om te kunnen spreken van een kwaliteitsvolle

woning en van een kwaliteitsvolle woonomgeving. Om eventuele generatieverschillen aan de

oppervlakte te kunnen brengen, werden de gekleurde post-its als volgt toebedeeld:

- Geel: geboortejaren 1941-1950 (16 deelnemers)

- Oranje: geboortejaren 1951-1960 (26 deelnemers)

- Blauw: geboortejaren 1961-1970 (30 deelnemers)

- Roze: geboortejaren 1971-1980 (25 deelnemers)

- Groen: geboortejaren 1981-1990 (14 deelnemers)

De brainstorm over wat elementair is om over kwalitatief wonen te kunnen spreken, wordt

samengevat in de volgende grafiek:

2

Oriëntatie

00

3

Voorzien op ouder worden/aangepast aan…

2 4

6

5 3

Functioneel/onderhoudsvriendelijk

1 5

5 1

1

Lichtinval

2 4

8

8

5

Keuzevrijheid

Betaalbaar

2

05

2

3 3

0

1941-1950

1951-1960

Parkeerruimte

Gezellig /eigenheid

Tuin

3 4 403

30

4 2 0

4 6 9

9

8

1961-1970

1971-1980

1981-1990

Energiezuinig

4

10

18

13

8

Ruimte

7

16

20

16

13

Nutsvoorzieningen

9

11

11

5 1

19


Op basis hiervan kunnen we, globaal genomen, vaststellen wat voor onze inwoners de

‘top 3’ is van elementen/voorwaarden, waaraan voldaan moet worden om van

kwaliteitsvol wonen te kunnen spreken:

1. Ruimte 2

2. Energiezuinige woning

3. Eigen tuin

Wanneer we de generaties onderling gaan vergelijken, komen we niet tot opmerkelijke verschillen.

Voor de drie ‘oudste’ generaties zien we de nutsvoorzieningen, ruimte en energiezuinigheid telkens

in de top 3 opduiken, al neemt voor deze laatste twee elementen het aantal ‘voorkeursstemmen’ per

generatie wel systematisch toe, waardoor de volgorde van belang binnen deze top 3 voor elke

generatie wel anders is.

Bij de twee jongere generaties zien we dat ook hier respectievelijk ruimte en energiezuinigheid

bovenaan de top 3 prijken; de nutsvoorzieningen tuimelen echter de top 3 (naar een gedeelde 5 de en

zelfs een 9 de plaats bij de jongste generatie) uit om plaats te maken voor behoefte aan een tuin.

Verder valt ook op dat enkel de twee oudste generaties aandacht besteden aan de betaalbaarheid

van een woning en dat enkel de twee jongste en de oudste generaties van mening zijn dat derden

zich niet teveel moeten moeien door regeltjes op te leggen over hoe men al dan niet mag wonen.

Misschien ook opvallend: procentueel gezien is de jongste generatie het meest bezig (21%) met het

feit dat een woning ook nog functioneel moet zijn, eens men een hoge(re) ouderdom bereikt 3 , al

zitten de ‘blauwe en roze generatie’ hen met 20% op de hielen met deze bekommernis.

Tot slot werden er nog enkele ‘verloren’ items genoteerd, die slechts één keer in een

leeftijdscategorie voorkwamen.

In de ‘roze generatie’ werd nog aangehaald dat een woning moet passen in de omgeving, dat

huisdieren toegelaten moeten zijn en dat men moet oppassen met het quasi verplichten van

zonnepanelen en passieve woningen, omdat er ook negatieve consequenties aan verbonden zijn.

In de ‘groene generatie’ werd tot slot gepleit voor een gemeenschappelijke tuin, voor de

mogelijkheid om een tuinhuis, kippenhok,… te bouwen en voor de mogelijkheid om zelf aan

afvalverwerking te doen (compostering bijvoorbeeld).

2

In de brede zin van het woord: het gaat hier om voldoende ruimte – daarom niet per se te groot –, over een

ruimtegevoel, over voldoende kamers en over de aangepastheid aan het aantal bewoners en eventuele

kinderen.

3

Men heeft het dan over de aanpasbaarheid van woningen, brede deuren, kangoeroewonen, alle ruimten op

de gelijkvloerse verdieping.

20


Bij een tweede brainstorm over hoe een kwaliteitsvolle woonomgeving er moet uit zien, komen we

tot de volgende resultaten:

Veiligheidsgevoel

0 2 6

3

1

Privacy

04

7

5 3

Ruimte voor wandelaars en fietsers

1 13

6

7

Kindvriendelijk

02

04

5

Sociale activiteiten/sport/ontspanning 05

8 5 4

Gezonde lucht/omgeving + netheid 0 2 8 8 1

Dichtbij winkels, school, werk… 2 8 4 6 4

Goede buren 3 5 4 42

Verkeersluw en -veilig 3 4 4 4 3

1941-1950

1951-1960

1961-1970

1971-1980

1981-1990

Toegankelijk

4

9

13

8

7

Open Bebouwing

222

3

1

Ruimtegevoel

5

4

7

5 2

Rustige omgeving

11

16

17

16

3

Groene omgeving

11

16

28

18

13

Op basis hiervan kunnen we, globaal genomen, vaststellen wat voor onze inwoners de ‘top 3’ is van

elementen/voorwaarden, waaraan voldaan moet worden om van kwaliteitsvol wonen te kunnen

spreken:

1. Groene omgeving

2. Rustige omgeving

3. Toegankelijk 4

Ook hier zijn de generatieverschillen relatief beperkt.

4

Id est: goede weginfrastructuur en openbaar vervoer.

21


Wanneer we immers opnieuw naar de drie voornaamste voorwaarden per groep gaan

kijken, zien we dat bij alle leeftijdscategorieën een groene omgeving een absolute

must is; bij de twee oudste generaties staat dit op een gedeelde eerste plaats met

een rustige omgeving en ook bij de twee volgende generaties geven aan dat rust toch

ook tot hun prioriteitenlijstje behoort. De jongste generatie schuift dit criterium wat naar achteren.

Ook toegankelijkheid is een criterium dat bij alle leeftijdsgroepen een podiumplaats behaalt, zij het

op een tweede of op een derde plaats.

Ruimtegevoel staat enkel bij de minst jonge generatie in de top 3, op een tweede plaats, terwijl de

minst oude categorie – naast een goede toegankelijkheid – voldoende goede en veilige fiets- en

wandelaccommodatie een zilveren plak toekent.

De oranje en de roze generatie zet respectievelijk de nabijheid van voorzieningen en – op een

gedeelde derde plaats – de toegankelijkheid en een gezonde omgeving 5 op de derde plek, terwijl de

jongste generatie nog een derde plaats toekent aan een kindvriendelijke omgeving.

Misschien toch ook opvallend: de oudste generatie lijkt zich in verhouding amper te bekommeren

om privacy en om een sociale omgeving, die ontspanningsmogelijkheden biedt, in tegenstelling tot

de vier andere leeftijdsgroepen.

Tot slot noteerden we ook hier enkele ‘losse flodders’. Zowel in de roze als in de blauwe categorie

kwam bijvoorbeeld een goede bewonersmix ( leeftijd, sociale afkomst,…) naar voren. In deze laatste

groep werd ook gemengde bebouwing geopperd, evenals een ligging nabij een stad en een

verkeersas.

De twee oudste generaties noteerden elk ook een keer een mooie omgeving. Verder sprak iemand

van de gele groep een specifieke voorkeur uit voor halfopen bebouwing, kleine appartementen en

cohousing. In een generatiegroep later werd ook gepleit voor een omgeving met ruimte voor dieren

en voor een ringweg, vermits Herselt op dit moment wordt gepercipieerd als een doorrijddorp. Ook

hoogbouw zou geen plaats mogen krijgen in de gemeente.

5

Dit omvat gezonde lucht, onderhoud van het openbaar terrein, geen wateroverlast.

22


Opdracht 2 - Oefening op perceelniveau

Voor deze opdracht mochten de inwoners zelf de voorwaarden gaan bepalen voor open, halfopen en

gesloten bebouwing. Elke werktafel kreeg één van deze drie woontypologieën toegewezen. Na een

individuele denkoefening werden de verschillende meningen na soms felle discussies samengebracht

tot één conclusie per tafel. De voorwaarden die dienden besproken te worden, betroffen: de

afmetingen van de woningen, de afmetingen van de percelen, de afmetingen van de tuinzone en de

eventuele parkeermogelijkheden. Per woontypologie worden hier de gemiddeldes van de

verschillende voorwaarden weergegeven.

Open Bebouwing – 4 werkgroepen

Wat de open bebouwing betreft, werden de volgende zaken gesteld:

- Een woning moet minimum 7 en maximum 18 meter breed en minimum 8 en maximum 25

meter diep zijn. De minimumdiepte van de eerste verdieping bedraagt eveneens 8 meter,

maar maximum 22 meter.

- Wat de perceelafmetingen betreft, bepaalde men gemiddeld de minimumbreedte op 21

meter en de maximumbreedte op 30 meter, al gaven twee groepen bij deze laatste breedte

aan dat men de vrije keuze zou moeten hebben of dit aan ‘professionelen’ zou moeten

overlaten. De minimumdiepte werd vastgelegd op 32 meter en de maximumdiepte op 75

meter, met wederom van twee groepen dezelfde opmerking.

- Wat de tuinzone betreft, mag die volgens deze werktafels ruim 50% van de totale

perceeloppervlakte bedragen. Wat de afmetingen van de voor- en de achtertuin betreft,

hebben slechts twee groepen zich uitgesproken. Een groep stelde dat de voortuin minimum

6 meter en de achtertuin minimum 15 meter diepte moet hebben. De andere groep gaf

enkel voor de voortuin mee dat die 5 meter van de straat zou moeten liggen.

Alle vier de groepen geven aan dat er bijgebouwen mogen geplaatst worden in de tuinzone;

50% vindt evenwel dat dit enkel in de achtertuinzone is toegestaan, één groep stelt dat de

plaats van zulke bijgebouwen geval per geval moet bekeken worden.

- Wat tot slot de parkeerruimte betreft, zijn drie groepen van mening dat men bij de woning

(minstens) 2 parkeerplaatsen dient te voorzien, terwijl de resterende groep wederom

opteert voor een vrije keuze. Twee groepen willen ook niets opleggen inzake de locatie van

de parkeerruimte. Eén groep stelt dat men de garage of de carport niet verplicht in of tegen

de woning moet bouwen; de andere groep wil geen garage in de woning verplichten, maar

vindt wel dat een carport best tegen de gevel wordt geplaatst.

23


Halfopen bebouwing – 5 werkgroepen

Inzake halfopen bebouwing kwamen de verschillende tafels tot de volgende

gemiddelden:

- Voor de afmetingen van de woning bepaalde men het minimum op 6 meter en maximum 10

meter breedte, terwijl men voor de diepte van de woning minimum 9 meter en maximum 15

meter voorziet. Wat de diepte van de eerste verdieping betreft, spraken slechts drie groepen

zich uit over concrete afmetingen: zij voorzien gemiddeld 7 meter minimum en 12 meter

maximum. Een vierde groep geeft algemeen aan dat de bovenverdieping maximum 2/3 van

de oppervlakte van de benedenverdieping mag bedragen.

- Inzake de perceelafmetingen bepaalde deze groepen een minimum breedte van een kleine

13 meter en een maximum breedte van 19 meter. Wat de diepte betreft, opteert men hier

voor minimum 23 en maximum 45 meter. Deze maximale diepte is evenwel het gemiddelde

van slechts twee groepen; twee andere groepen hebben zich over de maximum diepte niet

uitgesproken en de vijfde groep vond dat de maximale diepte geen beperking mag hebben.

Dit zowel in de betekenis van ‘zo diep als men wil’, maar ook van ‘wie geen tuin wil en

bijvoorbeeld met een terras genoegen neemt, moet ook geen zekere diepte opgelegd

krijgen’.

- Voor de tuinzone voorzien deze groepen een gemiddeld een kleine 51% van de totale

perceeloppervlakte. Eén groep stelt dat van de tuinzone minstens de helft waterdoorlatend

moet zijn en dat de tuinzone kleiner moet zijn, in het geval van een eenpersoonswoning. Alle

groepen waren het eens dat er in de tuinzone ook ruimte kan zijn voor bijgebouwen. Eén

groep geeft hierbij aan dat men dit enkel in de achtertuin mag toelaten. Twee andere

groepen willen dit op een heel gestructureerde manier doen, met bijvoorbeeld een

regelgeving die stelt dat maximum één bijgebouw is toegelaten, zonder overdreven

afmetingen en met een vaste plaats op het perceel, of met een gezamenlijke parking voor de

buurtbewoners om de garage/carport overbodig te maken. Naar afmetingen toe, voorziet

men voor de voortuin een gemiddelde van 4 meter en voor de achtertuin 9,5 meter. Over de

maximale afmeting heeft één groep zich niet uitgesproken en in een andere groep kwam de

opmerking naar boven dat een eigen terras met een grote, open, collectieve tuin de voorkeur

wegdraagt.

- Wat de parkeerruimte betreft, was er tussen de groepen onderling grote onenigheid of men

1, al dan niet 2 parkeerplaatsen zou moeten voorzien. Eén groep stelt zelfs dat men dit niet

per se hoeft te verplichten. Voor een andere groep kon het dan weer niet op en werd gesteld

dat men zelfs tot 4 plaatsen kan voorzien; dit om geparkeerde auto’s op de straat te

vermijden. Over de locatie van de parkeerruimte stellen vier groepen dat deze niet verplicht

in of tegen de gevel van de woning moet voorzien worden – waarvan één groep de

parkeerruimte op een collectieve ruimte lokaliseert. Eén groep geeft de voorkeur aan een

carport, die wél tegen de gevel wordt gezet.

24


Gesloten bebouwing – 5 werkgroepen

- Ook hier bogen de werkgroepen zich over de afmetingen van de woningen. Zij

kwamen tot de vaststelling dat de minimale breedte hier 6 meter en de

maximale breedte zo’n 10 meter bedraagt. Wat de diepte betreft legt men

het minimum op een kleine 11 meter en het maximum op een kleine 16 meter. Voor de

diepte van de eerste verdieping leggen twee groepen het minimum op 9 meter en leggen

drie groepen het maximum op 14 meter. Twee groepen spraken zich hier totaal niet over uit;

Eén groep stelde dat de bovenverdieping maximum 3 meter minder diep mag zijn dan het

gelijkvloers, terwijl de andere groep de diepte van de bovenverdieping in correlatie ziet met

de ‘zone’ waarin de gesloten bebouwing zich bevindt, met andere woorden: de diepte van de

bovenverdieping verschilt, naargelang men met gesloten bebouwing in het centrum, dan wel

binnen een zone van 300 à 600 meter van het centrum te maken heeft. Eén van de vijf

groepen stelde ook dat een terras op de bovenverdieping mogelijk moet zijn.

- Qua perceelbreedte zien vier groepen de minimale breedte op 6 meter liggen en zien drie

groepen de maximale breedte op een kleine 10 meter. Eén groep sprak zich over geen van

beiden uit. Voor de diepte van de percelen hebben slechts drie groepen een positie

ingenomen: ze legden de minimale diepte op een goeie 28 meter en de maximale diepte op

een kleine 47 meter.

- Voor de tuinzone waren de meningen wat verdeeld, wat een gemiddeld percentage van 53%

opleverde voor de ruimte die de tuinzone van het totale perceel mag innemen. Alle groepen

waren het er over eens dat er in de tuinzone bijgebouwen gezet mogen worden. Eén groep

voegt er aan toe dat dit bijgebouw tegen de achterste perceelgrens moet staan, terwijl een

andere groep stelt dat het gebouw maximaal 10% van de tuinzone mag inpalmen. Wat de

afmetingen van de voortuin betreft, stelt één groep dat die 6 meter mag zijn, terwijl twee

groepen menen dat een voortuin niet (per se) van toepassing is binnen gesloten bebouwing.

De twee resterende groepen spraken zich hier niet over uit, al gaf één van hen wel aan

eerder te willen investeren in mooie openbare ruimte ter vervanging van een voortuin. Over

de achtertuin spraken slechts twee groepen zich eerder vaag uit, door te stellen dat er een

correlatie is met de totale perceeloppervlakte en met de voortuin. Wat tot slot de

parkeerruimte betreft, geven vier groepen aan dat er minstens één parkeerplaats moet

voorzien worden, waarvan één groep zelfs voor twee plaatsen opteert. Binnen deze vier

groepen is er ook één groep die stelt dat parkeerplaatsen op het dorpsplein niet wenselijk

zijn, terwijl een andere groep collectieve parking bepleit. Eén groep sprak zich niet uit over

de nodige parkeerruimte. Over de locatie van de parkeerruimte bij de woning is men

eveneens verdeeld: één groep meent dat de parkeerruimte niet in of tegen de woning moet

gebouwd worden, een andere groep wil geen garage in de woning verplichten, maar vindt

wel dat een carport tegen de gevel gebouwd moet worden, terwijl een derde groep wel een

parkeerplaats in of tegen de woning wil verplichten. Twee groepen spraken zich wederom

niet uit over de kwestie.

25


Opdracht 3 - 2 onder 1 dak

Voor deze derde opdracht van de avond werd van de inwoners hun mening gevraagd over

voorwaarden die men zou kunnen opleggen bij de splitsing van woningen in twee

woongelegenheden. Zij kregen een reeks voorwaarden voorgeschoteld, waarover zij moesten

oordelen of zij al dan niet als effectieve voorwaarde zouden moeten opgelegd worden. Deze reeks

werd ingedeeld in verschillende categorieën:

1. Manier van opsplitsen

2. Toegestane functies

3. Perceelgrootte

4. Tuinzone

5. Uitzicht van de woning

Daarnaast konden de deelnemers ook eigen voorstellen van voorwaarden op tafel leggen.

De resultaten hiervan kunnen teruggevonden worden in bijlage 2.

Op deze tweede avond werden de groepen ingedeeld in ‘open bebouwing’, ‘halfopen bebouwing’ en

‘gesloten bebouwing’. De resultaten van de derde opdracht werden ook weergegeven voor elk van

deze drie subgroepen; we botsen echter niet meteen op duidelijke onderlinge verschillen. Algemeen

genomen, komen er per categorie heel uitgesproken voorwaarden naar voren, die men veeltallig

onderschrijft, evenals voorwaarden die men absoluut niet gunstig gezind is.

Zo zijn quasi alle groepen het er over eens dat de opsplitsing van een woning zowel horizontaal als

verticaal kan gebeuren. Wat de toegelaten functies en, meer concreet, het toelaten van een

zelfstandig beroep betreft, is er opvallend weinig animo om hier in welke zin dan ook voorwaarden

op te leggen en zien we een zekere terughoudendheid jegens het toelaten ervan. Inzake de

perceelgrootte zijn ook bijna alle groepen het erover eens dat de oppervlakte van de twee woningen,

voortkomend uit een gesplitste woning, verschillend kan zijn in functie van differentiatie. Ook

wanneer we de tuinzone in beschouwing nemen, valt op dat men ook hier een verschil in

oppervlakte wil toelaten. Een voorwaarde die eveneens goed scoorde binnen deze categorie betrof

het feit dat ook een voortuin kan ingericht worden als tuin van één van de woningen. Ook wat tot

slot het uitzicht van de woning aangaat, komen er twee voorwaarden naar voor. Zo vindt men het

wenselijk om een akkoord van de naaste buur te hebben, wanneer men wil uitbreiden of verbouwen,

en vindt een meerderheid dat bij een gesplitste woning de inkomhal gedeeld kan worden.

Voor de voorwaarden, die onze deelnemers zelf toevoegden, verwijzen we graag naar de bijlage.

26


Opdracht 4 - Welke ruimte wil je gemeenschappelijk uitbouwen met je buren?

Bij de allerlaatste opdracht mochten de deelnemers hun post-itjes nog een keer

bovenhalen. Met de idee in het achterhoofd dat we de ruimte gaan verdichten, is het misschien

wenselijk om op termijn meer en meer (leef)ruimte(s) te gaan delen met onze buren. De vraag aan

de participanten was heel eenvoudig: “Wat wil jij eventueel delen met je buren?” Hun antwoorden

zitten vervat in onderstaande grafiek:

Keuken

01

10

1

Moestuintje

01

1 1

Zwembad

01

01

1

Gereedschap

10

1

2 0

Buurthuisje/polyvalente ruimte

Fietshok

Bergruimte/Kelder

Speelruimte (binnen en/of buiten)

Parkeerplaats

1

01

0

1 1

0 0

2 3

3 3

2

3

3

9

4

4

10

5

5

6

4

1941-1950

1951-1960

1961-1970

1971-1980

1981-1990

Wasplaats

3

3

4

4

6

Tuinhuis

2

4

6

10

9

Stukje tuin

10

1

6

3

Tuin

5

8

9

8

9

Niets

6

5

8

11

1

Op basis hiervan kunnen we, globaal genomen, vaststellen wat voor onze inwoners de ‘top 3’ is van

leefruimten die men bereid is te delen:

1. Tuin

2. Tuinhuis/Niets

3. Speelruimte/Parkeerruimte

Deze oplijsting, die door twee gedeelde plaatsen in feite een top 5 is geworden, ligt volledig in de lijn

met de prioriteiten die de verschillende leeftijdsgroepen ook apart vooropstelden. Enkel bij de

oudste en de jongste groep krijgt ook de wasplaats een podiumplaats.

27


Opvallend is dat in elke groep wel wat mensen aangeven liever niets te willen delen

met hun buren; bij de jongste generatie staat men hier duidelijk veel meer voor open.

Ook wanneer we de procentuele verhouding nagaan tussen het aantal vermelde

ruimtes (per categorie) die men wil delen en het aantal deelnemers binnen die

categorie, wordt deze trend bevestigd en zien we dat 31% van de jongeren bereid is om leefruimte(s)

te delen. Met maar liefst een percentage van slechts 11% scoort de blauwe leeftijdsgroep het

slechtst.

In dit kader valt ook op dat enkele deelnemers een onderscheid maken in hun bereidheid om

leefruimte te delen, afhankelijk van met wie ze het zouden moeten delen. Zo gaven sommigen, uit de

oranje en de blauwe categorie, aan dat men niets of bijvoorbeeld een tuin(huis) wil delen met de

onbekende buren, maar dat men wél bereid is om een bureelruimte of zelfs een eetruimte wil delen,

wanneer ze het met familie moeten delen. (In één groep echter wordt het net als iets moeilijker

gepercipieerd om ruimtes met familie of vrienden te delen.) In de roze groep gaven ook twee

mensen aan dat ze geen bezwaar hebben tegen het delen van een tuin, maar wel op voorwaarde dat

die door derden wordt onderhouden om conflicten te vermijden.

In een van de groepen werd aangehaald dat men dit geen makkelijke oefening vond, onder meer

omdat men wat gewrongen zat tussen enerzijds het voordeel van gedeelde onkosten en anderzijds

de mogelijke lasten en risico’s van afspraken en mogelijke ruzies.

Ook bij deze opdracht werden uiteraard enkele eenzame suggesties gedaan. Zo werd hier en daar

nog een technische berging aangehaald als mogelijke ruimte om te delen. Een enkeling toonde ook

bereidheid voor het delen van een brievenbus (gele groep), een voortuin (oranje groep) of een TVruimte

(roze groep). In de blauwe en de roze groep was er telkens ook iemand die ervoor pleitte om

een gezamenlijke afvalberging te hebben of samen te composteren.

Evaluatie

Zowel op 13 als op 20 juni werd aan de deelnemers gevraagd een evaluatieformulier in te vullen.

Voor alle details verwijzen we graag naar bijlage 3, dat een overzicht biedt van beide evaluaties.

‘Nuttig’ en ‘boeiend’ waren in elk geval veelvuldig terugkerende sleutelwoorden, maar net zo goed

‘moeilijk’, wat tevens verklaart waarom velen ook noteerden dat de oefeningen vaak voor veel

discussie zorgden. In een zeer algemene beoordeling van de vraag of men het participatietraject als

iets goeds percipieerde, luidde het antwoord in elk geval volmondig (93%) ja.

28


III.

DE PARTICIPATIEWANDELINGEN

In de periode eind augustus-begin september nodigden we alle inwoners van onze gemeente uit om

aan de slag te gaan met de input van de Burgeradvieskring. Zij deden dit aan de hand van

participatiewandelingen. Concreet werden er op zondag 21 augustus begeleide wandelingen

georganiseerd in Varenwinkel en Blauberg, op zondag 28 augustus in Bergom en Ramsel en op

zondag 4 september tot slot in Herselt zelf. Bij deze wandelingen werden de wandelaars aan de hand

van een brochure doorheen de verschillende woonkernen geleid. Zij werden hierbij gevraagd even

halt te houden op verschillende punten, waarbij we hen voorstellen van de Burgeradvieskring

voorlegden. Met een simpele ‘ja’ of ‘neen’ konden de wandelaars aangeven of zij zich konden vinden

in de voorstellen of niet. Indien niet, hoorden we natuurlijk ook graag waarom.

Wie niet koos voor de begeleide wandelingen, kon de oefening ook op eigen houtje maken. We zijn

blij dat toch heel wat mensen de tijd en de goesting hebben gevonden om ook op deze manier hun

steentje bij te dragen aan een nieuw Herselt voor de toekomst.

Graag leggen we de resultaten van de vijf brochures voor. Hierbij bieden we een overzicht van de

verschillende haltes en de bijhorende ‘stemmen’ en opmerkingen.

Foto: Vormingplus Kempen/Chris Stessens

29


Zondag 21 augustus 2016 – Varenwinkel

Voor de wandelbrochure van Varenwinkel mochten we 20 ingevulde exemplaren

ontvangen.

Gelieve hierbij de wandelkaart met de verschillende etappes, een overzicht van de verschillende

stappen en de bijhorende resultaten te vinden.

3

4

5

5

6

2

1

30


Halte 1 – straat Varenwinkel

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van

minimum 30 meter is toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 18 NEEN: 2

JA: 14 NEEN: 6

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 19 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 16 NEEN: 4

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer …

gebouwd worden.

JA: 15 NEEN: 5

Horecazaken zijn toegelaten. JA: 16 NEEN: 4

Vrije beroepen (bijvoorbeeld een boekhouder, een huisarts, een advocaat)

met een beperkte praktijkruimte zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 19 NEEN: 1

JA: 19 NEEN: 1

JA: 7 NEEN: 13

Halte 2 – Broekstraat

De woningen bevinden zich te sterk in buitengebied en zouden op

termijn best verdwijnen.

JA: 15 NEEN: 5

Bij deze halte gaven enkele mensen weer waarom ze ‘neen’ omcirkelden:

- Dit deel hoort bij Varenwinkel; de afstand tot de kerk is te kort om van ‘buitengebied’ te

spreken.

- Sommige mensen wonen heel graag in het groen, in alle rust.

- Dit stuk doen verdwijnen is niet realiseerbaar.

31


Halte 3 - Wolfdonksesteenweg

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van

minimum 30 meter is toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel.

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

Horecazaken zijn toegelaten.

Vrije beroepen (bijvoorbeeld een boekhouder, een huisarts, een advocaat)

met een beperkte praktijkruimte zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 19 NEEN: 1

JA: 14 NEEN: 6

JA: 19 NEEN: 1

JA: 16 NEEN: 4

JA: 18 NEEN: 2

JA: 18 NEEN: 2

JA: 20 NEEN: 0

JA: 20 NEEN: 0

JA: 10 NEEN: 10

Een van de argumenten tegen een gemeenschappelijke groene ruimte hier, is dat zo’n groene

ruimtes dikwijls verwaarloosd worden.

32


Halte 4 – Voortjesheide

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van

minimum 30 meter is toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 19 NEEN: 1

JA: 7 NEEN: 13

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 19 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 15 NEEN: 5

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 10 NEEN: 10

JA: 20 NEEN: 0

JA: 8 NEEN: 12

Wat de opsplitsing van de woningen betreft, gaf een wandelaar hier ook nog mee dat, om een

splitsing te realiseren, niet enkel de woning minstens 200 vierkante meter groot moet zijn, maar dat

ook het perceel minimum 15 are groot moet zijn.

33


Halte 5 – Vorstheide

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van

minimum 30 meter is toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 19 NEEN: 1

JA: 8 NEEN: 12

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 19 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 18 NEEN: 2

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 9 NEEN: 11

JA: 20 NEEN: 0

JA: 9 NEEN: 11

Bij deze halte kregen we twee aanvullingen:

- Handelszaken zouden ongeveer vijf parkeerplaatsen ter beschikking moeten hebben.

- Ook horeca mag in dit gebied gelegen zijn.

34


Halte 6 – Lagere School

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van

minimum 30 meter is toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 18 NEEN: 2

JA: 16 NEEN: 4

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 19 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 15 NEEN: 5

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

JA: 18 NEEN: 2

Horecazaken zijn toegelaten. JA: 17 NEEN: 3

Vrije beroepen zijn toegelaten. JA: 20 NEEN: 0

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 20 NEEN: 0

JA: 8 NEEN: 12

Bij deze halte gaven 2 mensen aan dat er tegenover de school teveel huizen staan. Voor de ene had

men hier beter parkeerplaatsen gecreëerd, voor de andere zou meer ruimte rondom de school de

lawaaihinder beperken.

35


Algemene opmerkingen – Varenwinkel

Tot slot waren er nog enkele mensen, die achteraan in de brochure nog een aantal

algemene opmerkingen voor ons achterlieten. Hierbij het overzicht:

- Kwaliteitsvol wonen hangt ook samen met hoe mensen zich gedragen en hun respect voor de

natuur, de buren,…

- Vier mensen suggereerden om de woonzone Langendonkstraat uit te breiden.

- De recreatiewoonzones zouden kunnen omgevormd worden tot een kleinschalig

woonproject.

- Rust bewaren, is essentieel. Net zoals het groene en landelijke karakter.

- Geen nieuwe woningen in de buitenzone.

- Men moet kerngebieden versterken met groene zones aan de buitenzijdes.

- Men moet trage verbindingswegen creëren.

- Lintbebouwing moet afgebouwd worden; kindvriendelijke wijken aan de steenwegen zijn wél

mogelijk.

- Men dient de verkeersstroom te beperken, onder meer door voorrang te verlenen aan de

zwakke weggebruikers.

- Men zou voor iedereen een zuiveringsstation moeten verplichten, opdat er zuiver water in

de grachten belandt.

- Er is teveel verspilling van nutsvoorzieningen.

Conclusie

Wanneer we de resultaten van deze wandelbrochure van Varenwinkel vergelijken met de voorstellen

van de Burgeradvieskring, stellen we vast dat onze wandelaars globaal genomen de mening van de

Kring delen. Enkel bij het voorstel om percelen te verkleinen in het voordeel van extra

gemeenschappelijke groene ruimte stemde telkens een kleine meerderheid tegen.

Ook in de rijkelijker bebouwde gebieden Voortjesheide en Vorstheide was een merendeel van onze

wandelaars het oneens met de Kring inzake het toelaten van halfopen bebouwing en handelszaken

waar men maandelijks of zelfs minder komt.

36


Zondag 21 augustus 2016 – Blauberg

Voor de wandelbrochure van Blauberg mochten we 15 ingevulde exemplaren ontvangen. Wel dient

opgemerkt te worden dat we bij heel wat vragen ook onthoudingen hebben genoteerd.

Gelieve hierbij de wandelkaart met de verschillende etappes, een overzicht van de verschillende

stappen en de bijhorende resultaten te vinden.

5

6

7

4

3

16

15

2

8

1

18

17

9

10

11

12

14

13

37


Halte 1 – Blauberg dorp

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer …

gebouwd worden.

JA: 14 NEEN: 0

JA: 10 NEEN: 4

JA: 14 NEEN: 0

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 12 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 4 NEEN: 5

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 12 NEEN: 1

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 10 NEEN: 0

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 8 NEEN: 3

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 11 NEEN: 2

Halte 2 – Pastorij

De pastorij is te beschouwen als waardevol en moet bewaard worden. JA: 10 NEEN: 2

De kerk is te beschouwen als waardevol en moet bewaard worden. JA: 6 NEEN: 5

Het plein rond de kerk moet als waardevolle groene ruimte bewaard worden. JA: 14 NEEN: 0

Halte 3 - Witput

De Witput moet bewaard worden als waardevol landschap. JA : 14 NEEN: 0

38


Halte 4 – Verbrand Goor

Hier mogen appartementsblokken van 2 verdiepingen en met 4

appartementen gebouwd worden.

Gesloten bebouwing (= het volledig aan elkaar bouwen van woningen) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 6 meter en

de perceeldiepte minimum 40 meter.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

JA: 1 NEEN: 14

JA: 0 NEEN: 15

JA: 12 NEEN: 3

JA: 13 NEEN: 2

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 15 NEEN: 0

De tuinzone moet minstens 50% van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 13 NEEN: 2

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 11 NEEN: 2

JA: 2 NEEN: 13

JA: 10 NEEN: 3

Er moet voldoende rust zijn in de wijk. JA: 15 NEEN: 0

Er moet voldoende groene ruimte zijn. JA: 15 NEEN: 0

Bij deze vierde halte werd door een van onze wandelaars de suggestie gedaan om hier op termijn

ook kangoeroewoningen toe te laten. Daarnaast maakte iemand, die niet akkoord gaat met

appartementen en gesloten bebouwing, de opmerking dat we al dicht genoeg bij elkaar wonen.

39


Halte 5 – Buitengebied Wezelsbaantje

De woningen bevinden zich te sterk in buitengebied en zouden op termijn

best verdwijnen.

Enkel open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum

30 meter is toegelaten.

JA: 7 NEEN: 7

JA: 8 NEEN: 0

De perceelbreedte bedraagt minstens 20 meter. JA: 6 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 7 NEEN: 1

De voorgevel van de woning is minstens 8 meter breed. JA: 7 NEEN: 1

De woning is minstens 8 meter diep. JA: 7 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 8 NEEN: 0

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 7 NEEN: 2

Horecazaken zijn toegelaten in het kader van toerisme. JA: 3 NEEN: 6

Hier kregen we de opmerking dat men de eigenaars van de woningen die zouden moeten

verdwijnen, dient te vergoeden. Iemand anders stelt dat dit stukje buitengebied ideaal zou zijn voor

bijvoorbeeld een B&B of voor mensen, die paarden houden.

40


Halte 6 – Verkaveling Goorbaan

Enkel open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) is toegelaten. JA: 9 NEEN: 4

Hier mogen appartementsblokken van 2 verdiepingen en met 4

appartementen gebouwd worden.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 2 NEEN: 9

JA: 7 NEEN: 4

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 14 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 14 NEEN: 1

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

JA: 10 NEEN: 2

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 13 NEEN: 2

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 3 NEEN: 12

Hier wordt gesteld dat handelszaken enkel thuishoren in het dorp.

Halte 7 – Stukje Blaubergsesteenweg

Grote winkels horen niet thuis in een kleine kern als Blauberg. Ze worden best

in de kern van Herselt of Ramsel ondergebracht.

JA: 14 NEEN: 1

Iemand vulde hier aan dat de leefbaarheid van een woonplaats wordt bekomen door de

aanwezigheid van: een supermarkt, een dokter, een apotheek, een bank, een school, een bakker, een

slager en ontmoetingslokalen.

41


Halte 8 – Verkaveling Zandstraat

Enkel open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum

30 meter is toegelaten.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Halfopen bebouwing (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 11 NEEN: 1

JA: 2 NEEN: 11

JA: 7 NEEN: 7

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 14 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 14 NEEN: 1

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

JA: 9 NEEN: 2

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 13 NEEN: 2

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 3 NEEN: 12

Bij deze halte wordt gesuggereerd om hier niets meer bij te bouwen. Een ander voorstel is om de

percelen toch wat minder diep te bepalen. Voor appartementen staat men hier in Blauberg niet te

springen, al acht iemand dit wel mogelijk aan het begin van de Blaubergsesteenweg.

42


Halte 9 – Verkaveling Groenstraat

Hier mogen appartementsblokken van 2 verdiepingen en met 4

appartementen gebouwd worden.

Gesloten bebouwing (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 6 meter en

de perceeldiepte minimum 40 meter.

Halfopen bebouwing (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

JA: 1 NEEN: 14

JA: 2 NEEN: 13

JA: 9 NEEN: 5

JA: 11 NEEN: 1

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 14 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 14 NEEN: 1

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 11 NEEN: 2

JA: 10 NEEN: 5

JA: 11 NEEN: 2

Er moet voldoende rust zijn in de wijk. JA: 15 NEEN

Er moet voldoende groene ruimte zijn. JA: 15 NEEN

Voor deze wijk geven twee mensen aan dat handelszaken wél mogelijk zouden kunnen zijn in het

begin van de Groenstraat, tegen de dorpskom. Verder wordt ook hier gesuggereerd om niet bij te

bouwen.

43


Halte 10 – Verkaveling Sparstraat

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer …

gebouwd worden.

JA: 6 NEEN: 9

JA: 3 NEEN: 12

JA: 3 NEEN: 12

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 15 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 5 NEEN: 6

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 14 NEEN: 1

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 13 NEEN: 0

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 14 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 14 NEEN: 1

Twee mensen suggereerden bij deze halte om ook halfopen bebouwing hier toe te laten.

44


Halte 11 – verkaveling Zonnige Kempen

Hier mogen appartementsblokken van 2 verdiepingen en met 4

appartementen gebouwd worden.

Gesloten bebouwing (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 6 meter en

de perceeldiepte minimum 40 meter.

Halfopen bebouwing (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

JA: 7 NEEN: 5

JA: 10 NEEN: 2

JA: 11 NEEN: 1

JA: 9 NEEN: 2

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 11 NEEN: 1

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 7 NEEN: 5

JA: 4 NEEN: 8

Voor deze aparte zone zijn twee mensen van mening dat deze verkaveling dus ook volledig (en best)

apart ontwikkeld kan worden. Daarnaast wordt hier ook wel een mogelijkheid gezien voor een

project met kleine eengezinswoningen en ouderenwoningen.

45


Halte 12 – Waterven

Enkel open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum

30 meter is toegelaten.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Halfopen bebouwing (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 15 NEEN: 0

JA: 1 NEEN: 13

JA: 3 NEEN: 11

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 14 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 15 NEEN: 0

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

JA: 7 NEEN: 4

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 13 NEEN: 2

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 3 NEEN: 12

Voor deze verkaveling wordt voorgesteld om hier niets meer bij te bouwen.

46


Halte 13 – Buitengebied Binnenveldstraat

De woningen bevinden zich te sterk in buitengebied en zouden op termijn

best verdwijnen. Dit kan uiteraard enkel door de eigenaars een

schadevergoeding te betalen ter waarde van het goed.

Enkel open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum

30 meter is toegelaten.

JA: 9 NEEN: 5

JA: 8 NEEN: 0

De perceelbreedte bedraagt minstens 20 meter. JA: 7 NEEN: 1

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 7 NEEN: 1

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 7 NEEN: 1

De voorgevel van de woning is minstens 8 meter breed. JA: 8 NEEN: 0

De woning is minstens 8 meter diep. JA: 8 NEEN: 0

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 8 NEEN: 0

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 6 NEEN: 3

Horecazaken zijn toegelaten in het kader van toerisme. JA: 3 NEEN: 6

47


Halte 14 – Berkenveld

De woningen bevinden zich te sterk in buitengebied en zouden op termijn

best verdwijnen.

Enkel open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum

30 meter is toegelaten.

JA: 1 NEEN: 13

JA: 13 NEEN: 1

De perceelbreedte bedraagt minstens 20 meter. JA: 10 NEEN: 4

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 12 NEEN: 2

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 13 NEEN: 1

De voorgevel van de woning is minstens 8 meter breed. JA: 12 NEEN: 2

De woning is minstens 8 meter diep. JA: 13 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 14 NEEN: 0

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 12 NEEN: 2

Horecazaken zijn toegelaten in het kader van toerisme. JA: 2 NEEN: 12

Hier stelt men dat men woningen, die enigszins gegroepeerd staan, zeker niet mag doen verdwijnen.

Iemand ander zegt aanvullend dat hier best veel mensen heel graag wonen.

48


Halte 15 – Buitengebied Binnenheide

De woningen bevinden zich te sterk in buitengebied en zouden op termijn

best verdwijnen. Dit kan uiteraard enkel door de eigenaars een

schadevergoeding te betalen ter waarde van het goed.

JA: 9 NEEN: 5

Enkel open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) is toegelaten. JA: 7 NEEN: 0

De perceelbreedte bedraagt minstens 20 meter. JA: 5 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 6 NEEN: 1

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 6 NEEN: 1

De voorgevel van de woning is minstens 8 meter breed. JA: 6 NEEN: 1

De woning is minstens 8 meter diep. JA: 7 NEEN: 0

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 7 NEEN: 0

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 6 NEEN: 2

Horecazaken zijn toegelaten in het kader van toerisme. JA: 2 NEEN: 6

Halte 16 – Buitengebied Bremheide

Enkel open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een

perceelbreedte van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum

30 meter is toegelaten.

JA: 7 NEEN: 4

De perceelbreedte bedraagt minimum 20 meter. JA: 6 NEEN: 5

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 6 NEEN: 5

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 6 NEEN: 5

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 7 NEEN: 4

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 6 NEEN: 5

Horecazaken zijn toegelaten in het kader van toerisme. JA: 3 NEEN: 8

Bij deze halte geven 5 mensen aan dat er op lange termijn geen bebouwing meer wenselijk is hier.

49


Halte 17 – Sint-Corneliuskapel

De Sint-Corneliuskapel moet bewaard worden als waardevol gebouw. JA: 13 NEEN: 1

Net zoals bij de kerk en de pastorij kwam ook hier de opmerking boven dat dit gebouw niet op kosten

van de belastingbetaler mag behouden blijven.

Halte 18 – Averbodesesteenweg net voor de Dorpskom

Hier mogen appartementsblokken van 2 verdiepingen en met 4

appartementen gebouwd worden.

Gesloten bebouwing (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 6 meter en

de perceeldiepte minimum 40 meter.

Halfopen bebouwing (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

JA: 2 NEEN: 11

JA: 1 NEEN: 12

JA: 14 NEEN: 0

JA: 13 NEEN: 1

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 13 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 13 NEEN: 1

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 12 NEEN: 2

JA: 14 NEEN: 0

JA: 5 NEEN: 4

Er moet voldoende rust zijn in de wijk. JA: 7 NEEN: 1

Er moet voldoende groene ruimte zijn. JA: 14 NEEN: 0

50


Algemene opmerkingen – Blauberg

Tot slot waren er nog enkele mensen, die achteraan in de brochure nog een aantal algemene

opmerkingen voor ons achterlieten. Hierbij het overzicht:

- Drie mensen stellen dat men moet opletten bij het opsplitsen van woningen, vermits mensen

voldoende plaats nodig hebben om te leven. Eén persoon legt de minimumperceelgrootte

voor een splitsing op 15 are.

- Men moet goed nadenken over de implementatie van parkeerruimte, wil men minstens 30%

tuinzone kunnen garanderen.

- Men dient handelszaken te concentreren en buiten de woonwijken te houden.

- Er zou dichter gebouwd moeten worden in het centrum; buiten de dorpskern moet de

openheid bewaard blijven. / Gelijkaardig: voorzie zones voor mensen die dicht op mekaar

willen wonen, maar denk ook aan de mensen die het anders willen.

- Wonen moet voor iedereen betaalbaar zijn. / Wonen moet goedkoper kunnen.

- Wie open ruimte wil, moet meer in de hoogte bouwen. Waar er dan appartementen kunnen

komen, is een andere kwestie.

- Is een voortuin wel nodig? Het zou in elk geval plaats besparend zijn om een voortuin niet

systematisch in te calculeren.

- Echt oude woningen moeten afgebroken kunnen worden met het oog op nieuwbouw.

- Verdichting dreigt een gevaar te vormen voor de privacy (inkijk).

- Men moet realistisch en op lange termijn denken.

- We moeten af van lintbebouwing.

Conclusie

Wanneer we de resultaten van deze wandelbrochure van Blauberg vergelijken met de voorstellen

van de Burgeradvieskring, stellen we vast dat onze wandelaars globaal genomen de mening van de

Kring delen. Het mag wel heel duidelijk zijn dat onze inwoners van Blauberg heel erg gesteld zijn op

hun open ruimtes. Zo zijn ze – in tegenstelling tot de Burgeradvieskring – absoluut nergens te vinden

voor de bouw van appartementen of voor gesloten bebouwing, uitgezonderd eventueel de

dorpskom. Voor halfopen bebouwing is men wat meer verdeeld. Ook op het volledig laten

verdwijnen van woningen in het ruime buitengebied is men niet zo happig. Daarnaast is men

duidelijk ook erg gesteld op de rust, die met de open ruimte gepaard gaat; waar de Kring op sommige

plaatsen nog voorstander is van handelszaken waar men 12 maal of minder per jaar komt of van

horecazaken die tegemoet komen aan het toerisme, botsen deze voorstellen op een njet van een

merendeel van onze wandelaars.

51


Zondag 28 augustus 2016 – Bergom

Voor de wandelbrochure van Bergom mochten we 29 ingevulde exemplaren ontvangen. Wel dient

opgemerkt te worden dat we bij heel wat vragen ook onthoudingen hebben genoteerd. Hier en daar

hebben mensen zowel ja als neen aangeduid.

Gelieve hierbij de wandelkaart met de verschillende etappes, een overzicht van de verschillende

stappen en de bijhorende resultaten te vinden.

3

1

9

12

11

5

2

4

4

8

3

10

10

10

6

7

52


Halte 1 – Verkaveling Hoge Dreef

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Gesloten bebouwing (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 6 meter en

de perceeldiepte minimum 40 meter.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

JA: 1 NEEN: 28

JA: 8 NEEN: 20

JA: 28 NEEN: 0

JA: 19 NEEN: 9

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 27 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 28 NEEN: 0

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer …

gebouwd worden.

JA: 16 NEEN: 14

Horecazaken zijn toegelaten. JA: 7 NEEN: 21

Vrije beroepen (bijvoorbeeld een boekhouder, een huisarts, een advocaat)

met een beperkte praktijkruimte zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 16 NEEN: 14

JA: 22 NEEN: 6

JA: 14 NEEN: 14

Voor deze schoolomgeving geven twee mensen aan dat deze best niet te druk bebouwd wordt.

Iemand anders is van mening dat appartementen een te ingrijpende verandering zouden betekenen.

Anderen zien geen heil in extra groene ruimte of zien er ook de ruimte niet voor. Nog iemand anders

ziet wel mogelijkheden om zowel open, halfopen als gesloten bebouwing toe te laten, maar met

hetzelfde voorgeveluitzicht.

53


Halte 2 – Verkavelingen Varendonksesteenweg

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 28 NEEN: 0

JA: 10 NEEN: 16

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 27 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 22 NEEN: 1

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

Vrije beroepen (bijvoorbeeld een boekhouder, een huisarts, een advocaat)

met een beperkte praktijkruimte zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 15 NEEN: 13

JA: 15 NEEN: 13

JA: 21 NEEN: 6

JA: 11 NEEN: 16

Er moet voldoende rust zijn in de wijk. JA: 28 NEEN: 0

Er moet voldoende groene ruimte zijn. JA: 28 NEEN: 0

Halte 3 – Berglaan-Witbergen

Verschillende leden van de G111 willen de Denneboshoeve langs de

Berglaan bewaren als waardevol.

Verschillende leden van de G111 willen de Mariagrot langs de Witbergen

bewaren als waardevol.

JA: 20 NEEN: 4

JA: 28 NEEN: 0

De vier ‘neen’-knikkers geven hier allemaal aan dat de Denneboshoeve reeds in renovatie is,

waardoor ze dus ook niet meer authentiek is.

54


Halte 4 – Verkavelingen Berglaan

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 29 NEEN: 0

JA: 9 NEEN: 19

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 28 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 24 NEEN: 0

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

Vrije beroepen (bijvoorbeeld een boekhouder, een huisarts, een advocaat)

met een beperkte praktijkruimte zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 28 NEEN: 0

JA: 28 NEEN: 1

JA: 22 NEEN: 6

JA: 9 NEEN: 19

Er moet voldoende rust zijn in de wijk. JA: 29 NEEN: 0

Er moet voldoende groene ruimte zijn. JA: 29 NEEN: 0

Net als in de schoolomgeving wordt hier aangegeven dat er weinig kans op succes zou zijn voor

gemeenschappelijke groene ruimte.

55


Halte 5 – Verkaveling Bergomsestraat

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 22 NEEN: 7

JA: 20 NEEN: 9

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 24 NEEN: 5

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 20 NEEN: 5

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer …

gebouwd worden.

JA: 14 NEEN: 15

Horecazaken zijn toegelaten. JA: 0 NEEN: 29

Vrije beroepen (bijvoorbeeld een boekhouder, een huisarts, een advocaat)

met een beperkte praktijkruimte zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 12 NEEN: 17

JA: 23 NEEN: 6

JA: 13 NEEN: 16

Vier mensen die liever geen horeca en vrije beroepen in deze zone zien opduiken, motiveerden hun

‘neen’ met het feit dat de weginfrastructuur zich hiertoe onvoldoende lenen. Verder spraken ook

twee mensen zich uit over de plaats van gemeenschappelijk groen: de ene wil dit voorzien op een

nog leeg perceel, de andere heeft een systeem voor ogen van centrale bebouwing met rondom

gemeenschappelijk groen.

56


Halte 6 – Hertbergweg

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte van

minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is toegelaten.

JA: 27 NEEN: 2

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is mogelijk. De

perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en de perceeldiepte

minimum 23 meter.

JA: 7 NEEN: 22

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 28 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 24 NEEN: 0

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze opgesplitst

worden in 2 woningen.

JA: 22 NEEN: 6

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 26 NEEN: 3

Iemand suggereert dat een eethuisje hier wel mogelijk is.

Halte 7 – Kipdorp

De woningen bevinden zich te sterk in buitengebied en zouden op termijn

best verdwijnen. Dit kan uiteraard enkel door de eigenaars een

schadevergoeding te betalen ter waarde van het goed.

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

JA: 7 NEEN: 22

JA: 23 NEEN: 6

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 26 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 24 NEEN: 0

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

JA: 16 NEEN: 12

Horecazaken zijn toegelaten in het kader van toerisme. JA: 20 NEEN: 7

57


Bij deze halte kwamen de opmerkingen voort uit de eerste stelling, waarbij geopperd wordt dat de

woningen in dit buitengebied op termijn best verdwijnen. Twee wandelaars halen hierbij aan dat

onteigening enkel mogelijk is, mits toestemming van de eigenaar. Een derde persoon haalt aan dat

het misschien beter is om in eerste instantie de kriskras verspreide zomerverblijven in bos- en

agrarisch gebied aan te pakken. Nog twee anderen zijn van mening dat sommige woningen hier

historische waarde hebben en dus niet mogen verdwijnen. Verder, gesuggereerd door drie van de

wandelaars, is het wenselijk dat men hier niet aan woonuitbreiding gaat doen, maar dat de

bestaande woningen wel mogen blijven.

Halte 8 – Halfbunder

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 24 NEEN: 5

JA: 9 NEEN: 20

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 24 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 23 NEEN: 0

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

JA: 21 NEEN: 7

Handelszaken zijn niet toegelaten. JA: 19 NEEN: 9

Bijkomende vraag:

Er is op uw linkerkant open ruimte die volgens de huidige plannen kan

ontwikkeld worden voor sociale huisvesting. Is het wenselijk om deze zone

te benutten voor sociale woningbouw?

JA: 5 NEEN: 24

Het mag duidelijk zijn dat velen niet staan te springen voor de idee van sociale huisvesting hier.

Welgeteld zes wandelaars geven aan dat er immers al een sociale wijk is in Bergom. Twee mensen

geven aan dat dit ten koste zal gaan van het groen en nog twee anderen vrezen voor overlast. Nog

anderen menen dat dit tout court geen geschikte plaats is en dat sociale huisvesting een betere plek

in de andere woonkernen kan krijgen. Bovendien geven twee deelnemers aan dat ook de nodige

voorzieningen niet aanwezig zijn hiervoor.

58


Halte 9 – Het Molenhuis

Verschillende leden van de G111 willen het Molenhuis langs de Oude Baan

107 bewaren als waardevol.

JA: 22 NEEN: 2

Halte 10 – Verkavelingen Heide en Zonnige Kempen

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 28 NEEN: 1

JA: 7 NEEN: 22

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 28 NEEN: 1

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 23 NEEN: 3

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

Vrije beroepen (bijvoorbeeld een boekhouder, een huisarts, een advocaat)

met een beperkte praktijkruimte zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 16 NEEN: 13

JA: 15 NEEN: 14

JA: 22 NEEN: 6

JA: 11 NEEN: 17

Er moet voldoende rust zijn in de wijk. JA: 29 NEEN: 0

Er moet voldoende groene ruimte zijn. JA: 29 NEEN: 0

59


Halte 11 – Centrum Bergom

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Gesloten bebouwing (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 6 meter en

de perceeldiepte minimum 40 meter.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter

en de perceeldiepte minimum 23 meter.

Open bebouwing (= woningen staan los van elkaar) met een perceelbreedte

van minimum 20 meter en een perceeldiepte van minimum 30 meter is

toegelaten.

JA: 9 NEEN: 20

JA: 16 NEEN: 13

JA: 25 NEEN: 4

JA: 21 NEEN: 7

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 25 NEEN: 3

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 21 NEEN: 5

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer …

gebouwd worden.

JA: 29 NEEN: 0

Horecazaken zijn toegelaten. JA: 29 NEEN: 0

Vrije beroepen (bijvoorbeeld een boekhouder, een huisarts, een advocaat)

met een beperkte praktijkruimte zijn toegelaten.

Als de woning minstens 200 vierkante meter leefruimte bevat, mag ze

opgesplitst worden in 2 woningen.

De percelen kunnen verkleind worden, op voorwaarde dat er extra

gemeenschappelijke groene ruimte gecreëerd wordt.

JA: 28 NEEN: 0

JA: 22 NEEN: 7

JA: 14 NEEN: 14

Twee mensen geven aan dat ze eventueel wél een mogelijkheid voor de bouw van appartementen

zien, maar enkel op de plaats van café Bergomhof.

60


Halte 12 – Waardevolle gebouwen in Bergom

De kerk moet bewaard worden als waardevol gebouw. JA: 25 NEEN: 1

Het plein langs de Diestsebaan met de Maarschalkkapel moet bewaard

worden als iets waardevols.

JA: 29 NEEN: 0

Algemene opmerkingen – Bergom

Tot slot waren er nog enkele mensen, die achteraan in de brochure nog een aantal algemene

opmerkingen voor ons achterlieten. Hierbij het overzicht:

- Bovenal stellen een zevental mensen dat het rustige, groene karakter van Bergom behouden

moet blijven.

- Om een zekere rust te creëren, zou er bij gesloten en halfopen bebouwing in dezelfde stijl

gewerkt moeten worden.

- Er zijn al genoeg appartementen in Bergom.

- Bergom trekt steeds meer dagtoerisme: inwoners hebben er niet om gevraagd en domein

Hertberg kampt met schade.

- Bijkomend moet er niet teveel meer in faciliteiten geïnvesteerd worden; wie daar in

geïnteresseerd is, trekt wel naar bijvoorbeeld Westerlo.

- Er zijn reeds voldoende woonwijken.

- Industrie in de dorpskern zorgt voor zwaar verkeer.

- Wat ‘erfgoed’ betreft, geven twee mensen aan dat ook ‘Het Hutteke’ bewaard moet blijven,

evenals het Kempisch Huisje.

Conclusie

Wanneer we de resultaten van deze wandelbrochure van Bergom vergelijken met de voorstellen van

de Burgeradvieskring, stellen we vast dat onze wandelaars globaal genomen de mening van de Kring

delen. Het mag wel heel duidelijk zijn dat onze inwoners van Bergom, net zoals die uit Blauberg, heel

erg gesteld zijn op hun open ruimtes. Zo zijn ze – in tegenstelling tot de Burgeradvieskring – absoluut

nergens te vinden voor de bouw van appartementen of voor gesloten bebouwing. Ook over halfopen

bebouwing is men niet laaiend enthousiast. In tegenstelling tot de inwoners van Blauberg, lijkt men

hier wel net iets meer open te staan voor horeca – al ziet men dit niet op alle door de Kring

gesuggereerde plaatsen – of handelszaken. Deze laatsten krijgen een overduidelijke plek in het

centrum, terwijl ze buiten het centrum wel eerder geweerd worden. Tot slot is men ook in deze

woonkern niet meteen te vinden voor het verkleinen van percelen, in ruil voor extra groene ruimte.

61


Zondag 28 augustus 2016 – Ramsel

Voor de wandelbrochure van Ramsel mochten we 33 ingevulde exemplaren ontvangen. Wel dient

opgemerkt te worden dat doorgaans slechts 32 deelnemers alle vragen beantwoord hebben.

‘Nummer 33’ vulde slechts sporadisch vragen in.

Gelieve hierbij de wandelkaart met de verschillende etappes, een overzicht van de verschillende

stappen en de bijhorende resultaten te vinden.

6

4

3

5

2

9

7

8

9

18

19

17

15

1

20

14

16

11

10

12

13

62


Halte 1 – Centrum Ramsel

De woning met huisnummer 1, ‘Het Kasteeltje’ genoemd, langs de

Westmeerbeeksesteenweg is te beschouwen als waardevol en moet bewaard

blijven.

JA: 31 NEEN: 2

De kerk is te beschouwen als waardevol en moet bewaard worden. JA: 33 NEEN: 0

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

Langs deze straat mogen grote handelszaken tot maximum 700 m2, die

regelmatig door de inwoners van Herselt bezocht worden, zoals een

grootwarenhuis, gebouwd worden.

JA: 3 NEEN: 29

JA: 30 NEEN: 3

JA: 32 NEEN: 1

JA: 33 NEEN: 0

JA: 32 NEEN: 0

JA: 33 NEEN: 0

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 32 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 20 NEEN: 12

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 33 NEEN: 0

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 30 NEEN: 2

63


Halte 2 – Verkaveling Achter Kennes

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

JA: 33 NEEN: 0

JA: 33 NEEN: 0

JA: 2 NEEN: 30

JA: 14 NEEN: 18

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 18 NEEN: 14

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 33 NEEN: 0

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 31 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 30 NEEN: 2

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 25 NEEN: 7

64


Halte 3 – Kapelleweg

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

JA: 30 NEEN: 2

JA: 31 NEEN: 2

JA: 2 NEEN: 30

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 16 NEEN: 16

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 28 NEEN: 4

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

De kapelletjes in Ramsel zijn te beschouwen als waardevol en moeten

bewaard worden

JA: 11 NEEN: 21

JA: 33 NEEN: 0

Bij deze halte wordt door twee mensen gesteld dat men hier niets meer zou mogen bouwen, vermits

het hier geen dorpskern meer betreft.

65


Halte 4 – Verkaveling Kapelleweg

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

JA: 30 NEEN: 2

JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 0 NEEN: 32

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 28 NEEN: 4

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 11 NEEN: 21

Ook hier gaven twee wandelaars aan dat het beter is om hier nergens woningen bij te bouwen,

vermits dit gebied buiten de dorpskern ligt.

66


Halte 5 - Steenovens

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

JA: 29 NEEN: 2

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

JA: 13

NEEN:18

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 27 NEEN: 4

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 0 NEEN: 32

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 27 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 27 NEEN: 4

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 27 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 27 NEEN: 4

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 2 NEEN: 30

Ook hier gaven twee wandelaars aan dat het beter is om hier nergens woningen bij te bouwen,

vermits dit gebied buiten de dorpskern ligt.

Halte 6 – Strokapel

De Strokapel in Ramsel is een geklasseerd monument en moet in de toekomst

ook zo bewaard worden

JA: 32 NEEN: 0

67


Halte 7 - Begijnendijksesteenweg

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 0 NEEN: 32

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 28 NEEN: 4

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

Langs deze straat mogen grote handelszaken tot maximum 700 m2, die

regelmatig door de inwoners van Herselt bezocht worden, zoals een

grootwarenhuis, gebouwd worden.

JA: 11 NEEN: 21

JA: 11 NEEN: 21

Ook hier gaven twee wandelaars aan dat het beter is om hier nergens woningen bij te bouwen,

vermits dit gebied buiten de dorpskern ligt.

68


Halte 8 – Stationstraat

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

JA: 32 NEEN: 0

JA: 32 NEEN: 0

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 29 NEEN: 3

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 12 NEEN: 20

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 30 NEEN: 2

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

Langs deze straat mogen grote handelszaken tot maximum 700 m2, die

regelmatig door de inwoners van Herselt bezocht worden, zoals een

grootwarenhuis, gebouwd worden.

JA: 32 NEEN: 0

JA: 27 NEEN: 5

69


Halte 9 – Parallel met ‘de route’

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

JA: 30 NEEN: 2

JA: 3 NEEN: 30

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 0 NEEN: 32

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 28 NEEN: 4

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

Langs deze straat mogen grote handelszaken tot maximum 700 m2, die

regelmatig door de inwoners van Herselt bezocht worden, zoals een

grootwarenhuis, gebouwd worden.

JA: 3 NEEN: 29

JA: 3 NEEN: 29

Twee mensen geven hier aan dat het niet wenselijk is om hier te bouwen, vermits zij dit aangeven als

een goede plaats om ruimte te creëren voor de Herseltse jeugd.

Halte 10 – Fietspad Aarschot-Herentals en de Bergenvilla

Het fietspad Aarschot- Herentals mag beschouwd worden als waardevol en

moet bewaard worden.

De Bergenvilla in de Bergstraat mag beschouwd worden als waardevol en

moet bewaard worden.

JA: 30 NEEN: 2

JA: 29 NEEN: 3

70


Halte 11 – Verkaveling Bergstraat

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

JA: 32 NEEN: 0

JA: 4 NEEN: 28

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 2 NEEN: 30

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 30 NEEN: 2

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 13 NEEN: 19

71


Halte 12 - Gustaaf Vandenheuvelstraat

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

JA: 32 NEEN: 0

JA: 24 NEEN: 9

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 2 NEEN: 30

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 30 NEEN: 2

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

Langs deze straat mogen grote handelszaken tot maximum 700 m2, die

regelmatig door de inwoners van Herselt bezocht worden, zoals een

grootwarenhuis, gebouwd worden.

JA: 32 NEEN: 0

JA: 22 NEEN: 11

Halte 13 - Roteinde

Hier mogen in de toekomst sociale woningen met 2 verdiepingen blijven in

open bebouwing (=waarbij de woningen los van elkaar staan).

Hier mogen in de toekomst sociale woningen met 2 verdiepingen blijven, in

halfopen bebouwing (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan).

JA: 31 NEEN: 2

JA: 31 NEEN: 2

Twee mensen merken op dat hier beter niets wordt bijgebouwd, omdat het reeds vol genoeg staat

hier.

72


Halte 14 – Oude Steenovenweg

In het begin van de straat mogen woningen gebouwd worden met 2

verdiepingen, open gebouwd. (=waarbij de woningen los van elkaar staan)

JA: 32 NEEN: 0

Dichter tegen het centrum van Ramsel mogen woningen gebouwd worden

met 2 verdiepingen, halfopen gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen

elkaar staan)

JA: 32 NEEN: 0

De eerste meters in de straat te beginnen van de Gust Vandenheuvelstraat

mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

JA: 18 NEEN: 14

De eerste meters in de straat te beginnen van de Gust Vandenheuvelstraat

mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

JA: 30 NEEN: 3

JA: 14 NEEN: 18

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 3 NEEN: 28

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 29 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 30 NEEN: 2

73


Halte 15 – Schoolstraat

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

JA: 30 NEEN: 2

JA: 30 NEEN: 2

JA: 2 NEEN: 30

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 9 NEEN: 23

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 28 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 28 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 28 NEEN: 4

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten. JA: 30 NEEN: 2

Halte 16 - Kleiput

De kleiput mag beschouwd worden als waardevol en moet bewaard worden. JA: 24 NEEN: 8

74


Halte 17 – Dirksland

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

JA: 32 NEEN: 0

JA: 32 NEEN: 0

JA: 2 NEEN: 30

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 18 NEEN: 14

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 30 NEEN: 2

Halte 18 – Gebouwen Stationstraat

De Oude jongensschool, Stationstraat 53, mag beschouwd worden als

waardevol en moet bewaard worden.

Het oude gemeentehuis, Stationstraat 51, mag beschouwd worden als

waardevol en moet bewaard worden.

De pastorie, Stationstraat 49, mag beschouwd worden als waardevol en moet

bewaard worden.

JA: 19 NEEN: 13

JA: 21 NEEN: 11

JA: 27 NEEN: 5

75


Halte 19 - Stationstraat

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

Langs deze straat mogen grote handelszaken tot maximum 700 m2, die

regelmatig door de inwoners van Herselt bezocht worden, zoals een

grootwarenhuis, gebouwd worden.

JA: 2 NEEN: 30

JA: 30 NEEN: 2

JA: 32 NEEN: 0

JA: 32 NEEN: 0

JA: 32 NEEN: 0

JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 11 NEEN: 21

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn.

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn.

JA: 30 NEEN: 2

JA: 30 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 30 NEEN: 2

76


Halte 20 – Kerkplein

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(=waarbij de woningen los van elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

JA: 2 NEEN: 30

JA: 30 NEEN: 2

JA: 32 NEEN: 0

JA: 32 NEEN: 0

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

Langs deze straat mogen grote handelszaken tot maximum 700 m2, die

regelmatig door de inwoners van Herselt bezocht worden, zoals een

grootwarenhuis, gebouwd worden.

JA: 32 NEEN: 0

JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 19 NEEN: 13

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 30 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 29 NEEN: 3

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 30 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 29 NEEN: 3

77


Algemene opmerkingen – Ramsel

Tot slot waren er nog enkele mensen, die achteraan in de brochure nog een aantal algemene

opmerkingen voor ons achterlieten. Hierbij het overzicht:

- Twee mensen geven aan dat de groene, open ruimtes gekoesterd moeten worden.

- De brochure gaat, met uitzondering van Roteinde, vooral welstellende mensen aan, terwijl er

nood is aan betaalbare woningen, vooral voor jongeren en alleenstaanden.

Conclusie

Wanneer we de resultaten van deze wandelbrochure van Ramsel vergelijken met de voorstellen van

de Burgeradvieskring, stellen we vast dat onze wandelaars globaal genomen de mening van de Kring

delen. Maar net zoals in Blauberg en Bergom, zijn ook mensen in Ramsel bijzonder gehecht aan de

open ruimten. Dit uit zich ditmaal niet zozeer in het consequent ‘verzet’ tegen appartementen –

want die kunnen nu wel een plekje in het centrum krijgen –, maar wel vooral in het feit dat men

verdichting enkel een optie lijkt te vinden in het eigenlijke centrum, in de ‘binnenste zone’, als we

even terugdenken aan de luchtfoto’s. Hier is bijvoorbeeld plaats voor appartementen, gesloten

bebouwing en kleine handelszaken. Van zodra we net iets buiten deze zone kijken, zien we een grote

voorkeur voor open bebouwing; zelfs voor halfopen bebouwing staat men niet altijd open. Wat in dit

kader ook heel erg opvalt, is dat men echt gesteld is op ‘ruim wonen’; quasi elke keer de stelling

opdook, gaven de wandelaars immers aan dat ze 10 meter een te lage maximum breedte voor een

woning vinden. Waar de Kring meer buiten het centrum ook ruimte zag voor handelszaken met een

maandelijkse bezoekfrequentie en grote handelszaken, zoals een warenhuis, werden dit meer dan

eens door de inwoners afgewezen.

78


Zondag 4 september 2016 – Herselt

Voor de wandelbrochure van Herselt mochten we 41 ingevulde exemplaren ontvangen. Wel dient

hierbij opgemerkt te worden dat men zich bij sommige vragen onthouden heeft.

Gelieve hierbij de wandelkaart met de verschillende etappes, een overzicht van de verschillende

stappen en de bijhorende resultaten te vinden.

16 16

17

17

6

7

8

9

9

16

18

19

5

1

4

2

3

10

12

11

15

15

14

14

13

79


Halte 1 – Kerkstraat

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer …

gebouwd worden.

JA: 37 NEEN: 4

JA: 29 NEEN: 10

JA: 30 NEEN: 7

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 1

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 37 NEEN: 2

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 32 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 3

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 3

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 33 NEEN: 8

Bij deze halte werd de bezorgdheid uitgedrukt omtrent de aanwezigheid van de school en het gebrek

aan parkeergelegenheid; men is van mening dat appartementen en handelszaken moeten kunnen,

mits er voldoende maatregelen worden genomen voor een veilige omgeving en groene mobiliteit.

Iemand anders stelt dat 2 autostaanplaatsen niet nodig zijn voor élk perceel en dat soms 1 plaats

voldoende kan zijn.

80


Halte 2 – Verkaveling Huisakkers

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, halfopen

gebouwd. (=waarbij twee woningen tegen elkaar staan)

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 41 NEEN: 0

JA: 6 NEEN: 35

JA: 4 NEEN: 36

JA: 9 NEEN: 30

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 15 NEEN: 25

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 38 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 3

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 3

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 34 NEEN: 7

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 16 NEEN: 24

Bij deze halte kregen we de suggestie dat men maximum 3 aaneengesloten woningen bouwt. Ook

ziet deze persoon hier liever geen appartementen verschijnen.

81


Halte 3 – Stap

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 41 NEEN: 0

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 15 NEEN: 26

JA: 37 NEEN: 4

JA: 21 NEEN: 19

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 39 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 17 NEEN: 23

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 38 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 35 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 37 NEEN: 3

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 14 NEEN: 26

Hier gaf een van de wandelaars aan dat autostaanplaatsen in het geval van appartementen best

ondergronds voorzien kunnen worden.

82


Halte 4 – Dorp

De Kerk moet bewaard worden als waardevol gebouw. JA: 40 NEEN: 1

De open ruimte rond de kerk moet bewaard worden als waardevol. JA: 41 NEEN: 0

De huizenrij in het dorp nr. 75- 79 moet bewaard worden als waardevol. JA: 40 NEEN: 1

De pastorie moet bewaard worden als waardevol gebouw. JA: 39 NEEN: 2

Hier werd door een wandelaar aangegeven dat het dorpszicht zeker bewaard moet blijven en dat

appartementen hier dus niet aan de orde zijn. Elders werd aangehaald dat het groene pleintje aan

knooppunt 40 op de kaart absoluut behouden moet blijven.

Halte 5 – Verkaveling aan rotonde Dorp

Hier mogen woningen gebouwd worden met 3 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 3 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer …

gebouwd worden.

JA: 39 NEEN: 2

JA: 39 NEEN: 2

JA: 41 NEEN: 0

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 39 NEEN: 2

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 15 NEEN: 25

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 33 NEEN: 8

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 35 NEEN: 5

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 13 NEEN: 28

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 30 NEEN: 10

83


Hier werd aangegeven dat men geen probleem heeft met appartementen (Eén

persoon meent zelfs dat er ook meer dan 6 woongelegenheden per gebouw mogen

zijn.) en handelszaken in het centrum, op voorwaarde dat er rekening wordt

gehouden met voldoende parkeerruimte en de mogelijke verkeershinder. Verder is

men ook bekommerd om het uitzicht van het centrum en ziet men verbetering mogelijk, aangaande

de voorgevels, het onderhoud, de bloemen, een beperking van nachtwinkels en een voldoende

spreiding van groene pleintjes.

Halte 6 – Herentalsesteenweg

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

JA: 10 NEEN: 31

JA: 41 NEEN: 0

JA: 31 NEEN: 10

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 37 NEEN: 3

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 35 NEEN: 6

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 3

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 38 NEEN: 3

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 31 NEEN: 9

Hier geeft iemand aan dat er geen bezwaar is tegen het bouwen van 2 verdiepingen, maar wel tegen

het feit dat dit in een gesloten bebouwing zou gebeuren. Daarnaast is er wel ruimte om bij te

bouwen, maar moet men opletten dat het groene karakter hier behouden blijft.

84


Halte 7 - Kapkes

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

JA: 9 NEEN: 32

JA: 41 NEEN: 0

JA: 3 NEEN: 37

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 37 NEEN: 3

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 38 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 39 NEEN: 2

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 34 NEEN: 3

Halte 8 – De Kapelletjes

De Kappelletjes in Herselt moeten bewaard worden als waardevol gebouw. JA: 41 NEEN: 0

85


Halte 9 – verkavelingen Stippelberg

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd.

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

JA: 8 NEEN: 33

JA: 41 NEEN: 0

JA: 6 NEEN: 30

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 37 NEEN: 3

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 35 NEEN: 6

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 3

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 3

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 39 NEEN: 2

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 37 NEEN: 3

Twee wandelaars pikken hier in op de kwestie van de autostaanplaats: de ene haalt aan dat niet elk

gezin dit nodig heeft, de andere meent dat dit wenselijk kan zijn, maar niet verplicht zou mogen

worden. Verder vreest iemand bij de bouw van eventuele appartementen voor inkijk in de tuinen,

vanuit de blokken.

86


Halte 10 – Molenbergstraat

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer…

gebouwd worden.

JA: 12 NEEN: 29

JA: 17 NEEN: 24

JA: 37 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 38 NEEN: 2

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 37 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 38 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 37 NEEN: 4

87


Halte 11 – Maaiwanters

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 41 NEEN: 0

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 12 NEEN: 29

JA: 2 NEEN: 39

JA: 6 NEEN: 35

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 38 NEEN: 2

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 31 NEEN: 10

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 35 NEEN: 6

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 38 NEEN: 2

Hier werd de suggestie gedaan om niet te denken in rijenlang dezelfde woontypologie, maar om

misschien halfopen en open woningen met elkaar af te wisselen, opdat het open karakter bewaard

blijft. Verder haalt ook iemand aan dat de weginfrastructuur hier niet geschikt is voor veel verkeer,

dat handelszaken met zich zouden kunnen meebrengen.

88


Halte 12 - Molenbergstraat

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 41 NEEN: 0

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 25 NEEN: 16

JA: 24 NEEN: 17

JA: 29 NEEN: 12

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 38 NEEN: 2

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 35 NEEN: 6

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 38 NEEN: 2

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 39 NEEN: 2

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 37 NEEN: 3

Voor dit gebied wordt aangehaald dat er overstromingsmaatregelen nodig zijn. Daarnaast meent ook

iemand dat appartementen hier niet aan de orde zijn, omdat het dan een ‘rommeltje’ zou worden.

89


Halte 13 – Beningstraat

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(= woningen staan los van elkaar)

JA: 17 NEEN: 23

JA: 36 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 39 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 20 meter breed zijn. JA: 36 NEEN: 3

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 37 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 38 NEEN: 1

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 3

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 37 NEEN: 3

Iemand die niet opgezet is met het bouwen van woningen met verdiepingen, gaf hiervoor als

argument dat hoogbouw het groene karakter van de wijk in het gedrang kan brengen.

Halte 14 – Neerstraat

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(= woningen staan los van elkaar)

JA: 17 NEEN: 24

JA: 39 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 20 meter breed zijn. JA: 37 NEEN: 3

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 35 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 3

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 3

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 38 NEEN: 3

90


Halte 15 – Dieperstraat

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(= woningen staan los van elkaar)

JA: 17 NEEN: 24

JA: 38 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 39 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 20 meter breed zijn. JA: 36 NEEN: 3

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 34 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 35 NEEN: 3

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 35 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 37 NEEN: 3

Halte 16 – Limberg

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, open gebouwd.

(= woningen staan los van elkaar)

JA: 15 NEEN: 23

JA: 36 NEEN: 2

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 37 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 20 meter breed zijn. JA: 34 NEEN: 0

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 35 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 34 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 33 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 35 NEEN: 3

91


Halte 17 – Limberg richting Herentalsesteenweg

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

JA: 13 NEEN: 28

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

JA: 33 NEEN: 7

JA: 11 NEEN: 28

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 39 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 37 NEEN: 2

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 34 NEEN: 3

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 35 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 37 NEEN: 2

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 34 NEEN: 4

92


Halte 18 – Vest

Halfopen bebouwing (= waarbij twee woningen tegen elkaar staan) is

mogelijk. De perceelbreedte bedraagt dan per woning minimum 12 meter en

de perceeldiepte minimum 23 meter.

JA: 41 NEEN: 0

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Handelszaken waar u slechts 12 keer of minder per jaar naartoe gaat, zoals

een kapper of een schoenmaker, zijn toegelaten.

JA: 27 NEEN: 14

JA: 9 NEEN: 32

JA: 7 NEEN: 31

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 38 NEEN: 2

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 35 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 37 NEEN: 2

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 4

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 38 NEEN: 3

De tuinzone kan gemeenschappelijk zijn en bedraagt minstens 50% van de

totale oppervlakte van de hele verkaveling

JA: 38 NEEN: 2

Voor dit gebied gaf een deelnemer aan liever geen appartementen te hebben omwille van de

verkeersdrukte en omwille van het rommelige uitzicht.

93


Halte 19 – Kerkstraat

Hier mogen woningen gebouwd worden met 2 verdiepingen, aaneengesloten

gebouwd. (=het volledig aan elkaar bouwen van woningen)

Hier mogen appartementsblokken gebouwd worden van 2 verdiepingen met

maximum 6 appartementen.

Hier mogen kleine handelszaken, zoals een bakker, kapper, beenhouwer …

gebouwd worden.

JA: 33 NEEN: 8

JA: 27 NEEN: 14

JA: 30 NEEN: 11

De woningen moeten minstens 6 meter breed zijn. JA: 40 NEEN: 0

De woningen moeten maximum 10 meter breed zijn. JA: 37 NEEN: 3

Er moeten minstens 2 autostaanplaatsen voorzien worden op het perceel. JA: 37 NEEN: 4

De woningen moeten minstens 10 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 3

De percelen moeten minstens 30 meter diep zijn. JA: 36 NEEN: 5

De tuinzone moet minstens 50 % van de perceeloppervlakte bedragen. JA: 37 NEEN: 4

Een wandelaar haalt hier aan dat de laatste vier stellingen mogelijk niet zo makkelijk realiseerbaar

zijn in de dorpskern, omdat er te weinig ruimte zou zijn, moesten al deze stellingen over

autostaanplaatsen, woning- en perceeldiepte en de tuinzone in acht worden genomen. Verder

menen twee deelnemers dat het niet wenselijk is om handelszaken te vestigen in een doodlopende

straat, omwille van de verkeersdrukte. Tot slot wijst iemand op het feit dat de firma Rens te dicht

tegen de straatkant gelegen is en dat die op termijn beter naar achteren verhuist.

94


Algemene opmerkingen – Herselt

Tot slot waren er nog enkele mensen, die achteraan in de brochure nog een aantal algemene

opmerkingen voor ons achterlieten. Hierbij het overzicht:

- Men zou bestaande percelen van minimum 1000 vierkante meter moeten splitsen.

- Groene ruimtes moeten behouden blijven.

- Laat wie een stukje grond tussen twee huizen heeft, bouwen, indien de nutsvoorzieningen

voorhanden zijn.

- Voor oudere mensen zou het goed zijn, indien handelszaken, dokterspraktijken en kleinere

percelen zich in het centrum situeren. Een verkaveling à la Maaiwanters is dan ideaal voor

jongere gezinnen, die graag meer ruimte willen, in een groene en kindvriendelijke omgeving.

- Beperk het aantal appartementen en woonkernen, met het oog op voldoende rust.

- Houd rekening met de impact van het verkeer bij de opmaak van het RUP.

- Wat met de KMO’s? Die zijn nergens aan bod gekomen.

- Het aanbod van de woningen is groter dan de vraag. Men moet zich durven afvragen hoe dit

komt.

- Herselt kan pas leefbaarder en mooier worden, indien de ring wordt gerealiseerd.

- De kerk en de kapelletjes moeten blijven.

- De locatie van de gemeentehal en van wasserij Het Zonnetje lenen zich perfect voor de bouw

van appartementen.

- Het dorp wordt ontsierd door een gelijkvloerse woning met dak.

- De lege kavels, die werden afgebroken bij de heraanleg van het dorp dienen tot een mooie

hoek ontwikkeld te worden.

Conclusie

Wanneer we de resultaten van deze wandelbrochure van Herselt vergelijken met de voorstellen van

de Burgeradvieskring, stellen we ook hier vast dat onze wandelaars globaal genomen de mening van

de Kring delen. De ‘stemming’ van de mensen sluit heel erg aan bij de antwoorden die de mensen in

Ramsel gegeven hebben. Ook hier is men immers niet per se gekant tegen appartementen – want die

kunnen ook hier een plekje in het centrum krijgen –, maar vindt men ook dat verdichting enkel nodig

is in het eigenlijke centrum. Net zoals in Ramsel, maken de inwoners van Herselt in het centrum

graag ruimte voor appartementen, gesloten bebouwing en kleine handelszaken. Van zodra we net

iets buiten deze zone kijken, zien we een grote voorkeur voor open bebouwing; zelfs voor halfopen

bebouwing staat men niet altijd open. Ook gelijklopend met Ramsel is men ook hier echt gesteld op

‘ruim wonen’; quasi elke keer de stelling opdook, gaven de wandelaars immers aan dat ze 10 meter

een te lage maximum breedte voor een woning vinden.

95


Slothalte

Tot slot stelden we in elke wandelbrochure dezelfde slotvraag, inzake woningen,

waarvan de leefruimte meer dan 200 vierkante meter bedraagt en die dus in

aanmerking zouden komen voor een splitsing in twee woningen. In het kader van

wijzigende woonbehoeften (kinderen blijven langer inwonen, ouderen hebben meer nood aan een

kleine woonoppervlakte,…) vond de Burgeradvieskring dat het opsplitsen van zulke woningen een

deel van het antwoord kan zijn, met onderstaande opmerkingen. Ook hier geven we u het overzicht

per woonkern.

A) Varenwinkel

De opsplitsing van de woning kan zowel horizontaal als verticaal.

JA: 17 NEEN: 0

=> 3 onbeslist

De oppervlakten van de twee opgesplitste woningen mogen verschillend zijn. JA: 20 NEEN: 0

De tuinen, gekoppeld aan de twee woningen, kunnen een verschillende

grootte hebben.

Bij een latere verbouwing of uitbreiding van één van de woningen moet de

eigenaar van de andere woning akkoord gaan.

De ingang van de beide woningen kan bestaan uit een gemeenschappelijke

inkomhal.

JA: 20 NEEN: 0

JA: 19 NEEN: 1

JA: 15 NEEN: 5

Een opgesplitste woning kan niet meer dienen voor een zaak als zelfstandige. JA: 16 NEEN: 4

Als opmerking kregen we hier mee dat er, in het geval van een gemeenschappelijke inkomhal,

moeilijkheden kunnen optreden inzake onderhoud, beschadiging en verlichting. Nog iemand anders

opperde dat men in dit geval sowieso een goede overeenkomst op papier moet zetten.

B) Blauberg

De opsplitsing van de woning kan zowel horizontaal als verticaal. JA: 8 NEEN: 2

De oppervlakten van de twee opgesplitste woningen mogen verschillend zijn. JA: 9 NEEN: 2

De tuinen, gekoppeld aan de twee woningen, kunnen een verschillende

grootte hebben.

Bij een latere verbouwing of uitbreiding van één van de woningen moet de

eigenaar van de andere woning akkoord gaan.

De ingang van de beide woningen kan bestaan uit een gemeenschappelijke

inkomhal.

JA: 9 NEEN: 2

JA: 9 NEEN: 2

JA: 9 NEEN: 2

Een opgesplitste woning kan niet meer dienen voor een zaak als zelfstandige. JA: 9 NEEN: 2

96


C) Bergom

De opsplitsing van de woning kan zowel horizontaal als verticaal. JA: 20 NEEN: 6

De oppervlakten van de twee opgesplitste woningen mogen verschillend

zijn.

De tuinen, gekoppeld aan de twee woningen, kunnen een verschillende

grootte hebben.

Bij een latere verbouwing of uitbreiding van één van de woningen moet de

eigenaar van de andere woning akkoord gaan.

De ingang van de beide woningen kan bestaan uit een gemeenschappelijke

inkomhal.

Een opgesplitste woning kan niet meer dienen voor een zaak als

zelfstandige.

JA: 22 NEEN: 1

JA: 22 NEEN: 0

JA: 20 NEEN: 1

JA: 21 NEEN: 1

JA: 20 NEEN: 2

Twee deelnemers zijn van mening dat het uitoefenen van een zelfstandig beroep mogelijk moet zijn,

mits akkoord van de naaste buur.

D) Ramsel

De opsplitsing van de woning kan zowel horizontaal als verticaal. JA: 33 NEEN: 0

De oppervlakten van de twee opgesplitste woningen mogen verschillend zijn. JA: 33 NEEN: 0

De tuinen, gekoppeld aan de twee woningen, kunnen een verschillende

grootte hebben.

Bij een latere verbouwing of uitbreiding van één van de woningen moet de

eigenaar van de andere woning akkoord gaan.

De ingang van de beide woningen kan bestaan uit een gemeenschappelijke

inkomhal.

JA: 33 NEEN: 0

JA: 33 NEEN: 0

JA: 33 NEEN: 0

Een opgesplitste woning kan niet meer dienen voor een zaak als zelfstandige. JA: 20 NEEN: 13

97


E) Herselt

De opsplitsing van de woning kan zowel horizontaal als verticaal. JA: 41 NEEN: 0

De oppervlakten van de twee opgesplitste woningen mogen verschillend zijn. JA: 41 NEEN: 0

De tuinen, gekoppeld aan de twee woningen, kunnen een verschillende

grootte hebben.

Bij een latere verbouwing of uitbreiding van één van de woningen moet de

eigenaar van de andere woning akkoord gaan.

JA: 41 NEEN: 0

JA: 37 NEEN: 4

Een opgesplitste woning kan niet meer dienen voor een zaak als zelfstandige. JA: 30 NEEN: 11

Aanvullend bij de vierde stelling geeft iemand aan dat een akkoord van de buur niet nodig is, maar

dat een zekere samenspraak uiteraard wel leuk zou zijn. Wat het toelaten van een zelfstandige in een

opgesplitste woning betreft, wordt gesuggereerd dat dit misschien wel mogelijk is, indien dit geen

overlast met zich meebrengt.

Foto: Vormingplus Kempen/Chris Stessens

98


IV.

SLOTWOORD – ALGEMENE CONCLUSIE

Wanneer we terugblikken op dit participatietraject, kunnen we vaststellen dat onze inwoners een

gelijkaardig beeld vormen van het toekomstig wonen in Herselt.

Kwaliteit van wonen betekent voor onze inwoners dat ze in een groene en rustige omgeving kunnen

vertoeven waar ze voldoende ruimte hebben. Uiteraard willen zij alle nutsvoorzieningen en een

toegankelijke woning. Daarbovenop willen zij dichtbij handelszaken en voorzieningen wonen.

Wat de handelszaken betreft, is een grote meerderheid het er over eens dat deze niet thuishoren in

woonwijken, maar wel geconcentreerd dienen te worden in het centrum. Voor de grote

handelszaken ziet men enkel een toekomst in de grotere kernen, in Ramsel en in Herselt zelf.

Ook cafés horen eerder in het centrum van de woonkern thuis, al kunnen zij ook langs toeristische

routes gelegen zijn, mits de rust in de omgeving dan gegarandeerd kan worden.

Wat de bouw van appartementen betreft, wordt hiervoor bij velen enkel in de twee grotere

woonkernen een mogelijkheid gezien. In Bergom, Blauberg en Varenwinkel ziet men deze blokken

liever niet uit de grond rijzen. In Bergom en Blauberg wil men ze absoluut beperken tot de absolute

kern van het centrum.

In het centrum van elke kern verkiest men gesloten bebouwing die net buiten de kern mag overgaan

in halfopen bebouwing. Meer dan 600 meter uit het centrum verkiest men eerder open of halfopen

bebouwing en hoort een gesloten bebouwing niet thuis. In de kern van het centrum verkiest men

gesloten bebouwing en vindt men open bebouwing eerder vreemd.

Meer dan 900 of 1200 meter uit het centrum verkiest men duidelijk open bebouwing.

Verder bestaat er ook een zekere consensus over het feit dat men best voorziet in 2

autostaanplaatsen per woongelegenheid en dat 50% van het perceel bestemd moet zijn voor

tuinzone. Het staat absoluut buiten kijf dat het kerkelijk patrimonium bewaard moet blijven en dat

ook rust en groene ruimte een absolute must zijn voor onze inwoners.

De splitsing van een woning van 200 m2 moet mogelijk zijn onder een aantal voorwaarden.

Er is een zeer beperkt enthousiasme om woningen in het buitengebied op termijn te doen

verdwijnen en om privétuinen om te zetten in gemeenschapstuinen.

Besluiten doen we met een groot dankjewel aan iedereen die zijn steentje heeft bijgedragen om van

dit participatietraject een succes te maken!

99


V. Bijlagen

Bijlage 1 – Welke gebouwen, stukjes natuur, vergezichten,.. willen onze inwoners behouden?

100


101


102


103


104


Bijlage 2 – Twee onder één dak

Gesloten Halfopen Open TOTAAL Opmerkingen

Manier van opsplitsen

De opsplitsing van de woning in twee woningen kan zowel horizontaal als verticaal 3 5 3 11 10HO: dit is locatiegebonden

De opsplitsing van de woning in twee woningen kan enkel horizontaal 1 0 1 2

De opsplitsing van de woning in twee woningen kan enkel verticaal 0 0 1 1

Toegelaten functies

Indien de eigenaar van één van de twee woningen een zelfstandig beroep in de woning wil uitoefenen, is het akkoord van de buur nodig. 0 2 2 4 110: inspraak, maar niet beslissend

Indien de eigenaar van één van de twee woningen een zelfstandig beroep in de woning wil uitoefenen, kan dat. 1 2 0 3

In beide woningen is enkel de functie 'wonen' toegestaan. 1 0 0 1 4G: wél mogelijk, indien de zaak er reeds was vóór de splitsing

Een zelfstandige activiteit mag, maar beperkt tot 100 vierkante meter. 0 0 1 1

Een zelfstandige activiteit mag, maar beperkt to 150 vierkante meter. 0 0 0 0

Een zelfstandige activiteit mag, maar beperkt tot 50 vierkante meter. 0 2 1 3 11O: geen horeca

Een zelfstandige activiteit mag, maar enkel bij woningen die verticaal gesplitst zijn. 1 0 1 2

Perceelsgrootte

Als een woning gesplitst wordt, moeten de beide woningen dezelfde oppervlakte hebben. 1 0 0 1

Als een woning gesplitst wordt, mag de oppervlakte verschillend zijn in functie van differentiatie. 3 5 4 12

Een perceel dat gesplitst wordt, heeft een oppervlakte van minimum 10 are. 0 1 1 2

Een perceel dat gesplitst wordt, heeft een oppervlakte van minimum 15 are. 0 0 0 0

Een perceel dat gesplitst wordt, heeft een oppervlakte van minimum 6 are. 3 2 0 5 2HO of minder

Een perceel dat geplitst wordt, heeft een voorgevelbreedte van minimum 18 meter. 0 0 1 1

Een perceel dat geplitst wordt, heeft een voorgevelbreedte van minimum 12 meter. 1 3 0 4 2HO: of minder

Een perceel dat geplitst wordt, heeft een voorgevelbreedte van minimum 24 meter. 0 0 0 0

Tuinzone

De tuinen van beide woningen moeten dezelfde oppervlakte hebben. 1 0 1 2

De tuinen van beide woningen kunnen verschillend zijn in oppervlakte. 3 4 2 9

De leefruimte van beide woningen moet aansluiten op de tuin. 0 1 0 1

De tuin moet niet aan de woning grenzen, maar wel binnen een afstand van 10 meter gelegen zijn. 2 0 0 2 4G: wel op hetzelfde perceel

De kleinste tuin bezit een oppervlakte van minimum 10 vierkante meter. 1 1 0 2 14G: of terras

De kleinste tuin bezit een oppervlakte van minimum 25 vierkante meter. 0 0 0 0

De kleinste tuin bezit een oppervlakte van minimum 18 vierkante meter. 1 0 0 1

Indien de opsplitsing horizontaal gebeurt, bezit de woning op de verdieping enkel een terras. 0 0 0 0

Indien de opsplitsing horizontaal gebeurt, bezit de woning op de verdieping een stuk private tuin. 1 1 0 2

Indien de opsplitsing horizontaal gebeurt, bezit de woning op de verdieping een stuk private tuin; dit kan ook een kwalitatieve daktuin zijn of een ruim terras. 2 4 0 6 2HO + 6HO: niet verplicht

De tuinen liggen langs de achterzijde van de woning. 0 0 0 0

De voortuin van de woning kan ook ingericht worden als tuin voor één van de woningen. 3 3 2 8

Uitzicht van de woning

De woningen blijven steeds hetzelfde uitzicht behouden van een eengezinswoning. 1 2 1 4

Bij uitbreiding of verbouwing van één van de woningen moet dit in dezelfde stijl gebeuren. 0 4 1 5

Bij uitbreiding of verbouwing van één van de woningen mag de eigenaar kiezen in welke stijl hij dit doet. 2 0 1 3 4G: het moet wel esthetisch verantwoord zijn 11O: geen geschifte dingen

De woningen kunnen enkel afgebroken en herbouwd worden, indien dit samen gebeurt. 2 2 1 5

Één van de woningen kan afgebroken worden en opnieuw opgebouwd worden, zonder verplichtingen in stijl. 0 0 0 0

Één van de woningen kan afgebroken worden en opnieuw opgebouwd worden, in dezelfde stijl. 2 0 1 3

Als een uitbreiding of een verbouwing gebeurt, moet het akkoord van de buur bekomen worden. 2 5 1 8 14G: enkel indien wordt afgeweken van de bouwvoorschriften2HO: bij horizontale splitsing

Als een woning geplitst wordt, moet elke woning een aparte ingang hebben. 1 3 1 5 2HO: bij verticale splitsing 9HO: 'moet' vervangen door 'kan'

Als een woning gesplitst wordt, kan de ingang via een gemeenschappelijke hal toegankelijk zijn. 3 4 3 10 2HO: bij horizontale splitsing 110: bij verticale splitsing en indien bouwtechnisch mogelijk

Extra voorwaarden

Een zelfstandige activiteit kan, zonder dat een vestingsattest nodig is. 1 1

De stijl van de woning is niet belangrijk; wel moet de opgesplitste woning één geheel vormen. 1 1

Voorwaarden met betrekking tot zelfstandige beroepen. 1 1

Woonfunctie moet gevrijwaard worden; geen puur commerciële eenheid. 1 1

Voorwaarden met betrekking tot overlast. 1 1 2

Minimum aantal parkeerplaatsen per wooneenheid moet gewaarborgd worden. 1 1

Zelfstandig moet beter gedefinieerd worden. 1 1

Een grote woning mag afgebroken worden en het perceel mag opgesplitst worden in 2 driegevelwoningen. 1 1

Bij splitsing moet er bij de twee wooneenheden sprake zijn van minimale nutsvoorzieningen. 1 1

Er is vrije keuze voor de ligging van de tuinen. 105

1 1


Bijlage 3 – Verwerking evaluatieformulieren

Maandag 13 juni

1. Heeft de inleiding van Marc Martens u voldoende geïnformeerd over

ruimtelijke ordening om de oefeningen te kunnen doen?

60,6%

21,2%

15,9%

0,8% 1,5%

Helemaal niet Weinig Een beetje Veel Heel veel

2. Heeft u de info van Marc Martens gebruikt bij de oefeningen?

48,5%

38,6%

1,5%

9%

4,5%

Helemaal niet Weinig Een beetje Veel Heel veel

106


3. Wat vond u van de eerste oefening over de functies? 6

18,9%

18,9%

14,4%

5,3%

10,6%

8,3%

6% 7,6% 3% 2, 3% 2,3% 1,5%

* Andere (enkelingen): raar, gevaarlijk, dwingend, manipulatief, nutteloos, niet doordacht, raar,

vrijblijvend

4. Wat vond u van de tweede oefening over de woontypologie?

30,3%

17,4%

17,4%

6,8%

3,8%

3% 2,3% 1,5% 1,5% 3,8%

* Andere (enkelingen): behoudensgezind, confronterend, gevaarlijk, dwingend, manipulatief

6

Heel wat synoniemen werden geclusterd tot één woord om de grafiek op te maken.

107


5. Hoe evalueert u het werken in uw groepje?

58,3%

19,7%

0,8% 1,5%

9,1%

Heel slecht Slecht Neutraal Goed Heel goed

6. Opmerkingen

* Een micro/geluidsinstallatie is wenselijk.

* Meer achtergrond bij de tweede oefening (bijvoorbeeld over cohousing, algemene info

over RUP,…) en meer uitdieping tout court was nodig.

* Meer er voor zorgen dat iedereen aan het woord komt in andere groepen spoort dit wél

goed.

* De moderator mag meer sturen, de touwtjes in handen hebben.

* De oefeningen waren infantiel.

* Er was geen ruimte voor een persoonlijke mening.

* De groepen waren te groot voor de veelheid aan meningen.

* Ook mobiliteit zou aan bod moeten komen.

* Er was geen aandacht voor sociale woontypes.

* Er is te weinig jeugd betrokken.

* De timing kon beter (te laat begonnen, in sommige groepen te weinig tijd om rond te

geraken met de oefening).

* Misschien was het beter geweest de volgorde van de oefeningen om te wisselen.

108


Maandag 20 juni

1. Was de inleiding duidelijk?

68,4%

21,1%

11,6%

0% 0%

Niet Weinig Beetje Veel Heel veel

2. Wat vond u van de eerste oefening omtrent de kwaliteit van wonen?

32,6%

21,1% 21,1%

11,6%

2,1%

17,9%

5,3% 6,3% 10,5%

4,2% 3,2%

14,7%

*Andere (enkelingen): ruim, kwaliteitsvol, ongepast, praktijkgericht, niet uitgebreid genoeg,

luxeprobleem, kort door de bocht, onlogisch, te technisch, te gedetailleerd, snel,

constructief, oppervlakkig, toekomstgericht.

109


3. Wat vond u van de tweede oefening over de voorwaarden van de

woontypologieën?

44,2%

11,6%

8,4% 11,6% 16,8%

1%

9,5%

3,2% 2,1% 2,1%

11,6%

*Andere (enkelingen): ‘ter ver van mijn bed’, oriëntatieafhankelijk, onmogelijk, onnodig (2),

hypothetisch, te gedetailleerd, te conservatief, te beperkt, te gestuurd.

Verder merkten ook een drietal mensen op dat voorwaarden zeker wel gecreëerd moeten

worden, maar dat er ook nog voldoende ruimte moet zijn voor vrije keuze en voor creativiteit

van de architect.

12 mensen gaven aan dat ze te weinig expertise hebben en/of over te weinig informatie

beschikken om de oefening te maken.

110


4. Wat vond u van de derde oefening omtrent het opsplitsen van

woningen?

26,3%

25,3%

13,7%

14,7%

6,3%

2,1%

9,5%

4,2%

6,3%

2,1%

10,5%

*Andere (enkelingen): te uitgebreid, tegenstrijdige/foute vragen, aangenaam, realistisch, te

gedetailleerd (2), efficiënt, te beperkt (2), veel stellingen, te afstandelijk

5. Vond u dit participatietraject goed?

92,6%

1%

Ja

Neen

111


6. Opmerkingen

* Er mocht meer ruimte zijn voor eigen inbreng.

* Er werd geen mening gevraagd over andere woontypologieën dan gesloten, halfopen en

open bebouwing, terwijl de week voordien ook cohousing en appartementen aan bod zijn

gekomen.

* De jongere generatie mocht meer vertegenwoordigd zijn.

* De tijd was te kort.

* Men mag geen conclusies trekken op basis van deze twee participatieavonden. Er was

enerzijds te weinig ruimte voor nuance, anderzijds was er bij velen het gevoel dat ze te

weinig kennis van zaken hebben om zich over deze materie uit te spreken.

* Heel geloofwaardige participatie.

* De uitleg inzake het ontwerp van het RUP was te vaag.

* Restricties mogen de vrijheden van burgers niet te zeer in het gedrang brengen.

* Teveel onbevoegden/leken beslissen over belangrijke onderwerpen.

* Ieder vertrekt teveel vanuit zijn of haar eigen situatie.

112

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!