KKM Zorgnummer 2019

jeroenverhelst
  • No tags were found...

Kleine Kernen Magazine 2019

K LEINE

KERNEN

MAGAZINE

In print én online voor en door inwoners van Kleine Kernen

Zorgcoöperatie Leende

Ministers aan het woord

Hulp aan jonge mantelzorger

Oudereninitiatief WIG


Kleine Kernen Links * Kleine Kernen Links * Kleine Kernen Links * Kleine Kernen Links

Nederland zorgt voor elkaar (NLZVE)

In maart 2017 hebben meer dan 20 initiatieven en organisaties,

verspreid over het hele land, officieel het netwerk van burgerinitiatieven

Nederland Zorgt Voor Elkaar (NLZVE) opgericht. NLZVE deelt

kennis, ervaringen, knelpunten, oplossingen en onderzoek met elkaar

op het terrein van welzijn, zorg en wonen. Daarnaast behartigt het

netwerk de belangen van de aangesloten burgerinitiatieven op landelijk

niveau. Bij de oprichting van NLZVE is afgesproken dat kennisuitwisseling

en ondersteuning van (nieuwe) bewonersinitiatieven door de

Helpdesk zal worden uitgevoerd. Voor vragen van medewerkers van

gemeenten, bestuurders en raadsleden. De Helpdesk is te bereiken

via 06 - 288 728 20. Website: www.nlzorgtvoorelkaar.nl

Zorgcoöperaties op de kaart

In kernen van 500 tot circa 20.000 inwoners zijn meestal enkele

honderden inwoners betrokken bij een coöperatie. Zorgcoöperaties

worden vaak opgestart door actieve burgers met veel bestuurlijke

ervaring en ervaring in de zorg. Mensen die zich inzetten voor

coöperaties, zoals vrijwilligers en bestuurders, zijn vaak 60-plussers.

Er zijn zelfs actieve leden van boven de 80 jaar. De ambitie

leeft om ook jongere dorpsgenoten te bereiken. Vilans presenteert

een overzicht van zorgcoöperaties in Nederland: een interactieve

kaart waarop meer dan 170 samenwerkingsverbanden te vinden

zijn. Burgerinitiatieven kunnen elkaar via de kaart gemakkelijk

vinden, kennis delen en mogelijk samen optrekken.

Website: www.vilans.nl/artikelen/zorgcooperaties-en-burgerinitiatieven-op-de-kaart.

Right to Challenge

“Bij Right to Challenge (R2C) kunnen bewoners taken van gemeenten

overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper

of anders te kunnen doen. Hoe je dit kunt doen, staat op de website

van het Netwerk Right to Challenge. Waar wij enthousiast van

worden. Wij geloven dat bewoners, initiatiefnemers en overheden

met elkaar verder kunnen komen. Samen werken aan het vorm

geven van Right to Challenge, en dit op maat invullen. En daarmee

met elkaar de lokale leefomgeving een stukje mooier maken.

Daar worden wij enthousiast van.”

Website: www.righttochallenge.nl

Kleine Kernen Magazine 2

Movisie

Movisie is hét landelijk kennisinstituut voor een samenhangende

aanpak van sociale vraagstukken. Samen met de praktijk ontwikkelen

we kennis over wat echt goed werkt en passen we die

kennis toe. We zijn alleen tevreden als we een duurzame positieve

verandering voor mensen in een kwetsbare positie realiseren. Nederland

is een welvarend land, waar de meeste mensen gelukkig

zijn en zich goed kunnen redden. Toch kampen we met sociale

vraagstukken, zoals eenzaamheid, armoede en schulden, een toenemende

kloof tussen hoog- en laag opgeleiden, radicalisering,

discriminatie… Iedereen kan door allerlei oorzaken in een kwetsbare

positie terechtkomen. We willen dat voorkomen én de negatieve

gevolgen ervan te verminderen. Website: www.movisie.nl


Inhoud

2 Kleine Kernen Links

3 Van de Redactie

4-5 Zorgcoöperatie Leende

6 Boerderij-zorg-project

7 Beschermd wonen

8-9 Interview Minister van

Gehandicaptenzaken

10 Dorpsondersteuner Sjaan

11 Column José van Berkum

12-13 Minister De Jonge in het

nieuws

14-15 Ontspannen in de natuur

16-17 Ondersteuning van jonge

mantelzorgers

18 Kinderlintje voor vrijwilligster

19 Column Henk Bouwmans

20 Kernachtig

21 Burgerinitiatief alcohol/drugs

22-23 Wonen in Goirle

24-25 Stichting Tess

26-27 Museum De Dorpsdokter

28 Column Evert van Schoonhoven

29 PlattelandsParlement 2019

30-31 Valkuilen voor wethouders

32 Vliegramp Walik 1944

De zorg blijft

de gemoederen

bezighouden

De zorg in het algemeen en ook op het platteland

in het bijzonder blijft de gemoederen bezig houden.

Zoals uit de koppen op de kaft van dit zorgnummer

blijkt, speelt er veel op zorggebied. Met het jaarlijks

uitgeven van een speciaal magazine willen we hier

nader op inspelen. Met veel plezier en enthousiasme

is er dan ook door veel mensen aan dit zorgnummer

gewerkt. Tot hoop stemmende berichten uit de dorpen

maar ook minder goed lopende zaken komen in

dit nummer aan bod.

PlattelandsParlement Venhorst

Een evenement waar ongetwijfeld ook zaken aan

bod komen die spelen in de kleine kernen is het

PlattelandsParlement op 23 november aanstaande in

Venhorst. Nadat het dorp eerder het epicentrum was

voor het Europese PlattelandsParlement ontvangt de

kern dit jaar deelnemers uit heel Nederland die zich

gaan buigen over de vijf hoofdthema’s: Dorpsondersteuners,

Dorpsorganisatie, Kringlooplandbouw,

Herbestemming leegstaande gebouwen en Omgevingswet.

Speciaal ter gelegenheid van het PlattelandsParlement

zal het volgende magazine in het teken staan

van deze bijeenkomst. Dit nummer brengen we in

samenwerking met de Landelijke Vereniging Kleine

Kernen en de Vereniging Kleine Kernen Noord-Brabant

uit.

Kortom de komende tijd weer veel reuring op het

Brabantse Platteland!

De redactie

COLOFON

Aan deze uitgave van het Kleine Kernen Magazine hebben meegeholpen:

Leidy van der Aalst, José van Berkum, Henk Bouwmans, Rick Brink, CNV Zorg en Welzijn, Roel Diepstraten, Jan van Eijck, Pieter

van Harberden, Hans Hoogedoorn, Sjaan Janssens, Astrid Kraayvanger, Piet Kuppens, LVKK, Paul Martens, Koos Mirck, Movisie,

Provincie Noord-Brabant, LVKK, PBL, Wil Schellekens, Evert van Schoonhoven, Adrie Smolders, Stichting Tess, Bertrand Verhelst,

VKKNB, VNG, Ministerie VWS, Harrie Wenting, Anneke Westerlaken, Werkgroep alcohol en drugs Hilvarenbeek.

Layout en vormgeving: Jeroen Verhelst Eindredactie: Bertrand Verhelst

Foto’s en illustraties:

CNV, Roel Diepstraten, Brigitte van Dam, Eric Driessen, Sijmen Hendriks, LVKK, Movisie, NLZVE, Provincie Noord-Brabant, Rijksoverheid,

Wil Snelders, Shutterstock, Adrie Smolders, Stichting Tess, Jeroen Verhelst, VKKNB, Ministerie VWS, Zorgcoöperatie

Graaggedaan.

Kleine Kernen Magazine 3


Actieve

Zorgcoöperatie in

Leende

In Brabant zijn veel zorgcoöperaties actief die op lokaal niveau daar waar nodig hulp bieden op diverse terreinen.

Een mooi voorbeeld van zo’n zorgcoöperatie is de Zorgcoöperatie Graaggedaan uit Leende.

We stelden 11 vragen aan het bestuur over het hoe en waarom van deze actieve coöperatie.

Hoe is jullie Zorgcoöperatie tot stand

gekomen?

Met de invoering van de WMO stuurde

de regering erop aan dat burgers meer en

meer zelf zouden moeten gaan voorzien

in het langer zelfstandig kunnen blijven

wonen met hulp van een eigen netwerk.

Daardoor kwam bij de initiatienemer, de

heer Geert Hut, ook de vraag op wat staat

me te wachten als ik zelf aangewezen

raak op hulp vanuit mijn omgeving. Hij

heeft toen met een aantal mensen in het

dorp zoals gemeentebestuurders, huisartsen

en zorgverleners overleg gevoerd

over te nemen stappen om tot een meer

gestructureerde aanpak van onderlinge

hulpverlening te komen. Hieronder ontstond

ook het contact met de Dorpsraad

Leende. Toenmalig Dorpsraad lid Piet

Kuppens heeft samen met Geert de uitdaging

opgepakt om te zien op welke wijze

in de verwachte behoeften kon worden

voorzien. Navraag bij de Zorgcoöperatie in

Hoogeloon over hun aanpak, advieswerk

van Bureau ZET, bezoeken aan conferenties

over dit onderwerp, etc. leidden er toe dat

tijdens een Dorpsavond de inwoners van

Leende hun mening konden geven over de

idee om een Zorgcoöperatie op te richten.

Burgers konden opgeven waaraan naar

verwachting behoefte zou ontstaan en met

overgrote meerderheid werd het opzetten

van een Zorgcoöperatie toegejuicht.

Vanuit deze ondersteuning werden plannen

uitgewerkt om tot de oprichting te

komen. Op 25 maart 2014 kon de oprichtingsakte

bij de notaris worden getekend.

Moeten inwoners lid zijn van de Zorgcoöperatie

en wat zijn de kosten?

De Zorgcooperatie werkt in principe voor

alle inwoners van Leende, maar men kan

ook lid worden.

Vanwege het grote belang van solidariteit

wordt dit ook gestimuleerd. Doordat leden

regelmatig een nieuwsbrief ontvangen

raakt men ook beter geïnformeerd over de

mogelijkheden van de Zorgcoöperatie. In

de praktijk blijkt dat vooral ouderen zich

aangetrokken voelen om lid te worden. Op

dit moment zijn ongeveer 250 inwoners lid

op een “potentieel bestand” van ongeveer

750 inwoners.

De contributie bedraagt €15,00 per lid per

jaar en €25,00 voor een echtpaar.

Welke diensten bieden jullie de inwoners

van Leende aan?

De diensten die we aanbieden zijn te verdelen

in een viertal categorieën:

- Diensten aan huis

Hieronder vallen de activiteiten van de

klussendienst, vervoersdienst en de welzijnsconsulent

- Diensten in de Huiskamer.

De Zorgcoöperatie beschikt over een woning

midden in het dorp die als Huiskamer

functioneert en waarin een groot aantal

activiteiten plaats vindt die tot doel hebben

om mensen bij elkaar te brengen.

- Repaircafé

Een maal per maand kunnen inwoners

terecht in een speciale hobby ruimte voor

reparaties aan kleine apparaten onder het

genot van een kopje koffie.

- Buitenactiviteiten

Waaronder wandelen, sporten, fietsen en

de volkstuin.

Kleine Kernen Magazine 4


(Voor een volledig overzicht van alle activiteiten verwijzen we naar

onze website www.zcgraaggedaanleende.nl).

Op welke dienst zijn jullie het trotst?

Dit hangt sterk af van aan wie je het vraagt. Veel van de diensten

worden zelfstandig gerund en de vrijwilligers die dit doen zijn

uiteraard trots op wat zij doen. Als bestuur zijn we natuurlijk erg

trots op een goed lopende Huiskamer, een goed gebruikte Dorpsauto

die we vorig jaar aangeschaft hebben en de recent aangestelde

Welzijnsconsulent. Maar bovenal dat een zo grote groep

vrijwilligers zich belangeloos inzet voor de gemeenschap.

bereiken die verkeren tussen het stadium van leven in volledige

zelfstandigheid met een eigen netwerk en het stadium van verzorgd

worden door professionele zorg. En vooral ook naar de

mantelzorgers die hierbij horen. Wij hopen met de inzet van de

welzijnsconsulent hier een brug te slaan.

Hebben jullie ook contact met andere coöperaties?

Via deelname in de Coöperatie Koepel Zorg Coöperaties Zuid

Nederland U.A.

Met dank aan Piet Kuppens en Paul Martens

Hoeveel mensen maken gebruik van jullie diensten?

We voeren hierover geen allesomvattende registratie, maar als we

de deelnemers optellen van de diverse activiteiten waar dit wel

gebeurt dan komen we boven de 500 per jaar. Daarbij moet wel

rekening gehouden worden met doublures, maar op een totale

bevolking van 4000 vinden wij dit geen slechte score.

Hoeveel vrijwilligers zijn bij de Zorgcoöperatie betrokken?

Is het moeilijk om vrijwilligers te krijgen en te houden?

Op dit moment hebben we 90 vrijwilligers geregistreerd. Onze

ervaring is dat als vrijwilligers ruimte krijgen om iets eigens in hun

werk te leggen de belangstelling redelijk te noemen is. Moeilijker

is het voor bestuurlijke activiteiten en activiteiten die vaste verplichtingen

inhouden.

Hoe communiceren jullie met de achterban?

Naast de berichtgeving die per deelactiviteit gebeurt maken we

voor het geheel gebruik van een tweemaandelijkse nieuwsbrief

naar de leden en is de website en Facebookpagina een voor iedereen

toegankelijke informatiebron die goed bezocht wordt. De

lokale en regionale pers wordt actief geïnformeerd over (nieuwe)

activiteiten en op dit moment is een geactualiseerde informatiemap

in voorbereiding die onder alle inwoners verspreid gaat worden.

Bij de start is huis-aan-huis een flyer bezorgd.

Hoe verloopt het contact met de gemeenten en betrokken

instanties?

We ervaren een makkelijk toegang tot alle instanties die we benaderen.

Er is veel appreciatie voor het werk dat we doen. Soms

ervaren we wel dat de onbevangen voortvarendheid die inherent

is aan onze vrijwilligersorganisatie niet gevolgd kan worden door

officiële instanties die (soms te) behoedzaam opereren.

Ondersteunen de bovenstaande betrokken instanties jullie

financieel en in raad en daad?

Financieel willen wij zo veel mogelijk onafhankelijk blijven van de

overheid omdat dit naar onze achterban toe meer vertrouwen

wekt. Voor activiteiten waar financiële ondersteuning nodig was

hebben we medewerking gekregen van zowel gemeente als Rabobank

en Oranjefonds en een groot aantal lokale ondernemers

zoals bijvoorbeeld bij de inrichting van de Huiskamer en het exploiteren

ven de Dorpsauto. Over steun in raad en daad hebben

we geen klagen.

Waar maken jullie nog zorgen om? Welk item zouden jullie

nog aan willen pakken?

Er blijkt bij de doelgroep nog steeds een vraagverlegenheid te

bestaan. Wij zoeken nog steeds naar wegen om de mensen te

Kleine Kernen Magazine 5


De Wederloop

Bijzonder boerderij-zorg-project

Plan in ontwikkeling om de zorg dichterbij de mensen te brengen

Vertrekkend burgemeester Palmen bezocht eerder dit jaar tijdens zijn afscheid van Haghorst de Wederloop.

Aan de Lage Haghorst tussen Haghorst

en Diessen worden op dit moment plannen

gemaakt om een zorglandgoed met

24-uurszorg nabij een (zorg)boerderij op

te gaan zetten. Eric en Chantalle Reijrink

gaan de verblijven voor hun varkens slopen

om er te kunnen gaan bouwen voor de

zorg. Hierdoor wordt de natuur minder

belast en komt er ruimte voor liefdevolle

zorg in een stuk nieuwe natuur. Mensen

een mooie herfst van hun leven bezorgen

in een omgeving waar ze zich weer blijven

herkennen. Door dit initiatief is de kans

dat inwoners van de gemeente Hilvarenbeek

met een vraag naar verpleeghuiszorg,

die ook in de toekomst in hun eigen regio

kunnen ontvangen.

Veranderende maatschappij

De Wederloop is een klein riviertje dat van

oudsher zijn weg zoekt door het Diessens

broek. Ter hoogte van de Lage Haghorst

kruist het de landerijen van de familie

Reijrink, op de plek waar de ouders van

Eric vroeger een agrarisch bedrijf runden.

Eric en Chantalle Reijrink runnen nu dat

agrarisch bedrijf, maar ze kijken daarbij

ook om zich heen en zien daarbij een veranderende

wereld en een veranderende

maatschappij. Ze zien een vergrijzende

samenleving en ervaren daarbij sterk de

behoefte om groener te ondernemen.

“Al op jonge leeftijd koos ik er voor om in

de zorg te gaan werken,” legt Chantalle

uit. “Hierdoor ken ik dit werkveld uit eigen

ervaring. Ik zag heel mooie dingen, maar

ook dingen waarvan ik overtuigd was dat

ze beter konden. Bij grote organisaties zie

je veel managementlagen, waardoor er

een grote afstand met de werkvloer kan

ontstaan.”

Agrarische gebouwen slopen

“Ik zou graag zien dat iedereen die bij

de zorg betrokken is de zorgvrager kent.

Dan hebben we het nog niet eens over de

omgeving waarin die zorg plaats vindt. Er

komt maar liefst vijftien hectare nieuwe

natuur bij.”Chantalle en Eric startten vijf

jaar terug al met Dagactiviteitenboerderij

De Wederloop, wat daarna in omvang en

beleving uitgroeide tot een bloeiend onderdeel

van hun productieboerderij. Maar

het was voor het ondernemende paar

geen eindstation. Ze willen nu op hun locatie

hun agrarische activiteiten nagenoeg

stop gaan zetten. Daarvoor worden dan

een groot deel van de agrarische gebouwen

gesloopt worden.

Iets ontwikkelen waar iedereen

achter staat

“Het is mooi om aan een initiatief te werken

waar iedereen warm voor loopt. Niet

alleen de mensen die er komen wonen en

werken, maar ook de bestuurders en beleidsmakers

in ons land. Zelfs onze kinderen

vinden het een mooi initiatief.”

Eric en Chantalle hebben een zorgboerderij

voor ogen die voor een groot deel zelfvoorzienend

kan zijn. Als deelnemers aan

de activiteitenboerderij willen participeren

in de groentetuin, kunnen de producten

daarvan weer op de menukaart komen.

Dat er in de nabije toekomst meer vraag

is naar verpleeghuiszorg, heeft zeker meegespeeld,

erkent Chantalle. Prognoses

voorzien een groei van 65-plussers van 2,7

miljoen in 2012, naar 4,7 miljoen in 2041.

Doordat de mensen steeds ouder worden

zal de vraag naar verpleeghuiszorg evenredig

stijgen. Dit leidt tot wachtlijsten die

eigenlijk niemand wil.

Groene zorg

De afgelopen twintig jaar is er al ervaring

opgedaan met zorg in de nabijheid van

Kleine Kernen Magazine 6


een boerderij. De ruimte om de gebouwen

heen en de rust die uitgaat van de dieren

en de natuur waarin zij leven, heeft een

aantoonbaar effect op het welbevinden.

In de regio zijn al positieve voorbeelden

van verpleeghuiszorg in een boerderij

omgeving, zoals bij D’n Bolle Akker in

Vessem (een onderdeel van Joriszorg). De

contacten met dieren op de boerderij, de

gedachte dicht bij de natuur te leven, de

zuivere lucht die er is, ver weg van verkeer

en ander lawaai, geven een positief effect.

“Wij hebben onze ogen goed de kost gegeven

bij wat er al is en luisteren daarbij

ook goed naar de deelnemers aan onze

activiteitenboerderij”, legt Chantalle uit.

Om alles op een goede manier om te kunnen

bouwen, gaan een groot deel van de

agrarische gebouwen gesloopt worden

en wordt het geheel omgevormd tot een

In tien jaar tijd wordt beschermd wonen

niet alleen een taak van centrumgemeenten,

maar een taak van álle gemeenten.

Hiervoor komt een nieuwe verdeling

van het geld dat hiervoor beschikbaar is.

Daarover zijn minister Ollongren (BZK),

staatssecretaris Blokhuis (VWS) en de VNG

het eens geworden. Zij stemmen in met

het advies van het expertiseteam dat de

VNG voor dit vraagstuk in het leven heeft

geroepen. Daarnaast zijn afspraken gemaakt

over de manier waarop de transitie

in beschermd wonen de komende jaren

tot stand moet komen. Ook de regionale

samenwerking van gemeenten is daarbij

belangrijk.

Verdeling op basis van vraag in

plaats van aanbod

De commissie Toekomst Beschermd Wonen

kwam in 2015 met een advies om

mensen die beschermd wonen zoveel mogelijk

in hun eigen omgeving te begeleiden

en ondersteunen. Een belangrijk onderdeel

van het advies is de ontwikkeling van een

nieuw verdeelmodel van de financiële middelen.

In dit nieuwe verdeelmodel worden

de middelen verdeeld over alle gemeenten

in plaats van alleen de centrumgemeenten.

Daarnaast zal de verdeling van het geld

worden afgestemd op de ‘vraag’ (verdeling

op basis van objectieve criteria) in plaats

van het ‘aanbod’ (historisch gegroeide

verdeling). Dit voorjaar zijn de voorlopige

uitkomsten van een mogelijke verdeling

bekend gemaakt. Mede naar aanleiding

van deze uitkomsten heeft de VNG een

expertiseteam opgericht, met de opdracht

te bekijken op welke manier dit proces zo

zorgvuldig mogelijk uitgevoerd kan worden.

Hierbij stond de continuïteit van hulp

en ondersteuning aan cliënten voorop.

echt Zorglandgoed. De natuur in het nabij

gelegen Diessens Broek kan daarvan mee

profiteren.

Plannen nog in pril stadium

De plannen voor verpleeghuiszorg op De

Wederloop verkeren nog in een pril stadium,

daarom zal er nog heel wat water

door het gelijknamige riviertje stromen

voordat alles rond is. Vergunningen moeten

nog verleend worden en er moet nog

gesleuteld worden aan het bestemmingsplan.

Vanuit de gemeente Hilvarenbeek is

in eerste instantie positief op het initiatief

gereageerd. Iedereen die de voortgang van

dit initiatief wil volgen, kan zich melden

door een mail te sturen naar:

wonenenwerkenbijdewederloop@gmail.

com.

Harrie Wenting

Beschermd wonen wordt taak van

alle gemeenten

Beschermd wonen rond in tien jaar

Rijk en gemeenten hebben afgesproken

in tien jaar tijd tot een gefaseerde invoering

van het objectief verdeelmodel voor

beschermd wonen te komen en ook de

doordecentralisatie op dit onderdeel in die

tijd voor elkaar te krijgen. Dat betekent

dat gemeenten in die periode geleidelijk

overstappen van de huidige historische

verdeling over centrumgemeenten naar

een volledig objectieve verdeling over alle

gemeenten.

Vanaf 2022 wordt een deel van de middelen

voor het eerst objectief verdeeld. De

centrumgemeenten blijven verantwoordelijk

voor bestaande cliënten. De nieuwe

cliënten vallen vanaf dat moment onder

de verantwoordelijkheid van alle gemeenten.

Over de eventuele doordecentralisatie

van de maatschappelijke opvang naar alle

gemeenten zal op basis van een evaluatie

over vier jaar een beslissing worden genomen.

Regionale samenwerking gemeenten

verplicht

Gemeenten zetten zich onverminderd in

voor het tot stand brengen van de beweging

mensen meer in de wijk te huisvesten

en begeleiden in plaats van in een instelling.

Hiervoor is afgesproken om eind 2019

concrete uitvoeringsafspraken beschikbaar

te hebben. Het expertiseteam adviseert

gemeenten verplicht regionaal te laten

samenwerken om cliënten op een goede

manier te kunnen blijven ondersteunen.

Kleine Kernen Magazine 7


Rick Brink eerste ‘Minister van Gehandicaptenzaken’

Rick Brink uit Hardenberg is tijdens een tv-show van KRO-NCRV gekozen tot eerste ‘minister

van Gehandicaptenzaken’. Kijkers en juryleden kozen Brink tot boegbeeld voor mensen met

een handicap. Het Kleine Kernen Magazine had een interview met de kersverse minister over

zijn ambities en wensen. Wat hem betreft zou er een vast ministerschap moeten komen voor

Gehandicaptenzaken.

Hoe bent u er toe gekomen om u als

kandidaat op te geven als minister van

Gehandicaptenzaken?

“Er waren wat mensen in mijn omgeving

die zeiden “Rick, volgens mij ben jij daar

de geschikte mens voor!’. Dat stimuleerde

mij om dat toch te gaan doen.”

Is het benoemen/kiezen van zo’n minister

eigenlijk wel noodzakelijk?

“Dat is zeker noodzakelijk. En waarom? Er

is natuurlijk best wel wat. Alleen nog niet

voldoende. De minister van Gehandicaptenzaken

kan dingen mee aanjagen. “

Wat ziet u als grootste uitdaging van

het ministerschap?

“Ïn september komen we met een actieplan

en beleidsschats. Daarin laten we zien

waar ik het komend jaar mee aan de slag

ga. Daarmee is inspelen op de actualiteit

ook van belang. We gaan met vijf thema’s

aan het werk. Dat kan en zal heel concreet

zijn en daarmee kan ik mee laten zien dat

ik van meerwaarde ben en zaken mee kan

bereiken. In tussentijd ga ik op zomertour

langs allerlei evenementen in het land

zoals de Tilburgse kermis en de Zwarte

Cross.”

Hoe gaat de samenwerking met minister

Hugo de Jonge?

“Die gaat heel goed. Ik heb vorige week

nog aan tafel gezeten met een paar van

zijn ambtenaren om wat dingen door te

spreken. Ik denk dat we elkaar goed kunnen

en elkaar scherp kunnen houden. Het

is belangrijk dat we elkaar gedurende het

jaar moeten ontmoeten om de lijntjes kort

te houden.”

U ziet zich niet - en dat klinkt misschien

wat oneerbiedig - als een soort

“visitekaartje” voor hem?

“Nee, dat zie je niet helemaal goed. Hij

doet zijn ding en ik ook. We hebben allebei

ook heel andere ideeën bij. Dus ik ben

zeker niet het visitekaartje van minister De

Jonge en ik zit ook niet in zijn handbagage.”

U bent zelf als raadslid actief in de

gemeente Hardenberg. Wat zouden

gemeenten meer moet doen ten aanzien

van de gehandicaptenzorg of gehandicapten

in het algemeen ?

“Als je kijkt bijvoorbeeld naar het wonen

of hoe de gemeente kan ondersteunen

bij het zoeken naar banen. Ook de

voorzieningen voor de mensen met een

beperking. Wat ook goed kan is de deelname

aan het reguliere basisonderwijs.

De gemeente moet maximaal faciliteren

voor kinderen met een handicap zoveel

mogelijk aan het reguliere basisonderwijs

moeten kunnen deelnemen.

Echt zaken op lokaal niveau aanpakken.

We hebben in onze gemeente een woon-

Kleine Kernen Magazine 8


visie vastgesteld die ruimte geeft om te

bouwen voor gehandicapten en levensbestendige

aangepaste woningen. Daar moet

je als college en raad met elkaar over in

gesprek gaan. Hier ligt ook een taak voor

de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Daarmee ga ik ook nog in gesprek.”

Hoe wilt u dat mensen na één jaar

ministerschap terugkijken op uw werk

als minister van Gehandicaptenzaken ?

“Ik denk dat je terug zou moeten kijken

met een blik van Nederland functioneert

nu beter met zo’n minister. En dat doe je

alleen maar door met concrete doelen te

komen en door die ook te realiseren. Die

plannen komen in onze beleidsschets en

daar mogen de mensen mij naar een jaar

op afrekenen.”

Kun je in deze functie meer bereiken

als bijvoorbeeld als raadslid?

“Het zijn natuurlijk twee verschillende

functies. Als ik zie welke effecten mijn ministerschap

al heeft in Den Haag en wat ze

allemaal met mij willen doen. Dan maak ik

met deze ministersfunctie veel snellere en

hardere slagen dan als raadslid. Je merkt

dat iedereen de meerwaarde van het ministerschap

ziet. Een functie met boddy en

dat is ook wat we graag willen.”

Zou er een vast ministerschap moeten

komen voor Gehandicaptenzaken?

“Ja, eigenlijk wel. We moeten ze daar

de komende jaren van overtuigen dat

dat moet! Het zou heel mooi zijn als de

ministers zich achter de oren krabben en

denken “Waarom hebben wij het niet

gedaan?” Als je bijvoorbeeld kijkt naar

België. Daar hebben ze een minister die

opkomt voor belangen voor personen met

een handicap. Daar laten ze zien dat het

goed werkt.”

Bertrand Verhelst

“Kabinet moet extra investeren in de zorg”

Werken in de zorg doet een aanslag op de

vrije tijd, de financiële zekerheid en gezondheid

van professionals. De rek is eruit,

maar er nauwelijks speelruimte om hun

situatie te verbeteren, reageert Anneke

Westerlaken, voorzitter van vakbond CNV

Zorg en Welzijn. “Vijf (oud-)verzorgenden

uit de verpleeg-huiszorg schreven in Trouw

een raak stuk over het werken in de zorgsector

. Over de effecten van toenemende

werkdruk, mantelzorgtaken en het werk

dat op latere leeftijd steeds moeilijker vol

te houden is.

We willen alles, kwalitatief betere zorg en

goedkoper als het even kan. Het resultaat:

medewerkers in de zorg moeten meer met

minder en blijven de gaten dichtlopen. Ten

koste van zichzelf.

Lang niet opgelost

De auteurs wensen dat beleidsmakers en

bestuurders zich realiseren dat het werken

in de zorg een aanslag doet op de vrije

tijd, financiële zekerheid en gezondheid

van professionals. Ze zijn niet de eersten,

de roep om goed werkgeverschap klinkt

steeds harder, zelfs de minister roept het

op elk willekeurig zorgcongres. Dit geluid

klinkt helaas pas recent zo prominent, nu

er (door eerder kortetermijndenken) enorme

krapte is ontstaan op de arbeidsmarkt.

Kennelijk moet je vooral een goede werkgever

zijn in tijden van krapte. Niet uit – ik

noem maar wat – medemenselijkheid of

goed fatsoen. De personeelstekorten zijn

nog lang niet opgelost. Daarbij is het goed

om te beseffen dat de vergrijzing de zorg

driedubbel raakt: de zorgvraag en zorgcomplexiteit

nemen toe, de vraag om mantelzorg

neemt toe (één op de drie zorgmedewerkers

is nu al mantelzorger) én de

gemiddelde leeftijd van zorgmedewerkers

stijgt. Maar liefst één op de tien is ouder

dan 60. Van deze groep is bijna 20 procent

langdurig arbeidsongeschikt. Daar kan de

stijgende instroom op zorgopleidingen niet

tegenop. Kortom: complexere en grotere

zorgvraag, meer mantelzorgtaken, terwijl

je zelf ouder wordt en helaas vaak minder

vitaal. De rek raakt er een keer uit.

Speelruimte is te beperkt

Goede gezondheidszorg bereik je door de

inzet van tevreden en vitale medewerkers.

Die dien je te faciliteren door de combinatie

werk-(mantel)zorg beter mogelijk te

maken, door ruimte te geven aan ideeën

en professionaliteit van de werkvloer, door

reflectie en investeren in blijvende ontwikkeling.

Deze ruimte proberen wij als vakbond

mede via de cao te organiseren, bijvoorbeeld

door afspraken te maken over mantelzorg(verlof)

of generatiebeleid. Maar de

speelruimte is te beperkt, het is hard onderhandelen

om überhaupt loonafspraken

te maken waarin koopkracht behouden

blijft. Het kabinet is aan zet om een extra

investering te doen. Het is noodzakelijk dat

we verschuiven van ‘de patiënt centraal’

naar ‘de medewerker centraal’. Dan volgt

de patiënt vanzelf.”

Anneke Westerlaken

Voorzitter van vakbond CNV Zorg en

Welzijn

Kleine Kernen Magazine 9


Planbureau voor de Leefomgeving

“Langer thuis wonen is niet overal even eenvoudig”

sprake is van regionale verschillen en een ‘mismatch’ tussen de

geschiktheid van de woning, de woonomgeving en het zorgpotentieel.

Voorzieningen

Zo zijn in de landelijke gebieden de woningen veelal geschikt

of geschikt te maken, maar zijn er weinig voorzieningen binnen

loopafstand. Bovendien loopt zowel het mantelzorgpotentieel als

het arbeidsmarktpotentieel tegen tekorten aan. In stedelijke gebieden

is het andersom. Daar zijn de voorzieningen binnen bereik,

is het mantelzorg- en arbeidsmarktpotentieel ruimer, maar is

een groter deel van de woningen niet geschikt (te maken). Denk

hierbij aan portiekflats zonder lift, waardoor het lastig is om even

naar buiten te gaan – terwijl een dagelijkse wandeling, even een

boodschap doen en het op kunnen zoeken van sociale contacten

eenzaamheid voorkomen en de vitaliteit ondersteunen.

Het maakt voor ouderen nogal uit in welke regio zij wonen.

In de ene blijkt het een stuk eenvoudiger om tot op hoge

leeftijd zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen dan in

de andere. Er is meer ruimte voor regionaal maatwerk nodig en

gemeenten moeten daarbij de regie pakken. Dat is één van de

conclusies van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de

studie “Zelfstandig thuis op hoge leeftijd”. Het PBL stelt dat er

Geen kortlopende contracten

Gemeenten kunnen, vanuit hun regierol, een belangrijke speler

zijn in het waarborgen van geschikte omstandigheden waarin

ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. In hun omgevingsvisies

kunnen de lokaal verschillende opgaven vanuit de

woon-, zorg-, en warmtevisie effectiever worden geïntegreerd,

denkt het Planbureau. Waarbij ‘koersvastheid’ en continuïteit van

belang zijn: onzekerheid rond toekomstig beleid staat investeringen

van corporaties en zorgaanbieders in de weg. De kortlopende

contracten die gemeenten nu regelmatig sluiten met zorgaanbieders

vormen bijvoorbeeld geen stimulans om te investeren in

personeel en zorginhoudelijke vernieuwing.

Dorpsondersteuner

de Weebosch

Sjaan Janssens

Sinds januari 2018 ben ik werkzaam als

dorpsondersteuner voor de Weebosch voor

8 uur per week en sinds eind vorig jaar uitgebreid

met 4 uur gesponsord door Oranje

Fonds i.v.m. digitale veerkracht. De functie

van dorpsondersteuner sprak me enorm

aan en daarnaast vind ik dat de Weebosch

het erg goed doet op het gebied van participatie.

Een groot compliment voor deze

kleine gemeenschap. De naam dorpsondersteuner

zegt het al: ondersteuner van

het dorp. De inwoners kunnen een beroep

doen op mij als ze met vragen en of problemen

zitten. Weet ik hier geen antwoord

op ga ik uitzoeken wat ik er mee kan en

geef hun zo spoedig mogelijk antwoord.

Het gaat vaak om verbindingen leggen

met inwoners, organisaties. Ook goede

contacten met huisarts of praktijkondersteuner

is belangrijk. Afgelopen 2 jaar zijn

er veel nieuwe projecten gestart, zoals

samen koken, samen eten specifiek voor

mannen om de zelfredzaamheid te bevorderen.

Daarnaast zijn we gestart met digitale

veerkracht. Na een geslaagde tabletcursus

zijn er dit jaar alweer 8 inwoners die

een certificaat in ontvangst hebben mogen

nemen voor de basis computer cursus. In

het najaar gaan we verder met het vervolg

en zal er wederom een nieuwe cursus starten.

Deze projecten zet ik mee op en als

ze goed lopen laat ik ze los en worden de

groepen gedraaid door vrijwilligers. Dit jaar

hebben we gerealiseerd dat er maandelijks

een nieuwsblaadje uitkomt op verzoek van

de inwoners. Ook hebben we een project

samen eten opgezet. Eén keer per twee

weken is er samen gegeten in buurthuis

’t Sant. We hebben het project afgesloten

met een etentje bij de plaatselijke ondernemer.

Ook na de vakantie gaan we hier

weer mee verder.

Ik sta open voor vragen, ideeën, opmerkingen

en gesprekken. Op dinsdagochtend en

donderdagochtend (deels) aanwezig zijn in

de vurkoamer van buurthuis ‘t Sant.

Kleine Kernen Magazine 10


Groot gat

tussen thuis

en verpleeghuis

COLUMN José van Berkum

Ooit was ik 18, en klaar met de middelbare school. Voordat

het nieuwe leven begon was het tijd voor vakantie en

vakantiewerk. En wel bij het bejaardencentrum in Oss, zo

heette dat toen nog. Daar had ik vanuit school een soort

‘snuffelstage’ gelopen en het beviel me wel, de hele dag

bezig zijn met oude mensen en alles wat erbij komt kijken.

Veel herinner ik me er niet meer van, slechts flarden. De

grote zalen waar zes of meer mensen samen sliepen, de

piepkleine kamers waar echtparen woonden, het saaie bestaan,

want de meesten zaten de hele dag in de huiskamer.

En meneer Smit, de man die – achteraf gezien – leed aan

dementie. Waarom zag ik nooit bezoek bij hem? Voor de

rest: rust, regelmaat en reinheid.

Van een slecht imago van het bejaardenhuis was nog geensprake.

Het bejaardenhuis werd verzorgingshuis, en het verzorgingshuis

verpleeghuis. Konden eerder redelijk gezonde

ouderen hun dagen nog doorbrengen in het bejaardenhuis,

en was het verzorgingshuis een goede plek voor ouderen

die wat hulpbehoevend waren, nu bestaat er niets meer

tussen thuis en verpleeghuis.

Het was natuurlijk een bezuinigingsoperatie. Eentje die zich

stilletjes voltrok, totdat een aantal jaren terug Hugo Borst

een inkijkje in het verzorgingshuis van zijn moeder gaf,

gevolgd door de vader van staatssecretaris Martin van Rijn.

Ook diens vrouw leed aan dementie en was afhankelijk van

zorg. Zorg die er vaker níet dan wél was, en ondermaats.

De verhalen die al langer ondergronds de ronde deden -

ook over het enige bejaardenhuis dat ik echt kende – kwamen

meer aan de oppervlakte. De doos van Pandora was

open en wilde niet meer dicht. Meer erbarmelijke toestanden,

verwaarlozing van ouderen, zwarte lijsten: de inspectie

had het er druk mee.

En wat je totaal niet verwacht, gebeurt dan. Mijn schoonmoeder

kreeg een zwaar herseninfarct en moest noodgedwongen

naar een verpleeghuis. Het nieuws over verpleeghuizen

werd werkelijkheid. Het rouwproces dat daarbij

hoort, werd bepaald niet verlicht door het personeel daar.

Die leken niet eens van elkaar te weten wat ze deden, laat

staan dat ze ons als familie kenden of informeerden. Wat

een puinhoop, dachten we collectief. Dit is dus nog steeds

de realiteit van verpleeghuizen.

Dat was vier jaar geleden. Inmiddels is er veel gebeurd,

onder andere binnen het programma Waardigheid en Trots

dat door staatssecretaris Martin van Rijn – ja, inderdaad, hij

kende de verhalen uit eigen ervaring - voor de poorten van

de hel is weggesleept. Het programma behelst geld voor

meer personeel, meer kennisuitwisseling, meer scholing,

een andere kijk op ouderenzorg.

We merken het verschil. Er lijkt systeem in het werk te zitten,

bewoners staan meer centraal en zijn minder object,

er lopen meer mensen rond, die ook aanspreekbaar zijn.

Binnen de ouderenzorg lijkt de verpleeghuiszorg inmiddels

goed van kwaliteit te zijn.

En nu maar kijken hoe we het gat tussen thuis en verpleeghuis

gaan vullen.

Kleine Kernen Magazine 11


Oproep Minister De Jonge aan gehandicaptensector

“Ga aan de slag

met technologische innovaties”

Begin juli heeft minister De Jonge van

Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

aanbieders van gehandicaptenzorg uitgenodigd

om mee te doen aan de Innovatie-impuls

van het programma Volwaardig

leven. De Innovatie-impuls is bedoeld om

het gebruik van zorgtechnologie te stimuleren.

Mensen met een beperking, naasten

en medewerkers van zorgorganisaties leren

samen te werken bij het gebruik van technologie

tijdens de dagelijkse bezigheden

en de zorg die daarbij hoort. Denk aan

apps, sensoren of robots. In samenwerking

met Vilans en Academy Het Dorp worden

zij ondersteund door coaches, experts en

veldspecialisten. De Innovatie-impuls moet

helpen de zorg en ondersteuning beter te

laten aansluiten bij de vraag van cliënten.

2020 en 2021 aan de slag

Aan de Innovatie-impuls gaan ongeveer

30 zorgorganisaties uit de gehandicaptenzorg

meedoen. Het gaat om woonlocaties

waar zorg wordt verleend zoals bedoeld

in de Wet langdurige zorg (Wlz). In 2020

en 2021 gaan deze zorgorganisaties in

werkplaatsen aan de slag met de volgende

thema’s:

Zelfredzaamheid en zelfstandig burgerschap

Hoe kunnen mensen met een beperking

met behulp van techniek zo zelfstandig

mogelijk vanuit hun eigen mogelijkheden

meedoen in de maatschappij?

Goed leven

- Hoe kunnen cliënten met een ingewikkelde

zorgvraag door techniek geholpen

worden om een goed leven te leiden, met

leuke en passende ervaringen?

Lekker slapen

- Wat kunnen we doen om mensen met

een beperking met ondersteuning van

techniek beter te laten slapen?

Veilig en vertrouwd

- Hoe kan techniek helpen om te zorgen

dat mensen met een beperking op een

veilige en vertrouwde manier de ruimte

krijgen om zichzelf te zijn?

Sociale contacten

- Hoe kan techniek mensen met een beperking

helpen om sociale contacten op

een veilige manier te ondersteunen?

Begrepen worden

- Hoe kan techniek mensen met een beperking

helpen om duidelijk te maken hoe

zij zich voelen?

In de werkplaatsen bespreken de zorgorganisaties

met elkaar wat het thema

voor hen betekent en welke bestaande

technische oplossingen daarbij te vinden

zijn. Zij leren daarnaast om technologie

te implementeren in de eigen organisatie.

Het ontwikkelen van nieuwe technologie

of de aanschaf van technologie wordt niet

betaald door de Innovatie-impuls. Zorgaanbieders

en cliënten die al veel kennis

en ervaring hebben met het werken met

technologie.

De minister daarover:“Ik ben er van overtuigd

dat samenwerken van essentieel

belang is om technologie veel meer in de

praktijk van de zorg te brengen. Technologie

die waarde toevoegt aan het leven

van mensen met een beperking. Daarbij

gaat het om samenwerken binnen de eigen

organisatie én tussen zorginstellingen.

Kennis delen, elkaar enthousiasmeren en

daarmee de sector verder brengen; dat zijn

allemaal onderdelen van de Innovatie-impuls.

Ik hoop dan ook van harte dat u met

ons meedoet!”

Onderzoek

De ervaringen in de werkplaatsen worden

gedeeld met de hele gehandicaptenzorg

via onder andere www.kennispleingehandicaptensector.nl.

Daarvoor wordt onder

andere onderzocht welke zorgtechnologieën

werken en welke niet. En op welke

manier het werken met nieuwe zorgtechnologie

het beste ingevoerd kan worden

bij zorgorganisaties.

Kleine Kernen Magazine 12


Minister opende ‘kletskassa’ voor mensen die graag

een praatje willen maken

Antwoord op vragen van de PvdA

‘Wmo-indicaties niet abrupt beëindigen’

Als het klopt dat gemeenten tijdelijke Wmo-indicaties zonder

vooraankondiging beëindigen, dan is dat geen goede gang van

zaken. VWS-minister Hugo de Jonge schrijft dit in antwoord op

Kamervragen van de PvdA. Volgens De Jonge is het vooral een

zaak van de colleges van Bugemeester en Wethouders dergelijke

situaties te voorkomen. Het belang van continuïteit van zorg en

ondersteuning is te groot om hier lichtzinnig mee om te gaan. De

gemeenteraad moet het college daarop controleren.

Overigens beschikt De Jonge niet over het inzicht dat gemeenten

zorg stopzetten zonder cliënten vooraf te benaderen voor een

herindicatie. Hij erkent dat er in de praktijk wel tijdelijke beschikkingen

worden afgegeven aan mensen met een levenslange

beperking. Dat leidt voor de cliënten tot onnodige zekerheid en

extra administratieve lasten. ‘Dit moet en kan voorkomen worden’,

aldus de minister. ‘Juist voor mensen met een chronische

aandoening is een ononderbroken zorgverlening van belang. Dit

is primair een verantwoordelijkheid van de gemeente.’ Bron: VNG

De 94-jarige Christien Smits en minister Hugo de Jonge hebben

op 10 juli jongstleden in Vlijmen een zogenaamde “kletskassa”

en de “Alles Voor Mekaar-koffiecorner” geopend. Het doel van

het koffiehoekje in de plaatselijke Jumbo-supermarkt is dat dit

een ontmoetingsplek moet worden voor ouderen en vrijwilligers.

Een fenomeen dat wel in meer supermarkten te zien is.

Nieuw is wel de eerste “kletskassa” in Brabant.

“Het is een nieuw soort kassa voor mensen die niet zo veel haast

hebben en misschien wel behoefte hebben om een praatje te

maken’, lichtte Colette Cloosterman-van Eerd namens Jumbo toe

aan de aanwezige media. Het project van de groep “Alles Voor

Mekaar” dat ongeveer een jaar draait, wil ouderen en vrijwilligers

bij elkaar om bijvoorbeeld boodschappen te doen of een

klusje in de tuin te doen.

“Mooi initiatief”

Minister de Jonge reageerde zelf enthousiast op twitter: “Vandaag

was ik in Vlijmen waar 10-tallen partijen zich aansloten bij

de lokale coalitie tegen eenzaamheid.

De Jumbosupermarkt opende een speciale koffiecorner en een

‘kletskassa’, waar je rustig een praatje kunt maken. Mooi initiatief!”,

aldus de minister.

Voor meer informatie over het project en de werkwijze van de

werkgroep zie de website www.allesvoormekaar.nu.

Kleine Kernen Magazine 13


Ontspannen in de natuur:

“Gezonder en gelukkiger”

Ontdek de natuur met Roel Diepstraten

Dagelijks zie je mensen recreëren in de

natuur. Heerlijk ontspannen genieten van

de weidse heide, dichte bossen of dat

kleine ommetje door het dorp. Een goede

wandeling of fietstocht maakt veel mensen

vrolijk. Het is niet alleen ontspannen, je

wordt er zelfs gelukkiger van!

Uit een Brits onderzoek - dat afgelopen

voorjaar werd gepresenteerd - bleek dat

wanneer je minstens 2 uur per week

buiten bent jij je gezonder en gelukkiger

voelt. Opleidingsniveau, leeftijd, mate van

beweging en mogelijke (ernstige) ziekte

spelen hierin geen rol van betekenis.

Groene omgeving scholen

De wekelijkse wandeling met vrienden

doet veel mensen goed. “Even lekker

kletsen,” wordt vaak als meer ontspannen

ervaren dan op de fiets of te voet door een

natuurgebied. Zuurstof, actief bezig zijn en

een rustige omgeving dragen hier allemaal

aan bij.

Ook scholen bieden leerlingen steeds vaker

een groene omgeving aan. Op steeds meer

plekken zien we het zogenoemde ‘groene

schoolplein’ oprukken. Door de variatie op

een groen speelplein kan ieder kind op zijn

eigen manier spelen. Er zijn rustige plekken,

ruimte om te klimmen en klauteren of

het traditionele tikkertje spelen. Het is voor

kinderen een fijnere plek waarin ze zichzelf

kunnen ontwikkelen. Juist doordat er voor

ieder kind, letterlijk, een plek te vinden

is. Daarnaast geeft de aanwezigheid van

bomen en andere planten zuurstof en

schaduwplekken en is het er koeler dan in

een stenen omgeving.

Deze omvorming van betonnen plekken

naar groene oases wordt niet alleen op

schoolpleinen doorgevoerd. Ook in grote

steden, waar rekening wordt gehouden

met de groene ruimte blijken mensen zich

gelukkiger te voelen.

Ommetjes

In onze kleine kernen mogen wij dan ook

maar wat blij zijn dat het groen nooit ver

weg is. Eén ommetje is snel gemaakt.Door

de gehele provincie zijn er tal van ommetjes,

kleine wandelingen vanuit de kernen

de natuur in, uitgezet. Deze ommetjes zijn

net zo gevarieerd als de Brabantse natuur.

Jammer genoeg zijn wandelroutes niet al-

Kleine Kernen Magazine 14


tijd even goed begaanbaar, zeker niet voor

mindervaliden. Gelukkig zijn er verschillende

plekken waar rolstoelvriendelijke paden

zijn aangelegd. Deze paden zijn harder dan

zandpaden, waardoor je met een rolstoel

geen last hebt van het mulle (losse) zand.

Voor de natuur zijn deze paden beter dan

bijvoorbeeld een verhard fietspad. Voor

kleine insecten en reptielen zijn het deze

fietspaden namelijk harde en warme barrières

die moeilijk over te steken zijn.

“Recreatiedruk”

Hoewel het enorm belangrijk is voor ons

als mens zijnde om naar buiten te gaan,

kan het voor de natuur enorm belastend

zijn. Zeker wanneer wij met zijn alleen met

vele getalen op een zonnige zondag een

gebied in trekken ontstaat er de zogeheten

‘recreatiedruk’.

Dit betekent niet dat je over de koppen

zou moeten kunnen lopen om de definitie

druk in een natuurgebied te beschrijven.

In een natuurgebied ligt de definitie van

‘druk’ net iets gecompliceerder. Het zou

namelijk zomaar kunnen zijn dat wanneer

jij een mooie afgelegen plek hebt gevonden,

midden in het bos, er al iemand een

half uur van te voren is geweest. Dit zie je

niet want die persoon is allang vertrokken.

Toch blijven onze geursporen achter en de

dieren die door de eerste persoon al zijn

verdwenen zijn binnen dat half uur nog

niet rustig terug komen zitten. En als dit

tafereel nu elk uur wordt herhaald dan

heeft dit dus een enorm effect op het gebied.

Het verstoren van broedende vogels

of rustende dieren levert veel stress bij hen

op. En dit gaat hun gezondheid niet ten

goede.

Ook is dit een veel voorkomend probleem

met loslopende honden. Ze verstoren de

boel doordat ze dieren opjagen. De dieren

raken gestrest en het kan zelfs levensbedreigend

zijn. Niet alleen doordat dieren

kunnen worden aangevallen, maar soms

ook indirect doordat ze hun been breken

of vast komen te zitten in het prikkeldraad.

De natuur is goed voor ons. We worden

er gelukkig en gezonder van. Maar houd

er wel rekening mee dat de natuur een

woonplaats is van tal van planten en dieren.

Vaak zijn onze natuurgebieden de

enige plek nog in de weidse omgeving

waar bepaalde soorten terecht kunnen en

waar verstoring een groot gevaar kan zijn

voor de soort.

Zo zijn er veel plekken waarvan je niet

verwacht iets bijzonders aan te treffen,

maar die zeker een kleine natuurlijke parel

bij zich hebben.

Op het wereldwijde web zijn tal van activiteiten,

wandelingen, fietstochten, rolstoelpaden

enzovoort te vinden voor iedereen

die naar buiten wil. Gebruik deze voorzieningen.

Ze zijn er niet voor niets en reguleren

de recreatie om de omgeving van plant

en dier te ontlasten.

De natuur ook toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers

Kleine Kernen Magazine 15


De gemeenten Leiden en Bronckhorst gaan

dit jaar samen met Movisie aan de slag om

jonge mantelzorgers beter te bereiken en

te ondersteunen. Beide gemeenten starten

samen met deze doelgroep en betrokken

partijen een verbetertraject. Het doel

daarvan is om jonge mantelzorgers binnen

de gemeente beter in beeld te krijgen, te

bereiken en waar nodig te ondersteunen.

Hierbij wordt de kennis van de jonge mantelzorgers

zelf, professionals en wetenschap

zo goed mogelijk benut.

De afgelopen jaren is de aandacht voor

het thema jonge mantelzorg toegenomen.

Medio 2018 constateerde kinderombudsvrouw

Margrite Kalverboer in haar rapport

Hoor je mij wel? dat een kwart van de

kinderen in Nederland een gezinslid heeft

met een beperking.

Behoefte

Deze kinderen en jongeren hebben volwassen

zorgen en een gedeelte van hen

heeft behoefte aan ondersteuning. Ook

is jonge mantelzorger Mariam Yousfi benoemd

als kinderminister om het ministerie

van VWS te adviseren en benoemt minister

Hugo de Jonge in een brief naar de Tweede

Kamer verschillende acties rond het

thema Jonge Mantelzorgers.

Kleine Kernen Magazine 16

Hoe verbeter je de ondersteuning

van jonge mantelzorgers?

‘We merken dat

het niet altijd even

makkelijk is om een

blijvende cultuuromslag

te realiseren’

Verantwoordelijkheid gemeenten

Uiteindelijk zijn het de gemeenten die

verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning

van jonge mantelzorgers. Gemeenten

besteden steeds meer aandacht aan jongeren

als specifieke groep mantelzorgers.

De gemeenten Leiden en Bronckhorst

starten nu dus zelfs een verbetertraject.

Samantha van der Werf-Chaudron (mantelzorgadviseur

bij Stichting Eva) legt uit

wat zij hoopt te bereiken: ‘Stichting Eva is

in de regio Leiden al meerdere jaren bezig

met het op de kaart zetten van het thema

jonge mantelzorg binnen de gemeenten

waar zij werkzaam is. Er wordt een groter

bewustzijn onder beroepskrachten gezien,

maar het is nog lang niet zo dat elke

beroepskracht die te maken kan krijgen

met een jonge mantelzorger voldoende

op de hoogte is. Met ons Platform Jonge

Mantelzorgers wordt er al een jaar of vijf

aan deze doelstelling gewerkt en merken

we dat het niet altijd even makkelijk is om

een blijvende cultuuromslag te realiseren.

Met de hulp van Movisie hopen we door

zowel het gebruik van kennis die op landelijk

niveau al vergaard is, als het goed

benutten van regionale partners verder te

kunnen komen met het bereiken van onze

doelstelling en daarmee te garanderen dat

jonge mantelzorgers gezien, gehoord en

waar nodig ondersteund worden.’

Impact op kinderen

De ondersteuning van mantelzorgers en

het voorkomen van overbelasting staat

ook hoog op de agenda. ‘Met dit verbetertraject

zoomen we in op de jonge mantelzorgers.

Veel kinderen worden geconfronteerd

met ziekte, lichamelijke en/of

geestelijke beperkingen binnen een gezin.

Dit heeft impact op deze kinderen. Bijvoorbeeld

op hun ontwikkeling, vrijetijdsbesteding,

welbevinden, zorgeloos kunnen zijn

etc. Daarnaast is het lastig om deze jonge

mantelzorgers in beeld te krijgen.

Zij melden zich zelden uit zichzelf. Het is

van belang dat we de kennis die voorhanden

is inzetten in de praktijk zodat onze

jonge mantelzorgers weten waar ze voor


hulp of informatie terecht kunnen en zij de

ondersteuning krijgen waar ze daadwerkelijk

mee geholpen zijn’, aldus Ineke Maciag,

beleidsadviseur gemeente Bronckhorst.

‘De jonge mantelzorgers vragen

een eigen aanpak’

De ontvankelijkheid bij de gemeentebestuurders

in Leiden voor effectief beleid

rond de ondersteuning van jonge mantelzorgers

is er, afgaand op wat wethouder

Marleen Damen erover zegt: ‘De jonge

mantelzorgers vragen een eigen aanpak.

In Leiden zijn we al goed op weg met

bijvoorbeeld een Platform Jonge Mantelzorgers

en een denktank Jonge Mantelzorgers.

Het onderwerp is nog vrij nieuw en

we moeten nog veel doen om aandacht

voor dit onderwerp te vragen, onder andere

op scholen, en om jonge mantelzorgers

te bereiken, ondersteunen en actief te

betrekken.’

Wat werkt eigenlijk in de ondersteuning

van jonge mantelzorgers?

Een kenmerk van de verbetertrajecten is

dat deze gebaseerd zijn op kennis. Het is

dus belangrijk dat de werkzame principes

bekend zijn, zodat deze in praktijksituaties

geïmplementeerd kunnen worden. Ondanks

de toenemende aandacht voor jonge

mantelzorgers is het daarom verrassend

dat er nog geen systematisch overzicht

is over wat werkt in die ondersteuning.

Marijke Booijink, onderzoeker bij Movisie,

legt uit: ‘Het aantal onderzoeken dat onder

jonge mantelzorgers is gedaan, blijkt

behoorlijk indrukwekkend. Inmiddels zijn

honderden jonge mantelzorgers over hun

situatie bevraagd, in Nederland, maar ook

in andere landen zoals Engeland of Australië.

Wat kunnen we daarvan leren? Die

kennis brengen we samen in een dossier

Wat werkt in de ondersteuning van jonge

mantelzorgers.’

Voor gemeenten

en professionals die

alvast aan de slag

willen zette Movisie

enkele feiten en

cijfers over jonge

mantelzorgers op een

rij.

Jonge mantelzorgers krijgen een

gezicht met persona’s

Naast de kennis van een Wat Werkt-dossier

is het belangrijk dat we de jongeren

zelf ook goed betrekken in zo’n verbetertraject.

‘Dat is een uitdaging omdat

gemeenten en professionals juist drempels

ervaren in het bereiken van jonge mantelzorgers.

Dat is ook niet gek, want veel

jonge mantelzorgers herkennen zichzelf

niet eens als jonge mantelzorger’, licht

Joost de Haan, adviseur informele zorg

bij Movisie, toe. Een instrument om toch

het perspectief van de jonge mantelzorg

mee te nemen is de Persona. Een Persona

is een fictief persoon gebaseerd op de

verzamelde ervaringen en kenmerken van

de betrokken jonge mantelzorgers zelf. Via

de persona’s wordt op anonieme wijze de

leefsituatie, vragen, problemen en ondersteuningsbehoeften

in beeld gebracht. Zo

krijgen jonge mantelzorgers een gezicht.

Op die manier gaat de doelgroep ook ‘leven’

zonder dat zij altijd aanwezig hoeven

te zijn. Jonge mantelzorgers zijn immers al

druk genoeg. De ambitie is om binnen de

verbetertrajecten een of enkele persona’s

van jonge mantelzorgers te ontwikkelen.

De opbrengsten van de verbetertrajecten

voor de rest van Nederland

Tijdens de verbetertrajecten wordt gebruik

gemaakt van nationale en internationale

inzichten uit wetenschappelijk onderzoek.

Booijink: ‘De inzichten die we hiermee

opdoen zijn erg relevant voor iedereen

die aan de slag wil met het thema jonge

mantelzorg. Pas als we weten waar jonge

mantelzorgers echt behoefte aan hebben,

en welke interventies aansluiten op die

behoefte, kunnen we jonge mantelzorgers

echt goed gaan ondersteunen.’ Het Wat

Werkt-dossier wordt eind 2019 gepubliceerd

en is voor iedereen beschikbaar. De

verbetertrajecten kosten wat meer tijd. De

eerste resultaten zullen in 2020 gedeeld

worden. Met dank aan Movisie

Kleine Kernen Magazine 17


Moergestel – Een complete verrassing

viel onlangs vrijwilligster Jeanne Parade ten

deel. Ze werd wel op een heel bijzondere

manier door de kinderen van Basisschool

De Vonder in het zonnetje gezet. Jeanne

Parade zet zich namelijk al achttien jaar

in als vrijwilligster op de school. En dat

wilden de kinderen van de school en met

name die van groep 6 juffrouw Sandra van

Strijdhoven niet zomaar voorbij laten gaan.

Voor het uitreiken van het eerste Vonderlintje

ging namelijk een taalles in de groep

vooraf.

Daarin kwam bij themawoorden het begrip

“lintje” aan bod en werd het plan geboren

en besproken om Jeanne een lintje te gaan

aanbieden.

Geheime missie

En net als bij een lintje van de Koning

vraagt dat om een goede voorbereiding.

Sven Bos (10) legt uit hoe de “geheime

missie” in zijn groep werd volbracht. “We

vonden het leuk om het te doen, maar niet

altijd gemakkelijk. Toen we alles aan het

bespreken waren, kwam Jeanne toevallig

binnen en moesten we gauw over iets

anders gaan praten.”

Pleun Broeders (11) en Sven Sebregts (10)

leggen uit waarom Jeanne het Vonderlintje

verdient. Pleun: “We hebben voor Jeanne

iets geregeld omdat ze altijd voor iedereen

klaar staat en geen tijd heeft om te stoppen.”

Sven vult aan: “Ze doet van alles

op school zoals papier opruimen, flitsen,

Vonderlintje

voor actieve

vrijwilligster

Jeanne Parade

boodschappen, alles mee en overblijven.

Ze doet dat al 18 jaar en dus vonden wij

dat ze er ook iets voor terug moest krijgen.”

Keigezellig

En met succes want het Vonderlintje kon

na de musical van groep 8 in het bijzijn van

de kinderen van de school officieel worden

uitgereikt aan de compleet verraste Jeanne

die het prachtig vond. “Ik blijf jullie nog

vele jaren helpen al moet ik met de rollator

komen. Ik vind het steeds keigezellig omdat

jullie lieve en dankbare kinderen zijn!”

Waarop ze nog eens op extra daverend

applaus werd getrakteerd en daarna massaal

werd gefeliciteerd.

Gezocht: hulpouders in het basisonderwijs

Zorgvraag van basisscholen

Twee derde van de leerkrachten in het basisonderwijs geeft aan

dat het de afgelopen vijf jaar moeilijker is geworden om ouders

te vinden voor het leveren van hand- en spandiensten, zoals

het zijn van luizenmoeder/-vader, de begeleiding van leerlingen

bij schoolreisjes, de ondersteuning bij schoolfeesten en het

meefietsen naar buitenschoolse activiteiten. Ook is het moeilijker

geworden om ouders te motiveren om zitting te nemen in

de Ouder- en Medezeggenschapsraad van de school.Dat blijkt

uit onderzoek dat is uitgevoerd onder 500 leerkrachten in het

basisonderwijs. Het (representatieve) onderzoek is uitgevoerd

door DUO Onderwijsonderzoek & Advies in samenwerking met

onderwijsvakblad Didactief.

Minder te motiveren

Ouders zijn minder te motiveren voor het verlenen van handen

spandiensten voor de school. Een ruime meerderheid van de

leerkrachten laat weten dat hun school ouders vaak of regelmatig

inzet voor de volgende activiteiten: als luizenmoeder/-va

der (93%), begeleiding van leerlingen bij schoolreisjes (84%),

ondersteuning bij de organisatie van schoolfeesten (78%) en

meefietsen naar buitenschoolse activiteiten (71%). Tweederde

van de leerkrachten (66%) geeft aan dat het de afgelopen vijf

jaar moeilijker is geworden om ouders te vinden voor dergelijke

hand- en spandiensten. Ruim de helft van de leerkrachten

(54%) zegt dat er weleens activiteiten (projecten, schoolreisjes,

e.d.) niet doorgaan, omdat er onvoldoende ouders bereid zijn

om te ondersteunen. Eén op 25 leerkrachten geeft aan dat

dergelijke activiteiten daardoor zelfs váák niet doorgaan.

OR en MR

Ook is het niet makkelijk om ouders te interesseren zitting te

nemen in de Ouderraad en de Medezeggenschapsraad. Ruim

een kwart van de leerkrachten (28%) geeft aan dat het op hun

school (zeer) moeilijk is om ouders te interesseren voor een

plaats in de Ouderraad (OR). Ruim de helft van de leerkrachten

(54%) geeft aan dat dit de afgelopen vijf jaar moeilijker is geworden.

Kleine Kernen Magazine 18


Tien jaar wachten op

overheid voor u en mij

COLUMN Henk Bouwmans

‘Dat men luistert, geen gekonkel, eerlijkheid en openheid,

fouten erkennen, toegeven en gepaste acties nemen’.

Een citaat uit een onderzoek onder burgers waarin wij als

inwoners van Nederland aangeven hoe de overheid ons

hopelijk behandelt: eerlijk, begripvol en met oog voor de

menselijke maat.

Ambtenaren hebben de morele plicht het onderzoek van

de Nationale Ombudsman te lezen, maar zullen er niet blij

van worden. Vinden wij onze relatie met de overheid snel,

mooi, geweldig, perfect of schitterend? Het antwoord is

nee. Deze woorden worden door geen enkele inwoner

genoemd voor onze relatie met ambtenaren en overheidsdiensten.

Wij vinden onze verhouding met de overheid

noodzakelijk, ingewikkeld, ver weg, complex maar ook

noodzakelijk. Dat is herkenbaar: we kunnen voor een heleboel

zaken niet zonder overheid, maar oh, wat gaat het

allemaal moeizaam. Juist in een tijd waarin dienstverlening

en het mensen gemakkelijker maken in de digitale wereld

de leidraad is, ontbreekt het ambtenaren aan een persoonlijke

benadering en van een eerlijk, open relatie is evenmin

sprake!

Grappen

Dat het allemaal veel beter kan, weten we natuurlijk al

lang. We maken niet voor niets grappen over ambtenaren

zolang er al ambtenaren zijn. Maar voor de ambtenaren

die nog steeds niet weten hier onze belangrijkste wensen:

neem de burger serieus, luister goed naar ons burgers,

wees transparant en zorg er alsjeblieft voor dat we vooral

niet langer van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Maak dus één loket waar onze overheidszaken met kennis

van zaken – dus geen kluitje in het riet dat u het ook niet

weet – worden behandeld en waar wij als burgers vooral

serieus worden genomen! En gebruik daarbij alsjeblieft begrijpelijke

en eenvoudige taal. Hanteer simpele procedures.

En durf te erkennen als er wat fout is gegaan.

Alle gemeenten – zoals andere overheidsinstellingen – zijn

druk doende om in een soort Bol.com-systeem hun dienstverlening

te organiseren, zodat we alles 24 uur per dag 7

dagen per week via de smartphone of pc kunnen afhandelen.

Maar pas op! Wij willen dat er altijd een loket blijft

waar we terecht kunnen om zaken in te zien en te regelen.

En graag met veel ruimere openingstijden!

Tot 2030

We willen dus een overheid die ons op een eerlijke, begripvolle

en klantgerichte wijze gaat bedienen. Volgens

het mooie onderzoek van de Nationale Ombudsman pas in

2030. Pardon! Waarom moeten we tien jaar wachten dat

de gemeente, de belastingdienst en al die andere ambtelijke

diensten hun leven beteren? Zit de overheid nog steeds

in een ivoren toren, zoals in de vorige eeuw? Hebben ambtenaren,

wethouders en burgemeesters nog niet door dat

nog eens tien jaar wachten in het huidige maatschappelijke

klimaat onverteerbaar is? Bovendien waar de bakker en

kruidenier weer bezig zijn met service aan huis en daarmee

de persoonlijke benadering is herontdekt, is er geen enkele

reden voor gemeenten om onze adviezen op de lange

baan te schuiven.

Beste ambtenaar, beste wethouder en ook u mijnheer of

mevrouw de burgemeester: snel aan de slag voor een overheid

die begripvol is richting ons als burgers!

Henk Bouwmans Voorzitter De Collegetafel, kennis- en debatplatform over bestuurlijke kwesties en conflicten in het

openbaar bestuur met een maatschappelijke betekenis, zie: www.decollegetafel.nl

Kleine Kernen Magazine 19


Kernachtig - Kernachtig - Kernachtig

Kabinet wil gebarentolk bij

crisissituatie

Extra geld voor

kinderombudsman

Toegang gebouwen moet

vriendelijker

Het kabinet gaat de communicatie met de

bevolking tijdens crisissituaties verbeteren.

Daarvoor zullen onder meer gebarentolken

worden ingezet, zodat ook slechthorenden

beter worden ingelicht. Dat heeft minister

Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) de

Tweede Kamer toegezegd. “Het is belangrijk

dat tijdens crisissituaties zo veel mogelijk

mensen worden bereikt. Daarom gaan we

samen met cliëntenorganisaties en de veiligheidspartners

aan de slag om te kijken hoe

we de crisiscommunicatie voor kwetsbare

groepen, waaronder doven en slechthorenden,

kunnen verbeteren”, aldus de minister.

Dit op verzoek van De Kamer die hierom

had gevraagd, omdat de informatie over

de aanslag in Utrecht in maart waarbij vier

doden en meerdere gewonden vielen voor

veel doven en slechthorenden niet te volgen

was.

Oproep Klimaatverbond: ‘Maak

werk van lokaal hitteplan’

Het Klimaatverbond Nederland roept gemeenten

op in 2020 lokale hitteplannen

in te voeren. Volgens het verbond maken

nog maar weinig gemeenten gebruik van

de Handreiking lokaal hitteplan. ‘Het gaat

niet om dure fysieke maatregelen, maar

vooral om de organisatie van het netwerk

van lokale maatschappelijke organisaties’,

zegt Madeleen Helmer, van het Klimaatverbond.

‘Zij moeten gezamenlijk een rol pakken

in het verminderen van de hittestress bij

kwetsbare bewoners. Denk aan maatregelen

als gekoelde supermarkten die wat

extra stoelen bij de koffietafel zetten;

huisartsen die de medicatie van kwetsbare

mensen checken of het mobiliseren van de

vele lokale organisaties die zijn betrokken

bij eenzaamheidsbestrijding.’

Het budget voor het instituut van de

Kinderombudsman gaat vanaf dit jaar

structureel omhoog: in 2019 is 350.000

euro extra beschikbaar voor het instituut,

volgend jaar komt daar nog eens 150.000

euro bovenop.

Op basis van de langetermijnvisie van de

Kinderombudsman en de knelpunten die

de Kinderombudsman ervaart bij de uitvoering

van zijn wettelijke taken heeft het

kabinet besloten om deze extra middelen

ter beschikking te stellen.

Uit de evaluatie van de Wet Kinderombudsman

bleek dat sommige taken van het

instituut minder prioriteit kregen, zoals

het geven van voorlichting over kinderrechten

en het houden van toezicht op

klachtbehandeling door andere instanties.

Nederland kent sinds 1 april 2011 een

Kinderombudsman. De Kinderombudsman

heeft tot taak te bevorderen dat de rechten

van kinderen worden nageleefd. Hij

geeft daartoe voorlichting en informatie

en zowel gevraagd als ongevraagd advies

over wetgeving en beleid; daarnaast stelt

de Kinderombudsman onderzoek in naar

het naleven van kinderrechten en houdt hij

toezicht op de afhandeling van klachten.

Sinds april 2016 is Margrite Kalverboer

Kinderombudsman. Voor een interview

met haar zie: https://vng.nl/kinderombudsvrouw-margrite-kalverboer-een-pedagoog-in-elke-gemeente

Nieuwe woningen en publiek toegankelijke

gebouwen moeten beter toegankelijk

worden voor mensen met een beperking.

Hiervoor wil minister Kajsa Ollongren (BZK)

de bouwregelgeving gaan aanpassen.

Deze maatregel is een logisch vervolg op

het “Actieplan toegankelijkheid voor de

bouw”. Het sluit aan op het VN-verdrag

Handicap dat in 2016 door Nederland is

geratificeerd, en de positie van mensen

met een beperking moet verbeteren zodat

zij volwaardig kunnen deelnemen aan de

maatschappij. Ollongren wil onder andere

de eis dat bij nieuwbouwwoningen

tenminste één toegang goed toegankelijk

is voor mensen met een beperking, uitbreiden

naar alle toegangen. Voor balkons

volgt eerst nog onderzoek naar de

praktische uitvoerbaarheid van deze eis. Er

komen voor nieuwe publiek toegankelijke

gebouwen aanvullende eisen voor trappen.

De minister liet eerder al weten dat

woningen met een zorgfunctie weer standaard

een buitenruimte moeten hebben.

VVD: duidelijkheid mening

huisarts euthanasie

Iedere huisarts moet aan zijn patiënten

laten weten hoe hij of zij denkt over euthanasie

voordat arts en patiënt met het vraagstuk

te maken krijgen. Dat zegt VVD-kamerlid

Ockje Tellegen in een interview met

het AD. Ze wil dat CDA-minister Hugo de

Jonge (Volksgezondheid) er in het najaar

werk van maakt. “Ik zou willen dat iedere

Nederlander van zijn huisarts weet of die

bereid is euthanasie toe te passen of niet.

Euthanasie is geen recht dat je kunt opeisen,

maar ik vind wel dat je je huisarts mag

vragen bekend te stellen of die er eventueel

toe bereid is of er principieel op tegen is”,

aldus Tellegen.

Kleine Kernen Magazine 20


Burgerinitiatief Alcohol en drugs bij jongeren

Projecten in Helvoirt, Hoogeloon en Hilvarenbeek

“Alleen voor vandaag.” Voor iemand die

kampt met verslaving is dat een bekende

uitspraak. Soms is deze gedachte zelfs de

enige manier om in herstel te blijven. Want

het voornemen van een verslaafde om elke

dag te beginnen met vandaag niet te gebruiken

is al groot genoeg.

Het thema alcohol en drugs bij jongeren is

actueel. Het festivalseizoen zit voller dan

ooit, blowen is voor middelbare scholieren

doodgewoon geworden, en ze zijn als

nooit tevoren op de hoogte van middelen

die er op de markt zijn. Vaak zijn het

verboden middelen, waardoor het voor

het puberbrein alleen maar interessanter

wordt.

Experimenteren

Niet dat het met elke jongere mis gaat.

Er zijn er genoeg die een paar keer experimenteren,

en het daarbij laten. Maar in

elke vriendengroep zit er minimaal één.

Die geen weerstand kan bieden na die

eerste keer. Die, na zo’n eerste keer gebruiken,

het gevoel heeft dat hij of zij er

eindelijk bij hoort. Zich eindelijk gelukkig

voelt, zich begrepen voelt.

Dan lonkt het gebruik naar meer. Deze

jongere verdwijnt uit beeld bij de rest van

de groep en het gaat van kwaad tot erger.

Als ouders het ontdekken, is het vaak te

laat. Met een radeloos, wanhopig gezin

tot gevolg.

Samen doen met professionele

ondersteuning

Hilvarenbeek staat aan de vooravond

van een burgerinitiatief. Om alcohol en

drugsgebruik bij jongeren bespreekbaar te

maken. De ambities houden we klein. We

hebben niet de illusie dat we verslaving

onze gemeente uit helpen. Maar wel dat

verhalen delen helpt, en dat daarmee taboes

doorbroken worden. En anderen opstaan

om hun verhaal durven te vertellen.

Er is veel professionele hulp beschikbaar,

ook in Hilvarenbeek. Maar lang niet iedereen

weet de weg er naar toe te vinden.

We gaan het samen doen, als inwoners.

Met steun van professionele organisaties

zoals de gemeente, Bureau Halt, Politie,

Novadic-Kentron, en de dorpsondersteuners.

We krijgen inspiratie van andere

initiatieven. Vanuit Helvoirt, waar “Herstelvoirt”

is opgericht. Of uit Hoogeloon waar

“Eyes Wide Open” mooie verbindingen

maakt met de sportverenigingen. We leren

van elkaar. Binnenkort is dit burgerinitiatief

in Hilvarenbeek, een gemeente met 6

kernen, een feit. Waarbij we onder andere

uitleg geven over de term ‘alleen voor vandaag’.

Waarbij we onze zorgen voor morgen

omzetten in actie. Voor de toekomst

van onze jongeren.

Door: Werkgroep alcohol en drugs

Hilvarenbeek

Kleine Kernen Magazine 21


Bestuurslid Wil Schellekens aan de koffie met bewoners Lars Vugts (l) en Willem Schellekens

Ouderinitiatief “Wonen in Goirle”

De kracht van een verhaal

Met veel genoegen lees ik verhalen over

ondernemende burgers in de zorg. Bijvoorbeeld:

‘Ik is niks in Elzendorp ‘van Tom

Baetens en ‘Burgers doen het zelf ‘, het

onlangs verschenen boek over de zorgcoöperatie

in Hoogeloon van Ad en Freya

Pijnenborg. En als ik in de buurt van Esbeek

ben, schuif ik graag aan de stamtafel

van het dorpscafé van deze kleine kern

om te luisteren naar nieuwe ontwikkelingen

van doe – het – zelvers. Horen en

zien hoe burgers in eigen kring problemen

rond zorg, wonen en welzijn op de schop

nemen, dat inspireert mij. Dicht bij huis,

in het centrum van Goirle, levert het ouderinitiatief

‘Wonen in Goirle’( W.I.G.) ook

een mooi verhaal op. Dit verhaal verdient

het om in brede kring bekend te worden.

Dit ook in de hoop dat de prestaties van

deze ouders aanstekelijk werkt naar ‘lotgenoten’.

W.I.G.: Miniportret

‘Wonen in Goirle’ is een initiatief van ouders

in Goirle die een kleinschalige vorm

van wonen en zorg voor hun geestelijk en

/of lichamelijk gehandicapte kinderen –

met een WLZ – indicatie (Wet Langdurige

Zorg ) met een 24- uurs indicatie – hebben

gerealiseerd, midden in de eigen woonomgeving.

Kleinschalig wonen, liefst om

de hoek, en volwaardig burgerschap,

zijn thema’s die een groep ouders, die

nadenken over een leefplek voor hun

zoon of dochter buiten het ouderlijk huis,

zeer aanspreken. De meerwaarde van het

ouderinitiatief bestaat volgens de ouders

uit meer kwaliteit van leven omdat de

bewoners meer worden uitgedaagd in hun

zelfstandigheid, er meer participatie met

de samenleving is en de betrokkenheid van

de familie beter is gewaarborgd. Ook is de

zorg meer op maat en persoonlijker; dit

omdat deze geboden wordt door een vast

team. De zorg is volgens de ouders beter

dan in de zorginstellingen omdat zij daar

(samen met hun kinderen) meer invloed

op hebben (eigen regie) en er inzicht is in

de kosten van de zorg. Bij een ouderinitiatief

gaat het om echt maatwerk, volledig

afgestemd op de hulpvraag, wensen en

behoeften van de bewoners.

Een meer recente ontwikkeling: vanaf

2014 gaat W.I.G. als ‘kleine zorgaanbieder

’‘functioneren. Men gaat , op kleine

schaal, invulling geven aan dagactiviteiten

voor enkele bewoners. De ervaringen hiermee

zijn positief.

Onafhankelijk van derden

In 2002 is de oudervereniging W.I.G. opgericht.

Er is voor de verenigingsvorm omdat

aldus alle leden betrokken zijn bij de

besluitvorming. Verspreid over vele jaren

heeft de realisatie van de droom heel veel

tijd gekost. Er is strijd gevoerd, veel obstakels

moesten overwonnen worden. En nog

steeds is waakzaamheid geboden. Wel is

het zo dat de bedreigingen nu juist van

buitenaf komen. Ze zijn minder te zoeken

in het concept ouderinitiatief zelf. Denk

aan bedreigingen als: onduidelijke kaders

in de wet – en regelgeving en belangentegenstellingen

in het lokale speelveld.

Maar ook dat een ouderinitiatief wordt

gezien als een professionele zorginstelling,

waardoor die moet voldoen aan wet – en

regelgeving die onvoldoende aansluit bij

de kleinschaligheid van het initiatief. Tegenover

die obstakels staat de website van

W.I.G. die laat zien hoe trots de ouders zijn

op het appartementencomplex voor hun

gehandicapte kinderen aan de St. Jansstraat.

De huisvesting is gerealiseerd binnen

de reguliere volkshuisvesting, waarbij

de Leijstromen (voorheen: Woonstichting

Leijakkers) beheerder en exploitant is van

de huisvesting. De zorg werd 10 jaar lang

ingekocht via een reguliere zorgaanbieder

uit de regio. Eind 2016 kist W.I.G. voor de

ZZP – constructie. Aldus is het ouderinitiatief

geheel zelfstandig en onafhankelijk

van derden.

Kleine Kernen Magazine 22


Obstakels

Wanneer een zorginstelling ( bijvoorbeeld

Amarant) een kleinschalige woonvorm in

de regio opzet, kan ze aanspraak maken

op subsidies van de overheid voor de inrichting

van de gemeenschappelijke ruimtes.

Een ouderinitiatief, waar de ouders de

regie in eigen handen hebben en houden,

valt buiten de subsidieregeling en is dus

voor financiering aangewezen op donaties

en giften van fondsen en sponsoren. Hoewel

W.I.G. financiële steun mocht ontvangen,

gaat het hier om een knelpunt dat

een krachtige aanpak behoeft. Diverse belangenorganisaties

(o.a. Per Saldo , belangenvereniging

van mensen met een PGB)

zijn al tot actie overgegaan. Het Regionaal

Platform de Sleutel tot Wonen ( RPSW;

een belangenvereniging van 36 bestaande

ouderinitiatieven met in totaal ca.330 individuele

leden in en rond Noord – Brabant)

mag hierbij niet achterblijven. Aanbevolen

marsroute : lobbyen bij de Vereniging van

Nederlandse Gemeenten ( VNG)! Gelukkig

is sinds enkele jaren in elk PGB een wooninitiatieven

– toeslag mogelijk ter financiering

van gemeenschappelijke zaken.

Knelpunt

Een weerbarstig knelpunt betreft de samenwerking

met zorginstellingen. W.I.G

heeft o.a. samengewerkt met Prisma en

Thebe. Dit ging niet altijd zonder slag of

stoot. Op een aantal momenten werd een

zorgcontract beëindigd. In de jaarverslagen

van W.I.G. is te lezen dat het niet altijd

ging om ‘gewone ‘ botsingen, bijvoorbeeld

rond ongewenste mutaties in het zorgteam.

Er was, veelal onderhuids, meer aan

de hand. Ter ondersteuning twee citaten:

“Het is zaak dat W.I.G. geen ‘ afdeling 17

‘ wordt van de zorgorganisatie “ ( 2013).

En :”De deelname van ouders samen met

de teamleden aan de cursus ‘Sensorische

informatie’ was prima. Een stap in de goede

richting om het denken in ‘Hullie ’en

‘Gullie’ te doorbreken”. Ik trek dit knelpunt

breder. De moeizame samenwerking

van grote organisaties met kleinschalige

initiatieven speelt ook elders en is niet

van vandaag of gisteren. Er is voldoende

aanleiding om in die relatie te blijven investeren.

Het wachten is op hulpverleners die

niet krampachtig vasthouden aan de regels

en richtlijnen van de aanbieders. Dat is niet

wat kritische ouders wensen. Bijscholing,

alsmede aanpassing van opleidingsprogramma’s

voor professionals in spé zijn hier

een “conditio sine qua non”. Vertrekpunt

moet zijn de beschikbare ervaringskennis

dat het reguliere aanbod niet past bij kleinschaligheid!

Mazzel

In publicaties over burgerinitiatieven in

de zorg komt de lokale overheid er vaak

niet goed vanaf. Zaken die ondernemende

burgers de meeste hoofdpijn bezorgen: de

‘ambtenarencultuur’ (controleren in plaats

van meedenken, onbekendheid met een

dienende rol) en de ‘bureaucratische cultuur‘

(procedures belangrijker dan inhoud

en voortgang). In Goirle heeft W.I.G. niet

te klagen over een krakkemikkige interactie

met het gemeentebestuur. Toen in

de startfase het vinden van een geschikte

locatie niet snel vorderde, hebben enkele

leden van de gemeenteraad een brief opgesteld

voor B&W met het verzoek actief

aan de slag te gaan en het ouderinitiatief

te ondersteunen. Dit met een positief

resultaat. In de verdere ontwikkeling van

W.I.G. hebben de betrokken ambtenaren

op een creatieve manier meegedacht om

de WMO -systematiek zo soepel mogelijk

te laten verlopen. In 2017 wordt de Vrijwilligersprijs

van de gemeente Goirle toegekend

aan W.I.G, waarbij vooral de vrijwilligers

die voor het busvervoer zorgdragen

vooraan mochten staan.

Achilleshiel

Onderzoek naar burgerinitiatieven (Marcel

Ham en Jelle van der Meer) laat zien hoe

belangrijk de rol van trekkers is. “De meeste

initiatieven hebben een dominante trekker.

Iemand uit de eigen groep met gezag,

leiderschapscapaciteiten en uithoudingsvermogen,

een charismatische figuur die

het proces op gang brengt en houdt. Iemand

die intern zorgt voor binding en motivatie.

En extern voor geloofwaardigheid

‘, aldus de onderzoekers. Ook W.I.G. heeft

tot op heden kunnen beschikken over dit

soort ‘sterkhouders’. Maar vroeg of laat

dient zich de noodzaak van wisseling van

de wacht aan. Een riskante transitie voor

elk initiatief. De broodnodige continuïteit

kan onder druk komen staan.Voor de

continuïteit van het bestuur van W.I.G zijn

reeds goede stappen gezet. Gelet op de

prestaties tot op heden zie ik de wisseling

van de wacht met vertrouwen tegemoet.

Dit hoewel altijd geldt dat successen in het

verleden geen garantie voor de toekomst

vormt. Pieter van Harberden

De auteur verbonden aan Tilburg

University ( Sociologie van de Welzijnszorg),

was voorzitter van Platform

Gezondheid en Welzijn Goirle, volgt

met veel interesse de opmars van burgerinitiatieven

op het vlak van zorg,

wonen en welzijn. De auteur is veel

dank verschuldigd aan Wil Schellekens

en Hans Hoogedoorn

( bestuursleden W.I.G.)

De huidige elf bewoners zijn op zoek naar een nieuwkomer om de W.i.G.-familie weer op volle sterkte te brengen. Samen met

het bestuur zoeken zij een kandidaat (man of vrouw):

• in de leeftijd van 18 tot 40 jaar, waarbij vooral gekeken zal worden naar de ontwikkelingsleeftijd;

• met een WLZindicatie (Wet Langdurige Zorg) met een 24-uurs indicatie.

Voor meer informatie over W.i.G., zie onze website www.woneningoirle.nl.

Belangstelling? Zend een e-mailberichtje naar onze secretaris dhr. Wil Schellekens, w.schellekens@planet.nl.

Kleine Kernen Magazine 23


Stichting Tess

in de schijnwerpers

Toen Jan Mathijssen voor de eerste keer

naar in januari 2006 Curaçao ging met zijn

petekind Tess had hij niet kunnen vermoeden

dat er bijna 13 jaar later een Stichting

Tess zou zijn die al heel veel kinderen de

dolfijn ondersteunde therapie aan heeft

kunnen bieden.

Tess een meisje met het syndroom van

down, toen 6 jaar, praatte niet, kon niet

lezen en zat met een “rugzakje” in de 1 e

klas van de basisschool. Na 4 dagen was

het er dan. Uit het niets kwam Tess naar

haar moeder en zei: “Mama mag ik drinken!”

Dit zorgde voor emotionele reacties

bij vader, moeder, broer, zus en peetoom.

Uit het niets begon Tess zomaar een zin

van 4 woorden te spreken. Gedurende de

tweeweekse therapie zag Jan niet alleen

bij Tess maar ook bij andere kinderen die

therapie hadden voortuitgang. Met een

naslagwerk en een aantal tips voor thuis

en op school kon verder worden gewerkt

aan de ontwikkeling van Tess. Na terugkomst

en tot haar schoolvakantie leerde

Tess meer woordjes, lezen en kreeg steeds

meer zelfvertrouwen. Wat een ontwikkeling

dankzij de dolfijn ondersteunde therapie

van het Curaçao Dolphin Therapy &

Research Centre.

Inzamelacties

Tess was toen daar op eigen kosten. Veel

geld was ingezameld met acties zoals lege

flessen sparen, sponsorloop op school,

rommelmarkten, spaargeld en donaties.

De therapie, het vliegen en het verblijf kost

veel geld. Bij geen enkele zorgverzekeraar

kon geld worden verkregen. PGB gelden

konden hiervoor niet worden ingezet. Nadat

Jan na terugkomst dit had uitgezocht

en hij, door deze ervaring, van mening

was dat deze therapie voor Tess en nog

veel meer kinderen mogelijk zou moeten

zijn, besloot hij Stichting Tess op te richten.

Sinds 2 augustus 2006 bestaat stichting

Tess en groeit elk jaar.

Voor de gelden die voor de therapie nodig

zijn is de stichting aangewezen op particulieren,

bedrijven, Rotary- en Lionsclubs,

collectes, loterijen, markten en braderieën,

wandeltochten, hardloopwedstrijden en

evenementen opgestart door ouders, bestuur

of derden.

Therapie

Stichting Tess stelt zich ten doel om voor

kinderen met het syndroom van down,

Kleine Kernen Magazine 24


autisme of een andere al dan niet aangeboren

verstandelijke en/of motorische

beperking in de leeftijd van 4 tot en met

18 jaar interactieve dolfijnondersteunde

therapie bij het Curaçao Dolphin Therapy

& Research Center (CDTC) mogelijk te

maken. Deze therapie heeft bewezen een

belangrijke aanvulling in de dagelijkse ontwikkeling

van kinderen met beperkingen

te zijn en voor een hogere kwaliteit van

leven voor kind, ouders en hun omgeving

te kunnen zorgen.

Het totale bedrag wat een gezin nodig

heeft is ca.12000,00 euro. Van dit bedrag

betaalt stichting Tess de therapie en een

deel van de vliegtickets tot een maximum

van 8500,00 euro. Voor het resterende

bedrag spaart het gezin zelf vanaf het

moment dat ze op de wachtlijst staan tot

aan het moment dat ze naar de therapie

vertrekken.

Tiendaags programma

In het tiendaags programma is er niet alleen

aandacht voor het therapiekind maar

ook voor de ouders (workshops) en de

broertjes en zusjes (educatief programma).

Op de wachtlijst staan is voor de ouders

niet vrijblijvend. Door ouderparticipatie

werken de ouders mee door zelf acties op

te zetten of mee te helpen bij acties opgezet

door andere wachtlijstouders, bestuur

of derden om zo gelden binnen te halen

voor alle kinderen op de wachtlijst. Stichting

Tess werkt met een bestuur en vrijwilligers

die geen van allen een vergoeding

in geld en/of goederen ontvangen. Allen

doen hun werk gratis.

200 kinderen

Elke euro die de stichting ontvangt is zeer

welkom want met elke euro komt de dolfijnondersteunde

therapie van weer een

volgend kind op de wachtlijst snel een

stuk dichterbij. Sinds haar oprichting heeft

de stichting al meer dan 200 kinderen de

therapie aan kunnen bieden.

Met ingang van 1 januari 2018 heeft de

stichting van het CBF (Centraal Bureau

Fondswerving) het keurmerk Erkend Goed

Doel gekregen waar de stichting zeer trots

op is.

Daarnaast heeft de stichting al vanaf het

begin de ANBI (Algemeen Nut Beogende

Instantie) status van de Belastingdienst

waardoor voor bedrijven en particulieren

de donaties aan de stichting fiscaal aftrekbaar

zijn.

Voor meer informatie zie:

www.stichtingtess.nl

en/of Facebook Stichting Tess

Ervaringen van ouders over de

therapie voor hun kind

Realistisch, nieuwsgierig en toch

ook wel gespannen…dat waren we

afgelopen mei, toen we vertrokken

richting Curaçao, voor de dolfijn ondersteunde

therapie van onze zoon.

Maar al na 2 dagen was het duidelijk

en sloegen onze gevoelens om naar

verwonderd en enthousiast! Wat is dit

een magische plek èn ondersteuning

voor ons kind.

Onze zoon is een heel blij ventje en

doet het hartstikke goed, maar er zijn

altijd aandachtspunten. Na 2 jaar op

de wachtlijst te hebben gestaan van

Stichting Tess, mochten wij zelf gaan

ontdekken hoe fantastisch deze therapie

voor ons kind is. De doelen, die we

samen gesteld hebben, zijn uitgebreid

geoefend en uiteindelijk behaald. En

met een berg aan adviezen kunnen

we thuis ook weer verder. De goede

weg die we samen zijn ingeslagen,

werkt ook thuis nog steeds door! We

zien groei op het gebied van emotieregulatie,

spraak, alertheid en zindelijkheid.

Wat zouden wij ieder kind met een

beperking deze dolfijn ondersteunde

therapie gunnen!

Kleine Kernen Magazine 25


Museum De Dorpsdokter

Ziek zijn en niet beter worden in grootmoeders tijd…

Je kon vroeger ook van alles mankeren:

bronchitis hebben, of een liesbreuk, je

hart kon op hol slaan, je kon een etterbuil

krijgen, of ischias of een hernia, of je enkel

verstuiken. Maar ook de pokken oplopen,

of je heup breken, cholera krijgen, een

negenoog of bloedvergiftiging. Het zal je

maar gebeuren en je zult geen dokter in

de buurt hebben. Maar ja, ook al was die

er wel: wat kon hij uitrichten tegen al die

kwalen? Ja, hij kon aderlaten, bloedzuigers

laten zetten of een klisteerspuit in je achterste

steken. Meestal was je na 10 dagen

wel beter, want 90% van de eenvoudige

kwalen gaat vanzelf over. Maar dat gold

niet voor alles….! Vaak gingen mensen

dood aan eenvoudige kwalen…

Aderlating

Museum de Dorpsdokter in Hilvarenbeek

wil u laten zien wat die dokter in de periode

1800-1940 zoal in huis had. De hele

wereld was zeker tot 1800 nog vol geloof

en bijgeloof. De wetenschap wist nog niet

Kleine Kernen Magazine 26

zoveel… Ze dachten vanaf Hippocrates tot

aan Louis Pasteur (1860) dat de gezondheid

van de mens werd bepaald door het

evenwicht tussen de vier lichaamssappen:

bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. En als

je dan ziek was, moest je dat verstoorde

evenwicht herstellen met aderlaten of

bloedzuigers. Dus: hup de bloedzuiger

achter je oren om de overmaat aan bedorven

vochten te bestrijden bij zoiets als

flauwvallen…. Of even met een scherpe

vlijm aderlaten bij een longontsteking. Dat

was de oplossing, voor van alles en nog

wat.

Maar langzaamaan ging de wetenschap

vooruit, vooral met behulp van het natuurwetenschappelijk

denken. Met de

microscoop en hygiënisch denken, dat

gaf uiteindelijk vooruitgang, zo leerde ons

Louis Pasteur in Parijs en Joseph Lister in

Edinburg. En met meten=weten. Wij laten

die vooruitgang zien in ons museum met

houteren stethoscopen, met bloeddrukmeters

en met laboratoriumspullen zoals

steriele spuiten, etherkapjes en glazen

buisjes. Maar ook met de croupketel, de

breukband, voorverpakte pleisters en gipsverband-in-blik.

En ook met betere medicijnen

zoals het aspirientje of Dampo of

Roter-maagtabletten, die je bij de drogist

kon kopen of insuline en later penicilline

bij de apotheek.

Zuigelingensterfte

Ook kinderen krijgen was vroeger geen

flauwekul (nog niet trouwens…). Maar

de hulpmiddelen waren schaars: een verlostang

met houten handvatten was er wel

vanaf 1700 en werd in zo’n 15% van de

bevallingen aangelegd. Pas in 1957 kwam

zijn opvolger, de zuignap, waarmee de

dokter of de vroedvrouw een moeizame

bevalling kon bespoedigen. Men moest

rond 1900-1910 nog een zuigelingensterfte

van 10% accepteren, verschrikkelijk…

Bijna elk gezin kende kindersterfte… Zo

ongeveer vanaf 1900-1920 komen er couveuses,

aanvankelijk een soort broeikisten,


die je kon huren bij de kruisvereniging, of

de reiscouveuse van de GGD waarmee een

onrijp baby’tje naar het ziekenhuis in Tilburg

of Utrecht gebracht kon worden…

Spreekuur in café

Niet alleen de dokters maakten vorderingen

in de gezondheidzorg. Er kwamen

ook zusters en verpleegsters die deskundig

werden opgeleid vanaf ca. 1920: de

verpleegkundige A en B (psychiatrie). De

kruisverenigingen kwamen op het Brabantse

platteland ook vanaf 1920, en die

zusters leerden de bevolking nog veel betere

hygiëne, betere voeding en rust-reinheid-regelmaat!

Ook tandartsen kwamen er steeds meer,

aanvankelijk alleen in de stad, met hooguit

een middag spreekuur achter in het café

in de kleine dorpen. De Engelse sleutel

als tang werd vervangen door beter kiezentangen.

Er kwamenkunstgebitten en

bruggen om als bejaarde tenminste nog

een bruikbaar gebit te hebben. Want voor

1900 had bijna geen enkele bejaarde nog

fatsoenlijke tanden in de mond…

De fysiotherapeut komt vanaf 1900 in

beeld, met oefenapparaten, massagemiddelen,

de warmtelamp en trilapparaten.

Wij laten het allemaal zien in ons museum!

Apotheekkast uit 1786

Een topstuk is onze apotheekkast, de

mooiste van Nederland. En nog wel een

uit 1786 ook! Vooral mooi vanwege de

handgedraaide zuiltjes en pilaartjes en 92

kleine ladekastjes met Latijnse opschriften.

En allemaal in de zachte kleur gebroken

wit. Het is een bruikleen van de gemeente

Heusden, maar hij staat wonderschoon bij

ons in Hilvarenbeek!

Om het helemaal rond te maken, laten

wij achterin het museum ook zien, dat er

vroeger ook al kunstledematen waren,

een kunstbeen voor iemand die in 1950

een ernstig ongeluk met de bromfiets had

meegemaakt. Of een kunstbeen voor een

zeeman. Of een rolstoel met houten banden

voor iemand met kinderverlamming.

Je gelooft je ogen niet als je ziet hoe ouderwets

die materialen nog waren tot aan

1960 toe!

Ook lederen korsetten bij rugafwijkingen,

of een kunstarm voor iemand die een

granaat had aangeraakt in de Tweede

Wereldoorlog. Allemaal primitief als je het

vergelijkt met tegenwoordig..

Dit hele arsenaal aan historisch materiaal

uit de periode 1800-1945 geeft u nog

inzicht in de mogelijkheden en onmogelijkheden

van onze voorouders U zul vast

denken: goed dat ik nu leef in 2019. Maar

de dokters van nu kunnen ook niet alles….

U moet vooral gezond blijven leven, geen

gekke dingen doen, en veel geluk hebben

om ook nu nog oud te worden!

Neem onze wijze raad ter harte:

Jan A.M. van Eijck, arts -conservator

Museum De Dorpsdokter Hilvarenbeek

Foto’s: Wil Snelders/Jeroen Verhelst

Houd hoofd en voeten Warm

Vul matig uwen darm

Zet de poort op tijd goed

open

En laat de dokter naar de

kloten lopen…

(Oud Kempisch gezegde)

Kleine Kleine Kernen Kernen Magazine Magazine 27


COLUMN Evert van Schoonhoven

Verandering van het

(politieke) klimaat !?

Voor velen van ons lijkt de zomervakantie

alweer een herinnering uit ver

vervlogen tijden. Een zomer die zich

wat temperaturen betreft weer van

een goede kant heeft laten zien. Er

werd zelfs een hitterecord van 40,7

graden Celsius gemeten. Klimaatverandering

vindt plaats !?

Liggend in mijn hangmat, opgehangen

tussen twee eikenbomen, die vrij zijn

van eikenprocessierupsen, bestudeer

ik al nippend aan een lekker Brabants

biertje het provinciale bestuursakkoord

voor de komende 4 jaar. Met mijn bril

op van de VKKNB (Vereniging Kleine

Kernen Noord-Brabant) scroll ik pagina

na pagina op zoek naar ‘kapstokken’

om de maatschappelijke opgaves in het

landelijk gebied aan op te gaan hangen.

Tot mijn eigenlijke verbazing kan

ik mijn stift met een fluoriserende kleur

veelvuldig gebruiken.

‘Het Blijfklimaat (!?) in het landelijk

gebied van de provincie dient versterkt

te worden’. Het nieuwe College van

Gedeputeerde Staten wil bijdragen

dat Brabantse dorpen plekken blijven

die aantrekkelijk zijn om te wonen,

werken en leven. Bijvoorbeeld op het

gebied van openbaar vervoer, wonen

en werken.

Het College noemt verder dat Gezondheid

de belangrijkste voorwaarde

is voor kwaliteit van leven. Een

voortdurende verbetering van omgevingsfactoren

als de lucht-, water-, en

bodemkwaliteit en het beperken van

geluid- en geurhinder wordt als hoge

prioriteit gezien.

Meer ruimte voor nieuwe woonvormen

in het buitengebied zoals het stimuleren

van bewoning voor specifieke doelgroepen

zoals voor starters, ouderen

en mantelzorgers.

Telkens, bij bijna elke omschreven ambitie,

wordt deze gevolgd door intrigerende

zinnen:

- GS wil met de partners in het veld

in overleg om te kijken waar we

samen meerwaarde kunnen creëren.

- We ontwikkelen samen met onze

partners, in het licht van de maatschappelijke

transities, een nieuwe visie

op sociale veerkracht en leefbaarheid.

In nauwe samenwerking met onze

partners een nieuw Strategisch plan

opstellen dat aansluit op het rijksbeleid

Driftig begin ik vervolgens met mijn

pen in de kantlijn allerlei aantekeningen

op te schrijven: meningen, suggesties

en ideeën. Ik kom ruimte te kort.

Al met al zie ik voldoende ‘kapstokken’

binnen dit bestuursakkoord om als

VKKNB in te haken op deze ambities.

Belangrijk is nu hoe GS deze verder

gaat communiceren op weg naar de

verschillende uitvoeringsprogramma’s.

Wie zijn de genoemde partners in

het veld en worden ze daadwerkelijk

in een pro-actieve positie neergezet

om zo mede inhoud en vorm aan het

beleid te kunnen geven. Of blijft er

wederom een re-actieve rol voor de

partners weggelegd om vervolgens

daarna de nieuwgekozen volksvertegenwoordigers

in de provinciale staten

te benaderen om het beleid alsnog in

een gewenste richting te bewegen.

De VKKNB staat klaar om deze pro-actieve

rol op te pakken waarbij het van

belang is dat GS ons als belangenbehartiger

ziet van de inwoners in het

landelijk gebied. Als ervaringsdeskundigen,

expertisecentrum en als verbinder,

die door het provinciebestuur integraal

benaderd wil worden. Hiervoor gefaciliteerd

wil worden. We willen ons

(laten) inzetten binnen provinciale beleidsprocessen.

Zowel in een zo vroeg

mogelijk stadium bij beleidsformulering

alsook in het stadium van uitvoering

om zo die directe binding met de Brabanders

te borgen.

Nu, medio september, zal in de komende

maanden blijken of het papier

waarop het Bestuursakkoord is

geschreven gewillig zal blijken te zijn

of dat GS daadwerkelijk de partners

in een vroegtijdig stadium op gaat

zoeken. De komende begroting zal

de eerste elementen van het nieuwe

voorgestane beleid dienen te bevatten.

De grote vraag is welke voorgestelde

beleidsombuigingen al zichtbaar gaan

worden.

Mede afhankelijk daarvan gaan we

wellicht een warme herfst en een zachte

winter tegemoet.

Zal het (politieke) klimaat daadwerkelijk

gaan veranderen !?

Evert van Schoonhoven - Voorzitter

van de Vereniging Kleine Kernen

Noord-Brabant

Kleine Kernen Magazine 28


PlattelandsParlement op 23 november in Venhorst

De kleine kern Venhorst (gemeente Boekel)

is op het gebied van kleine kernen op

zaterdag 23 november voor één dag het

epicentrum van Nederland. Dan wordt namelijk

in het gastvrije dorp het Plattelands-

Parlement van 2019 gehouden. Venhorst is

inmiddels ervaren met het organiseren van

dergelijke evenementen. In 2017 was het

Brabantse dorp ook de locatie waar het

succesvolle Europese PlattelandsParlement

plaatsvond.

Iedere twee jaar

Het PlattelandsParlement is een tweejaarlijkse

activiteit waarbij actieve burgers en

ondernemers op het platteland hun stem

laten horen aan landelijke beleidsmakers

en politici. Zij maken hun inzet voor een

leefbaar, vitaal en duurzaam platteland

zichtbaar en leveren input voor beter beleid

dat hen ondersteunt bij dat streven.

Naast beleidsbeïnvloeding is het doel van

het PlattelandsParlement te leren van elkaar;

kennis te delen; elkaar te inspireren

en elkaar tot acties aan te zetten die de

vitale plattelandssamenleving ten goede

komen.

Hoofdthema’s zijn bekend

De 5 hoofdthema’s van het parlement zijn:

- Dorpsondersteuners: wat kunnen zij betekenen

voor je dorp?

- Dorpsorganisatie: denk mee over je rol en

organisatievorm.

- Kringlooplandbouw: Wat is de relatie met

jou als bewoner? (*

- Herbestemming: zet leegstand in als kans

voor je dorp.

- Omgevingswet: 2021 komt naderbij. Ben

je als dorp voorbereid?

Oorsprong in Zweden

Het PlattelandsParlement is ontstaan in

Zweden, waar het al ruim 20 jaar wordt

georganiseerd. In 1989 riep de Zweedse

overheid het PlattelandsParlement in het

leven om rechtstreeks informatie te krijgen

van bewoners, dorpsraden en gebiedscommissies.

Ook in Nederland, waar de regie

rond plattelandsontwikkeling bij provincies

en gemeenten ligt, hebben landelijke

politici behoefte aan een direct inspraakmoment.

Het toenmalige ministerie van

LNV heeft het Zweedse idee enthousiast

opgepakt.

Sinds 2005 heeft het Nederlandse PlattelandsParlement

zich ontwikkeld tot een

tweejaarlijks inspraakorgaan wat er toe

doet, met een volwassen organisatie en actuele

thema’s, als platform voor politici en

plattelandsbewoners om in direct contact

problemen én oplossingen uit te wisselen.

Volg de info op www.lvkk.nl

Kleine Kernen Magazine 29


Gebrek aan zorg:

“Valkuilen voor wethouders”

Hoe om te gaan met de agrarische economische belangen en de belangen van milieu

en gezondheid van inwoners is een van de belangrijkste zorgen voor wethouders

op het Brabantse platteland. Daarom moet aan de omvang van de intensieve

veehouderij paal en perk worden gesteld, maar dat is lastig voor de politiek. Ik was

er bij toen in 1987 de gemeenteraad van de voormalige gemeente Gemert zich

uitsprak voor een inkrimping van de veestapel. Er kwam niets van terecht.

Dertig jaar later – en een diepingrijpende Q-koortscrisis verder – was Bladel het

toneel van een spraakmakende politieke crisis. Wethouder Joan Velhuizen (Bladel,

Pro5, 2017) stopte als wethouder omdat zij geen verantwoordelijkheid wenste

te dragen voor het laten groeien van de veestapel. Zij wenste de inwoners niet

bloot te stellen aan de gezondheidsrisico’s die samenhangen met de groei van de

veestapel. Het leidde na een aangenomen motie van wantrouwen tot het aftreden

van de overige wethouders van de Vrije Hapertse Partij en het CDA. Een nieuwe

onder leiding van Pro5 geformeerde coalitie maakte de afspraak om de intensieve

veehouderij aan banden te leggen. Een beloning bij de raadsverkiezingen van 2018

bleef uit. De twee weggestuurde wethouders keerden na de formatie van een

nieuw college, zonder Pro5, terug op het Bladelse pluche.

Sint Anthonis

De zorg van wethouders voor gezondheid (fysiek en geestelijk) van inwoners is een

van hun belangrijkste opgaven. Groot was de angst bij de leiding van de Vereniging

van Nederlandse Gemeenten en onder wethouders toen in 2015 gemeenten

verantwoordelijk werden voor de (jeugd)zorg, maatschappelijke ondersteuning en

participatie. De gemeentelijke budgetten groeiden bijna met twintig miljard euro,

Kleine Kernen Magazine 30


maar de gemeenten moesten de nieuwe

taken met minder budget uitvoeren dan

voorheen. Die financiële korting van de

rijksoverheid heeft tal van gemeenten

deze zomer nog stevige financiële kopzorgen

opgeleverd. De spanning was in

2015 groot of wethouders er in zouden

slagen met minder geld de nieuwe taken

uit te voeren voor hun inwoners, zodat

die niets te kort kwamen aan zorg. Maar

gemeenteraden en wethouders vonden

oplossingen om de zorg te garanderen.

Wethouders kwamen nauwelijks ten val

op onderwerpen als de huishoudelijke

zorg, jeugdzorg en uitvoering van maatschappelijke

ondersteuning. Daarmee leek

wethouder Willy van Erp (Sint Anthonis,

SAN), die in 2011 ten val kwam over de

aanpak van de bezuinigingen op de wet

maatschappelijke ondersteuning, lange

tijd de laatste wethouder die op het zorgdossier

onderuit ging. Pas in 2017, met

het einde van de vorige collegeperiode in

zicht, gaf er toch nog een handvol wethouders

de brui aan, waaronder Leonie

Scholten (Eindhoven, GroenLinks) en Hugo

Polderman (Roosendaal, SP). Zij vonden de

verantwoordelijkheid voor zorg en welzijn

te zwaar worden. Ook ging een handvol

wethouders – vooral buiten Brabant – met

wapengekletter naar de uitgang. Zo moesten

wethouders in het Noord-Limburgse

Bergen en in Venlo vanwege forse financiële

tekorten op de zorg van drie tot twaalf

miljoen euro vertrekken. Echter, ondanks

de omvang van de nieuwe zorgtaken voor

gemeenten, kwam er nog geen handvol

wethouders in politieke problemen.

Zorgprojecten

In mijn boek Valkuilen voor wethouders

geef ik een overzicht van en een inzicht in

alle valpartijen en tussentijdse vertrekken

van wethouders in de vier college- en

raadsperioden van 2002 tot en met 2018.

Een van de belangrijkste valfactoren is

de verantwoordelijkheid van wethouders

voor de uitvoering van projecten. Projecten

zijn er in soorten en maten. Wethouders

komen vooral in problemen op de ontwikkeling

van nieuwbouwwoningprojecten,

al dan niet gecompliceerd gemaakt door

de gelijktijdige ontwikkeling van zorg- en

recreatiefuncties. Arjan van der Hout (Bladel,

PvdA, 2014) maakte op basis van de

door de raad vastgestelde uitgangspunten

een plan voor bosvilla’s, hotel, gezondheidscentrum

en sportvoorzieningen in

de Egyptische Poort. De raad verwierp

het plan en riep Van der Hout op te gaan

praten met de projectontwikkelaar over

mogelijke aanpassingen. Dat zag Van der

Hout niet zitten waarna hij zijn ontslag

aanbood. Herman Wijdeven (Mill en Sint

Hubert, VierKernenPartij, 2010) is een

andere Brabantse wethouder die zijn post

verloor, in dat geval omdat de zorg voor

een tijdige oplevering van de Brede School

in Mill te traag verliep.

Ook de zorg voor fatsoenlijke wegen,

bruggen, fietstunnels en openbaarvervoervoorzieningen

kost een grote groep

wethouders het politieke leven. Een combinatie

van oplopende kosten en telkens

nieuwe fouten kostte bij voorbeeld Ruud

Schouten (Den Bosch, GroenLinks, 2013)

de politieke kop in het debacle rondom de

sloop en nieuwbouw van de Bartenbrug in

de Brabantse hoofdstad.

Projecten waarbij het gaat om de zorg

voor minderbedeelden en minima en de

opvang van verslaafden en zorg- en hulpbehoevenden

te verbeteren, wekken vaak

heftige emoties op, omdat het de positie

van inwoners raakt. Zorgvuldig de processen

uitvoeren, is daarom een essentiële

succesfactor. Mary Fiers (Eindhoven, PvdA,

2013) ondervond het na de mislukte en

veel te dure verhuizing van een woonwagenkamp.

Zij moest opstappen omdat een

verhuizing meerdere keren niet volgens de

regels gebeurde, waarbij Eindhoven één

miljoen euro verspilde.

Dorpspolitiek

De belangrijkste valfactor voor wethouders

zijn verstoorde en verzuurde verhoudingen

binnen college, coalitie en raad. Breuken in

de coalitie kost meer dan de helft van de

ten val gekomen wethouders de politieke

kop. Soms is de aanleiding een inhoudelijk

meningsverschil, zoals bij de coalitiebreuk

over de gezondheidsrisico’s van de intensieve

veehouderij in Bladel (2017) maar

vaak ook is er sprake van botsende karakters

en stijlen.

Wat opvalt, zo blijkt uit het onderzoek dat

ik voor Valkuilen voor Wethouders uitvoerde,

is dat coalitiebreuken zich vooral voordoen

in kleine gemeenten die minder dan

30 duizend inwoners tellen. Zogeheten

dorpspolitiek, waar veel inwoners niet op

zitten te wachten, lijkt daarvoor de belangrijkste

oorzaak. Het leidde in ruim dertig

Brabantse kleine gemeenten in de afgelopen

zestien jaar tot coalitiebreuken waarbij

er in Drimmelen, Landerd, Nuenen en Zundert

sprake was van meerdere breuken als

gevolg van verstoorde verhoudingen onder

de politici in het gemeentehuis. Bovendien

blijkt ook dat wethouders in een coalitie

die uitsluitend uit landelijke partijen bestaat,

minder vaak te maken krijgen met

een coalitiebreuk dan wethouders in coalities

met lokale partijen.

Meer informatie

Dit artikel is gebaseerd op diverse hoofdstukken

uit Valkuilen voor wethouders.

Wie meer informatie wil over de lotgevallen

van wethouders, welke lessen wethouders

kunnen leren en over het functioneren

van de lokale politiek en lokale democratie

in de periode 2002-2018 kan in contact

treden met de auteur (e: info@decollegetafel.nl)

of kan het boek in de boekhandel

of via internet bestellen: Bouwmans, Henk

(2019). Valkuilen voor wethouders, Lessen

uit valpartijen van wethouders in de periode

2002-2018, Boombestuurskunde, Den

Haag, 2019.

Henk Bouwmans

Gemeenten betaalden in 5

jaar 126 miljoen euro wachtgeld

aan oud-wethouders

De gemeenten in Nederland waren de

afgelopen 5 jaar 126 miljoen euro kwijt

aan wachtgeld voor oud-wethouders.

Dat is de uitkomst van een onderzoek

van EenVandaag onder 297 gemeenten.

In totaal kregen ruim 1500 wethouders

een wachtgelduitkering. De verschillen

tussen gemeenten zijn groot. Zo betaalde

gemeente Oude IJsselstreek met

1,7 miljoen euro het meeste wachtgeld,

maar waren er ook tien gemeenten die

in de onderzochte periode aan geen

enkele bestuurder wachtgeld verschuldigd

waren. EenVandaag vroeg alle 355

gemeenten naar de wachtgeldbedragen

die ze van 2014 tot en met 2018

uitbetaalden aan oud-wethouders. 84

procent van de gemeenten reageerde.

Na Oude IJsselstreek was Eindhoven

(1,2 miljoen euro) het meeste kwijt aan

wachtgeld. De hoogste uitkeringen

waren voor een oud-wethouder uit

gemeente Hulst (373.000 euro) en twee

wethouders uit Helmond (367.000 en

362.000 euro). Herindelingsgemeenten

worden extra op kosten gejaagd door

de wachtgeldregeling. De Brabantse

fusiegemeente Meierijstad spant de

kroon: in totaal twintig afgetreden wethouders

kregen sinds 2014 een wachtgelduitkering.

Kleine Kernen Magazine 31


Nazorg Vliegramp Walik

Riethovens Monument onthuld

en boek gepresenteerd

Na 75 jaar eindelijk monument voor omgekomen bemanning vliegtuigramp

Walik. De pastoor van Riethoven beloofde tijdens de Tweede Wereldoorlog

dat als er geen slachtoffers van de oorlog zouden vallen er na de oorlog

Mariakapelletjes zouden worden gebouwd.

Hij vergat echter toen deze vier kapelletjes gebouwd werden dat er op 22 juni

1944 zeven bemanningsleden van een geallieerde Lancaster LMQ 592 door

Duits afweergeschut neerstortte op de Walikerhei. Alle leden van deze Brits/

Australische bemanning vonden daar de dood.

Nu exact 75 jaar later werd op een zeer

zonnige zaterdagmiddag ten overstaan van

vele honderden Riethovenaren en met tien

nabestaanden van deze bemanning op

initiatief van de heemkundegroep “Van Rijthoven

toen, tot Riethoven nu” naar ontwerp

van Gijs Willems een monumentale

steen onthuld bij de plek des onheils aan

de Heuvelweg in Walik. Met de hulp van

de van oorsprong Riethovense Australiër

Gerrit Stevens (75) werden de familieleden

van de Australische piloot en de andere

bemanningsleden opgespoord. Tien familieleden

werden zaterdagmiddag 22

juni in De Hofstek in Riethoven onthaald

en daarna met enkele huifkarren naar de

Heuvelweg gebracht voor de onthulling

van de gedenksteen. Voorafgegaan door

het Riethovens Harmoniecorps en het

Sint Annagilde kwamen de familieleden

en overige genodigden op de vroegere

Walikerheide. Op de plek waar destijds

het vliegtuig was neergestort hingen witte

ballonnen in het veld coniferen. Nadat het

RHC de volksliederen van het Verenigd

Koninkrijk, Australië en Nederland had gespeeld

werden de vlaggen van deze landen

gehesen. Daarna volgden toespraken van

vertegenwoordigers van de Britse ambassade,

een brief die werd voorgelezen van

de Australische ambassade en van

de Bergeijkse burgemeester Arinda Callewaert

die enorm trots was op het initiatief

van de heemkundegroep.

“Een steen met een ziel”

De burgemeester zei in haar toespraak te

hopen dat het monument zal bijdragen

aan het gesprek over oorlog en verdraagzaamheid

en daardoor zal bijdragen aan

vrede. David Sullivan, een ver familielid

van de Australische piloot Eddy Canty, zei

dat diens familie later de boerderij moest

verkopen, omdat Eddy niet terugkwam

uit de oorlog. Phil Gregory met replica’s

op zijn borst van de onderscheidingen van

de omgekomen Jacky Vowles, vertelde

dat hij vaak de foto van Jacky had gezien

maar niet wist wie het was, totdat de

heemkunde Riethoven contact met hem

opnam. Heemkundegroeplid Jos van den

Putte zei dat deze herdenkingssteen “een

steen is met een ziel van de jongens die

we nu eren.” Hij zei dat Canty te paard

naar school ging en daarna elke dag de

koeien naar de melkschuur bracht. Totdat

de oorlog uitbrak. Familielid Matthew Mc

Coy vertelde dat het offer van hun leven

groot was. “Het heeft ons hart gestolen

dat jullie hier zijn. Dit monument heeft een

uitstraling naar de toekomst.” Hij bedankte

voor deze speciale dag als jongste van

een gezin met tien kinderen.

Schoolproject

Nadat burgemeester Arinda Callewaert

samen met de Australische nabestaande

Jacky Smith het monument had onthuld

stonden de familieleden geëmotioneerd

te kijken naar het monument met daarop

namen van hun familieleden. Ook de enige

nog levende ooggetuige van het neerstorten

van de Lancaster, Maria Stevens ( toen

19 jaar oud), was bij de plechtigheid aanwezig

en legde daar samen met de burgemeester

een krans. Kransen waren er ook

van de Australische families, van de Britse

ambassade en bloemen van de schoolkinderen

uit groep 8 die als onderdeel van een

schoolproject over deze vliegramp gedichten

voorlazen met hun juf.

Geschiedvorser Johan Biemans overhandigde

familieleden van de omgekomen

Engelsman Eric Norris een pasfoto die in

zijn portefeuille zat en na de crash was

buitgemaakt door iemand die na wroeging

deze aan Biemans had gegeven. Duidelijk

ontroerd namen de zussen Leyland de

foto in ontvangst. Ook kreeg een ander

familielid een stukje van de neergestorte

Lancaster te zien dat enkele jaren terug in

het veld was gevonden. Na de Last Post en

het overvliegen van historische opleidingsvliegtuigen

werd de ceremonie in Walik

beëindigd. Later die middag werd het boek

“Vliegramp Walik, Riethovens vergeten

verhaal” over deze geschiedenis met daarin

vele ooggetuigenverhalen aan de familieleden

overhandigd.

Adrie Smolders

Kleine Kernen Magazine 32

More magazines by this user