ROM Oktober 2019

cedgroep14750

ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE #4 OKTOBER 2019, JAARGANG 42

‘IN HET LEGER IS

ER EEN ANDERE

MENTALITEIT’

VIKTOR VAN HARTEN,

DE PASSIE

Wereldburgers

van de toekomst

Hoe stimuleer je

leesmotivatie?

100% Hedendaags

laat anders kijken

naar kunst

nderbouwd aan de slag met leerproblemen

Tough Love: de aanpak van Jean Marie Molina


VAN DE REDACTIE

Inhoud

Leerlingen motiveren

‘Als ze maar eens wat meer gemotiveerd waren.’ ‘Het lukt me niet

ze te motiveren.’ Dit zijn uitspraken die iedereen die lesgeeft misschien

wel eens gedaan heeft. En niet ten onrechte natuurlijk, want

als leerlingen niet gemotiveerd zijn, kun je niet doen waar je voor

aangenomen bent: kennis, vaardigheden en houdingen bijbrengen

aan je leerlingen.

In deze ROM-editie lees je twee artikelen waar motivatie van leerlingen

centraal staat: in de rubriek Onderbouwd vertelt hoogleraar

Roel van Steensel over hoe je leesmotivatie kunt stimuleren. En Jean

Marie Molina, werkzaam op de Hogeschool Rotterdam, doet in een

interview uit de doeken hoe zij studenten motiveert met haar methode

Tough love.

Wat je misschien verwacht is dat de twee pleiten voor bijzondere

werkvormen, uitdagende experimenten, ontmoetingen met bekende

Nederlanders of andere tot de verbeelding sprekende activiteiten

in de klas. Maar daar ligt het motivatiegeheim volgens hen niet. Van

groot belang is hoe de leerling zich voelt in de onderwijssituatie. Hij

moet het gevoel hebben dat wat er op school van hem verwacht

wordt, dat hij dat ook kan. Misschien met moeite, maar toch. In andere

woorden: hij moet zich – en dat lezen we ook in de twee artikelen

– competent voelen. Goed onderwijs is onderwijs dat daaraan

bijdraagt en dat daardoor de leerling motiveert. Hoe weten we dat?

Door wetenschappelijk onderzoek.

Naast competentie zijn ook betrokkenheid – denk aan een goede

verstandhouding tussen leraar en leerling – en autonomie belangrijke

motivatiebevorderende factoren. Met het begrip autonomie

komen we op het terrein van de leerling als eigenaar van zijn leren.

Een term die weliswaar door columnisten soms belachelijk gemaakt

wordt, maar toch heel bruikbaar is. Van de leerling als eigenaar komen

we uit bij het begrip formatieve evaluatie, dat inmiddels al

enige jaren opgeld doet. Belangrijk in formatieve evaluatie is onder

andere het leerlingen inzicht geven in hun eigen leerproces. Feedback

geven en krijgen is daarbij een essentieel onderdeel. Formatieve

evaluatie is een veelbelovende ontwikkeling die ook sterk kan

bijdragen aan het gemotiveerd houden van leerlingen. Het is om die

reden dat ik in ROM graag een artikel wil wijden aan een school die

veel doet met formatieve evaluatie. Dus scholen: meld je!

PAUL DE MAAT, HOOFDREDACTEUR

12 KRITISCH LUISTERENDE KLEUTERS

De voorbereiding op begrijpend lezen

Voor iedereen

06 QUOTES

Dagprogrammering: 10 uur extra les op Zuid

08 ONDERBOUWD

Roel van Steensel over leesmotivatie

18 COLUMN ANNE-MARIE

Mission completed

19 4X

Podcasts over onderwijs

24 INFOGRAPHIC

Motiveren tot lezen

25 2 BOEKEN

Woef woef en nu je bek houden!

Juffen zijn toffer dan meesters

30 COLUMN WILLEM

Foutje? Bedankt!

31 MEER ROM

Online verschenen en op de agenda

04 INTERVIEW JEAN MARIE MOLINA

Over falen en lessen halen


Jonge Kind

14 MEER MENSKRACHT IN DE VVE

Pedagogisch educatief professionals geven

impuls aan kwaliteit

26 PROEVEN VAN DE NEDERLANDSE TAAL

Les voor moeders, opvang voor de kleintjes

Basisonderwijs

28 WERELDBURGERS

Blijberg biedt internationaal curriculum

32 DUBBELPORTRET

Thom (11) is wedstrijdkorfballer en mantelzorger

20 OPLEIDINGSSCHOOL BOSS PO

Pabo en basisschool leiden samen op

VO en MBO

10 MIJN VAK

Viktor van Harten: van de marine naar de klas

16 DIT IS MIJN KLAS

Jordy van Rossum van Lyceum Rotterdam

WWW.ROMNIEUWS.NL

Blijf op de hoogte van Rotterdams onderwijsnieuws en

abonneer je op onze nieuwsbrief.

22 KUNST BELEVEN

100% Hedendaags leert anders kijken naar kunst

Volg het ROM! N @romnieuws twitter.com/romnieuws M facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

COLOFON ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE ONAFHANKELIJK VOORLICHTINGS- EN OPINIEBLAD VOOR ONDERWIJS, EDUCATIE EN OPLEIDING IN ROTTERDAM.

GRATIS VOOR PERSONEEL VAN HET ROTTERDAMSE ONDERWIJS | 42E JAARGANG NR. 4 OKTOBER 2019 | ISSN 1386, VERSCHIJNT VIJF KEER PER JAAR, OPLAGE 7000 |

UITGAVE CED-GROEP | Redactieraad Machiel de Jong, Irene van Kesteren, Els Maasdam, Tim van der Korput, Paul de Maat (hoofd- en eindredactie)|

Tekst Ronald Buitelaar, Renate Mamber, Marijke Nijboer, Erik Ouwerkerk, Anne-Marie Plasschaert, Willem Sonneveld, Ineke Westbroek | Fotografie Petja

Buitendijk, Jan van der Meijde | Illustratie Chris Versteeg – Project C | Bladmanagement Paul de Maat, Anne-Marie Smit, Tamara Wally, Saskia Rietdijk |

Redactieadres Postbus 8639, 3009 AP Rotterdam, telefoon 010 4071469, rom@cedgroep.nl | Grafisch ontwerp en vormgeving Trichis, Rotterdam (Otto Mende) |

Foto cover Petja Buitendijk | ©CED-Groep


STUDENTEN MOTIVEREN DOOR EEN ANDERE MINDSET

Tough Love

Hoe motiveer je kinderen, jongeren of jongvolwassenen om zich op

een juiste manier in te zetten voor hun school of studie?

Jean-Marie Molina, hoofddocent Studiesucces aan de Hogeschool

Rotterdam, ontwikkelde daarvoor een methode Tough Love.

TEKST RENATE MAMBER

Jean-Marie: ‘De feedback van een docent kan het beeld

dat de student van zichzelf heeft maken of breken.’

Een aantal studenten heeft in de loop van hun

studie moeite om aan de eisen te voldoen.

Soms zelfs zo erg, dat ze studievertraging oplopen.

Als hoofddocent Studiesucces begeleidt

Jean-Marie Molina deze studenten, een functie

die ze zelf mede heeft vormgegeven. Ook haar

aanpak die ze Tough Love noemt, ontwikkelde

ze zelf.

‘Om iemand te kunnen helpen, moeten hij

kunnen geloven dat hij kan veranderen’

WAT HOUDT JOUW AANPAK IN?

‘Het is een doceermodel. Als we kijken naar

waarom studenten niet zo goed presteren,

dan kijken we vaak naar de persoon en naar

zijn achtergrond. Maar meestal kunnen we

niets veranderen aan de achtergrond of situatie

waarin een student zich bevindt. We kunnen

er bijvoorbeeld niets aan doen als iemand

uit een gebroken gezin komt. Maar je kunt

iemand wel leren hoe met de situatie om te

gaan. In mijn model richt de docent zich op het

veranderen van de mindset van studenten. Je

probeert hun interpretatie van falen en hun

reactie op falen opnieuw te conditioneren. Je

leert ze een copingstrategie.’

KUN JE DAAR EEN VOORBEELD

VAN GEVEN?

‘Stel, een student heeft een toets gemaakt

en vier keer niet gehaald. Afhankelijk van de

feedback van de docent gaat de student daar

iets over denken. Hij kan bijvoorbeeld denken:

“Ik kan het niet of ik ben hier niet geschikt

voor.” Maar een student kan ook denken: “Dat

ik het vier keer niet heb gehaald, zegt niets

over mij als persoon.” Als docent kun je bijvoorbeeld

zeggen: “Je hebt het vier keer niet

gehaald, maar elke keer heeft het je een les

geleerd waarom je het niet hebt gehaald. Ga

kijken wat die les is. Wat heb je nodig om het

de volgende keer wel te halen?” De docent

moet de interpretatie en de reactie op het

falen bij studenten aanpassen. Om iemand te

kunnen helpen, moeten iemand kunnen geloven

dat hij of zij kan veranderen.’

DUS DE FEEDBACK VAN DE

DOCENT IS CRUCIAAL?

‘De feedback van een docent kan het beeld

dat de student van zichzelf heeft maken of

breken. Je moet als docent op de juiste manier

en op het juiste moment reageren. Dat kan

alleen door te investeren in de relatie met je

studenten, zodat je leert op welke manier je

goed kunt reageren op die persoon. Je moet

dat niet doen vanuit je eigen referentiekader,

maar vanuit die van die bepaalde student.’

4 ROM 4


Model: Tough Love - Teaching for Success

Will to Succeed

• Competency

• Consequence

• Choice

• Community

(Gellers 4 C’s)

Success

Expectations & Responsibility

• Language

• Feedback

Expectations & Responsibility

HI

Will to succeed

No/low

Fixed

mindset

Relationship

Relationship

• High performance

Growth mindset

Self motivation

HOE DOE JE DAT IN EEN GROEP?

‘De kunst van het onderwijs zit in een goede

organisatie en in de kleine momenten. Ik organiseer

mijn lessen bijvoorbeeld zo dat ik

steeds twintig minuten uitleg en daarna gaan

de studenten tien minuten zelf aan de slag. In

die tien minuten ben ik aan het kijken en luisteren

en soms neem ik iemand apart. Je moet

observeren. Je bent ook onderzoeker. Je observeert

hoe iemand zich gedraagt, je bepaalt

welk gedrag je graag zou willen zien en dan ga

je na wat je moet doen of zeggen om dat te

realiseren.’

IS POSITIEF BEKRACHTIGEN EEN

KWESTIE VAN MEER COMPLIMEN-

TEN GEVEN?

‘Meestal geven we complimenten als: dat heb

je goed gedaan of wat ben je slim. Het gevaar

daarvan is dat mensen het idee krijgen dat ze

dus goed en slim zijn en niets meer hoeven te

doen. Daarom moeten we inzetten op het prijzen

van de strategie die iemand heeft ingezet

om iets te bereiken. Niet op wat is bereikt, maar

hoe ze het hebben bereikt, op het proces.’

‘Je bent ook

onderzoeker’

ER ZIJN VEEL, WAT JE NOEMT

‘APATHISCHE’ STUDENTEN. HOE

MOTIVEER JE DIE?

‘Bij motivatie gaat het vaak om positief bekrachtigen.

Om mensen gemotiveerd te krijgen,

moeten ze zich competent voelen. Je kunt

studenten bijvoorbeeld vragen wat ze voor

zichzelf willen bereiken en hoe ze dat denken

te gaan doen. Te vaak zeggen mensen nog:

“Als je dat niet doet, dan…” En dan volgt er

een nare consequentie. Dat werkt vaak wel,

vooral bij kleine kinderen. Tot het moment dat

kinderen die nare consequentie niet meer erg

vinden.’

Jean-Marie Molina studeerde wijsbegeerte en pedagogiek

aan Universiteit Leiden. Haar doceermodel Tough Love

(de naam verwijst naar een zowel strenge als liefdevolle

aanpak) ontwikkelde ze op basis van haar eigen ervaringen

en het werk van psychologen als Carol Dweck en E. Scott

Geller.

MEER WETEN: J.M.MOLINA@HR.NL

ROM 4 / 5


QUOTES

Dagprogrammering op Zuid

Dit schooljaar zijn alle 30 scholen in de Children’s Zone van start gegaan met Dagprogrammering.

Leerlingen volgen per week tien uur extra activiteiten, gericht op brede ontwikkeling

en vergroting van kansen. Iedere school bepaalt zelf de inhoud en vorm van de extra uren.

Wat vinden de betrokkenen ervan?

‘Die vier uur erbij is een hele puzzel.

Scholen zijn daar niet blij mee. Dat snap ik’

Renata Voss (BOOR) in AD

‘Met die zes uur liep het wel soepel.

Dus met die tien uur moet het ook wel goed komen’

Tineke Visser (Sterrenschool de Globetrotter) op romnieuws.nl

‘Het zijn geweldige kansen. Maar organisatorisch is het

nog wel een dingetje’ Norine Meinster (OBS Nelson Mandela) op RTV Rijnmond

‘We zien dat de zes extra uren helpen, want de

Cito-scores stijgen’ Marco Pastors (NPRZ) in AD

‘Kleinere klassen en meer begeleiding helpen ook.

Daar heb je geen langere schooldagen voor nodig’

Firdevs Durgut (OBS De Kameleon) in AD

‘Ik vind het wel goed. Maar niet op woensdag!’

Leerling (Sterrenschool de Globetrotter) op RTV Rijnmond

MEER LEZEN

Op romnieuws.nl lees je over de aftrap van de Dagprogrammering op Sterrenschool De Globetrotter.

6 ROM 4


Adv-De Betere Basisschool_09-19.qxp_Opmaak 1 19-09-19 13:29 Pagina 1

Als leren je lief is

Ik wil de kwaliteit van mijn organisatie

excellent en duurzaam verbeteren

De Betere Basisschool

Een enthousiast team, samen doelen halen, heldere planning, effectief vergaderen, een hoog rendement.

Het zou best wel eens kunnen dat dit je aanspreekt.

Samen met je team

Met De Betere Basisschool ga je samen met je team enthousiast aan de slag op basis van een concrete

bottum-up aanpak die de kwaliteit van de organisatie duurzaam verbetert. Zo krijg je een professionele,

effectieve school met een hoog rendement. Ruim 250 scholen gingen je voor.

Gratis e-book 'Hoe word je een nog betere basisschool?'

De Betere Basisschool-aanpak bestaat uit vijf stappen die we in dit e-book

toelichten en illustreren met ervaringen van scholen uit het hele land.

‘De effectiviteit van de organisatie is toegenomen en de leerlingen krijgen veel meer

onderwijs op maat. Dat heeft ook een positief effect op de leerlingresultaten.’

Emile van Laar, directeur De Hoeksteen, Leersum

www.cedgroep.nl


ONDERBOUWD

Roel van Steensel is universitair

docent aan de Sociale faculteit van

de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Aan de Vrije Universiteit is hij, namens

Stichting Lezen, bijzonder hoogleraar

Leesgedrag.

VERLEID KINDEREN TOT LEZEN

Moeilijke lezers

profiteren het meest

Bied veel verschillende, aantrekkelijke

boeken en help leerlingen om daar een

passende keuze uit te maken. Zo verleid

je hen tot lezen. Wie de leesmotivatie van

kinderen eenmaal weet te stimuleren, ziet

hun leesvaardigheid omhoog schieten.

Het mooie is: dat werkt nog het beste bij de

moeilijke lezers, zegt wetenschapper Roel

van Steensel.

Leesvaardigheid is belangrijk. Om informatie tot je te kunnen

nemen, van papier of vanaf internet, moet je goed kunnen lezen.

En om daar vaardig in te worden, moet je simpelweg veel

lezen. Daarvoor is weer motivatie nodig. Het is een spiraal, zegt

Roel van Steensel. ‘Als je gemotiveerd bent om te lezen, ga je

vaker lezen en heb je meer gelegenheid om te oefenen. En als

je vaardiger wordt, krijg je meer zelfvertrouwen.’

Andersom werkt het ook: ‘Als je minder leesvaardig bent, ben

je minder gemotiveerd om te lezen. Je gaat minder lezen en

oefent je vaardigheid niet. Dat tast je zelfvertrouwen aan. En

daardoor daalt weer de motivatie om te lezen. In het ergste

geval leidt dat tot een gevoel van weerstand.’

TEKST MARIJKE NIJBOER FOTO JAN VAN DER MEIJDE

8 ROM 4


Autonomie bieden is belangrijk volgens Roel van Steensel:

‘Daar zouden scholen nog meer in kunnen investeren.’

5 TIPS VOOR LEERKRACHTEN:

WE LEZEN STEEDS MINDER

Volgens internationale vergelijkende onderzoeken als PISA en PIRLS

bungelen Nederlandse vo-leerlingen onderaan op het punt van leesmotivatie.

Dat is zorgwekkend, al plaatst Roel van Steensel wel een

kanttekening: ‘Je kunt je afvragen hoe serieus en waarheidsgetrouw

kinderen die vragenlijsten hebben ingevuld.’ In elk geval staat vast dat

Nederlanders, en dan vooral jongeren, steeds minder lezen.

Kinderen die minder goed zijn in lezen en schrijven hebben de bijzondere

belangstelling van Van Steensel. Vaak zijn dat kinderen

die thuis weinig of geen ‘leesopvoeding’ hebben gehad: ze zijn

weinig voorgelezen, zien hun ouders weinig lezen en wonen niet

in huizen waar boeken en tijdschriften rondslingeren. ‘Dat bepaalt

allemaal je houding ten opzichte van lezen, je zin om te lezen

en je beginnende leesvaardigheid.’ Maar er is goed nieuws, speciaal

met betrekking tot deze kinderen: ‘Onderzoek wijst uit dat

het stimuleren van de leesmotivatie de leesvaardigheid nog het

meest versterkt bij de kinderen die dat het hardst nodig hebben.’

‘Het is mooi als de zin

om te lezen echt vanuit

kinderen zelf komt’

1. Zorg voor een rijk, actueel boekenaanbod waar

leerlingen uit kunnen kiezen.

2. Geef leerlingen gerichte boekentips. Help ze

om boeken te vinden die passen bij hun

interesses en niveau.

3. Oefen geen dwang uit. Laat de boekenkeuze

vanuit de kinderen zelf komen.

4. Investeer ook in de bovenbouw van het

po en op het vo in leesmotivatie. De leesmotivatie

neemt namelijk af naarmate leerlingen

ouder worden.

5. Laat leerlingen ook langere teksten lezen.

Daarvoor pleit de Onderwijsraad in haar rapport

‘Lees! Een oproep tot een leesoffensief’. Langere

verhalende teksten nodigen kinderen uit tot

‘diep’ en geconcentreerd lezen.

GELOVEN IN JEZELF

Roel van Steensel heeft concrete tips voor leerkrachten die

het lezen willen bevorderen. Maar eerst wil hij nog iets kwijt

over leesmotivatie: ‘Het is mooi als kinderen intrinsiek gemotiveerd

zijn; wanneer de zin om te lezen echt uit henzelf voortkomt.

Volgens de bestaande theorie wordt intrinsieke motivatie

bepaald door een gevoel van competentie: ik kan deze

leestaak aan.’ Autonomie is ook belangrijk: ‘Als je zelf invloed

kunt uitoefenen op wat je leest, en met anderen kunt praten

over wat je leest, motiveert dat ook. Daar zouden scholen nog

meer in kunnen investeren.’ Een derde factor is verbondenheid.

‘Het motiveert ook als je met iemand praat over teksten die je

aan het lezen bent.’

VERWIJZINGEN

De bronnen waarnaar wordt verwezen in deze tekst

vind je op romnieuws.nl.

CIJFERS EN FEITEN

Meer cijfers en feiten vanuit onderzoek naar

leesmotivatie vind je in de Infographic op pagina 24.

ROM 4 / 9


DIT IS MIJN VAK

Geloof, onderzeeërs en

natuurwetenschappen

Werkend als jonge laborant wil Viktor van Harten na een paar jaar

zijn wereld vergroten. Hij monsterde aan bij de marine en voer vijf

jaar op een onderzeeboot. Wanneer hij een relatie krijgt, zoekt hij

werk aan de wal. ‘Ik had nul ervaring, maar blauw uit de marine

stond ik al voor de klas.’

TEKST ANNE-MARIE PLASSCHAERT FOTO’S PETJA BUITENDIJK

Viktor van Harten: ‘Ze zien met eigen ogen wat er gebeurt als je het ene bij het andere stofje doet,

het gaat borrelen, bruisen en soms zegt het boem. Daardoor wordt het concreet en leuk.’

10 ROM 4


Met een nostalgische blik kijk ik rond:

hoge werktafels, witte jassen, kraantjes,

een vacuümpomp; dit is een echt

practicumlokaal. Alles ziet er netjes uit.

‘Ja, discipline, doen wat je zegt en opdrachten

uitvoeren… dat heb ik meegenomen

uit de tijd dat ik bij de marine

was’, vertelt Viktor van Harten (32).

Klassenmanagement ziet hij dan ook

niet als een probleem: ‘Regels en afspraken,

daar houd je je aan, het geeft

de leerlingen structuur en dat is wat ze

willen.’

DE PASSIE

Terwijl Viktor verhaalt van zijn vele ervaringen

op zijn leeftijd, komen leerlingen

hun opdrachten inleveren. Ze kloppen

netjes aan en vragen of ze binnen

kunnen komen. Hier, op evangelische

school De Passie, is respect niet alleen

een woord. Die passie heeft ook niet

alleen met geloof te maken; op de site

van de school wordt met passie gesproken

over de leerlingen, over het

onderwijs en over tal van schoolactiviteiten.

Hier voelt Viktor zich thuis.

Hij volgt de lerarenopleiding om zijn

bevoegdheid te halen voor de vakken

natuurkunde en scheikunde. Volgend

jaar verwacht hij de studies af te ronden.

‘Afgelopen schooljaar deed ik die

dubbele studie naast mijn fulltime

werkweek. Dat bleek wat te veel, ik

kreeg allerlei problemen. Maar je gaat

door, net als in dienst. Als je aan boord

ziek was, pakte je een vuilniszak, kotste

daarin, kneep hem dicht en liep weer

verder.’

MILITAIR GEZIN

Natuur- en scheikunde boeiden Viktor

al op jonge leeftijd. Hij volgde de mbolaboratoriumopleiding

en werkte anderhalf

jaar bij verschillende laboratoria.

‘Ik was 22 en dacht: is dit het nu? Ik

wilde meer van de wereld zien. Als kind

uit een militair gezin, meldde ik mij dus

bij de marine om al varend de wereld

te verkennen.’ Hier volgt hij de mboopleiding

elektrotechniek en hij vaart

vijf jaar op een onderzeeër. ‘Ik heb veel

gezien en meegemaakt. Ik was bijvoorbeeld

ook op missie naar Somalië.’

Wanneer Viktor een relatie krijgt, wil

hij aan de wal. Met veel plezier is hij als

vrijwilliger jeugdleider bij de kerk en

wordt daar op het spoor van onderwijs

gezet. Dat Viktor onbevoegd is, is geen

belemmering; er is een tekort aan natuur-

en scheikundedocenten. ‘Ik solliciteerde

en ook al had ik geen enkele

ervaring in het onderwijs: ik was net uit

de marine en ik stond al voor de klas.’

Het eerste jaar als docent is pittig, maar

met de discipline vanuit de marine en

met militair doorzettingsvermogen

slaat hij zich er doorheen. Na drie onderwijservaringsjaren

en uitzicht op

zijn onderwijsbevoegdheid, weet Viktor:

‘Ik wil dit, ik wil er zijn voor mijn

leerlingen, zeker ook in één-op-één-gesprekjes.

Die zijn zo waardevol. Je moet

een band met ze opbouwen, alleen

dan krijg je een leerling aan het leren.

Je merkt het ook meteen wanneer dat

erbij inschiet.’

IN DEBAT

Als docent natuur- en scheikunde,

vakken die veel leerlingen als moeilijk

beschouwen, probeert Viktor zijn onderwijs

zo concreet mogelijk te maken.

‘Door theorie, demonstraties en proefjes

af te wisselen, gaan de leerlingen

ontdekken. Ze zien met eigen ogen wat

er gebeurt als je het ene bij het andere

stofje doet: het gaat borrelen, bruisen

en soms zegt het boem. Daardoor

wordt het concreet en leuk.’

Ook de grote vragen over geloof en wetenschap

gaat Viktor niet uit de weg. ‘Ik

studeer natuurkunde juist om te kijken

hoe God via wetmatigheden de wereld

en de natuur heeft geschapen. Vanuit

die visie geef ik mijn vak. Ik geloof dat

de natuur en het universum te complex

zijn en volgens te veel wetmatigheden

tot stand zijn gekomen, om “toeval” te

worden genoemd,’ geeft de bevlogen

docent aan. ‘Er moet dus wel een intelligente

ontwerper zijn. Als je die God

noemt, heeft dat consequenties voor je

persoonlijk leven. Door te spreken over

een intelligente ontwerper, blijft het

wetenschap.’ Dat is wat Viktor de leerlingen

van vwo en atheneum wil bijbrengen.

‘Volgend jaar wil ik een soort

lagerhuis gaan organiseren, waarin

onze leerlingen over dit soort zaken

met elkaar in debat gaan. Zij stromen

door naar de universiteit, daar vinden

dit soort discussies plaats. Onze leerlingen

moeten dan met goede argumenten

daaraan kunnen deelnemen.’

LEGERMENTALITEIT

IN DE KLAS

Als kind van een militair woont

Viktor de eerste jaren van zijn leven

onder de dreiging van de Sovjets:

‘Ik weet dat wij als gezin soms

picknickten bij die grens.’ Dan valt

de muur en het IJzeren Gordijn, het

Sovjet-regime brokkelt af, de Koude

Oorlog is voorbij. Viktor trekt

met zijn familie naar Nederland,

maar zijn vader blijft in het leger.

Het militaire leven en het plichtsbesef

heeft Viktor van huis uit meegekregen.

Ook in het onderwijs maakt hij

gebruik van dat wat hij in het leger

heeft geleerd. ‘Wij zijn hier op

school met vier oud-militairen en

wij maken alle vier gebruik van

groepsdruk bij ons klassenmanagement,

we houden van orde, van discipline.

Ik zeg bijvoorbeeld: “Als er

het eerste half jaar niks vervelends

gebeurt, trakteer ik.” Dan spreken

ze elkaar aan op hun gedrag en dat

werkt. Maar er zijn ook collega’s die

vinden dat je dat niet mag doen. In

het leger is er een andere mentaliteit.’

VIKTOR VAN HARTEN

DE PASSIE ROTTERDAM

088 337 27 30

ROM 4 / 11


BEGRIJPEND LUISTEREN IN DE KLEUTERGROEP

Leren lezen begint

met luisteren

TEKST MARIJKE NIJBOER FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Leesvaardigheid is essentieel voor het schoolsucces van kinderen. Daar kan

je niet vroeg genoeg mee beginnen, vindt de Koningin Wilhelminaschool in

Crooswijk. Sinds kort leren de kleuters begrijpend luisteren. Ook groep nul is

hier op peuterniveau al mee bezig. Zo wordt al jong een mooie basis gelegd voor

begrijpend lezen en ontstaat er een doorgaande lijn.

boek ‘Hennie de heks en de piraten’. De kinderen

in de kring zien ondertussen op het

digibord achter haar rug de betreffende pagina’s

met kleurige illustraties. Petra: ‘Ah, hier

komt een woord dat we nog niet kennen: enthousiast.

Dat betekent dat Hennie heel blij

is.’ Even later komt het woord ‘jaloers’ aan

de orde. En de verleden tijd van ‘graven’: ‘Ze

groeven de schat op. Ze zijn aan het graven.

En daar komt dat woord weer: ze groeven en

groeven.’ De groep bespreekt het verhaal en

doet op een later moment spelletjes rond het

thema ‘piraten’. De oudere kleuters hebben

‘Voorheen konden er

ongeveer drie kinderen

lezen bij de overgang

naar groep 3.

Nu zijn dat er zeven’

Er is een schatkaart bezorgd! Juf Petra Westerink

houdt het gehavende stuk papier omhoog.

Er staan allemaal kruisjes op. Die leiden

de kleuters naar de gang, waar ze de schat

vinden: een met goudpapier beklede kist met

kettingen, munten en een feestelijk verpakt

voorleesboek. Opgewonden dragen de kinderen

de schat naar hun lokaal. ‘Omdat wij de

schat hebben gevonden, geeft de piraat ons

een cadeautje’, zegt een meisje. ‘Is dit dan

een cadeautje?’, vraagt Petra. ‘Nee, het is een

…’ ‘Een schat!’ roepen de kinderen.

Petra begint voor te lezen uit het prentengesprekjes

aan de hand van pictogrammen.

Daarbij worden woorden betrokken uit Logo

3000 (een methode voor woordenschatonderwijs)

die aansluiten bij het thema.

EÉN BOEK CENTRAAL

Petra, leerkracht groep 1-2 en coördinator

onderbouw: ‘We stellen één boek centraal en

gebruiken dat vijf keer tijdens de dagplanning.

Begrijpend luisteren komt de hele dag

aan de orde, bij alle vakken. We gebruiken

daarbij de strategieën van Nieuwsbegrip:

voorspellen, samenvatten, vragen stellen

over de verhaalstructuur, woordenschat.

Wanneer kinderen in de bovenbouw gaan

werken met Nieuwsbegrip, zijn ze daarmee

dus al bekend.’

Bij de schat in de klas zit ook een toverstaf.

Waar zou die voor zijn? ‘Om de schat open

te maken’, denkt een meisje. ‘Nee!’ roept een

klasgenoot. Petra: ‘Dat mag Angel toch vinden?

Dit is háár voorspelling. Wat denk jij zelf?’

LUISTEREN ALS BASIS

‘Het gaat ons om het bieden van goed onderwijs

en gelijke kansen’, zegt directeur Sibel

Taslicukur. ‘Begrijpend lezen is heel belangrijk

voor de verdere schoolcarrière. Dat doen we

in groep 4 tot en met 8. Met begrijpend luis-

12 ROM 4


Na het voorlezen praten de kinderen over het verhaal. Op een later moment doen ze spelletjes rondom het thema.

teren bereiden we de jonge kinderen daar al

op voor.’ Petra: ‘De kleuters leren om kritisch

te luisteren. Dat is de basis voor lezen en het

motiveert hen ook om te leren lezen.’ Het

boek dat in de klas wordt behandeld, ligt ook

in de leeshoek.

COACHEN OP MODELEN

Adviseur Anke Oomens van de CED-Groep

begeleidt de school bij begrijpend luisteren.

Daarbij gaat er veel aandacht naar de

didactische vaardigheden, vertelt zij. ‘Inter-

actief voorlezen en hardop denkend meedoen:

modelen. Ik bezoek de groepen en

coach leerkrachten hier op. Dit team is hier

al heel vaardig in. Ze deden al veel aan interactief

voorlezen en zijn daar nu nog veel

doelgerichter mee bezig. Zo sluit begrijpend

luisteren naadloos aan op begrijpend lezen.’

Petra heeft de groepsbezoeken samen met

Anke gedaan en neemt de coaching van

haar over. Met behulp van de Kijkwijzer Begrijpend

Luisteren kan zij checken of alle

onderdelen in de klas aan de orde komen.

Samen met Anke heeft de school een eigen

kwaliteitskaart gemaakt, die leerkrachten

helpt om het begrijpend luisteren goed in

de vingers te krijgen en te houden. Op deze

kaart staan de leesdoelen, de lesfasen en manieren

van verwerking samengevat. ‘De kwaliteitskaart

stimuleert ons om op dezelfde

manier toe te werken naar dezelfde doelen’,

legt Petra uit. Volgens haar werkt deze talige

aanpak. ‘Voorheen konden er ongeveer drie

kinderen al lezen bij de overgang naar groep

3; nu zijn dat er zeven.’

ROM 4 / 13


Staand: Karin en Iris

Zittend: Ninuska en Petra

De overheid wil kansengelijkheid

voor alle kinderen.

Daarom wordt er al jarenlang

veel geïnvesteerd in voor- en

vroegschoolse educatie (vve).

Onderzoeken wezen echter uit

dat kinderen die de vve bezochten,

minder extra ontwikkeling

doormaakten dan gehoopt.

De kwaliteit van pedagogisch

medewerkers bleek hierbij doorslaggevend.

De AD-opleiding

Pedagogisch educatief professional

moet zorgen voor een

kwaliteitsimpuls.

TEKST MARIJKE NIJBOER

FOTO JAN VAN DER MEIJDE

PEDAGOGISCH EDUCATIEF PROFESSIONAL

Meer effect en

werkplezier

Iris van der Hulle en Petra van Loon werken

al jaren in de kinderopvang. Leuk werk, waar

ze sinds ze aan hun nieuwe opleiding zijn

begonnen, meer in kwijt kunnen en meer

voldoening aan beleven. Ze zijn eerstejaars

studenten aan de AD-opleiding Pedagogisch

educatief professional: een tweejarige opleiding

waarmee ze vve-begeleider of -specialist,

pedagogisch beleidsmedewerker of

coach in de kinderopvang kunnen worden.

Ze begeleiden straks hun collega’s met een

mbo-diploma.

Iris: ‘Ik heb via mijn werk wel cursussen gevolgd,

maar deze opleiding is veel breder en

dieper.’ Petra wilde al heel lang naar het hbo.

‘Toen bekend werd dat er meer hbo’ers in de

vve-groepen moeten gaan werken, vroeg

mijn werkgever wie de opleiding wilde gaan

14 ROM 4


ASSOCIATE DEGREE PEDAGOGISCH

EDUCATIEF PROFESSIONAL

De overheid wil dat er meer hbo’ers in de vve gaan werken.

Deze opleiding komt daaraan tegemoet. Voltijdstudenten

volgen het eerste jaar drie dagen per week les

en lopen twee dagen stage; het tweede jaar hebben zij

twee dagen les en drie dagen stage. De deeltijdopleiding

biedt twee lesavonden per week. Inclusief lessen, het maken

van verslagen en doen van praktijkonderzoek kost

de opleiding de deeltijders zo’n twintig uur per week.

De CED-Groep ontwikkelde samen met de Hogeschool

Rotterdam het curriculum voor de vakken Vve 1 en 2 en

Opbrengstgericht werken spelend leren. CED-adviseur

Karin van der Meulen geeft deze vakken sinds zes jaar.

zaalgroep, maar zal op termijn groepsoverstijgend

gaan werken. ‘Met behulp van ons

observatiesysteem kunnen we gericht kijken

en een educatief aanbod doen op het niveau

van het kind.’ Zo legde zij in de aanloop naar

Sinterklaas speelgoed en pepernoten bij elkaar.

‘Ik vroeg een paar kinderen die moeite

hebben met sorteren, om het speelgoed in de

ene bak te leggen, en de pepernoten in de

andere. Eén van de kinderen ging toen ook

voor het eerst hardop tellen.’ Karin knikt tevreden:

‘De kunst is dat de kinderen lekker

spelen en jij als professional hun ontwikkeling

herkent en stimuleert.’ Ninuska begeleidt

‘haar’ pedagogisch medewerkers. ‘Ik

geef aan op welk ontwikkeldomein we gaan

observeren en kijk wat hun hulpvraag is.’

doen. Ik stak meteen mijn hand op. Het is

een druk leven met een parttime baan, parttime

opleiding en een gezin, maar ik vind de

nieuwe kennis en vaardigheden die ik opdoe

heel waardevol.’

ONTWIKKELINGSPORTFOLIO

De studenten krijgen onder andere de vakken

Ontwikkeling en opvoeding van het kind,

Taalontwikkeling van meertalige kinderen,

Opbrengstgericht werken door spelend leren,

Coachingsvaardigheden, Gespreksvaardigheden

en Ouderbetrokkenheid. Docent Karin

van der Meulen: ‘Ik hoop dat ze ook op de

werkvloer blijven, zodat ze voor hun collega’s

kunnen modelen.’

Alle beginnende studenten leggen een toets

Nederlands af. Wie nog niet niveau 3F heeft,

moet dat tijdens deze opleiding halen. Alle

studenten houden in hun ontwikkelingsportfolio

bij hoe ver ze zijn met het bereiken van

hun verschillende leerdoelen.

OBSERVEREN OP DOMEINEN

Ninuska Maat heeft haar diploma al op zak.

Zij werkt nu nog met een eigen peuterspeel-

‘We deden al

veel goed, maar

konden dat

niet benoemen’

OOK VOOR KIND ZONDER

ACHTERSTAND

Petra: ‘Mijn leidinggevende vond de vve veel

te sturend en zo gericht op kinderen met

achterstand. Door het vak Opbrengst gericht

werken door spelend leren zie ik dat

vve niet alleen maar sturend is en dat je ook

kinderen zonder achterstand verder helpt.

Mijn leidinggevende ziet nu ook de positieve

kanten. Je hebt bovendien een beter verhaal

naar de ouders.’ Iris: ‘Wij hebben kinderen die

thuis al veel meekrijgen, óók wat te bieden.

Bij ons kunnen zij in alle rust spelen met andere

kinderen. En daarbij begeleiden wij hun

verdere ontwikkeling.’

De drie studenten voelen zich verrijkt door

de opleiding. Petra: ‘We deden al veel goed,

maar konden dat niet benoemen. Je maakt

nu veel bewustere keuzes.’ Iris: ‘Het is heel

leuk om de meerwaarde van je vak te ontdekken.’

Ninuska heeft na haar AD-opleiding ook al

een opleiding tot intern begeleider voor peuters

afgerond en gaat beginnen met een cursus

in video-interactie. Dat kan ze, zegt ze,

goed gebruiken bij het coachen van pedagogisch

medewerkers.

ROM 4 / 15


DIT IS MIJN KLAS

Black-outs voorkomen

in de brugklas

TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Jordy van Rossum is leerkracht lichamelijke oefening

en wiskunde. Hij is mentor van brugklas 1B havo/vwo

op het Lyceum Rotterdam

‘Ik ben in 2006 afgestudeerd aan de HALO (Haagse Academie

voor Lichamelijke Opvoeding). Daarnaast heb ik in 2018 mijn

bevoegdheid voor wiskunde behaald. Ik vind wiskunde leuk en

het leek me met het oog op het lerarentekort ook verstandig.

Naast leraar lichamelijke oefening en wiskunde ben ik ook mentor

van een brugklas, leerjaar ondersteunend van klas 1, sectieleider

lichamelijke oefening en coach van een nieuwe collega.

Als mijn leerlingen na de zomervakantie de klas binnenstappen

zijn de meesten nog erg stil. Het is nogal een verandering die

ze doormaken. Lange dagen, van klas moeten wisselen, weer de

jongste leerlingen zijn. Omdat er in die periode heel veel op hen

en hun ouders afkomt organiseer ik na een week of twee een ouderavond.

Zo probeer ik al direct vorm te geven aan de driehoek

leerling, ouders, mentor. Door het jaar heen zijn er natuurlijk de

rapportgesprekken, maar als het nodig is wacht ik die niet af en

is er al contact geweest tussen mij en de ouders. Ook help ik mijn

leerlingen bij het leren leren. Misschien dat twee of drie leerlingen

het zelfstandig afkunnen, maar het merendeel heeft er echt

hulp bij nodig. Vooral als ze opdrachten krijgen waarbij de inleverdatum

over een aantal weken ligt of als ze veel tegelijk moeten

leren, zoals in een toetsweek. Ik laat zien hoe ze de stof kunnen

opdelen en leg uit hoe ze het geleerde kunnen verwerken. Ik gebruik

daar schema’s voor en voorkom op die manier dat ze een

black-out krijgen. Dat komt zeker in de brugklas geregeld voor als

ze niet meer overzien wat ze moeten doen. Daarbij is echt maatwerk

nodig om te zorgen dat je ze allemaal op het goede spoor

houdt. Gedurende het jaar zie je zo’n stille klas veranderen in een

klas waar binnen en buiten de klas vriendschappen ontstaan en

kinderen zich ontwikkelen. Ik denk dat we daar als school een

goede bijdrage aan leveren omdat we er veel belang aan hechten

dat kinderen hier zichzelf mogen zijn.’

16 ROM 4


Jet (13)

‘Ik vind dat Jordy erg zijn

best doet en er echt voor

ons is. Hij overlegt wat je

wilt en hoe hij kan helpen.’

Finn (13)

‘Jordy is een fijne leraar. Hij legt

prettig uit. En als je vragen stelt,

zegt hij niet dat hij het net heeft

uitgelegd, maar hij legt het gewoon

nog een keer uit. Net zo lang

tot je het snapt.’

Maaske (13)

‘Jordy is erg aardig en niet

te serieus. Hij helpt bij probleempjes,

maakt grapjes

en is gezellig. Bij wiskunde

doet hij iets strenger dan bij

gym. Als je vragen hebt dan

krijg je extra uitleg.’

Eva (13)

‘Ik vind het knap dat hij

gym én wiskunde geeft.

Het zijn zulke verschillende

vakken! Soms merk je dat

hij meer gym dan wiskunde

geeft. Dan staat hij

wiskunde te geven met zijn

gymkleren aan!’

Evelien (12)

‘Jordy is rustig en chill. Hij

wordt alleen boos als het

echt nodig is. Ik merk dat

hij zijn best doet om er iets

leuks van te maken met de

klas en goede hulp

te bieden.’

ROM 4 / 17


4X

4x Podcasts

over onderwijs

Welke podcasts over onderwijs

moet je zeker geluisterd hebben?

ROM licht er vier uit:

Is onderwijs weggegooid geld?

16 minuten

De Correspondent

Econoom Bryan Caplan stelt dat onderwijs een verspilling is

van tijd en geld. Een extreme stelling misschien. Maar wel

eentje die aan het denken zet over de 43 miljard euro

die in Nederland jaarlijks naar onderwijs gaat.

Easycratie in het onderwijs

34 minuten

Meesterwerk

Voortdurend ontwikkelen met tijdelijke oplossingen, het

onderwijs is immers nooit af. Een interview met Annette Dölle

over haar manier om anders te kijken naar regel- en wetgeving

binnen het onderwijs.

Het Walhalla

68 minuten

Opgejaagd

De van oorsprong Zweedse Jennifer volgde twee jaar lang

haar eigen gezin en reisde door Nederland en Zweden.

Een zoektocht naar oorzaken, gevolgen en oplossingen voor

systeemfouten in het Nederlandse onderwijs. Is het werkelijk

zoveel beter in Zweden?

Digitale geletterdheid

in het nieuwe curriculum

23 minuten

Kennisnet

Dit najaar besluit de Tweede Kamer over de vraag of digitale

geletterdheid terugkomt in de vorm van kerndoelen.

Waarom is het nodig dit een vaste plek in het onderwijs te

geven? En waarom nu?

18 ROM 4


COLUMN

ROMNIEUWS.NL

Nu lees je ons magazine, maar het ROM biedt meer!

Kijk op de site voor actueel nieuws uit het Rotterdams

onderwijsveld, artikelen, verslagen van onderwijsbijeenkomsten

en de agenda.

c

d

Like!

facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

Volg!

@romnieuws twitter.com/romnieuws

ABONNEER

JE OP DE

NIEUWSBRIEF

Elke maand een link naar de laatste aanvullingen

op de site, extra nieuws en meer. Meld je aan op

romnieuws.nl/nieuwsbrieven.

ANNE-MARIE PLASSCHAERT

Mission completed

ANNE-MARIE PLASSCHAERT SCHRIJFT VOOR HET ROM OVER HAAR BE-

LEVENISSEN ALS DOCENT JOURNALISTIEK OP HET GRAFISCH LYCEUM

Het was weer mooi en lastig tegelijk: het afscheid van ‘mijn afstudeerders’

afgelopen zomer. In de drie jaar dat deze inmiddels oudstudenten

in onze opleiding rondliepen, zagen we ze veranderen

van de onzekere tiener naar de licht-opstandige-student-met-eenmening

in het tweede jaar. Een uitdagende fase voor ons als docenten…

Tot ze in het laatste studiejaar uitgroeien tot de volwassen

geworden professionals, die hun diploma meer dan waard zijn. Voor

ons een moment van trots en de verzuchting: het is weer gelukt.

Dat is dan wat betreft het vakgebied.

Ik heb, net als veel vakbroeders- en zusters, met mijn mentorstudenten

ook nog een andere band. Zij waarderen mij omdat ik niet

alleen een oude rot ben in dit beroep die ze de fijne kneepjes van

het vak aanleert. Ze erkennen dat ik ze iets wil meegeven als mens

voor de rest van hun leven. Ik doe mijn best om jonge mensen op te

leiden tot zelfstandig-denkende volwassenen. Mensen die nadenken

over regels, afspraken, normen, niet vanwege een mogelijke

pakkans of straf, maar omdat zij er zelf de waarde van inzien, de

discussie over zin of onzin graag met je willen voeren. Jonge mensen

die de verantwoordelijkheid willen nemen voor wat zij denken

en doen; daar argumenten voor hebben en zich niet snel als een

mak schaap laten leiden en voortdrijven.

Zeker zit ik ze op hun huid in de eerste leerjaren wanneer ze op

zoek zijn naar hun en onze grenzen. Zeker zet ik ze aan om boven

zichzelf uit te stijgen. Als ik dan zie dat ze gaandeweg hun eigen

pad weten te vinden, hun talenten en kwaliteiten ontdekken, hun

kracht en motivaties… dan heb ik mijn doel bereikt.

Dit jaar was er gelukkig weer een hele speciale mentorgroep die

afscheid nam. Daar stonden ze, klaar voor de toekomst, zeker van

hun zaak in alle onzekerheid die hoort bij nadenkende mensen. Omhelzingen,

dankbare ouders, ontroering en blijdschap. ‘You hate her,

you love her, als je wat wil leren, moet je bij haar zijn’, zei een oudstudent

over mij tegen de nog-onwetende eerstejaars tijdens een

voorlichting over het beroep. Ik hoorde dat van mijn collega’s en

glimlachte voor mijzelf: mission completed!

ROM 4/19


PABO EN BASISSCHOLEN LEIDEN SAMEN OP

Samenhang

en synergie

SENATVS·POPVLVSQVE·ROMANVS

Romeinse Rijk 60 - 400 n.Chr.

S.P.Q.R.

TEKST RONALD BUITELAAR ILLUSTRATIE CHRIS VERSTEEG, PROJEKT C

20 ROM 4


Achttien basisscholen van drie besturen in de regio Rotterdam

ontwikkelden de afgelopen vier jaar samen met Pabo - Hogeschool

Rotterdam en het Kenniscentrum Talentontwikkeling, de

Opleidingsschool Boss po (Beter Opleiden in Samenhang en

Synergie primair onderwijs). Instituutsopleiders van de pabo en

schoolopleiders van de aangesloten scholen begeleiden samen

studenten en zorgen voor afstemming tussen theorie en praktijk.

Hoofddoel: studenten beter voorbereiden op en vertrouwder maken

met hun toekomstige werkomgeving en stroomlijning van hun

professionele ontwikkeling. Boss po is vanaf dit schooljaar een NVAO

geaccrediteerde opleiding.

Het fundament voor opleidingsschool Boss

po werd gelegd tijdens een eerder traject dat

de besturen BOOR, OZHW, Wijzer in Opvang

en Onderwijs en achttien van hun scholen

gezamenlijk met Pabo – Hogeschool Rotterdam

en het kenniscentrum talentonwikkeling

uitvoerden. Denise van Schelven, coördinator

Werkplekleren bij Opleidingsschool Boss po,

legt uit: ‘In het kader van het project Versterking

Samenwerking Lerarenopleidingen en

Scholen (wsls) werkten we gezamenlijk aan

een aantal vaststaande thema’s; opbrengstgericht

werken, ouderbetrokkenheid, pesten

en begeleiding van beginnende leraren.

Wij voegden daar toen samen opleiden aan

toe als overkoepelend thema. Aanvankelijk

moesten we best over drempels heen, maar

uiteindelijk beviel de samenwerking zo goed

dat we subsidie aanvroegen voor het opzetten

van een gezamenlijke opleidingsschool.’

HÉT AANSPREEKPUNT

De subsidie maakte het mogelijk om een

overkoepelend curriculum te maken waarin

het leren bij de pabo nadrukkelijk verbonden

wordt met het leren in de praktijk. Denise: ‘De

afstemming binnen het curriculum verloopt

soepel, omdat we gebruik maken van een

instituutsopleider en een schoolopleider. De

eerste is bij de pabo hét aanspreekpunt voor

docenten en studenten. De schoolopleider

onderhoudt contact met studenten en de leraren

van het eigen schoolteam, de door ons

in coachingsvaardigheden getrainde werkplekbegeleiders.

Instituutsopleider en schoolopleider

zorgen samen voor continuïteit.’

LID SCHOOLTEAM

Ook inhoudelijk verschilt de aanpak van Boss

po met de meer traditionele wijze van stage

lopen. Denise: ‘De Boss school brengt in beeld

wat er naast het reguliere nog meer geleerd

kan worden. Zo leer je als student niet alleen

lesgeven, maar doe je ook kennis op over

bijvoorbeeld werken in een schakelklas of

ontwikkelingsgericht leren en draai je mee in

activiteiten als oudergesprekken. We willen

studenten meer dan voorheen kennis laten

maken met wat het vak van leerkracht in de

breedte inhoudt. Dat kan vooral als er niet alleen

in de klas wordt geleerd, maar juist ook

daarbuiten als lid van een schoolteam.’

‘Je kent elkaar

en weet wat de

ander doet’

KORTE LIJNTJES

Lenneke Löbker is docent en instituutsopleider

bij Pabo – Hogeschool Rotterdam. Samen

met onderbouwcoördinator en schoolopleider

Franca Tchang is zij verantwoordelijk voor de

begeleiding van studenten bij obs De Reijer in

Ridderkerk. Lenneke heeft naast de Reijer nog

twee basisscholen in haar ‘portefeuille’. Zij

legt uit hoe de samenwerking met Franca en

andere schoolopleiders er in de praktijk uitziet:

‘Een paar keer per jaar bespreken we hoe

het ervoor staat. Welke studenten hebben

we in huis, hoe loopt het, wat is er nog nodig,

naar welke bouw en groep moeten studenten

na een half jaar? Dat soort kwesties. Daarnaast

hebben we zeer regelmatig contact

via app, mail of live, waardoor ik steeds beter

zicht krijg op de schoolontwikkeling en de

kwaliteiten van de afzonderlijke leraren. Van

de studenten hoor ik dat ze dit systeem erg

op prijs stellen en zich echt welkom op school

voelen. Een belangrijke voorwaarde om je te

kunnen ontwikkelen.’ Ook Franca merkt dat

studenten graag op een Boss-school stage

lopen: ‘De lijntjes zijn korter en ze weten dat

er naast de werkplekbegeleider ook nog een

schoolopleider is waar ze met vragen of problemen

terecht kunnen.

VOLWAARDIG LID

Een ander pluspunt is de inhoudelijke afstemming.

Franca: ‘Vroeger kwam het voor dat je

in de groep bezig was met de Romeinen en

dat de stagiaire voor beeldende vorming een

pinguin met de klas moest maken. Dat was

knap lastig.’ Lenneke: ‘Voorheen zat de student

klem tussen de eisen van de opleiding

en de mogelijkheden van de stageschool. Nu

weten we beter van elkaar wat er verlangd

wordt en helpen we de student samen verder.’

Franca: ‘Je kent elkaar en weet wat de

ander doet.’ Zij ziet nog een ander groot

pluspunt: ‘Omdat studenten als volwaardig

lid in het team meedraaien kunnen we beter

beoordelen of we een student na afstuderen

aan boord willen hebben. Ik kijk daarbij breder

dan mijn eigen school. Het kan best zijn

dat de student niet bij ons past, maar wel

bij een andere school van ons bestuur.’ Het

aantal deelnemende scholen is inmiddels uitgebreid

naar tweeëntwintig. Het doel is om

op termijn alle met Pabo – Hogeschool Rotterdam

samenwerkende basisscholen aan te

laten sluiten.

ROM 4 / 21


Tijdens een workshop maken leerlingen een kunstwerk dat past bij hun eigen kunstenaarstype.

Als je kunst beleeft,

komt het dichterbij

Met het programma 100% Hedendaags brengen

drie Rotterdamse kunstinstellingen hedendaagse

kunst dichter bij jongeren. Een leerling: ‘Ik vond

het eerst best wel vaag, maar het is leuk om er

met klasgenoten over te praten en te horen

wat zij erin zien.’

TEKST RENATE MAMBER FOTO JAN VAN DER MEIJDE

quiz ontdekken ze welk type kunstenaar er in hen schuilt: een pionier,

een fantast, een rebel of een sampler. Tijdens de workshop maken de

jongeren een kunstwerk dat past binnen hun kunstenaarstype.

Het Wolfert College heeft het programma 100% Hedendaags ingepast

in een dag waarin de leerlingen kennis kunnen maken met alle vormen

van kunst en cultuur. ‘Wij doen dit om verschillende redenen’, vertelt

Nadine van Hulst, docent CKV. ‘Om saamhorigheid te kweken, om ze

kennis te laten maken met diverse Rotterdamse kunstinstellingen en

om ze in aanraking te laten komen met kunst waar ze zelf niet direct

naartoe zouden gaan.’

Jaarlijks doen alle leerlingen uit de vierde klas havo en vwo van Wolfert

Tweetalig mee aan 100% Hedendaags. Het programma bestaat

uit een tentoonstellingsbezoek, een quiz en een workshop. Een aantal

klassen bezocht een tentoonstelling in TENT. In de daaropvolgende

‘We willen dat ze kunst ook echt kunnen beleven, want daardoor

krijgen ze meer inzicht’, vult haar collega Jan Varossieau aan. ‘Deze

aanpak met de verschillende kunstenaarstypes slaat goed aan bij de

jongeren.’

22 ROM 4


Welk kunstenaarstype ben jij?

DE PIONIER

Een kunstenaar die experimenteert met nieuwe

technieken en materialen.

‘Ik had er eerst niet zo’n zin in, maar het is toch wel leuk.

Vooral omdat je zelf ook iets mag doen. Ik vind de kunst

hier een beetje zweverig. Maar het is wel leuk om het samen

te bespreken en te horen wat anderen ervan vinden. Ik zie

dan meer dan ik zou zien als ik alleen was. De kunst van de

eerste kunstenares die we zagen stond best ver van me af.

Die laatste staat wel dichterbij mij, die probeert echt iets te

vertellen met haar kunst.

De pionier past wel bij me. Vroeger ging ik altijd aan de slag

met papier zonder dat ik een plan had. Nu denk ik alles iets

meer uit van tevoren.’

DE REBEL

Een kunstenaar die in zijn werk kritiek geeft op de

maatschappij.

‘Eerst was ik een beetje sceptisch over moderne kunst. Het

lijkt soms alsof ze gewoon maar iets doen, daar een verhaal

omheen verzinnen en er dan veel geld mee verdienen. Terwijl

je geen verschil ziet met het werk van andere kunstenaars

die er niets mee verdienen. Maar toen ik hier een tijdje door

de tentoonstelling liep, vond ik het opeens geweldig. Ik geloof

dat dat gebeurde op het moment dat ik een beetje door

kreeg wat erachter zat en dat je er met de klas over praat.

Eigenlijk vind ik die kunstwerken toch best dicht bij me staan.

Ik denk er minder negatief over.

De term rebel past helemaal bij mij! Ik geef graag mijn mening

over dingen.’

DE FANTAST

Een kunstenaar die werelden kan bedenken die nog niet

bestaan.

‘Ik vond het wel leuk om hier naartoe te gaan, want ik hou

veel van kunst. Zelf teken ik ook veel en ik wil naar de

kunstacademie. Deze kunst vind ik soms wel vaag. Maar door

de rondleiding met de klas praat je erover en zoek je samen

naar het verhaal erachter. Het is best leuk om dat zelf te

bedenken. Het is ook leuk om echt in de belevingswereld van

de kunstenaar te komen!

De fantast past goed bij mij, want ik ben van mezelf ook heel

dromerig.’

DE SAMPLER

Een kunstenaar die bekende beelden mixt tot

verrassende combinaties.

100% Hedendaags is een samenwerking van de

Rotterdamse kunstinstellingen Witte de With

Center for Contemporary art, TENT en MAMA.

Jaarlijks doen zo’n drieduizend jongeren uit

voortgezet onderwijs en mbo uit Nederland en

België mee aan het programma.

Meer weten? Kijk op 100procenthedendaags.nl.

‘Van tevoren had ik geen idee wat ik kon verwachten, maar

ik had er wel zin in. Als het gaat om muziek en dans staat

kunst voor mij niet zo ver weg, maar schilderkunst wel. Ik

vind wat ik hier zie allemaal wel mooi. Er zit een gevoel in. De

kunstenaars proberen hun ideeën over te brengen en het is

fijn om het daarover te hebben.

Niet alles van de sampler past bij mij, maar in de beschrijving

staat ook de zin “De hele wereld is jouw speeltuin”. En dat

past wel bij me. Zo voel ik dat ook.’

ROM 4 / 23


INFOGRAPHIC

Motiveren

tot lezen

In de rubriek Onderbouwd (p. 8-9) vertelt

wetenschapper Roel van Steensel wat je

kunt doen om kinderen aan te zetten tot

lezen. Maar wat is er uit onderzoek eigenlijk

bekend over leesmotivatie?

MEISJES LEZEN LIEVER DAN JONGENS

DE LEESMOTIVATIE NEEMT AF NAAR-

MATE JONGEREN OUDER WORDEN

HAVO- EN VWO/GYMNASIUM-

LEERLINGEN LEZEN LIEVER DAN

VMBO-LEERLINGEN

LEES PLEZIER

VWO/GYMNASIUM

HAVO

VMBO

LEES PLEZIER

1 JAAR 8 JAAR 16 JAAR

SLECHTS EEN KLEINE GROEP KINDEREN

LEEST VANUIT EXTRINSIEKE MOTIVATIE.

Ze willen het beter doen op school of willen

bevestiging krijgen van anderen.

LEERLINGEN

De gegevens van deze infographic zijn afkomstig

uit het onderzoek De leesmotivatie van Nederlandse

kinderen en jongeren (DUO Onderwijsonderzoek,

december 2017). Voor dit onderzoek werden

bijna 6000 leerlingen tussen 8 en 18 jaar bevraagd.

DE MEESTE KINDEREN LEZEN VANUIT

INTRINSIEKE MOTIVATIE.

Ze zijn nieuwsgierig naar onderwerpen of gaan

op in een verhaal.

24 ROM 4


RECENSIE

RECENSIES VOOR EN DOOR COLLEGA’S

2 Boeken

1

WOEF WOEF EN NU JE BEK HOUDEN

AD DE JONG

Een veelgehoord verwijt aan het huidige onderwijs is dat

het een starre systeemwereld is die weinig meegaat in de

echte leefwereld van jongeren. De titel van dit boek prikkelt

dan ook direct. Het wekt de indruk dat de auteur andere

professionele culturen uitgebreid heeft bestudeerd en

vooraanstaande trainers uit die werelden heeft gesproken.

Helaas. De getrokken parallellen met de wereld van dieren

en sport zijn erg oppervlakkig. De bestudering van de

paardenwereld is gebaseerd op gesprekken met zijn

dochtertje die op paardrijles zit. Aandoenlijk om te lezen,

maar weinig diepgaand en het ontstijgt het cliché over het

belang van non-verbaal leiderschap dan ook niet. De analogie

van docenten die een ‘Cruijff’ of ‘van Gaal’ zijn is leuk, maar

wederom erg makkelijk gevonden.

De auteur Ad de Jong heeft jarenlang in Rotterdam gewerkt

als docent aan onder andere Codarts en de Pop-academie. Dit

boek is eigenlijk een onsamenhangend geheel van memoires

over zijn belevenissen en leermomenten. Erg leuk om te

lezen voor insiders uit die tijd. Voor de buitenstaander is het

boek weinig prikkelend en bovendien erg langdradig wegens

slepende anekdotes, volledig uitgeschreven dialogen en een

ondoorgrondelijke verhaalopbouw.

Koen Istha is docent in het voortgezet speciaal onderwijs

in Rotterdam.

2

JUFFEN ZIJN TOFFER DAN MEESTERS

PEDRO DE BRUYCKERE

Met veel plezier las ik dit boek. De schrijvers nemen, net als

in het eerste boek Jongens zijn slimmer dan meisjes, een

aantal onderwijsmythes onder de loep. Ze geven duidelijk

aan hun meningen opzij te zetten en gaan uit van de

wetenschappelijke informatie die ze vonden. En dat lukt ze!

Er wordt uitvoerig gekeken naar de beschikbare informatie

die er over bepaalde mythes te vinden is en dit alles wordt op

een luchtige en prettig leesbare manier weergegeven.

Geen tijd om het hele boek door te spitten? Aan het eind van

elke mythe vind je een conclusie, zodat je in één oogopslag

kunt zien of een mythe waar is of niet. Persoonlijk zou ik

aanraden om er toch even voor te gaan zitten, want het lezen

van het boek is de moeite meer dan waard. Het staat vol

informatie die je meteen in de praktijk kunt gebruiken om de

effectiviteit van je onderwijs te vergroten. Bijvoorbeeld dat

met de hand leren schrijven nog altijd heel belangrijk is. Het is

namelijk een middel om te leren lezen. En het opschrijven van

aantekeningen zorgt er bovendien voor dat we de informatie

beter onthouden, dan wanneer we typen.

Suzanne Meijer werkt als schoolpsycholoog bij

Primair Passend onderwijs Rotterdam. Ze helpt scholen

passende begeleiding te bieden aan alle leerlingen.

OOK EEN BOEK RECENSEREN?

Kijk op romnieuws.nl om te zien welke onderwijsboeken

we hebben liggen.

ROM 4 / 25


TAALLES VOOR OUDERS MET KINDEROPVANG

De Letterproeverij

Bij de Letterproeverij leren ouders de Nederlandse taal, terwijl hun

kinderen worden opgevangen. Gratis. Zo raken ze meer betrokken

bij de ontwikkeling van hun kind en hebben ze ook voor zichzelf de

sleutel in handen tot participatie in de samenleving.

TEKST ERIK OUWERKERK FOTO PETJA BUITENDIJK

‘Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen,’

klinkt het in Peuteropvang Robijn in het Oude

Westen, een van de vier locaties in Rotterdam

waar de Letterproeverij in 2019 actief

is. Pedagogisch medewerker peuteropvang

Elke Ronteltap zingt. Moeder Rika uit Japan

volgt en beeldt de klassieker uit voor haar

zoontje, die verlegen houvast zoekt aan haar

broekspijp. Het is een vast ritueel voordat de

taalcursus begint: de ouders zingen en spelen

samen met hun peuters, die ze daarna met

een gerust hart toevertrouwen aan de peuterleidsters.

Op dat moment komt Jaja binnen. ‘Jij kent Jaja

toch al?’ vraagt Elke aan Rika. Het duurt even

voordat de woorden op hun plek vallen, maar

dan zegt Rika: ‘Jaja vertelde mij van de Letterproeverij.

Daarom heb ik nu ook les.’

ONTWIKKELING IN GANG

Jaja was een van de eerste deelnemers en

heeft haar tien taalbijeenkomsten al achter de

rug. Vandaag is ze echter terug op de opvang:

samen met haar oude taaldocent Selma Klijn

en vier oud-klasgenoten zal ze de Leeszaal in

de buurt bezoeken om daar mee te doen aan

de wekelijkse conversatielessen. Haar zoontje

Sean kan in die tijd bij Elke terecht: ‘Jaja komt

terug, omdat ze haar Nederlands nog verder

wil ontwikkelen. Dat is een signaal dat er een

ontwikkeling in gang is gezet. Dat willen we

vooral stimuleren.’

KWETSBAARSTE GROEP

Ook Shamim verschijnt met haar peuter, net

als Abrihet die haar zoon en dochter heeft

meegebracht. De ouders en kinderen gaan

samen met Elke in de kring zitten en zingen

‘Eén, twee, drie, vier. Hoedje van, hoedje van…

Eén, twee, drie, vier, hoedje van papier...’ De

dochter van Abrihet heeft een tamboerijn in

handen en doet vrolijk mee.

De Letterproeverij wil ouders van jonge kinderen

die de taal niet spreken en vaak thuiszitten

emanciperen in de maatschappij. Maar

hoe bereik je juist die kwetsbare groep die

verdwaalt in de kluwen van ambtelijke regels

van de kinderopvang en voor wie de drempel

tot buurthuis of bibliotheek nog te hoog gegrepen

is? Dat doe je samen: Buurtwerk helpt

onder andere met de werving van de ouders,

Stichting Groeibriljant en Kinderopvang Bijdehand

zorgen voor opvang voor de kinderen en

denken mee. En Stichting Hoedje van Papier

verzorgt het taalgedeelte.

OVERAL EEN MOUW AAN PASSEN

‘Of zoveel betrokken organisaties een bureaucratische

organisatie niet in de hand werken?

Dat valt reuze mee. We hebben in het begin

veel heen en weer gemaild en nu appen we

vooral. We zijn allemaal erg betrokken, dat is

het belangrijkste. Vanuit die betrokkenheid

26 ROM 4


Eerst zingen en spelen de ouders samen met hun peuters. Daarna vertrouwen ze hen met een gerust hart toe aan de peuterleidsters, terwijl ze zelf taalles volgen.

passen we overal een mouw aan als het nodig

is,’ aldus Elke. Dat wordt direct geïllustreerd

door Linda en Mireille van Stichting Hoedje

van Papier. Zij zijn in het aangrenzende klaslokaal

alvast met drie vrouwen van start gegaan

met de les. Hoewel de kinderen van deze

vrouwen eigenlijk al op de kleuterschool zitten,

zijn ze toch van harte welkom. Elke: ‘Iedere

moeder die meedoet is een aanwinst. Het

project is er voor de ouders en niet voor ons.

Dus als het gewenst is en kan, dan passen wij

ons aan.’

‘Iedere moeder is

een aanwinst’

DEFINITIE VAN KOORTS

De kleine van Rika heeft de broek van zijn

moeder inmiddels losgelaten en is bij Elke in

goede handen. Dat geeft Rika net als de andere

ouders de gelegenheid aan te schuiven

bij de taalles. Al snel doen ze in tweetallen

een rollenspel. Rika vraagt: ‘Hoe gaat het

jouw zoon?’ ‘Hij heeft koorts. 38 graden,’

antwoordt Abrihet. ‘Dat is geen koorts, dat is

verhoging,’ merkt de Japanse op.

Interessant. En niet alleen door Rika’s uitgebreide

woordenschat: in de groep ontspint

zich in het Nederlands een discussie over de

definitie van koorts en wanneer je je daar zorgen

over moet maken.

Lerares Linda ziet het met genoegen aan:

‘We starten met woorden en zinnen. En we

hopen dat het leidt tot veel meer dan dat: een

gesprekje kunnen voeren en dat ze met hun

kinderen thuis ook Nederlandse liedjes gaan

zingen en taalpuzzels maken. Dat ze hun kinderen

bij de hand nemen, naar de voorzieningen

in de wijk, het park, de samenleving in.

Het begint allemaal met taal.’

INTERESSE?

Aanmelden is nog mogelijk.

Neem contact op via

010 – 422 25 06 of stuur een

e-mail naar Hoedje van papier:

taal@stichtinghoedjevanpapier.nl

De namen van de deelnemers zijn in dit artikel op verzoek gefingeerd. (Behalve die van Rika.)

ROM 4 / 27


Lorraine Boyle: ‘We hebben hier 45 verschillende nationaliteiten

op 260 leerlingen.’ze zelf taalles volgen.

BLIJBERG BIEDT INTERNATIONAAL CURRICULUM

Wereldburgers

van de toekomst

Internationalisering in het onderwijs wordt steeds

belangrijker. Het maakt leerlingen ruimdenkend

en het vergroot hun blik op de wereld, zodat

ze zich kunnen ontwikkelen tot wereldburger.

‘Wereldstad’ Rotterdam kan uiteraard niet achter

blijven. Met OBS de Blijberg als boegbeeld.

‘Welcome, wilkommen, laskavo prosymo, fáilte, bienvenue’. Wie het

trappenhuis van OBS De Blijberg Internationaal betreedt, ziet het meteen.

De muren hangen vol met welkomstboodschappen in een heleboel

verschillende talen. En zo is het ook. Iedereen is welkom. ‘Voor ons is

dat heel normaal’, vertelt directeur Lorraine Boyle. ‘We hebben hier 45

verschillende nationaliteiten op 260 leerlingen. Veel van onze leerlingen

zijn expatkinderen. Die moeten telkens nieuwe vrienden maken.

Dan is het natuurlijk heel fijn als je wordt ontvangen door vriendjes die

weten hoe dat voelt, die oprechte interesse in je hebben en die het heel

normaal vinden dat iedereen verschillend is.’

TEKST EN FOTO’S SANNE VAN DER MOST

28 ROM 4


BEHOORLIJKE UITDAGING

Het zijn allemaal eigenschappen en vaardigheden die De Blijberg Internationaal

hoog in het vaandel heeft staan en die volgens Boyle ook

perfect passen bij een wereldburger. ‘Want dat is waar wij onze leerlingen

toe opleiden.’ Een gedachte die niet alleen is terug te vinden in

de samenstelling van de leerlingenpopulatie, maar zeker ook in het

onderwijsprogramma. Boyle: ‘We werken met een internationaal curriculum

dat als rode draad door alle vakken en onderdelen heen loopt.

Of het nu gaat over muziek, schilderen, koken of sport: we verdiepen

ons altijd in elkaars achtergrond.’ Ieder kind krijgt twee uur per week

Nederlandse taal- en cultuurles maar verder is alles in het Engels. Ondanks

het feit dat 85 procent van de leerlingen een andere moedertaal

heeft en sommigen het zelfs helemaal niet spreken. ‘Dat is een

behoorlijke uitdaging’, vervolgt Boyle. ‘Maar samen komen we er altijd

uit. Eigenlijk zijn wij een soort Verenigde Naties op microniveau.’

ONDERGEDOMPELDE KLEUTERS

Blijberg Internationaal is een openbare Internationale school. Dat is

best bijzonder. ‘De overheid subsidieert het onderwijs aan expatkinderen’,

legt Boyle uit. ‘Heel wat anders dan een dure private school

die alleen voor de elite bereikbaar is.’ Toch kan niet iedereen op de

internationale afdeling terecht. Blijberg Internationaal richt zich namelijk

echt op leerlingen die tijdelijk in Nederland zijn. Bijvoorbeeld doordat

hun ouders expat zijn of voor de ambassade werken. Ouders die

daar niet aan voldoen, maar internationalisering wél belangrijk vinden,

kunnen terecht bij de Blijberg Tweetalig. ‘In een multiculturele stad

als Rotterdam is het natuurlijk hartstikke goed om je te verdiepen in

elkaars achtergrond’, zegt directeur Barbara Everaars. ‘Tweetalig onderwijs

hoort daarbij. Als je daar vroeg mee begint, werkt dat het best.

Pubers zijn soms te zelfbewust en schamen zich voor hun uitspraak.

Kinderen van vier hebben daar geen last van. Bovendien, hoe eerder je

begint, hoe sneller ze het oppakken. Doordat behalve Nederlandse taal

alles van groep 1 in het Engels is, worden ze meteen ondergedompeld

in die taal.’

NIEUWSGIERIGHEID

Net als op de Internationale afdeling werkt de Blijberg Tweetalig met

het International Primary Curriculum. ‘Dat is ooit ontwikkeld door

Shell’, legt Everaars uit, ‘En bedoeld voor internationale scholen over

de hele wereld waar Nederlands wordt gegeven. De kern van dit programma

draait om het aanwakkeren van nieuwgierigheid naar de ander

zonder er een stempel op te plakken. ‘Dwars door de vakken heen

en aan de hand van verschillende thema’s als ziek zijn en beter worden,

planten en dieren, verschillende beroepen, gaan we aan de slag.

Hoe werkt dat in andere landen? De kinderen gaan zelf op onderzoek

uit, stellen vragen en zoeken informatie.’

‘Eigenlijk zijn wij een

soort Verenigde Naties

op microniveau’

VRIENDSCHAP DOOR CULTUREN HEEN

Wat de Blijberg Tweetalig daar uiteindelijk mee hoopt te bereiken?

Oprechte nieuwsgierigheid naar de ander, inzien dat wat jij gewend

bent niet altijd per se het enige juiste is en dat vriendschap door alle

culturen heen gaat. En dat lukt aardig, vindt Everaars. ‘Onze leerlingen

nemen nieuwe kinderen heel makkelijk op in de groep ook al komen ze

uit een heel ander land. Ze snappen ook dat emigreren - wat nog wel

eens gebeurt – niet het eind van een vriendschap betekent.

JENAPLAN

En dan is er nog de Blijberg Jenaplanschool. Hoewel daar geen expliciet

internationaal curriculum is, zijn de normen en waarden wel dezelfde

als op de twee andere afdelingen. ‘De focus op de Jenaplanafdeling ligt

heel sterk op iedereen is anders en dat mag’,

vertelt Everaars die ook hier directeur is. ‘Door

vragen te stellen leer je meer over de ander en

dat verrijkt de groep en het individu.’ Onderling

samenwerken proberen de drie afdelingen

zo veel mogelijk te doen. ‘Door onze enorme

groei zitten we nu helaas niet meer op dezelfde

locatie als de Internationale afdeling maar in

verschillende gebouwen’, zegt Everaars. ‘Dat

maakt het praktisch soms wat lastig uitvoerbaar.’

Net zo belangrijk, zeker voor de Blijberg

Tweetalig, is de aansluiting op het voortgezet

onderwijs. Everaars: ‘Onze leerlingen zijn natuurlijk

verder met Engels dan de gemiddelde

brugklasser. Om te voorkomen dat ze worden

afgeremd of zich gaan vervelen, is een goede

afstemming noodzakelijk. Met het Wolfert

Tweetalig werken we al samen aan een aansluitende

en doorgaande leerlijn.’

Van poëzie tot schilderen, van koken tot sport; de leerlingen verdiepen zich altijd in elkaars achtergrond.

ROM 4 / 29


COLUMN

WHAT'S MORE?

ONLANGS

ONLINE

WILLEM SONNEVELD

Welke artikelen verschenen er de

afgelopen tijd op romnieuws.nl?

Foutje?

Bedankt!

WILLEM SONNEVELD IS SOCIOLOOG EN DOCENT MAATSCHAPPIJLEER BIJ

DE GSR. HIJ NAM DEEL AAN BROEDPLAATS010. VOOR ROM ZET HIJ ZIJN

GEDACHTEN OVER HET ROTTERDAMSE ONDERWIJS OP PAPIER.

BREDE ROUTE: BEGELEIDEN VANUIT DIVERSE

DISCIPLINES

IKC’s hebben grote behoefte

aan een nieuwe generatie professionals

die nauw met elkaar

samenwerken. Hbo en mbo

starten daarom een pilot onder

de naam Brede Route.

Ik sta inmiddels negen jaar voor de klas en met terugwerkende

kracht kan ik wel zeggen dat de eerste zes jaar nergens op sloegen.

De sfeer was goed en ik werd als mens ook best gepruimd. Ik legde

echter veel te lang én te veel uit en verschafte daarna vooral werk.

Al dat huiswerk keek ik vervolgens niet na. Ik startte de volgende les

liever vrolijk met een verse en schitterende PowerPoint.

En de leerling? De leerling had te weinig kennis omdat hij weinig

opstak van de klassikale uitleg. Als hij vragen moest beantwoorden

in zijn werkboek dan zocht hij het antwoord snel op in de tekst die

hij verder geen aandacht gaf. Als het even kan, loop je er als leerling

de kantjes vanaf. Ik geef ze geen ongelijk meer.

Met leren had het weinig te maken.

Kennis is opgeslagen in schema’s in het langetermijngeheugen. Een

eenvoudige definitie van ‘leren’ is het veranderen van die schema’s

in het geheugen. Daarvoor is heel veel oefening, herhaling en voordoen

nodig. Sindsdien maak ik veel minder mooie sheets en zijn de

lessen ook wat ‘saaier’. De grootste verandering zit hem er echter in

dat ik fouten van leerlingen ben gaan waarderen om wat ze zijn: een

signaal dat kennis en vaardigheden nog niet zijn geautomatiseerd.

De pijnlijke confrontatie met fouten willen leerlingen het liefst vermijden.

Het zijn net mensen. Vooral ook omdat we ze van jongs af

aan leren dat als je het goed doet de beloning bestaat uit de krul of

de sticker. Een fout wordt beloond met een rode streep. Te veel van

die strepen moet je vermijden want dan ben je dom of niet zo ‘slim’.

Bedank je leerlingen liever voor het maken van fouten. Moedig het

zelfs aan. Ook jou wens ik het toe. Maak dit schooljaar veel fouten,

want alleen dan leer je iets.

SBO-SCHOLEN DOEN MEE AAN FATIMA MOREIRA

DE MELO CUP

Bijna vijftig hockeyteams namen

op een zonnige zondag in september

deel aan dit hockey evenement,

mogelijk gemaakt door de Stichting

Rotterdamse Sporticonen.

10 UUR EXTRA LESTIJD VOOR KINDEREN OP ZUID

Dit schooljaar starten 31 basisscholen in de Children’s Zone op

Zuid met de Dagprogrammering. Lees meer over de aftrap op

Sterrenschool de Globetrotter.

30 ROM 4


MIDDEN IN DE

MAATSCHAPPIJ

MET

CULTUUREDUCATIE

Van burgerschapsvorming

tot ontwikkelen van

een professionele

beroepshouding. Workshops

inzetbaar voor alle MBO

kwalificaties. Ontdek de

mogelijkheden op:

skvr.nl/MBO

WAT LEES JE IN

ROM #5 DECEMBER?

Het volgende ROM is een themanummer.

Een groot deel van de artikelen staat

in het teken van werkdruk.

Burn-out

in het onderwijs

Waar lopen leraren op stuk? Een loopbaancoach vertelt.

WERKDRUK VERMINDEREN

Wat kun je zelf doen?

BIEDT DE EVENT-

MANAGER VERLICHTING?

OBS Charlois weet het

ABONNEER

JE OP DE

NIEUWSBRIEF

Elke maand een link naar de laatste aanvullingen

op de site, extra nieuws en meer. Meld je aan op

romnieuws.nl/nieuwsbrieven.

Tekort aan leerkrachten en

pedagogisch medewerkers

Wat te doen?

WAT IS JOUW OPLOSSING OM

WERKDRUK TE VERMINDEREN?

Mail jouw idee naar rom@cedgroep.nl

Of deel het op twitter: @romnieuws

N @romnieuws twitter.com/romnieuws

ROM 4 / 31


DUBBELPORTRET

TEKST RONALD BUITELAAR

FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Cathy en

Thom Nijssen

Cathy en Thom (11) wonen met man/vader

Rob en zoons/broers Jordy (22) en Brett (18)

in een eengezinswoning in Pernis. Cathy

is vier ochtenden in de week actief als

vrijwillige conciërge bij Het Waterschip,

de basisschool van Thom. Daarnaast

maakt ze deel uit van de regiegroep

ouderbetrokkenheid. Cathy combineert

haar inzet op school met de zorg voor haar

gezin. In haar vrije tijd is ze graag creatief

bezig. Thom zit in groep 8 van juf Evelien

en juf Elize. In zijn vrije tijd is hij onder

meer actief als fanatiek wedstrijdkorfballer.

Thuis draagt hij als jonge mantelzorger

een deel van de zorg voor zijn autistische

broer en zijn vader met diabetes.

WAAROM HEBBEN JULLIE VOOR HET

WATERSCHIP GEKOZEN?

Cathy: ‘Eigenlijk wilden we niet dat Thom naar Het Waterschip

ging, want met de andere twee ging het in die tijd niet

lekker op school. Omdat Thom toch naar Het Waterschip

wilde, hebben we ons gevoel uitgeschakeld en zijn wens

gerespecteerd. Daar hebben we nooit spijt van gehad.’

Thom: ‘Ik wilde niet naar de Plataan (de andere

basisschool in Pernis) omdat ik hoorde dat daar gepest en

gevochten werd.’

WAT VIND JE LEUK AAN SCHOOL?

Thom: ‘Gymnastiek en geschiedenis. En dat er juffen zijn met

Netflix is ook wel fijn.’

Cathy: ‘Er staat een team op school dat voor elkaar werkt en

de school ademt een sfeer van gezelligheid en geborgenheid

uit. Niets voor niets dat het schoollied zegt: Kom aan boord!’

WAT MIS JE?

Thom: ‘Ik mis eigenlijk les in dingen die je als volwassene

nodig kunt hebben, zoals een reanimatiecursus of leren

hoe je voor jezelf moet zorgen.’

Cathy: ‘Ik mis eigenlijk niets, maar ik weet vanuit de

regiegroep dat er nog ontwikkelpunten zijn waarover

gedacht wordt.’

DENK JE AL NA OVER WAT JE NA DEZE

SCHOOL WILT GAAN DOEN?

Thom: ‘Ik wil eerst naar het Einstein (scholengemeenschap

voor vmbo tl, havo en vwo) en daarna naar de Pabo. Ik wil

met kinderen omgaan, het onderwijs beter maken en op een

leuke manier lesgeven.’

Cathy: ‘Het past goed bij hem en eigenlijk wilde ik ook juf

worden. Eerlijk gezegd overweeg ik momenteel een studie

om klassen-assistent of leraar te worden.’

WAT ZIJN JE DROMEN VOOR LATER?

Thom: ‘Ik zou later graag genoeg geld hebben om met

z’n allen naar Disney of Ibiza te kunnen.’

Cathy: ‘Mijn wens is eigenlijk heel simpel: dat Thom

gelukkig is.’

More magazines by this user
Similar magazines