50+krant_wk48web!

vijftigpluskant

26 november 2019 • 3 e jaargang - 19

Zoete herinneringen

aan Winterswijk

p10

Voor de Te Brake’s

is boeren een

manier van leven

‘Johanna’,

het einde van

een tijdperk

Willem Sprick,

levensgenieter en

muzikale alleskunner

EN VERDER:

p16

- Humanistisch Verbond ijvert voor

respect en dialoog

- Bernhard Harfsterkamp over echte en

p6

p20

www.devijftigpluskrant.nl

nep-streekproducten

- Winterswijkers, een zeldzaam slag mensen

- Charles Lissenburg doet zijn zaak over



De nieuwe Winterkrant over

drie weken in de bus!

Deze 50+Krant is de laatste van het jaar 2019 en alweer

de 19e editie van de tweemaandelijkse uitgave die in het

najaar van 2016 voor het eerst verscheen. Ook volgend

jaar ploffen we natuurlijk graag weer zes keer bij u op de

mat. De eerstkomende uitgave verschijnt op 28 januari.

De nieuwe

Winterkrant

over drie weken

in de bus!

Dat is voor veel lezers nog een hele tijd wachten op nieuw

leesvoer, maar we vullen die lege dagen graag op met een

andere uitgave van Te Loo Media, de krant Verrassend

Winterswijk, wintereditie. Die wordt op 17 december of de

dag(en) erna bezorgd in heel Winterswijk.

Het is voor het vierde jaar op rij dat we met zo’n feestelijke,

winterse special komen. Geschreven door het redactieteam

van de 50+Krant, maar bedoeld voor lezers van alle leeftijden.

De winterkrant staat ook nu weer vol plaatselijke verhalen over

Kerstmis, Oud en Nieuw en de winter. Natuurlijk mag de jaarlijkse

cryptische puzzel – de derde inmiddels – daarbij niet ontbreken.

Vol grapjes en stekeligheden over het Winterswijkse

nieuws van 2019.

Graag willen we onze lezers bedanken voor hun tips voor

leuke verhalen en voor de vele enthousiaste reacties op

onze krant. Dat stimuleert ons alleen maar meer u ook in

2020 weer veel boeiende verhalen uit het Winterswijkse te

vertellen. Met de laatste twee uitgaves van dit jaar - deze

krant en Verrassend Winterswijk, wintereditie

– komt u de lange avonden tot de volgende

krant van eind januari hopelijk wel door.

We wensen alle Winterswijkers en natuurlijk

alle oud-Winterswijkers een prettige

feestmaand toe.

Jan Ruesink

eindredacteur de 50+Krant

jan@devijftigpluskrant.nl

Winterswijk Buiten, nieuwe krant voor de buurtschappen

Colofon

In het buitengebied van Winterswijk bruist het van de activiteiten, verenigingen en ondernemingen. Aanleiding voor

Te Loo Media om dat met een nieuwe krant onder de aandacht te brengen. Vanaf komend jaar verschijnt “Winterswijk

Buiten”, een exclusieve uitgave voor en over het buitengebied van Winterswijk.

“Winterswijk Buiten” wordt een prettig leesbare ‘ontdekkingsreis’ door de buurtschappen en brengt de lezer op de hoogte van

interessante ontwikkelingen waar de inwoners van de buurtschappen mee bezig zijn of wat hen bezighoudt.

Winterswijk Buiten wordt een tweemaandelijkse huis-aan-huiskrant, verspreid in alle buurtschappen en biedt nieuws, informatie

en verhalen met brede aandacht voor het leven in het buitengebied, werk, landbouw, natuur, bedrijfsontwikkelingen, wonen,

onderwijs en de talrijke verenigingen. Kortom: een krant voor en over het buitengebied van Winterswijk.

De eerste uitgave verschijnt dinsdag 11 februari 2020.

50+Krant-schrijver André Vis

scheurt in een jaar door een hele eeuw

Sport, geschiedenis, filosofie, politiek. Het zijn de grote

passies van oud-Winterswijker André Vis, publicist en

voor de 50+Krant schrijver van verhalen over zijn jeugd

in Winterswijk. Door een ingeving op het toilet wist Vis die

interesses met elkaar te verenigen in De André Vis

Scheurkalender 2020. In de 366 dagen van het komende

jaar scheurt hij zich een weg door de jaren 1900-2020.

Vis: “We hebben thuis al dertig jaar een scheurkalender hangen,

vroeger uiteraard van Koot en Bie en dit jaar Maarten van

Rossem en een natuurkalender. Begin januari las ik Maarten

op het toilet en dacht: 'Dat lijkt me gaaf. Een jaar lang een historische

gebeurtenis van die dag uit het verleden beschrijven.

Beetje prikkelend, informatief en zowel de grote als de kleine

geschiedenis. Voor jong en oud, dus breed samengesteld.”

De samensteller heeft bij elke datum een historische gebeurtenis

van die dag geselecteerd. “Van de Duitse eenwording tot

het laatste tv-optreden van Jacobse en Van Es, van de dood

van Aretha Franklin tot de opening van de Afsluitdijk, van het

debuut van Johan Cruijff tot de dood van Raspoetin.”

De kalender kost 15 euro is te bestellen via

visandre7@gmail.com. Er is nog een beperkt

aantal exemplaren beschikbaar.

3

De 50+ Krant

is een uitgave van Te Loo Media,

tweemaandelijkse huis-aan-huisuitgave op dinsdag.

Oplage 14.300 in Winterswijk en buurtschappen

en pickup-punten in Winterswijk

Uitgever:

Te Loo Media.

Directeur/eigenaar Franz te Loo

Algemene voorwaarden KvK 66118581

Verkoop advertenties voor 50+ krant

en website:

Franz te Loo 06-57549610

telefonische verkoop Dorinda Abbink 06-22532020

aanlevering advertentiemateriaal e-mail:

mediacommunicatieprteloo@gmail.com

Redactie:

Jan Ruesink (eindredactie).

Redactiemedewerkers/tekstschrijvers:

Wim Ruesink, Bernhard Harfsterkamp,

Daniëlle Carrière, Yvet Koskamp, Bart Iking,

Domien Esselink, Erik Meinen, André Vis.

Vormgeving krant:

Sandra Kingma Grafische Vormgeving

Aanlevering kopij, tips, persberichten:

redactie@devijftigpluskrant.nl

Webredactie:

Jan Ruesink, Peter van der Wel

Advertenties:

Evert Braakhekke

Kathy Wolterink-Mulder

Foto’s:

PR en redactie

Evert Braakhekke

Bezorgklachten/geen krant ontvangen:

Direct verspreidingen

info@directverspreidingen.nl of 055-5341825

Vermeld duidelijk uw klacht, postcode en huisnummer

Auteursrecht

Overname van artikelen (of delen ervan) uit deze

uitgave is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke,

schriftelijke toestemming van de uitgever. Dat geldt

ook voor vermenigvuldigen, kopiëren, publiceren op

internet of opslaan in een databank

Aansprakelijkheid

De 50+ Krant wordt met grote zorgvuldigheid en naar

beste weten samengesteld. Uitgever Te LooMedia en

auteurs streven naar juistheid en volledigheid van

informatie en beeld. Fouten blijven mogelijk. Uitgever

en auteurs aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid

voor schade die het gevolg is van handelingen,

gebaseerd op onze informatie.

Volgende editie verschijnt op 28 januari 2020.




Na bijna anderhalve eeuw eindigt iconisch tijdperk zaal Nijenhuis

‘Johanna’,

de zaal van ons allemaal

Door Wim Ruesink

Hans Bulten: “Horeca

stopt 31 maart volgend jaar”

Vele generaties troffen elkaar bij ‘Johanna’,

oftewel zaal Nijenhuis aan de

Houtladingstraat. Een historische

plek zoals er nog maar weinig zijn in

Winterswijk. Het doet de huidige eigenaar

Hans Bulten dan ook best

veel verdriet dat hij heeft moeten besluiten

de zaak te sluiten. Hans weet

als geen ander hoeveel Winterswijkers

warme gevoelens koesteren

aan zijn zalencomplex.

Toen Winterswijk in 1878 een treinverbinding

kreeg, zagen Herman Piek en

zijn vrouw Berendina Riggelink hun kans

schoon en openden een herberg. Het

echtpaar kreeg vier kinderen, maar Herman

Piek overleed al op 44-jarige leeftijd.

Berendina hertrouwde in 1892 met

Zeno Gerard Nijenhuis en samen kregen

ze nog een zoon. In 1893 kregen ze

een vergunning om sterke drank te verkopen,

in beide voorkamers van hun

huis. Een jaar later - de zaken gingen

goed in het dorstige Winterswijk - liet

men het echtpaar op de Houtlading een

café met bovenverdieping bouwen. In

1911 bouwde Nijenhuis een slachterij

naast het café.

Johanna

Het ging de familie goed af en alle zonen

vonden werk. In 1924 overleed Zeno

Gerard Nijenhuis en Berendina, ook wel

opoe Piek genoemd, was opnieuw weduwe.

Samen met de jongste zoon, Harmen

Jan zette ze de zaak voort. Hij

trouwde in 1932 met Johanna Elisabeth

ten Damme Een jaar later overleed opoe

Piek en vlak daarna ook Harmen Jan.

Johanna zette de zaak voort en het mythische

begrip Johanna was geboren.

Door de komst van een gemeentelijk

slachthuis in 1928 kwam het slachten bij

Nijenhuis tot een einde. Johanna besloot

de ruimte te verbouwen tot repetitieruimte

voor de Winterswijkse Orkest

Vereniging, niet zo verwonderlijk daar

maar liefst zeventien

Ten Damme’s

hierbij speelden,

allen familieleden

van Johanna. De

repetitieruimte werd

ook voor andere

doeleinden gebruikt

en zodoende ontstond

Zaal Nijenhuis. Johanna hertrouwde

met Gerrit Jan Bloemendaal en

samen maakten ze in 1955 van een

naastgelegen schuur een feestzaal. Een

zus van Johanna, Gerda Bakker nam

samen met haar man Paul vervolgens

de zaak over. Dit tot 1975, toen Welmerink

en Jonker de zaak voorzette, eerst

6

gezamenlijk en later door Henk Welmerink

alleen. Op 1 januari 1984 verkocht

de dochter van Johanna, de eigenaresse

van het complex, de zaak aan

Hans Bulten.

Verenigingen

Nijenhuis was het trefpunt voor ons allemaal,

van bruiloft tot reünie en vereniging

tot wandeltocht. Het einde van

zalencomplex betekent ook dat verenigingen

op zoek moeten gaan naar nieuw

onderkomen. Zo zullen talrijke kegelaars

een andere plek moeten vinden. De ouderenvereniging

Wenters Plus die nu

ook haar wekelijkse samenkomsten

houdt aan de Houtlading, hoopt volgend

jaar haar intrek in het nieuwe Gasthuus

te kunnen nemen. Maar naast verenigingen

was Nijenhuis ook jarenlang een onderkomen

voor muziekgezelschappen.

Zo hield de band RU Ready er haar befaamde

nieuwjaarsconcerten. Ook

waren er met enige regelmaat reggaeconcerten.

Bij beide was Winterswijker

Raymond Ubbink betrokken.

“We spraken af bij de

Harmonie, maar gingen

beiden naar Johanna”

‘Grote broer” Harmonie nog

overeind

De andere grote zaal in het dorp, De

Harmonie, stammend uit rond 1850, is

nog steeds een beeldbepalend gebouw

bij binnenkomst in het dorp via de

Groenloseweg. Of je ging naar Johanna

Nijenhuis of naar De Harmonie. De twee


Café Nijenhuis omstreeks

het jaar 1900.

Dertig appartementen,

oude pand blijft behouden

Zalencomplex Nijenhuis maakt

plaats voor dertig appartementen:

vijfentwintig op de plek waar nu nog

het te slopen zalencentrum is gevestigd

en vijf in het oude karakteristieke

café-restaurantgebouw, dat behouden

blijft.

Eigenaar Hans Bulten (74) heeft een

aanbod van een projectontwikkelaar

gekregen om het zalencomplex

(zaal, kegelbaan, tuin) van de hand te

doen. “Er komen daar dan zo’n 25

appartementen en de zaal wordt gesloopt.

Er zijn nog een paar mitsen

en maren, maar als alles goed gaat

stopt het horecagebeuren er op 31

maart volgend jaar. Moeilijk, maar

mede gezien mijn leeftijd was het

een kans die ik wel moest pakken. Ik

ben wel blij dat het karakteristieke

gebouw Johanna met toebehoren

behouden blijft. Hier komen zo’n vijf

appartementen in.”

Hans Bulten had ooit een groot

horeca-imperium: restaurants, cafés,

een hotel en zelfs een hotel in Tsjechië

met de naam… Winterswijk. Helemaal

stil zitten is er niet bij want Hans heeft

ook nog bed&breakfast De Steengroeve

aan de Kloetenseweg.

grootste uitgaansgelegenheden werden

in de volksmond vaak als broer en zus

gezien. De Harmonie als grote broer,

een groot imposant gebouw en toonaangevend.

Nijenhuis, vaak alleen Johanna

genoemd (vandaar de zus), als de wat

knussere gelegenheid met een faam en

heroïek.

Herinneringen

Het was begin jaren 60 toen Winterswijkers

Gerrit en Annie iets voor elkaar

leken te voelen. “We hadden elkaar op

dansles gezien en spraken af om zondagavond

om 20.00 uur bij De Harmonie

te zijn. We zagen elkaar door de week

niet en WhatsApp of een mobiel bestond

nog niet. Ik dacht zondagavond ‘ik weet

niet meer waar’ en ging uit voorzorg

maar naar Johanna. Kom ik daar, staat

Annie er ook met een vriendin!” Toen

wisten ze blijkbaar dat het goed zat,

want enkele jaren later trouwde het stel

en de inmiddels 70-plussers zijn nog

steeds bij elkaar en vertellen nog regelmatig

over hun eerste, bijzondere afspraak.

Zaal Nijenhuis op oude ansichtkaarten.

Raymond Ubbink:

…favoriete stek…

Hans Bulten: “Blij dat karakteristieke gebouw behouden blijft.”

Raymond Ubbink:

‘Geen kermis zonder Johanna’

Muzikant Raymond Ubbink koestert veel herinneringen aan Nijenhuis: “Zaal

Nijenhuis, ik leerde het kennen toen we er in de jaren 70 familiefeesten

hadden en daarna als de repetitieruimte voor het harmonieorkest. In mijn

puberteit bestond een kermis zonder naar Johanna te gaan absoluut niet.

Toen ik zelf in bandjes ging spelen en ook concerten ging organiseren, bleef

zaal Nijenhuis mijn favoriete stek. De eerste keer organiseerde ik daar een

optreden van mijn reggaeband Mahlangu. Dat was op 20 november 1987.

Daarna volgden vele optredens van onder andere mijn soulband

R…U...Ready?, maar ook Massada, de uit Jamaica afkomstige formatie

Culture enzovoorts. Velen zullen ook onze Moustache-reünie herinneren.

Een zaal met zoveel mogelijkheden qua sfeer, maar zeker ook qua warmte

en klantvriendelijkheid. Dat het gaat verdwijnen, zal voor mij een meer dan

groot gemis zijn.”

7




“Thuis heb ik nog een ansichtkaart…”

Maar Winterswijker Hans Ubbing heeft er wel wat meer!

Door Wim Ruesink

Alleen al de collectie

ansichtkaarten

van Winterswijk

telt vierduizend

exemplaren

Hans Ubbing

Wim Sonneveld mijmerde in zijn lied Het Dorp over een ansichtkaart die hij

had bewaard. Maar Hans Ubbing heeft er van zijn dorp, Winterswijk, alleen

al zo’n 3600! We zijn op bezoek bij de 64-jarige plaatsgenoot en kijken onze

ogen uit: zoveel Winterswijk bij elkaar zie je zelden. Pennen, speldjes,

suikerzakjes, porselein, glazen, theelepeltjes, Delfts Blauw, briefkaarten met

bedrijfslogo, boeken door (oud-)Winterswijkers geschreven; echt alles waar

Winterswijk op staat heeft Hans in huis. Maar de kers op de taart van zijn

verzameling is toch wel de indrukwekkende hoeveelheid ansichtkaarten.

Hans Ubbing is in 1975/’76 begonnen

met zijn verzameling en gaandeweg

werd het steeds meer. “Ik heb veel verzameld

via beurzen, rommelmarkten,

kringloop, ruilen, via mijn netwerk, maar

tegenwoordig veelal via internet. De

rommelmarkten zijn nu veelal afgeroomd,

het mooie unieke spul is vaak al

weg voor de rommelmarkt begint, al

hoop je natuurlijk wel altijd op een mooie

vondst. Met zo weinig mogelijk geld je

verzameling uitbreiden, dat is het mooiste.

Soms koop ik iets om weer te verkopen

om zo een “potje” te creëren om

zelf weer wat aan te schaffen. Met grof

geld kun je alles kopen, maar dat wil ik

niet, moet leuk blijven”

Prachtig tijdsbeeld

De verzameling ansichtkaarten van

Hans is enorm, zo’n vierduizend van

Winterswijk. Veelal zwart/wit, maar ook

kleurenkaarten die bij elkaar een prachtig

tijdsbeeld geven van de gemeente.

Monumenten, natuurgebieden, buurtschappen,

kerken, uitspanningen,

beeldbepalende gebouwen; werkelijk

alles zette men vroeger op een ansichtkaart.

Op veel kaarten zie je echter straten

afgebeeld en de Wooldstraat spant

hierbij de kroon. “In de Wooldstraat had

je hotel De Klok en De Duif mode, beeld

bepalende panden. Ook zaten er in de

Wooldstraat boekhandels als Knook en

Kramer (de laatste nu nog) die ansichtkaarten

op de markt brachten, vaak van

hun eigen straat. Ook andere plaatselijke

boekhandels kwamen met ansichtkaarten,

maar ook winkels als

bijvoorbeeld Bus in de Misterstraat

kwam met prentbriefkaarten op de

markt. Het was een tijd dat een ieder

Hans heeft ook een grote

colectie tegeltjes en asbakken

van Winterswijk


In met name vroegere jaren gaven veel Winterswijkse

clubs, verenigingen en bedrijven glazen uit,

Hans heeft ook hiervan een enorme collectie

nog kaarten verstuurde en de postbezorger

tweemaal daags langs kwam. Als

ik ergens op een beurs een ansichtkaart

van Winterswijk tegenkom weet ik vrijwel

gelijk of ik hem al heb”.

De ansichtkaarten van Hans zijn met

enige regelmaat terug te vinden op de

populaire facebooksite Oud-Winterswijk,

maar ook kloppen samenstellers van

boeken vaak aan bij Hans, op zoek naar

net die ene afbeelding. Ook deze krant

maakte al dankbaar gebruik van Hans’

verzameling.

Grolsch-verzameling

Hans houdt het bijna allemaal bij Winterswijk

met zijn verzameling, maar voor

Grolsch maakt hij toch een uitzondering.

Hans heeft namelijk een prachtige collectie

Grolsch-glazen, flesjes, borden en

bierviltjes. “Ik heb zo’n 1500 verschillende

Grolsch-bierviltjes. Daar zijn al

1900 verschillende van verschenen. Ik

ben ook lid van het Grolsch Verzamelaars

Gilde. Deze club geeft vier keer per

jaar een werkelijk prachtig clubblad uit

genaamd ‘De Klok’. Ook flesjes van alle

biersoorten die door bierbrouwerij Wentersch

zijn uitgebracht, heeft Hans in zijn

verzameling.

Plannen voor een boek

Hans: “Ik heb ideeën om een boek uit te

brengen: ‘Wie Wat Waar in Winterswijk’

zoiets ongeveer. Welke bedrijven/winkels

zaten er op een bepaald adres. Dat

wordt een

mooi overzicht van

ansichtkaarten die in chronologische

volgorde een overzicht geven.

Maar ik heb ook nog enorm veel uit te

zoeken en alles te documenteren. Als ik

straks pensioengerechtigd ben heb ik

meer tijd voor mijn Winterswijk-verzameling.”

De Grote vijf

Hans maakt deel uit van vijf verzamelaars

in Winterswijk met een megacollectie.

“We zien elkaar regelmatig en

hebben het dan natuurlijk over onze

laatste aanwinsten en dat soort dingen.

Ik ben met 64 de jongste van dat vijftal,

de jeugd loopt niet echt warm meer voor

dit soort verzamelingen, erg jammer.”

Organisator ruilbeurs

Hans is nu al 25 jaar organisator van de

ruilbeurs van de Nederlandse Vereniging

‘De Verzamelaar’ in de Achterhoek.

De Verzamelaar is een landelijke club

die op tal van plaatsen beurzen organiseert

en een schitterend ledenblad heeft

waarin de verzamelaars veelal hun

nieuwste aanwinsten laten zien. Iedere

eerste zaterdag van de maand organiseert

De Verzamelaar een verzamelaarsbeurs

in De Hofnar in Aalten.

Een auto van Taxi Scholten als asbak

Dat ene ontbrekende suikerzakje

In Nederland werden met name in de jaren 50 t/m 70 van de

vorige eeuw suikerzakjes uitgegeven. Horecazaken, bedrijven

en gemeenten, maar ook uitspanningen en ziekenhuizen

brachten ze uit. Veelal bedrukt met eigen tekst, logo of een afbeelding.

Ook in Winterswijk zagen we ze en menigeen heeft

er thuis nog wel wat in een plakboek op zolder liggen. Hans

heeft ze echter allemaal mooi geordend en in plastic hoezen

gestoken. Hij heeft ze zelfs allemaal, op eentje na, die van de

stoom-, steen- en pannenfabriek Te Siepe. Uiteraard zou Hans

die nog graag willen hebben, bij dezen dus een oproep aan de

50+krant lezers.

Heeft u dat ene nog ontbrekende suikerzakje, of andere

Winterswijkse curiositeiten voor Hans?, mail dan naar

h_ubbing@hotmail.com.



Buiten met Bernhard

Madeliefjes

Hazelaar mannelijke katjes

Paardenbloem

Winterbloeiers

Madeliefjes in de winter:

geen reden voor ongerustheid

Alvast een waarschuwing: als u in december of januari op een mooie zonnige

winterdag bloeiende madeliefjes in het gazon aantreft hoeft u zich niet ongerust

te maken. Het is geen teken dat de natuur van slag is of dat de lente al

erg vroeg is begonnen. Het madeliefje laat dat gele hartje omgeven door witte

bloemblaadjes altijd in de winter zien en ook in alle andere seizoenen. Er zijn

planten die het hele jaar door bloeien.

Door Bernhard Harfsterkamp

Er zijn meer planten die je bijna altijd wel

ergens in bloei kunt zien. Vogelmuur,

paardenbloem, straatgras, witte en

paarse dovenetel, herderstasje, kleine

veldkers en klein kruiskruid zijn soorten

die er altijd zijn. Dat wil niet zeggen dat

ze dan massaal in bloei staan, al kunnen

vooral vogelmuur en madeliefje in de

winter uitbundig bloeien. Daartegenover

staan de meeste andere planten met

een afgebakende bloeiperiode. Het is

niet voor niks dat er typische voorjaarsplanten

zijn en soorten die pas gaan

bloeien als de zomer al lang op gang is

gekomen.

Die bloeiperiode kan enkele maanden

bedragen en soms maar twee weken.

De zoete kers en het krentenboompje

bloeien bijvoorbeeld kort. Elke plantensoort

heeft specifieke kenmerken. Er zijn

voorkeuren voor een bodemtype, voor

meer of minder nitraten (voedingsstoffen),

voor meer of minder schaduw, voor

droge of natte plekken. Die voorkeuren

bepalen mede de bloeitijd. Veel bosplanten

bloeien in het voorjaar, omdat er dan

nog voldoende licht op de bodem valt.

Als de bomen vol in blad zijn, wordt het

te donker voor veel soorten. De temperatuur

van met name de bodem is voor

voorjaarsbloeiers eveneens belangrijk.

Soorten als speenkruid en bosanemoon

bloeien pas als het warm genoeg is. Gemiddeld

genomen gebeurt dat eerder,

waardoor ze vroeger bloeien dan 50 jaar

geleden.

Dovenetel

De planten die het hele jaar door kunnen

bloeien, hebben wel vaak een piek in hun

bloeiperiode. Graslanden en gazons die

helemaal geel gekleurd zijn door de paardenbloem

zie je alleen in april en mei. In

de andere maanden blijven de bloemen

wel opduiken in bermen, gazonnen en

weilanden. Ook witte en paarse dovenetel

dragen in de warmere jaargetijden meer

bloemen dan in de winter, maar ze zijn er

dan wel. Soorten als madeliefje, vogelmuur,

herderstasje en klein kruiskruid zijn

alleen als het extreem koud is en dagenlang

heeft gevroren niet meer bloeiend

aan te treffen.

Bedrieglijk

Enkele vorstnachten in

oktober of november zijn

nog niet funest voor de

planten die dan nog

bloeien. Blijft een langere vorstperiode

uit, dan kunnen de zomer- en herfstbloeiers

nog lang blijven nabloeien. Niet

in grote aantallen, maar wel met enkele

bloemen. Daarom zijn berichten over

bloeiende planten in de winter zo bedrieglijk.

Enkele dagkoekoeksbloemen

in januari zeggen helemaal niets. Dat

komt in een enkel jaar voor. Ook zeggen

een bloeiende dotterbloem of bosanemoon

in de herfst niets, dat gebeurt als

de omstandigheden goed zijn.

Snottebellen

Ook gewoon in de tweede helft van

december en in januari zijn de snotte -

bellen van de hazelaar, de gele langwerpige

manlijke katjes. De vrouwelijke

bloemen zijn klein en rood en vallen de

meeste mensen niet op. Effectief zijn ze

wel, want dankzij de wind vangen ze

volop stuifmeel op van de katjes en

zorgen ze daarna voor hazelnoten. Dat

kunnen er heel veel zijn viel mij in de

nazomer op. De twee hazelaars die ik bij

mijn huis heb staan leverden een notenvoorraad

voor vele jaren. Ook de elzen

bloeien vanaf eind januari en de eerste

bloeiende bolgewassen zijn normaal voor

januari en februari. Let daarom bij al die

voorbarige berichten over de natuur die

van slag zou zijn of over dat de lente wel

erg vroeg is begonnen op welke plantensoorten

genoemd worden. Bijna altijd zijn

dat de soorten die dan te verwachten zijn.

Als het om soorten gaat die wel vroeger

bloeien dan doorgaans het geval is, let

dan altijd op de mate waarin dit voorkomt.

‘Al die voorbarige berichten over

de natuur die van slag zou zijn’

Helaas worden nooit aantallen bij dit

soort berichten genoemd. Maar een enkele

bloeiende speenkruid in januari betekent

helemaal niets. Pas als die soort

dan massaal zou bloeien, is het ongewoon.

Dovenetel



Door en door DOMIEN

Donderwolkjes

De klompen blijven bij de achterdeur staan. Op kousenvoeten loopt hij door de lange

gang, daar waar ooit de toegang was tot de stallen. Hij heeft alleen nog wat ‘hobby-vee’,

om een beetje bezig te blijven. In de achterkamer ploft hij in de rookstoel en steekt een

sigaar op. Zijn vrouw steekt haar hoofd om de deur en vraagt of hij klaar is met het

snoeien van de singel. Hij antwoordt bevestigend en kijkt bedenkelijk voor zich uit, met

rondjes rook boven zijn hoofd.

Het zijn kleine donderwolkjes, gevuld met onbegrip. Dat die megaboeren moeten minderen,

dat snapt hij wel, maar om uitgerekend de Natura 2000-boeren aan te pakken, dat zorgt voor

oprispend maagzuur. Ooit was hij er ook eentje, een grondgebonden boer met hart voor de natuur.

Die zich verenigd had met PAN (Particulier Agrarisch Natuurbeheer) en de natuur naast

het wei- en het bouwland onderhield, in het belang van het Winterswijkse coulisselandschap.

In Winterswijk heb je geen Brabantse megastallen en horen de boerderijen bij het landschap.

Hij inhaleert en blaast de rook uit. Stikstof, PFAS, moet hij zich zorgen maken over zijn begrafenis?

Mag hij ‘straks’ niet meer begraven of gecremeerd worden? Wat dan? Wordt hij opgezet,

voor een blijvende plek in de rookstoel? Dan wel met een sigaar in de mond!

Hij kan er even om lachen maar kijkt dan weer ernstig voor zich uit. Het begon met die blagen

op het Malieveld in Den Haag, die nota bene een berg aan rotzooi achterlieten, maar wel demonstreren

voor een schone wereld! En maar online bestellen, diezelfde jongeren, en pakketjes

laten komen door stinkende dieselbussen! Beleid, dat járenlang werd gedoogd, wordt nu in

een handomdraai bijgesteld. Hoezo kort door de bocht?

Natuurlijk, hij weet ook dat de ijskap smelt in het Poolgebied, en dat er iets moet gebeuren qua

aanpak stikstof. Kom dan eerst met fatsoenlijke voorstellen – het gaat om ons bestaan! - en

maak geen beleid op dat geroep van die linkse politici in een rechts maatpak, die nog nóóit in

een overall op het land hebben gestaan. Al die criticasters zijn helemaal hyper geworden, ze

draaien door! Boeren aan de stikstoftaks, op de snelweg niet harder dan 100 kilometer per uur

zodat er weer gebouwd kan worden… Ze zijn gek geworden in Den Haag.

Hij zucht en pakt een nieuwe sigaar. Laat ze van Winterswijk afblijven! Boeren en natuur gaan

prima samen in Wenters. Morgen snoeit hij de singel aan de andere kant van de boerderij.

Winterbeurt nbieding

Domien Esselink



Melkveebedrijf, gezinsleven en hobby’s

smelten samen op Hoeve ’t Ros

De meeste werkzaamheden van een

boer zijn seizoensgebonden en weersafhankelijk.

Dit jaar midden oktober gingen

de koeien ‘s morgens na het melken nog

de wei op. “Dat is nog vrij laat in het

seizoen, maar het weer was nog mooi

en er stond nog gras.”

‘Boeren is een manier van leven’

Geen dag is hetzelfde op Hoeve ’t Ros

van Martijn en Ursula te Brake-de Bree

in Winterswijk Woold. Seizoenen en

buienradar bepalen voor een groot

deel wat er op de boerderij gebeurt.

Martijn en Ursula zijn dierenliefhebbers

en deze wederzijdse passie is

hun grootste drijfveer.

Door Daniëlle Carrière

Martijn en Ursula namen het melkveebedrijf,

waar ze al langer werkzaam waren,

op 1 januari 2016 volledig over van Wim

en Ria Tervoert. “Wim en Ria zijn net

onze wederzijdse schoonouders”, zegt

Ursula, “en een extra opa en oma voor

onze kinderen Elena en Olaf. Ze komen

hier nog regelmatig klussen.”

Terwijl Martijn en Ursula tussen de

koeien door de wei lopen, noemen ze de

namen van de dieren. “Dat is Veetje, een

lieve, maar ook een beetje een lompe

koe”, zegt Ursula. “Ze wil geaaid worden,

maar ze loopt soms zo tegen je aan.”

Te Brake heeft koeien van het Holsteiner

ras en daar lopen een paar vlekvee-kruisingen

tussen. “Die hebben een aparte

kleur en dat vindt Ursula mooi”, zegt

Martijn.

Boerenzoon

Martijn te Brake (43) werd geboren op

de boerderij van zijn ouders in Meddo.

Zijn broer nam de boerderij over. Martijn

wilde ook boer worden, deed een agrarische

opleiding en werkte tien jaar voor

het blad Vee & Gewas. “Vervolgens ben

ik inseminator geworden. We waren op

zoek naar een boerderij en via een kameraad

kwam ik hier bij Tervoert terecht.

Ursula te Brake (43) komt uit Zeeland.

Ze heeft geen agrarische roots. Wel was

zij altijd al gek op dieren. Na de MAS

Dierverzorging en Diergezondheid in

Barneveld is ze de HAS in Den Bosch

gaan doen.

Het boerenbedrijf runnen Martijn en

Ursula samen. Dat ze op ’t Ros terecht

konden was voor hen ‘nu of nooit’. Martijn

en Ursula glunderen als ze erover

vertellen. “We zien het niet als werk. Het

is een manier van leven”, aldus Martijn.

Ochtendritueel

Iedere dag loopt Martijn met een kopje

koffie de stal in en gaat aan de slag als

boer. Om 8 uur is hij weer binnen om zijn

kinderen uit te zwaaien en ook ‘s middags

om drie uur als ze uit school komen, is

hij er meestal bij.

Terwijl Martijn de koeien melkt, voert

Ursula de kalfjes. Afhankelijk van het

seizoen gaan de koeien naar buiten of

worden gevoerd. Dan gaat ieder voor

zich aan de gang met de eigen taken die

elke keer weer anders zijn. De kuil moet

open zijn, het gras gemaaid en geschud,

het mais geoogst en ingekuild, monteurs

en vertegenwoordigers moeten worden

ontvangen. En als de koeien in de herfst

weer dag en nacht op stal komen, moeten

ze worden geschoren. Dan begint

ook de periode van het voer steeds aanschuiven,

zodat de koeien altijd bij het

eten kunnen. En ’s avonds wordt er weer

gemolken.

Ursula vult aan: “Weidemelk levert een

paar centen meer op en daarvoor moeten

koeien minimaal 120 dagen per jaar zes

uur per dag naar buiten. ’t Ros is bovendien

een van de 600 melkveebedrijven

in Nederland die Planet Proof melk produceert”,

vertelt ze trots. “We willen ons

steeds verbeteren en het is dan ook een

uitdaging voor ons om aan de betreffende

eisen te kunnen voldoen.”

Afkalven

Melkkoeien krijgen ieder jaar een kalf. Dit

is nodig voor de melkproductie. Martijn:

“Meestal gaat dat vanzelf. Ik ben wel in de

buurt, maar we grijpen alleen in als het te

lang duurt. Het echte werk begint na het

afkalven. Deze nazorg doen we samen.

De koe krijgt een energiedrank en het kalf

krijgt biest. Deze eerste melk van een koe

na het afkalven bevat belangrijke stoffen

voor de weerstand van een kalf.”

In oktober was er een afkalfpiek op

’t Ros. “We proberen het te spreiden. Een

koe is iedere drie weken tochtig. Minder

kalveren is beter te managen en de infectiedruk

is lager. Toch ontkom je soms niet

aan een periode met veel kalfjes.”

Een boer is bijna 24 uur per dag, 365

dagen per jaar met z’n werk bezig. Toch

is er ook tijd voor hobby’s, korte vakanties

en dagjes uit met de kinderen. “Ik

loop hard en Ursula heeft hobby aan de

huisdieren”, zegt Martijn. “We hebben

honden en een papegaai”, vult Ursula

aan. “We gaan wel eens op een korte

vakantie, bijvoorbeeld naar Zeeland

waar ik vandaan kom. Dan schakelen

we een bedrijfsverzorger in voor het

melken.”

Woolds koningspaar

In 2017 schoot Ursula de vogel eraf bij

het koningsschieten op het Woolds

feest. Ursula en Martijn werden het

nieuwe koningspaar. “We hadden vooraf

bij de buren al aangekondigd dat we

mee wilden schieten. Alles om het koning

uithalen de volgende dag mogelijk

te maken werd voor ons geregeld door

de buren. Voor ’s avonds hebben we een

melker ingehuurd, maar de volgende

dag hebben we wel zelf gemolken en

gevoerd. We waren net klaar en omgekleed

toen de feestende Wooldse inwoners

hier het erf opkwamen om ons te

feliciteren.”

Martijn vult aan: “Ondertussen werd er

door enkele buren achter de schermen

nog een koe geholpen bij het afkalven.

Zul je net zien dat het dan niet vanzelf

gaat. Maar ze hebben zich er goed

mee gered.”

17


tttttttttttttttttttttttttt

Weurden 17-b - 7101 NG Winterswijk

Tel 0543-534610

info@rootinckantiek.nl - www.rootinckantiek.nl





Willem Sprick

muzikale duizendpoot

Willem Sprick in actie achter

zijn Formant tijdens het

Mañana Mañana festival in 2014.

(foto: Koen Prins)

Een ongecompliceerde levensgenieter,

een self-made technicus en muzikale

kameleon. Willem Sprick is al decennialang

een geliefde en vertrouwde

verschijning binnen de Winterswijkse

muziekcultuur. Bassist van niet de

minste bands als Bertus Staigerpaip

en de Zingende Fresia's en iemand die

alle ins en outs weet van synthesizers.

Hoogste tijd om zijn levenswandel

eens nader onder de loep te nemen.

Waar Willem Sprick verschijnt is de

patchouli-geur nooit ver weg.

Door Erik Meinen

Wie de reparatieafdeling annex opnamestudio

aan het Weurden binnenstapt,

kijkt zijn ogen uit. Naast de vele, voornamelijk,

analoge muziekapparaten, in de

wachtrij om door Willem onder handen

te worden genomen, wordt de werkruimte

gedomineerd door de vele orgels

en synthesizers. Een waar museum vol

uniek materiaal, een walhalla voor de

lekkerbekkende muziekfreak die houdt

van vintage spullen.

Willem Sprick is net terug uit Den Haag,

de stad waar zijn veelzijdige muzikale

loopbaan een aanvang nam. Met zijn

band Bertus Staigerpaip, het muzikale

boegbeeld van bouwend Nederland,

heeft hij tegen te strenge milieuregels

demonstrerende “vakbroeders” een

steuntje in de rug gegeven.

Inmiddels weer okselfris na zijn avontuur

op het Malieveld, heet de witgrijze gastheer

mij welkom. Ik plaats mijn Fisher

Price 820 draagbare platenspeler op de

werkbank. Het plastic speelgoed, van

onschatbare waarde voor schatgravende

dj's en vinylfanaten, is aan een

grondige revisiebeurt toe. Willem neemt

het kleinood met een gulle glimlach in

ontvangst, maar verschiet er niet van. Er

worden per slot van rekening wel meer

rariteiten bij zijn muziekfabriek binnengebracht.

Formant

Als op het dashboard van een ruimteschip,

lichten aan de lange wand van de

werkplaats de lampjes op van een

enorme modulaire zelfbouwmachine.

Het is de heilige graal van Willem's

synth-hole, de imposante Formant, een

synthesizer waar hij al vanaf 1979 aan

bouwt. Een apparaat dat altijd in ontwikkeling

en nooit af is.

Een serie artikelen in het electronicablad

Elektuur is het begin van een eeuwigdurend

knutselproject aan een synthesizer,

waarmee Sprick sinds een aantal jaren

en public gaat. De festivals van Have A

Nice Day in Eibergen (2013) en Mañana

Mañana in Hummelo (2014 en 2015)

hebben inmiddels kennis gemaakt met

de mystieke klanken die Willem uit zijn

wonderkast tovert. Het heeft hem al de

bijnamen The Wizard of Drones en The

Electric Wizard bezorgd. Hij streek met

zijn Reisbureau Sprick, zoals hij het zelf

liever noemt, deze zomer neer bij de

Stadsnomaden op het kleinschalige

kunstfestival De Oversteek in Nijmegen

en luisterde in een tipi-tent het Oogstfeest

op bij landgoed De Zonnebloem in de

Brinkheurne. En wat is er fijner dan in

hangmat of op matras op de hypnotiserende

klanken van zijn Formant weg te

zweven naar verre en onbekende oorden.

Willem bewaart warme herinneringen

aan de begintijd van de ontwikkeling van

de Formant. Het nabouwen van een

echte synthesizer voor een fractie van

de kosten van de in die tijd schreeuwend

dure in de detailhandel verkrijgbare modellen,

was een ware uitkomst. Met

geestverwante enthousiastelingen richt

Sprick zelfs een Formant-club op die

22

korte tijd een eigen blad uitbracht. Nu

vele jaren later, heeft Willem nog steeds

contact met een aantal van deze pioniers

van het eerste uur.

Als Willem de werking van het apparaat

uitlegt en termen als decoders, conductors,

oscillatoren en transposers over de

tafel vliegen, begint het me al snel te duizelen.

Het vervaardigen van de verschillende

onderdelen vraagt naast gedegen

technische kennis en het kunnen “lezen”

van elektrische schema's een vaardige

omgang met de soldeerbout. “Eén

verkeerde schakeling en het ding klinkt

zo vals als een kraai”, aldus Willem. De

bediening is evenmin een sinecure.

Alleen bij het opendraaien van de juiste

knoppen en het maken van de juiste

verbindingen laat de Formant van zich

horen.

Mijn oog valt op OSCar – sommige

synths krijgen namen alsof het levende

wezens betreft - een in rubber gehulde

synthesizer waarvan er maar zo'n 2000

gebouwd zijn. Uniek omdat het begin

jaren 80 al beschikt over geheugen en

een MIDI-aansluiting. “Betaal je tegenwoordig

zo drie- à vierduizend piek

voor”, volgens Willem.

Natlab

Naast synthesizers maken ook orgels en

keyboards van merken als Hammond,

Yamaha en Philips deel uit van de inventaris.

Van laatstgenoemde merk is de

low-budget Philicorda, onder andere in

gebruik bij bands als Shaking Godspeed

en The Kik, weer helemaal hip en van

deze tijd. Het combo-orgeltje is ontwikkeld

in het Philips Natuurkundig Laboratorium

in Eindhoven, afgekort het

Natlab.

Als deze naam valt beginnen Spricks

ogen te schitteren en begint hij te vertellen

over de prominente rol die deze on-


derzoeksafdeling van Philips vanaf

1956 speelt in de ontwikkeling van de

elektronische muziek en de opnametechniek.

Een groep van wetenschappers,

techneuten, componisten en

creatievelingen experimenteert er in

Kamer 306 naar hartelust met elektronische

geluiden. Een sleutelrol is

weggelegd voor Dick Raaijmakers. Hij

is opgeleid aan het conservatorium en

componeert in oktober 1957 het nummer

“Song To The Second Moon”, het allereerste

elektronische popnummer ooit,

lang voor Jean-Michel Jarre en Kraftwerk.

Via laatstgenoemde band belanden we

bij de Krautrock, een eind jaren 60 bij

onze oosterburen ontstane experimentele

muziekstroming, waar Willem Sprick

een enorm zwak voor heeft. Helden als

Holger Czukay van de groep Can, Klaus

Schulze van Tangerine Dream en de befaamde

producer Conny Plank passeren

de revue. Maar oh ja, we kwamen eigenlijk

op bezoek om Willems muzikale carrière

op te tekenen.

De Winterswijkse band Nighthawk

met in het midden Willem Sprick.

(archief PAL)

Revox

Jan Willem Sprick aanschouwt het levenslicht

in 1955 in Enschede. Op elfjarige

leeftijd verhuist de in een gebroken

gezin opgroeiende Willem naar Den

Haag. Vanaf het moment dat hij van een

vriendje een basgitaar in zijn handen gedrukt

krijgt, is hij verkocht. De eerste

kneepjes op het instrument worden hem

bijgebracht door de bekende Q65 bassist

Peter Vink. Er volgen bandjes, o.a. de

r&r-formatie Andy & the Spiders en de

groep Mover, waarin Willem samenspeelt

met een aantal muzikanten die het

later nog ver zullen schoppen in de landelijke

hard- en progrockwereld.

Daarnaast ontwikkelt Willem al vroeg

een fascinatie voor elektronica en geluid.

Via het knutselen aan zelfbouwpakketjes

en het verslinden van allerhande vakliteratuur

maakt hij zich de materie eigen.

Zijn fanatisme bezorgt hem een job als

medewerker bij Revox, een van origine

Zwitsers bedrijf met naam en faam op

het gebied van hoogwaardige geluidsapparatuur,

met name bandrecorders. Bij

een ander bedrijf werkt Willem Sprick

mee aan het maken van registratierecorders

voor vliegverkeerstorens.

Nighthawk

In 1982 verhuist hij naar Winterswijk.

Plaatselijke muzikanten weten zijn elektro-technische

know-how al snel op

waarde te schatten. Menig buizenbak

vindt zijn weg naar Willems bescheiden

woning aan de Bocholtsestraat. De

reparatie van muziekapparatuur zorgt al

gauw voor een aardige bijverdienste.

Ook zijn kwaliteiten als bassist blijven

niet onopgemerkt. In de Winterswijkse

bluesrockformatie Nighthawk musiceert

Sprick samen met zanger Sieb Geurink,

de voormalige Terra Plane-gitaristen

Willy Abbink en Peter van Rijssel en

drummer Pieter Dekker. De heren kennen

elkaar van de befaamde jamsessies

in de kelder van Eucalypta, een activiteit

die Willem samen met Bert Heideman,

drummer van het Meddose Foi Foi, op

poten zet. In de kelder van Eucalypta

vinden ook de eerste repetities plaats.

Later oefent Nighthawk in een oude

school in Meddo, het repetitielokaal van

alle bij het Winterswijkse Popkollektief

aangesloten bandjes. Nighthawk speelt

in de hele regio, maar een van de hoogtepunten

is toch wel het optreden in Eucalypta

in het voorprogramma van de

Engelse groep The Europeans.

Staigerpaip

Willem gaat in 1986 als freelancer aan

de slag bij de Gelijkmaker BV, het door

Mick Froeling geleide bedrijf dat o.a. de

Nighthawk-poster (archief PAL)

technische zaken regelt voor Normaal.

Hij doet het onderhoud van de Commodore

studio in Zelhem en van de spullen

van de P.A. Midden jaren tachtig neemt

manager Gerrit Kuster de West-Brabantse

bouwrockband Bertus Staigerpaip

onder zijn hoede. Als de band een

bassist zoekt wordt Willem Sprick door

zijn collega's bij De Gelijkmaker uitgedaagd

om auditie te doen. Een krat bier

en zelfs een nieuwe basgitaar moeten

eraan te pas komen om hem over te

halen. Uiteindelijk trekt Willem de stoute

schoenen aan en solliciteert. Nog dezelfde

avond wordt hij aangenomen.

Een week later staat de bassist, die de

bijnaam James Blond 006½ krijgt aangemeten,

al op het podium. Er volgt een

drukke tijd. Met Bertus Staigerpaip toert

de band door stad en land, op kermissen

en dorpsfeesten, vaak ook in het voorprogramma

van Normaal. Liedjes als

“Rits”, “Wij Zijn De Jongens Van Den

Bouw”, “Ik Zat Effe Nie Op te Lette...” en

“Hou Je Kop!” worden hitjes en de band

verschijnt regelmatig op tv.

Studio

Midden jaren 90 is het Bertus Staigerpaip

succes tanende. Sprick richt zich

weer meer op zijn vaardigheden als geluids-

en elektrotechnicus. In een voormalige

bakkerij aan het Weurden richt hij

zijn eigen Pentagram-studio in, waar

bands en artiesten in een gemoedelijke

sfeer en tegen schappelijke kosten hun

opnames kunnen maken. Plaatselijke

bands als Disabuse, The Solution, Sean

Penn en Bateren laten er hun muziek

vastleggen. Verder blijft hij actief als reparateur

van analoge muziekapparatuur

(“ouwe meuk”, zoals hij het zelf liefkozend

noemt), deels zelfstandig, deels in

opdracht van muziekzaken. Pentagram

wordt al snel omgedoopt tot De Eerste

Winterswijksche Muziekfabriek.

Fresia's

Willem Sprick neemt afscheid van Bertus

Staigerpaip. Als hij in een blaadje een

advertentie tegenkomt met de tekst

“Band uit Arnhem zoekt ruige hoempabassist”,

hapt hij toe. Het blijkt te gaan om

een vacature voor De Zingende Fresia's,

een feestband die Nederlandstalige

smartlappen verpakt in een stevig pretpunk-jasje.

Willem wordt opnieuw direct

aangenomen, in een voetbaltenue gehesen

(“ook al heb ik niks met voetbal”) en

vernoemd naar zijn langharige dubbelganger,

voormalig Feyenoord-coryfee

John de Wolf. De Fresia's zijn jarenlang

te bewonderen op festivals, in feesttenten

en het zalencircuit.

Sinds zijn heupbreuk in 2012, na een

ongelukkige val van zijn fiets, doet Willem

het wat rustiger aan. De grenzen van het

wilde rock 'n roll-leven “met alles d'r op

en d'r aan” zijn ook voor de inmiddels

64-jarige Winterswijkse Hagenees (of

vice versa) in zicht gekomen. De avonturen

met de Zingende Fresia's staan al

een tijdlang “on hold” en met Bertus

Staigerpaip wordt alleen nog sporadisch

opgetreden.

Filosoof

De avond vordert. Zoals het muziekliefhebbers

onder elkaar betaamt pingpongt

de discussie van het ene naar het andere

onderwerp: via de oer-heavy metal band

Budgie, naar de knotsgekke capriolen

van Sjef van Oekel en het leven van Bob

Moog, de ontwerper van de Minimoog, de

eerste synthesizer uit 1970 waarbij toetsenbord

en elektronica in één kast zitten.

Willem filosofeert nog wat over de legendarische

– in zijn ogen althans, want ik

had er nog nooit over gehoord – Ray Kurzweil,

niet alleen de uitvinder van een

synthesizer met samplingmogelijkheden,

maar ook een visionair toekomstvoorspeller.

Zijn voornaamste hypothese:

wetenschap en techniek ontwikkelen zich

in zo'n razend tempo dat kunstmatige intelligentie

de wereld gaat overheersen.

Een beangstigend perspectief. “Al in het

jaar 2045 is het zover”, bezweert Willem

me. Tegen die tijd denkt Kurzweil overigens

wel dat de mensheid het eeuwige

leven zal hebben. Een troostende

gedachte. Maar of alle 50+ lezers daar

nog van mee zullen profiteren?

De Zingende Fresia's met tweede van links

Willem “John De Wolf” Sprick.

foto: Frank Kanters)

Erik Meinen is medewerker van het

Poparchief Achterhoek en Liemers

(PAL). In 2009 was hij eindredacteur

van het boek “Popmuziek in Winterswijk

– Een greep uit vijftig jaar

pophistorie”. Voor de Winterswijkse

50+ Krant duikt hij in de geschiedenis

van de plaatselijke (pop)muziek- en

jeugdcultuur.

23



Markante Winterswijker

draagt zijn kerst- en

decoratiewinkel

over aan opvolger

Charles Lissenburg en opvolgster

Lies Bentvelzen. Foto Jan Ruesink

Charles Lissenburg:

‘Geluk zit in de dagelijkse dingen’

Iedere Winterswijk kent hem wel, met

zijn volle snor en wilde haardos. Zelfs

in Duitsland is hij een beroemdheid,

“want ze willen allemaal met mij op de

foto”. Charles Lissenburg (69) stopt

eind dit jaar met zijn kerstwinkel en

doet de zaak over aan Lies Bentvelzen.

Een portret van een man “die

alles in zich had om niet te deugen”.

Door Jan Ruesink

Hij groeide op in de Haarlemse

wijk Rozenprieel.

“Een ruige volksbuurt, waar

hier de Heldtstraat heilig bij

was”, zo omschrijft Charles Lissenburg

zijn afkomst. Hij groeide op in een geslacht

van straatventers en voddenboeren. “Het

handelen werd me met de paplepel ingegoten.”

Een vlotgebekte jongen, die je niet

gauw in de verre Achterhoek zou verwachten,

ware het niet dat hij als 13-jarige

op vakantie in Winterswijk door zijn ouders

hier achtergelaten werd. “Door een

scheiding werd ons gezin ontbonden, ik

bleef bij een gastgezin in Winterswijk en

iedereen vond het wel goed zo. Ik heb

toen tot mijn 17e bij mijn pleegouders, de

familie Te Pas aan de Kobstederstraat,

gewoond en ben hier naar de lts gegaan,

richting brood en banket. Daar heb ik

nooit iets mee gedaan, want ik kon gaan

werken bij ijzerhandel Te Koppele in

Eibergen. Tijdens mijn schooltijd had

ik een vakantiebaan bij stoomwasserij

’t Waliën. In Huppel F2, van Willem van

’t Waliën. Die man heette eigenlijk

Hendrik, maar iedereen noemde hem zo.

Of Zwarte Willem, omdat-ie zich nooit

waste. Een aardige man aan wie ik veel

steun heb gehad, want hij had de HBS

gedaan en sprak gewoon Nederlands.

Van dat Achterhoeks - dat miezen en

poepen en kri’jgen – daar verstond ik

geen barst van.”

“Ja, de hele mentaliteit was hier anders.

In Haarlem waren we heel direct, maar

hier betekende jao-jao nog lang geen ja.

Het kostte me

heel wat tijd om

daar achter te

komen.”

“Dat Achterhoeks,

daar verstond ik eerst

geen barst van”

En toch keerde

Charles niet naar het westen terug. “Dan

krijg je een vriendinnetje, hè, en op mijn

17e huurde ik een huis in de Meddosestraat.”

Hij deed in die jaren ook allerlei los

werk, zoals huizen schilderen, voegen bij

Souilljee en hij ging letterlijk de boer op

om antiek te kopen en te verhandelen. In

de Spoorstraat, waar nu café de Boemel

zit, opende hij in de jaren zeventig zijn

eerste antiekzaak, toen de gouden jaren

voor die sector aanbraken. “Maar dat liep

vanaf begin jaren negentig steeds verder

terug en Willem Kaemingk, van de later

veel groter geworden

kerstimport in

Aalten, bracht me

toen op het idee

om in kerstartikelen

te beginnen.

Mijn eerste kerstwinkel

was op het Weurden, tegenover

De Heer. Nou, dat was echt een sprong

in het diepe, hoor. We gingen in oktober

open, maar er kwam geen hond, behalve

een enkele Duitser op zaterdag. En ik had

wel voor 10.000 gulden geïnvesteerd. Uiteindelijk

kwam de loop er in december

toch in en hebben we toch een mooie

omzet geboekt.”

Lissenburg zat vervolgens op diverse

locaties in het centrum, aan de overkant

op het Weurden, de Meddosestraat en in

de Spoorstraat, naast het pand waar nu

Christmas World is gevestigd. “Een

unieke winkel, driehonderd vierkante

meter met alleen maar kerstartikelen, vind

je nergens anders in Nederland.” Dan

heeft hij het over het belangrijkste vier

maanden van het jaar, want de rest van

het jaar bestaat het assortiment uit decoratie-

en seizoenartikelen voor binnen en

buiten. “Maar het kerstseizoen begin

steeds eerder”, weet Charles. “Half

augustus vragen de Duitse klanten tegenwoordig

alweer naar kerstartikelen.”

De klandizie deze periode komt voor 80

tot 90 procent van onze oosterburen. Dat

lijkt voor Winterswijk logisch, maar in

Duitsland zelf struikel je deze maanden

toch over de kerstmarkten? Charles:

“Klopt, maar wij zijn goedkoper. Ik verdien

liever tien keer

een dubbeltje dan

vier keer een

kwartje. En we

hebben alles. De

Duitse kerstmarkten

verwateren

tegenwoordig omdat er van allerlei dingen

worden verkocht die niks met kerst te

maken hebben.”

“Half augustus vragen de

Duitse klanten alweer naar

kerstartikelen”

En wat de Duitsers ook niet hebben is

Charles zelf. “Ja, ze zijn wel gek met me,

ik krijg altijd van alles, snoepjes, koekjes

en zelf gebreide sjaaltjes, omdat ik er altijd

één draag. En ze willen allemaal met me

op de foto, die laten ze dan thuis aan

vrienden zien. Als ze binnenkomen, zie ik

ze al loeren of ze mij kunnen zien. Hoe

dat komt? Je moet er feeling voor hebben,

mensen persoonlijke aandacht geven,

namen en feiten onthouden. Gelukkig heb

ik een heel scherp geheugen, dus als ze

een volgende keer komen, noem ik ze bij

naam en vraag ik naar hun dochter, of

hond of poesje. Dan zijn ze zo trots als

een pauw.”

In Winterswijk zelf staat Charles bekend

als een hartelijke, joviale man die makkelijk

contact maakt en een ander ook iets

gunt. “Ik kan de zon in het water zien

schijnen en geniet daar ook van.”

Toch is dat opmerkelijk, omdat hij in zijn

jeugd door een gebroken gezin wel

aandacht en liefde tekort is gekomen. Of

misschien ziet hij daar nu juist wel de

waarde van in. “Ik had inderdaad alle

reden om niet te deugen, zoals iemand

me dat weleens zei. Maar ik ben hier

gelukkig met wat ik doe. Geluk zit voor mij

in de dagelijkse dingen, je gewone functioneren.

Ik ben ook nog nooit op vakantie

geweest, want die vakantie, die zit hier”,

wijst hij op zijn zijhoofd. “Heb je genoeg?

Hier moet je het maar mee doen.”

Nieuwe eigenaresse

Lies geniet van contact

met de klant

Charles Lissenburg draagt Christmas

World per 1 januari over aan Lies Bentvelzen

(48) uit ’t Woold. Het werk wordt

de 69-jarige eigenaar namelijk te zwaar

en hij wil zich nu gaan storten op internet

(‘iets met kunst of oldtimers’) en het verzamelen

van frames van oude Nederlandse

racefietsmerken als Jabo, Joco en

Springfield. Toch blijft hij voorlopig voor en

achter de schermen de nieuwe eigenaresse

ondersteunen bij de in- en verkoop.

Lies en haar gezin zijn vanuit Almere in ’t

Woold komen wonen, waar ze de boerderij

die haar ouders ooit kochten, van haar

moeder hebben overgenomen. “Mijn ouders

kenden Charles al jaren en zo wist

we dat hij de zaak wilde overdoen. Daar

had ik wel oren naar.”

Ze werkt nu twee maanden in de zaak en

geniet van het werk en het contact met de

klant. “Je merkt direct hoe gevarieerd dat

is. De klanten die op maandag komen,

zijn bijvoorbeeld heel anders dan de

weekend-bezoekers. Daar houd je rekening

mee. Ik ga er voorlopig ook niets aan

veranderen. Ik ga nu aan de hand van

Charles het vak leren, beurzen en groothandels

aflopen en dan bereiden we ons

weer voor op decoraties voor de Pasen

en de zomer.” En op dat moment zijn de

Duitsers al weer helemaal in de stemming

voor de volgende kerst.

25



‘De Markt, zo karakteristiek voor mijn dorp’

Dat dorp van toen, het is voorbij…

Maar de Moeder

aller Dorpen zal

eeuwig blijven bestaan

‘Winterswijk heeft een C&A…’

Ik hoorde het een tijd geleden en een

siddering ging door mijn lijf. Ging mijn

geliefde geboortedorp nu mee in de

niets ontziende race naar de top?

‘Winterswijk, hét shopping centre van

Oost-Nederland’, zoiets verschrikkelijks…

Het valt mee. Maar in de tijd dat

we het dorp moeten koesteren, kunnen

we niet waakzaam genoeg zijn.

Door André Vis

Wim Daniëls is een taalkunstenaar die

goochelt met letters en woorden als een

literaire Hans Kazan. Hij gooit ze door

elkaar, over elkaar en als hij met zijn

zachte G aanschuift bij Pauw of ergens

op NPO Radio 1 dan zijn de oren

gespitst. Daniëls is ook verantwoordelijk

voor een van de leukste grappen die ik

de laatste jaren hoorde:

…Zitten twee priesters bij elkaar. Zegt

de een tegen de ander: ‘Zeg broeder,

wat denkt gij, zullen wij het einde van het

celibaat nog meemaken?’ Waarop de

andere priester antwoordt: ‘Dat denk ik

niet, maar onze kinderen wel’...

Deze Wim Daniëls nu heeft een boek geschreven

met de simpele, doch doeltreffende

titel Het Dorp en u kunt het invullen

– het boek loopt als een tierelier en

stormde in geen tijd de top-10 van de

boekenhitlijst binnen. Daniëls appelleert

aan een gevoel

dat breed gedragen

wordt. Het

verlies van gemeenschapszin,

het vertrek van

herkenbare symbolen als het postkantoor

en de buurtsuper, de eigenzinnige

identiteit van een groep mensen dat in

zijn biotoop uniek is. We herkennen het

allemaal, dat gevoel dat langzaam en ten

onrechte verdwijnt en we willen dat het

niet alleen herkend, maar ook erkend

wordt.

Nu is Wim Daniëls van Aarle-Rixtel,

Noord-Brabant. Hij is dus niet afkomstig

uit de Moeder aller Dorpen: ons eigen

Winterswijk. Te midden van al het moois

is het meest begerenswaardige van

Winterswijk dat het een gemeente is die

in mijn jeugdjaren al 26.000 zielen telde

en toch geen stad heet maar gewoon

een dorp. Bij een dorp denkt de gemiddelde

Nederlander aan een dorpsstraat,

een woonwijkje, wat winkels, een kroeg,

een kerk en 1500 inwoners. Winterswijk

telde in de sixties en seventies al 26.000

hoofden (oké met de buurtschappen er

bij, maar toch).

Een van de mooiste Winterswijkse gezegden

is de volgende. Een Winterswijker

woont in de schildersbuurt, de bomenbuurt

of voor mijn part in de bloemenwijk.

Als hij naar de Hema gaat, dan gaat hij

naar – daar komt-ie – het dorp. Winterswijk

heeft geen centrum, het centrum is

het dorp. Nu nog kan ik in mijn huidige

woonplaats op de fiets stappen richting

centrum en dan zeg ik: ‘Ik ga even naar

het dorp, een boodschap doen’.

En verdikkeme, ook andere Winterswijkers

die de kern van ons fraaie oord

opzoeken, hoor ik echt zeggen: ‘Ik ga

naar het dorp’. Het is onze gemeenschappelijke

taal, van Winterswijkers die

hun leven lang in de gemeente zijn blijven

wonen en die Winterswijkers die zijn

uitgewaaierd in de diaspora. Ze delen

dezelfde uitdrukkingen. Ze zijn in hun

hart Winterswijkers voor altijd.

Ze delen ook een educatieve geschiedenis,

althans zij die in de eerste dertig jaar

na de oorlog opgroeiden; de scholen

met alleen een letter als naam. Wat zijn

wij Winterswijkers toch een zeldzaam

slag mensen met onze school C, M, N

en O (en misschien vergeet ik nog wel

een letter). Zelf mocht ik een jaar op

school O vertoeven in een gebouw dat

voor mijn gevoel

stamde

uit de tijd dat

de Fransen

nog de scepter

in dit land

zwaaiden. Ik ruik nog de muffe geur in

de gangen, de zweetlucht van de kinderen;

odeur van een onbezorgde jeugd.

Een dorp is ook pas een dorp als het

een buitengebied van enige omvang

heeft. Welnu, ik mocht onlangs vanaf

deze plek al de lof bezingen op de buurtschappen

en nu nog – als ik mijn ogen

sluit – zie ik hoe mijn vader met mij achterop

de fiets stopte bij een groot korenveld,

ergens halverwege de jaren zestig.

Hij wees naar een gigantisch voertuig op

de akker. ‘Kijk jongen, een combine’.

Vanaf dat moment dacht ik altijd dat Lennon

en McCartney ‘Combine me love’

zongen in plaats van Can’t buy me love.

Hoe groot we ook zijn, we hebben wel

een Volksfeest. Die naam alleen al, die

hoort bij een dorp. Het Volksfeest wordt

ook nooit uitgeroeid, zal alle stormen

‘Wat zijn wij Winterswijkers

toch een zeldzaam

slag mensen’

27

van de moderniteit overleven. De plaatsgenoten

uit de diaspora komen massaal

voor twee dagen terug, zoals Gerrit

Komrij voorheen, zo herinner ik mij nog

van een jaar of veertig geleden (de laatste

keer dat ik het Volksfeest bezocht, ja

mensen ik houd nu eenmaal niet van

feesten maar in gedachten ben ik

de laatste vrijdag en zaterdag

van augustus steevast bij jullie).

Een dorp heeft ook pas recht op

de term dorp als het onuitwisbare

types binnen zijn gemeentegrenzen

heeft; lieden die iedereen

kent ook al zijn we – daar gaat hij

nog maar een keertje – met bijna

30.000. In mijn jaren waren dat Henkie

van Wees (die om een of andere merkwaardige

reden Hennie heette en volgens

mijn moeder geen normale haren had

maar een zuurkoolkapsel), Rooie Hinderiks

en Marty Sikkes. Maar bovenal moet

een echt dorp ook een held hebben,

iemand van onweersproken moreel gedrag,

een licht in de duisternis, een baken

waarop de samenleving vaart. Zo iemand

heeft Winterswijk ook, sterker nog, progressief

als wij zijn, hebben wij een

vrouw: Tante Riek. Dit land heeft nog

nooit een vrouwelijke premier gehad (en

maar de mond vol hebben over gelijke

rechten), maar wij hebben wel Tante

Riek. Ook in dit opzicht komen de wijzen

uit het oosten.

Maar bovenal is dit dorp mijn dorp vanwege

de karakteristieke kenmerken in het

hart: de Markt, de kerk, de kinderkopjes

van destijds in de Ratumsestraat, de winkels

er om heen, de gammele deur van

Albrecht – de mooiste boekenzaak die

ooit, ooit, ooit ergens ter wereld heeft bestaan,

Het Zwaantje, Stad Munster: alles,

alles deugt. Ooit huisde links van Stad

Munster, richting Misterstraat, zuivelwinkel

Nico Wassink, die later een cafetaria

begon want dat kon allemaal in mijn geliefde

Winterswijk – van melkboer tot patatbakker.

Het is al zo’n tien jaar geleden

dat ik het laatst daar liep. Ik hield even halt

‘Albrecht, de mooiste

boekenzaak die ooit, ooit,

ooit ergens ter wereld heeft

bestaan’

en keek naar boven. Want op de hoogste

etage van het pand kwam ik in 1959 ter

wereld en heb ik het eerste half jaar van

mijn leven doorgebracht.

Een eeuw geleden telde Nederland

1100 gemeenten, nu zijn dat er nog 335.

Romantici noemen dat dodelijk voor de

dorpscultuur maar ik denk dat een formeel,

ambtelijk, institutioneel besluit

niets te maken heeft met het dorpsgevoel.

De liefde voor het dorp zit in je lijf,

zoals Wim Daniëls zijn Aarle-Rixtel door

zijn aderen voelt vloeien. In je hart, in je

bloed, in je rechter hersenhelft waar de

emoties rondwoelen en jouw Winterswijk

vorm krijgt. Ook al zouden de autoriteiten

ooit besluiten dat er een gemeente

Oost-Achterhoek wordt gevormd, het

dorp Winterswijk – ons dorp Winterswijk,

de Moeder aller Dorpen - pakken ze ons

nooit meer af.

André Vis (Winterswijk, 1959) is publicist

en was onder meer sport- en

hoofdredacteur van De Twentsche

Courant Tubantia. Hij woont in Rijssen.

‘Stad Munster, ’t Zwaantje, alles, alles deugt’


Bestratingen

Sierbestratingen

Opritten / terrassen

Grondwerk

Leveren van

alle materialen




Centraal station Winterswijk,

vergeet het maar

Velen van u kennen het wel, kinderen ophalen

van de trein. Vaak wordt er dan nog

even geappt: “West of Centraal?” Ook

wordt de uitdrukking Centraal met enige

regelmaat gebruikt in het dagelijks taalgebruik

van de Winterswijkers als ze het

treinstation in de Stationsstraat bedoelen.

Winterswijk-Centraal klink lekker groots,

maar waarom hangt er eigenlijk geen bord

Centraal bij ons treinstation tegenover het

Gerrit Komrij College?

De website van ProRail meldt dat er regels zijn

voor het mogen voeren van de naam Centraal.

Een plaats moet minimaal 100.000 inwoners

hebben en er moeten minimaal 40.000 reizigers

per dag zijn. Ook dienen er minimaal

twee andere stations in de plaats aanwezig te

zijn. Er zijn nu zes Nederlandse steden die het

predicaat ‘centraal’ mogen voeren. Amsterdam,

Utrecht, Rotterdam, Den Haag,Leiden en

Arnhem hebben een Centraal station. Daar

komen binnenkort Amersfoort en Eindhoven

bij. Eindhoven voldoet echter niet aan de eerder

genoemde criteria, want het heeft nog één

ander station. Maar vanwege de belangrijke

rol in het zuiden en de internationale verbinding

met Düsseldorf krijgt het station toch het

predicaat Centraal. ProRail laat in een reactie

weten: “Het klopt dat er criteria zijn. De naamgevingscommissie

waar o.a. NS en ProRail in

deelnemen, wegen ingebrachte verzoeken af.

De kosten en moeite voor het veranderen van

een naam vragen een flinke investering. Denk

bijvoorbeeld aan de noodzakelijk aanpassing

van borden op het desbetreffende station zelf,

maar ook in alle andere bebordingen op omliggende

stations en andere richtingwijzers in

de omgeving en informatievoorziening tot op

landelijk niveau.”

Conclusie: Winterswijk Centraal, het kan wel,

maar dan op uw eigen miniatuurtreinbaantje.

Wim Ruesink


Openingstijden

Di

Wo-do-vr

Za

Op afspraak

10.00 - 18.00 uur

10.00 - 17.00 uur


Koken met Bernhard

De nieuwe

Achterhoekse keuken

Hoe bedanken we in de Achterhoek iemand voor een nuttige bijdrage aan een

bijeenkomst? We overhandigen hem of haar een mandje met Achterhoekse

streekproducten. Laatst mocht ik zo’n pakketje ontvangen met pannenkoekmeel

van de molen de Vier Winden uit Vragender, een potje Achterhoekse jam

en een Achterhooks Bittertje. Ze zijn er in vele varianten met afhankelijk van

het bedrag dat iemand wil besteden veel meer streekproducten.

door Bernhard Harfsterkamp

Dat bittertje wordt niet in de Achterhoek

gemaakt, maar komt uit het Overijsselse

Hasselt. Daar bevindt zich Visser Zoetwaren,

een groothandel in exclusieve

chocolade, zoetwaren en streekproducten.

Een groothandel produceert zelf

geen producten en laat het bittertje

maken door Schermer distillateurs in

Hoorn. Die giet hetzelfde kruidenlikeurtje

in vele soorten kruikjes met verschillende

opdruk. Hetzelfde bittertje kan in

elke streek in Nederland als “eigen”

streekproduct verkocht worden. Deze

groothandel heeft nog veel meer Achterhoekse

streekproducten in de aanbieding,

die helemaal niets met de

Achterhoek te maken hebben.

Nep-streekproducten

Niet iedereen is blij met deze nep-streekproducten.

Maurits Steverink, die veel

tijd besteedt aan het populair maken van

de producten die werkelijk uit de Achterhoek

komen, heeft daarom liever dat het

woord streekproduct niet meer wordt gebruikt.

Dit vertelde hij in een korte lezing

op een symposium. Als dank kreeg hij

een mandje met … voornamelijk nepstreekproducten.

Steverink spreekt liever

over Achterhoek Food, dat een

belangrijkere plek in de supermarkten en

keukens in de Achterhoek moet krijgen.

Dat daarvoor een Engelse naam gebruikt

wordt is jammer. Eten (of voedsel)

uit de Achterhoek kan toch ook? Ik begrijp

uiteraard wel dat als je al die mooie

producten uit de Achterhoek op grote

schaal wilt verkopen, ook buiten de

regio, dat die dan een goed bekkende

aanduiding moeten hebben.

Oubolligheid

Mede door die nepproducten hangt er

een zekere oubolligheid rondom de

streekkeukens en de producten, die er

worden gemaakt en gebruikt. Het moet

niet alleen om nostalgie gaan. Het is

goed om tradities en traditionele gerechten

te kennen, maar aandacht voor de

smaak van de Achterhoek is meer dan

alleen folklore. Daarom heeft Maurits

Steverink samen met Michiel Bussink de

term nieuwe Achterhoekse keuken geïntroduceerd.

Dat deden ze in 2011 in het

“Smaakboek Achterhoeks Fruit”. Daarin

is veel over de oude Achterhoekse keuken

te vinden, maar daarin moeten we

niet blijven hangen. Het oude moet met

het nieuwe gecombineerd worden. De

nieuwe Achterhoekse keuken laat zich

niet alleen inspireren door het verleden,

maar ook door keukens uit andere landen.

Een Achterhoekse pizza, waarom

niet? Belegd met Beantriham van slager

Wassink en geitenkaas van Brömmels

en een tomatensaus van tomaten uit de

eigen moestuin. In de nieuwe Achterhoekse

keuken komen gerechten uit

heden en verleden bij elkaar, waarbij de

producten die nu in de streek worden

verbouwd of in de natuur geplukt kunnen

worden, worden gebruikt.

Smaakboeken

Aan het eerste smaakboek zijn er dit jaar

twee toegevoegd. “Alles van het dier”

gaat over varken, rund en kip en daarom

over vlees, zuivel en eieren. “Alles van

de grond” gaat over graan, groenten enfruit

en dus ook over brood, jam en wijn.

Het zijn twee boeken over de landbouw

van de Achterhoek in heden en verleden.

Maar zeker over de toekomst, want

Steverink en Bussink pleiten voor akkerbouw,

veeteelt en fruitteelt, die past in

het Achterhoekse landschap en die dat

ook behoudt en versterkt. Voorwaarde is

wel dat er een goede prijs voor de producten

wordt betaald. Daarvoor heb je

een goede promotie nodig, die niet herinnert

aan die oubollige streekproducten

die het niet zijn. Volgens Steverink wil de

consument best wel meer betalen voor

eten. Die koopt immers bij het Duitse

bakkertje of een andere broodjeszaak

een versierd broodje kaas, waarvoor je

in de supermarkt vele broodjes, een stuk

kaas en drie kroppen sla kunt kopen. Je

moet die consument met een goede verhaal

wel weten te bereiken. De smaakboeken

zijn een begin.

Beide nieuwe smaakboeken zijn op het

eerste plaats boeken om te lezen met

achtergrondverhalen en gesprekken met

boeren en verwerkers. Er staan enkele

recepten in en veel foto’s van producten

en smakelijke gerechten, zoals in “Alles

van het dier”van de Hasselback met

droge worst. Hasselback aardappelen,

waarbij je de aardappels om de paar

centimeter voor driekwart in snijdt en in

de oven gaart, zijn bedacht in Zweden.

De Achterhoekse toevoeging is dat je

dunne plakjes droge worst in de insnijdingen

steekt.

Wat hebben we nodig voor een bijgerecht voor twee personen?

• Vier grote vastkokende aardappelen. Als het nieuwe aardappelen zijn

hoeven ze niet geschild te worden. Op diverse plekken zijn geschikte

aardappels te verkrijgen bij aardappelboeren, zoals Kruisselbrink in ‘t

Woold;

• Dunne plakjes Achterhoekse droge worst. Die zijn in vele varianten

beschikbaar. Mij lijkt de droge worst van slagerij de Schelfer uit

Borculo, waarin oude geitenkaas van de Brömmels uit ’t Woold is

verwerkt, het smakelijkst;

• Olijfolie (of koolzaadolie uit de Achterhoek);

• Zout, peper en rozemarijn.

Hoe bereiden we het?

• Snijdt de aardappels met een scherp mes om de halve centimeter

voor drie kwart in. Plaats ze op een ovenschaal;

• Steek de plakjes droge worst in de sneden;

• Bestrooi met zout, peper en rozemarijn;

• Giet er wat olie overheen;

• Bak een half uur tot drie kwartier in een voorverwarmde oven

van 200 graden bruin en gaar.

Smakelijk bijgerecht bij gebakken varkenslever met ui en tuinbonen.


ode

Wij gaan verhuizen


Jubilerende afdeling

Humanistisch Verbond:

behoefte aan verdieping en dialoog

‘Weer met elkaar

in gesprek komen’

Drie bestuursleden van het Humanistisch

Verbond Winterswijk e.o.:

Bert de Maar, Wim Nijman en Lou Ritzen.

Niet-kerkelijken een stem geven in de

samenleving, dat was in 1950 voor

een groepje Winterswijkers reden

een plaatselijke afdeling van het

Humanistisch Verbond op te richten.

Zeventig jaar later is de verzuiling

verdwenen en spant het verbond zich

in voor gelijke behandeling van iedereen,

respect voor de ander en zorg

voor elkaar, kortom voor een humane

samenleving. “Door de polarisatie en

snelle meninkjes is er weer behoefte

aan een echte dialoog.”

Door Jan Ruesink

‘Heidenen’, ‘ketters’, ‘atheïsten’; nietkerkelijken

waren vroeger - het woord

zegt het al – vooral iets niét. In de verzuilde

samenleving leek het alsof ze bij

gebrek aan dominee, pastoor en christelijk

onderwijs geen moreel kompas

hadden. Maar onafhankelijk denkers als

Erasmus en Spinoza ruilden kerkelijke

dogma’s over lotsbestemming en schepping

eeuwen geleden al in voor een

levensovertuiging waarin de mens centraal

staat. Een mens met een vrije wil

en die zelf verantwoordelijk is voor zijn

daden en zorg voor de omgeving.

Het ontbrak de vrijdenkers echter lang

aan een eigen stem, zeker in instituties

als het onderwijs, ziekenzorg, ouderenhuisvesting

en geestelijke bijstand. Dat

leidde in 1946 tot oprichting van het Humanistisch

Verbond, dat al snel erkend

werd als officiële levensbeschouwelijke

organisatie. Daaromheen verbreidde het

humanistisch gedachtengoed zich via

verwante organisaties als het Humanistisch

Vormingsonderwijs (met lessen levensbeschouwing

op openbare scholen),

ontwikkelingsorganisatie Hivos, hulpverleningsinstelling

Humanitas, de Universiteit

voor Humanistiek (de enige ter

wereld) en sinds kort ook omroep

Human, bekend van programma’s als de

Staat van het Klimaat met Tim Hofman

en Schuldig over Dennis, de markante

eigenaar van een dierenwinkel in

Amsterdam-Noord.

In Winterswijk richtten onder meer dokter

Ter Haar en Wil Kornet op 5 februari

1950 de Gemeenschap Winterswijk op

als plaatselijke afdeling. Dit na een

eerste mislukte poging in 1946 door Cor

Nieuwland. Het begon heel bescheiden

met zestien leden, maar vanaf de jaren

zeventig kwam de afdeling tot grote

bloei. In de jaren tachtig was de afdeling

Winterswijk en omstreken (Aalten, Lichtenvoorde

en Groenlo) landelijk zelfs

de sterkst groeiende, met in 1989

150 leden, welk aantal in het volgende

decennium zich nog zou verdubbelen tot

het recordaantal van 300. Daarmee behoorde

de Oost-Achterhoekse tak tot de

zes grootste van Nederland. De actieve

afdeling hield zich bezig met humanistisch

vormingsonderwijs en uitvaartbegeleiding,

maar ook met geestelijke

verzorging in de ouderentehuizen.

De Berkhof

Een prestatie van formaat was de oprichting

van verzorgingshuis De Berkhof

in 1972, samen met onder meer Humanitas

en de Maatschappij tot Nut van

’t Algemeen. Het verzorgingshuis aan de

Waliënsestraat behoort inmiddels tot de

zorgcombinatie Marga Klompé en is niet

langer humanistisch.

Tot de grote voorvechters van het plaatselijk

humanisme behoorden bekende

Winterswijkers als burgemeester Vlam

(secretaris) en docent/dansleraar Dolf

Meijler (eerst vice-voorzitter en daarna

veertig jaar lang voorzitter), Ria Hofland

(echtgenote van wethouder Hajo

Hofland) en niet in het minst uitvaartleidster

Wil Plekenpol. Bij begrafenissen en

crematies van niet-kerkelijken ontstond

steeds meer behoefte aan iemand die

een spirituele overdenking kon houden.

Plekenpol deed indertijd zo elke week

wel een uitvaartbegeleiding.

Individualisering

Deze eeuw daalde het ledenaantal van

de afdeling naar nu 150. Bert de Maar,

na het overlijden van Dolf Meijler vorig

jaar, de nieuwe afdelingsvoorzitter:

“Ouderen vallen af door overlijden en er

komen weinig jongeren bij. Het merendeel

van de bevolking voelt zich humanistisch,

maar wordt geen lid. Dat zie je

overal, die individualisering, zelfs in de

sport: jongeren willen zich niet meer

binden aan een vereniging. Maar ik

moet zeggen dat we ook nooit aan

actieve ledenwerving hebben gedaan.”

Het bestuur stelt daarbij met nadruk dat

ook gelovigen en kerkelijken welkom

zijn. “Humanisme sluit geloof niet uit”,

aldus bestuurslid Wim Nijman.

De huidige afdeling is evengoed wel

zeer actief met onder meer cursussen,

boekbesprekingen, gespreksgroepen en

lezingen door onder anderen landelijk

voorzitter Boris van der Ham. Ook is er

elke eerste film van de maand in het

filmhuis een nazit met discussie. En er

is elke derde zondag van de maand een

dialoogbijeenkomst in het WUh-gebouw

aan de Torenstraat, waar afwisselend

iemand een thema inbrengt. Nijman:

“Dat zijn meestal kleine groepjes, maar

dat biedt ook weer meer ruimte tot verdieping.”

Die discussies zijn geen verbale haantjesgevechten

over wie er gelijk heeft, weet

bestuurslid Lou Ritzen: “Het gaat om

respect en luisteren naar de ander. Je

moet bereid zijn je eigen mening ter

discussie te stellen. In de gepolariseerde

samenleving en op social media gaat

het om meninkjes en gelijk hebben, bij

ons staat juist voorop wat je van elkaar

kunt leren.”

Slow-tv

De Maar: “Een dialoog kan bij ons gaan

over een actueel thema als het boerkaverbod

of het boek De meeste mensen

deugen van Rugter Bregman, waar we

dan in alle rust over praten.” Juist

daarom ziet de voorzitter de toekomst

van de vereniging zonnig in: “Ik denk dat

er juist nu, in de hectiek en haast van

onze maatschappij, behoefte is aan die

rust. Kijk maar eens hoe populair series

als Bed & Breakfast en We zijn er bijna!

zijn. Slow-tv, er gebeurt geen donder,

maar als kijker raak je dan juist aan het

denken en met elkaar in gesprek.”

Het Humanistisch Verbond, afdeling

Winterswijk en omstreken viert haar

70-jarig jubileum op zondag 16 februari

2020. Plek, tijd en programma

zijn nog niet bekend. Lidmaatschap

van het (landelijke) Humanistisch Verbond

kost 6 euro per maand. Zie

www.humanistischverbond.nl.

Meer informatie over de

plaatselijke afdeling bij secretaris

Moniek Hendriks-Lensink,

hvwinterswijkeo@live.nl.

35



Babbeltrucs, ze verzinnen elke keer iets nieuws

Jaarlijks krijgen we in Winterswijk meldingen van een zogenaamde babbeltruc.

Onbekenden proberen u met een smoes af te leiden of bij u binnen te komen. Gelukkig

zijn er altijd mensen die hier niet intrappen en ons bellen. Helaas slaagt de dader soms

wel in zijn bedoelingen. Pas later beseffen de mensen dan dat er iets niet klopt. Ze

komen er achter dat er geld of sieraden weg zijn. Op meerdere plekken in het land zijn

er de laatste weken incidenten geweest waarbij men zich voordoet als verpleegkundige.

Men praat zich naar binnen om bloed te prikken. Er zijn voorbeelden waarbij men zelfs

eerst telefonisch een afspraak maakt. Deze dieven verzinnen iedere keer iets nieuws

om uw vertrouwen te wekken. Wees er dus van bewust dat er mensen rondlopen die

uit zijn op uw spullen. Ook in Winterswijk.

Enkele tips :

• Waarschuwing

De politie waarschuwt met nadruk voor

deze vorm van criminaliteit. Veel mensen

denken dat dit hen niet zal overkomen,

maar iedereen loopt kans om slachtoffer

te worden van een babbeltruc. Laat nooit

onbekende bezoekers uw huis binnen en

sluit uw deur als u iets voor deze bezoeker

moet pakken. Geef daarnaast nooit uw

pincode af. Geen enkele officiële instantie

zal u ooit om uw pincode vragen. Als u het

niet vertrouwt, bel dan direct de politie via

112.

• Inbrekers gebruiken babbeltrucs

De politie waarschuwt voor bezoekers die

met een smoes de woning willen binnenkomen.

Vaak hebben deze onbekende bezoekers

een dubbele agenda en proberen

ze ongezien waardevolle spullen zoals portemonnees

en tassen weg te nemen. De

politie adviseert onbekend bezoek buiten

de deur te houden en/of hun verhaal te

controleren.

• Laat niemand binnen, wat ze ook verzinnen!

Beroving door een babbeltruc komt steeds

vaker voor en soms zelfs met bedreiging

en/of geweld. Dieven doen zich ook voor

als meteropnemer of reparateur of vragen

om een glas water of een pen, terwijl een

handlanger het huis binnenglipt. Babbeltrucs

gebeuren vooral aan de deur en bij

pinautomaten. Denk niet dat het u niet

overkomt, want de dieven zijn zeer behendig

met hun smoezen. De politie is alert op

deze vorm van diefstal.

Niet alleen ouderen kunnen de dupe worden

van een babbeltruc. Het kan iedereen overkomen.

Aan de deur, in de supermarkt, bij de

pinautomaat of aan de telefoon. De dieven

doen zich voor als een bankmedewerker of

iemand die de meterstand komt opnemen. Of

als iemand die even naar het toilet moet of om

kennis te maken als ‘nieuwe buur’. Met een

smoes komt de dief bij je binnen om geld of

andere bezittingen te stelen.

• Tip de politie

De politie raadt iedereen sterk aan onbekenden

niet zomaar binnen te laten. Vraag

om een legitimatiebewijs en let goed op

uw persoonlijke eigendommen. Als u het

niet vertrouwt, bel dan direct de politie.

De politie heeft op politie.nl een speciale

internetpagina over babbeltrucs. Lees

deze informatie en de tips goed door en

deel het met uw familie. Voorkom dat u of

uw familieleden slachtoffer worden.

Jelle Broekman

wijkagent Winterswijk Centrum



Handvaardigheid

bij Stoa Winterswijk

Wie afleiding zoekt, een beetje creatief is of van werken met de handen houdt,

kan een kijkje gaan nemen bij de activiteit Handvaardigheid van de Stichting

Ouderen Atief (STOA) Winterswijk. Gezellig met andere vrouwen handwerken/knutselen

onder het genot van een kopje thee of koffie. De activiteit

is op maandag van 14.00 - 16.00 uur in de Recreatiezaal Sleeswijk, Sleeswijkstraat

63 (één keer per twee weken).

Kosten zijn € 25 per seizoen (van sept t/m mei). Inlichtingen: Teun Jansen,

tel: 0543-516274 Nannie Pampiermole, tel: 0543-515936.

Met Wenters Plus de winter door

Ouderenvereniging Wenters Plus heeft voor de wintermaanden weer een afwisselend

programma samengesteld. De activiteiten worden gehouden in

PartyCentrum Nijenhuis, Houtladingstraat 6. De middagactiviteit duurt van

14.30 uur tot 17.00 uur.

Deze evenementen zijn alleen toegankelijk voor leden van Wenters Plus. Voor

€ 25,00 per jaar bent u lid en heeft u gratis toegang tot al deze activiteiten.

U kunt langskomen om kennis te maken of neem contact op met Jeanet

Adolfs, 06-52246376 of per mail naar ledenbeheer@wentersplus.com.

Datum

Activiteit

26-11-2019 Dolf Ruesink vertelt verhalen uit zijn werk als verslaggever.

03-12-2019 Sinterklaasbingo met vele leuke prijzen.

Kaarten € 2,00 per stuk

10-12-2019 Muziekquiz, een ieder mag meedoen.

17-12-2019 Het koor Gewoon Hollands.

07-01-2020 Nieuwjaarsreceptie met Sjako "Voor de jeugd van vroeger"

14-01-2020 Bingo met leuke prijzen

21-01-2020 Gezelligheidskoor Efkes Anders uit Barchem

28-01-2020 Spelmiddag rummicup, kaarten,sjoelen, kegelen en biljart

BART lucht zijn hart

Van gebedshuis tot boekenkerk

‘Kennis is macht’, met deze woorden sloeg mijn vader mij (soms letterlijk) om de oren

als ik te veel onvoldoendes op mijn rapport had; dat gebeurde vaker dan me lief was.

Macht heb ik nooit geambieerd, maar de honger naar kennis en inzicht is groot. Als kind

van het pre-digitale tijdperk zijn boeken (fictie en non-fictie), kranten en tijdschriften mijn

belangrijkste bronnen; voor snelle informatie maak ik af en toe gebruik van het internet.

De leeshonger is er niet altijd geweest: als gymnasiast had ik, evenals de meeste klasgenoten,

weinig belangstelling voor literatuur. Waarom onze tijd verdoen met romans uit lang vervlogen

tijden waar wij (nog) niet veel van begrepen? De hormonen gierden ronkend en vurig door het

puberlichaam, het vrouwelijk schoon eiste onze gepassioneerde en onverdeelde aandacht.

Literatuur en pubers: ‘parels voor de zwijnen’, oordeelde een gewaardeerde oud-collega ooit.

Mijn studentenjaren betekenden de kentering. Ik kwam in aanraking met boeken die veel beter

bij mijn belevingswereld pasten, die mijn geest prikkelden en mij tot denken aanzetten: de

ontluikende liefde voor het geschreven woord.

Het voortbestaan van het papieren boek waarmee onze generatie is grootgebracht wordt door

sociale media en digitale snelweg helaas ernstig bedreigd, het einde van het gedrukte woord

zou op termijn, vrees ik, wel eens onontkoombaar kunnen zijn. Voor de boekenbranche zijn het

stormachtige tijden, het is lastig het hoofd boven water houden (de gedachte dat onze gezellige

boekwinkel ook haar deuren zou sluiten vervult mij met grote droefheid: een doemscenario).

Toch is er hoop: toen lief en ik enkele jaren geleden in het bourgondische Maastricht waren,

ontdekten we een kerk die was omgebouwd tot boekhandel. Ook in het uiterste zuiden, van

oudsher toch het bolwerk van katholiek Nederland, had de ontkerkelijking meedogenloos toegeslagen.

Met gepaste eerbied en ontzag liepen we naar binnen waar we werden overvallen

door de serene rust en ingetogen sfeer, waar mensen rustig en kalm tussen de vele kasten

schuifelden op zoek naar iets van hun literaire gading. Behalve het immense assortiment (een

grote kerk; katholieken hebben iets megalomaan, het mag wel wat kosten) is er ook nog ruimte

om onder het genot van een bakkie of andere vloeibare versnapering en echte Limburgse vlaai

alvast de aankoop de besnuffelen – de bedwelmende geur van papier en lijm brengt mij in

hogere sferen - en door te bladeren. Ik kwam ogen tekort, voelde me als een kind in een snoepwinkel:

een waar walhalla, een aards paradijs.

Ik wilde mijn enthousiasme over deze zeer geslaagde formule delen met

een van de medewerkers en vroeg haar of ze zich niet bevoorrecht

voelde hier te mogen werken. Ze knikte instemmend. “Ik denk dat de

lieve Heer geen moeite heeft met deze metamorfose”, zei ik. Ze keek

mij glimlachend aan: “Dat denk ik ook.”

Van gebedshuis tot boekenkerk. Ik weet het zeker: ‘Hij keek en zag dat

het goed was.’

Bart Iking

De 50+krant is te volgen op Facebook voor

extra artikelen en nieuws: facebook.com/de50pluskrant

Ook vindt u ons op Twitter: twitter.com/dekrant50plus

Volgende nummer 28 januari 2020

Heeft u tips voor verhalen, suggesties, aan kondigingen en ander

nieuws? Mail dan z.s.m.naar: redactie@devijftigpluskrant.nl.


More magazines by this user
Similar magazines