ROM december 2019

kpnmail21394

Rotterdams Onderwijs Magazine

ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE #5 DECEMBER 2019, JAARGANG 42

‘WAT WE DOEN

MET DE KINDEREN

MOET KLOPPEN IN

DE PRAKTIJK. NIET

OP PAPIER.’

SERINA DA LUZ MENDES

PEUTER & CO

Elke week een

dag buiten

lesgeven

Balans tussen

stress en plezier

Eventmanager

biedt verlichting

nderbouwd aan de slag met leerproblemen

Themanummer: Werkdruk


VAN DE REDACTIE

Inhoud

Minder

Dit is hem dan, een ROM themanummer over werkdruk. Een pessimist

zou zeggen: ‘Heeft geen zin, want leraren hebben het veel te

druk om te lezen.’ Nou, gelukkig weet ik dat er velen zijn die ondanks

de veelheid aan taken toch de tijd nemen om regelmatig te lezen.

Dat merken we onder andere aan onze rubriek Recensies, waarvoor

we altijd met gemak weer nieuwe lezers vinden om een boek te

lezen en te recenseren. Vandaar dat er op bladzijde 25 en 26 nu

zelfs drie recensies prijken. Deze keer natuurlijk van boeken die

alles met werkdruk te maken hebben. Als we nu weer eens gewoon

gingen lesgeven is een van die boeken, en die titel spreekt voor zich.

Verder gaan acht artikelen in dit ROM over werkdruk en het onlosmakelijk

ermee verbonden lerarentekort. Lees over de eventmanager,

over het voorkómen van burn-out, over het afschaffen

van onzinnige regels, over leraren die na hun pensioen gewoon

graag doorwerken en meer.

Weet je wat? Aangezien het naast een tijd van werkdruk en lerarentekort,

ook nog de tijd is van Sinterklaas en een naderende kerstvakantie,

zal ik je verder niet lastig vallen met mijn woord vooraf. Dus

hier staat de punt.

10 MIJN VAK

Simone geeft elke week buiten les

Voor iedereen

04 WERKDRUK AANPAKKEN

En de weerbarstige praktijk

07 QUOTES

Stakende leraren

08 ONDERBOUWD

Coach Paula van Veen over balans

12 STARTERS BETER BEGELEIDEN

Uitval voorkomen

18 INFOGRAPHIC

Verzuimcijfers

19 4X

Tips tegen tijdsdruk

31 PLAN V

Helpende hand bij veel verzuim

PAUL DE MAAT, HOOFDREDACTEUR

16 DIT IS MIJN KLAS

Leraar van het Jaar Eva Poley


Jonge Kind

10 MIJN VAK

Simone geeft elke week buiten les

20 SNAPPEN OF SCHRAPPEN

Peuter & co vermindert administratieve last

Basisonderwijs

12 HANDEN INEEN VOOR STARTERS

Pabo en besturen werken samen om uitval

te voorkomen

14 RUIMTE VOOR ONTWIKKELING

Heldringschool geeft leraren de regie

26 EVENTMANAGER OP SCHOOL

Geeft collega’s rust

26 EVENTMANAGER OP SCHOOL

De oplossing voor hoge werkdruk

VO en MBO

16 DIT IS MIJN KLAS

Leraar van het Jaar Eva Poley

32 DUBBELPORTRET

Rachel droomt van kunstopleiding in NYC

WWW.ROMNIEUWS.NL

Blijf op de hoogte van Rotterdams onderwijsnieuws en

abonneer je op onze nieuwsbrief.

28 OMA’S OP SCHOOL

Gepensioneerde leerkrachten die blijven

Volg het ROM! N @romnieuws twitter.com/romnieuws M facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

COLOFON ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE ONAFHANKELIJK VOORLICHTINGS- EN OPINIEBLAD VOOR ONDERWIJS, EDUCATIE EN OPLEIDING IN ROTTERDAM.

GRATIS VOOR PERSONEEL VAN HET ROTTERDAMSE ONDERWIJS | 42E JAARGANG NR. 5 DECEMBER 2019 | ISSN 1386, VERSCHIJNT VIJF KEER PER JAAR, OPLAGE 7000 |

UITGAVE CED-GROEP | Redactieraad Machiel de Jong, Irene van Kesteren, Els Maasdam, Tim van der Korput, Paul de Maat (hoofd- en eindredactie) |

Tekst Ronald Buitelaar, Renate Mamber, Sanne van der Most, Marijke Nijboer, Anne-Marie Plasschaert, Willem Sonneveld, Ineke Westbroek, Sanne van der Most |

Fotografie Petja Buitendijk, Jan van der Meijde, Sanne van der Most | Illustratie Chris Versteeg – Project C | Bladmanagement Paul de Maat, Anne-Marie Smit,

Tamara Wally, Saskia Rietdijk | Redactieadres Postbus 8639, 3009 AP Rotterdam, telefoon 010 4071469, rom@cedgroep.nl | Grafisch ontwerp en vormgeving

Trichis, Rotterdam (Otto Mende) | Foto cover Petja Buitendijk | ©CED-Groep


GELD BESCHIKBAAR VOOR AANPAK WERKDRUK

De praktijk blijft

weerbarstig

TEKST INEKE WESTBROEK

FOTO PETJA BUITENDIJK

Leerlingen uit een andere groep opvangen tijdens een griepgolf,

uitjes en administratieve taken op je dak geschoven krijgen, en ook

nog eens les moeten geven... Hoe krijg je dat voor elkaar? Sinds 2017

geeft de gemeente scholen subsidie voor maatregelen om de hoge

werkdruk onder leerkrachten te verlichten, naast de 430 miljoen

euro die OCW drie jaar geleden hiervoor beschikbaar stelde voor

het basisonderwijs.

4 ROM 5


Op Sterrenschool de Globetrotter besteden maatschappelijk

trainers buiten lestijd onder andere aandacht aan sociale

vaardigheden en conflictbeheersing.

‘Ook al heeft de extra inzet effect,

de werkdruk blijft hoog’

Iedere leraar die thuiszit is er één te veel.

Vanuit de Rotterdamse aanpak Lerarentekort

wordt daarom ingezet op het vitaal houden

van leerkrachten. Werkdruk in het onderwijs

is hoog in alle lagen van het onderwijs. Met

cofinanciering van schoolbesturen kan subsidiegeld

worden ingezet voor maatwerkoplossingen

die aansluiten op de behoeften van

scholen en direct effect hebben op de praktijk.

De inhoud bepalen scholen zelf.

STRUCTURELE OPLOSSING

Karin Brandsma (Projectmanager Maatschappelijke

Ontwikkeling afdeling Project

en Programmamanagement Onderwijs):

‘Dat betekent bijvoorbeeld inzet van onderwijsondersteunend

personeel, een andere

planning van het lesrooster, samenwerking

met relevante organisaties, begeleiding van

starters, betere verdeling van verantwoordelijkheden

tussen collega’s en eigen regie van

leerkrachten. Het moet een bijdrage leveren

aan een structurele oplossing voor het werkdrukprobleem

op scholen.’ Brandsma constateert

onder leerkrachten een grote behoefte

aan verlichting van administratieve taken,

aan efficiënte methoden voor individuele

en groepsplanning. Maar ook aan manieren

om contacten met ouders te onderhouden

en zorgleerlingen te begeleiden. Daarnaast

willen leerkrachten graag hun kennis en ervaringen

delen met collega’s binnen het Rotterdamse

onderwijs: ‘Scholen gebruiken de

subsidiegelden voor projecten die zich op

deze thema’s richten.’

TIJD BETER VERDELEN

Vanuit de gemeente organiseert Brandsma

schooloverstijgende bijeenkomsten rond

werkdrukverlaging, met best practices van

scholen, en uitwisseling van ervaringen. Druk

bezocht werd de bijeenkomst waar onderzoeker

Roos Schelvis (TNO/VUmc). Zij verzorgde

een lezing over haar proefschrift Verminderen

van werkstress bij onderwijsprofessionals.

‘Leraren gingen met haar en met elkaar in

discussie, wisselden ideeën uit en legden contacten

om verder te praten.’

Leerkrachten zijn blij met de oplossingsrichtingen

die ze elkaar konden bieden, signaleert

Brandsma: ‘Ze maken dankbaar gebruik

van extra handen in de klas en planningsmethoden

om tijd beter te verdelen, zoals pauzes

invullen met andere professionals. Hierdoor

hebben leraren langer de tijd om elkaar

te ontmoeten en meer tijd voor vakontwikkeling

of administratie.’

ORDE

Effect verwacht directeur Tineke Visser van

Sterrenschool De Globetrotter pas volgend

schooljaar. De school zit nu nog in de opstartfase

van de uitbreiding van de Dagprogrammering,

waarbij basisschoolleerlingen tien uur

per week extra activiteiten volgen. De school

organiseert de reguliere lessen van half negen

tot twee uur. De extra activiteiten vinden

plaats in de middagpauze en tussen twee en

halfvier. ‘De bedoeling is dat leerkrachten na

de reguliere lessen tot halfvier tijd krijgen

voor lesvoorbereiding en administratieve taken,’

legt Visser uit.

Maar de praktijk is weerbarstig, merkt zij:

‘De veranderingen veroorzaken nu nog veel

onrust. De vakkrachten hebben geen onderwijservaring,

waardoor leerkrachten worden

ingeschakeld om ordeproblemen op te lossen.

Daarbij komen ouders om halfvier bij ons

met vragen, die ze niet aan vakkrachten willen

stellen.’

Toch zijn er ook activiteiten die de werkdruk

nu al verlichten. Visser noemt de maandelijkse

excursies naar bedrijven, en de pauzeactiviteiten,

waarbij maatschappelijke trainers

kinderen sociale vaardigheden en conflictbeheersing

aanleren: ‘We hoeven nauwelijks

meer conflicten op te lossen. En als de kinderen

op excursie zijn, hebben leerkrachten écht

hun handen vrij.’

Gemeente biedt hulp bij

invoering dagprogrammering

Karin Brandsma over dagprogrammering

en werkdruk: ‘Dagprogrammering

is iets anders dan werkdruk.

Maar heeft natuurlijk wel een relatie.

Zeker in de invoeringsfase

leidt dagprogrammering tot meer

werkdruk op de scholen. Daarom

zet de gemeente coördinatoren in

die scholen kunnen ontlasten bij

de invoering. Daarnaast zien we

dat scholen de invoering van dagprogrammering

aangrijpen om hun

rooster en dus de inzet van hun leraren

te veranderen, wat werkdrukverlagend

kan uitpakken.’

In het kader van de Dagprogrammering

organiseert Sterrenschool De

Globetrotter extra activiteiten in de

middagpauze en na schooltijd. Leerkrachten

hebben zo extra tijd voor

lesvoorbereiding en administratie.

ROM 5 / 5



QUOTES

Stakende leraren

Begin november stond het Wilhelminaplein stampvol leraren, ouders en kinderen die zich

hard maakten voor minder werkdruk, meer salaris en verbetering van de onderwijskwaliteit.

Kijk op romnieuws.nl voor foto’s en verhalen tijdens de staking.

‘GRENZEN STELLEN IS VAN NATURE NIET DE STERKSTE

KANT VAN LERAREN. DAT MAAKT DE WERKDRUK NOG

HOGER.’ Michelle (so De Regenboog)

‘Moeten we het nu echt van die zij-instromers

hebben? Of zitten die na drie maanden ook thuis

met een burn-out?’ Pamela (Obs De Schalm)

‘Wat is er mooier dan kinderen helpen ontwikkelen?

Die stralende oogjes als iets lukt na flink oefenen…

Daar doe je het voor.’ Saskia (Obs de Schalm)

‘TE LANG HEEFT IEDEREEN GEDACHT DAT HET WEL

GOED ZOU KOMEN.’ Kristel (Harbour Bilingual)

‘Zo te zien valt het wel mee met dat lerarentekort.

Ik heb nog nooit zo veel juffen en meesters bij elkaar

gezien!’ Julia (leerling groep 6)

‘Wat ik doe om het vol te houden? Veel humor

gebruiken, op z’n Rotterdams relativeren en vaak

lachen met elkaar.’ Miranda (Obs het Landje)

ROM 5 / 7


ONDERBOUWD

Hoe kun je je onderwijs verbeteren? Een wetenschapper onderbouwt.

HOE HOUD JE STRESS EN

WERKPLEZIER IN EVENWICHT?

Op zoek naar

energie

TEKST MARIJKE NIJBOER FOTO PETJA BUITENDIJK

Volgens Paula van Veen focussen we hierbij veel te sterk op

de hoge werkdruk. Er zijn meer factoren die zorgen voor

stress, maar ook legio bronnen van energie. De kunst is om

die twee in evenwicht te houden.

Paula van Veen: ‘Meer salaris en

minder werkdruk zijn mooi, maar je

Paula werkte jarenlang bij verschillende onderwijsinstituten

op de afdeling personeelszaken. Daar, en later

in haar praktijk als loopbaan- en reïntegratiecoach,

kwam zij regelmatig leerkrachten tegen die waren

opgebrand en het onderwijs moesten verlaten. Als

manager HR besloot zij om onderzoek te doen naar

burn-out en bevlogenheid in het basisonderwijs. Hieraan

werkten 229 leerkrachten mee door vragenlijsten

in te vullen.

OPGEBRAND

‘Als een beginnende burn-out bij een leerkracht niet

wordt onderkend, dan is de kans groot dat hij of zij

uiteindelijk het onderwijs verlaat omdat er in het po

weinig andere functies beschikbaar zijn,’ zegt Paula.

‘Dat is ontzettend jammer. Helaas zie je vaak dat de

stress maar doorettert; er wordt te laat ingegrepen.’

Volgens Paula gaat er ‘iets niet goed’ in het primair onderwijs.

Cijfers lijken dat te ondersteunen. In 2017 was

‘Helaas zie je vaak

dat de stress maar

doorettert’

kan ook zelf werken aan een betere

werksituatie.’

het ziekteverzuim in het po 6%, het landelijk gemiddelde

ziekteverzuim was dat jaar 4%. Met een totaal

aantal werknemers in het po van 169.300 in 2017,

waren er 10.158 met ziekteverlof. Paula: ‘De vraag

is: aan welke knoppen kun je draaien om stress te

doen afnemen en bevlogenheid te stimuleren?’

SAMENSPEL

Zij onderkent de invloed van factoren als de werkdruk.

‘Maar onderzoek van Schaufeli en Taris (2013)

heeft aangetoond dat niemand alleen maar dáárvan

overspannen wordt. Het gaat om een samenspel van

oorzaken.’ Schaufeli en Taris ontwikkelden het Job

Demands-Resources model. Dat laat zien hoe bepaalde

factoren zorgen voor stress, en andere juist

voor energie. Stressfactoren zijn onder andere werkdruk,

de balans werk/privé en rolconflicten die zich

bijvoorbeeld kunnen voordoen bij een organisatieverandering.

Mensen krijgen juist extra energie als

ze bijvoorbeeld steun van anderen krijgen, autonomie

ervaren en feedback krijgen. Wanneer de bron-

8 ROM 5


Paula van Veen is loopbaan- en

reïntegratiecoach, en erkend

stress- en burn-out coach.

Voor haar masterthesis in

het kader van de opleiding

Human Development deed zij

onderzoek naar het voorkómen

van burn-out en het stimuleren

van bevlogenheid in het

basisonderwijs.

ENERGIEBRONNEN

Voor haar onderzoek zoomde Paula in op drie potentiële

energiebronnen: competentie, autonomie

en zingeving. Deze bleken belangrijke voorwaarden

voor het ervaren van bevlogenheid. De bestuurder

en schoolleider spelen een belangrijke rol bij het creëren

van deze voorwaarden, maar zeker ook de leerkracht

zelf. ‘Neem zingeving: het helpt enorm als je

het idee hebt dat je met je werk een hoger doel dient.

Je werkgever kan jou en je collega’s blijven herinneren

aan jullie gemeenschappelijke doel, maar daar

kun je zelf ook alert op blijven.’

Dat geldt ook voor autonomie, het gevoel dat je zelfsturend

kunt zijn. ‘De werkgever moet die ruimte

bieden, maar mensen zouden zelf ook meer regie

kunnen nemen over hun loopbaan. Je kan zeggen: ik

moet meer ruimte krijgen, maar je kunt die ook zelf

pakken. Je kunt bijvoorbeeld lessen op je eigen manier

aanpakken en zo meer zelfsturing

ervaren en je professionaliteit

inzetten.’

nen van stress en energie in balans zijn, kan iemand

zijn werk goed aan en daar plezier aan beleven.

PERSOONSKENMERKEN

Paula keek ook naar de rol van universele

persoonskenmerken: openheid,

zorgvuldigheid, extraversie,

vriendelijkheid en emotionele stabiliteit.

Ze zag dat met name die

laatste samenhangt met burn-out.

Vriendelijkheid, openheid en zorgvuldigheid

helpen juist om burn-out

te voorkomen. Uit haar gegevens

bleek ook dat er nogal wat introverte

mensen voor de klas staan, maar Paula vond geen

samenhang tussen deze eigenschap en het vóórkomen

van een burn-out.

Ze concludeert: ‘Meer salaris en minder werkdruk zijn

mooi, maar je kan ook zelf aan werken aan een betere

werksituatie. Denk na over de balans: wat kost

en wat geeft jou energie? Ben je nogal pessimistisch

ingesteld? Ga dan wat meer samenwerken met een

optimistische collega. Merk je dat je cynisch wordt?

Regel een coach. Gebruik de feedback die je krijgt.

Heb je al drie jaar geen functioneringsgesprek gehad?

Vraag erom. En werk aan een goede balans tussen

werk en privé, dat is ook heel belangrijk voor het

goed in je werk staan.’

VERWIJZINGEN

De bronnen waarnaar wordt verwezen in de tekst,

vind je terug op romnieuws.nl.

ROM 5 / 9


DIT IS MIJN VAK

Elke week een

buitendag

Voor Simone Middeldorp bestaat er maar één soort

onderwijs en dat wordt aangeboden op de Vrije School.

Dat ontdekte ze al tijdens haar opleiding en daarom werkt

ze nu met hart en ziel aan het opzetten van een nieuwe

Vrije School in Rotterdam West. ‘Hier mag een kind nog

kind zijn.’

TEKST ANNE-MARIE PLASSCHAERT FOTO’S JAN VAN DER MEIJDE

‘In 2015 begon deze Vrije School met drie

kleuterklassen’, vertelt Simone Middeldorp

(37) terwijl ze mij rondleidt door het

prachtige oude schoolgebouw op de hoek

Beukelsdijk-Velsenluststraat in het Oude

Westen. ‘Nu hebben we al zes kleuterklassen

en groepen tot en met een combinatie

6/7.’

BEWEGENDE KLASSEN

Het gebouw is in renovatie, maar het glasin-lood

boven de deuren en de prachtige

tegeltableaus in de gangen met afbeeldin-

10 ROM 5


Simone Middeldorp: ‘Mensen denken bij een Vrije School vaak: daar mag

alles. Maar er is hier veel structuur, een vast dagritme, planning en er zijn

ook echt regels.’

gen als ‘de inval van de Goten’ blijven natuurlijk

gehandhaafd. Daartussen bouwen

kleuters met planken en blokken hun eigen

fantasie. ‘Kleuters moeten kunnen spelen’,

geeft Simone als kern van het kleuteronderwijs.

In het keukentje van de klas heeft

ze met hulp van een paar kinderen zojuist

een fruitsalade gemaakt.

De kinderen zitten op kratjes. In de hogere

klassen werken ze aan lage banken terwijl

ze op oranje kussentjes zitten. ‘Een flexibele

inrichting, zodat we kunnen werken met

verschillende werkvormen in de bewegende

klas. Zinvol bewegen en mede daardoor

beter leren. Slechts een enkel kind vindt

dat niet fijn, meestal is het dan motorisch

minder sterk. Daar zal de leerkracht zich

dus extra voor moeten inspannen, want

juist voor die kinderen is dit heel erg nodig.

De bewegende klas is een wens van de

ouders. We hebben hier zelfs een docente

voor euritmie*’, verklaart Simone.

INITIATIEF VAN OUDERS

De school komt voort uit een initiatief van

ouders uit de regio die graag in het oude

Westen een Vrije School wilden hebben.

Enkele uitgangspunten die zij in hun manifest

formuleerden, waren: de bewegende

klas, aandacht voor natuuronderwijs en het

liefst een multiculturele school – een afspiegeling

van de wijk waarin de school is

gevestigd.

‘Dat laatste is nog niet helemaal gelukt zoals

wij zouden willen. We hebben wel al kinderen

van heel veel verschillende culturen

hier op school, maar we blijven ons er voor

inspannen om het aantal te vergroten’,

zegt Simone. ‘Als we met sprookjes bezig

zijn, gebruiken we nu ook sprookjes van

1001 nacht en wereldsprookjes. We kijken

naar de feesten die we vieren, misschien

moeten we die ook aanpassen. Zo proberen

we meer aan te sluiten bij de culturen

in de wijk.’

HET HELE JAAR FEEST

Het onderwijs van de Vrije School is opgehangen

aan de jaarfeesten en vertelstof

(sprookjes, fabels, nieuwe testament,

edda, griekse mythen en sagen, romeinse

goden). Die staan voor het hele jaar vast.

Het jaar is op een natuurlijke wijze verdeeld

in periodes. ‘Zo hebben we het herfstfeest

net gehad – eigenlijk is dat Sint Michaël,

het oogstfeest. We verzamelen met de

kleuters dan allerlei dingen in de tuin: we

plukken appeltjes, bakken brood en maken

jam’, vertelt Simone. ‘In november is het

Sint Maarten en lichtjesfeest, omdat het

buiten steeds donkerder wordt. Daarna is

het kerstfeest en zo door. Elk feest heeft

een tegenhanger, dus bij Maria Lichtmis in

februari laten we alle lichtjes weer los. Maar

het zijn zo langzamerhand wel heel veel

feesten, dus wij kijken ook of het misschien

een beetje minder kan.’

BOSDAG

Simone zelf zet zich op alle fronten in voor

het natuuronderwijs. ‘Ik ben na mijn opleiding

in Nijmegen eerst gaan werken bij een

Vrije School in Breda en heb daar samen

met een collega een bosdag ontwikkeld:

één dag per week samen met de kinderen

de natuur in – weer of geen weer,’ vertelt

Simone enthousiast. ‘En alles, ook de lesstof,

doen we in het bos. Dat werkt heel

goed voor het groepsgevoel. De kinderen

leren samenwerken, zijn in de gezonde buitenlucht,

leren in en over de natuur en over

de jaargetijden.’

Die bosdag – nu buitendag genoemd –

heeft Simone meegenomen naar het Oude

Westen. Wekelijks gaan de kleuters naar

het Kralingsebos of het Essenburgpark.

‘Mijn wens is om dat ook met de hogere

klassen te doen, al is het maar één dag per

maand.’ Simone volgt dan ook de opleiding

voor natuurwijzer: ‘Dan ben je een gids die

in het basisonderwijs de kinderen een hele

dag mee naar buiten kan nemen om ze

daar met de natuur en het natuurlijke leren

kennis te laten maken. Ik zou dolgraag

zien dat alle schoolkinderen geregeld zo’n

buitendag hebben. Het stimuleert en is gezondmakend.

*Euritmie is een expressieve danskunst, waarbij

dat wat mensen van binnenuit beroert invloed

heeft op hoe zij hun lichaam bewegen.

VERHALENVERTELLER

In de Vrije School hangt het onderwijs

aan de vertelstof. ‘Ik ben

een echte verhalenverteller’, zegt

Simone meteen. ‘Voorlezen, verhalen

vertellen, het tafelspel…

Vooral die laatste twee vinden

de kinderen nog veel leuker dan

voorlezen. Er zit geen boek tussen

en dan hangen ze aan je lippen.’

Een kwestie van veel doen, legt

Simone aan jongere collega’s en

stagiairs uit. ‘Op een gegeven

moment heb je een verhaal in de

vingers en kun je het vrij vertellen,

aanpassen, erop variëren. Bij

mij kwam die noodzaak door de

bosdag. Nogal een gedoe met een

boek het bos in, zeker als het regent.

We sluiten echt elke dag af

met een verhaal.’

Bij het tafelspel komen er poppetjes

op tafel die het verhaal uitbeelden.

‘Dan speel ik het sprookje.

Dat vinden ze helemaal het

einde. En aan het einde van het

schooljaar doen ze er aan mee, of

ze doen het helemaal zelf.’

ROM 5 / 11


BETERE BEGELEIDING VOORKOMT UITVAL

Verzuipende starters

Een groot deel van de beginnende leerkrachten haakt binnen vijf jaar

af. De werkdruk speelt daarbij belangrijke rol. Schoolbesturen in de

regio Rotterdam en pabo Hogeschool Rotterdam slaan daarom hun

handen ineen. Met een gezamenlijk programma willen ze starters

beter begeleiden en zo voor het onderwijs behouden.

TEKST RENATE MAMBER

ILLUSTRATIE CHRIS VERSTEEG, PROJEKT C

‘We zien regelmatig dat starters “verzuipen”,

omdat ze ineens voor de volle honderd procent

moeten functioneren’, vertelt Lenneke

Löbker van pabo Hogeschool Rotterdam. ‘Het

is veel wat op een beginnende leerkracht af

komt: voor de klas staan, omgang met ouders

en de administratie. Om het te redden,

tonen starters vaak kopieergedrag. Ze gaan

doen wat hun collega’s doen en verliezen hun

eigenheid. Een groot deel van de beginnende

leerkrachten haakt zelfs binnen vijf jaar af.

Met het huidige personeelstekort is dat extra

problematisch.’

COACHING

Pabo Hogeschool Rotterdam en de schoolbesturen

BOOR, Wijzer in Opvang en Onderwijs

en Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden

startten daarom drie jaar geleden een gezamenlijk

introductieprogramma om beginnende

leerkrachten te begeleiden. ‘We hebben

een gezamenlijk visie/beleidsplan, waarbij

ieder bestuur ook eigen invulling aan het programma

geeft’, vertelt Lenneke. ‘We hebben

als uitgangspunt dat een leerkracht de eerste

drie jaar dat hij of zij voor de klas staat

een beginnende leerkracht is. Deze starter

krijgt coaching om van startbekwaam, naar

basisbekwaam tot vakbekwaam te komen.

Het is de wens dat elke school een coach aanstelt

voor de begeleiding van de beginnende

leerkrachten. Dit kan de schoolopleider zijn

of iemand anders uit het team, bijvoorbeeld

een onder- of bovenbouwcoördinator.’ Starters

krijgen volgens het plan coaching op bestuurs-,

school- en klasseniveau, onder ande-

re in de vorm van intervisiebijeenkomsten. De

coach helpt de starters vervolgens bij praktische,

alledaagse zaken en bij hoe ze kunnen

aansluiten op de behoeften van leerlingen.

En ze krijgen hulp bij wat je als beginnende

leerkracht persoonlijk nodig hebt om je verder

te ontwikkelen binnen een professioneel

lerende organisatie.

‘Veel beginnende

leerkrachten haken

binnen vijf jaar af’

ALTIJD EEN KWESTIE

Op papier heeft het programma al goed vorm,

maar de praktijk is weerbarstig. Voor de coaches

is het lastig voldoende tijd vrij te maken.

‘Tijd is altijd een kwestie’, zegt Lenneke. ‘Ik

plan meerdere bijeenkomsten in het jaar voor

coaches om ze in hun werk te ondersteunen.

Lang niet alle coaches kunnen de tijd vinden

om ook daadwerkelijk te komen.’

Merel van Ham is schoolopleider bij OBS Holy

12 ROM 5


N

D

D

N

N

E

E

N

Allerlei zaken om het lesgeven heen – rapporten maken, groepsplannen opstellen en deelnemen aan werkgroepen – bezorgen starters veel extra druk en lange werkdagen.

in Vlaardingen en komt steevast naar de bijeenkomsten

van de pabo. ‘Deze ondersteuning

vind ik heel prettig. Je kunt er met vragen

terecht waar je zelf als coach tegenaan

loopt. De pabo neemt ons daarin heel serieus.’

GOED LUISTEREN

Merel begeleidt studenten op verschillende

schoollocaties. Sinds dit jaar is daar de begeleiding

van startende leerkrachten bijgekomen.

‘Wat ik tot nu toe zie bij starters is dat

allerlei zaken om het lesgeven heen veel extra

werkdruk geven. Denk aan rapporten maken,

groepsplannen opstellen en evalueren en

deelnemen aan de verschillende werkgroepen.

De pabo bereidt studenten daarop voor,

maar als starter gaat er in het begin genoeg

energie naar het runnen van je eigen klas.’

Voor Merel betekent goed coachen vooral

goed luisteren. ‘Elke starter heeft weer een

andere beginsituatie en een klas en school

waar andere dingen spelen. Je moet goed

luisteren naar wat ze zelf aangeven.’ Daarin

is de ondersteuning van de pabo voor Merel

heel welkom. ‘Tijdens de bijeenkomsten van

de pabo krijgen we bijvoorbeeld handvatten

voor gesprekstechnieken: hoe ga je het

gesprek op zo’n manier aan dat iemand zich

veilig voelt om te zeggen waarmee ze zit?’

TOCH BLIJ

Manon Berkhout, schoolopleider bij IKC De

Wereldwijzer in Vlaardingen, begeleidt al drie

jaar beginnende leerkrachten. Ze is zeer te

spreken over de aanpak. ‘Het is een fijn concept.

Elk jaar richten we ons op nieuwe speerpunten.

Sommige beginnende leerkrachten

vinden de coaching lastig, zeker als ze al een

tijdje voor de klas staan, maar achteraf zijn ze

er toch blij mee. We zien dat de betere begeleiding

zorgt voor minder uitval.’

ZELFVERTROUWEN

Elmy van der Hoek is ruim twee jaar leerkracht

op IKC De Wereldwijzer en valt als

zodanig onder de definitie van beginnende

leerkracht: ‘In het begin komt er veel op je af

wat je niet op de pabo hebt gehad, zoals het

analyseren van cito’s en alle administratie.

Je maakt lange dagen. De coaching heeft me

meer zelfvertrouwen gegeven. Het is fijn als

er soms iemand met je meekijkt en aangeeft

wat je al goed doet en je tips geeft. Je wordt

op een heel positieve manier benaderd.’

ROM 5 / 13


HELDRINGSCHOOL GEEFT LEERKRACHTEN REGIE

In the lead

Uit de Rotterdamse onderwijshackathon

2018 kwam een duidelijke wens naar voren:

leerkrachten willen meer regie en meer

mogelijkheden voor eigen ontwikkeling.

Dat zou de werkdruk verlagen. Bij de

Heldringschool ligt die regie al bij de

leerkrachten. En de werkdruk? ‘In feitelijke

uren en taken is er niets veranderd. Maar de

werktijd wordt heel anders beleefd.’

TEKST RENATE MAMBER

FOTO’S PETJA BUITENDIJK

De Heldringschool is een school voor speciaal onderwijs in Hillesluis.

In deze wijk legt de gemeente extra focus op het realiseren

van kansengelijkheid. Volgens directeur Mariëtte Vink volstaat het

daarom niet om als school alleen de SLO-doelen na te streven. ‘Wij

moeten die doelen aanscherpen om voor deze leerlingen verschil te

kunnen maken.’

GEZAMENLIJKE FOCUS

De school zet zich al jaren in voor de verbetering van het onderwijs

en heeft inmiddels een vorm bereikt waarbij de leerkrachten zelf

invulling geven aan het onderwijsbeleid. Mariëtte: ‘De leerkrachten

zijn in the lead als het gaat om de onderwijskundige ontwikkeling

van de school. Mijn taak is om te faciliteren en de juiste vragen te

stellen.’

De leerkrachten van de Heldringschool werken samen in leerteams

en sinds dit schooljaar ook in een professionele leergemeenschap.

Gezamenlijk stellen de leerkrachten een probleem vast waarop ze

14 ROM 5


Iedereen met onderwijstaken komt samen in een

leerteam en doet mee aan het proces.

‘We beleven

de werktijd nu

heel anders’

zich willen richten in een bepaalde periode. Ze analyseren het probleem,

doen onderzoek naar de juiste aanpak en gaan vervolgens

van interventie naar evaluatie en borging.

‘Vanuit de leerteams kwam bijvoorbeeld de vraag naar voren: hoe

komt het dat de kennis die we leerlingen aanbieden niet in het langetermijngeheugen

komt?’ vertelt Mariëtte. ‘Het blijkt dat onze

leerlingen erg weinig voorkennis hebben waaraan ze nieuwe kennis

kunnen ophangen. Daarom kiezen we ervoor om dit jaar met

een schoolbreed thema te werken. Op die manier kunnen leerlingen

veel kennis over dat thema opbouwen. Volgend jaar vormt dat de

voorkennis, waarop we weer nieuwe kennis kunnen stapelen.’

ZELF UITPROBEREN

De leerteams zijn bij de aanpak van elk gesteld doel zelf ook lerende.

‘We moeten het zelf uitproberen en onze werkwijze oefenen. Je

leert het best als je het samen doet en feedback krijgt van elkaar.

Ik zie dat de collega’s veel leerplezier halen uit met elkaar werken

en samen onderzoeken.’

De veranderingen die op deze manier tot stand komen, zijn volgens

Mariëtte duurzaam. ‘Iedereen met onderwijstaken, ook de onderwijsassistenten,

werken samen in een leerteam en doen mee aan

het proces. We zijn dus niet veel tijd kwijt om informatie aan elkaar

over te dragen. Daarbij is het makkelijker om nieuwe leerkrachten

in het proces mee te nemen.’

De leerteams komen twee keer in de week bij elkaar. Deze bijeenkomsten

komen in de plaats van andere vergaderingen. ‘In feitelijke

uren en taken is er dus niets veranderd, maar de werktijd wordt

heel anders beleefd’, zegt Mariëtte. ‘Een leerkracht zei na afloop

van een studiedag bijvoorbeeld dat ze er juist meer energie van

krijgt. Wat daarnaast werkdrukverlagend is, is dat we het allemaal

samen doen. We bereiden bijvoorbeeld samen lessen voor en we

maken gebruik van elkaars sterke kanten.’

POSITIEVE VERANDERING

Samenwerken blijkt op de Heldringschool de gevoelde werkdruk te

verminderen. Ook zien dat de nieuwe aanpak effect heeft, maakt

veel goed. ‘Leerkrachten zien een positieve verandering in de klas.

Ze zien dat lesstof beter beklijft en dat leerlingen verbanden gaan

leggen tussen lessen. Ze zien de energie terug die ze erin hebben

gestoken. Dat motiveert.’

Een belangrijk punt bij de werkdruk blijft de individuele ontwikkelingsperspectieven

die leerkrachten voor elk kind moeten maken

in combinatie met de groepsplannen. Mariëtte: ‘De administratieve

last daarvan is eigenlijk te hoog. We proberen dat te verminderen

door de werkwijze daarvan verder te standaardiseren.’

MEER TIJD

De Heldringschool hoopt de implementatie van de professionele

leergemeenschap binnen twee jaar af te ronden. De werkwijze moet

dan goed zijn geborgd en hebben geleid tot een betere kwaliteit

van het onderwijs. De school heeft dan niet alleen een structuur-,

maar ook een cultuurverandering doorgemaakt. Mariëtte verwacht

dat de werkdruk dan verder is verminderd, maar niet compleet is

verdwenen. ‘Om dat te bereiken zou ik de leerkrachten meer tijd

gunnen om hun werk te doen. Een uur goed lesgeven, vraagt een

uur voorbereiding en dat hebben ze nu niet. Daar ligt echt een mogelijkheid

om kinderen gelijke kansen te bieden.’

LEERTEAMS

Het team van de

Heldringschool stelt haar

onderwijsstructuur samen

uit verschillende modellen.

Dit zijn onder andere de

leerteams van stichting

Leerkracht en het werken

in een professionele

leergemeenschap (plg). Van

elk model behoudt het team

die elementen die ze het

beste vindt werken.

ROM 5 / 15


DIT IS MIJN KLAS

Shari (15)

‘Eva vertelt op een creatieve

manier over de Romeinen

en Grieken. Daardoor onthoud

je de stof veel beter.

Ze is echt een superdocent!’

Elke dag een mythe

TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Eva Poley is leerkracht geschiedenis en mentor op

de Zuidermavo Calvijn. Ze werd dit jaar verkozen tot

Rotterdamse Leraar van het Jaar in de categorie vo.

‘Tijdens mijn opleiding tot leraar deed ik een ontzettend leuke

eindstage bij Godfried Richter, een kleinschalige mavo in Rozenburg.

Vandaar misschien mijn voorkeur voor een kleine vestiging.

Bij Calvijn begon ik vervolgens nog wel bij de grotere havo/vwo

vestiging Vreewijk, maar inmiddels werk ik alweer tien jaar met

veel plezier op deze locatie. We hebben een hecht team dat erg

goed samenwerkt en professioneel gezellig is met elkaar. Dat

moet ook wel, want op zo’n kleine school ben je op elkaar aangewezen.

Vanaf de eerste schooldag investeer ik in mijn leerlingen.

Ik wil dat we elkaar goed leren kennen en praat daarom veel met

ze. Voor mij niet zo moeilijk want ik ben een echt mensen-mens

en praat makkelijk. Ik geef iedere leerling ‘s ochtends bij binnenkomst

een hand en ik probeer iedereen even kort persoonlijk aandacht

te geven. Het zal niet verbazen dat de diploma-uitreiking

elk jaar een emotioneel moment voor me is. Wat de aandacht

voor mijn vakgebied betreft, is het niet anders. Ik doe er alles

aan om mijn leerlingen voor mijn vak te interesseren en maak het

daarom zo concreet mogelijk. Veel hebben een taalachterstand

en zijn minder gemotiveerd om uit een boek te leren. Ik vertel

daarom elke les een Griekse of Romeinse mythe en probeer waar

mogelijk parallellen met het heden te trekken. Griezelige verhalen

doen het ook altijd goed. Zoals over Johanna de Waanzinnige die

zes maanden met haar dode echtgenoot in bed lag. Als ik mijn

leerlingen vertel hoe zijn lichaam in haar handen verkruimelde zie

je hun ogen groot worden. Dát vergeten ze nooit meer.

Dat ik dit jaar voor de derde keer genomineerd werd voor de titel

van beste leraar voortgezet onderwijs in Rotterdam vind ik een

grote eer. Ik ben buitengewoon trots dat ik dit jaar nog won ook.

Dat een leerling en haar moeder mij hebben opgegeven zie ik als

extra waardering. Echt fijn!’

16 ROM 5


Sanne (13)

‘Eva is vaak blij, doet haar

werk goed en je kunt

gezellig met haar kletsen.’

Nick (15)

‘Ze heeft een goede klik met

leerlingen en je kunt goed

met haar praten. Ook over

problemen.’

Dayeline (13)

‘Voor het gesprek met de

jury was Eva best zenuwachtig.

Dus toen heb ik

iedereen gevraagd iets op

te schrijven dat haar kon

helpen bij het gesprek.’

Justin (15)

‘Eva geeft goed les, is heel

aardig, zoekt dingen uit en

geeft nooit straf.’

Yuri (13):

‘Ik heb het gevoel dat Eva

kinderen beter begrijpt

dan andere leerkrachten.

Zij weet nog wat het is om

kind te zijn.’

ROM 5 / 17


INFOGRAPHIC

Verzuimcijfers

Werkdruk en ziekteverzuim gaan

vaak hand in hand. Hoe groot is het

probleem en wat kunnen we ertegen

doen? De informatie hieronder is

gebaseerd op cijfers van DUO, de

PO-raad en het CBS, en op informatie

uit Onderbouwd op pagina 8.

Ziekteverzuim in primair

onderwijs in 2017: 6%

Ziekteverzuim

landelijk gemiddeld: 4%

Langdurig ziek in po: 10.158

van de 169.300 werknemers

3 BEKENDE STRESSFACTOREN

3 POTENTIËLE ENERGIEBRONNEN:

Werkdruk

Competentie

Balans werk-privé

Autonomie

Rolconflicten

Zingeving

18 ROM 5


4X

4x Tips tegen

tijdsdruk

Als leerkracht sta je voor een heleboel uitdagingen.

Je hebt een volgepland rooster, geeft instructie op verschillende

niveaus en je wil ook alle leerlingen nog eens individuele feedback

op hun werk geven. Dat levert tijdsdruk op! Vier tips die kunnen

helpen om tijdens de les met tijdsdruk om te gaan.

Tijd te kort!

Lange overgangen

Elke les bevat verschillende onderdelen en leermomenten.

Bovendien werken de leerlingen op verschillende niveaus.

Hoe krijg je alle geplande lesonderdelen binnen de tijd af?

Soms is het voor leerlingen lastig om de overgang van het

ene naar het andere lesonderdeel te maken en kost dit veel

tijd. Hoe zorg je voor snelle en soepele overgangen?

Het kan helpen om vooraf de tijdsindeling te noteren en

daarbij zo realistisch mogelijk te zijn. Je instructiemodel biedt

daarbij houvast. Bepaal kritisch welke onderdelen van je

instructie essentieel zijn en welke je in geval van tijdnood kan

weglaten.

Om leerlingen zo snel mogelijk weer aan het werk te zetten,

bied je helderheid over de hoeveelheid tijd die ze voor een

taak krijgen. Vaste non-verbale signalen als eindmarkering

van een les(onderdeel) kunnen ook helpen.

Meer denktijd nodig

Weinig individuele feedback

Tijdens de looprondes lukt het niet om alle leerlingen gerichte

feedback te geven. Hoe geef je tijdens je loopronde zoveel

mogelijk individuele feedback?

Spreek simpele codes of tekens af met de leerlingen en

noteer ze als geheugensteuntje op het bord. Bijvoorbeeld:

B = Schrijf ook de berekening op

L = Denk aan de leestekens

♥ = Wow! Goed gedaan!

Als een leerling niet direct een antwoord paraat heeft, is de

neiging groot om naar de volgende leerling te gaan of een

aanwijzing te geven. Hoe zorg je ervoor dat leerlingen

beter kunnen nadenken over uitdagende vragen?

Je kunt meer denktijd bieden door voor iedereen een korte

stop in te bouwen: ‘Neem allemaal even tijd om er over na

te denken.’ De beurt aankondigen kan ook helpen voor een

leerling die meer denktijd nodig heeft. Zo weet hij dat hij

straks de vraag mag beantwoorden, en er nu nog even over

na kan denken.

Tijdens het langslopen noteer je de tekens

direct boven aan het werk van de leerlingen.

Zo krijgen alle leerlingen feedback waarmee

ze meteen zelf kunnen corrigeren.

BLIKSEMSTART

Deze en veel meer tips vind je in het boek Bliksemstart. Word een topleraar

in 100 dagen van Paul Bambrick-Santoyo. Wil jij dit boek met tips voor

startende leerkrachten recenseren? Mail naar rom@cedgroep.nl.

ROM 5 / 19


PEUTER & CO KRITISCH OP

ADMINISTRATIEVE WERKZAAMHEDEN

De bezem

erdoor!

Vraag werknemers in zorg, onderwijs of kinderopvang naar

hun grootste frustratie. Grote kans dat het over administratieve

druk gaat. Oeverloos formulieren invullen, tot in detail bijhouden

wat er op de werkplek gedaan wordt en dat meestal in veelvoud

omdat er altijd wel een instantie is die weer net een ander format

hanteert. Bij Peuter & Co zijn ze die overdaad aan administratie

zo zat dat de bezem door de papierbrij gaat.

TEKST RONALD BUITELAAR FOTO’S PETJA BUITENDIJK

Serina: ‘Informatie in een map

verzamelen om in de prullenbak

te laten verdwijnen is zonde. Ik wil

zoveel mogelijk tijd vrijhouden voor

de kinderen.’

René Segers-Hoogendoorn is sinds een jaar

directeur van Peuter & Co (De Rotterdamse

Peuterschool), een instelling voor voorschoolse

educatie met zo’n zeventig vestigingen in

met name de oude wijken. Bij zijn aantreden

trof hij een sterk gefragmenteerde organisatie

aan: ‘Wij komen voort uit een bonte

verzameling van welzijnsorganisaties, die

in het verleden fuseerden, failliet gingen en

zich opnieuw met andere verbonden. Die verscheidenheid

zorgde ervoor dat we met wel

vijfentwintig verschillende werknemerscontracten

te maken hadden. Weinig efficiënt,

omdat we op elke locatie ongeveer hetzelfde

aanbod verzorgen. Die inefficiëntie hebben

we als eerste aangepakt. Nu zijn er dus nog

maar zes smaken; 4-, 6- en 8-uurs contracten

voor mbo’ers en 4-, 6- en 8-uurs contracten

voor hbo’ers.’

KLEINSCHALIGE AANPAK

Als René de contractwijzigingen aan zijn

ongeveer 250 medewerkers toelicht, wordt

hem regelmatig gevraagd of hij ook de administratieve

lasten aan wil pakken. René wil

er zeker mee aan de slag en heeft al direct

een naam voor zijn aanpak. Geïnspireerd door

wat minister Hugo de Jonge in de zorg doet,

start hij zijn eigen ‘Snappen of Schrappen’-

aanpak. Niet zo grootschalig als de minister,

maar bewust kleinschalig: ‘Ik wil het zo simpel

mogelijk houden. In mijn tweewekelijkse

blog vroeg ik wie er aan mee wil werken en

nu hebben we een groepje met vier pedagogisch

medewerkers, een beleidsmedewerker

en ik zelf. We zullen formulieren en regel-

20 ROM 5


geving tegen het licht houden en dan is de

vraag: waarom doen we dit eigenlijk? Als we

daar geen helder antwoord op hebben, kan

het weg.’

ONMOGELIJKE SPAGAAT

René heeft zich afgevraagd waardoor het

administratieve moeras eigenlijk ontstaan is.

Die vraag stellen is namelijk al een deel van

de oplossing: ‘Deels omdat we een land zijn

waarin we maximale vrijheid willen, maar ook

maximale veiligheid. Een haast onmogelijke

spagaat, die een eindeloze reeks regeltjes oplevert.

En deels omdat bij nieuwe regelgeving

vaak vergeten wordt te kijken welke oude

regelgeving en administratie overbodig zijn

geworden. ’

PIJNPUNT

Eén van de leden van de ‘Snappen of Schrappen’

werkgroep is Serina da Luz Mendes.

Serina is hbo-geschoold vve-begeleider en

werkt met een aantal andere collega’s in de

groepen 0 van de Nicolaasschool in Spangen.

Het was voor Serina geen vraag of zij zich zou

aanmelden voor de ‘Snappen of Schrappen’-

werkgroep: ‘Wij hebben heel veel administratie

en dat neemt veel tijd in beslag. Hoewel

wij er iets meer tijd voor krijgen dan gemiddeld,

redden we het er lang niet mee.’ Vooral

het vele dubbelwerk is een grote frustratie

van Serina en haar collega’s: ‘Je moet veel

zaken twee keer of zelfs nog vaker noteren.

Voor de gemeente, voor de GGD, noem maar

op.’ Een ander pijnpunt is het eindeloos registreren

van, in haar ogen, minder belangrijke

zaken: ‘We moet nu elk ongeval bijhouden,

hoe klein ook. Van ingrijpende zaken begrijp

ik dat, maar van bijvoorbeeld een onschuldige

val vind ik dat overdreven.’ Overtrokken

vindt Serina ook het moeten registreren van

alle schoonmaakwerkzaamheden: ‘Wat heeft

‘Ik wil het zo simpel

mogelijk houden’

het voor zin om elke keer te noteren dat iets

schoongemaakt is. Papier is geduldig. Je kunt

als Inspectie beter langskomen en kijken of

het op dat moment daadwerkelijk schoon is.’

KOSTBARE TIJD

Serina benadrukt dat ze niet alle administratie

onzinnig vindt: ‘Ik vind het belangrijk de

ontwikkeling van de kinderen bij te houden.

Maar ook die wordt momenteel op meerdere

manieren vastgelegd. Formulieren voor ouders,

basisscholen, gemeente en eventuele

aanvragen voor zorg of extra begeleiding.

Kinderen die extra zorg nodig hebben, volg

en registreer je per stapje. Dat is natuurlijk

waardevol, maar het kan efficiënter. Daar

gaan we dus ook zeker naar kijken. Informatie

in een map verzamelen om uiteindelijk in

de prullenbak te laten verdwijnen is zonde

van onze tijd. Je wilt dat de beperkte tijd op

de juiste manier gebruikt wordt.’ Een belangrijke

reden voor Serina om mee te doen aan

het snoeiwerk in overbodige administratieve

last: ‘Ik wil zoveel mogelijk tijd vrijmaken voor

het werken met de kinderen. Dat is waarom

ik meedoe. Wat we doen moet kloppen in de

praktijk, niet op papier. Dus laten we onze

kostbare tijd op de juiste manier gebruiken.’

ROM 5 / 21


TERUGDRINGEN ZIEKTEVERZUIM

VERLICHT LERARENTEKORT

Plan

V(erzuim)

TEKST RONALD BUITELAAR

Het gemiddelde ziekteverzuim op Nederlandse scholen ligt rond

de 6% en kent uitschieters van meer dan 12%. Ruim boven het

landelijk gemiddelde ziekteverzuim van 4%. Met Plan V(erzuim)

wil het Vervangingsfonds/Participatiefonds (VfPf) daar verandering

in brengen.

De aanpak kan een belangrijke bijdrage leveren

aan de strijd tegen het lerarentekort.

Een landelijke daling van 2 procentpunt staat

gelijk aan 2500 fte die niet vervangen hoeft

te worden en voor een belangrijk deel uit leerkrachten

bestaat.

LANGZAAMWERKEND GIF

Het lerarentekort laat zich het beste vergelijken

met een langzaam werkend gif. De effecten

ervan blijven lang onzichtbaar, maar

als het eenmaal zichtbaar wordt, lijken alleen

noodmaatregelen nog soelaas te bieden. Zo

is het opheffen van groepen of het schrappen

van vakken niet langer onbespreekbaar.

Dergelijke ingrepen tasten het werkplezier op

scholen zodanig aan, dat oplopend ziekteverzuim

op de loer ligt en het lerarentekort nog

verder toeneemt.

WAT IS HET VERVANGINGS-

FONDS?

Schoolbesturen in het po zijn verplicht aangesloten

bij het Vervangingsfonds. Het fonds

waarborgt de vergoeding van kosten die

scholen maken voor vervanging van ziek onderwijspersoneel.

Naast deze risicodragende

functie heeft het fonds een adviserende functie.

Het fonds helpt bestuurders, directeuren

en HR-medewerkers om grip te krijgen op

ziekteverzuim. Het Participatiefonds waarborgt

de vergoeding van kosten voor WW

en aanvullende uitkeringen. Minister Slob liet

vorig jaar weten de verplichte aansluiting van

schoolbesturen bij het Vervangingsfonds te

willen beëindigen en de waarborgtaak van

het fonds te willen opheffen, maar wanneer

dit gebeurt is nog onbekend.

22 ROM 5


DENIS VIJGEN, DIRECTEUR VAN

HET VFPF

Het lerarentekort werkt verlammend en

is niet in een handomdraai op te lossen.’

Om die reden pleit Denis ervoor om meer

aan knoppen te draaien die relatief snel

resultaat opleveren. ‘Structureel hoge

verzuimpercentages van soms zelfs meer

dan 10% zijn niet acceptabel en vaak

een teken dat er het een ander aan de

hand is in een organisatie. Daar moet je

als schoolbestuur mee aan de slag. Wij

kunnen met Plan V een helpende hand

bieden. De pilotversie bij zo’n zestig besturen

heeft laten zien dat we erin slagen

om het verzuim binnen relatief korte tijd

gemiddeld met zo’n 1,85% omlaag te

brengen. Dat zijn heel wat extra leraren,

geeft scholen ademruimte en zorgt voor

rust in de groepen.’

GERARD POOT, REGIOCOÖR-

DINATOR ZUID-WEST NEDER-

LAND BIJ HET VFPF

‘Ik merk wel eens huiver, omdat men

denkt dat we komen controleren, maar

niets is minder waar, zegt Gerard. Hij reist

stad en land af om scholen en besturen

te adviseren over de beste aanpak. ‘Wij

kennen het onderwijs van binnen en van

buiten, hebben veel ervaring met begeleiding

op maat en willen alles doen

wat binnen onze mogelijkheden ligt om

het verzuim omlaag te krijgen. Curatief

door dossiers op orde te brengen en lijn

te brengen in het verzuimbeleid. Maar

vooral ook preventief omdat dat voor de

langere termijn het beste is.’

Evenals Denis benadrukt ook Gerard het

belang van goed personeelsbeleid: ‘Ziekteverzuim

is voor een deel gerelateerd

aan werkplezier en dat gedijt het beste

bij goed werkgeverschap.’

ADVIES NODIG?

BEL OF MAIL MET GERARD

POOT: 06 189665038,

GERARD.POOT@VFPF.ORG.

‘Het lerarentekort

werkt verlammend’

PAUL DE JONG, STAFMEDE-

WERKER P&O BIJ PCPO

CAPELLE-KRIMPEN

Paul ging recent aan de slag met Plan V

van het VfPf: ‘We zagen het ziekteverzuim

de laatste jaren oplopen en wilden

naar een aanpak die beter past bij onze

bestuursfilosofie, minder directief en

meer in samenspraak. Tijdens gesprekstrainingen

met acteurs en nagesprekken

constateerden we dat we vaker vanuit

een soort moeder- of vaderrol vóór zieke

collega’s denken. We gaven ze welgemeende

adviezen, terwijl ze mans genoeg

zijn om met ons samen tot oplossingen

te komen. Dus niet “Moet jij niet gewoon

eerst uitzieken?”, maar “Hoeveel uur zou

je weer aankunnen?”’

De conclusies leidden tot een handzaam

en compact opgeschreven aanpak die tijdens

een gemeenschappelijke studiedag

met alle teams gedeeld werd: Het moet

niet de zoveelste dode letter zijn, maar

een werkwijze die leeft.’

Inmiddels werken de scholen ruim een

half jaar op deze wijze. Paul ziet beweging

maar constateert dat het een zaak van

lange adem is: ‘We spreken de ontwikkelingen

regelmatig met elkaar door en

houden daardoor de vinger aan de pols.’

Een tovermiddel is het niet, benoemt Paul,

maar in de strijd tegen het lerarentekort

helpt het als directeuren inzicht krijgen in

de aard van verzuim en handvatten hebben

om hun collega’s meer zelf verantwoordelijk

te maken. Paul: ‘Mensen hebben

naast hun werk op school nog tal van

andere bezigheden waarin eigen keuzes

gemaakt moeten worden. In tijden van

tekorten heb je als directeur wellicht de

neiging om voor je mensen te kiezen en

ze zoveel mogelijk in de watten te leggen,

maar uiteindelijk is dat voor niemand

goed. Niet voor de school en niet voor de

persoon in kwestie.’

ROM 5 / 23


RECENSIE

RECENSIES VOOR EN DOOR COLLEGA’S

3 Boeken

1

TIMEMANAGEMENT IN (BIJNA)

10 SECONDEN

CAREL DE VRIES

In het onderwijs wordt de werkdruk als zeer hoog ervaren.

Des te meer reden om te investeren in timemanagement.

Helaas wordt dit vaak uitgesteld doordat andere ‘prioriteiten’

om aandacht schreeuwen. Het boek Timemanagement in

(bijna) 10 seconden lees je letterlijk in enkele onbewaakte

momenten weg. Tijd is geen excuus meer. De schrijver windt

er geen doekjes om: een hoge werkdruk ligt grotendeels aan

hoe jij zelf je werk indeelt. Daardoor valt er iets aan te doen.

Mits je dat echt wilt.

Het boekje bevat concrete voorbeelden en opdrachten. Zelf

probeerde ik een tip uit die ging over het versturen van mail.

Voorheen dacht ik effectief te werken door meerdere vragen

in één mail te zetten. Maar door slechts één vraag per mail te

sturen, kreeg ik sneller antwoord op mijn vraag én ervaarde

de ander minder werkdruk. Een direct merkbaar effect dus.

Wat ik in het boek onderbelicht vind, is dat niet alleen de

lezer zelf moet wennen aan zijn ‘andere gedrag’, maar

ook zijn omgeving. De omgeving was altijd gewend dat jij

alles aanpakte. En als je dat ineens niet meer doet, moet je

omgeving daaraan wennen. Belangrijk dus om je nieuwe

gedrag toe te lichten. Ervaar jij hoge werkdruk én wil jij daar

echt iets aan doen? Lees dan dit boek en begin vandaag!

Rik Smale is Cofounder van DocentenCloud, een

platform waar scholen beschikbare leerkrachten

kunnen vinden.

2

EN WAT ALS WE NU WEER EENS

GEWOON GINGEN LESGEVEN?

EVA NAAIJKENS

Dit boek gaat over een kwaliteitsaanpak voor basisscholen.

De auteurs leggen uit hoe je de werkdruk in je school kunt

verlagen en hoe je daardoor ruimte krijgt om je vakmanschap

te ontwikkelen.

Mijn verwachtingen waren hooggespannen, want het boek

heeft de titel ‘Beste onderwijsboek 2018’ gekregen van de

landelijke beroepsvereniging begeleiders in het onderwijs

(LBBO). Ik vond de inhoud van het boek duidelijk, goed

leesbaar en de beschreven situaties herkenbaar. De auteurs

hebben overduidelijk kennis van zaken en weten de vinger

op de zere plek te leggen in het basisonderwijs, namelijk het

verlies van tijd en energie aan zaken die niet bijdragen aan

het geven van goed onderwijs.

Erg enthousiast werd ik van de beschreven Enigma-aanpak.

Het is praktisch en lijkt meer tijd en ruimte te creëren om

je bezig te houden met lesgeven en het ontwikkelen van je

vakmanschap. De inzet van kwaliteitskaarten schept een

helder werkkader voor de leraar. Deze kwaliteitskaarten

worden opgesteld door de expert-leraar die kennis heeft over

het onderwerp en deze kan koppelen aan de klassenpraktijk

en worden regelmatig herzien.

Als taalcoördinator spreekt vooral het gebruik van die

kwaliteitskaarten mij aan; dit is iets wat ik zelf kan inzetten

om het taalonderwijs op een hoger plan te brengen. De overige

punten van de Enigma-aanpak vereisen een hoge mate van

inzet van het hele team en met name van de schoolleiding die

dit zou moeten omarmen en faciliteren.

Monique Kruithof geeft les in groep 4 en is

taalcoördinator op een basisschool in Rhoon.

24 ROM 5


OOK EEN BOEK RECENSEREN?

Kijk op romnieuws.nl om te zien welke onderwijsboeken

we hebben liggen.

3

ONDERWIJSVUUR. MET ENERGIE EN

PLEZIER VOOR DE KLAS

ROLIEN DIJKSTERHUIS EN

THITIA KOLLEN

Hoe vind jij bezieling en inspiratie om voor de klas te staan

en met je hart les te geven? De schrijvers (coaches) van dit

zelfhulpboek hopen dat je jouw onderwijsvuur zult (her-)

vinden. Het gaat over jouw plek in het schoolsysteem (te

vergelijken met een stapel houtblokken), over hoe gedachten

je gedrag beïnvloeden, over energielekken en over meer: van

de kikker en de prins tot een gedicht van Charlie Chaplin.

ROMNIEUWS.NL

Nu lees je ons magazine, maar het ROM biedt meer!

Kijk op de site voor actueel nieuws uit het Rotterdams

onderwijsveld, artikelen, verslagen van onderwijsbijeenkomsten

en de agenda.

c

d

Like!

facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

Volg!

@romnieuws twitter.com/romnieuws

‘Al het rotte hout eruit!’ De vele uitroeptekens in dit boek

weten mij niet te enthousiasmeren. Want what’s new? Nogal

wat bekende kwadranten, piramides en dramadriehoeken

passeren de revue. Een tip als ‘Een kwartier een boswandeling

maken en een flinke dosis groen opsnuiven’ neem ik graag

ter harte, maar het maken van een genogram (omdat jouw

verleden je functioneren als docent kan beïnvloeden) vind ik

te tijdrovend. Bovendien zijn taalfouten in een onderwijsboek

echt storend. ‘Daarna komt de grote vraag wat jou beweegt

jou als docent.’

Wie weet wakkert dit boek jouw onderwijsvuur wel aan.

Diana Rozendaal werkt als onderwijscoach bij

Maandag. Daarnaast is zij docent Nederlands bij

Luzac Rotterdam.

ABONNEER

JE OP DE

NIEUWSBRIEF

Elke maand een link naar de laatste aanvullingen

op de site, extra nieuws en meer. Meld je aan op

romnieuws.nl/nieuwsbrieven.

ROM 5 / 25


OPLOSSING VOOR DE WERKDRUK

Een eventmanager

op school

Claudina Da Graça: ‘Eindelijk kon

ik iets terugdoen voor al die

hardwerkende juffen en meesters.’

Claudina da Graça was geknipt voor haar baan als eventmanager

bij Obs Charlois in Rotterdam-Zuid. En de leerkrachten hadden

ineens veel meer tijd voor hun eigen werk.

TEKST EN FOTO’S SANNE VAN DER MOST

Claudina organiseerde alternatieve Sinterklaasfeesten,

concertbezoeken in de Doelen

en excursies naar het museum. Ze was de

contactpersoon tussen school, stuurde de

ouderraad aan en hielp ook nog eens mee

met kopiëren en Citoscores invoeren. ‘Helaas

bestaat mijn functie nu niet meer’, vertelt ze.

26 ROM 5


‘Het was een uitprobeersel, helemaal nieuw,

maar na een jaar was er helaas geen geld

meer beschikbaar voor mijn functie. De school

zat met een behoorlijk aantal zieke docenten.

Toen is noodgedwongen gekozen voor het

aannemen van een nieuwe leerkracht en verviel

mijn functie.’

‘Dit was het allerleukste

jaar uit mijn loopbaan’

ECHT EEN BEETJE UITVINDEN

Om de werkdruk te verlagen en te zorgen dat

leerkrachten zich weer vooral op het lesgeven

kunnen richten, heeft de overheid sinds vorig

schooljaar €155,55 euro per leerling beschikbaar

gesteld voor het nemen van extra

maatregelen. ‘Veel scholen steken dat geld in

het aannemen van een nieuwe docent’, weet

Claudina. Op Obs Charlois pakten ze het anders

aan: ze riepen de nieuwe functie van

eventmanager in het leven. ‘Best spannend

natuurlijk. Er was nog helemaal geen ervaring

mee. In het begin moest ik mijn eigen rol ook

echt een beetje uitvinden.’

MULTI-INZETBAAR

Al snel had Claudina haar draai helemaal gevonden.

‘Ik deed van alles op school. Ik organiseerde

projecten rond de Kinderboekenweek,

ik bedacht een alternatief Sinterklaasfeest en

ik organiseerde een kerstbal voor de onderbouw

in plaats van het standaard kerstdiner.

Daarnaast regelde ik de ‘Bieb op School’ en ik

las met kinderen uit groep 3 die moeite hadden

met lezen. Ook bedacht ik de schoolreizen

en zette ik die vervolgens inclusief vervoer helemaal

in elkaar. Ik deed alles zoveel mogelijk

in overleg met de kinderen. Als zij ideeën hadden,

probeerde ik daar altijd iets mee te doen.

Zoals het idee van de bovenbouw om met z’n

allen naar de film te gaan, in plaats van surprises

te maken met Sinterklaas.’

Behalve deze activiteiten bedenken, opzetten

en organiseren, was Claudina ook nog eens

het aanspreekpunt voor haar collega’s, de

leerlingen en hun ouders. ‘Ik had mijn eigen

kantoortje boven, daar nam ik de telefoon

op en stond ik ouders te woord. O ja, ik nam

wekelijks de grote pauze over. Dan nam ik de

kinderen mee naar buiten zodat de leraren

rustig konden pauzeren. Kopiëren, brieven

uitdelen en vergaderingen organiseren, dat

deed ik ook.’

VOORAL LEUK

Het klinkt als een enorme drukke en hectische

baan, daar is Claudina zich van bewust.

‘Maar het was vooral ontzettend leuk’, zegt

ze. ‘Ik werk al best een hele tijd in het onderwijs

maar dit was wel het allerleukste jaar uit

mijn loopbaan. Met kinderen werken vind ik

sowieso geweldig. Het was ook hartstikke fijn

om eens wat terug te kunnen doen voor al die

hardwerkende collega’s. Ik zag gewoon dat ze

weer meer tijd konden besteden aan hun eigenlijke

werk: lesgeven.’

KOUDWATERVREES

Eeuwig zonde dus, dat de eventmanager er

nu niet meer is. ‘Het helpt scholen enorm in

het verlagen van de werkdruk’, legt Claudina

uit. ‘Het is inspirerend voor kinderen, vooral

in achterstandswijken zoals Charlois, om eens

wat anders dan anders te doen. Daarnaast

biedt het mensen die graag op een basisschool

werken, maar geen lesbevoegdheid

hebben een geweldige kans.’

Om het tij te keren, zet Claudina zich nu actief

in om scholen en schoolbesturen te overtuigen

van het nut van deze nieuwe functie. ‘Er is

best wat koudwatervrees’, merkt ze op. ‘Het is

ook allemaal nieuw. Maar hopelijk is de eventmanager

over een paar jaar op Rotterdamse

scholen een bekend begrip. Of eentje die voor

meerdere scholen tegelijk werkt, want dat kan

natuurlijk ook heel goed.’

CONTACT

Claudina de Graça

C.M.da.Graca@hr.nl

‘WE MISSEN CLAUDINA NOG

IEDERE DAG’

Greetje Groenhof is al 35 jaar leerkracht

bij Obs Charlois. ‘De eerste

34 jaar hadden we geen eventmanager

en vierden we al die feesten

natuurlijk ook. Maar in de loop der

jaren zijn er steeds meer activiteiten

bijgekomen en is de werkdruk met

duizelingwekkende vaart vermenigvuldigd.

En toen kwam Claudina.

In het begin hield ik mijn hart vast.

Docenten zijn nogal traditiegetrouw

en misschien zou zij alles wel anders

gaan doen. Maar Claudina kwam, zag

en overwon. Geruisloos voegde ze

zich naar de wensen van het team

en nam de taken op zich alsof het

nooit anders was geweest. Natuurlijk

moesten we wennen aan dat

het soms anders was. Maar het was

heerlijk dat we niet meer alle biebboeken

bij elkaar hoefden te sprokkelen,

oudercommissies hoefden aan

te sturen, brieven over festiviteiten

hoefden te maken, ouders hoefden

te bellen als hun kind ziek was en

schoolreizen hoefden te organiseren.

En zo kan ik nog heel lang door

gaan. Claudina stond haar mannetje

en klaarde al die klussen voor ons.

Helaas was de keuze voor een extra

leerkracht een noodzakelijke. We

missen haar nog iedere dag.

ROM 5 / 27


DOORWERKEN NA JE PENSIONERING

‘Stoppen met 65?

Echt niet!’

Al decennialang werken Annemarie Janssens (66),

Margriet Kriesels-Van Wijk (68) en Henk Hesper

(66) bij basisschool De Regenboog in Beverwaard.

Ze krijgen er geen genoeg van. Met hun kennis

en ervaring zijn zij steunpilaren voor ouders,

leerlingen en collega’s.

TEKST INEKE WESTBROEK FOTO PETJA BUITENDIJK

Margriet wilde nog geen afscheid nemen van de kleuters die zij

jarenlang begeleidde in hun kleine en grote stapjes. Evenals haar

collega’s wilde zij door: ‘Kinderen en hun ouders nieuwe dingen

leren, dat is waar ik ’s ochtends mijn bed voor uit kom,’ betoogt

Annemarie.

KANSEN GRIJPEN

De kans om door te blijven werken na hun pensioen grepen de

oude rotten met beide handen aan. Na vijfenveertig jaar te hebben

gewerkt als leerkracht van groep 1, begeleiden Margriet en

Annemarie sinds dit schooljaar startende leerkrachten in de onderbouw.

Ze helpen kinderen die extra aandacht nodig hebben,

staan voor de klas en ondersteunen leerkrachten bij observaties.

Henk heeft vijfendertig jaar lesgegeven in groep 3 tot en met 8,

totdat zijn gezondheid hem in de steek liet. Nu vervult hij met

28 ROM 5


Margriet en Annemarie begeleiden startende leerkrachten in de onderbouw.

‘Een cadeautje dat

ik dit mag doen’

plezier onderwijsondersteunende taken. Hij houdt de financiële

en leerlingenadministratie bij en heet elke ochtend de leerlingen

persoonlijk welkom.

ERVARING

Annemarie en Margriet zien ouders terug, aan wie zij vroeger

zelf lesgaven: ‘Die komen stralend de klas binnen als zij hun

ouwe juf weer zien.’ Ze vinden het mooi om ouders bewust te

maken van manieren om hun kinderen verder te brengen en hen

daarin te stimuleren. Annemarie: ‘Ze zien hun kind dan ineens

vooruitgaan door voor te lezen of zelf de tafel te laten dekken.’

Annemarie en Magriet merken dat ouders hen zien als partners

en als vertrouwenspersonen bij wie ze met problemen terechtkunnen.

‘Ze vragen geen advies, maar willen hun verhaal kwijt

aan iemand die zoiets – na al die jaren – ook wel een keer moet

hebben meegemaakt.’

ERVAREN ROTTEN

‘Voor startende leerkrachten is het fijn om zulke ervaren rotten

in huis te hebben, van wie je kan leren’, vindt directeur Kitty van

den Bulk. ‘Ze staan echt nog met hun voeten in de klei, gaan

mee in alle ontwikkelingen. Henk is een betrouwbare rustpilaar.

Dankzij zijn onderwijsachtergrond heeft hij feeling met onderwijsondersteunend

werk. Oudere KLOS-leerkrachten zoals Annemarie

en Margriet zijn met hun kennis en rust heel geschikt

voor een coachende rol. Observaties in de klas kunnen zij goed

duiden.’

BEZORGD

In de loop der jaren maakten de drie pensionado’s veel onderwijsontwikkelingen

mee. Annemarie: ‘Vroeger werd er meer gespeeld,

nu ligt de nadruk op kennis. Al neemt spelend leren ook

weer een steeds belangrijkere plek in. Kinderen zijn tegenwoordig

meer gewend aan individuele aandacht. Er zijn meer problemen

thuis.’

Alle drie zijn zij bezorgd over de toegenomen werkdruk, maar blij

dat zij die kunnen helpen verlichten. Annemarie: ‘Een cadeautje

dat ik dit mag doen.’

OMA

Margriet en Annemarie hielpen twee generaties op weg. Ook hun

eigen kinderen zaten op De Regenboog. Een groot deel van hun

leven wonen zij in de Beverwaard. Zo zijn de dames vertrouwde

gezichten geworden, bij wie kinderen zich veilig voelen. ‘Ze noemen

me soms oma’, vertelt Annemarie, die evenals Margriet met

haar groepen een hechte band opbouwt. Dat blijkt ook uit de

enthousiaste verhalen van Khadija, Lagana, Jaelinn en Kay-Lani.

In groep 3 missen de meiden hun vroegere juf heel erg. Khadija

verklaart zich ‘een fan van juf Annemarie’: ‘Ze doet leuke spelletjes,

heeft schattig grijs haar en mooie jurken. Ze is heel lief.’

EIGEN WEG VINDEN

Vanuit diezelfde ervaring adviseren zij nieuwe leerkrachten. ‘Ze

zoeken bevestiging,’ weet Annemarie, die moest afleren zich te

veel met dingen te bemoeien: ‘Soms zie ik iets misgaan, maar ze

moeten hun eigen weg nog vinden, wat meestal ook lukt.’

Dat geldt zeker voor starters Wendy Emmerich en Kajol Madhai.

Zij staan beide voor een kleutergroep en worden respectievelijk

begeleid door Annemarie en Margriet. ‘Ze laten het ons zelf oplossen’,

ervaart Wendy, die het handig vindt dat hun begeleiders

de school door en door kennen. Kajol roemt de luchtige manier

waarop Margriet met de kinderen omgaat: ‘Gezellig, met humor,

door haar ervaring kan zij dingen relativeren.’

Ook Henk is voor Wendy en Kajol van onschatbare waarde. Kajol:

‘Henk doet dingen die je op andere scholen zelf moet doen, zoals

overzichten bijhouden.’

ROM 5 / 29


COLUMN

WHAT'S MORE?

ONLANGS

ONLINE

Werkweek

ANNE-MARIE PLASSCHAERT

ANNE-MARIE PLASSCHAERT SCHRIJFT VOOR HET ROM OVER HAAR BE-

LEVENISSEN ALS DOCENT JOURNALISTIEK OP HET GRAFISCH LYCEUM

Terwijl in Nederland docenten nóg maar eens bezig waren om via

actie hogere lonen, minder werkdruk en kleinere groepen af te dwingen,

liep ik met collega’s en studenten door Boedapest. Wij waren op

werkweek. Bij ons op school heet dat voor de redactiemedewerkers

een communicatieweek - wij ‘werken’ het hele schooljaar. Voor de

allereerste keer waren we in Boedapest en voor de allereerste en

waarschijnlijk enige keer met zo’n honderd studenten in één stad.

Met zeven collega’s loodsten wij de troep het kleine vliegveld uit

op weg naar de bestelde minibussen. We versperden de uitgang,

belden met hostals en nauwelijks verstaanbare chauffeurs ‘dat wij

er al waren’. En na een half uur verdween de eerste groep in drie

busjes. Daarna de volgende - ‘Heb je wel geld? Jullie busjes moeten

nog betaald!’, want elke hostal organiseert op eigen wijze. Zo begon

ons Hongaarse avontuur. Ondanks alle voorbereidingen bleek veel

net even anders dan gedacht. Zo waren onze honderd studenten

verdeeld over vier centraal gelegen hostals zonder bar, en die is van

belang om elke late avond de koppen te tellen. Met de Hongaarse

munt (huf) moesten we vaak cash betalen - bedragen van boven de

100.000 waren niet uitzonderlijk. En we liepen met drie pinpassen

voor verschillende betalingen, uitgaande van het met honderd man

tegelijk opereren bij activiteiten. Boedapest is een mooie en tegelijk

ruige stad. Dus naast het berekenen van financiën, geld overhevelen

van het ene naar het andere begeleidende koppel, op tijd bij kassa’s

staan om entree voor escaperooms of musea te betalen, het collegiale

middagoverleg als de studenten zelf met opdrachten bezig

waren, traden wij docenten ook ’s nachts op. Dan hielden wij studenten

bij de bar op de hoek bezig om te voorkomen dat ze zelf

zouden gaan stappen en brachten ze naar hun hostal terug als het

onverantwoord leek ze zelfstandig te laten gaan. Kortom, het was

een echte werkweek, zonder overwerkvergoeding want ‘je bent er

tenslotte zelf ook even uit’. En dus zaten wij op de laatste avond om

21.30 uur in de laatste boot voor een tochtje over de Donau en op de

ochtend van vertrek bezochten we een uurtje de grootste synagoge

van Europa. Boedapest is een mooie stad.

Welke artikelen verschenen er de

afgelopen tijd op romnieuws.nl?

GRATIS VR-FILM LEERT OMGAAN MET

GROEPSDRUK

Hoe reageer je als je een blow

krijgt aangeboden? Of als je

wordt aangespoord mee te

doen met een vechtpartij? De

VR-bril blijkt een uitstekend

instrument om in te zetten tijdens

lessen en trainingen over

omgaan met groepsdruk. ‘Dit is

zo realistisch!’ aldus Tom Stoute

van vso Herenwaard.

PLASTIC VISSEN MET DE KLAS

LERARENTEAM VAN HET JAAR

De Plastic Whale Foundation neemt

basisschoolleerlingen een middag

op sleeptouw om afval uit de Rotte

te halen. De buit: veel chipszakjes en

colablikjes. En zelfs een computer!

Het team van OBS De Schalm op Katendrecht bemachtigde deze

titel. ‘We zijn een goede afspiegeling van de samenleving en dat

maakt ons team zo goed,’ zegt één van de trotse leerkrachten.

30 ROM 5


workshops

& lessenseries

in alle

kunstvormen

LAAT UW LEERLINGEN

SCHITTEREN MET ONZE

CREATIEVE WORKSHOPS

Kies bijvoorbeeld voor:

• Maak je eigen Hiphop experience

• Leer de kunst van het flirten

• Ontwerp je eigen droomhuis

• Speel in jouw Virtual Reality film

• Leef je uit met dans

• Restyle je t-shirt

skvr.nl/onderwijs

primair onderwijs – voortgezet onderwijs - mbo

ABONNEER

JE OP DE

NIEUWSBRIEF

Elke maand een link naar de laatste aanvullingen

op de site, extra nieuws en meer. Meld je aan op

romnieuws.nl/nieuwsbrieven.

WAT LEES JE IN

ROM #1 FEBRUARI

NIJPENDE VRAAG

NAAR IT’ERS

IT-Campus op RDM-terrein

werkt aan oplossing

EINDEXAMEN IN

TURKS EN ARABISCH

Talenkennis van leerlingen verrijken

Samenwerking

Pabo en basisscholen

in BOSS (2)

Hoe zijn de ervaringen van leraren en studenten?

WAT IS JOUW OPLOSSING OM

WERKDRUK TE VERMINDEREN?

Mail jouw idee naar rom@cedgroep.nl

Of deel het op twitter: @romnieuws

N @romnieuws twitter.com/romnieuws

ROM 5 / 31


DUBBELPORTRET

TEKST RONALD BUITELAAR

FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Wendy

en Rachel

Wendy en Rachel (16) wonen met man/

vader Richmond, broer Joshua (17) en hond

Spikey in een appartement in Kralingen.

Vier jaar geleden verhuisde het gezin vanuit

Hoogerheide (terug) naar Rotterdam.

Wendy werkte de afgelopen tien jaar in het

management van een outlet center. Recent

ging ze aan de slag bij een internationaal

georiënteerde gezondheidsorganisatie.

In haar vrije tijd maakt ze armbandjes

en probeert ze waar mogelijk behulpzaam

te zijn op de scholen van haar kinderen.

Rachel zit in klas 4 van de mavoafdeling

van Melanchthon Kralingen. Haar vrije

tijd vult ze met tekenen, films kijken,

skateboarden en met Spikey spelen.

WAAROM HEBBEN JULLIE VOOR

MELANCHTHON KRALINGEN GEKOZEN?

Rachel: ‘Toen we van Hoogerheide naar Rotterdam verhuisden

zat ik in groep 8 en had ik een vmbo kader advies.

We hebben daar een school bij gezocht en deze beviel het

beste. Het is heel dichtbij en hij is super-multicultureel. Heel

anders dan mijn school in Hoogerheide. En inmiddels ben ik

van kader opgestroomd naar de mavo.’ Wendy: ‘Joshua zat

in Hoogerheide in de eerste van het vo en Rachel in groep 8.

We vroegen dus eerst aan de kinderen wat voor school ze

voor ogen hadden en wat hun verwachtingen waren. Daarna

maakten we de keuze voor deze school. Ook omdat de

school deel uitmaakt van een scholengemeenschap,

zodat je kunt switchen.’

WAT VIND JE LEUK AAN SCHOOL?

Rachel: ‘Ik vind de mensen op school erg prettig. De leraren

zijn hip, minder formeel dan in Hoogerheide. Ik vind het fijn

om nieuwe dingen te leren en eigenlijk vind ik alles leuk. Als

het maar geen wiskunde is! Ook discussiëren doe ik graag.’

Wendy: ‘Ik voel me thuis bij deze school. Ik heb goed contact

met alle leerkrachten en kan mijn ei op school kwijt. Een

heerlijke school waar de deur altijd open voor me staat.’

WAT MIS JE?

Rachel: ‘Ik vind het niet prettig om bij uitval in een klas te

zitten waar een onderwijsassistent eigenlijk alleen oppast. Ik

zou het fijner vinden als er dan een docent was, zodat je huiswerk

kan maken en om uitleg kan vragen.’ Wendy: ‘Ik vind

het Melanchthon een fantastische school. Alleen qua communicatie

zouden ze nog wel iets kunnen verbeteren. Het is niet

consistent: de ene keer word je bijvoorbeeld wel op de hoogte

gebracht van uitval, en een andere keer niet. Dat is lastig.’

DENK JE AL NA OVER WAT JE NA DEZE

SCHOOL WILT GAAN DOEN?

Rachel: ‘Eerst mijn diploma halen en dan door naar de havo.

Als ik het daar niet red, wil ik mbo mode doen in Den Haag.’

Wendy: ‘Ik weet zeker dat ze de havo aankan en stimuleer

het ook. Ze vergroot er gewoon haar kansen mee.’

WAT ZIJN JE DROMEN VOOR LATER?

Rachel: ‘Slagen voor de havo en dan naar New York! Een

appartementje zoeken en een kunstopleiding aan New York

University volgen.’ Wendy: ‘Wij leggen Rachel niets op. Het

belangrijkste is dat ze gelukkig is en de ruimte krijgt en

neemt om zichzelf te vinden. Ik hoop dat ze kan realiseren

wat ze wil.’

Similar magazines