De Duitse ‘Energiewende’

globalenergiewende

Brochure of the travelling exhibition in Dutch

De Duitse ‘Energiewende’


De Duitse ‘Energiewende’

De transitie van de Duitse energievoorziening


02 | De Duitse ‘Energiewende’

De Duitse ‘Energiewende’

Geachte bezoeker,

Wij verheugen ons zeer over uw belangstelling voor een van de belangrijkste toekomstprojecten

van Duitsland: de ‘Energiewende’.

Voor de energievoorziening van Duitsland hebben wij gekozen voor een fundamentele transitie

naar duurzame energie. En we streven ernaar steeds efficiënter met energie om te gaan. Dat

loont economisch en Duitsland levert daarmee een aanmerkelijke bijdrage aan de klimaatbescherming.

De ‘Energiewende’ is ons antwoord op de vraag: hoe kunnen we de energievoorziening veilig,

voordelig en duurzaam inrichten? Het is een unieke kans voor de economische vestigingslocatie

Duitsland, het moet nieuwe businessopportunity’s genereren, innovaties initiëren en

jobs en groei creëren. Tegelijkertijd willen we hiermee onafhankelijker van olie en gas uit het

buitenland worden en de hoge kwaliteit van leven in ons land veilig stellen.

© iStock/SilviaJansenx © Paul Langrock

1971

De Duitse regering stelt haar eerste milieuprogramma vast.


© dpa/Westend61/Werner Dieter

De Duitse ‘Energiewende’ | 03

Waarom deze tentoonstelling? De Duitse regering wordt wereldwijd

heel vaak aangesproken op de ‘Energiewende’. De belangstelling is zo

groot dat de term “Energiewende” in vele talen van de wereld al een

vast begrip is geworden. Daar zijn we erg blij mee.

Tegelijkertijd zijn veel mensen verrast welke dimensies het project

‘Energiewende’ heeft en hoeveel aspecten ermee samenhangen. Dat

betekent ook dat het niet iets is dat van de ene dag op de andere gerealiseerd

is. De energietransitie is een generaties omspannend en complex

proces, dat aan veel verschillende eisen tegemoet moet komen.

De noodzakelijke maatregelen moeten zorgvuldig worden overwogen,

zodat de bescherming van het klimaat, noch de welvaart eronder

lijden. Daarom zijn er ook steeds weer fases waarin er slechts sprake

is van een trage voortgang. Vooral deze complexiteit en diversiteit

van de verschillende taken en uitdagingen willen we in deze expositie

zichtbaar maken.

De energietransitie is stevig verankerd in een internationaal kader.

Wij hechten veel waarde aan de intensieve gedachtewisseling met

onze Europese buren als internationale partners en streven naar

grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden en oplossingen.

Want om de wereldwijde CO 2

-uitstoot te verminderen, de verdere

opwarming van de aarde verder te beteugelen en te zorgen voor een

veilige, duurzame en betaalbare energievoorziening hebben we gezamenlijke

oplossingen nodig.

Duitsland neemt met zijn ‘Energiewende’ de verantwoordelijkheid

voor de aarde en de mens serieus. Wij nodigen u uit om onze ‘Energiewende’

actief te volgen en mee te doen.

Wij wensen u veel plezier en inspiratie.

1972

In het Zuid-Duitse plaatsje Penzberg ontstaat een van de eerste zonneparken van Duitsland


04 | De Duitse ‘Energiewende’

Energie-efficiëntie

Energie besparen en efficiënter

gebruiken

Efficiënt gebruik van elektriciteit, warmte en brandstof bespaart geld, verhoogt de energiezekerheid

en beschermt het klimaat. Duitsland moet een groot deel van zijn energiebronnen

importeren. Van circa 50 procent in de jaren zeventig is het aandeel van de import in de totale

energievraag gestegen tot bijna twee derde. Samen met de ontwikkeling van de hernieuwbare

energieën is energie-efficiëntie daarom de hoeksteen van de ‘Energiewende’.

Het bewustzijn voor een efficiënt energiegebruik is in Duitsland de afgelopen decennia alleen

maar toegenomen. Een belangrijke trigger was de eerste wereldwijde oliecrisis in 1973. Deze

maakte de Duitsers bewust van hun afhankelijkheid van fossiele grondstoffen. Als consequentie

daarvan lanceerde de toenmalige Duitse regering een informatiecampagne om energie

te besparen en verordende een maximumsnelheid op de autosnelwegen. Sindsdien zijn er

vele andere wetten aangenomen en maatregelen voor het efficiënter omgaan met energie

met succes geïmplementeerd. Ze onderscheiden zich door drie elementen: gerichte promotie,

gerichte informatie en gericht advies en door bindende regelgeving voor de vermindering van

het energieverbruik.

© dpa/Jörg Carstensen © dpa/Westend61/Werner Dieter

1973

De Yom Kippur-oorlog (oktober 1973) veroorzaakt wereldwijd een oliecrisis. Duitsland

schrijft in het hele land vier autovrije zondagen voor om energie te besparen.


De Duitse ‚Energiewende‘ | 05

Wat Duitsland wil besparen

Besparingsdoelen voor primair energieverbruik ten

opzichte van 2008

De economie groeit, het energieverbruik daalt

Ontwikkeling van het bruto binnenlands product en het verbruik van primaire energie

1.958 14.905

2.355

14.766

2.497

14.217

3.263

13.525

-50 % -6 %

1990

2000

2010

2017

gehaald

2050 2017

Bruto binnenlands product in miljard €

Ø +1,4 %/jaar sinds 1990

Primair energieverbruik in petajoules

Ø -0,3 %/jaar sinds 1990

“Het beste kilowattuur is een niet gebruikt

kilowattuur”

Angela Merkel, bondskanselier

Het beleid is succesvol: de Duitse vraag naar energie is sinds 1990

gedaald, terwijl het bruto binnenlands product duidelijk is gestegen.

Zo komt de Duitse industrie uit met meer dan tien procent minder

energie, maar heeft haar economische productie verdubbeld. Dankzij

de technologische vooruitgang kunnen particuliere huishoudens

en bedrijven efficiënter omgaan met energie. Moderne huishoudelijke

apparaten verbruiken tot 75 procent minder elektriciteit dan

vergelijkbare apparaten 15 jaar geleden. Bovendien wordt er al energie

bespaard als dagelijkse gewoonten worden veranderd. Tienduizenden

energieconsultants zijn daarom door het hele land onderweg om

huurders, huiseigenaren of ondernemers via energie-checks te laten

zien welke energiebesparende mogelijkheden er zijn en hen te informeren

over de steunprogramma’s van de overheid.

Alle lidstaten van de Europese Unie zijn overeengekomen hun primaire

energieverbruik uiterlijk 2020 met 20 procent en uiterlijk 2030 met

ten minste 27 procent te verminderen. Duitsland wil zijn energieverbruik

op lange termijn halveren. Dit maakt deel uit van de verbintenissen

in het kader van de klimaatovereenkomst van Parijs.

Energieproductiviteit aanzienlijk toegenomen

Met één gigajoule energie wordt zoveel gegenereerd

241,29 €

+87%

1 GJ

128,80 €

1 GJ

1990 2017

1975

De wet op de energiezekerheid schrijft hogere energiereserves

voor en een maximumsnelheid op de Duitse wegen.


06 | De Duitse ‘Energiewende’

Warmte

Lekker warm,

hernieuwbaar en efficiënt

Het succes van de energietransitie hangt er ook van af of de energiebehoefte voor verwarming,

koeling van de binnenruimte en warmwaterbereiding in gebouwen afneemt. En de mate waarin

hernieuwbare energie de resterende vraag dekt. Want de warmtesector neemt meer dan de

helft van het Duitse energieverbruik voor zijn rekening. Bijna twee derde daarvan wordt door

ongeveer 40 miljoen particuliere huishoudens gebruikt voor verwarming en warm water.

Verminderen van de behoefte aan

warmte-energie

Besparingsdoelen bij de behoefte aan warmte-energie in gebouwen

2.152 petajoules

hebben de circa 40 miljoen Duitse huishoudens in 2016 voor verwarmen en warmwater

verbruikt

dat komt omgerekend overeen met

-80% -18,3% 14% 12,9%

gehaald

gehaald

2050 2016 2020 2017

olie

Primaire energiebehoefte

in gebouwen

(ten opzichte van 2008)

Aandeel hern. energieën

in de warmtevraag

50 miljard

liter aardolie

de zesvoudige

energievraag van de Duitse

luchtvaart per jaar

de energiebehoefte van

Oezbekistan

Daarom wil de Duitse regering de primaire energievraag naar olie en gas in gebouwen uiterlijk

2050 met 80 procent verminderen. Daarvoor moet de energie-efficiëntie van gebouwen

aanzienlijk worden verbeterd en het aandeel van de hernieuwbare energie in verwarming en

© dpa/Jacobs University Bremen © dpa

1975

De Duitse regering lanceert een informatiecampagne over energiebesparing.


De Duitse ‚Energiewende‘ | 07

145 kilowattuur per vierkante meter woonoppervlak per jaar, wat

overeenkomt met ongeveer 14,5 liter aardolie. Zeer efficiënte nieuwe

gebouwen hebben slechts een tiende daarvan nodig. In bestaande

gebouwen kan de primaire energiebehoefte door de energetische

sanering en de overschakeling op hernieuwbare energieën met tot wel

80 procent worden verminderd. Dit vereist een betere isolatie van de

schil van het gebouw, de vernieuwing van gebouwcomponenten, een

modernisering van de verwarming en koeling en geoptimaliseerde

regeltechniek. Alleen al in 2015 is ongeveer 53 miljard euro in energetische

renovatie geïnvesteerd. De Duitse regering stimuleert deze

renovaties met laagrentende kredieten en subsidies. Duitse burgers

bespaarden in 2016 door energie-efficiëntiemaatregelen bijna 500 euro

per hoofd van de bevolking en zijn daarmee wereldwijd koploper.

Dit is hoeveel energie er in gebouwen

wordt verbruikt

Aandeel van het totale eindenergieverbruik in Duitsland

Nieuwe gebouwen verbruiken slechts

een tiende

Jaarlijks verwarmingsverbruik in liters stookolie per vierkante

meter woonoppervlak voor verschillende typen gebouwen

15–20 liter

niet gerenoveerde oudbouw

36,0 %

in gebouwen

5–10 liter

gerenoveerde oudbouw

28,0 %

verwarmen

vanaf 2016

4,7 %

warmwater

2,8 %

verlichting

0,4 %

airconditioningsystemen

7 liter

nieuwbouw

1,5 liter

passiefhuis

koeling groter worden. Uiterlijk 2020 moeten hernieuwbare energieën

14 procent van de warmte- en koelingsvraag dekken. Op deze manier

geeft Duitsland ook uitvoering aan Europese doelstellingen: de huidige

EU-gebouwenrichtlijn bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwbouw in

Europa moet bestaan uit energiezuinige huizen, d.w.z. gebouwen met

een zeer laag energieverbruik.

Welk energiebesparingspotentieel gebouwen hebben, onderkende

Duitsland al in een vroeg stadium. Al in 1976 heeft de toenmalige

Duitse regering als gevolg van de oliecrisis de eerste energiebesparingswet

en vervolgens de eerste warmte-isolatieverordening aangenomen.

Deze voorschriften zijn voortdurend verder ontwikkeld en

aangepast aan de technische vooruitgang. Sinds 2009 moeten volgens

de Hernieuwbare-Energiewarmtewet (EEWärmeG) alle nieuwe woningen

een minimaal deel van hun energiebehoefte dekken via hernieuwbare

energieën. Dit is bijvoorbeeld mogelijk met ondersteuning

van een gas- of olieverwarming via thermische zonne-energie of een

verwarmingssysteem dat uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare

energieën, zoals een warmtepomp of een pelletverwarming.

Van alle woongebouwen in Duitsland is 70 procent meer dan 35 jaar

oud. Ze dateren dus uit de tijd van vóór de vaststelling van de eerste

warmte-isolatieverordening. Dienovereenkomstig zijn veel gebouwen

onvoldoende geïsoleerd en worden vaak verwarmd met verouderde

ketels en fossiele brandstoffen zoals olie of gas. De verwarmingsenergiebehoefte

van een gemiddeld Duits huishouden bedraagt ongeveer

Speciale aandacht wordt besteed aan de vervanging van verouderde

verwarmingssystemen en de omschakeling van fossiele brandstoffen

naar hernieuwbare energie. Terwijl de Duitsers in 1975 nog

ruim de helft van alle woningen met olie verwarmden, is dat nu nog

slechts iets meer dan een kwart. Van de in 2016 opgeleverde, nieuwe

woningen wordt 60 procent met duurzame energie verwarmd.

Zonthermische systemen, biomassaverwarmingen of warmtepompen

die gebruik maken van omgevingswarmte leveren al ongeveer twaalf

procent van de verwarmingsvraag. Om de vervanging te versnellen,

stimuleert de Duitse regering sinds 2000 de vernieuwing van verwarmingssystemen.

1977

Met de warmte-isolatieverordening stelt de Duitse regering voor

het eerst normen voor de energie-efficiëntie van gebouwen vast.


08 | De Duitse ‘Energiewende’

“Het begin van het einde van het

olietijdperk is gekomen.”

Dieter Zetsche, Daimler AG

© dpa/Paul Zinken

1979 / 1980

De oorlog tussen Iran en Irak leidt

wereldwijd tot de tweede oliecrisis.

1984

Het bedrijf Enercon ontwikkelt de eerste

moderne serie-windturbine in Duitsland.


De Duitse ‚Energiewende‘ | 09

Mobiliteit

Rijden op elektriciteit

Auto’s zijn het belangrijkste exportproduct van Duitsland, de industrie

biedt werk aan meer dan 750.000 mensen en is een van de grootste

werkgevers. Tegelijkertijd behoort de verkeerssector tot de grote energieverbruikers.

Het aandeel ervan in het Duitse eindenergieverbruik

bedraagt ongeveer een derde. De Duitse regering voert daarom haar

inspanningen op om het verbruik terug te dringen.

Eerste resultaten zijn zichtbaar: zo is het aantal jaarlijks in het vrachten

personenvervoer gereden kilometers van 1990 tot 2017 ongeveer

verdubbeld, maar het verbruik is in dezelfde periode met slechts

negen procent gestegen.

Om nog meer energie te besparen, ontwikkelt Duitsland efficiënte

voertuigtechnologieën en werkt aan de elektrificatie van wegvoertuigen.

Vooral personenauto’s, bedrijfswagens voor binnenstedelijk

vrachtverkeer en lokaal openbaar vervoer en motorfietsen moeten

elektrisch aangedreven voertuigen worden. Daarom ondersteunt

de Duitse regering markt- en technologieontwikkeling met tal van

programma’s.

Voertuigen met brandstofcellen gelden als belangrijke aanvulling

op elektrische voertuigen op accu’s. 1,65 miljard euro aan overheidssubsidies

wordt er tot 2019 in waterstof- en brandstofcelprojecten

geïnvesteerd. In enkele grote Duitse steden rijden al hybride waterstofbussen

in het lokale openbaar vervoer.

Naast klimaatvriendelijke aandrijvingen worden nieuwe mobiliteitsconcepten

zoals car-, bike- en e-scootersharing steeds belangrijker.

Doordat meerdere personen één voertuig delen, ontlasten ze het

wegverkeer en verminderen de uitstoot. Digitale oplossingen die het

vervoer efficiënter maken en de overstap naar de fiets helpen ook.

Intussen zijn in Duitsland meer dan 2,1 miljoen gebruikers bij 150

aanbieders van carsharing ingeschreven.

Om ervoor te zorgen dat de energietransitie ook in de transportsector

succesvol is, zijn er veranderingen nodig op tal van gebieden van het

dagelijks leven, de politiek en de economie. Dit proces heeft daarom

tijd nodig om het verkeer duurzamer te maken zonder tegelijkertijd de

mobiliteit van de burgers te beperken.

Doelstellingen en vooruitgang van Duitsland in de verkeerssector

Toename van de energie-efficiëntie

Hoeveel energie is er nodig om 100 kilometer te rijden?

1990

66,1 megajoule

100 km

2013

35,6 megajoule

100 km

Ontwikkeling van de elektramobiliteit

82,8

miljoen mensen wonen

in Duitsland

Duitsland

2018

63,7

miljoen voertuigen zijn in

Duitsland geregistreerd

44.419

elektrische

voertuigen

Elektrische mobiliteit

2018

Ontwikkeling van de elektramobiliteit

tot 2022

+

236.710

hybridevoertuigen

1 miljoen

voertuigen

1986

In de kerncentrale van Tsjernobyl (Oekraïne) doet zich een ernstig reactorongeluk voor.

Het Duitse ministerie van milieu, natuurbescherming en reactorveiligheid wordt opgericht.

1986

De eerste geregistreerde zonne-energieauto

rijdt door Duitsland.


10 | De Duitse ‘Energiewende’

Hernieuwbare energieën

Elektriciteit uit wind en zon

De ontwikkeling van de hernieuwbare energieën is naast de energie-efficiëntie de centrale

pijler van de energietransitie. Wind, zon, waterkracht, biomassa en geothermie zijn inheemse

en klimaatvriendelijke energiebronnen. Ze maken Duitsland minder afhankelijk van fossiele

brandstoffen en leveren een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het klimaat.

De meeste vooruitgang is gemaakt bij het gebruik van hernieuwbare energieën in de elektriciteitssector:

sinds 2014 zijn hernieuwbare energieën de belangrijkste bron in de Duitse

elektriciteitsmix. Ze zijn goed voor meer dan een derde van het Duitse verbruik. Tien jaar

eerder was dat nog maar negen procent. Basis van dit succes is gerichte steun. Deze begon in

1991 met de wet op de teruglevering van elektriciteit (‘Stromeinspeisungsgesetz’) die voor het

eerst een vaste vergoeding en een afnameverplichting oplegde om de markt voor de nieuwe

technologieën open te stellen. In 2000 volgde de Duurzame Energiewet (EEG - ‘Erneuerbare-Energien-Gesetz’)

met de drie kernelementen: gegarandeerde salderingstarieven voor verschillende

technologieën, prioritaire teruglevering aan het net en verdeling van de ontstane

extra kosten via een omslagsysteem over alle elektriciteitsverbruikers.

© aleo solar AG/Flo Hagena

Hernieuwbare energieën zijn de

belangrijkste energiebronnen in de

elektriciteitsmix

Aandeel hernieuwbare energieën in het bruto stroomverbruik

Wind levert de meest duurzame elektriciteit

Aandeel in de totale productie van hernieuwbare energieën in het jaar 2017

3,4%

1990

6,2%

2000

17,0%

Windenergie

16,3 %

2010

33,3%

2017

Fotovoltaïsche

energie

6,1 %

Waterkracht

3,1 %

Biomassa

6,9 %

Sinds de inwerkingtreding van de Duurzame Energiewet (EEG) zijn de jaarlijkse investeringen

vooral in nieuwe windparken en zonne-energieinstallaties, maar ook in houtgestookte energiecentrales

en biogasinstallaties continu toegenomen. De grote vraag leidde tot de opkomst van

een nieuwe industrietak, met alleen al in Duitsland meer dan 338.000 werkplekken. En die vraag

1987

Het eerste Duitse windmolenpark wordt gebouwd.

In het windenergiepark ‘Westküste’

produceren 30 turbines elektriciteit.

1990

De Duitse overheid lanceert een

1000-daken-programma om fotovoltaïsche

systemen te promoten.

1990

Oost- en West-Duitsland zijn

weer herenigd.


© dpa

De Duitse ‘Energiewende’ | 11

Hernieuwbare energieën versterken de energieproductie en de klimaatbescherming

Kengetallen voor het jaar 2017

1,7 miljoen

via de Duurzame Energiewet

gesubsidieerde installaties

217 terrawattuur

opgewekte elektriciteit

Komt ongeveer overeen met de totale elektriciteitsproductie in Indonesië.

179 miljoen ton

CO 2

-equivalenten vermeden

Komt overeen met meer dan de dubbele

uitstoot van broeikasgassen van Chili in 2015.

stimuleerde vervolgens de efficiënte massaproductie van systemen

voor hernieuwbare energie, wat leidde tot een aanmerkelijke daling

van de prijzen van die installaties. Zo kostte in 2014 een zonnemodule

75 procent minder dan vijf jaar eerder. Werd er in 2000 voor een kilowattuur

zonne-energie in Duitsland nog omgerekend ca. 50 eurocent

vergoed, momenteel is dat gemiddeld tussen de vier en vijf cent. Zonneenergie

heeft zich in Duitsland ondanks de gematigde zonnestraling in

Midden- Europa ontwikkeld tot een belangrijke bron van elektriciteit.

Fotovoltaïsche installaties leveren vandaag de dag een aandeel van

ongeveer een vijfde in de elektriciteit uit hernieuwbare energieën.

Windenergie is momenteel de belangrijkste bron van elektriciteit

uit hernieuwbare energieën. Elektriciteit van windenergiecentrales

op het land kost gemiddeld nog slechts tussen de 1,9 en 2,5 cent per

kilowattuur.

De uitdaging voor Duitsland is om de verdere ontwikkeling van winden

zonne-energie zodanig vorm te geven dat ze betaalbaar blijven en

bijdragen aan de energiezekerheid. Daarom heeft de Duitse regering

haar steun voor hernieuwbare energie in de elektriciteitssector opnieuw

ingericht. De ontwikkeling concentreert zich op de goedkope

technologieën wind- en zonne-energie. Jaarlijkse ontwikkelingscorridors

voor de afzonderlijke technologieën maken het plannen en

aansturen gemakkelijker. Exploitanten van systemen voor hernieuwbare

energie moeten hun elektriciteit geleidelijk aan op de markt

gaan verkopen, net als alle andere energiecentrales ook. Zo krijgen ze

meer verantwoordelijkheid voor het systeem van energievoorziening.

Sinds 2017 wordt de hoogte van de steun voor alle installaties met een

vermogen van meer dan 750 kW via technologiespecifieke aanbestedingen

bepaald. Dit geldt voor ongeveer 80 procent van wat er jaarlijks

bijgebouwd wordt. Wat er bijgebouwd wordt verschilt bovendien van

regio tot regio. Overal waar er knelpunten in het elektriciteitsnet zijn,

zijn de hoeveelheden die worden aanbesteed lager. Met deze maatregelen

kan het succesverhaal van de hernieuwbare energieën in de elektriciteitssector

worden vervolgd. Door de daarmee gepaard gaande

kostendalingen draagt de wijziging van de steunregeling er bovendien

toe bij dat de economische voordelen van de energietransitie nog beter

kunnen worden benut.

1990

De Intergouvernementele Werkgroep inzake

Klimaatverandering (IPCC) publiceert zijn eerste

evaluatierapport over het wereldklimaat.

1991

De wet op de teruglevering van elektriciteit (‘Stromeinspeisungsgesetz’)

verplicht alle Duitse energieleveranciers om elektriciteit uit hernieuwbare

energieën af te nemen, te vergoeden en aan het openbare net te leveren.


12 | De Duitse ‘Energiewende’

Kosten

„Is de ‘Energiewende’ niet

te duur voor de burgers in

Duitsland?“

Nee, want de energietransitie moet er ook voor zorgen dat energie in de toekomst betaalbaar

blijft. Tegelijkertijd schept de energietransitie zelf banen en nieuw economisch potentieel. De

twee pijlers ervan, de ontwikkeling van hernieuwbare energieën en energie-efficiëntie, zijn

bedoeld om de afhankelijkheid van ingevoerde energie te verminderen, de energiezekerheid

te vergroten en rendabele investeringen in Duitsland mogelijk te maken. De ‘Energiewende’

werpt zijn vruchten af.

Hoeveel een gezin maandelijks voor energie uitgeeft

Vergelijking van de maandelijkse uitgaven in 2003 en 2016

Verwarming en

warm water

66

75

Verwarming en

warm water

Koken

Licht en elektriciteit

10

22

176


224


24

40

Koken

Licht en elektriciteit

Brandstoffen

78

85

Brandstoffen

2003

2016

Ter vergelijking: aandeel in de uitgaven van een particulier huishouden: 9%

In het afgelopen decennium is de prijs van ruwe olie sterk gestegen Een gevolg daarvan: terwijl

de burgers aan het einde van de vorige eeuw nog minder dan zes procent van hun totale particuliere

consumptieve uitgaven aan energie moesten besteden, was dit in 2016 al gestegen tot

ongeveer 7,5 procent.

© dpa/Philipp Dimitri © dpa/McPHOTO‘s

1992

De VN-conferentie over milieu en ontwikkeling in Rio

neemt de agenda voor „Duurzame ontwikkeling“ aan.


© dpa/Jens Büttner

De Duitse ‘Energiewende’ | 13

Hoeveel alle Duitse particuliere huishoudens aan energie uitgeven

Uitgaven voor het jaar 2016 in miljarden euro's

106,4

miljarden

euro's

35,7

11,4

19,0

40,3

Verwarming en warm water

Koken

Licht en elektriciteit

Brandstoffen

Da komt overeen met 3% van het bruto nationaal inkomen van Duitsland.

Het grootste deel van de energierekening van particuliere huishoudens

in Duitsland gaat op aan die verwarming, warm water, koken en

brandstoffen op basis van geïmporteerde fossiele brandstoffen. Nadat

een daling van de olieprijzen eind 2014 ook voor de Duitsers welkome

prijsdalingen met zich meebracht, stijgen de olieprijzen sinds 2018

weer. Daarmee blijven de kosten onvoorspelbaar. Want de prijs voor

fossiele energiebronnen en de beschikbaarheid ervan blijven afhankelijk

van de belangen van de leveranciers.

Het is waar: het project ‘Energiewende’ veroorzaakt ook aanloopkosten.

Er moeten miljarden worden geïnvesteerd in de bouw van een

nieuwe energie-infrastructuur en de implementering van efficiencymaatregelen.

Zo heeft de ontwikkeling van de hernieuwbare energieën

ertoe bijgedragen dat de gemiddelde stroomprijzen van particuliere

huishoudens in Duitsland in de afgelopen jaren zijn gestegen. Betaalden

de burgers in 2007 gemiddeld nog ongeveer 21 eurocent voor één

kilowattuur, vandaag is dat ongeveer 29 eurocent. Met elk kilowattuur

stroom nemen de burgers deel in de financiering van de ontwikkeling

van hernieuwbare energieën via de zogenaamde duurzame-energieopslag.

Deze ligt 2019 op 6,4 cent. Wat de burgers uiteindelijk feitelijk

betalen, hangt echter af van de wisselwerking tussen verschillende

prijsfactoren. Zo is de prijs aan de stroombeurs sterk gedaald. Dat is

het gevolg van de toenemende hoeveelheden elektriciteit uit hernieuwbare

energieën die via de stroombeurzen worden verkocht.

Beide prijselementen opgeteld, duurzame-energieopslag en prijs aan

de stroombeurs, dalen sinds vier jaar. De gemiddelde elektriciteitskosten

voor de particuliere huishoudens zijn daarom in dezelfde periode

stabiel gebleven. Met de overschakeling op een veilingsysteem zullen

de kosten voor de ondersteuning van hernieuwbare energieën dalen

en de lasten voor huishoudens verder worden verlicht.

Voor de burgers is het ook belangrijk dat de Duitse economie niet te

zwaar wordt belast. Hoge energiekosten komen tot uiting in de productprijzen

voor de consument en zijn van invloed op het concurrentievermogen

van de bedrijven. Om die reden heeft Duitsland bijzonder

energie-intensieve ondernemingen gedeeltelijk vrijgesteld van de

duurzame-energieopslag. Deze verlichting is tegelijkertijd gekoppeld

aan de eis om meer in energie-efficiëntie te investeren.

1994

Europa’s eerste elektrische auto in

serieproductie komt op de markt.

1995

In Berlijn vindt de eerste wereldklimaatconferentie plaats. De onderhandelingen

over de wereldwijde vermindering van de uitstoot van

broeikasgassen beginnen.


14 | De Duitse ‘Energiewende’

Klimaatbescherming

Vermindering van

broeikasgassen

De energietransitie is een centraal bestanddeel van de kimaatbescherming. Gezamenlijk doel is

om de gevolgen van de klimaatverandering voor mensen, natuur en economie tot een duurzame

maat te beperken. Volgens berekeningen van de Wereldklimaatraad (IPCC) mag de aarde vergeleken

met het voorindustriële tijdperk met ten hoogste 2 graden Celsius opwarmen. Daarom

mag nog slechts een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer terechtkomen. Aangezien

zich reeds 65 procent van deze hoeveelheid al in de atmosfeer bevindt, zijn aanzienlijke wereldwijde

en nationale inspanningen nodig om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Kooldioxide is de belangrijkste veroorzaker van de klimaatverandering. Deze ontstaat voornamelijk

bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Meer dan een derde van alle broeikasgassen

in Duitsland en wereldwijd wordt uitgestoten door elektriciteitscentrales. De overschakeling

op klimaatneutrale hulpbronnen zoals hernieuwbare energieën is daarom een centraal

element van de klimaatbescherming.

Klimaatdoelstellingen en vooruitgang

Geplande en gerealiseerde reductie van broeikasgassen (ten opzichte van 1990)

Waar de broeikasgassen ontstaan

Alle gegevens in miljoenen tonnen CO 2

-equivalenten 2017

-40% -23%

Europa

(EU-28)

min.

-55% -28%

Doel 2030 Gehaald 2016 Doel 2030 Gehaald 2017

Duitsland

905 miljoen ton

...

328

91

171

39

193

72

10

Energiesector

Huishoudens

Verkeer

Nijverheid, handel, dienstverlening

Industrie

Landbouw

Overige

© dpa/Luftbild Bertram © dpa/MiS

1996

Europa besluit zijn tot dan toe nationaal en in vaste territoria afgebakende elektriciteits- en gasmarkten

open te stellen. De Europese Commissie publiceert de eerste gezamenlijke Europese strategie voor de

ontwikkeling van hernieuwbare energieën.


© iStock/ querbeet

De Duitse ‘Energiewende’ | 15

Hoe Duitsland de uitstoot van broeikasgassen heeft verminderd

Alle gegevens in miljoenen tonnen CO 2

-equivalenten

1.250

1990

1.121

1995

1.046

2000

994

2005

910

2010

905

2017

Door de ondertekening van het Kyoto-protocol heeft Duitsland

zich er al in 1997 toe verplicht tot 2012 zijn broeikasgasemissies met

21 procent ten opzichte van het niveau van 1990 te verminderen.

Sindsdien is er aanzienlijke vooruitgang geboekt. In2017 bedroeg de

bereikte daling al 28%. Om een miljard euro te genereren, veroorzaken

de bedrijven in Duitsland vandaag de dag nog slechts half zoveel

broeikasgassen als in 1990.

Uiterlijk 2030 wil Duitsland zijn inspanningen aanzienlijk opvoeren

en de nationale uitstoot van broeikasgassen met minstens 55

procent reduceren. Uiterlijk 2050 dienen de emissies zelfs met 80 tot

95 procent ten opzichte van 1990 te verminderen. Deze nationale

reductiedoelstellingen zijn ingebed in het Europese en internationale

klimaatbeschermingsbeleid: de staatshoofden en regeringsleiders van

de Europese Unie zijn overeengekomen hun broeikasgasemissies tot

2020 met 20 procent en tot 2030 met ten minste 40 procent te verminderen.

195 landen wereldwijd hebben in december 2015 het Akkoord

van Parijs ondertekend. Met elk hun eigen klimaatbeschermingsdoelen

willen ze de opwarming van de aarde in de loop van deze eeuw tot

duidelijk onder de 2 graden beperken.

Het centrale Europese instrument voor klimaatbescherming is de

handel in emissierechten, die een vaste bovengrens stelt aan de totale

uitstoot van schadelijke stoffen door alle deelnemers. Deze is bindend

voor alle grote veroorzakers van broeikasgassen en dekt een groot deel

van de CO 2

-emissies uit de energiesector en industrie. Voor elke ton

broeikasgas moeten de bedrijven beschikken over voldoende certificaten.

Als de hoeveelheid niet voldoende is, kunnen ze extra emissiecertificaten

bijkopen of investeren in klimaatvriendelijke technologieën.

Zo worden CO 2

-emissies vermeden waar dit het gunstigst is. Uiterlijk

2030 dient in alle branches waarop de handel in emissierechten van

toepassing is 43 procent minder broeikasgassen te worden uitgestoten

dan in het referentiejaar 2005.

Om Duitsland in staat te stellen zijn nationale reductiedoelstellingen

te halen, heeft de Duitse regering het “Actieprogramma klimaatbescherming

2020” en het “Klimaatbeschermingsplan 2050” aangenomen.

Het Actieprogramma bevat diverse maatregelen om de energie-efficiëntie

te verhogen en het verkeer, de industrie en de landbouw

klimaatvriendelijker te maken. In het Klimaatbeschermingsplan zijn

voor de verschillende branches als energiesector of industrie CO 2

-

reductiedoelstellingen voor de lange termijn geformuleerd.

1997

Het Kyoto-Protocol inzake de wereldwijde vermindering van broeikasgassen

wordt aangenomen. 191 landen hebben het verdrag sindsdien geratificeerd.


16 | De Duitse ‘Energiewende’

Kernenergie

Geleidelijke afschaffing

van kernenergie

Het gebruik van kernenergie voor de opwekking van elektriciteit heeft in Duitsland decennialang

tot heftige controverses geleid. Voor veel Duitsers is het technologische risico moeilijk in te

schatten en ze vrezen de mogelijke gevolgen van een reactorongeval voor mens, natuur en milieu.

Het ongeval in Tsjernobyl in de Oekraïne (1986), waarbij ook delen van Duitsland zijn besmet,

bevestigde deze vrees. In 2000 besloot de Duitse regering het gebruik van kernenergie voor de

opwekking van elektriciteit volledig te staken en voor de energievoorziening over te schakelen

op hernieuwbare energiebronnen. De samen met de exploitanten van de elektriciteitscentrales

gemaakte afspraak voorzag in een beperking van de levensduur van de bestaande installaties en

een verbod op nieuwbouw.

© dpa/Uli Deck

Deze regeling is in 2010 gewijzigd. De centrales die nog in bedrijf zijn, dienden langere looptijden

te krijgen, om als overbrugging te dienen totdat de hernieuwbare energieën een volledige

vervanging bieden. Na het reactorongeluk in Fukushima, Japan, in maart 2011, heeft de Duitse

regering dit besluit ingetrokken.

Door de hoge risico’s die ermee gepaard gaan, hebben kerncentrales te maken met hoge kosten

voor verzekeringen en beveiligingsmechanismen. Daarom is het ook economisch gezien zinvol

om af te stappen van kernenergie.

Wanneer worden de kerncentrales stilgelegd?

Geplande vermindering van de productie van Duitse kerncentrales tot eind 2022

Totale output

kerncentrales

Fukushima

43 %

Nov. 2003

Mei 2005

Aug. 2011

57 %

Mei 2015

Dec. 2017

Dec. 2019

Dec. 2021

Dec. 2022

2000 2005 2010 2015 2020

1998

Duitsland neemt een wet aan om zijn elektriciteits-

en gasmarkten open te stellen.

2000

De Europese Commissie publiceert de eerste gemeenschappelijke

strategie voor hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en klimaatbescherming

in Europa.


De Duitse ‘Energiewende’ | 17

© dpa/Jens Wolf

Waar staan kerncentrales in Duitsland?

Ontmantelde installaties en installaties in bedrijf

Hoogste jaarproductie in cijfers

Piekwaarde van de jaarlijkse elektriciteitsproductie in terrawattuur

Unterweser

2011

Lingen

1997

Philippsburg 1

2011

Emsland

2022

Mühlheim-Kärlich

2001

Biblis A + B

2011

Stade

2003

Philippsburg 2

2019

Neckarwestheim 1

2011

Brunsbüttel

2011

Obrigheim

2005

Brokdorf

2021

Krümmel

2011

Grohnde

2021

Würgassen

1994

Grafenrheinfeld

2015

Neckarwestheim 2

2022

Isar 1

2011

Gundremmingen B

2017

Gundremmingen C

2021

Isar 2

2022

Rheinsberg

1990

Greifswald

1990

Jaar van de geplande sluiting

Jaar van sluiting

Reeds ontmantelde

kerncentrales

Kerncentrales in

bedrijf

171 TWh 217 TWh

Alle Duitse kerncentrales

2001

Alle hernieuwbare energieën

2017

Het Duitse parlement heeft met grote meerderheid besloten om zo snel

mogelijk een einde te maken aan het gebruik van kernenergie voor de

opwekking van elektriciteit. Verschillende centrales moesten al bij de

inwerkingtreding van de wet stoppen met de productie van elektriciteit

en de resterende centrales zullen uiterlijk eind 2022 geleidelijk worden

afgebouwd. Momenteel leveren in Duitsland nog zeven kerncentrales

elektriciteit. Ze leveren nog ongeveer een achtste van de in Duitsland

opgewekte elektriciteit.

Welke uitdagingen het gebruik van kernenergie met zich meebrengt,

blijkt ook uit de noodzakelijke berging van radioactief afval. Om de

bevolking en het milieu te beschermen, moet dit gedurende zeer lange

tijd veilig gescheiden van de biosfeer worden opgeslagen. Volgens de

deskundigen wordt dit het best bereikt door definitieve berging in diepe

geologische formaties.

Duitsland wil zijn radioactief afval in eigen land opslaan. Maar de

zoektocht naar een geschikte locatie voor een definitieve opslagplaats

verloopt moeizaam. De bevolking in de buurt van potentiële of reeds

verkende locaties reageerde tot nu toe vooral afwijzend.

Daarom slaat Duitsland een nieuwe weg in en betrekt alle geledingen van

de samenleving in een transparante en wetenschappelijk onderbouwde

zoekprocedure. Uiterlijk 2031 moet de locatie voor een definitieve opslagplaats

zijn gevonden, met name voor de opslag van hoogradioactief afvalmateriaal.

Deze locatie moet de best mogelijke veiligheid gedurende een

periode van een miljoen jaar bieden. De definitieve opslagplaats verhoogt

derhalve de kosten van kernenergie nog eens extra.

Voor laag- en middelradioactief afval beschikt Duitsland al over een

goedgekeurde definitieve opslagplaats. De ingebruikname van de locatie

Konrad is gepland voor 2022.

2000

De Duurzame Energiewet (EEG) treedt in werking. Het

wordt de beslissende aanjager voor de ontwikkeling

van hernieuwbare energieën in Duitsland.

2000

De Duitse regering besluit om kernenergie geleidelijk

af te schaffen; maximale totale bedrijfstijd van een

centrale: 32 operationele jaren.


18 | De Duitse ‘Energiewende’

© dpa/Jens Büttner

2002

De eerste energiebesparingsverordening treedt in werking: deze stelt

eisen aan de totale energieprestatie van nieuwe en bestaande gebouwen.


De Duitse ‚Energiewende‘ | 19

Economie en gecreëerde waarde

“Verliezen door de

‘Energiewende’ niet

veel mensen hun baan?”

Hoge investeringen in nieuwe installaties van

alle hernieuwbare energieën

Jaarlijkse investeringen in productie-eenheden in Duitsland, in miljarden euro's

Zoveel banen bieden de hernieuwbare energieën

Arbeidsplaatsen in Duitsland, 2016

160.200

windenergie

338.600

arbeidsplaatsen

105.600

45.200

biomassa

zonne-energie

4,6

2000

27,3

2010

15,1

2016

20.300

geothermie

7.300

waterkracht

Nee, integendeel. De energietransitie werpt ook vanuit economisch

oogpunt vruchten af: ze vermindert de belasting van het milieu,

de uitstoot van broeikasgassen, bevordert innovatie, verhoogt de

gecreëerde waarde in Duitsland en voorkomt kosten voor de invoer

van energie. Bij de ontwikkeling van de duurzame energieën of bij

de renovatie van gebouwen blijft een groot deel van de omzet lokaal.

De arbeidsintensieve taken zoals installatie en onderhoud worden

immers uitgevoerd door bedrijven uit de regio’s zelf.

Door de ontwikkeling van de hernieuwbare energieën en de investeringen

in energie-efficiëntie ontstaan nieuwe beroepsprofielen en

banen in de branches van de toekomst. Zo hebben de verschillende

maatregelen op het gebied van de energie-efficiëntie in industrie en

nijverheid en de renovatie van gebouwen alleen al meer dan 560.000

extra banen opgeleverd. En de investeringen in hernieuwbare energieën

hebben het aantal werknemers in deze sector in tien jaar tijd meer

dan verdubbeld.

Deze nieuwe banen komen deels in de plaats van banen in industriële

sectoren die sterk worden gedomineerd door fossiele brandstoffen –

vooral in de olie-, gas- en steenkoolwinning en in de elektriciteitsproductie.

Daarbij komen algemene structurele veranderingen. Zo

versterkt bijvoorbeeld het openen van de energiemarkten in Europa

de concurrentie, en dat vereist dat bedrijven efficiënter gaan werken.

Al deze factoren samen leiden ook tot een aanpassing van de werkgelegenheid.

Het aantal werknemers in bedrijven in de conventionele

energiesector is de afgelopen jaren dan ook afgenomen.

2003

Europa besluit tot een bindende handel in

emissierechten voor broeikasgassen.

2004

Intussen werken er in Duitsland 160.000 mensen

in de sector van de hernieuwbare energieën.


20 | De Duitse ‘Energiewende’

‘Energiewende’ internationaal

“Mag zijn dat de energietransitie

In Duitsland werkt – maar

hoe zit het met de economisch

zwakkere landen?”

© dpa/epa Business Wire

De energietransitie is geen luxe, maar ondersteunt een duurzame en economisch succesvolle

ontwikkeling. Want de energietransitie is een innovatiemotor die groei, welvaart en

werkgelegenheid in veelbelovende sectoren bevordert. Het is dan ook geen wonder dat intussen

in principe alle landen in de wereld hun energiesystemen duurzamer willen maken.

Bijna alle landen willen hernieuwbare energieën verder ontwikkelen

Landen met beleidsinstrumenten voor hernieuwbare energieën

Meer dan een ondersteuningsmechanisme

Terugleververgoeding/premiebetaling

Minimumquota voor hernieuwbare energieën

Aanbestedingen

Net Metering – elektriciteitsverbruik en

teruglevering van kleine, vaak particuliere

fotovoltaïsche systemen worden met

elkaar verrekend

Financiële prikkels

Geen steunbeleid of geen gegevens

De prijzen voor innovatieve hernieuwbare technologieën, zoals wind en zon, zijn de afgelopen

jaren wereldwijd sterk gedaald. Vroegtijdige investeringen in onderzoek en ontwikkeling en de

bevordering van de hernieuwbare energieën bij de marktontsluiting in verschillende geïndustrialiseerde

landen, Duitsland voorop, hebben hier in belangrijke mate toe bijgedragen.

Dankzij de gedaalde investeringskosten en sowieso lage exploitatiekosten zijn hernieuwbare

energieën in sommige regio’s van de wereld nu al zonder subsidies concurrerend. In Noord- en

Zuid-Amerika leveren windparken en grote zonne-energiecentrales bijvoorbeeld goedkopere

stroom dan nieuwe centrales die op fossiele brandstoffen werken. Landen als China, Brazilië,

Zuid-Afrika of India zijn toonaangevend op het gebied van de ontwikkeling van duurzame

energieën. De verspreiding ervan wordt echter deels belemmerd door het feit dat landen

2005

De Europese emissiehandel begint.

Alle EU-landen doen mee.

2007

De EU neemt een energie- en klimaatpakket voor het jaar

2020 aan met bindende doelstellingen voor de ontwikkeling

van hernieuwbare energieën, klimaatbescherming en

energie-efficiëntie.

2007

Louis Palmer begint een wereldreis met

de “solar taxi”. De auto rijdt uitsluitend op

zonne-energie. De reis duurt 18 maanden.


De Duitse ‘Energiewende’ | 21

© dpa

fossiele brandstoffen subsidiëren om de consumentenprijzen laag te

houden. Met ongeveer 325 miljard dollar per jaar zijn deze subsidies

meer dan twee keer zo hoog als de subsidies voor hernieuwbare energieën.

Als deze gelden in plaats daarvan zouden worden gebruikt voor

programma’s ter verbetering van de energie-efficiëntie, dan zouden

daarvoor drie keer zoveel middelen ter beschikking staan.

Als binnenlandse hulpbronnen verminderen hernieuwbare energieën

de afhankelijkheid van energie-importen en van de volatiele marktprijzen

voor fossiele brandstoffen. Ze kunnen een belangrijke bijdrage

leveren aan het voldoen aan de groeiende vraag naar energie in opkomende

en ontwikkelingslanden, zonder dat dit leidt tot een toename

van de uitstoot van broeikasgassen of lokale milieuschade.

In regio’s met een slecht ontwikkelde infrastructuur, waar elektriciteit

met dieselgeneratoren duur moet worden opgewekt, zijn de hernieuwbare

energieën eveneens het goedkopere alternatief. Zonne-energiecentrales

en windmolenparken kunnen in relatief korte tijd worden

geïnstalleerd; ze vereisen veel kortere planningsfasen en bouwtijden

dan kolen- of kerncentrales. Daarmee bieden ze veel mensen überhaupt

pas toegang tot elektrische energie. Ook daarom hebben zeer

veel landen steunprogramma’s voor hernieuwbare energieën opgezet.

Waar staan wereldwijd de meeste installaties?

Capaciteit van de elektriciteitscentrales tot 2017

1 | VS

1 | Groot-Brittannië

Biomassa

2 | China

3 | India

Wind offshore

2 | Duitsland

3 | Denemarken

1 | VS

1 | China

Geothermie

2 | Filipijnen

3 | Indonesië

Wind onshore

2 | VS

3 | Duitsland

1 | China

1 | China

Waterkracht

2 | Brazilië

3 | VS

Fotovoltaïsche

energie

2 | Japan

3 | Duitsland

Duitsland zet zich wereldwijd in voor een duurzaam, innovatief en betaalbaar

energiebeleid en deelt zijn ervaringen met de ‘Energiewende’.

Zo is er sprake van een nauwe samenwerking met onze Europese

buren en internationale partners. Duitsland participeert actief in

multilaterale organen en organisaties en onderhoudt een groot aantal

bilaterale energiepartnerschappen met landen als India, China,

Zuid-Afrika, Nigeria of Algerije.

2008

Duitsland introduceert het energielabel voor gebouwen: het geeft informatie over het

energieverbruik en de energetische kwaliteit van gebouwen.

De Hernieuwbare Energiewarmtewet bepaalt voor nieuwbouw dat een bepaald aandeel

hernieuwbare energiebronnen voor de productie van warmte moet worden gebruikt.

2009

75 landen hebben het Internationaal Agentschap

voor hernieuwbare energie (IRENA) opgericht.


22 | De Duitse ‘Energiewende’

Elektriciteitsnet

Een intelligent netwerk

© dpa/Stefan Sauer

Voor de ‘Energiewende’ is een moderne en competente infrastructuur nodig. Daarom moeten

de elektriciteitsleidingen worden uitgebreid en het hele systeem flexibeler worden. Als

de Duitse kerncentrales worden stilgelegd, zullen met name hernieuwbare energieën uit het

Noorden en Oosten van Duitsland de opwekking van elektriciteit voor hun rekening nemen.

Het zuiden van het land kan deze energie gebruiken. Daar moeten kerncentrales worden

vervangen, daar wonen veel mensen en zijn grote industriële bedrijven gevestigd. Nieuwe

elektriciteitssnelwegen met bijzonder efficiënte technologie moeten daarom windenergie uit

Noord- en Oost-Duitsland rechtstreeks naar het zuiden transporteren.

Het Duitse elektriciteitsnet is

1,8 miljoen kilometer lang

Waar het elektriciteitsnet wordt ontwikkeld

Geplande en nieuwe leidingen in het Duitse ultrahoogspanningsnet

Nog niet in het vergunningstraject

HAMBURG

In het vergunningstraject

BREMEN

Goedgekeurd of in aanbouw

Gerealiseerd

HANNOVER

BERLIN

Netwerkknooppunt

Offshore windmolenparkcluster

Offshore-aansluitleiding

DORTMUND

LEIPZIG

DÜSSELDORF

DRESDEN

KÖLN

FRANKFURT

a. M.

Dat komt overeen met

45

baantjes om de aarde ter hoogte van de evenaar

STUTTGART

NÜRNBERG

MÜNCHEN

De tweede drijvende kracht achter de netontwikkeling in Duitsland is de Europese binnenmarkt

voor energie. Om ervoor te zorgen dat elektriciteit ongehinderd door heel Europa kan

stromen en goedkoper wordt voor de consumenten, heeft Europa een sterke infrastructuur binnen

en tussen landen nodig. De Europese transportnetbeheerders dienen daartoe om de twee

jaar een gezamenlijk netontwikkelingsplan in. Alle Duitse plannen zijn daarin opgenomen.

Welke elektriciteitsleidingen Duitsland nodig zijn, wordt bepaald door de verantwoordelijke

netbeheerders in hun eigen procedure, waarin ze 10 tot 20 jaar vooruitkijken. Hun voorstellen

worden onderzocht door een overheidsinstantie, het Duits Netwerkagentschap (‘Bundesnetzagentur’),

in een meerfasenproces met intensieve inspraak door het publiek. In een dialoog

2009

De Duitse wet op de ontwikkeling van het energienet

(ENLAG) versnelt de goedkeuring van nieuwe ultrahoogspanningsleidingen.

2010

De Duitse regering stelt een energieconcept vast met een langetermijnstrategie

voor de energievoorziening van Duitsland tot het jaar 2050.


De Duitse ‘Energiewende’ | 23

© dpa/euroluftbild.de/Hans Blossey

De ‘Energiewende’ is Duitslands

‘Man to the moon’-project.”

Frank-Walter Steinmeier, Bondspresident

wordt afgewogen welke oplossing het best aansluit bij de behoeften

van de mensen, het milieu en de economie.

Ook het distributienetwerk moet geschikt worden gemaakt voor de

energietransitie. Oorspronkelijk was het alleen bedoeld voor de fijne

distributie van de elektriciteit naar de verbruikers. Het werkte als

een eenrichtingsweg. Vandaag de dag leveren bijna alle zonne-energiecentrales

en veel windmolens hun elektriciteit ook terug aan het

distributienet. Wat ter plaatse niet nodig is, stroomt in de tegenovergestelde

richting. Bovendien schommelt de opwekking van elektriciteit

uit hernieuwbare energieën als gevolg van de weersomstandigheden.

Zonne-energiesystemen wekken veel elektriciteit op als de

zon schijnt, en hun opbrengst daalt snel wanneer het bewolkt is. Om

ervoor te zorgen dat de distributienetwerken ook bij discontinuïteit

van de productie stabiel blijven, moeten ze verder worden ontwikkeld

tot intelligente netwerken. In zo’n ‘Smart Grid’ communiceren alle

actoren met elkaar: van de opwekking via het transport, de opslag

en de distributie tot en met de eindgebruiker. Op die manier kunnen

stroomopwekking en stroomverbruik beter op elkaar worden afgestemd

en op korte termijn worden aangepast.

Hoe een 'Smart Grid' werkt

Vereenvoudigde weergave van actoren, infrastructuur en communicatiekanalen

Transmissienetwerk,

distributienetwerk

Regeling en communicatie

Slimme meter

Elektriciteitsproductie

Conventionele en hernieuwbare energieën

Verbruikers

Particulier, industrie, handel

Handelsplatform

Energieleveringen,

-diensten, -handel

Doorvoer

Naar buurlanden van de

Mobiliteit

Auto, openbaar vervoer

Opslag

Batterijen, opslag

2010

De EU neemt een gebouwenrichtlijn aan. Vanaf 2021 dienen alle

nieuwe bouwwerken bijna-energieneutrale gebouwen te zijn.

2010

Het Duitse Energieagentschap publiceert een studie over de noodzakelijke

ontwikkeling van het elektriciteitsnet voor een aandeel van

ongeveer 40% hernieuwbare energie in Duitsland.


24 | De Duitse ‘Energiewende’

Energiezekerheid

“Met zoveel wind- en zonneenergie

kan de continuïteit van

de stroomvoorziening toch niet

meer verzekerd zijn?”

© dpa/Moravic Jakub

De Duitsers kunnen erop vertrouwen dat ook in de toekomst de levering van elektriciteit

betrouwbaar zal zijn. De Duitse energievoorziening behoort tot de beste ter wereld. In de 8.760

uren die een jaar telt, bedraagt de gemiddelde stroomuitval slechts 12,8 minuten. Deze waarde

is de afgelopen jaren zelfs verbeterd, ondanks het toenemende aandeel van wind- en zonne-energie.

Stroomonderbrekingen zijn in Duitsland heel zeldzaam

Gemiddelde uitvalduur van de elektriciteitsvoorziening in minuten, 2013

10,0 Luxemburg

11,3 Denemarken

12,8 Duitsland (2016)

15,0 Zwitserland

15,3 Duitsland (2013)

23,0 Nederland

68,1 Frankrijk

70,8 Zweden

254,9 Polen

360,0 Malta

Stroomuitval is zelden te wijten aan schommelingen in de energieproductie. Meestal komt

de oorzaak van buitenaf of wordt door menselijke fouten veroorzaakt. Dat was ook het geval

bij de laatste grotere black-out in delen van Duitsland op 4 november 2006. Oorzaak van de

urenlange stroomuitval was de opzettelijke afsluiting van een leiding. Dat leidde tot een overbelasting

van andere leidingen en tot een kettingreactie in het Europese elektriciteitsnet. Sinds

deze gebeurtenis zijn de veiligheidsmechanismen in Duitsland en de Europese buurlanden nog

verder verbeterd.

Om knelpunten te voorkomen, heeft Duitsland bijvoorbeeld een vaste reserve van extra energiecentrales

aangelegd. Ze zijn vooral in de wintermaanden belangrijk. Want in deze tijd van

het jaar is het verbruik bijzonder hoog en de Duitse windmolens produceren de meeste stroom.

Mochten de elektriciteitsnetten te zwaar worden belast, omdat er veel elektriciteit van noord

naar zuid stroomt, dan moeten in het zuiden de reservecentrales bijspringen.

2011

In het Japanse Fukushima doet zich een ernstig ongeval voor in een centrale.

Duitsland besluit tot versnelde afschaffing van kernenergie voor de opwekking van

elektriciteit tot 2022. Acht oude installaties worden onmiddellijk uitgeschakeld.

2011

De Europese Commissie publiceert de “Energy Roadmap

2050” met een langetermijnstrategie voor klimaatbescherming

en energievoorziening in Europa.


De Duitse ‘Energiewende’ | 25

© dpa/euroluftbild.de/Hans Blossey

Er zijn nu al uren dat hernieuwbare energieën een aandeel van meer

dan 60 procent in de Duitse elektriciteitsvoorziening leveren. Deze

waarden zullen in de komende jaren verder toenemen. Daarbij vullen

de verschillende hernieuwbare energieën elkaar aan. Uit modelproeven

is gebleken dat de productie van de verschillende installaties

kan worden gecombineerd en dat ze dan samen veel betrouwbaarder

elektriciteit leveren. In fasen van “donkerluwte”, d.w.z. wanneer de zon

niet schijnt én er geen wind staat, springen er flexibele conventionele

energiecentrales bij. Met name gasgestookte centrales zijn daarvoor

geschikt, maar ook pompaccumulatiecentrales en bio-energiecentrales

kunnen snel stroom leveren. Op demiddellange tot lange termijn moeten

dergelijke periodes ook door opslagfaciliteiten worden overbrugd.

Een belangrijke rol spelen de stroomverbruikers zelf. Ze kunnen

worden gestimuleerd om vooral elektriciteit te verbruiken als er veel

beschikbaar is, bijvoorbeeld in perioden met harde wind. Grootverbruikers

zoals fabrieken of koelhuizen kunnen zo het totale systeem

merkbaar ontlasten.

De belangrijke taak is het opnieuw organiseren van de elektriciteitsmarkt.

Duitsland is daartoe een hervormingsproces gestart en heeft

eerste stappen geïmplementeerd. Een belangrijk kenmerk is flexibiliteit.

Alle spelers op de elektriciteitsmarkt moeten zo goed mogelijk reageren

op de fluctuerende stroomopwekking van wind en zon. Tegelijkertijd

hebben de netwerken behoefte aan concurrentie tussen de verschillende

compensatiemogelijkheden, om de totale kosten laag te houden.

Last but not least leiden de convergentie van de voorheen gescheiden

regionale elektriciteitsmarkten in Europa en de grensoverschrijdende

netontwikkeling tot meer stabiliteit en flexibiliteit ook in Duitsland.

Hoe de productie van de hernieuwbare energieën schommelt

Elektriciteitsproductie van alle energiebronnen en stroomverbruik in Duitsland in de loop van 2017

100 GW

Elektriciteitsproductie en stroomverbruik

80 GW

60 GW

40 GW

20 GW

0 GW

Januari 17 Februari 17 Maart 17 April 17 Mei 17 Juni 17 Juli 17 Augustus 17 September 17 Oktober 17 November 17 December 17 Januari 18

Conventionele elektriciteitscentrales

Zonne-energieolar Wind onshore Wind offshore Waterkracht Biomassa

Stroomverbruik

2012

Het Kyoto-protocol wordt tijdens de klimaatconferentie

van Doha verlengd tot 2020.

2013

Duitsland neemt het eerste nationale netontwikkelingsplan

met betrekking tot de vereiste uitbreiding van het elektriciteitstransportnet

aan.


26 | De Duitse ‘Energiewende’

Opslag

Energie op

voorraad

© dpa/Hannibal Hanschke

In 2050 moet 80 procent van de stroom uit hernieuwbare energieën komen, voor het grootste

deel uit windenergie- en zonne-energie-installaties. Als dan in Duitsland plotseling de zon

niet schijnt én er geen wind staat, is er een energiesysteem nodig dat zich snel en flexibel kan

aanpassen aan dergelijke situaties. Een mogelijkheid zijn energieopslagsystemen. In tijden met

veel wind en zon kunnen ze elektriciteit opnemen. Die geven ze al naargelang de behoefte ook

in periodes van windstilte, duisternis en een bedekte hemel weer af.

De opslag in eigen huis: batterijen

Combinatie van fotovoltaïsch systeem en batterij voor eigen

verbruik en teruglevering

Natuurlijke reservoirs gebruiken:

pompaccumulatie

Opbouw van een pompaccumulatiesysteem

Fotovoltaïsch systeem

Bovenste bassin

Motor/

generator

Transformator

1.

2.

Batterijopslagsysteem

Pompturbine

Onderste bassin

Eigen verbruik:

direct gebruik van

zonne-energie of batterij

Teruglevering aan het net

van overtollige stroom

Energie opslaan

(overtollige) stroom drijft de turbine aan,

water wordt in het bovenste bassin gepompt

100.000 batterijopslagsystemen in bedrijf 9,2 GW vermogen in bedrijf, 4,5 GW in aanbouw

1.

2.

Opgeslagen energie afgeven

Water stroomt naar beneden, drijft de turbine aan,

de turbine produceert elektriciteit en levert deze aan

het net

Er zijn tal van opslagoplossingen: kortetermijn-opslagsystemen zoals accu’s, condensatoren of

vliegwielaccumulatoren kunnen binnen een dag meerdere malen elektrische energie opnemen

en afgeven. Ze bieden echter slechts een beperkte capaciteit.

Om elektriciteit over een langere periode op te slaan, worden in Duitsland vooral pompaccumulatiecentrales

gebruikt. Momenteel is ongeveer negen gigawatt pompaccumulatievermogen

aangesloten op het Duitse net, daarbij staat een deel van de installaties in Luxemburg en Oostenrijk.

Daarmee heeft Duitsland de grootste capaciteiten in de Europese Unie, maar kan deze

slechts in beperkte mate uitbreiden. Daarom wordt er intensief samengewerkt met landen die

over grote opslagvolumes beschikken. Dat zijn vooral Oostenrijk, Zwitserland en Noorwegen.

2013

De eerste volledig nieuw ontwikkelde

auto met puur elektrische aandrijving

wordt in serieproductie in Duitsland

geproduceerd.

2013

‘s werelds eerste Power-to-Gas-installatie

op industriële schaal wordt in Duitsland in

gebruik genomen.

2014

Duitsland hervormt de Duurzame Energiewet.

Deze bevat voor het eerst jaarlijkse ontwikkelingsdoelstellingen

en versnelt de marktintegratie.


De Duitse ‘Energiewende’ | 27

© Paul Langrock

Een ander alternatief om energiereserves langdurig op te slaan, zijn

drukluchtopslagsystemen. Daarbij wordt met overtollige energie lucht

in ondergrondse opslagfaciliteiten zoals zoutkoepels geperst. Indien

nodig drijft de samengeperste lucht dan een generator aan en genereert

zo opnieuw elektriciteit.

Nog veelbelovender als concept voor de opslag op lange termijn lijkt

Power-to-Gas te zijn. Daarbij wordt elektriciteit uit hernieuwbare

energieën door middel van elektrolyse omgezet in waterstof of

synthetisch aardgas. De voordelen: waterstof of aardgas kan worden

opgeslagen, direct worden gebruikt of aan het aardgasnet worden

geleverd. Ze zijn gemakkelijk te transporteren en flexibel in het

gebruik. Elektriciteitscentrales kunnen ze desgewenst weer omzetten

in elektriciteit en warmte, eindverbruikers kunnen erop koken, ermee

verwarmen er een voertuig op laten lopen.

De Duitse regering zet daarom vaart achter onderzoek en ontwikkeling,

om de kosten van energieopslag te verlagen. Sinds 2011 is er het

stimuleringsinitiatief “Speicher” (opslag). Daarnaast stimuleert de

Duitse regering sinds 2013 kleine, decentrale opslagmogelijkheden

in combinatie met fotovoltaïsche systemen. Een nieuw toepassingsgebied

voor batterijen is de snelle compensatie van relatief kleine

onevenwichtigheden in het elektriciteitsnet. Daarmee kunnen ook

elektrische auto’s die op een bepaald moment niet in gebruik zijn

een bijdrage leveren aan de stabiliteit van de stroomvoorziening. De

marktintroductie van dergelijke batterijsystemen is bedoeld om onderzoek

en innovatie te stimuleren en de kosten te verlagen.

De komende jaren zal de vraag naar elektriciteitsopslagsystemen, met

name voor de inbouw in elektrische voertuigen, toenemen. Voordelige

systeemkosten voor alle opslagtechnologieën in het elektriciteitsnet

zijn pas op lange termijn bij zeer hoge aandelen van hernieuwbare

energieën te verwachten. Op korte tot middellange termijn is het

goedkoper om in te zetten op andere maatregelen, zoals het uitbreiden

van de elektriciteitsnetten of de gerichte sturing van de productie en

het verbruik voor een efficiënt energiegebruik.

Elektriciteit omzetten naar gas

Werkingsprincipe van elektrolyse en methanisatie en mogelijke toepassingen

Overtollige productie uit

hernieuwbare energieën

Elektrolyse

Methanisatie

H 2 (waterstof)

H 2 (waterstof)

CH 4 (methaan)

H 2 (waterstof)

Aardgasnet

Gashouder

Industrieel gebruik Mobiliteit

Elektriciteitsproductie Warmtelevering

15 pilotprojecten in bedrijf, zes in aanbouw en in voorbereiding

2014

De EU stelt energie- en klimaatdoelen voor het jaar 2030 vast:

vermindering van broeikasgassen met 40 procent, aandeel

hernieuwbare energieën van ten minste 27 procent en vermindering

van het energieverbruik met ten minste 27 procent.

2014

Duitsland neemt het Nationaal Actieplan Energie-efficiëntie aan en

lanceert het “Actieplan Klimaatbescherming 2020”. Met een aandeel van

27,4 procent in het elektriciteitsverbruik zijn de hernieuwbare energieën

voor het eerst de belangrijkste energiebron in Duitsland.


28 | De Duitse ‘Energiewende’

Burgers en ‘Energiewende’

“En wat hebben de burgers

aan de energietransitie?”

De energietransitie kan alleen succesvol zijn als deze mede wordt gedragen door de bevolking.

En dat hangt in grote mate af van de vraag of energie betaalbaar blijft voor de particuliere

consumenten. De burgers kunnen echter ook rechtstreeks profiteren van de energietransitie.

Zo laten velen zich adviseren waar ze thuis de meeste energie kunnen besparen.

Wanneer ze een oud verwarmingssysteem vervangen of hun huis renoveren, maken ze

daarvoor gebruik van laagrentende leningen en overheidssubsidies. Als ze een nieuw appartement

willen huren, krijgen ze automatisch informatie over het energieverbruik en de

bijbehorende kosten. En als ze een nieuwe wasmachine, een computer of een lamp willen

kopen, zien ze op een etiket hoe energiezuinig het product is.

Hoeveel installaties zijn er in handen van de burgers?

Aandelen geïnstalleerd vermogen van hernieuwbare energieën voor de elektriciteitsopwekking naar eigenaarsgroepen

42 %

Burgers

(individuele eigenaren,

burgerenergiebedrijven, burgerparticipaties)

16 %

Elektriciteitsbedrijven

41 %

Investeerders

(institutionele en strategische beleggers)

© dpa/Westend61/Tom Chance © dpa/Bodo Marks

2015

De Wereldklimaatconferentie komt bijeen in Parijs. 195 landen

besluiten de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal

2 graden.

2016

Op 4 november treedt het akkoord van Parijs in werking. Duitsland

gooit het steunbeleid voor hernieuwbare energieën om:

Vanaf 2017 zijn er aanbestedingen voor alle technologieën.


dpa/Marc Ollivier

De Duitse ‘Energiewende’ | 29

Ook in de traditionele energiesector zijn de burgers actief. Elektriciteit

en warmte worden niet langer meer alleen maar geproduceerd door

kleine of grote elektriciteitsbedrijven, maar door de burgers zelf. Deze

bezitten zonne-energie-installaties, nemen deel in windparken of exploiteren

biogasinstallaties. Van de meer dan 1,5 miljoen fotovoltaïsche

systemen in Duitsland zijn er veel op de daken van eengezinswoningen

geïnstalleerd. Burgers nemen financieel deel in ongeveer de helft van

alle windenergie-installaties in Duitsland. In het geval van bio-energie

wordt bijna de helft van alle investeringen gedaan door boeren.

Wie niet de mogelijkheid heeft om zelf een installatie voor hernieuwbare

energie te bouwen of deze alleen te financieren, kan de handen ineenslaan

met anderen. Zo zijn er ongeveer 850 energiecoöperaties met meer

dan 180.000 leden die gezamenlijk investeren in energietransitie-projecten.

Burgers kunnen al deelnemen met bedragen vanaf 100 euro.

Daarnaast kunnen burgers op verschillende manieren inspraak hebben

bij de concrete uitvoering van de energietransitie. Ze kunnen hun

bezwaren en wensen kenbaar maken als er in hun streek bijvoorbeeld

een nieuw windpark wordt gepland. Bijzonder intensief betrokken zijn

ze bij de geplande stroomtracé’s die grote hoeveelheden elektriciteit

dwars door heel Duitsland moeten transporteren. Daarbij hebben de

burgers al bij het bepalen van de vereiste netuitbreiding inspraak en

kunnen hun standpunt kenbaar maken. Ook alle verdere planningsfasen

tot en met de beslissing over het concrete verloop van het tracé

vinden plaats met inspraak van het publiek. Bovendien worden de

burgers al vóór de start van de formele procedures door het Duitse

Netwerkagentschap (‘Bundesnetzagentur’) en de netbeheerders uitvoerig

geïnformeerd over de tracéprojecten.

Aangevuld worden deze activiteiten door het initiatief “burgerdialoog

elektriciteitsnet”. Dit is met burgerkantoren en dialoogaanbiedingen

direct present in de regio’s, waarin uitbreidingsprojecten zijn gepland en

biedt permanente aanspreekpunten voor alle kwesties in verband met de

netontwikkeling. Deze vroegtijdige gedachtewisseling maakt het mogelijk

energieprojecten beter uit te voeren en het draagvlak ervan te vergroten.

Hoe kunnen burgers thuis profiteren van de energietransitie?

Selectie van mogelijkheden voor energie-efficiëntie en gebruik van hernieuwbare energieën aan de hand van het

voorbeeld van een eengezinswoning uit de jaren zeventig

-13 % energie

Dakisolatie

60–70 % van het eigen verbruik (elektriciteit)

Zonne-energie-installatie met batterij-opslagsysteem

-10 % energie

Driedubbele beglazing

-22 % energie

Gevelisolatie

-80 % energie

LED-verlichting in plaats van gloeilampen

-5 % energie

Isolatie keldervloer

-15 % energie

Modernisering van de verwarmingsinstallatie

100 % van het eigen verbruik (warmte)

Warmtepomp voor verwarming en warm water

2018

De Raad en het Parlement van de Europese Unie bereiken overeenstemming

over een verordening voor een administratief systeem ter ondersteuning van

de ontwikkeling en het gebruik van hernieuwbare energieën in de EU.


30 | De Duitse ‘Energiewende’

Woordenlijst

Aanbesteding

Sinds 2017 worden de subsidietarieven voor

nieuwe windparkprojecten of grote fotovoltaïsche

installaties via aanbestedingen vastgesteld.

Daarbij worden meerdere projecten

tegelijkertijd aanbesteed en potentiële geïnteresseerden

brengen voor de verschillende

projecten een bod uit ter hoogte van de aanvangsvergoeding.

In plaats van een wettelijk

vastgelegde vergoeding wordt zo een eerlijke

marktprijs voor elektriciteit uit hernieuwbare

energieën vastgesteld. Om de gang van zaken

te testen en te optimaliseren, waren er in 2015

al drie aanbestedingsrondes voor grote fotovoltaïsche

projecten.

Batterij

Batterijen zijn chemische opslagmiddelen

voor elektrische ladingen. Wanneer er een

stroomcircuit op wordt aangesloten, ontladen

ze en vloeit er stroom. Oplaadbare batterijen

zoals die in elektrische auto’s en mobiele

telefoons worden toegepast, heten accumulatoren

of kortweg accu. Ook in combinatie

met hernieuwbare energieën, bijvoorbeeld bij

fotovoltaïsche installaties, worden oplaadbare

batterijen gebruikt. Hier heten ze dan batterij-opslagsysteem.

Batterijen kunnen slechts

een door hun capaciteit (gemeten in ampère-uren

– Ah) beperkte hoeveelheid elektrische

lading opnemen.

Bijna-energieneutraal huis

Met bijna-energieneutrale huizen worden

bouwwerken bedoeld die bijzonder weinig

energie verbruiken. In de Europese Unie moeten

alle nieuwe gebouwen vanaf 2021 aan een

gelijknamige standaard voldoen. Voor openbare

instellingen geldt de richtlijn al vanaf 2019.

In Duitsland mag de primaire energiebehoefte

van dergelijke huizen per jaar niet meer dan

40 kWh per vierkante meter bedragen.

Brandstofcel

Brandstofcellen zijn kleine energiecentrales

die chemische energie omzetten in elektrische

energie en op deze manier stroom opwekken.

Ze worden bijvoorbeeld gebruikt om een

elektrisch voertuig aan te drijven of in regio’s

zonder elektriciteitsnet toegepast. Vaak zijn als

grondstof alleen waterstof en zuurstof nodig.

Bij deze vorm van energiewinning ontstaan

geen klimaatschadelijke gassen, maar alleen

waterdamp. De waterstof die nodig is voor

de opwekking van elektriciteit kan worden

geproduceerd met elektriciteit uit hernieuwbare

energieën (zie Power-to-Gas). Maar er zijn

ook brandstofcellen die andere grondstoffen

gebruiken, zoals methanol.

Broeikasgassen

Broeikasgassen veranderen de atmosfeer op

zo’n manier dat de zonnestralen die door het

aardoppervlak worden gereflecteerd niet terug

de ruimte in stralen, maar opnieuw worden

gereflecteerd in de atmosfeer en terug worden

geworpen naar de aarde. Op deze manier leveren

ze een belangrijke bijdrage aan de opwarming

van de aarde. Dit effect is vergelijkbaar

met het principe van een broeikas, de aarde

warmt op. Het bekendste broeikasgas is kooldioxide,

dat voornamelijk wordt geproduceerd

door de verbranding van fossiele brandstoffen

zoals olie, gas en steenkool. Andere broeikasgassen

zijn bijvoorbeeld methaan en chloorfluorkoolwaterstoffen

(CFK’s).

Bruto elektriciteitsverbruik

Om het bruto elektriciteitsverbruik van een

land te bepalen, wordt de in dat land opgewekte

elektriciteit opgeteld bij de invoer van

elektriciteit uit het buitenland. Op dit bedrag

wordt de hoeveelheid uitgevoerde elektriciteit

in mindering gebracht.

In het land opgewekte elektriciteit

+ geïmporteerde elektriciteit

- geëxporteerde elektriciteit

----------------------------------------------

= bruto elektriciteitsverbruik

Carsharing

Bij autodelen delen meerdere gebruikers een

voertuig. In de regel worden ze daarvoor klant

van een bedrijf dat eigenaar is van de voertuigen.

Als ze een auto nodig hebben, kunnen ze

die huren. In tegenstelling tot de traditionele

autoverhuur is bij autodelen ook een zeer

kortstondig gebruik mogelijk en een boeking

van bijvoorbeeld 30 minuten. Veel gemeenten

hebben geprivilegieerde parkeerplaatsen voor

autodelen ingericht. Ook kunnen ze busstroken

vrijgeven voor autodelen.

CO 2

-equivalent

Het CO 2

-equivalent is een vergelijkend cijfer

voor de effecten van een chemische verbinding

op het broeikaseffect, meestal over een periode

van 100 jaar bekeken. Daarbij wordt kooldioxide

(CO 2

) op één gesteld. Als een stof een

CO 2

-equivalent van 25 heeft, dan is de uitstoot

van één kilogram van dit materiaal 25 keer zo

schadelijk als de uitstoot van één kilogram

(CO 2

). Belangrijk: het CO 2

-equivalent zegt niets


De Duitse ‚Energiewende‘ | 31

over de werkelijke bijdrage van een verbinding

aan de klimaatverandering.

Condensatoren

Condensatoren kunnen stroom gedurende

korte tijd opslaan. Een condensator bestaat

uit twee componenten, bijvoorbeeld metalen

kogels of platen. De ene component is positief

geladen, de andere negatief. Als beide met

elkaar worden verbonden, vloeit er stroom tot

de ladingen in evenwicht zijn.

Donkerluwte

Fasen waarin windkracht- en fotovoltaïsche

installaties geen elektriciteit kunnen leveren,

worden wel ‘donkerluwte’ genoemd. Een

extreem geval zouden windstille, bewolkte

nachten bij nieuwe maan zijn. In dergelijke

fasen moeten andere energiebronnen of moet

eerder opgeslagen energie bijspringen om aan

de vraag naar elektriciteit te voldoen.

Drukluchtopslag

Bij een drukluchtopslag wordt elektrische energie

gebruikt om lucht onder druk op te slaan in

een ondergronds grottensysteem. De samengeperste

lucht kan indien nodig via een turbine

worden afgelaten en daarbij elektriciteit

opwekken. Tot nu toe wordt deze technologie

nauwelijks gebruikt. Ze geldt echter als een optie

om overtollige elektriciteit uit hernieuwbare

energieën op te slaan. Als veilige formaties voor

de reservoirs gelden uitgeholde, luchtdichte

zoutkoepels. Bij de installatie ervan moeten

een aantal geologische uitdagingen worden

overwonnen. Want mocht het systeem achteraf

onstabiel blijken te zijn, dan zijn er geen mogelijkheden

om het alsnog te stabiliseren. Ook

mag de spanningstoestand van het omringende

gesteente niet worden verstoord.

Duurzame-energietoeslag/omslagsysteem

Alle elektriciteitsverbruikers in Duitsland

financieren de extra kosten voor elektriciteit

uit hernieuwbare energieën overeenkomstig

de Duurzame Energiewet (EEG) via een toeslag

die over de stroomprijs wordt geheven. De

hoogte van de toeslag resulteert uit het verschil

tussen de vergoedingen die aan de exploitanten

worden betaald en de inkomsten uit de verkoop

van de elektriciteit op de energiebeurs. Bedrijven

met een zeer hoge elektriciteitsbehoefte

hoeven niet de volledige toeslag te betalen.

Eindenergieverbruik

Onder eindenergie wordt het deel van de energie

verstaan dat daadwerkelijk bij de verbruiker

aankomt. Factoren als leidingverliezen of verliezen

als gevolg van het rendement van energiecentrales

zijn in dit cijfer buiten beschouwing

gelaten. Ontstaan er bij de verbruiker zelf

daarentegen verliezen, bijvoorbeeld door de

warmteontwikkeling van een netvoeding, dan

worden deze wel tot het eindenergieverbruik

gerekend.

Elektriciteitsnet – Ultrahoogspanningsnet –

Distributienet

Het elektriciteitsnet is de transportroute voor

elektrische stroom. In Duitsland en in veel andere

landen bestaat het elektriciteitsnet uit vier

soorten trajecten die met verschillende spanningsniveaus

werken: ultrahoge spanning (220

of 380 kV), hoogspanning (60 kV tot 220 kV),

middenspanning (6 tot 60 kV) en laagspanning

(230 of 400 V). Het laagspanningsnet bedient

zowel afnemers als particuliere huishoudens.

Ultrahoogspanningsnetten werken op ongeveer

de duizendvoudige spanning, ze transporteren

grote hoeveelheden elektriciteit over

lange afstanden. Met hoogspanning wordt de

stroom verder gedistribueerd naar de netwerken

met middelhoge of lage spanning. Middenspanningsnetten

verdelen de elektriciteit

verder, maar leveren ook aan grote afnemers

zoals de industrie en ziekenhuizen. Particuliere

huishoudens betrekken hun elektriciteit uit het

laagspanningsnet.

Emissiehandel

CO 2

-emissies hebben in Europa een marktwaarde.

De energiesector en grote delen van de

industrie moeten voor elke ton broeikasgassen

die ze uitstoten certificaten hebben. Als ze er

te weinig hebben, moeten ze deze op gespecialiseerde

beurzen inkopen. Besparen ze op

emissies, dan kunnen ze overtollige certificaten

verkopen. Aangezien de totale hoeveelheid beschikbare

certificaten van jaar tot jaar afneemt,

worden bedrijven gestimuleerd om te investeren

in energiebesparende maatregelen of om

andere, minder klimaatschadelijke energieën te

gebruiken.

Energie-efficiëntie

De energie-efficiëntie geeft aan hoe hoog het

voordeel is afhankelijk van de gebruikte energie

of hoeveel energie iemand moet gebruiken om

een bepaald voordeel te behalen. Hoe hoger

de energie-efficiëntie, des te minder energie er

nodig is om het voordeel te behalen. Een ge-


32 | De Duitse ‘Energiewende’

bouw met een hoge energie-efficiëntie vereist

bijvoorbeeld minder energie voor verwarming

of koeling dan een identiek gebouw met een

lage energie-efficiëntie. Industriële productie

en verkeer zijn andere sectoren waarin energie-efficiëntie

steeds belangrijker wordt. Voor

bedrijven zijn energie-efficiëntiemaatregelen

interessant als ze daarmee meer geld besparen

dan de implementatie heeft gekost. Ook

particuliere consumenten kunnen bijdragen

aan het besparen van energie door bijzonder

energie-efficiënte apparaten te gebruiken. In

veel landen worden koelkasten, televisies, wasmachines,

etc. voorzien van een verbruikslabel,

waarmee u snel kunt zien hoe energiezuinig

het apparaat is.

Energiecoöperaties

Coöperaties zoals we die vandaag de dag in

Duitsland kennen, zijn een inmiddels gekend

concept uit de 19e eeuw. Friedrich Wilhelm

Raiffeisen en Hermann Schulze-Delitzsch

richtten tegelijkertijd de eerste Duitse coöperaties

op. Meerdere personen met dezelfde

economische belangen bundelen hun krachten

en krijgen zo meer marktmacht, bijvoorbeeld

in de vorm van een inkoopcoöperatie. Deze

bijzondere ondernemingsvorm is in Duitsland

in een aparte wet geregeld. Coöperaties

bestaan al lang in de energiesector. Aan het

begin van de elektrificatie in Duitsland waren

met name de plattelandsgebieden niet in staat

om gelijke tred te houden met de grote steden

en richtten energiecoöperaties op om zichzelf

van elektriciteit te voorzien. Sommige van

deze energiecoöperaties bestaan vandaag de

dag nog steeds. In het kader van de energietransitie

beleefde het coöperatieve model een

renaissance. De meerderheid van de betrokkenen

zijn particulieren die bijvoorbeeld de bouw

van zonne-energieinstallatie of windmolens

financieren.

Energieproductiviteit

De energieproductiviteit geeft aan welke macro-economische

waarde (deel van het bruto

binnenlands product) er per gebruikte energie-eenheid

wordt gegenereerd. Gerelateerd

aan een nationale economie wordt de primaire

energie als basis voor de berekening gebruikt.

Europese binnenmarkt

De lidstaten van de Europese Unie vormen een

binnenmarkt. Deze binnenmarkt garandeert

het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal

en in beperktere mate ook van personen

over de nationale grenzen heen. Over goederen

en diensten worden bijvoorbeeld bij het overschrijden

van de grens geen douanerechten

of andere belastingen geheven. Ook elektriciteit,

gas en olie stromen van het ene land

naar het andere. De bestaande infrastructuur

van elektriciteits- en gasleidingen is echter

tot nu toe nog niet voldoende om een goed

functionerende Europese binnenmarkt voor

energie te waarborgen. Ook is er nog steeds

behoefte aan een uniforme, grensoverschrijdende

regelgeving. Beide moeten de komende

jaren echter worden bereikt, om te zorgen voor

evenwichtige elektriciteitsprijzen in de EU en

de energiezekerheid te vergroten.

Hernieuwbare energieën

Tot de hernieuwbare energieën behoren windenergie,

zonne-energie (fotovoltaïsche energie,

thermische zonne-energie), geothermische

energie, biomassa, waterkracht en oceaanenergie.

Bij waterkracht wordt er deels onderscheid

gemaakt: de kleine waterkracht wordt in veel

statistieken tot de hernieuwbare energieën

gerekend, grote waterkrachtcentrales vanaf

een geïnstalleerd vermogen van 50 megawatt

of meer worden veelal niet meegerekend.

In tegenstelling tot conventionele energiebronnen

zoals steenkool, olie, gas en kernenergie

verbruiken hernieuwbare energieën

bij de opwekking van elektriciteit geen eindige

grondstoffen. Biomassa is een uitzondering.

Deze wordt alleen als klimaatneutraal beschouwd

als er niet meer grondstoffen worden

verwerkt dan er in dezelfde periode weer

bijgroeien.

Geothermie is steeds weer onderwerp van

kritiek. De geologische ingrepen kunnen onder

andere aardbevingen veroorzaken of ertoe

leiden dat de grond zo ver omhoog komt dat

gebouwen erboven onbewoonbaar worden.

Kyoto-protocol

In 1997 hebben de lidstaten van het Raamverdrag

van de Verenigde Naties inzake

klimaatverandering (UNFCCC) in Kyoto (Japan)

overeenstemming bereikt over streefwaarden

voor de vermindering van broeikasgasemissies

tot het jaar 2012. Referentiejaar is de stand

in 1990. Meer dan 190 staten hebben het

verdrag geratificeerd. Op de VN-conferentie

over klimaatverandering in Doha is een tweede

verbintenisperiode tot 2020 overeengekomen.

Het Kyoto-protocol is een voorloper van het

klimaatakkoord van Parijs van december 2015,

waarin de inmiddels 196 UNFCCC-staten zijn

overeengekomen de opwarming van de aarde te

beperken tot minder dan twee graden Celsius.

Ontwikkelingscorridor

Ontwikkelingscorridors zorgen ervoor dat

de uitbreiding van hernieuwbare energieën

voorspelbaarder is, de integratie in het elektriciteitsnet

succesvoller is en de extra kosten

voor de consument beheersbaar blijven. Voor

elke hernieuwbare-energietechnologie is in

de Duurzame Energiewet een aparte doelcorridor

gedefinieerd. Als de nieuw geïnstalleerde

capaciteit in het ene jaar de bovengrens

overschrijdt, gelden in het volgende jaar lagere

subsidiepercentages. Als er minder wordt

gebouwd dan volgens de corridor gewenst is,


De Duitse ‚Energiewende‘ | 33

zal de verlaging van de subsidietarieven lager

uitvallen of deze wordt helemaal geschrapt.

Pelletverwarming

Houtpellets zijn kleine bolletjes of staafjes van

geperste houtsnippers of zaagsel. Ze worden in

speciale kachels opgestookt. Omdat ze gecomprimeerd

zijn, hebben ze een hoge energiedichtheid,

maar hebben minder opslagruimte nodig

dan bijvoorbeeld brandhout. Houtpelletverwarmingssystemen

zijn klimaatneutraal, omdat

bij de verbranding slechts zoveel kooldioxide

vrijkomt als eerder in de plant is gebonden.

Pompaccumulatoren

Pompaccumulatoren of pompaccumulatiecentrales

zijn een beproefde technologie voor de

opslag van energie. Daarbij wordt overtollige

elektriciteit uit het net gebruikt om water in

een hoger reservoir te pompen. Als er extra

elektriciteit nodig is, stroomt het water terug

en wordt er een turbine aangedreven die elektriciteit

opwekt.

Power-to-Gas (elektrolyse, methanisatie)

Power-to-Gas is een technologie, waarmee

overtollige elektrische energie op lange termijn

kan worden opgeslagen. In een tweefasenproces

wordt met de elektriciteit een gas

geproduceerd, dat in gashouders kan worden

opgeslagen en via het gasnetwerk kan worden

gedistribueerd. In de eerste fase wordt de

stroom gebruikt om door middel van elektrolyse

water in zuurstof en waterstof te splitsen.

De geproduceerde waterstof kan in beperkte

hoeveelheden rechtstreeks aan het gasnet

worden geleverd of in een tweede stap (methanisatie)

in een ander gas worden omgezet.

Bij de methanisatie worden uit waterstof met

toevoeging van kooldioxide methaan en water

gevormd. Methaan is het hoofdbestanddeel

van aardgas en kan probleemloos aan het

gasnet worden geleverd.

Primaire energie/primair energieverbruik

De primaire energie is de som van uit energiebronnen

als steenkool, olie, zon of wind

beschikbare energie. Bij de omzetting naar de

eindenergie (zie Eindenergie) treden meer of

minder hoge verliezen op, afhankelijk van de

oorspronkelijke energiebron, bijvoorbeeld bij

de opwekking en het transport van elektriciteit.

Daarom is het primaire energieverbruik

altijd hoger dan het eindenergieverbruik.

Radioactief afval

Radioactief afval ontstaat onder andere wanneer

kernenergie wordt gebruikt om elektriciteit

op te wekken. Daarbij worden radioactieve

materialen in splijtstofstaven opgesplitst

in andere materialen. Deze kunnen op een

bepaald moment niet meer verder worden

gebruikt, maar zijn desondanks nog steeds

radioactief. In het begin zijn dit isotopen van

de elementen uranium, plutonium, neptunium,

jodium, cesium, strontium, americium, kobalt

en andere. In de loop van de tijd ontstaan er bij

het doorlopen van de vervalsreeksen nog meer

radioactieve stoffen. Dit afval moet gedurende

een lange periode veilig worden opgeslagen

om schade aan mens en natuur te voorkomen.

Hoogradioactief afval moet minstens een

miljoen jaar veilig worden opgeslagen. Middelradioactief

afval vereist minder, laagradioactief

afval nauwelijks beschermende maatregelen.

Maar ook deze moeten langdurig en veilig

worden opgeslagen.

Renovatie van gebouwen

Bij een energetische renovatie van gebouwen

worden zwakke plekken, waar meer energie

verloren gaat dan volgens de huidige stand van

de techniek nodig is, geëlimineerd. Mogelijke

verbeteringsmaatregelen zijn bijvoorbeeld de

isolatie van muren en daken of nieuwe, warmte-isolerende

ramen. Een volgende stap is de

modernisering van de verwarmingsinstallatie.

Reserve-elektriciteitscentrale

Reserve-elektriciteitscentrales springen bij als

er zich plotselinge knelpunten in de stroomvoorziening

voordoen. Omdat ze snel moeten

kunnen worden opgestart en stilgelegd, zijn

hiervoor vooral gasgestookte elektriciteitscentrales

geschikt.

Smart Grid

Een Smart Grid is een elektriciteitssysteem,

waarin alle componenten met elkaar communiceren,

van de producent via leidingen en

opslagsystemen tot en met de consument. Dit

wordt via geautomatiseerde, digitale gegevensoverdracht

gewaarborgd. De snelle communicatie

helpt om knelpunten en overproductie

van elektriciteit te voorkomen en de energievoorziening

aan te passen aan de behoeften

van alle betrokken partijen. Met name de

onregelmatige teruglevering van elektriciteit

uit hernieuwbare energieën vereist dergelijke

oplossingen. Tegelijkertijd maken Smart Grids

het mogelijk om via flexibele elektriciteitsprijsmodellen

de vraag te sturen.


34 | De Duitse ‘Energiewende’

Teruglevertarief

De Duurzame Energiewet garandeert de

exploitanten van wind- of zonne-energiecentrales

gedurende een bepaalde periode een

minimumvergoeding voor de geproduceerde

elektriciteit. Bepalend voor de hoogte van de

vergoeding is het jaar van inbedrijfstelling. De

vergoeding daalt van jaar tot jaar, aangezien

door de technische vooruitgang en de bredere

toepassing van de technologieën de investeringskosten

steeds verder kunnen worden

verlaagd. In Duitsland zal in de komende jaren

de aanbestedingsprocedure (zie Aanbesteding)

in de plaats komen van de huidige vaste teruglevertarieven.

Vliegwielaccumulatoren

Vliegwielaccumulatoren kunnen kortstondig

overtollige elektriciteit uit het net opnemen.

De elektrische energie wordt daarbij mechanisch

opgeslagen. Een elektromotor drijft een

vliegwiel aan. De elektrische energie wordt

omgezet in rotatie-energie. Om deze terug

te winnen, drijft het wiel indien nodig een

elektromotor aan. Net als accu’s en batterijen

zijn vliegwielen ook geschikt voor een modulaire

opbouw. Het technische basisprincipe is al

sinds de Middeleeuwen bekend, zij het destijds

nog niet in combinatie met elektrische stroom.

Vliegwielen zijn in het bijzonder geschikt om

een kortstondige piekproductie op te nemen,

om deze snel weer terug te leveren aan het net.

Warmtepomp

Warmtepompen absorberen thermische energie

uit de omgeving, bijvoorbeeld uit diepere

bodemlagen. Deze warmte wordt gebruikt om

warm water te produceren of om het gebouw

te verwarmen. De daarvoor benodigde elektriciteit

kan worden opgewekt met hernieuwbare

energieën. Op hetzelfde principe gebaseerd is

de koelkast, die weliswaar binnenin koelt, maar

naar buiten toe warmte afgeeft.


Lijst van bronnen

AG Energiebilanzen e.V. (2017):

Energieverbrauch in Deutschland im Jahr 2016.

Agora Energiewende (2017): Agorameter –

Stromerzeugung und Stromverbrauch.

Auswärtiges Amt (2015): Rede von Frank-

Walter Steinmeier zur Eröffnung des Berlin

Energy Transition Dialogue 2015.

BMWi und BMBF: Energiespeicher –

Forschung für die Energiewende.

Bundesamt für Strahlenschutz (2016):

Kernkraftwerke in Deutschland:

Meldepflichtige Ereignisse seit Inbetriebnahme.

Bundesministerium für Umwelt, Naturschutz,

Bau und Reaktorsicherheit (2015):

Atomenergie – Strahlenschutz.

Bundesministerium für Umwelt, Naturschutz

und nukleare Sicherheit (2018): Klimaschutz

in Zahlen.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2014): Die Energie der Zukunft.

Erster Fortschrittsbericht zur Energiewende.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2014): Zweiter Monitoring-Bericht

„Energie der Zukunft“.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2015): Die Energie der Zukunft.

Fünfter Monitoringbericht zur Energiewende.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2015): Eckpunkte Energieeffizienz.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2015): Erneuerbare Energien

in Zahlen. Nationale und Internationale

Entwicklung im Jahr 2014.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2015): EU-Energieeffizienz-Richtlinie.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2016): Bruttobeschäftigung durch

erneuerbare Energien in Deutschland und

verringerte fossile Brennstoffimporte durch

erneuerbare Energien und Energieffizienz.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2016): Energiedaten: Gesamtausgabe.

Stand November 2016.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2016): Erneuerbare Energien auf

einen Blick.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2017): Energieeffizienz zahlt sich für

deutsche Haushalte aus.

Bundesministerium für Wirtschaft und

Energie (2018): Energie der Zukunft – Sechster

Monitoringbericht zur Energiewende.

Bundesnetzagentur (2015): EEG-Fördersätze

für PV-Anlagen. Degressions- und Vergütungssätze

Oktober bis Dezember 2015.

Bundesnetzagentur (2017): EEG in Zahlen.

Bundesnetzagentur; Bundeskartellamt (2016):

Monitoringbericht 2016.

Bundesregierung (2015): Die Automobilindustrie:

eine Schlüsselindustrie unseres

Landes.

Bundesverband CarSharing (2018):

Aktuelle Zahlen und Daten zum CarSharing in

Deutschland.

Bundesverband der Energie- und Wasserwirtschaft

(2014): Stromnetzlänge entspricht

45facher Erdumrundung.

Bundesverband der Energie- und Wasserwirtschaft

e.V. (2016): BDEW zum Strompreis der

Haushalte. Strompreisanalyse Mai 2016.

Council of European Energy Regulators (2015):

CEER Benchmarking Report 5.2 on the

Continuity of Electricity Supply – Data update.

BSW-Solar (2018): Meilenstein der Energie -

wende: 100.000ster Solarstromspeicher

installiert.

Deutsche Energie Agentur GmbH (2012):

Der dena-Gebäudereport 2012. Statistiken

und Analysen zur Energieeffizienz im

Gebäudebestand.

Deutsche Energie Agentur GmbH (2018):

Der dena-Gebäudereport 2018. Statistiken

und Analysen zur Energieeffizienz im

Gebäudebestand.

Deutsche Energie-Agentur (2013): Power to

Gas. Eine innovative Systemlösung auf dem Weg

zur Marktreife.

Deutsche Energie-Agentur (2015):

Pilotprojekte im Überblick.

Deutscher Bundestag (2011): Novelle des

Atomenergiegesetzes 2011.

DGRV – Deutscher Genossenschafts- und

Raiffeisenverband e.V. (2014): Energiegenossenschaften.

Ergebnisse der Umfrage

des DGRV und seiner Mitgliedsverbände.

EnBW (2015): Pumpspeicherkraftwerk Forbach

– So funktioniert ein Pumpspeicherkraftwerk.

Energy Information Administration (2018):

International Energy Statistics.

entsoe (2014): 10-year Network Development

Plan 2014.

European Environment Agency (2016):

Annual Euro pean Union greenhouse gas

inventory 1990-2014.


36 | De Duitse ‘Energiewende’

Filzek, D., Göbel, T., Hofmann, L. et al. (2014):

Kombikraftwerk 2 Abschlussbericht.

GWS (2013) Gesamtwirtschaftliche Effekte

energie- und klimapolitischer Maßnahmen der

Jahre 1995 bis 2012.

Heinrich-Böll-Stiftung (2018):

Energieatlas 2018.

IEA (2016): World Energy Outlook 2016

Summary, November 2016.

Intergovernmental Panel on Climate Change

(2014): Climate Change 2014. Synthesis Report.

International Renewable Energy Agency

(2015): Renewable Power Generation Costs

in 2014.

IRENA (2015): Renewable power generation

cost in 2014.

KfW (2015): Energieeffizient bauen und

sanieren. KfW-Infografik.

Kraftfahrt-Bundesamt (2018): Fahrzeugbestand

in Deutschland.

Merkel, A. (2015): Rede von Bundeskanzlerin

Merkel zum Neujahrsempfang des Bundesverbands

Erneuerbare Energie e.V. (BEE) am

14. Januar 2015.

Ratgeber Geld sparen (2015):

Kühlschrank A+++ Ratgeber und Vergleich.

Stand November 2015.

REN21 (2017): Renewables 2017. Global Status

Report. 2017.

Statistische Ämter des Bundes und der Länder

(2014): Gebiet und Bevölkerung – Haushalte.

Statistisches Bundesamt (2017):

Bevölkerungsstand.

Statistisches Bundesamt (2018):

Bruttoinlandsprodukt 2017 für Deutschland.

Statistisches Bundesamt (2015): Preise.

Erzeugerpreise gewerblicher Produkte (Inlandsabsatz)

Preise für leichtes Heizöl, schweres

Heizöl, Motorenbenzin und Dieselkraftstoff.

Lange Reihen.

Statistisches Bundesamt (2015): Umsätze

in der Energie-, Wasser- und Entsorgungswirtschaft

2013 um 1,6% gesunken.

Statistisches Bundesamt: Umweltökonomische

Gesamtrechnungen, Werte für 2015 unter

https://www.destatis.de/

trend:reseach Institut für Trend- und

Marktforschung, Leuphana Universität

Lüneburg (2013): Definition und Marktanalyse

von Bürgerenergie in Deutschland.

Umweltbundesamt (2015): Emissionsberichterstattung

Treibhausgase Emissionsentwicklung

1990-2013 – Treibhausgase.

Umweltbundesamt (2015): Nationale Trendtabellen

für die deutsche Berichterstattung

atmosphärischer Emissionen 1990-2013.

Umweltbundesamt (2015): Presseinfo

14/2015: UBA-Emissionsdaten 2014 zeigen

Trendwende beim Klimaschutz.

Umweltbundesamt (2016): Treibhausgas-

Emissionen in Deutschland.

Umweltbundesamt (2016): UBA-Emissionsdaten

für 2015 zeigen Notwendigkeit für

konsequente Umsetzung des Aktionsprogramms

Klimaschutz 2020.

Umweltbundesamt/Arbeitsgemeinschaft

Energiebilanzen (2018):

Indikator Energieverbrauch.

Zetsche, D. (2009): Rede auf dem World

Mobility Forum in Stuttgart, Januar 2009.


© dpa/Catrinus Van Der Veen

Colofon

Auswärtiges Amt

Werderscher Markt 1

10117 Berlin

Tel.: +49 30 1817-0

www.diplo.de

Redactie/opmaak

Edelman.ergo GmbH, Berlin

Diamond media GmbH, Neunkirchen-Seelscheid

More magazines by this user
Similar magazines