ROM_2020_01

cedgroep94612

ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE #1 FEBRUARI 2020, JAARGANG 43

‘DE PABO

BEPAALT NIET

MEER’

ERIK PUNT, HOGESCHOOL

ROTTERDAM

Sterk Techniekonderwijs

Schooltuinen

Iedereen

digivaardig

nderbouwd aan de slag met leerproblemen

Onderbouwd: Schrijfonderwijs inzetten bij álle vakken


VAN DE REDACTIE

Inhoud

Taal of ICT?

04 STERKER DOOR SPORT

YETS houdt jongeren op het juiste pad

Toen was er ineens die ‘nieuwe ROC-topman’ (niet in Rotterdam)

zoals AD het verwoordde en die vond taal maar een onbelangrijk

dingetje. Nederlands, Engels, rekenen, wat had je daar nou aan?

Praktische vaardigheden moet je leren, want daar zitten bedrijven

op te wachten.

Het toeval wil dat twee artikelen in deze ROM-editie gaan over een

taalvak (blz. 8 en 20), dus behorend tot die vermaledijde generieke

vakken die de heer Spronk van ROC Midden-Nederland naar de archiefkast

wil verbannen. Daarnaast handelen twee artikelen over

opleiden voor en werken met ICT en alles wat maar digitaal is (blz.

12 en 26). Die gaan bij uitstek over praktische vaardigheden, zou

je denken.

Hoe verhouden deze onderwerpen zich tot elkaar? Kijken we naar

het profiel MVI van de G.K. van Hogendorpschool en wat leerlingen

daar leren, dan zien we de volgende voorbeelden genoemd worden:

een eigen website bouwen, een filmlogo ontwerpen (de leerling

houdt van ‘werken met letters’) en T-shirts bedrukken. Dit zijn nou

net dingen waar je behoorlijk taalvaardig voor moet zijn. Want een

website succesvol laten zijn, betekent ook precies de goede teksten

op de pagina’s zetten, een inzichtelijk site-menu bedenken en de

bezoeker op precies de juiste toon aanspreken. Wie geen goede

taalbasis heeft bakt hier niets van. En als je een filmlogo ontwerpt

of een t-shirt bedrukt en er blijkt een spelfout in te staan, of een

verkeerde vertaling naar het Engels – de taal die anno 2020 iedereen

eigenlijk perfect zou moeten beheersen – dan kun je het ook

wel schudden met je bedrijf. Taal afserveren als iets onbelangrijks

kan dus niet, mag niet. Het is de basis voor zowat alles wat we doen.

Daarom is bijvoorbeeld meer aandacht voor goed leren schrijven van

teksten – een ondergeschoven kindje in het Nederlandse taalonderwijs

– juist zeer aan te bevelen zoals we in de rubriek Onderbouwd

kunnen lezen. Daarnaast verdienen ook de digitale vaardigheden

(infographic op blz. 19) alle aandacht. Die dus niet kunnen bestaan

zonder goede kennis van de taal.

Voor iedereen

10 MIJN VAK

Pabo-docent Erik Punt

18 4X

Tips voor de schooltuin

19 INFOGRAPHIC

Digitale vaardigheden

24 3 BOEKEN

Wanneer krijgen we weer les? Het onderwijsvragenboek.

Jij kan het ook!

26 ROTTERDAM DIGIVAARDIG

IT Campus speelt in op vraag naar IT’ers

30 COLUMN ANNE-MARIE

Loser

31 WHAT’S MORE?

Online lees je meer

32 DUBBELPORTRET

Tips en tops voor Melanchton Kralingen

PAUL DE MAAT, HOOFDREDACTEUR

08 ONDERBOUWD

Gert Rijlaarsdam over schrijfonderwijs


Jonge Kind

16 DIT IS MIJN KLAS

Martijn de Groot van sportieve

basisschool De Plevier

22 OPLEIDEN IN SAMENHANG

Betrokkenen over hun ervaring met BOSS

28 INTERPROFESSIONELE STAGE

Pilot zorgt voor samenwerkende stagiaires

14 KUNSTKABEL

Montessori Mavo exposeert in Mono

VO en MBO

04 STERKER DOOR SPORT

YETS houdt jongeren op het juiste pad

06 QUOTES

Omgaan met straatcultuur

12 BASIC SKILLS

G. K. van Hogendorp biedt profiel Media,

Vormgeving en ICT

14 KUNSTKABEL

Montessori Mavo exposeert in Mono

20 EINDEXAMEN IN JE MOEDERTAAL

Turks en Arabisch op het Avicenna College

WWW.ROMNIEUWS.NL

Blijf op de hoogte van Rotterdams onderwijsnieuws en

abonneer je op onze nieuwsbrief.

28 INTERPROFESSIONELE STAGE

Pilot zorgt voor samenwerkende stagiaires

Volg het ROM! N @romnieuws twitter.com/romnieuws M facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

COLOFON ROTTERDAMS ONDERWIJS MAGAZINE ONAFHANKELIJK VOORLICHTINGS- EN OPINIEBLAD VOOR ONDERWIJS, EDUCATIE EN OPLEIDING IN ROTTERDAM.

GRATIS VOOR PERSONEEL VAN HET ROTTERDAMSE ONDERWIJS | 43E JAARGANG NR. 1 FEBRUARI 2020 | ISSN 1386, VERSCHIJNT VIJF KEER PER JAAR, OPLAGE 7000 |

UITGAVE CED-GROEP | Redactieraad Machiel de Jong, Irene van Kesteren, Els Maasdam, Tim van der Korput, Paul de Maat (hoofd- en eindredactie) |

Tekst Ronald Buitelaar, Renate Mamber, Sanne van der Most, Marijke Nijboer, Anne-Marie Plasschaert, Ineke Westbroek, Sanne van der Most |

Fotografie Petja Buitendijk, Jan van der Meijde, Sanne van der Most | Illustratie Chris Versteeg – Project C | Bladmanagement Paul de Maat, Anne-Marie Smit,

Tamara Wally, Saskia Rietdijk | Redactieadres Postbus 8639, 3009 AP Rotterdam, telefoon 010 4071469, rom@cedgroep.nl | Grafisch ontwerp en vormgeving

Trichis, Rotterdam (Otto Mende) | Foto cover Petja Buitendijk | ©CED-Groep


YETS HOUDT JONGEREN OP HET JUISTE PAD

Sterker door sport

TEKST MARIJKE NIJBOER

FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Basketballen met jongeren die van huis uit weinig meekrijgen.

Samen sporten, huiswerk maken en vrijwilligerswerk doen,

en hen spelenderwijs normen, waarden en een warm familiegevoel

meegeven. Met dat recept bereikte de Vlaardingse organisatie

YETS al zo’n 140 jongeren in groot Rotterdam. Hun methodiek is

officieel erkend als ‘goed onderbouwd’ en won in 2018 een

Appeltje van Oranje.

Oprichter Peter Ottens (32) groeide op in

Schiedam en kwam veel in de wijk Nieuwland,

destijds een Vogelaarwijk. ‘Ik basketbalde op

straat met een vaste groep jongens. We hadden

allemaal dezelfde droom: basketballen in

de VS.’ Voor hem kwam die droom uit: twee

jaar lang basketbalde hij in het team van het

junior college in Madison, Wisconsin. ‘Die andere

gasten waren beter dan ik, maar mij is

dat gelukt. Omdat wij thuis samen aan tafel

aten en mijn ouders vroegen hoe mijn dag

was geweest. En ik – als het nodig was – een

schop onder mijn kont kreeg of een schouder

om op te leunen. Zo bouw je zelfvertrouwen

4 ROM 1


YETS-oprichter Peter Ottens: ‘Toen ik twintig was, had ik mijn

grootste droom al geleefd. Nu wil ik anderen daarmee helpen.’

‘We hebben strenge kaders.

Maar daarbinnen is er veel

warmte’

op. Die andere jongens hadden dat niet, en

toen ik terugkwam uit de VS stonden zij nog

steeds op de hoek van de straat. Zij hadden

stilgestaan.’ Natuurlijk heeft Peter ook hard

gewerkt voor zijn succes, relativeert hij. ‘Maar

ik heb ook gewoon geluk gehad. Toen ik twintig

jaar was, had ik mijn grootste droom al

geleefd. Nu wil ik anderen daarmee helpen.’

BEÏNVLOEDBARE JONGEREN

YETS (Youth Empowerment Through Sports)

richt zich op leerlingen uit achterstandswijken

in de eerste twee jaren van het vmbo

en praktijkonderwijs. ‘Dit zijn beïnvloedbare

jongeren die in een omgeving zitten met veel

negatieve invloeden, zoals armoede, werkloosheid

en criminaliteit’, vertelt Peter. Twee

jaar lang werken zij twee keer per week van

16.00 tot 19.30 uur op school met coaches

van YETS. Ze basketballen en maken huiswerk

onder begeleiding van YETS-coaches

en stagiaires van de opleiding Social work.

De jongeren doen vrijwilligerswerk in de wijk,

zoals afval opruimen. Ze krijgen ook workshops

over solliciteren, omgaan met geld en

je kwetsbaar opstellen. En ze debatteren over

actuele onderwerpen. ‘Het is fijn om af en toe

het masker van de straatcultuur even af te

zetten en kind te zijn’, zegt Peter. Tussendoor

eten ze samen. Sommige scholen hebben

horeca in huis; vrijwilligers en stagiaires

verzorgen er de maaltijden. Bij andere scholen

wordt het eten besteld. Het programma

wordt bekostigd met behulp van subsidie van

de gemeenten Schiedam en Vlaardingen en

een sponsor uit het bedrijfsleven.

CONTACT HOUDEN

De jongeren sluiten het programma na twee

jaar af en ontvangen dan een certificaat. Maar

ze worden daarna niet zomaar losgelaten.

Peter: ‘We hebben de gemeente Vlaardingen

geholpen met het opstarten van basketbalvereniging

Vlaardingen Captains, een club

met een goed pedagogisch klimaat. Andere

jongeren helpen als stagiaire of coach bij de

basketbaltrainingen. Wie niet verder wil met

basketbal, kan terecht in ons junior bestuur.

Dat bekijkt hoe YETS verder kan verbeteren

en doet ook dingen voor de wijk.’ Sommigen

jongeren komen tafeltennissen op het

YETS-kantoor. Ze houden ook contact via de

groepsapp.

ALTERNATIEVE FAMILIE

Peter vertelt over de coaching: ‘Wij kennen de

leefwereld van deze jongeren; onze coaches

komen uit die wereld of snappen hen. Wij

laten alternatieven zien. We gebruiken geen

straattaal en begeleiders geven geen boks.

Jongeren leren om een hand te geven, krijgen

normen en waarden mee. We hebben strenge

kaders, maar daarbinnen is er veel warmte.’

Voor veel jongeren wordt YETS een alternatieve

familie. Op de website van YETS is te

lezen hoe koningin Máxima vorig jaar haar

zakdoek moest pakken toen Rachim vertelde

waarom hij toch maar niet was gestopt met

YETS. ‘Coach Peter had dat erg jammer gevonden.

Hij vertelde dat hij me zou missen,

maar óók dat het beter voor mijzelf zou zijn

om bij YETS te blijven. Daardoor ging ik nadenken.’

Rachim zag Máxima’s tranen niet.

‘Peter was aan het huilen, dus ik was op hem

gefocust. De koningin is heel belangrijk, maar

ik vind mijn coach nóg belangrijker.’

MEER LEZEN

Op romnieuws.nl lees je meer over

de werkwijze waarop YETS werd

ontwikkeld. Ook vind je op de site

een interview met een jongere over

het programma.

YETS HEEFT EFFECT

Het Mulier Instituut concludeerde

na onderzoek dat YETS leidt tot

betere leerresultaten, minder gedragsproblemen,

minder schoolverlaten

en indirect jeugdcriminaliteit

voorkomt. Het Nederlands Jeugdinstituut

(NJi) bestempelt YETS dan

ook als ‘goed onderbouwd’. Het

programma bereikt volgens het NJi

de juiste doelgroep en scoort zeer

hoog op tevredenheid. ‘De schoolprestaties

zijn verbeterd en maar

liefst 88% van alle deelnemers die

de interventie succesvol hebben

doorlopen, is maatschappelijk actief

geworden.’

Lees meer over de onderbouwingen

op tinyurl.com/MulierYETS

en tinyurl.com/njiYETS.

TRAININGEN EN WORKSHOPS

DOOR JONGEREN

YETS Move verzorgt trainingen en

workshops in het onderwijs, waarbij

jongeren worden ingezet als coaches.

Basisgedachte: YETS-jongeren

zijn door hun onvoorspelbare omgeving

experts in het omgaan met

verandering. Dat brengen ze over

tijdens hun trainingen. Én ze laten

deelnemers kennismaken met hun

leefwereld. De deelnemers sporten,

lunchen en krijgen workshops over

bijvoorbeeld social media of het buiten

de deur houden van de straatcultuur.

Ze krijgen een opdracht

mee en komen drie maanden later

terug. YETS kan bovendien scholen

helpen om beter in contact te komen

met hun eigen leerlingen. Peter

Ottens: ‘Scholen zijn vaak verbaasd

over de goede vragen en opmerkingen

van hun leerlingen.’ De winst

van YETS Move gaat naar de YETS

Foundation.

Meer info vind je op:

yetsmove.nl

ROM 1 / 5


QUOTES

Omgaan met straatcultuur

Peter Ottens richtte in Vlaardingen YETS (Youth Empowerment Through Sports) op. Deze

organisatie richt zich op jongeren uit achterstandswijken. Vanuit deze ervaring geeft Peter

drie tips om om te gaan met straatcultuur.

e

‘Klaag niet over social media’

Jongeren brengen veel tijd door op social media. Klaag daar niet over, maar verander mee.

Zorg dat je hen ook daar ontmoet en informeert.

r

‘Houd de straatcultuur

buiten de deur en bied een

positief alternatief’

Capuchons gaan af. We geven geen boks, maar een hand. Accepteer geen straattaal;

breng jongeren in plaats daarvan de gangbare taal bij. Speel op schoolfeesten geen muziek

die normen en waarden meebrengt waar de school niet achterstaat.

t

‘TREK ALS SCHOOL ÉÉN LIJN’

Jongeren moeten al schakelen tussen de werelden thuis, op straat en op school. Hanteer overal op

school dezelfde regels: dat geeft rust. Dus als je in het ene lokaal niet mag eten en op je telefoon

mag zitten, laat dit dan ook in andere lessen niet toe.

6 ROM 1


Adv-Bliksenstart_Kader-primair_10-19_DEF.qxp_Opmaak 1 10-10-19 10:14 Pagina 1

Als leren je lief is

Hoe krijg ik mijn nieuwe

leraren en zij-instromers

goed op de rails?

Geef ze een Bliksemstart!

Nieuwe leraren, zij-instromers, herintreders en de 'oude rotten' in het vak.

Hoe zet je al deze verschillende leraren-types goed op de rails en hoe zorg

je ervoor dat zij zich snel en blijvend thuisvoelen op school? Aan de hand

van het boek Bliksemstart, gebaseerd op het boek Get better faster van

Amerikaan Paul Bambrick-Santoyo, bieden we een stapsgewijze aanpak met

concrete stappen, waarmee leraren in korte tijd beter en met meer plezier

gaan lesgeven. Zo voorkom je uitval en vroegtijdig afhaken!

Iets voor jouw school?

Onze adviseurs helpen je graag bij het opzetten van goede begeleiding voor nieuwe leerkrachten en zij-instromers,

aan de hand van het boek Bliksemstart. Benieuwd naar het boek? Kijk op cedgroep.nl/webwinkel.

Er is ook een cursus Bliksemstart voor leerkrachten, kijk op cedgroep.nl/cursussen.

www.cedgroep.nl/cursussen


ONDERBOUWD

Gert Rijlaarsdam is hoogleraar innovatief taalonderwijs aan de Universiteit van Amsterdam.

HOE GEEF JE LEERLINGEN GOED

SCHRIJFONDERWIJS?

Benut de

kansen bij

alle vakken

TEKST MARIJKE NIJBOER FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Jongeren zouden niet goed kunnen schrijven: die

klacht klinkt al jaren vanuit het beroeps- en hoger

onderwijs. Wat doen we daaraan? Gert Rijlaarsdam

draagt twee oplossingen aan: geef leerlingen bij

schrijfopdrachten een goede instructie, en doe dat niet

alleen bij taal/Nederlands, maar bij álle vakken.

Gert Rijlaarsdam: ‘Bij andere vakken schrijven leerlingen

in totaal zes keer zoveel als bij Nederlands. Daar liggen

dus veel oefenmogelijkheden.’

Gert Rijlaarsdam ziet ook sommige van zijn masterstudenten

worstelen met het schrijven van teksten. ‘Op

dat niveau hebben ze al veel schrijfoefeningen achter

de rug. En toch zien we ook bij hen soms nog ernstige

problemen. Ik heb het dan niet over spelling of over

kromme zinnen – al komt dat ook voor. Het gaat vooral

om tekststructuur en eenheid van gedachte.’ Goed

schrijven ís ook moeilijk, zegt hij. ‘Maar het is te leren.’

Eén oorzaak van de schrijfproblemen is volgens hem

dat leerlingen in het funderend onderwijs simpelweg

te weinig schrijven. ‘In het basisonderwijs schrijven

leerlingen bij taal gemiddeld eens per twee weken

een stukje; in het voortgezet onderwijs bij Nederlands

gemiddeld drie teksten van enige lengte per

jaar. Dat is echt te weinig om zo’n complexe vaardigheid

te oefenen.’ Dat is volgens Rijlaarsdam op te

lossen. ‘Bij andere vakken schrijven leerlingen in totaal

zes keer zoveel als bij Nederlands. Daar ligt dus

een enorm potentieel aan oefenmogelijkheden.’

‘Bijna 15% van de leraren

vindt dat ze zelf niet goed

kunnen schrijven’

GERICHTE INSTRUCTIE

Maar schrijven alléén is niet voldoende: ‘Daarbij hoort

ook gerichte instructie: om wat voor tekst gaat het?

Hoe pak je dat aan?’ Daarvoor moeten leraren, ook

die van andere vakken dan Nederlands, voldoende

weten over het bijbrengen van schrijfvaardigheid.

8 ROM 1


begin je mee en hoe loopt zo’n tekst verder? Het

denken over de opzet van zo’n tekst, komt nauwelijks

aan de orde.’

MODELEN

Volgens Rijlaarsdam is modelen een heel goede instructievorm

voor het leren schrijven. Daarbij laat de

leraar zien hoe hij aan een tekst begint en misschien

ook hoe hij een eerste versie reviseert. Hij zegt niet

hoe het moet, maar laat zien hoe je het doet en denkt

daarbij hardop na: ‘Eerst maak ik een lijstje van elementen

die in het stuk terecht moeten komen. Nu

ga ik kijken: wat zijn oorzaken en wat zijn gevolgen?

Dat weet ik nog niet precies…’

Rijlaarsdam: ‘Ook de teksten van de leraar komen

tot stand met vallen en opstaan. Het is heel goed

om ook dat te laten zien.’ Leraren vinden modelen

moeilijk, merkte hij. ‘Het ís ook lastig om een groep

voor te doen hoe je iets toepast. Daarbij geef je jezelf

bloot.’ Toch moeten zijn promovendi die in het

vo werken filmpjes maken waarin zij laten zien hoe

ze zelf een tekst opbouwen. ‘Als leerlingen zien hoe

het werkt, zit dat muurvast in hun hoofd. Dat werkt

veel beter dan vertellen hoe het moet.’

‘Als zij allemaal gerichte instructie meegeven met

een schrijfopdracht, zul je zien dat leerlingen vooruit

gaan. Het hoeft niet heel ingewikkeld te zijn, het

gaat gewoon om een paar goede aanwijzingen.’

Maar niet alle leraren schatten zichzelf hoog in op het

punt van schrijfvaardigheid. De UVA voerde tussen

2013 en 2015 samen met de CED-Groep een onderzoek

uit, gericht op verbetering van het Nederlandse

schrijfonderwijs. ‘We interviewden zestig leerkrachten.

Daarvan zei tussen de 10 en 15 procent: ik kan

zelf niet goed schrijven.’ In het basisonderwijs zijn

de schrijfinstructies aan leerlingen doorgaans dan

ook niet optimaal. ‘Leerkrachten bereiden leerlingen

voor door het onderwerp met hen te verkennen. Met

z’n allen verzamelen ze begrippen die daarbij een rol

spelen en die zetten ze op het digibord. En dan voeren

ze een klassegesprek over het onderwerp. Maar

als je een tekst moet schrijven over bijvoorbeeld het

ontstaan van een vulkaanuitbarsting, komt daar veel

meer bij kijken dan alleen de inhoud. Hoe schrijf je

een tekst die gaat over oorzaak en gevolgen? Waar

BEOORDEEL FORMULERINGEN

Leren schrijven hangt samen met leren formuleren.

Rijlaardam tipt: ‘Als je leerlingen vragen laat beantwoorden

over teksten, beoordeel dan de antwoorden

niet alleen op kennis. Beoordeel ook de kwaliteit van

de formuleringen. Zo geef je de boodschap mee dat

het ertoe doet hoe je iets opschrijft. Wat jij wilt vertellen,

moet ook begrijpelijk zijn voor een ander.’

MEER INFO

F Op de site beterschrijvendidactiek.nl vind je tips

voor modelen, lessen voor bovenbouw po en

onderbouw vo, achtergronden voor de opbouw

van een cursus en didactische achtergronden.

F Hoe schrijf je een argumentatieve tekst? Een

leerling (14) doet het voor in deze video:

tinyurl.com/argumentatievetekst.

F Hoe reviseer je als leerling een eerste versie van

een tekst? In deze video laten twee studenten

het zien: tinyurl.com/reviseren.

ROM 1 / 9


DIT IS MIJN VAK

Liever voor de klas

dan op het strand

Pabo-docent Erik Punt weet hoe hij zijn studenten het

beste kan begeleiden. Hij heeft oog voor individuele

verschillen en staat voor de hogeschool-slogan: overtref

jezelf. Hij werkt al heel wat jaren in het beroepsonderwijs,

van vmbo tot nu bij de pabo. ‘Dit wilde ik al toen ik zelf

nog op de lerarenopleiding zat.’

TEKST ANNE-MARIE PLASSCHAERT FOTO’S JAN VAN DER MEIJDE

Verschillende onderwerpen passeren de revue

wanneer de superenthousiaste docent

Erik Punt (52) van de pabo Hogeschool Rotterdam

van wal steekt. Moeiteloos schakelt

hij van de intensieve begeleiding van stagiairs

op de opleidingsscholen naar het kennisniveau

van de huidige pabo-student, de

onderwijsvisie uitgaand van het kind. ‘Dat

doen wij hier ook, maar dan gaat het om de

student’, legt hij uit. Over hoe interessant

het is om les te geven over morfologie of

semantiek van de Nederlandse taal. Over

zijn collega’s: ‘Ik doe nu mijn verhaal, maar

ik denk dat er wel tien collega’s te vinden

zijn die hier met hetzelfde enthousiasme

werken. Wel allemaal met een eigen insteek,

want iedereen is verschillend.’

ENTHOUSIASME

De sfeer op de opleiding is bijzonder voor

een hogeschool, vindt Erik. Docenten zijn

echt geïnteresseerd in hun studenten. ‘Ik

zie regelmatig collega’s op de gang met

een student praten die ze geen les meer

geven, over hoe het nu gaat, hoe het op de

stage is... Op open dagen merken ouders

ook wel op dat wij zo toegankelijk zijn.’ Na-

10 ROM 1


Erik Punt: ‘Deze jongeren opleiden tot leraar,

is het mooiste dat er is’

tuurlijk vraagt hij zich wel eens af hoe lang

hij dit enthousiasme nog kan overbrengen

bij de studenten. ‘Maar dit is wat ik al wil

sinds ik zelf op de lerarenopleiding zat; lesgeven

aan misschien wel mijn toekomstige

collega’s. Je geeft energie, maar krijgt ook

energie.’

VEEL GEZIEN

Erik behoorde bij de laatste lichting van de

lerarenopleiding met twee vakken tegelijkertijd.

Hij behaalde zijn tweedegraads

Nederlands en Engels en vervolgens zijn

eerstegraads bevoegdheid Nederlands. Zijn

onderwijscarrière startte in het internationaal

onderwijs, maar al snel stapte hij over

naar het vmbo van het Grafisch Lyceum

Rotterdam (GLR). ‘Ik heb nog gewerkt bij

de brede school en in het mbo, ook weer

bij het GLR. Ik denk dat ik veel heb gezien

in het onderwijs en dat ik er veel over kan

vertellen. Mijn voorkeur lag wel altijd bij het

beroepsonderwijs, nu dus de pabo. Daarvoor

gebruikte ik verhalen en voorbeelden

van mijn eigen kinderen’, glimlacht hij.

PABO BEPAALT NIET

Als mentor is hij betrokken bij het intensiveren

van de begeleiding van studenten

op de werkvloer. ‘Met sommige opleidingsscholen

zijn wij al heel ver in die samenwerking.’

Als mentor voor de student in de klas

is er de werkplekbegeleider’ legt Erik uit.

‘Dan is er een zogenoemde schoolopleider,

ook van de basisschool, die het niveau van

begeleiden en beoordelen door de werk-

‘Ik vind het een eer om

hier les te geven’

plekbegeleider bekijkt’. Dat is er volgens

Erik voor om te zorgen dat er objectiever

wordt beoordeeld. Zelf is hij instituutopleider

en bezoekt de scholen gemiddeld zo’n

vijftien keer per jaar voor overleg. ‘Ze zien

je dan langzamerhand zelf ook als personeel.

Dat is echt anders dan voorheen. Nu

is er een intensieve samenwerking. Vroeger

dachten de scholen: de pabo bepaalt toch.’

EISEN

Dat de pabo-student jarenlang een slechte

naam had als het gaat om niveau, heeft

volgens Erik te maken met opleidingen die

niet zulke hoge eisen stelden. ‘Wij hebben

ook in het verleden sterk ingezet op bijvoorbeeld

eigen taalvaardigheid’, zegt de

docent Nederlands stellig. ‘Andere scholen

deden daar niets aan. Nu zit dat overal in

de basiskennis.’ De eisen die aan vakken als

taal en rekenen worden gesteld, zijn hoog.

‘Daar kom je echt niet gemakkelijk doorheen.

Leerlingen die van het mbo komen,

zoals de onderwijsassistenten, bereiden

zich daar al tijdens hun vooropleiding op

voor. Zij doen drie instaptoetsen voor de

poort en zijn dus ook enorm gemotiveerd.’

Als studenten de noodzakelijke discipline

opbrengen en willen knokken, dan staat ze

weinig in de weg op deze opleiding, merkt

Erik op. ‘Iedereen heeft zijn sterke en zwakke

punten. Iedere student staat dus ook op

zijn eigen wijze voor de klas, net als wij. Ik

kijk hoe de student het doet, hoe hij omgaat

met de klas en als hij die weet te managen,

dan is dat voor mij goed. Deze jonge

mensen opleiden tot leraar, is het mooiste

dat er is.’

AUSTRALIË

Als Erik Punt zo’n tien jaar in het voortgezet

onderwijs werkt, kriebelt toch de

wens om iets heel anders te doen. ‘Mijn

vrouw en ik zijn toen naar Australië

geëmigreerd. Mijn vrouw is daar deels

opgegroeid en we hebben er familie.’ Ze

kiezen voor de leegte van het westen,

in de buurt van Perth, nemen een hond,

kopen een stuk grond en zijn vast van

plan er een mooie toekomst op te bouwen.

Erik werkt in de accountancy. ‘Met het

vak Nederlands kom je daar niet ver’.

Echt happy voelt hij zich niet. Steeds

vaker dringen zich positieve gedachten

op over zijn jaren in het onderwijs, het

werken met jonge mensen, collega’s…

‘Maar je houdt je mond, je wil er iets

van maken.’ Ondertussen is zijn vrouw

evenmin gelukkig met de situatie. Na

zo’n driekwart jaar zitten ze samen op

het strand en besluiten naar Nederland

terug te gaan. ‘Ik heb daar met afstand

naar mijn werk gekeken en geleerd dat

ik echt alleen maar in het onderwijs

wil.’ Toch liever voor de klas dan op het

strand.

CONTACT

Erik Punt

Hogeschool Rotterdam – pabo

(010) 794 45 38

ROM 1 / 11


VMBO-PROFIEL MEDIA, VORMGEVING EN ICT

Basic skills

Een netwerk aanleggen, of

een site, logo of video maken

met de nieuwste technieken?

Deze vaardigheden leren de

leerlingen van vmbo G.K. van

Hogendorp met het profiel

Media, Vormgeving en ICT

(MVI). ‘Tegenwoordig zijn deze

skills heel basic voor allerlei

beroepen.’

TEKST RENATE MAMBER

FOTO’S PETJA BUITENDIJK

Het medialab van de G.K. van Hogendorp

bevat de nieuwste apparatuur: plotter,

3D-printer, dj-set, green screen, Raspberry

Pi en meer. De leerlingen experimenteren er

op los. Ze bedrukken T-shirts, programmeren

apparatuur of maken 3D-objecten. ‘Ik vind

het leuk om met computers te werken’,

vertelt een leerling uit klas 4. ‘Vooral als ik

zelf dingen mag ontwerpen, zoals mijn eigen

website.’ Een leerling uit de derde klas houdt

van tekenen en het werken met letters. ‘Ik

heb laatst een filmlogo gemaakt.’

NIET LOS TE DENKEN

Vormgeving is tegenwoordig bijna niet

meer los te denken van ICT. Technologische

ontwikkelingen creëren constant nieuwe

mogelijkheden voor het ontwerpen en maken

van diverse media. In 2014 werden daarom

verschillende vmbo-profielen samengevoegd

tot het profiel Media, Vormgeving en ICT

(MVI). Leerlingen worden hierbij opgeleid om

hun ICT-kennis, multimediale vaardigheden,

grafische inzicht en creativiteit verder te

verbreden en te ontwikkelen.

De G.K. van Hogendorpschool biedt dit

profiel sinds 2015 aan en doet veel om mee

te bewegen met de eisen van de tijd. ‘De

technische ontwikkelingen gaan zo razendsnel

dat het bijna niet is bij te benen’, vertelt

locatiedirecteur Leonard Braber. ‘Software

waar we vorig jaar nog mee werkten, is dit

jaar alweer achterhaald. Mede dankzij het

programma Sterk Techniekonderwijs kunnen

we straks investeren in nieuwe apparatuur.’

BASIS BLIJFT HETZELFDE

Nieuwe technologie is dus een belangrijk

onderdeel van het profiel MVI, maar volgens

Leonard blijft de basis uiteindelijk hetzelfde.

‘Het moet voor een leerling niet uitmaken

of ze een opdracht met het ene of met het

andere programma uitvoeren. We willen de

focus in het onderwijs daarom meer leggen

op de manier van leren dan op de apparatuur

zelf. We willen leerlingen leren dat ze een

opdracht op meerdere manieren kunnen

uitvoeren.’

Volgens docent Thijs Bos draait het bij MVI

om creativiteit in de breedste zin van het

OOK VOOR DE WIJK

Het is de bedoeling dat de investeringen

van het programma Sterk Techniekonderwijs

ook ten goede komen aan de

wijk waarin de school staat. Leonard

Braber, locatiedirecteur G.K. van Hogendorp:

‘Elke vrijdagmiddag is ons medialab

open voor jongeren uit de wijk. Daarnaast

werkten het afgelopen schooljaar

leerlingen van een basisschool in ons lab

aan een techniekproject. Volgend jaar

verhuist de G.K. van Hogendorpschool

naar een nieuwe locatie met een nog groter

lab. We hopen dan de wijkfunctie nog

verder uit te breiden.’

12 ROM 1


Onder begeleiding van Thijs Bos werken leerlingen in het

medialab met de nieuwste apparatuur

woord. ‘Creativiteit is het vermogen om

problemen op te lossen’, zegt hij. ‘De een kan

dat door het maken van schetsen en de ander

doet het door creatief te zijn met snoeren en

technische onderdelen. Iedereen is creatief op

zijn eigen vlak.’

Thijs vindt het mooi te zien hoe leerlingen in

de les hun eigen creativiteit ontdekken. ‘Bij

de start van het schooljaar vroeg ik wie er

creatief was en maar drie leerlingen staken

hun vingers op. Maar als ze bezig gaan met

opdrachten, zie ik gaandeweg het muntje

vallen, dan begrijpen ze waar het om gaat en

zie ik ze opleven.’

KLANTGERICHT

Thijs werkte tot voor kort fulltime als

zelfstandig vormgever. Met zijn ervaring uit

het bedrijfsleven kan hij leerlingen iets extra’s

meegeven. ‘Ik wil ze bijvoorbeeld leren

klantgericht te denken. Daarbij is het proces

heel belangrijk. Ze moeten niet in een keer

met het eindproduct komen, maar ze moeten

alle tussenstapjes kunnen laten zien en bij elk

tussenstapje steeds terugkoppelen of dit is

wat de klant wil.’

Leerlingen met het profiel MVI stromen

door naar allerlei verschillende opleidingen.

‘Technische ontwikkelingen

zijn bijna niet bij te benen’

Thijs: ‘De skills die ze hier leren, zoals

probleemoplossend denken en omgaan

met verschillende programma’s, zijn

tegenwoordig heel basic voor allerlei

beroepen. Maar de laatste tijd zien we dat

meer leerlingen willen doorstromen naar

bijvoorbeeld het Grafisch Lyceum. Ook naar

het Techniek College Rotterdam en andere

ICT-opleidingen stromen ze door. Én we

zien dat meer leerlingen van buiten de wijk

speciaal naar onze school komen voor dit

profiel.’

DIGITALE VAARDIGHEDEN

Wat zijn digitale vaardigheden

precies? Je leest er meer over in de

Infographic op pagina 19.

PROGRAMMA STERK TECHNIEK-

ONDERWIJS

De overheid investeert met het

programma Sterk Techniekonderwijs

de komende jaren gemiddeld

100 miljoen euro extra in techniek

in het vmbo. Vanaf 2020 is er geld

beschikbaar waarmee vmbo-scholen

kunnen investeren in machines, materialen

en mensen. Ook worden de

middelen ingezet voor de uitvoering

van regionale plannen van vmbo- en

mbo-scholen, het bedrijfsleven en

regionale overheid.

Kijk voor meer informatie op

sterktechniekonderwijs.nl.

ROM 1 / 13


POP-UP EXPOSITIE VOOR MONTESSORI MAVO

Kunstkabel brengt

kunst dichtbij

Kunst op school draait vaak om eenmalige ontmoetingen. Je gaat

een keer met je klas naar de Kunsthal en naar Theater Rotterdam.

Maar hoe mooi zou het zijn als kunst veel dichterbij kan komen

en daarna ook echt blijft hangen? In het kader van Kunstkabel

gingen leerlingen van de Montessori Mavo op zoek naar verhalen

in de Provenierswijk ter inspiratie voor hun pop-up expositie.

‘Niks mis mee natuurlijk, zo’n museumbezoek’,

zegt Ingrid Duindam, projectleider

Kunstkabel bij KCR. ‘Maar als je daar niet een

beetje context bij krijgt, kan het al snel te

vluchtig zijn en blijft het niet echt hangen.

Kunstkabel geeft scholen de mogelijkheid

om kunst en cultuur wat dichter naar de

leefwereld van de leerlingen te brengen op

een manier dat het ook echt blijft hangen.’

TEKST EN FOTO’S SANNE VAN DER MOST

OPEN VENSTER

Kunstkabel is een samenwerking tussen

kunstenaars en kunstenaarscollectieven uit

Rotterdam Noord en Theater Rotterdam, de

Montessori Mavo en het Wolfert College. In

een prijsvraag, waar zeventien inzendingen

op binnenkwamen, draaide alles om

projecten binnen de eigen leefomgeving van

14 ROM 1


Leerlingen Nova en Maja lieten zich voor hun eigen kunstwerk inspireren

door deze muurschildering in de Provenierswijk.

‘Kunst is écht niet alleen

iets voor in het museum’

de leerlingen. ‘Ineens is kunst niet meer alleen

iets voor in het museum, maar iets dat heel

dichtbij is’, zegt Duindam enthousiast. De

donkere kamer van Damokles, Sensationeel

Charlois, Open venster, What’s up doc en Ik

denk, dus ik ben: al deze plannen ontvingen

€20.000 om hun project komend schooljaar

uit te voeren.

EEN WANDELING LANGS HUN

EIGEN CREATIES

Een van de winnaars is de Montessori Mavo

in de Provenierswijk. In het kader van het

project ‘Open Venster’ gingen verschillende

groepjes leerlingen aan de slag met verhalen

uit de wijk die ze vervolgens omzetten in

kunstwerken. ‘Geïnspireerd door de mensen

uit de wijk en hun verhalen’, vertelt Duijndam.

‘De leerlingen zijn echt op pad gegaan en

hebben gekeken naar wat ze tegenkwamen.

Een kapot raam, een lelijke muur, het kon van

alles zijn.’ Vervolgens zijn ze met bewoners

in gesprek gegaan en hebben ze de verhalen

met behulp van echte kunstenaars omgezet

in hun eigen kunstproject. Super leuk

en leerzaam natuurlijk.’ Een deel van de

kunstwerken hangt op school, een deel is

tijdens de kerstvakantie geëxposeerd in

Mono, een bar in het Zomerhofkwartier.

Een ander deel hangt letterlijk in de

Provenierswijk. Voorafgaand aan de officiële

opening van de expositie in Mono maakten

de leerlingen van klas 2 van de Montessori

Mavo een wandeling langs hun eigen creaties.

GESPREKKEN MET DE BUURT

In het oog springt een ‘Pixelkunstwerk’, een

kerstboom van zilverkleurige stickers op het

raam van een hoekpand. ‘Dat is door leerlingen

uit de andere tweede klas gemaakt’, vertelt

Mika (14). Meer kan hij er niet over vertellen,

behalve dat het natuurlijk ook het resultaat

is van gesprekken met de buurt. Over zijn

eigen project weet hij natuurlijk wel veel.

Samen met een paar klasgenoten plaatjes

uit tijdschriften geknipt en in een glazen

pot gestopt zodat je er naar kan kijken. ‘Er

doorheen eigenlijk’, legt hij uit. ‘Een beetje als

zo’n sneeuwbol, maar dan zonder sneeuw.

Iemand die door een verrekijker heen kijkt, in

een bos bijvoorbeeld. Onze potten staan nu

in Mono waar ze geëxposeerd worden. Best

bijzonder eigenlijk.’

GOED LUISTEREN

Nova en Maja (allebei 13) maakten een

kunstwerk geïnspireerd op de enorme

muurschildering van de bij, in de Prove-

nierswijk. ‘Onze bij hangt nu op school’, zegt

Maja. ‘Maar de echte bij hangt hierboven.’

Ze wijst naar de enorme grote bij – een

hommel eigenlijk – van kunstenaar Nina

Valkhoff die hoog boven de huizen in de

Van der Sluysstraat hangt. ‘Wij hadden de

workshop “woord in beeld” gekozen’, vertelt

Nova. Daarin moesten we een belangrijke

zin bedenken die hoort bij ons kunstwerk

en die vervolgens op een heel groot papier

schilderen. ‘Voor de tulpbij staat iedereen

in de rij’, dat was onze zin. En daar hadden

we bijtjes bij getekend en een lange rij

mensen die aan het wachten zijn om hem te

bewonderen.’ Inspiratie voor hun kunstwerk

hebben ze gehaald uit hun zoektocht in de

wijk. Maja: ‘We zijn gaan rondvragen in de

wijk wat mensen van hun omgeving vonden.

Toen bleek dat iedereen de wijk altijd heel

saai vond. Totdat de muurschildering van de

bij er kwam. Daar was iedereen enthousiast

over, vertelden ze in de gesprekken die wij

met ze hadden.’ Nova: ‘Dat was best wel

spannend trouwens. We hadden zoiets nog

nooit eerder gedaan. Vragen voorbereiden

en goed luisteren naar wat ze zeggen. Maar

ook hartstikke leuk en leerzaam.’

SUPERSPANNEND

Dan is het groepje aangekomen bij Mono,

waar een aantal van hun kunstwerken

hangen. Daar gaat straks de officiële opening

van de expositie plaatsvinden. ‘Zo’n 200

leerlingen van allemaal verschillende scholen

en wijken in Rotterdam, zowel primair als

voortgezet onderwijs, zijn daar aanwezig

om hun kunstwerken aan de wereld en aan

elkaar te laten zien. Superspannend dus.’

ROM 1/ 15


DIT IS MIJN KLAS

TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DER MEIJDE

Martijn de Groot – Leerkracht groep 7 –

Openbare sportieve basisschool De Plevier – Hoogvliet

‘Wij vormden met een aantal andere scholen lang een netwerk van

sportieve basisscholen. Dat netwerk is met de komst van Lekker Fit!

wat naar de achtergrond verdwenen, want veel van wat wij deden

werd door Lekker Fit! overgenomen. Toch denken we op dit moment

weer na over manieren om het sportieve meer te verbinden met het

schoolse. Neem gedrag. Je kunt daarbij denken aan zaken als goede/

slechte verliezers en winnaars. Dat speelt niet alleen bij sporten, maar

ook in de groep. Ik merk dat mijn huidige groep gevoelig is voor die

verbinding met sport. Het is een leuke, sociale groep, maar ook erg

beweeglijk. Toen het recent wat te gezellig werd op de gang, hebben

we afgesproken dat daar verandering in moest komen. Als ze daarin

slaagden mochten ze een beloning kiezen. Niet verrassend dat een

groep waarin zo’n 80% van de leerlingen sport, een sportieve beloning

wilde hebben. Dat ze zo sport-minded zijn heeft zeker te maken

met de bereikbaarheid van sporten in deze wijk. Het aanbod is zeer

ruim en dichtbij. Daarnaast speelt Lekker Fit! een belangrijke rol. Ze

gymmen drie keer week, kunnen na schooltijd naar extra gymlessen

die meer op spel gericht zijn. We stimuleren het gebruik van water

om je dorst te lessen en delen schoolfruit uit. De leerlingen kunnen

sportclinics volgen, doen mee aan sponsorlopen, zamelen geld in voor

bijvoorbeeld de Roparun. Kortom, (school)sport zit in de haarvaten

van mijn groep.’

Jesse (10) – Voetbal en kickboksen

‘We doen bij gymnastiek, basketbal en voetbal veel aan rennen.

Niet telkens stoppen, maar door blijven gaan. Dat vind

ik fijn. Op het schoolplein zou ik de hardloopbaantjes graag

terug willen.’

16 ROM 1


Soulaman (11) – Kickboksen

en voetbal

‘Het liefst voetbal ik. Het

lijkt me leuk om tijdens

de gymles eens een WK

voetbal te spelen, waarbij je

landenteams maakt en een

toernooi speelt.’

Shaya (10) –

Streetdance

‘Ik ga niet naar die extra

gymlessen, daar heb ik geen

zin in. Liever zou ik elke

middag iets sportiefs in

de klas willen doen.

Bijvoorbeeld Just Dance

waarbij je op verschillende

liedjes moet dansen. Lijkt

me erg leuk.’

Victor (11) – Volleybal

‘Ik vind het leuk om op een sportieve basisschool te

zitten. Voetballen in de voetbalkooi vind ik minder

leuk. Ik zou liever wat meer actieve speeldingen op

het plein willen hebben.’

ROM 1 / 17


4X

4x Tips voor

de schooltuin

De lente komt er weer aan.

Voor veel scholen een moment

om aan de slag te gaan in de

schooltuin. De weetjes en

ideetjes kregen we van

onderzoekendtuinieren.nl

Geen tuin? Toch tuinieren!

Ook zonder schooltuin kun je tuinieren met leerlingen.

• Maak een geveltuintje door een randje tegels langs de

muur weg te halen en rechtop terug te zetten. Aarde erin

en tuinieren maar!

• Hergebruik emmers en grote bakken om in te

tuinieren. Maak gaatjes in de wand van de bak of emmer

ongeveer 2 cm boven de bodem, zodat de planten niet

verdrinken.

• Creeëer een groene wand met bijvoorbeeld pallets.

Een muur op het zuiden is hier heel geschikt voor. Vooral

kruidenplanten en sla doen het daarin prima.

Onkruid: de voordelen

Onkruid kan jonge plantjes verdringen, maar is niet altijd

ongewenst. De voordelen:

• De tuin wordt een ware jungle als er veel onkruid in

staat. En dat maakt het voor kinderen vaak een spannende

speelplek!

• Onkruid beschermt de bodem in de warme zomermaanden.

Deze bedekking voorkomt uitdrogen. Handig dus in

de zomervakantie! Haal je het onkruid er toch uit? Schud

dan de wortels goed uit en leg de plant op de aarde.

• Veel onkruid is prima eetbaar. If you can’t beat them,

eat them!

Training voor planten

Wist je dat je planten kunt leren om hun wortels zo diep

mogelijk te laten groeien? Zo worden ze veel sterker en

kunnen ze beter tegen droogte.

• Gebruik bij het voorzaaien hoge bakjes zoals een

wc-rolletje. Geef alleen van onderaf water. Geef de

planten zo min mogelijk water als ze eenmaal buiten

staan. Van veel water worden de planten namelijk lui.

• Gebruik een schone plastic fles voor jonge tere plantjes.

Met een hamer en spijker sla je gaten in de dop. Snijd de

bodem uit de fles en graaf de fles ondersteboven in bij de

plant. Geef de plant water via de ingegraven fles, zo komt

het water diep in de grond bij de wortels.

Recycleplanten

Van sommige planten kun je blijven eten als je ze op de

juiste manier hergebruikt. Gebruik het deel dat je afsnijdt om

nieuwe planten te laten groeien. Zet het in een bakje met

een laagje water in de vensterbank en zodra het plantje weer

uitloopt kan het in de aarde.

Heel geschikt hiervoor zijn:

• Prei, ui en lente-ui: de harde onderkant met worteltjes.

• Bleekselderij, snijbiet, venkel en koolsoorten: het

onderste stuk (hart).

• Wortels, pastinaak, bietjes en radijs: bovenste stukjes

waar het groen uitgroeit.

18 ROM 1


INFOGRAPHIC

Digitale vaardigheden

Digitale vaardigheden staan centraal op de

G.K. van Hogendorp (pagina 12) en de

IT Campus (pagina 26). Om welke vaardigheden

gaat het en wat houden ze in?

COMPUTATIONAL THINKING

Een probleem zo formuleren dat je het kunt oplossen

met computertechnologie.

ICT-BASISVAARDIGHEDEN

Begrijpen hoe apparaten en netwerken werken. Weten hoe

je ze bedient en wat de mogelijkheden en beperkingen zijn.

INFORMATIEVAARDIGHEDEN

Systematisch zoeken naar relevantie informatie, deze

verwerken en kritisch beoordelen op bruikbaarheid en

betrouwbaarheid.

MEDIAWIJSHEID

Kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee je je bewust, kritisch en

actief kunt bewegen in een complexe, veranderlijke en gemedialiseerde wereld.

Bron: SLO

ROM 1 / 19


EINDEXAMEN IN JE MOEDERTAAL

Erkenning van

eigen identiteit

Een hoger eindexamengemiddelde, beter kunnen praten met je

oma in je thuisland, mooie arbeidsperspectieven. De redenen dat

Turkse en Marokkaanse scholieren voor de vakken Turks en

Arabisch kiezen, zijn divers: ze willen om uiteenlopende redenen

eindexamen doen in Turks of Arabisch. Zes scholen in Rotterdam,

Amsterdam en Den Haag bieden leerlingen de kans om deze

sinds 2004 door OCW erkende keuzevakken te volgen.

TEKST INEKE WESTBROEK FOTO’S PETJA BUITENDIJK

‘De beheersing van de eigen taal van Turkse

kinderen gaat achteruit, omdat ze die

minder spreken’, constateert Mehmet Uz

(voorzitter van de sectie Turks binnen de Vereniging

van Levende Talen). Uz is daarom blij

met de ministeriële erkenning van Turks als

eindexamenvak. Hij verwijst naar onderzoek

aan de Universiteit van Utrecht, dat aantoont

dat het leren van andere talen makkelijker

gaat als mensen hun moedertaal beheersen.’

Beyra Polatu (5 havo Avicenna College) en

Mustafa Ramazanoglu (6 WVO Avicenna Col-

20 ROM 1


lege) weten hier alles van. ‘Praten met mijn

familie in Turkije ging moeilijker. Ik kwam

soms niet op woorden’, merkte Beyra. Onder

andere om deze reden koos zij voor Turks

als examenvak. Ook voor Mustafa is dit een

belangrijke beweegreden: ‘Doordat ik de taal

beter spreek, blijf ik beter in contact met familieleden.’

‘Grote bedrijven zitten te

springen om mensen die Turks

en Marokkaans spreken’

VERRIJKING

Sinds 2014 kunnen eindexamenleerlingen

aan het Avicenna College lessen in Turks en

Arabisch volgen. Negentig leerlingen volgen

deze lessen, gericht op spreekvaardigheid,

luistervaardigheid, literatuur en het schrijven

van essays. ‘Een verrijking’, noemt Salih Simsek,

docent Turks aan het Avicenna College de

kans om eindexamen te doen in Turks of Arabisch:

‘Leerlingen voeren nu makkelijker gesprekken

met hun familie. En na hun eindexamen

kunnen ze terecht bij grote bedrijven,

die zitten te springen om werknemers die

deze talen spreken. Of ze kunnen er een vervolgstudie

in doen. Op school kunnen leerlingen

hun gemiddelde op de cijferlijst verhogen

door een goed cijfer in deze talen te scoren.’

Dat laatste bespeuren Simsek en zijn collega

Arabische Taal Azzedine Ahbod als voornaamste

motivatie voor leerlingen om voor

hun vak te kiezen. Simsek: ‘Als native speaker

leer je je moedertaal sneller, zodat je andere

vakken kunt compenseren. ‘Het afgelopen

jaar had ik Syrische leerlingen’, noemt Ahbod

als voorbeeld, ‘die kozen Arabisch in plaats

van Frans, omdat ze in Frans zwak waren.’

bij hoort.’ Mustafa, die als eenjarige peuter

naar Nederland kwam, herkent dit: ‘Ik wil de

taal beheersen voor het geval ik naar Turkije

ga. Op die manier vervreemd ik niet van mijn

familie daar.’

TOCH GEEN MAKKIE

Allemaal argumenten voor Uz, Simsek en Ahbod

om te pleiten voor herinvoering van onderwijs

in eigen taal in het basisonderwijs. Uz:

‘Verwerven van eigen taal kan het beste zo

vroeg mogelijk beginnen, op de basisschool

dus.’ Dat vindt ook Simsek: ‘Hoe eerder hoe

beter. Voor leerlingen is het makkelijk als ze

al over voorkennis beschikken wanneer ze in

het voortgezet onderwijs instromen.’

Simsek en Ahbod zijn over het algemeen tevreden

over de resultaten van hun leerlingen:

‘De meesten zijn zeer gemotiveerd, al onderschatten

sommigen het een beetje.’

Want een makkie is het niet. Zo moeten er

wetenschappelijke krantenartikelen worden

geduid, en inhoudelijk bediscussieerd. ‘Luistervaardigheden

en teksten duiden zijn ingewikkelder

dan ik dacht’, geeft Arif toe. ‘Lezen

is leuk, duiden is lastig’, valt Mustafa hem bij.

Beyra ziet op tegen alle literaire stromingen

met bijbehorende schrijvers, die ze in haar

hoofd moet stampen, en ook nog moet kunnen

onderverdelen: ‘Er zitten mooie boeken

bij, maar niet alle boeken die we moeten lezen

zijn even boeiend.’

GAT IN IDENTITEIT

Bij Beyra en klasgenoot Iclal Kadi speelt compensatie

van cijfers mee in hun keuze voor

Turks. ‘Niet omdat we voor andere vakken

een 4 halen’, haast Beyra zich te zeggen,

‘maar het is mooi dat wij zo ons gemiddelde

omhoog kunnen halen.’ Iclal: ‘Ik wil vooral

mijn moedertaal in ere houden.’

Beheersing van de moedertaal zorgt voor het

behoud van je eigen identiteit, voor leerlingen

een minstens zo belangrijke reden om

lessen in hun taal te volgen. Volgens Simsek

voelen mensen die hun moedertaal niet

beheersen een gat in hun identiteit: ‘Op een

gegeven moment ga je je afvragen waar je

ROM 1 / 21


BOSS – HET VERVOLG

De praktijk

van samen

opleiden

TEKST RONALD BUITELAAR FOTO JAN VAN DER MEIJDE

In oktober schreef het ROM over BOSS po (Beter Opleiden in

Samenhang en Synergie primair onderwijs). Het gezamenlijke

opleidingstraject van Hogeschool Rotterdam en enkele tientallen

basisscholen verbindt het formele leren bij de pabo met het

praktische leren op de basisschool zodat studenten zachter in

de onderwijspraktijk landen.

Het ROM sprak bij OBS Nelson Mandela in de Afrikaanderwijk met vier betrokkenen

over hun ervaringen.

GÉRARD WALLE, LID MANAGEMENT-

TEAM EN SCHOOLOPLEIDER

‘Als schoolopleider ben ik het scharnierpunt in

de begeleiding van studenten. Zo ga ik naar de

studiedagen en afstudeerbegeleidingsdagen

op de Hogeschool. Ook zijn er inspiratiesessies.

Bijvoorbeeld om meer mannen voor het onderwijs

te interesseren. Op onze eigen school ben

ik natuurlijk bij de startbijeenkomst, bezoek ik

de studenten in hun groepen en voer ik overleg

met de werkplekbegeleiders en de instituutsopleider.

Het is fijn om zo een bijdrage te leveren

aan het opleiden van toekomstige collega’s.

Een ander pluspunt is het meedenken over

aanpassingen in het Pabo-curriculum. Dat was

vroeger echt niet mogelijk. Nu wil de Pabo van

ons weten hoe het opleiden in de school loopt

en wat er verbeterd kan worden. Misschien dat

ik meteen nog wat verbeterpunten mag toevoegen?

Ik vind duo-stages in het eerste jaar

geen goed idee. Studenten moeten samen in

een groep aan de slag en dat verhoogt de werkdruk

voor een werkplekbegeleider. Ook denk ik

dat studenten beter voorbereid kunnen worden

op het werken op scholen als de onze. Pittige

scholen met grootstedelijke problematiek. Misschien

dat we het daar nog eens met de Pabo

over kunnen hebben.’

22 ROM 1


ALIHAN BIRKIYE,

LEERKRACHT GROEP 6 EN

WERKPLEKBEGELEIDER

‘Ik heb stage gelopen op deze school en

werk hier inmiddels zo’n drie jaar. Ik vond

het verschil met een niet-BOSS-school

behoorlijk ingrijpend. Op die stageschool

draaide ik mijn voorbereide lesjes af.

Daarna ging ik naar huis. Dat was bij mijn

stage hier wel anders. Ik gaf niet alleen les

maar werd ook geacht naar vergaderingen

te gaan, moest analyses van toetsen

maken, leren omgaan met data en zorgen

dat mijn lokaal op orde was omdat de

vergaderingen daar plaats vonden. Het

gaf me een veel breder beeld waardoor ik

zeker wist dat ik op een school als deze

wilde werken. Nu ik een eigen groep heb

en werkplekbegeleider ben vind ik het fijn

dat het opleiden van studenten een gezamenlijke

verantwoordelijkheid is die ik

deel met Gérard en de instituutsopleider.

Gérard loopt regelmatig bij mij binnen

en kijkt net iets anders naar de studenten

dan ik. De instituutsopleider kent de

studenten weer op een andere manier.

Zij volgt hun ontwikkeling vooral via de

opleiding. Met z’n drieën hebben we een

redelijk compleet beeld. Ik ben blij met

mijn sparringpartners en voor de student

is het fijn dat er drie mensen meekijken.’

WOUTER TROMP,

TWEEDEJAARSSTUDENT

‘Ik kom uit een echte onderwijsfamilie.

Mijn vader werkte in het onderwijs, maar is

inmiddels gepensioneerd. Mijn moeder is

nog steeds directeur van een basisschool.

Ik was daardoor al aardig vertrouwd met

de onderwijswereld. Ik vind het prettig

dat ik op een BOSS-school als de Nelson

Mandela de ruimte krijg om me verder te

ontwikkelen. Hiervoor liep ik stage op een

niet-BOSS-school en daar kon ik mij maar

moeilijk in de breedte ontwikkelen. Ik had

ook moeite met de beperkte begeleiding

vanuit de pabo. Als je één keer per half

jaar door je pabo-mentor bezocht wordt

kun je niet verwachten dat die een goed

beeld van je ontwikkeling heeft. Hier verloopt

het proces veel natuurlijker. Er is

meer overleg en ik krijg vaker feedback.

Hier zie ik mezelf ontwikkelen.‘

‘Het verschil met een

niet-BOSS-school is

ingrijpend’

EVA VERAART,

LIO-LEERKRACHT GROEP 1/2

‘Ik heb vanaf het begin van mijn opleiding

op een BOSS-school stage gelopen

en merkte hoe de ontwikkelmogelijkheden

met mij meegroeiden. Zo was

deelname aan een studiedag in het

eerste jaar nog niet verplicht. Later wel.

Ook kreeg ik steeds meer toegang tot

informatie. Logisch, want een eerstejaars

hoeft minder te weten van de leerlingen

dan een vierdejaars. Het is fijn dat je in

alle aspecten wordt meegenomen. Je

voert oudergesprekken, hoort veel over

de kinderen en krijgt daardoor een goed

beeld van de school en de wijk. Het helpt

om vast te kunnen stellen of je op een

school als deze zou willen werken. Ik

vind het ook fijn dat Gérard voortdurend

binnenloopt om met mij mee te kijken.

Ik leer daar meer van dan af en toe een

oordeel over een perfect voorbereid

modellesje.’

INSTITUUTSOPLEIDER EN

SCHOOLOPLEIDER

De instituutsopleider is bij de pabo het

aanspreekpunt voor docenten en studenten.

De schoolopleider onderhoudt

contact met studenten en de leraren

van het eigen schoolteam. Die laatsten

zijn de werkplekbegeleiders en getraind

in coachingsvaardigheden. Instituutsopleider

en schoolopleider zorgen samen

voor continuïteit.

ROM 1 / 23


RECENSIE

RECENSIES VOOR EN DOOR COLLEGA’S

3 Boeken

1

HET ONDERWIJSVRAGENBOEK

CLAIRE BOONSTRA, CLAUDETTE

DE GRAAF BIERBRAUWER EN

NANDA CARSTENS

Dit boek zet aan tot nadenken over het onderwijssysteem.

De schrijvers nemen je mee op reis. Deel 1 vertelt waar ons

onderwijssysteem vandaan komt. Toen ik dit las kreeg ik ook

het gevoel dat er iets moet veranderen. Heerlijk hoor, werken

vanuit bekende kaders, maar is het nog van deze tijd? In deel

2 komen 21 onderwijsvragen voorbij. Ik herken ze allemaal.

Neem de vraag ‘Waarom hebben we lange vakanties?’

Ik wist het niet, wordt duidelijk uitgelegd. De voordelen

(ontwikkelsprong) en nadelen (terugval) herken ik zeker.

Maar ik merk dat ik niet klaar ben voor het alternatief (het

hele jaar open). Of de vraag: ‘Waarom de focus op cognitieve

ontwikkeling?’ Daar kan ik mij wel vinden in de alternatieven.

Op mijn school zijn wij ook aan het kijken naar de persoonlijke

ontwikkeling van leerlingen en hoe we dit goed naast het

reguliere lesprogramma kunnen vormgeven. Ik vond het heel

leuk al deze vragen te lezen. Ze kunnen stuk voor stuk leuke

gesprekken aan de lerarentafel geven. In deel 3 wordt gesteld

dat we echt naar een nieuw systeem moeten. Maar dat kost

tijd en wat doen we ondertussen? Ik denk als we een paar

vragen uit het boek zouden halen en er hier op de werkvloer

mee aan de slag gaan, we al een goede stap zullen zetten.

Ik voel mij nu meer geroepen iets aan ‘het systeem’ te

veranderen. Het is niet meer van deze tijd. Ik leg het boek

op de koffietafel om collega’s te inspireren of het gesprek te

starten.

Petra van Haaren is docent op

Het Passer College, een cluster 4 vso-school.

2

JIJ

KAN HET OOK! INSPIRATIE VOOR

DRAMALESSEN AAN KINDEREN

ESTER ERDTSIECK-BLAASER

Jij kan het ook! is een laagdrempelig boek met 24 zeer

concrete lessen van onder- tot bovenbouw. Deze lessen zijn

tot in detail uitgewerkt. Je kunt er direct mee aan de slag. En

in mijn ervaring is vrijwel elke les een succes. Mijn groep 8 (en

ik!) was bijvoorbeeld erg enthousiast over ‘De Oude Grieken’,

een les waarin direct de stof van geschiedenis kon worden

beleefd.

Achterin het boek vind je een handig overzicht betreffende de

dramadoelen: ook kun je hier gemakkelijk een les opzoeken

die bij een doel past dat jij wilt behandelen in jouw groep. Wel

is het zo dat de lessen niet pasten in het halve uur drama dat

ons rooster bevat. Kortom: even creatief boekhouden met je

tijd. En dat is de moeite waard, want je krijgt er wel heel veel

voor terug!

Dinja van Leijenhorst, leerkracht groep 8 op de

Nicolaasschool in Rotterdam.

24 ROM 1


OOK EEN BOEK RECENSEREN?

Kijk op romnieuws.nl om te zien welke onderwijsboeken

we hebben liggen.

3

WANNEER KRIJGEN WE WEER LES?

PAULA VAN MANEN

In een prettig geschreven boek neemt Paula van Manen

ons mee in het perspectief van de docent in een nieuw

onderwijsconcept. Paula is docent in het mbo; in de praktijk

heet dat leercoach en studieloopbaanbegeleider. Termen

die horen bij het onderwijsconcept ‘gepersonaliseerd leren’.

In haar boek Wanneer krijgen we weer les? beschrijft ze de

eerste twee jaar van werken met dit concept. Ze laat zien hoe

de docent zich verhoudt tot deelnemers en tot de organisatie.

Vele dilemma’s komen er op de docenten af. En daarmee

toont Paula hoe complex een vernieuwing is binnen een mboopleiding,

of elke andere onderwijsorganisatie.

ROMNIEUWS.NL

Nu lees je ons magazine, maar het ROM biedt meer!

Kijk op de site voor actueel nieuws uit het Rotterdams

onderwijsveld, artikelen, verslagen van onderwijsbijeenkomsten

en de agenda.

c

d

Like!

facebook.com/rotterdamsonderwijsmagazine

Volg!

@romnieuws twitter.com/romnieuws

Al lezende hoopte ik op een happy end aan het einde van de

beschreven twee jaren. Dat de vele tegenslagen toch tot een

succesverhaal zouden leiden. Dat happy end volgt niet, wel

het besef dat een onderwijsvernieuwing een zeer tijdrovend

proces is. En dat de compromissen die er op alle vlakken

gedaan worden vaak begrijpelijk, maar zeker niet bevorderlijk

zijn.

Misschien kunnen we na schooljaar ’20-’21 een vervolg

verwachten waarin een eindconclusie doorklinkt? Ik zou het

graag lezen.

Marieke van den Vlekkert-Maatje is werkzaam

als senior beleidsadviseur onderwijs en kwaliteit

bij de Vereniging voor Christelijk Voortgezet

Onderwijs (CVO).

ABONNEER

JE OP DE

NIEUWSBRIEF

Elke maand een link naar de laatste aanvullingen

op de site, extra nieuws en meer. Meld je aan op

romnieuws.nl/nieuwsbrieven.

ROM 1/ 25


IT CAMPUS SPEELT IN OP GROTE VRAAG

Rotterdam digivaardig

Rotterdam kampt met een schreeuwend tekort aan IT’ers; allerlei

organisaties zitten erom te springen. De IT Campus Rotterdam,

gestart in oktober 2018 op het RDM-terrein, moet hier verandering

in brengen. De Campus brengt scholen en bedrijven bij elkaar voor

gezamenlijke projecten en evenementen. Scholen en bedrijven die

bij de campus zijn aangesloten, organiseren ICT-lessen en

projecten, samen met gastdocenten uit het bedrijfsleven.

TEKST INEKE WESTBROEK FOTO PETJA BUITENDIJK

Rond de 1000 hbo’ers in de IT-richting studeren

jaarlijks af. Veel te weinig: werkgevers

in onder andere haven en zorg moeten IT’ers

uit het buitenland halen. Om dit op te lossen

moet het aantal IT-studenten in Rotterdam

binnen zeven jaar groeien van 4000 naar

8000, zodat er jaarlijks 1500 tot 2000 kunnen

afstuderen. De IT Campus moet hieraan

bijdragen. De geschatte investering bedraagt

honderd miljoen euro. In de eerste fase doet

de Campus een beroep op bedrijfsleven, onderwijs

en overheid.

26 ROM 1


ROTTERDAM DIGIVAARDIG

Zo werken de grote schoolbesturen mee aan

Rotterdam Digivaardig, ontwikkeld door medewerkers

van bedrijven die met de Campus

samenwerken. Naast het voorbereiden van

een nieuwe generatie met uitgebreide ITvaardigheden,

willen veel scholen alle leerlingen

zo jong mogelijk digitaal vaardig en

weerbaar maken. Kinderen mediawijs maken,

hen bewust leren omgaan met algoritmes,

het verschil leren tussen nepnieuws en echt

nieuws, en meisjes enthousiast maken voor

programmeren zijn voorname beweegredenen

om aan te haken bij de campus.

GIRLSDAY

Matthijs Jaspers (programmamanager IT

Campus Rotterdam) erkent het belang hiervan:

‘Bij basisscholen richten lessen van onze

partners zich ook op digitaal weerbaar maken

op jonge leeftijd.’ Binnen het voortgezet

onderwijs daarentegen ligt de focus meer op

het triggeren van een nieuwe generatie potentiële

IT’ers, maar ook daar is aandacht voor

digitale weerbaarheid. Daarbij wordt ernaar

gestreefd digitale vaardigheden in alle vakken

te integreren. Jaspers wijst erop dat digitale

vaardigheden tegenwoordig in de meeste

sectoren nodig zijn: ‘Leerlingen moeten zich

kunnen oriënteren op toepassingen ervan in

verschillende rollen en functies, en leren wat

het beste bij hen past.’

De Campus streeft met het onderwijsveld naar

een meer diverse instroom richting IT, bijvoorbeeld

door meisjes in IT te interesseren, middels

samenwerking met initiatieven als Girlsday,

en kennismaking met sectoren waar IT

een grote rol speelt. Jaspers: ‘Kinderen zonder

wiskundetalent denken ten onrechte dat IT

niets voor hen is. Maar niet alle IT-werk vereist

een wiskundeknobbel.’

VOOROPLOPEN

Vooroplopen in ICT-onderwijs op Zuid is voor

het Zuiderpark College (vmbo) een belangrijke

drijfveer om sinds dit jaar samen te werken

met de IT-campus. De leerlingen worden

al jaren geschoold in digitale vaardigheden en

mediawijsheid. De school integreert ICT in verschillende

vakken, zoals talen en economie.

‘Kinderen zonder

wiskundetalent denken

onterecht dat IT niets

voor hen is’

Het samenwerkingsverband met de campus

houdt in dat eerstejaars leerlingen facultatief

twee keer per week programmeerlessen

in Scratch en Python volgen. Volgend schooljaar

worden de GL/TL-leerlingen (Gemengde

en Theoretische Leerweg) extra geschoold

in 21e-eeuwse vaardigheden zoals samenwerken

en probleemoplossend denken. Daarnaast

leren ze werken met robots, VR-brillen

en drones. Een werknemer van een van de bij

de campus aangesloten bedrijven begeleidt

hen als coach. Het doel is om leerlingen klaar

te stomen voor IT-opleidingen in mbo en hbo.

‘Iedere leerling die van het Zuiderpark College

komt, moet digitaal vaardig zijn’, zegt Cock

van der Bruggen (tijdens het interview interim-directeur

Scholengroep het Zuiderpark

College en Montfort College). Vanaf 2020 is

hij projectleider van Sterk Techniekonderwijs

in Rotterdam Zuid: ‘We leiden op voor beroepen

die er nu nog niet zijn, maar wel als de

eerste lichting afstudeert.’ Locatiedirecteur

Wouter van de Kolk, eveneens betrokken bij

de IT-Campus, onderschrijft dit volledig.

DIGITALE VAARDIGHEDEN

Wat zijn digitale vaardigheden

precies? Je leest er meer over in

de Infographic op pagina 19.

PINGPONG

Angela Winklaar (1D) volgt de programmeerklas,

maar heeft andere

toekomstplannen: ‘Ik wil rechter

worden.’ Teamleider onderbouw Jet

Roodnat-Kievit wijst haar op de ITkennis

die de juristerij tegenwoordig

vereist: ‘Een goeie voorbereiding,

ook op andere beroepen.’

Maar nu houdt Angela het nog bij

het pingpongspelletje dat ze aan

het ontwerpen is. Op haar scherm

verschijnt een groene balk met een

balletje.

Programmeerklasgenoot Anir Bentaitour

(1A) wil wél de IT in. Welke

richting? ‘Daar denk ik nog over na.’

Dat gaat wel lukken met Angela en

Anir, verwacht ICT-docent Karim Belhaj:

‘Zij zijn uitzonderlijk getalenteerd

en pakken het heel snel op, met

de nodige nieuwsgierigheid. Evenals

veel van de leerlingen in deze klas.’

ROM 1/ 27


PILOT INTERPROFESSIONELE STAGE

Vanuit alle hoeken

bekeken

Studenten van verschillende opleidingen doen mee aan een pilot

waarbij ze samen stagelopen op een Integraal Kindcentrum (IKC).

Het gaat om de opleidingen pedagogisch werk, pabo, social work en

pedagogisch educatief medewerker. Doel: het al tijdens de opleiding

leren samenwerken met collega’s van andere disciplines. ROM ging

kijken bij de eerste tussenevaluatie van dit initiatief.

TEKST RENATE MAMBER ILLUSTRATIE CHRIS VERSTEEG – PROJEKT C

In december komen alle deelnemers bijeen

om de voortgang te bespreken van de pilot

met de interprofessionele stage die dit

schooljaar startte. Onder hen is projectleider

Caty Bulte. ‘Er komen steeds meer IKC’s waar

verschillende organisaties samenwerken aan

opvang en onderwijs van kinderen tot 12

jaar’, vertelt ze. ‘Het is dan goed als medewerkers

van verschillende opleidingen elkaars

taal spreken, weten wat elkaars expertise is

en vanuit welke invalshoek ze naar een kind

kijken. Als we de onderlinge samenwerking

nog verder kunnen verbeteren, kunnen we

de ontwikkeling van kinderen ook nog beter

begeleiden.’

PRAKTISCHE HOBBELS

Het is een hele kunst om de stages van verschillende

opleidingen in praktisch opzicht

samen te laten vallen. De studenten van pabo

Thomas More lopen bijvoorbeeld een half jaar

stage op een school, terwijl de andere studenten

een heel jaar stagelopen. Ondanks dit

soort praktische hobbels lukte het toch om op

bijna alle deelnemende IKC’s een interprofessioneel

studententeam te vormen van stagiaires

van drie of vier verschillende opleidingen.

De teams komen een dagdeel in de week

bijeen voor gezamenlijke activiteiten.

‘In het begin moesten we heel erg zoeken

naar hoe invulling te geven aan de bijeen-

‘We leren steeds iets

nieuws van elkaar’

komsten’, vertelt het team van IKC Prins

Willem-Alexander. ‘Inmiddels hebben we elkaars

vakgebied leren kennen en bespreken

we samen casussen. We weten nu wat we aan

elkaar hebben.’

ELKAAR ADVIEZEN GEVEN

In grote lijnen is dat ook de ervaring van de

andere teams. ‘Wij gaan bij elkaar op bezoek

om elkaar aan het werk te zien’, vult

het team van IKC De Ark daar op aan. ‘Ook

geven we elkaar mini-workshops over specifieke

onderwerpen waar niet iedereen evenveel

van weet, bijvoorbeeld over vroeg- en

voorschoolse educatie. Verder bespreken we

casussen en geven we elkaar adviezen.’

Vooral bij het bespreken van casussen blijken

de studenten veel aan elkaar te hebben.

‘Iedere student bekijkt een casus vanuit zijn

eigen expertise en daar kun je onderling veel

aan hebben’, vertelt Ulrike van den Berg, extern

begeleider van de teams. ‘De pedagogisch

medewerker is heel goed in praktische

adviezen. De pabo-student kijkt meer naar

wat kan ze doen om een kind te begeleiden.

De pedagogisch-educatief medewerker zit er

tussenin en de social worker gaat meer naast

het kind staan en bekijkt het vanuit zijn of

haar ogen.’

Volgens Ulrike ontwikkelt de interprofessionele

stage zich op dit moment heel organisch.

‘Wij als ontwikkelteam hebben opdrachten

opgesteld voor de studenten, maar je ziet dat

ze zelf ook met hun eigen opdrachten komen,

omdat ze daar als team tegenaan lopen. In de

toekomst zou het mooi zijn als ook de IKC’s

opdrachten ontwikkelen voor de teams.’

WAT MEER, WAT MINDER

De evaluatie sluit af met een inventarisatie

28 ROM 1


van wat in de toekomst meer mag en wat

minder. De studenten geven bijvoorbeeld aan

minder onbegeleide bijeenkomsten te willen

en meer casuïstiek en intervisie. Ook zien ze

graag dat de interprofessionele stage binnen

een IKC meer bekendheid krijgt.

Over de meerwaarde van de stage is iedereen

het eens. Punten die genoemd worden

zijn: we leren steeds iets nieuws van elkaar, je

weet elkaar te vinden als je elkaar nodig hebt

en betere samenwerking.

IKC’S

Steeds meer basisscholen en kinderopvangorganisaties

werken met elkaar samen in

Integrale Kindcentra (IKC). Meestal is ook extra

zorg voor kinderen die dat nodig hebben

aanwezig, bijvoorbeeld sociaal of maatschappelijk

werk. De IKC’s zijn volop in ontwikkeling.

Bij het ene IKC is alleen nog sprake van

verschillende instanties onder een dak, bij het

andere IKC is al intensieve samenwerking in

de vorm van een gezamenlijke visie en doorgaande

leerlijnen.

PILOT INTERPROFESSIONELE

STAGE

Gedurende een jaar lopen studenten van

verschillende opleidingen samen stage op

eenzelfde IKC.

Deelnemende opleidingen:

• ROC Albeda en Zadkine, pedagogisch

werk 4, tweede jaar

• Hogeschool Rotterdam, associate degree

pedagogisch educatief medewerker

• Pabo Thomas More, pabo derde jaars

(urban education)

• Hogeschool Rotterdam, social work,

jeugd, derde jaars

• Deelnemende IKC’s: IKC Bavinck, IKC De

Ark, IKC PWA en Wereld op Zuid

De gemeente Rotterdam stelt vanuit het

programma De Beste Leraren voor Rotterdam

subsidie beschikbaar voor de pilot.

ROM 1/ 29


COLUMN

WHAT'S MORE?

ONLANGS

ONLINE

ANNE-MARIE PLASSCHAERT

Welke artikelen verschenen er de afgelopen

tijd op romnieuws.nl?

Loser

BOIJMANS BRENGT KUNST DE KLAS IN

ANNE-MARIE PLASSCHAERT SCHRIJFT VOOR HET ROM OVER HAAR BE-

LEVENISSEN ALS DOCENT JOURNALISTIEK OP HET GRAFISCH LYCEUM.

In onze vakgroepruimte hangt op het prikbord de uitdagende kop:

Meerdere keren per dag krijg ik te horen dat ik een kankerjuf ben.

Eerst denk ik dat een van onze redactiestagiairs een artikel heeft

geschreven over iemand in het onderwijs. Maar als ik na een week of

vier de kwetsende woorden niet langer wil zien en de print weghaal,

lees ik in een AD-artikel over een onderwijs- en schrijfcollega van

me. Zij werkt in het speciaal onderwijs met leerlingen met ernstige

gedragsstoornissen en/of psychiatrische problematiek. Ze probeert

moedig stand te houden tussen vechtende en scheldende kinderen

en vindt het langzamerhand heel gewoon dat ze voor ‘kankerwijf’

wordt uitgemaakt en dat ze ‘dood moet’. Als ze een keer schrikt

door een kluwen vechtende jongens achter haar en ze in een reflex

terugduwt, moet zíj zich komen verantwoorden bij het schoolhoofd,

want er is een klacht ingediend. Ik lees hoe de moedige leerkracht na

het gesprek teruggaat om te overleven en dan positief opmerkt dat

er in de algehele chaos toch nog één kind is dat zijn werk heeft gemaakt.

Geschokt ben ik. Dat kinderen – speciaal onderwijs of niet –

denken dit te kunnen zeggen tegen hun juf, dat er een klacht wordt

ingediend naar aanleiding van een heel natuurlijke reactie, dat de

directeur háár ter verantwoording roept, dat zíj dit alles accepteert,

dat zij toch weer de klas instapt en zich vastklampt aan het enige

lichtpuntje, datdatdat… Op onze opleiding maken wij zo veel heftigheid

niet mee. Toch zijn er ook bij ons grenzen die beetje bij beetje

opschuiven. Steeds vaker zeggen studenten dat zij beter weten hoe

de maatschappij in elkaar steekt en ‘dús niets van ons willen leren’.

Steeds vaker krijgt een docent of onderwijsassistent een grote

mond, gevolgd door een middelvinger of dreigende houding als die

collega zich niet slaafs laat afbekken. Wat volgt? Een opmerking in

het leerlingvolgsysteem, een gesprek met de mentor… That’s it. Het

is zoals een van die studenten zegt: ‘Jullie probleem! Ik verander niet,

ga niet weg en je kunt me ook niet wegsturen, want dan hebben

jullie er een probleem bij.’ Wie heeft er nog respect voor een leraar?

Hij is onderbetaald, overwerkt, wordt niet gehoord of gesteund. De

leraar is tot loser van de maatschappij gemaakt!

Tijdens de verbouwing van Museum Boijmans van Beuningen

staan de kunstwerken in een extern depot. Zonde! Om jongeren

toch met de museumcollectie in aanraking te laten komen, startte

het prject Boijmans in de klas. Op het Wolfert Dalton bekeken de

leerlingen kunstwerken in hun eigen lokaal.

SUCCESVERHAAL VAN EEN LEERLING MET

MINDER KANSEN

MINDER WERKDRUK

Hoe zorg je voor minder werkdruk?

Ineke Weenink kwam op veel scholen en

verzamelde mooie voorbeelden. Ze deelde

er een aantal met het ROM.

Leraren Mila en Martijn schreven een

gastbijdrage voor het ROM. Een verhaal

over een ongemotiveerd meisje

met een ongunstige thuissituatie, met

een goede afloop.

30 ROM 1


school +

vakdocenten en

kunstenaars

= co-creatie

samen nieuwe workshops ontwikkelen

Aanbod creëren dat écht aansluit op de belevingswereld van jongeren

en tegelijkertijd op originele wijze in de behoefte van uw opleiding

voorziet? Het kan met SKVR. Wij combineren de vraag van scholen

met de expertise van kunstenaars en vakdocenten uit diverse

kunstdisciplines en faciliteren op deze manier co-creatie.

De nieuwe workshopreeks Future Food Design

is ontwikkeld door duurzaam designer Elise

Marcus in samenwerking met SKVR en Zadkine.

Daarin bedenken, maken en fotograferen VOleerlingen

een gerecht van de toekomst.

Heeft u ideeën of wilt u samen met ons

ontwikkelen? Neem contact met ons op via

onderwijs@skvr.nl.

skvr.nl/onderwijs

primair onderwijs – voortgezet onderwijs - mbo

WAT LEES JE IN

ROM #2 APRIL?

SCHOLIEREN EN

GEORGANISEERDE

MISDAAD

Wat doen we?

GEEN CIJFERS MEER

Melanchton Schiebroek experimenteert

Programmeren

op school

Expert Felienne Hermans

over hoe en waarom

Leuk Nieuws!

De Rotterdamse lerarenbeurs kan dit

schooljaar opnieuw aangevraagd worden.

Interesse?

Kijk op www.septemberonderwijs.nl/Rotterdam

voor inspirerende cursussen!

tom@septemberonderwijs.nl

030 – 265 7658

MELANCHTHON

KRALINGEN

Excellent!

PRACHTIG MBO-ONDERWIJS

Inspectie over Albeda Vlaardingen

ROM 1/ 31


DUBBELPORTRET

TEKST RONALD BUITELAAR

FOTO JAN VAN DER MEIJDE

John en Luiza

John en Luiza (9) wonen met vrouw/

moeder Claudia in een eengezinswoning

in Feijenoord. Zoon/broer Levi (20) woont

op zichzelf. John is beroepsmusicus en

is zowel op het podium als in de studio

te vinden. Naast zijn professionele activiteiten

werkt John een dag in de week

als vrijwillige conciërge op de school van

Luiza en assisteert hij als hulpouder bij het

schoolzwemmen. Luiza zit bij juf Xamorah

in groep 6 van basisschool De Nieuwe

Haven in Feijenoord. Haar hobby’s zijn

hockey en tekenen. Als zij zich verveelt

belt ze met haar vriendinnen of gaat ze

met haar nicht of moeder Netflixen.

WAAROM HEBBEN JULLIE VOOR

MELANCHTHON KRALINGEN GEKOZEN?

Luiza: ‘Dat weet ik niet. Dat hebben mijn ouders beslist.’

John: ‘We hebben verschillende basisscholen in de buurt

bezocht en merkten dat het behalen van resultaten wel

erg centraal staat bij veel scholen. Voor De Nieuwe Haven

zijn resultaten ook belangrijk, maar ik merkte al direct bij

de kennismaking dat dat niet het belangrijkste is. Wel dat

er in een prettige en warme sfeer gewerkt wordt. Dat gaf

voor mij de doorslag.’

WAT VIND JE LEUK AAN SCHOOL?

Luiza: ‘Ik heb veel vrienden en vriendinnen en het is een

leuke klas. Natuurlijk is er wel eens ruzie, maar dat is altijd

snel opgelost. Onze juf is erg gezellig en soms mogen we

van haar een spelletje doen.’ John: ‘Ik vind de sfeer en

de onderlinge omgang erg fijn. Ook merk ik dat iedereen

er met hart en ziel werkt. Ik vind het ook belangrijk dat

‘ouderwetse’ waarden en normen er nog hoog worden

gehouden.’

WAT MIS JE?

Luiza: ‘Ik snap dat we niet op onze telefoon mogen, maar

wat ik niet begrijp is dat we onze telefoon niet eens mee

naar school mogen nemen. In geval van nood moet ik belangrijke

telefoonnummers kunnen vinden. Ook vind ik dat

Lekker Fit! te streng is op wat we mogen eten en drinken.’

John: ‘Twee dingen. Ik vind dat iedere leerkracht direct een

klassenassistent moet krijgen. En ik vind het lastig dat ik

er met de feestdagen op een christelijke school rekening

mee moet houden dat de hapjes die ik maak halal zijn. Zo’n

afspraak bewaart misschien wel de lieve vrede, maar ik

vind het niet standvastig.’

DENK JE AL NA OVER WAT JE NA DEZE

SCHOOL WILT GAAN DOEN?

Luiza: ‘Ik weet het nu nog niet, want ik vind zowel leren als

iets met je handen doen leuk.’ John: ‘Ze kan goed leren, ze

scoort dan ook bovengemiddeld. Maar ze lijkt op mij en ik

nam leren niet altijd even serieus.’

WAT ZIJN JE DROMEN VOOR LATER?

Luiza: ‘Misschien wil ik later juf worden. En anders wil ik

iets met tekenen gaan doen. Ik ben daar erg goed in.’

John: ‘Dat ze een goed wijf wordt en het naar d’r zin heeft.’

More magazines by this user