Folder openbaar groen

iBulbnetherlands

Inleiding

Interview

Dick Beijer

Interview

Jacqueline van der Kloet

Plantinformatie

Assortiment

i n h o u d s

k a a r t


Meer dan twintig jaar geleden rondde

Dick Beijer de opleiding voor tuin- en

landschapsarchitectuur af. Tuinen waren

toen nog niet zo ‘hot’ als nu, maar toch

vond Dick al snel een baan bij een bureau

voor tuin- en landschapsarchitectuur in

Amsterdam. ‘Daar is het kwartje gevallen.’

Eenmaal aan het werk leerde Dick de schoonheid

der dingen zien. “Bij dat bureau heb ik geleerd

naar buiten te kijken, de grote lijnen te zien.” Na

twee jaar werknemerschap, ging hij zelfstandig

verder. “Ik ben begonnen met kleine tuinen, voor

particulieren en bedrijven. In twintig jaar tijd is

mijn bureau uitgegroeid tot een klein bedrijfje van

zo’n drie, vier man. We werken nationaal en internationaal,

bijvoorbeeld voor Elton John, Jennifer

Lopez en Poetin. Samen maken we prachtige

dingen.” Dat ‘maken’ richt zich wat Dick betreft

vooral op de planvorming en advisering. “Ik leg de

tuinen niet zelf aan, daar zijn andere mensen veel

beter in.” Zijn ontwerpen kenmerken zich door

soberheid, eenvoud en strakke lijnen. “Het succes

valt of staat met een goede uitvoering. Een waterpartij

moet honderd procent waterpas zijn, daar

let ik goed op.”

en materialen. Tegenwoordig worden wij er vaak

al bijgehaald als de eerste paal wordt geslagen.

Dat is geweldig. Een tuin is mede bepalend voor

de uitstraling van het huis. Ik ga uit van de architectuur

van het gebouw.” Wie een romantische

tuin wil, is bij Dick aan het verkeerde adres. “Dan

raak ik de weg kwijt. Ik hou van strak, dan kun je

mooie lijnen neerzetten.” Sommige opdrachten

blijken niet aan hem besteed. “De eigenaar van

een mooie boerderij in de Betuwe wilde rond zijn

fruitbomen een tuin maken. Ik zei: ’Hang er een

hangmat in, zet wat loungestoelen neer, en verder

niks meer aan doen.’ Dat is alleen maar zonde.

Datzelfde gold voor de tuin die grensde aan de

Hoge Veluwe. Zoiets kun je alleen maar verknallen.”

De weg kwijt

Traditioneel is de tuin in Nederland een ondergeschoven

kindje. “De klanten waar ik voor werk,

hebben echt iets voor hun tuin over. Zij willen ‘een

Dick Beijer’. Meestal komen ze naar mijn studio.

Dan bespreken we hun ideeën, kijken naar foto’s

Heel gaaf

‘Grote gebaren’ in de natuur inspireren hem. “Die

eindeloze lavendelvelden in Frankrijk of koren- en

maïsvelden. Dat vind ik geweldig. Veel van hetzelfde

in een kleur, daar krijg ik een goed gevoel

bij. In de tuin bij ons kantoor hebben we een vak

met grassen beplant gemengd met alliums. Dat

is een prachtige combinatie: dat fragiele gras dat

altijd in beweging is en daar die lilakleurige uienbollen

doorheen, het kan niet anders of zoiets

doet wat met je.” Wie minder ruimte heeft, kan

toch hetzelfde effect bereiken. “Zet tien dezelfde

tulpen in een bak op je terras of balkon, dat is ook

heel gaaf. Het gaat niet om groot, groter, grootst,

maar om consequent zijn.” Als een ontwerp zo

uitpakt als Dick het had bedacht en de tuin erbij

ligt ‘alsof het al jaren zo is’, wordt Dick blij. “Dan

ben ik hartstikke gelukkig.”

D i c k B e i j e r


Ze had altijd al een passie voor tekenen

en ze wilde graag naar de kunstacademie.

Haar ouders zagen daar niks in, dus moest

Jacqueline van der Kloet andere opties

overwegen. Een vriendin deed de Rijkshogeschool

voor Tuin- en Landschapsinrichting

in Boskoop. ‘Daar zou ik in elk

geval iets kunnen doen met tekenen.

Dus koos ik daarvoor. Het was liefde

op het eerste gezicht.’

achter de grote tekentafel in haar werkkamer.

“Dat past ook echt bij mij.” Haar inspiratie haalt

ze uit allerlei zaken. “Ik raak geïnspireerd door te

reizen en kennis te maken met andere culturen,

maar ook architectuur, kunst en mode kan mij

op ideeën brengen. Prachtig om te zien wat

couturiers bijvoorbeeld doen met kleuren en

vormen.”

Na haar studie vervolgde tuinontwerper Jacqueline

van der Kloet haar opleiding in Anderlecht, waar

nog meer ruimte was voor creativiteit. “Daarna

ben ik voor mezelf begonnen, met het ontwerpen

van particuliere tuinen en het maken van beplantingsplannen.

Met name de beplanting kreeg

steeds meer mijn interesse. In eerste instantie

ging het daarbij om vaste planten en heesters,

later kwamen de bloembollen daarbij. Dat is uiteindelijk

mijn grote liefde geworden.” Anders dan

veel van haar vakgenoten, focust Jacqueline zich

in haar ontwerpen vooral op de beplanting.

“De beplanting bepaalt uiteindelijk het gezicht

van de tuin of het park.”

Sfeer proeven

Als een opdrachtgever zich bij haar meldt, wil

ze zich eerst een goed beeld vormen van de

plek. “Hoe is het licht, de wind, de omliggende

bebouwing? Ik wil sfeer proeven, het verhaal van

de opdrachtgever horen en een beeld krijgen

van de mogelijke inrichting. Dan maak ik een

conceptvoorstel inclusief een beplantingsplan.

Dat kan basic zijn of juist zeer gedetailleerd, net

wat de opdrachtgever wil.” Jacqueline maakt

haar plannen nog met het tekenpotlood op papier,

Handtekening

Bloembollen maken haar elk voorjaar weer

blij. “Het is ’t eerste wat je ziet bloeien na de

winter. Dat heeft op mij een enorme impact. Met

bloembollen kun je het seizoen zo’n drie maanden

naar voren halen. In januari – februari zie je al de

eerste puntjes van sneeuwklokjes en krokussen

boven de grond uit piepen. Dan begint het te

borrelen in de tuin, het leeft.” Tijdens de persreis

die het IBC elk voorjaar organiseert, is Jacqueline’s

handtekening goed zichtbaar in de tuinen die

worden bezocht. “In een kleine boerentuin met

verschillende hoekjes en sferen hebben we met de

bollen op die verschillende sferen ingespeeld door

vormen en kleuren te kiezen die daarbij pasten.

In een pluktuin hebben we een mengsel van allerlei

soorten bloembollen verwerkt. Prachtig om te zien

hoe alles door elkaar stond en er elke week een

andere laag en kleur kwam bovendrijven. Verder

hebben we onder een stel appelbomen met

witroze bloesem ook tulpen in die kleuren geplant.

Juist tijdens ons bezoek aan die tuin stonden zowel

de bomen als de tulpen prachtig in bloei, dat was

een mooi gezicht. Diverse journalisten merkten

later op dat ik daarmee exact mijn handtekening

had gezet.”

J a c q u e l i n e

v a n d e r K l o e t


Als je nadenkt over een beplantingsplan voor een tuin of park, kun je tal van groepen

planten, bomen en heesters overwegen. Maar, wat dacht je van bloembollen?

Bloembollen zijn verrassend en een tikkeltje mystiek. De laatste maanden van het jaar

gaan ze de grond in om vanaf januari – februari hun groei- en bloeikracht te tonen. Als

de eerste puntjes van de sneeuwklokjes weer boven de grond uit piepen, weet je: het

tuinseizoen is weer begonnen!

In de wintermaanden liggen tuinen en parken er

wat sobertjes bij, qua kleur valt er dan weinig te

beleven. Bloembollen brengen daar verandering

in. Je kunt al helemaal vrolijk worden van de

energie waarmee bloembollen al vroeg in het jaar

uit de grond komen. Voor je het weet, vormen ze

samen een levendig kleurenpalet dat er elke dag

net weer even anders uit ziet. Vooral de voorjaarsbloeiers

zorgen voor een explosie aan kleur en

geur in de tuin.

Toegift

De zomerbloeiers zijn overigens niet minder

boeiend en aantrekkelijk. Soorten als dahlia,

begonia, tigridia en crocosmia zijn kleurbrengers

die het maandenlang volhouden. Menig vasteplant

moet het hiertegen afleggen. En net als

je denkt dat het helemaal voorbij is met de

bolgewassen, volgt er een verrassende toegift

van de najaarsbloeiers. Als de tuin alweer op zijn

retour is, laat een gewas als colchicum zich van

zijn meest kleurrijke kant zien.

Overal thuis

Bloembollen vormen tezamen een uitgebreide

groep, waartoe ook de knolgewassen en wortel-

stokken behoren. Voor elke situatie is dan ook

wel een geschikt soort te vinden: voor een border

gemixt met vaste planten, onder de fruitbomen,

in een pluktuin, voor een klassiek of juist een

modern bloemperk, voor een romantische of een

hele strakke tuin. Bloembollen laten zich goed

combineren met andere gewassen en bomen.

Bovendien Herfstbloeiers vragen bloembollen – naast het

planten Najaarsbloeiende – nauwelijks bolgewassen of geen onderhoud. vormen groep Een

mooi met de product kleinste dus omvang. in Veelzijdig elk denkbaar inzetbaar beplantings- zijn

plan eigenlijk te verwerken. alleen de herfstbloeiende Groot of klein, krokussen, modern of

romantisch? Colchicums (herfsttijloos) De bloembol en voelt Cyclamen. zich er thuis. In

deze Zij worden map vind geplant je nog vanaf veel eind meer juli tot informatie half september

en bloeien over dan meteen de Prima in Donna het direct en daarop-

meer.

over

bloembollen:

Veel volgende succes najaar. ermee!

p l ant i nfo rmati e


Bloembollen bloeien op verschillende

momenten. We kunnen ze dan ook in drie

groepen indelen: voorjaars-, zomer- en

herfstbloeiende bollen. Allemaal hebben

ze zo hun specifieke kenmerken en eigenschappen

waardoor ze op veel verschillende

manieren toegepast kunnen worden.

Over het algemeen zijn voorjaarsbloeiers het meest

bekend: de meeste mensen kunnen een tulp van

een narcis onderscheiden, en een hyacint van een

krokus. Voordeel van de voorjaarsbloeiende bolgewassen

is dat ze winterhard zijn. Ze hebben zelfs

een periode van kou nodig om daarna volledig tot

ontwikkeling te kunnen komen. Dat heeft alles te

maken met de historie van deze bolgewassen: ze

komen namelijk oorspronkelijk uit de hoger gelegen

gebieden in Oost-Europa en Centraal-Azië, waar

de winters behoorlijk koud zijn. De voorjaarsbloeiers

worden geplant in de periode van eind

september tot half december en komen in het

voorjaar daarop tot bloei. Dat begint al in januari –

februari, als de rest van de tuin nog ‘slaapt’.

Tropische origine

De meest zomerbloeiers zijn niet winterhard.

Deze komen dan ook van origine veelal uit subtropische

en tropische regio’s, waar de temperaturen

gemiddeld wat hoger zijn. Het planten van

zomerbloeiers gebeurt vanaf eind april, waarna

ze in de zomermaanden tot bloei komen. Om

de bollen het volgende seizoen weer te kunnen

gebruiken, moeten ze uit de grond worden

gehaald voordat de vorst invalt. Zomerbloeiers

zijn dus iets bewerkelijker. Daar staat echter een

geweldige explosie van geur en kleur tegenover.

Zomerbloeiers vormen een mooie aanvulling in

de zomerse tuin.

Vrolijke kleuraccenten

Van najaarsbloeiers is het kleinste aanbod

beschikbaar. De herfstbloeiende krokussen,

colchicums en cyclamen kunnen vanaf eind juli

tot half september worden geplant en bloeien

dan meteen in het najaar dat daarop volgt. Zo

zorgen bloembollen in deze tijd van het jaar –

waarin de rest van de tuin veelal is uitgebloeid –

nog voor wat vrolijke kleuraccenten.

Naast het planten van bollen in de tuin, zien we

steeds vaker dat bollen op pot worden geplant

om terrassen en balkons te verfraaien. Ook

tuincentra bieden steeds vaker kant-en-klare

producten aan om consumenten de moeite van

het planten te besparen. Deze variatie is

tekenend voor de veelzijdigheid van bloembollen.

v oorjaar z o mer

herfst b l o e i ers


Het mooie van bloembollen is, dat je ze op

verschillende manieren kunt toepassen. Het

hangt er maar helemaal vanaf wat het doel

van de beplanting is. Op basis daarvan kun

je kiezen tussen eenjarige, meerjarige of

verwilderingsbollen.

Meestal kiezen we voor eenjarige bollen als het

doel is een massaal kleureffect te realiseren.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan bloemperken gevuld

met een opeenvolgende bloei van krokussen en

tulpen, zeeën van blauwe druifjes of lange linten

van grootkronige narcissen. Met name bloembollen

met zeer sprekende kleuren lenen zich hier bij

uitstek voor.

Als vaste planten

Meerjarige bollen zijn bollen die na de bloei in de

grond blijven zitten en daar rustig de tijd krijgen

om af te sterven om zich onder de grond voor

te bereiden op het volgende seizoen. Eigenlijk

volgen deze meerjarigen dezelfde cyclus als vaste

planten. Meerjarige bollen maken vaak deel uit

van een totaalplan van meerjarige beplanting met

een combinatie van vaste planten, heesters en

bijvoorbeeld rozen. Soorten die hiervoor

geschikt zijn, zijn onder andere bepaalde

hyacinten-, tulpen- en narcissencultivars, en

ook een aantal bijzondere bolgewassen.

Elk jaar terug

Verwilderingsbollen hebben nog iets meer te

bieden dan de meerjarige bollen. Deze blijven

namelijk – net als de meerjarigen – na de bloei

in de grond en komen elk jaar terug. Daar komt

nog eens bij dat ze zich steeds verder uitbreiden.

Voorwaarde is wel dat ze onder de juiste licht- en

luchtomstandigheden worden geplant.

Verwilderingsbollen kunnen zelf prima de hoofdrol

vervullen in een plantvak, maar ook uitstekend

worden gecombineerd met bomen, heesters en

bijvoorbeeld bodembedekkers. Narcissen, scilla’s

en leucojums komen in zo’n setting goed tot

hun recht. Bij deze natuurlijke toepassing, horen

vooral gedempte kleuren, zoals pastels en wit.

eenjarig meer

j ari g verwilderi n g


Gras Bloembollen is bijzonder kunnen neutraal. op allerlei Juist verschillende

het manieren zich zo toegepast goed als worden, ondergrond afhan-

voor

daarom

leent

bloembollen. kelijk van het uiteindelijke In het gras doel: kunnen allerlei

variaties in bloembollen worden aangebracht:

Eenjarigen van banen tot strepen en ruitvormen.

als eenjarigen: Gras dit nodigt is meestal uit tot het creativiteit.

geval wanneer

bloembollen worden ingezet voor een massaal

Juist kleureffect. omdat gras Denk zo daarbij overzichtelijk aan bloemperken en strak is, met vormt

het een de opeenvolgende ideale basis voor bloei een van mooie krokussen beplanting en tulpen,

bloembollen. aan zeeën van Zo blauwe is het druifjes mogelijk of om aan banen lange

met

aan linten leggen met grootkronige van éen soort narcissen. bloembollen Vooral bloembollen

met kleuren, sprekende dicht kleuren op elkaar (rood, geplant, geel, blauw)

in

meerdere

waardoor zijn voor dit vrolijke doel geschikt. voorjaarslinten ontstaan. Ook

banen van een of meerdere soorten bloembollen

in dezelfde kleur met enige tussenruimte geplant,

geven een mooi effect. Alsof er een gekleurd

waas over het gazon of grasveld ligt.

Verrassende vormen

Gras leent zich ook goed om daarin met fantasievormen

te werken. Zo ontstaan verrassend

gevormde plantvakken die bijvoorbeeld kunnen

worden gevuld met een mengsel van bloembollen

die achtereenvolgend bloeien. In een klassieke

tuin komen ruitvormen gevuld met bloembollen

in contrasterende kleuren goed tot hun recht.

Terwijl strepen met bloembollen van een kleur

in variabele lengtes en tussenruimtes juist een

modern, grafisch effect geven.

Stippen met kleur

Wat te denken van stippen met bloembollen:

mooie, gelijkvormige cirkels gevuld met bloembollen,

fris afstekend tegen het groen van het

gras. Mooi is het ook om borders te vullen met

vroegbloeiende voorjaarsbloeiers die elk jaar weer

terugkomen. Ook een mengsel van meerjarigen

die elkaar in bloeitijd opvolgen, geeft een mooi

effect, zeker in combinatie met het gras. Doordat

de kleuren en vormen steeds veranderen, blijft de

border boeiend om naar te kijken. Natuurlijk is het

ook mogelijk om verwilderingsbollen in het gras te

planten, kriskras over het grasveld of het gazon.

Dat geeft een vrolijk, informeel effect.

i n g a z o n s

e n g rasvel den


Een border met vaste planten en/of laagblijvende

heesters leent zich uitstekend

voor een combinatie met bloembollen.

Net als de bloembollen zijn uitgebloeid,

beginnen de vaste planten kleur te

bekennen. Zo is er vanaf het vroege

voorjaar veel moois te zien in de tuin.

Er zijn verschillende mogelijkheden denkbaar

voor bloembollen in combinatie met vaste

planten en heesters. Zo kun je denken aan een

eenmalige toevoeging, bijvoorbeeld voor een

speciale gelegenheid zoals een huwelijksfeest

of een lustrum. Of gewoon om te zien hoe

dat uitpakt, bloembollen in zo’n bijzondere

combinatie. Met eenjarige bollen kun je naar

hartelust experimenteren. Niet al te lang na

het planten, kun je het resultaat al in volle

glorie bewonderen. Ben je wat laat met het

planten van bollen? Gebruik dan bolletjes die

op pot zijn gekweekt en creëer daarmee in een

mum van tijd een instant border.

Kleurexplosie

Een andere mogelijkheid is de aanwezige

borderbeplanting te combineren met meerjarige

bloembollen. Hierbij is het een kwestie van

zoeken naar het juiste evenwicht tussen de

bestaande beplanting en de te gebruiken bollen.

Ga je voor een harmonieuze border in een kleurtoon,

of kies je juist voor een bonte mengeling

van kleuren? Spreid je de bloei over een langere

periode, of moet het een grote kleurexplosie

worden op een bepaald moment? Met bloembollen

kun je veel verschillende keuzes maken.

Informele sfeer

Ook verwilderingsbollen lenen zich uitstekend

voor een combinatie met vaste planten en heesters.

Het fijne hiervan is dat de bollen elk jaar opnieuw

opkomen. Zo’n border vraagt dus weinig tot geen

onderhoud. Het karakter van deze bollen past bij

een wat meer informele sfeer, en kan bijvoorbeeld

goed worden gecombineerd met bodembedekkers

als brunnera, hypericum en geranium. Verwilderingssoorten

die zich daar goed voor lenen, zijn bijvoorbeeld

vroegbloeiende krokussen, chionodoxa,

kleinbloemige narcissen en scilla’s.

i n b o r d e r s


Bloemperken in de openbare ruimte zijn

ideale locaties voor typische seizoensbeplanting

zoals bloembollen. Zo kunnen

voorjaarsbloeiers de toon zetten vanaf

het vroege voorjaar, gevolgd door zomerbloeiers,

met als hekkensluiter een aantal

vrolijk gekleurde najaarsbloeiers. Want

bloemperken moeten het vooral hebben

van sprekende kleuren.

Om optimaal gebruik te kunnen maken van de

verschillende momenten waarop bloembollen tot

bloei komen, is het handig om de bolgewassen

in lagen te planten. We noemen dit ook wel

lasagnebeplanting. De bovenste laag wordt

vanzelfsprekend gevormd door de bollen die als

eerste in bloei komen, zoals krokussen. Direct

daaronder volgt een laag die iets later bloeit.

Je zult zien: als de eerste laag nog in bloei staat,

komt de volgende laag daar al voorzichtig doorheen.

En als de eerste voorjaarsbloeiers zijn

uitgebloeid, staat er een volledig nieuwe groep

in bloei. Als je de samenstelling van bloembollen

en planten goed uitkient, ben je beslist zes

weken verzekerd van kleur. De border is continu

in ontwikkeling en is dan ook een feest om naar

te kijken. Natuur in optima forma!

Zomerbloemen en zomerbloeiers

Niet alleen vaste planten, bomen en heesters,

maar ook eenjarige zomerbloemen zijn ideale

partners voor zomerbloeiende bolgewassen.

Ze moeten immers rond dezelfde periode de

grond in, dus op dat moment kun je al de ideale

indeling maken. Soorten die hiervoor erg geschikt

zijn, zijn begonia, canna en dahlia, maar ook

ornithogalum, tigridia en mirabilis lenen zich

hier goed voor. Allemaal dankbare zomerbloeiers

die het bloemperk net een andere twist geven,

waardoor je er wel naar kunt blijven kijken.

i n blo emp erken


Om tussen bomen en struiken te kunnen

gedijen, moeten bloembollen gemakkelijk

aan hun lot overgelaten kunnen worden.

Op deze plekken in de tuin of het park

moeten zij zich immers zien te redden

tussen vaak machtige concurrenten uit

de natuur.

Als de bomen en struiken nog kaal zijn, springen

kleuren snel in het oog. Daarom is het aan te

raden om op deze plekken voorjaarsbloeiende

bolgewassen te gebruiken: die komen daar het

best tot hun recht. Verwilderingsbollen vragen het

minste onderhoud, en zijn dan ook het meest

geschikt op deze locaties. Door een mix van

verschillende soorten te gebruiken die elkaar in

bloei opvolgen, in wisselende groottes, vormen

en kleuren, kan een zeer gevarieerd beeld worden

gecreëerd. Het leuke van verwilderingsbollen is

onder andere dat ze zichzelf elk jaar vermeerderen.

De bloei wordt dan ook ieder jaar uitbundiger,

waardoor het plaatje alleen maar mooier wordt.

Het is ook niet voor niets dat we ons in de winter

alweer verheugen op het voorjaar.

t u s s e n

b o men e n struiken


Ben Bloembollen je vergeten kunnen bollen op allerlei te planten? verschil-Moetelende

een manieren paar hoeken toegepast op het worden, terras af-verfraaid

worden? hankelijk Is van het balkon uiteindelijke kaal doel: en ongezellig?

er

Met een paar bakken of potten gevuld met

bloembollen Eenjarigenzorg je in een handomdraai voor

kleur als eenjarigen: en sfeer. dit is meestal het geval wanneer

bloembollen worden ingezet voor een massaal

Bloembollen-op-pot kleureffect. Denk daarbij (kant aan en bloemperken klaar) worden met

tegenwoordig een opeenvolgende zo veel bloei toegepast, van krokussen dat ze en niet

meer tulpen, zijn aan weg zeeën te denken. van blauwe Vanaf druifjes het vroege of aan

voorjaar lange linten worden met kant grootkronige en klare narcissen. bloembollen Vooral op

pot bloembollen aangeboden. met Een, sprekende twee, kleuren drie… Het (rood, is geel, lente!

Niet blauw) in de zijn laatste voor dit plaats doel vanwege geschikt. het gemak en

de eenvoud. Bovendien bieden bakken en potten

veel ruimte voor een creatieve invulling. Zo kun

je verrassende hoekjes creëren, elk met een

eigen sfeer. Belangrijk is wel dat de beplanting

windbestendig is, de stelen moeten dus niet al

te lang zijn. Compact is hier het credo. Naast

krokus en blauwe druif zijn laagblijvende tulpen,

kleinkronige narcissen, scilla en chionodoxa

bijzonder geschikt voor gebruik op pot.

Bollenlasagne

Met bollen-op-pot zijn tal van variaties mogelijk. Zo

kun je een pot of schaal volplanten met een soort,

of juist meerdere soorten in een pot zetten die elkaar

in bloei opvolgen. Volgens het lasagnesysteem

komen de bollen die het eerst bloeien dan bovenop,

gevolgd door de bollen die iets later aan bod

komen. Helemaal onderop liggen de bollen die als

laatste bloeien. Zo kan een pot met bloembollen

wekenlang voor kleur zorgen in de tuin of op het

balkon.

Minituintjes

Een andere mogelijkheid zijn de zogenoemde

minituintjes, waarbij potten en bakken worden

gevuld met vroegbloeiende heesters in een onderbeplanting

van instant bolletjes en tweejarigen.

De heesters en tweejarigen – zoals violen en

myosotis – blijven gemakkelijk zo’n zes tot acht

weken mooi. De bolletjes moeten tussentijds wel

een keer vervangen worden. Deze moeite wordt

echter ruimschoots beloond door het geweldige

bloeiende resultaat.

i n b a k k e n

e n p o t t e n


Instant beplanting

Wie voor snelle groei en bloei gaat, kiest voor

instant beplanting: bollen die op potjes zijn

gebroeid en voorgekweekt. Zodra de spruiten

zichtbaar worden, kunnen ze als plantjes in de

pot worden gezet. Vlak daarna staat de pot dan

al volop in bloei. Ook hierbij valt weer veel te

kiezen: veel bollen van een soort in verschillende

kleuren, of juist allemaal bollen in een kleur,

bollen die na elkaar bloeien, of een groei-explosie

op een bepaald moment. Met bloembollen zijn

tal van variaties en mogelijkheden denkbaar.

i n s t a n t

b e planti ngen


i n s t a n t

b e plantingen


De bodem is de basis voor de groei en

bloei van bloembollen. De grondsoort,

structuur en bemesting zijn bepalend

voor de groeikracht van de bol. En hoewel

bloembollen in veel grondsoorten gedijen,

hebben ze het op de ene plek meer naar

hun zin dan op de andere plek. De grondsoort

en de bijbehorende eigenschappen

zijn dan ook belangrijke uitgangspunten

bij de opzet van een beplantingsplan.

Om de bol voldoende zuurstof te geven, moet de

grond goed losgemaakt zijn. En om een goede

voedingsbodem te kunnen zijn voor bollen moet

de bodem sowieso beschikken over een goede

structuur, een goede afwatering, een voldoende

laag zoutgehalte, een zuurgraad van bij voorkeur

tussen de 5,5 en 7 hebben en vrij van ziekten

zijn. Als de zuurgraad van de grond te laag is,

is het raadzaam om – tegelijk met het planten

van de bollen – wat kalk te strooien. Een te hoge

zuurgraad zwak je juist af door wat turfmolm aan

de grond toe te voegen. Drie grondsoorten zijn

geschikt voor bloembollen: klei, zand en veen.

Klei: zware grond

We noemen klei wel ‘zware grond’ omdat het een

vaste structuur heeft. Klei bestaat uit heel kleine

deeltjes die dicht op elkaar zitten.

Vergeleken met zand, is klei slecht waterdoorlatend,

waardoor in natte tijden gewassen eerder verdrinken.

In droge tijden houdt klei het water juist

langer vast. Bovendien heeft kleigrond minder

last van uitspoeling, waardoor voedingsstoffen

voor bijvoorbeeld bloembollen behouden blijven.

Door de grond te voorzien van organisch

materiaal – zoals compost – blijft de bovengrond

luchtig, waardoor de wortels van de bloembollen

voldoende zuurstof krijgen. Als de bollen

onvoldoende zuurstof krijgen, sterven ze af

zonder op te komen.

g r o n d s o orten


Zand: Bloembollen losse kunnen deeltjes op allerlei verschillende

is manieren een verzameling toegepast van worden, grote af-

deeltjes die

Zand

los hankelijk op elkaar van zijn het gestapeld. uiteindelijke Bloembollen doel: op

zandgrond hebben nooit last van zuurstofgebrek.

Droogte Eenjarigen kan wel een probleem zijn, zand houdt

immers als eenjarigen: geen water dit is vast. meestal Daarom het geval is het wanneer ook

verstandig bloembollen om, worden voordat ingezet de bloembollen voor een massaal de

grond kleureffect. in gaan, Denk eerst daarbij wat aan organisch bloemperken materiaal met

door een opeenvolgende grond te werken bloei en van tijdens krokussen de droge en

periode tulpen, regelmatig aan zeeën van water blauwe te geven. druifjes Omdat of aan

voedingsstoffen lange linten met gemakkelijk grootkronige wegspoelen, narcissen. Vooral is het

bovendien bloembollen zaak met om sprekende elk voorjaar kleuren te mesten (rood, geel, met

een blauw) mengmeststof.

zijn voor dit doel geschikt.

Veen: samengeperst

Veen bestaat uit samengeperste plantenresten.

Lang geleden hebben dode planten moerassen

opgevuld met halfverrotte resten. In de loop der

jaren is zo veen ontstaan. We vinden deze grondsoort

in voormalige moerasgebieden. Anders

dan zand, houdt veen water vast, het werkt als

een spons. Veengrond is dan ook drassig. Voor

oppervlakkig wortelende gewassen, zoals bloembollen,

zijn de natte en droge periodes zwaar.

Daarom adviseren wij zoveel mogelijk om niet

op veen te planten.

De ideale plek

Niet alleen tijdens de bloei, ook daarvoor en daarna

is de standplaats van belang voor de bloembol.

Direct na de bloeiperiode vormt de bloembol

namelijk nieuwe bollen. Hiervoor is het van belang

dat het gewas in de periode na de bloei zijn blad

behoudt en voldoende zonlicht krijgt. Zo doet

de bloembol energie op voor de ondergrondse

groei. Bloembollen kunnen dus beter niet worden

geplant onder groenblijvende bomen, heesters of

loofbomen die al vroeg in het seizoen blad krijgen.

De meeste bloembollen gedijen het best op zon- en

halfschaduwlocaties.

g r o n d s oorten


In een voor bloembollen goede grond, gedijt

het gewas beter. Dat is logisch. Maar, hoe

zorg je voor goede grond? En hoe ga je

vervolgens te werk bij het planten van

bloembollen? Belangrijke hulpmiddelen

om de grond te verbeteren, zijn dierlijk

mest en compost.

Dierlijk mest

Niet alleen bevat dierlijk mest meer voedingsstoffen

dan compost, het houdt ook de bodemstructuur

en het bodemleven in stand. Dierlijk

mest is behalve vers ook in korrelvorm te koop.

Verse mest moet eerst een beetje verteren voordat

het voedingsstoffen afgeeft. Het moet ondiep

– op zo’n tien tot vijftien centimeter – worden

ondergespit. Op kleigrond kan dierlijk mest het

beste in het najaar worden toegediend, terwijl

voor tuinen met zandgrond juist het voorjaar het

meest geschikte moment is.

Compost: nog beter

Ook compost brengt voedingsstoffen in de grond,

verbetert de structuur van de bodem en houdt het

bodemleven gezond. Daarmee bouwt de plant

meer weerstand op tegen schadelijke bacteriën

en schimmels. Compost helpt zanderige grond

beter bewerkbaar te maken en vocht vast te

houden. Door een deel zand en een deel compost

door klei heen te werken, wordt te vette grond beter

bewerkbaar en luchtdoorlaatbaar. Uiteindelijk

blijkt compost dan ook een effectievere grondverbeteraar

te zijn dan dierlijk mest. Let wel op:

te veel compost is niet goed. Bij een te grote

dosering kunnen wortels verbranden.

g r ond s oorten


En Bloembollen nu: planten! kunnen op allerlei verschillende

kunt manieren bloembollen toegepast op allerlei worden, manieren af-

planten.

Je

Zo hankelijk kun je de van bollen het uiteindelijke evenwichtig doel: verdelen over de

ruimte waar je ze wilt planten. Leg de bollen op de

juiste Eenjarigen afstand, dat voorkomt verrassingen aan het

einde als eenjarigen: van de border. dit is meestal Voordat het je geval de bollen wanneer uitlegt,

moet bloembollen de grond worden tot zo’n ingezet 25 centimeter voor een massaal diepte goed

worden kleureffect. losgemaakt. Denk daarbij Daarna aan bloemperken kun je ze eenvoudig met

planten een opeenvolgende en kunnen de bloei bollen van gemakkelijk krokussen en wortels

vormen. tulpen, aan zeeën van blauwe druifjes of aan

lange linten met grootkronige narcissen. Vooral

De bloembollen gemakkelijkste met sprekende methode is kleuren die van (rood, het geel, verhoogde

blauw) plantbed. zijn voor dit Leg doel de geschikt. bollen uit en dek ze af

met een laag van zo’n tien tot vijftien centimeter

grond. Hark het plantbed na het planten gelijkmatig

aan en breng eventueel een afdeklaag van

organisch materiaal aan van zo’n twee tot drie

centimeter. Dat voorkomt bevriezing, uitdroging

en dichtslaan van de grond.

Kies je voor een natuurlijker karakter? Dan kun

je de bollen het beste strooien. Daar waar ze

vallen, worden ze geplant. Je kunt bloembollen

ook in het gras planten. Per groepje bollen lift je

een stuk grasmat en na het planten van de bollen

dek je het plantgat daarmee weer af. Even goed

aanstampen en na een paar dagen is al niks

meer te zien van de plantactie.

Etage- of lasagnebeplanting zorgt voor een langere

bloeiperiode, doordat bollen met achtereenvolgende

bloeiperiodes in lagen worden geplant.

De laatst bloeiende bloembollen worden het

diepst geplant en de allereerste voorjaarsbloeiers

komen in de bovenste laag. Deze methode kan

zowel in de grond als in bakken en op potten

worden toegepast.

Wanneer en hoe

Voor een optimaal bloeiresultaat is het zaak om

de bollen op het juiste moment te planten. Voor

bloembollen die vroeg bloeien – van januari tot

en met maart – is de periode van september tot

en met oktober het aangewezen tijdstip om te

planten. Bloembollen die bloeien van maart tot

en met mei kunnen het beste van oktober tot en

met november worden geplant.

Vuistregel voor de juiste plantdiepte is minimaal

tweemaal de hoogte van de bol, met een

minimum van vijf centimeter. Plant de bollen niet

te ondiep want dit geeft een slechte beworteling.

Daardoor komen de bollen ongelijk op en zien

ze er kort en mager uit. Plant ze echter ook niet

te diep. Dan kunnen de bollen gaan rotten, en

kan het gewas verlaat opkomen.

p l a n t e n


Het fijne van bloembollen is dat ze relatief

onderhoudsarm zijn. Eenjarige bollen vragen

zelfs helemaal geen verzorging. Meerjarige

bloembollen hebben wel wat mest nodig,

maar daarmee houdt het dan ook wel op.

Een ideaal gewas voor de tuin dus.

Eenjarige bloembollen hebben geen extra

bemesting nodig, die hebben alles wat ze nodig

hebben al opgeslagen in de bol. Meerjarige bollen

onttrekken veel voedingsstoffen aan de grond. Deze

bollen hebben dan ook aanvullende bemesting

nodig. In het groeiseizoen is kunstmest de beste

keuze: dit bevat precies de juiste verhouding en

concentratie voedingsstoffen. Bovendien lost het

gemakkelijk op waardoor de planten het goed

kunnen opnemen. Gebruik kunstmest niet buiten

het groeiseizoen: dan spoelt het uit en gaan

de voedingsstoffen verloren. Strooi ook niet te

veel kunstmest want een te snelle groei leidt tot

zwakke planten, die vervolgens een gemakkelijk

slachtoffer zijn voor ziektes en plagen. Planten

kunnen bovendien verbranden door overbemesting.

Verwildering

Bloembollen die uit zichzelf vermeerderen, staan

op hun natuurlijke standplaats en hebben geen

extra mest nodig. De natuur is hier in balans:

de grondsoort, structuur, waterhuishouding

en beplanting sluiten op elkaar aan. Bijmesten

gebeurt dan alleen als bijvoorbeeld uit de kleur

van het blad blijkt dat er een gebrek is aan een

bepaalde voedingsstof. Om goed aan te sluiten

bij de omgeving waarin de bloembollen groeien,

moet deze meststof organisch zijn. Bij voorkeur

vindt deze langzaam werkende bemesting in

de late winterperiode plaats, vlak voordat de

bloembollen boven de grond komen.

verz orgin g


Verrijken met mest

Bloembollen voor meerjarenbeplanting en

verwildering in borders en onder heesters, hebben

baat bij een jaarlijkse bemesting op het moment

dat de neuzen zichtbaar worden in februari/maart.

Een gift van 2 kg 12-10-18 NPK per 100 m 2 doet

wonderen. Indien U dit in 2 keer geeft met een

week tussentijd kunnen de bollen dit gedoseerd

opnemen. Bij het gebruik van bloembollen als

kuipplant is het van belang om de potgrond te

verrijken met mest, bij voorkeur in de vorm van

voedings-tabletten. De voedingsstoffen worden

langzaam afgegeven aan de wortels en de plant

heeft voor minstens vier weken voedsel.

Bloembollen in gras

Gras waarin bloembollen zijn geplant, mag pas

zo’n zes tot acht weken na de bloeiperiode

worden gemaaid. Dan zijn alle bovengrondse

delen afgestorven en heeft eventueel zaad de

gelegenheid gekregen om te rijpen.

Koppen en clusters

De meeste bolbloemen hoeven niet gekopt te

worden. Zaaddozen van botanische tulpen,

Frittilaria en Allium kunnen decoratief zijn en

hebben een toegevoegde waarde. Meerjarige

langstelige tulpen moeten wel gekopt worden om

te voorkomen dat alle energie wordt gestoken

in het vormen van zaaddozen in plaats van het

vormen van nieuwe bollen. Met het wegnemen

van uitgebloeide bloemblaadjes is er geen gevaar

dat deze tussen de bladoksels vallen en in vochtige

periodes oorzaak kunnen zijn van schimmels.

Belangrijk is ook dat bloembollen die zich snel

voortplanten niet al te grote clusters gaan vormen.

Dat belemmert de individuele bolgroei. Beter

is het om de aan elkaar gegroeide bollen op te

graven nadat het gewas is afgestorven, te splitsen

en in kleinere hoeveelheden te herplanten.

Ziekten en schimmels

Bodemziektes en levende organismen kunnen

bloembollen aantasten in hun groeiproces. Door

te kiezen voor het juiste uitgangsmateriaal, de

juiste plantlocatie en een goede verzorging zult

u meer plezier beleven aan bloembollen. Als

bijv. meerjarenbloeiers op vochtige of donkere

plekken tijdens de bloei bruine punten aan het

blad vertonen is de kans groot dat het gaat

om Botrytis. Dit blad kan het best worden

weggesneden voordat het eventuele buurplanten

aantast.

ver z o r g i n g


Bepaal eerst de uitstraling

Bepaal eerst de uitstraling die de beplanting

moet krijgen en of het een éénjarige of meerjarige

of verwilderingstoepassing betreft.

Daarnaast wordt het assortiment sterk

bepaald door de eerder genoemde factoren

als locatie, grondsoort en temperatuur- en

lichtomstandigheden.

Eenjarigen

Eénmalig kleureffect. Voor deze toepassing

worden vooral tulpen, hyacinten, narcissen

en de meer bekende bijzondere bolgewassen

als blauwe druifjes gebruikt.

Meerjarigen

Voor meerjarenbloei heeft het Internationaal

Bloembollen Centrum in twee proefperiodes

en in verschillende klimaatzones bepaald

welke bloembollen vooral geschikt zijn voor de

meerjarentoepassing in beplantingsvakken. Een

uitgebreide lijst van variëteiten en geschiktheid

per klimaatzone staat op de ingesloten CD-rom.

Verwildering

De grond, waterhuishouding en lichtinval zijn

vooral van belang als het een meerjaren- of

verwilderingsaanplant betreft. Bloembollen voor

verwildering staan bij voorkeur op een locatie

waar de natuurlijke standplaats van de bol wordt

benaderd. Het resultaat is een zeer natuurlijke

beplanting. Daarbij is een variatie mogelijk van

droge plekken in open, zonnig terrein tot vochtige

meer beschaduwde plekken onder bomen en

heesters.

p r oduct keuze


Bij vijvers, natte groenstroken

Fritillaria meleagris (kievitsbloemetje)

Arum italicum (aronskelk)

Leucojum (voorjaarsklokje, zomerklokje)

Camassia (indianenbloem)

Bosachtige situaties situaties

Allium ursinum (daslook),

Anemone nemorosa (bosanemoon),

Anemone ranunculoides (voorjaarsanemoon),

Arum italicum (aronskelk),

Colchicum, (herfsttijloos)

Convallaria majalis,

(lelietje-der-dalen)

Corydalis cava (holwortel),

Corydalis solida,

(vogeltje-op-de-kruk)

Cyclamen,

Eranthis, (winterakoniet)

Galanthus (sneeuwklokje),

Hyacinthoides non-scripta (wilde hyacint),

Ornithogalum. (vogelmelk)

In borders en gazons

Crocus

Chionodoxa (sneeuwroem)

Galanthus (sneeuwklokje)

Scilla (sterhyacint)

vroegbloeiende narcissen zoals:

‘February Gold’

‘Jack Snipe’

‘Peeping Tom’

‘Tête-à-Tête’

toepassingen


Aantallen per m 2

Het aantal bloembollen per m 2 is sterk afhankelijk van het type beplanting dat u voor ogen heeft.

Wij hebben voor u de gemiddelde aantallen voor een paar hoofdproducten per type beplanting in kaart

gebracht.

Tentoonstellingen Openbaar groen Combinatie beplantingen

en evenementen

(in de border)

Voorjaar

Allium grootbloemig 20 5-7 3-5

Allium kleinbloemig 100 20-30 10-20

Anemone blanda 150 50 20

Chionodoxa 200 40-50 20

Crocus grootbloemig 100-150 40-50 15-20

Crocus botanisch 200 50-60 20

Fritillaria meleagris 100 40 20

Fritillaria imperialis 20 10 3-5

Galanthus 120-150 40-50 25

Hyacinthoides hispanica 100 15-20 7-10

Hyacint multiflora 30 15 5-7

Hyacint 50 15-20 5-7

Leucojum 50 15 5-7

Muscari 150 30-40 15

Narcis grootbloemig 40 15 5-7

Narcis kleinbloemig 60 20 7-10

Puschkinia 150 50-60 25

Scilla 150 50-60 25

Tulp langstelig 50 20-25 8-10

Tulp botanisch 80 30 15

Tentoonstellingen Openbaar groen Combinatie beplantingen

en evenementen

(in de border)

Zomer

Anemone coronaria 150 50 20

Canna 9 3 1

Crocosmia 60-70 20-30 10

Dahlia tot 50 cm hoog 15-20 8 4-5

Dahlia 50 tot 150 cm hoog 9 3-4 1-2

Eucomis 9 3-5 1-3

Gladiolus grootbloemig 50 20 7

Gladiolus kleinbloemig 60-70 20-30 10

Lilium aziaat 40 10 3-5

Lilium oriental 20-30 5-8 3-5

Lilium longiflorum 20 5 3-5

Zantedeschia 20-30 5-8 3-5

aantalle n per m 2


www.bloembol.org

More magazines by this user
Similar magazines